<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0034</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Witboek over de toekomst van de Europese defensie</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0146, 0147, 0148, 0149 en 0150/2025)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 12 maart 2025 over het witboek over de toekomst van de Europese defensie (2025/2565(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 136, leden 2 en 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de veiligheid van de EU, haar lidstaten, de kandidaat-lidstaten en hun respectieve burgers wordt bedreigd door grote geopolitieke verschuivingen die de afgelopen tien jaar hebben plaatsgevonden, en dat deze ontwikkelingen nog worden versterkt door het uitbreken van een grootschalige oorlog in ons nabuurschap; overwegende dat de EU momenteel wordt aangevallen, in de vorm van hybride incidenten binnen haar grenzen, grootschalige oorlogsvoering in haar nabuurschap en een heroriëntering van wereldmachten, die allemaal reële risico’s voor de veiligheid van de EU en haar burgers inhouden en een onmiddellijk, ambitieus en doortastend optreden vereisen; overwegende dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne een keerpunt in de Europese geschiedenis is; overwegende dat de aanvalsoorlog van Poetin tegen Oekraïne algemeen wordt erkend als een aanval op de Europese vredesorde die na de Tweede Wereldoorlog tot stand is gekomen en op de wereldorde als geheel;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de wereldorde steeds meer gekenmerkt wordt door versnippering en een complexe en diepgewortelde instabiliteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat er geen Europese veiligheid kan zijn als er in het directe nabuurschap geen veiligheid is, die begint met het vermogen van Oekraïne om weerstand te bieden aan de aanvalsoorlog van Rusland;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat recente verklaringen van leden van de Amerikaanse regering, in combinatie met zware druk van het Amerikaanse leiderschap op Oekraïne, een verschuiving weerspiegelen in het buitenlands beleid van de VS, aangezien de regering-Trump een normalisering van de banden met Rusland voorstelt en het steeds duidelijker wordt dat Europa zijn veiligheid en defensie moet versterken om Oekraïne te kunnen helpen zichzelf te verdedigen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de snelste en grootste groei van de militaire vermogens van Rusland dicht bij de grenzen met het Westen plaatsvindt, terwijl de EU de tijd neemt om haar defensiecapaciteit te vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat China, in zijn streven om een mondiale supermacht te worden, de op regels gebaseerde internationale orde uitholt door een steeds assertiever buitenlands beleid en een steeds vijandiger economisch en mededingingsbeleid te voeren en door goederen voor tweeërlei gebruik te exporteren die Rusland op het slagveld tegen Oekraïne gebruikt, waardoor de Europese belangen en veiligheid worden bedreigd; overwegende dat China ook massaal investeert in zijn strijdkrachten, zijn economische macht gebruikt om kritiek overal in de wereld de kop in te drukken, en ernaar streeft zich te doen gelden als de dominante macht in de Indo-Pacifische regio; overwegende dat China door het opvoeren van zijn confronterende, agressieve en intimiderende acties tegen een aantal van zijn buurlanden, met name in de Straat van Taiwan en de Zuid-Chinese Zee, een risico vormt voor de veiligheid in de regio en in de rest van de wereld en voor de economische belangen van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat oorlogen, instabiliteit, onveiligheid, armoede en klimaatverandering in de Sahelregio, Noordoost-Afrika en Libië ernstige risico’s met zich meebrengen voor de veiligheid van de EU; overwegende dat de instabiliteit en de onveiligheid in de landen van het zuidelijk nabuurschap en de Sahelregio nauw verbonden zijn met en een uitdaging blijven vormen voor het beheer van de Europese buitengrenzen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de Europese veiligheid gekoppeld is aan stabiliteit op het Afrikaanse continent en dat de toenemende aanwezigheid van niet-Europese actoren getuigt van het gebrek aan voldoende betrokkenheid op het gebied van veiligheid en diplomatie in de regio om deze uitdagingen doeltreffend het hoofd te bieden en de strategische belangen van de EU te beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat in het licht van de verslechterende externe situatie en ondanks de inspanningen van de afgelopen jaren om de crisisparaatheid van de EU te vergroten door middel van nieuwe wetgeving, mechanismen en instrumenten op verschillende beleidsterreinen, de EU en haar lidstaten kwetsbaar blijven voor meerdere crisisscenario’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het dringend noodzakelijk is het defensiebeleid van de EU verder te hervormen en te versterken in het licht van de recente oorlogservaringen van Oekraïne en het gebruik van nieuwe oorlogstechnologieën;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat militair en veiligheidsbeleid verschilt van lidstaat tot lidstaat, met inbegrip van een beleid om neutraal te blijven, en dat dit moet worden geëerbiedigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het in het belang van de EU is om Oekraïne te zien als een integraal onderdeel van een echt Europees veiligheidssysteem;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de Zwarte Zee voor de EU en de NAVO van een secundaire militaire zone is veranderd in een primaire militaire zone, en samen met de Oostzee een cruciale strategische regio is geworden voor de Europese veiligheid in de strijd tegen de Russische dreiging;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat het Noordpoolgebied steeds meer in belang toeneemt wat betreft economische ontwikkeling en vervoer, en tegelijkertijd wordt geconfronteerd met uitdagingen in verband met klimaatverandering en militarisering, alsook met uitdagingen als gevolg van toenemende geopolitieke concurrentie en migratie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat in tal van rapporten en met name in de analyse van de lacunes op het gebied van defensie-investeringen<FOOTNOTE><FIELD>Gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 18 mei 2022 over de analyse van de lacunes op het gebied van defensie-investeringen en de te volgen koers (JOIN(2022)0024).</FIELD></FOOTNOTE> van mei 2022, een zorgwekkend tekort aan Europese defensievermogens wordt geconstateerd als gevolg van investeringen in militair materieel en munitie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat het strategisch kompas<FOOTNOTE><FIELD>“Strategisch kompas voor veiligheid en defensie – Voor een Europese Unie die haar burgers, waarden en belangen beschermt en bijdraagt aan de internationale vrede en veiligheid”, dat op 21 maart 2022 door de Raad werd goedgekeurd en op 24 maart 2022 door de Europese Raad werd bekrachtigd.</FIELD></FOOTNOTE> voor het grootste deel vóór 24 februari 2022 werd opgesteld en uitonderhandeld; overwegende dat het strategisch kompas een zeer brede strategie is die weinig houvast biedt met betrekking tot de dringende noodzaak om de defensiegereedheid te verwezenlijken en te zorgen voor afschrikkings- en defensievermogens om voorbereid te zijn op de meest urgente militaire noodsituaties;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat in het rapport Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen<FOOTNOTE><FIELD>Rapport van Mario Draghi van 9 september 2024 over de toekomst van het Europese concurrentievermogen en met name hoofdstuk vier daarvan over het vergroten van de veiligheid en het verminderen van afhankelijkheden.</FIELD></FOOTNOTE> wordt gesteld dat er voor het komende decennium 500 miljard EUR nodig is voor de financiering van de Europese defensie, wordt gewezen op een combinatie van structurele zwakheden die het concurrentievermogen van de technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) van de EU aantasten, en wordt aangegeven dat fragmentatie, ontoereikende overheidsinvesteringen in defensie en beperkte toegang tot financiering belemmeringen zijn voor een slagvaardige EDTIB;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat in het rapport Niinistö<FOOTNOTE><FIELD>Rapport van Sauli Niinistö van 30 oktober 2024 getiteld “Safer Together: Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness”.</FIELD></FOOTNOTE> wordt benadrukt dat de EU en haar lidstaten nog niet volledig zijn voorbereid op de ernstigste sectoroverschrijdende of multidimensionale crisisscenario’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat voor het opbouwen van defensievermogens en het afstemmen daarvan op de behoeften op militair gebied een gemeenschappelijke strategische cultuur en een gemeenschappelijke dreigingsperceptie en -beoordeling nodig zijn, en dat er in dat kader oplossingen moeten worden ontwikkeld die moeten worden geïntegreerd in militaire doctrines en concepten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat het vermogen van de EU om doortastend op externe dreigingen te reageren herhaaldelijk is belemmerd door de vereiste van eenparigheid van stemmen, waarbij bepaalde lidstaten en kandidaatlanden cruciale militaire hulp aan Oekraïne blokkeerden of uitstelden en zo de Europese veiligheid ondermijnden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat de commissaris voor Defensie en Ruimtevaart en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, gezien bovengenoemde uitdagingen en analyses, van de voorzitter van de Europese Commissie de opdracht hebben gekregen om binnen de eerste honderd dagen van hun mandaat een witboek over de toekomst van de Europese defensie te presenteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat het Parlement en deskundigen al meer dan tien jaar vragen om een witboek over defensie;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een historisch moment voor de Europese defensie: “een echte veiligheidsverstrekker worden”</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is van mening dat de EU dringend actie moet ondernemen om haar eigen autonome veiligheid te waarborgen, partnerschappen met gelijkgestemde partners te versterken en haar afhankelijkheid van derde landen sterk te verminderen; benadrukt daarom dat de EU voor een keerpunt in haar geschiedenis en opbouw staat; is ervan overtuigd dat een “business as usual”-benadering niet langer een optie is, omdat dit het einde zou betekenen van een veilig en zeker Europa; is van mening dat de EU en haar lidstaten moeten kiezen tussen eensgezindheid en met vereende krachten de bedreigingen en aanvallen op de veiligheid van de EU het hoofd bieden, of er helemaal alleen voor staan, overgeleverd aan de genade van agressieve tegenstanders en onbetrouwbare partners;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>herinnert eraan dat de EU een vredesproject is en moet streven naar vrede en stabiliteit en tegelijkertijd agressie moet veroordelen; benadrukt dat we Oekraïne moeten steunen en zelf veerkrachtiger moeten worden om vrede en stabiliteit te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt opnieuw dat Europa nog altijd vastberaden aan de zijde van Oekraïne staat in zijn moedige strijd voor onze Europese manier van leven, en is ervan overtuigd dat de strijd aan het front in Oekraïne beslissend zal zijn voor de toekomst van Europa; is er stellig van overtuigd dat Europa momenteel wordt geconfronteerd met de ernstigste militaire dreiging voor zijn territoriale integriteit sinds het einde van de koude oorlog;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is er stellig van overtuigd dat voor de versterking van de veiligheid en defensie van Europa niet alleen meer ambitie en actie nodig zijn, maar ook een volledige herziening van de manier waarop we te werk gaan en investeren in onze veiligheid en defensie, zodat we voortaan op gecoördineerde en geïntegreerde wijze vermogens samen plannen, vernieuwen, ontwikkelen, aankopen, onderhouden en inzetten en ten volle gebruikmaken van de complementaire bevoegdheden van alle actoren in Europa, inclusief de NAVO, om een gemeenschappelijke Europese defensie tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is van mening dat Rusland, met steun van zijn bondgenoten, waaronder Belarus, China, Noord-Korea en Iran, de grootste directe en indirecte bedreiging vormen voor de EU, haar veiligheid en die van kandidaat-lidstaten en partners van de EU; spreekt nogmaals zijn afschuw uit over de niet-uitgelokte, illegale en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne; merkt echter op dat ook ten volle rekening moet worden gehouden met de instabiliteit in onze zuidelijke buurlanden, de toenemende militaire macht van China en de toegenomen agressiviteit van de middelgrote mogendheden, die bereid lijken de trans-Atlantische samenwerking op het gebied van gemeenschappelijke veiligheid in gevaar te brengen en een deal te sluiten met de Russische agressor ten koste van de Oekraïense en de Europese veiligheid, die samenvallen; wijst erop dat het recente optreden en de verklaringen van de Amerikaanse regering de bezorgdheid over de toekomstige houding van de VS ten opzichte van Rusland, de NAVO en de veiligheid van Europa verder hebben doen toenemen; betreurt in dit verband dat de Amerikaanse regering in de Algemene Vergadering van de VN en de VN-Veiligheidsraad in lijn met de Russische regering heeft gestemd over resoluties over het feit dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne al drie jaar duurt; veroordeelt de bedreigingen van de VS aan het adres van Groenland met klem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is ervan overtuigd dat Europa binnen de NAVO meer verantwoordelijkheden op zich moet nemen, met name wat betreft het waarborgen van de veiligheid op het Europese continent;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is van mening dat diplomatie een hoeksteen van het buitenlands beleid van de EU moet blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan Turkije, een NAVO-lidstaat en kandidaat-lidstaat van de EU, om zich te houden aan het internationaal recht, de Republiek Cyprus te erkennen en onmiddellijk een einde te maken aan de bezetting en zijn troepen terug te trekken van het eiland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de EU nu een holistische en horizontale aanpak moet volgen, waarbij een defensie- en veiligheidsdimensie in de meeste Europese beleidsterreinen wordt geïntegreerd, met inbegrip van adequate regelgevende en financiële instrumenten om de vastgestelde capaciteitsbehoeften en -tekorten aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is daarom van mening dat het tijd is voor hernieuwde politieke ambitie om actie te ondernemen en van de EU een echte veiligheidsleverancier te maken, de defensieparaatheid van de EU te vergroten en een echte Europese defensie-unie op te bouwen; herinnert eraan dat de goedkeuring van het strategisch kompas een goed uitgangspunt was, maar dat het nog wel tijdig moet worden uitgevoerd; is ingenomen met de onlangs ingevoerde defensie-instrumenten van de EU en dringt aan op schaalvergroting, omdat de defensie-inspanningen van de EU niet beperkt wat betreft omvang, gefragmenteerd wat betreft reikwijdte en traag wat betreft uitvoering mogen blijven; pleit voor een reuzensprong voorwaarts en een nieuwe benadering van defensie, met resolute besluiten, een actieplan en investeringsplannen op defensiegebied voor zowel de korte als de lange termijn; benadrukt dat hiervoor een visie, een concrete invulling en een gezamenlijke inzet nodig zijn, zowel op strikt militair gebied als in de sectoren industrie, technologie en inlichtingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>betreurt de terughoudendheid van de Raad en de EU-lidstaten als het gaat om het aanpakken van de diepgaande structurele uitdagingen van het Europese industriële defensielandschap en het gebrek aan ambitie met betrekking tot de samenwerking op EU-niveau tussen de strijdkrachten van de lidstaten; roept de lidstaten op hun krachten te bundelen en steun te verlenen aan het zetten van een grote stap in de richting van een zeer ambitieus en alomvattend defensiekader;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>dringt er bij de EU op aan een samenhangend, krachtig en alomvattend kader vast te stellen om haar veiligheid en de veiligheid van haar partners te versterken, om potentiële toekomstige kwetsbaarheden beter vast te stellen en verdere crises te voorkomen, en om samen met de lidstaten reacties te coördineren die vergelijkbaar zijn met die welke in tijden van oorlog vereist zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is van mening dat in het witboek over de toekomst van de Europese defensie concrete maatregelen en opties aan de Europese Raad moeten worden voorgelegd, zodat werkelijk baanbrekende en noodzakelijke inspanningen kunnen worden geleverd, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen korte- en langetermijnplannen en -doelstellingen, aandacht wordt besteed aan vermogenskwesties in de defensiesector, het concurrentievermogen van de industrie en de investeringsbehoeften, en de algemene aanpak van de integratie van defensie in de EU wordt geschetst; dringt er bij de Raad en de Commissie op aan duidelijke en concrete prioriteiten voor de korte, middellange en lange termijn vast te stellen, met een bijbehorend tijdschema voor het nemen van maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is van mening dat missies en operaties in het kader van het gemeenschappelijk en veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) vanuit dit perspectief opnieuw moeten worden beoordeeld en herzien; benadrukt dat het GVDB moet worden versterkt en flexibeler moet worden gemaakt, onder meer door er het belangrijkste instrument van de EU van te maken voor het bestrijden van hybride oorlogvoering, zodat het zijn rol kan vervullen als verzekeringspolis voor de veiligheid van Europa en als leverancier van macht en veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verwacht dat in het witboek over de toekomst van de Europese defensie de dringendste dreigingen, structurele risico’s en concurrenten worden geïdentificeerd en wordt aangegeven in hoeverre de EU noodplannen kan ontwikkelen om te zorgen voor wederzijdse steun in geval van grootschalige veiligheidscrises, en dat het Europa helpt te anticiperen op en zich voor te bereiden op potentiële agressors en deze af te schrikken en zich op korte en lange termijn te verdedigen, teneinde een geloofwaardige macht en een Europese pijler binnen de NAVO te worden; benadrukt dat de bescherming van de land-, lucht- en zeegrenzen van de EU bijdraagt tot de veiligheid van de gehele EU, met name de oostgrens van de EU, en is derhalve van mening dat de “East Shield” en de Baltische verdedigingslinie de vlaggenschipprojecten van de EU moeten zijn om een afschrikwekkende werking te bevorderen en potentiële dreigingen uit het oosten te boven te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>dringt aan op onmiddellijke maatregelen om de veiligheid en verdediging van de noordoostelijke grens van de EU met Rusland en Wit-Rusland te verbeteren door een grootschalige en veerkrachtige verdedigingslinie te land, ter zee en in de lucht op te zetten om militaire en hybride dreigingen het hoofd te bieden, met inbegrip van de inzet van energie als wapen, de sabotage van infrastructuur en de instrumentalisering van migratie; wijst er met nadruk op dat de nationale inspanningen moeten worden gecoördineerd en geïntegreerd met behulp van regelgevende en financiële instrumenten van de EU, zodat de uitvoering van de maatregelen kan worden versneld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt het feit dat de capaciteiten moeten worden opgevoerd en de middelen verhoogd en dat tegelijkertijd een einde moet worden gemaakt aan de versnippering van de defensiemarkt; is het volledig eens met het standpunt in het Draghi-verslag dat de EU en haar lidstaten dringend moeten beslissen over stimuleringsmaatregelen voor de defensie-industrie van de EU en creatieve oplossingen moeten vinden voor grootschalige overheids- en particuliere investeringen in veiligheid en defensie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Op korte termijn: verdediging van Oekraïne tegen een existentiële bedreiging voor de veiligheid van Europa</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan geen duimbreed te wijken van Oekraïnes zijde; herinnert aan zijn overtuiging dat over de toekomst van Europa zal worden besloten op de Oekraïense slagvelden en dat het verloop van de Russische oorlog tegen Oekraïne op beslissende wijze zal worden gewijzigd; benadrukt dat een dergelijke wijziging nu bijna volledig afhangt van Europa; dringt er daarom bij de lidstaten op aan om vóór de afronding van de onderhandelingen meer wapens en munitie aan Oekraïne te leveren; waarschuwt dat als de EU faalt in haar steun en Oekraïne gedwongen wordt zich over te geven, Rusland zich vervolgens zal keren tegen andere landen, mogelijk ook de EU-lidstaten; verzoekt de lidstaten, internationale partners en NAVO-bondgenoten alle beperkingen op het gebruik van aan Oekraïne geleverde westerse wapensystemen tegen militaire doelwitten op Russisch grondgebied op te heffen; verzoekt de EU en haar lidstaten actief te werken aan het behouden en bereiken van de breedst mogelijke internationale steun voor Oekraïne en het vinden van een vreedzame oplossing voor de oorlog, die moet steunen op de volledige eerbiediging van de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne, de beginselen van het internationaal recht, de verantwoordingsplicht voor oorlogsmisdaden en het misdrijf agressie, en Russische betalingen voor de enorme schade in Oekraïne; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan deel te nemen aan de totstandbrenging van solide toekomstige veiligheidsgaranties voor Oekraïne;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is er sterk van overtuigd dat de EU haar op maat gesneden trainingsoperaties verder moet uitbreiden en verbeteren om te kunnen inspelen op de behoeften van de Oekraïense strijdkrachten, en, omgekeerd, de voorwaarden moet scheppen om Europese strijdkrachten lessen en strategische praktijken te laten leren van Oekraïne; verzoekt de lidstaten de opleidingsoperaties voor de Oekraïense strijdkrachten verder uit te breiden, ook op Oekraïens grondgebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt het belang van een geografisch evenwichtige verdeling van de defensiefinanciering in het volgende meerjarig financieel kader (MFK);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>dringt er bij de EU op aan om een “Oekraïne-strategie” te ontwikkelen, waarin duidelijke doelstellingen worden geformuleerd voor de ondersteuning van de defensiecapaciteiten van Oekraïne en de integratie van de Oekraïense DTIB in de EDTIB, en de nodige middelen te vinden om een dergelijke strategie uit te voeren, en tegelijkertijd de activiteiten van de Europese defensie-industrie in Oekraïne te ondersteunen; stelt voor een specifiek budget van meerdere miljarden euro’s toe te wijzen aan het steuninstrument voor Oekraïne van het programma voor de Europese defensie-industrie (EDIP), dat precies voor dit doel is voorbehouden; benadrukt dat een dergelijke strategie voor Oekraïne integraal deel moet uitmaken van een “Europese defensiestrategie”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>dringt aan op dringende financiële steun om de tijdige levering van defensieproducten te waarborgen door middel van gezamenlijke aanbestedingen, industriële coördinatie, het aanleggen van voorraden, toegang tot financiering voor fabrikanten en de uitbreiding en modernisering van de productiecapaciteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>prijst het “Deense model” voor steun aan Oekraïne, dat erin bestaat rechtstreeks in Oekraïne geproduceerde defensievermogens aan te kopen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan om dit model krachtig te steunen en het potentieel ervan ten volle te benutten, omdat er sprake is van onderbenutting van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne, die op ongeveer 50 % wordt geraamd, en omdat dit model beide partijen veel voordelen biedt, zoals goedkoper materieel, snellere en veiligere logistiek, gemakkelijkere opleiding en gemakkelijker onderhoud;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>dringt aan op een aanzienlijke verhoging van de financiering van militaire steun aan Oekraïne; dringt in dit verband aan op de snelle goedkeuring van het volgende militaire steunpakket, dat het grootste tot nu toe moet zijn en het ambitieniveau moet weerspiegelen waar deze kritieke situatie om vraagt; verzoekt de EU-lidstaten ten minste 0,25 % van hun bbp te besteden aan militaire hulp aan Oekraïne; veroordeelt het veto van één lidstaat tegen de werking van de Europese Vredesfaciliteit; verzoekt de lidstaten samen met hun G7-partners alle bevroren Russisch activa onmiddellijk te confisqueren en te gebruiken als basis voor een substantiële subsidie en lening aan Oekraïne, als een juridisch solide en financieel substantiële manier om onze Europese respons op de militaire behoeften van Oekraïne in stand te houden en te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>dringt er bij de Raad en de lidstaten op aan de handhaving van de bestaande sancties te evalueren en te versterken, en beperkende maatregelen vast te stellen en strikt toe te passen tegen alle entiteiten en niet-EU-landen die het omzeilen van sancties faciliteren en helpen het militaire complex van Rusland te voorzien van militaire technologieën en uitrusting voor tweeërlei gebruik; dringt er bij de lidstaten op aan bijzondere aandacht te besteden aan de Russische schaduwvloot en de veiligheids- en milieurisico’s die deze met zich meebrengt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>benadrukt dat het van het grootste belang is met de Oekraïense defensie-industrie samen te werken en die te integreren in de EDTIB, hetgeen voor beide partijen duidelijke voordelen biedt, en dringt aan op een snellere integratie; benadrukt dat het steuninstrument voor Oekraïne van het EDIP, dat momenteel niet in de begroting is opgenomen, dringend naar behoren moet worden gefinancierd; stelt verder voor om een oorlogsverzekering af te sluiten voor kritieke EDTIB-projecten in Oekraïne; stelt voor om regelmatig functionarissen van het Oekraïense Ministerie van Defensie met de status van waarnemer te laten deelnemen aan vergaderingen van de betrokken Raadsformaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan ten volle gebruik te maken van de lessen die zijn getrokken uit de geavanceerde moderne oorlogscapaciteiten van Oekraïne, met inbegrip van drones en elektronische oorlogvoering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>verzoekt de Commissie een EU-dronepakket voor te stellen, dat gericht is op drone- en droneafweersystemen en hulpcapaciteiten, met plannen en middelen om onderzoek en ontwikkeling te stimuleren, waarbij lering moet worden getrokken uit de Oekraïense ervaring en waaraan zeer innovatieve Oekraïense bedrijven moeten kunnen deelnemen, en verzoekt de Commissie daarnaast een voorstel te doen voor een industrieel programma voor de gezamenlijke ontwikkeling, productie en aankoop van drone- en droneafweersystemen, en voor een verordening inzake het gebruik van drones in civiele en militaire contexten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“Klaar voor de meest extreme militaire noodsituaties” – een nieuwe langetermijnaanpak</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Paraatheid</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>benadrukt dat paraatheid voor hybride aanvallen en aanvallen in de grijze zone deel moet uitmaken van de strategische cultuur van de EU, met permanente oefeningen, gezamenlijke dreigingsevaluaties en vooraf geplande, gecoördineerde reacties van de lidstaten, met name in regio’s die grenzen aan vijandige mogendheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>roept de EU op een alomvattende EU-risicobeoordeling te ontwikkelen om de belangrijkste sectoroverschrijdende bedreigingen en gevaren en de concrete risico’s voor de EU als geheel te helpen vaststellen, voortbouwend op de huidige sectorspecifieke risicobeoordelingsprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is de komende strategie voor een paraatheidsunie te gebruiken om de EU op weg te helpen naar alomvattende paraatheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>steunt het consequente inbouwen van een horizontaal beginsel van “paraatheid door ontwerp” in alle EU-instellingen, -organen en -instanties; benadrukt het feit dat een verplichte veiligheids- en paraatheidscontrole moet worden ontwikkeld voor toekomstige effectbeoordelingen, en stresstests voor bestaande wetgeving; wijst erop dat de belemmeringen in de huidige nationale en EU-wetgeving die de efficiëntie van de Europese defensie en veiligheid ondermijnen, moeten worden weggenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>schaart zich in het bijzonder achter de aanbevelingen in het Niinistö-verslag die erop gericht zijn burgers het heft in eigen hand te laten nemen om maatschappelijke veerkracht te laten werken, met als inspiratie het Finse concept van totale verdediging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de haalbaarheid te onderzoeken van een EU-paraatheidswet, waarin gezamenlijke normen en richtsnoeren voor de lange termijn worden vastgesteld, om de inspanningen van de EU en de lidstaten indien op elkaar af te stemmen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>roept de EU en haar lidstaten op een alomvattende EU-paraatheidsoefening op te zetten en regelmatig uit te voeren om zowel de besluitvorming op hoog niveau als de operationele coördinatie op horizontale wijze te testen, teneinde sterke banden tussen actoren en over sectoren heen tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>roept de EU en haar lidstaten op het gebruik van GVDB-instrumenten als aanvulling op interne veiligheidsinstrumenten in de onmiddellijke nabijheid van het grondgebied en de territoriale wateren van de EU te vergemakkelijken, en de samenwerking op EU-niveau op het gebied van tweeërlei gebruik en civiel-militaire samenwerking te versterken, op basis van een overheidsbrede aanpak; herhaalt zijn oproep om kritieke onderwaterinfrastructuur te beschermen door middel van de vaststelling van EU-specifieke snellereactiestrategieën voor de bescherming van onderwaterinfrastructuur, in overeenstemming met de NAVO; is van mening dat geïnvesteerd moet worden in geavanceerde detectie- en bewakingssystemen voor het monitoren van onderwaterinfrastructuur;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Gereedheid: het strategisch kompas en de strategie voor de Europese defensie-industrie als de juiste instrumenten</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>roept de EU op haar instrumenten snel aan te passen aan de nieuwe realiteit door een administratieve capaciteit te ontwerpen om procedures sneller te doorlopen in geval van oorlog of andere grootschalige crises, en de passende instrumenten aan te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>beschouwt regelmatige dreigingsanalysen, zoals voor het eerst uitgevoerd in het strategisch kompas, als een absolute noodzaak; beveelt daarom aan het strategisch kompas van de EU te actualiseren en de erin opgenomen maatregelen dienovereenkomstig aan te passen om rekening te houden met de omvang van onze dreigingsomgeving, en frequentere dreigingsevaluaties uit te voeren, aangezien deze een voorwaarde zijn voor een realistische en succesvolle planning van onze vermogens en operaties; is van mening dat het strategisch kompas, het GVDB, het witboek en de strategie voor de Europese defensie-industrie (EDIS) de basis moeten vormen voor een alomvattende visie op de Europese defensie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>benadrukt het feit dat de snel inzetbare capaciteit in 2025 volledig operationeel moet zijn en dat zij moet worden opgewaardeerd om het hoofd te kunnen bieden aan de meest extreme militaire noodgevallen; herhaalt zijn oproep om het militair plannings- en uitvoeringsvermogen (MPCC) van de EU te versterken door het in te zetten als de commando- en controlestructuur bij uitstek voor militaire operaties van de EU en het te voorzien van toereikende gebouwen, personeel en doeltreffende communicatie- en informatiesystemen voor alle GVDB-missies en -operaties, met inbegrip van die van de snel inzetbare capaciteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan Turkije, een NAVO-lid, om zijn troepen terug te trekken uit Cyprus, een EU-lidstaat, en constructief mee te werken aan het vinden van een levensvatbare en vreedzame oplossing op basis van de VN-resoluties ter zake;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>is er stellig van overtuigd dat het in de huidige geopolitieke context van het grootste belang is om artikel 42, lid 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) inzake wederzijdse bijstand in de praktijk te brengen en zo solidariteit tussen de lidstaten te waarborgen, vooral met de lidstaten die door hun geografische ligging rechtstreeks blootstaan aan onmiddellijke dreigingen en uitdagingen, ongeacht of zij NAVO-lid zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>wijst nogmaals op het belang van samenwerking tussen de EU en de NAVO aangezien de NAVO voor haar lidstaten een belangrijke pijler van gezamenlijke defensie blijft; benadrukt dat de samenwerking tussen de EU en de NAVO moet worden voortgezet, met name op terreinen als informatie-uitwisseling, planning, militaire mobiliteit en de uitwisseling van optimale werkmethoden, om de afschrikking, gezamenlijke defensie en interoperabiliteit te versterken; dringt niettemin aan op de ontwikkeling van een volwaardige Europese pijler van de NAVO, die indien nodig autonoom kan handelen; herhaalt zijn oproep om met daden en niet alleen woorden de samenwerking te versterken op het gebied van militaire mobiliteit, informatie-uitwisseling, coördinatie van de planning, betere samenwerking bij hun respectieve militaire operaties en een betere respons op hybride oorlogvoering die erop gericht is het hele Europese continent te destabiliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>verzoekt de lidstaten actief deel te nemen aan een mechanisme voor prioritaire bestelling van defensieproducten om in noodsituaties te helpen prioriteit te geven aan bestellingen, contracten en de aanwerving van personeel; benadrukt dat de lidstaten verder moeten gaan dan hun huidige defensietoepassingen en ook oog moeten hebben voor andere essentiële infrastructuur voor het opbouwen van veerkracht, zoals energie, vervoer en telecommunicatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>erkent dat het uitgangspunt een realistische beoordeling van kritieke lacunes en tekorten op het gebied van defensievermogens moet zijn om de productie van de defensie-industrie op te voeren; onderstreept dat moet worden gezorgd voor samenhang tussen de resultaten van het vermogensontwikkelingsplan (CDP) van de EU en de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie (CARD) en de vermogensdoelstellingen van de NAVO, teneinde de kritieke lacunes en tekorten op het gebied van defensievermogens in de EU in kaart te brengen en aan te pakken en de inspanningen te richten op Europese strategische hulpmiddelen om voor echte EU-meerwaarde te zorgen om de meest extreme militaire noodsituaties het hoofd te bieden; verzoekt de Commissie gevolg te geven aan de aanbevelingen van Speciaal verslag 04/2025 van de Europese Rekenkamer over militaire mobiliteit en meer belang te hechten aan de militaire beoordeling tijdens het selectieproces voor projecten voor tweeërlei gebruik;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan om voor hun strijdkrachten over te stappen van de “flow”-aanpak die in vredestijd overheerste, naar een “stock”-aanpak, met een voorraad militaire uitrusting die berekend is op een aanhoudende toename van de vraag; wijst in dit verband op de voordelen van mechanismen zoals aankoopovereenkomsten, de oprichting van voortdurend beschikbare faciliteiten en het opzetten van pools voor de paraatheid op defensiegebied; is van mening dat de Commissie alles in het werk moet stellen om de lidstaten ertoe aan te moedigen hun uitwisselingen te intensiveren en het onderlinge vertrouwen te vergroten op het gebied van transparante langetermijnplanning, proactievere maatregelen om grondstoffen veilig te stellen, en beleid om lacunes in productieprocessen en op de arbeidsmarkt te dichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>roept de EU op tot een globale en coherente aanpak van de externe hulp in al zijn dimensies, met een veel nauwere afstemming tussen de doelstellingen en instrumenten van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en die van het GVDB; is van mening dat de strategische gebieden waar veel missies in het kader van het GVDB van de EU zich bevinden, radicaal verslechteren, hetgeen aantoont dat het witboek moet zorgen voor flexibiliteit in een 360 gradenaanpak van de Europese veiligheid waarbij wordt gestreefd naar de opbouw van een geloofwaardige en bekwame afschrikkingscapaciteit voor de lidstaten en ervoor wordt gezorgd dat het civiele en militaire personeel van de lidstaten snel kan afschrikken en reageren op de toenemende dreiging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>is van mening dat het GVDB sterk moet bijdragen aan de bestrijding van hybride oorlogvoering tegen partnerlanden, met name kandidaat-lidstaten; maakt zich grote zorgen over de forse toename van hybride aanvallen, waaronder sabotage, cyberaanvallen, manipulatie van informatie en inmenging in verkiezingen, met als doel de EU en haar kandidaat-lidstaten te verzwakken; verzoekt de EU-lidstaten passende afschrikking en tegenmaatregelen te overwegen, onder meer door middel van artikel 42, lid 7, VEU; verzoekt de lidstaten voorts middelen en deskundigheid op het gebied van cyberbeveiliging te bundelen; pleit sterk voor de ontwikkeling van een uniforme Europese aanpak van de cyberstrijdkrachten; dringt voorts aan op de snelle totstandbrenging van gezamenlijke Europese cybercapaciteiten; wijst op de toenemende dreiging van cyberoorlogvoering en benadrukt dat de EU een EU-coördinatiecentrum voor cyberdefensie moet oprichten om cyberdreigingen onmiddellijk te monitoren, op te sporen en aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>benadrukt dat het GVDB beter in staat moet worden gesteld om informatiemanipulatie die erop gericht is het externe optreden van de EU te belemmeren, vast te stellen, te voorkomen en tegen te gaan; herhaalt zijn oproep om een doeltreffende horizontale strategische communicatiestrategie op te zetten die is afgestemd op alle kanalen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>dringt erop aan om in het kader van het GVDB een “EU-luchtvloot voor crisisrespons” op te richten, bestaande uit militaire transportvliegtuigen die op EU-niveau worden aangehouden en aan de lidstaten ter beschikking worden gesteld voor EU-inzet, het vervoer van materieel of troepen (militaire mobiliteit) of evacuatie in noodsituaties – capaciteit die bleek te ontbreken tijdens de terugtrekking uit Afghanistan – en voor civiele veiligheidsmissies, op basis van een model als dat van het Europees luchttransportcommando;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Samenhang en soevereiniteit</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Samenhang</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>verwacht van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) dat deze alomvattende en compromisloze evaluaties uitvoert van GVDB-missies en -operaties, waarbij met name rekening wordt gehouden met de haalbaarheid van hun respectieve mandaten in verhouding tot de toegewezen middelen, de methode voor de aanwerving van personeel voor missies en operaties, met name wat betreft het verband tussen de vereiste vaardigheden en de verschillende profielen, de rationalisering van middelen en het beheer van missies en operaties, de transparantie van aanbestedingen, activiteiten en behaalde resultaten, opgedane ervaring met optimale werkwijzen en ondervonden moeilijkheden; verzoekt de Raad op basis van deze evaluaties besluiten te nemen om ondoeltreffende missies aan te passen of op te doeken en de nuttigste missies te versterken; is van mening dat de organisatie van de evaluatie en controle van GVDB-missies en -operaties moet worden verbeterd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>is van mening dat de EU met haar naaste partners noodplannen voor economische samenwerking in oorlogstijd moet ontwikkelen om wederzijdse steun te verlenen in het geval van grootschalige veiligheidscrises waarbij zij rechtstreeks betrokken zijn, en de economische dialoog in oorlogstijd met Europese en mondiale partners moet verdiepen om vroegtijdig te waarschuwen voor harde, hybride en cyberdreigingen en om de planning van wederzijdse steun, de bescherming van kritieke infrastructuur en de maritieme veiligheid te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>dringt erop aan dat de EU de militaire mobiliteit snel verder verbetert; is van mening dat de EU moet overstappen van “mobiliteit” naar “militaire logistiek”; benadrukt dat er aanzienlijk moet worden geïnvesteerd in infrastructuur voor militaire mobiliteit ter verbetering van de capaciteit op het gebied van luchtvrachttransport, kampementen, brandstofbevoorrading met behulp van depots, havens, modaliteiten voor lucht-, zee- en spoorvervoer, spoorlijnen, waterwegen, wegen, bruggen en logistieke knooppunten; benadrukt dat dit moet plaatsvinden door in samenwerking met de NAVO een strategisch plan voor de ontwikkeling van mobiliteit op te stellen; dringt aan op een snelle uitvoering van de technische regeling die is ondertekend in het kader van de toestemming van het Europees Defensieagentschap voor grensoverschrijdende verplaatsingen, de harmonisatie van douaneformaliteiten en de voorbereiding van een gecentraliseerde en gemotiveerde opheffing van de normen voor weg- en spoorverkeer in geval van een crisissituatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>is van mening dat de EU, teneinde een gunstig ecosysteem voor de Europese defensie-industrie tot stand te brengen, met een eensgezinde en duidelijke langetermijnvisie voor de Europese defensie-industrie op de proppen moet komen, teneinde de industrie zichtbaarheid te bieden en ervoor te zorgen dat in prioritaire behoeften wordt voorzien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>benadrukt dat met het EDIP actief moet worden bijgedragen aan de deelname van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en nieuwkomers op de markt door de toegang tot financiering te vereenvoudigen; benadrukt dat het EDIP moet worden opgezet als een springplank naar meer Europese soevereiniteit op het gebied van defensieproductie; stelt voor dat aan succesvolle projecten op het gebied van permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en het Europees Defensiefonds (EDF) voorrang wordt gegeven om bestaande vermogenstekorten aan te pakken en dat voldoende financiering wordt toegewezen aan projecten die hun waarde hebben bewezen; herhaalt zijn oproep aan de lidstaten om ten minste tweemaal per jaar met een uitvoeringsverslag over PESCO-projecten bij het Parlement te komen; dringt aan op een geografisch evenwichtiger ontwikkeling van de EDTIB, waarbij ervoor wordt gezorgd dat kritieke capaciteiten, zoals de productie van munitie, luchtverdedigingssystemen en dronetechnologieën, ook worden ontwikkeld in landen in de frontlinie, die rechtstreeks inzicht hebben in de operationele behoeften;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>is er sterk van overtuigd dat de instrumenten op EU-niveau prioriteit moeten geven aan en massaal moeten zorgen voor meer steun voor kmo’s en start-ups in de sector voor tweeërlei gebruik en de defensiesector; benadrukt de noodzaak om kmo’s en start-ups te ondersteunen bij het in de handel brengen van succesvol geteste prototypes, inclusief het opschalen van de productie; onderstreept de noodzaak om de huidige financieringskloof te overbruggen met betrekking tot deze belangrijke stappen die de EDTIB zouden versterken, onder meer in nauwe samenwerking met de Oekraïense technologische en industriële defensiebasis;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>dringt er bij de EU op aan de samenhang tussen bestaande en toekomstige EU-instrumenten te vergroten, met name tussen PESCO, inzake vraagconsolidatie, en het EDF, inzake programmatische routekaarten, tussen het instrument voor de versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen (Edirpa), inzake gezamenlijke aanbestedingen, en de verordening betreffende de ondersteuning van de productie van munitie (ASAP), inzake industriële opschaling, tussen het EDIP, inzake de vaststelling van afhankelijkheden, en het EDF, inzake het wegwerken van vastgestelde afhankelijkheden, of binnen het EDIP zelf, inzake de samenhang binnen het instrument van de uitvoering van acties met betrekking tot de consolidatie van vraag en aanbod;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>dringt aan op een aanzienlijke toename van gemeenschappelijke aankopen door de lidstaten van de vereiste Europese defensie-uitrusting en -capaciteiten; roept de lidstaten op om gezamenlijk defensiematerieel aan te schaffen en de Commissie het mandaat te geven om dit namens hen te doen, zodat er een langetermijnplanning voor de EDTIB kan worden gemaakt, de productiecapaciteit van de EDTIB en de interoperabiliteit van de Europese strijdkrachten kunnen worden verbeterd en het geld van de belastingbetaler dankzij schaalvoordelen efficiënt kan worden gebruikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>is ingenomen met het voorstel voor Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang voor de ontwikkeling van gemeenschappelijke vermogens die de financiële middelen van één enkele lidstaat overstijgen; is van mening dat deze projecten moeten worden gebruikt ter ondersteuning van de industriële en technologische capaciteiten die ten grondslag liggen aan de belangrijke gemeenschappelijke prioriteiten van verscheidene lidstaten en op gebieden als bescherming en verdediging van de buitengrenzen, met name ter land, alsook strategische hulpmiddelen, met name in de ruimte en op het vlak van Europese luchtverdediging, om actie te ondernemen inzake alle soorten dreigingen, militaire mobiliteit, met name strategisch en tactisch luchttransport, diepteaanvallen, drone- en antidronetechnologieën, raketten en munitie, en artificiële intelligentie, teneinde soevereine infrastructuur en kritieke hulpmiddelen te ontwikkelen; benadrukt dat pragmatisch te werk moet worden gegaan, gezien het grote aantal prioriteiten en de noodzaak om nieuwe middelen aan te boren; is in dit verband van mening dat de EU zich waar mogelijk moet richten op snel beschikbare en beproefde Europese technologieën die onze afhankelijkheid geleidelijk verminderen en onze veiligheid verbeteren; benadrukt dat de ontwikkeling van pan-Europese waardeketens in de defensiesamenwerking van de EU moet worden ondersteund door bedrijven in de hele Unie erin op te nemen en het concurrentievermogen in de sector te versterken met verschillende middelen, zoals fusies en marktleiders; is bovendien van mening dat ons defensiebeleid niet zozeer gericht moet zijn op billijke opbrengsten, maar op het stimuleren van de groei van EU-kenniscentra;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>pleit voor de verdere ontwikkeling van een industriebeleid van de EU op defensiegebied om bestaande instrumenten te verbeteren en waar nodig nieuwe defensiespecifieke instrumenten te ontwikkelen, en om het gebruik van niet-defensiespecifieke instrumenten voor de doeleinden van de EDTIB te optimaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>wijst erop dat de samenhang binnen het overheidsbeleid van de EU moet worden gewaarborgd en merkt op dat dit niet mag leiden tot verplichtingen die in strijd zijn met de algemene defensiedoelstellingen, met name tijdens een veiligheidscrisis, waarvoor het concept van “strategische uitzondering” moet worden ingevoerd; pleit voor de totstandbrenging van een echt defensieklimaat ten gunste van defensie dat de inspanningen voor industriële opschaling kan ondersteunen door beter gebruik te maken van de multisectorale instrumenten van de Commissie door deze te screenen en te evalueren en bestaande instrumenten waar nodig te herzien om ervoor te zorgen dat ze de doelstellingen van het EU-defensiebeleid niet ondergraven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>beveelt aan dat een stelsel wordt ingevoerd om de voorzieningszekerheid te waarborgen, onder meer door gezamenlijke strategische voorraden van grondstoffen en kritieke onderdelen aan te leggen, teneinde de beschikbaarheid van grondstoffen en onderdelen die nodig zijn voor de vervaardiging van defensieproducten te garanderen en het mogelijk te maken de productiecycli te versnellen en te verkorten; vraagt dat de Commissie en de lidstaten gezamenlijk worden belast met het in kaart brengen en monitoren van de EDTIB, met als doel de sterke punten ervan te beschermen, de kwetsbaarheden ervan te verminderen, crises te voorkomen en de basis te voorzien van een doeltreffend en efficiënt industriebeleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>stelt voor dat relevante defensiegerelateerde entiteiten/activiteiten toegang krijgen tot InvestEU en andere EU-fondsen, zodat de defensiesector van de EU werkgelegenheid kan scheppen; dringt erop aan dat prioriteit wordt gegeven aan defensiegerelateerde entiteiten/activiteiten, waar nodig met ondersteuning van de chipsverordening<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2023/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 tot vaststelling van een kader voor maatregelen ter versterking van het Europese halfgeleiderecosysteem en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/694 (chipsverordening) (PB L 229 van 18.9.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1781/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de verordening kritieke grondstoffen<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (PB L, 2024/1252, 3.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1252/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; is van mening dat de door de Commissie aangekondigde inspanningen met het oog op vereenvoudiging zich ook moet uitstrekken tot de defensiesector; verzoekt de Commissie het potentieel voor tweeërlei gebruik van ruimtevaarttechnologieën ten volle te benutten en de ruimte te beschouwen als nieuw operationeel gebied en strategisch hulpmiddel voor operaties op meerdere domeinen; onderstreept dat de ruimtevaartcapaciteit van de EU momenteel aanzienlijk tekortschiet ten aanzien van de belangrijkste concurrenten, en benadrukt dat reeds bestaande vlaggenschipprojecten (d.w.z. Copernicus en Galileo) moeten worden bevorderd met het oog op defensietoepassingen om de kloof op het gebied van ruimtevaarttechnologieën te dichten; stelt bovendien voor dat de EU dringend werk maakt van de ontwikkeling van haar IRIS<STRING SUPERSCRIPT="on">2</STRING>-programma, alsook van de uitbouw van verdere gemeenschappelijke EU-projecten, bijvoorbeeld voor bewustzijn in het ruimtedomein en ruimtegebaseerde vroegewaarschuwingssytemen voor raketten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>beklemtoont dat moet worden gezorgd voor geografische samenhang door een inventaris op te maken van de wil van de EU en het VK om, in de eerste plaats, veiligheidsgaranties voor Oekraïne op te bouwen en hun banden als veiligheidspartners aan te halen, alsook om een gezamenlijke verklaring te ondertekenen met concrete verbintenissen en een gestructureerde dialoog ter versterking van de samenwerking tussen de EU en het VK met betrekking tot het volledige scala aan uitdagingen op het gebied van buitenlandse zaken en veiligheid waarvoor het continent staat, en de begrotings- en regelgevingsvoorwaarden waarover nog moet worden onderhandeld, met inachtneming van het belang van de besluitvormingsautonomie van de EU; onderstreept in dit verband het belang van nauwere samenwerking bij het delen van informatie en inlichtingen, militaire mobiliteit, veiligheids- en defensie-initiatieven, crisisbeheersing, cyberdefensie, hybride dreigingen, buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging, en bij het gezamenlijk aanpakken van gedeelde dreigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>pleit voor meer samenhang bij de ondersteuning van bedrijven door het wegnemen van onnodige administratieve lasten en het terugdringen van buitensporige bureaucratie, alsook door het vereenvoudigen van de toegang voor kleine en midcap-ondernemingen binnen de defensiesector; benadrukt dat het huidige kader voor uitvoervergunningen en vergunningen voor overdrachten binnen de EU, alsook voor wederzijdse certificering van apparatuur, moet worden herzien, vereenvoudigd en geharmoniseerd, aangezien dit een van de prioriteiten is om tot een betere samenwerking binnen de markt en tussen de lidstaten te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>pleit ervoor dat er een gemeenschappelijke Europese certificeringsregeling voor wapensystemen komt en dat wordt afgestapt van de huidige nationale certificeringsregeling, zodat er vaart kan worden gemaakt met de invoering van wapensystemen bij de strijdkrachten van de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>pleit voor meer samenhang op het gebied van governance, aangezien het GVDB het instrument van een machtig Europa moet worden; is van mening dat hiervoor een echte governancelink nodig is tussen de lidstaten, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) en de commissarissen; dringt erop aan dat de lidstaten de complexiteit van de besluitvormingsprocessen voor de governance in het kader van Europese defensie overwinnen; pleit voor de oprichting van een raad van ministers van Defensie en voor de overstap van eenparigheid van stemmen naar gekwalificeerde meerderheid van stemmen voor besluiten in de Europese Raad, de Raad van Ministers en EU-agentschappen zoals het EDA, met uitzondering van besluiten over militaire operaties met een uitvoerend mandaat; dringt er tot die tijd op aan dat gebruik wordt gemaakt van artikel 44 VEU en dat binnen de Commissie een sectoroverschrijdende taskforce voor defensie wordt opgericht; pleit voor meer toezicht door het Parlement met het oog op een grotere democratische verantwoordingsplicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>stelt voor dat de toezichthoudende en controlerende rol van het Parlement worden versterkt, in overeenstemming met de uitbreiding van de rol van de EU op het gebied van defensie; dringt aan op de benoeming van een vertegenwoordiger van het Parlement in het in het EDIP voorgestelde nieuwe Comité voor de paraatheid van de defensie-industrie, aangezien hierin momenteel niet is voorzien;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Soevereiniteit</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>beklemtoont dat de totstandbrenging van een eengemaakte Europese defensiemarkt een prioriteit is, aangezien de versnippering en het gebrek aan concurrentievermogen van de Europese industrie tot dusver het vermogen van de EU om meer verantwoordelijkheid op zich te nemen als veiligheidsleverancier hebben belemmerd; herinnert eraan dat het concept van een “defensiemarkt” de volledige erkenning van het specifieke karakter ervan, alsook de passende en samenhangende toepassing van het overheidsbeleid van de EU impliceert; wijst erop dat Europese preferentie het doel moet zijn van de totstandbrenging van deze eengemaakte “markt”, door de strikte koppeling van territorialiteit aan de toegevoegde waarde die in dit gebied wordt gegenereerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>is van mening dat Europese preferentie het leidende beginsel en de ambitie voor de lange termijn moet zijn van het EU-beleid inzake de Europese defensiemarkt, teneinde Europese technologische excellentie te ontwikkelen en te beschermen; benadrukt echter dat een dergelijke preferentie niet ten koste mag gaan van de defensieparaatheid van de Unie, gezien de omvang van de internationale toeleverings- en waardeketens in de defensiesector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>wijst een scenario waarin EU-middelen bijdragen tot de bestendiging of vergroting van onze afhankelijkheid van niet-Europese actoren voor het produceren of inzetten van vermogen, af;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>vraagt de lidstaten met klem zich niet langer te beroepen op artikel 346 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie om de aanbestedingsrichtlijn (Richtlijn 2009/81/EG)<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/81/oj).</FIELD></FOOTNOTE> niet toe te hoeven passen, aangezien de gemeenschappelijke defensiemarkt zodoende wordt ondergraven; verzoekt de Commissie de richtlijn betreffende de overdracht van defensiegerelateerde producten<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/43/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de richtlijn betreffende overheidsopdrachten op defensiegebied alsmede de richtlijn betreffende de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (Richtlijn 2009/43/EG) te herzien om de gemeenschappelijke defensiemarkt te versterken en te voorzien in flexibiliteit met betrekking tot crisissituaties, zoals die waarin we ons momenteel bevinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>verzoekt de Commissie een beter toegeruste, strategischere en efficiëntere opvolger van het Europees Defensiefonds te ontwikkelen om gemeenschappelijk onderzoek en innovatie op defensiegebied in de hele toeleveringsketen te ondersteunen en de voorwaarden te scheppen voor het aanpakken van technologische uitdagingen zoals hardnekkige geavanceerde dreigingen, artificiële intelligentie en machinaal leren, kwantumcomputing, het internet der militaire dingen, veiligheid, aanvallen op de toeleveringsketen, zerodayexploits en cloudbeveiliging; pleit voor de oprichting van een Europees agentschap naar het voorbeeld van het Amerikaanse Defense Advanced Research Projects Agency en als onderdeel van het Europees Defensieagentschap, dat enkel verantwoordelijk moet zijn voor de ondersteuning van onderzoek naar opkomende en disruptieve technologieën en over voldoende durfkapitaal moet beschikken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financiering en investeringen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>is bezorgd dat de veiligheids- en defensiedoelstellingen van de EU zonder een aanzienlijke verhoging van de investeringen in defensie niet zullen worden verwezenlijkt, zowel wat betreft de verlening van militaire steun aan Oekraïne als de verbetering van onze gemeenschappelijke veiligheid; beklemtoont dat de kosten van niet-paraatheid voor de meest extreme militaire noodsituaties voor de EU veel hoger zouden zijn dan de kosten van doortastende paraatheid; verzoekt de EU en haar lidstaten te werken aan en overeenstemming te bereiken over concrete manieren en middelen om op korte tot lange termijn een aanzienlijke verhoging van de publieke en private investeringen in defensie en veiligheid te bewerkstelligen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>is van mening dat de nieuwe prioriteit om klaar te zijn voor de meest extreme militaire noodsituaties in het volgende meerjarig financieel kader (MFK) van de EU moet terugkomen in de begrotingsonderdelen voor defensie-uitgaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>hamert erop dat dringende behoeften niet kunnen wachten op het volgende MFK; dringt erop aan dat onverwijld wordt gezocht naar innovatieve oplossingen voor het vinden van aanvullende financiering, zoals investeringen in de defensiesector, het eenvoudiger en sneller herbestemmen van middelen van het ene project naar het andere, en nagaan of de financieringscriteria van de EU kunnen worden aangepast om bij de toewijzing van uitgaven een nieuwe nadruk te leggen op veiligheidscriteria;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>is ingenomen met het vijfpuntenplan “ReArm Europe”, dat op 4 maart 2025 door de voorzitter van de Commissie voorgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>is een groot voorstander van het idee dat de EU-lidstaten hun financiering op het gebied van defensie en veiligheid naar een hoger niveau moeten tillen; merkt op dat sommige lidstaten hun defensie-uitgaven al hebben verhoogd tot 5 % van het bbp;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>is ingenomen met de voorstellen uit het recente Niinistö-verslag met betrekking tot de financiering van de Europese defensie; staat achter de totstandbrenging van een Defending Europe Facility en een Securing Europe Facility; is tevens ingenomen met en steunt evenzeer het voorstel om een investeringsgarantieprogramma op te zetten naar het model van InvestEU, met een open architectuur, om investeringen uit de particuliere sector op gang te brengen en een “Europese norm voor paraatheidsobligaties” uit te vaardigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>is van mening dat de nationale herstel- en veerkrachtplannen moeten worden gewijzigd om nieuwe investeringen in defensie mogelijk te maken; pleit ervoor dat deze investeringen ook kwetsbaarheden in zowel het militaire vermogen als het sociale weefsel aanpakken en ons in staat stellen de strijd aan te gaan met alle bedreigingen van onze waarden, ons sociaal model en onze veiligheid en defensie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>vraagt de lidstaten met klem de oprichting van een defensie-, veiligheids- en veerkrachtsbank te steunen, die moet dienen als multilaterale kredietinstelling voor de verstrekking van langetermijnleningen tegen lage rente ter ondersteuning van belangrijke nationale veiligheidsprioriteiten, zoals herbewapening, modernisering van de defensiesector, wederopbouwinspanningen in Oekraïne en de terugkoop van kritieke infrastructuur die momenteel in handen is van vijandige derde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>vraagt dat wordt nagegaan of grootschalige militaire investeringen vooraf kunnen worden gefinancierd door middel van een systeem van Europese defensie-obligaties; vraagt eveneens dat wordt nagegaan of ongebruikte “corona-obligaties” kunnen worden gebruikt voor defensie-instrumenten, ter aanvulling van het “ReArm Europe”-plan van de Commissie, aangezien de veiligheid en defensie van de EU dringend moeten worden bevorderd om EU-burgers te beschermen, het afschrikkingsvermogen te herstellen en bondgenoten, in de eerste plaats Oekraïne, te steunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>herhaalt, in overeenstemming met het “ReArm Europe”-plan van de Commissie, zijn oproep aan de Europese Investeringsbank (EIB) en andere internationale financiële instellingen en particuliere banken in Europa om actiever te investeren in de Europese defensie-industrie; pleit in het bijzonder voor de dringende herziening van het kredietverstrekkingsbeleid van de EIB, alsook voor onmiddellijke flexibiliteit om de huidige beperkingen op de financiering van defensie weg te nemen, en vraagt dat wordt gekeken naar de mogelijkheid van de geoormerkte uitgifte van schuldpapier voor de financiering van veiligheids- en defensieprojecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>roept de voorzitter van de Europese Raad, António Costa, ertoe op de Europese Raad onverwijld bijeen te roepen naar aanleiding van de conclusies van het witboek, zodat de regeringsleiders van de EU overeenstemming kunnen bereiken over onmiddellijke en verreikende besluiten met het oog op de tenuitvoerlegging van de Europese defensie-unie, zoals vastgelegd in artikel 42, lid 2, VEU, en de in het witboek geschetste maatregelen verder kunnen uitwerken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>is ingenomen met de resultaten van de buitengewone bijeenkomst van de Europese Raad van 6 maart 2025 en vraagt de lidstaten doortastend op te treden tijdens de komende bijeenkomst van de Raad in maart;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>benadrukt dat onze partnerschappen met gelijkgestemde landen, met name die in Europa, zoals het VK en Noorwegen, moeten worden versterkt; roept op tot een breed veiligheidspact tussen de EU en het VK, dat ook belangrijke thema’s als energie, migratie en kritieke mineralen omvat; wijst op de meerwaarde die ontstaat door het bevorderen van onze betrekkingen met mondiale partners zoals de VS, Japan en Australië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>roept op tot nauwere samenwerking met de landen van de Westelijke Balkan op het gebied van de defensie-industrie; benadrukt dat de landen van de Westelijke Balkan over aanzienlijke deskundigheid op het gebied van de defensie-industrie beschikken en dat de EU moet overwegen militair materieel aan te kopen bij de landen van de Westelijke Balkan; benadrukt dat deze aanpak ertoe zou bijdragen dat de landen van de Westelijke Balkan sterkere bondgenoten van de EU worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>is van mening dat alles in het werk moet worden gesteld om de trans-Atlantische samenwerking op alle gebieden van de militaire en defensiesector in stand te houden en indien mogelijk te bevorderen, en herinnert eraan dat de Europese defensie verder moet worden uitgebouwd en er grotere soevereiniteit moet worden ontwikkeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>merkt op dat het bovenstaande het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten onverlet laat;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°     °</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de voorzitter van de Commissie en bevoegde commissarissen, en de EU-agentschappen die bevoegd zijn op het gebied van veiligheid en defensie, alsook aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>