<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2024)0023</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2024: opname van het overschot van het begrotingsjaar 2023</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0005/2024 - Rapporteur: Siegfried Mureşan)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 22 oktober 2024 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2024 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024 tot opname van het overschot van het begrotingsjaar 2023 (12081/2024 – C10-0107/2024 – 2024/0089(BUD))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj?locale=nl.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 44,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj?locale=nl.</FIELD></FOOTNOTE>, met name artikel 44,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2024, definitief vastgesteld op 22 november 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/207, 22.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2024/207/oj?locale=nl.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj?locale=nl.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj?locale=nl.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2014/335/EU, Euratom<FOOTNOTE><FIELD>PB L 424 van 15.12.2020, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2024, goedgekeurd door de Commissie op 9 april 2024 (COM(2024)0920),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2024, vastgesteld door de Raad op 13 september 2024 en toegezonden aan het Europees Parlement op 16 september 2024 (12081/2024 – C10‑0107/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 96 en 98 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0005/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2024 is ingediend ter opneming in de begroting 2024 van het overschot van het begrotingsjaar 2023 ten belope van 633 miljoen EUR;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de hoofdonderdelen van dat overschot bestaan uit een positief resultaat bij de ontvangsten ter hoogte van 238,7 miljoen EUR en een onderbesteding ter hoogte van 393,9 miljoen EUR;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat aan de ontvangstenzijde het overschot voornamelijk toe te schrijven is aan financiële ontvangsten, achterstandsrente en boetes ter hoogte van 1 766 miljoen EUR, terwijl de douanerechten 1 649 miljoen EUR lager waren dan verwacht; overwegende dat het overschot van 107 miljoen EUR aan administratieve ontvangsten voornamelijk toe te schrijven is aan een hoger dan verwacht pensioenbijdragepercentage en de toepassing van een tussentijdse salarisaanpassing in januari 2023, wat leidde tot een stijging van belastingen en heffingen, en pensioenbijdragen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat aan de uitgavenzijde de onderbesteding bij de betalingen door de Commissie in totaal 70 miljoen EUR bedroeg (0,1 % van de toegestane betalingskredieten); overwegende dat de andere instellingen 48 miljoen EUR aan betalingen hebben geannuleerd, waardoor het lage onderbestedingspercentage van het begrotingsjaar 2022 werd gehandhaafd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat met het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2024 de jaarlijkse vaste bni-verlagingen voor Duitsland, Nederland, Denemarken, Zweden en Oostenrijk netto ongeveer 5,4 miljard EUR bedragen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de marges en flexibiliteit van de begroting van de Unie zeer krap blijven, ondanks de herziening van het meerjarig financieel kader (MFK) en de invoering van het nieuwe EURI-instrument om de hogere financieringskosten voor het herstelinstrument voor de Europese Unie te dekken, die inherent volatiel zijn en dus voor onzekerheid in verband met de begroting zorgen; overwegende dat de begrotingsbehoeften in deze uitdagende context toenemen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2024 zoals ingediend door de Commissie, dat tot doel heeft het overschot van 2023, ter hoogte van 633 miljoen EUR, in de begroting op te nemen, overeenkomstig artikel 18, lid 3, van het Financieel Reglement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het overschot van 2023 aanzienlijk lager is dan het overschot van 2022, waaruit blijkt dat de Commissie haar begrotingsprognoses en ‑beheer heeft verbeterd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat het overschot de totale bijdrage van de lidstaten aan de financiering van de begroting 2024 vermindert op een moment dat de financieringsbehoeften nog steeds hoog zijn en de marges binnen de begroting van de Unie uiterst beperkt zijn; overwegende dat de begroting voldoende flexibel moet blijven zodat de Unie kan reageren op onvoorziene gebeurtenissen en nieuwe prioriteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>herinnert aan zijn gevestigde standpunt dat boetes en vergoedingen moeten worden gebruikt als aanvullende ontvangsten voor de begroting van de Unie en niet zouden mogen leiden tot een overeenkomstige verlaging van de bni-bijdragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>neemt kennis van de berekening van de aangepaste jaarlijkse vaste bni-verlagingen voor de vijf begunstigde lidstaten, die netto ongeveer 5,4 miljard EUR bedragen; benadrukt dat deze kortingen geïndexeerd zijn en daarom sneller zijn gestegen dan de MFK-maxima, die jaarlijks worden aangepast op basis van de deflator van 2 %; benadrukt dat deze afwijking de lasten voor andere lidstaten vergroot;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt dat de Uniebegroting moet kunnen steunen op duurzame inkomsten; betreurt het daarom dat de Raad geen vooruitgang heeft geboekt wat betreft de hervorming van het eigenmiddelenstelsel, in overeenstemming met de routekaart in het Interinstitutioneel Akkoord; verwijst naar zijn gunstige standpunt met betrekking tot de gewijzigde voorstellen van de Commissie en dringt er bij de Raad op aan die voorstellen snel goed te keuren om de eigen middelen voor de Uniebegroting te verhogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de gewijzigde begroting nr. 3/2024 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de overige instellingen en de betrokken organen, alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>