<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0004</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De systematische onderdrukking van mensenrechten in Iran, met name de zaak van Pakhshan Azizi en de zaak van Wrisha Moradi, en de gijzeling van EU-burgers</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0066, 0073, 0082, 0085 en 0086/2025)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 23 januari 2025 over de systematische onderdrukking van mensenrechten in Iran, met name de zaak van Pakhshan Azizi en de zaak van Wrisha Moradi, en de gijzeling van EU-burgers (2025/2511(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Iran,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 150, lid 5, en artikel 136, lid 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de mensenrechtensituatie in Iran aanzienlijk is verslechterd, met een sterke toename van het aantal executies, in 2024 alleen al 900 personen, van wie velen vrouwen, politieke dissidenten en personen die betrokken waren bij de protesten die werden aangewakkerd door de moord op Jina Mahsa Amini;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat Koerdische activisten, maatschappelijk werker Pakhshan Azizi en pleitbezorger van vrouwenrechten Verisheh (Wrisha) Moradi, die in Koerdistan hebben gestreden tegen ISIS, ter dood zijn veroordeeld wegens “gewapende opstand tegen de staat”; overwegende dat hun een eerlijk proces is ontzegd en dat zij zijn gefolterd en vastgehouden in eenzame opsluiting;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het Hooggerechtshof van Iran in januari 2025 Pakhshan Azizi en anderen ter dood heeft veroordeeld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat tientallen onschuldige EU-onderdanen willekeurig in Iran worden vastgehouden, zonder toegang tot eerlijke processen, als onderdeel van de algemene Iraanse strategie van gijzeldiplomatie;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hekelt de ongebreidelde onderdrukking door het Iraanse regime van de mensenrechten, waarbij met name vrouwelijke activisten in het vizier worden genomen; veroordeelt met klem de doodstraf die is uitgesproken tegen Pakhshan Azizi en Wrisha Moradi; eist dat Iran alle onterecht opgesloten mensenrechtenverdedigers en politieke gevangenen, waaronder Pakhshan Azizi, Wrisha Moradi en ten minste 56 andere politieke gevangenen die ter dood veroordeeld zijn, onmiddellijk en onvoorwaardelijk vrijlaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>herhaalt zijn krachtige verwerping van de doodstraf en verzoekt de Iraanse regering er onmiddellijk een moratorium op in te stellen en haar af te schaffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de EU en haar lidstaten meer steun te verlenen aan Iraanse mensenrechtenverdedigers en betuigt zijn volledige steun en solidariteit met de Iraniërs die verenigd zijn in de beweging “Vrouwen, leven, vrijheid”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>dringt er bij de Iraanse autoriteiten op aan onmiddellijk alle aanklachten jegens EU-onderdanen, waaronder Olivier Grondeau, Cécile Kohler, Jacques Paris en Ahmadreza Djalali, in te trekken en hen onmiddellijk vrij te laten en veilig te repatriëren; veroordeelt ten stelligste het gebruik door Iran van gijzeldiplomatie; verzoekt de EU en haar lidstaten gezamenlijke diplomatieke inspanningen te leveren en gezamenlijk te werken aan de vrijlating van deze personen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>veroordeelt met klem de moord op Jamshid Sharmahd; dringt er bij het islamitische regime in Iran op aan details te verstrekken over de omstandigheden van zijn dood, en dat zijn stoffelijk overschot onmiddellijk aan zijn familie wordt overgedragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>veroordeelt de stelselmatige onderdrukking door het Iraanse regime van mensenrechtenbewegingen en de stelselmatige vervolging van minderheden, waaronder Koerden, Beloetsjen, christenen, die na bekering worden vervolgd, en Baha’i’s, die alle geconfronteerd worden met etnische en religieuze discriminatie, arrestatie en schendingen van de grondrechten met als doel afwijkende meningen het zwijgen op te leggen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>herhaalt zijn verzoek aan de Raad om de Islamitische Revolutionaire Garde aan te merken als terroristische organisatie en de EU-sancties uit te breiden tot alle personen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen, waaronder opperste leider Ali Khamenei, president Masoud Pezeshkian, opperrechter Gholam‑Hossein Mohseni‑Ej’i, procureur-generaal Mohammad Movahedi‑Azad en rechter Iman Afshari;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>dringt er bij de Iraanse autoriteiten op aan de speciale rapporteur van de VN voor de mensenrechtensituatie in Iran en de onderzoeksmissie van de VN volledige en ongehinderde toegang te verlenen, zodat zij in staat zijn om hun mandaten uit te oefenen; roept de EU en de lidstaten op om de missie ten volle te steunen en zich uit te spreken voor verlenging van haar mandaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>herhaalt zijn verzoek om meer financiële steun voor het Iraanse maatschappelijk middenveld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de VV/HV, alsmede aan de Islamitische Raadgevende Vergadering en de opperste leider van de Islamitische Republiek Iran.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>