<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2024)0038</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Genetisch gemodificeerde mais MON 89034 × 1507 × NK603</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0148/2024)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 26 november 2024 over Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/2628 van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 89034 × 1507 × NK603 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (2024/2836(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/2628 van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 89034 × 1507 × NK603 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2628, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2024/2628/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders<FOOTNOTE><FIELD>PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/1829/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 11, lid 3, en artikel 23, lid 3,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de stemming van 8 juli 2024 in het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, die geen advies heeft opgeleverd, en de stemming van 3 september 2024 in het comité van beroep, die evenmin een advies heeft opgeleverd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 11 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren<FOOTNOTE><FIELD>PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies dat op 13 maart 2024 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) is goedgekeurd en op 29 april 2024 is gepubliceerd<FOOTNOTE><FIELD>Panel van de EFSA voor genetisch gemodificeerde organismen. Wetenschappelijk advies inzake de beoordeling van de genetisch gemodificeerde mais MON 89034 × 1507 × NK603 met het oog op de verlenging van de vergunning overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 (dossier GMFF-2022-3670), EFSA Journal, 2024;22(4):8716, https://doi.org/10.2903/j.efsa.2024.8716.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties waarin bezwaar werd gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen (“ggo’s”)<FOOTNOTE><FIELD>Het Parlement heeft tijdens de achtste zittingsperiode 36 en in de negende zittingsperiode 38 resoluties aangenomen waarin bezwaar werd gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor ggo’s.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 115, leden 2 en 3, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat Corteva Agriscience Belgium BV, gevestigd in België, namens Corteva Agriscience LLC, gevestigd in de Verenigde Staten, en Bayer Agriculture BV, gevestigd in België, namens Bayer CropScience LP, gevestigd in de Verenigde Staten, op 21 oktober 2022 gezamenlijk een aanvraag bij de Commissie hebben ingediend tot verlenging van de vergunning voor genetisch gemodificeerde mais MON 89034 × 1507 × NK603 (de “genetisch gemodificeerde mais”);</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de EFSA op 13 maart 2024 een gunstig advies heeft goedgekeurd, dat op 26 april 2024 is gepubliceerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de genetisch gemodificeerde mais genen bevat die resistent zijn tegen glyfosaat, en insectendodende eiwitten produceert (“Bt-toxinen”);</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebrekkige beoordeling van het complementaire herbicide</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat krachtens Uitvoeringsverordening (EU) nr. 503/2013 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Uitvoeringsverordening (EU) nr. 503/2013 van de Commissie van 3 april 2013 betreffende vergunningaanvragen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 641/2004 van de Commissie en (EG) nr. 1981/2006 van de Commissie (PB L 157 van 8.6.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2013/503/oj).</FIELD></FOOTNOTE> beoordeeld moet worden of de verwachte landbouwpraktijken van invloed zijn op de uitkomsten voor de onderzochte eindpunten; overwegende dat dit volgens de uitvoeringsverordening met name relevant is bij herbicidetolerante planten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de overgrote meerderheid van genetisch gemodificeerde gewassen zodanig genetisch wordt gemodificeerd dat deze gewassen tolerant worden gemaakt voor een of meer “complementaire” herbiciden die gedurende de gehele teelt van het genetisch gemodificeerde gewas kunnen worden gebruikt zonder dat het gewas sterft, zoals het geval zou zijn bij een niet-herbicidetolerant gewas; overwegende dat in diverse studies is aangetoond dat de teelt van herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen leidt tot een toename van het gebruik van complementaire herbiciden, voornamelijk vanwege het ontstaan van herbicidetolerant onkruid<FOOTNOTE><FIELD>Zie bijvoorbeeld Schulz, R., Bub, S., Petschick, L. L., Stehle, S., Wolfram, J. (2021) “Applied pesticide toxicity shifts toward plants and invertebrates, even in GM crops”, Science 372(6537), blz. 81-84, https://doi.org/10.1126/science.abe1148; Bonny, S., “Genetically Modified Herbicide-Tolerant Crops, Weeds, and Herbicides: Overview and Impact”, Environmental Management, januari 2016;57(1), blz. 31-48, https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26296738, en Benbrook, C. M., “Impacts of genetically engineered crops on pesticide use in the U.S. – the first sixteen years”, Environmental Sciences Europe, 28 september 2012, vol. 24(1), https://enveurope.springeropen.com/articles/10.1186/2190-4715-24-24.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen een lock-in veroorzaken waarbij landbouwers afhankelijk worden van een onkruidbeheersysteem dat grotendeels of volledig berust op het gebruik van herbiciden, doordat er voor genetisch gemodificeerd zaad een premie wordt aangerekend die alleen kan worden gerechtvaardigd als landbouwers die dit zaad kopen ook sproeien met de complementaire herbiciden; overwegende dat een grotere afhankelijkheid van complementaire herbiciden op landbouwbedrijven die de genetisch gemodificeerde gewassen aanplanten het ontstaan en de verspreiding van onkruid zal versnellen die tolerant zijn voor deze herbiciden, waardoor nog meer herbiciden moeten worden gebruikt – een vicieuze cirkel die bekendstaat als de “pesticidentredmolen”;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de negatieve effecten van de buitensporige afhankelijkheid van herbiciden op de bodemgezondheid, de waterkwaliteit en de boven- en ondergrondse biodiversiteit nog zullen verslechteren en zullen leiden tot een grotere blootstelling van mens en dier, mogelijk ook door een toename van residuen van herbiciden op levensmiddelen en diervoeders;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de EFSA in november 2015 tot de conclusie is gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat glyfosaat kankerverwekkend is, en dat het Europees Agentschap voor chemische stoffen in maart 2017 heeft geconcludeerd dat het niet gerechtvaardigd is de stof als zodanig in te delen; overwegende dat het Internationaal Agentschap voor kankeronderzoek, het agentschap van de Wereldgezondheidsorganisatie dat gespecialiseerd is op het gebied van kankeronderzoek, glyfosaat in 2015 echter heeft ingedeeld als waarschijnlijk kankerverwekkend voor de mens; overwegende dat in een aantal recente, collegiaal getoetste wetenschappelijke studies wordt bevestigd dat glyfosaat mogelijk kankerverwekkend is<FOOTNOTE><FIELD>Zie bijvoorbeeld, https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1383574218300887, https://academic.oup.com/ije/advance-article/doi/10.1093/ije/dyz017/5382278, https://journals.plos.org/plosone/article?id=10.1371/journal.pone.0219610, en https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6612199/.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de beoordeling van residuen van herbiciden en hun metabolieten in genetisch gemodificeerde gewassen wordt beschouwd als een kwestie die niet binnen de bevoegdheid van het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen valt en daarom geen deel uitmaakt van de vergunningsprocedure voor ggo’s;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Openstaande vragen in verband met Bt-toxinen</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat uit een aantal studies blijkt dat bijwerkingen zijn geconstateerd, namelijk dat blootstelling aan Bt-toxinen een effect kan hebben op het immuunsysteem en dat sommige Bt-toxinen wellicht adjuvans-eigenschappen hebben<FOOTNOTE><FIELD>Voor een overzicht, zie Rubio-Infante, N., Moreno-Fierros, L., “An overview of the safety and biological effects of Bacillus thuringiensis Cry toxins in mammals”, Journal of Applied Toxicology, mei 2016, 36,5, blz. 630-648, https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1002/jat.3252.</FIELD></FOOTNOTE>, hetgeen betekent dat zij de allergene eigenschappen van andere eiwitten waarmee ze in contact komen, kunnen verhogen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat uit een wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat de toxiciteit van Bt-toxinen ook kan worden vergroot door interactie met residuen van besproeiing met herbiciden en dat er verder onderzoek nodig is naar de combinatorische effecten van meerdere transformatiestappen (genetisch gemodificeerde gewassen die zijn gemodificeerd om herbicidetolerant te zijn en insecticiden te produceren in de vorm van Bt-toxinen)<FOOTNOTE><FIELD>https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0278691516300722?via%3Dihub.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de beoordeling van de mogelijke interactie van residuen van herbiciden en de metabolieten ervan met Bt-toxinen wordt beschouwd als een kwestie die niet onder de bevoegdheid van het EFSA-panel voor ggo’s valt en daarom geen deel uitmaakt van de risicobeoordeling;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bt-gewassen: effecten op niet-doelorganismen</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat, in tegenstelling tot insecticiden, waarbij de blootstelling plaatsvindt bij het sproeien en gedurende korte tijd daarna, het gebruik van genetisch gemodificeerde Bt-gewassen leidt tot de continue blootstelling van doelorganismen en niet-doelorganismen aan Bt-toxinen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de aanname dat Bt-toxinen één enkele doelgerichte werking hebben, niet langer als juist kan worden beschouwd, en effecten op niet-doelorganismen dus niet kunnen worden uitgesloten; overwegende dat, zoals wordt gerapporteerd, een toenemend aantal niet-doelorganismen hiervan op diverse manieren de effecten ondervinden; overwegende dat in een recent overzicht 39 collegiaal getoetste publicaties wijzen op aanzienlijke schadelijke effecten van Bt-toxinen op een groot aantal buiten het “doelbereik” vallende soorten<FOOTNOTE><FIELD>Zie bijvoorbeeld: Hilbeck, A., Otto, M., “Specificity and combinatorial effects of Bacillus thuringiensis Cry toxins in the context of GMO environmental risk assessment”, Frontiers in Environmental Science 2015, 3:71, https://doi.org/10.3389/fenvs.2015.00071.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen van de lidstaten en belanghebbenden</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de lidstaten gedurende de raadplegingsperiode van drie maanden veel kritische opmerkingen bij de EFSA hebben ingediend<FOOTNOTE><FIELD>https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/action/downloadSupplement?doi=10.2903%2Fj.‌efsa.2024.8716&amp;file=efs28716-sup-0012-Annex8.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>, waaronder het feit dat de lijst van relevante studies, die in het literatuuronderzoek van de aanvrager was opgenomen, geen studies bevatte naar de bestemming van Bt-eiwitten in het milieu of naar de mogelijke effecten van residuen van Bt-gewassen op niet-doelorganismen, hoewel dergelijke studies wel bestaan;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het waarborgen van een wereldwijd gelijk speelveld en het nakomen van de internationale verplichtingen van de Unie</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat in de conclusies van de strategische dialoog over de toekomst van de landbouw in de EU<FOOTNOTE><FIELD>Strategic Dialogue on the Future of EU Agriculture – A shared prospect for farming and food in Europe, september 2024, https://agriculture.ec.europa.eu/document/download/171329ff-0f50-4fa5-946f-aea11032172e_en?filename=strategic-dialogue-report-2024_en.pdf.</FIELD></FOOTNOTE> de Commissie wordt verzocht haar aanpak inzake markttoegang voor in- en uitvoer van agrovoedingsmiddelen te herzien, gezien de uitdaging van uiteenlopende normen van de Unie en haar handelspartners; overwegende dat eerlijkere handelsbetrekkingen op mondiaal niveau, in overeenstemming met de doelstellingen voor een gezond milieu, een van de belangrijkste eisen van landbouwers waren tijdens de demonstraties van 2023 en 2024;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat in een verslag uit 2017 van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties (VN) voor het recht op voedsel is vastgesteld dat gevaarlijke bestrijdingsmiddelen catastrofale gevolgen hebben voor de volksgezondheid, met name in ontwikkelingslanden<FOOTNOTE><FIELD>https://www.ohchr.org/en/documents/thematic-reports/ahrc3448-report-special-rapporteur-right-food.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat duurzameontwikkelingsdoelstelling (SDG) 3.9 van de VN erin bestaat om tegen 2030 het aantal sterfgevallen en ziekten als gevolg van gevaarlijke chemische stoffen en de vervuiling en verontreiniging van lucht, water en bodem in aanzienlijke mate te verminderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal (“kader van Kunming-Montreal”), dat in december 2022 tijdens de COP15 van het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit (VBD van de VN) is overeengekomen, een mondiale doelstelling omvat om het risico van pesticiden tegen 2030 met ten minste 50 % te verminderen<FOOTNOTE><FIELD>https://indicators.report/targets/3-9/</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1829/2003 is bepaald dat genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders geen negatieve effecten mogen hebben op de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het milieu, en dat de Commissie bij het opstellen van haar besluit rekening moet houden met eventuele relevante bepalingen van het Unierecht en andere ter zake dienende factoren; overwegende dat dergelijke ter zake dienende factoren de verplichtingen van de Unie in het kader van de SDG’s van de VN en het VBD van de VN moeten omvatten;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vermindering van de afhankelijkheid van geïmporteerd diervoeder</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat een van de lessen die moeten worden getrokken uit de COVID-19-crisis en de aanhoudende oorlog in Oekraïne, is dat de Unie een einde moet maken aan haar afhankelijkheid van bepaalde kritieke materialen; overwegende dat Commissievoorzitter Ursula von der Leyen kandidaat-commissaris Christophe Hansen in haar opdrachtbrief verzoekt na te gaan hoe de invoer van kritieke grondstoffen kan worden verminderd<FOOTNOTE><FIELD>https://commission.europa.eu/document/2c64e540-c07a-4376-a1da-368d289f4afe_en.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niet-democratische besluitvorming</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat het Parlement tijdens zijn achtste zittingsperiode in totaal 36 resoluties heeft aangenomen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het in de handel brengen van ggo’s voor gebruik als levensmiddelen en diervoeders (33 resoluties) en tegen de teelt van ggo’s in de Unie (drie resoluties); overwegende dat het Parlement tijdens zijn negende zittingsperiode 38 resoluties heeft aangenomen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het in de handel brengen van ggo’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat de Commissie zich bewust is van de democratische tekortkomingen, het gebrek aan steun van de lidstaten en de bezwaren van het Parlement, maar desondanks vergunningen blijft verlenen voor ggo’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de Commissie geen wetswijziging nodig heeft om af te zien van het verlenen van een vergunning voor ggo’s als in het comité van beroep geen gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten voor vergunningverlening is<FOOTNOTE><FIELD>Overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) nr. 182/2011 “kan” de Commissie de vergunning alsnog verlenen indien in het comité van beroep geen steun van een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten is gevonden. Zij hoeft dit niet te doen.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat de stemming op 8 juli 2024 in het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 geen advies heeft opgeleverd, wat betekent dat er voor het verlenen van een vergunning geen gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten werd gevonden; overwegende dat de stemming op 3 september 2024 in het comité van beroep evenmin een advies heeft opgeleverd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is van mening dat Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/2628 de in Verordening (EG) nr. 1829/2003 bedoelde uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is van mening dat Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/2628 niet in overeenstemming is met het recht van de Unie, aangezien het niet verenigbaar is met het doel van Verordening (EG) nr. 1829/2003 om overeenkomstig de algemene beginselen die in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2002/178/oj).</FIELD></FOOTNOTE> zijn vastgesteld de basis te leggen voor de waarborging van een hoog beschermingsniveau voor het leven en de gezondheid van de mens, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en de belangen van de consument, met betrekking tot genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarbij de goede werking van de interne markt wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Commissie in het kader van onderhandelingen over vrijhandelsakkoorden te zorgen voor convergentie van normen tussen de Unie en haar partners, teneinde te voldoen aan de veiligheidsnormen van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt de Commissie Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/2628 in te trekken en een nieuw ontwerp aan het comité voor te leggen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt de Commissie geen vergunning te verlenen voor herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen, vanwege het daarmee gepaard gaande toegenomen gebruik van complementaire herbiciden en bijgevolg de toegenomen risico’s voor de biodiversiteit, de voedselveiligheid en de gezondheid van werknemers, in overeenstemming met de “één gezondheid”-benadering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt in dit verband dat het toestaan van de invoer voor gebruik in levensmiddelen of diervoeders van genetisch gemodificeerde planten die tolerant zijn gemaakt voor herbiciden, niet strookt met de internationale verbintenissen van de Unie uit hoofde van onder meer de SDG’s en het VBD van de VN, met inbegrip van het onlangs aangenomen mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal<FOOTNOTE><FIELD>In december 2022 is tijdens de COP15 van het VBD van de VN een mondiaal kader voor biodiversiteit overeengekomen dat een mondiale doelstelling omvat om het risico van pesticiden tegen 2030 met ten minste 50 % te verminderen (zie: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/ip_22_7834).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Commissie in een schrijven van 11 september 2020 aan leden van het Parlement eindelijk heeft erkend dat het noodzakelijk is dat bij besluiten inzake vergunningverlening voor ggo’s rekening wordt gehouden met duurzaamheid<FOOTNOTE><FIELD>https://tillymetz.lu/wp-content/uploads/2020/09/Co-signed-letter-MEP-Metz.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; is niettemin zeer teleurgesteld dat de Commissie sindsdien is doorgegaan met het verlenen van vergunningen voor de invoer van ggo’s in de Unie, ondanks de aanhoudende bezwaren van het Parlement en het tegenstemmen van een meerderheid van lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>dringt er nogmaals bij de Commissie op aan rekening te houden met de verplichtingen van de Unie krachtens internationale overeenkomsten, zoals de Klimaatovereenkomst van Parijs, het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit en de SDG’s van de VN; roept er nogmaals toe op om ontwerpuitvoeringshandelingen vergezeld te doen gaan van een toelichting waarin wordt uiteengezet op welke manier aan het “niet schaden”-beginsel is voldaan<FOOTNOTE><FIELD>Resolutie van het Europees Parlement van 15 januari 2020 over de Europese Green Deal (PB C 270 van 7.7.2021, blz. 2), paragraaf 102.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>