<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2024)0062</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering: aanvraag EGF/2024/002 BE/Limburg machinery and paper – België</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0019/2024 - Rapporteur: Matjaž Nemec)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 17 december 2024 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (aanvraag van België – EGF/2024/002 BE/Limburg machinery and paper) (COM(2024)0370 – C10-0166/2024 – 2024/0286(BUD))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2024)0370 – C10‑0166/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1309/2013<FOOTNOTE><FIELD>PB L 153 van 3.5.2021, blz. 48, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/691/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de “EFG-verordening”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad van 29 februari 2024 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (PB L, 2024/765, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/765/oj<STRING ITALIC="on">).</STRING></FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 8,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name punt 9,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten en de doelstellingen van het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0019/2024),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en om hen bij te staan bij hun re-integratie op de arbeidsmarkt; overwegende dat deze bijstand wordt verleend in de vorm van financiële steun aan de werknemers en aan de ondernemingen waarvoor zij hebben gewerkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat België aanvraag EGF/2024/002 BE/Limburg machinery and paper heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) naar aanleiding van 681 ontslagen<FOOTNOTE><FIELD>In de zin van artikel 3 van de EFG‑verordening.</FIELD></FOOTNOTE> in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdelingen 17 (Vervaardiging van papier en papierwaren) en 28 (Vervaardiging van machines, apparaten en werktuigen) in de provincie Limburg binnen een referentieperiode voor de aanvraag van 31 december 2023 tot 30 april 2024;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de aanvraag betrekking heeft op 567 ontslagen werknemers in de onderneming Sappi Lanaken NV (papier) en 114 ontslagen werknemers in de onderneming Purmo Group Belgium NV (machines);</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de aanvraag gebaseerd is op de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, punt c), van de EFG-verordening, waarin is bepaald dat ten minste 200 werknemers moeten worden ontslagen binnen een referentieperiode van vier maanden in ondernemingen die actief zijn in dezelfde of verschillende economische sectoren en die gelegen zijn in dezelfde regio;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de COVID-19-pandemie en de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne het economisch concurrentievermogen hebben verminderd en negatieve gevolgen hebben voor de economische groei in België;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat Sappi Lanaken gespecialiseerd was in de productie van houtvrij gestreken papier; overwegende dat de afnemende vraag naar grafische werken als gevolg van de toegenomen digitalisering heeft geleid tot een toenemende overcapaciteit van de Europese industrie van houtvrij gestreken papier; overwegende dat de productie in Sappi Lanaken niet kon worden overgeschakeld naar andere papierwaren waarnaar meer vraag is zonder daarbij flinke investeringen uit te voeren, en dat Sappi Group bijgevolg heeft besloten de productie in Lanaken stop te zetten en de fabriek te sluiten, aangezien er geen geschikte koper kon worden gevonden vanwege de structurele overcapaciteit in de sector;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de omvang van de productie van paneelradiatoren door Purmo Group in de periode 2018-2023 gestaag is gedaald, van 820 000 eenheden in 2018 naar 320 000 in 2023, oftewel een daling van 60 %; overwegende dat bij de vergelijking van de productiekosten van de verschillende fabrieken van Purmo Group in Europa de vestiging in Zonhoven zich in een nadelige positie bevindt, aangezien de kosten daar 17 % tot 35 % hoger liggen; overwegende dat Purmo Group heeft besloten de productie van 50 mm-paneelradiatoren in haar fabriek in Zonhoven stop te zetten en de desbetreffende productielijn te sluiten; overwegende dat het, na de onverwachte situatie met betrekking tot de beschikbaarheid en de prijzen van gas, als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, en volgend op de wetgeving van de Unie ten gunste van verwarmingssystemen op lage temperatuur en ten nadele van paneelradiatoren, onwaarschijnlijk is dat de vraag naar paneelradiatoren zich zal herstellen, aangezien de markt hiervoor steeds meer zal worden beperkt tot de vervanging van gebruikte eenheden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de twee ondernemingen overeenkomstig de Belgische wetgeving de verplichte procedure voor het informeren en raadplegen van werknemersvertegenwoordigers hebben gevolgd en een tewerkstellingscel hebben opgericht, die het doel heeft om werknemers die in het kader van collectief ontslag zijn ontslagen outplacementdiensten aan te bieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat financiële bijdragen uit het EFG in de eerste plaats gericht moeten zijn op actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen en op gepersonaliseerde steunmaatregelen die tot doel hebben de begunstigden snel te re-integreren in degelijke en duurzame banen op of buiten hun oorspronkelijke werkterrein, en hen voor te bereiden op een groenere en digitalere Europese economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het EFG een jaarlijks maximumbedrag van 30 miljoen EUR (in prijzen van 2018) niet mag overschrijden, zoals vastgesteld in artikel 8 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4, lid 2, punt c), van de EFG-verordening en dat België op grond van die verordening recht heeft op een financiële bijdrage van 704 135 EUR, wat overeenkomt met 60 % van de totale kosten van 1 173 559 EUR, bestaande uit uitgaven ten bedrage van 1 126 559 EUR voor gepersonaliseerde steunmaatregelen en uitgaven ten bedrage van 47 000 EUR voor activiteiten inzake voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, controle en rapportage;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er nota van dat de Belgische autoriteiten de aanvraag op 19 juli 2024 hebben ingediend en dat de Commissie, nadat België aanvullende gegevens had verstrekt, haar beoordeling op 5 november 2024 heeft afgerond en het Parlement hiervan diezelfde dag nog in kennis heeft gesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>stelt vast dat de aanvraag betrekking heeft op 567 ontslagen werknemers in de onderneming Sappi Lanaken en 114 ontslagen werknemers in de onderneming Purmo Group Belgium; merkt bovendien op dat in totaal 632 werknemers, waarvan bijna uitsluitend mannen, beoogde begunstigden zullen zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst erop dat de arbeidsmarkten van Lanaken en Zonhoven benadeeld zijn in vergelijking met Limburg als geheel of met Vlaanderen, aangezien de verhouding tussen de beroepsbevolking en de beschikbare banen er aanzienlijk lager is dan in Limburg als geheel of in Vlaanderen; onderstreept dat het aantal beschikbare banen in de industrie in Limburg in 2023 met 15 % gedaald is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst erop dat de profielen van de ontslagen werknemers, waarvan een derde 55 jaar of ouder en 30 % laagopgeleid is, leiden tot ernstige belemmeringen op de arbeidsmarkt; benadrukt dat de werknemers, rekening houdend met de neerwaartse tendens met betrekking tot vacatures en de geografische spreiding ervan, extra op maat gesneden ondersteuning nodig zullen hebben om de overgang naar werk tot een goed einde te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst erop dat de Belgische autoriteiten moeten erkennen dat de Unie aan de oorsprong van de financiering staat, daaraan zichtbaarheid moeten geven en de meerwaarde van de Unie voor de steunverlening moeten benadrukken door aan meerdere doelgroepen samenhangende, effectieve en gerichte informatie te verstrekken, waaronder gerichte informatie aan de beoogde begunstigden, de lokale en regionale autoriteiten, de sociale partners, de media en het grote publiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is van mening dat het een sociale verantwoordelijkheid van de Unie en de lidstaten is om de betrokken werknemers de mogelijkheid te bieden de nodige kwalificaties voor toekomstig werk te verwerven, aangezien de digitale en ecologische transitie aanzienlijke gevolgen heeft voor de sectoren waarin zij werkzaam zijn en leidt tot een daling van de vraag; is ingenomen met het feit dat België het gecoördineerde pakket van gepersonaliseerde steunmaatregelen heeft opgesteld in overleg met de beoogde begunstigden, hun vertegenwoordigers en de sociale partners;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat de steun uit het EFG moet worden geïntegreerd in een bredere strategie voor de betrokken werknemers en de regio en wel op alle politieke niveaus, onder meer via de ondersteuning van de betreffende financieringsinstrumenten van de Unie, met als doel ervoor te zorgen dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten bij de digitale en klimaattransitie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat de gepersonaliseerde steunmaatregelen die aan de betrokken werknemers moeten worden verstrekt het volgende omvatten: ondersteuning van een sociale interventieadviseur, loopbaanbegeleiding, counseling en beroepsoriëntatie, actieve ondersteuning bij het zoeken naar werk, opleiding, omscholing en beroepsopleiding, met inbegrip van opleiding op het gebied van digitale vaardigheden, evenals opleiding op de werkplek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>stelt vast dat België op 26 december 2023 is begonnen met het verlenen van gepersonaliseerde steunmaatregelen aan de beoogde begunstigden, wat betekent dat vanaf die datum tot 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit aanspraak kan worden gemaakt op een financiële bijdrage uit het EFG;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat België op 20 november 2023 de eerste administratieve uitgaven heeft gedaan met het oog op de uitvoering van het EFG, en dat deze uitgaven bijgevolg vanaf die datum tot 31 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit in aanmerking komen voor een financiële bijdrage uit het EFG;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>onderstreept dat de Belgische autoriteiten hebben bevestigd dat de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie zullen worden geëerbiedigd bij de toegang tot de voorgestelde maatregelen en de uitvoering ervan, en dat eventuele dubbele financiering zal worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst er nogmaals op dat steun uit het EFG niet in de plaats mag komen van maatregelen die op grond van nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van ondernemingen vallen, of van welke vergoedingen of rechten ten behoeve van de ontslagen werknemers dan ook, en dat de toewijzing dus geheel en al aanvullend moet zijn; herinnert eraan dat de lidstaten die financiële steun uit het EFG aanvragen, ervoor moeten zorgen dat aan de voorschriften van de nationale en Uniewetgeving inzake collectief ontslag is voldaan en dat de onderneming in kwestie dienovereenkomstig voorzieningen heeft getroffen voor haar werknemers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>dringt er bij de Belgische autoriteiten en andere lidstaten op aan op proactieve wijze preventieve maatregelen te nemen om het bedrijfsleven aan te passen aan de globalisering en aan technologische en klimaatveranderingen, en om werknemers te beschermen tegen het verlies van hun baan en andere negatieve gevolgen van de globalisering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en zorg te dragen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI><STRING BOLD="on">BIJLAGE</STRING></TI><STI><STRING BOLD="on">BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD</STRING></STI><P><STRING BOLD="on">betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van België (EGF/2024/002 BE/Limburg machinery and paper)</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2025/47.)</STRING></P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>