<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2024)0045</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Genetisch gemodificeerde mais MON 94804</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0153/2024)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 26 november 2024 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 94804 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (D099729/02 – 2024/2841(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 94804 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (D099729/02),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders<FOOTNOTE><FIELD>PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/1829/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 7, lid 3, en artikel 19, lid 3,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de stemming van 17 september 2024 in het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, die geen advies heeft opgeleverd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 11 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren<FOOTNOTE><FIELD>PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies dat op 13 maart 2024 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) is uitgebracht en op 26 april 2024 is gepubliceerd<FOOTNOTE><FIELD>Wetenschappelijk advies van het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen inzake de beoordeling van de genetisch gemodificeerde mais MON 94804 gebruikt als voedingsmiddel of diervoeding overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 (dossier GMFF-2022-10651)”, EFSA Journal, 2024;22(4):8714, https://doi.org/10.2903/j.efsa.2024.8490.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>—</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties waarin bezwaar werd gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen (“ggo’s”)<FOOTNOTE><FIELD>Het Parlement heeft tijdens de achtste zittingsperiode 36 en in de negende zittingsperiode 38 resoluties aangenomen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor ggo’s.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 115, leden 2 en 3, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat Bayer Agriculture BV, gevestigd in België, namens Bayer CropScience LP, gevestigd in de Verenigde Staten, op 14 februari 2023 bij de bevoegde nationale instantie van Nederland en overeenkomstig de artikelen 5 en 17 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 een aanvraag heeft ingediend voor het in de handel brengen van levensmiddelen, levensmiddeleningrediënten en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 94804 (“de aanvraag”);</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de aanvraag ook betrekking had op het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit de GG mais voor andere toepassingen dan als levensmiddel of als diervoeder, met uitzondering van de teelt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de EFSA op 13 maart 2024 een gunstig advies heeft uitgebracht, dat op 26 april 2024 is gepubliceerd, waarin zij concludeert dat de genetisch gemodificeerde mais even veilig is als de conventionele tegenhanger ervan en de geteste niet-genetisch gemodificeerde maisvariëteiten met betrekking tot de mogelijke gevolgen voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de genetisch gemodificeerde mais genetisch is gemanipuleerd om een kunstmatige micro-RNA te produceren die bedoeld is om selectief twee genen te onderdrukken binnen een grotere genenfamilie die een rol speelt bij de biosynthese van gibberellinezuur (GA), waardoor de plant minder hoog wordt;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Openstaande vragen over de effecten van kunstmatige micro-RNA</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de toevoeging van de kunstmatige micro-RNA niet alleen interfereert met de doelgenen, maar ook een effect heeft op andere reguleringsfuncties; overwegende dat de micro-RNA in de plant verdere processen ondergaat en daardoor interageert met specifieke plantenenzymen; overwegende dat de effecten ervan in veel gevallen niet beperkt zijn tot de doelgenen, maar vaak leiden tot metabolische cascades van honderden andere genfuncties;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de aanvrager onvoldoende en onvolledige gegevens verstrekt over de interacties met de kunstmatige micro-RNA, de producten van verdere processen in de cellen, de persistentie van deze moleculen in de cellen en de interferentie ervan met andere reguleringsnetwerken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat EFSA bij haar conclusie dat micro-RNA’s geen risico op toxiciteit voor mens en dier inhouden, ervan uitgaat dat de kunstmatige micro-RNA snel zou worden afgebroken; overwegende dat uit verschillende studies, waaronder de studie die EFSA aanhaalt om deze conclusie te onderbouwen<FOOTNOTE><FIELD>Dávalos, A., Henriques, R., Latasa, M. J., Laparra, M., &amp; Coca, M. (2019). Literature review of baseline information on non-coding RNA (ncRNA) to support the risk assessment of ncRNA-based genetically modified plants for food and feed. EFSA Supporting Publications, 16(8), EN-1688. https://doi.org/10.2903/sp.efsa.2019.EN-1688.</FIELD></FOOTNOTE>, echter blijkt dat micro-RNA met behulp van specifieke mechanismen in de darm kan worden aangetroffen;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Openstaande vragen in verband met de effecten van verminderde gibberellineniveaus</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat gibberellinen, zoals door de deskundigen van de lidstaten werd benadrukt<FOOTNOTE><FIELD>Bijlage 8 van het wetenschappelijk advies van het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen inzake de beoordeling van de genetisch gemodificeerde mais MON 94804 gebruikt als voedingsmiddel of diervoeder overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 (dossier GMFF-2022-10651)”, EFSA Journal, 2024;22(4):8714, https://doi.org/10.2903/j.efsa.2024.8714.</FIELD></FOOTNOTE>, belangrijke regulatoren zijn voor verschillende fysiologische processen bij planten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat gibberellinen, naast de grootte van de plant, ook de kiemkracht en de bloei reguleren, een rol spelen bij de regulering van stressbestendigheid en deel uitmaken van een complexe reguleringsinteractie (crosstalk) met andere plantenhormonen in verschillende signaalpaden, zoals fysiologische processen die een effect hebben op de samenstelling van planten; overwegende dat gibberellinen ook de immuunrespons van planten op ziekteverwekkers beïnvloeden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de aanvrager het merendeel van de effecten op deze verschillende processen niet heeft onderzocht, afgezien van de mogelijke gevolgen voor de kiemkracht, de bloei en het korrelgewicht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de genexpressie en de effecten daarvan op de productie van bioactieve gibberellinen en de metabole effecten alleen zijn onderzocht in veldomstandigheden zonder specifieke stressfactoren, terwijl bekend is dat gibberellinezuren betrokken zijn bij veel biotische en abiotische stressreacties;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vermindering van de afhankelijkheid van geïmporteerd diervoeder</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat een van de lessen die de Unie uit de COVID-19-crisis en de aanhoudende oorlog in Oekraïne heeft getrokken, is dat ze een einde moet maken aan haar afhankelijkheid van bepaalde kritieke materialen; overwegende dat Commissievoorzitter Ursula von der Leyen kandidaat-commissaris Christophe Hansen in haar opdrachtbrief verzoekt na te gaan hoe de invoer van kritieke grondstoffen kan worden verminderd<FOOTNOTE><FIELD>https://commission.europa.eu/document/2c64e540-c07a-4376-a1da-368d289f4afe_en.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en van de belanghebbenden</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de lidstaten tijdens de raadplegingsperiode van drie maanden<FOOTNOTE><FIELD>https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/action/downloadSupplement?doi=10.2903%2Fj. efsa.2024.8714&amp;file=efs28714-sup-0008-Annex8.pdf.</FIELD></FOOTNOTE> veel kritische opmerkingen bij de EFSA hebben ingediend, onder meer dat gibberellinen belangrijke regulatoren zijn van verschillende fysiologische processen bij planten, met name in verband met biotische en abiotische stressfactoren, en dat de door de aanvrager verstrekte gegevens onvolledig zijn wat betreft de beoordeling van de mogelijke effecten van verminderde gibberellineniveaus op al deze processen, en dat de diversiteit van de veldproeven ontoereikend is; overwegende dat de lidstaten ook kritiek hebben geuit op het gebrek aan gegevens over de risico’s van een mogelijke langdurige stabiliteit van de kunstmatige micro-RNA in de plant of op het feit dat een niet-verwaarloosbaar deel van het gemodificeerde DNA kan worden aangetroffen in de darmen van dieren of mensen, alsook op het feit dat uit de verstrekte gegevens niet blijkt dat genoverdracht van planten op bacteriën onwaarschijnlijk is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1829/2003 is bepaald dat genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders geen negatieve effecten mogen hebben op de menselijke gezondheid, de diergezondheid of het milieu, en dat de Commissie bij het opstellen van haar besluit rekening moet houden met eventuele relevante bepalingen van het Unierecht en andere ter zake dienende factoren;</P></CONS><CONS><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Niet-democratische besluitvorming</STRING></STRING></P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het Parlement tijdens zijn achtste zittingsperiode in totaal 36 resoluties heeft aangenomen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het in de handel brengen van ggo’s voor gebruik als levensmiddelen en diervoeders (33 resoluties) en tegen de teelt van ggo’s in de Unie (drie resoluties); overwegende dat het Parlement tijdens zijn negende zittingsperiode 38 resoluties heeft aangenomen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het in de handel brengen van ggo’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de Commissie zich bewust is van de democratische tekortkomingen, het gebrek aan steun van de lidstaten en de bezwaren van het Parlement, maar desondanks vergunningen blijft verlenen voor ggo’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de Commissie ook zonder wetswijziging een vergunning voor ggo’s kan weigeren als in het comité van beroep geen gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten voor vergunningverlening is<FOOTNOTE><FIELD>Overeenkomstig artikel 6, lid 3, van Verordening (EU) nr. 182/2011 “kan” de Commissie de vergunning alsnog verlenen indien in het comité van beroep geen steun van een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten is gevonden. Zij hoeft dit niet te doen.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de stemming op 17 september 2024 in het Permanent Comité voor planten, dieren, levensmiddelen en diervoeders als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 geen advies heeft opgeleverd, wat betekent dat er voor het verlenen van een vergunning geen gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten werd gevonden;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie de in Verordening (EG) nr. 1829/2003 bedoelde uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie niet in overeenstemming is met het recht van de Unie, aangezien het niet verenigbaar is met het doel van Verordening (EG) nr. 1829/2003 om overeenkomstig de algemene beginselen die in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden (PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2002/178/oj).</FIELD></FOOTNOTE> zijn vastgesteld de basis te leggen voor het waarborgen van een hoog beschermingsniveau voor het leven en de gezondheid van de mens, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en de belangen van de consument, met betrekking tot genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarbij de goede werking van de interne markt wordt gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsbesluit in te trekken en een nieuw ontwerp aan het comité voor te leggen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Commissie in een schrijven van 11 september 2020 aan leden van het Parlement eindelijk heeft erkend dat er bij besluiten inzake vergunningverlening voor ggo’s rekening moet worden gehouden met duurzaamheid<FOOTNOTE><FIELD>https://tillymetz.lu/wp-content/uploads/2020/09/Co-signed-letter-MEP-Metz.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; is niettemin zeer teleurgesteld dat de Commissie sindsdien is doorgegaan met het verlenen van vergunningen voor de invoer van ggo’s in de Unie, ondanks de aanhoudende bezwaren van het Parlement en dat een meerderheid van de lidstaten ertegen heeft gestemd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>dringt er nogmaals bij de Commissie op aan rekening te houden met de verplichtingen van de Unie krachtens internationale overeenkomsten, zoals de Overeenkomst van Parijs, het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN; roept er nogmaals toe op om ontwerpuitvoeringshandelingen vergezeld te doen gaan van een toelichting waarin wordt uiteengezet op welke manier aan het “niet schaden”-beginsel is voldaan<FOOTNOTE><FIELD>Resolutie van het Europees Parlement van 15 januari 2020 over de Europese Green Deal (PB C 270 van 7.7.2021, blz. 2), paragraaf 102.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>