<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2024)0027</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0004/2024 - Rapporteur: Li Andersson)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 23 oktober 2024 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten (COM(2024)0599 – C10-0084/2024 – 2024/0599(NLE))</STRING></TI><NOTE>(Raadpleging)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan de Raad (COM(2024)0599),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 148, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het Parlement door de Raad is geraadpleegd (C10‑0084/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 84 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A10-0004/2024),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het voorstel van de Commissie, zoals gewijzigd door het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie haar voorstel krachtens artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dienovereenkomstig te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Raad, wanneer deze voornemens is af te wijken van de door het Parlement goedgekeurde tekst, het Parlement hiervan op de hoogte te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wenst opnieuw te worden geraadpleegd ingeval de Raad voornemens is ingrijpende wijzigingen aan te brengen in het voorstel van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF><AMDLST><HD><HEAD.OLD><STRING ITALIC="on">Door de Commissie voorgestelde tekst</STRING></HEAD.OLD><HEAD.NEW><STRING ITALIC="on">Amendement</STRING></HEAD.NEW></HD><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		1</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging -1 (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(-1)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor bijgewerkte richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, en met name met de sterke nadruk die daarin wordt gelegd op onderwijs en opleiding en op nieuwe technologieën, artificiële intelligentie en beheer door middel van algoritmen, en recente beleidsinitiatieven zoals platformwerk, betaalbare huisvesting en het aanpakken van tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden. Het Europees Parlement verzoekt nogmaals, zoals het ook reeds heeft gedaan in zijn wetgevingsresoluties van 8 juli 2015, 19 april 2018, 10 juli 2020 en 18 oktober 2022 over de relevante voorstellen voor een besluit van de Raad betreffende de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, om met het oog op het versterken van de democratische besluitvorming op voet van gelijkheid met de Raad te worden betrokken bij de opstelling van de geïntegreerde richtsnoeren.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		2</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(1)</NO.P>De lidstaten en de Unie moeten een gecoördineerde strategie voor werkgelegenheid ontwikkelen, met name ter bevordering van een vaardige, opgeleide en flexibele beroepsbevolking, alsmede van arbeidsmarkten die toekomstgericht zijn en snel inspelen op economische veranderingen, om de doelstellingen te bereiken inzake volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang, evenwichtige groei en een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu zoals neergelegd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Rekening houdend met nationale gebruiken met betrekking tot de verantwoordelijkheden van de sociale partners moeten de lidstaten het bevorderen van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> werkgelegenheid als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang beschouwen en hun maatregelen op dat gebied binnen de Raad coördineren.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(1)</NO.P>De lidstaten en de Unie moeten een gecoördineerde strategie voor werkgelegenheid ontwikkelen, met name ter bevordering van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hoogwaardige werkgelegenheid en betere arbeidsomstandigheden, van </STRING></STRING>een vaardige, opgeleide en flexibele beroepsbevolking, alsmede van arbeidsmarkten die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inclusief, veerkrachtig en </STRING></STRING>toekomstgericht zijn en snel inspelen op economische<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en demografische</STRING></STRING> veranderingen, om de doelstellingen te bereiken inzake volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang, evenwichtige groei en een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu zoals neergelegd in artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU). Rekening houdend met nationale gebruiken met betrekking tot de verantwoordelijkheden van de sociale partners moeten de lidstaten het bevorderen van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hoogwaardige</STRING></STRING> werkgelegenheid als een aangelegenheid van gemeenschappelijk belang beschouwen en hun maatregelen op dat gebied binnen de Raad coördineren.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		3</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(4)</NO.P>Om de economische en sociale vooruitgang en opwaartse convergentie te vergroten, de groene en de digitale transitie te ondersteunen, de industriële basis van de Unie te versterken en inclusieve, concurrerende en veerkrachtige arbeidsmarkten in de Unie tot stand te brengen, moeten de lidstaten tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanpakken</STRING></STRING>; daarnaast moeten zij zorgen voor onderwijs en opleiding die inclusief en kwalitatief hoogstaand zijn, met bijzondere aandacht voor het verbeteren van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> basisvaardigheden, vooral onder kansarme studenten, en voor de STEM-vaardigheden (wetenschap, technologie, engineering en wiskunde) op school en in het hoger onderwijs, toekomstgericht beroepsonderwijs en toekomstgerichte beroepsopleidingen, en een leven lang bij- en omscholing, alsook een doeltreffend actief arbeidsmarktbeleid en betere arbeidsomstandigheden en carrièremogelijkheden. Dit is van bijzonder belang voor de minder ontwikkelde, afgelegen en ultraperifere regio’s van de EU, waar de behoeften het grootst zijn. Tekorten kunnen verder worden aangepakt door eerlijke mobiliteit binnen de EU voor werknemers en lerenden te verbeteren en talent van buiten de EU aan te trekken. Bovendien <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten de banden tussen de</STRING></STRING> onderwijs- en opleidingsstelsels <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> de arbeidsmarkt <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden versterkt en de</STRING></STRING> vaardigheden, kennis en competenties <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die door niet-formeel en informeel leren zijn verworven, </STRING></STRING>worden erkend.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(4)</NO.P>Om de economische en sociale vooruitgang en opwaartse convergentie te vergroten, de groene en de digitale transitie te ondersteunen, de industriële basis van de Unie te versterken en inclusieve, concurrerende en veerkrachtige arbeidsmarkten in de Unie tot stand te brengen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zonder dat dit gepaard gaat met negatieve sociale gevolgen</STRING></STRING>, moeten de lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ervoor zorgen dat billijke lonen, behoorlijke arbeidsomstandigheden, democratie op het werk, sociale dialoog en collectieve onderhandelingen bevorderd worden, dat de rechten van werknemers beschermd worden en dat</STRING></STRING> tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden aangepakt</STRING></STRING>; daarnaast moeten zij zorgen voor onderwijs en opleiding die inclusief en kwalitatief hoogstaand zijn, met bijzondere aandacht voor het verbeteren van basisvaardigheden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en transversale vaardigheden</STRING></STRING>, vooral onder kansarme studenten, en voor de STEM-vaardigheden (wetenschap, technologie, engineering en wiskunde) op school en in het hoger onderwijs, toekomstgericht beroepsonderwijs en toekomstgerichte beroepsopleidingen, en een leven lang bij- en omscholing, alsook een doeltreffend actief arbeidsmarktbeleid en betere arbeidsomstandigheden en carrièremogelijkheden. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om voortijdig schoolverlaten terug te dringen moeten de lidstaten maatregelen nemen gericht op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten, alsmede maatregelen om snel in te kunnen grijpen wanneer scholieren de school voortijdig dreigen te verlaten, met bijzondere aandacht voor scholieren die tot risicogroepen behoren.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij dergelijke maatregelen moet gedacht worden aan psychologische ondersteuning, mentorschap, loopbaanbegeleiding en buitenschoolse activiteiten om de belangstelling van scholieren voor het onderwijs en hun deelname daaraan te bevorderen, om inclusief en hoogwaardig onderwijs voor iedereen te waarborgen.</STRING></STRING> Dit is van bijzonder belang voor de minder ontwikkelde, afgelegen en ultraperifere regio’s van de EU, waar de behoeften het grootst zijn. Tekorten kunnen verder worden aangepakt door eerlijke mobiliteit binnen de EU <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en binnen verschillende regio’s in de lidstaten</STRING></STRING> voor werknemers en lerenden te verbeteren en talent van buiten de EU aan te trekken.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Het is in dit kader essentieel dat er bijzondere aandacht wordt besteed aan jongeren die geen onderwijs of opleiding volgen en geen werk hebben (NEET’s). De lidstaten moeten beleidsmaatregelen bevorderen die specifiek gericht zijn op de herintegratie van NEET’s in het onderwijsstelsel en op de arbeidsmarkt via gerichte opleidings-, mentor-, begeleidings- en arbeidsbemiddelingsprogramma’s</STRING></STRING>. Bovendien <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moet ervoor gezorgd worden dat</STRING></STRING> onderwijs- en opleidingsstelsels <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">nog beter aansluiten op</STRING></STRING> de arbeidsmarkt<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, dat het verwerven van transversale kennis en zachte vaardigheden wordt gestimuleerd, dat internationalisering van het onderwijsaanbod wordt bevorderd, onder meer in verband met universiteiten, en dat via niet-formeel en informeel leren verworven</STRING></STRING> vaardigheden, kennis en competenties worden erkend.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		4</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(5)</NO.P>De richtsnoeren zijn in overeenstemming met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het nieuwe EU-kader voor economische governance, dat op 30 april 2024 in werking is getreden,</STRING></STRING> de bestaande wetgeving van de Unie en diverse initiatieven van de Unie, waaronder de aanbevelingen van de Raad van 14 juni 2021<STRING SUPERSCRIPT="on">5</STRING>, 29 november 2021<STRING SUPERSCRIPT="on">6</STRING>, 5 april 2022<STRING SUPERSCRIPT="on">7</STRING>, 16 juni 2022<STRING SUPERSCRIPT="on">8</STRING>, 28 november 2022<STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING>, 8 december 2022<STRING SUPERSCRIPT="on">10</STRING>, 30 januari 2023<STRING SUPERSCRIPT="on">11</STRING>, 12 juni 2023<STRING SUPERSCRIPT="on">12</STRING> en 27 november 2023<STRING SUPERSCRIPT="on">13</STRING>, Aanbeveling (EU) 2021/402 van de Commissie<STRING SUPERSCRIPT="on">14</STRING>, Resolutie van de Raad van 26 februari 2021<STRING SUPERSCRIPT="on">15</STRING>, mededelingen van de Commissie over bouwen aan een economie die werkt voor de mensen: een actieplan voor de sociale economie<STRING SUPERSCRIPT="on">16</STRING>, over het actieplan voor digitaal onderwijs 2021-2027<STRING SUPERSCRIPT="on">17</STRING>, over de strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030<STRING SUPERSCRIPT="on">18</STRING>, over het werkgelegenheidspakket voor personen met een handicap<STRING SUPERSCRIPT="on">19</STRING>, over een Europese zorgstrategie<STRING SUPERSCRIPT="on">20</STRING>, over een industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk<STRING SUPERSCRIPT="on">21</STRING>, over de versterking van de sociale dialoog in de Europese Unie<STRING SUPERSCRIPT="on">22</STRING>, over het beter beoordelen van de verdelingseffecten van het beleid van de lidstaten<STRING SUPERSCRIPT="on">23</STRING>, en over tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden in de EU: een actieplan<STRING SUPERSCRIPT="on">24</STRING>, de Besluiten (EU) 2021/2316<STRING SUPERSCRIPT="on">25</STRING> en (EU) 2023/936<STRING SUPERSCRIPT="on">26</STRING> van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen (EU) 2022/2041<STRING SUPERSCRIPT="on">27</STRING>, (EU) 2022/2381<STRING SUPERSCRIPT="on">28</STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> (EU) 2023/970<STRING SUPERSCRIPT="on">29</STRING> van het Europees Parlement en de Raad, en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het voorstel</STRING></STRING> van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 9 december 2021 betreffende de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">30</STRING></STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(5)</NO.P>De richtsnoeren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dragen bij tot de volledige verwezenlijking van de Europese pijler van sociale rechten, de EU-kerndoelen voor 2030 en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de Verenigde Naties, en </STRING></STRING>zijn in overeenstemming met de bestaande wetgeving van de Unie en diverse initiatieven van de Unie, waaronder de aanbevelingen van de Raad van 14 juni 2021<STRING SUPERSCRIPT="on">5</STRING>, 29 november 2021<STRING SUPERSCRIPT="on">6</STRING>, 5 april 2022<STRING SUPERSCRIPT="on">7</STRING>, 16 juni 2022<STRING SUPERSCRIPT="on">8</STRING>, 28 november 2022<STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING>, 8 december 2022<STRING SUPERSCRIPT="on">10</STRING>, 30 januari 2023<STRING SUPERSCRIPT="on">11</STRING>, 12 juni 2023<STRING SUPERSCRIPT="on">12</STRING> en 27 november 2023<STRING SUPERSCRIPT="on">13</STRING>, Aanbeveling (EU) 2021/402 van de Commissie<STRING SUPERSCRIPT="on">14</STRING>, Resolutie van de Raad van 26 februari 2021<STRING SUPERSCRIPT="on">15</STRING>, mededelingen van de Commissie over bouwen aan een economie die werkt voor de mensen: een actieplan voor de sociale economie<STRING SUPERSCRIPT="on">16</STRING>, over het actieplan voor digitaal onderwijs 2021-2027<STRING SUPERSCRIPT="on">17</STRING>, over de strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030<STRING SUPERSCRIPT="on">18</STRING>, over het werkgelegenheidspakket voor personen met een handicap<STRING SUPERSCRIPT="on">19</STRING>, over een Europese zorgstrategie<STRING SUPERSCRIPT="on">20</STRING>, over een industrieel plan voor de Green Deal voor het nettonultijdperk<STRING SUPERSCRIPT="on">21</STRING>, over de versterking van de sociale dialoog in de Europese Unie<STRING SUPERSCRIPT="on">22</STRING>, over het beter beoordelen van de verdelingseffecten van het beleid van de lidstaten<STRING SUPERSCRIPT="on">23</STRING>, en over tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden in de EU: een actieplan<STRING SUPERSCRIPT="on">24</STRING>, de Besluiten (EU)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>2021/2316<STRING SUPERSCRIPT="on">25</STRING> en (EU)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>2023/936<STRING SUPERSCRIPT="on">26</STRING> van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen (EU)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>2022/2041<STRING SUPERSCRIPT="on">27</STRING>, (EU)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>2022/2381<STRING SUPERSCRIPT="on">28</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, </STRING></STRING>(EU) 2023/970<STRING SUPERSCRIPT="on">29</STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en (EU) 2024/1500</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">29bis</STRING></STRING></STRING> van het Europees Parlement en de Raad, en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de voorstellen</STRING></STRING> van de Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 9<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>december 2021 betreffende de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">30</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, voor de richtlijn tot invoering van de Europese gehandicaptenkaart en de Europese parkeerkaart voor personen met een handicap</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">30bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2009/38/EG wat betreft de instelling en werking van Europese ondernemingsraden</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">30ter</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en voor een richtlijn betreffende de verbetering en handhaving van de arbeidsomstandigheden voor stagiairs</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">30quater</STRING></STRING></STRING>.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">5</STRING> Aanbeveling (EU) 2021/1004 van de Raad van 14 juni 2021 tot instelling van een Europese kindergarantie (PB L 223 van 22.6.2021, blz. 14).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">5</STRING> Aanbeveling (EU) 2021/1004 van de Raad van 14 juni 2021 tot instelling van een Europese kindergarantie (PB L 223 van 22.6.2021, blz. 14).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">6</STRING> Aanbeveling van de Raad van 29 november 2021 over blended leren voor hoogwaardig en inclusief basis- en middelbaar onderwijs (PB C 504 van 14.12.2021, blz. 21).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">6</STRING> Aanbeveling van de Raad van 29 november 2021 over blended leren voor hoogwaardig en inclusief basis- en middelbaar onderwijs (PB C 504 van 14.12.2021, blz. 21).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">7</STRING> Aanbeveling van de Raad van 5 april 2022 over bruggen bouwen voor doeltreffende Europese samenwerking in het hoger onderwijs (PB C 160 van 13.4.2022, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">7</STRING> Aanbeveling van de Raad van 5 april 2022 over bruggen bouwen voor doeltreffende Europese samenwerking in het hoger onderwijs (PB C 160 van 13.4.2022, blz. 1).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">8</STRING> Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 betreffende een Europese benadering van microcredentials voor een leven lang leren en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 10), aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake individuele leerrekeningen (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 26), aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 35) en aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 betreffende leren voor de groene transitie en duurzame ontwikkeling (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">8</STRING> Aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 betreffende een Europese benadering van microcredentials voor een leven lang leren en inzetbaarheid op de arbeidsmarkt (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 10), aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake individuele leerrekeningen (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 26), aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 inzake het garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 35) en aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 betreffende leren voor de groene transitie en duurzame ontwikkeling (PB C 243 van 27.6.2022, blz. 1).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING> Aanbeveling van de Raad van 28 november 2022 over trajecten naar succes op school die de aanbeveling van de Raad van 28 juni 2011 inzake beleid ter bestrijding van voortijdig schoolverlaten vervangt (PB C 469 van 9.12.2022, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">9</STRING> Aanbeveling van de Raad van 28 november 2022 over trajecten naar succes op school die de aanbeveling van de Raad van 28 juni 2011 inzake beleid ter bestrijding van voortijdig schoolverlaten vervangt (PB C 469 van 9.12.2022, blz. 1).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">10</STRING> Aanbeveling van de Raad van 8 december 2022 over toegang tot betaalbare hoogwaardige langdurige zorg (PB C 476 van 15.12.2022, blz. 1) en aanbeveling van de Raad van 8 december 2022 over voor- en vroegschoolse educatie en opvang: de doelstellingen van Barcelona voor 2030 (PB C 484 van 20.12.2022, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">10</STRING> Aanbeveling van de Raad van 8 december 2022 over toegang tot betaalbare hoogwaardige langdurige zorg (PB C 476 van 15.12.2022, blz. 1) en aanbeveling van de Raad van 8 december 2022 over voor- en vroegschoolse educatie en opvang: de doelstellingen van Barcelona voor 2030 (PB C 484 van 20.12.2022, blz. 1).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">11</STRING> Aanbeveling van de Raad van 30 januari 2023 over een toereikend minimuminkomen met het oog op actieve inclusie (PB C 41 van 3.2.2023, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">11</STRING> Aanbeveling van de Raad van 30 januari 2023 over een toereikend minimuminkomen met het oog op actieve inclusie (PB C 41 van 3.2.2023, blz. 1).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">12</STRING> Aanbeveling van de Raad van 12 juni 2023 over de versterking van de sociale dialoog in de Europese Unie (PB C, C/2023/1389, 6.12.2023).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">12</STRING> Aanbeveling van de Raad van 12 juni 2023 over de versterking van de sociale dialoog in de Europese Unie (PB C, C/2023/1389, 6.12.2023).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">13</STRING> Aanbeveling van de Raad van 27 november 2023 over de ontwikkeling van randvoorwaarden voor een kader voor de sociale economie (PB C, C/2023/1344, 29.11.2023).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">13</STRING> Aanbeveling van de Raad van 27 november 2023 over de ontwikkeling van randvoorwaarden voor een kader voor de sociale economie (PB C, C/2023/1344, 29.11.2023).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">14</STRING> Aanbeveling (EU) 2021/402 van de Commissie van 4 maart 2021 over doeltreffende actieve steun voor werkgelegenheid na de COVID-19-crisis (EASE) (PB L 80 van 8.3.2021, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">14</STRING> Aanbeveling (EU) 2021/402 van de Commissie van 4 maart 2021 over doeltreffende actieve steun voor werkgelegenheid na de COVID-19-crisis (EASE) (PB L 80 van 8.3.2021, blz. 1).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">15</STRING> Resolutie van de Raad betreffende een strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding met het oog op de Europese Onderwijsruimte en verder (2021-2030) (PB C 66 van 26.2.2021, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">15</STRING> Resolutie van de Raad betreffende een strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding met het oog op de Europese Onderwijsruimte en verder (2021-2030) (PB C 66 van 26.2.2021, blz. 1).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">16</STRING> COM(2021) 778 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">16</STRING> COM(2021)0778.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">17</STRING> COM(2020) 624 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">17</STRING> COM(2020)0624.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">18</STRING> COM(2021) 101 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">18</STRING> COM(2021)0101.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">19</STRING> Werkgelegenheidspakket voor personen met een handicap om de situatie op de arbeidsmarkt van personen met een handicap te verbeteren — Werkgelegenheid, Sociale zaken &amp; Inclusie — Europese Commissie (europa.eu).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">19</STRING> Werkgelegenheidspakket voor personen met een handicap om de situatie op de arbeidsmarkt van personen met een handicap te verbeteren — Werkgelegenheid, Sociale zaken &amp; Inclusie — Europese Commissie (europa.eu).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">20</STRING> COM(2022) 440 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">20</STRING> COM(2022)0440.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">21</STRING> COM(2023) 62 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">21</STRING> COM(2023)0062.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">22</STRING> COM(2023) 38 en 40 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">22</STRING> COM(2023)0038 en 0040.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">23</STRING> COM(2022) 494 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">23</STRING> COM(2022)0494.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">24</STRING> COM(2024) 131 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">24</STRING> COM(2024)0131.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">25</STRING> Besluit (EU) 2021/2316 van het Europees Parlement en de Raad van 22 december 2021 over een Europees Jaar van de Jeugd (2022) (PB L 462 van 28.12.2021, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">25</STRING> Besluit (EU) 2021/2316 van het Europees Parlement en de Raad van 22 december 2021 over een Europees Jaar van de Jeugd (2022) (PB L 462 van 28.12.2021, blz. 1).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">26</STRING> Besluit (EU) 2023/936 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 over een Europees Jaar van de Vaardigheden (PB L 125 van 11.5.2023, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">26</STRING> Besluit (EU) 2023/936 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 over een Europees Jaar van de Vaardigheden (PB L 125 van 11.5.2023, blz. 1).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">27</STRING> Richtlijn (EU) 2022/2041 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie (PB L 275 van 25.10.2022, blz. 33).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">27</STRING> Richtlijn (EU) 2022/2041 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende toereikende minimumlonen in de Europese Unie (PB L 275 van 25.10.2022, blz. 33).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">28</STRING> Richtlijn (EU) 2022/2381 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 inzake het verbeteren van het genderevenwicht bij bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen en daarmee samenhangende maatregelen (PB L 315 van 7.12.2022, blz. 44).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">28</STRING> Richtlijn (EU) 2022/2381 van het Europees Parlement en de Raad van 23 november 2022 inzake het verbeteren van het genderevenwicht bij bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen en daarmee samenhangende maatregelen (PB L 315 van 7.12.2022, blz. 44).</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">29</STRING> Richtlijn (EU) 2023/970 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen (PB L 132 van 17.5.2023, blz. 21).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">29</STRING> Richtlijn (EU) 2023/970 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 ter versterking van de toepassing van het beginsel van gelijke beloning van mannen en vrouwen voor gelijke of gelijkwaardige arbeid door middel van beloningstransparantie en handhavingsmechanismen (PB L 132 van 17.5.2023, blz. 21).</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">29 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Richtlijn (EU) 2024/1500 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling en gelijke kansen voor vrouwen en mannen in arbeid en beroep, en tot wijziging van Richtlijnen 2006/54/EG en 2010/41/EU (PB L, 2024/1500, 29.5.2024, ELI: </STRING></STRING><STRING ITALIC="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1500/oj</STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">).</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">30</STRING> COM(2021) <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">762 final</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">30</STRING> COM(2021)<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">0762</STRING></STRING>.</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">30 bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> COM(2023)0512.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">30 ter</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> COM(2024)0014.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">30 quater</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> COM(2024)0132.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		5</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(6)</NO.P>Het Europees Semester combineert verschillende instrumenten in een overkoepelend kader voor geïntegreerde multilaterale coördinatie en bewaking van het economisch en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">werkgelegenheidsbeleid</STRING></STRING> binnen de Unie. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij het streven naar ecologische duurzaamheid, productiviteit, rechtvaardigheid en macro-economische stabiliteit integreert</STRING></STRING> het Europees Semester de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en het monitoringinstrument daarvan,</STRING></STRING> het sociaal scorebord<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarmee ook een analyse mogelijk is van de risico’s en uitdagingen</STRING></STRING> voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">opwaartse </STRING></STRING>sociale convergentie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in de Unie</STRING></STRING>, en voorziet in nauwe samenwerking met de sociale partners, het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden. Het draagt ook bij tot de verwezenlijking van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">duurzameontwikkelingsdoelen</STRING></STRING>. Het economisch en werkgelegenheidsbeleid van de Unie en de lidstaten moet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gepaard gaan</STRING></STRING> met de rechtvaardige transitie van de Unie naar een klimaatneutrale, ecologisch duurzame en digitale economie, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">versterking van</STRING></STRING> het concurrentievermogen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarborging van adequate arbeidsvoorwaarden</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bevordering van</STRING></STRING> innovatie, sociale rechtvaardigheid, gelijke kansen en opwaartse sociaal-economische convergentie, en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het aanpakken van</STRING></STRING> ongelijkheden en regionale verschillen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(6)</NO.P>Het Europees Semester combineert verschillende instrumenten in een overkoepelend kader voor geïntegreerde multilaterale coördinatie en bewaking van het economisch<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, werkgelegenheids-, sociaal</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">milieubeleid</STRING></STRING> binnen de Unie.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> In het kader van haar geïntegreerde analyse van de ontwikkelingen op sociaal en werkgelegenheidsgebied in het kader van</STRING></STRING> het Europees Semester<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> beoordeelt de Commissie de sociaaleconomische belemmeringen voor opwaartse sociale convergentie in de lidstaten en monitort zij de vooruitgang bij de uitvoering van</STRING></STRING> de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op basis van</STRING></STRING> het sociaal scorebord<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de beginselen van het kader</STRING></STRING> voor sociale convergentie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij het streven naar ecologische duurzaamheid, productiviteit</STRING></STRING>,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> rechtvaardigheid</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">macro-economische stabiliteit </STRING></STRING>voorziet<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> het Europees Semester</STRING></STRING> in nauwe samenwerking met de sociale partners, het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden. Het draagt ook bij tot de verwezenlijking van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">SDG’s, waaronder SDG 5 inzake gendergelijkheid. In alle fasen van de economische governance moet uitvoering gegeven worden aan maatregelen ter bevordering van gendergelijkheid</STRING></STRING>. Het economisch en werkgelegenheidsbeleid van de Unie en de lidstaten moet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in lijn zijn</STRING></STRING> met de rechtvaardige transitie van de Unie naar een klimaatneutrale, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">sociaal inclusieve, </STRING></STRING>ecologisch duurzame en digitale economie, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en moet erop gericht zijn</STRING></STRING> het concurrentievermogen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te versterken</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de productiviteit te verhogen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">goede lonen en behoorlijke arbeidsomstandigheden te waarborgen,</STRING></STRING> innovatie, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">democratie op het werk, de sociale dialoog en collectieve onderhandelingen te bevorderen, </STRING></STRING>sociale rechtvaardigheid, gelijke kansen en opwaartse sociaal-economische convergentie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te stimuleren</STRING></STRING>,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> kinderen</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">jongeren te ondersteunen en in hen te investeren,</STRING></STRING> ongelijkheden en regionale verschillen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> aan te pakken en armoede uit te bannen</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		6</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 7 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Klimaatverandering en andere milieugerelateerde uitdagingen, de noodzaak om te zorgen voor een eerlijke groene transitie, energieonafhankelijkheid, groter concurrentievermogen van nettonul-industrieën en de noodzaak om de open strategische autonomie van Europa veilig te stellen, evenals digitalisering, artificiële intelligentie, een toename van telewerken, de platformeconomie en demografische veranderingen, veranderen de Europese economieën en samenlevingen ingrijpend. De Unie en haar lidstaten moeten samenwerken om dergelijke structurele ontwikkelingen effectief en proactief aan te pakken en de bestaande systemen en het daarmee samenhangende beleid zo nodig aan te passen, rekening houdend met de sterke onderlinge afhankelijkheid van de economieën en arbeidsmarkten van de lidstaten. Daartoe is een gecoördineerd, ambitieus en effectief beleid op nationaal en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Unieniveau</STRING></STRING> vereist dat de rol van de sociale partners erkent, in overeenstemming is met het VWEU en met de bepalingen van de Unie betreffende economische governance, en rekening houdt met de Europese pijler van sociale rechten. Dit beleid moet duurzame investeringen stimuleren in alle EU-regio’s en ervoor zorgen dat opnieuw wordt ingezet op goed gefaseerde hervormingen en investeringen die duurzame en inclusieve economische groei, het scheppen van hoogwaardige banen, productiviteit, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">adequate arbeidsvoorwaarden</STRING></STRING>, sociale en territoriale cohesie, opwaartse sociaal-economische convergentie, veerkracht en budgettaire verantwoordelijkheid bevorderen.</P></OLD><NEW><P>Klimaatverandering<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, biodiversiteitsverlies</STRING></STRING> en andere milieugerelateerde uitdagingen, de noodzaak om te zorgen voor een eerlijke groene transitie, energieonafhankelijkheid, groter concurrentievermogen van nettonul-industrieën en de noodzaak om de open strategische autonomie van Europa veilig te stellen, evenals digitalisering, artificiële intelligentie, een toename van telewerken, de platformeconomie en demografische veranderingen, veranderen de Europese economieën en samenlevingen ingrijpend. De Unie en haar lidstaten moeten samenwerken om dergelijke structurele ontwikkelingen effectief en proactief aan te pakken en de bestaande systemen en het daarmee samenhangende beleid zo nodig aan te passen, rekening houdend met de sterke onderlinge afhankelijkheid van de economieën en arbeidsmarkten van de lidstaten. Daartoe is een gecoördineerd, ambitieus en effectief beleid op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Unie-, </STRING></STRING>nationaal en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">regionaal niveau</STRING></STRING> vereist dat de rol van de sociale partners erkent<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en de betrokkenheid van de sociale partners waarborgt</STRING></STRING>, in overeenstemming is met het VWEU en met de bepalingen van de Unie betreffende economische governance, en rekening houdt met de Europese pijler van sociale rechten. Dit beleid moet duurzame investeringen stimuleren in alle EU-regio’s en ervoor zorgen dat opnieuw wordt ingezet op goed gefaseerde hervormingen en investeringen die duurzame en inclusieve economische groei, het scheppen van hoogwaardige banen, productiviteit, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">behoorlijke arbeidsomstandigheden</STRING></STRING>, sociale en territoriale cohesie, opwaartse sociaal-economische convergentie, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">sociale rechtvaardigheid, gelijke kansen, </STRING></STRING>veerkracht en budgettaire<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en maatschappelijke</STRING></STRING> verantwoordelijkheid bevorderen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		7</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 11</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(11)</NO.P>Naar aanleiding van de Russische invasie van Oekraïne heeft de Europese Raad in zijn conclusies van 24 februari 2022 het optreden van Rusland, dat erop gericht is de Europese en mondiale veiligheid en stabiliteit te ondermijnen, veroordeeld, zijn solidariteit met de Oekraïense bevolking betuigd en gewezen op de schending door Rusland van het internationaal recht en de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties. In de huidige context biedt tijdelijke bescherming, zoals verleend bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad en verlengd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2409 van de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">37</STRING>, snelle en doeltreffende bijstand in landen van de Unie aan ontheemden die de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne ontvluchten, en biedt deze ontheemden in de hele Unie minimumrechten die een passend niveau van bescherming bieden. Door deel te nemen aan de Europese arbeidsmarkten kunnen ontheemden uit Oekraïne blijven bijdragen aan een sterkere economie in de Unie en in hun land, en de mensen in hun thuisland ondersteunen. In de toekomst kunnen de opgedane ervaring en verworven vaardigheden bijdragen tot de wederopbouw van Oekraïne. Voor niet-begeleide kinderen en tieners verleent tijdelijke bescherming het recht op wettelijke voogdij en op onderwijs en opvang voor kinderen. De lidstaten moeten de sociale partners blijven betrekken bij het ontwerp, de uitvoering en de evaluatie van beleidsmaatregelen die gericht zijn op het aanpakken van de uitdagingen op het gebied van werkgelegenheid en vaardigheden, waaronder de erkenning van kwalificaties van ontheemden uit Oekraïne. De sociale partners spelen een belangrijke rol bij het verzachten van de gevolgen van die oorlog voor het behoud van werkgelegenheid en productie.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(11)</NO.P>Naar aanleiding van de Russische invasie van Oekraïne heeft de Europese Raad in zijn conclusies van 24 februari 2022 het optreden van Rusland, dat erop gericht is de Europese en mondiale veiligheid en stabiliteit te ondermijnen, veroordeeld, zijn solidariteit met de Oekraïense bevolking betuigd en gewezen op de schending door Rusland van het internationaal recht en de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties. In de huidige context biedt tijdelijke bescherming, zoals verleend bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad en verlengd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2409 van de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">37</STRING>, snelle en doeltreffende bijstand in landen van de Unie aan ontheemden die de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne ontvluchten, en biedt deze ontheemden in de hele Unie minimumrechten die een passend niveau van bescherming bieden.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Dergelijke bijstand moet overeenkomstig Richtlijn 2001/55/EG van de Raad</STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">37bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> worden uitgebreid tot alle ontheemden en vluchtelingen die de oorlog in Oekraïne ontvluchten.</STRING></STRING> Door deel te nemen aan de Europese arbeidsmarkten kunnen ontheemden uit Oekraïne blijven bijdragen aan een sterkere economie in de Unie en in hun land, en de mensen in hun thuisland ondersteunen. In de toekomst kunnen de opgedane ervaring en verworven vaardigheden bijdragen tot de wederopbouw van Oekraïne. Voor niet-begeleide kinderen en tieners verleent tijdelijke bescherming het recht op wettelijke voogdij en op onderwijs en opvang voor kinderen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten moeten ervoor zorgen dat bij de tenuitvoerlegging van de Europese kindergarantie gewaarborgd wordt dat kinderen die Oekraïne zijn ontvlucht op voet van gelijkheid met hun leeftijdsgenoten in de gastlanden toegang hebben tot gratis diensten. </STRING></STRING>De lidstaten moeten de sociale partners blijven betrekken bij het ontwerp, de uitvoering en de evaluatie van beleidsmaatregelen die gericht zijn op het aanpakken van de uitdagingen op het gebied van werkgelegenheid en vaardigheden, waaronder de erkenning van kwalificaties van ontheemden uit Oekraïne. De sociale partners spelen een belangrijke rol bij het verzachten van de gevolgen van die oorlog voor het behoud van werkgelegenheid en productie.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">37</STRING> Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PB L 71 van 4.3.2022, blz. 1) en Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2409 van de Raad van 19 oktober 2023 tot verlenging van de tijdelijke bescherming zoals ingevoerd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">37</STRING> Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van de Raad van 4 maart 2022 tot vaststelling van het bestaan van een massale toestroom van ontheemden uit Oekraïne in de zin van artikel 5 van Richtlijn 2001/55/EG, en tot invoering van tijdelijke bescherming naar aanleiding daarvan (PB L 71 van 4.3.2022, blz. 1) en Uitvoeringsbesluit (EU) 2023/2409 van de Raad van 19 oktober 2023 tot verlenging van de tijdelijke bescherming zoals ingevoerd bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"><STRING SUPERSCRIPT="on">37bis</STRING></STRING></STRING><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Richtlijn 2001/55/EG van de Raad van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen (PB L 212 van 7.8.2001, blz. 12).</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		8</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 12 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Bij hervormingen van de arbeidsmarkt, inclusief de nationale loonvormingsmechanismen, moeten de nationale praktijken op het gebied van de sociale dialoog en de autonomie van de sociale partners worden geëerbiedigd om eerlijke lonen mogelijk te maken die voor een fatsoenlijke levensstandaard, duurzame groei en opwaartse sociaal-economische convergentie kunnen zorgen. Dergelijke hervormingen moeten een breed beraad over sociaal-economische factoren mogelijk maken, waaronder verbeteringen op het gebied van duurzaamheid, concurrentievermogen, innovatie, het scheppen van hoogwaardige banen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">arbeidsvoorwaarden</STRING></STRING>, de bestrijding van armoede onder werkenden, onderwijs, opleiding en vaardigheden, volksgezondheid, sociale bescherming en inclusie, alsmede reële inkomens. Het belang van de sociale dialoog bij het aanpakken van uitdagingen op het gebied van werkgelegenheid, waaronder tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden, werd opnieuw bevestigd op de top van Hertoginnedal van 2024.</P></OLD><NEW><P>Bij hervormingen van de arbeidsmarkt, inclusief de nationale loonvormingsmechanismen, moeten de nationale praktijken op het gebied van de sociale dialoog<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, collectieve onderhandelingen</STRING></STRING> en de autonomie van de sociale partners worden geëerbiedigd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en versterkt</STRING></STRING> om eerlijke lonen mogelijk te maken die voor een fatsoenlijke levensstandaard, duurzame groei en opwaartse sociaal-economische <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en territoriale </STRING></STRING>convergentie kunnen zorgen. Dergelijke hervormingen moeten een breed beraad over sociaal-economische factoren mogelijk maken, waaronder verbeteringen op het gebied van duurzaamheid, concurrentievermogen, innovatie, het scheppen van hoogwaardige banen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">behoorlijke arbeidsomstandigheden, democratie op het werk, gendergelijkheid</STRING></STRING>, de bestrijding van armoede onder werkenden, onderwijs, opleiding en vaardigheden, volksgezondheid, sociale bescherming en inclusie, alsmede reële inkomens<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De lidstaten moeten Richtlijn (EU) 2022/2041 onverwijld uitvoeren. De lidstaten wordt verzocht op doeltreffende en grondige wijze uitvoering te geven aan Richtlijn (EU) 2023/970 en in dat kader maatregelen te nemen om beloningstransparantie te waarborgen, toezichtsbeleid uit te voeren en bedrijven te stimuleren actieplannen voor gelijke beloning uit te voeren</STRING></STRING>. Het belang van de sociale dialoog bij het aanpakken van uitdagingen op het gebied van werkgelegenheid, waaronder tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden, werd opnieuw bevestigd op de top van Hertoginnedal van 2024.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		9</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 12 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>De herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere Uniefondsen ondersteunen de lidstaten bij de uitvoering van hervormingen en investeringen die in overeenstemming zijn met de prioriteiten van de Unie, waardoor de economieën en samenlevingen van de Unie duurzamer en veerkrachtiger worden en beter voorbereid zijn op de groene en de digitale transitie in de veranderlijke context na de COVID-19-pandemie. De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft de reeds bestaande sociaal-economische problemen nog verergerd, omdat vooral huishoudens met een laag inkomen getroffen werden door de hogere energieprijzen. De lidstaten en de Unie moeten ervoor blijven zorgen dat de sociale, werkgelegenheids- en economische gevolgen worden beperkt en dat de transities sociaal rechtvaardig en billijk verlopen, ook in het licht van het feit dat versterking van de open strategische autonomie en de versnelling van de groene transitie zullen helpen minder afhankelijk te worden van de invoer van energie en andere strategische producten en technologieën, met name uit Rusland. Het bevorderen van de veerkracht en het streven naar een inclusieve en veerkrachtige samenleving waarin mensen worden beschermd, maar tevens kunnen anticiperen op veranderingen en ermee om kunnen gaan, en waarin zij actief aan de samenleving en de economie kunnen deelnemen, zijn essentieel.</P></OLD><NEW><P>De herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere Uniefondsen ondersteunen de lidstaten bij de uitvoering van hervormingen en investeringen die in overeenstemming zijn met de prioriteiten van de Unie, waardoor de economieën en samenlevingen van de Unie duurzamer en veerkrachtiger worden en beter voorbereid zijn op de groene en de digitale transitie in de veranderlijke context na de COVID-19-pandemie. De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft de reeds bestaande sociaal-economische problemen nog verergerd, omdat vooral huishoudens met een laag inkomen getroffen werden door de hogere energieprijzen. De lidstaten en de Unie moeten ervoor blijven zorgen dat de sociale, werkgelegenheids- en economische gevolgen worden beperkt en dat de transities sociaal rechtvaardig en billijk verlopen, ook in het licht van het feit dat versterking van de open strategische autonomie en de versnelling van de groene transitie zullen helpen minder afhankelijk te worden van de invoer van energie en andere strategische producten en technologieën, met name uit Rusland. Het bevorderen van de veerkracht en het streven naar een inclusieve en veerkrachtige samenleving waarin mensen worden beschermd, maar tevens kunnen anticiperen op veranderingen en ermee om kunnen gaan, en waarin zij actief aan de samenleving en de economie kunnen deelnemen, zijn essentieel. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om die reden moet op het niveau van de Unie en op nationaal niveau worden gewerkt aan het versterken van democratie op het werk.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		10</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 12 – alinea 3</STRING></STI.AMD><OLD><P>Er is samenhangend actief arbeidsmarktbeleid nodig, bestaande uit tijdelijke en gerichte aanwervings- en transitiestimulansen, vaardigheidsbeleid, waaronder leren voor de groene transitie en duurzame ontwikkeling, en gerichte, doeltreffende en aanpasbare diensten voor arbeidsvoorziening, om de transities op de arbeidsmarkt te ondersteunen en het onbenutte arbeidsmarktpotentieel volledig te benutten, ook in lijn met de aanpak van actieve inclusie en in het licht van de groene en de digitale transformatie, zoals onder andere benadrukt in de verklaring van Terhulpen over de toekomst van de Europese pijler van sociale rechten<STRING SUPERSCRIPT="on">38</STRING>. Passende arbeidsvoorwaarden, waaronder gezondheid en veiligheid op het werk en de lichamelijke en geestelijke gezondheid van werknemers, moeten worden gewaarborgd.</P></OLD><NEW><P>Er is samenhangend actief arbeidsmarktbeleid nodig, bestaande uit tijdelijke en gerichte aanwervings- en transitiestimulansen, vaardigheidsbeleid, waaronder leren voor de groene transitie en duurzame ontwikkeling, en gerichte, doeltreffende en aanpasbare diensten voor arbeidsvoorziening, om de transities op de arbeidsmarkt te ondersteunen en het onbenutte arbeidsmarktpotentieel volledig te benutten, ook in lijn met de aanpak van actieve inclusie en in het licht van de groene en de digitale transformatie, zoals onder andere benadrukt in de verklaring van Terhulpen over de toekomst van de Europese pijler van sociale rechten<STRING SUPERSCRIPT="on">38</STRING>. Passende arbeidsvoorwaarden, waaronder gezondheid en veiligheid op het werk en de lichamelijke en geestelijke gezondheid van werknemers, moeten worden gewaarborgd. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Er is dan ook dringend behoefte aan een pakket der bevordering van hoogwaardige werkgelegenheid, bestaande uit onder meer wetgevingsinitiatieven inzake behoorlijke arbeidsomstandigheden in verband met telewerken, het recht om niet bereikbaar te zijn en artificiële intelligentie (AI) op de werkplek; een herziening van de richtlijnen inzake overheidsopdrachten om ervoor te zorgen dat zij collectieve onderhandelingen bevorderen; een “vision zero”-aanpak, met als doel het voorkomen van werkgerelateerde sterfgevallen, in het kader waarvan onder meer maatregelen worden genomen ter vermindering van de risico’s voor werknemers in verband met extreme weersomstandigheden als gevolg van klimaatverandering, evenals maatregelen ter vermindering van psychosociale risico’s op de werkplek; een kaderrichtlijn betreffende een minimuminkomensregeling; een verhoging van de begroting van de Europese kindergarantie tot ten minste 20 miljard EUR; klimaatbestendige vangnetten in het kader waarvan klimaatadaptatie wordt geïntegreerd in socialebeschermingsprogramma’s en een kader voor vraaggestuurde directe werkgelegenheidsinitiatieven ter ondersteuning van de integratie op de arbeidsmarkt van werknemers die nadelen ondervinden ten gevolge van veranderingen op de arbeidsmarkt of die langdurig werkloos zijn.</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">38</STRING> Verklaring van Terhulpen over de toekomst van de Europese pijler van sociale rechten, Terhulpen, België, 16 april 2024.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">38</STRING> Verklaring van Terhulpen over de toekomst van de Europese pijler van sociale rechten, Terhulpen, België, 16 april 2024.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		11</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 13 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Het is zaak alle vormen van discriminatie te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bestrijden</STRING></STRING>, de gelijkheid van vrouwen en mannen te waarborgen en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de </STRING></STRING>werkgelegenheid voor jongeren te bevorderen. Gelijke toegang en gelijke kansen voor iedereen moeten worden gewaarborgd en armoede en sociale uitsluiting, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met name van</STRING></STRING> kinderen, personen met een handicap<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en</STRING></STRING> de Roma, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten worden teruggedrongen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in het bijzonder</STRING></STRING> door te zorgen voor een doeltreffende werking van de arbeidsmarkten en passende en inclusieve stelsels voor sociale bescherming, zoals uiteengezet in de aanbeveling van de Raad van 8 november 2019 en de aanbeveling van de Raad van 30 januari 2023<STRING SUPERSCRIPT="on">39</STRING>. Daarnaast moeten belemmeringen voor inclusief en toekomstgericht onderwijs, opleiding, een leven lang leren en arbeidsmarktparticipatie worden weggenomen en moeten de lidstaten investeren in voor- en vroegschoolse educatie en opvang, in overeenstemming met de Europese kindergarantie en de aanbeveling van de Raad over voor- en vroegschoolse educatie en opvang (de “doelstellingen van Barcelona voor 2030”), in het aantrekkelijker en inclusiever maken van beroepsonderwijs en -opleiding, in overeenstemming met de aanbeveling van de Raad inzake beroepsonderwijs en -opleiding, en in digitale en groene vaardigheden, in overeenstemming met het actieplan voor digitaal onderwijs en de aanbeveling van de Raad inzake leren voor de groene transitie en duurzame ontwikkeling en de aanbeveling van de Raad over trajecten naar succes op school. Toegang tot betaalbare huisvesting, waaronder via sociale huisvesting, is een noodzakelijke voorwaarde om gelijke kansen te garanderen. Tijdige en gelijke toegang tot betaalbare hoogwaardige langdurige zorg, in overeenstemming met de aanbeveling van de Raad over toegang tot betaalbare hoogwaardige langdurige zorg, en tot gezondheidsdiensten, met inbegrip van preventie, en bevordering van de gezondheidszorg, zijn bijzonder relevant, gelet op potentiële toekomstige gezondheidsrisico’s en in een vergrijzende samenleving.</P></OLD><NEW><P>Het is zaak alle vormen van discriminatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uit </STRING></STRING>te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bannen</STRING></STRING>, de gelijkheid van vrouwen en mannen te waarborgen en werkgelegenheid voor jongeren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en voor personen ouder dan vijftig jaar </STRING></STRING>te bevorderen. Gelijke toegang en gelijke kansen voor iedereen moeten worden gewaarborgd en armoede en sociale uitsluiting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> moeten worden uitgebannen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarbij bijzondere aandacht moet worden geschonken aan kwetsbare groepen, te weten</STRING></STRING> kinderen, personen met een handicap<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alleenstaande ouders, etnische minderheden, zoals</STRING></STRING> de Roma, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lhbtiqa+-personen, inwoners van afgelegen en plattelandsgebieden</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en ouderen. Dit moet met name gebeuren</STRING></STRING> door te zorgen voor een doeltreffende werking van de arbeidsmarkten en passende en inclusieve stelsels voor sociale bescherming, zoals uiteengezet in de aanbeveling van de Raad van 8 november 2019 en de aanbeveling van de Raad van 30 januari 2023<STRING SUPERSCRIPT="on">39</STRING>. Daarnaast moeten belemmeringen voor inclusief en toekomstgericht onderwijs, opleiding<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, herscholing</STRING></STRING>, een leven lang leren en arbeidsmarktparticipatie worden weggenomen en moeten de lidstaten investeren in voor- en vroegschoolse educatie en opvang, in overeenstemming met de Europese kindergarantie en de aanbeveling van de Raad over voor- en vroegschoolse educatie en opvang (de “doelstellingen van Barcelona voor 2030”), in het aantrekkelijker en inclusiever maken van beroepsonderwijs en -opleiding, in overeenstemming met de aanbeveling van de Raad inzake beroepsonderwijs en -opleiding, en in digitale en groene vaardigheden, in overeenstemming met het actieplan voor digitaal onderwijs en de aanbeveling van de Raad inzake leren voor de groene transitie en duurzame ontwikkeling en de aanbeveling van de Raad over trajecten naar succes op school. Toegang tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">behoorlijke en </STRING></STRING>betaalbare huisvesting, waaronder via sociale huisvesting, is een noodzakelijke voorwaarde om gelijke kansen te garanderen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Daarom moeten de Unie en de lidstaten de nodige maatregelen nemen om eraan bij te dragen dat er voor iedereen betaalbare huisvesting beschikbaar is. Dakloosheid is een van de meest extreme vormen van sociale uitsluiting en heeft negatieve gevolgen voor de fysieke en mentale gezondheid en het welzijn van mensen en voor hun kwaliteit van leven, evenals voor hun kansen op werk en toegang tot financiële vangnetten en maatschappelijke dienstverlening.</STRING></STRING> Tijdige en gelijke toegang tot betaalbare hoogwaardige langdurige zorg, in overeenstemming met de aanbeveling van de Raad over toegang tot betaalbare hoogwaardige langdurige zorg, en tot gezondheidsdiensten, met inbegrip van preventie, en bevordering van de gezondheidszorg, zijn bijzonder relevant, gelet op potentiële toekomstige gezondheidsrisico’s en in een vergrijzende samenleving. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Daarnaast is het noodzakelijk om de vaststelling aan te moedigen van maatregelen die gericht zijn op vermindering van de bestaande koopkrachtverschillen tussen regio’s en binnen de lidstaten, omdat een inclusievere sociaal-economische convergentie kan leiden tot een eerlijker verdeling van kansen in de Unie. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan onderbetaalde beroepsgroepen, zoals leerkrachten en andere beroepsbeoefenaren in het onderwijs, werknemers in de sociale zorg en de gezondheidszorg, en werknemers in de vervoerssector en de landbouw. Ten slotte moeten de lidstaten ervoor zorgen dat programma’s die erop gericht zijn de kennis over en de waardering voor de grondbeginselen van de Unie, zoals democratie, mensenrechten en de rechtsstaat te vergroten, deel uitmaken van de academische curricula, om jongeren te informeren over de Europese democratie en hun democratische participatie te stimuleren.</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">39</STRING> Aanbeveling van de Raad van 30 januari 2023 over een toereikend minimuminkomen met het oog op actieve inclusie (PB C 41 van 3.2.2023, blz. 1).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">39</STRING> Aanbeveling van de Raad van 30 januari 2023 over een toereikend minimuminkomen met het oog op actieve inclusie (PB C 41 van 3.2.2023, blz. 1).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		12</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 13 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>Het potentieel van personen met een handicap om bij te dragen tot economische groei en sociale ontwikkeling moet verder worden benut, in overeenstemming met de strategie inzake de rechten van personen met een handicap<STRING SUPERSCRIPT="on">40</STRING>, waarin de lidstaten werd verzocht doelstellingen voor werkgelegenheid en volwassenenonderwijs vast te stellen voor personen met een handicap. In het strategisch EU-kader voor de Roma wordt de capaciteit binnen de gemarginaliseerde Roma-gemeenschappen benadrukt om tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden te verminderen en met behulp van dit kader wordt ernaar gestreefd de werkgelegenheidskloof tussen de Roma en de algemene bevolking met minstens de helft te verkleinen<STRING SUPERSCRIPT="on">41</STRING>. Nieuwe technologieën en veranderende werkomgevingen in de hele Unie maken flexibelere werkregelingen, een betere productiviteit en een beter evenwicht tussen werk en privéleven mogelijk, en dragen tegelijkertijd bij tot de verwezenlijking van de groene verbintenissen van de Unie. Die ontwikkelingen brengen ook nieuwe uitdagingen met zich mee voor de arbeidsmarkten, die van invloed zijn op de arbeidsomstandigheden, de gezondheid en veiligheid op het werk en de daadwerkelijke toegang tot passende sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat nieuwe vormen van arbeidsorganisatie zich vertalen in hoogwaardige banen en passende gezonde en veilige werkplekken en arbeidsomstandigheden, evenals een passend evenwicht tussen werk en privéleven, waarbij gevestigde arbeids- en sociale rechten worden gehandhaafd en het Europese sociale model wordt versterkt.</P></OLD><NEW><P>Het potentieel van personen met een handicap om bij te dragen tot economische groei en sociale ontwikkeling moet verder worden benut, in overeenstemming met de strategie inzake de rechten van personen met een handicap<STRING SUPERSCRIPT="on">40</STRING>, waarin de lidstaten werd verzocht doelstellingen voor werkgelegenheid en volwassenenonderwijs vast te stellen voor personen met een handicap. In het strategisch EU-kader voor de Roma wordt de capaciteit binnen de gemarginaliseerde Roma-gemeenschappen benadrukt om tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden te verminderen en met behulp van dit kader wordt ernaar gestreefd de werkgelegenheidskloof tussen de Roma en de algemene bevolking met minstens de helft te verkleinen<STRING SUPERSCRIPT="on">41</STRING>. Nieuwe technologieën en veranderende werkomgevingen in de hele Unie maken flexibelere werkregelingen, een betere productiviteit en een beter evenwicht tussen werk en privéleven mogelijk, en dragen tegelijkertijd bij tot de verwezenlijking van de groene verbintenissen van de Unie. Die ontwikkelingen brengen ook nieuwe uitdagingen met zich mee voor de arbeidsmarkten, die van invloed zijn op de arbeidsomstandigheden, de gezondheid en veiligheid op het werk en de daadwerkelijke toegang tot passende sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat nieuwe vormen van arbeidsorganisatie zich vertalen in hoogwaardige banen en passende gezonde en veilige werkplekken en arbeidsomstandigheden, evenals een passend evenwicht tussen werk en privéleven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en actief en gezond ouder worden</STRING></STRING>, waarbij gevestigde arbeids- en sociale rechten worden gehandhaafd en het Europese sociale model wordt versterkt.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">40</STRING> COM(2021) 101 final.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">40</STRING> COM(2021)0101.</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">41</STRING> Een Unie van gelijkheid: strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma (COM(2020) 620 final).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">41</STRING> Een Unie van gelijkheid: strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma (COM(2020)0620).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		13</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 5 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten zouden een duurzame sociale markteconomie actief moeten bevorderen en investeringen in het scheppen van hoogwaardige banen faciliteren en ondersteunen. Hierbij zouden zij ook het potentieel van de digitale en de groene transitie moeten benutten, in het licht van de EU-kerndoelen en de nationale streefcijfers inzake werkgelegenheid voor 2030. Daartoe zouden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zij</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">belemmeringen</STRING></STRING> moeten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wegnemen waarmee bedrijven bij het werven van personeel geconfronteerd worden</STRING></STRING>, verantwoord ondernemerschap en echte zelfstandige arbeid bevorderen en vooral de oprichting en groei van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen ondersteunen, onder andere via toegang tot financiering. De lidstaten zouden de ontwikkeling van de sociale economie, met inbegrip van sociale ondernemingen, actief moeten bevorderen en het volledige potentieel ervan benutten. Zij zouden relevante maatregelen en strategieën moeten ontwikkelen voor de sociale economie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> sociale innovatie stimuleren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en</STRING></STRING> bedrijfsmodellen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanmoedigen</STRING></STRING> die hoogwaardige werkgelegenheid creëren en sociale welvaart genereren, met name op lokaal niveau, waaronder in de circulaire economie en in gebieden die het zwaarst getroffen worden door de transitie naar een groene economie, onder meer door gerichte financiële en technische ondersteuning.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten zouden een duurzame sociale markteconomie actief moeten bevorderen en investeringen in het scheppen van hoogwaardige banen faciliteren en ondersteunen. Hierbij zouden zij ook het potentieel van de digitale en de groene transitie moeten benutten, in het licht van de EU-kerndoelen en de nationale streefcijfers inzake werkgelegenheid voor 2030. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Als er adequaat wordt geanticipeerd op de overgang naar duurzame, hernieuwbare en circulaire economieën en er in dit kader voldoende financiering beschikbaar wordt gesteld, kunnen in de meeste sectoren aanzienlijke aantallen nieuwe banen worden gecreëerd en kunnen bestaande banen worden omgezet in groene en duurzame banen.</STRING></STRING> Daartoe zouden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de lidstaten</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aanwerving van personeel door bedrijven</STRING></STRING> moeten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vergemakkelijken, aanzienlijke investeringen moeten doen in de groene transitie, en beroepsonderwijs en beroepsopleiding</STRING></STRING>, verantwoord ondernemerschap en echte zelfstandige arbeid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten </STRING></STRING>bevorderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer onder vrouwen, jongeren, ouderen</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">andere achtergestelde groepen. Zij zouden </STRING></STRING>vooral de oprichting en groei van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> moeten</STRING></STRING> ondersteunen, onder andere via <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betere </STRING></STRING>toegang tot financiering. De lidstaten zouden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het EU-actieplan voor de sociale economie en de Europese Green Deal volledig moeten uitvoeren en </STRING></STRING>de ontwikkeling van de sociale economie, met inbegrip van sociale ondernemingen, actief moeten bevorderen en het volledige potentieel ervan <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten </STRING></STRING>benutten. Zij zouden relevante maatregelen en strategieën moeten ontwikkelen voor de sociale economie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en</STRING></STRING> sociale innovatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten </STRING></STRING>stimuleren<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De lidstaten zouden</STRING></STRING> bedrijfsmodellen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten bevorderen</STRING></STRING> die hoogwaardige werkgelegenheid creëren en sociale welvaart genereren, met name op lokaal niveau, waaronder in de circulaire economie en in gebieden die het zwaarst getroffen worden door de transitie naar een groene economie, onder meer door gerichte financiële en technische ondersteuning.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		14</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 5 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>Om de veerkracht bij mogelijke economische schokken en/of schokken op de arbeidsmarkt te versterken, spelen goed ontworpen werktijdverkortingsregelingen en soortgelijke regelingen een belangrijke rol. Dergelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">regelingen</STRING></STRING> kunnen ook structurele transformaties ondersteunen door herstructureringsprocessen te vergemakkelijken en te ondersteunen en door arbeid te verschuiven van krimpende naar opkomende sectoren, waardoor de productiviteit toeneemt, werkgelegenheid behouden blijft en de economie gemoderniseerd wordt, onder andere via de ontwikkeling van de bijbehorende vaardigheden. Er zouden goed doordachte aanwervings- en transitiestimulansen en bij- en omscholingsmaatregelen moeten worden overwogen om het scheppen van hoogwaardige banen en de transities gedurende het hele beroepsleven te ondersteunen en tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden aan te pakken, ook in het licht van de digitale en de groene transitie, demografische veranderingen en de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne.</P></OLD><NEW><P>Om de veerkracht bij mogelijke economische schokken en/of schokken op de arbeidsmarkt te versterken, spelen goed ontworpen werktijdverkortingsregelingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zoals de regelingen die ontwikkeld zijn in de context van het Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand,</STRING></STRING> en soortgelijke regelingen een belangrijke rol. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten moeten in actie komen om de gevolgen van de huidige en toekomstige crises voor de arbeidsmarkt aan te pakken, waaronder de steeds groter wordende gevolgen van de klimaatverandering, zoals hittegolven, droogtes en bosbranden. </STRING></STRING>Dergelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">werktijdverkortingsregelingen</STRING></STRING> kunnen ook structurele transformaties ondersteunen door herstructureringsprocessen te vergemakkelijken en te ondersteunen en door arbeid te verschuiven van krimpende naar opkomende sectoren, waardoor de productiviteit toeneemt, werkgelegenheid behouden blijft en de economie gemoderniseerd wordt, onder andere via de ontwikkeling van de bijbehorende vaardigheden. Er zouden goed doordachte <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en in nauwe samenwerking met de sociale partners ontwikkelde </STRING></STRING>aanwervings- en transitiestimulansen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, maatregelen op het gebied van een leven lang leren en beroepsonderwijs en beroepsopleiding</STRING></STRING> en bij- en omscholingsmaatregelen moeten worden overwogen om het scheppen van hoogwaardige banen en de transities gedurende het hele beroepsleven te ondersteunen en tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden aan te pakken, ook in het licht van de digitale en de groene transitie, demografische veranderingen en de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanwervingsproblemen en tekorten aan arbeidskrachten komen met name voor in sectoren met moeilijke arbeidsomstandigheden en laagwaardige banen. Het scheppen van hoogwaardige banen en de uitvoering van strategieën om werknemers te behouden zijn derhalve essentieel om geschoolde werknemers aan te trekken. De lidstaten moeten werkgevers aansporen om fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en arbeidsvoorwaarden te waarborgen en in hun personeel te investeren.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		16</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 5 – alinea 4</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten, met inbegrip van die met een wettelijk minimumloon, zouden collectieve loononderhandelingen moeten bevorderen en de sociale partners daarbij effectief betrekken op een transparante en voorspelbare manier, om ervoor te zorgen dat de lonen op passende wijze kunnen worden afgestemd op de ontwikkeling van de productiviteit en om billijke lonen die een behoorlijke levensstandaard garanderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, te bevorderen</STRING></STRING>, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de lagere en middeninkomens om de opwaartse sociaal-economische convergentie te versterken. Loonvormingsmechanismen zouden ook rekening moeten houden met sociaal-economische omstandigheden, met inbegrip van groei van de werkgelegenheid, concurrentievermogen, koopkracht en regionale en sectorale ontwikkelingen. Rekening houdend met de nationale praktijken en de autonomie van de sociale partners, zouden de lidstaten en de sociale partners ervoor moeten zorgen dat alle werknemers een billijk loon krijgen, direct dan wel indirect op basis van collectieve overeenkomsten of een toereikend wettelijk minimumloon. Daarbij moeten zij rekening houden met het effect van het loon op het concurrentievermogen, het scheppen van hoogwaardige banen, de koopkracht en de armoede onder werkenden.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten, met inbegrip van die met een wettelijk minimumloon, zouden collectieve loononderhandelingen moeten bevorderen en de sociale partners daarbij effectief <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten </STRING></STRING>betrekken op een transparante en voorspelbare manier, om ervoor te zorgen dat de lonen op passende wijze kunnen worden afgestemd op de ontwikkeling van de productiviteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">op de lange termijn, de inflatie en de kosten van levensonderhoud, </STRING></STRING>en om billijke lonen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te bevorderen</STRING></STRING> die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle werknemers </STRING></STRING>een behoorlijke levensstandaard garanderen, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de lagere en middeninkomens om de opwaartse sociaal-economische convergentie te versterken. Loonvormingsmechanismen zouden ook rekening moeten houden met sociaal-economische omstandigheden, met inbegrip van groei van de werkgelegenheid, concurrentievermogen, koopkracht en regionale en sectorale ontwikkelingen. Rekening houdend met de nationale praktijken en de autonomie van de sociale partners, zouden de lidstaten en de sociale partners ervoor moeten zorgen dat alle werknemers een billijk loon krijgen, direct dan wel indirect op basis van collectieve overeenkomsten of een toereikend wettelijk minimumloon. Daarbij moeten zij rekening houden met het effect van het loon op het concurrentievermogen, het scheppen van hoogwaardige banen, de koopkracht en de armoede onder werkenden.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		17</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 5 – alinea 4 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om te voorkomen dat bedrijven die Europese steun hebben ontvangen naar elders vertrekken, is het essentieel dat de bestaande regels voor staatssteun en financieringsprogramma’s worden herzien en dat strategische oplossingen worden gevonden die erop gericht zijn de industriële basis in de Unie te behouden. In dit kader moet onder meer de Europese strategische autonomie worden versterkt en moet een robuust Europees industriebeleid worden bevorderd. Bovendien moet de transitie gepaard gaan met sociale en werkgelegenheidsmaatregelen, zodat er een rechtvaardige transitie plaatsvindt in het kader waarvan geen werknemers of gemeenschappen achterblijven.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		18</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 6 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Tegen de achtergrond van de digitale en de groene transitie, demografische veranderingen en de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne zouden de lidstaten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de </STRING></STRING>duurzaamheid, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de </STRING></STRING>productiviteit, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> concurrentievermogen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de</STRING></STRING> inzetbaarheid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> de ontwikkeling van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">menselijk kapitaal moeten vergroten</STRING></STRING> door <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ervoor te zorgen dat </STRING></STRING>mensen in de loop van hun leven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> vaardigheden en competenties opdoen</STRING></STRING> om te kunnen voldoen aan de huidige en toekomstige behoeften op de arbeidsmarkt, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mede</STRING></STRING> in het licht van de EU-kerndoelen en de nationale streefcijfers voor 2030 inzake vaardigheden. De lidstaten zouden ook hun onderwijs- en opleidingsstelsels moeten moderniseren en erin investeren om onderwijs en opleiding die inclusief en van hoge kwaliteit zijn aan te bieden, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ook</STRING></STRING> beroepsonderwijs en -opleiding, om de onderwijsresultaten te verbeteren en te voorzien in de vaardigheden en competenties die nodig zijn voor de groene en de digitale transitie, en om de toegang tot digitaal leren, taalonderwijs (bv. in het geval van vluchtelingen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ook</STRING></STRING> uit Oekraïne, of om de toegang tot de arbeidsmarkt in grensoverschrijdende regio’s te vergemakkelijken) en het verwerven van ondernemersvaardigheden te verzekeren. De lidstaten zouden moeten samenwerken met de sociale partners, de aanbieders van onderwijs en opleiding, het bedrijfsleven en andere belanghebbenden, mede in de context van het actieplan om tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden aan te pakken dat in maart 2024 is voorgesteld door de Commissie, om structurele zwakke punten in de onderwijs- en opleidingsstelsels weg te werken en de kwaliteit en relevantie daarvan voor de arbeidsmarkt te verbeteren, onder meer door middel van gerichte financiële en technische ondersteuning. Dit zou ook bijdragen tot het mogelijk maken van de groene en de digitale transitie, het aanpakken van de mismatch tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden en tekorten aan arbeidskrachten, onder andere voor activiteiten die verband houden met de nettonul- en digitale industrieën, met inbegrip van die welke relevant zijn voor de economische zekerheid van de EU, en die welke verband houden met de groene transitie, zoals de uitrol van hernieuwbare energie of de renovatie van gebouwen.</P></OLD><NEW><P>Tegen de achtergrond van de digitale en de groene transitie, demografische veranderingen en de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne zouden de lidstaten duurzaamheid, productiviteit, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inclusiviteit,</STRING></STRING> concurrentievermogen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en</STRING></STRING> inzetbaarheid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten bevorderen, evenals</STRING></STRING> de ontwikkeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en verwerving </STRING></STRING>van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vaardigheden en competenties</STRING></STRING> door mensen in de loop van hun leven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> om te kunnen voldoen aan de huidige en toekomstige behoeften op de arbeidsmarkt, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onder meer</STRING></STRING> in het licht van de EU-kerndoelen en de nationale streefcijfers voor 2030 inzake vaardigheden. De lidstaten zouden ook hun onderwijs- en opleidingsstelsels moeten moderniseren en erin <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten </STRING></STRING>investeren om onderwijs en opleiding die inclusief en van hoge kwaliteit zijn aan te bieden, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waaronder</STRING></STRING> beroepsonderwijs en -opleiding, om de onderwijsresultaten te verbeteren en te voorzien in de vaardigheden en competenties die nodig zijn voor de groene en de digitale transitie, en om de toegang tot digitaal leren, taalonderwijs (bv. in het geval van vluchtelingen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waaronder</STRING></STRING> uit Oekraïne, of om de toegang tot de arbeidsmarkt in grensoverschrijdende regio’s te vergemakkelijken) en het verwerven van ondernemersvaardigheden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waar in de onderwijsplannen tot nu toe geen aandacht voor is,</STRING></STRING> te verzekeren. De lidstaten zouden moeten samenwerken met de sociale partners, de aanbieders van onderwijs en opleiding, het bedrijfsleven en andere belanghebbenden, mede in de context van het actieplan om tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden aan te pakken dat in maart 2024 is voorgesteld door de Commissie, om structurele zwakke punten in de onderwijs- en opleidingsstelsels weg te werken en de kwaliteit en relevantie daarvan voor de arbeidsmarkt te verbeteren, onder meer door middel van gerichte financiële en technische ondersteuning. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het recht op betaald studieverlof voor beroepsdoeleinden moet worden bevorderd, in die zin dat werknemers onder werktijd en zonder kosten een opleiding kunnen volgen, in overeenstemming met de relevante verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie.</STRING></STRING> Dit zou ook bijdragen tot het mogelijk maken van de groene en de digitale transitie, het aanpakken van de mismatch tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden en tekorten aan arbeidskrachten, onder andere voor activiteiten die verband houden met de nettonul- en digitale industrieën, met inbegrip van die welke relevant zijn voor de economische zekerheid van de EU, en die welke verband houden met de groene transitie, zoals de uitrol van hernieuwbare energie of de renovatie van gebouwen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden, waaronder billijke lonen, standaardarbeidsovereenkomsten, toegang tot sociale bescherming, mogelijkheden voor een leven lang leren, gezondheid en veiligheid op het werk, een goed evenwicht tussen werk en privéleven, redelijke arbeidstijden, werknemersvertegenwoordiging, democratie op het werk en collectieve onderhandelingen, vervullen een cruciale rol bij het aantrekken en behouden van geschoolde werknemers.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		19</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 6 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>Er zou bijzondere aandacht moeten worden besteed aan de achteruitgang van de onderwijsprestaties van jongeren, vooral op het gebied van de basisvaardigheden. Er zou actie moeten worden ondernomen om de uitdagingen voor het beroep van leraar aan te pakken, waaronder de aantrekkelijkheid van het beroep, het aanpakken van lerarentekorten en de noodzaak om te investeren in de digitale vaardigheden van leraren en opleiders. Bovendien moeten de onderwijs- en opleidingsstelsels alle lerenden sleutelcompetenties bijbrengen, waaronder basis- en digitale vaardigheden, maar ook transversale competenties en kritisch denken in het licht van de dreiging van desinformatie, om de basis te leggen voor aanpassingsvermogen en veerkracht in het verdere leven en te zorgen dat leerkrachten bereid zijn die vaardigheden bij lerenden te cultiveren. De lidstaten zouden volwassenen in de werkende leeftijd moeten ondersteunen bij de toegang tot opleiding en personen meer stimulansen en motivatie geven om een opleiding te volgen, in voorkomend geval door middel van individuele leerrekeningen, en het waarborgen van de overdraagbaarheid ervan tijdens de transitie op de arbeidsmarkt, alsook door middel van een betrouwbaar systeem voor de beoordeling van de opleidingskwaliteit. De lidstaten zouden het gebruik van microcredentials om een leven lang leren en inzetbaarheid te ondersteunen, moeten onderzoeken. Zij moeten iedereen in staat stellen te anticiperen op de behoeften van de arbeidsmarkt en zich daaraan beter aan te passen, met name door middel van voortdurende bij- en omscholing en het verschaffen van geïntegreerde begeleiding en geïntegreerd advies, met als doel eerlijke en rechtvaardige transities voor iedereen te ondersteunen, de werkgelegenheid en sociale resultaten en productiviteit te versterken, tekorten op de arbeidsmarkt en de mismatch in vaardigheden aan te pakken, de economie in het algemeen schokbestendiger te maken en eventuele aanpassingen te faciliteren.</P></OLD><NEW><P>Er zou bijzondere aandacht moeten worden besteed aan de achteruitgang van de onderwijsprestaties van jongeren, vooral op het gebied van de basisvaardigheden. Er zou actie moeten worden ondernomen om de uitdagingen voor het beroep van leraar aan te pakken, waaronder de aantrekkelijkheid van het beroep, het aanpakken van lerarentekorten en de noodzaak om te investeren in de digitale vaardigheden van leraren en opleiders. Bovendien moeten de onderwijs- en opleidingsstelsels alle lerenden sleutelcompetenties bijbrengen, waaronder basis- en digitale vaardigheden, maar ook transversale competenties en kritisch denken in het licht van de dreiging van desinformatie, om de basis te leggen voor aanpassingsvermogen en veerkracht in het verdere leven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, die nodig zijn voor succesvolle transities, met name in de context van de klimaatverandering,</STRING></STRING> en te zorgen dat leerkrachten bereid zijn die vaardigheden bij lerenden te cultiveren. De lidstaten zouden volwassenen in de werkende leeftijd moeten ondersteunen bij de toegang tot opleiding en personen meer stimulansen en motivatie geven om een opleiding te volgen, in voorkomend geval door middel van individuele leerrekeningen, en het waarborgen van de overdraagbaarheid ervan tijdens de transitie op de arbeidsmarkt, alsook door middel van een betrouwbaar systeem voor de beoordeling van de opleidingskwaliteit. De lidstaten zouden het gebruik van microcredentials om een leven lang leren en inzetbaarheid te ondersteunen, moeten onderzoeken. Zij moeten iedereen in staat stellen te anticiperen op de behoeften van de arbeidsmarkt en zich daaraan beter aan te passen, met name door middel van voortdurende bij- en omscholing en het verschaffen van geïntegreerde begeleiding en geïntegreerd advies, met als doel eerlijke en rechtvaardige transities voor iedereen te ondersteunen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met bijzondere aandacht voor werknemers ouder dan 50 jaar</STRING></STRING>, de werkgelegenheid en sociale resultaten en productiviteit te versterken, tekorten op de arbeidsmarkt en de mismatch in vaardigheden aan te pakken, de economie in het algemeen schokbestendiger te maken en eventuele aanpassingen te faciliteren.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		20</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 6 – alinea 3</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten zouden gelijke kansen voor iedereen moeten bevorderen door ongelijkheden in onderwijs- en opleidingsstelsels aan te pakken, waaronder in termen van regionale dekking. Met name moeten kinderen toegang krijgen tot betaalbare en kwaliteitsvolle voor- en vroegschoolse educatie en opvang, in overeenstemming met de nieuwe “doelstellingen van Barcelona” en de Europese kindergarantie. De lidstaten zouden het algemene kwalificatieniveau moeten verhogen, het aantal vroegtijdige verlaters van onderwijs en opleiding verminderen, gelijke toegang tot onderwijs voor kansarme kinderen en kinderen uit verafgelegen gebieden stimuleren, beroepsonderwijs en -opleiding aantrekkelijker maken, de toegang tot tertiair onderwijs en de voltooiing ervan ondersteunen, en ervoor zorgen dat er meer mensen, en met name vrouwen, afstuderen in wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM), zowel in stelsels voor beroepsonderwijs en -opleiding als in het tertiair onderwijs. Topprestaties en uitmuntendheid in onderwijsresultaten zouden ook moeten worden ondersteund, gezien hun rol in het stimuleren van het toekomstige innovatiepotentieel van de EU. De lidstaten zouden de transitie van onderwijs naar werk voor jongeren moeten vergemakkelijken door middel van hoogwaardige stages en leerlingplaatsen, en de deelname van volwassenen aan bij- en nascholing vergroten, met name onder lerenden uit kansarme milieus en de laagst opgeleiden. Rekening houdend met de nieuwe eisen van een digitale, groene en vergrijzende samenleving zouden de lidstaten het aanbod en het gebruik van flexibel initieel en voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding moeten verbeteren en vergroten, werkplekleren in hun stelsels voor beroepsonderwijs en ‑opleiding een grotere rol geven, onder meer met behulp van toegankelijke, hoogwaardige en doeltreffende leerlingplaatsen, en laaggeschoolde volwassenen ondersteunen om hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te behouden. Voorts zouden de lidstaten de relevantie voor de arbeidsmarkt van tertiair onderwijs en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in voorkomend geval,</STRING></STRING> onderzoek moeten vergroten, de monitoring en prognose van vaardigheden verbeteren, vaardigheden en kwalificaties zichtbaarder en beter vergelijkbaar maken, ook wanneer zij in het buitenland zijn verworven, en zorgen voor een consequenter gebruik van EU-brede classificaties (d.w.z. ESCO) en meer mogelijkheden bieden voor de erkenning en validering van vaardigheden en competenties die buiten formeel onderwijs en formele opleiding zijn verworven, ook voor vluchtelingen en personen met een tijdelijke beschermingsstatus. Naast het aanboren van het onbenutte potentieel van de beroepsbevolking van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> binnen</STRING></STRING> de EU, kan het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aantrekken</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">talent en vaardigheden van buiten de EU via beheerde migratie</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het voorkomen van uitbuitende arbeidsomstandigheden</STRING></STRING> ook bijdragen aan het aanpakken van tekorten aan vaardigheden en arbeidskrachten, waaronder die welke verband houden met de groene en de digitale transitie, zoals in STEM-sectoren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> in de gezondheidszorg en langdurige zorg.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten zouden gelijke kansen voor iedereen moeten bevorderen door ongelijkheden in onderwijs- en opleidingsstelsels aan te pakken, waaronder in termen van regionale dekking. Met name moeten kinderen toegang krijgen tot betaalbare en kwaliteitsvolle voor- en vroegschoolse educatie en opvang, in overeenstemming met de nieuwe “doelstellingen van Barcelona” en de Europese kindergarantie. De lidstaten zouden het algemene kwalificatieniveau moeten verhogen, het aantal vroegtijdige verlaters van onderwijs en opleiding <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten </STRING></STRING>verminderen, gelijke toegang tot onderwijs voor kansarme kinderen en kinderen uit verafgelegen gebieden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> moeten</STRING></STRING> stimuleren, beroepsonderwijs en -opleiding aantrekkelijker <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten </STRING></STRING>maken, de toegang tot tertiair onderwijs en de voltooiing ervan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> moeten</STRING></STRING> ondersteunen, en ervoor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten </STRING></STRING>zorgen dat er meer mensen, en met name vrouwen, afstuderen in wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM), zowel in stelsels voor beroepsonderwijs en -opleiding als in het tertiair onderwijs. Topprestaties en uitmuntendheid in onderwijsresultaten zouden ook moeten worden ondersteund, gezien hun rol in het stimuleren van het toekomstige innovatiepotentieel van de EU. De lidstaten zouden de transitie van onderwijs naar werk voor jongeren moeten vergemakkelijken door middel van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> betaalde</STRING></STRING> hoogwaardige stages en leerlingplaatsen, en de deelname van volwassenen aan bij- en nascholing vergroten, met name onder lerenden uit kansarme milieus en de laagst opgeleiden. Rekening houdend met de nieuwe eisen van een digitale, groene en vergrijzende samenleving zouden de lidstaten het aanbod en het gebruik van flexibel initieel en voortgezet beroepsonderwijs en -opleiding moeten verbeteren en vergroten, werkplekleren in hun stelsels voor beroepsonderwijs en ‑opleiding een grotere rol <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten </STRING></STRING>geven, onder meer met behulp van toegankelijke, hoogwaardige en doeltreffende leerlingplaatsen, en laaggeschoolde volwassenen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten </STRING></STRING>ondersteunen om hun inzetbaarheid op de arbeidsmarkt te behouden. Voorts zouden de lidstaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, in voorkomend geval,</STRING></STRING> de relevantie voor de arbeidsmarkt van tertiair onderwijs en onderzoek moeten vergroten, de monitoring en prognose van vaardigheden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten </STRING></STRING>verbeteren, vaardigheden en kwalificaties zichtbaarder en beter vergelijkbaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> moeten</STRING></STRING> maken, ook wanneer zij in het buitenland zijn verworven, en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten </STRING></STRING>zorgen voor een consequenter gebruik van EU-brede classificaties (d.w.z. ESCO) en meer mogelijkheden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> moeten</STRING></STRING> bieden voor de erkenning en validering van vaardigheden en competenties die buiten formeel onderwijs en formele opleiding zijn verworven, ook voor vluchtelingen en personen met een tijdelijke beschermingsstatus. Naast het aanboren van het onbenutte potentieel van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">binnenlandse </STRING></STRING>beroepsbevolking van de EU, kan het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">creëren</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">legale mogelijkheden voor migratie - waarbij evenwel arbeidsgerelateerde uitbuiting voorkomen moet worden door gelijke behandeling van lokale werknemers</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onderdanen van derde landen te waarborgen -</STRING></STRING> ook bijdragen aan het aanpakken van tekorten aan vaardigheden en arbeidskrachten, waaronder die welke verband houden met de groene en de digitale transitie, zoals in STEM-sectoren <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alsook</STRING></STRING> in de gezondheidszorg en langdurige zorg<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, het onderwijs, het vervoer en de bouw.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten moeten er eveneens op toezien dat arbeidsmigratie niet leidt tot een verslechtering van de bestaande arbeidsomstandigheden van binnenlandse werknemers. Het oprichten van een EU-talentenpool, in combinatie met een ambitieuze omzetting van de richtlijn inzake de Europese blauwe kaart, zou kansen kunnen bieden om tekorten aan arbeidskrachten in verschillende vaardigheidsniveaus en sectoren aan te pakken.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		21</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 6 – alinea 4</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten zouden werklozen en inactieve personen tijdig doeltreffende, gecoördineerde bijstand op maat moeten verlenen in de vorm van hulp bij het zoeken van een baan, opleiding, bij- en omscholing en toegang tot andere ondersteunende diensten, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen en personen die getroffen zijn door de groene en de digitale transitie of schokken op de arbeidsmarkt. Er moet zo snel mogelijk worden voorzien in omvattende strategieën waarbij<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> uiterlijk na 18 maanden werkloosheid</STRING></STRING> een grondige beoordeling van elke werkloze wordt uitgevoerd, om langdurige en structurele werkloosheid sterk terug te dringen en te voorkomen. Er moeten oplossingen worden gezocht voor de jeugdwerkloosheid en jongeren die geen onderwijs of opleiding volgen (NEET’s), door voortijdig verlaten van onderwijs en opleiding te voorkomen en de overgang van school naar werk structureel te verbeteren, onder andere door middel van een volledige uitvoering van de versterkte jongerengarantie, in het bijzonder ter bevordering van hoogwaardige werkgelegenheid voor jongeren. Daarnaast zouden de lidstaten hun inspanningen moeten opvoeren, met name om te benadrukken hoe de groene en de digitale transitie een hernieuwd toekomstperspectief bieden en kansen scheppen voor jongeren op de arbeidsmarkt.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten zouden werklozen en inactieve personen tijdig doeltreffende, gecoördineerde bijstand op maat moeten verlenen in de vorm van hulp bij het zoeken van een baan, opleiding, bij- en omscholing en toegang tot andere ondersteunende diensten, met bijzondere aandacht voor kwetsbare groepen en personen die getroffen zijn door de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">noodzakelijke </STRING></STRING>groene en de<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> noodzakelijke</STRING></STRING> digitale transitie of schokken op de arbeidsmarkt. Er moet zo snel mogelijk worden voorzien in omvattende strategieën waarbij een grondige beoordeling van elke werkloze wordt uitgevoerd, om langdurige en structurele werkloosheid sterk terug te dringen en te voorkomen. Er moeten oplossingen worden gezocht voor de jeugdwerkloosheid en jongeren die geen onderwijs of opleiding volgen (NEET’s), door voortijdig verlaten van onderwijs en opleiding te voorkomen en de overgang van school naar werk structureel te verbeteren, onder andere door middel van een volledige uitvoering van de versterkte jongerengarantie, in het bijzonder ter bevordering van hoogwaardige werkgelegenheid voor jongeren. Daarnaast zouden de lidstaten hun inspanningen moeten opvoeren, met name om te benadrukken hoe de groene en de digitale transitie een hernieuwd toekomstperspectief bieden en kansen scheppen voor jongeren op de arbeidsmarkt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		22</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 6 – alinea 5</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten zouden ernaar moeten streven belemmeringen en ontmoedigende factoren weg te nemen en prikkels te bieden voor participatie op de arbeidsmarkt, met name voor mensen met een laag inkomen, tweede verdieners (vaak vrouwen) en degenen die het verst van de arbeidsmarkt af staan, met inbegrip van mensen met een migrantenachtergrond en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemarginaliseerde </STRING></STRING>Roma. Gezien de grote tekorten aan arbeidskrachten in bepaalde beroepen en sectoren (met name in de STEM-sectoren, de gezondheidszorg en langdurige zorg, het onderwijs, het vervoer en de bouw), zouden de lidstaten het arbeidsaanbod moeten helpen stimuleren, met name door passende lonen en arbeidsomstandigheden te bevorderen, ervoor te zorgen dat de opzet van de belasting- en uitkeringsstelsels de arbeidsparticipatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stimuleert </STRING></STRING>en dat het actieve arbeidsmarktbeleid doeltreffend en toegankelijk is, met inachtneming van de rol van de sociale partners. De lidstaten zouden, onder meer via gerichte financiële en technische ondersteuningsmaatregelen en diensten, voorlichting en bewustmaking, ook ondersteuning moeten bieden voor een aangepaste werkomgeving, zodat personen met een handicap kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt en aan het maatschappelijk leven. De <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">arbeidsparticipatie-</STRING></STRING> en loonkloof tussen vrouwen en mannen en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">genderstereotypen</STRING></STRING> zouden moeten worden aangepakt. De lidstaten zouden werk moeten maken van gelijkheid van vrouwen en mannen en een grotere participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt, onder meer door te zorgen voor gelijke kansen en loopbaanontwikkeling, door belemmeringen voor de toegang tot leiderschapsposities op alle besluitvormingsniveaus weg te nemen en door geweld en pesterijen op de werkvloer, waar voornamelijk vrouwen het slachtoffer van zijn, te bestrijden. Er zou moeten worden gezorgd voor gelijke beloning voor gelijk of gelijkwaardig werk, alsook voor loontransparantie. Het combineren van werk, gezin en privéleven moet voor zowel vrouwen als mannen worden bevorderd, in het bijzonder door toegang te bieden tot hoogwaardige en betaalbare voorzieningen voor langdurige zorg en voor- en vroegschoolse educatie en opvang, evenals met behulp van passend beleid dat is afgestemd op de veranderingen die als gevolg van de digitalisering hebben plaatsgevonden op de werkvloer. De lidstaten zouden ervoor moeten zorgen dat ouders en andere personen met zorgtaken toegang hebben tot gepast verlof om gezinsredenen en flexibele werkregelingen, zodat een goede combinatie van werk, gezin en privéleven mogelijk is, en zij zouden een evenwichtig gebruik van verlofrechten tussen ouders moeten bevorderen.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten zouden ernaar moeten streven belemmeringen en ontmoedigende factoren weg te nemen en prikkels te bieden voor participatie op de arbeidsmarkt, met name voor mensen met een laag inkomen, tweede verdieners (vaak vrouwen) en degenen die het verst van de arbeidsmarkt af staan, met inbegrip van mensen met een migrantenachtergrond en Roma. Gezien de grote tekorten aan arbeidskrachten in bepaalde beroepen en sectoren (met name in de STEM-sectoren, de gezondheidszorg en langdurige zorg, het onderwijs, het vervoer en de bouw), zouden de lidstaten het arbeidsaanbod moeten helpen stimuleren, met name door passende lonen en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">fatsoenlijke </STRING></STRING>arbeidsomstandigheden te bevorderen, ervoor te zorgen dat de opzet van de belasting- en uitkeringsstelsels<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> bijdraagt aan</STRING></STRING> de arbeidsparticipatie en dat het actieve arbeidsmarktbeleid doeltreffend en toegankelijk is, met inachtneming van de rol van de sociale partners. De lidstaten zouden, onder meer via gerichte financiële en technische ondersteuningsmaatregelen en diensten, voorlichting en bewustmaking, ook ondersteuning moeten bieden voor een aangepaste werkomgeving, zodat personen met een handicap kunnen deelnemen aan de arbeidsmarkt en aan het maatschappelijk leven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij de sociale economie een sleutelrol zou kunnen vervullen bij het waarborgen van hoogwaardige banen voor personen met een handicap</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De verschillende richtsnoeren die zijn ontwikkeld in het kader van het werkgelegenheidspakket van de Europese strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2023-2030 moeten op werkplekken volledig worden toegepast. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan het recht op redelijke aanpassingen, de inzet van strategieën die erop gericht zijn werknemers te behouden</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de strijd tegen discriminerende praktijken.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De arbeidsparticipatiekloof en de </STRING></STRING>loonkloof tussen vrouwen en mannen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, genderstereotypen met betrekking tot beroepen</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gendergesegmenteerde arbeidsmarkten, die systematische genderkloven in de toegang tot relevant onderwijs en relevante opleidingen weerspiegelen,</STRING></STRING> zouden moeten worden aangepakt. De lidstaten zouden werk moeten maken van gelijkheid van vrouwen en mannen en een grotere participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt, onder meer door te zorgen voor gelijke kansen en loopbaanontwikkeling, door belemmeringen voor de toegang tot leiderschapsposities op alle besluitvormingsniveaus weg te nemen en door geweld en pesterijen op de werkvloer, waar voornamelijk vrouwen het slachtoffer van zijn, te bestrijden. Er zou moeten worden gezorgd voor gelijke beloning voor gelijk of gelijkwaardig werk, alsook voor loontransparantie. Het combineren van werk, gezin en privéleven moet voor zowel vrouwen als mannen worden bevorderd, in het bijzonder door toegang te bieden tot hoogwaardige en betaalbare voorzieningen voor langdurige zorg en voor- en vroegschoolse educatie en opvang, evenals met behulp van passend beleid dat is afgestemd op de veranderingen die als gevolg van de digitalisering hebben plaatsgevonden op de werkvloer<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het recht van werknemers om niet bereikbaar te zijn is in dit verband van essentieel belang.</STRING></STRING> De lidstaten zouden ervoor moeten zorgen dat ouders en andere personen met zorgtaken toegang hebben tot gepast verlof om gezinsredenen en flexibele werkregelingen, zodat een goede combinatie van werk, gezin en privéleven mogelijk is, en zij zouden een evenwichtig gebruik van verlofrechten tussen ouders moeten bevorderen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		23</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 7 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten zouden samen met de sociale partners moeten werken aan eerlijke, transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden, waarbij de rechten en verplichtingen moeten worden afgewogen, zodat zij van een dynamische en productieve beroepsbevolking en nieuwe arbeidspatronen en bedrijfsmodellen kunnen profiteren. Zij zouden segmentatie op de arbeidsmarkt moeten voorkomen en terugdringen, zwartwerk en schijnzelfstandigheid bestrijden en de overgang naar arbeidsrelaties voor onbepaalde tijd bevorderen. Regels voor bescherming van de werkgelegenheid, alsook arbeidswetgeving en instellingen moeten allemaal bijdragen tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zowel een gunstig wervingsklimaat als de nodige flexibiliteit voor werkgevers om snel in te spelen op economische veranderingen, en moeten tegelijk </STRING></STRING>arbeidsrechten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vrijwaren en sociale bescherming, een passende beveiliging, en een gezonde, veilige en </STRING></STRING>aangepaste werkomgeving voor alle werknemers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> waarborgen</STRING></STRING>. De bevordering van het gebruik van flexibele werkregelingen zoals telewerken kan bijdragen tot een hogere arbeidsparticipatie en inclusievere arbeidsmarkten. Verder zouden de lidstaten werknemers, bedrijven en andere actoren moeten ondersteunen bij de digitale transformatie, onder andere door het gebruik van ethische en betrouwbare hulpmiddelen voor <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artificiële intelligentie (</STRING></STRING>AI<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING> te bevorderen. Dit kan variëren van beleid om werknemers bij en om te scholen voor nieuwe beroepen tot stimulansen voor bedrijven om technologieën te ontwikkelen en in te zetten die de productiviteit kunnen verhogen, menselijke arbeid kunnen aanvullen en tekorten aan arbeidskrachten in kritieke sectoren kunnen verlichten. Het is in het algemeen, en met name in de digitale context, belangrijk ervoor te zorgen dat de rechten van werknemers op het gebied van arbeidstijd, arbeidsvoorwaarden en het evenwicht tussen werk en privéleven worden geëerbiedigd. Arbeidsverhoudingen die leiden tot onzekere arbeidsomstandigheden moeten worden voorkomen, onder meer in het geval van platformwerkers, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door te zorgen voor</STRING></STRING> eerlijkheid, transparantie en verantwoording bij het gebruik van algoritmen, en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door</STRING></STRING> misbruik van atypische arbeidsovereenkomsten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> te</STRING></STRING> bestrijden. In het geval van onrechtmatig ontslag moet er toegang zijn tot effectieve en onpartijdige geschillenbeslechting en moet een recht op verhaal bestaan, met inbegrip van gepaste compensatie, indien van toepassing.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten zouden samen met de sociale partners moeten werken aan eerlijke, transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden, waarbij de rechten en verplichtingen moeten worden afgewogen, zodat zij van een dynamische en productieve beroepsbevolking en nieuwe arbeidspatronen en bedrijfsmodellen kunnen profiteren. Zij zouden segmentatie op de arbeidsmarkt moeten voorkomen en terugdringen, zwartwerk en schijnzelfstandigheid bestrijden en de overgang naar arbeidsrelaties voor onbepaalde tijd bevorderen. Regels voor bescherming van de werkgelegenheid, alsook arbeidswetgeving en instellingen moeten allemaal bijdragen tot <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de bescherming van </STRING></STRING>arbeidsrechten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, een hoog niveau van sociale bescherming en werkzekerheid, inclusieve aanwerving, gezondheid en veiligheid op het werk, alsook een </STRING></STRING>aangepaste werkomgeving voor alle werknemers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Daarnaast moeten de lidstaten zorgen voor een passend klimaat waarin bedrijven en werkgevers zich aan veranderingen kunnen aanpassen. De lidstaten moeten ten volle uitvoering geven aan de EU-wetgeving inzake gezondheid en veiligheid op het werk, waaronder de bindende grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling, om het aantal dodelijke arbeidsongevallen terug te dringen en een einde te maken aan blootstelling aan risicofactoren voor kanker op het werk</STRING></STRING>. De bevordering van het gebruik van flexibele werkregelingen zoals telewerken kan bijdragen tot een hogere arbeidsparticipatie en inclusievere arbeidsmarkten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en kan voorheen uitgesloten groepen werknemers helpen toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt. Tegelijkertijd bestaat ook het risico dat de grenzen tussen arbeidstijd en privéleven vervagen, wat de noodzaak aantoont van een richtlijn over het recht om offline te zijn</STRING></STRING>. Verder zouden de lidstaten werknemers, bedrijven en andere actoren moeten ondersteunen bij de digitale transformatie, onder andere door het gebruik van ethische en betrouwbare hulpmiddelen voor AI te bevorderen. Dit kan variëren van beleid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ontwikkeld in samenwerking met de sociale partners,</STRING></STRING> om werknemers bij en om te scholen voor nieuwe beroepen tot stimulansen voor bedrijven om technologieën te ontwikkelen en in te zetten die de productiviteit kunnen verhogen, menselijke arbeid kunnen aanvullen en tekorten aan arbeidskrachten in kritieke sectoren kunnen verlichten. Het is in het algemeen, en met name in de digitale context, belangrijk ervoor te zorgen dat de rechten van werknemers op het gebied van arbeidstijd, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">democratie op het werk, </STRING></STRING>arbeidsvoorwaarden en het evenwicht tussen werk en privéleven worden geëerbiedigd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en gelijkelijk worden toegepast op alle werknemers, ongeacht de grootte van het bedrijf of de onderliggende arbeidsovereenkomst</STRING></STRING>. Arbeidsverhoudingen die leiden tot onzekere arbeidsomstandigheden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zoals schijnzelfstandigheid, schijnstages of andere vormen van verkapte arbeid,</STRING></STRING> moeten worden voorkomen, onder meer in het geval van platformwerkers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Het is daarom van essentieel belang dat de lidstaten de Richtlijn betreffende de verbetering van de arbeidsvoorwaarden bij platformwerk omzetten, ervoor zorgen dat mensen die via digitale arbeidsplatforms werken volledig aanspraak kunnen maken op hun rechten en sociale voordelen, de arbeidsinspecties versterken en ontmoedigende sancties invoeren. De lidstaten moeten</STRING></STRING> eerlijkheid, transparantie en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">menselijke </STRING></STRING>verantwoording bij het gebruik van algoritmen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarborgen</STRING></STRING>, en misbruik van atypische arbeidsovereenkomsten bestrijden. In het geval van onrechtmatig ontslag moet er toegang zijn tot effectieve en onpartijdige geschillenbeslechting en moet een recht op verhaal bestaan, met inbegrip van gepaste compensatie, indien van toepassing.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		24</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 7 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>Het beleid moet gericht zijn op verbetering en ondersteuning van participatie op, aanpassing aan en overgangen op de arbeidsmarkt, mede in het licht van demografische veranderingen, ook in achtergestelde regio’s. De lidstaten zouden personen die aan de arbeidsmarkt kunnen deelnemen daadwerkelijk daartoe moeten activeren en in staat stellen, en dit geldt met name voor ondervertegenwoordigde groepen, zoals vrouwen en jongeren, evenals voor personen in een kwetsbare situatie, zoals laaggeschoolden en langdurig werklozen, personen met een handicap, mensen met een migratieachtergrond, met inbegrip van personen met een tijdelijke beschermingsstatus, personen uit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemarginaliseerde </STRING></STRING>Roma-gemeenschappen en oudere werknemers. De lidstaten zouden het toepassingsgebied en de doeltreffendheid van het actief arbeidsmarktbeleid moeten versterken door de doelgerichtheid, de reikwijdte en de dekking ervan te vergroten en door het beter te koppelen aan sociale diensten, opleiding en inkomenssteun voor werklozen, terwijl zij werk zoeken, en op basis van hun rechten en plichten. De lidstaten zouden optimaal gebruik moeten maken van EU-financiering en technische ondersteuning om de capaciteit van de openbare diensten voor arbeidsvoorziening te vergroten en zo werkzoekenden tijdig bijstand op maat te bieden, in te spelen op de huidige en toekomstige behoeften van de arbeidsmarkt, en resultaatgericht beheer uit te voeren, waardoor hun mogelijkheden om gegevens en digitale technologie te gebruiken worden ondersteund. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Particuliere diensten voor arbeidsvoorziening spelen in dit opzicht ook een rol.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P>Het beleid moet gericht zijn op verbetering en ondersteuning van participatie op, aanpassing aan en overgangen op de arbeidsmarkt, mede in het licht van demografische veranderingen, ook in achtergestelde regio’s. De lidstaten zouden personen die aan de arbeidsmarkt kunnen deelnemen daadwerkelijk daartoe moeten activeren en in staat stellen, en dit geldt met name voor ondervertegenwoordigde groepen, zoals vrouwen en jongeren, evenals voor personen in een kwetsbare situatie, zoals laaggeschoolden en langdurig werklozen, personen met een handicap, mensen met een migratieachtergrond, met inbegrip van personen met een tijdelijke beschermingsstatus, personen uit Roma-gemeenschappen en oudere werknemers. De lidstaten zouden het toepassingsgebied en de doeltreffendheid van het actief arbeidsmarktbeleid moeten versterken door de doelgerichtheid, de reikwijdte en de dekking ervan te vergroten en door het beter te koppelen aan sociale diensten, opleiding en inkomenssteun voor werklozen, terwijl zij werk zoeken, en op basis van hun rechten en plichten. De lidstaten zouden optimaal gebruik moeten maken van EU-financiering en technische ondersteuning <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alsook van nationale middelen </STRING></STRING>om de capaciteit van de openbare diensten voor arbeidsvoorziening te vergroten en zo werkzoekenden tijdig bijstand op maat te bieden, in te spelen op de huidige en toekomstige behoeften van de arbeidsmarkt, en resultaatgericht beheer uit te voeren, waardoor hun mogelijkheden om gegevens en digitale technologie te gebruiken worden ondersteund.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		25</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 7 – alinea 3</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten zouden werklozen toereikende uitkeringen van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">redelijke</STRING></STRING> duur moeten verschaffen, in overeenstemming met hun bijdragen en de nationale bepalingen om daarvoor in aanmerking te komen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Werkloosheidsuitkeringen mogen een snelle terugkeer naar de arbeidsmarkt niet ontmoedigen en moeten</STRING></STRING> gepaard gaan met een actief arbeidsmarktbeleid, met inbegrip van bij- en omscholingsmaatregelen, ook in het licht van tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten zouden werklozen toereikende uitkeringen van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een voldoende lange</STRING></STRING> duur moeten verschaffen, in overeenstemming met hun bijdragen en de nationale bepalingen om daarvoor in aanmerking te komen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inachtneming van het non-discriminatiebeginsel. Dit moet</STRING></STRING> gepaard gaan met een actief arbeidsmarktbeleid, met inbegrip van bij- en omscholingsmaatregelen, ook in het licht van tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden, waarbij mechanismen voor wederzijds leren tussen de lidstaten worden ondersteund.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		26</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 7 – alinea 4</STRING></STI.AMD><OLD><P>De mobiliteit van lerenden, leerlingen en werknemers moet worden vergroot en op passende wijze worden ondersteund, met name voor lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding met minder mobiliteitservaring, met als doel hun vaardigheden en inzetbaarheid te verbeteren, het potentieel van de Europese arbeidsmarkt volledig te benutten en bij te dragen aan het concurrentievermogen op EU-niveau. Belemmeringen voor arbeidsmobiliteit binnen de EU, waaronder procedures voor de erkenning van beroepskwalificaties of de overdracht van verworven socialezekerheidsrechten, moeten worden aangepakt. Er moet worden gezorgd voor eerlijke en fatsoenlijke omstandigheden voor iedereen die een grensoverschrijdende activiteit uitoefent, door discriminatie te voorkomen en te zorgen voor gelijke behandeling met EU-onderdanen, door de nationale en EU-wetgeving te handhaven en door de administratieve samenwerking tussen nationale overheden met betrekking tot mobiele werknemers te intensiveren, met ondersteuning door de Europese Arbeidsautoriteit.</P></OLD><NEW><P>De mobiliteit van lerenden, leerlingen en werknemers moet worden vergroot en op passende wijze worden ondersteund, met name voor lerenden in beroepsonderwijs en -opleiding met minder mobiliteitservaring, met als doel hun vaardigheden en inzetbaarheid te verbeteren, het potentieel van de Europese arbeidsmarkt volledig te benutten en bij te dragen aan het concurrentievermogen op EU-niveau. Belemmeringen voor arbeidsmobiliteit binnen de EU, waaronder procedures voor de erkenning van beroepskwalificaties of de overdracht van verworven socialezekerheidsrechten, moeten worden aangepakt. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten moeten hun rapportagevereisten vereenvoudigen en standaardiseren op basis van de werkzaamheden van de taskforce voor de handhaving van de eengemaakte markt. Daarnaast moeten de lidstaten ervoor zorgen dat hun administratieve diensten in staat zijn gestandaardiseerde documenten in andere talen van de Unie te ontvangen.</STRING></STRING> Er moet worden gezorgd voor eerlijke en fatsoenlijke omstandigheden voor iedereen die een grensoverschrijdende activiteit uitoefent, door discriminatie te voorkomen en te zorgen voor gelijke behandeling met EU-onderdanen, door de nationale en EU-wetgeving te handhaven en door de administratieve samenwerking tussen nationale overheden met betrekking tot mobiele werknemers te intensiveren, met ondersteuning door de Europese Arbeidsautoriteit. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten moeten arbeidsmobiliteit steunen, maar ook de negatieve gevolgen van braindrain in bepaalde regio’s, met name in de zuidelijke en oostelijke lidstaten en in afgelegen en plattelandsgebieden, doeltreffend tegengaan.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		27</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 7 – alinea 5</STRING></STI.AMD><OLD><P>De mobiliteit van werknemers in kritieke beroepen en van grensarbeiders, seizoenarbeiders en gedetacheerde werknemers moet worden ondersteund bij tijdelijke grenssluitingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> om volksgezondheidsoverwegingen</STRING></STRING>. De lidstaten zouden verder talentpartnerschappen moeten aangaan om legale migratietrajecten te verbeteren door nieuwe mobiliteitsregelingen op te zetten en te zorgen voor een doeltreffend integratiebeleid voor werknemers en hun gezinnen, dat onderwijs en opleiding, inclusief taalopleiding, werkgelegenheid, gezondheid en huisvesting omvat.</P></OLD><NEW><P>De mobiliteit van werknemers in kritieke beroepen en van grensarbeiders, seizoenarbeiders en gedetacheerde werknemers moet worden ondersteund bij tijdelijke grenssluitingen. De lidstaten zouden verder talentpartnerschappen moeten aangaan om legale migratietrajecten te verbeteren door nieuwe mobiliteitsregelingen op te zetten en te zorgen voor een doeltreffend integratiebeleid voor werknemers en hun gezinnen, dat onderwijs en opleiding, inclusief taalopleiding, werkgelegenheid, gezondheid en huisvesting omvat.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		28</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 7 – alinea 6</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten zouden er ook naar moeten streven de juiste voorwaarden te scheppen voor nieuwe vormen van werk, en werkwijzen, door hun werkgelegenheidspotentieel te benutten en er tegelijkertijd voor te zorgen dat deze in overeenstemming zijn met de bestaande sociale rechten. Zo zouden zij advies en richtsnoeren moeten verstrekken over de rechten en plichten in de context van atypische arbeidsovereenkomsten en nieuwe vormen van werk, zoals werk via digitale arbeidsplatformen en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> permanente of semipermanente</STRING></STRING> telewerkregelingen. De sociale partners kunnen hierbij een belangrijke rol spelen en de lidstaten moeten hen ondersteunen bij het bereiken en vertegenwoordigen van mensen in atypisch werk en nieuwe vormen van werk. De lidstaten zouden ook moeten overwegen steun te verlenen voor handhaving — <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met name</STRING></STRING> in de vorm van richtsnoeren of specifieke opleidingen voor arbeidsinspecties — <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wat betreft</STRING></STRING> de uitdagingen die voortvloeien uit nieuwe vormen van arbeidsorganisatie, waaronder het gebruik van digitale technologieën en van AI, zoals algoritmisch beheer, toezicht op werknemers en telewerken.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten zouden er ook naar moeten streven de juiste voorwaarden te scheppen voor nieuwe vormen van werk, en werkwijzen, door hun werkgelegenheidspotentieel te benutten en er tegelijkertijd voor te zorgen dat deze in overeenstemming zijn met de bestaande sociale rechten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en het arbeidsrecht van de Unie en de lidstaten</STRING></STRING>. Zo zouden zij advies en richtsnoeren moeten verstrekken over de rechten en plichten in de context van atypische arbeidsovereenkomsten en nieuwe vormen van werk, zoals werk via digitale arbeidsplatformen en telewerkregelingen. De sociale partners kunnen hierbij een belangrijke rol spelen en de lidstaten moeten hen ondersteunen bij het bereiken en vertegenwoordigen van mensen in atypisch werk en nieuwe vormen van werk. De lidstaten zouden ook moeten overwegen steun te verlenen voor handhaving — <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bijvoorbeeld</STRING></STRING> in de vorm van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">versterking van de rol, de middelen en de capaciteit van de arbeidsinspectie en andere maatregelen, zoals </STRING></STRING>richtsnoeren of specifieke opleidingen voor arbeidsinspecties — <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met betrekking tot</STRING></STRING> de uitdagingen die voortvloeien uit nieuwe vormen van arbeidsorganisatie, waaronder het gebruik van digitale technologieën en van AI, zoals algoritmisch beheer, toezicht op werknemers en telewerken.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		29</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 7 – alinea 7</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten zouden moeten zorgen voor een gunstig klimaat voor bipartiete en tripartiete sociale dialoog op alle niveaus, met inbegrip van collectieve onderhandelingen, in de openbare en de particuliere sector overeenkomstig de nationale wetgeving en/of praktijk, na raadpleging van en in nauwe samenwerking met de sociale partners, met inachtneming van hun autonomie. De lidstaten zouden de sociale partners op systematische, zinvolle en tijdige wijze moeten betrekken bij het ontwerp en de uitvoering van werkgelegenheids- en sociaal beleid en, waar relevant, het economisch en ander overheidsbeleid, met inbegrip van de vaststelling en actualisering van wettelijke minimumlonen. De lidstaten zouden een hogere dekkingsgraad van collectieve onderhandelingen moeten bevorderen, onder meer door de opbouw en versterking van de capaciteit van de sociale partners te stimuleren, doeltreffende collectieve onderhandelingen op alle passende niveaus mogelijk maken en de coördinatie tussen en over deze niveaus aanmoedigen. De sociale partners moeten worden aangemoedigd te onderhandelen en collectieve overeenkomsten te sluiten op gebieden die voor hen van belang zijn, met volledige inachtneming van hun autonomie en het recht op collectieve actie.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten zouden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de democratie op het werk moeten bevorderen en </STRING></STRING>moeten zorgen voor een gunstig klimaat voor bipartiete en tripartiete sociale dialoog op alle niveaus, met inbegrip van collectieve onderhandelingen, in de openbare en de particuliere sector overeenkomstig de nationale wetgeving en/of praktijk, na raadpleging van en in nauwe samenwerking met de sociale partners, met inachtneming van hun autonomie. De lidstaten zouden de sociale partners op systematische, zinvolle en tijdige wijze moeten betrekken bij het ontwerp en de uitvoering van werkgelegenheids- en sociaal beleid en, waar relevant, het economisch en ander overheidsbeleid, met inbegrip van de vaststelling en actualisering van wettelijke minimumlonen. De lidstaten zouden een hogere dekkingsgraad van collectieve onderhandelingen moeten bevorderen, onder meer door de opbouw en versterking van de capaciteit van de sociale partners te stimuleren, doeltreffende collectieve onderhandelingen op alle passende niveaus mogelijk maken en de coördinatie tussen en over deze niveaus aanmoedigen. De sociale partners moeten worden aangemoedigd te onderhandelen en collectieve overeenkomsten te sluiten op gebieden die voor hen van belang zijn, met volledige inachtneming van hun autonomie en het recht op collectieve actie. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten moeten onverwijld uitvoering geven aan Richtlijn (EU) 2022/2041 en moeten, overeenkomstig die richtlijn, in voorkomend geval actieplannen opstellen om de dekkingsgraad van collectieve onderhandelingen te vergroten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		30</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 7 – alinea 8</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Waar relevant zouden</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lidstaten</STRING></STRING>, voortbouwend op de bestaande nationale praktijk, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rekening moeten</STRING></STRING> houden met de relevante ervaring die maatschappelijke organisaties hebben opgedaan op het gebied van werkgelegenheid en sociale kwesties.</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd de bevoegdheden en autonomie van</STRING></STRING> de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">sociale partners en hun recht om over collectieve overeenkomsten te onderhandelen en deze te sluiten</STRING></STRING>,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en</STRING></STRING> voortbouwend op de bestaande nationale praktijk, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten de lidstaten, in voorkomend geval, ook rekening</STRING></STRING> houden met de relevante ervaring die maatschappelijke organisaties hebben opgedaan op het gebied van werkgelegenheid en sociale kwesties.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		31</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 8 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten zouden inclusieve arbeidsmarkten moeten bevorderen die voor iedereen openstaan, door doeltreffende maatregelen te nemen om alle vormen van discriminatie te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bestrijden</STRING></STRING> en gelijke kansen voor iedereen, en met name ondervertegenwoordigde groepen op de arbeidsmarkt, te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bevorderen</STRING></STRING>, met ook de nodige aandacht voor de regionale en territoriale dimensie. Zij zouden moeten zorgen voor gelijke behandeling op het gebied van werkgelegenheid, sociale bescherming, gezondheidszorg, voor- en vroegschoolse educatie en opvang, langdurige zorg, onderwijs en toegang tot goederen en diensten, waaronder huisvesting, ongeacht geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten zouden inclusieve arbeidsmarkten moeten bevorderen die voor iedereen openstaan, door doeltreffende maatregelen te nemen om alle vormen van discriminatie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uit </STRING></STRING>te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bannen</STRING></STRING> en gelijke kansen voor iedereen, en met name ondervertegenwoordigde groepen op de arbeidsmarkt, te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarborgen</STRING></STRING>, met ook de nodige aandacht voor de regionale en territoriale dimensie. Zij zouden moeten zorgen voor gelijke behandeling op het gebied van werkgelegenheid, sociale bescherming, gezondheidszorg, voor- en vroegschoolse educatie en opvang,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> respijtzorg en</STRING></STRING> langdurige zorg, onderwijs en toegang tot goederen en diensten, waaronder huisvesting, ongeacht geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		32</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 8 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten zouden de socialebeschermingsstelsels moeten moderniseren om te voorzien in een toereikende, doeltreffende, efficiënte en houdbare sociale bescherming voor iedereen, in alle levensfasen, waarbij sociale inclusie en opwaartse sociale mobiliteit worden gestimuleerd, arbeidsmarktparticipatie wordt aangemoedigd, sociale investeringen worden ondersteund, armoede en sociale uitsluiting worden bestreden en ongelijkheid wordt aangepakt, onder meer via de opzet van hun belasting- en uitkeringsstelsels en door het herverdelend effect van hun beleid te beoordelen. Het aanvullen van algemene benaderingswijzen met gerichte, zal de doeltreffendheid van de socialebeschermingsstelsels verhogen. De modernisering van de socialebeschermingsstelsels moet tevens gericht zijn op het verbeteren van hun weerbaarheid tegen veelzijdige uitdagingen. Bijzondere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aandacht</STRING></STRING> moet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitgaan naar</STRING></STRING> kwetsbare huishoudens die de meeste gevolgen ondervinden van de groene en de digitale transitie en de hoge kosten van levensonderhoud, waaronder de energiekosten. De lidstaten zouden de lacunes in de toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen verder moeten aanpakken, gelet op de opkomst van atypische arbeidsvormen.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten zouden de socialebeschermingsstelsels moeten moderniseren om te voorzien in een toereikende, doeltreffende, efficiënte en houdbare sociale bescherming voor iedereen, in alle levensfasen, waarbij sociale inclusie en opwaartse sociale mobiliteit worden gestimuleerd, arbeidsmarktparticipatie wordt aangemoedigd, sociale investeringen worden ondersteund, armoede en sociale uitsluiting worden bestreden en ongelijkheid wordt aangepakt, onder meer via de opzet van hun belasting- en uitkeringsstelsels en door het herverdelend effect van hun beleid te beoordelen. Het aanvullen van algemene benaderingswijzen met gerichte, zal de doeltreffendheid van de socialebeschermingsstelsels verhogen. De modernisering van de socialebeschermingsstelsels moet tevens gericht zijn op het verbeteren van hun weerbaarheid tegen veelzijdige uitdagingen. Bijzondere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">steun</STRING></STRING> moet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden verleend aan</STRING></STRING> kwetsbare huishoudens die de meeste gevolgen ondervinden van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">klimaatverandering, van de uitdagingen die gepaard gaan met de </STRING></STRING>groene en de digitale transitie en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van</STRING></STRING> de hoge kosten van levensonderhoud, waaronder de energiekosten. De lidstaten zouden de lacunes in de toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen verder moeten aanpakken, gelet op de opkomst van atypische arbeidsvormen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		33</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 8 – alinea 3</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten zouden de drie componenten van actieve inclusie moeten ontwikkelen en in hun beleid opnemen: voldoende inkomenssteun, inclusieve arbeidsmarkten en toegang tot hoogwaardige ondersteuningsdiensten. In de socialebeschermingsstelsels moet iedereen die over onvoldoende middelen beschikt toegang hebben tot toereikende voorzieningen voor een minimuminkomen en moet sociale inclusie worden gestimuleerd door mensen, onder meer via gerichte sociale diensten, te ondersteunen en aan te moedigen actief deel te nemen aan de arbeidsmarkt en aan het maatschappelijk leven. De beschikbaarheid van betaalbare, toegankelijke en hoogwaardige diensten zoals voor- en vroegschoolse educatie en opvang, buitenschoolse opvang, onderwijs, opleiding, huisvesting, gezondheidszorg en langdurige zorg is een vereiste om gelijke kansen te garanderen. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, met inbegrip van armoede onder werkenden, in overeenstemming met de kerndoelen van de Unie en de nationale streefcijfers voor 2030 inzake armoedebestrijding. Kinderarmoede en sociale uitsluiting moeten met name worden aangepakt door middel van omvattende en geïntegreerde maatregelen, onder meer door de volledige uitvoering van de Europese kindergarantie. De lidstaten zouden ervoor moeten zorgen dat iedereen, ook kinderen, toegang heeft tot essentiële diensten van goede kwaliteit. Zij zouden ook moeten garanderen dat mensen in nood en kwetsbare personen toegang hebben tot passende betaalbare en sociale huisvesting of bijstand op het gebied van huisvesting. Zij zouden moeten zorgen voor een schone en eerlijke energietransitie en energiearmoede aanpakken als een steeds belangrijkere vorm van armoede, waar nodig door middel van gerichte steunmaatregelen voor huishoudens in kwetsbare situaties. De lidstaten zouden op doeltreffende wijze moeten gebruikmaken van EU-financiering en technische ondersteuning om te investeren in sociale huisvesting, woningrenovatie en begeleidende diensten en te voorzien in de dringende behoefte aan betaalbare en fatsoenlijke huisvesting. Bij deze dienstverlening moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van personen met een handicap, onder andere wat toegankelijkheid betreft. Dak- en thuisloosheid moet specifiek worden aangepakt door de toegang tot permanente huisvesting te bevorderen en ondersteunende diensten aan te bieden.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten zouden de drie componenten van actieve inclusie moeten ontwikkelen en in hun beleid opnemen: voldoende inkomenssteun, inclusieve arbeidsmarkten en toegang tot hoogwaardige ondersteuningsdiensten. In de socialebeschermingsstelsels moet iedereen die over onvoldoende middelen beschikt toegang hebben tot toereikende voorzieningen voor een minimuminkomen en moet sociale inclusie worden gestimuleerd door mensen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in de werkende leeftijd</STRING></STRING>, onder meer via gerichte sociale diensten, te ondersteunen en aan te moedigen actief deel te nemen aan de arbeidsmarkt en aan het maatschappelijk leven. De beschikbaarheid van betaalbare, toegankelijke en hoogwaardige diensten zoals voor- en vroegschoolse educatie en opvang, buitenschoolse opvang, onderwijs, opleiding, huisvesting, gezondheidszorg en langdurige zorg<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alsook respijtzorg en steun voor verzorgers,</STRING></STRING> is een vereiste om gelijke kansen te garanderen. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting, met inbegrip van armoede onder werkenden, in overeenstemming met de kerndoelen van de Unie en de nationale streefcijfers voor 2030 inzake armoedebestrijding. Kinderarmoede en sociale uitsluiting moeten met name worden aangepakt door middel van omvattende en geïntegreerde maatregelen, onder meer door de volledige uitvoering van de Europese kindergarantie. De lidstaten zouden ervoor moeten zorgen dat iedereen, ook kinderen, toegang heeft tot essentiële diensten van goede kwaliteit. Zij zouden ook moeten garanderen dat mensen in nood en kwetsbare personen toegang hebben tot passende betaalbare en sociale huisvesting of bijstand op het gebied van huisvesting. Zij zouden moeten zorgen voor een schone en eerlijke energietransitie en energiearmoede <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dringend moeten </STRING></STRING>aanpakken als een steeds belangrijkere vorm van armoede, waar nodig door middel van gerichte steunmaatregelen voor huishoudens in kwetsbare situaties. De lidstaten zouden op doeltreffende wijze moeten gebruikmaken van EU-financiering en technische ondersteuning om te investeren in sociale huisvesting, woningrenovatie en begeleidende diensten en te voorzien in de dringende behoefte aan betaalbare en fatsoenlijke huisvesting. Bij deze dienstverlening moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van personen met een handicap, onder andere wat toegankelijkheid betreft. Dak- en thuisloosheid moet specifiek worden aangepakt door de toegang tot permanente huisvesting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> (de “eerst huisvesting”-aanpak)</STRING></STRING> te bevorderen en ondersteunende diensten aan te bieden.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		34</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 8 – alinea 4</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten zouden tijdige toegang tot betaalbare preventieve en curatieve gezondheidszorg en langdurige zorg van goede kwaliteit moeten garanderen, en tegelijk de houdbaarheid ervan op lange termijn vrijwaren. In de context van een stijgende vraag naar langdurige zorg, die ook verband houdt met demografische veranderingen, moeten lacunes in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de toereikendheid</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">evenals een tekort aan </STRING></STRING>arbeidskrachten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> slechte arbeidsomstandigheden, worden aangepakt.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten zouden tijdige toegang tot betaalbare preventieve en curatieve gezondheidszorg en langdurige zorg van goede kwaliteit moeten garanderen, en tegelijk de houdbaarheid ervan op lange termijn vrijwaren. In de context van een stijgende vraag naar langdurige zorg, die ook verband houdt met demografische veranderingen, moeten lacunes in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">adequaatheid</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tekorten aan </STRING></STRING>arbeidskrachten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, </STRING></STRING>slechte arbeidsomstandigheden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en de vaak ontoereikende lonen</STRING></STRING>, worden aangepakt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		35</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een besluit</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Bijlage – richtsnoer 8 – alinea 6</STRING></STI.AMD><OLD><P>Door de stijgende levensverwachting en demografische veranderingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zouden</STRING></STRING> de lidstaten ervoor<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> moeten</STRING></STRING> zorgen dat de pensioenstelsels voor werknemers en zelfstandigen toereikend en houdbaar blijven; de stelsels moeten vrouwen en mannen gelijke kansen bieden om pensioenrechten te verwerven en op te bouwen, onder meer via aanvullende stelsels die een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toereikend inkomen op latere leeftijd</STRING></STRING> garanderen. Pensioenhervormingen moeten gepaard gaan met maatregelen om de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen te verkleinen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en om het beroepsleven te verlengen, bijvoorbeeld door de effectieve pensioenleeftijd op te trekken, met name door de arbeidsparticipatie van ouderen te faciliteren, en moeten worden ingepast in strategieën voor</STRING></STRING> actief <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ouder worden</STRING></STRING>. De lidstaten zouden een constructieve dialoog met de sociale partners en andere belanghebbenden moeten aangaan en ervoor zorgen dat de hervormingen geleidelijk worden ingevoerd.</P></OLD><NEW><P>Door de stijgende levensverwachting en demografische veranderingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">moeten</STRING></STRING> de lidstaten ervoor zorgen dat de pensioenstelsels voor werknemers en zelfstandigen toereikend en houdbaar blijven; de stelsels moeten vrouwen en mannen gelijke kansen bieden om pensioenrechten te verwerven en op te bouwen, onder meer via aanvullende stelsels die een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">fatsoenlijk pensioen boven de armoedegrens</STRING></STRING> garanderen. Pensioenhervormingen moeten gepaard gaan met maatregelen om de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen te verkleinen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder maatregelen die erop gericht zijn periodes van zwangerschaps- en ouderschapsverlof mee te laten tellen voor de pensioenrechten, en maatregelen ter bevordering van actief en gezond ouder worden en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, om ervoor te zorgen dat werknemers daadwerkelijk kunnen blijven werken totdat zij de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt. Tegelijkertijd moeten werknemers die na het bereiken van de pensioenleeftijd</STRING></STRING> actief <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">willen blijven, daartoe de mogelijkheid hebben</STRING></STRING>. De lidstaten zouden een constructieve dialoog met de sociale partners en andere belanghebbenden moeten aangaan en ervoor zorgen dat de hervormingen geleidelijk worden ingevoerd.</P></NEW></AMEND></AMDLST></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>