<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0057</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – jaarverslag 2024</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0010/2025 - Rapporteur: David McAllister)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 2 april 2025 over de uitvoering van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid – jaarverslag 2024 (2024/2080(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name de artikelen 14, 16, 21, 24, 36 en 41,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 20 juni 2024 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) getiteld “Common Foreign and Security Policy Report – Our priorities in 2024”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het “Strategisch kompas voor veiligheid en defensie – Voor een Europese Unie die haar burgers, waarden en belangen beschermt en bijdraagt tot internationale vrede en veiligheid”, goedgekeurd door de Europese Raad op 21 maart 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het strategisch concept 2022 van de NAVO van 29 juni 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 22 maart 2024, 18 april 2024, 27 juni 2024, 19 december 2024, 6 maart 2025 en 20 maart 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 18 maart 2024, 22 april 2024, 24 mei 2024, 24 juni 2024, 22 juli 2024, 14 oktober 2024, 18 november 2024, 16 december 2024, 27 januari 2025, 24 februari 2025 en 17 maart 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de top tussen de EU en de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische Staten (Celac) van 18 juli 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2021/509 van de Raad van 22 maart 2021 tot oprichting van een Europese Vredesfaciliteit, en tot intrekking van Besluit (GBVB) 2015/528<FOOTNOTE><FIELD>PB L 102 van 24.3.2021, blz. 14, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2021/509/2024-03-18.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de politieke beleidslijnen van de voorzitter van de Commissie voor 2024-2029,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de uitbreidingsverslagen van 2024 die de Commissie heeft gepresenteerd op 30 oktober 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 30 oktober 2024 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2024” (COM(2024)0690),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1449 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot oprichting van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1449, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1449/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2025/535 van het Europees Parlement en de Raad van 18 maart 2025 tot oprichting van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Republiek Moldavië<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2025/535 van 21.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/535/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Sauli Niinistö van 30 oktober 2024 over het versterken van de civiele en militaire gereedheid en paraatheid van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers, die in 2004 zijn aangenomen, in 2008 zijn bijgewerkt en in 2020 zijn aangevuld met een leidraad voor de uitvoering van de richtsnoeren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties over mensenrechtenschendingen, de democratie en de rechtsstaat, die overeenkomstig artikel 150 van zijn Reglement zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 20 juni 2023 betreffende een strategie voor economische veiligheid van de EU (JOIN(2023)0020),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 16 december 2020 getiteld “De EU-strategie inzake cyberbeveiliging voor het digitale tijdperk” (JOIN(2020)0018),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Commissie van 3 oktober 2023 over technologiegebieden die kritiek zijn voor de economische veiligheid van de EU met het oog op nadere risicobeoordeling met de lidstaten (C(2023)6689),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2019/797 van de Raad van 17 mei 2019 betreffende beperkende maatregelen tegen cyberaanvallen die de Unie of haar lidstaten bedreigen<FOOTNOTE><FIELD>PB L 129I van 17.5.2019, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2019/797/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 1 juni 2023 over buitenlandse inmenging in alle democratische processen in de Europese Unie, met inbegrip van desinformatie<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/1226, 21.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1226/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 oktober 2024 over versterking van de weerbaarheid van Moldavië tegen Russische inmenging in de aanloop naar de presidentsverkiezingen en een grondwettelijk referendum over integratie in de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/204, 14.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/204/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 oktober 2024 over de verkeerde interpretatie van VN‑resolutie 2758 door de Volksrepubliek China en haar voortdurende militaire provocaties rond Taiwan<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/487, 29.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/487/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 januari 2024 over de gevolgen op veiligheids- en defensiegebied van de invloed van China voor kritieke infrastructuur in de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5719, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5719/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 oktober 2024 over de situatie in Azerbeidzjan, schending van de mensenrechten en het internationaal recht en de betrekkingen met Armenië<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/486, 29.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/486/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en zijn resolutie van 5 oktober 2023 over de situatie in Nagorno-Karabach na de aanval van Azerbeidzjan en de aanhoudende bedreigingen van Armenië<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/1188, 23.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1188/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties over historische herinnering, waaronder zijn resolutie van 2 april 2009 over het Europese geweten en het totalitarisme<FOOTNOTE><FIELD>PB C 137 E van 27.5.2010, blz. 25.</FIELD></FOOTNOTE>, zijn resolutie van 19 september 2019 over het belang van Europese herinnering voor de toekomst van Europa<FOOTNOTE><FIELD>PB C 171 van 6.5.2021, blz. 25.</FIELD></FOOTNOTE>, zijn resolutie van 15 december 2022 over 90 jaar na de Holodomor: de massamoord door uithongering erkennen als genocide<FOOTNOTE><FIELD>PB C 177 van 17.5.2023, blz. 112.</FIELD></FOOTNOTE>, en zijn resolutie van 17 januari 2024 over Europees historisch bewustzijn<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5721, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5721/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 9 mei 2022 over het eindresultaat van de Conferentie over de toekomst van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het EU-actieplan voor gendergelijkheid en empowerment van vrouwen in het externe optreden 2021-2025 (GAP III),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (het Verdrag van Istanbul) dat in de EU in werking is getreden op 1 oktober 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-resolutie die de Algemene Vergadering van de VN op 25 september 2015 heeft aangenomen tijdens de VN-top over duurzame ontwikkeling in New York getiteld “Transforming our World: the 2030 Agenda for Sustainable Development” (Agenda 2030), waarin de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG’s) zijn vastgesteld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-resolutie die de Algemene Vergadering van de VN op 8 december 1949 heeft aangenomen over hulp aan Palestijnse vluchtelingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van de VN-Veiligheidsraad van 22 november 1967 over een vreedzame en aanvaarde regeling van de situatie in het Midden-Oosten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van de VN-Veiligheidsraad van 11 augustus 2006 over de situatie in het Midden-Oosten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide van 1948 en de resolutie van de VN-Mensenrechtenraad van 22 juni 2020 over het voorkomen van genocide,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof (ICC),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst tussen het Internationaal Strafhof en de Europese Unie van 28 april 2006 inzake samenwerking en bijstand<FOOTNOTE><FIELD>PB L 115 van 28.4.2006, blz. 50, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2006/313/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Internationaal Gerechtshof waarom de Algemene Vergadering van de VN heeft verzocht in haar resolutie van 30 december 2022 over Israëlische praktijken die van invloed zijn op de mensenrechten van het Palestijnse volk in de bezette Palestijnse gebieden, met inbegrip van Oost-Jeruzalem,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 19 maart 2025 getiteld “Joint White Paper for European Defence Readiness 2030” (JOIN(2025)0120),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A10-0010/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de wereld zich geconfronteerd ziet met snelle geopolitieke verschuivingen, waarbij autocratische mogendheden zowel individueel als gezamenlijk optredend de op regels gebaseerde internationale orde en de daarbij horende multilaterale instellingen, het internationale recht, democratische instellingen en samenlevingen, alsmede onze bondgenootschappen actief op de proef stellen; overwegende dat alle invloed die de EU heeft onder de loep moet worden genomen om landen ervan te weerhouden de Russische agressie te steunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de BRICS-top die van 22 tot en met 24 oktober 2024 in Kazan (Rusland) werd gehouden, liet zien hoe Poetin zijn invloed laat gelden op internationale platforms om isolement tegen te gaan en bondgenootschappen aan te gaan; overwegende dat er een uniforme en strategische reactie van de EU nodig is om de beginselen van de op regels gebaseerde internationale orde in acht te nemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de EU en haar lidstaten de ontwikkelingshulp die zij toekennen aan de regeringen van de landen die de Russische agressie tegen Oekraïne openlijk steunen moeten heroverwegen en het stemgedrag van die landen over desbetreffende VN-resoluties in de gaten moeten houden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de geopolitieke confrontatie tussen democratieën en autoritaire en dictatoriale regimes toeneemt, er zich steeds meer conflicten voordoen en het gebruik van geweld in toenemende mate wordt beschouwd als een standaardinstrument voor het nastreven van politieke doelen; overwegende dat geweld niet alleen wordt ingezet door staten, maar ook door een steeds grotere waaier aan niet-overheidsactoren; overwegende dat de EU haar trans-Atlantische betrekkingen moet versterken en constructieve partnerschappen moet aangaan met gelijkgestemde partners in het Mondiale Zuiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de EU in de huidige geopolitieke context duidelijk ambitieuzer, geloofwaardiger, besluitvaardiger en eensgezinder moet optreden en een volwaardig Europees buitenlands beleid moet voeren op het wereldtoneel, en dat de lidstaten daarbij de nodige politieke wil moeten opbrengen om hun defensievermogens opnieuw op te bouwen en tegelijk de trans-Atlantische banden van de EU moeten aanhalen en de partnerschappen met gelijkgestemde landen moeten versterken; overwegende dat het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) volwaardig EU-beleid moet worden waarmee de EU de belangrijkste geopolitieke uitdagingen kan aangaan; overwegende dat de EU zich in haar externe optreden moet laten leiden door de waarden en beginselen als verankerd in artikel 2, artikel 3, lid 5, en artikel 21 VEU, die de inspiratie vormden voor de oprichting, ontwikkeling en uitbreiding van de EU; overwegende dat het dan ook in het belang van de EU is om op te komen voor universele waarden, normen en beginselen, zoals vrijheid en democratische normen, alsmede de mensenrechten, de rechtsstaat, internationale justitie en de Slotakte van Helsinki, met name wat betreft de niet-schending van internationale grenzen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de EU zich geconfronteerd ziet met de snelle opkomst van nieuwe dreigingen aan haar grenzen en op haar grondgebied, die haar functioneren destabiliseren, met name gerichte desinformatie, cyber- en hybride aanvallen en de instrumentalisering van migratiestromen, naast internationaal terrorisme en religieus radicalisme;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat strategische autonomie van de EU vereist dat ze onafhankelijk optreedt op het wereldtoneel als dat nodig is, vooral op het vlak van buitenlands en veiligheidsbeleid; overwegende dat de EU inziet dat de te grote afhankelijkheid van externe actoren moet worden verminderd om haar belangen in een onvoorspelbare en multipolaire wereld te beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de EU een onafhankelijke en autonome Europese diplomatie moet ontwikkelen, waaronder publieke, culturele, economische, klimaat-, digitale en cyberdiplomatie, die wordt geleid door een diplomatieke dienst die uitgaat van een gemeenschappelijke diplomatieke cultuur;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne in strijd is met de op regels gebaseerde internationale orde, de fundamentele beginselen van het internationaal recht zoals verankerd in het VN-Handvest en belangrijke verdragen en resoluties, de Slotakte van Helsinki en het Europees Verdrag voor de rechten van de mens;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de Russische schendingen van het Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen bestaan uit executies van gevangenen en het ontzeggen van toegang tot humanitaire organisaties en medische verzorging voor gevangenen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het ICC een arrestatiebevel heeft uitgevaardigd tegen Vladimir Poetin en de Russische hoge commissaris voor kinderrechten, Maria Lvova-Belova, vanwege hun betrokkenheid bij de ontvoering van Oekraïense kinderen naar Rusland; overwegende dat Rusland, met hulp van het Belarussische regime, Oekraïense kinderen “heropvoedt” en probeert om hun Oekraïense identiteit uit te wissen; overwegende dat het regime van Aljaksandr Loekasjenka in Belarus volledig ter verantwoording moet worden geroepen voor zijn medeplichtigheid aan de aanvalsoorlog tegen Oekraïne en oorlogsmisdaden zoals de ontvoering van duizenden Oekraïense kinderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het ICC daarnaast arrestatiebevelen heeft uitgevaardigd tegen de Russische militaire leiders Sergej Sjojgoe, Valeri Gerasimov, Viktor Sokolov en Sergej Kobylasj, die ervan worden beschuldigd opdracht te hebben gegeven voor aanvallen op burgerdoelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de Hongaarse regering het fonds voor bijstand aan Oekraïne ter waarde van 5 miljard euro, dat in maart 2024 in het kader van de Europese Vredesfaciliteit (EPF) is opgericht, blokkeert; overwegende dat de Hongaarse regering de achtste tranche van terugbetalingen in het kader van het EPF aan de lidstaten die militaire steun aan Oekraïne leveren, sinds mei 2023 tegenhoudt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat tankers van de Russische schaduwvloot een aanzienlijk risico vormen voor de maritieme veiligheid en het milieu door hun automatische identificatiesystemen uit te zetten of te manipuleren; overwegende dat deze tankers de Russische oorlogsbegroting elke maand met naar schatting 12 miljard Amerikaanse dollar spekken en daarmee de militaire agressie van dat land rechtstreeks financieren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het regime van Vladimir Poetin, in een poging om zich te verzekeren van de loyaliteit van de Russische bevolking, de geschiedenis heeft ingezet als instrument door nostalgie naar de vermeende grootsheid van het Sovjetrijk op te wekken, de geschiedenis van Rusland en Oekraïne te vervalsen, het beleid van Nikita Chroesjtsjov dat erin bestond om de stalinistische misdaden te erkennen en te veroordelen, te verwerpen, afstand te doen van de erkenning en de veroordeling van het Molotov‑Ribbentroppact door Michail Gorbatsjov, en de ineenstorting van de Sovjet‑Unie te bestempelen als de grootste tragedie van de vorige eeuw;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat Rusland en andere kwaadwillige actoren in zijn buurlanden aanzetten tot antiwesterse en verdeeldheid zaaiende retoriek en etnische spanningen in de Westelijke Balkan uitbuiten om conflicten aan te wakkeren en gemeenschappen te verdelen, onder meer door de Servische orthodoxe kerk als instrument in te zetten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat het in 2024 twintig jaar geleden was dat maar liefst tien landen tegelijkertijd tot de EU toetraden; overwegende dat uitbreiding van het grootste strategische belang is voor de EU, aangezien dat op het hele continent een geostrategische investering is in vrede, democratie, stabiliteit, veiligheid, klimaatbescherming en welvaart op de lange termijn, vooral in het licht van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; overwegende dat er voor de voorbereiding op uitbreiding in de EU hervormingen vereist zijn en dat de EU het uitbreidingsproces gelijktijdig moet uitvoeren met de institutionele en besluitvormingshervormingen die nodig zijn om het vermogen van de EU om nieuwe leden op te nemen te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de EU het momentum moet vasthouden om haar uitbreidingsbeleid versneld uit te voeren en dat toetredingslanden tegelijkertijd door moeten gaan met hervormingen en het voldoen aan de vereiste benchmarks in verband met het EU-<STRING ITALIC="on">acquis</STRING>; overwegende dat consistente signalen en een duidelijk pad naar integratie van kandidaat-lidstaten cruciaal zijn om het pro-Europese perspectief levend te houden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de toekomst van de Balkan en de landen van het oostelijk nabuurschap in de EU ligt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de Unie is gegrondvest op de waarden democratie, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, die deel uitmaken van de criteria van Kopenhagen als voornaamste reeks criteria voor lidmaatschap van de EU; overwegende dat het toetredingsproces een op verdiensten gebaseerd en omkeerbaar proces is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat toetreding tot de EU vereist dat het buitenlands beleid op de agenda van de EU wordt afgestemd, onder meer wat betreft het stemgedrag over resoluties van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, steun voor Oekraïne en overeenstemming over de sancties tegen Rusland; overwegende dat de meeste landen van de Westelijke Balkan, met Servië als opmerkelijke uitzondering, hun beleid in hoge mate hebben afgestemd op het GBVB;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat Noord-Macedonië de Overeenkomst van Prespa met Griekenland en het Verdrag inzake vriendschap, goed nabuurschap en samenwerking met Bulgarije heeft gesloten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat de Georgische burgers blijk hebben gegeven van hun toewijding aan democratische waarden en aan de vorderingen die hun land boekt op het vlak van EU-integratie; overwegende dat de achteruitgang van de democratie in Georgië moet worden teruggedraaid; overwegende dat de Georgische autoriteiten rekening moeten houden met de wil van de Georgische bevolking om toe te treden tot de EU, voor vrije en eerlijke verkiezingen moeten zorgen, de achteruitgang van de democratie een halt toe moeten roepen, moeten afstappen van de wetten die de Europese toekomst van Georgië in gevaar brengen en pro-Europese democratische hervormingen moeten nastreven; overwegende dat Georgië zijn beleid moet afstemmen op het GBVB van de EU, met inbegrip van de sancties die unaniem zijn aangenomen tegen Rusland;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat aan elke partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Azerbeidzjan – ook op het gebied van energie – strenge voorwaarden moeten worden verbonden met betrekking tot de eerbiediging van het internationaal recht, de grondrechten en internationale verplichtingen, en met name wat betreft het boeken van concrete vooruitgang door Azerbeidzjan in de richting van een alomvattend en duurzaam vredesakkoord met Armenië;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat het Middellandse Zeegebied zowel historisch als geografisch van groot belang is voor de EU; overwegende dat de zuidelijke buurlanden een belangrijke rol spelen bij het beheer van irreguliere migratiestromen op basis van de beginselen solidariteit, evenwicht, gedeelde verantwoordelijkheid en met volledige inachtneming van het toepasselijke EU- en internationaal recht, en met name de mensenrechten en het humanitair recht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat strategische partnerschappen en overeenkomsten tussen de EU en landen van herkomst en doorreis, zoals die tussen de EU en Mauritanië, een succesvol model blijken voor de preventie van irreguliere migratie en de bestrijding van migrantensmokkelaars;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat de levering van duizenden Shahed-drones uit de Islamitische Republiek Iran aan Rusland de status van Iran als pariastaat heeft bevestigd; overwegende dat Noord-Korea en China verder blijk geven van hun niet-aflatende minachting voor internationale wetten en normen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat Noorwegen, Ierland en Spanje op 28 mei 2024 de staat Palestina hebben erkend, en dat het Sloveense parlement op 4 juni 2024 door middel van een besluit hetzelfde heeft gedaan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat China zichzelf definieert als een “bijna-Arctische staat” en ernaar streeft om, in nauwe samenwerking met Rusland, een Arctische zijderoute op te zetten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat het “Nieuwe Zijderoute”-initiatief, dat in China bekendstaat als “One Belt, One Road”, een bedreiging vormt voor de belangen van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Britse minister van Buitenlandse Zaken op 14 oktober 2024 zijn overeengekomen strategisch overleg te plegen over kwesties als de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, de Indo-Pacifische regio, de Westelijke Balkan en hybride dreigingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat alle VN-agentschappen staan voor de op regels gebaseerde internationale orde bij het handhaven en uitvoeren van zowel de letter als de geest van het VN-Handvest, waaraan alle VN-lidstaten zich moeten houden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat de geloofwaardigheid en coherentie van de EU een basisvoorwaarde is voor de goede uitvoering van haar externe optreden, aangezien dit het vertrouwen in de EU bij diverse partijen en niet-EU-landen vergroot; overwegende dat de efficiëntie van het optreden van de EU wereldwijd afhangt van het waarborgen van het hoogste niveau van coördinatie en samenhang in het externe optreden van de EU; overwegende dat de coördinatie tussen de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) moet worden versterkt, met name vanwege de ontoereikende operationele begroting van de EDEO;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AH.</NO.P>overwegende dat de uitvoering van gendergelijkheid en de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid initiatieven vereist op het gebied van genderresponsief leiderschap, de bescherming van vrouwenrechten en de bestrijding van seksueel en gendergerelateerd geweld in conflict- en post-conflictsituaties; overwegende dat de financiering van deze initiatieven essentieel is voor het ondersteunen van lokale maatschappelijke organisaties en voor het bieden van op overlevenden gerichte steun;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AI.</NO.P>overwegende dat mensenrechtenverdedigers de belangrijkste bondgenoten van de EU zijn bij de verdediging en bevordering van de mensenrechten in het buitenland; overwegende dat mensenrechtenverdedigers steeds meer risico lopen op aanvallen en bedreigingen door statelijke en niet-statelijke actoren; overwegende dat het Parlement consequent heeft aangedrongen op de correcte en gecoördineerde tenuitvoerlegging van de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers (2008); overwegende dat naast de EU-instellingen ook de lidstaten deze richtsnoeren moeten uitvoeren, waarin een reeks specifieke verbintenissen is opgenomen, zoals regelmatige rapportage, coördinatie en maatregelen om mensenrechtenverdedigers te ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AJ.</NO.P>overwegende dat de gevolgen van de klimaatverandering een steeds groter effect zullen hebben op allerlei terreinen van het menselijk leven, met inbegrip van de geopolitieke orde en de stabiliteit in de wereld; overwegende dat de bestrijding van de klimaatverandering in de vorm van klimaatmaatregelen en hulp aan degenen die het zwaarst door de repercussies van de klimaatverandering worden getroffen een hoeksteen van het GBVB moet gaan vormen; overwegende dat de Commissie en de lidstaten moeten samenwerken om de klimaatdiplomatie wereldwijd te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AK.</NO.P>overwegende dat het rapport getiteld “Safer Together – Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness”, gepresenteerd door Sauli Niinistö, speciaal adviseur van de voorzitter van de Europese Commissie, strategische aanbevelingen bevat om de civiele en militaire paraatheid van Europa te verbeteren in het licht van escalerende en complexe veiligheidsdreigingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AL.</NO.P>overwegende dat in dit rapport eerst het GBVB-jaarverslag van de VV/HV wordt besproken, waarna de standpunten van het Europees Parlement over de GBVB-doelstellingen in 2025 aan bod komen; overwegende dat daarbij met name wordt ingegaan op 1) de wereldwijde gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, 2) het conflict en vrede in het Midden-Oosten, 3) de samenwerking met gelijkgestemde partners, en 4) de algemene zichtbaarheid en het algemene effect van het EU-optreden in het buitenland; overwegende dat het Parlement zijn toekomstvisie op het GBVB kracht bijzet met belangrijke eisen in verband met het volgende meerjarig financieel kader (MFK) en het parlementair toezicht daarop; overwegende dat de op regels gebaseerde internationale orde, de universele normen, waarden en beginselen van het VN-Handvest, zoals mensenrechten en internationale justitie, multilateralisme en de Slotakte van Helsinki moeten worden verdedigd en versterkt, met name wat betreft de niet-schending van internationale grenzen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat zijn resoluties over de uitvoering van het GBVB een belangrijk onderdeel vormen van zijn bijdrage aan de invulling van het buitenlands beleid van de EU; onderstreept dat deze resoluties de praktische gevolgen weerspiegelen van het versterkte toetsingsrecht op het gebied van buitenlands beleid dat door het Verdrag van Lissabon aan het Parlement is toegekend; herinnert eraan dat de resolutie over 2024 de eerste in haar soort is in deze zittingsperiode en bedoeld is als leidraad voor de uitvoerende macht van de EU bij het vaststellen van de prioriteiten van het buitenlands beleid voor deze zittingsperiode; benadrukt dat de EU in een steeds volatieler internationaal klimaat tegelijkertijd het hoofd moet bieden aan tal van uitdagingen op het gebied van buitenlands beleid die haar direct of indirect raken, zoals de voortdurende Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, de conflicten in het Midden-Oosten, de toenemende concurrentie tussen grote mogendheden, voortdurende pogingen om de multilaterale, op regels gebaseerde internationale orde te ondermijnen en een toenemende verwevenheid van buitenlandse en interne crises; is ervan overtuigd dat de EU, om relevant te blijven op het internationale toneel, een vastberaden, gedisciplineerd en assertief buitenlands beleid moet voeren waarmee haar eigen strategische doelstellingen worden verwezenlijkt en dat haar belangen in de wereld blijft bepalen, handhaven en verdedigen; herinnert eraan dat de EU zich in haar externe optreden moet laten leiden door de waarden en beginselen die zijn verankerd in artikel 2, artikel 3, lid 5, en artikel 21 van het VEU, die de oprichting, ontwikkeling en uitbreiding van de EU hebben geïnspireerd, waaronder democratie, de rechtsstaat, de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid en de beginselen gelijkheid en solidariteit; is daarnaast van mening dat met het GBVB moet worden gezorgd voor de uitvoering van Agenda 2030 en de SDG’s van de VN;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>wijst erop dat de kernbeginselen van het GBVB van de EU berusten op de vastberaden inzet van de EU voor een op regels gebaseerde, multilaterale internationale orde, zoals verankerd in het VN-Handvest, en op de nadrukkelijke voorkeur van de EU voor vreedzame, diplomatieke samenwerking tussen al haar lidstaten; spoort alle partijen aan om geschillen op te lossen door middel van dialoog en daarbij het internationaal recht te eerbiedigen, evenals elkaars soevereiniteit en territoriale integriteit; bevestigt nogmaals zijn streven om vrede en stabiliteit in de wereld te bevorderen door middel van diplomatieke initiatieven die gericht zijn op conflictpreventie en geschillenbeslechting en op het bevorderen van internationale samenwerking met betrekking tot grote mondiale uitdagingen, zoals klimaatverandering, mensenrechten en duurzame economische ontwikkeling; pleit voor permanente partnerschappen met internationale actoren om de doeltreffendheid van de inspanningen die overal in de wereld geleverd worden op het gebied van vredeshandhaving en vredesopbouw te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT>I.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het jaarverslag 2024 van de VV/HV</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>neemt kennis van het feit dat het verslag op 20 juni 2024 aan het Europees Parlement is voorgelegd; wijst erop dat het verslag toekomstgericht moet zijn; geeft hieronder zijn opmerkingen over diverse ontwikkelingen die de VV/HV in zijn verslag naar voren heeft gebracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="DASH"><INT.LI LEVEL="0">is in het bijzonder ingenomen met:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de lokale, levendige maatschappelijke organisaties in de uitbreidingslanden die een constructieve rol spelen in de integratieprocessen van de EU, en benadrukt daarbij dat het maatschappelijk middenveld essentieel is voor het bevorderen van democratie en pluriformiteit, goed bestuur en sociale vooruitgang, en dat de uitbreidingslanden een faciliterende ruimte en een passend kader voor samenwerking moeten bieden om hun zinvolle betrokkenheid te waarborgen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het feit dat het screeningproces voor Albanië eind 2023 met succes is afgerond en met de opening, in 2024, van de eerste cluster van onderhandelingshoofdstukken over fundamentele kwesties over externe betrekkingen (cluster 6); is ingenomen met het voornemen van Albanië om de toetredingsonderhandelingen snel af te ronden; benadrukt dat de hervormingen verder moeten worden opgevoerd om de aanhoudende gebreken op het gebied van de “fundamentele kwesties” aan te pakken, met name de rechtsstaat en de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad; waarschuwt voor de ondermijning van het werk van onafhankelijke instellingen zoals de eenheid voor de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad; wijst op het belang van levensvatbaar politiek pluralisme en een competitieve oppositie en dringt aan op dialoog en constructieve betrokkenheid tussen de meerderheid en de oppositie om de sterke politieke polarisatie te overwinnen en inclusieve democratische processen te bevorderen waarbij alle partijen worden geëerbiedigd, met inbegrip van de Griekse, Roma- en Egyptische minderheden in het land; prijst de consistente, volledige aansluiting van het land bij het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, met inbegrip van de beperkende maatregelen van de EU tegen Rusland en Belarus;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het besluit over het openen van de toetredingsonderhandelingen met Bosnië en Herzegovina; spoort de autoriteiten aan alle nodige stappen te zetten die staan beschreven in de aanbeveling van de Commissie van 12 oktober 2022; dringt er bij de politieke leiders van het land op aan een substantiële reeks hervormingen door te voeren, met inbegrip van electorale hervormingen, in overeenstemming met de uitspraken van binnenlandse en internationale rechtbanken, teneinde de beginselen van gelijkheid en non-discriminatie voor alle burgers en constituerende bevolkingsgroepen te waarborgen, zoals vastgelegd in de grondwet, en met volledige inachtneming van de uitspraken van binnenlandse en internationale rechtbanken, met inbegrip van alle uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens met betrekking tot Bosnië en Herzegovina; hekelt de constante opruiende retoriek en het separatistische beleid van de leiders van de entiteit Republika Srpska (RS), waaronder de viering van de ongrondwettige “Dag van de Republika Srpska” op 9 januari 2025; verzoekt de lidstaten en vertegenwoordigers van de internationale gemeenschap in Bosnië en Herzegovina de tenuitvoerlegging van deze uitspraken te bevorderen en te ondersteunen; neemt kennis van de uitspraak van het constitutioneel hof van Bosnië en Herzegovina in de rechtszaak tegen Milorad Dodik van 26 februari 2025 en veroordeelt de ongekende aanvallen van Dodik op de instellingen van Bosnië en Herzegovina, in samenwerking met de leiding van de Republika Srpska, en de intimidatie van de oppositie in de Republika Srpska; roept opnieuw op tot gerichte sancties tegen destabiliserende krachten binnen Bosnië en Herzegovina, in het bijzonder Milorad Dodik, en andere hooggeplaatste functionarissen van de RS en Servische functionarissen die politieke en materiële steun verlenen aan separatistisch beleid; onderschrijft de verklaring die de secretaris-generaal van de NAVO, Mark Rutte, op 10 maart 2025 heeft afgelegd in Sarajevo, en roept op tot een dialoog tussen alle partijen om de stabiliteit in het land te waarborgen; verzoekt alle lidstaten ervoor te zorgen dat de Raad zulke sancties kan vaststellen, en deze bilateraal of in samenwerking met andere lidstaten op te leggen indien de vaststelling ervan in de Raad niet mogelijk is; is ingenomen met het akkoord dat is bereikt om het mandaat van de EU-troepenmacht van de operatie Althea in Bosnië en Herzegovina te verlengen tot november 2025 en herinnert eraan dat deze missie nog steeds een centrale rol speelt in de veiligheid en stabiliteit van Bosnië en Herzegovina; is ingenomen met de komst van de reservetroepen van EUFOR Althea; dringt er bij de militaire missie van de EU op aan illegale parades en andere provocaties actief te voorkomen, evenals bedreigingen aan het adres van alle mensen die zich inzetten voor de slachtoffers van genocide en die investeren in interetnische verzoening en een vreedzame toekomst voor het land; dringt erop aan dat de veiligheid bij het Srebrenica-Poto<STRING ITALIC="on">č</STRING>ari Memorial Centre gewaarborgd wordt;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de vooruitgang in de dialoog tussen Belgrado en Pristina, met name op het gebied van vrij verkeer en energie; verzoekt Kosovo en Servië deze dialoog te goeder trouw en in een geest van compromis aan te blijven gaan om zonder verdere vertraging te komen tot een alomvattend, juridisch bindend akkoord inzake de normalisering van hun betrekkingen, dat stoelt op wederzijdse erkenning en in overeenstemming is met het internationaal recht; betreurt in dit verband het gebrek aan vooruitgang met het oog op normalisering en pleit ervoor meer inspanningen te leveren en meer middelen in te zetten om de door de EU gefaciliteerde dialoog verder uit te bouwen; zegt dan ook toe nauw samen te werken met de vertrekkende en de aantredende speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de dialoog tussen Belgrado en Pristina en andere regionale kwesties die spelen in de Westelijke Balkan; verzoekt de VV/HV te profiteren van de nieuwe ambtstermijn van de Commissie om de impasse te doorbreken en een nieuwe impuls te geven aan de dialoog en te komen met een nieuwe, innovatieve en evenwichtige benadering van de bemiddeling;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het uitbreidingsverslag 2024 over Servië dat de Commissie op 31 oktober 2024 heeft gepresenteerd; herhaalt zijn standpunt dat de toetredingsonderhandelingen met Servië alleen mogen worden voortgezet als het land zich aansluit bij de EU-sancties tegen Rusland en aanzienlijke vooruitgang boekt met zijn EU-gerelateerde hervormingen, met name op het gebied van de “fundamentele kwesties”; herinnert de Servische autoriteiten eraan dat de goede werking van de democratische instellingen centraal staat in het EU-toetredingsproces en de methode voor toetreding tot de EU; herinnert in dit verband aan zijn standpunt dat de Servische parlements- en lokale verkiezingen van 17 december 2023 afweken van de internationale normen en de toezeggingen van Servië om vrije en eerlijke verkiezingen te houden; spreekt opnieuw zijn ernstige bezorgdheid uit over deze onregelmatigheden en het algemene verkiezingsklimaat, dat niet voldeed aan de normen die verwacht worden van een kandidaat-lidstaat van de EU; dringt er bij de politieke leiders van Servië op aan om te zorgen voor een constructieve, inclusieve dialoog in het hele politieke spectrum en om de nodige hervormingen door te voeren waardoor Servië vooruitgang kan boeken op de weg naar toetreding tot de EU; volgt de grootschalige studentenprotesten die begonnen na het tragische ongeluk op het treinstation van Novi Sad en waarbij zich ook andere groepen uit de bevolking hebben aansloten, op de voet; herinnert eraan dat de vrijheid van vergadering een grondrecht is en vindt dat er ten aanzien van personen die geweld plegen tegen vreedzame demonstranten een no-tolerance-beleid gevoerd moet worden; is ernstig bezorgd over de aanvallen op en digitale surveillance en intimidatie van journalisten, mensenrechtenactivisten en maatschappelijke organisaties waarvan volgens berichten in Servië sprake is, bijvoorbeeld, zeer recentelijk, de inval door de politie bij vier grote maatschappelijke organisaties op 25 februari 2025, onder het voorwendsel dat deze organisaties USAID-financiering zouden hebben misbruikt; pleit ervoor dat er snel, grondig en op onpartijdige wijze onderzoek wordt gedaan naar de beschuldigingen van geweld tegen demonstranten en wangedrag door de politie tijdens de demonstraties; betuigt zijn solidariteit met de deelnemers aan de vreedzame demonstaties, en met name de deelnemers aan de demonstratie die plaatsvond op 15 maart 2025, die het grootste massaprotest was in de moderne geschiedenis van Servië; betreurt de toegeeflijke houding van de Commissie jegens Servië, ondanks de jarenlange inperking van de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten, en de destabiliserende invloed van het land op de hele regio; dringt er bij de Commissie op aan om, ook op het hoogste niveau, duidelijker taal te spreken ten aanzien van Servië en er consequent op te wijzen dat het land aanzienlijk tekortschiet en te weinig vooruitgang boekt, of zelfs achteruitgang vertoont, en zich dus sterk te blijven maken voor de fundamentele waarden van de EU;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het verzoek van Kosovo om toetreding tot de EU en het verslag over Kosovo van 2024, en verzoekt de lidstaten in de Europese Raad nogmaals om de Commissie te machtigen de vragenlijst in te dienen en advies uit te brengen over de gegrondheid van de aanvraag van het land; wijst erop dat het verzoek van Kosovo om als kandidaat-lidstaat in aanmerking te worden genomen, zal worden beoordeeld op basis van zijn eigen merites en het welslagen van het land om te voldoen aan de criteria van Kopenhagen voor EU-lidmaatschap; is echter verheugd over de opheffing van de visumplicht voor Kosovaarse burgers; betreurt de beperkende maatregelen van de Raad tegen Kosovo en dringt aan op de onmiddellijke opheffing ervan zoals de VV/HV heeft voorgesteld;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de vooruitgang van Montenegro met het oog op de tussentijdse ijkpunten voor de hoofdstukken 23 en 24 van het EU-<STRING ITALIC="on">acquis</STRING>; spoort het land aan verdere vooruitgang te boeken op het gebied van EU-gerelateerde hervormingen en deze snel uit te voeren; spreekt niettemin zijn bezorgdheid uit over controversiële ideeën voor wetgevingsvoorstellen over burgerschap en buitenlandse agenten; benadrukt hoe belangrijk het is dat de nieuwe regering in staat is en zich ertoe verbindt de EU-gerelateerde hervormingen door te voeren en Montenegro stevig op het strategische traject van de EU te houden; verwacht dat het land zal beginnen met het afsluiten van hoofdstukken bij de toetredingsonderhandelingen en binnen een paar jaar klaar zal zijn om toe te treden tot de EU;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het feit dat het screeningproces voor Noord-Macedonië eind 2023 met succes is afgerond; dringt er bij de regering van Noord-Macedonië op aan tastbare resultaten te boeken bij het nakomen van haar verplichting uit hoofde van het onderhandelingskader van de EU en de conclusies van de bijeenkomst van de Europese Raad van 18 juli 2022, waaronder de nodige grondwetswijzigingen, in overeenstemming met de toezeggingen van het land;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de succesvolle hervatting van de GBVB-dialoog tussen de EU en haar partners in de Westelijke Balkan en het belang van deze partnerschappen voor vrede en veiligheid; herinnert eraan dat de uitbreiding van de EU een geostrategische investering is, waarbij zowel de EU als de kandidaat-lidstaten op weg naar hun toetreding toezeggingen moeten doen; wijst er in dat verband op dat er voortdurend hervormingen nodig zijn op het gebied van de rechtsstaat, de grondrechten, het openbaar bestuur en de afstemming op het GBVB, ook wat sancties en het visumbeleid van de EU betreft; wijst daarnaast op de dreigingen die uitgaan van kwaadwillige buitenlandse inmenging in de regio en wijst op het belang van de bestrijding van desinformatie om antiwesterse en verdeeldheid zaaiende retoriek die erop gericht is etnische spanningen in de regio uit te buiten en te verergeren, in te dammen; waarschuwt voor samenwerking met de systeemrivalen van de EU, die de welvarende, duurzame en veilige toekomst waarin toetreding tot de EU voorziet, kan ondermijnen; herinnert in dit verband aan de meerwaarde van de investeringen van de EU in het kader van het instrument voor pretoetredingssteun III, de onlangs ingestelde hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan en het investeringskader voor de Westelijke Balkan; verzoekt de landen van de Westelijke Balkan alle beschikbare middelen te gebruiken om hun afstemming op het EU-acquis te ondersteunen; verzoekt de commissaris voor Uitbreiding om de zichtbaarheid van het EU-optreden in de Balkan te vergroten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het besluit om toetredingsonderhandelingen met Oekraïne en Moldavië te openen; prijst Moldavië omdat het een steeds groter deel van zijn beleid afstemt op het GBVB, van 54 % in 2022 naar 86 % in 2024, en spoort Oekraïne en Moldavië aan deze positieve trend in de richting van volledige afstemming voort te zetten; dringt erop aan het screeningsproces te versnellen en de daaropvolgende intergouvernementele conferenties tijdig te organiseren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het besluit van Armenië om, naar aanleiding van de weigering van Rusland om dat land te helpen toen het door het Azerbeidzjaanse leger werd aangevallen, zijn deelname aan de Verdragsorganisatie voor Collectieve Veiligheid op te schorten en alle betalingen aan de begroting daarvan in 2024 stop te zetten, en op zoek te gaan naar een meer betrouwbare veiligheidsarchitectuur; steunt het officiële verzoek van Armenië aan de Russische Federatie om haar grenswachten van de federale veiligheidsdienst terug te trekken van zijn internationale luchthaven en de Armeens-Iraanse grens; is ingenomen met de regelmatige bijeenkomsten in het kader van de politieke en veiligheidsdialoog tussen de EU en Armenië en de Partnerschapsraad EU-Armenië en prijst het besluit om de steunmaatregelen in het kader van de EPF ter ondersteuning van de Armeense strijdkrachten op respectievelijk 13 juni en 22 juli 2024 goed te keuren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de succesvolle afronding van de onderhandelingen tussen Armenië en Azerbeidzjan over de volledige tekst van het ontwerpakkoord over vrede en de totstandbrenging van interstatelijke betrekkingen; prijst Armenië voor het effenen van het pad om de tekst te kunnen afronden en spoort de Azerbeidzjaanse leiders aan het vredesakkoord zoals overeengekomen tijdens de onderhandelingen te goeder trouw te ondertekenen en uit te voeren; moedigt verdere vooruitgang aan in het kader van het proces van de grensafbakening tussen Armenië en Azerbeidzjan, dat tot een akkoord over verscheidene delen van de grens heeft geleid, en de opening van regionale communicatiekanalen op basis van de soevereiniteit en jurisdictie van beide landen, en tot wederkerigheid en gelijkheid, als belangrijke maatregel om regionale ontwikkeling te deblokkeren, de connectiviteit te verbeteren en duurzame vrede en welvaart te bevorderen, en verzoening tussen gemeenschappen te vergemakkelijken op basis van meer intermenselijke contacten; spreekt opnieuw zijn steun uit voor de soevereiniteit en territoriale integriteit van zowel Armenië als Azerbeidzjan en is groot voorstander van de normalisering van hun betrekkingen op basis van de beginselen van de wederzijdse erkenning van territoriale integriteit en de onschendbaarheid van grenzen, in overeenstemming met de Verklaring van Alma-Ata van 1991; herhaalt zijn verzoek om terugtrekking van de Azerbeidzjaanse troepen uit het hele soevereine grondgebied van Armenië, en om vrijlating van de 23 overgebleven Armeense gijzelaars;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de activiteiten van de civiele missie van de Europese Unie in Armenië (EUMA) in het kader van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB), waarmee wordt bijgedragen aan de veiligheid in de regio door het aantal incidenten in conflict- en grensgebieden aanzienlijk te verminderen en waarmee het risiconiveau voor de bevolking in die gebieden wordt verlaagd; is ingenomen met de steun van Armenië voor de activiteiten van de EUMA op zijn grondgebied; looft het besluit van de Raad om een groter aantal waarnemers in te zetten, de capaciteit van de missie uit te breiden en de looptijd ervan te verlengen; dringt aan op verdere uitbreiding en aanwezigheid in de regio; verzoekt de Commissie Armenië steun te verlenen voor ontmijning;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de voortdurende werkzaamheden van de EDEO op het gebied van de aanpak en bestrijding van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (FIMI) via de FIMI-toolbox van de EU, de oprichting van een StratCom-taskforce, en door middel van nauwe samenwerking met de lidstaten, internationale partners, het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden; herhaalt zijn verzoek om de automatische en continue inlichtingenstroom van de lidstaten naar de EDEO over buitenlandse en veiligheidskwesties die zich buiten de Unie voordoen te bevorderen; dringt in dit verband aan op versterking van EU-Intcen, het crisisresponscentrum van de EDEO en het Satellietcentrum van de EU, door hun personeel, financiële middelen en hun capaciteit uit te breiden;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het voorstel van de HV/VV voor een sanctieregeling voor corruptiebestrijding, dat de EU in staat moet stellen ernstige gevallen van corruptie wereldwijd aan te pakken; dringt er bij de Raad op aan dit voorstel spoedig goed te keuren;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="DASH"><INT.LI LEVEL="0">veroordeelt met name:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de huidige illegale en ongerechtvaardigde Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de toenemende Russische aanvallen op burgerdoelen en -infrastructuur in Oekraïne; eist dat Rusland en de aan de Russische Federatie gelieerde groeperingen alle militaire acties staken en dat de Russische Federatie haar troepen en materieel onmiddellijk en onvoorwaardelijk terugtrekt uit Oekraïne en elk ander land waarvan zij het grondgebied, of delen daarvan, illegaal bezet houdt; bevestigt nogmaals zijn beleid van niet-erkenning van tijdelijk door Rusland bezette gebieden van Oekraïne, met inbegrip van maar niet beperkt tot het schiereiland de Krim; veroordeelt alle hybride aanvallen van Rusland in Oekraïne en is sterk gekant tegen de verspreiding van de Russische propaganda over zijn oorlog in Oekraïne;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het feit dat het onwettige regime van Aljaksandr Loekasjenka het land als Russische militaire basis laat dienen, waarmee het zijn nationale soevereiniteit feitelijk aan het Kremlin heeft overgedragen om de greep op Belarus te behouden en tegelijkertijd het Belarussische volk bruut onderdrukt om aan de macht te blijven; betreurt dat er in de aanloop naar de schijnverkiezingen op 26 januari 2025 ernstige schendingen van de mensenrechten zijn begaan; is verontrust over het feit dat het regime van Poetin en Loekasjenka migratie als instrument inzet, met name in het licht van de toestroom van duizenden migranten naar Polen, Litouwen en Letland, die Rusland en Belarus orkestreren om hun doorreis naar de Europese Unie probeert af te dwingen; betreurt de politieke instrumentalisering van migratie door het regime van Poetin, die heeft geleid tot de sluiting van de Finse grens met Rusland;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de illegale Noord-Koreaanse inmenging in de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne door militaire uitrusting en munitie naar Rusland te sturen, alsook door duizenden soldaten te sturen om oorlog te voeren tegen Oekraïne;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het voortdurend testen van wapens door Noord-Korea en de ontwikkeling van zijn nucleaire programma, in strijd met de VN-resolutie, waardoor de spanningen in de Indo-Pacifische regio verder escaleren; eist dat Noord-Korea zijn programma’s voor massavernietigingswapens en ballistische raketten volledig en op verifieerbare en onomkeerbare wijze stopzet; dringt er bij de autoriteiten van Noord-Korea op aan een einde te maken aan hun aanhoudende misdaden tegen de menselijkheid en een hervormingsproces door te voeren waarbij alle mensenrechten worden geëerbiedigd en beschermd;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de toenemende kwaadwillige activiteiten, inmenging en hybride oorlogvoering door de Russische Federatie, haar instellingen en haar handlangers die als doel hebben de democratische stabiliteit en soevereiniteit van Georgië en de Republiek Moldavië te ondermijnen en te ontwrichten, met name de recente inmenging in het constitutionele referendum over de toetreding tot de EU en de presidentsverkiezingen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de aanval op Kosovaarse politieagenten door goed georganiseerde Servische paramilitairen in Banjska/Banjskë in het noorden van Kosovo op 24 september 2023, die heeft geleid tot de dood van de Kosovaarse politieagent Afrim Bunjaku en de verwonding van nog twee Kosovaarse politieagenten; veroordeelt de afschuwelijke terroristische aanval op kritieke infrastructuur nabij Zubin Potok; benadrukt dat de daders van deze betreurenswaardige aanvallen ter verantwoording moeten worden geroepen en onverwijld voor de rechter moeten worden gebracht;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de aanhoudende illegale bezetting, op grond van het internationaal recht, door Turkije, een NAVO-lid, van 37 % van Cyprus, een EU-lidstaat;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de hardvochtige en nietsontziende terroristische aanvallen van Hamas in Israël op 7 oktober 2023, die een Israëlische militaire respons en een conflict in Gaza hebben uitgelokt met een verwoestend effect op burgers en die tot een rampzalige humanitaire situatie hebben geleid;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het feit dat Hamas onschuldige mensen, onder wie vrouwen en kinderen, gegijzeld heeft en nog steeds vasthoudt; dringt dan ook aan op de onvoorwaardelijke en onmiddellijke vrijlating van gijzelaars;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het opzettelijk en kwaadwillig aanwakkeren van een uitzonderlijk gespannen situatie, door middel van herhaalde aanvallen op Israël sinds 7 oktober 2023, door overheids- en niet-overheidsactoren in de regio, waarbij Iran de belangrijkste aanstichter is, evenals de Houthi’s in Jemen en Hezbollah in Libanon die als handlangers optreden;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de aanhoudende niet-naleving door Iran van zijn wettelijke controleverplichtingen uit hoofde van zijn integrale-waarborgovereenkomst en van zijn verbintenissen in het kader van het gezamenlijk alomvattend actieplan (JCPOA); veroordeelt verder de voortzetting van zijn kernprogramma waarvoor geen geloofwaardige civiele rechtvaardiging bestaat en de destabilisering van het Midden-Oosten die dit met zich meebrengt, onder meer via handlangers, zoals aanvallen op Israël en de sponsoring van terrorisme en civiele conflicten; de binnen de EU gepleegde aanvallen of pogingen daartoe door terroristische organisaties en netwerken die banden hebben met Iran;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de onrechtmatige detentie van Europese burgers in Iran, de executie van een Europese burger met een dubbele Duits-Iraanse nationaliteit, Jamshid Sharmahd, op 29 oktober 2024, en de brute onderdrukking van het Iraanse volk, met name vrouwen; bevestigt zijn niet-aflatende steun voor Iraanse vrouwen die twee jaar na de brute onderdrukking van de beweging “Vrouw, leven, vrijheid” nog steeds te maken hebben met grove schendingen van hun grondrechten; dringt er bij de VV/HV op aan al het mogelijke te doen om deze burgers vrij te krijgen en een einde te maken aan de Iraanse gijzeldiplomatie waarmee het land buitenlandse burgers en personen met een dubbele nationaliteit gevangen houdt, onder meer door de lidstaten aan te moedigen hun burgers aan te bevelen niet naar Iran te reizen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de toenemende militaire samenwerking tussen Iran en Rusland, met name het voornemen om een verdrag over een alomvattend strategisch partnerschap te ondertekenen, en de levering van drones en ballistische raketten door Iran aan Rusland om tegen Oekraïne en zijn bevolking in te zetten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de recente goedkeuring van de wet inzake de “bevordering van deugden en het voorkomen van ondeugden” in Afghanistan, alsook de systematische schending van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, met name de extreme interpretatie van de sharia, waardoor vrouwen volledig van het openbare leven worden uitgesloten, niet mogen werken en geen toegang hebben tot openbare plaatsen als ze niet worden begeleid door een mannelijk familielid en geen onderwijs mogen genieten na het zesde leerjaar, hetgeen op genderapartheid neerkomt; eist dat de de-factoautoriteiten van Afghanistan alle genderspecifieke beperkingen voor vrouwen opheffen en benadrukt dat dit voor de internationale gemeenschap een essentiële voorwaarde moet zijn om betrekkingen met de taliban aan te knopen; wijst erop dat het belangrijk is om aan bepaalde strikte voorwaarden gekoppelde betrekkingen met de taliban te blijven onderhouden, op basis van de vijf benchmarks voor contacten met de de-factoautoriteiten zoals vastgesteld door de Raad, en om degenen die zich aan deze grove inbreuken op de rechten van meisjes en vrouwen schuldig maken verantwoordelijk te houden, waaronder met beperkende maatregelen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de toenemende reikwijdte en intensiteit van operaties, waaronder cyberaanvallen en buitenlandse informatiemanipulatie door de Chinese regering, evenals schepen en vliegtuigen waarmee China probeert zijn buurlanden te intimideren, die de vrede en stabiliteit in de Straat van Taiwan en de omliggende internationale wateren in het gedrang brengen en afbreuk doen aan de rechten inzake vrije scheepvaart van alle andere partijen; veroordeelt de verklaringen van de Chinese president met klem dat de Volksrepubliek China nooit afstand zal doen van het recht om geweld te gebruiken ten aanzien van Taiwan, en benadrukt dat het gebruik van dwangmaatregelen om eenwording te bewerkstelligen in strijd is met het internationaal recht;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het door de regering gebruikte systeem van dwangarbeid en de aanhoudende schendingen van de mensenrechten, met name de systematische onderdrukking van Oeigoeren in de provincie Xinjiang; is verontrust over het harde optreden tegen etnische minderheden in Tibet, Hongkong en Macau en de grensoverschrijdende repressie van Chinese dissidenten, alsook de aanhoudende aanwezigheid van Chinese politieagenten op het grondgebied van de EU; heeft vastgesteld en betreurt het dat de Volksrepubliek China de aanbevelingen van het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten (OHCHR) niet heeft uitgevoerd; roept de Volksrepubliek China op het OHCHR onafhankelijke toegang te verlenen tot de <STRING ITALIC="on">Oeigoerse Autonome Regio Xinjiang</STRING> en verzoekt het OHCHR een uitgebreid analyse van de huidige situatie en een actieplan te presenteren om de Volksrepubliek China ter verantwoording te roepen; verzoekt alle EU-lidstaten de uitleveringsverdragen met Hongkong en de Volksrepubliek China op te schorten en personen te beschermen die worden geïntimideerd en vervolgd;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de verslechtering van de stabiliteit in de Sahel, die nog wordt verergerd door de talrijke militaire staatsgrepen in de regio die de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden; herinnert eraan dat de stabiliteit in de Sahel rechtstreekse gevolgen heeft voor de veiligheid van de Europese buitengrenzen en voor het beheer van de irreguliere migratiestromen vanuit het Afrikaanse continent; benadrukt dat de EU haar regionale strategie voor de Sahel dringend moet herzien;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de staatsgrepen in Burkina Faso en Niger, waarbij president Bazoum gevangen is genomen en de grondwet is opgeschort; maakt zich steeds meer zorgen over het besluit van de militaire regimes van Burkina Faso, Mali en Niger in de centrale Sahel om uit de Economische Gemeenschap van West-Afrikaanse Staten (Ecowas) te stappen, waardoor Ecowas in een diepe politieke crisis is beland; veroordeelt bovendien de fysieke aanval op 29 september 2024 op een parlementslid van Ecowas en andere deelnemers aan een officieel uitgeroepen oppositiebijeenkomst in Lomé; verzoekt de Togolese autoriteiten te zorgen voor de bevordering en bescherming van de fundamentele beginselen van de rechten van mensen en volkeren die zijn verankerd in artikel 4 van het herziene Ecowas-Verdrag, zoals de rechten op vreedzame vergadering, vrijheid van vereniging, levensovertuiging en meningsuiting; verzoekt de Ecowas-autoriteiten en de lidstaten de inspanningen te ondersteunen die nodig zijn om de beginselen van het Afrikaans Handvest van de rechten van de mens en de volkeren in de hele subregio te waarborgen; neemt kennis van de stopzetting van de militaire partnerschapsmissie van de Europese Unie in Niger (EUMPM Niger) en van de missie van de Europese Unie voor de opbouw van capaciteit in Niger (EUCAP Sahel Niger) en van het feit dat de opleidingsmissie van de EU in Mali (EUTM) niet is verlengd; wijst met bezorgdheid op de wijze waarop Rusland de ontwikkeling van betrekkingen tussen staten en samenwerkingsinitiatieven met Afrikaanse staten door middel van militaire samenwerking en een toezegging om samen te werken bij de ontwikkeling van kernenergie heeft geïntensiveerd; veroordeelt de toename van terroristische aanslagen en het grote aantal burgerslachtoffers in de Sahel, alsook de aanwezigheid en roofzuchtige activiteiten van Russische paramilitairen, die hebben geleid tot ontheemding van de bevolking en een toestroom van vluchtelingen, mede als gevolg van de instabiliteit in de regio; betreurt het dat het vacuüm dat de VN-vredessoldaten hebben achterlaten, feitelijk is opgevuld door huurlingen van de Wagnergroep en het Russische en Turkse leger, wier industrieën wapens leveren aan hoofdsteden in de Sahel;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de burgeroorlog in Sudan, de verwoestende gevolgen voor de burgerbevolking, de wreedheden die tegen hen worden begaan en met name het verachtelijke grootschalige gebruik van verkrachting als oorlogswapen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de door de autoriteiten van de Democratische Republiek Congo (DRC) op het laatste moment opgelegde tactische en technische beperkingen die de verkiezingswaarnemingsmissie van de EU hebben belet toezicht te houden op de presidentsverkiezingen; veroordeelt het geweld van de door Rwanda gesteunde rebellenbeweging M23 die het oosten van de DRC destabiliseert; dringt aan op de herziening van de EU-strategie voor het gebied van de Grote Meren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het autoritaire regime van Daniel Ortega en Rosario Murillo, die de democratische structuren van Nicaragua systematisch ondergraven; wijst erop dat het regime in Nicaragua nauwe banden onderhoudt met andere autocratieën, zoals Iran, Venezuela en Cuba; veroordeelt de systematische mensenrechtenschendingen door het Cubaanse regime; veroordeelt de door het regime in Venezuela georkestreerde verkiezingsfraude met klem, verwerpt deze volledig en eist dat de regering-Maduro haar repressiebeleid en aanvallen op het maatschappelijk middenveld en de oppositie stopzet; wijst erop dat het Parlement op 19 september 2024 Edmundo González Urrutia erkende als de rechtmatige en democratisch verkozen president van Venezuela, en María Corina Machado als leider van de democratische krachten in Venezuela; benadrukt dat diverse democratische staten in de regio en overal ter wereld González als nieuwgekozen president hebben erkend; wijst erop dat hij op 10 januari 2025 beëdigd had moeten worden; vindt het verheugend dat het Parlement op 17 december 2024 de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken 2024 heeft toegekend aan María Corina Machado, als leider van de democratische krachten in Venezuela, en de nieuwgekozen president Edmundo González Urrutia, als vertegenwoordiger van alle Venezolanen in het land en daarbuiten die strijden voor de herinvoering van vrijheid en democratie;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de inzet van de “Cubaanse medische brigade” in sommige Europese landen, die een schending van de grondrechten en vrijheden vormt en een vorm van slavernij en dwangarbeid is;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het risico van ineenstorting van de staatsstructuren en de moeilijke humanitaire situatie in Haïti als gevolg van ongebreideld bendegeweld;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het feit dat de Volksrepubliek China, Rusland, Iran en andere totalitaire of autoritaire regimes informatiemanipulatie en kwaadwillige inmenging gebruiken als integrale instrumenten om druk uit te oefenen op multilaterale instellingen en democratische waarden en normen, om macht te misbruiken, om het aantal en de ernst van mensenrechtenschendingen te vergroten, om de ruimte voor het maatschappelijk middenveld, onafhankelijke media en democratische oppositiebewegingen te beperken, om antiwesterse desinformatie te verspreiden en om diverse vormen van grensoverschrijdende repressie te gebruiken om het maatschappelijk middenveld, onafhankelijke media en democratische oppositiebewegingen in de diaspora te intimideren en de ruimte die ze mogen innemen te beperken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de toenemende aanvallen, intimidatie, willekeurige detentie, foltering van en moorden op mensenrechtenverdedigers wereldwijd, met name degenen die opkomen voor milieu-, vrouwen-, lhbtqi+-rechten, rechten van inheemse volkeren en corruptiebestrijding; neemt verder kennis van de steeds geavanceerdere tactieken die overheids- en niet-overheidsactoren gebruiken, waaronder digitale surveillance en lastercampagnes, die erop gericht zijn mensenrechtenverdedigers het zwijgen op te leggen; benadrukt dat mensenrechtenverdedigers dringend moeten worden beschermd, aangezien ze ook een cruciale rol spelen bij de handhaving van de democratie en de rechtsstaat wereldwijd; dringt aan op betere ondersteunings- en beschermingsmechanismen voor mensenrechtenverdedigers die te maken krijgen met bedreigingen, intimidatie en geweld, met name in gebieden met een hoog risico of personen die zich bezighouden met gevoelige kwesties zoals milieurechten, rechten van inheemse volkeren en vrouwenrechten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>pogingen om EU- en internationale sancties te omzeilen, die het ziet als strategieën die een directe bedreiging vormen voor de op regels gebaseerde internationale orde;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het feit dat Azerbeidzjan niet heeft voldaan aan het bevel van het Internationaal Gerechtshof van 17 november 2023, waarin wordt gewezen op voorlopige maatregelen met betrekking tot de veilige, onbelemmerde en snelle terugkeer van de 100 000 etnische Armeniërs die Nagorno-Karabach zijn ontvlucht na de vooraf geplande, ongerechtvaardigde militaire aanval van Azerbeidzjan in september 2023, alsook de weigering van de Azerbeidzjaanse autoriteiten om alle 23 momenteel vastgehouden Armeense krijgsgevangenen vrij te laten; benadrukt dat alle initiatieven en activiteiten gesteund moeten worden die kunnen leiden tot blijvende vrede tussen Armenië en Azerbeidzjan; eist daartoe de terugtrekking van de Azerbeidzjaanse troepen uit het volledige soevereine grondgebied van Armenië en waarschuwt tegelijkertijd dat verdere militaire acties tegen Armenië onaanvaardbaar zijn en ernstige gevolgen voor het partnerschap tussen Azerbeidzjan en de EU kunnen hebben; benadrukt dat de connectiviteitsproblemen van Azerbeidzjan met zijn exclave Nachitsjevan moeten worden opgelost met volledige eerbiediging van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Armenië; herhaalt zijn standpunt dat de EU bereid moet zijn sancties op te leggen aan personen en entiteiten die de soevereiniteit, onafhankelijkheid en territoriale integriteit van Armenië bedreigen; benadrukt dat de talrijke waarschuwingen van het Parlement over de situatie niet hebben geleid tot enige verandering in het EU-standpunt ten aanzien van Azerbeidzjan; dringt er bij de EU op aan een einde te maken aan haar afhankelijkheid van gas uit Azerbeidzjan; verzoekt de Commissie het memorandum van overeenstemming over een strategisch partnerschap op het gebied van energie van 2022 op te schorten en dienovereenkomstig te handelen; dringt erop aan dat elke toekomstige partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Azerbeidzjan alleen mag worden gesloten als alle politieke gevangenen worden vrijgelaten en de mensenrechtensituatie in het land verbetert; veroordeelt het witwassen van Russisch gas via Azerbeidzjan en het faciliteren door de Azerbeidzjaanse autoriteiten van het omzeilen van EU-sancties door Rusland; verzoekt de EU een einde te maken aan alle technische en financiële bijstand aan Azerbeidzjan die zou kunnen bijdragen tot de versterking van zijn militaire of veiligheidscapaciteit; verzoekt de lidstaten de uitvoer van alle militaire en veiligheidsuitrusting naar Azerbeidzjan te bevriezen; veroordeelt de herhaalde pogingen van Azerbeidzjan om de lidstaten in een kwaad daglicht te stellen en te destabiliseren, onder meer via de zogenaamde Baku Initiative Group; veroordeelt de aanhoudende verslechtering van de mensenrechtensituatie in het land;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="DASH"><INT.LI LEVEL="0">is het ermee eens dat:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de betrekkingen met Turkije moeten worden verbeterd; is ingenomen met de gedeeltelijke de-escalatie van de spanningen in het oostelijk Middellandse Zeegebied en de Egeïsche Zee, maar blijft het zorgwekkend vinden dat het buitenlands beleid van Turkije indruist tegen de EU-prioriteiten in het kader van het GBVB; herinnert in dit verband aan de ondertekening en evocatie van het memorandum van overeenstemming tussen Turkije en Libië over alomvattende veiligheids- en militaire samenwerking en over de afbakening van maritieme zones;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>er bij Turkije op is aangedrongen te werken aan een constructief en niet assertief of agressief nabuurschapsbeleid, zo ook in de zuidelijke Kaukasus; betreurt het dat Turkije de soevereiniteit en soevereine rechten van een EU-lidstaat blijft betwisten; wijst erop dat het toetredingsproces van Turkije afhankelijk is van de volledige naleving van de criteria van Kopenhagen en van de normalisering van de betrekkingen met alle EU-lidstaten, met inbegrip van de Republiek Cyprus; roept ertoe op de status van de bufferzone en het mandaat van de VN-vredeshandhavingsmacht in Cyprus te eerbiedigen; dringt er bij Turkije en de Turks-Cypriotische leiders op aan al deze unilaterale activiteiten stop te zetten en terug te draaien en af te zien van verdere acties en provocaties; dringt aan op deelname aan vreedzame onderhandelingen onder leiding van de VN en op daadwerkelijke vooruitgang in de gesprekken over een regeling voor de kwestie-Cyprus, strikt binnen het overeengekomen VN-kader, dat het enige kader is dat door de EU en de internationale gemeenschap wordt aanvaard, en in overeenstemming met het recht, de waarden en de beginselen van de EU;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de situatie aldus werd beoordeeld dat bij gebrek aan een drastische koerswijziging door de Turkse regering en erkenning van de Republiek Cyprus als soevereine staat, het proces van toetreding van Turkije tot de EU niet kan worden hervat; is verontrust over de recente arrestatie van de burgemeester van Istanbul, Ekrem İmamoğlu, van de Republikeinse Volkspartij (CHP), enkele dagen voordat hij door de CHP werd gekozen als kandidaat voor de volgende presidentsverkiezingen, en betreurt dat de politieke oppositie permanent het doelwit is;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de EU en de Turkse regering dringend een gezamenlijk denkproces moeten ingaan, met inbegrip van een gemoderniseerde associatieovereenkomst, die zou leiden tot een wederzijds voordelig, dynamischer en strategisch partnerschap, met strikte voorwaarden inzake de eerbiediging van de rechtsstaat, de grondrechten, het internationaal recht, met inbegrip van het <STRING ITALIC="on">Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee</STRING>, en goede nabuurschapsbetrekkingen, gezien de sleutelrol die Turkije bijvoorbeeld speelt in het Zwarte Zeegebied en het belang van het land als NAVO-bondgenoot;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>Turkije onvoldoende inspanningen levert om zijn beleid op het GBVB van de EU af te stemmen, onder meer op het gebied van sancties en het tegengaan van de omzeiling van sancties, alsook dat Turkije nauw moet samenwerken met de EU-gezant voor sancties; betreurt de onaanvaardbare mate van solidariteit en steun die de Turkse president publiekelijk heeft betuigd aan de terroristische organisatie Hamas; herhaalt zijn bezorgdheid over de voortdurende verslechtering van de democratische normen in Turkije; herinnert eraan dat Turkije het ook gemunt heeft op de EU met zijn buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging en dat zijn regering overweegt à la Rusland een wet op buitenlandse agenten in te voeren; onderstreept de onverenigbaarheid tussen de kandidatuur van Turkije voor BRICS+ en het GBVB van de EU;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>er zorgen bestaan over de achteruitgang van de democratie in Georgië, aangezien de parlementsverkiezingen die op 26 oktober 2024 werden gehouden niet in overeenstemming waren met de internationale normen voor democratische verkiezingen, noch met de verplichting van het land als lid van de OVSE om vrije en eerlijke verkiezingen te houden en zodanig de legitimiteit van de resultaten en het vertrouwen van de bevolking in de regering ondermijnen; benadrukt dat schendingen van de integriteit van de verkiezingen onverenigbaar zijn met de normen die van een kandidaat-lidstaat van de EU worden verwacht; verwerpt elke erkenning van de parlementsverkiezingen en beschouwt Georgië als een staat die gevangen wordt gehouden door het onwettige regime van Georgische Droom en verwerpt derhalve alle besluiten van het orgaan dat de macht in het land heeft overgenomen, zoals de overhaaste goedkeuring van wijzigingen van het wetboek inzake administratieve delicten, het wetboek van strafrecht en de wet inzake vergaderingen en manifestaties; dringt met klem aan op vervroegde verkiezingen in een beter verkiezingsklimaat, die worden beheerd door een onafhankelijke en onpartijdige verkiezingsadministratie onder uitgebreid internationaal toezicht, om te zorgen voor een werkelijk vrij, eerlijk en transparant proces waarin de wil van de Georgische bevolking wordt weerspiegeld; is het eens met de conclusies van de Europese Raad van 27 juni 2024 dat als de huidige koers niet wordt gewijzigd, waaronder de wet inzake “transparantie van buitenlandse invloed”, de wet inzake “gezinswaarden en de bescherming van minderjarigen” en de wijzigingen in de kieswet, het EU-traject van Georgië in het gedrang komt, waardoor het toetredingsproces de facto wordt stopgezet; blijft Salomé Zoerabisjvili erkennen als de legitieme president van Georgië en vertegenwoordiger van de bevolking van Georgië; prijst haar inspanningen om het land op vreedzame wijze weer op het pad van democratische en Europese ontwikkelingen te brengen; verzoekt de voorzitter van de Europese Raad president Zoerabisjvili uit te nodigen om Georgië te vertegenwoordigen bij een komende bijeenkomst van de Europese Raad en de volgende top van de Europese Politieke Gemeenschap; herhaalt zijn onwrikbare steun voor de legitieme Europese aspiraties van de bevolking van Georgië, waarvan de Georgische regering afstand heeft gedaan; eist de onmiddellijke vrijlating van alle mensen die worden vastgehouden wegens hun vreedzame protesten tegen de recente besluiten van Georgië om de integratie in de EU op te schorten; dringt erop aan dat de financieringsmechanismen van de EU worden aangepast om rekening te houden met de behoeften die zich voordoen in een vijandiger en antidemocratisch klimaat; benadrukt dat het maatschappelijk middenveld dringend moet worden ondersteund in het licht van de toenemende onderdrukking en de opschorting van de activiteiten van het Amerikaanse Agentschap voor internationale ontwikkeling (USAID), en dringt er daarom bij de Commissie op aan de steun onverwijld op te voeren; blijft erbij dat de maatregelen die de EU tot dusverre heeft genomen als reactie op de flagrante achteruitgang van de democratie en de verzaking aan eerdere toezeggingen nog geen volledige weerspiegeling zijn van de ernst van de situatie in Georgië en de recentste ontwikkelingen; is ingenomen met het besluit van de Raad om visumvrij reizen voor Georgische diplomaten en ambtenaren op te schorten, maar acht het noodzakelijk om na te denken over de mogelijke opschorting van de visumvrije status van Georgië, op basis van niet-naleving van de benchmarks voor de grondrechten; betreurt de belemmering door de Hongaarse en de Slowaakse regeringen van de besluiten van de Raad inzake de invoering van sancties tegen personen die verantwoordelijk zijn voor de achteruitgang van de democratie in Georgië; verzoekt de Commissie het bevroren bedrag van 120 miljoen euro dat aanvankelijk was bedoeld voor steun aan de Georgische autoriteiten vrij te geven om de steun van de EU aan het Georgische maatschappelijk middenveld te versterken, met name aan de niet-gouvernementele sector en aan onafhankelijke media, die steeds meer onder ongepaste druk van de regerende politieke partij en de autoriteiten komen te staan, en programma’s te ondersteunen ter bevordering van democratische veerkracht en electorale integriteit; spoort de EU en haar lidstaten met klem aan persoonlijke sancties in te voeren tegen alle belangrijke figuren van het politieke regime, alsook tegen hun familieleden en de facilitatoren van het regime op het gebied van bestuur, bedrijfsleven, media, justitie en rechtshandhavingsinstanties; verzoekt de EU om, in samenwerking met andere rechtsgebieden, met name het Verenigd Koninkrijk, de financiële activa van  Bidzina Ivanisjvili te bevriezen; spoort afzonderlijke lidstaten en relevante regionale organisaties aan de zelfbenoemde autoriteiten van Georgische Droom niet actief te legitimeren en er in dit verband toe op te roepen de Associatieraad EU-Georgië op te schorten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>Rusland en China belangrijke spelers zijn geworden in de zuidelijke buurlanden, met name in Noord-Afrika, terwijl Turkije en de Golfstaten, waaronder het Koninkrijk Saudi-Arabië, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten, als regionale spelers zijn opgekomen; stelt dat het concept van één “nabuurschap” voor zowel landen ten oosten als ten zuiden van de EU voorbijgaat aan het feit dat ze met geheel andere uitdagingen kampen; is het verder eens met de strategische relevantie van het zuidelijk nabuurschap, en van de stabiliteit, economische ontwikkeling en welvaart aldaar; herinnert eraan dat instabiliteit en onveiligheid in het zuidelijk nabuurschap een voortdurende uitdaging blijven vormen voor het beheer van de Europese buitengrenzen; wijst op de inmenging van strategische concurrenten in de regio en roept de EU met klem op een solide en duidelijk politiek signaal af te geven ten gunste van hernieuwde samenwerking met de landen van het zuidelijk nabuurschap; verzoekt de VV/HV en de Commissie dringend het nieuwe pact voor het Middellandse Zeegebied uit te brengen en voldoende middelen uit te trekken voor de tijdige en doeltreffende uitvoering ervan; herhaalt dat een dynamisch netwerk van strategische partnerschappen dat is toegespitst op de specifieke behoeften en aspiraties van elk land in ons zuidelijk nabuurschap centraal moet staan in het nieuwe pact; is in dit verband van mening dat de EU grondig onderzoek moet doen naar de huidige stimulerende structuur die de belofte van financiële bijstand en handelsvoordelen combineert in ruil voor politieke en economische hervormingen, en erop toe moet zien dat deze structuur in overeenstemming is met bredere EU-doelstellingen, zoals de bevordering van de mensenrechten en democratische waarden; benadrukt dat de EU niet alleen prioriteit moet toekennen aan bilaterale samenwerking, maar ook regionale samenwerking moet blijven stimuleren via bestaande kaders zoals de Unie voor het Middellandse Zeegebied, die een waardevol platform is voor het bevorderen van dialoog en gezamenlijk optreden inzake kwesties van gemeenschappelijk belang;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de Russische en Chinese druk die in Centraal-Azië wordt uitgeoefend zorgwekkend is, en benadrukt dat de aanwezigheid van de EU in de regio, gezien het geostrategische belang ervan, als reactie hierop moet worden opgevoerd; wijst op de aarzeling van Centraal-Aziatische staten om steun te verlenen aan de Russische aanvalsoorlog gezien het effect daarvan op de regio; onderstreept dat de EU belang heeft bij het aanhalen van de economische en politieke banden met de landen in Centraal-Azië, mede om de omzeiling van sancties tegen Rusland en Belarus aan te pakken; verzoekt de autoriteiten van de Centraal-Aziatische staten, met name Kazachstan, Kirgizië en Oezbekistan, nauw samen te werken met de EU, in het bijzonder met de EU-gezant voor sancties; spoort de Commissie en de lidstaten aan zich te blijven inzetten voor politieke en economische hervormingen die de rechtsstaat, de democratie, goed bestuur en de eerbiediging van de mensenrechten versterken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het noordpoolgebied van geostrategisch belang is wat betreft de uitbreiding van potentiële zeevaartroutes, de toegang tot natuurlijke hulpbronnen, klimaatbescherming en territoriale aanspraken; benadrukt dat dit belang niet alleen wordt versterkt door de Russische militaire expansie in het hoge noorden, maar ook door de toenemende aanwezigheid en interesse van China in de regio en zijn zelfuitgeroepen status van “bijna-Arctische staat”; onderstreept dat de vrijheid en veiligheid van de zeevaart moeten worden gewaarborgd in het licht van de toenemende invloed en militarisering van deze twee staten; wijst op het belang van handhaving van de veiligheid, de stabiliteit en de samenwerking in het noordpoolgebied; wijst erop dat dit gebied gevrijwaard moet blijven van militaire spanningen en exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, en dat de rechten van inheemse volkeren moeten worden geëerbiedigd; stelt nogmaals dat het beleid inzake het noordpoolgebied van de EU opgenomen moet worden in het GVDB en dat op dit gebied samengewerkt moet worden met de NAVO; dringt erop aan het noordpoolgebied regelmatig ter sprake te brengen tijdens de vergaderingen van het Politiek en Veiligheidscomité en de Raad;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de Straat van Taiwan en de Indo-Pacifische regio van strategisch belang zijn in het licht van de toenemende Chinese intimidatie in de regio, onder meer via militaire en hybride middelen, en wijst op de noodzaak om de aanwezigheid van de EU in de regio op te schalen; onderstreept het belang van de EU bij het intensiveren van de economische betrekkingen en het aanhalen van de banden met gelijkgestemde partners in de regio, waaronder Taiwan; verzoekt de Commissie en de lidstaten een gecoördineerde EU‑strategie voor paraatheid en anticipatie op mogelijke scenario’s in de Straat van Taiwan te volgen, het Parlement daarover regelmatig te informeren en een effectbeoordeling uit te voeren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de uitvoering van een Golfstrategie doeltreffend is, waarbij vooruitgang wordt geboekt in de vorm van een strategisch partnerschap met elk van de Golfstaten waarbij wordt samengewerkt om de mondiale en regionale veiligheid en welvaart te bevorderen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de nadruk moet worden gelegd op het bewerkstelligen van verantwoordingsplicht in de cyberruimte, en wel door middel van de operationalisering van het instrumentarium voor digitale diplomatie van de EU en de aandacht die wordt besteed aan het versterken van de mondiale cyberweerbaarheid; dringt erop aan meer aandacht te besteden aan de opbouw van de capaciteit voor cyberweerbaarheid van ontwikkelingslanden die worden geconfronteerd met hybride uitdagingen voor hun kiesstelsels; roept ertoe op meer gezamenlijke oefeningen tussen de EU en de NAVO te organiseren op het gebied van cyberdefensie om de interoperabiliteit en paraatheid tegen hybride bedreigingen te verbeteren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de inzet om bevordering van de democratie centraal te stellen in het GBVB en de proactieve rol van de EU op dit gebied moet worden gewaarborgd, op basis van de lering die uit eerdere democratieondersteunende activiteiten is getrokken, met name ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenverdedigers, kritische stemmen, de democratische oppositie en de media;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>straffeloosheid moet worden bestreden en de inspanningen op het gebied van verantwoordingsplicht wereldwijd moeten worden opgevoerd, onder meer via het ICC, en dat moet worden opgekomen voor het internationaal recht en het internationaal humanitair recht; blijft uitermate bezorgd over de tendens van het ondermijnen van de besluiten van internationale instellingen en hun werknemers door overheidsfunctionarissen; spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de sancties van de VS tegen het Internationaal Strafhof en zijn aanklagers, rechters en personeelsleden, die een ernstige aanval op het internationale rechtssysteem vormen; verzoekt de Commissie onverwijld de blokkeringsverordening in werking te doen treden en dringt er bij de lidstaten op aan zo snel mogelijk meer diplomatieke inspanningen te ondernemen om het Internationaal Strafhof te beschermen en te vrijwaren als een onmisbare hoeksteen van het internationaal rechtssysteem; betreurt het dat sommige verdragsstaten van het ICC arrestatiebevelen van het ICC niet uitvoeren, waardoor het werk van het ICC wordt ondermijnd;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>gendergelijkheid en empowerment van vrouwen dringend en voortdurend moeten worden bevorderd via al het externe optreden van de EU en een buitenlands beleid waarin rekening wordt gehouden met gendermainstreaming, in overeenstemming met het genderactieplan 2021-2025, met name in het licht van de huidige wereldwijde uitholling van de rechten van de vrouw; benadrukt dat in het huidige tempo van de vorderingen het bereiken van gendergelijkheid wereldwijd nog eens 131 jaar zal duren, en wijst op het cruciale belang van het opvoeren van de inspanningen om de rechten en kansen van vrouwen te waarborgen en te bevorderen;</ITEM></LIST></P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT>II.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">GBVB-doelstellingen in 2025</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt in de volgende afdeling de GBVB-doelstellingen van het Parlement voor 2025 vast en vult daarmee de standpunten in het jaarverslag van de VV/HV over het GBVB aan;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on"><STRING UNDERLINE="on">Aanpak van de wereldwijde gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de gevolgen daarvan, waaronder economische onzekerheid, voedselonzekerheid en hoge energieprijzen, in combinatie met het revisionistische gedrag van de Russische Federatie ten aanzien van een aantal landen die aan de Zwarte Zee grenzen, het oostelijk nabuurschap en de Westelijke Balkan destabiliseert en in gevaar brengt, en dat in het verlengde daarvan ook de Europese veiligheidsarchitectuur wordt ondermijnd; onderstreept in dit verband dat de capaciteit van de EU om democratische instellingen in onze onmiddellijke omgeving te ondersteunen, moet worden versterkt; benadrukt tevens dat de bescherming van de oostelijke grens van de EU, die bijdraagt tot de veiligheid van de hele EU, van essentieel belang is; benadrukt dat het East Shield en de Baltische verdedigingslinie de vlaggenschipprojecten van de EU moeten zijn voor het waarborgen van afschrikking en het weerstaan van potentiële bedreigingen vanuit het oosten, en dat daarmee een geïntegreerd systeem voor het beheer van de landgrenzen gevormd zou kunnen worden dat bedoeld is om de landbuitengrens van de EU met Rusland en Belarus tegen militaire en hybride dreigingen te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat de reactie van de EU op de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne nauwlettend in de gaten wordt gehouden door autocratische actoren over de hele wereld en een beslissende invloed zal hebben op hun gedrag op het internationale toneel; is bezorgd over de toenemende samenwerking en coördinatie tussen autocratische regimes, onder meer via materiële of andere vormen van steun voor de agressie van Rusland tegen Oekraïne; dringt er bij de Raad op aan beperkende maatregelen op te leggen aan landen die militaire goederen, zoals onbemande luchtvaartuigen en grond-grondraketten, leveren aan de Russische Federatie voor gebruik tegen burgerdoelen; herinnert eraan dat het gebruik van dergelijke militaire goederen tegen burgerdoelen een oorlogsmisdaad is; neemt met grote bezorgdheid kennis van de toenemende samenwerking tussen de Russische Federatie en de Democratische Volksrepubliek Korea, en onderstreept dat de inzet van Noord-Koreaanse troepen door Rusland de omvang van het conflict vergroot; wijst eveneens op de dringende noodzaak van verdere sancties tegen Belarus, in navolging van alle sancties tegen Rusland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is van mening dat de EU en haar lidstaten nu de enige strategische bondgenoten van Oekraïne zijn en roept de EU en haar lidstaten daarom op om de militaire en economische steun, humanitaire bijstand en financiële steun op alle mogelijke manieren op te voeren en te versnellen om Oekraïne in een sterke positie te brengen, teneinde zijn gehele bevolking te bevrijden en elke verdere agressie van Rusland na een mogelijk staakt-het-vuren te ontmoedigen; stelt met het oog daarop voor om de militaire bijstandsmissie van de Europese Unie ter ondersteuning van Oekraïne, die circa 75 000 Oekraïense troepen heeft getraind, te versterken en onderstreept dat Oekraïne dringend meer luchtafweer en grond-grondcapaciteit moet krijgen zodat het zijn kritieke energie-infrastructuur kan verdedigen, en verzoekt de lidstaten de beperkingen op het gebruik van aan Oekraïne geleverde westerse wapensystemen, zoals Taurus langeafstandsraketten, tegen legitieme militaire doelwitten op Russisch grondgebied onmiddellijk op te heffen, hetgeen volledig in overeenstemming is met het recht van Oekraïne op zelfverdediging, zoals verankerd in het VN-Handvest;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>herhaalt dat Oekraïne op de steun van het Parlement kan rekenen in zijn streven naar een rechtvaardige en duurzame vrede en dat het Parlement de vredesformule en het overwinningsplan van de Oekraïense president Volodymyr Zelensky ten volle steunt; wijst erop dat elk initiatief, met name diplomatieke oplossingen, om de Russische aanvalsoorlog te beëindigen en tot een gerechtvaardigde en duurzame vrede te komen, gebaseerd moet zijn op de door Oekraïne gestelde voorwaarden en de input van Oekraïne en uiteindelijk ook aanvaard moet worden door het Oekraïense volk; spreekt in dit verband zijn ernstige bezorgdheid uit over de duidelijke verschuiving in de houding van de Verenigde Staten ten opzichte van de Russische aanvalsoorlog, waaronder het openlijk beschuldigen van Oekraïne van de voortdurende oorlog, het opschorten van Amerikaanse militaire hulp, en pogingen om Oekraïne te dwingen afstand te doen van zijn legitieme recht op zelfverdediging; betreurt ten zeerste iedere poging om de Oekraïense leiders te chanteren om zich aan de Russische agressor over te geven, enkel en alleen om een zogenaamd “vredesakkoord” aan te kunnen kondigen, en is van mening dat de huidige poging van de Amerikaanse regering om te onderhandelen over een staakt-het-vuren en een vredesakkoord zonder de betrokkenheid van de Europese staten, die uiteindelijk de gevolgen ervan voor hun rekening zullen moeten nemen, contraproductief is omdat de oorlogszuchtige Russische staat er sterker uitkomt en het beeld ontstaat dat agressief beleid wordt beloond in plaats van bestraft; is voorzichtig optimistisch over het voorstel voor een staakt-het-vuren van 30 dagen; brengt in herinnering dat een staakt-het-vuren een doeltreffend instrument kan zijn om de vijandelijkheden te stoppen, maar alleen als de agressor zich er volledig aan houdt; verwacht daarom van dat Rusland dat het ermee instemt en zich eraan houdt, door alle aanvallen op Oekraïne, zijn militaire posities, de burgerbevolking, de infrastructuur en het grondgebied te staken; concludeert niettemin, rekening houdend met de Russische voorgeschiedenis van schendingen van eerdere akkoorden, dat er alleen vrede kan worden bereikt door de positie van Oekraïne te versterken door middel van solide veiligheidsgaranties; is daarentegen van mening dat elke regeling die de legitieme aspiraties van Oekraïne ondermijnt, zoals zijn recht om zijn eigen veiligheidsregelingen te kiezen, of die geen geloofwaardige veiligheidsgaranties biedt, Oekraïne en andere Europese landen aan hernieuwde Russische agressie zal blootstellen; dringt er daarom op aan dat de EU Oekraïne veiligheidsgaranties biedt, zoals wordt aanbevolen in het veiligheidspact van Kiev, om verdere Russische agressie te ontmoedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat de financiële steun van de EU en haar lidstaten aan Oekraïne groter is dan die van gelijk welk ander land, hetgeen een uiting is van de ongeëvenaarde inzet van de EU voor Oekraïne; benadrukt dat de EU in onderhandelingen die van invloed zijn op de veiligheid van Europa een rol toebedeeld moet krijgen die in verhouding staat tot haar politieke en economische gewicht; stelt nogmaals dat er van onderhandelingen die van belang zijn voor de Europese veiligheid geen sprake kan zijn zonder dat de EU mee aan tafel zit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verwacht van de lidstaten dat zij hun sancties tegen Rusland handhaven zolang dat nodig is om een rechtvaardige en duurzame vrede te waarborgen en totdat verantwoording is afgelegd; dringt er ondertussen bij de EU en de lidstaten op aan de sanctiepakketten die ze tot nu toe hebben goedgekeurd, doeltreffender toe te passen en overeenstemming te bereiken over nieuwe sancties wanneer dat nodig is; wijst in dit verband op sectoren die van bijzonder belang zijn voor de Russische economie, met name het bankwezen, de metallurgie, de nucleaire, de chemische en de landbouwsector, en grondstoffen zoals aluminium, staal, uranium, titaan en nikkel; dringt aan op een verbod op of gerichte tarieven voor de Russische invoer in de EU om de invoer van graan, potas en meststoffen volledig te stoppen; herinnert eraan dat de strikte uitvoering en uniforme toepassing van beperkende maatregelen in alle lidstaten een absolute voorwaarde is voor de geloofwaardigheid en de doeltreffendheid van het externe optreden van de EU; onderstreept derhalve dat het belangrijk is volledig te stoppen met alle invoer van Russische energie in de EU en de inspanningen van de G7 tot verlaging van het olieprijsplafond te ondersteunen; verzoekt de Commissie sancties op te leggen aan alle Europese bedrijven die zaken blijven doen met de Russische Federatie, en omzeiling van sancties verder te onderzoeken en te bestrijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>dringt aan op proactieve diplomatie met niet-EU-landen om het omzeilen van deze sancties tot een minimum te beperken; verzoekt de Commissie de bijstand van de EU aan niet-EU-landen die de Russische agressie tegen Oekraïne actief ondersteunen, kritisch te beoordelen en dringt er bij de Raad op aan beperkende maatregelen op te leggen aan niet-EU-landen die de Russische aanvalsoorlog mogelijk maken, hetzij door het faciliteren van het omzeilen van sancties, hetzij door het verlenen van rechtstreekse militaire bijstand, zoals in het geval van Belarus, Iran of Noord-Korea; verzoekt alle landen zich volledig aan te sluiten bij alle sanctiepakketten van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>betreurt het “ongelimiteerde” partnerschap tussen Rusland en China, met name de hernieuwde toezegging om de militaire banden verder aan te halen; juicht het toe dat de Raad heeft besloten sancties op te leggen aan Chinese bedrijven die de Russische oorlog tegen Oekraïne ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is uiterst bezorgd over het feit dat kritieke maritieme infrastructuur, zoals kabels voor communicatie over de zeebodem en offshore-energievoorzieningen, door Rusland en China in kaart worden gebracht en worden gesaboteerd; spreekt met name zijn ernstige bezorgdheid uit over de schade die op 17 en 18 november 2024 in minder dan 24 uur tijd is aangericht aan twee onderzeese communicatiekabels, de ene tussen Finland en Duitsland en de andere tussen Zweden en Litouwen, en de schade die op 25 december 2024 door een tanker van de Russische schaduwvloot is aangericht aan de EstLink2-stroomkabel tussen Estland en Finland; verzoekt de EU doeltreffende monitoring- en bewakingssystemen in te voeren en voor samenwerking tussen de regionale kustwachten te zorgen om te garanderen dat aanvallen op dergelijke infrastructuur worden voorkomen en snel worden opgespoord; is in dit verband ingenomen met de start van de operatie “Baltic Sentry” door de NAVO, waaraan diverse lidstaten deelnemen en die de veiligheid van kritieke onderzeese infrastructuur in de Oostzee moet verbeteren; verzoekt de lidstaten de toezeggingen die in de gezamenlijke verklaring van New York over de veiligheid en weerbaarheid van onderzeese kabels zijn gedaan, volledig na te komen; herinnert er tevens aan dat in de Straat van Taiwan soortgelijke sabotageactiviteiten plaatsvinden die gericht zijn op kritieke onderwaterinfrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>roept de EU en haar lidstaten op tot strikte controle op en het verhinderen en inperken van de activiteiten van Ruslands “schaduwvloot”, die niet alleen de sancties van de EU en de G7 schendt, maar vanwege de technische gebreken en de veelvuldige defecten ook een enorme bedreiging vormt voor de ecosystemen; dringt er bij de Commissie op aan om, in het kader van de samenwerking van de EU met de Internationale Maritieme Organisatie, snel actie te ondernemen en in het volgende sanctiepakket tegen Rusland gerichtere sancties op te stellen tegen de schaduwvloot; wijst er daarbij op dat dergelijke sancties zich moeten richten op alle mogelijke individuele vaartuigen van de schaduwvloot, en ook op hun eigenaars, exploitanten, beheerders enz.; dringt aan op een verbod op de verkoop van tankers aan landen die de handel met Rusland faciliteren; wijst erop dat de vlaggenstaten die de Russische schaduwvloot helpen op die manier ook de oorlogsinspanningen van Rusland ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>roept er eens te meer toe op al het mogelijke te doen om de terugkeer van gedwongen ontheemde en illegaal geadopteerde Oekraïense kinderen uit Rusland of bezet Oekraïens grondgebied te bewerkstelligen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de Commissie en de Raad de door de Russische staat gefinancierde particuliere militaire Wagnergroep als terroristische organisatie aan te merken; vestigt de aandacht op het zogenaamde “Afrikakorps”, dat werd opgericht na de dood van Jevgeni Prigozjin, de voormalige leider van de Wagnergroep, in augustus 2023, en dat – in een poging om eenheden van de Wagnergroep te hergroeperen en onder regeringstoezicht te stellen – direct onder het Russische ministerie van Defensie is geplaatst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herhaalt dat Oekraïne, als slachtoffer van agressie, het legitieme recht heeft op zelfverdediging overeenkomstig artikel 51 van het VN‑Handvest; roept de VV/HV, de Commissie, de Raad en de lidstaten in kwestie op om Oekraïne in staat te stellen doeltreffende tegenmaatregelen tegen Rusland te nemen; herinnert eraan dat Rusland het internationaal recht heeft geschonden en dat de volledige inbeslagname van de bevroren Russische tegoeden de juiste stap is om Rusland te dwingen zich aan het internationaal recht te houden en Oekraïne en andere benadeelde partijen te compenseren voor hun verliezen als gevolg van de Russische aanvalsoorlog; verzoekt de Commissie een solide wettelijke regeling vast te stellen voor de confiscatie van Russische staatsactiva die door de EU zijn bevroren; herinnert de Commissie eraan dat een dergelijk voorstel niets afdoet aan de noodzaak van verdere financiële, politieke, militaire en humanitaire steun; dringt erop aan dat alle activa van de Russische staat, Russische lokale overheden, Russische staatsbedrijven en personen op de sanctielijst van de EU worden geplaatst, en dat die activa worden gebruikt om Oekraïne te compenseren voor de door deze oorlog veroorzaakte schade;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>wijst erop dat in de meest recente “rapid damage and needs assessment” (snelle beoordeling van de schade en de behoeften) wordt geraamd dat er de komende tien jaar ten minste 506 miljard EUR nodig zal zijn voor herstel en wederopbouw in Oekraïne; is ingenomen met de faciliteit voor Oekraïne van de EU welke een begroting heeft van bijna 50 miljard EUR, en evenzo met het samenwerkingsmechanisme voor leningen van de EU waarmee tot 45 miljard EUR aan leningen aan Oekraïne wordt aangeboden en waarmee tegemoet wordt gekomen aan de oproep van het Parlement en dat voortbouwt op het besluit van de Raad om buitengewone inkomsten uit bevroren Russische staatsactiva toe te wijzen aan het fonds voor bijstand aan Oekraïne en de faciliteit voor Oekraïne, alsook op het besluit van de G7 om Oekraïne een lening van 50 miljard USD te verstrekken die gedekt wordt door bevroren Russische staatsactiva; is ervan overtuigd dat het nieuwe samenwerkingsmechanisme voor leningen aan Oekraïne een belangrijke stap is om Rusland financieel te laten opdraaien voor de enorme schade die het in Oekraïne blijft aanrichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>veroordeelt het dat de Hongaarse regering haar vetorecht misbruikt om de toekenning van essentiële hulp van de EU aan Oekraïne poogde te vertragen of helemaal te blokkeren; roept de VV/HV en de voorzitter van de Raad alsook de lidstaten op alle beschikbare middelen in te zetten om te voorkomen dat de Hongaarse regering de hulp nog langer blokkeert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>dringt er bij de VV/HV en de andere lidstaten op aan de blokkade van het financierings- en uitbetalingsbesluit van de EPF door de Hongaarse regering te doorbreken, d.w.z. het besluit betreffende een som ten bedrage van 450 miljoen EUR aan Polen ter compensatie voor materieel dat aan Oekraïne is geleverd; dringt er tevens op aan te waarborgen dat het enige EU-instrument voor militaire hulp aan Oekraïne weer volledig operationeel wordt; verzoekt de VV/HV voorstellen in te dienen om dergelijke blokkades in de toekomst te voorkomen of een alternatief en volledig betrouwbaar mechanisme te vinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>onderstreept dat de EU en haar lidstaten onverwijld moeten aandringen op de oprichting van een speciaal internationaal tribunaal met de bevoegdheid om het door de politieke en militaire leiders van de Russische Federatie en haar bondgenoten gepleegde misdrijf van agressie tegen Oekraïne te vervolgen; veroordeelt de executie van Oekraïense krijgsgevangenen door Russische strijdkrachten; onderstreept dat er zonder gerechtigheid geen duurzame vrede zal zijn; is ingenomen met de oprichting van het Internationaal Centrum voor de vervolging van het misdrijf agressie tegen Oekraïne in Den Haag; spreekt zijn steun uit voor al het werk van het Internationaal Strafhof en het Internationaal Gerechtshof in verband met de vervolging van op Oekraïens grondgebied gepleegde misdaden; juicht het toe dat Oekraïne het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof heeft geratificeerd, waardoor het land met ingang van januari 2025 partij kon worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>looft Oekraïne voor de vooruitgang die het ondanks de oorlogsomstandigheden heeft geboekt in het screeningsproces in het kader van de toetreding tot de EU, en roept Oekraïne op vorderingen te blijven maken op weg naar EU-lidmaatschap en daarbij alle middelen waar het in het kader van de faciliteit voor Oekraïne over beschikt, te benutten en ervoor te zorgen dat het zijn maatschappelijk middenveld op zinvolle wijze betrekt bij de uitvoering daarvan en het toezicht daarop; herinnert eraan dat toetreding tot de EU een strikt op verdiensten gebaseerd proces is dat vereist dat wordt voldaan aan de criteria van Kopenhagen voor EU‑lidmaatschap, met inbegrip van de criteria inzake democratie, de rechtsstaat, fundamentele waarden en corruptiebestrijding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is van mening dat de toetreding van Oekraïne en Moldavië tot de EU een wederzijds voordelige investering in een verenigd en sterk Europa zou zijn; is ingenomen met het groeiplan voor de Republiek Moldavië en de vaststelling van de hervormings- en groeifaciliteit voor Moldavië, die een begroting heeft van 1,9 miljard EUR en die dient om vaart te zetten achter de hervormingen in verband de toetreding tot de EU; uit zijn zorgen over de negatieve consequenties van de opschorting van USAID-hulp aan Moldavië; is van mening dat het hierdoor ontstane tekort voor zover mogelijk moet worden gecompenseerd met behulp van EU-middelen, het Europees Fonds voor Democratie en anderszins; spoort de VV/HV ertoe aan het GBVB-partnerschap met Oekraïne en Moldavië verder te versterken, en is in dit verband ingenomen met de ondertekening van het veiligheids- en defensiepartnerschap tussen de EU en Moldavië in mei 2024; wijst erop dat de veiligheid van de Republiek Moldavië onlosmakelijk verbonden is met de veiligheid van Oekraïne; benadrukt dan ook dat de financiële bijdragen uit de EPF moeten worden verhoogd om de defensievermogens van Moldavië verder te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>prijst Moldavië voor het feit dat de presidentsverkiezingen en het referendum op professionele wijze en met buitengewoon veel plichtsbesef en toewijding hebben plaatsgevonden, ondanks de niet-aflatende massale inmenging van Rusland en de aan Rusland gelieerde groeperingen; is ingenomen met het resultaat van het in 2024 gehouden referendum over het EU-lidmaatschap van Moldavië, waarmee de toezegging van het land om tot de EU toe te treden, grondwettelijk werd verankerd; spreekt zijn steun uit voor Moldavië bij het verdedigen van zijn democratie; spreekt in de meest krachtige bewoordingen zijn veroordeling uit van dergelijke voortdurende en gecoördineerde pogingen van de Russische Federatie, pro-Russische oligarchen en door Rusland gesponsorde lokale handlangers om de Republiek Moldavië te destabiliseren, verdeeldheid in de Moldavische samenleving te zaaien en de pro-Europese koers van het land te saboteren door middel van hybride aanvallen, de inzet van de energievoorziening als wapen, desinformatiecampagnes, bomaanslagen en georkestreerde protesten, en de dreiging met of het gebruik van geweld; is verheugd over de oprichting en de activiteiten van de EU-partnerschapsmissie in Moldavië, die ertoe hebben geleid dat de Moldavische autoriteiten zich beter tegen de Russische inmenging kunnen weren; verzoekt de Raad, de Commissie en de EDEO de extra middelen, waaronder personele en financiële middelen, uitrusting en civiele deskundigen, ter beschikking te stellen die nodig zijn om het mandaat van de missie na mei 2025 te blijven uitvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>benadrukt het belang van de EPF om de EU beter in staat te stellen conflicten te voorkomen, vrede te bewerkstelligen en de internationale veiligheid te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is ingenomen met de oprichting van de adviesgroep Belarus-EU om een permanente dialoog tussen de EU en de Belarussische democratische krachten mogelijk te maken; spreekt nogmaals zijn steun uit voor de vrijlating van alle politieke gevangenen en de moedige activisten en journalisten in Belarus die zich blijven verzetten tegen het regime van de onwettige leider, ondanks de aanhoudende repressie, zoals de weigering om de paspoorten van in het buitenland wonende Belarussen te verlengen, en die, onder meer tijdens de conferentie over het nieuwe Belarus in augustus 2023 in Warschau, de wens hebben uitgesproken om te komen tot een democratische ontwikkeling in Belarus en lidmaatschap van de EU; onderstreept dat dergelijke inspanningen laten zien welke fundamentele rol het maatschappelijk middenveld speelt bij de versterking van de democratie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on"><STRING UNDERLINE="on">Conflictoplossing en de ondersteuning van vrede in het Midden-Oosten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>bevestigt dat Israël het recht heeft zichzelf te verdedigen, zoals vastgelegd in en afgedwongen door het internationaal recht; herinnert eraan dat Israël verplicht is iets te doen aan het risico van massale hongersnood en de uitbraak van epidemieën in Gaza; wijst erop dat Israël ook verplicht is de burgerbevolking te beschermen en dat militaire operaties evenredig en in overeenstemming met het internationaal humanitair recht moeten zijn; spreekt zijn bezorgdheid uit over het militaire optreden van het Israëlische leger in de Gazastrook, op de Westelijke Jordaanoever en in Libanon; dringt aan op een onmiddellijk en permanent staakt-het-vuren alsook de onvoorwaardelijke vrijlating van alle gijzelaars;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>betreurt ten zeerste dat het staakt-het-vuren in Gaza geen stand heeft gehouden, waardoor bij recente luchtaanvallen een groot aantal burgerslachtoffers is gevallen; betreurt in dit verband de weigering van Hamas om de resterende gijzelaars over te dragen; roept ertoe op het akkoord betreffende staakt-het-vuren en vrijlating van gijzelaars met onmiddellijke ingang weer ten volle uit te voeren, en benadrukt daarbij dat voortgang moet worden gemaakt richting de tweede fase van het akkoord; prijst de inzet van de bemiddelaars, waaronder de VS, Egypte en Qatar, wier inspanningen doorslaggevend waren voor de totstandkoming van het akkoord betreffende staakt-het-vuren en vrijlating van gijzelaars; stelt zich beschikbaar voor deelname aan besprekingen over concrete bijdragen die in de toekomst een staakt-het-vuren kunnen ondersteunen; acht het van cruciaal belang dat alle verplichtingen uit hoofde van het akkoord worden nageleefd, dat alle gijzelaars worden vrijgelaten, dat het geweld definitief stopt en dat ongehinderde toegang tot de Gazastrook voor humanitaire en medische bijstand wordt verleend en dat deze hulpverlening doorlopend kan blijven plaatsvinden; is met het oog daarop ingenomen met de hernieuwde inzet per 31 januari 2025 van EU BAM Rafah ter ondersteuning van de Palestijnse Autoriteit bij de facilitering van medische evacuaties over de grens; uit zijn ongemak over de recente sluiting tot nader bericht van de grensovergang bij Rafah ten gevolge van militaire operaties in Gaza die op 18 maart 2025 van start gingen; roept alle partijen op hun verplichtingen volledig na te leven en voorrang te geven aan de bescherming van burgers; dringt er bij alle Europese en internationale actoren op aan actief toe te zien op de uitvoering van het staakt-het-vuren en degenen die zich daar niet aan houden ter verantwoording te roepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is van mening dat de Associatieraad met Israël die op 24 februari 2025 plaatshad in Brussel een eerste stap was tot het heropenen van openhartige besprekingen met de minister van Buitenlandse Zaken van Israël, en dat follow-up vereist is; erkent dat het waardevol is de betrekkingen met Israël te onderhouden om de rol van de EU in het Midden-Oosten te versterken, waarbij benadrukt moet worden dat volledig respect voor rechten en waarden ten grondslag moet liggen aan het partnerschap; brengt in herinnering dat de naleving van artikel 2 van de associatieovereenkomst een cruciaal onderdeel vormt van het partnerschap en roept ertoe op de uitvoering hiervan door de Israëlische regering aan voortdurend toezicht en beoordeling te onderwerpen; is ingenomen met de dialoog op hoog niveau met de Palestijnse premier die gepland staat voor april 2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>drukt nogmaals zijn niet-aflatende steun uit voor een via onderhandelingen tot stand te brengen tweestatenoplossing op basis van de grenzen van 1967, met twee soevereine democratische staten als vreedzame buren en met Jeruzalem als hun gezamenlijke hoofdstad, hetgeen nog altijd de meest haalbare weg is naar duurzame vrede en veiligheid voor zowel Israëliërs als Palestijnen; verzoekt de VV/HV alle inspanningen daartoe, en met name de wereldwijde alliantie voor de tenuitvoerlegging van de tweestatenoplossing, te ondersteunen; roept alle partijen op zich opnieuw in te spannen om de belemmeringen voor deze oplossing weg te nemen en een dialoog aan te gaan die gericht is op wederzijds begrip en respect; is ingenomen met het vooruitzicht van een terugkeer van de Palestijnse Autoriteit naar Gaza; betreurt dat de Palestijnse Autoriteit sinds 2005 geen verkiezingen heeft gehouden, waardoor zij aan geloofwaardigheid inboet, en gaat ervan uit dat er binnenkort verkiezingen zullen plaatsvinden; is ervan overtuigd dat er geen vooruitzicht op vrede, veiligheid, stabiliteit en welvaart voor Gaza kan zijn of op verzoening tussen Israëliërs en Palestijnen, zolang Hamas en andere terroristische groepen een rol in de Gazastrook spelen; verzoekt de speciale vertegenwoordiger van de EU voor het vredesproces in het Midden-Oosten dan ook steun te verlenen aan de inspanningen om verdere radicalisering van jongeren in de regio tegen te gaan; veroordeelt de versnelde illegale bouw van Israëlische nederzettingen in Palestijns gebied, die in strijd is met het internationaal recht, de inspanningen voor een tweestatenoplossing ondermijnt en een aanzienlijke belemmering vormt voor duurzame vrede; drukt zijn bezorgdheid uit over het toenemende geweld door Israëlische troepen en extremistische kolonisten op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem en is ingenomen met de sancties die zijn ingesteld tegen extremistische Israëlische kolonisten; wijst nogmaals op de belangrijk rol van de Abrahamakkoorden als een kader voor het bereiken van duurzame vrede, stabiliteit en welvaart in het Midden-Oosten; is ingenomen met het tijdens de top van Caïro op 4 maart 2025 gepresenteerde Arabisch herstel- en wederopbouwplan, dat een serieuze basis vormt voor besprekingen over de toekomst van de Gazastrook; spoort de VV/HV en de commissaris voor het Middellandse Zeegebied aan om constructieve gesprekken met Arabische partners aan te knopen teneinde geloofwaardige oplossingen voor de wederopbouw, het bestuur en de veiligheid van Gaza te bieden; verwerpt daarentegen het voorstel van een “Trump Gaza”, dat geen rekening houdt met de instabiele veiligheidssituatie in het hele Midden-Oosten; is van mening dat de omvang van de vernietiging en het menselijk lijden in Gaza een alomvattend internationaal engagement vereist, waarbij de Verenigde Staten, de EU, de VN, de Arabische staten en andere internationale partners elkaars inspanningen aanvullen zodat de onderhandelingen kunnen hervatten en constructief zijn; steunt de inspanningen die erop gericht zijn in de toekomst de betrekkingen tussen Israël en de Arabische staten in de regio te normaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>steunt een rechtvaardige en levensvatbare oplossing voor het vraagstuk van de Palestijnse vluchtelingen; onderstreept dat de Organisatie van de Verenigde Naties voor hulpverlening aan Palestijnse vluchtelingen in het Nabije Oosten (UNRWA) een belangrijke rol speelt bij het verlenen van humanitaire hulp en essentiële diensten en dat dit in de huidige omstandigheden niet mag worden onderbroken, en is van mening dat alle in de regio actieve VN-agentschappen bij hun inspanningen moeten worden ondersteund; uit nogmaals zijn bezorgdheid over de ernstige beschuldigingen aan het adres van UNRWA-medewerkers die erop wijzen dat de UNRWA leden van de terroristische organisatie Hamas in dienst had; is ingenomen met de maatregelen die de VN heeft genomen naar aanleiding van de beschuldigingen ten aanzien van de medewerkers van de organisatie, en juicht het toe dat de UNRWA er alles aan zal doen om gevolg te geven aan de aanbevelingen uit het “Colonna-rapport”; sluit zich aan bij de conclusies van de Europese Raad van 17 oktober 2024, waarin elke poging tot intrekking van de overeenkomst van 1967 tussen Israël en de UNRWA wordt veroordeeld; dringt erop aan dat de Commissie ervoor zorgt dat de activiteiten van Hamas of Hezbollah op geen enkele wijze met middelen uit de EU-begroting worden gefinancierd of ondersteund; benadrukt dat er in de toekomst mogelijk aanvullende maatregelen nodig zullen zijn om tot nog meer transparantie en rekenschap te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de toenemende spanningen in het Midden-Oosten en roept alle betrokken partijen op zich aan het internationaal humanitair recht te houden, maximale terughoudendheid te betrachten en zich in te zetten voor de-escalatie, aangezien een regionaal conflict koste wat het kost moet worden voorkomen; betreurt de duizenden slachtoffers onder de burgerbevolking; dringt aan op de ontwapening van Hezbollah in het kader van bredere maatregelen om de vijandelijkheden terug te dringen en de regionale stabiliteit te waarborgen; verzoekt de VV/HV met een alomvattende EU-strategie voor het Midden-Oosten te komen, de effectieve aanwezigheid van de EU in de regio te vergroten, langdurige stabiliteit en vrede in de regio te bevorderen en de partnerschappen met belangrijke regionale actoren te versterken; benadrukt dat de strategie in de eerste maanden van het mandaat van de nieuwe Commissie moet worden uitgewerkt en tot uiting moet komen in het volgende MFK om enig tastbaar effect te hebben op de snel verslechterende situatie; acht het noodzakelijk dat de lidstaten hun diplomatieke inspanningen met internationale partners, waaronder de Golfstaten, opschroeven om de betrokken partijen ertoe aan te zetten zo snel mogelijk te de-escaleren en hen tot zinvol overleg te bewegen; benadrukt dat er voorrang moet worden verleend aan maatschappelijke organisaties in de regio en dat die moeten worden versterkt, met name organisaties die zich inzetten voor de mensenrechten en vredesopbouw;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>spreekt zich krachtig uit tegen de destabiliserende rol van het Iraanse regime en zijn netwerk van niet-overheidsactoren in de regio; herinnert eraan dat Iran zich niet meer achter zijn handlangers verschuilt, en veroordeelt de twee directe, open aanvallen van Iran op het grondgebied van Israël in 2024, dat beide keren met vergeldingsmaatregelen heeft geantwoord, hetgeen een ongekende escalatie van het conflict betekende; spreekt zijn diepe afschuw uit over de aanvallen van Hezbollah op Israël, die hebben geleid tot een Israëlische grondinvasie in Libanon, met als gevolg een groot aantal burgerslachtoffers, gedwongen ontheemding en geweldsuitbarstingen in Libanon; neemt kennis van het staakt-het-vuren tussen Israël en Hezbollah, dat op 27 november 2024 voor een periode van zestig dagen is overeengekomen; dringt er bij Israël op aan zich, overeenkomstig Resolutie 1701 van de VN-Veiligheidsraad, uit Zuid-Libanon terug te trekken; wijst er andermaal op dat er zo spoedig mogelijk een definitief einde moet komen aan de vijandelijkheden om ruimte te creëren voor een diplomatieke oplossing langs de Blauwe Lijn; eist de volledige uitvoering van Resolutie 1701 van de VN-Veiligheidsraad, wat de enige manier is om de spanningen te verminderen en de grens tussen Israël en Libanon duurzaam te stabiliseren en de soevereiniteit, territoriale integriteit en stabiliteit van Libanon volledig te herstellen; is ingenomen met het besluit van de Raad van 21 januari 2025 tot goedkeuring van een derde steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter waarde van 60 miljoen EUR ten behoeve van de Libanese strijdkrachten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>dringt er bij de Raad en de VV/HV op aan Hezbollah in zijn geheel toe te voegen aan de EU-lijst van terroristische organisaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>neemt kennis van het arrestatiebevel dat het ICC op 21 november 2024 heeft uitgevaardigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>sluit zich aan bij de oproep van ICC-president rechter Tomoko Akane aan de EU om onmiddellijk actie te ondernemen om het ICC en de rechtsstaat in de internationale gemeenschap te beschermen, onder meer door de EU‑blokkeringsverordening snel te wijzigen om het ICC binnen de toepassingsgebied ervan te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>is ingenomen met de vorming van een nieuwe regering; wenst president Joseph Aoun en premier Nawaf Salam succes met het verwezenlijken van de aspiraties van het Libanese volk; is vastbesloten het land te ondersteunen bij het opnieuw opbouwen van overheidsinstellingen die hun taak kunnen vervullen ten dienste van alle burgers, door werk te maken van een hervormingsgerichte en toekomstgerichte agenda, met name op het gebied van burgerlijke vrijheden en de rechtsstaat; steunt de inspanningen die worden geleverd op het gebied van wederopbouw, terwijl tegelijkertijd een traject van politieke stabilisatie en sociaal-economisch herstel op gang wordt gebracht; verzoekt de VV/HV het partnerschap tussen de EU en Libanon nieuw leven in te blazen, onder meer door spoedig een Associatieraad te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>spreekt zijn krachtige veroordeling uit over de recente aanvallen van de Israëlische strijdkrachten en Hezbollah op de interim-strijdkrachten van de VN in Libanon (Unifil); wijst er andermaal op dat alle medewerkers en gebouwen van de VN onschendbaar zijn, bevestigt nogmaals dat Unifil, waaraan 16 lidstaten bijdragen, een cruciale stabiliserende rol speelt in Zuid-Libanon, en roept op tot onmiddellijke stopzetting van deze aanvallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>is ingenomen met het besluit van de EU om de sancties tegen Iran tot juli 2025 te verlengen, en daarbij onder meer sancties toe te passen op de productie en levering van onbemande drones en raketten door Iran aan Rusland en de ruimere regio van het Midden-Oosten; wijst op de nauwe banden tussen Iran, de Iraanse Revolutionaire Garde (IRG) en Irans handlangers, zoals de Houthi’s en de milities die actief zijn in Irak en Syrië; spreekt zich krachtig uit tegen het grote aantal terreurdaden en moordaanslagen, of pogingen daartoe, die de IRG de afgelopen decennia in de hele wereld, ook op Europees grondgebied, heeft gepleegd; herhaalt zijn oproep om de IRG aan de EU-lijst van terroristische organisaties toe te voegen; wijst erop dat nog niet alle sanctiemogelijkheden zijn uitgeput, zoals een veel restrictievere behandeling van technologietransfers via de uitvoer van producten die niet zijn ingedeeld als “bedoeld voor tweeërlei gebruik”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>veroordeelt de destabiliserende aanvallen van de Houthi’s op koopvaardijschepen en militaire vaartuigen die door de Rode Zee varen ten stelligste; benadrukt dat die aanvallen de wereldhandel aanzienlijk hebben verstoord, aangezien scheepvaartmaatschappijen gedwongen zijn een groot deel van het scheepvaartverkeer op de Rode Zee om te leiden langs de zuidelijke punt van Afrika; roept op tot gezamenlijke maatregelen, pleit voor meer betrokkenheid van de EU en voor meer internationale samenwerking, en dringt er sterk op aan actie te blijven ondernemen om de vrijheid van scheepvaart op een van de belangrijkste waterwegen ter wereld te waarborgen; dringt aan op onmiddellijke beëindiging van deze illegale aanvallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>sluit zich aan bij de doelstelling om koste wat kost te voorkomen dat Iran in het bezit komt van kernwapens; benadrukt echter dat het regime in Teheran de reactivering van het JCPOA zonder meer heeft afgewezen en niet bereid is tot samenwerking in zijn lopend geschil met de Internationale Organisatie voor Atoomenergie; wijst er op dat Iran tegelijkertijd zijn kernwapenpotentieel heeft opgevoerd; betreurt dat er momenteel geen strategie is om Iran ervan overtuigen geen militaire kernwapencapaciteit op te bouwen, noch een actieplan voor het geval Iran de nucleaire drempel overschrijdt; verzoekt de VV/HV om met een herziene strategie ten aanzien van Iran te komen die rekening houdt met alle mogelijke scenario’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de opruiende retoriek over dit conflict, die wordt aangewakkerd door mis- en desinformatie, en over het feit dat dit conflict door kwaadwillige actoren wordt gebruikt als instrument om wantrouwen en haat te zaaien in de Europese samenlevingen, zoals voornamelijk, maar niet uitsluitend, blijkt uit de alarmerende toename van antisemitisme; waarschuwt dat dit een topprioriteit moet zijn in de strijd van de EU tegen desinformatie, en roept de Commissie op een gecoördineerde aanpak te hanteren, waarbij rekening wordt gehouden met de externe en interne dimensies van haar beleid, waaronder het aangekondigde strategische communicatieplan ter bevordering van de rol van de EU in het zuidelijk nabuurschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>is ingenomen met de historische val van het Assad-regime in Syrië; herinnert eraan dat het regime alleen dankzij de steun van zijn Russische en Iraanse bondgenoten zo lang overeind kon blijven en dat de ineenstorting ervan aantoont hoe zeer die zijn verzwakt; is verheugd dat de betrekkingen tussen de EU en Syrië een nieuwe start hebben gemaakt, zoals blijkt uit de benoeming van een zaakgelastigde van de EU in Damascus, diplomatieke contacten en bijeenkomsten op hoog niveau op initiatief van de lidstaten en de EU-leiders, en de negende conferentie van Brussel, die plaatshad op 17 maart 2025, met de deelname van interim-minister van Buitenlandse Zaken Asaad al-Shibani; spreekt nogmaals zijn niet-aflatende steun uit voor de territoriale integriteit van Syrië en benadrukt dat er dringend meer humanitaire hulp en meer bescherming moeten komen voor de 16,7 miljoen mensen in nood; is in dit verband ingenomen met de onbeperkte verlenging van humanitaire vrijstellingen en de geleidelijke, maar voorwaardelijke opschorting van de sancites in een reeks economische sectoren, om de Syrische economie een broodnodige reddingslijn te bieden; belooft nauwlettend toe te zien op het politieke overgangsproces en de lidstaten op te roepen de opheffing van de sancties ongedaan te maken indien de Syrische autoriteiten hun toezeggingen niet nakomen, erkent de uitdaging met betrekking tot een ordelijke staatsopbouw gezien het risico van opstand door gewapende groeperingen die loyaal zijn aan het voormalige regime, en moedigt de interim-autoriteiten aan dringend de ontwapening te organiseren van paramilitairen en burgers, met name gezien de onaanvaardbare represailles tegen de alevitische gemeenschap op basis van haar vermeende banden met het regime van Assad; verzoekt de Europese Unie de lidstaten dan ook steun te verlenen aan het uitvoeringsproces van de overeenkomst tussen de Syrische overgangsregering en de door Koerden geleide SDF, teneinde de volledige erkenning en politieke participatie van de Koerdische gemeenschap in Syrië te waarborgen; verzoekt alle partijen bij te dragen aan een vreedzame en door Syrië geleide politieke overgang naar een inclusief, democratisch bestuursmodel dat de vertegenwoordiging, deelname en gelijke rechten van vrouwen, minderheden en alle leden van de Syrische samenleving, ongeacht etniciteit of godsdienst, waarborgt en dat goed functionerende instanties en het welzijn van het Syrische volk centraal stelt in het handelen van de overheid; is verheugd dat interim-president al-Sharaa de diversiteit van Syrië  erkent, maar neemt er nota van dat de samenstelling van de huidige interim-regering in dit opzicht tekortschiet; is er sterk van overtuigd dat het welslagen van de politieke transitie in Syrië, met name het bewaren van de rust onder de burgerbevolking en het opbouwen van vertrouwen in de overheidsinstellingen, afhangt van overgangsjustitie en verzoening als middel om de straffeloosheid te bestrijden bij alle partijen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van het internationaal recht; benadrukt dat de strijd tegen de straffeloosheid in Syrië een morele en politieke noodzaak is voor Europa en de internationale gemeenschap; verzoekt de EU en haar lidstaten de werkzaamheden van het internationaal, onpartijdig en onafhankelijk mechanisme ter ondersteuning van het onderzoek naar en de vervolging van diegenen die, uit hoofde van internationale wetgeving, verantwoordelijk zijn voor de ernstigste misdrijven die sinds maart 2011 in de Syrische Arabische Republiek zijn gepleegd, te steunen; moedigt Syrië aan het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof (ICC) te ratificeren, de nationale wetgeving daarop af te stemmen en het ICC via een verklaring met terugwerkende kracht jurisdictie te geven; verzoekt de EU en haar lidstaten te overwegen om, in samenwerking met internationale partners, een speciale missie in het leven te roepen om te helpen bij het documenteren van gevallen van ernstige misdrijven die door het Assad-regime, maar ook door alle andere groeperingen zijn gepleegd; onderstreept het belang van het behoud van de territoriale integriteit van Syrië, ook om de stabiliteit in de regio te bewaren; verzoekt de VV/HV en de lidstaten onmiddellijk stappen te ondernemen om een hernieuwde stationering of versterking van Russische troepen, paramilitairen of geheime diensten te verhinderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on"><STRING UNDERLINE="on">De samenwerking met gelijkgestemde partners verdiepen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>onderkent dat het vereiste van eenparigheid van stemmen de lidstaten dwingt zich onafgebroken in te zetten voor compromissen en eenheid, wat de bron is van de politieke invloed van de EU op het wereldtoneel; wijst er echter op dat kritisch moet worden bekeken of het ideaal van eenheid opweegt tegen de hoge kosten van eenparigheid van stemmen waar het gaat om de geloofwaardigheid op het wereldtoneel, vooral met het oog op de doeltreffende werking van een grotere EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>betreurt in dit verband het feit dat individuele lidstaten hun vetorecht hebben gebruikt om overeenkomsten af te zwakken, besluitvorming te vertragen of een gemeenschappelijk beleid volledig te dwarsbomen; betreurt dat het potentieel voor snelle, efficiënte en doeltreffende maatregelen op het gebied van buitenlandse zaken, veiligheid en defensie, waarin onder meer de overbruggingsclausules van het VEU voorzien, nooit is benut;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de Raad om geleidelijk over te stappen op besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid voor besluiten op terreinen van het GBVB die geen gevolgen hebben op militair of defensiegebied; is zich bewust van de bezorgdheid van sommige lidstaten die vrezen dat hun vermogen om invloed uit te oefenen op het buitenlands en veiligheidsbeleid op EU-niveau zal afnemen; pleit ervoor om, in afwachting van de volledige toepassing van de stemming met gekwalificeerde meerderheid op besluiten zonder militaire of defensiegevolgen, ten volle gebruik te maken van alle reeds bestaande mogelijkheden om de besluitvaardigheid in dit verband te vergroten, met inbegrip van constructieve onthouding overeenkomstig artikel 31, lid 1, VEU; beseft dat er alleen een geleidelijke omschakeling naar stemmen bij gekwalificeerde meerderheid mogelijk is, die voortbouwt op de vorming van een Europese strategische cultuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>wijst erop dat de wereld steeds meer multipolair en steeds minder multilateraal wordt; benadrukt dat multilaterale fora, en dan vooral de VN en haar agentschappen, moeten worden gezien als het samenwerkingsverband dat de EU verkiest; verzoekt de lidstaten inclusieve vormen van multilateraal bestuur te versterken en zet de Commissie, de EDEO en de Raad in dit verband aan tot nauwere interinstitutionele samenwerking met multilaterale organisaties die integraal deel uitmaken van het internationale, op regels gebaseerde systeem en daardoor de VN en het multilaterale systeem als geheel beschermen; maakt zich in dat verband zorgen over het toenemende belang van exclusieve samenwerkingsvormen, waartussen steeds meer concurrentie bestaat; uit zijn bezorgdheid over het toenemende aantal leden van de BRICS-groep, die momenteel 45 % van de wereldbevolking omvat; beklemtoont dat een dergelijke samenwerking Rusland middelen biedt om maatregelen te omzeilen die bedoeld zijn om het land te isoleren, en China in staat stelt zijn invloed verder uit te breiden via zijn modus operandi van het financieren van infrastructuurprojecten; onderstreept dat de ernst van de betrokkenheid van China zal afhangen van zijn bereidheid om concessies te doen met betrekking tot het beheer en de herstructurering van de schulden van de landen van het Globale Zuiden; merkt tegelijkertijd op dat internationale instellingen en normen meer en meer worden geïnstrumentaliseerd en ondermijnd door autocratische regimes; benadrukt dat deze trend de EU in een delicate positie brengt, waarin ze een evenwicht moet zien te vinden tussen de noodzaak om een beroep te doen op een brede en inclusieve opvatting van multilateralisme en om samenwerking met specifieke gelijkgestemde partners te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>verzoekt de Commissie en de Raad de aanpak van de EU ten aanzien van de BRICS-groep en haar partners opnieuw te evalueren en te beoordelen en een afzonderlijk EU-beleid voor BRICS+ te ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>dringt met klem aan op een herziening van de financiële bijstand van de EU aan derde landen om ervoor te zorgen dat deze geen steun biedt aan regeringen die de Europese waarden ter discussie stellen, antiwesterse propaganda verspreiden, de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne ondersteunen en de huidige internationale orde, die de democratie, de mensenrechten en de strijd tegen corruptie in stand houdt, ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>benadrukt in dat verband dat de huidige geopolitieke context voor de EU nog steeds wordt gekenmerkt door enorme onzekerheid en een verschuiving van samenwerking naar concurrentie; stelt met bezorgdheid vast dat alle soorten interactie als wapen worden gebruikt, en merkt op dat deze trend de internationale samenwerking hindert op een moment waarop wereldwijde transities in een stroomversnelling moeten worden gebracht, zodat mondiale uitdagingen doeltreffend kunnen worden aangegaan; wijst erop dat de EU het zich niet kan veroorloven zich naar binnen te keren en open en actief moet blijven in de wereld om op te komen voor haar waarden en belangen; benadrukt dat in het licht van de toegenomen pogingen van derde landen om de internationale orde te destabiliseren en het multilateralisme door de verspreiding van desinformatie te ondermijnen, meer samenwerking en coördinatie met gelijkgestemde partners van essentieel belang zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>roept de EU-instellingen en de lidstaten op tot actieve ondersteuning van een brede institutionele hervorming van de multilaterale instellingen, in de eerste plaats het VN-stelsel en dan met name de VN-Veiligheidsraad, die maatregelen moet omvatten om het gebruik van het vetorecht te beperken, de regionale vertegenwoordiging te versterken, het uitvoerende orgaan verantwoording te laten afleggen aan de vergadering die het heeft verkozen, en de samenstelling zodanig te herdefiniëren dat deze de geopolitieke realiteit beter weerspiegelt, onder meer door de instelling van een permanente zetel voor de EU; benadrukt dat dergelijke hervormingen essentieel zijn om het multilateralisme te versterken, het mondiale bestuur en de op waarden gebaseerde besluitvorming te verbeteren, en internationale uitdagingen op een meer inclusieve en responsieve manier aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>herinnert eraan dat een sterk en constructief partnerschap met het VK belangrijk is, gezien niet alleen het feit dat er een handels- en samenwerkingsovereenkomst van kracht is met een ongezien alomvattend karakter en dat er een fundament is van gedeelde waarden zoals democratie, steun voor multilateralisme en mensenrechten, maar ook de reikwijdte van de kwesties van gemeenschappelijk belang op gebieden als defensie, klimaat en energie, grensbeheer, terrorismebestrijding, georganiseerde misdaad en de bevordering van vrede en stabiliteit; is in het bijzonder ingenomen met de hernieuwde impuls van de nieuwe Britse regering om met de EU na te denken over mogelijkheden voor nauwere en meer permanente samenwerking op het gebied van buitenlands beleid en veiligheid, die worden geschraagd door concrete acties en die voortbouwen op de goede samenwerking op VN-niveau en de doeltreffende coördinatie tussen de EU en het VK bij de vaststelling van en het toezicht op de tenuitvoerlegging van sancties tegen Rusland; is van mening dat een dergelijke coördinatie een toegevoegde waarde heeft voor zowel de EU als het VK, en is ingenomen met de afspraak om te werken aan de totstandbrenging van een veiligheidspartnerschap tussen de EU en het VK op basis van gedeelde belangen en collectieve verantwoordelijkheid; is van mening dat in het kader van een dergelijk partnerschap overleg moet worden gevoerd over onderwerpen als maritieme veiligheid; eist dat het Parlement naar behoren wordt betrokken bij een dergelijk overleg en daarover wordt geïnformeerd, zowel voor als na de verwachte top tussen de EU en het VK;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>neemt kennis van de uitslag van de presidentsverkiezingen en de verkiezingen voor het Congres in de Verenigde Staten; uit zijn bezorgdheid over het snelle tempo waarin de nieuwe Amerikaanse regering de bestaande partnerschappen en de diplomatieke traditie terugdraait; spreekt zijn ontzetting uit over het huidige beleid om Rusland tevreden te houden en het vizier te richten op traditionele bondgenoten; betreurt de recente opmerkingen van Amerikaans vicepresident Vance, waarin hij vraagtekens plaatst bij de gedeelde waarden die ten grondslag liggen aan het trans-Atlantische partnerschap; waarschuwt dat de regering-Trump met dergelijk grillig beleid een schaars goed op het spel zet, namelijk het vertrouwen in de VS; is niettemin van mening dat de trans-Atlantische betrekkingen nog steeds onontbeerlijk zijn voor de veiligheid van de partners aan beide zijden van de Atlantische Oceaan en dat ze het dus waard zijn om erin te investeren; acht het belangrijker dan ooit om te blijven samenwerken met Amerikaanse tegenhangers op federaal niveau en op het niveau van de staten; moedigt de lidstaten aan bilaterale diplomatieke contacten met tegenhangers in de VS aan te knopen, aangezien dit de vorm van samenwerking is waaraan de Amerikaanse regering de voorkeur geeft, en blijk te geven van eenheid en engagement voor een gemeenschappelijk standpunt van de EU; herhaalt dat het belangrijk is regelmatig topontmoetingen tussen de EU en de VS te houden om op het hoogste niveau een impuls te geven aan de toekomstige samenwerking; staat volledig achter de verdieping van de samenwerking in het kader van de trans-Atlantische dialoog tussen de EU en de VS, bijvoorbeeld door middel van trans-Atlantische parlementaire diplomatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>betreurt het besluit van de VS om het grootste deel van hun humanitaire hulp en ontwikkelingshulp plotseling stop te zetten, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, de hulp die tot nu toe is verleend door het Amerikaanse Agentschap voor internationale ontwikkeling (USAID), met verwoestende gevolgen voor het leven van talloze mensen, maar dat ook ernstige gevolgen kan hebben voor de mensenrechten en de veiligheid in de wereld; erkent dat de EU USAID niet kan vervangen, maar de middelen strategisch en slim moet herverdelen via een Team Europa-aanpak om de gevolgen te verzachten, zowel in het belang van de getroffen landen als in ons eigen belang; is ingenomen met de aankondiging van de Commissie en de EDEO dat er inspanningen worden geleverd om liquiditeit te injecteren in zwaar getroffen gebieden door herschikking en verhoging van de voorfinanciering; prijst het besluit om een begin te maken met het in kaart brengen op EU-niveau, waarbij ook rekening moet worden gehouden met secundaire effecten, en vraagt dat de resultaten worden gedeeld met de lidstaten en het Parlement; verzoekt de Commissie een verklaring af te leggen waarin de balans wordt opgemaakt van de holistische respons van de EU op deze crisis;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>verzoekt de Commissie de banden aan te halen met Canada om het hoofd te bieden aan mondiale uitdagingen die gevolgen hebben voor onze gedeelde waarden, belangen, veiligheid en welvaart; is van mening dat de bilaterale dialoog over veiligheid en defensie en het komende veiligheids- en defensiepartnerschap de basis vormen voor nauwere samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie, waaronder de respectieve initiatieven om de productie van de defensie-industrie te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>herinnert er niettemin aan dat de lidstaten het concept van strategische autonomie en defensieparaatheid van de EU volledig moeten omzetten en daartoe gezamenlijke en goed gecoördineerde investeringen moeten doen in hun veiligheid en defensie met als doel een echte Europese defensie-unie tot stand te brengen die interoperabel is met en complementair aan het NAVO-bondgenootschap en die onafhankelijk kan optreden wanneer dat nodig is; is van mening dat de EU actie moet ondernemen om haar afhankelijkheid van niet-EU-landen voor haar defensievermogens te verminderen, met name voor strategische hulpmiddelen, teneinde haar eigen autonome veiligheid te waarborgen; herinnert eraan dat de EDTIB een strategische troef is voor zowel de veiligheid en defensie als het buitenlands beleid van de EU; dringt aan op de aanzienlijke versterking ervan en op de verdieping van industriële partnerschappen op defensiegebied en op integratie van de industriële basis van gelijkgestemde, betrouwbare partners in de EDTIB, in de eerste plaats Oekraïne;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>dringt aan op nauwe betrekkingen met West-Europese landen die geen lid zijn van de EU, met name op bepaalde gebieden van het externe optreden van de EU; is in dit verband ingenomen met de afronding van de onderhandelingen over een breed pakket maatregelen voor de toekomstige betrekkingen tussen de EU en Zwitserland, dat een belangrijke mijlpaal vormt voor het bevorderen en verdiepen van de reeds nauwe betrekkingen; roept de Commissie op de bilaterale betrekkingen tussen de EU en Zwitserland te moderniseren en te verdiepen; acht het van belang dat nauwere betrekkingen met Noorwegen worden bevorderd, met name in het kader van het veiligheids- en defensiepartnerschap, het gezamenlijk beheer van gedeelde bestanden en de voortzetting van de reeds lang bestaande visserijactiviteiten; dringt erop aan de associatieovereenkomst tussen de EU enerzijds en Andorra en San Marino anderzijds snel te ondertekenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is ingenomen met de nieuwe dynamiek in de bilaterale betrekkingen tussen de EU en Armenië, die volledig wordt gesteund door de autoriteiten in Jerevan; roept de Commissie en de Raad op om Armenië actief te steunen in zijn streven naar meer samenwerking met de EU; spreekt zijn volledige steun voor de onlangs gelanceerde werkzaamheden met betrekking tot de partnerschapsagenda EU-Armenië, waarin ambitieuzere gezamenlijke prioriteiten voor samenwerking op alle gebieden zijn vastgelegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>spreekt zijn krachtige steun uit voor de missie van de Europese Unie in Armenië (EUMA) en wijst erop dat deze een belangrijke rol speelt; verzoekt de EUMA nauwlettend toe te blijven zien op de zich ontwikkelende veiligheidssituatie ter plaatse, op transparante wijze verslag uit te brengen aan het Parlement en actief bij te dragen aan de inspanningen om het conflict op te lossen; verzoekt de EU en haar lidstaten het mandaat van de EUMA te versterken, de omvang ervan uit te breiden en de duur ervan te verlengen; verzoekt de Azerbeidzjaanse autoriteiten om ook aan hun kant van de grens akkoord te gaan met zo’n civiele missie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>is van mening dat het zwaartepunt van de wereldorde verschuift naar de Indo-Pacifische regio en dat de EU haar actieve rol en aanwezigheid in deze regio moet versterken om haar belangen veilig te stellen, stabiliteit te bevorderen en een op regels gebaseerde internationale orde in stand te houden; herhaalt dat een vreedzame, vrije, stabiele en op regels gebaseerde Indo-Pacifische regio van cruciaal belang is voor Europa; vindt het zorgwekkend dat de concurrentie tussen grootmachten in de regio het voor de EU moeilijk maakt om multilateralisme daar te bevorderen; wijst er in dit verband op dat de Ontmoeting Azië-Europa nog steeds wordt verlamd door de geopolitieke spanningen met Rusland; roept in dat verband op tot nauwere banden op het gebied van buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid met gelijkgestemde partners in de regio, in overeenstemming met de EU-strategie voor samenwerking in de Indo-Pacifische regio; spoort de VV/HV aan om samen met onze partners in de Indo-Pacifische regio, met name Australië, India, Nieuw‑Zeeland, Zuid‑Korea, Japan en Taiwan, de zichtbaarheid en de impact van het externe optreden van de EU te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>verwijst in dat verband naar het strategisch partnerschap van de EU met Japan, dat als model moet dienen voor een vruchtbaar bilateraal partnerschap waarmee doeltreffende beleidsvorming in multilaterale contexten mogelijk wordt gemaakt; merkt op dat de EU en Japan in 2024 het vijftigjarig bestaan vieren van hun respectieve diplomatieke vertegenwoordigingen, en benadrukt met klem dat de EU er belang bij heeft dit partnerschap de komende vijftig jaar samen met Japan te verdiepen en te verbreden; is daarom ingenomen met de economische partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Japan en de strategische partnerschapsovereenkomst (SPA) tussen de EU en Japan, die onder meer voorziet in overleg over de ontwikkeling van hun respectieve defensie-initiatieven, zoals de uitwisseling van informatie over vraagstukken in verband met de defensie-industrie, en de verkenning van een mogelijke deelname aan elkaars defensie-initiatieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>merkt op dat geopolitieke uitdagingen ertoe hebben geleid dat de EU en India allebei meer belang hebben bij het waarborgen van veiligheid, welvaart en duurzame ontwikkeling; dringt aan op een top tussen India en de EU om de bilaterale betrekkingen hoog op de agenda te houden; ziet klimaatverandering en groene groei, digitalisering en nieuwe technologieën, onderzoek en ontwikkeling, connectiviteit, handel en investeringen, en buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid als de belangrijkste samenwerkingsgebieden; dringt in dit verband aan op meer betrokkenheid van de lidstaten; roept de lidstaten tevens op om de samenwerking tussen India en de EU op het gebied van maritieme veiligheid uit te breiden en te verbreden in antwoord op de toenemende aanwezigheid van China in de Indo‑Pacifische regio; onderstreept de noodzaak om met India in dialoog te treden over zijn grote militaire afhankelijkheid van Rusland en de levering van kritieke technologieën aan Rusland die aan sancties onderhevig zijn; dringt er bij India op aan de illegale aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne te veroordelen en zich aan te sluiten bij het sanctiebeleid van de EU ten aanzien van Rusland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>beschouwt India als een belangrijke democratische partner en moedigt de EU aan om nauw samen te werken met de Indiase regering als het gaat om de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat, zowel in het land zelf als wereldwijd; dringt erop aan dat de EU-strategie inzake India van 2018 en de routekaart EU-India 2025 volledig worden uitgevoerd in nauwe onderlinge afstemming met de eigen maatregelen van de lidstaten; onderstreept met name de noodzaak om meer synergie te bevorderen in het buitenlands en veiligheidsbeleid door middel van bestaande dialoogmechanismen en andere fora die zijn opgezet in het kader van de routekaart EU-India 2025; is van mening dat het gedenkwaardige bezoek van de voorzitter van de Commissie en het college van commissarissen aan India op 27 en 28 februari 2025 het begin vormde van een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de betrekkingen tussen de EU en India en de strategische band en het nog onbenutte potentieel daarvan bevestigde; is ingenomen met de aankondiging dat er een strategische agenda van de EU en India op stapel staat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>wijst er nogmaals op dat de EU vast wil houden aan het één‑Chinabeleid als een van de beginselen van de betrekkingen tussen de EU en China; benadrukt dat Taiwan voor de EU een belangrijke democratische partner is in de Indo-Pacifische regio; erkent dat Taiwan een belangrijke rol speelt bij het veiligstellen van mondiale toeleveringsketens, met name in de hightechsector, en dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan nauwer met Taiwan samen te werken om de banden op economisch, handels- en investeringsgebied verder aan te halen; moedigt de Commissie aan onverwijld voorbereidende maatregelen te nemen voor onderhandelingen over een investeringsovereenkomst met Taiwan; benadrukt dat elke poging van autoritaire regimes om de positieve ontwikkeling van de betrekkingen tussen de EU en Taiwan in te perken, onaanvaardbaar is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>veroordeelt de aanhoudende militaire provocaties van China ten aanzien van Taiwan met klem en spreekt zich nogmaals krachtig uit tegen elke unilaterale wijziging van de status quo in de Straat van Taiwan; verzoekt de EU en haar lidstaten er door middel van duidelijke en consistente signalen voor te zorgen dat elke poging om de status quo in de Straat van Taiwan eenzijdig te wijzigen, vooral als dit met geweld of dwang gebeurt, niet zal worden geaccepteerd en een hoge prijs zal hebben; benadrukt dat de territoriale aanspraken van China geen grondslag hebben in het internationaal recht en dat alleen de democratisch gekozen regering van Taiwan het Taiwanese volk kan vertegenwoordigen; laakt voorts het feit dat China de zinvolle deelname van Taiwan aan multilaterale organisaties, zoals de WHO, de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie en het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering, blokkeert door Resolutie 2758 van de Algemene Vergadering van de VN voortdurend te verdraaien; verzoekt de EU en haar lidstaten dan ook Taiwan te steunen, zodat het land op zinvolle wijze aan de betreffende internationale organisaties kan deelnemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de meest recente wijzigingen in de binnenlandse en militaire houding van China sinds het 20e nationaal congres van de Chinese Communistische Partij; is van mening dat China aantoont dat het zowel de intentie als, in toenemende mate, de economische, diplomatieke, technologische en militaire macht heeft om de wereldorde te herdefiniëren; benadrukt dat de strategie van militair-civiele verwevenheid daarvan het bewijs is; wijst er in dit verband op dat de EU assertiever moet zijn en meer eensgezindheid moet tonen in haar aanpak richting China, en verzoekt de VV/HV en de lidstaten daarom de China-strategie te herzien en daarbij ten volle rekening te houden met het steeds repressiever binnenlands beleid van China, zijn assertief buitenlands beleid en zijn gebruik van economische dwang als middel om zijn doelstellingen te verwezenlijken; is van mening dat de uitdagingen die voortvloeien uit de opkomst van China als speler op het wereldtoneel een evenwichtig multidimensionaal antwoord vereisen, overeenkomstig het beginsel “waar mogelijk samenwerken, waar nodig concurreren en als het nodig is de confrontatie aangaan”, waarmee de EU haar selectieve samenwerking met China als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad op een aantal belangrijke punten handhaaft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>wijst erop dat de steeds agressievere houding van de Volksrepubliek China (VRC) een bedreiging vormt voor de vrijheid van scheepvaart en de stabiliteit in gevaar brengt die essentieel is voor de wereldhandel; benadrukt dat deze situatie met bezorgdheid wordt gevolgd door een toenemend aantal gelijkgestemde partners die zich inzetten voor vrede en stabiliteit in de regio; onderstreept dat destabiliserend gedrag sterker moet worden afgeschrikt, onder meer door middel van regelmatige operaties om de vrijheid van scheepvaart te doen gelden als de VRC probeert om de internationale wateren en het internationale luchtruim aan haar gezag te onderwerpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>is van mening dat China, door de voortdurende intensivering van het Chinees-Russische strategische partnerschap, onder meer op het gebied van de overdracht van technologie en militaire vermogens, de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne (op indirecte wijze) mogelijk maakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>veroordeelt nogmaals China’s schending van zijn internationale verbintenissen, zijn schending van de Chinees-Britse en Chinees-Portugese Gezamenlijke Verklaringen, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, het beginsel “één land, twee systemen” en de basiswet van Hongkong, alsmede de hardhandige onderdrukking van de autonomie en leden van de oppositie in de Speciale Administratieve Regio, waaronder ook vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en hun familieleden; verzoekt de Commissie de autonome status van Hongkong en Macao te beoordelen in het licht van de Chinese schendingen van de Chinees-Britse en Chinees-Portugese Gezamenlijke Verklaringen en de onderdrukking van de autonomie van Hongkong;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>maakt zich zorgen over het feit dat Chinese bedrijven steeds verder doordringen in de EU, ook in strategische sectoren als de productie van batterijen; benadrukt dat het beleid voor risicobeperking beslist moet worden voortgezet door, in overeenstemming met de economische veiligheidsstrategie van de EU, de economische afhankelijkheid in kritieke sectoren te blijven verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>herhaalt dat de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (Asean) een cruciale partner is bij het versterken van op regels gebaseerd multilateralisme; steunt de inspanningen van de Asean om de onderhandelingen met China over een doeltreffende en substantiële gedragscode in de Zuid‑Chinese Zee af te ronden; roept de EU op tot meer betrokkenheid en samenwerking met de Asean en pleit voor inspanningen om tot een alomvattend strategisch partnerschap te komen op basis van economische banden en duurzame groei en vooral politieke samenwerking op het gebied van mensenrechten en democratie; pleit voor meer steun aan de regering van nationale eenheid van Myanmar en dringt erop aan meer druk uit te oefenen op de Asean-landen om zich aan te sluiten bij internationale sancties tegen de militaire junta van Myanmar;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>dringt er bij de VV/HV en de lidstaten op aan zich te richten op bilaterale betrekkingen met partners in Afrika, waaronder Zuid-Afrika, Ghana, Marokko, Kenia, Senegal en Mauritanië, en daarbij rekening te houden met wederzijdse behoeften en belangen om echte en evenwichtige partnerschappen te bevorderen; is van mening dat het “meer voor meer”-beginsel volledig moet worden geïntegreerd in de betrekkingen met niet-EU-landen, waarbij de EU sterkere partnerschappen ontwikkelt met de landen die de beginselen van het GBVB en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) en de fundamentele waarden van de EU eerbiedigen; is van mening dat de EU zich moet blijven richten op Afrika, dat al een strategisch continent is en in de toekomst tot een steeds belangrijker speler zal uitgroeien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>verzoekt de EU het memorandum van overeenstemming inzake grondstoffen en alle militaire samenwerking met Rwanda op te schorten, ook via de EPF of andere mechanismen, totdat Rwanda zijn illegale steun aan gewapende groeperingen stopzet en de soevereiniteit en territoriale integriteit van de Democratische Republiek Congo (DRC) volledig eerbiedigt; veroordeelt de schendingen van de soevereiniteit en territoriale integriteit van het oosten van de DRC door de rebellen van M23; veroordeelt de verovering van Goma en Bukavu door de gewapende groepering M23 en het aanhoudende offensief in Zuid-Kivu, waardoor de acute humanitaire crisis verder is verergerd en het risico van destabilisatie van de DRC en een volledige regionale oorlog is toegenomen; steunt het vredesproces van Luanda en Nairobi om met diplomatieke middelen tot een politieke oplossing van het conflict te komen, en dringt er bij de VV/HV op aan de diplomatieke contacten in het conflict en met regionale partijen voort te zetten en de druk op de partijen op te voeren om opnieuw vreedzame onderhandelingen op te starten, onder meer door het veiligheids- en defensieoverleg van de EU met Rwanda uit te stellen en sancties vast te stellen, afhankelijk van de situatie ter plaatse en de vooruitgang die is geboekt in het kader van de lopende regionale bemiddelingsprocessen; is ernstig bezorgd over de humanitaire situatie van de duizenden ontheemden in het gebied; dringt er bij de VV/HV op aan om, in overeenstemming met de EU-strategie voor de Grote Meren, duidelijke maatregelen te nemen om de stabiliteit te herstellen en samen te werken met de VN-stabilisatiemissie in de Democratische Republiek Congo (MONUSCO) teneinde burgers in het oosten van de DRC te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>benadrukt dat er door de recente ontwikkelingen in Tunesië bezorgdheid is ontstaan over de mensenrechten en democratische normen en dat rapporten wijzen op een gebrek aan transparantie, beperkte deelname van de oppositie en verminderde politieke concurrentie bij de presidentsverkiezingen; wijst erop dat de EU in deze in politiek en sociaaleconomisch opzicht moeilijke periode blijk geeft van voortdurende inzet en steun voor Tunesië door op verschillende niveaus contacten te blijven onderhouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>benadrukt dat stabiliteit, veiligheid en economische groei in het Middellandse Zeegebied en in het bredere zuidelijke nabuurschap direct van levensbelang zijn voor de EU; herinnert eraan dat het Europees nabuurschapsbeleid werd gelanceerd met het lovenswaardige doel om stabiliteit, welvaart en goed bestuur in het zuidelijke Middellandse Zeegebied te bevorderen; erkent echter dat het nu duidelijk is dat haar instrumenten, doelstellingen en beginselen niet meer overeenstemmen met de huidige situatie in de regio; betreurt dat bijna dertig jaar na het in gang zetten van het zogeheten proces van Barcelona de totstandbrenging van een ruimte van gedeelde welvaart, stabiliteit en vrijheid met de mediterrane landen van het zuidelijk nabuurschap niet is bereikt; verzoekt de Commissie een nieuw pact voor het Middellandse Zeegebied voor te leggen; is van mening dat de EU en de landen van het zuidelijk nabuurschap memoranda van overeenstemming moeten sluiten die gericht zijn op het bevorderen van stabiliteit, welvaart en de verdediging van de mensenrechten, op voorwaarde dat er wordt samengewerkt op het gebied van migratie; herinnert eraan dat instabiliteit en onveiligheid in het zuidelijk nabuurschap nog altijd een uitdaging vormen voor het beheer van de Europese buitengrenzen; is van mening dat de EU, hoewel zij voorrang geeft aan bilaterale betrekkingen met landen in de regio, ook regionale samenwerking moet blijven bevorderen via bestaande kaders, zoals de Unie voor het Middellandse Zeegebied; is ingenomen met de benoeming van een commissaris voor het Middellandse Zeegebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>benadrukt dat de EU haar samenwerking met de Arabische landen en de Golfstaten moet versterken en verdiepen gezien de dringende geopolitieke, sociale en economische uitdagingen waarmee de regio wordt geconfronteerd; benadrukt dat bij versterkte samenwerking voorrang moet worden gegeven aan belangrijke gebieden als migratie, de digitale transformatie, veiligheid, de groene transitie en culturele uitwisseling om een veerkrachtig partnerschap op te bouwen; dringt aan op een strategische aanpak die de betrokkenheid bij elk land afstemt op duurzame ontwikkeling en wederzijds begrip;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>is ingenomen met de succesvolle afronding van de eerste top tussen de leiders van de EU en de Samenwerkingsraad van de Golf (GCC) en is van mening dat deze top bepalend is geweest voor de betrekkingen tussen de EU en haar partners van de GCC, en wijst op de wederzijdse inzet voor het versterken van de banden op belangrijke strategische gebieden, evenals op het gebied van economie en cultuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>onderstreept het belang van handhaving en bevordering van democratische waarden in de regio; veroordeelt de toename van haatzaaiende uitlatingen, ook tegen de Europese instellingen, en de aanvallen op individuele vrijheden en de internationale orde, zowel binnen de lidstaten als daarbuiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>benadrukt dat de landen van de EU, Latijns-Amerika en het Caribisch gebied gelijkgestemd zijn en waarden, talen, geschiedenis, cultuur en godsdienst delen, wat ze in de huidige geopolitieke context tot natuurlijke partners zou moeten maken; merkt op dat de betrokkenheid van de EU in de regio de afgelopen decennia is afgenomen, waardoor er een vacuüm is ontstaan voor de toenemende invloed van China en Rusland; dringt er bij de landen in heel Latijns-Amerika op aan de Russische agressie tegen Oekraïne krachtiger te veroordelen; verzoekt de lidstaten en de EDEO proactieve diplomatie in de regio na te streven en zich daarbij met name te richten op de verdediging van de multilaterale wereldorde, het internationaal recht en de eerbiediging van de democratie en de mensenrechten; dringt aan op multilaterale initiatieven om de politieke instabiliteit in de meest onstabiele landen in de regio, zoals Haïti, aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>is ingenomen met de ondertekening van de Geavanceerde Kaderovereenkomst tussen de EU en Chili en dringt aan op een snelle en volledige ratificatie daarvan; is ook ingenomen met de afsluiting van de onderhandelingen over de gemoderniseerde Algemene Overeenkomst tussen de EU en Mexico, die op 17 januari 2025 door de Commissie is aangekondigd en waaraan het Parlement nog steeds zijn goedkeuring moet hechten; benadrukt dat de overeenkomst het strategisch partnerschap van de EU met Mexico zou versterken, waarbij de centrale rol van het land in Latijns-Amerika en zijn ambitie om de handels- en politieke partnerschappen te diversifiëren om de economische afhankelijkheid van de VS te verminderen, worden erkend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>neemt nota van de sluiting van de overeenkomst met Mercosur; uit zijn bezorgdheid over de mogelijk negatieve gevolgen ervan voor de duurzaamheids- en veiligheidsnormen van de EU en voor het concurrentievermogen van de EU-agrovoedingssector, en benadrukt dat het Parlement moet onderzoeken of de overeenkomst voldoet aan de duurzaamheidsnormen van de EU en in overeenstemming is met het wederkerigheidsbeginsel, voordat ratificatie kan worden overwogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>is ingenomen met de informele bijeenkomst tussen de EU en de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische Staten (Celac) en de uitvoering van initiatieven in het kader van de routekaart EU-Celac 2023-2025 en benadrukt in dit verband dat er op de top van 2025 een nieuwe en ambitieuze routekaart moet worden vastgesteld, die het partnerschap blijft versterken en rekening houdt met de reeds verwezenlijkte beste praktijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>benadrukt dat er strenger moet worden opgetreden tegen geweld tegen milieuactivisten en dat de inspanningen van de EU ter ondersteuning van het behoud van biodiversiteit en aanpassing aan de klimaatnoodtoestand moeten worden opgevoerd; stelt voor om nog nauwer samen te werken in de strijd tegen de georganiseerde misdaad en drugshandel, die ook gevolgen hebben voor de EU; dringt erop aan de biregionale samenwerking aanzienlijk op te voeren in de strijd tegen dit verschijnsel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>verzoekt de VV/HV om tijdens haar ambtstermijn een prioriteit te maken van de samenwerking met gelijkgestemde democratieën en om systematischer samen te werken en te overleggen met gelijkgestemde democratische partners, teneinde de democratie te bevorderen en de gemeenschappelijke paraatheid en de toegang tot middelen voor crisisrespons te verbeteren; herhaalt in dit verband de aanbeveling om de banden met regionale organisaties zoals de Asean en de Afrikaanse Unie aan te halen om zo de kaders voor samenwerking op het gebied van veiligheid te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>spreekt nogmaals zijn steun uit voor de Europese politieke gemeenschap als platform voor discussie, dialoog en samenwerking met Europese partners met betrekking tot de uitdagingen op het gebied van buitenlands beleid en veiligheid waarmee we worden geconfronteerd, met als doel de veiligheid en stabiliteit in Europa te versterken en de politieke en veiligheidsgerelateerde samenwerking op basis van gedeelde belangen voort te zetten; wenst dat het Parlement nauw wordt betrokken bij de verduidelijking van de werkingssfeer en de toekomstige werkzaamheden van deze gemeenschap; benadrukt dat een bepaalde mate van afstemming op de democratische waarden en beginselen essentieel is voor het toekomstige succes en de samenhang van deze formule; herhaalt dat de Europese politieke gemeenschap in geen geval een voorwendsel mag zijn om de toetreding van uitbreidingslanden tot de EU te vertragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>vindt het ook belangrijk dat er nieuwe bondgenootschappen worden gesmeed, onder meer met de buurlanden en in het Globale Zuiden, en dat daarbij rekening wordt gehouden met wederzijdse behoeften en belangen, zodat echte, evenwichtige en gelijkwaardige partnerschappen worden bevorderd; acht het van belang om deze politieke overeenkomsten met derde landen te sluiten op basis van gemeenschappelijke Europese waarden en grondrechten; verzoekt de EU in te spelen op de verwachtingen van de partnerlanden en politieke akkoorden met die landen snel na te komen om te laten zien dat de EU een betrouwbare en strategische partner is en dat het internationale, op regels gebaseerde systeem de hedendaagse uitdagingen het hoofd kan bieden; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat het Parlement actief wordt betrokken bij de oprichting, uitvoering en monitoring van de toekomstige partnerschappen voor schone handel en investeringen; dringt in dit verband aan op samenwerkingsinitiatieven tussen de EU en de landen van het Globale Zuiden om de schuldencrisis te beoordelen en aan te pakken; merkt op dat overeenkomsten met het Globale Zuiden, vooral op het gebied van grondstoffen, moeten bijdragen aan de lokale economische ontwikkeling in plaats van de afhankelijkheid en buitensporige exploitatie van hulpbronnen te vergroten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on"><STRING UNDERLINE="on">Het EU-optreden in het buitenland bevorderen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>benadrukt dat de VV/HV een bruggenbouwer is tussen het GBVB en de externe betrekkingen van de EU en als zodanig moet zorgen voor een zo groot mogelijke coördinatie en samenhang in het externe optreden van de EU; benadrukt dat de EU de zichtbaarheid en doeltreffendheid van haar extern optreden en haar inspanningen op het gebied van ontwikkelingssamenwerking moet vergroten; betreurt niettemin dat er in sommige gevallen een gebrek aan duidelijkheid is wat betreft de externe vertegenwoordiging van de EU, hetgeen de strategische communicatie van de EU in het buitenland bemoeilijkt; benadrukt dat de bevoegdheden van de VV/HV, de voorzitter van de Commissie en de voorzitter van de Europese Raad inzake het externe optreden en de externe vertegenwoordiging van de EU duidelijk moeten worden vastgelegd, zodat de EU met één stem spreekt en dit door haar partners ook zo wordt waargenomen; verzoekt de Commissie haar coördinatie met de EDEO bij het extern optreden te versterken, onder meer door ervoor te zorgen dat artikel 3, lid 2, en artikel 9 van het EDEO-besluit<FOOTNOTE><FIELD>Besluit 2010/427/EU van de Raad van 26 juli 2010 tot vaststelling van de organisatie en werking van de Europese dienst voor extern optreden (PB L 201 van 3.8.2010, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2010/427/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, die mogelijk moeten worden geactualiseerd, volledig worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>dringt erop aan de EDEO (zowel zijn hoofdkwartier als de EU-delegaties) te versterken door passende financiële en personele middelen ter beschikking te stellen, zodat de EU beter is voorbereid op de huidige en opkomende mondiale uitdagingen; dringt erop aan dat de EDEO de mogelijkheid moet hebben zijn permanent diplomatiek EU-personeel te selecteren en aan te werven, en op alle niveaus binnen de EDEO te zorgen voor een eerlijk genderevenwicht en een eerlijk geografisch evenwicht tussen de lidstaten; verzoekt de VV/HV snel met voorstellen te komen voor de toekomstige operationele structuur van het externe optreden van de EU en daarbij ten volle rekening te houden met de aanbeveling van het Europees Parlement van 15 maart 2023 over de stand van zaken met betrekking tot de werking van de EDEO en voor een sterkere EU in de wereld<FOOTNOTE><FIELD>Aanbeveling van het Europees Parlement van 15 maart 2023 aan de Raad en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid met een balans van de werking van de EDEO en een pleidooi voor een sterkere EU in de wereld, (PB C, C/2023/410, 23.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/410/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; onderstreept de noodzaak om de strategische communicatie en het werk van de EU op het gebied van het tegengaan van desinformatie te versterken met speciale middelen en kantoren in strategisch relevante regio’s en landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>wijst er nogmaals op dat de EU een strategisch belang heeft bij het bevorderen van duurzame ontwikkeling, armoedebestrijding en gelijkheid in de wereld, aangezien deze inspanningen op lange termijn bijdragen tot mondiale vrede en veiligheid; verzoekt de Commissie het Global Gateway‑initiatief doeltreffend en snel te gebruiken als duurzaam alternatief voor het Chinese “Nieuwe Zijderoute”-initiatief en als instrument om de aanwezigheid en zichtbaarheid van de EU wereldwijd te vergroten; herinnert eraan dat het Global Gateway-initiatief moet worden gezien als een strategisch concept dat buitenlands, economisch en ontwikkelingsbeleid, met inbegrip van de klimaat- en digitale transitie, en infrastructuurinvesteringen omvat, met als doel nauwe partnerschappen op basis van wederzijdse voordelen, economische ontwikkeling en veerkrachtige toeleveringsketens te versterken; benadrukt in dit verband dat afstemming met internationale financiële instellingen, een welomschreven betrokkenheid van de particuliere sector en strategische communicatie op maat, ook in de ontvangende landen, essentieel zijn voor het instrument om de gewenste schaalgrootte te kunnen bereiken; is bezorgd over berichten dat een aantal Global Gateway‑projecten wordt uitgevoerd door Chinese bedrijven, wat direct indruist tegen de doelstellingen van het initiatief, zoals het vergroten van de economische veiligheid van de EU en het bevorderen van economische ontwikkeling en wederzijds voordelige partnerschappen met derde landen; roept daarom op tot onmiddellijk onderzoek en uitsluiting van alle Chinese bedrijven die betrokken zijn bij de Global Gateway; benadrukt dat de steun van de EU een aanvulling moet vormen op andere initiatieven, zoals het partnerschap voor mondiale infrastructuur en investeringen, de economische corridor India – Midden-Oosten – Europa en de “Lobito Corridor”, en met name gericht moet zijn op de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>herhaalt dat het Parlement een integrale rol speelt in het GBVB en daaraan een specifieke bijdrage levert op grond van zijn parlementaire diplomatie, zijn vastomlijnde instrumenten, kanalen en contacten, waaronder zijn programma’s ter ondersteuning van de democratie, zijn Commissie buitenlandse zaken, regelmatige parlementaire dialogen en officiële delegaties; benadrukt dat parlementaire diplomatie een groot potentieel heeft om het gesprek aan te gaan met belangrijke politieke belanghebbenden en democratisch bestuur te bevorderen; benadrukt in het bijzonder de toegevoegde waarde van parlementaire diplomatie tijdens de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en wijst in dit verband op de waardevolle samenwerking op politiek en technisch niveau tussen de Verchovna Rada van Oekraïne en het Europees Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>is er vast van overtuigd dat diplomatie een belangrijk onderdeel is van het optreden van de EU; dringt in dit verband aan op verdere ontwikkeling van de preventieve diplomatie van de EU als proactief instrument van het extern beleid om conflicten tussen partijen te voorkomen, daarbij te bemiddelen en die vreedzaam op te lossen; verzoekt de EDEO de instrumenten van de preventieve diplomatie van de EU te integreren in structurele preventiemechanismen en -maatregelen, zoals politieke overeenkomsten tussen de verschillende partijen bij conflicten, nationale dialogen gericht op verzoening, vredesopbouw en overgangsjustitie, alsook waarheids- en verzoeningscommissies; dringt er bij de EDEO op aan lering te trekken uit opgedane ervaringen en daartoe diplomatieke inspanningen te evalueren, gebieden vast te stellen die voor verbetering vatbaar zijn en beste praktijken te integreren in toekomstige initiatieven; roept ertoe op de capaciteit van de EDEO in dat opzicht te vergroten, met name bij de betrokken afdelingen voor crisisparaatheid en -respons; benadrukt dat de desbetreffende EU-begroting in het kader van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking dringend moet worden verdubbeld en dat de maatregelen van de EU op het gebied van bemiddeling, dialoog en verzoening aanzienlijk moeten worden versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>wijst nogmaals op de rol van de speciale vertegenwoordigers van de EU (SVEU’s), die het beleid en de belangen van de EU in specifieke regio’s en landen bevorderen en een essentiële rol spelen bij de ontwikkeling van een sterker en doeltreffender GBVB door te zorgen voor een actieve politieke aanwezigheid van de EU in belangrijke landen en regio’s en als “stem” en “gezicht” te fungeren van de EU en haar beleid; acht het van belang dat de SVEU’s van voldoende middelen worden voorzien om deze taken doeltreffend uit te voeren; benadrukt dat de speciale vertegenwoordigers van de EU over een breed, flexibel mandaat moeten beschikken, dat kan worden aangepast aan de veranderende geopolitieke omstandigheden, zodat zij het beleid en de belangen van de EU in specifieke regio’s en landen kunnen ondersteunen en een actieve rol kunnen spelen in de preventieve diplomatie; benadrukt dat de benoeming van nieuwe SVEU’s pas mag plaatsvinden na een hoorzitting in het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>beklemtoont dat corruptie mensenrechtenschendingen, wanpraktijken en uitholling van de democratische beginselen en de rechtsstaat mogelijk maakt en nog verergert; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan de risico’s die corruptie met zich meebrengt voor stabiliteit, bestuur en vrede aan te pakken en deze bedreigingen voor de belangen van de EU en voor de mondiale welvaart en veiligheid te voorkomen en tegen te gaan, met name in het oostelijk en zuidelijk nabuurschap van de EU; pleit ervoor om waar mogelijk nauwere coördinatie tot stand te brengen tussen de EU, haar lidstaten en bondgenoten en partners in de strijd tegen systemische corruptie die autocratische regimes sterker maakt, de verspreiding van kwaadwillige invloeden vergemakkelijkt, samenlevingen essentiële middelen ontneemt en democratische waarden, mensenrechten en de rechtsstaat ondermijnt; benadrukt de cruciale rol van het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke journalisten in derde landen bij het monitoren en aan het licht brengen van corruptie; verzoekt de EU bijgevolg om in het kader van haar buitenlands beleid een alomvattend corruptiebestrijdingskader vast te stellen dat snel kan worden uitgevoerd en dat de EU-sanctieregeling, de voorgestelde richtlijn inzake corruptiebestrijding en de bredere EU-strategie voor corruptiebestrijding omvat; dringt er bij de VV/HV op aan om in dit verband concrete en verreikende maatregelen voor te stellen, en is er voorstander van om in handelsovereenkomsten van de EU met derde landen bepalingen over corruptiebestrijding op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="DASH"><INT.LI LEVEL="0">vestigt de aandacht op de missies en operaties van de EU in het buitenland ter bevordering van vrede, veiligheid en vooruitgang in Europa en in de wereld; verzoekt de VV/HV:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de voorstellen uit te werken voor de noodzakelijke GBVB‑missies die in 2025 van start moeten gaan en waarbij gebruik wordt gemaakt van de snel inzetbare EU-capaciteit als preventieve militaire versterking; daarbij zij eraan herinnerd dat de administratieve uitgaven voor deze maatregelen, met inbegrip van de stand‑by‑uitgaven van de snel inzetbare EU‑capaciteit, ten laste van de EU‑begroting moeten worden gebracht;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>met Cyprus, Turkije, het VK en de VN samen te werken bij de uitvoering van concrete maatregelen voor het demilitariseren van de bufferzone op Cyprus, en de veiligheid op het eiland te verbeteren, voor zowel de Grieks‑Cyprioten als de Turks‑Cyprioten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>een grotere rol voor de twee civiele GVDB‑missies EUPOL COPPS en EU BAM Rafah te ondersteunen, in overeenstemming met de conclusies van de Europese Raad van 21 en 22 maart 2024 waarin erop wordt gewezen dat zij een belangrijke rol kunnen spelen op basis van het beginsel van de tweestatenoplossing en de levensvatbaarheid van een toekomstige Palestijnse staat, en deel te nemen aan het faciliteren van de levering van humanitaire bijstand aan de Gazastrook, de efficiëntie van de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever te verbeteren en haar terugkeer naar de Gazastrook voor te bereiden;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de nodige voorwaarden te scheppen voor de volledige reactivering van EU BAM Rafah, zodat deze als neutrale derde partij kan optreden aan de grensovergang bij Rafah, in overleg met de Palestijnse Autoriteit en de Israëlische en Egyptische autoriteiten; daarbij is de verwachting dat de uitbreiding van de reikwijdte en de mandaten van EUPOL COPPS en EU BAM Rafah ter plaatse in de komende EU-strategie voor het Midden-Oosten als kernprioriteit worden opgenomen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>het aantal waarnemers dat aan de Armeense kant van de internationale grens met Azerbeidzjan wordt ingezet als onderdeel van de civiele missie van de EU in Armenië, verder te verhogen en Azerbeidzjan opnieuw op te roepen met de missie samen te werken en zijn lastercampagne tegen de missie te staken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>samen te werken met Australië, Nieuw-Zeeland, de Republiek Korea, Japan, Taiwan en de lidstaten van de Asean om de vrede en veiligheid in de Indo-Pacifische regio en de regio Zuidoost-Azië te bevorderen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>strategieën te ontwikkelen om hybride aanvallen aan de oostgrens van de EU en in de ultraperifere gebieden van de EU tegen te gaan, met name aanvallen waarbij migratie wordt gebruikt als middel om lidstaten te destabiliseren en politieke druk uit te oefenen, de lidstaten aan te moedigen solidair te zijn met de landen die met dergelijke aanvallen worden geconfronteerd, zoals Polen en Litouwen, en vergeldingsmaatregelen tegen de Comoren voor te stellen wegens het uitbuiten van de migratiegolven in Mayotte;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>verzoekt de VV/HV gevolg te geven aan de voorbeelden van succesvolle evacuatieacties in Sudan en van de versterkte consulaire bescherming, en te werken aan een omvattend systeem voor de bescherming van EU-burgers in het buitenland; beklemtoont dat de gevolgen van aanhoudende crises en conflicten wereldwijd het risico met zich mee kunnen brengen dat de consulaire bescherming en/of bijstand van de lidstaten overbelast raakt, en dringt er in dit verband op aan de capaciteiten en middelen van het crisisresponscentrum van de EDEO en het EU-mechanisme voor civiele bescherming te versterken; herinnert aan zijn aloude standpunt om een vergelijkbaar beschermingsniveau te hanteren voor het lokale personeel van EU-delegaties en GBVB-missies en -operaties;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT>III.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het volgende MFK en het parlementair toezicht daarop</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>is van mening dat er behoefte is aan strenger geïnstitutionaliseerd parlementair toezicht op het externe optreden van de EU, met inbegrip van regelmatige en tijdige, maar ook veilige toegang tot vertrouwelijke informatie en briefings in het Europees Parlement overeenkomstig artikel 36 VEU; benadrukt dat de VV/HV en de EDEO meer feedback moeten geven over de genomen maatregelen en de bereikte effecten, om te voldoen aan de aanbevelingen van het Parlement die in de resoluties over buitenlandse aangelegenheden zijn geformuleerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>onderstreept dat het Europees Parlement in het kader van het GBVB, waar het GVDB onder valt, zijn begrotingsfunctie samen met de Raad uitoefent; herinnert eraan dat het Europees Parlement, zoals bepaald in artikel 36 VEU, ook politieke controle uitoefent op dit beleid en daarover moet worden geraadpleegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>herinnert eraan dat overeenkomstig artikel 41 VEU alle administratieve en operationele uitgaven van het GBVB en het GVDB ten laste van de EU-begroting moeten komen, met uitzondering van uitgaven die voortvloeien uit operaties die gevolgen hebben op militair of defensiegebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>onderstreept dat GBVB- of GVDB-besluiten die uitgaven met zich meebrengen, altijd fundamentele keuzes voor dat beleid vormen en onder parlementair toezicht moeten staan; verzoekt de VV/HV het Parlement te raadplegen voordat zij dergelijke voorstellen voor GBVB- of GVDB-besluiten doet, zodat de transparantie en verantwoordingsplicht overeenkomstig artikel 36 VEU worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>herinnert eraan dat het Parlement zijn begrotingsfunctie steeds uitvoert in combinatie met zijn functie van politieke controle en raadpleging; wijst erop dat artikel 36 VEU voorziet in een specifieke relatie tussen de VV/HV en het Europees Parlement, zonder dewelke het Parlement die functies niet mag uitoefenen, en dat de VV/HV het Parlement in dat verband moet ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>betreurt dat de begroting voor civiele GVDB-missies ontoereikend is; herinnert eraan dat er steeds meer van dergelijke missies zijn, dat die gepaard gaan met steeds meer taken, dat het veiligheidsklimaat uitdagender is geworden en dat de kosten van operaties zijn gestegen; dringt er bij de Europese Raad op aan te voorzien in een aanzienlijke verhoging van de GBVB-financiering onder een afzonderlijke rubriek voor het civiele GBVB en crisisbeheersing; pleit voor een efficiënt gebruik van de middelen die zijn toegewezen aan civiele GVDB-missies, om ervoor te zorgen dat met die missies doeltreffend kan worden gereageerd op crisissituaties en onvoorziene gebeurtenissen; verzoekt de VV/HV en de Commissie daartoe gezamenlijke voorstellen in te dienen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>is zeer bezorgd over het feit dat de EDEO structureel ondergefinancierd is en dat dit reeds ernstige en verreikende negatieve gevolgen heeft voor het externe optreden van de EU en de prestaties van de EU-instellingen op dit gebied; benadrukt dat een specifieke aanpak van de administratieve begroting van de EDEO noodzakelijk is, en herinnert eraan dat het ontbreken van corrigerende maatregelen ernstige gevolgen kan hebben voor de betrekkingen van de EU met derde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="DASH"><INT.LI LEVEL="0">verzoekt de Commissie om in haar voorstel voor het volgende MFK bij de rubriek extern optreden van de EU rekening te houden met:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>solide capaciteiten en middelen voor het externe optreden van de EU waarmee tegemoet wordt gekomen aan de steeds uitdagendere situatie op het wereldtoneel, waarbij er in dit verband op wordt gewezen dat het van cruciaal belang is de EU-steun voor mensenrechten, democratie en ontwikkeling in derde landen verder te versterken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>middelen voor de digitale diplomatie van de EU, gezien de huidige context van snelle technologische vooruitgang en geopolitieke concurrentie;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>middelen voor groene diplomatie;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>een speciale begroting voor specifieke maatregelen van het buitenlands beleid van de EU op het gebied van gendergelijkheid en de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid (VVV), zodat genderperspectieven worden geïntegreerd in de diplomatieke inspanningen van de EU en haar inspanningen inzake menselijke veiligheid;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>middelen voor preventief toezicht op potentiële begunstigden, om ervoor te zorgen dat EU-middelen in geen geval direct of indirect activiteiten, projecten of publicaties ondersteunen die aanzetten tot geweld en haat, met inbegrip van antisemitisme, en om ervoor te zorgen dat alle ontvangers van EU-financiering dienovereenkomstig worden gemonitord;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>107.</NO.P>verzoekt de Commissie haar voorstellen voor het volgende MFK in de eerste helft van 2025 in te dienen, zodat er voldoende tijd is om over de programma’s te onderhandelen; benadrukt dat een gedetailleerdere begrotingsnomenclatuur noodzakelijk is in het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking, in het instrument voor pretoetredingssteun en de GBVB-begroting, zodat de begrotingsautoriteit in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure beleids- en geografische prioriteiten kan vaststellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>108.</NO.P>onderstreept dat elke kwestie die hierboven aan de orde is gesteld een passend antwoord van de uitvoerende macht vereist; verzoekt de VV/HV snel en schriftelijk te reageren op de oproepen, verzoeken en zorgen van het Parlement; is van mening dat mondelinge verklaringen in commissies of plenaire vergaderingen slechts in uitzonderlijke of dringende gevallen als antwoord kunnen volstaan; benadrukt dat nauwe samenwerking en partnerschap tussen het Europees Parlement en de VV/HV in de huidige moeilijke geopolitieke context van strategisch belang zijn; wenst meer systematische uitwisselingen voorafgaand aan de goedkeuring van mandaten en GBVB‑strategieën en een betere informatiestroom als het gaat om onderhandelingen en de uitvoering van internationale overeenkomsten, alsook memoranda van overeenstemming; verwacht bovendien dat het Parlement op doeltreffende wijze wordt betrokken bij het externe beleid en optreden van de EU, zodat de parlementaire diplomatie kan worden ingezet ter ondersteuning van de inspanningen van de VV/HV;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>109.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>