<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0027</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Europees Sociaal Fonds Plus na 2027</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0014/2025 - Rapporteur: Marit Maij)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 maart 2025 over het Europees Sociaal Fonds Plus na 2027 (2024/2077(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 46, punt d), artikel 149, artikel 153, lid 2, punt a), en de artikelen 164, 175 en 349,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 231 van 30.6.2021, blz. 21, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1057/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/3236 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 tot wijziging van Verordeningen (EU) 2021/1057 en (EU) 2021/1058 wat betreft regionale noodhulp voor wederopbouw (RESTORE)<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/3236, 23.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/3236/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (UNCRPD), dat op 21 januari 2011 in werking is getreden, in overeenstemming met Besluit 2010/48/EG van de Raad van 26 november 2009 betreffende de sluiting door de Europese Gemeenschap van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap<FOOTNOTE><FIELD> PB L 23 van 27.1.2010, blz. 35, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2010/48(1)/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten (EPSR), die op 17 november 2017 door het Parlement, de Raad en de Commissie is afgekondigd en ondertekend,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van Terhulpen over de toekomst van de Europese pijler van sociale rechten, die op 16 april 2024 door het Parlement, de Commissie, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de Raad is ondertekend,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van Luik van 5 maart 2024 getiteld “Naar betaalbare, fatsoenlijke en duurzame huisvesting voor iedereen”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 27 maart 2024 over het 9e cohesieverslag (COM(2024)0149),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 maart 2024 getiteld “Tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden in de EU: een actieplan”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 12 maart 2021 inzake gelijkheid, inclusie en participatie van de Roma<FOOTNOTE><FIELD> PB C 93 van 19.3.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 4 maart 2021 getiteld “Het actieplan voor de Europese pijler van sociale rechten” (COM(2021)0102) en de daarin voorgestelde kerndoelen voor 2030 inzake werkgelegenheid, opleiding en armoedebestrijding,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 7 oktober 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma” (COM(2020)0620),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de jaarverslagen van de Europese Rekenkamer betreffende de prestaties van de EU-begroting voor 2019 en 2021,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 november 2023 over het scheppen van werkgelegenheid: rechtvaardige transitie en investeren met impact<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4224, 24.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4224/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 21 november 2023, getiteld “Kinderen eerst: versterking van de kindergarantie, twee jaar na de goedkeuring ervan”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4212, 24.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4212/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 december 2022, getiteld “Naar gelijke rechten voor personen met een handicap”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 177 van 17.5.2023, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 29 april 2021 over de Europese kindergarantie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 506 van 15.12.2021, blz. 94.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 februari 2021 over het terugdringen van ongelijkheid, met speciale aandacht voor armoede onder werkenden<FOOTNOTE><FIELD> PB C 465 van 17.11.2021, blz. 62.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 21 januari 2021 over toegang tot fatsoenlijke en betaalbare huisvesting voor iedereen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 456 van 10.11.2021, blz. 145.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 21 januari 2021 over de EU‑strategie inzake gendergelijkheid<FOOTNOTE><FIELD> PB C 456 van 10.11.2021, blz. 208.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 november 2020 over het aanpakken van dakloosheid in de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 425 van 20.10.2021, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 oktober 2020 over de jongerengarantie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 395 van 29.9.2021, blz. 101.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 5 juli 2022, getiteld “Naar gemeenschappelijke Europese maatregelen op het gebied van zorg”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 47 van 7.2.2023, blz. 30.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 juni 2020 over de Europese strategie inzake handicaps post‑2020<FOOTNOTE><FIELD> PB C 362 van 8.9.2021, blz. 8.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Mario Draghi van 9 september 2024 over de toekomst van het Europese concurrentievermogen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Enrico Letta van 10 april 2024 getiteld “Much more than a market”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie regionale ontwikkeling,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken (A10-0014/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) de beleidsmaatregelen van de lidstaten met het oog op gelijke kansen, gelijke toegang tot de arbeidsmarkt, rechtvaardige en hoogwaardige arbeidsvoorwaarden, sociale bescherming en inclusie, steunt, aanvult en daaraan meerwaarde toevoegt, met bijzondere aandacht voor hoogwaardige en inclusieve voorzieningen voor onderwijs en opleiding, een leven lang leren, investeringen in kinderen en jongeren en toegang tot basisdiensten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het ESF+ het enige EU-fonds is dat in de eerste plaats gericht is op sociaal beleid, en daarom uit zichzelf uniek is en, samen met het cohesiebeleid, zeer doeltreffend en noodzakelijk is voor de verwezenlijking van sociale inclusie; overwegende dat het ESF+ zo efficiënt mogelijk moet worden ingezet om via structurele hervormingen systeemveranderingen tot stand te brengen, waarbij de nadruk moet liggen op de complementariteit met de begrotingen van de lidstaten om de lidstaten te motiveren het fonds voor deze hervormingen te gebruiken, hoewel het ook van cruciaal belang is om op EU-niveau een meer holistisch sociaal beleid te ontwikkelen om ongelijkheid en uitsluiting aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het cohesiebeleid, de Europese structuur- en investeringsfondsen en met name het ESF+ krachtige instrumenten zijn voor cohesie tussen lidstaten, regio’s en gebieden, met inbegrip van stedelijke en plattelandsgebieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de situatie en de behoeften van elke regio in de EU verschillend zijn; overwegende dat de lokale gemeenschappen de directe begunstigden zijn van het ESF+ en dat het daarom een eerste vereiste is dat de regionale en lokale belanghebbenden rechtstreeks betrokken worden bij de vormgeving van dit instrument; overwegende dat vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling een instrument is om burgers op lokaal niveau te betrekken bij het formuleren van antwoorden op de huidige sociale, ecologische en economische uitdagingen en derhalve een belangrijk instrument is om de uitvoering van het ESF+ te vergemakkelijken; overwegende dat de uitvoering van het ESF+ op nationaal niveau vaak gepaard gaat met onnodige administratieve lasten en ingewikkelde of ondoeltreffende regels;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat verschillende mensen in kwetsbare situaties verschillende behoeften hebben, zoals kinderen, eenoudergezinnen en grote gezinnen, vrouwen in armoede, werklozen en personen met een onzekere baan, migranten, arbeidsmigranten en slachtoffers van mensenhandel, personen met een handicap, jongeren en ouderen, daklozen en Roma; overwegende dat de digitale en groene transitie dringend nodig is en voor iedereen veel kansen, maar ook uitdagingen met zich meebrengt, zoals de digitale vaardigheidskloof en de digitale genderkloof, en de noodzaak om de beroepsbevolking om te scholen, en overwegende dat de EU, om in dit streven te slagen, moet zorgen voor een rechtvaardige transitie waarbij niemand aan zijn lot wordt overgelaten; overwegende dat er in de EU mensen in kwetsbare situaties zijn die in de marge van het sociaal beleid en de door het ESF+ gefinancierde programma’s blijven; overwegende dat buitengewone inspanningen en structurele veranderingen nodig zijn om alle mensen in kwetsbare situaties te bereiken en te voorkomen dat het aantal personen in die situaties toeneemt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat ongeveer 100 miljoen mensen een bepaald soort handicap hebben; overwegende dat slechts de helft van de personen met een handicap werk heeft; overwegende dat in de EU 28,8 % personen met een handicap met armoede of sociale uitsluiting worden bedreigd<FOOTNOTE><FIELD> https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Disability_statistics_-_poverty_and_income_inequalities</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat personen met een handicap die in de EU leven nog steeds te maken hebben met meervoudige en intersectionele vormen van discriminatie in alle aspecten van hun leven, waaronder onthouding van fatsoenlijke huisvesting; overwegende dat personen met een handicap op voet van gelijkheid aanspraak kunnen maken op hun grondrechten en recht hebben op volledige en effectieve participatie in alle aspecten van het leven en de samenleving;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat 22,3 % van de vrouwen in armoede leeft, tegenover 20,3 % van de mannen, en dat vrouwen nog steeds meer door armoede en het risico op sociale uitsluiting worden getroffen dan mannen<FOOTNOTE><FIELD> https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Gender_pay_gap_statistics.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat vrouwen in de EU gemiddeld 12,7 % minder verdienen dan mannen en dat deze loonkloof tussen mannen en vrouwen decennialang heeft geleid tot een pensioenkloof van 29,5 % tussen mannen en vrouwen, waardoor een ongelijke mate van economische onafhankelijkheid tussen oudere vrouwen en mannen is ontstaan; overwegende dat bijna de helft van de alleenstaande moeders in armoede leeft of met armoede of sociale uitsluiting wordt bedreigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat in 2023 94,6 miljoen mensen in de EU, d.w.z. ongeveer 21,4 % van de bevolking, in een huishouden leefden dat bedreigd werd met armoede of sociale uitsluiting, en dat het armoederisico- of sociale-uitsluitingspercentage in de EU-27 24,8 % bedraagt<FOOTNOTE><FIELD> https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Living_conditions_in_Europe_-_poverty_and_social_exclusion</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat in 2020 ongeveer 14 % van de huishoudens met kinderen (7,8 miljoen huishoudens) uit alleenstaande ouders bestond; overwegende dat bijna de helft (48 %) van de alleenstaande moeders en een derde (32 %) van de alleenstaande vaders het risico lopen op armoede of sociale uitsluiting<FOOTNOTE><FIELD> https://ec.europa.eu/eurostat/web/products-eurostat-news/-/edn-20210601-2</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat dus bijna een op de vier kinderen in de EU als geheel het risico loopt op armoede of sociale uitsluiting; overwegende dat de jeugdwerkloosheid in de EU bijna 15 % bedraagt; overwegende dat werkloosheid, vooral op jonge leeftijd, kan leiden tot financiële problemen, sociaal isolement, psychische problemen en minder geluk;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de algehele stijging van de levensverwachting en de vergrijzing van de bevolking in Europa een groeiende vraag naar zorg in alle leeftijdsgroepen met zich meebrengt; overwegende dat 80 % van de langdurige zorg wordt verleend door informele zorgverleners, voornamelijk vrouwen; overwegende dat de zorgsector in alle lidstaten te kampen heeft met een groeiend tekort aan werknemers; overwegende dat de Europese zorgstrategie tot doel heeft hoogwaardige, betaalbare en toegankelijke zorgdiensten met betere arbeidsomstandigheden en een beter evenwicht tussen werk en privéleven voor zorgverleners in de hele EU te waarborgen; overwegende dat programma’s, projecten en acties ter bevordering van actief ouder worden en intergenerationele banden worden ondersteund via het ESF+; overwegende dat het ESF+ het belangrijkste financieringsinstrument van de EU is om de lidstaten te ondersteunen bij de uitvoering van de EU-brede regels ter verbetering van de balans tussen werk en privéleven voor ouders en verzorgers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de beschikbaarheid en betaalbaarheid van fatsoenlijke huisvesting afneemt; overwegende dat huisvesting overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel in de eerste plaats een bevoegdheid van de lidstaten is; overwegende dat de redenen voor de huidige huisvestingssituatie van lidstaat tot lidstaat kunnen verschillen, zoals overliberalisering van de markt, vastgoedspeculatie, ongereguleerde kortetermijnverhuur, de daling van de koopkracht van mensen die in armoede leven en het gebrek aan sociale en openbare huisvesting, en een van de grootste uitdagingen is waarmee Europeanen vandaag de dag worden geconfronteerd; overwegende dat we nog ver verwijderd zijn van de doelstelling om dakloosheid uit te bannen tegen 2030; overwegende dat de EU haar allereerste commissaris voor de aanpak van de huisvestingscrisis krijgt en dat het allereerste Europese plan voor betaalbare en duurzame huisvesting in 2025 wordt verwacht; overwegende dat in dit plan specifiek aandacht moet worden besteed aan dakloze kinderen; overwegende dat dergelijke voorstellen, in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel, hand in hand moeten gaan met nationale maatregelen om de toegang tot duurzame en betaalbare huisvesting en de kwaliteit van het dagelijks leven te verbeteren, zoals maatregelen inzake kortetermijnverhuur of andere marktinterventies in gebieden met grote knelpunten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat een op de vier kinderen in de EU nog steeds het risico loopt op armoede en sociale uitsluiting<FOOTNOTE><FIELD> https://ec.europa.eu/eurostat/web/products-eurostat-news/w/ddn-20240719-1</FIELD></FOOTNOTE>, en overwegende dat de huidige trend niet zal leiden tot het behalen van de doelstelling om het aantal kinderen in armoede tegen 2030 met ten minste 5 miljoen te verminderen; overwegende dat de Europese kindergarantie tot doel heeft kinderarmoede en de sociale uitsluiting van hulpbehoevende kinderen te voorkomen en te bestrijden door te zorgen voor doeltreffende en gratis toegang tot hoogwaardige voor- en vroegschoolse educatie en opvang, onderwijs, schoolactiviteiten, ten minste één gratis gezonde maaltijd per schooldag en gezondheidszorg, en doeltreffende toegang tot gezonde voeding en adequate huisvesting; overwegende dat de uitvoerend vicevoorzitter van de Commissie voor Sociale Rechten, Vaardigheden, Hoogwaardige Banen en Paraatheid verantwoordelijk is voor het versterken van de kindergarantie; overwegende dat de ESF+-middelen alleen niet toereikend zijn om het probleem van kinderarmoede in de EU aan te pakken en dat deze kwestie daarom, in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel, dringend door de lidstaten prioritair moet worden aangepakt en dat de uitwisseling en coördinatie van beste praktijken moet worden verbeterd, en worden aangevuld door het ESF+ op EU niveau;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de sociale en economische integratie van migranten, waaronder arbeidsmigranten, vluchtelingen en slachtoffers van mensenhandel moet worden verbeterd om ervoor te zorgen dat zij deel uitmaken van onze samenlevingen; overwegende dat een geslaagde inclusie niet alleen gelijke toegang tot de arbeidsmarkt vereist, maar ook volledige participatie in de samenleving; overwegende dat speciale aandacht moet worden besteed aan arbeidsmigranten uit derde landen en ongedocumenteerde migranten; overwegende dat verschillende EU-fondsen, waaronder het ESF+ en het Fonds voor asiel, migratie en integratie, in dit verband hun eigen rol spelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat het aantal inwoners van de EU afneemt; overwegende dat er in sommige EU-regio’s sprake is van ontvolking en dat de bevolking zich steeds meer concentreert in bepaalde stedelijke gebieden; overwegende dat er inspanningen moeten worden geleverd om de ontwikkeling en cohesie op deze gebieden te verbeteren; overwegende dat demografische veranderingen zullen leiden tot een kleinere beroepsbevolking, waardoor bij- en omscholing en uitbreiding van de beroepsbevolking nodig zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat in het verslag over de toekomst van het Europese concurrentievermogen van Mario Draghi wordt gewaarschuwd voor de aanzienlijke vaardigheidskloof waarmee de EU wordt geconfronteerd, waarbij 77 % van de EU-bedrijven meldt dat zelfs nieuw aangeworven werknemers niet over de vereiste vaardigheden beschikken en 42 % van de Europeanen digitale basisvaardigheden ontbeert; overwegende dat in het verslag wordt betreurd dat te weinig werknemers een opleiding volgen en dat er op dit gebied te weinig vooruitgang wordt geboekt, aangezien er meer dan 50 miljoen werknemers een opleiding nodig hebben om te voldoen aan de centrale doelstelling van het aantal volwassenen dat jaarlijks een opleiding volgt; overwegende dat professionals die een beroepsopleiding hebben gevolgd en mensen met praktische vaardigheden cruciaal zijn voor de Europese samenlevingen; overwegende dat het Europese concurrentievermogen niet verder kan worden ontwikkeld zonder het menselijk kapitaal te versterken; overwegende dat tijdige investeringen in de omscholing en bijscholing van werknemers die hun baan dreigen te verliezen of van wie de vaardigheden verouderd zijn, onder meer kunnen helpen voorkomen dat zij in armoede vervallen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat bijzondere aandacht, met inbegrip van specifieke maatregelen gericht op de behoeften ter plaatse waar dit relevant is, moet worden besteed aan plattelandsgebieden, gebieden die een industriële overgang doormaken, ultraperifere regio’s en regio’s die kampen met ernstige en permanente natuurlijke, economische of demografische nadelen, zoals dunbevolkte regio’s, eilanden, berggebieden en grensoverschrijdende regio’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de Commissie in het kader van het tienjarenplan ter ondersteuning van de Roma in de EU minimumdoelen voor 2030 heeft voorgesteld om te zorgen voor vooruitgang op het gebied van gelijkheid, inclusie en participatie van de Roma; overwegende dat deze doelstellingen onder meer inhouden dat de kloof op het gebied van huisvestingsachterstand met ten minste een derde moet worden verkleind, dat het aantal Romakinderen dat naar aparte basisscholen gaat in lidstaten met een aanzienlijke Romabevolking met ten minste de helft moet worden teruggebracht, en dat de armoedekloof tussen de Roma en de bevolking in het algemeen met ten minste de helft moet worden verkleind; overwegende dat het ESF+ het belangrijkste financiële instrument zal blijven voor het bereiken van de Roma-doelstellingen voor 2030;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beginselen van het ESF+ na 2027</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat het ESF+ het belangrijkste en voornaamste instrument moet blijven voor de ondersteuning van de lidstaten, de regio’s, lokale gemeenschappen en burgers bij de versterking van de sociale dimensie van de Unie en bij het nastreven van een sociaal-economische ontwikkeling die niemand aan zijn lot overlaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat het ESF+ sociale uitdagingen zoals de gevolgen van de klimaatverandering en de digitalisering moet aanpakken, eraan moet bijdragen en zich eraan moet aanpassen, en tegelijkertijd sociale uitdagingen zoals de stijgende kosten van levensonderhoud en lonen die niet even snel stijgen, moet aanpakken, sociale veerkracht moet bevorderen, ongelijkheden moet verminderen en de meest kwetsbare mensen moet beschermen; hamert erop dat het ESF+ investeringen en groei op lange termijn moet stimuleren, waarbij de nadruk moet liggen op sociale en territoriale cohesie, terwijl structurele transformatie in de hele EU moet worden ondersteund en de convergentie tussen de lidstaten moet worden vergroot;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wijst er nadrukkelijk op dat het ESF+ opwaartse sociale convergentie moet blijven vergroten, met name voor de meest behoeftigen, moet blijven investeren in menselijk kapitaal, werkgelegenheid, ontwikkeling van vaardigheden en sociale inclusie, en daarnaast ondernemerschap en sociale innovatie moet stimuleren, in kinderen moet investeren, de digitale en groene transitie, demografische uitdagingen en regio’s die getroffen worden door crises, waaronder de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne, moet aanpakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>dringt erop aan dat het ESF+ doorgaat met het verbeteren van de werkgelegenheidskansen, het vergemakkelijken van eerlijke arbeidsmobiliteit, het bevorderen van het scheppen van hoogwaardige banen, het waarborgen van fatsoenlijke arbeidsomstandigheden en het verbeteren van de arbeidsparticipatie, met name van vrouwen, personen met een handicap en andere mensen in kwetsbare situaties, om de sociale en economische veerkracht te vergroten en zo bij te dragen aan de aanpassing aan veranderingen in het bedrijfsleven, ook door middel van opleiding, omscholing en bijscholing;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>onderstreept dat het ESF+ gebaseerd moet zijn op een strategie voor sociale investeringen en een benadering voor het hele leven, waarbij maatregelen worden ondersteund die mensen oplossingen voor de middellange en lange termijn kunnen bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt dat de doelstellingen van het ESF+ gericht moeten zijn op het bereiken van sociale inclusie, hoge werkgelegenheidsniveaus met kwalitatief hoogwaardige en duurzame banen, passende lonen, fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, waaronder het welzijn van werknemers, een gezonde werkomgeving, eerlijke socialezekerheidsstelsels in de lidstaten, alsmede mogelijkheden voor beroepsonderwijs en -opleiding en een leven lang leren voor iedereen, rekening houdend met de specifieke behoeften van mensen in kwetsbare situaties, teneinde een geschoolde, concurrerende en veerkrachtige beroepsbevolking te ontwikkelen, die klaar is voor de dubbele transitie en de toekomstige wereld van werk, en om eerlijke sociale bescherming en inclusieve en samenhangende samenlevingen tot stand te brengen, met als doel armoede uit te bannen, ongelijkheid te bestrijden en de beginselen en kerndoelen van het EPSR te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>dringt aan op een robuust, sterker en onafhankelijk ESF+ dat aanzienlijk meer overheidssteun kan verlenen aan de instrumenten in de lidstaten om mensen in kwetsbare situaties en de meest behoeftigen in onze samenlevingen te helpen, te investeren in mensen en vaardigheden, mensen te helpen uit armoede en sociale uitsluiting te komen en sociale investeringen en sociaal ondernemerschap te bevorderen; benadrukt daarom dat voor de verwezenlijking van de ESF+-doelstellingen na 2027 een aanzienlijke en onderbouwde verhoging van de ESF+-begroting binnen de totale toewijzing aan ESF+ voor de periode 2028-2034 nodig zal zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>roept de Commissie op meer, specifieke en goed toegewezen middelen ter beschikking te stellen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van het ESF+ en de doelstellingen van de EPSR, het actieplan en de kerndoelen daarvan; is dan ook bezorgd over pogingen om het bestaande ESF+ op te splitsen of samen te voegen met andere fondsen, aangezien dit grote risico’s met zich mee kan brengen voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen en die van de EPSR, het actieplan en de kerndoelen daarvan; waarschuwt dat het verenigen, stroomlijnen, centraliseren of samenvoegen van fondsen hun effectiviteit mogelijk niet zal verbeteren; benadrukt in dit verband dat een eventuele omvorming van het fonds de doeltreffendheid en het doel van het ESF+ in stand moet houden door de doelstellingen van bevordering van werkgelegenheid, sociale inclusie, onderwijs, opleiding en ontwikkeling van vaardigheden te dienen, en dat het fonds zo dicht mogelijk bij de begunstigden moet worden beheerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is van mening dat het ESF+ in een governancemodel van gedeeld beheer moet blijven en dat daarom moet worden voorkomen dat een ander beheer van het ESF+ ertoe leidt dat de prioriteit die wordt gegeven aan sociale aspecten, waaronder werkgelegenheid, onderwijs, vaardigheden, opleiding en projecten voor sociale inclusie, verloren gaat, dat de doelgerichtheid mogelijk vermindert en dat de middelen niet terechtkomen op lokaal niveau, bij mensen in kwetsbare situaties en bij degenen die ze het hardst nodig hebben, en tegelijkertijd het risico toeneemt dat de middelen voor andere doeleinden worden herbestemd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor participatie, informatieverstrekking aan en raadpleging van de sociale partners, maatschappelijke organisaties (CSO’s), met inbegrip van sociale diensten zonder winstoogmerk, sociale ondernemingen, aanbieders van onderwijs en opleidingen, en vertegenwoordigers van de doelgroepen in de ontwerp-, uitvoerings-, controle- en evaluatiefasen van het ESF+, hiervoor voldoende middelen uit te trekken en de uitsluiting van kleinere actoren te voorkomen; verzoekt de Commissie het partnerschapsbeginsel op EU-niveau te eerbiedigen, aangezien het essentieel is voor het succes van het ESF+, en is van mening dat het in het volgende meerjarig financieel kader (MFK) moet worden gehandhaafd; dringt erop aan dat de maatschappelijke organisaties worden betrokken bij het ESF+-comité, aangezien zij de belangrijkste uitvoeringspartners van het fonds zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat het governancemodel van het ESF+ het mogelijk moet maken, met behoud van een hoge mate van transparantie, dat nationale, regionale en lokale bijzonderheden en uitdagingen goed tot uiting komen in operationele programma’s, niet in de laatste plaats door terdege rekening te houden met de deskundigheid van nationale en regionale belanghebbenden, waaronder het maatschappelijk middenveld, en door ervoor te zorgen dat de financiering ten goede komt aan organisaties en activiteiten die gericht zijn op hulpbehoevenden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat de beschikbaarheid van en universele toegang tot openbare diensten van goede kwaliteit, zoals voor- en vroegschoolse educatie en opvang, onderwijs en gezondheidszorg, evenals toegang tot adequate, betaalbare en fatsoenlijke huisvesting en essentiële diensten zoals betaalbare energie, sanitaire voorzieningen, water en gezonde voeding, noodzakelijke voorwaarden zijn om gelijke kansen te waarborgen en de werkgelegenheid te verbeteren, om de leef- en werkomstandigheden te verbeteren en armoede en sociale uitsluiting te bestrijden; benadrukt de rol die het ESF+ in dit verband kan spelen; vestigt in het bijzonder de aandacht op de situatie van ouderen die als gevolg van de stijgende kosten van levensonderhoud en de dalende koopkracht van hun pensioen in ernstige armoede leven of daarin dreigen te vervallen, wat er vaak toe leidt dat zij verstoken blijven van basisbehoeften als voedsel, huisvesting en toegang tot zorgvoorzieningen, met als gevolg verlies van sociale waardigheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt op dat het huidige ESF+-programma vastgesteld is vóór het uitbreken van de crises die tot hoge inflatie en stijging van de kosten van levensonderhoud geleid hebben, en daarom een zodanige toename van de publieke en sociale investeringen vereisen dat het bestaande ESF+ niet volstaat om aan de huidige behoeften te voldoen; verzoekt de Commissie derhalve ervoor te zorgen dat in het volgende MFK een alomvattende, stabiele en grootschalige, op behoeften en rechten gebaseerde begroting voor het ESF+ wordt gewaarborgd die rekening houdt met inflatie, de toegenomen kosten van levensonderhoud, armoedeniveaus en de behoefte aan toegang tot betaalbare huisvesting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat het ESF+ na 2027 moet investeren in het aanpakken van aanhoudende sociale uitdagingen en dicht bij de algemene en specifieke doelstellingen van het huidige ESF+ moet blijven, maar tegelijkertijd in staat moet zijn te reageren op en zich aan te passen aan veranderende sociaal-economische omstandigheden; wijst op het belang van de beginselen van gedeeld beheer, duidelijke doelstellingen en thematische concentraties van het fonds, en benadrukt dat het grootste deel van het fonds zo dicht mogelijk bij de gebruikers van het fonds moet worden besteed, in nauwe samenwerking met lokale en regionale overheden en organisaties; benadrukt de noodzaak om beste praktijken uit te wisselen over de meest efficiënte en transparante uitvoering van het ESF+; benadrukt dat het effect en de doeltreffendheid van ESF-initiatieven voortdurend moeten worden beoordeeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat het ESF+ in de periode na 2027 in de eerste plaats structurele sociale en economische uitdagingen moet aanpakken; uit zijn bezorgdheid over het feit dat het ESF+ herhaaldelijk is gebruikt als instrument om op noodsituaties te reageren en wijst erop dat deze aanpak een risico vormt voor de beleids- en investeringsdoelstellingen op langere termijn van het cohesiebeleid en ook het risico inhoudt dat de mensen voor wie het cohesiebeleid bedoeld is, niet voldoende kunnen worden bereikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt de Commissie daarom de begrotingstoewijzing van het ESF+ te beschermen, zodat deze kan worden gebruikt voor de belangrijkste doelstellingen en begunstigden ervan, en als aanvulling op het ESF+ en andere cohesiefondsen een financieel reserve-instrument voor te stellen dat de EU in staat stelt snel en flexibel te reageren op sociale noodsituaties en crisissituaties, hetzij door voort te bouwen op het succes van het in 2020 gelanceerde “Europees instrument voor tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE)”, hetzij in de vorm van een EU-herverzekeringsregeling voor werkloosheid, hetzij door voort te bouwen op het Solidariteitsfonds van de Europese Unie, zodat dit kan worden ingezet om schade veroorzaakt door natuurrampen of noodsituaties op het gebied van de volksgezondheid te vergoeden; dringt er daarom bij de Commissie op aan te zorgen voor voldoende financiële middelen met het oog op de toenemende risico’s op deze gebieden als gevolg van de klimaatverandering;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Doelstellingen, prioriteiten en begroting </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>onderstreept dat horizontale beginselen, zoals gendergelijkheid, bestrijding van discriminatie op grond van geslacht, seksuele geaardheid, leeftijd, godsdienst of overtuiging, nationaliteit, ras of etnische afstamming<FOOTNOTE><FIELD> Artikel 10 VWEU.</FIELD></FOOTNOTE>, en vrij verkeer, integraal deel moeten uitmaken van het ESF+; benadrukt het belang van een intersectionele benadering tijdens de gehele ontwikkeling, uitvoering, monitoring en evaluatie van het fonds;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>benadrukt het belang van de sociale inclusie van personen met een handicap en dringt er daarom op aan dat het ESF+ de werkgelegenheid van personen met een handicap ondersteunt door middel van werk- en opleidingsstages, met name om de overgang van sociale werkplaatsen naar de open arbeidsmarkt te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt dat er meer inspanningen nodig zijn om ervoor te zorgen dat personen met een handicap toegang hebben tot hoogwaardige ondersteuning en gebruik kunnen maken van hun rechten zoals beschreven in het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap; benadrukt dat het komende ESF+ prioriteit moet blijven geven aan zelfstandig wonen en de overgang van institutionele zorg naar gemeenschapsgebaseerde zorg en regelingen voor thuisondersteuning en persoonlijke assistentie moet vergemakkelijken; dringt erop aan dat het ESF+ de Europese strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030 uitvoert, en in het bijzonder de invoering van de aankomende EU-richtsnoeren inzake zelfstandig leven en inclusie in de gemeenschap, het aankomende kader voor excellente sociale diensten voor personen met een handicap en het werkgelegenheidspakket voor personen met een handicap vergemakkelijkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>dringt erop aan dat het ESF+ zich richt op kansarme personen in onze samenlevingen, in het bijzonder gemarginaliseerde mensen en gemeenschappen zoals kinderen in kwetsbare situaties en ouderen, etnische minderheden, Roma, personen met een handicap of chronische ziekten, daklozen, lage-inkomensgroepen, langdurig werklozen, evenals de inwoners van plattelandsgebieden, eilanden of afgelegen gebieden die met unieke sociaal-economische uitdagingen te maken hebben; onderstreept dat het ESF+ inclusief moet zijn, met bijzondere aandacht voor alle soorten gezinnen, personen en gezinnen in ontvolkte gebieden waar de toegang tot diensten en kansen beperkter kan zijn, en voor kinderen zonder ouderlijke zorg; benadrukt verder dat het ESF+ de vaststelling van maatregelen moet aanmoedigen die scheiding van gezinnen in precaire situaties voorkomen, waaronder programma’s voor educatie van ouders, gezinsgerichte therapie en werktraining;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt dat het ESF+ moet investeren in projecten die gericht zijn op werkgelegenheid en sociale en economische inclusie van vrouwen, met speciale aandacht voor alleenstaande moeders en gezinnen met een vrouw aan het hoofd; dringt erop aan dat het ESF+ vrouwen ondersteunt die zich in een kwetsbare situatie bevinden en extra steun nodig hebben om (opnieuw) te integreren in de samenleving en op de arbeidsmarkt, met inbegrip van vrouwen die het slachtoffer zijn van gendergerelateerd geweld, waaronder economisch geweld; pleit voor een horizontale genderbenadering<FOOTNOTE><FIELD> Mededeling van de Commissie van 5 maart 2020 getiteld “Een Unie van gelijkheid: strategie voor gendergelijkheid 2020-2025” (COM(2020)0152).</FIELD></FOOTNOTE> van het ESF+;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de Commissie om, in het licht van de huidige uitdagingen, in de specifieke doelstellingen van het ESF+ de bevordering van de rechtvaardige overgang, het beëindigen van dakloosheid, de bevordering van sociale ondernemingen in de sociale economie en de sociaaleconomische integratie van mensen in kwetsbare situaties, waaronder migranten, jongeren, ouderen en mensen die in door demografische achteruitgang getroffen gebieden wonen en personen met een handicap of chronische ziekte, alsook personen die na een langere afwezigheid terugkeren op de arbeidsmarkt, op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>benadrukt dat de verwezenlijking van de doelstellingen van de EPSR met betrekking tot armoede een uitdaging wordt, tenzij specifieke steun wordt verleend om oplossingen voor de middellange tot lange termijn te ontwikkelen om mensen uit de armoede te halen en de structurele oorzaken van ongelijkheden aan te pakken, hen weerbaarder te maken tegen toekomstige uitdagingen, de huidige lacunes in nationale socialebeschermingsstelsels aan te pakken en daardoor de socialezekerheidsstelsels te versterken, en de sociale gevolgen van crises op een gerichte manier te verzachten; dringt erop aan om steun te verlenen voor fatsoenlijke leefomstandigheden waarin niemand achterblijft, met toegang tot essentiële openbare diensten van hoge kwaliteit; dringt erop aan dat de armoedebestrijdingsstrategie van de EU, zoals uiteengezet in de politieke richtsnoeren van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen voor de zittingsperiode 2024-2029, verder gaat dan beleidsvoorstellen en dat er in het komende MFK in alle fondsen meer middelen worden toegewezen aan sociale rechtvaardigheid, en dat de uitvoering van het ESF+ in het veld wordt vergemakkelijkt; onderstreept de rol van het ESF+ bij de uitvoering van de strategie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat de aanpak van kinderarmoede voldoende gefinancierde, alomvattende en geïntegreerde maatregelen vereist, in combinatie met een efficiënte uitvoering van de Europese kindergarantie op nationaal niveau, en wijst er met klem op dat de lidstaten deze kwestie in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel dringend moeten aanpakken met substantiële begrotingsmiddelen, en is bereid de coördinatie en uitwisseling van beste praktijken op EU-niveau te verbeteren en tegelijkertijd aanvullende steun te blijven verlenen via het ESF+; dringt er voorts op aan dat alle lidstaten ten minste 5 % van hun ESF+-middelen toewijzen aan de aanpak van kinderarmoede en dat de lidstaten met een percentage kinderen dat een risico op armoede of sociale uitsluiting loopt dat boven het EU-gemiddelde ligt, een hoger bedrag toewijzen om het probleem effectiever aan te pakken; dringt aan op transparant en doeltreffend gebruik van de begroting voor de Europese kindergarantie, zo dicht mogelijk bij de doelgroepen en in samenwerking met het hele spectrum van belanghebbenden en lokale organisaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan om, in overeenstemming met de twee algemene doelstellingen van het fonds en om hun belang op voet van gelijkheid te weerspiegelen, het percentage voor sociale inclusie te verhogen tot boven de huidige 25 % en het percentage voor voedselhulp en materiële basisbijstand voor de meest behoeftigen te verhogen tot 5 %, als respons op de stijgende kosten van levensonderhoud en voedsel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is ingenomen met de aankondiging van de voorzitter van de Commissie dat er een Europees plan voor betaalbare huisvesting zal worden opgesteld en dat een pan-Europees investeringsplatform voor betaalbare en duurzame huisvesting zal worden gelanceerd; deelt de ambitie om prioriteit te geven aan de aanpak van de huisvestingscrises met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel en benadrukt dat het ESF+ na 2027 de tijdige en gelijke toegang tot betaalbare, fatsoenlijke, toegankelijke, inclusieve, duurzame en hoogwaardige diensten moet verbeteren die de toegang tot huisvesting bevorderen, met inbegrip van maatregelen zoals sociale huisvesting en betaalbare huurregelingen; is van mening dat alle lidstaten een voldoende groot deel van hun ESF+-middelen moeten investeren in de bestrijding van dakloosheid en vraagt de Commissie hiervoor een aanzienlijke financiële toewijzing voor te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt dat moet worden gezorgd voor voldoende financiering van het ESF+ na 2027 voor hoogwaardig, toegankelijk en openbaar onderwijs en opleiding voor iedereen, alsook voor het sociale recht voor werknemers om deel te nemen aan de ontwikkeling van vaardigheden, bijscholing, omscholing en een leven lang leren, en voor het aanpakken van tekorten aan vaardigheden en braindrain, zodat personen zonder enige vorm van discriminatie met succes kunnen omgaan met transities op de arbeidsmarkt, met name werknemers die te maken hebben met de digitale en groene transitie, en voor de bevordering van specifieke acties voor oudere werknemers om het talent en de ervaring van ouderen optimaal te benutten; dringt in dit verband aan op nauwe samenwerking tussen de belangrijkste actoren, zoals onderwijsinstellingen, werkgevers, werknemers, regeringen en lokale autoriteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>onderstreept het potentieel van het ESF+ om innovatie en digitale vaardigheden te bevorderen en tegelijkertijd werknemers te ondersteunen die te maken hebben met de digitale en de groene transitie, door onderwijs- en opleidingsprogramma’s doelgericht op de veranderende behoeften van belangrijke sectoren af te stemmen en de toegang tot mogelijkheden voor een leven lang leren te waarborgen, zodat werknemers van alle leeftijden hun vaardigheden voortdurend kunnen aanpassen aan de nieuwe werkgelegenheidsbehoeften van een snel veranderende economie; benadrukt de noodzaak van meer subsidies en de ontwikkeling van programma’s ter ondersteuning van werknemers bij de digitale en groene transitie, met inbegrip van omscholing en bijscholing van werknemers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>dringt erop aan dat maatregelen ter verbetering van de toegang tot de arbeidsmarkt en ter bevordering van het verwerven van vaardigheden zodanig worden ontworpen dat de autonomie van individuen wordt bevorderd en erkend, dat wordt geanticipeerd op toekomstige behoeften aan vaardigheden en dat werknemers die in de toekomst hun baan dreigen te verliezen, worden aangesproken; herinnert in dit verband aan het brede scala van initiatieven ter verbetering van vaardigheden op EU-niveau die een nuttige leidraad kunnen vormen voor de ontwikkeling van onderwijs- en opleidingsprogramma’s op nationaal en regionaal niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>verzoekt de inspanningen ter ondersteuning van de uitvoering van de jongerengarantie op te voeren; dringt er bij de Commissie op aan om voor te stellen dat alle lidstaten meer dan de huidige 12,5 % van hun ESF+-middelen reserveren voor de ondersteuning van gerichte acties en structurele hervormingen ter bevordering van kwalitatief hoogwaardige werkgelegenheid voor jongeren, beroepsonderwijs en -opleiding, met name stages en leercontracten, en de overgang van school naar werk, trajecten voor herintegratie in onderwijs of opleiding en tweedekansonderwijs; herhaalt in dit verband zijn oproep aan de lidstaten om uitbuitingspraktijken, waaronder onbetaalde stages, te verbieden; benadrukt de noodzaak van monitoring- en evaluatiemechanismen om de impact en doeltreffendheid op lange termijn te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>onderstreept het belang van het ESF+ om zich te richten op verschillende groepen met verschillende behoeften; benadrukt daarom dat het belangrijk is steun toe te kennen aan onder meer projecten inzake de sociale inclusie van personen met een handicap, Roma, de vergrijzende bevolking in de samenleving, vrouwen en kinderen, huishoudens met een vrouw aan het hoofd en grote huishoudens en gezinnen, en de sociaal-economische integratie van migranten, waaronder arbeidsmigranten, met bijzondere aandacht voor migrantenvrouwen; benadrukt voorts dat het ESF+ projecten moet ondersteunen voor sociale en onderwijsdoelstellingen en het verbeteren van vaardigheden in regio’s met een aanzienlijke ontvolking; dringt erop aan dat het ESF+ na 2027 ook andere aspecten van sociale inclusie omvat, zoals huisvesting, gezondheid en gezinsomstandigheden en de ondersteuning van openbare en gemeenschapsgebaseerde diensten; beklemtoont dat er geen standaardoplossing bestaat en dat de manieren waarop in deze behoeften kan worden voorzien, van regio tot regio kunnen verschillen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>benadrukt dat het onderdeel “werkgelegenheid en sociale innovatie” van het ESF+ initiatieven ondersteunt om de onzekere situatie van mobiele werknemers aan te pakken en voorziet in financiering voor vakbondsgerelateerde advisering, waarbij het belang van werknemersvertegenwoordigers in collectieve onderhandelingen wordt benadrukt; verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor permanente financiering van een Europees netwerk van nationale en transnationale vakbondsadviesdiensten voor dergelijke werknemers, om eerlijke arbeidsmobiliteit te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>herinnert eraan dat het ESF+ ook moet streven naar een gezonde en goed aangepaste werkomgeving, zodat rekening wordt gehouden met gezondheidsrisico’s in verband met veranderende vormen van werk en de behoeften van een vergrijzende beroepsbevolking; benadrukt dat de pandemie heeft geleid tot een versnelling van nieuwe realiteiten en de opkomst van nieuwe arbeidsvormen als gevolg van digitalisering, waaronder artificiële intelligentie (AI), die van invloed zijn op de veiligheid en gezondheid van werknemers op het werk; dringt in dit licht aan op ondersteuning en voldoende financiering voor een doeltreffende bescherming van werknemers tegen gevaarlijke en schadelijke stoffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>dringt erop aan dat het ESF+ de doeltreffende uitvoering van de Europese zorgstrategie in alle lidstaten stimuleert door te investeren in hoogwaardige diensten en infrastructuur voor gemeenschaps- en thuiszorg, langdurige zorg en ondersteuning voor personen met een handicap en ouderen met ondersteuningsbehoeften, in voor- en vroegschoolse educatie voor jonge kinderen door middel van gemeenschapsgebaseerde, kind- en persoonsgerichte, en in hoogwaardige, betaalbare en toegankelijke openbare zorgstelsels die de autonomie van zorgbehoevende personen en hun waardigheid en die van verzorgers bevorderen; dringt aan op verdere investeringen in de ondersteuning van verzorgers, formeel en informeel, en tegelijkertijd te zorgen voor fatsoenlijke arbeidsomstandigheden voor werknemers in de zorgsector, met inbegrip van toereikende lonen, via een zorgdeal; verzoekt de lidstaten ten volle gebruik te maken van de ESF+-fondsen om het de-institutionaliseringsproces te versterken en af te ronden, zodat iedereen in een gezins- of gemeenschapsomgeving kan wonen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>herinnert eraan dat overheidsuitgaven nodig zijn om opwaartse sociale convergentie te waarborgen; benadrukt dat de uitvoering van de EPSR en de hervormingen in het kader van de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen van het Europees Semester ook afhankelijk zijn van de krachtige steun van het ESF+ voor bepaalde beleidsmaatregelen, met name maatregelen om de socialezekerheidsstelsels te versterken, inclusief en toegankelijk openbaar onderwijs en opleiding van goede kwaliteit te waarborgen, kinderarmoede terug te dringen en dakloosheid uit te bannen en maatregelen die verband houden met gelijke behandeling van en gelijke kansen voor vrouwen en mannen, die op alle gebieden moeten worden gewaarborgd en versterkt, met inbegrip van arbeidsmarktparticipatie, arbeidsvoorwaarden en loopbaanontwikkeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>herinnert eraan dat het EU-beleid het grootste effect kan sorteren als het wordt gecoördineerd met financieringsinstrumenten en andere strategische kaders, zoals het Europees Semester en de landspecifieke aanbevelingen daarvan; merkt op dat de doeltreffendheid van door het ESF+ gefinancierde interventies afhangt van de geslaagde uitvoering van hervormingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>onderstreept dat sociale dialoog en collectieve onderhandelingen cruciaal zijn voor het welzijn op het werk en het terugdringen van armoede onder werkenden, sociale uitsluiting en loonongelijkheid; verzoekt de Commissie op consistente wijze adequate en voldoende financiële middelen uit te trekken voor capaciteitsopbouw, teneinde de sociale partners in staat te stellen een relevante rol te spelen op de gebieden die onder hun bevoegdheid vallen, hun capaciteit om deel te nemen aan de sociale dialoog op zowel EU- als nationaal niveau te versterken, en de acties van de sociale partners met een passende minimumverplichting in alle lidstaten te versterken, en technische bijstand voor deze drie doelstellingen in te voeren; dringt er verder op aan dat maatschappelijke organisaties en non-profitorganisaties op voet van gelijkheid een minimumtoegang tot financiering wordt gewaarborgd om bij te dragen aan de doelstellingen van het ESF+ en deze na te streven in de lidstaten; benadrukt tegelijkertijd dat de institutionele capaciteit moet worden ontwikkeld door middel van sterk en professioneel bestuur, en dat innovatie in het beheer van de overheidssector moet worden gestimuleerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>benadrukt het belang van coöperaties die eigendom zijn van werknemers, sociale ondernemingen en andere alternatieve bedrijfsmodellen voor de verwezenlijking van de EU-doelstellingen inzake inclusie; benadrukt dat het van het grootste belang is dat kleine sociale ondernemingen, sociale diensten zonder winstoogmerk en maatschappelijke organisaties toegang hebben tot alle aspecten van het ESF+; dringt aan op een medefinancieringspercentage van ten minste 90 % voor maatregelen die gericht zijn op de meest behoeftigen, en ten minste 70 % voor alle andere acties die worden uitgevoerd door kleine entiteiten met beperkte capaciteit, zoals maatschappelijke organisaties, sociale diensten zonder winstoogmerk en sociale ondernemingen, zodat zij toegang hebben tot financiering, met behoud van een minimumaantal verschillende medefinancieringspercentages;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Werking van het fonds</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt de lidstaten te zorgen voor coördinatie tussen regionale en lokale overheden en organisaties en hun betrokkenheid bij projecten die uit de nationale begrotingen worden gefinancierd, en dringt aan op de noodzaak om de partnerschapsbenadering van het huidige ESF+ te behouden, die essentieel is voor de versterking van de kwaliteit van de programma’s die uit het ESF+ worden gefinancierd; herhaalt dat er regels moeten worden vastgesteld voor het beheer van het fonds in samenwerking met lokale actoren die het dichtst bij de behoeften van de mensen staan en plaatsgebonden oplossingen kunnen ontwikkelen die het best bij de desbetreffende regio’s passen; benadrukt dat regionale en lokale actoren moeten worden betrokken bij de uitvoering van het fonds;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>dringt erop aan dat de regels voor het gebruik en de uitvoering van het ESF+ de naleving van de rechtsstaat, het EU-acquis, de hoogste sociale normen, sociale rechten en democratische beginselen van de EU moeten waarborgen en verbeteren, en moeten worden afgestemd op de EPSR, de duurzameontwikkelingsdoelstellingen en de fundamentele mensen- en werknemersrechten van de VN, die ook zijn opgenomen in het Handvest van de grondrechten van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>dringt erop aan dat de regels voor het ESF+ het mogelijk maken dat overheidsgeld alleen wordt toegewezen aan werkgevers die de rechten van werknemers en de geldende regels inzake arbeidsomstandigheden in acht nemen; spoort de Commissie aan een uitgebreide databank op te zetten ter aanvulling van de gegevens van Eurostat, om tijdig en betrouwbaar toezicht te kunnen houden op ontwikkelingen op het gebied van werkgelegenheid, levensomstandigheden en arbeidsverhoudingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de nationale regeringen vaak een efficiënte uitvoering van het ESF+ belemmeren door onnodige administratieve lasten op te leggen of lokale actoren te beletten steun in het kader van het fonds of financieringsmogelijkheden te beheren; dringt aan op vermindering van de administratieve lasten en de bureaucratie, met name door de aanvraagprocedures voor toegang tot fondsen en de rapportageprocedures voor organisaties te vereenvoudigen, met name voor maatschappelijke en sociaal-economische organisaties, en voor organisaties van kleinere omvang; benadrukt dat de begunstigden, met inbegrip van aanbieders van sociale diensten zonder winstoogmerk, moeten worden geraadpleegd over het ontwerp van de vereenvoudigingsmaatregelen; dringt erop aan dat bij de vereenvoudiging de grondbeginselen van gedeeld beheer, transparantie, verantwoordingsplicht en onafhankelijke controle worden nageleefd, evenals de beginselen van partnerschap, die een goed beheer van publieke middelen waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>erkent dat overmatig vertrouwen op maatstaven zoals het foutenpercentage kan leiden tot meer administratieve lasten; merkt op dat verschillende indicatoren, waaronder input-, output-, prestatie- of kwaliteitsindicatoren, geschikt kunnen zijn voor verschillende doelstellingen en interventies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>roept de Commissie op tot consistente ondersteuning van en communicatie met de lidstaten om hen te helpen bij het effectief en transparant opzetten van individuele projecten, met inbegrip van transparante en voorspelbare voorwaarden, die juridische duidelijkheid en voorspelbaarheid verschaffen aan aanvragers en aan de eindbegunstigden van de financiering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de Commissie te zorgen voor een grondigere evaluatie van de doeltreffendheid van afzonderlijke maatregelen zonder aanbieders met grote nieuwe lasten op te zadelen, bijvoorbeeld door de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten en de Commissie te vereenvoudigen en door evaluatiedesks op te richten op zowel EU- als nationaal niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>herhaalt dat digitalisering een van de belangrijke instrumenten is om de administratieve lasten te verminderen en aanvragen voor financieringsmogelijkheden te stroomlijnen, en dat digitalisering als zodanig moet worden bevorderd en de digitale vaardigheden van mensen moeten worden versterkt; waarschuwt echter dat niet alle mensen voorbereid zijn op digitalisering en dat bepaalde groepen personen, met name de meest kwetsbaren, zoals ouderen of personen die in ontvolkte gebieden wonen waar de toegang tot diensten en mogelijkheden meer beperkt kan zijn, en de projecten die zich op hen richten, evenals maatschappelijke organisaties, sociale diensten zonder winstoogmerk en sociale ondernemingen, hierdoor financieringsmogelijkheden kunnen mislopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>is van mening dat er meer moet worden gedaan om organisaties en mensen te informeren over alle kansen die het ESF+ kan bieden; dringt erop aan dat de Commissie en de lidstaten organisaties bewust maken van, informeren en adviseren over de mogelijkheden die het ESF+ biedt door voorlichtingscampagnes op te zetten; stelt vast dat er nog steeds sprake is van een aanzienlijk gebrek aan kennis en vaardigheden, met name bij sociale diensten, als het gaat om de toegang tot het huidige ESF+ en het uitvoeren van door de EU gefinancierde projecten; is met name van mening dat in de toekomstige ESF+-verordening een budget voor technische bijstand moet worden gereserveerd voor het opzetten van een Europawijd gecoördineerd netwerk van nationale helpdesks of laagdrempelige informatiepunten die diensten aanbieden zoals arbeidsadvies zonder afspraak, zodat organisaties ter plekke doeltreffend kunnen worden opgeleid, begeleid en ondersteund;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de synergieën op alle niveaus tussen door het ESF+ en andere EU-fondsen ondersteunde projecten te versterken;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Europees Economisch en Sociaal Comité, en het Europees Comité van de Regio’s.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>