<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2024)0041</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Genetisch gemodificeerde mais MON 810</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0146/2024)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 26 november 2024 over Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/1828 van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 810 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1207 van de Commissie (2024/2840(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/1828 van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 810 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1207 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1828 van 4.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2024/1828/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders<FOOTNOTE><FIELD>PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/1829/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 11, lid 3, en artikel 23, lid 3,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de stemming van 26 april 2024 in het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, die geen advies heeft opgeleverd, en de stemming van 29 mei 2024 in het comité van beroep, die evenmin een advies heeft opgeleverd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 11 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren<FOOTNOTE><FIELD>PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies dat op 30 november 2023 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) is goedgekeurd en op 19 januari 2024 is gepubliceerd<FOOTNOTE><FIELD>Panel van de EFSA voor genetisch gemodificeerde organismen. Wetenschappelijk advies inzake de beoordeling van de genetisch gemodificeerde mais MON 810 met het oog op de verlenging van de vergunning overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 (dossier GMFF-2022-9450)”, EFSA Journal, 2024; 22(1):8489, https://doi.org/10.2903/j.efsa.2024.8716.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties waarin bezwaar werd gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s)<FOOTNOTE><FIELD>Het Parlement heeft tijdens de achtste zittingsperiode 36 en in de negende zittingsperiode 38 resoluties aangenomen waarin bezwaar werd gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor ggo’s.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 115, leden 2 en 3, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat op 6 oktober 2022 Bayer Agriculture BV, gevestigd in België, namens Bayer CropScience LP, gevestigd in de Verenigde Staten, een aanvraag bij de Commissie heeft ingediend voor de verlenging van Uitvoeringsbesluit 2013/649/EU<FOOTNOTE><FIELD>Uitvoeringsbesluit 2013/649/EU van de Commissie van 6 november 2013 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van stuifmeel geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais MON 810 (MON-ØØ81Ø-6) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 302 van 13.11.2013, blz. 44, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2013/649/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en van Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1207<FOOTNOTE><FIELD>Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/1207 van de Commissie van 4 juli 2017 tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten van genetisch gemodificeerde mais MON 810 (MON-ØØ81Ø-6) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 173 van 6.7.2017, blz. 18, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec_impl/2017/1207/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat overeenkomstig artikel 11, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1829/2003 de geldigheidsduur van de vergunning voor genetisch gemodificeerd stuifmeel dat met genetisch gemodificeerde mais MON 810 is geproduceerd voor toepassingen in levensmiddelen die onder Uitvoeringsbesluit 2013/649/EU vallen, automatisch verlengd is totdat een besluit over de aanvraag tot verlenging is genomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de EFSA op 30 november 2023 een gunstig advies heeft uitgebracht, dat op 19 januari 2024 is gepubliceerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de genetisch gemodificeerde mais is gemodificeerd om insecticiden te produceren (“Bt-toxinen”);</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Openstaande vragen in verband met Bt-toxinen</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat uit een aantal studies blijkt dat bijwerkingen zijn geconstateerd, namelijk dat blootstelling aan Bt-toxinen een effect kan hebben op het menselijke immuunsysteem en dat sommige Bt-toxinen wellicht adjuvans-eigenschappen<FOOTNOTE><FIELD>Voor een overzicht, zie Rubio-Infante, N., Moreno-Fierros, L., “An overview of the safety and biological effects of <STRING ITALIC="on">Bacillus thuringiensis</STRING> Cry toxins in mammals”, Journal of Applied Toxicology, mei 2016, 36,5, blz. 630-648, https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1002/jat.3252.</FIELD></FOOTNOTE> hebben, hetgeen betekent dat zij de allergene eigenschappen van andere eiwitten waarmee ze in contact komen, kunnen verhogen;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bt-gewassen: effecten op niet-doelorganismen</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat, in tegenstelling tot insecticiden, waarbij de blootstelling plaatsvindt bij het sproeien en gedurende korte tijd daarna, het gebruik van genetisch gemodificeerde Bt-gewassen leidt tot de continue blootstelling van doelorganismen en niet-doelorganismen aan Bt-toxinen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de aanname dat Bt-toxinen één enkele doelgerichte werking hebben, niet langer als juist kan worden beschouwd, en effecten op niet-doelorganismen dus niet kunnen worden uitgesloten; overwegende dat, zoals wordt gerapporteerd, een toenemend aantal niet-doelorganismen hiervan op diverse manieren de effecten ondervinden; overwegende dat in een recent overzicht<FOOTNOTE><FIELD>Hilbeck, A., Defarge, N., Lebrecht, T., Bøhn, T., “Insecticidal Bt crops. EFSA’s risk assessment approach for GM Bt plants fails by design”, RAGES, 2020, blz. 4, https://www.testbiotech.org/wp-content/uploads/2023/12/RAGES_report-Insecticidal-Bt-plants.pdf; Zie bijvoorbeeld: Hilbeck, A., Otto, M., “Specificity and Combinatorial Effects of <STRING ITALIC="on">Bacillus thuringiensis</STRING> Cry Toxins in the Context of GMO Environmental Risk Assessment”, Frontiers in Environmental Science, 2015, 3:71, https://doi.org/10.3389/fenvs.2015.00071.</FIELD></FOOTNOTE> 39 collegiaal getoetste publicaties wijzen op aanzienlijke schadelijke effecten van Bt-toxinen op een groot aantal buiten het “doelbereik” vallende soorten;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen van de lidstaten</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de lidstaten tijdens de drie maanden durende raadplegingsperiode<FOOTNOTE><FIELD>https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/action/downloadSupplement?doi=10.2903%‌2Fj.efsa.2024.8489&amp;file=efs28489-sup-0008-Annex_8.pdf.</FIELD></FOOTNOTE> verschillende kritische opmerkingen hebben ingediend bij de EFSA, waaronder dat de gegevens over de samenstelling van de genetisch gemodificeerde mais moeten worden gecontroleerd en opnieuw moeten worden geanalyseerd en dat de analyse moet voldoen aan de huidige eisen van de EFSA, onder andere gelijkwaardigheidstoetsing, en dat het literatuuronderzoek geen onderzoek omvatte naar het lot van Cry1Ab in het milieu of naar de mogelijke effecten van residuen van Bt-gewassen op niet-doelorganismen. Dit is problematisch omdat uit publicaties blijkt dat een overdracht van genetisch gemodificeerde voedermais naar mest kan leiden tot blootstelling van bodemorganismen aan Cry1Ab en dat dit negatieve effecten kan hebben op bodemorganismen met gevolgen voor de biodiversiteit en ecosysteemdiensten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1829/2003 is bepaald dat genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders geen negatieve effecten mogen hebben op de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het milieu, en dat de Commissie bij het opstellen van haar besluit rekening moet houden met eventuele relevante bepalingen van het Unierecht en andere ter zake dienende factoren; overwegende dat het bij deze ter zake dienende factoren onder meer gaat om de verplichtingen van de Unie in het kader van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de VN en het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit (VBD);</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vermindering van de afhankelijkheid van geïmporteerd diervoeder</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat een van de lessen die moeten worden getrokken uit de COVID-19-crisis en de aanhoudende oorlog in Oekraïne, is dat de Unie een einde moet maken aan haar afhankelijkheid van bepaalde kritieke materialen; overwegende dat Commissievoorzitter Ursula von der Leyen kandidaat-commissaris Christophe Hansen in haar opdrachtbrief verzoekt na te gaan hoe de invoer van kritieke grondstoffen kan worden verminderd<FOOTNOTE><FIELD>https://commission.europa.eu/document/2c64e540-c07a-4376-a1da-368d289f4afe_en.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niet-democratische besluitvorming</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de stemming op 26 april 2024 in het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 geen advies heeft opgeleverd, wat betekent dat er voor het verlenen van een vergunning geen gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten werd gevonden; overwegende dat de stemming op 29 mei 2024 in het comité van beroep evenmin een advies heeft opgeleverd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het Parlement tijdens zijn achtste zittingsperiode in totaal 36 resoluties heeft aangenomen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het in de handel brengen van ggo’s voor gebruik als levensmiddelen en diervoeders (33 resoluties) en tegen de teelt van ggo’s in de Unie (drie resoluties); overwegende dat het Parlement tijdens zijn negende zittingsperiode 38 resoluties heeft aangenomen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het in de handel brengen van ggo’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de Commissie zich bewust is van de democratische tekortkomingen, het gebrek aan steun van de lidstaten en de bezwaren van het Parlement, maar desondanks vergunningen blijft verlenen voor ggo’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de Commissie geen wetswijziging nodig heeft om af te zien van het verlenen van een vergunning voor ggo’s als in het comité van beroep geen gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten voor vergunningverlening is<FOOTNOTE><FIELD>Overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) nr. 182/2011 “kan” de Commissie de vergunning alsnog verlenen indien in het comité van beroep geen steun van een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten is gevonden. Zij hoeft dit niet te doen.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de Commissie op 2 juli 2024 de vergunning heeft verlengd voor het in de handel brengen van de genetisch gemodificeerde mais;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is van mening dat Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/1828 de uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt waarin Verordening (EG) nr. 1829/2003 voorziet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is van mening dat Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/1828 niet in overeenstemming is met het recht van de Unie, omdat het niet verenigbaar is met het doel van Verordening (EG) nr. 1829/2003 om overeenkomstig de algemene beginselen die in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2002/178/oj).</FIELD></FOOTNOTE> zijn vastgesteld, de basis te leggen voor de waarborging van een hoog beschermingsniveau voor het leven en de gezondheid van de mens, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en de belangen van de consument, met betrekking tot genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarbij de goede werking van de interne markt wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Commissie Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/1828 in te trekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Commissie in een schrijven van 11 september 2020 aan leden van het Parlement eindelijk heeft erkend dat er bij besluiten inzake vergunningverlening voor ggo’s rekening moet worden gehouden met duurzaamheid<FOOTNOTE><FIELD>https://tillymetz.lu/wp-content/uploads/2020/09/Co-signed-letter-MEP-Metz.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; is niettemin zeer teleurgesteld dat de Commissie sindsdien is doorgegaan met het verlenen van vergunningen voor de invoer van ggo’s in de Unie, ondanks de aanhoudende bezwaren van het Parlement en dat een meerderheid van de lidstaten ertegen heeft gestemd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>dringt er nogmaals bij de Commissie op aan rekening te houden met de verplichtingen van de Unie krachtens internationale overeenkomsten, zoals de Klimaatovereenkomst van Parijs, het VBD van de VN en de SDG’s van de VN; roept er nogmaals toe op om ontwerpuitvoeringshandelingen vergezeld te doen gaan van een toelichting waarin wordt uiteengezet op welke manier aan het “niet schaden”-beginsel<FOOTNOTE><FIELD>Resolutie van het Europees Parlement 15 januari 2020 over de Europese Green Deal (PB C 270 van 7.7.2021, blz. 2), paragraaf 102.</FIELD></FOOTNOTE> is voldaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>