<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0011</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Europese Centrale Bank - jaarverslag 2024</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0003/2025 - Rapporteur: Anouk Van Brug)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 februari 2025 over het jaarverslag 2024 van de Europese Centrale Bank (2024/2054(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag 2023 van de Europese Centrale Bank (ECB),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de feedback van de ECB van 18 april 2024 op de input van het Parlement in het kader van zijn resolutie over het jaarverslag 2022 van de ECB<FOOTNOTE><FIELD>PB C 283 van 11.8.2023, blz. 40.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) en van de ECB, en met name de artikelen 2, 15 en 21,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 119, artikel 123, lid 1, artikel 125, artikel 127, leden 1 en 2, artikel 130, artikel 282, lid 2, en artikel 284, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 3 en 13 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de macro-economische prognoses voor de eurozone van de medewerkers van het Eurosysteem van 7 maart 2024, 6 juni 2024, 12 september 2024 en 12 december 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van bestuur van de ECB van 25 januari 2024, 7 maart 2024, 11 april 2024, 6 juni 2024, 18 juli 2024, 12 september 2024, 17 oktober 2024 en 12 december 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de inflatieraming van Eurostat van 3 februari 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de economische najaarsprognose 2024 van de Commissie, die op 26 november 2024 werd gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mondiale economische vooruitzichten van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) van januari 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de monetaire dialogen met Christine Lagarde, de president van de ECB, van 15 februari 2024, 30 september 2024 en 4 december 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit van 1 juni 2023 over de regelingen in de vorm van een briefwisseling tussen het Europees Parlement en de ECB over structurering van de praktijken voor interactie op het gebied van centralebankactiviteiten<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, PB C, C/2024/6738, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6738/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de goedkeuring van het Transmission Protection Instrument (TPI) door de Raad van bestuur van de ECB van 21 juli 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 28 juni 2023 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de vaststelling van de digitale euro (COM(2023)0369),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het eerste voortgangsverslag van de ECB van 24 juni 2024 en het tweede voortgangsverslag van 2 december 2024 over de voorbereidingsfase van de digitale euro,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de vier voortgangsverslagen van de ECB van 13 juli 2023, 24 april 2023, 21 december 2022 en 29 september 2022 over de onderzoeksfase van de digitale euro,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de herziening van de monetaire-beleidsstrategie van de ECB, die op 23 januari 2020 van start is gegaan en op 8 juli 2021 is afgerond, en de komende beoordeling van de monetaire-beleidsstrategie in 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de evaluatie van het operationele kader van de ECB, die gepubliceerd is op 13 maart 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de ECB over de internationale rol van de euro van juni 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resultaten van de allereerste stresstest van de ECB in verband met de cyberweerbaarheid van 26 juli 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de evaluatie van het operationele kader van de ECB, die gepubliceerd is op 20 november 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de bekendmaking van de herziene verordening kapitaalvereisten<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1623, 19.6.2024, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1623/oj</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE> (“VKV III”) en de richtlijn kapitaalvereisten<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1619, 19.6.2024, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1619/oj</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE> (“RKV VI”) in het Publicatieblad van de Europese Unie op 19 juni 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resultaten van de stresstest in verband met klimaatrisico’s van de ECB van 8 juli 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de actualisering van 2024 van de milieuverklaring van de ECB,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het klimaat- en natuurplan 2024-2025 van de ECB,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 142, lid 1, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10‑0003/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat volgens Eurostat de inflatie in de eurozone op basis van de geharmoniseerde index van consumentenprijzen (HICP) in december 2024 2,4 % bedroeg;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de inflatie op basis van de HICP volgens de macro-economische prognoses voor de eurozone van de medewerkers van het Eurosysteem van december 2024 naar verwachting zal dalen met 2,1 % in 2025 en met 1,9 % in 2026, en zal stijgen met 2,1 % in 2027<FOOTNOTE><FIELD>https://www.ecb.europa.eu/press/projections/html/ecb.projections202412_eurosystemstaff~71a06224a5.en.html#toc6.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de inflatieprognoses grote onderlinge verschillen in de eurozone laten zien;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de primaire doelstelling van de ECB het handhaven van prijsstabiliteit is, die door haar gedefinieerd is als een inflatieniveau van 2 % op de middellange termijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de ECB het algemene economische beleid in de EU moet bevorderen, om zo bij te dragen aan de verwezenlijking van de EU-doelstellingen die zijn verankerd in artikel 3 VEU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de ECB politiek onafhankelijk is, hetgeen betekent dat noch de instellingen en agentschappen van de EU, noch de regeringen van de lidstaten mogen proberen haar te beïnvloeden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de ECB besluiten kan nemen om haar primaire doelstelling, namelijk het handhaven van prijsstabiliteit, te verwezenlijken zonder andere politieke inmenging, maar wel met de plicht tot het afleggen van verantwoording;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat deze onafhankelijkheid vereist dat de ECB zich onthoudt van politieke activiteiten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat artikel 123 VWEU en artikel 21 van de statuten van de ESCB en de ECB de rechtstreekse monetaire financiering van regeringen verbieden; overwegende dat de ECB schuldbewijzen op de secundaire markt mag kopen als dat noodzakelijk is voor het nastreven van haar doelstellingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het Eurosysteem is gebaseerd op het beginsel van monetaire dominantie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de hoofdsomaflossingen van vervallende effecten die zijn aangekocht in het kader van het programma voor de aankoop van activa (APP) niet langer worden herbelegd, en de hoofdsomaflossingen van vervallende effecten die zijn aangekocht in het kader van het pandemie-noodaankoopprogramma (PEPP) vanaf januari 2025 niet langer zullen worden herbelegd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de door kredietinstellingen bij de ECB aangehouden bankreserves in december 2024 3 biljoen EUR bedroegen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de euro wereldwijd de op één na belangrijkste munt is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de ECB verantwoording moet afleggen aan het Parlement als de instelling die de burgers van de EU vertegenwoordigt; overwegende dat van deze verantwoording op het hoogste niveau sprake is door de regelmatige organisatie van de monetaire dialoog, de regelmatige aanwezigheid van de president van de ECB tijdens de plenaire vergadering van het Parlement, en verschillende bezoeken en vergaderingen tussen leden van het Parlement en bestuursleden van de ECB;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemeen overzicht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verwelkomt de rol die de ECB speelt bij het waarborgen van de monetaire en financiële stabiliteit, die een noodzakelijke randvoorwaarde vormt voor groei en economische stabiliteit; benadrukt dat de ECB de instelling is die verantwoordelijk is voor het handhaven van prijsstabiliteit in de eurozone in dit opzicht; wijst erop dat de ESCB, onverminderd het doel van prijsstabiliteit, ondersteuning moet bieden aan het algemene economische beleid van de Unie als vastgesteld in artikel 127 VWEU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat de statutaire onafhankelijkheid van de ECB, zoals vastgelegd in de Verdragen, een voorwaarde is voor het vervullen van haar mandaat, namelijk het handhaven van prijsstabiliteit in de eurozone en aldus bijdragen tot economische groei, concurrentievermogen en het scheppen van werkgelegenheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt het belang van de politieke onafhankelijkheid van de ECB, die onaangetast moet blijven; benadrukt dat deze onafhankelijkheid vereist dat de ECB zich onthoudt van politieke activiteiten; is ingenomen met de institutionele samenwerking, en onderstreept in dit verband het belang van een dienovereenkomstig niveau van verantwoordingsplicht ten aanzien van het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt de ECB en het Europees Parlement volledig gebruik te maken van de regelingen op het gebied van verantwoordingsplicht en transparantie, en deze regelingen waar mogelijk verder te verbeteren, zonder daarbij afbreuk te doen aan de onafhankelijkheid van de ECB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>erkent de inspanningen van de ECB om de inflatie terug te brengen tot niveaus die in overeenstemming zijn met haar streefcijfer van 2 % op middellange termijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt dat het monetaire beleid van de ECB, bij de uitvoering van haar mandaat, en het begrotingsbeleid hand in hand moeten gaan om Europese burgers, huishoudens en kleine ondernemingen te helpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>neemt nota van de verschillen tussen de lidstaten wat betreft inflatieniveaus boven of onder het streefcijfer van de ECB van 2 %; benadrukt dat inflatie de koopkracht van vaste inkomens, spaartegoeden en pensioenen vermindert en de signaalfunctie van prijzen die een efficiënte allocatie van middelen waarborgt, verstoort, met negatieve gevolgen voor de economische stabiliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat de inflatie heeft geleid tot een “crisis in verband met de kosten van levensonderhoud” voor EU-burgers; benadrukt daarom dat het absoluut noodzakelijk is de inflatie terug te brengen tot het streefdoel van 2 %; merkt op dat hoge inflatiecijfers onevenredig grote gevolgen hebben voor huishoudens met een lager inkomen, die een groter deel van hun middelen besteden aan noodzakelijke uitgaven; benadrukt dat het terugbrengen van de algemene inflatie tot hun streefniveau daarom ook belangrijk is voor het behoud van de sociale cohesie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>betreurt het dat de kerninflatie in de eurozone (2,7 % in december 2024) nog altijd hoog blijft, met slechts drie lidstaten van de eurozone die een kerninflatie meldt van minder dan 2 % in december 2024; wijst erop dat deze situatie leidt tot economische onzekerheid, sparen ontmoedigt en de kosten van levensonderhoud van burgers verhoogt, met name voor mensen met een vast en beperkt inkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat het te hoog houden van de rentetarieven de economische groei kan schaden; roept de ECB ertoe op de rentetarieven niet te snel te verlagen, gezien het risico dat de inflatie weer gaat stijgen terwijl de inflatie reeds boven de 2 % ligt; benadrukt dat inflatieverwachtingen een beslissende rol spelen en dat al te veel schommelingen in de inflatie verkeerde inflatieverwachtingen kunnen opleveren; verzoekt de ECB het effect van renteveranderingen op verschillende economische sectoren, waaronder kapitaalintensieve sectoren, te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat de monetaire-beleidsbeslissingen die de Raad van bestuur van de ECB sinds de inflatiecrisis als gevolg van de stijging van de energieprijzen heeft genomen, de inflatie op een pad hebben gebracht dat verenigbaar is met de verwezenlijking van de prijsstabiliteitsdoelstelling, en tegelijkertijd een ernstige verslechtering van de economische activiteit of de werkgelegenheid hebben voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>wijst erop dat het Eurosysteem is gebaseerd op het beginsel van monetaire dominantie en dat de economische en monetaire unie daarom een krachtig begrotingsbeleid in de lidstaten vereist om te kunnen reageren op externe schokken; herinnert aan de noodzaak van een adequate uitvoering van het nieuwe begrotingskader om de geloofwaardigheid van het begrotingsbeleid op het niveau van de economische en monetaire unie te waarborgen; merkt op dat voldoende budgettaire speelruimte de lidstaten ook in staat stelt te reageren op externe schokken; wijst in dit verband op de flexibiliteit die de nieuwe begrotingsregels bieden; wijst erop dat de lidstaten hun weerbaarheid tegen externe schokken kunnen vergroten door middel van begrotingsmaatregelen en groeibevorderende hervormingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>herinnert eraan dat een prudent begrotingsbeleid van de lidstaten een aanvulling kan vormen op de inspanningen van de ECB om de inflatie laag te houden en zo de inkomens te beschermen; benadrukt dat het aanpakken van buitensporige overheidstekorten en -schulden van cruciaal belang is voor het behoud van een stabiele economie, duurzame groei en de beschikbaarheid van beleidsruimte voor regeringen om op negatieve schokken te reageren; neemt in dit verband kennis van de recente bevindingen van de Financial Stability Review met betrekking tot hoge staatsschulden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat het monetair beleid van de ECB dat gericht is op de verwezenlijking van haar primaire mandaat, onderworpen is aan een evenredigheidsbeoordeling; merkt op dat bij de evenredigheidsbeoordeling rekening wordt gehouden met het effect van beleidsmaatregelen op monetair gebied op de economie en het economisch beleid in ruimere zin;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Monetair beleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>is zeer ingenomen met het feit dat de algemene inflatie is gedaald van haar piek van 10,6 % in oktober 2022 tot 2,4 % in december 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is ingenomen met de daling van de kerninflatie van haar piek van 7,6 % in maart 2023 tot 2,7 % in december 2024, maar spreekt zijn bezorgdheid uit over het historisch en aanhoudend hoge niveau; merkt met bezorgdheid op dat een hoge kerninflatie kan zorgen voor hogere algemene inflatiecijfers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>wijst erop dat de ECB er meer dan drie jaar over heeft gedaan om een inflatieniveau te bereiken dat in de buurt komt van haar streefcijfer van 2 %; herinnert in dit verband aan de onjuiste beoordeling van de ECB dat de inflatie naar verwachting slechts van tijdelijke aard zou zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>benadrukt dat schokken in de voorziening, voornamelijk veroorzaakt door externe bronnen, tot de belangrijkste oorzaken van de inflatiestijgingen behoorden; merkt op dat het monetaire beleid een directer effect heeft op het inflatieniveau wanneer het voornamelijk voortvloeit uit vraagfactoren in plaats van aanbodfactoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verwelkomt de inspanningen van de ECB om haar modellen regelmatig bij te werken; verzoekt de ECB haar modellen en de rol die zij spelen in haar beleidsvorming, te blijven herzien en verbeteren, gezien de ondermaatse prestaties van die modellen de laatste jaren, en daarbij beter onderscheid te maken tussen vraaggestuurde inflatiebronnen en inflatiebronnen aan de aanbodzijde; benadrukt dat economische aanbodschokken een groot aantal oorzaken kunnen hebben, waaronder geopolitieke gebeurtenissen, klimaatgerelateerde of natuurrampen en cyberaanvallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat door de eigenaar bewoonde woningen (OOH) zouden moeten worden opgenomen in de HICP, zowel met het oog op de representativiteit als de vergelijkbaarheid tussen landen in de eurozone; dringt aan op een versnelling van het stappenplan om gegevens inzake door de eigenaar bewoonde woningen snel in de HICP op te nemen; verwelkomt de toezegging van de Raad van bestuur van de ECB om zowel in zijn evaluaties van het monetair beleid als in zijn besluiten tevens rekening te houden met de beschikbare inflatiemaatstaven met betrekking tot het driemaandelijkse OOH-indexcijfer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>steunt het besluit van de ECB om haar programma’s voor de aankoop van activa terug te schroeven, om de liquiditeitsverhoudingen in de markt en de inflatieniveaus op elkaar af te stemmen, gezien de buitensporige liquiditeit in de markt en de gedaalde inflatiecijfers; verwelkomt het feit dat de activaportefeuille in het kader van de aankoopprogramma’s van de ECB sinds 2023 een neerwaartse trend vertoont;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>benadrukt dat het Eurosysteem, als gevolg van de rente op door commerciële banken aangehouden bankreserves, in 2023 120 miljard euro rente heeft uitbetaald aan kredietinstellingen, wat neerkomt op minstens 0,8 % van het bbp van de eurozone; is van mening dat dit een aanzienlijke subsidie aan de banksector is; verzoekt de ECB deze kwestie aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt dat de aankoopprogramma’s van de ECB onconventioneel beleid zijn dat alleen tijdens crisisperioden mag worden inzet en dat, indien niet zorgvuldig ten uitvoer gelegd, in strijd kan zijn met het verbod op monetaire financiering uit hoofde van artikel 123, lid 1, VWEU; verzoekt de ECB de geleidelijke inkrimping van haar balans te blijven volgen om langdurige potentiële destabiliserende effecten in de eurozone te beperken, en tegelijkertijd de groei en het concurrentievermogen van de economie van de EU te monitoren; verzoekt de ECB inzichten te delen over het effect van de aankoopprogramma’s op het functioneren van de financiële markten, met inbegrip van het effect op pensioenfondsen en de samenwerking op het gebied van pensioenverzekeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat een gelijkmatige doorwerking van het monetair beleid essentieel is voor de uitvoering van het prijsstabiliteitsmandaat van de ECB; benadrukt dat buitensporige verschillen in de rendementen op staatsobligaties ervoor zorgen dat de kredietvoorwaarden in strijd zijn met een uniforme doorwerking van het monetair beleid en een vermindering van de overheidsschuld uiterst moeilijk maken; neemt kennis van de invoering van het Transmission Protection Instrument (TPI) in juli 2022 als een instrument om een doeltreffende transmissie van het monetair beleid te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt dat uiteenlopende rentetarieven in de eurozone, wanneer er geen sprake is van ernstige financiële onrust, over het algemeen het gevolg zijn van verschillende risicopremies op staatsobligaties, onder meer als gevolg van uiteenlopende benaderingen van het begrotingsbeleid; merkt op dat maatregelen in het kader van het TPI onderliggende begrotingsuitdagingen kunnen verhullen; benadrukt dat het TPI onder de door de ECB vastgestelde voorwaarden alleen mag worden gebruikt om spanningen op de financiële markten aan te pakken die geen verband houden met economische fundamentals; verzoekt de lidstaten een verantwoord begrotingsbeleid te voeren en te zorgen voor houdbare schuldniveaus, om zo hun weerbaarheid tegen huidige en toekomstige schokken te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitale euro</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>neemt nota van de progressie die de ECB boekt bij het project voor de digitale euro en is ingenomen met de voortdurende dialoog met het Parlement; benadrukt dat elke digitale euro een duidelijke meerwaarde moet opleveren voor de Europese burgers, onder meer door middel van meer strategische autonomie op het gebied van betalingen, meer concurrentie op de markt voor retailbetalingen, het potentieel om innovatie op het gebied van betalingen en financiën te bevorderen, betere financiële inclusie en een betrouwbaar offline back-up betalingssysteem; verzoekt de ECB deze voordelen duidelijk aan te tonen voordat de medewetgevers van de EU besluiten om al dan niet een digitale euro in te voeren die het juiste evenwicht vindt tussen onder meer aanhoudingslimieten, privacykwesties, concurrentie met particuliere betaaloplossingen en de bruikbaarheid in een zakelijke context;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>eist dat het besluit over de mogelijke uitgifte van de digitale euro niet alleen door de Raad van bestuur van de ECB wordt genomen; vindt in plaats daarvan dat het besluit om al dan niet een digitale euro in te voeren uiteindelijk een politiek besluit is dat door de medewetgevers van de EU moet worden genomen, aangezien dergelijk besluit ingrijpende gevolgen kan hebben voor een breed scala aan EU‑beleidsterreinen, waaronder privacy, consumentenbescherming, financiële stabiliteit, financieel beleid en andere terreinen die verdergaan dan puur monetair beleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is van mening dat de digitale euro alleen een succes kan worden als hij een tastbare meerwaarde voor de Europese burgers oplevert die zij kunnen begrijpen; merkt op dat veel Europese burgers momenteel niet van het project voor de digitale euro op de hoogte zijn of daar sceptisch tegenover staan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>herhaalt dat contanten te allen tijde breed beschikbaar en toegankelijk moeten blijven, om ervoor te zorgen dat er op verschillende manieren betaald kan worden; verwelkomt in dit verband het voorstel voor een verordening betreffende het gebruik van eurocontanten als wettig betaalmiddel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt de noodzaak van een kostengebaseerd compensatiemodel voor de banksector, die belast is met de praktische uitvoering van het project voor de digitale euro; herinnert eraan dat het compensatiemodel een euro moet waarborgen die gratis is voor zijn gebruikers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verzoekt de ECB naar behoren rekening te houden met zorgen over de financiële stabiliteit en mogelijke veranderingen in de structuur van de financiële sector als gevolg van de invoering van de digitale euro; herinnert aan het belang van aanhoudingslimieten om geen extra risico’s te creëren voor de balans van banken, met name in crisissituaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de ECB prioriteit te geven aan krachtige privacywaarborgen en deze tot gouden standaard voor privacy voor digitaal centralebankgeld te maken, om zo het vertrouwen van het publiek te waarborgen en tegemoet te komen aan de zorgen van burgers over gegevensbescherming en autonomie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Secundaire doelstellingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt dat de secundaire doelstellingen van de EU momenteel niet in de Verdragen zijn gespecificeerd; merkt op dat het ondersteunende karakter van de secundaire doelstellingen van de ECB een aanvulling vormt op het primaire mandaat; overeenkomstig de verdragen heeft de EU tot doel de vrede, de Europese waarden en het welzijn van haar bevolking te bevorderen, een evenwichtige economische groei en prijsstabiliteit en een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen tot stand te brengen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang, en een hoog niveau van bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>herinnert eraan dat de ECB, onverminderd het doel van prijsstabiliteit, uit hoofde van de verdragen ondersteuning moet bieden aan het algemene economische beleid van de Unie; verzoekt de ECB zich bij het uitleggen of uitvoeren van haar secundaire doelstellingen aan haar mandaat te houden; benadrukt dat overschrijding van dit mandaat raakt aan de onafhankelijkheid van de ECB; is van mening dat handhaving van de prijsstabiliteit en stabiele macro-economische voorwaarden bijdraagt tot het scheppen van de juiste voorwaarden voor de uitvoering van de algemene economische beleidsdoelstellingen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>wijst erop dat secundaire doelstellingen van de ECB het best worden verwezenlijkt indien zij opereert in een stabiele macro-economische omgeving, op basis van voorspelbare prijsniveaus, die investeringen aanmoedigt; verzoekt de ECB in haar jaarverslag een specifiek hoofdstuk op te nemen waarin zij uiteenzet hoe zij haar secundaire doelstellingen heeft geïnterpreteerd en verwezenlijkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>benadrukt dat de ECB verstoringen in de signaalfunctie van prijzen moet voorkomen, om een efficiënte toewijzing van middelen te waarborgen; roept de ECB op verder te beoordelen in hoeverre klimaatverandering van invloed is op haar vermogen om de prijsstabiliteit te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verzoekt dat de ECB bij al haar monetaire activiteiten een benadering van marktneutraliteit hanteert maar wijst erop dat de ECB erkent dat marktneutraliteit een operationeel instrument is en geen wettelijke vereiste;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>merkt op dat de maatregelen van de ECB om haar portefeuille van bedrijfsobligaties koolstofvrij te maken, niet van een strikt marktneutrale aanpak getuigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt de ECB haar beleid te herzien om ervoor te zorgen dat deze maatregelen het concurrentievermogen van de EU bevorderen, terwijl dergelijke acties de primaire doelstelling van de ECB op geen enkele wijze in gevaar mogen brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verzoekt de ECB alle haar ter beschikking staande instrumenten te gebruiken om ervoor te zorgen dat banken alle financiële en externe risico’s, waaronder klimaat- en geopolitieke risico’s, serieus nemen; verwelkomt de werkzaamheden van de ECB om de risicobeoordelingsinstrumenten en -capaciteit van het Eurosysteem verder te verbeteren, teneinde beter rekening te houden met klimaat- en milieugerelateerde risico’s, in het bijzonder omdat klimaatverandering en extreme weersverschijnselen tot een grotere prijsvolatiliteit zouden kunnen leiden, met name in de agrofoodindustrie; verzoekt de ECB te blijven werken aan stresstests met betrekking tot klimaatrisico’s, die zijn ontwikkeld ter beoordeling van de veerkracht van banken en bedrijven ten aanzien van klimaattransitierisico’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>neemt kennis van het klimaat- en natuurplan 2024-2025; verzoekt de ECB een geopolitiek plan 2025-2030 op te stellen om een beter inzicht te krijgen in de gevolgen van oorlog en conflicten voor de prijsstabiliteit en om alle potentiële bronnen van externe schokken gelijk te behandelen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige aspecten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>benadrukt dat een sterkere internationale rol van de euro zou leiden tot lagere rentetarieven in de eurozone, een verhoogde status van de EU op het internationale toneel en meer macro-economische stabiliteit; herinnert eraan dat een versterking van de internationale rol van de euro zou bijdragen tot de versterking van de strategische autonomie van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>verzoekt de ECB na te gaan of de internationale rol van de euro kan worden versterkt om de munt aantrekkelijker te maken als reservevaluta en marktgestuurde verschuivingen in deze richting te steunen; merkt op dat de voltooiing van de economische en monetaire unie de internationale rol van de euro zou kunnen bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>stelt vast dat de ECB zich hard maakt voor de totstandbrenging van een volwaardig Europees depositoverzekeringsstelsel; wijst erop dat risicodeling en risicovermindering onderling verbonden zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verwelkomt het feit dat de ECB aandacht besteedt aan de risico’s van cyberaanvallen; verzoekt de ECB de veiligheid en beveiliging van het monetaire systeem voor de gebruikers ervan te waarborgen, met name in het licht van de huidige geopolitieke ontwikkelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>beschouwt financiële stabiliteit als een randvoorwaarde voor een doeltreffend monetair beleid en een veerkrachtig financieel stelsel; is verheugd over de voltooiing van het Bazel III-kader en de toepassing ervan vanaf 1 januari 2025, omdat dit de veerkracht van de banksector in dit opzicht kan vergroten; betreurt echter ten zeerste de vertragingen bij de tenuitvoerlegging en het gebrek aan duidelijkheid over de tenuitvoerlegging door een aantal andere rechtsgebieden, wat leidt tot een ongelijk speelveld op mondiaal niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>wijst op de zorgen van de ECB in verband met de opkomst van de schaduwbanksector en de mogelijke risico’s daarvan voor de financiële stabiliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>pleit voor samenwerking met de lidstaten en met nationale centrale banken op het gebied van programma’s voor financiële geletterdheid om individuen en bedrijven in staat te stellen weloverwogen financiële beslissingen te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>betreurt dat de directie en de Raad van bestuur van de ECB slechts twee vrouwelijke leden tellen; herhaalt dat bij de nominaties voor de directie voor genderevenwicht moet worden gezorgd, en dat shortlists van kandidaten aan het Parlement moeten worden voorgelegd; verzoekt de lidstaten van de eurozone met klem bij hun benoemingsprocedures de beginselen van gendergelijkheid toe te passen, zodat er sprake is van gelijke kansen voor beide genders om president te worden van hun nationale centrale banken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>herhaalt dat ECB-benoemingen gebaseerd moeten zijn op objectieve procedures voor het beoordelen van verdiensten en bekwaamheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>steunt de doelstelling van de ECB om de vertegenwoordiging door vrouwen te verhogen door vrouwen aan te moedigen carrière te maken op dit gebied; is derhalve ingenomen met initiatieven zoals de door de ECB aangeboden “Women in Economics Scholarship”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>benadrukt dat de meest recente evaluatie van de financiële stabiliteit die de ECB in november 2024 heeft gepubliceerd, aanleiding geeft tot bezorgdheid over de mogelijkheid van een prijszeepbel voor activa in verband met AI, gezien de concentratie bij enkele grote ondernemingen met belangen op het gebied van AI;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>roept op tot de verdere versterking van het interne kader van de ECB voor klokkenluiders, teneinde het in overeenstemming te brengen met de klokkenluidersrichtlijn van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt het ESCB zijn dialoog met de nationale parlementen voort te zetten en te versterken, hetgeen de legitimiteit en het beleid van het ESCB zou versterken;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Europese Centrale Bank.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>