<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0058</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid – jaarverslag 2024</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0011/2025 - Rapporteur: Nicolás Pascual De La Parte)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 2 april 2025 over de uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid — jaarverslag 2024 (2024/2082(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name hoofdstuk 2, afdeling 2, houdende bepalingen inzake het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van Versailles, die tijdens de informele bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders van 11 maart 2022 werd aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het “Strategisch kompas voor veiligheid en defensie – Voor een Europese Unie die haar burgers, waarden en belangen beschermt en bijdraagt aan de internationale vrede en veiligheid”, dat op 21 maart 2022 door de Raad werd goedgekeurd en op 25 maart 2022 door de Europese Raad werd bekrachtigd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de nationale veiligheidsstrategieën van de lidstaten van de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Pact inzake het civiele GVDB (Civilian CSDP Compact – Towards more effective civilian missions), goedgekeurd door de Raad op 22 mei 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2017/2315 van de Raad van 11 december 2017 tot instelling van de permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) en tot opstelling van de lijst van deelnemende lidstaten<FOOTNOTE><FIELD>PB L 331 van 14.12.2017, blz. 57, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2017/2315/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2022/1968 van de Raad van 17 oktober 2022 betreffende een militaire bijstandsmissie van de Europese Unie ter ondersteuning van Oekraïne (EUMAM Ukraine)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 270 van 18.10.2022, blz. 85, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/1968/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2022/1970 van de Raad van 17 oktober 2022 tot wijziging van Besluit 2010/452/GBVB inzake de Waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, EUMM Georgia<FOOTNOTE><FIELD>PB L 270 van 18.10.2022, blz. 93, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/1970/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2022/2507 van de Raad van 19 december 2022 tot wijziging van Besluit 2010/452/GBVB inzake de Waarnemingsmissie van de Europese Unie in Georgië, EUMM Georgië<FOOTNOTE><FIELD>PB L 325 van 20.12.2022, blz. 110, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/2507/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2023/162 van de Raad van 23 januari 2023 inzake een missie van de Europese Unie in Armenië (EUMA)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 22 van 24.1.2023, blz. 29, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2023/162/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (GBVB) 2024/890 van de Raad van 18 maart 2024 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2021/509 tot oprichting van een Europese Vredesfaciliteit<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/890, 19.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2024/890/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L 79 I van 21.3.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/452/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/697 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het Europees Defensiefonds en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1092<FOOTNOTE><FIELD>PB L 170 van 12.5.2021, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/697/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2023/1525 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juli 2023 betreffende de ondersteuning van de productie van munitie<FOOTNOTE><FIELD>PB L 185 van 24.7.2023, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1525/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2023/2418 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot vaststelling van een instrument voor de versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen (EDIRPA)<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2023/2418, 26.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2418/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013 , (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1252, 3.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1252/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 18 april 2023 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van maatregelen ter versterking van de solidariteit en de capaciteit in de Unie om cyberdreigingen en ‑incidenten op te sporen, zich erop voor te bereiden en erop te reageren (COM(2023)0209),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 10 maart 2023 over een ruimtestrategie voor veiligheid en defensie van de Europese Unie (JOIN(2023)0009),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Aanbeveling (EU) 2023/2113 van de Commissie van 3 oktober 2023 over technologiegebieden die kritiek zijn voor de economische veiligheid van de EU met het oog op nadere risicobeoordeling met de lidstaten<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2023/2113, 11.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2023/2113/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarlijkse financieringsbesluit, het eerste onderdeel van het jaarlijkse werkprogramma voor de uitvoering van het Europees Defensiefonds voor 2024, dat op 21 juni 2023 door de Commissie is goedgekeurd (C(2023)4252),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 22 januari 2018 over de geïntegreerde aanpak van externe conflicten en crises, en van 24 januari 2022 over de Europese veiligheidssituatie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van Granada, die tijdens de informele bijeenkomst van de staatshoofden en regeringsleiders van 6 oktober 2023 is aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 21 februari 2022 over de verlenging en de uitbreiding van de uitvoering van het concept “gecoördineerde maritieme aanwezigheid” in de Golf van Guinee,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 21 en 22 maart 2024 over het besluit om toetredingsonderhandelingen met Bosnië en Herzegovina te starten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 27 mei 2024 over de veiligheid en defensie van de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 10 november 2022 getiteld “Actieplan voor militaire mobiliteit 2.0” (JOIN(2022)0048),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 18 mei 2022 over de analyse van de lacunes op het gebied van defensie-investeringen en de te volgen koers (JOIN(2022)0024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 5 maart 2024 getiteld “Een nieuwe strategie voor de Europese defensie-industrie: De paraatheid van de EU waarborgen door te zorgen voor een snel reagerende en weerbare Europese defensie-industrie” (JOIN(2024)0010),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 20 juni 2024 getiteld “Common Foreign and Security Policy Report – Our priorities in 2024”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029 van de kandidaat-voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen, van 18 juli 2024 getiteld “Europe’s choice”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Enrico Letta getiteld “Much more than a market”, en met name het hoofdstuk “Promoting peace and enhancing security: towards a Common Market for the defence industry”, gepubliceerd in april 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Mario Draghi van 9 september 2024 over de toekomst van het Europese concurrentievermogen en hoofdstuk vier daarvan over het vergroten van de veiligheid en het verminderen van afhankelijkheden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Sauli Niinistö van 30 oktober 2024 getiteld “Safer Together: Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het partnerschap tussen de EU en Moldavië inzake veiligheid en defensie, ondertekend op 21 mei 2024, het partnerschap tussen de EU en Noorwegen inzake veiligheid en defensie, ondertekend op 28 mei 2024, het partnerschap tussen de EU en Japan inzake veiligheid en defensie, ondertekend op 1 november 2024, het partnerschap tussen de EU en Zuid-Korea inzake veiligheid en defensie, ondertekend op 4 november 2024, het partnerschap tussen de EU en Noord-Macedonië inzake veiligheid en defensie, ondertekend op 19 november 2024, en het partnerschap tussen de EU en Albanië inzake veiligheid en defensie, ondertekend op 18 december 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de Verenigde Naties, en met name artikel 2, lid 4, dat het gebruik van geweld verbiedt, en artikel 51 over het inherente recht op individuele of collectieve zelfverdediging,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake het recht van de zee (Unclos),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties 1325 (2000) van 31 oktober 2000, 1889 (2009) van 5 oktober 2009, 2122 (2013) van 18 oktober 2013, 2242 (2015) van 13 oktober 2015 en 2493 (2019) van 29 oktober 2019 over vrouwen, vrede en veiligheid, en de resoluties 2250 (2015) van 9 december 2015, 2419 (2018) van 6 juni 2018 en 2535 (2020) van 14 juli 2020 over jongeren, vrede en veiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien resolutie 70/1 van de Algemene Vergadering van de VN van 25 september 2015, getiteld “Onze wereld transformeren: Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het pact voor de toekomst en hoofdstuk 2 daarvan over internationale vrede en veiligheid, dat op 23 september 2024 is aangenomen door de staatshoofden en regeringsleiders van de VN-lidstaten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Noord-Atlantisch Verdrag,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de top van Madrid, die op 29 juni 2022 door de staatshoofden en regeringsleiders van de NAVO is aangenomen tijdens de vergadering van de Noord-Atlantische Raad in Madrid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het strategisch concept van de NAVO van 2022 en de verklaring van de NAVO naar aanleiding van de top in Vilnius in 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de drie gezamenlijke verklaringen over de samenwerking tussen de EU en de NAVO die op 8 juli 2016, 10 juli 2018 en 10 januari 2023 zijn ondertekend,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het negende voortgangsverslag over de uitvoering van het gemeenschappelijke pakket voorstellen dat op 6 december 2016 en 5 december 2017 door de Raad van de EU en de Noord-Atlantische Raad is bekrachtigd, dat op 13 juni 2024 gezamenlijk door de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) en de secretaris-generaal van de NAVO aan de Raad van de EU en de Noord-Atlantische Raad is gepresenteerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de top van Washington, die op 10 juli 2024 door de staatshoofden en regeringsleiders van de NAVO is afgelegd tijdens de vergadering van de Noord-Atlantische Raad in Washington,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn aanbeveling van 8 juni 2022 over het buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid van de EU na de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD>PB C 493 van 27.12.2022, blz. 136.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn aanbeveling van 23 november 2022 betreffende de nieuwe uitbreidingsstrategie van de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 167 van 11.5.2023, blz. 105.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 november 2022 over de aanmerking van de Russische Federatie als staatssponsor van terrorisme<FOOTNOTE><FIELD>PB C 167 van 11.5.2023, blz. 18.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 1 juni 2023 over buitenlandse inmenging in alle democratische processen in de Europese Unie, met inbegrip van desinformatie<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/1226, 21.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1226/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 28 februari 2024 over de uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid – jaarverslag 2023<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0105.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 29 februari 2024 over de noodzaak van niet-aflatende EU-steun voor Oekraïne, na twee jaar Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6745, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6745/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 juli 2024 over de noodzaak van voortdurende steun van de EU aan Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6129, 22.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6129/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 september 2024 over de voortzetting van de financiële en militaire steun van de EU-lidstaten aan Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/7214, 10.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/7214/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 januari 2024 over de gevolgen op veiligheids- en defensiegebied van de invloed van China voor kritieke infrastructuur in de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5719, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5719/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt van 22 oktober 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het samenwerkingsmechanisme voor leningen aan Oekraïne en tot toekenning van buitengewone macrofinanciële bijstand aan Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/488, 29.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/488/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 oktober 2024 over de verkeerde interpretatie van VN-resolutie 2758 door de Volksrepubliek China en haar voortdurende militaire provocaties rond Taiwan<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/487, 29.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/487/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het overwinningsplan van Oekraïne dat de president van Oekraïne, Volodymyr Zelensky, op 17 oktober 2024 aan de Europese Raad heeft gepresenteerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel voor een ReArm Europe-plan van 4 maart 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het gezamenlijk witboek over de toekomst van de Europese defensie, zoals voorgesteld op 19 maart 2025 (JOIN(2025)0120),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 19 maart 2025 voor een verordening van de Raad tot vaststelling van het instrument “Optreden voor de Veiligheid van Europa door middel van versterking van de Europese defensie-industrie” (SAFE‑instrument) (COM(2025)0122),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 19 maart 2025 getiteld “Hogere defensie‑uitgaven opvangen binnen het stabiliteits- en groeipact” (C(2025)2000),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de toespraken en verklaringen tijdens de veiligheidsconferentie van München van 14 t/m 16 februari 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de bijeenkomst van de leiders in Londen op 2 maart 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de plannen van de Commissie voor een Europees mechanisme voor militaire verkoop,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 20 maart 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A10-0011/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de situatie op het gebied van vrede en veiligheid in de wereld het afgelopen jaar is verslechterd door de toename van onder meer conflicten, geopolitieke rivaliteit, militarisering, terrorisme en hybride dreigingen, zoals gedocumenteerd in de Normandy Peace Index 2024<FOOTNOTE><FIELD>Studie, “Mapping threats to peace and democracy worldwide – Normandy Index 2024”, Europees Parlement, Onderzoeksdienst van het Europees Parlement, september 2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de aanhoudende aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne en de voortdurende bewapeningsinspanningen en samenwerking op het gebied van bewapening met andere autoritaire mogendheden die de Europese voorraden en productiecapaciteit ver overstijgen, en de keuze van het Russische regime om de op regels gebaseerde internationale orde en de veiligheidsarchitectuur van Europa te ondermijnen en oorlog te voeren tegen Europese landen of ernaar te streven deze te destabiliseren teneinde zijn imperialistische visie op de wereld te verwezenlijken, een zeer ernstigste en ongekende bedreiging vormen voor de wereldvrede, alsook voor de veiligheid en het grondgebied van de EU en haar lidstaten; overwegende dat Rusland momenteel drie miljoen artilleriegranaten per jaar produceert, terwijl de EU in haar eerste strategie voor de Europese defensie-industrie (EDIS) streeft naar een productiecapaciteit van twee miljoen granaten per jaar tegen eind 2025; overwegende dat het Russische regime zijn banden met de autocratische leiders van China, Iran en Noord-Korea aanhaalt om zijn doelen te bereiken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat recente verklaringen van leden van de Amerikaanse regering, in combinatie met zware druk van het Amerikaanse leiderschap op Oekraïne, een verschuiving weerspiegelen in het buitenlands beleid van de VS, nu de regering-Trump een normalisering van de banden met Rusland voorstelt en het steeds duidelijker wordt dat Europa zijn veiligheid en defensie moet versterken om Oekraïne te kunnen helpen zichzelf te verdedigen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat ook de EU wordt geconfronteerd met de meest diverse en complexe reeks niet-militaire bedreigingen sinds haar oprichting, die nog wordt verergerd door de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, zoals buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging, cyberaanvallen, economische druk, chantage met levensmiddelen en energie, instrumentalisering van migratie en subversieve politieke beïnvloeding;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat Rusland de Krim en de Oekraïense regio’s Donetsk, Cherson, Loehansk en Zaporizja op onwettige wijze is binnengevallen en heeft geannexeerd; overwegende dat Oekraïne van de nodige militaire capaciteiten moet worden voorzien zolang als nodig is om een beslissende militaire overwinning te behalen, een einde te maken aan de illegale aanvalsoorlog van Rusland, de soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen te herstellen en toekomstige agressie te voorkomen; overwegende dat Oekraïne door zichzelf te verdedigen ook de Europese waarden en de essentiële veiligheidsbelangen van de Unie beschermt en daarvoor strijdt; overwegende dat Rusland nog steeds op onwettige wijze de Georgische regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië en de Moldavische regio Transnistrië bezet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de nieuwe Amerikaanse regering actief heeft geprobeerd Rusland te laten instemmen met een vredesakkoord, maar dat Rusland, ondanks twee telefoongesprekken tussen de presidenten Trump en Poetin, op respectievelijk 12 februari en 18 maart 2025, alsook verschillende rechtstreekse onderhandelingsronden tussen de Verenigde Staten en Rusland in Saudi-Arabië, tot dusver heeft vermeden duidelijk te antwoorden op elk voorstel voor een staakt-het-vuren en consequent voorwaarden heeft gesteld aan een staakt-het-vuren; overwegende dat de EU, ondanks haar herhaalde kritiek, tot dusver onvoldoende vertegenwoordigd is geweest bij de onderhandelingen over een staakt-het-vuren en over vrede in Oekraïne;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat China, gedreven door de ambitie om een mondiale supermacht te worden, de op regels gebaseerde internationale orde uitholt door een steeds assertiever buitenlands beleid en een steeds vijandiger economisch en mededingingsbeleid te voeren en door goederen voor tweeërlei gebruik te exporteren die Rusland op het slagveld tegen Oekraïne gebruikt, waardoor de Europese belangen worden bedreigd; overwegende dat China zich ook militair zwaar bewapent, zijn economische macht gebruikt om kritiek overal in de wereld de kop in te drukken, en ernaar streeft zich te doen gelden als de dominante macht in de Indo-Pacifische regio; overwegende dat China door de intensivering van zijn confronterende, agressieve en intimiderende acties tegen een aantal van zijn buurlanden, met name in de Straat van Taiwan en de Zuid-Chinese Zee, een risico vormt voor de veiligheid in de regio en in de rest van de wereld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat China in multilaterale en internationale fora al jarenlang een alternatief narratief propageert dat vraagtekens zet bij mensenrechten, democratische waarden en open markten; overwegende dat de toenemende invloed van China binnen internationale organisaties positieve vooruitgang heeft belemmerd en Taiwan verder heeft uitgesloten van rechtmatige en daadwerkelijke deelname aan deze organisaties;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het veiligheidsklimaat van de EU niet alleen in Oost-Europa, maar ook in haar zuidelijke buurlanden en daarbuiten is verslechterd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de verachtelijke terroristische aanvallen van Hamas op Israël, de aanhoudende oorlog in Gaza en de militaire operaties tegen Hezbollah op Libanees grondgebied het gevaar van een regionale militaire confrontatie in het Midden-Oosten aanzienlijk hebben vergroot, en dat het risico van een escalatie in de regio in tientallen jaren niet zo hoog is geweest; overwegende dat de voortdurende aanvallen in de Rode Zee vanuit de door de Houthi’s gecontroleerde gebieden in Jemen, met steun van Iran, en de kapingen van handelsschepen door Somalische piraten, van in de Rode Zee tot in het noordwesten van de Indische Oceaan, een aanzienlijke bedreiging vormen voor de vrijheid van scheepvaart, de maritieme veiligheid en de internationale handel; overwegende dat bijkomende aanvallen door verschillende door Iran gesteunde milities in Irak en Syrië het risico van een regionale escalatie verder doen toenemen; overwegende dat de EU een eigen militaire operatie, EUNAVFOR ASPIDES, heeft opgezet om de veiligheidssituatie in het gebied te verbeteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de oostelijke buurlanden en de landen van de Westelijke Balkan worden geconfronteerd met een steeds grotere verscheidenheid aan bedreigingen voor hun veiligheid en negatieve gevolgen ondervinden van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de toegenomen assertiviteit van regionale en mondiale actoren, zoals China; overwegende dat de stabiliteit van Kosovo dreigt te worden aangetast en dat met name de door de EU gefaciliteerde dialoog tussen Belgrado en Pristina dreigt vast te lopen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de rampzalige gevolgen van eerdere of aanhoudende oorlogen, instabiliteit, onveiligheid, armoede en klimaatverandering in de Sahelregio, Noordoost-Afrika en Libië ernstige risico’s met zich meebrengen voor de veiligheid van de EU en haar economische en handelsbelangen; overwegende dat de instabiliteit en de onveiligheid in de landen van het zuidelijk nabuurschap en de Sahelregio nauw verbonden zijn met en een uitdaging blijven vormen voor het beheer van de Europese buitengrenzen; overwegende dat de EU-missie voor bijstandsverlening inzake grensbeheer in Libië en operatie EUNAVFOR MED IRINI bijdragen tot duurzame vrede, veiligheid en stabiliteit door het wapenembargo te handhaven, illegale wapenhandel en mensensmokkel tegen te gaan en de Libische kustwacht op te leiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat een deel van Cyprus, een EU-lidstaat, nog steeds op onwettige wijze wordt bezet door Turkije;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat het Noordpoolgebied steeds belangrijker wordt voor geopolitiek, economische ontwikkeling en transport, en tegelijkertijd wordt geconfronteerd met uitdagingen in verband met klimaatverandering, militarisering en migratie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat de EU-lidstaten in het verleden te weinig in defensie hebben geïnvesteerd, wat tot een investeringskloof heeft geleid; overwegende dat de lidstaten overeenstemming hebben bereikt over meer, betere en slimmere defensie-uitgaven; overwegende dat de NAVO-richtsnoeren om minstens 2 % van het bruto binnenlands product (bbp) aan defensie te besteden, in 2024 naar verwachting zouden worden overtroffen door 16 EU-lidstaten die ook NAVO-bondgenoten zijn, ten opzichte van negen in 2023; overwegende dat een toenemend aantal deskundigen defensie-investeringen ten belope van 3 % van het bbp als een noodzakelijke doelstelling beschouwen in het licht van de directe dreiging die Rusland vormt voor de EU en haar lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat het Parlement en de Raad in 2023 overeenstemming hebben bereikt over het instrument voor de versterking van de Europese defensie-industrie door middel van gemeenschappelijke aanbestedingen (Edirpa) en de verordening betreffende de ondersteuning van de productie van munitie (ASAP), die als kortetermijn- en noodmaatregelen tot doel hebben gemeenschappelijke aanbestedingen voor de inkoop van defensiematerieel aan te moedigen, de productiecapaciteit van de Europese defensie-industrie te vergroten, uitgeputte voorraden aan te vullen en de versnippering in de sector defensie-aanbestedingen te verminderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de Commissie in 2024 voorstellen heeft gedaan voor de vaststelling van een strategie voor de Europese defensie-industrie (EDIS) en een programma voor de Europese defensie-industrie (EDIP), waarin met name aandacht wordt besteed aan de verbetering van de veiligheids- en defensievermogens van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat voor het opbouwen van defensievermogens en het aanpassen ervan aan de militaire behoeften een gemeenschappelijke strategische cultuur, een gemeenschappelijke dreigingsperceptie en gemeenschappelijke oplossingen nodig zijn, die moeten worden ontwikkeld en gecombineerd in doctrines en concepten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de uitzondering op het beginsel van financiering uit de EU-begroting, zoals vastgelegd in artikel 41, lid 2, VEU, alleen van toepassing is op uitgaven die voortvloeien uit operaties die gevolgen hebben op militair of defensiegebied; overwegende dat de VV/HV in alle andere gevallen, zo nodig samen met de Commissie, moet voorstellen om GBVB- of GVDB-gerelateerde uitgaven uit de EU-begroting te financieren; overwegende dat artikel 14, lid 1, en artikel 16, lid 1, VEU een evenwicht tot stand brengen tussen het Parlement en de Raad wat hun begrotingstaken betreft; overwegende dat dit evenwicht in de huidige praktijk niet tot uiting komt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat in het Draghi-verslag de aandacht wordt gevestigd op een combinatie van structurele zwakheden die het concurrentievermogen van de technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) van de EU aantasten, en wordt gewezen op versnippering, ontoereikende overheidsuitgaven voor defensie en beperkte toegang tot financiering; overwegende dat het kredietverleningsbeleid van de Europese Investeringsbank (EIB) de financiering uitsluit van munitie en wapens alsook uitrusting of infrastructuur die uitsluitend bestemd is voor gebruik door het leger en de politie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat er in het Niinistö-verslag op wordt gewezen dat de EU en haar lidstaten nog niet volledig zijn voorbereid op de ergste sectoroverschrijdende of multidimensionale crisisscenario’s, met name gezien de verder verslechterende externe omgeving; overwegende dat in het verslag wordt gesteld dat veel bedreigingen al continu aanwezig zijn; overwegende dat erin wordt benadrukt dat paraatheid geboden is om potentiële tegenstanders duidelijk te maken dat zij het niet langer zullen kunnen uithouden dan de EU; overwegende dat erin wordt betreurd dat de Unie geen gemeenschappelijk plan heeft in geval van gewapende agressie en wordt onderstreept dat de EU haar definitie van veiligheid moet heroverwegen; overwegende dat erin wordt benadrukt hoe belangrijk het is dat de EU bereid is een lidstaat te steunen in geval van externe gewapende agressie en dat het potentieel van de EU voor nauwere civiel-militaire samenwerking en infrastructuur en technologie voor tweeërlei gebruik verder wordt ontsloten door het gebruik van schaarse middelen te optimaliseren en de coördinatiemechanismen voor de ernstigste crisissituaties te versterken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de integratie van artificiële intelligentie in het veiligheids- en defensiedomein, met inbegrip van wapentechnologie, gevolgen heeft voor militaire operaties doordat autonome systemen, voorspellende analyses en verbeterde besluitvormingscapaciteiten een belangrijke rol kunnen spelen op het slagveld; overwegende dat deze ontwikkeling zowel ongekende kansen als grote risico’s met zich meebrengt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat het GVDB 13 civiele missies, acht militaire operaties en één civiel‑militaire missie omvat, in het kader waarvan ongeveer 5 000 personeelsleden op drie continenten worden ingezet; overwegende dat uit evaluaties van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) blijkt dat de lidstaten, in weerwil van hun toezeggingen, vaak onvoldoende militair en/of civiel personeel voor deze missies en operaties ter beschikking stellen; overwegende dat het ook ontbreekt aan snelle besluitvorming en aan flexibiliteit en aanpassing aan de specifieke lokale behoeften ter plaatse; overwegende dat dit alles negatief uitwerkt op de algehele doeltreffendheid van de GVDB-missies en ‑operaties; overwegende dat een van de doelstellingen van het strategisch kompas erin bestaat de civiele en militaire GVDB-missies en ‑operaties van de EU te versterken door ze van een krachtiger en flexibeler mandaat te voorzien, snellere en flexibeler besluitvormingsprocessen te bevorderen en voor meer financiële solidariteit te zorgen; overwegende dat de missies en operaties van de EU vaak het doelwit zijn van hybride dreigingen, waaronder desinformatie, waardoor ze minder goed in staat zijn om stabiliteit te brengen in de landen waar ze worden ingezet en waardoor reeds aanwezige instabiliteit nog wordt versterkt, wat vaak in het voordeel is van kwaadwillige niet-statelijke actoren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat de GVDB-missies en -operaties de weerbaarheid en stabiliteit in het Europese nabuurschap, onder meer in het Middellandse Zeegebied, de Westelijke Balkan, de landen van het Oostelijke Partnerschap, de Sahelregio en de Hoorn van Afrika, aanzienlijk versterken door diensten te verlenen, onder meer met betrekking tot het leger, de politie, de kustwacht, opleidingen over grensbeheer en capaciteitsopbouw;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat de bijstand van de EU aan de Libische kustwacht wordt verleend via de EU-missie voor bijstandsverlening inzake geïntegreerd grensbeheer in Libië (EUBAM Libië) en operatie EUNAVFOR MED IRINI; overwegende dat EUNAVFOR MED IRINI voornamelijk tot doel heeft de uitvoering van het wapenembargo van de VN-Veiligheidsraad in Libië te ondersteunen; overwegende dat de Raad het mandaat van operatie EUNAVFOR MED IRINI heeft verlengd tot en met 31 maart 2025, onder meer met de taak de Libische kustwacht en marine op te leiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat operatie EUFOR Althea de weg baant naar vrede, stabilisatie en de Europese integratie van Bosnië-Herzegovina en nog steeds een cruciale rol speelt bij het waarborgen van de veiligheid en stabiliteit van Bosnië en Herzegovina en de regio; overwegende dat begin maart 2025 nog eens 400 soldaten zijn ingezet ter ondersteuning van EUFOR Althea in een context van toegenomen onzekerheid in het land na de uitspraak van het Hof van Bosnië en Herzegovina in de zaak Milorad Dodik van 26 februari 2025;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat de EU op 17 mei 2024 het mandaat van de EU-opleidingsmissie in Mali (EUTM) heeft beëindigd; overwegende dat de EU op 30 juni 2024 het mandaat van de militaire partnerschapsmissie van de Europese Unie in Niger (EUMPM Niger) heeft beëindigd en op 30 september 2024 het mandaat van de EU-missie voor capaciteitsopbouw in Niger (EUCAP Sahel Niger) heeft beëindigd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat de EU voor de periode 2021-2027 1,5 miljard EUR zal uittrekken voor de ondersteuning van initiatieven op het gebied van conflictpreventie, vrede en veiligheid op nationaal en regionaal niveau in Afrika bezuiden de Sahara; overwegende dat in Afrika ook aanvullende steun wordt verleend in het kader van de Europese Vredesfaciliteit (EPF), waarmee de EU allerlei soorten uitrusting en infrastructuur ter beschikking te stellen van de strijdkrachten van EU-partners;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat de EU en haar lidstaten te maken hebben met steeds meer hybride aanvallen op hun grondgebied, waaronder buitenlandse inmenging en manipulatie van informatie, politieke infiltratie en sabotage, die tot doel hebben een gezond politiek debat en het vertrouwen van de EU-burgers in democratische instellingen te ondergraven en verdeeldheid te zaaien in de Europese samenlevingen en tussen naties; overwegende dat bij hybride dreigingen de komende jaren vaker sprake zal zijn van een systematische combinatie van informatieoorlogvoering, manoeuvres van snelle-reactieeenheden, grootschalige cyberoorlogvoering en veelvuldiger gebruik van opkomende en disruptieve technologieën, van op de zeebodem tot in de ruimte, waarbij gebruik wordt gemaakt van geavanceerde apparatuur voor bewaking vanuit de ruimte en vanuit de ruimte opererende aanvalssystemen, die allemaal gebruik zullen maken van geavanceerde AI, kwantumcomputing, steeds “intelligentere” technologieën om drones in zwermen te laten vliegen, offensieve cybercapaciteiten, hypersonische raketsystemen en nanotechnologische en biologische oorlogsvoering; overwegende dat Rusland en China blijk hebben gegeven van een toenemend gebruik van hybride instrumenten om de veiligheid en stabiliteit van de EU te ondermijnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat de Russische Federatie – als onderdeel van een toolbox voor hybride oorlogsvoering – particuliere militaire bedrijven zoals de Wagnergroep en het Afrikakorps gebruikt om geloofwaardige ontkenning te behouden en tegelijkertijd invloed uit te oefenen in verschillende regio’s en zich toegang te verwerven tot natuurlijke hulpbronnen en kritieke infrastructuur; overwegende dat het Afrikakorps en de Wagnergroep gruweldaden zouden hebben gepleegd in Oekraïne, Mali, Libië, Syrië en de Centraal Afrikaanse Republiek; overwegende dat de Russische Federatie anti-Europese sentimenten heeft aangewakkerd, met name in landen met een sterke Europese aanwezigheid of waar GVDB-missies plaatsvinden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat Zweden op 7 maart 2024 als nieuw lid tot de NAVO is toegetreden, in navolging van Finland, dat in 2023 is toegetreden; overwegende dat samenwerking op veiligheids- en defensiegebied met partners en bondgenoten van cruciaal belang is voor de ambitie van de EU om een internationale veiligheidsverschaffer te worden, en een integrale pijler van het GVDB vormt; overwegende dat samenwerking met de VN, de NAVO, de Afrikaanse Unie, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa en de Associatie van Zuidoost-Aziatische Staten (ASEAN), alsook talrijke bondgenoten en gelijkgezinde partners, zoals de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Noorwegen, Oekraïne, Moldavië, de landen van de Westelijke Balkan, Japan, Zuid-Korea, Australië, Nieuw-Zeeland en bepaalde Latijns-Amerikaanse landen, van cruciaal belang is voor de succesvolle tenuitvoerlegging van het GVDB;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De gevolgen van een verschuiving van het geopolitieke paradigma voor de Europese veiligheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>wijst op de bedreigingen voor de veiligheid van het Europese continent, die sinds de Tweede Wereldoorlog nog nooit zo ernstig waren; is zeer bezorgd over de steeds groter wordende geopolitieke breuklijnen, de nieuwe of heroplevende imperialistische ambities van autoritaire regimes om steeds machtiger te worden, systemische rivaliteit tussen grootmachten, nationalistisch unilateralisme, de verspreiding van terrorisme, waaronder jihadistisch terrorisme, de gedwongen ontheemding van burgers en het viseren van burgers en civiele infrastructuur, en het feit dat bepaalde kwaadwillige actoren steeds sneller en vaker geweld gebruiken om hun politieke en economische doelstellingen en belangen na te streven of geschillen op te lossen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>spreekt in dit verband zijn ernstige bezorgdheid uit over de duidelijke verschuiving in de houding van de Verenigde Staten ten opzichte van de Russische aanvalsoorlog, waaronder het openlijk beschuldigen van Oekraïne van de voortdurende oorlog, het opschorten van Amerikaanse militaire hulp, en pogingen om Oekraïne te dwingen afstand te doen van zijn legitieme recht op zelfverdediging; betreurt ten zeerste iedere poging om de Oekraïense leiders te chanteren om zich aan de Russische agressor over te geven, enkel en alleen om een “vredesakkoord” aan te kunnen kondigen, en is van mening dat de huidige poging van de Amerikaanse regering om te onderhandelen over een staakt-het-vuren en een vredesakkoord zonder de betrokkenheid van de EU, die uiteindelijk de gevolgen ervan voor haar rekening zal moeten nemen, contraproductief is omdat de aanvallende partij er sterker uitkomt en het beeld ontstaat dat agressief beleid wordt beloond in plaats van bestraft; is voorzichtig optimistisch over het voorstel voor een staakt-het-vuren van 30 dagen; brengt in herinnering dat een staakt-het-vuren enkel een doeltreffend instrument kan zijn om de vijandelijkheden op te schorten indien de agressor zich er volledig aan houdt; verwacht dat Rusland er daarom mee instemt en zich eraan houdt, door alle aanvallen op Oekraïne, zijn militaire posities, de burgerbevolking, de infrastructuur en het grondgebied te staken; concludeert niettemin, rekening houdend met de Russische voorgeschiedenis van schendingen van eerdere akkoorden, dat er alleen vrede kan worden bereikt door de positie van Oekraïne te versterken via robuuste veiligheidsgaranties; is daarentegen van mening dat elke regeling die de legitieme aspiraties van Oekraïne ondermijnt, zoals zijn recht om zijn eigen veiligheidsregelingen te kiezen, of die geen geloofwaardige veiligheidsgaranties biedt, Oekraïne en andere Europese landen aan hernieuwde Russische aanvallen zal blootstellen; betreurt in dit verband dat de Amerikaanse regering in de Algemene Vergadering van de VN en de VN-Veiligheidsraad in lijn met de Russische regering heeft gestemd over resoluties over het feit dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne al drie jaar duurt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>is van mening dat de geopolitieke tonelen in Oekraïne, het Midden-Oosten, de Zuid-Chinese Zee en de Indo-Pacifische regio steeds meer met elkaar verbonden zijn nu met name Rusland en China hun banden aanhalen, en aanzienlijke uitdagingen voor de vrede en veiligheid in de wereld en de op regels gebaseerde internationale orde vormen, die door de internationale gemeenschap moeten worden aangepakt; wijst op het toenemende aantal aanslagen en hybride bedreigingen die tot doel hebben de democratische waarden en structuren te ondermijnen, onder meer tijdens verkiezingen, en de samenhang tussen de Europese burgers en hun gehechtheid aan op Europese waarden gebaseerde samenlevingen en de rechtsstaat op losse schroeven te zetten; is van mening dat het bij deze ontwikkelingen gaat om een paradigmaverschuiving, aangezien hierbij niet meer als uitgangspunt geldt dat gestreefd dient te worden naar internationale veiligheid op basis van de eerbiediging van het internationale recht, een op regels gebaseerde internationale orde en multilateralisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst op de veranderende aard van wereldwijde veiligheidsdreigingen en benadrukt dat naast militaire inspanningen ook diplomatie, ontwikkelingssamenwerking, wapenbeheersing en ontwapening een cruciale rol spelen bij het waarborgen van langdurige internationale vrede en veiligheid; merkt evenwel op dat diplomatieke inspanningen om vrede en veiligheid tot stand te brengen, de laatste tijd slechts een beperkt effect hebben gesorteerd; onderstreept dat duurzame vrede en stabiliteit in de wereld niet kunnen worden bereikt met militaire middelen alleen, maar dat er omvattende strategieën nodig zijn om de onderliggende oorzaken van instabiliteit, zoals armoede, ongelijkheid, falend bestuur en klimaatverandering, aan te pakken; benadrukt dat het Global Gateway-initiatief van de EU en andere ontwikkelingsprogramma’s moeten worden afgestemd op veiligheidsdoelstellingen, waarbij de ontwikkeling van weerbare samenlevingen wordt gestimuleerd door inclusieve economische groei, goed bestuur en mensenrechten te bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De reactie van de EU: een nieuw tijdperk van Europese veiligheid en defensie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is zeer ingenomen met het Joint White Paper for European Defence Readiness 2030<FOOTNOTE><FIELD>JOIN(2025)0120.</FIELD></FOOTNOTE>, waarin een sterke en ambitieuze routekaart voor het verbeteren van de veiligheid van Europa wordt voorgesteld; verzoekt de Commissie en de lidstaten de verschillende ambitieuze elementen snel en zonder uitstel uit te voeren, aangezien Europa in staat moet zijn om agressors te ontmoedigen en zich op alle fronten te verdedigen, het voortouw te nemen en snel op te treden op het gebied van veiligheidsvraagstukken, alsook voor zichzelf defensiematerieel te produceren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt dat het absoluut noodzakelijk is dat de EU de uitdagingen die voortvloeien uit de talrijke en voortdurend evoluerende bedreigingen voor haar veiligheid onderkent en het hoofd biedt, en dat zij daartoe werk maakt van verbeterde en nieuwe beleidsmaatregelen en acties die de EU en haar lidstaten in staat stellen om gezamenlijk en op coherente wijze hun defensie in Europa te versterken, teneinde de veiligheid van alle EU-lidstaten en hun burgers te waarborgen en hun vermogen om op mondiaal niveau op te treden, te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is van mening dat diplomatie een hoeksteen van het buitenlands beleid van de EU moet blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>herinnert eraan dat het belangrijk is dat de EU een grotere strategische autonomie en defensieparaatheid tot stand brengt, zoals uiteengezet in het strategisch kompas, om ervoor te zorgen dat haar doelstellingen worden afgestemd op de collectieve en soevereine belangen van haar lidstaten en de bredere visie op Europese veiligheid en defensie; erkent in dit verband dat bepaalde lidstaten van oudsher een beleid van militaire neutraliteit voeren, en eerbiedigt het recht van elke lidstaat om zijn eigen veiligheidsbeleid te bepalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is om artikel 42, lid 7, VEU betreffende wederzijdse bijstand in de praktijk te blijven brengen en zo solidariteit tussen de lidstaten te waarborgen, met name met de lidstaten die door hun geografische ligging rechtstreeks blootstaan aan onmiddellijke dreigingen en uitdagingen, en dat ongeacht of zij NAVO-lid zijn; dringt aan op concrete stappen in de richting van de ontwikkeling van een echt solidariteitsbeleid van de EU, onder andere door meer duidelijkheid te scheppen over de praktische regelingen voor het geval dat een lidstaat artikel 42, lid 7, VEU in werking stelt en over de samenhang tussen artikel 42, lid 7, VEU en artikel 5 van het Noord-Atlantisch Verdrag;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>wijst op de over het algemeen beperkte vooruitgang en het gebrek aan investeringen in de ontwikkeling van gemeenschappelijke Europese defensievermogens, industriële capaciteit en defensieparaatheid sinds de oprichting van het GVDB 25 jaar geleden; stelt tot zijn spijt vast dat er ondanks de ambitie om een gemeenschappelijk defensiebeleid van de Unie uit te stippelen, zoals vastgelegd in artikel 42, lid 2, VEU, nog steeds geen concrete stappen zijn ondernomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>onderstreept dat terwijl we werken aan onze eigen defensie, onze alliantie en samenwerking met de Verenigde Staten uiterst belangrijk blijven, evenals de coördinatie met de NAVO, zowel bij de ontwikkeling van vermogens als bij de uitwisseling van gerubriceerde informatie; erkent dat de veiligheidsprioriteiten van de Verenigde Staten zijn veranderd als gevolg van uitdagingen in andere regio’s, waardoor Europa de volledige verantwoordelijkheid moet nemen voor zijn defensie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt de noodzaak van een echt gemeenschappelijke aanpak, gemeenschappelijk beleid en gezamenlijke inspanningen op het gebied van defensie, en van een paradigmaverschuiving in het GVDB van de EU om de EU in staat te stellen in haar nabuurschap en op het wereldtoneel besluitvaardig en doeltreffend op te treden, haar waarden, belangen en burgers te beschermen en haar strategische doelstellingen te bevorderen; onderstreept dat het belangrijk is de EU te presenteren als een sterke en verenigde internationale speler die in staat is strategischer en autonomer op te treden, zich tegen mogelijke vijandelijke aanvallen te verdedigen, haar partners te steunen en vrede, duurzame ontwikkeling en democratie tot stand te brengen; benadrukt dat het van het grootste belang is dat de EU en haar lidstaten blijven werken aan de totstandbrenging van een gemeenschappelijke strategische cultuur op het gebied van veiligheid en defensie; onderstreept dat de lidstaten samen moeten nadenken over de toekomst van hun afschrikkingsbeleid en ‑doctrines en over de aanpassing daarvan aan de veranderende veiligheidsomgeving in Europa; benadrukt verder dat de EU haar democratische en onafhankelijke structuren, besluitvormingsprocessen en operationele autonomie moet versterken om een samenhangend buitenlands en defensiebeleid te kunnen ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verwelkomt de doelstelling van de voorzitter van de Commissie om een werkelijke Europese defensie-unie tot stand te brengen en zo op het gebied van Europese defensie en veiligheid een nieuw tijdperk in te luiden; is ingenomen met de benoeming van Andrius Kubilius, de allereerste commissaris voor Defensie en Ruimtevaart, die de opdracht heeft gekregen om samen te werken met de VV/HV; is verheugd over de publicatie van het witboek over de toekomst van de Europese defensie ; benadrukt dat de EU en haar lidstaten de Europese defensie-unie moeten definiëren, prioritaire maatregelen moeten nemen en toekomstige acties moeten voorbereiden om de defensieparaatheid van de EU te waarborgen, met name met betrekking tot de dreiging die uitgaat van Rusland, en om de afschrikking te versterken en de operationele capaciteiten als defensiemiddel in oorlogstijd te vergroten, en tegelijk moeten voorzien in civiele en humanitaire behoeften om zo het concept “voor tweeërlei gebruik” in de praktijk te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is ingenomen met het vijfpuntenplan “ReArm Europe”, dat op 4 maart 2025 door de voorzitter van de Commissie voorgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>is ingenomen met de resultaten van de buitengewone bijeenkomst van de Europese Raad van 6 maart 2025 en de conclusies van de bijeenkomst van de Europese Raad van 20 maart 2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is verheugd dat in het witboek rekening is gehouden met de eisen van het Parlement met betrekking tot de noodzaak om de land-, lucht- en zeegrenzen van de EU te beschermen tegen militaire en hybride dreigingen; is ingenomen met de goedkeuring van een oostelijk grensschild (East Shield) en spreekt nogmaals zijn steun uit voor de Baltische defensielinie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is ingenomen met de publicatie van de EU-strategie voor een paraatheidsunie en benadrukt dat het optreden van de EU holistisch moet zijn en alle dimensies van veiligheid – extern, intern, sociaal en economisch – moet omvatten; is er vast van overtuigd dat alleen een dergelijke alomvattende aanpak zal zorgen voor duurzame publieke steun op de lange termijn; onderstreept dat de in het witboek en de strategie voor een paraatheidsunie uiteengezette maatregelen elkaar moeten aanvullen en versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de EU en haar lidstaten meer inspanningen te leveren om de toezegging gestand te doen die zij in de Verklaring van Versailles hebben gedaan om meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen defensie en veiligheid, onder meer door een grotere strategische autonomie te bewerkstelligen en hun defensie- en afschrikkingsvermogens te versterken, in het bijzonder aan de oostgrenzen; benadrukt dat de NAVO en het trans-Atlantische partnerschap met de Verenigde Staten de hoekstenen van de Europese collectieve defensie blijven en dat de EU en de NAVO een complementaire, samenhangende en wederzijds versterkende rol spelen bij de ondersteuning van internationale vrede en veiligheid; herinnert eraan dat een sterkere en slagvaardigere EU op het gebied van veiligheid en defensie een positieve bijdrage zal leveren aan de mondiale en trans-Atlantische veiligheid en een aanvulling vormt op de NAVO; benadrukt dat de EU-lidstaten en de EU als geheel meer inspanningen moeten leveren in de vorm van meer en gerichte gezamenlijke investeringen, gezamenlijke aanbestedingen voor defensieproducten die voor het grootste deel in de EU worden ontworpen en geproduceerd, en de ontwikkeling van meer gezamenlijke vermogens, onder meer door bundeling en gezamenlijk gebruik, om zo hun strijdkrachten te versterken met het oog op operationele doeleinden op nationaal, NAVO- of EU-niveau; benadrukt dat de EU en haar lidstaten ervoor moeten zorgen dat een aanzienlijk en groter deel van hun militaire uitrusting niet onderworpen is aan beperkende regelgeving van derde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>onderschrijft de ambitie om de Europese pijler binnen de NAVO te versterken en benadrukt dat de ontwikkeling van een Europese defensie-unie hand in hand moet gaan met nauwere samenwerking tussen de EU en de NAVO, waarbij de unieke capaciteiten van elk van beide organisaties ten volle moeten worden benut;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt de noodzaak van nauwe coördinatie op het gebied van afschrikking en samenwerking tussen de EU en de NAVO met het oog op de ontwikkeling van coherente, complementaire en interoperabele defensievermogens en de versterking van de industriële productiecapaciteit; benadrukt dat een Europese pijler binnen de NAVO met name bestaat in de gezamenlijke aankoop van strategische hulpmiddelen of strategische wapensystemen, die vaak te duur zijn voor één lidstaat, zoals tankvliegtuigen, commando- en controlevermogens, hypersonische wapens, gelaagde luchtverdediging, vermogens voor elektronische oorlogvoering en lucht- en raketafweersystemen; is van mening dat de Europese meerwaarde ligt in de gezamenlijke ontwikkeling of aankoop van deze hulpmiddelen en systemen waaraan het de afzonderlijke EU-lidstaten in grote mate ontbreekt; wijst erop dat de vermogensontwikkeling van de EU de Europese pijler binnen de NAVO versterkt en dus bijdraagt aan de trans‑Atlantische veiligheid; vraagt dat er een regelmatige conferentie tussen de EU en de NAVO wordt gehouden om te zorgen voor nauwe coördinatie en complementariteit tussen de inspanningen van beide organisaties en hun lidstaten om de vermogensontwikkeling en bewapening te versterken, en dat daarbij wordt vermeden dat er op onnodige en disfunctionele wijze dubbel werk wordt verricht; verzoekt de Commissie en de Raad ervoor te zorgen dat de inspanningen van de EU op het gebied van de ontwikkeling van defensievermogens stroken met de doelstellingen van het defensieplanningsproces van de NAVO; dringt er voorts op aan dat alle steun uit de EPF voor de levering van uitrusting wordt verstrekt in overleg met de NAVO om de efficiëntie te vergroten en onnodige overlapping te voorkomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De Europese veiligheid versterken: Oekraïne ondersteunen door de levering van militaire vermogens om een einde te maken aan de Russische aanvalsoorlog</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>dringt erop aan dat de EU Oekraïne veiligheidsgaranties moet bieden, zoals wordt aanbevolen in het veiligheidspact van Kiev, om verdere Russische agressie te ontmoedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>benadrukt dat de financiële steun van de EU en haar lidstaten aan Oekraïne groter is dan die van gelijk welk ander land, waaruit blijkt dat de inzet van de EU voor Oekraïne ongeëvenaard is; beklemtoont dat de EU in onderhandelingen die van invloed zijn op de veiligheid van Europa een rol toebedeeld moet krijgen die in verhouding staat tot haar politieke en economische gewicht; stelt nogmaals dat er van onderhandelingen die raken aan de Europese veiligheid geen sprake kan zijn zonder dat de EU mee aan tafel zit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>herhaalt de conclusie van de Europese Raad van 20 maart 2025 waarin het beginsel van “vrede bereiken door sterk te zijn” wordt onderschreven, en onderstreept dat Oekraïne zo sterk mogelijk moet staan om uiteindelijk met Rusland te onderhandelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat een alomvattend vredesakkoord, waarin de onafhankelijkheid, de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne worden geëerbiedigd, moet vergezeld gaan van robuuste en geloofwaardige veiligheidsgaranties voor Oekraïne, ter afschrikking van toekomstige Russische agressie; is ingenomen met de inspanningen die in dit verband met gelijkgestemde partners en NAVO-partners zijn gestart; is ingenomen met de conclusies van de Europese Raad van 20 maart 2025, waarin wordt benadrukt dat de EU en haar lidstaten bereid zijn bij te dragen aan veiligheidsgaranties, met name door het ondersteunen van het vermogen van Oekraïne om zich doeltreffend te verdedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>spreekt nogmaals de stellige overtuiging uit dat de EU en haar lidstaten solidair moeten blijven met Oekraïne tijdens de Russische aanvalsoorlog en dat zij Oekraïne tijdig alle militaire middelen moeten verschaffen die het nodig heeft om zich te verdedigen, de Russische strijdkrachten en hun handlangers af te weren, het conflict te beëindigen, zijn soevereiniteit te beschermen en zijn territoriale integriteit binnen zijn internationaal erkende grenzen te herstellen; staat dan ook volledig achter de “stekelvarkenstrategie” voor Oekraïne, zoals uiteengezet in het witboek; is ingenomen met de door de EU en Oekraïne overeengekomen gezamenlijke toezeggingen op het gebied van veiligheid en met de bilaterale veiligheidsovereenkomsten die Oekraïne met een aantal lidstaten heeft gesloten; benadrukt dat deze toezeggingen en overeenkomsten deel uitmaken van een breder internationaal gecoördineerd pakket van veiligheidsgaranties voor Oekraïne, waaronder de vaststelling door de G7 van een multilateraal kader voor onderhandelingen over bilaterale veiligheidstoezeggingen en ‑regelingen voor Oekraïne; is van mening dat Oekraïne zonder beslissende militaire steun van de EU geen overwinning op Rusland zal kunnen behalen; verzoekt de EU-lidstaten nogmaals met klem hun toezeggingen spoedig na te komen en wapens, gevechtsvliegtuigen, drones, luchtafweer, wapensystemen en munitie aan Oekraïne te leveren, inclusief vanuit vliegtuigen te lanceren kruisvluchtwapens en grond-grondsystemen, en om de betreffende hoeveelheden aanzienlijk te verhogen; neemt nota van de geslaagde levering van 1 miljoen patronen aan Oekraïne, zoals in maart 2023 door de Raad was overeengekomen, ondanks de betreurenswaardige vertraging van negen maanden; stelt vast dat de productiecapaciteit van artilleriemunitie in de EU er aanzienlijk op is vooruitgegaan, wat bijdraagt tot de paraatheid en het vermogen van de EU om Oekraïne te steunen; benadrukt dat het belangrijk is de droneafweercapaciteiten van Oekraïne te versterken, als cruciaal element om bedreigingen vanuit de lucht tegen te gaan en de operationele veiligheid te handhaven; vraagt dat er gespecialiseerde uitrusting en deskundigheid worden verstrekt om de Oekraïense strijdkrachten in staat te stellen vijandige droneactiviteiten snel op te sporen, te volgen en erop te reageren, zodat zowel de militaire als de civiele infrastructuur goed worden beschermd; verzoekt de lidstaten alle beperkingen op te heffen die Oekraïne beletten westerse wapensystemen overeenkomstig het internationaal recht te gebruiken tegen legitieme militaire doelwitten in Rusland; verzoekt de Raad zich ertoe te verbinden alle in beslag genomen militaire uitrusting of munitie van EU-operaties en ‑missies binnen en buiten de EU over te dragen aan Oekraïne; herhaalt zijn standpunt dat alle EU-lidstaten en NAVO-bondgenoten zich er collectief en individueel toe moeten verbinden Oekraïne militair te steunen met niet minder dan 0,25 % van hun bbp per jaar;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>herhaalt dat Oekraïne het inherente recht heeft om zijn eigen lot te kiezen en vraagt nogmaals dat Oekraïne en de EU op passende wijze worden betrokken bij de lopende onderhandelingen tussen de Verenigde Staten en Rusland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>looft het “Deense model” van steun aan Oekraïne, dat erin bestaat rechtstreeks in Oekraïne geproduceerde defensievermogens aan te kopen; vraagt de EU en haar lidstaten dit model krachtig te steunen en het potentieel ervan ten volle te benutten, aangezien de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne, die op ongeveer 50 % wordt geraamd, onderbenut wordt, en omdat het model beide partijen veel voordelen biedt, zoals goedkoper materieel, snellere en veiligere logistiek, gemakkelijkere opleiding en gemakkelijker onderhoud;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>vraagt de EU en haar lidstaten Oekraïne te steunen bij zijn inspanningen om meer internationale medestanders te vinden voor het overwinningsplan en de vredesformule die de president van Oekraïne, Volodymyr Zelensky, heeft gepresenteerd, omdat dit de enige realistische manier is om de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Oekraïne te herstellen op basis van het internationaal recht, om Rusland, zijn leiders en zijn handlangers, en met name het Belarussische regime, ter verantwoording te roepen voor het voeren van een aanvalsoorlog tegen Oekraïne en het plegen van oorlogsmisdrijven en het misdrijf agressie, en om ervoor te zorgen dat Rusland herstelbetalingen en andere betalingen verricht ter compensatie van de grote schade die in Oekraïne is aangericht; benadrukt dat om het even welk initiatief om het conflict te beëindigen, de steun moet hebben van Oekraïne en uiteindelijk van zijn bevolking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de HV/VV meer diplomatieke steun te vergaren voor Oekraïne en voor de aan Rusland opgelegde sancties, met gebruikmaking van het volledige spectrum van het diplomatieke instrumentarium, en de EU-lidstaten aan te moedigen om secundaire sancties te overwegen; betreurt dat er onderdelen van westerse oorsprong zijn aangetroffen in wapens en wapensystemen die door Rusland worden gebruikt tegen Oekraïne, en verzoekt de EU en de lidstaten de sancties strikter toe te passen; dringt erop aan dat de lidstaten meer actie ondernemen en samenwerken om de Russische schaduwvloot een halt toe te roepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>spreekt zijn krachtige afkeuring uit over de rol die Noord-Korea in de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne speelt door Noord-Koreaanse troepen op te leiden en naar Rusland te sturen om rechtstreeks aan de oorlog deel te nemen of om de Russische strijdkrachten te ondersteunen; hekelt ook in de krachtigste bewoordingen de levering door Noord-Korea van militaire uitrusting en wapens die actief worden ingezet op het slagveld, en de betrokkenheid van het land bij het omzeilen van sancties; beschouwt de acties van Noord-Korea als een flagrante schending van internationale normen en waarschuwt voor het gevaarlijke en aanzienlijke risico van escalatie dat zij vormen voor Europa en de ruimere internationale gemeenschap; wijst met grote bezorgdheid op het risico dat Noord-Korea het slagveld in Oekraïne gebruikt als platform om geavanceerde gevechtstactieken, waaronder oorlogvoering met drones, te bestuderen met het voornemen om deze technieken in mogelijke toekomstige conflicten toe te passen; spreekt zijn verontwaardiging uit over het feit dat verscheidene andere schurkenstaten, waaronder Iran, de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne actief steunen; hekelt in dit verband de overdracht door Iran van Shahed-drones, munitie en ballistische raketten aan Rusland, waardoor het risico van een mogelijke militaire interventie door de Islamitische Revolutionaire Garde in de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne toeneemt; is er vast van overtuigd dat de EU en de internationale gemeenschap hier krachtig op moeten reageren met een combinatie van diplomatieke, militaire en economische maatregelen, en vooral door Oekraïne meer steun te geven om zich beter te kunnen verdedigen tegen deze alliantie van schurkenstaten die Rusland heeft opgebouwd; onderstreept dat het belangrijk is om in dit verband nauwe contacten te onderhouden met de nieuwe Amerikaanse regering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>wijst op het belang van de EPF, die een belangrijke rol heeft gespeeld omdat daaruit steun is verleend voor de ontwikkeling van militaire vermogens en het opleiden van Oekraïense strijdkrachten, waarbij de coördinatie voor alle belanghebbenden werd gefaciliteerd via het clearinghousemechanisme onder beheer van de militaire staf van de EU; juicht het toe dat binnen de EPF een fonds voor bijstand aan Oekraïne is opgericht en pleit ervoor dat de financiële middelen voor militaire bijstand aan Oekraïne via dit instrument worden verhoogd en dat tegelijk een financieel perspectief op middellange termijn wordt geboden; dringt er bij de Hongaarse regering op aan onmiddellijk te stoppen met haar pogingen om de acties van de EU ter ondersteuning van Oekraïne te belemmeren en haar veto in te trekken tegen de verlenging van de EU-sancties en de militaire steun van de EPF aan Oekraïne, waaronder de overeengekomen terugbetaling aan de EU-lidstaten van de militaire hulp die zij hebben verstrekt; uit zijn diepe bezorgdheid over het feit dat het veto van de Hongaarse regering de opening van een nieuwe uitgaventranche ter ondersteuning van de Oekraïense strijdkrachten heeft geblokkeerd en de vrijgave van 6,6 miljard EUR aan gedeeltelijke terugbetaling aan de EU-lidstaten die militaire steun aan Oekraïne verlenen, heeft verhinderd; dringt er bij de Raad en de VV/HV op aan om innovatieve oplossingen te vinden waarmee deze blokkades kunnen worden opgeheven en deze besnoeiingen kunnen worden gecompenseerd; moedigt de lidstaten aan om op scenario’s gebaseerde en voorspelbare inventarissen op te maken van de militaire vermogens die in het kader van de EPF kunnen worden verstrekt, om ervoor te zorgen dat de vermogens die op korte termijn nodig zijn, snel bij de lidstaten kunnen worden opgevraagd en onverwijld worden geleverd, en dat de vermogens die Oekraïne op lange termijn kunnen helpen om de afschrikking te herstellen, binnen een afzienbare termijn ter beschikking worden gesteld, zo nodig in coördinatie met derde landen; waardeert het dat alle militaire bijstand en wapenleveringen in het kader van de EPF volledig in overeenstemming zijn geweest met het gemeenschappelijk standpunt van de EU inzake wapenuitvoer, het internationaal recht inzake de mensenrechten en het humanitaire recht, en dat voor de nodige transparantie en verantwoording wordt gezorgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is het niet eens met het beleid van de Hongaarse regering ten aanzien van Rusland, het gebruik van veto’s tegen EU-sancties en het blokkeren van de financiële steun en defensiesteun van de EU voor Oekraïne; is van mening dat het optreden van de Hongaarse regering de eenheid en solidariteit in Europa ondermijnt; herinnert eraan dat landen in het kader van de Europese Vredesfaciliteit recht hebben op een financiële compensatie voor de levering van uitrusting aan Oekraïne en onderstreept in het licht hiervan dat de huidige blokkering van terugbetalingen aan 25 lidstaten – waarbij Polen de grootste dupe is met in totaal 450 miljoen EUR aan onbetaalde compensaties – onmiddellijk moet worden opgeheven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>vestigt de aandacht op het resultaat van de NAVO-top in Washington, waar opnieuw is bevestigd dat de toekomst van Oekraïne in de NAVO ligt en dat het bondgenootschap het recht van Oekraïne ondersteunt om zijn eigen veiligheidsregelingen te kiezen en zelf over zijn toekomst te beslissen, zonder inmenging van buitenaf; is het ermee eens dat zowel de EU als de NAVO blijk hebben gegeven van politieke eenheid in hun solidariteit met en hun inzet voor steun aan Oekraïne; verklaart nogmaals ervan overtuigd te zijn dat Oekraïne zich onomkeerbaar op weg naar NAVO-lidmaatschap bevindt; is ingenomen met de toezegging van de bondgenoten om veiligheidsbijstand op lange termijn te verlenen voor de levering van militair materieel, bijstand en opleiding voor Oekraïne; erkent de cruciale rol van de NAVO, de samenwerking tussen de EU en de NAVO en NAVO-bondgenoten zoals de VS en het VK bij het coördineren van de inspanningen om Oekraïne militair te steunen, niet alleen door de levering van wapens, munitie en uitrusting, maar ook met inlichtingen en gegevens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>is ingenomen met het besluit van de Raad van 21 mei 2024 om de nettowinsten als gevolg van uitzonderlijke inkomsten uit bevroren activa van de Russische centrale bank (RCB) in de EU, die voortvloeien uit de uitvoering van de door de EU opgelegde beperkende maatregelen, te gebruiken voor verdere militaire steun aan Oekraïne en ten behoeve van de defensie-industrie en de wederopbouw van het land; is ook ingenomen met het akkoord met de Raad, dat heeft geleid tot het besluit van de Raad van 23 oktober 2024 om een pakket financiële bijstand goed te keuren, waaronder een buitengewone macrofinanciële bijstandslening van maximaal 35 miljard EUR en de instelling van een samenwerkingsmechanisme voor leningen aan Oekraïne, dat gebruik zal maken van bijdragen uit de winsten van geïmmobiliseerde activa van de RCB en Oekraïne zal ondersteunen bij de terugbetaling van leningen van de EU en haar G7-partners ten belope van maximaal 45 miljard EUR; herinnert er echter aan dat de beschikbaarstelling van deze financiële bijstand ten koste zal gaan van het bedrag dat bestemd is voor militaire steun van de EU via de faciliteit voor Oekraïne, die nu slechts maximaal 15 % van de winst uit de geïmmobiliseerde activa van de RCB zal ontvangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>is verheugd over de resultaten van de missie van de EU ter ondersteuning van Oekraïne (EUMAM), die tot dusver meer dan 70 000 Oekraïense soldaten op EU-grondgebied heeft opgeleid, waarmee de EU de grootste verstrekker van militaire opleiding aan Oekraïne is geworden, en die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de versterking van de militaire capaciteit van de Oekraïense strijdkrachten; neemt nota van de nieuwe doelstelling om tegen het einde van de winter van 2024-2025 75 000 Oekraïense soldaten op te leiden; is ingenomen met het besluit van de Raad van 8 november 2024 om het mandaat van de missie met twee jaar te verlengen; vraagt dat de financiële, logistieke en personele middelen van de EUMAM worden uitgebreid en worden aangepast aan de evoluerende militaire opleidingsbehoeften van de Oekraïense strijdkrachten, onder meer op het gebied van luchtafweer en maritieme defensie, en aan de gevraagde hervormingsinspanningen op lange termijn in overeenstemming met de gezamenlijke toezeggingen op veiligheidsgebied van de EU en Oekraïne; is ingenomen met de grote deelname van de lidstaten aan EUMAM, die als model zal dienen voor toekomstige militaire trainingsmissies, die afschrikking in de hand werken door de interoperabiliteit tussen de lidstaten en de partners aanzienlijk te verbeteren, en verzoekt de lidstaten blijk te geven van dezelfde ambitie en bijdragen met betrekking tot andere lopende en toekomstige GVDB-missies en ‑operaties; benadrukt dat de EUMAM ook moet fungeren als platform voor de uitwisseling van best practices om ervoor te zorgen dat de Europese strijdkrachten ook kunnen profiteren van de lessen die de Oekraïense strijdkrachten op het slagveld hebben geleerd; is ingenomen met de start van de op de NAVO-top in Washington aangekondigde NSATU-missie van de NAVO (veiligheidsbijstand en ‑training voor Oekraïne), die de verstrekking van militaire opleiding en uitrusting aan Oekraïne door NAVO-bondgenoten en ‑partners coördineert en logistieke steun verleent; benadrukt het belang van nauwe coördinatie tussen de EUMAM en de NSATU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>	prijst het werk dat de adviesmissie van de Europese Unie in Oekraïne (EUAM) heeft geleverd bij de uitvoering, in moeilijke omstandigheden, van haar onlangs versterkte mandaat; verzoekt de EU ervoor te zorgen dat de EUAM over voldoende financiële en logistieke middelen en deskundig personeel beschikt om in de behoeften van Oekraïne te voorzien, en verwelkomt in dit verband de deelname van niet-EU-landen; benadrukt het belang van EUAM en haar rol als de grootste EU-aanwezigheid ter plaatse, die strategisch advies verleent aan de nationale autoriteiten en de nationale veiligheidsdiensten van Oekraïne; wijst op de kerntaken van de EUAM, namelijk de bestrijding van georganiseerde en grensoverschrijdende criminaliteit, het herstel van de openbare diensten in bevrijde gebieden en de ondersteuning van onderzoek naar en vervolging van internationale misdrijven, waarbij wordt voortgebouwd op de aanwezigheid en deskundigheid van de EUAM;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is om met de Oekraïense defensie-industrie samen te werken en die geleidelijk te integreren in de technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) van de EU, en dringt er in dit verband op aan dat bij de voorbereiding van nieuwe wetgevingsinitiatieven van de Commissie om de EDTIB te versterken, ten volle rekening wordt gehouden met de Oekraïense defensie; benadrukt dat er concrete stappen moeten worden gezet om Oekraïne tijdens het proces van toetreding tot de EU te integreren in het defensiebeleid en de defensieprogramma’s van de EU, onder meer door de Oekraïense strijdkrachten aan te passen aan de vermogensvereisten van de EU en ze te betrekken bij grensoverschrijdende projecten en programma’s voor industriële en technologische samenwerking op defensiegebied; is in dit verband ingenomen met de opening van het EU-Bureau voor defensie-innovatie in Oekraïne, dat de Oekraïense behoeften en capaciteiten op het gebied van defensie-innovatie in kaart moet brengen, gezamenlijke initiatieven moet faciliteren, grensoverschrijdende samenwerking tussen belanghebbenden uit de EU en de Oekraïense defensie-industrie moet bevorderen, en als contactpunt voor Oekraïense partners en coördinatie- en informatiehub moet fungeren; is ingenomen met de lopende initiatieven van diverse EU-lidstaten om nauwer met Oekraïne samen te werken op het gebied van onderzoek en industriële productie op defensiegebied, en dringt aan op verdere benutting van het innovatieve defensiepotentieel van Oekraïne om wapens en munitie te ontwikkelen en de productie ervan te versnellen in nauwe samenwerking met de EU en andere westerse partners, met gebruikmaking van de beschikbare steunmechanismen; verzoekt de militaire industrieën van de EU-lidstaten hun toezegging na te komen om militaire productie op Oekraïens grondgebied tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>benadrukt dat de ontmijningscapaciteit in Oekraïne moet worden vergroot om de wijdverbreide aanwezigheid van niet-geëxplodeerde munitie en landmijnen aan te pakken en om de Oekraïense wateren in de Zwarte Zee te ontmijnen; pleit voor de toewijzing van specifieke middelen ter ondersteuning van uitgebreide ontmijningsopleidingen, met inbegrip van geavanceerde detectie- en verwijderingstechnieken; merkt op dat een grotere ontmijningscapaciteit niet alleen veiligere militaire operaties mogelijk zal maken, maar ook het herstel en de veiligheid van door de oorlog getroffen civiele gebieden zal ondersteunen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De krachten bundelen om de defensievermogens te vergroten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>is ingenomen met de in de EDIS geformuleerde ambitie om de defensieparaatheid van de EU en haar lidstaten te vergroten en de EDTIB een impuls te geven; acht het voorstel van de Commissie om een programma voor de Europese defensie-industrie (EDIP) op te zetten in dit verband van vitaal belang; steunt de doelstelling om de industriële paraatheid van de EU op defensiegebied te versterken, de gezamenlijke defensieplanning te verbeteren en gezamenlijke aanbestedingen van de lidstaten verder te faciliteren in overeenstemming met de prioriteiten die in het vermogensontwikkelingsplan (Capability Development Plan – CDP) en de samenwerkingsgebieden die in de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie (Coordinated Annual Review on Defence – CARD) zijn vastgesteld, teneinde Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang op te zetten, met name op gebieden met strategische vermogens, zoals lucht- en raketafweer, alsook om de continuïteit van de voorziening en de toegang tot kritieke grondstoffen te waarborgen en tekorten in de defensieproductie te voorkomen; staat volledig achter het idee om voornamelijk gebruik te maken van samenwerking op EU-niveau in de Europese defensie-industrie, en steunt de concrete gekwantificeerde doelstellingen voor samenwerking die in de EDIS worden voorgesteld en die met name gericht zijn op gezamenlijke aanbestedingen, waarbij de lidstaten in het bijzonder wordt verzocht om tegen 2030 ten minste 40 % van het defensiematerieel gezamenlijk aan te kopen, ervoor te zorgen dat de waarde van de defensiehandel binnen de EU tegen 2030 ten minste 35 % van de waarde van de defensiemarkt in de EU vertegenwoordigt, en tegen 2030 ten minste 50 % en tegen 2035 ten minste 60 % van hun defensie-investeringen binnen de EU te doen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>benadrukt dat permanente gestructureerde samenwerking (Permanent Structured Cooperation – PESCO) belangrijk is om de defensievermogens van de EU te verbeteren en te harmoniseren; stelt nogmaals tot zijn spijt vast dat de lidstaten het PESCO-kader nog steeds niet ten volle benutten en dat de huidige 66 lopende projecten weinig tastbare resultaten opleveren; betreurt voorts het gebrek aan informatieverstrekking aan het Parlement over de redenen voor de afsluiting van zes projecten en de mogelijke resultaten ervan; wijst erop dat de deelnemende lidstaten hebben ingestemd met twintig bindende toezeggingen om de ambitie van de EU op het gebied van defensie waar te maken; is van mening dat de resultaten en vooruitzichten van de PESCO-projecten grondig moeten worden geëvalueerd teneinde de huidige reeks projecten te stroomlijnen tot een kleine reeks prioritaire projecten en projecten waarbij onvoldoende vooruitgang is geboekt, stop te zetten; stelt voor om binnen de PESCO een prioriteitsregeling in te stellen om de vastgestelde lacunes en prioriteiten op het gebied van vermogens doeltreffend aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verwelkomt het voorstel van de Commissie voor een EDIP; neemt met bezorgdheid kennis van het oordeel van de Europese Rekenkamer dat de financiële middelen voor het EDIP ontoereikend zijn in het licht van de doelstellingen ervan, en herhaalt daarom zijn oproep om in de nodige financiering voor defensie te voorzien; benadrukt dat het EDIP zonder aanzienlijke budgettaire inspanningen geen significant effect zal hebben op de militaire steun aan Oekraïne, de ontwikkeling van echte Europese defensievermogens en een concurrerende EDTIB; is ingenomen met de herziening in 2023 van het CDP; betreurt dat er sinds de vaststelling van het eerste CDP in 2008 weinig vooruitgang op het gebied van vermogensontwikkeling is geboekt; verzoekt de lidstaten de gezamenlijke inspanningen om tijdig substantiële vooruitgang te boeken, aanzienlijk op te voeren door volledig en coherent gebruik te maken van EU-instrumenten zoals het Europees Defensiefonds (EDF), PESCO en de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie (Coordinated Annual Review on Defence – CARD), alsook de instrumenten die in het EDIP-voorstel worden voorgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>is ingenomen met de gezamenlijke inspanningen die tot dusver zijn geleverd om de paraatheid van de EU op defensiegebied te versterken door middel van maatregelen ter versterking en ondersteuning van de aanpassing van de EDTIB, met name via de Edirpa- en de ASAP-verordening, en vraagt dat die spoedig ten uitvoer worden gelegd; betreurt dat de financiële middelen van het Edirpa beperkt blijven en wijst erop dat de rol van de ASAP met betrekking tot de ambitie om Oekraïne één miljoen stuks munitie te leveren, werd beperkt door het bezwaar van de Raad tegen de regelgevingselementen ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>is verheugd over de inspanningen en investeringen die bedrijven van de EDTIB tot dusver hebben gedaan om de industriële capaciteit te versterken, onder meer met steun van EU-instrumenten; benadrukt dat voor een verdere en duurzame versterking van de capaciteit van de EDTIB in de eerste plaats bestellingen van de lidstaten nodig zijn, die gezamenlijk moeten worden gedaan om de defensieparaatheid van de Unie te waarborgen, de interoperabiliteit tussen de strijdkrachten van de lidstaten te verbeteren en schaalvoordelen te creëren, zodat het geld van de Europese belastingbetalers optimaal wordt benut; verzoekt de lidstaten daarom de inspanningen voor gezamenlijke aanbestedingen op te voeren op basis van de vermogenstekorten die zijn vastgesteld in de analyse van de lacunes op het gebied van defensie-investeringen en de vermogensprioriteiten van het CDP; onderstreept dat voor doeltreffende gezamenlijke aanbestedingen voor ontwikkelingsprojecten, met name in het kader van het EDF, een gezamenlijke definitie van de militaire vereisten van de respectieve systemen nodig is om voldoende schaalvoordelen te kunnen behalen; verzoekt de Commissie in dit verband gebruik te maken van de deskundigheid van het Militair Comité van de EU om een dergelijke gezamenlijke definitie op te stellen teneinde militaire coherentie op industrieel niveau te waarborgen; verzoekt de lidstaten gezamenlijke aanbestedingen te organiseren met het oog op de totstandbrenging van pan-Europese waardeketens door de productie over de hele Unie te verspreiden en zo de economische aantrekkelijkheid van gezamenlijke aanbestedingen te vergroten, en tegelijkertijd strategische redundantie in de productiecapaciteit in te bouwen met het oog op een grotere veerkracht in geval van een gewapend conflict; verzoekt de lidstaten en de Commissie voorts te streven naar een verdere versterking van gezamenlijke aanbestedingsmechanismen en voldoende coördinatie door het Europees Defensieagentschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>onderstreept dat er verder werk moet worden gemaakt van het vertalen van ontwikkelingsprojecten in commercieel interessante oplossingen en is verheugd dat het EDIP-voorstel een desbetreffende bepaling bevat; betreurt dat er met betrekking tot de projecten voor de toekomstige gevechtstank en hypersonische luchtafweerraketten sprake is geweest van onnodig en dysfunctioneel dubbel werk; is bezorgd over het feit dat dergelijk dubbel werk indruist tegen de in de EDIS vermelde ambitie om tegen 2035 60 % bij de EDTIB aan te kopen, omdat versnippering ertoe leidt dat het langer duurt voordat er commercieel interessante oplossingen worden gerealiseerd, zodat er hoogstwaarschijnlijk in de VS zal worden aangekocht; betreurt ook de oplopende vertragingen bij projecten voor de ontwikkeling van essentiële vermogens, met name het Frans-Duitse project voor het Main Ground Combat System en het Frans-Duits-Spaanse project voor het Future Combat Air System, waardoor ook het risico bestaat dat in de toekomst Amerikaanse oplossingen zullen worden aangeschaft; benadrukt dat alle mogelijke synergieën met het EDF moeten worden benut en dat dubbel werk moet worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>benadrukt dat de output van de respectieve planningsprocessen voor vermogensontwikkeling van de EU en de NAVO coherent moet zijn; dringt erop aan dat de interoperabiliteit van militair materieel van EU-lidstaten en NAVO-bondgenoten wordt verbeterd en dat industriële samenwerking wordt bevorderd door ervoor te zorgen dat toekomstige wettelijke EU-normen voor onderdelen van defensieproducten en munitie gebaseerd zijn op de NAVO-normen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>is ingenomen met het voorstel voor Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang voor de ontwikkeling van gemeenschappelijke vermogens die de financiële middelen van één enkele lidstaat overstijgen; is van mening dat deze projecten moeten worden gebruikt ter ondersteuning van de industriële en technologische capaciteiten die ten grondslag liggen aan de belangrijke gemeenschappelijke prioriteiten van verscheidene lidstaten en op gebieden als bescherming en verdediging van de buitengrenzen, met name ter land, alsook ter ondersteuning van strategische hulpmiddelen, met name in de ruimte en op het vlak van Europese luchtverdediging, om actie te ondernemen inzake alle soorten dreigingen, en ter verbetering van de militaire mobiliteit, met name strategisch en tactisch luchttransport, diepteaanvallen, drone- en antidronetechnologieën, raketten en munitie, en artificiële intelligentie, teneinde soevereine infrastructuur en kritieke hulpmiddelen te ontwikkelen; benadrukt dat pragmatisch te werk moet worden gegaan, gezien het grote aantal prioriteiten en de noodzaak om nieuwe middelen aan te boren; is in dit verband van mening dat de EU zich waar mogelijk moet richten op snel beschikbare en beproefde Europese technologieën die de afhankelijkheid van de EU geleidelijk verminderen en haar veiligheid verbeteren; benadrukt dat de ontwikkeling van pan-Europese waardeketens in de defensiesamenwerking van de EU moet worden ondersteund door bedrijven in de hele Unie erin op te nemen en het concurrentievermogen in de sector te versterken met verschillende middelen, zoals fusies en marktleiders; is bovendien van mening dat het defensiebeleid van de EU niet zozeer gericht moet zijn op billijke opbrengsten, maar op het stimuleren van de groei van EU-kenniscentra;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt dat het van vitaal belang is om de versnippering van de defensie-industrie in de EU tegen te gaan en uiteindelijk een echte eengemaakte EU-markt voor defensieproducten tot stand te brengen, aangezien de huidige structuur leidt tot onnodige overlappingen en een veelvoud aan inefficiënties bij defensie-uitgaven en het gebruik ervan, en structureel in de weg staat aan het verbeteren van de defensieparaatheid; is bezorgd over het feit dat de eengemaakte markt voor defensieproducten nog steeds op losse schroeven staat door een onvoldoende geharmoniseerde toepassing van de regels door de lidstaten en door een onevenredig gebruik van de vrijstelling waarin artikel 346 VWEU voorziet; onderschrijft de oproep om een echte eengemaakte markt voor defensieproducten en ‑diensten tot stand te brengen, zoals ook in het Niinistö-verslag wordt bepleit; benadrukt dat er behoefte is aan een nieuw, geactualiseerd en doeltreffend regelgevingskader dat erop gericht is de belemmeringen voor markttoegang voor defensieproducten te verminderen, de consolidatie van de defensie-industrie in de EU mogelijk te maken en EU-bedrijven in staat te stellen het commerciële potentieel ten volle te benutten, innovatie en meer en vlottere grensoverschrijdende en civiele en militaire samenwerking aan te moedigen, de productie te stimuleren, de voorzieningszekerheid te vergroten en voor slimmere en efficiëntere overheidsinvesteringen in de EDTIB te zorgen; onderstreept tegelijk dat het belangrijk is een vruchtbare concurrentie tussen verschillende concurrenten in stand te houden en te voorkomen dat er oligopolies ontstaan waarin individuele aanbieders vrij de prijzen en de beschikbaarheid van defensieproducten kunnen bepalen; verzoekt de Commissie voorstellen in te dienen om de eengemaakte markt voor defensie van de EU te voltooien en deze voorstellen met name te baseren op een beoordeling van de EU-voorschriften inzake overheidsopdrachten op defensiegebied en inzake de overdracht van defensiegerelateerde producten, alsook op een inventarisatie en analyse van de beperkingen van en lacunes in het huidige rechtskader; verzoekt de Commissie voorts voorstellen te doen voor een uitlegging van artikel 346 VWEU die strookt met de huidige realiteit van een onderling afhankelijke veiligheidsarchitectuur in de EU; vraagt dat de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2009/81/EG betreffende overheidsopdrachten op defensie- en veiligheidsgebied<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van Richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (PB L 216 van 20.8.2009, blz. 76, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/81/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en Richtlijn 2009/43/EG betreffende de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de EU<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2009/43/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de vereenvoudiging van de voorwaarden voor de overdracht van defensiegerelateerde producten binnen de Gemeenschap (PB L 146 van 10.6.2009, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/43/oj).</FIELD></FOOTNOTE> (de “overdrachtsrichtlijn”) wordt verbeterd en dat zo nodig, in het licht van de EDIS, voorstellen voor de herziening van deze richtlijnen worden ingediend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>beklemtoont dat er zowel inspanningen moeten worden verricht ter versterking van de bestaande vermogens van de wapenindustrie in de lidstaten op de korte en middellange termijn, als inspanningen ter ondersteuning van onderzoek naar en ontwikkeling (O&amp;O) van nieuwe en innovatieve militaire uitrusting en wapens die aansluiten bij de huidige en toekomstige behoeften van de strijdkrachten van de lidstaten en van de EU-defensievermogens, bijvoorbeeld vermogens die nodig zijn voor GVDB-missies en -operaties en de snel inzetbare EU-capaciteit (RDC); benadrukt dat de focus moet liggen op het behouden en verder versterken van het technologische voordeel middels gerichte strategische projecten, omdat dit een essentieel onderdeel is van de afschrikking van onze tegenstanders en concurrenten; onderstreept dat alle lidstaten betrokken moeten worden bij veiligheids- en defensiestrategieën, met name als het gaat om de ontwikkeling van de defensie-industrie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>is van mening dat er een doeltreffend EU-bewapeningsbeleid moet worden ontwikkeld, dat onder meer bestaat uit beleidsmaatregelen die erop gericht zijn een goed functionerende en doeltreffende externe handelsdimensie tot stand te brengen met als doel partners die worden bedreigd door agressieve autoritaire regimes te ondersteunen en te voorkomen dat wapens worden geleverd aan ondemocratische agressieve regimes, overeenkomstig de acht bestaande EU-criteria; wijst erop dat de interpretatie door de lidstaten van artikel 346 VWEU te strikt op nationale belangen gericht is, en dat dit probleem moet worden aangepakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>is van mening dat de EU op het gebied van defensie alleen moet samenwerken met gelijkgestemde internationale partners en dat bij elke vorm van samenwerking de veiligheids- en defensiebelangen van de EU en haar lidstaten te allen tijde in het oog moeten worden gehouden; herinnert eraan dat het een strategisch risico is om afhankelijk te zijn van leveranciers van kritieke producten met digitale elementen met een hoog risico, en dat dit probleem op het niveau van de EU moet worden aangepakt; dringt er bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op aan te onderzoeken hoe deze afhankelijkheid kan worden verkleind en zo snel mogelijk te starten met een beoordeling en toetsing van bestaande Chinese investeringen in kritieke infrastructuur, zoals elektriciteitsnetten, vervoersnetwerken en informatie- en communicatiesystemen, om eventuele kwetsbaarheden in kaart te brengen die gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid en defensie van Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de EU-verordening betreffende screening van buitenlandse directe investeringen (FDI) wordt herzien; benadrukt dat de procedures voor de screening van FDI verder moeten worden aangescherpt middels de opname van zorgvuldigheidsnormen, teneinde de gevallen in kaart te brengen waarin overheden druk kunnen uitoefenen op investeerders in kritieke infrastructuur in de EU, zoals Europese havens en onderwaterkabels in de Oostzee, de Middellandse Zee en de Noordpoolzee, op een wijze die haaks staat op de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, zoals vastgelegd in het kader van het GBVB zoals bedoeld in titel V van het VEU; is van mening dat deze aanpak ook moet worden gehanteerd ten aanzien van kandidaat-lidstaten; is van mening dat aanvullende wetgeving nodig is om de veiligheid van de ICT-toeleveringsketen van de Unie doeltreffend te beschermen tegen leveranciers met een hoog risico en om bescherming te bieden tegen cyberdiefstal van intellectuele eigendom; dringt aan op het creëren van een Europees kader om de uitvoer van intellectuele eigendom en technologieën die van kritiek belang zijn voor de veiligheid en defensie van de Unie, waaronder goederen voor tweeërlei gebruik, gedetailleerd te regelen en hiervoor minimumnormen en -voorwaarden vast te stellen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Onderzoek naar en ontwikkeling van defensietechnologie en -uitrusting</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>	pleit voor een aanzienlijke verhoging van de investeringen in O&amp;O op het gebied van defensie, met de focus op samenwerkingsinitiatieven, om op die manier het technologisch leiderschap en het concurrentievermogen van de EU op het gebied van defensie te versterken en voor een “spillover”-effect op de civiele markt te zorgen; wijst er in dit verband op dat de lidstaten in 2022 ongeveer 10,7 miljard EUR in O&amp;O op het gebied van defensie hebben geïnvesteerd; wijst erop dat stabiele langetermijninvesteringen door alle lidstaten noodzakelijk zijn om technologische vooruitgang te boeken met betrekking tot kritieke gebieden (lucht, land, zee, ruimte en cyberspace) om gelijke tred te houden met de snelle innovatie in de wereld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>is van mening dat de EU-instrumenten en -financiering voor O&amp;O zo doeltreffend mogelijk moeten worden gebruikt, zodat de tekorten aan vermogens tijdig kunnen worden aangepakt en snel werk kan worden gemaakt van de prioriteiten, overeenkomstig hetgeen gesteld wordt in de analyse van de lacunes op het gebied van defensie-investeringen en het CDP; verzoekt de Commissie en de lidstaten derhalve ervoor te zorgen dat EDF-projecten en -financiering afgestemd zijn op de dringende behoeften van de EU aan defensievermogens en die op deze basis te prioriteren, en zich daarbij met name te richten op de meest relevante en veelbelovende onderzoeksactiviteiten; verzoekt de Commissie verder het initiatief te nemen tot een grondige herziening van het EDF met het oog op de totstandbrenging van een herzien financieel instrument voor het volgende meerjarig financieel kader (MFK); verzoekt de Commissie en de lidstaten om bij de besteding van desbetreffende EU-middelen te kiezen voor een benadering met een lage energie-, koolstof- en milieuvoetafdruk door ontwerp, en regelmatig verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang; wijst erop dat O&amp;O-activiteiten gericht kunnen zijn op oplossingen om de efficiëntie te verbeteren, de koolstofvoetafdruk te verkleinen, en duurzame beste praktijken te verwezenlijken; is ingenomen met de investering van 133 miljoen EUR die hiervoor in het eerste jaarlijkse werkprogramma werd uitgetrokken, maar merkt op dat dit slechts 11 % van de totale jaarlijkse EDF-begroting is; wijst erop dat in het kader van NextGenerationEU ook middelen beschikbaar zijn voor klimaatactie en verzoekt de lidstaten middelen uit hun nationale herstelplannen in te zetten om te investeren in de duurzaamheid van hun militaire infrastructuur;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Technologieën voor tweeërlei gebruik, en opkomende en disruptieve technologieën</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>	benadrukt dat de EU een meer proactieve rol moet spelen met betrekking tot duurzame investeringen in technologieën voor tweeërlei gebruik, d.w.z. technologieën die zowel een civiele als een militaire toepassing kennen, als middel om de weerbaarheid van de EU tegen hybride en opkomende dreigingen te vergroten; is van mening dat met name ondersteuning moet worden geboden met betrekking tot het testen van prototypes van nieuwe producten en dat de nadruk moet worden gelegd op nieuwe technologieën, waarbij nauw moet worden samengewerkt met Oekraïense actoren op het gebied van defensie en technologie; vindt het belangrijk dat de financiële levensvatbaarheid van ondernemingen, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), die in innovatie op dit gebied investeren, wordt gewaarborgd; is voorstander van commerciële exploitatie van dergelijke technologieën in civiele toepassingen omdat daarmee de marktkansen kunnen worden vergroot en de Europese industriële basis kan worden versterkt, en synergieën tussen ontwikkeling met het oog op militaire doeleinden en ontwikkeling met het oog op civiele doeleinden worden gestimuleerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>	benadrukt dat nieuwe ontwrichtende technologieën, zoals artificiële intelligentie, kwantumcomputing, cloudcomputing en robotica, een belangrijke rol spelen op defensiegebied; onderstreept dat voor de ontwikkeling en toepassing van deze technologieën op defensiegebied meer door de EU gecoördineerde investerings- en onderzoeksinspanningen geleverd moeten worden, zodat de leveranciers van defensie-uitrusting in de EU voorop blijven lopen als het gaat om innovatie; wijst erop dat de Commissie in het kader van de huidige EDF-verordening, die gekenmerkt wordt door lange uitvoeringscycli, niet tijdig financiering voor onderzoeksprojecten ter beschikking stelt; dringt om die reden aan op een flexibelere en snellere aanpak ten aanzien van onderzoeksprojecten die betrekking hebben op nieuwe disruptieve technologieën, zodat beter aangesloten wordt op de elkaar steeds sneller opvolgende ontwikkelingen op dit gebied, waarbij voortgebouwd moet worden op de werkzaamheden van de innovatiehub voor defensie van het Europees Defensieagentschap en de werkzaamheden van het Amerikaanse Defence Advanced Research Project Agency; pleit er daarnaast voor dat de EU een leidende rol op zich neemt bij de bevordering van onderzoek naar de militaire toepassingen van artificiële intelligentie en bij de totstandbrenging van governancekaders voor een verantwoorde ontwikkeling en een verantwoord gebruik van deze technologie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>verzoekt de Commissie nogmaals om het Parlement een gedetailleerde analyse te doen toekomen van de risico’s in verband met misbruik van technologieën zoals halfgeleiders, kwantumcomputing, blockchains, ruimtevaart, artificiële intelligentie en biotechnologieën (waaronder genomica) door onze tegenstanders, samen met de lijst van voorgestelde EU-maatregelen op dit gebied, in overeenstemming met de strategie voor economische veiligheid van de EU; maakt zich zorgen over het feit dat Chinese bedrijven met banden met het leger betrokken zijn bij het verzamelen van de genetische gegevens van EU-burgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de Commissie een EU‑dronepakket voor te stellen, dat gericht is op drone- en droneafweersystemen en hulpcapaciteiten, met plannen en middelen om onderzoek en ontwikkeling te stimuleren, waarbij lering moet worden getrokken uit de Oekraïense ervaring en waaraan zeer innovatieve Oekraïense bedrijven moeten kunnen deelnemen, en verzoekt de Commissie daarnaast een voorstel te doen voor een industrieel programma voor de gezamenlijke ontwikkeling, productie en aankoop van drone- en droneafweersystemen, en voor een verordening inzake het gebruik van drones in civiele en militaire contexten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Kleine en middelgrote ondernemingen in de defensiesector</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>herhaalt dat kmo’s in de defensiesector overal in de Unie de ruggengraat van de Europese defensie-industrie en -bevoorradingsketens vormen en van essentieel belang zijn voor innovatie op deze gebieden, en beklemtoont dat kmo’s en - in het bijzonder - start-ups in de defensie- en “dual use”-sector moeten worden ondersteund; benadrukt dat de EDIS en het EDIP voor een gelijk speelveld voor alle actoren van de defensie-industrie in de hele Unie moeten zorgen, en de samenwerking tussen grotere en kleinere ondernemingen uit alle lidstaten moeten stimuleren, om te voorkomen dat grote ondernemingen uit slechts een beperkt aantal lidstaten de industrie domineren; spoort de lidstaten aan om kmo’s in de Europese defensiesector door middel van specifieke maatregelen te helpen om deel te nemen aan aanbestedingsprocedures, door bijvoorbeeld op voorhand een goedgekeurde lijst met ondernemingen vast te stellen zodat ondernemingen sneller aan de procedure kunnen deelnemen, door private-equityondernemingen in kmo’s te laten investeren met het oog op de aanbestedingsprocedure, door groei van kmo’s te stimuleren door middel van incubators en kapitaalinvesteringen, door inschrijvingsprocedures minder ingewikkeld te maken, en door interne maatregelen te nemen om de tijd die nodig is om de contractdetails te regelen in te korten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Militaire mobiliteit</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>	benadrukt dat het belangrijk is te werken aan de ontwikkeling, instandhouding en bescherming van (de) infrastructuur die nodig is voor de snelle en doeltreffende mobiliteit van onze strijdkrachten in alle lidstaten; wijst erop dat de veerkracht van kritieke infrastructuur die noodzakelijk is met het oog op militaire mobiliteit en het verlenen van essentiële diensten, moet worden gewaarborgd; onderkent dat militaire logistiek bij kan dragen aan afschrikking door duidelijk te maken dat de EU over een sterke militaire paraatheid beschikt; verwacht dat deze punten duidelijk tot uiting zullen komen in de aangekondigde gezamenlijke mededeling van juni 2025 over militaire mobiliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>wijst erop dat het dringend noodzakelijk is de mobiliteit van onze strijdkrachten aanzienlijk te verbeteren en daarin te investeren, door prioriteit te geven aan investeringen en door knelpunten en lacunes te verhelpen; benadrukt in dit verband dat het belangrijk is snel uitvoering te geven aan projecten en regelgevingsmaatregelen, in overeenstemming met het EU-actieplan voor militaire mobiliteit 2.0; is voorstander van nieuwe strategische investeringen in civiele en militaire infrastructuur, zoals havens, luchthavens en snelwegen, omdat die ook nodig zijn voor een vlot transport van militaire eenheden en militaire uitrusting, waaronder snelle-reactiemachten, zwaar materieel, goederen en humanitaire hulp; verzoekt de Commissie om de aanbevelingen in het speciaal verslag van de Europese Rekenkamer over militaire mobiliteit in de EU van 2025 te volgen en bij de selectie van projecten voor tweeërlei gebruik meer gewicht toe te kennen aan de militaire beoordeling<FOOTNOTE><FIELD>Speciaal verslag 04/2025 van de Europese Rekenkamer getiteld “Militaire mobiliteit in de EU – Niet op volle snelheid door tekortkomingen in het ontwerp en belemmeringen onderweg”.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan om ten aanzien van militaire mobiliteit en logistiek een geïntegreerde aanpak te ontwikkelen die ervoor zorgt dat de toezegging van de Raad om alle resterende belemmeringen tegen 2026 weg te nemen wordt nagekomen, en waarbij veel meer EU-middelen beschikbaar worden gesteld voor belangrijke aspecten van militaire mobiliteit; dringt er daarnaast op aan in het volgende MFK passende EU-financiering voor lopende en onmisbare projecten op het gebied van militaire mobiliteit op te nemen; verzoekt de lidstaten de procedures voor de mobiliteit van strijdkrachten verder te vereenvoudigen en te harmoniseren en de termijnen voor het verlenen van toestemming te verkorten, zodat de lidstaten sneller kunnen handelen en efficiënter kunnen reageren, in overeenstemming met hun defensiebehoeften en verantwoordelijkheden, zowel in het kader van GVDB-missies en -operaties als bij nationale en multinationale activiteiten; spoort de lidstaten aan de PESCO-overeenkomst tussen derde landen over militaire mobiliteit te gebruiken als model voor de deelname van partnerlanden, met nadruk op het afstemmen van PESCO-projecten op de behoeften van GVDB-missies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van de aan Oekraïne grenzende landen om Oekraïne op een veilige en doeltreffende manier militaire bijstand te verlenen; merkt op dat de ervaring en de capaciteit van Polen op het gebied van militaire mobiliteit, met inbegrip van de geplande Centrale Communicatiepoort, essentieel zijn voor de veiligheid van de hele oostelijke flank;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een bijgewerkt strategisch kompas: het bevorderen van een gemeenschappelijke strategische visie en coherentie, en het verbeteren van de besluitvorming van de EU over defensievraagstukken binnen het institutionele kader van de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Strategisch kompas </STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>wijst erop dat de geopolitieke situatie en dreiging sinds de goedkeuring van het strategisch kompas door de lidstaten in maart 2022 in hoog tempo zijn veranderd; pleit om die reden voor een herziening van de omvattende gezamenlijke dreigingsevaluatie zoals neergelegd in het strategisch kompas, die als basis dient voor prioriteiten voor EU-actie; is van mening dat deze herziening moet worden aangegrepen om met elkaar te bepalen welke lacunes in vermogens er in Europa bestaan, die via bilaterale, multinationale of EU-programma’s, -fondsen, -projecten of -instrumenten moeten worden verholpen, alsook het tijdsbestek waarbinnen dit moet gebeuren; verzoekt de Commissie en de VV/HV voorts om na een dergelijke evaluatie indien nodig een geactualiseerde versie van het strategisch kompas voor te leggen, zodat er op basis daarvan een witboek kan worden opgesteld over de toekomst van de Europese defensie; benadrukt dat de ambitieuze doelen en mijlpalen van het strategisch kompas alleen kunnen worden gerealiseerd als bij de lidstaten en de EU-instellingen de politieke wil daartoe aanwezig is en zij daar ook naar handelen; benadrukt het belang van onderlinge samenhang en compatibiliteit van het strategisch kompas en het strategisch concept van de NAVO;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>verzoekt de Commissie en de EDEO er zorg voor te dragen dat de routekaart voor klimaatverandering en defensie volledig ten uitvoer wordt gelegd en wordt verbeterd in het kader van geactualiseerde maatregelen van het strategisch kompas; pleit ervoor dat de tijdschema’s voor herziening van de routekaart opnieuw worden bekeken en is er met name voorstander van dat de algemene doelstellingen veel eerder dan 2030 worden herzien; verzoekt de lidstaten nationale structuren te ontwikkelen ter ondersteuning van de doelstellingen; dringt er bij de VV/HV op aan om de lidstaten een actieprogramma voor te stellen met in de routekaart omschreven prioritaire acties die op korte termijn kunnen worden uitgevoerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Defensiebeheer: het consolideren van het institutionele kader en het besluitvormingsproces van de EU op het gebied van defensie en veiligheid</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>adviseert de Raad om de institutionele structuur van zijn besluitvormingsorganen die bevoegd zijn voor defensie en veiligheid te heroverwegen en na te denken over de oprichting van een nieuw permanent besluitvormingsorgaan bestaande uit de ministers van Defensie van de lidstaten, onverminderd de verdeling van de desbetreffende bevoegdheden binnen de nationale ministeries;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>benadrukt dat doeltreffende samenwerking binnen de EU op het gebied van veiligheid en defensie, en een gecoördineerde reactie op veiligheidsuitdagingen, alleen mogelijk zijn indien er sprake is van samenhang tussen de verschillende structuren van de Raad en de Commissie; wijst er verder op dat zowel in de besluitvormingsprocessen als bij de huidige en toekomstige initiatieven overlappingen moeten worden vermeden, voor doeltreffende publieke investeringen moet worden gezorgd, kritieke leemten bij onze vermogens moeten worden aangepakt, en coherente veiligheidsstrategieën ten aanzien van partners, derde landen en de diverse regio’s van de wereld moeten worden ontwikkeld; stelt vast dat er na de instelling van de functie van commissaris voor Defensie en Ruimtevaart sprake is van een onduidelijke bevoegdheidsverdeling en een potentiële overlapping van bevoegdheden tussen commissarissen op het gebied van veiligheid en defensie, en verzoekt de Commissie daarom de bevoegdheden van de commissarissen op dit gebied duidelijk af te bakenen; verzoekt de Commissie een interne evaluatie te verrichten van haar verschillende structuren, waaronder het directoraat-generaal Defensie-industrie en Ruimtevaart (DG DEFIS) en het Europees Defensieagentschap, en van hun mandaten, om complementariteit en een efficiënt beheer van lopende en toekomstige initiatieven in het kader van het GVDB te waarborgen; verzoekt de lidstaten en de Commissie om, gelet op de uiterst complexe geopolitieke context en het feit dat de afgelopen jaren steeds vaker een beroep werd gedaan op zijn beperkte capaciteiten, meer financiële en personele middelen toe te wijzen aan de EDEO, om te waarborgen dat hij zijn taken als diplomatieke dienst van de EU doeltreffend kan uitvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>herhaalt dat indien de EU een geloofwaardige geopolitieke speler wil zijn zij haar proces voor besluitvorming op het gebied van GBVB/GVDB moet hervormen, en benadrukt in dit verband dat op het niveau van de instellingen moet worden nagedacht over het afschaffen van het eenparigheidsvereiste in dit verband; geeft aan dat de EU-Verdragen reeds voorzien in meerdere vormen van institutionele samenwerking op het gebied van buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid, en betreurt dat het potentieel voor snel optreden op dit gebied, zoals middels de “passerelle”-clausules in het VEU, bijna nooit wordt benut; verzoekt de Raad alle mogelijkheden te onderzoeken die er zijn om het proces van besluitvorming met betrekking tot GBVB/GVDB te versterken en te verdiepen, teneinde het onaangeboorde potentieel in de Verdragen te gebruiken; herhaalt zijn oproep aan de Raad om geleidelijk over te stappen op stemming met gekwalificeerde meerderheid voor besluiten over het GBVB en het GVDB, in ieder geval op gebieden die geen militaire implicaties hebben; verzoekt de Raad verder volledig gebruik te maken van de “passerelle”-clausules en van de mogelijkheden die geboden worden door de artikelen die gericht zijn op het versterken van de solidariteit binnen de EU en de wederzijdse bijstandverlening in het geval van een crisis;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>roept nogmaals met klem op tot versterking van het militair plannings- en uitvoeringsvermogen (MPCC) van de EU en tot verwezenlijking van haar volledige operationele capaciteit, waaronder middels adequate huisvesting, geschikt personeel, versterkte commando- en controlecapaciteiten en doeltreffende communicatie- en informatiesystemen voor alle GVDB-missies en -operaties; wijst erop dat het belangrijk is dat er met betrekking tot het MPCC snel resultaten worden geboekt, gezien de in het strategisch kompas opgenomen ambitie dat het MPCC moet worden ingezet als de commando- en controlestructuur van eerste keus van de EU, die in staat moet zijn om alle niet-uitvoerende militaire missies en twee kleinschalige uitvoerende operaties of één middelgrote uitvoerende operatie, alsmede levensechte oefeningen, te plannen en uit te voeren; is van mening dat het MPCC synergieën tussen civiele en militaire instrumenten mogelijk moet maken, en dringt erop aan op langere termijn op Europees niveau gezamenlijke civiel-militaire hoofdkwartieren met civiele en militaire instrumenten te creëren, zodat de geïntegreerde aanpak van de EU op het gebied van crisisbeheersing ten volle kan worden benut, vanaf de strategische planning tot en met de feitelijke uitvoering van de missie of operatie; is van mening dat het civiel plannings- en uitvoeringsvermogen (CPCC) van de EU moet nadenken over de vraag hoe een ingezette troepenmacht tegen meervoudige hybride dreigingen kan worden beschermd en geavanceerde operaties kan uitvoeren bij een veel hoger risiconiveau dan waarvan nu sprake is; verzoekt de Commissie, de EDEO, het MPCC, het CPCC, het Militair Comité van de EU en de Militaire Staf van de EU om een nieuwe cultuur van begrip tussen civiele en militaire partners te ontwikkelen, samenwerking tussen agentschappen tot stand te brengen, en zorg te dragen voor de uitwisseling van optimale praktijken inzake de planning van missies en de daaraan gelieerde concepten, waaronder middels de ontwikkeling van een model voor het formuleren en uitwisselen van optimale praktijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>geeft nogmaals aan het uitermate belangrijk te vinden dat de snel inzetbare capaciteit (RDC) ten laatste in de eerste zes maanden van 2025 haar volledige operationele capaciteit bereikt, in die zin dat er ten minste 5 000 manschappen kunnen worden ingezet voor reddings- en evacuatietaken, “initial entry”- en stabilisatieoperaties of de tijdelijke versterking van missies; stelt vast dat de EU-gevechtsgroepen, die nooit zijn ingezet hoewel zij sinds 2007 volledig operationeel zijn, integrerend onderdeel van het bredere RDC-kader van de EU zullen uitmaken; is ingenomen met het feit dat er in het kader van de RDC levensechte oefeningen worden gepland en uitgevoerd, en pleit voor meer van dergelijke initiatieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>beschouwt de RDC als een centraal element voor het realiseren van het ambitieniveau van de EU en vindt dat deze stapsgewijs uitgebreid moet worden met meer troepen en legereenheden, overeenkomstig het hoofddoel van de Raad van Helsinki van 1999; is van mening dat het zinvol is om via het witboek een discussie op gang te brengen over de instelling van aanvullende permanente multinationale militaire eenheden van de EU die in aanvulling op de RDC taken zouden kunnen verrichten; vindt het met name belangrijk dat met de NAVO verder wordt gewerkt aan de totstandbrenging van de RDC, in overeenstemming met het beginsel van één set strijdkrachten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>verzoekt de lidstaten nogmaals om met het oog op het operationeel maken van de RDC, alsmede andere relevante GVDB-missies, na te denken over de praktische aspecten in verband met de tenuitvoerlegging van artikel 44 VEU, op grond waarvan een groep lidstaten die dat willen en die over de nodige vermogens beschikken binnen het EU-kader een missie of operatie kunnen plannen en uitvoeren, zodat een snelle inzet van de RDC gewaarborgd kan worden; dringt er bij de lidstaten op aan inspanningen te leveren om de kritieke tekorten aan strategische hulpmiddelen, zoals strategisch luchttransport, veilige communicatie- en informatiesystemen, medische middelen, cyberdefensievermogens en inlichtingen en verkenning, op korte termijn aanzienlijk te verminderen, en dan met name tekorten in verband met de RDC; verzoekt de commissaris voor Defensie en Ruimtevaart om in zijn voorgestelde Europese defensieprojecten van gemeenschappelijk belang initiatieven op te nemen die ten doel hebben te voorzien in de strategische hulpmiddelen die noodzakelijk zijn met het oog op GVDB-missies en -operaties en de RDC;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Meer middelen beschikbaar stellen voor het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>hamert erop dat dringende behoeften niet kunnen wachten op het volgende MFK; dringt erop aan dat onverwijld wordt gezocht naar innovatieve oplossingen voor het vinden van aanvullende financiering, zoals investeringen in de defensiesector, het eenvoudiger en sneller herbestemmen van middelen van het ene project naar het andere, en nagaan of de financieringscriteria van de EU kunnen worden aangepast om bij de toewijzing van uitgaven een nieuwe nadruk te leggen op veiligheidscriteria;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>is verheugd over de verhoging van de begrotingen en de stijging van de defensie-uitgaven van de lidstaten, alsook over de verhoging, al is deze slechts van bescheiden aard, van de EU-begroting van het GVDB voor 2024; vindt dat alle lidstaten van de EU gezien de ongekende veiligheidsdreigingen zo snel mogelijk een niveau van uitgaven voor defensie (als aandeel van hun bbp) moeten bereiken dat aanzienlijk hoger is dan het huidige NAVO-streefcijfer van 2 %; wijst erop dat 23 van de 32 NAVO-lidstaten, waaronder 16 landen die zowel lid zijn van de EU als de NAVO, naar verwachting eind 2024 de NAVO-norm van 2 % van hun bbp voor defensie-uitgaven zullen halen; wijst erop dat het aantal landen dat de norm haalt zes keer zo hoog is als in 2014, toen deze norm werd vastgesteld; is van mening dat de huidige EU-begroting voor veiligheid en defensie tegen de achtergrond van geopolitieke onrust en de Russische agressie tegen Oekraïne niet volstaat om het hoofd te bieden aan de uitdagingen die op korte en lange termijn moeten worden aangegaan; pleit ervoor dat de lidstaten, op basis van de geraamde behoefte van 500 miljard EUR voor defensie-investeringen tegen 2035 en op grond van een permanente beoordeling van de behoefte (en de tekorten) aan defensievermogens, hun investeringen op dit gebied verder opschroeven, met name met het oog op de gezamenlijke aankoop van defensievermogens, en steunt in dit kader de EDIS-doelstellingen ten volle;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten een open debat op gang te brengen op basis van - onder andere - de aanbevelingen in de rapporten van de heer Draghi en de heer Niinistö, waaronder de aanbeveling om in het volgende MFK meer middelen beschikbaar te stellen voor veiligheid en defensie en om de verschillende mogelijkheden om dit te financieren te onderzoeken, waaronder de mogelijkheid om delen van nationale defensiebegrotingen op EU-niveau samen te voegen met de bedoeling om schaalvoordelen te genereren; verzoekt de lidstaten voorts om het financieringsproces in verband met het EPF aldus te wijzigen dat toereikende en blijvende steun voor partners en bondgenoten gewaarborgd wordt, en te zorgen voor afstemming op GVDB-missies en -operaties; pleit voor de ontwikkeling van een strategie voor de oprichting van expertisecentra in verschillende regio’s van de EU, zonder overlapping met hetgeen de NAVO op dit vlak doet, om innovatie en de participatie van lidstaten te bevorderen en ervoor te zorgen dat de vermogens en gespecialiseerde kennis van elke lidstaat bijdragen tot een coherentere en beter geïntegreerde industriële defensiebasis;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>is ingenomen met het nieuwe financiële instrument “Security Action for Europe” (SAFE) en dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat meer investeringen in de Europese defensievermogens in overeenstemming zijn met het concept “meer kopen, beter kopen, samen kopen, Europese producten kopen”; betreurt het gebruik van artikel 122 en het daaruit voortvloeiende gebrek aan betrokkenheid van het Parlement bij de goedkeuring van dit instrument;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>is ingenomen met de strategie voor de spaar- en investeringsunie en verwacht dat deze het gemakkelijker zal maken particuliere spaargelden te mobiliseren voor efficiëntere kapitaalmarkten en investeringen in de defensiesector te kanaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan om de oprichting van een defensie-, veiligheids- en weerbaarheidsbank te steunen, die moet dienen als multilaterale kredietinstelling voor het verstrekken van laagrentende langetermijnleningen ter ondersteuning van belangrijke nationale veiligheidsprioriteiten, zoals herbewapening, modernisering van de defensie, wederopbouwinspanningen in Oekraïne en de terugkoop van kritieke infrastructuur die momenteel in handen is van vijandige derde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>herinnert eraan dat de EU-doelstellingen van solidariteit, cohesie en convergentie ook van toepassing zijn op defensie; benadrukt dat de financiële middelen die nodig zijn om onze defensievermogens de komende tien jaar te vergroten en uit te breiden, grote gevolgen zullen hebben voor de soliditeit en houdbaarheid van de overheidsfinanciën en dat er bijgevolg behoefte is aan samenwerking en coördinatie op EU-niveau aan de hand van een concreet economisch beleid op het gebied van defensie; onderstreept dat hogere investeringen in defensie niet ten koste mogen gaan van ander prioritair beleid, zoals sociale cohesie; is daarnaast van mening dat financieringsbeleid verankerd moet zijn in een maatschappijbrede benadering van veerkracht en dus de brede steun moet hebben van de Europese burgers en dat die steun ook op de lange termijn blijvend moet zijn; is van mening dat de financiële lasten daarom eerlijk moeten worden verdeeld, vooral tussen winstgevende bedrijven die reeds profiteren van overheidsparticipatie of staatssteun; beklemtoont verder dat overheidsuitgaven moeten worden aangevuld met meer particuliere financiering; verzoekt de Commissie na te denken over fiscale oplossingen om te komen tot een eerlijker verdeling van de financiële lasten en om concurrentieverstoringen in verband met de EDTIB ten gevolge van staatssteun en marktverstorende aanbestedingsprocedures te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>dringt erop aan om in het volgende MFK daadwerkelijk de middelen uit te trekken die nodig zijn voor een defensie-unie; steunt de voorstellen voor grootschalige EU-investeringen in de Europese defensie en voor het bevorderen van onderzoek en technologische innovatie en “dual use”-projecten in de Europese defensie-industrie, waarmee het concurrentievermogen daarvan wordt vergroot en innovatie wordt gestimuleerd die bijdraagt tot zowel veiligheid als duurzame economische groei; onderstreept dat defensie-investeringen uit de EU-begroting slechts bedoeld moeten zijn als aanvulling op, maar geen vervanging mogen zijn voor financiële inspanningen van de lidstaten, met name wat betreft de ambitie van de landen die zowel lid zijn van de EU als de NAVO om 2 % van hun bbp in defensie te investeren; verzoekt de lidstaten om sneller als aanvankelijk gepland was een beoordeling uit te voeren van de omvang en de definitie van gemeenschappelijke kosten, teneinde de solidariteit te vergroten en de deelname aan militaire GVDB-missies en -operaties te stimuleren, alsook van de kosten in verband met oefeningen, in overeenstemming met het strategisch kompas;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>verzoekt de Commissie de gezamenlijke schuld te verhogen om de Unie de begrotingscapaciteit te bieden om in uitzonderlijke crisissituaties, nu en in de toekomst, leningen aan te gaan, rekening houdend met de ervaring en de lessen die zijn getrokken uit NextGenerationEU, aangezien veiligheid en defensie dringend verbeterd moeten worden, teneinde de EU-burgers te beschermen, de afschrikking te herstellen en de bondgenoten van de EU, in de eerste plaats Oekraïne, te ondersteunen; benadrukt dat de lasten van dergelijke maatregelen eerlijk moeten worden verdeeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>dringt erop aan dat in het volgende MFK meer financiële steun wordt uitgetrokken om de tijdige levering van defensieproducten te waarborgen door middel van gezamenlijke aanbestedingen, industriële coördinatie, het aanleggen van voorraden, steun voor kmo’s en uitbreiding van de productiecapaciteit; benadrukt dat deze financiering in het bijzonder en bij wijze van prioriteit moet worden toegewezen aan lidstaten die aan Oekraïne grenzen met het oog op een betere bescherming, alsook aan lidstaten die worden geconfronteerd met een hoog risico op conventionele militaire dreigingen, zoals de lidstaten die aan Rusland en Belarus grenzen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>maakt zich zorgen over het gebrek aan de broodnodige particuliere financiering voor de EDTIB, met name voor kmo’s, hetgeen mogelijkerwijs toe te schrijven is aan het ontbreken van overheidscontracten met een langere looptijd of aan een te enge interpretatie van milieu-, sociale en governancecriteria; verwelkomt dan ook de verduidelijking van de Europese Autoriteit voor effecten en markten van 14 mei 2024 dat alleen ondernemingen die iets doen met wapens waarvoor uit hoofde van het internationaal recht een verbod geldt automatisch uitgesloten zijn van toegang tot financiële middelen; verwelkomt de voorstellen in het rapport van de heer Niinistö om versnippering bij defensie-uitgaven te vermijden, relevante financieringsstromen te combineren, en meer investeringen door de particuliere sector te bevorderen; verzoekt de Commissie de aanbevelingen te beoordelen en concrete voorstellen op tafel te leggen; onderstreept dat de defensie-industrie betere toegang tot kapitaalmarkten moet krijgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EIB-leningen voor de defensiesector</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is dat de defensiesector toegang heeft tot EIB-leningen, als katalysator voor particuliere investeringen in de Europese defensie-industrie; is ingenomen met de verdere uitbreiding van de subsidiabiliteitscriteria van de EIB tot goederen voor tweeërlei gebruik, en roept de EIB op hiertoe verdere maatregelen te treffen; benadrukt dat aangezien de EIB tot taak heeft de ontwikkeling van de EU te bevorderen en haar beleidsmaatregelen te ondersteunen, in het bijzonder het defensiebeleid en de versterking van de EDTIB, overeenkomstig artikel 309 VWEU, zij haar beleid inzake de verstrekking van leningen verder tegen het licht moet houden en voortdurend moet aanpassen; verzoekt de EIB in kaart te brengen wat de gevolgen zijn van de uitbreiding van haar beleid met betrekking tot “dual use”-goederen en haar lijst van in aanmerking komende goederen in voorkomend geval te herzien zodat munitie en militaire uitrusting die verder gaan dan toepassingen voor tweeërlei gebruik niet langer van EIB-financiering wordt uitgesloten; juicht het strategisch Europees veiligheidsinitatief van de EIB uit 2022 toe, dat gericht is op het ondersteunen van “dual use”-onderzoek, ontwikkeling en innovatie, veiligheidsinfrastructuur en technologieprojecten met bijzondere aandacht voor cyberbeveiliging, New Space, kunstmatige intelligentie en quantumtechnologieën;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Doeltreffender bijdragen aan de wereldvrede door middel van het</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid van de EU</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en van de EU een sterkere speler op het gebied van veiligheid maken</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">De-escalatie, het voorkomen van oorlogen en het ondersteunen van conflictoplossing</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>is ernstig bezorgd over en veroordeelt de steun die China aan Rusland verleent in het kader van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, met name middels samenwerking met het Russische militair-industrieel complex en technologie-ondernemingen, de uitvoer door China van goederen voor tweeërlei gebruik naar Rusland, en het feit dat in China gevestigde bedrijven betrokken zijn bij het ontwijken en omzeilen van sancties; maakt zich in dit verband grote zorgen over recente berichten dat China aanvalsdrones voor de lange afstand produceert voor de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, en vindt dat indien China doorgaat met het ondersteunen van de Russische bewapeningsinspanningen dit serieuze gevolgen moet hebben voor het extern beleid van de EU ten aanzien van China; betreurt het “ongelimiteerde” partnerschap tussen Rusland en China, en spreekt zijn grote bezorgdheid uit over het feit dat China en Rusland nogmaals aangegeven hebben hun onderlinge betrekkingen verder te gaan versterken; juicht het besluit van de Raad toe om sancties op te leggen aan Chinese bedrijven die de Russische oorlog tegen Oekraïne ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>maakt zich ernstige zorgen over het feit dat China steeds meer investeert in militaire vermogens en in de militairisering van zijn bevoorradingsketens om zijn industrie te versterken, ondertussen gebruikmakend van de politieke en economische kansen naar aanleiding van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; maakt zich ook ernstige zorgen over de invloed die de Europese afhankelijkheid van China heeft op de geloofwaardigheid van het vermogen van de lidstaten om hun eigen nationale veiligheid en die van de EU als geheel te beschermen en om harde kritiek te uiten op en maatregelen te nemen tegen de economische dwang van China, de mogelijke verdere escalatie met Taiwan, en de steun aan Rusland; verzoekt de Commissie en de lidstaten serieus aan risicovermindering te doen, met het oog op het beheersen van de risico’s naar aanleiding van de economische en technologische contacten met China; verzoekt in dit verband iets te doen aan de risico’s die verbonden zijn aan de leveringen door Chinese partijen voor kritieke infrastructuur in de EU, en geen EU-financiering of -subsidies te gebruiken om de positie van deze leveranciers in Europa te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>veroordeelt met klem de ongerechtvaardigde Chinese militaire oefeningen rond Taiwan op 14 oktober 2024; spreekt eveneens zijn veroordeling uit over het toenemende aantal vijandige handelingen van China ten aanzien van Taiwan, waaronder cyberaanvallen, beïnvloedingscampagnes, Chinese gevechtsvliegtuigen die de Taiwanese luchtverdedigingszone binnendringen, en de beschadiging van kabels op de zeebodem; herhaalt zijn krachtige steun voor handhaving van de status quo in de Straat van Taiwan, en beklemtoont dat elke poging om deze eenzijdig te wijzigen, met name door middel van geweld of dwang, niet zal worden geaccepteerd en zal worden beantwoord met een doortastende en krachtige reactie; prijst de Taiwanese autoriteiten voor hun terughoudendheid en gedisciplineerde reactie, en roept de Chinese autoriteiten op terughoudendheid te betrachten en acties te vermijden die de spanningen tussen China en Taiwan verder kunnen doen escaleren; roept op tot regelmatige uitwisselingen tussen de EU en haar Taiwanese tegenhangers over relevante veiligheidskwesties, alsook tot nauwere samenwerking bij de bestrijding van desinformatie en buitenlandse inmenging; benadrukt dat elke verdere escalatie in de Straat van Taiwan nadelige gevolgen zou hebben voor de Europese veiligheid en economie, en dringt er daarom bij de Commissie op aan om te beginnen met de ontwikkeling van noodplannen en risicobeperkende maatregelen die uitgaan van aannemelijke escalatiescenario’s, zoals een economische blokkade van Taiwan door China;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>is ernstig bezorgd over het toenemende aantal vijandige handelingen van China in de Zuid-Chinese Zee en de Indo-Pacifische regio, met name door het uitoefenen van militaire en economische dwang, tactieken van hybride oorlogvoering, gevaarlijke bewegingen van zijn marine en kustwacht tegen zijn buurlanden, en de aanleg van eilanden, ter schraging van onrechtmatige maritieme claims en bedreiging van scheepvaartroutes; neemt kennis van berichten dat een schip met banden met China begin januari 2025 een Taiwanese onderzeese kabel heeft beschadigd, en dringt erop aan dit incident grondig te onderzoeken; dringt er verder op aan dat Taiwan en de EU informatie over dit soort incidenten met elkaar uitwisselen; beklemtoont dat het groot belang hecht aan en zijn krachtige steun uitspreekt voor de vrijheid van scheepvaart en de maritieme veiligheid in alle wateren, met name in de Zuid-Chinese Zee; dringt er bij de Chinese autoriteiten op aan te stoppen met alle agressieve en provocerende daden, en met name met alle marine- en luchtmachtoefeningen in de Straat van Taiwan en de Zuid-Chinese Zee, die de stabiliteit in de Indo-Pacifische regio in gevaar brengen en daardoor een bedreiging vormen voor de internationale vrede en veiligheid, de soevereiniteit van de landen in de regio, de veiligheid van mensen op zee en de vrijheid van scheepvaart overeenkomstig UNCLOS; verwelkomt de toename van het aantal oefeningen ter bescherming van de vrijheid van scheepvaart door verschillende EU-landen, waaronder Frankrijk, Nederland en Duitsland; merkt op dat deze activiteiten in overeenstemming zijn met het internationale recht en dringt aan op meer samenwerking en coördinatie met regionale partners, waaronder in de vorm van “gecoördineerde maritieme aanwezigheid” in het noord-westelijke deel van de Indische Oceaan, en elders, om de frequentie van “vrijheid van scheepvaart”-oefeningen in de regio te verhogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>blijft bezorgd over de politieke en economische druk die China en Rusland uitoefenen in Centraal-Azië en benadrukt dat de EU als reactie hierop haar aanwezigheid in de regio moet vergroten; onderstreept dat de EU er belang bij heeft haar samenwerking op het gebied van veiligheid te versterken en haar economische en politieke banden aan te halen met de landen in Centraal-Azië, mede om het omzeilen van sancties tegen Rusland en Belarus tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de destabiliserende activiteiten van Iran in het Midden-Oosten, waaronder die middels zijn “<STRING ITALIC="on">proxies</STRING>”, alsook de aanhoudende steun van het land aan terroristische groeperingen, omdat hiermee de regionale, Europese en mondiale veiligheid rechtstreeks worden bedreigd; veroordeelt de toenemende militaire samenwerking tussen Iran en Rusland en met name hun voornemen om een verdrag inzake een alomvattend strategisch partnerschap te ondertekenen; staat echter volledig achter en is solidair met het maatschappelijk middenveld en de democratische krachten in Iran en dringt aan op meer internationale inspanningen om deze groeperingen te ondersteunen in hun strijd voor vrijheid en de mensenrechten; is ingenomen met het besluit van de EU om de sancties tegen Iran tot juli 2025 te verlengen, en daarbij onder meer sancties toe te passen op de Iraanse productie van drones en raketten en op de levering daarvan aan Rusland en de ruimere regio van het Midden-Oosten; wijst erop dat nog niet alle sanctiemogelijkheden zijn uitgeput, waaronder een veel restrictievere behandeling van technologieoverdracht via de uitvoer van producten die niet zijn ingedeeld als “bedoeld voor tweeërlei gebruik”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>veroordeelt ondubbelzinnig de Iraanse regering wegens medeplichtigheid aan aanslagen of pogingen tot aanslagen van internationaal erkende terroristische organisaties, zoals Hamas en Hezbollah, en netwerken in de EU, waardoor de Europese veiligheid, soevereiniteit en stabiliteit rechtstreeks in gevaar worden gebracht; herinnert er in dit verband aan dat de Islamitische Revolutionaire Garde in de afgelopen 30 jaar betrokken is geweest bij de planning en uitvoering van tientallen moorden en terroristische aanslagen, waaronder op het grondgebied van de EU, en meer recentelijk bij aanslagen op Joodse synagogen en Joodse personen, alsook Israëlische ambassades in verschillende lidstaten; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan de uitwisseling van inlichtingen te intensiveren en maatregelen op het gebied van terrorismebestrijding te nemen om toekomstige aanslagen te voorkomen; roept er eens te meer toe op de Iraanse Islamitische Revolutionaire Garde toe te voegen aan de EU-lijst van terroristische organisaties en steunt de initiatieven die sommige lidstaten in dit verband hebben ontplooid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>beschouwt het Iraanse kernwapenprogramma één van de grootste bedreigingen voor de mondiale veiligheid en benadrukt dat mocht Iran erin slagen de capaciteit voor een “nucleaire break-out” te bereiken het land waarschijnlijk nog agressiever zal worden en zijn steun voor terrorisme en de proliferatie van raketten en drones waarschijnlijk zal opvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>veroordeelt nogmaals in de krachtigste bewoordingen de verachtelijke terroristische aanslagen die op 7 oktober 2023 door de terroristische organisatie Hamas in Israël werden gepleegd en die hebben geleid tot verdere destabilisatie in het Midden-Oosten, waarna de situatie nog verder verslechterde door daden van agressie tegen Israël door bondgenoten van Iran (waaronder terroristische organisaties zoals Hezbollah in Libanon en de Houthi’s in Jemen) en het Iraanse regime zelf; bevestigt eens te meer dat Israël het recht heeft zichzelf te verdedigen, zoals vastgelegd in en afgedwongen door het internationaal recht; dringt aan op de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van alle gijzelaars die nog door Hamas worden vastgehouden; dringt er bij alle partijen op aan onmiddellijk te stoppen met alle vijandelijkheden en zich volledig aan het internationaal recht, inclusief het internationaal humanitair recht, te houden; spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de recente beëindiging van het staakt-het-vuren in Gaza en dringt aan op het onmiddellijke herstel ervan; benadrukt dat dit een belangrijke stap zou zijn waarmee het enorme leed dat de burgerbevolking aan beide zijden de afgelopen maanden heeft geleden, wordt verzacht; prijst de inzet van de bemiddelaars, waaronder de Verenigde Staten, Egypte en Qatar, wier inspanningen doorslaggevend waren voor het eerste staakt-het-vuren; dringt er bij alle Europese en internationale actoren op aan actief bij te dragen aan de totstandbrenging van een nieuwe doorbraak, toe te zien op de uitvoering van het staakt-het-vuren en degenen die zich er niet aan houden ter verantwoording te roepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>is ingenomen met de nieuwe inzet van de missie van de Europese Unie voor bijstandverlening inzake grensbeheer in Rafah op 31 januari 2025 om de Palestijnse Autoriteit te ondersteunen bij het faciliteren van veilige doorgang voor medische evacuaties tijdens fase I van het staakt-het-vuren; is bereid tot overleg over toekomstige concrete bijdragen aan de ondersteuning van een staakt-het-vuren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de militaire escalatie in het Midden-Oosten, die bijdraagt tot verdere destabilisatie in de regio; betreurt het onaanvaardbare aantal burgerslachtoffers, de gedwongen ontheemding als gevolg van het escalerende geweld, en het aanhoudende gebruik van militair geweld; spreekt daarnaast zijn diepste bezorgdheid uit over de voortzetting van het militaire optreden van het Israëlische leger in de Gazastrook en op de westelijke Jordaanoever; veroordeelt de beschietingen door het Israëlische leger op de Interim-Vredesmacht van de Verenigde Naties in Libanon (Unifil), die een ernstige schending van het internationaal recht vormen; benadrukt nogmaals dat Unifil, waar 16 lidstaten een bijdrage aan leveren, een belangrijke stabiliserende rol speelt in het zuiden van Libanon; dringt aan op een onmiddellijk staakt-het-vuren in zowel Gaza als Libanon, op stopzetting van de vijandelijkheden, de volledige en symmetrische uitvoering van Resolutie 1701 (2006) van de VN-Veiligheidsraad, en de bescherming van de burgerbevolking; benadrukt dat de EU en andere internationale actoren meer verantwoordelijkheid moeten nemen en regeringen en maatschappelijke organisaties in het Midden-Oosten moeten steunen bij hun inspanningen om permanente en duurzame vrede te realiseren, meer bepaald door te blijven streven naar een tweestatenoplossing voor Israël en Palestina, en door terrorisme en radicalisering in de regio tegen te gaan; benadrukt dat de conflicten in de regio repercussies hebben voor aangrenzende regio’s en Europa, en voor veiligheidsuitdagingen voor de EU zorgen wat betreft de toekomst van afschrikking, het humanitair recht en crisisbeheersing;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>is ingenomen met het tijdens de top van Caïro op 4 maart 2025 gepresenteerde Arabisch herstel- en wederopbouwplan, dat een serieuze basis vormt voor besprekingen over de toekomst van de Gazastrook; spoort de VV/HV en de commissaris voor het Middellandse Zeegebied aan om constructieve gesprekken met Arabische partners aan te knopen om geloofwaardige oplossingen voor de wederopbouw, het bestuur en de veiligheid van Gaza te bieden; verwerpt daarentegen het voorstel van een “Trump Gaza”, dat geen rekening houdt met de instabiele veiligheidssituatie in het hele Midden-Oosten; is van mening dat de omvang van de vernietiging en het menselijk lijden in Gaza een alomvattend internationaal engagement vereist, waarbij de Verenigde Staten, de EU, de VN, de Arabische staten en andere internationale partners elkaars inspanningen aanvullen zodat de onderhandelingen kunnen hervatten en constructief zijn; steunt inspanningen om de betrekkingen tussen Israël en de Arabische staten in de regio in de toekomst te normaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>dringt er bij de Raad en de lidstaten op aan Hezbollah in zijn geheel als terroristische organisatie aan te merken en op te roepen tot zijn volledige ontwapening overeenkomstig Resolutie 1701 (2006) van de VN-Veiligheidsraad; wijst op recente besluiten van meerdere landen, waaronder de Verenigde Staten en Canada, om Samidoun aan te merken als een terroristische organisatie die een proxy-actor is van het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina; benadrukt dat Samidoun in 2023 in Duitsland is verboden en dringt er bij de andere EU-lidstaten op aan hetzelfde te doen en de organisatie op hun grondgebied te verbieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>merkt op dat de Jordaans-Syrische grens wordt gebruikt om wapens en drugs van het ene naar het andere land te smokkelen; benadrukt dat de EU steun moet blijven bieden aan Jordanië, dat verzwakt is door de huidige crisis in het Midden-Oosten, en dringt erop aan in versterkte mate gebruik te maken van de EPF voor het bewaken van de Jordaans-Syrische grens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>erkent dat Turkije een land van strategisch belang voor de EU is, stelt vast dat Turkije in steeds grotere mate “aanwezig” is in gebieden waar de EU belangrijke veiligheidsbelangen heeft en GVDB-missies en -operaties uitvoert, en betreurt het dat Turkije een destabiliserende rol speelt in een aantal van die gebieden en in zijn nabuurschap; wijst op de illegale activiteiten van Turkije die indruisen tegen de belangen van de EU in het oostelijke Middellandse Zeegebied, die een schending vormen van het internationaal recht, waaronder het Unclos; spreekt nogmaals zijn veroordeling uit over de ondertekening van de memoranda van overeenstemming tussen Turkije en Libië over alomvattende samenwerking op het gebied van veiligheid en militaire samenwerking en over de afbakening van maritieme zones, die met elkaar samenhangen en een duidelijke schending van het internationaal recht, de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad en de soevereine rechten van de EU-lidstaten vormen; betreurt dat Turkije het effect van de EU-sancties tegen Rusland ondermijnt en herhaalt zijn oproep aan Turkije om zich volledig bij de desbetreffende sancties aan te sluiten; roept Turkije op te stoppen met het ondermijnen van de GVDB-missies en -operaties van de EU; verzoekt Turkije nogmaals te voldoen aan zijn verplichting van het volledig en niet-discriminerend uitvoeren van het Aanvullend Protocol bij de Overeenkomst van Ankara ten aanzien van alle lidstaten, met inbegrip van de Republiek Cyprus;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>betreurt het feit dat Turkije, ondanks inspanningen om te de-escaleren, het dreigement van <STRING ITALIC="on">casus belli</STRING> tegen Griekenland handhaaft en de illegale bezetting van het noordelijke deel van de Republiek Cyprus voortzet; veroordeelt ten stelligste de illegale activiteiten van Turkije op Cyprus, waaronder de schending van de status van de bufferzone, de toenemende militarisering van de bezette gebieden van de Republiek Cyprus en zijn inspanningen om - in strijd met het internationaal recht - de status van de separatistische entiteit in het bezette deel van Cyprus op te waarderen, en wijst erop dat die niet bevorderlijk zijn voor een hervatting van de onderhandelingen onder leiding van de VN; veroordeelt het dat Turkije de Resoluties 550 (1984) en 789 (1992) van de VN-Veiligheidsraad blijft schenden, waarin Turkije wordt opgeroepen het gebied Varosha onder tijdelijk bestuur van de VN over te dragen aan zijn rechtmatige bewoners, door de openstelling van de stad Varosha voor het publiek te steunen; dringt er nogmaals bij Turkije op aan zijn illegale en unilaterale activiteiten in Varosha te staken; verzoekt Turkije zijn troepen uit Cyprus terug te trekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>dringt er met klem op aan de onderhandelingen inzake de hereniging van Cyprus onder toezicht van de secretaris-generaal van de VN te hervatten en bekrachtigt zijn onvoorwaardelijke steun voor Cyprus bij het oplossen van deze kwestie; verzoekt Turkije in te stemmen met een rechtvaardige, alomvattende en haalbare oplossing voor dit conflict;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>is ingenomen met de informele uitgebreide bijeenkomst die de secretaris-generaal van de VN op 18 maart 2025 in Genève heeft belegd om het pad te effenen voor de hervatting van de onderhandelingen over de kwestie-Cyprus binnen het strikte kader zoals afgesproken op VN-niveau, het enige kader dat door de EU en de internationale gemeenschap is aanvaard en in overeenstemming is met het recht, de waarden en de beginselen van de EU; herinnert eraan dat de hereniging van Cyprus een prioriteit is voor de EU, die klaarstaat om de inspanningen op te voeren en een actieve rol te spelen bij de ondersteuning van het door de VN geleide proces met alle instrumenten waarover zij beschikt; verzoekt Turkije constructief deel te nemen aan de onderhandelingen en te goeder trouw opnieuw aan de onderhandelingstafel te verschijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>roept de EU op een betekenisvolle rol te spelen in het Middellandse Zeegebied, waarbij zij een veiligheidsspeler is die de stabiliteit van de regio en de eerbiediging van het internationaal recht en het Unclos kan waarborgen; is in dit verband genomen met de benoeming van een commissaris voor het Middellandse Zeegebied, opererend onder de leiding en politieke aansturing van de VV/HV; benadrukt dat de VV/HV, waar nodig in samenwerking met de commissaris voor het Middellandse Zeegebied en in overleg met de lidstaten, een coherente veiligheidsstrategie moet ontwikkelen voor het Middellandse Zeegebied en de omringende landen, waaronder Noord-Afrika, de Levant en de Sahel; dringt aan op nauwere samenwerking met partnerlanden in het Middellandse Zeegebied om extremisme, terrorisme, illegale wapenhandel en mensenhandel te bestrijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>maakt zich zorgen over de schendingen van de grondrechten van migranten in Libië, zoals gedocumenteerd in Resolutie 2755 (2024) van de VN-Veiligheidsraad; beklemtoont dat moet worden onderzocht welke rol GVDB-missies en -operaties (EUBAM-Libië en EUNAVFOR IRINI) spelen bij het doeltreffend bestrijden van mensenhandel respectievelijk mensensmokkel, en wat zij doen met betrekking tot de bescherming van de grondrechten van migranten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>stelt vast dat de snelle ineenstorting van het criminele regime van Bashar al-Assad in Syrië, dat sinds 2015 werd gesteund door het Kremlin, een grote politieke nederlaag voor Vladimir Poetin vormt en een bedreiging is voor de Russische strategische en militaire aanwezigheid in Syrië; herinnert eraan dat de militaire bases in Khmeimim en Tartus sinds 2015 van groot belang zijn geweest voor de Russische machtsprojectie in het Midden-Oosten en Afrika; merkt verder op dat deze militaire bases van essentieel belang waren voor de bevoorrading met en de levering van zwaar wapentuig en uitrusting aan Russische particuliere militaire ondernemingen, zoals de Wagner-groep, en hun operaties in Libië, Mali, de Centraal Afrikaanse Republiek, en Soedan; benadrukt dat het verlies van deze militaire bases in Syrië een klap zou kunnen toebrengen aan de operationele vermogens en invloed van Rusland in Afrika; roept de EU en haar lidstaten dan ook op de situatie in Syrië nauwlettend in de gaten te houden, betrekkingen aan te knopen met het nieuwe Syrische regime op voorwaarde dat Rusland zich volledig uit het land terugtrekt, en te verhinderen dat Rusland elders in de regio nieuwe militaire bases opent; realiseert zich in dit verband dat de EU ten aanzien van Syrië een sterke positie inneemt wat betreft politieke erkenning, de versoepeling van sancties, handelsovereenkomsten, en financiële steun voor wederopbouw, waarmee de EU een alternatief voor Turkije vormt met het oog op de invulling van de toekomst van Syrië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>maakt zich in toenemende mate zorgen over en veroordeelt de permanente pogingen van Rusland om de landen in de oostelijke nabuurschap van de EU te destabiliseren door middel van het gebruik van FIMI, politieke moorden, bedreigingen en de bezetting van grondgebied, in een poging hun Europese aspiraties en stabiliteit te ondermijnen; benadrukt dat de EU haar vermogen om in de landen van het oostelijk nabuurschap democratische en op waarden gebaseerde samenlevingen te verdedigen en te ontwikkelen, moet vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P>bevestigt opnieuw de inzet van de EU om de soevereiniteit en de territoriale integriteit van de Republiek Moldavië binnen haar internationaal erkende grenzen te steunen, alsook de inspanningen om voor het conflict in Transnistrië tot een vreedzame, permante en alomvattende politieke oplossing te komen; veroordeelt ten stelligste de voortdurende en gecoördineerde pogingen van Rusland, pro-Russische oligarchen en door Rusland gesponsorde lokale gelieerde groeperingen om de Republiek Moldavië te destabiliseren, verdeeldheid te zaaien in de Moldavische samenleving en de Europese koers van het land te saboteren door middel van hybride aanvallen, de inzet van de energievoorziening als wapen, desinformatie, bomaanslagen en georkestreerde protesten, en de dreiging met of het gebruik van geweld; neemt er met bezorgdheid kennis van dat de veiligheids- en inlichtingendienst van de Republiek Moldavië melding heeft gemaakt van een ongekende intensivering van de Russische acties met als doel Moldavië binnen de Russische invloedssfeer te houden; beklemtoont dat deze hybride dreiging zich richt op democratische processen en tegen Europese integratie, waarbij onder andere de radicale separatistische tendensen in het zuiden van het land, en met name in Gagaoezië, worden versterkt en waarbij gebruik wordt gemaakt van propaganda, sprake is van manipulatie van de informatieruimte en van inmenging in het verkiezingsproces en waarbij subversieve operaties worden uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>107.</NO.P>roept Rusland eens te meer op zijn troepen en militaire uitrusting terug te trekken uit het grondgebied van de Republiek Moldavië, ervoor te zorgen dat alle munitie en uitrusting in het depot van Cobasna onder internationaal toezicht wordt vernietigd en steun te verlenen aan een vreedzame oplossing van het conflict in Transnistrië, in overeenstemming met de beginselen van het internationaal recht; verzoekt de EU Moldavië meer steun te verlenen voor de bestrijding van FIMI, hybride dreigingen en cyberaanvallen; dringt er bij de lidstaten op aan de financiële middelen van de EPF te verhogen om de defensievermogens van Moldavië te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>108.</NO.P>erkent dat Georgië - in 2008 - het eerste doelwit was van grootschalige militaire agressie en pogingen van Rusland om de grenzen van een soevereine staat in Europa onder dwang te wijzigen; benadrukt dat Rusland sinds 2008 zijn illegale bezetting van en feitelijke gezag over de bezette gebieden van Georgië voortzet; onderstreept dat de militaire aanwezigheid en de aanzienlijke militaire opbouw in de bezette gebieden, de illegale activiteiten, de voortdurende grensverplaatsingen langs de administratieve grens en de mensenrechtenschendingen door Rusland in Georgië een ernstige bedreiging vormen voor de veiligheid van dat land en voor het bredere veiligheidskader van Europa; verzoekt Rusland eens te meer al zijn strijdkrachten en militaire uitrusting terug te trekken uit het grondgebied van Georgië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>109.</NO.P>veroordeelt met klem het neerschieten - door Rusland - van vlucht 8243 van Azerbaijan Airlines op 25 december 2024, waarbij 38 van de 67 passagiers aan boord om het leven kwamen; benadrukt dat dit eens te meer laat zien hoe gewelddadig en oorlogszuchtig het Russische regime is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>110.</NO.P>dringt er bij de EU op aan een actieve rol te blijven spelen en met behulp van haar belangrijke instrumenten doortastend op te treden om ervoor te zorgen dat Rusland zijn verplichtingen in het kader van het via bemiddeling door de EU bereikte staakt-het-vuren van 12 augustus 2008 nakomt, met name de verplichting om al zijn troepen terug te trekken uit de bezette gebieden in Georgië, in te stemmen met de instelling van internationale veiligheidsmechanismen in beide Georgische regio’s, de waarnemingsmissie van de EU ongehinderde toegang te verlenen tot het volledige grondgebied van Georgië, en op constructieve wijze deel te nemen aan het internationaal overleg van Genève en de mechanismen voor preventie en respons bij incidenten; verzoekt de EDEO een alomvattend verslag op te stellen over de schendingen van de staakt-het-vuren-overeenkomst van 12 augustus 2008, duidelijk in kaart te brengen en mee te delen welke bepalingen Rusland nog niet is nagekomen, en om aanbevelingen te doen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>111.</NO.P>is ingenomen met het recente nieuws over de succesvolle afronding van de onderhandelingen tussen Armenië en Azerbeidzjan over de volledige tekst van het ontwerpakkoord over vrede en de totstandbrenging van interstatelijke betrekkingen, prijst Armenië voor het effenen van het pad om de tekst te kunnen afronden en dringt er bij de Azerbeidzjaanse leiders op aan het vredesakkoord zoals overeengekomen tijdens de onderhandelingen te goeder trouw te ondertekenen en uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>112.</NO.P>veroordeelt Azerbeidzjan voor zijn aanhoudende inspanningen om de kans op regionale vrede te ondermijnen en voor zijn voortdurende bedreiging van Armenië; verzoekt de EU en haar lidstaten om elke veiligheids-, technische of financiële bijstand aan Azerbeidzjan - die onder meer verstrekt wordt via verschillende EU-instrumenten - die zou kunnen bijdragen tot de versterking van de offensieve capaciteiten van Azerbeidzjan of die de veiligheid, territoriale integriteit en soevereiniteit van Armenië in gevaar zou kunnen brengen, op te schorten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>113.</NO.P>herinnert eraan dat het een jaar geleden is dat Azerbeidzjan Nagorno-Karabach binnenviel, wat leidde tot de massale uittocht van meer dan 140 000 Armeniërs uit deze regio; veroordeelt de militaire steun die niet-EU-landen aan Azerbeidzjan verstrekken; wijst erop dat Azerbeidzjan ernstige schendingen van de mensenrechten in Nagorno-Karabach heeft gepleegd; veroordeelt de vernietiging door Azerbeidzjan van Armeens cultureel erfgoed in de regio; dringt aan op de vrijlating van alle 23 Armeense gijzelaars die in Azerbeidzjan worden vastgehouden, met inbegrip van voormalige de facto functionarissen van Nagorno-Karabach en krijgsgevangenen van de oorlog van 2020; verzoekt de Raad te overwegen gericht sancties op te leggen aan de personen die verantwoordelijk zijn voor de schendingen van het staakt-het vuren en van de mensenrechten in Nagorno-Karabach;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>114.</NO.P>looft het besluit om goedkeuring te hechten aan de eerste bijstandsmaatregel in het kader van de EPF ter ondersteuning van de Armeense strijdkrachten, aangezien dit zou bijdragen tot vergroting van de veerkracht van Armenië met als doel het waarborgen van de veiligheid, de onafhankelijkheid en de soevereiniteit van het land; dringt aan op intensivering van de samenwerking tussen Armenië en de EU op het gebied van veiligheid en defensie, met name bij het ruimen van mijnen, waaronder middels de EPF, daarbij rekening houdend met het besluit van Armenië om zijn lidmaatschap van het Verdrag inzake collectieve veiligheid te heroverwegen; is ingenomen met de maatregelen die diverse lidstaten hebben genomen om Armenië defensieve militaire steun te verlenen en dringt er bij de andere lidstaten op aan soortgelijke initiatieven te overwegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>115.</NO.P>benadrukt dat de EU haar regionale strategie voor de Sahel dringend moet herzien, naar aanleiding van de verschillende staatsgrepen in de regio; betreurt het ten zeerste dat de Franse troepen en de VN-vredestroepen de regio gedwongen hebben moeten verlaten, en veroordeelt dat hun plaats is ingenomen door particuliere militaire ondernemingen (PMC’s) en door overheden gesponsorde huurlingenlegers zoals het Afrikakorps (voorheen de Wagner-groep); beklemtoont dat die PMC’s een destabiliserende rol in de Sahel hebben gespeeld en verschillende repressieve regimes hebben gesteund in een poging om de invloed van Rusland in Afrika te vergroten; stelt vast dat Rusland wapens levert aan de militaire regimes in de Sahel; stelt verder vast dat ook andere actoren, zoals Turkije, hun aanwezigheid in de regio uitbreiden; dringt er bij de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de Sahelregio en de lidstaten op aan diplomatieke inspanningen te blijven leveren en het maatschappelijk middenveld en de uitgaven voor ontwikkeling en humanitaire hulp te blijven steunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>116.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het gebrek aan samenhang in de EU-respons op de crises in het gebied van de Grote Meren en verzoekt de Raad zijn vernieuwde EU-strategie voor de Grote Meren van 20 februari 2023 aan een nieuwe beoordeling te onderwerpen; erkent dat het belangrijk is dat de EU zich daadwerkelijk inzet voor vrede in de regio; neemt met bezorgdheid kennis van de rol die Rwanda heeft gespeeld in het oostelijke deel van de Democratische Republiek Congo (DRC), en verzoekt de EU voorwaarden te verbinden aan alle leveringen van militaire steun aan Rwanda; spreekt nadrukkelijk zijn veroordeling uit over de verovering door M23 van gebieden in het oosten van de DRC, waaronder de regionale hoofdsteden Goma en Bukavu, hetgeen rechtstreeks heeft geleid tot de dood van naar schatting 3 000 burgers; veroordeelt de schendingen van de soevereiniteit en territoriale integriteit van het oosten van de DRC door de rebellen van M23; is ernstig bezorgd over de humanitaire situatie van miljoenen ontheemden in het gebied en over het gebruik van verkrachting als strategisch oorlogswapen; dringt er bij de VV/HV op aan om, in overeenstemming met de EU-strategie voor de Grote Meren, duidelijke maatregelen te nemen om de stabiliteit te herstellen en samen te werken met de VN-stabilisatiemissie in de Democratische Republiek Congo (MONUSCO), teneinde de burgers in het oosten van de DRC te beschermen; verzoekt de Rwandese regering met klem haar troepen terug te trekken uit het grondgebied van de DRC en om de samenwerking met de rebellen van M23 stop te zetten, met inbegrip van de levering van wapens en troepen en het verstrekken van logistieke steun; dringt bij de EU aan op een opschorting van haar memorandum van overeenstemming over grondstoffen en van alle militaire samenwerking met Rwanda, ook via de EPF en eventuele andere mechanismen, totdat Rwanda zijn illegale steun aan gewapende groeperingen stopzet en de soevereiniteit en territoriale integriteit van de DRC volledig eerbiedigt; doet eveneens een oproep aan de DRC om haar samenwerking met rebellengroepen in de regio stop te zetten; steunt het vredesproces van Luanda en Nairobi om met diplomatieke middelen tot een politieke oplossing van het conflict te komen, en dringt er bij de VV/HV op aan de diplomatieke contacten met de partijen bij het conflict en andere partijen in de regio voort te zetten en de druk op de partijen op te voeren om opnieuw vreedzame onderhandelingen op te starten, onder meer door het veiligheids- en defensieoverleg van de EU met Rwanda uit te stellen en sancties vast te stellen, afhankelijk van de situatie ter plaatse en de vooruitgang die is geboekt in het kader van de lopende regionale bemiddelingsprocessen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>117.</NO.P>uit zijn teleurstelling over de opschorting van de activiteiten van het Amerikaanse Agentschap voor internationale ontwikkeling (USAID) en beklemtoont dat de uitdagingen op het gebied van veiligheid en defensie hierdoor aanzienlijk toenemen, aangezien nu wordt gesnoeid in kritieke investeringen in veerkracht, aanpassing, conflictpreventie en vredesopbouw, en doet daarom een oproep aan de EU en haar internationale partners om ervoor te zorgen dat het vacuüm dat zo ontstaat niet door onze tegenstanders wordt opgevuld door strategisch na te denken over manieren om bepaalde programma’s die als gevolg van de acties van de Amerikaanse regering niet langer worden gefinancierd over te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>118.</NO.P>is bezorgd over de beperkte rol die de EU in de Hoorn van Afrika speelt, terwijl de betrokkenheid van andere buitenlandse actoren juist groter wordt; dringt aan op een herziening van de EU-strategie voor de regio, met het oog op het verwezenlijken van de EU-doelstellingen van bevordering van vrede, stabiliteit en inclusieve, duurzame economische ontwikkeling in de regio; verzoekt de Raad, de Commissie en de EDEO erover na te denken hoe de GVDB-missies en -operaties in de regio het best kunnen bijdragen aan het verwezenlijken van deze doelstellingen en de acties van de EU uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>119.</NO.P>wijst erop dat het Noordpoolgebied van groot strategisch en geopolitiek belang is vanwege nieuwe zeeroutes, de overvloed aan natuurlijke hulpbronnen en de mogelijkheden voor economische ontwikkeling als gevolg van de opwarming van de aarde, en dat steeds meer landen er hun oog op laten vallen; maakt zich zorgen over de toenemende militarisering en de strijd om grondstoffen als gevolg van Russische en Chinese activiteiten in de regio; veroordeelt de herhaalde verklaringen van de Amerikaanse president over zijn doel om Groenland in handen van de VS te krijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>120.</NO.P>benadrukt hoe belangrijk het is de veiligheid, stabiliteit en samenwerking in het Noordpoolgebied te handhaven; wijst erop dat dit gebied gevrijwaard moet blijven van militaire spanningen en de exploitatie van natuurlijke hulpbronnen, en dat de rechten van inheemse volkeren moeten worden geëerbiedigd; is van mening dat het Noordpoolbeleid van de Unie in het GVDB moet worden geïntegreerd en dat de afschrikkings- en defensievermogens moeten worden versterkt in nauwe samenwerking met de NAVO; benadrukt dat samenwerking tussen de EU en de NAVO van essentieel belang is om tegenwicht te bieden aan de groter wordende invloed van Rusland en China in de regio; dringt erop aan kwesties die van belang zijn voor het Noordpoolgebied stelselmatig ter sprake te brengen tijdens de vergaderingen van het Politiek en Veiligheidscomité en de Raad;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Genderdimensie en de rol van vrouwen in vrede en veiligheid</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>121.</NO.P>benadrukt dat gewapende conflicten naar verhouding zwaardere en specifieke gevolgen hebben voor vrouwen en meisjes, met name wat betreft conflictgerelateerd seksueel geweld; beklemtoont dat het absoluut noodzakelijk is om de verlening en toegankelijkheid van passende gezondheidszorg in gewapende conflicten te waarborgen, met inbegrip van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten; verzoekt de EU en de lidstaten ervoor te zorgen dat bij de beoordeling van gewapende conflicten rekening wordt gehouden met het genderaspect;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>122.</NO.P>herinnert eraan dat het mainstreamen en operationaliseren van het genderperspectief in de externe betrekkingen en het uitvoeren van de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid in overeenstemming met de desbetreffende resoluties van de VN-Veiligheidsraad van oudsher tot de prioriteiten van de EU behoren; herinnert er in dit verband aan dat het belangrijk is vrouwen in grotere mate te laten deelnemen aan conflictpreventie en -oplossing, vredesonderhandelingen, vredesopbouw en -handhaving, humanitair optreden en wederopbouw na conflicten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>123.</NO.P>benadrukt dat de integratie van een genderperspectief in alle externe en interne GVDB-activiteiten bijdraagt tot vergroting van de operationele doeltreffendheid van het GVDB en bijdraagt tot de geloofwaardigheid van de EU als aanjager van gendergelijkheid wereldwijd; hamert er dan ook op dat het belangrijk is dat de EU zich houdt aan al haar toezeggingen, waaronder die in het EU-genderactieplan III (2020‑2024) en het strategisch kompas; dringt er verder op aan dat bij de actualisering van het strategisch kompas bijkomende maatregelen worden voorgesteld om gendergelijkheid en de volledige en betekenisvolle deelname van vrouwen aan het GVDB te waarborgen, met name aan militaire missies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>124.</NO.P>is ingenomen met de integratie van het gender- en het mensenrechtenperspectief en met de aanstelling van genderadviseurs bij alle GVDB-missies en -operaties, en de oprichting van een netwerk van contactpunten voor genderkwesties; dringt erop aan dat het nieuwe pact inzake het civiele GVDB wordt gebruikt om te streven naar de volledige deelname van vrouwen aan civiele GVDB-missies;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">GVDB-missies en -operaties</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>125.</NO.P>onderstreept het belang van duidelijke en haalbare doelstellingen, aandacht voor de zienswijze en inbreng van het gastland, alsook van uitrusting en de nodige financiële, logistieke en personele middelen voor elk van de GVDB-missies en -operaties; benadrukt verder dat het veiligheidsklimaat in veel van de gebieden en regio’s waar GVDB-missies plaatsvinden, verslechtert; roept ertoe op de organisatie van de evaluatie en controle van GVDB-missies en -operaties te verbeteren; roept er nogmaals toe op de GVDB-missies en -operaties grondig te evalueren, met name wat betreft de vraag of hun mandaat realistisch is rekening houdend met de ter beschikking gestelde hulpbronnen en uitrusting, het beheer ervan, de methoden voor het aanwerven van personeel en het op elkaar afstemmen van hun profiel en de benodigde vaardigheden, het transparante karakter van aanbestedingen, activiteiten en de behaalde resultaten, de lessen die geleerd zijn met betrekking tot optimale praktijken, en de ondervonden problemen; benadrukt dat alle missies en operaties een vervalbepaling moeten hebben, zodat ze indien nodig op verantwoorde wijze kunnen worden beëindigd; verzoekt de VV/HV en de lidstaten om de GVDB-missies en -operaties doeltreffend te blijven opzetten, onder meer door te voorzien in robuuste, resultaatgerichte, flexibele en modulaire mandaten, om ervoor te zorgen dat ze aansluiten bij de wisselende veiligheidscontext en de veiligheidsbehoeften van de gastlanden, en door een sterk partnerschap te handhaven met de gastregeringen, het maatschappelijk middenveld en de plaatselijke bevolking, met het oog op het tot stand brengen van de noodzakelijke condities voor de missies en operaties om hun doelstellingen op te lange termijn te kunnen verwezenlijken; verzoekt de lidstaten het nieuwe pact inzake het civiele GVDB te gebruiken om hun strategische visie op civiele crisisbeheersing te versterken door de rol, de doeltreffendheid en de toegevoegde waarde van het civiele GVDB te verduidelijken en door een gemeenschappelijk ambitieniveau voor civiele crisisbeheersing vast te stellen; dringt erop aan gebruik te maken van de synergieën tussen en de complementariteit van de civiele en de militaire dimensie van het GVDB; verzoekt de Commissie en de EDEO om, samen met de lidstaten, een gestructureerd en periodiek proces voor de ontwikkeling van civiele vermogens te ontwikkelen om de vermogensbehoeften van de lidstaten in kaart te brengen, vereisten te ontwikkelen, een kloofanalyse uit te voeren, en de vorderingen periodiek te evalueren; meent dat er een solide beleid moet worden vastgesteld inzake de uitrusting en diensten die de partnerlanden waar civiele GVDB-missies plaatsvinden, nodig hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>126.</NO.P>stelt vast dat de GBVB-begroting voor civiele GVDB-missies in het MFK 2021-2027 slechts marginaal is verhoogd ten opzichte van het meerjarig financieel kader (MFK) 2014-2020, terwijl het aantal GVDB-missies alsook hun taken en kosten zijn toegenomen; verzoekt om de financiering voor de GBVB-begroting substantieel te verhogen, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de financiering die wordt toegewezen aan de civiele GVDB-missies efficiënt wordt ingezet om er zeker van te zijn dat doeltreffend wordt gereageerd op crisissituaties en onvoorziene gebeurtenissen; dringt aan op de instelling van een specifieke begrotingslijn of van een “civiele ondersteuningsfaciliteit”, om partnerlanden de uitrusting en diensten aan te bieden die nodig zijn om hun civiele vermogens te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>127.</NO.P>herhaalt zijn verzoek aan de EDEO om concrete maatregelen te nemen ter ondersteuning van GVDB-missies en -operaties in de strijd tegen cyber- en hybride-aanvallen en FIMI in landen waar het GVDB missies en operaties uitrolt, met name in de Westelijke Balkan en in de landen van het Oostelijk Partnerschap; verzoekt de Commissie bij het ontwerp van haar schild voor de Europese democratie rekening te houden met de GVDB-missies en -operaties, om pogingen om het externe optreden van de EU in diskrediet te brengen te voorkomen en het EU-personeel dat in het buitenland wordt ingezet, te beschermen; dringt erop aan de bij verschillende CSDP-missies en -operaties opgebouwde expertise te benutten, en samen te werken met missies en operaties van de lidstaten, om dreigingen beter in kaart te brengen en informatie daarover doeltreffender uit te wisselen, teneinde ze in voorkomend geval tijdig te voorkomen of aan te pakken; dringt aan op verbetering van het responsvermogen, een betere strategische communicatie en meer voorlichtingscampagnes in de inzetgebieden – met gebruikmaking van de relevante lokale talen – om de lokale bevolking beter te informeren over de motieven, voordelen en opgaven van de GVDB-missies en -operaties in hun respectieve regio’s, en hen te informeren over de gevolgen als zij vertrouwen op de steun van andere actoren die hen willen destabiliseren, met name Rusland en China; verzoekt de Commissie en de EDEO verder de zichtbaarheid van GVDB-missies in de landen van het Oostelijk Partnerschap te vergroten door deze missies op te nemen in hun politieke boodschappen, documenten openbaar te maken, en contacten aan te gaan met de internationale pers; verzoekt de Commissie en de EDEO het mandaat van adviesmissies en -operaties in het kader van het GVDB aan te passen, teneinde daarin gespecialiseerde trainingen over de bestrijding van hybrideoorlogsvoeringsactiviteiten, cyberwarfare, en het analyseren van inlichtingen uit open bronnen (OSINT) in op te nemen; verzoekt de EDEO de samenwerking en coördinatie met andere missies en operaties van gelijkgestemde partners en organisaties, waaronder vredeshandhavingsmissies van de Verenigde Naties, bij de bestrijding van FIMI ter plaatse te intensiveren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>128.</NO.P>merkt op dat corruptie in inzetgebieden GVDB-missies en -operaties negatief kan beïnvloeden als gevolg van de hieruit resulterende reputatieschade, verspilling van middelen en kwaliteitsvermindering op het gebied van governance en bestuur, alsmede door het toenemen van de omkoping, fraude, afpersing en nepotisme in het betrokken gebied; dringt erop aan strategieën toe te passen om corruptie te voorkomen en bestrijden, deskundigheid en kennis op het gebied van corruptiebestrijding te ontwikkelen en meer inspanningen te leveren om de corruptierisico’s bij huidige en toekomstige GVDB-missies en -operaties te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>129.</NO.P>verzoekt de Raad en de EDEO om in hun GVDB-missies en -operaties een component inzake de bescherming van cultureel erfgoed op te nemen teneinde lokale partners bijstand en scholing te bieden bij het aanpakken van veiligheidsproblemen in verband met het behoud en de bescherming van cultureel erfgoed; merkt op dat de toevoeging van bescherming van cultureel erfgoed en interculturele dialoog aan het mandaat van missies een positieve uitwerking zou hebben op het proces van conflictoplossing en verzoening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>130.</NO.P>benadrukt dat het mandaat van GVDB-missies en -operaties in buurlanden in Oost-Europa moet worden uitgebreid, wanneer verhoogde veiligheidsdreigingen een versterkte aanwezigheid van de EU rechtvaardigen; moedigt alle lidstaten aan voor deze missies en operaties personeel in te zetten; moedigt ook een grotere deelname van derde landen aan deze missies aan, met name derde landen die met succes GVDB-missies hebben ontvangen die zijn voltooid; roept de lidstaten op te onderzoeken hoe indien nodig nieuwe GVDB‑missies en ‑operaties kunnen worden uitgerold in kandidaat-lidstaten, in nauwe samenwerking met de nationale autoriteiten van die landen; verzoekt de EDEO ervoor te zorgen dat de steun van GVDB-missies voor hervormingen in de veiligheidssector ook opleiding omvat voor ambtenaren van ministeries; verzoekt de EDEO en de Europese Veiligheids- en defensieacademie de deskundigheid te helpen ontwikkelen van civiel en defensiepersoneel dat GVDB-missies en -operaties ondersteunt en daarbij wordt ingezet; merkt op dat derde landen waar GVDB-missies en -operaties worden uitgerold, de kans krijgen de EU te helpen GVDB‑doelen te realiseren en kunnen tonen zien dat zij anderen veiligheid kunnen bieden door deel te nemen aan GVDB-missies en -operaties buiten het verdragsgebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>131.</NO.P>is ingenomen met de verlenging door de VN-Veiligheidsraad van het mandaat van operatie Althea van de door de EU geleide strijdmacht (EUFOR) in Bosnië en Herzegovina na 2025, aangezien dit een gevestigde vredeshandhavingsmissie is die haar waarde bewezen heeft en die aanzienlijk heeft bijgedragen tot de stabiliteit zowel van het land als van de regio; verheugt zich erover dat de missie positief heeft gereageerd op het verzoek van het agentschap voor civiele bescherming van het ministerie van Veiligheid van Bosnië en Herzegovina door de nationale autoriteiten hulp te bieden bij het aanpakken van de gevolgen van recente overstromingen; is van mening dat deze verlenging een weerspiegeling is van het gedeelde engagement van het volledige politieke spectrum in Bosnië en Herzegovina om de vrede en veiligheid in samenwerking met de EU te handhaven; is ingenomen dat er medio maart reservetroepen van EUFOR Althea in Bosnië en Herzegovina zijn aankomen en herhaalt zijn oproep aan alle actoren in Bosnië en Herzegovina om zich te onthouden van politieke dreigingen en andere potentieel schadelijke acties, de grondwet van het land te eerbiedigen en inspanningen te leveren om het traject van Bosnië en Herzegovina naar integratie in de EU te waarborgen; is ingenomen met de blijvende aanwezigheid in Kosovo van de Kosovo Force (KFOR) en de rechtsstaatmissie van de EU (EULEX) en prijst de rol die deze spelen bij de versterking van de veiligheid en stabiliteit; verzoekt alle betrokken partijen zich te houden aan de vereisten van het internationaal recht en te voorkomen dat ontwrichtende acties de noordelijke regio van Kosovo destabiliseren; dringt er bij de betrokken partijen op aan deel te nemen aan de door de EU bemiddelde gestructureerde dialoog; veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de terroristische aanval van Servische paramilitairen op de Kosovaarse politie en de afschuwelijke terroristische aanval op kritieke infrastructuur nabij Zubin Potok in het noorden van Kosovo; benadrukt dat de daders van deze betreurenswaardige terroristische aanvallen ter verantwoording moeten worden geroepen en onverwijld voor de rechter moeten worden gebracht; dringt erop aan dat zowel operatie Althea van EUFOR als ook KFOR worden versterkt met extra middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>132.</NO.P>prijst de oprichting en de operaties van de EU-partnerschapsmissie in Moldavië (EUPM Moldova), die heeft bijgedragen tot de versterking van de crisisbeheersingsstructuren van het land en het vergroten van zijn weerbaarheid tegen cyber- en hybride dreigingen, en tot de bestrijding van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging; dringt erop aan dat het mandaat van de missie na mei 2025 wordt verlengd, dat de toereikendheid van de methoden en middelen van de missie wordt beoordeeld in het licht van de doelstellingen en dat de middelen in het licht van de conclusies van de evaluatie worden aangepast ter vergroting van de doeltreffendheid; erkent de belangrijke rol die de missie van de Europese Unie voor bijstandsverlening inzake grensbeheer aan Moldavië en Oekraïne (EUBAM) speelt bij de heropening van het goederenvervoer per spoor via Transnistrië en bij het dwarsbomen van meerdere smokkeloperaties; moedigt EUBAM ertoe aan nauwer samen te werken met diverse internationale organisaties, waaronder Europol, Frontex en de OVSE via haar werkgroep Wapens, gezamenlijke operaties in het kader van ORIO II en het initiatief “EU 4 Border Security”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>133.</NO.P>is ingenomen met de rol die de waarnemingsmissie van de EU (EUMM) in Georgië speelt bij het monitoren van de situatie aan de administratieve grens met Abchazië en Zuid-Ossetië; veroordeelt de tijdelijke detentie van EUMM-functionarissen door beveiligingsmedewerkers tijdens een routinepatrouille langs de administratieve grens; uit zijn diepe bezorgdheid over alle acties die EUMM-acties belemmeren en die als doel hebben de inspanningen om vertrouwen op te bouwen te ondermijnen; dringt er bij de Raad en de EDEO op aan de situatie nauwlettend te volgen, de onbelemmerde toegang van de EUMM tot de door Rusland bezette gebieden in Georgië, waarin is voorzien in het mandaat van de missie, te bevorderen, de uitbreiding van het mandaat te steunen en de capaciteiten van de missie te versterken opdat deze naar behoren tegemoet kan komen aan de veiligheids- en humanitaire behoeften van de lokale bevolking in conflictgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>134.</NO.P>is ingenomen met en steunt krachtig de activiteiten van de in het kader van het GVDB uitgevoerde civiele missie van de Europese Unie in Armenië (EUMA), die de veiligheid in de regio helpt vergroten door het aantal incidenten in conflict- en grensgebieden aanzienlijk te verminderen, vertrouwen op te bouwen en het risico voor de bevolking in deze gebieden te verminderen; is ingenomen met de bijstand van Armenië aan de activiteiten van EUMA op zijn grondgebied; prijst de Raad voor zijn besluit om de capaciteit van de missie te vergroten, het aantal ingezette waarnemers te verhogen en de inzettermijn te verlengen, en dringt aan op verdere uitbreiding en een sterkere aanwezigheid in de regio om een gunstig klimaat te scheppen voor door de EU gesteunde normaliseringsinspanningen tussen Armenië en Azerbeidzjan; dringt er bij Azerbeidzjan op aan EU-waarnemers ook aan zijn kant van de grens toe te staan; veroordeelt de bedreigingen van Azerbeidzjan en het negatieve discours van Rusland ten aanzien van EUMA;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>135.</NO.P>is van mening dat de twee civiele GVDB-missies – de politiemissie van de Europese Unie voor de Palestijnse Gebieden (EUPOL COPPS) en de missie van de Europese Unie voor bijstandsverlening inzake grensbeheer aan de grensovergang bij Rafah (EUBAM Rafah) – een essentiële rol kunnen spelen bij het ondersteunen van de Palestijnse inspanningen op het gebied van staatsopbouw; is er voorstander van dat EUPOL COPPS en EUBAM Rafah een grotere rol krijgen, overeenkomstig de conclusies van de Europese Raad van 21 en 22 maart 2024, uitgaande van het beginsel van de tweestatenoplossing en de levensvatbaarheid van een toekomstige Palestijnse staat, zodat zij kunnen bijdragen aan het verlenen van humanitaire bijstand aan de Gazastrook, de doeltreffendheid van de Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever kunnen verbeteren en de terugkeer van de autoriteit naar de Gazastrook kunnen helpen voorbereiden; benadrukt met name dat de nodige voorwaarden moeten worden geschapen voor de volledige reactivering van EUBAM Rafah, zodat zij kan optreden als neutrale derde partij aan de grensovergang bij Rafah, in coördinatie met de Palestijnse Autoriteit en de Israëlische en Egyptische autoriteiten; verwacht dat de uitbreiding van het toepassingsgebied en de mandaten van EUPOL COPPS en EUBAM Rafah ter plaatse in de komende EU-strategie voor het Midden-Oosten als kernprioriteiten zullen worden opgenomen; is ingenomen met het besluit van de Raad om de mandaten van beide missies te verlengen tot 30 juni 2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>136.</NO.P>neemt kennis van het feit dat de mandaten van EUTM Mali, EUMPM in Niger en de missie op het terrein van het personeel van EUCAP Sahel Niger in 2024 zijn afgelopen, terwijl de capaciteitsmissie van de EU in Mali (EUCAP Sahel Mali) en de regionale advies- en coördinatiecel van de EU (EU RACC) voor de Sahel nog actief zijn; erkent dat de verschillende internationale missies er niet in zijn geslaagd hun doelstelling te realiseren om de regio en haar kwetsbare democratieën te stabiliseren of vrede in de regio te waarborgen; is bezorgd over het falen van de EU-strategie voor de Sahel op het gebied van veiligheid en defensie; uit zijn diepe bezorgdheid over de verslechtering van de veiligheidssituatie, het voortdurende falen van de overheden en de heropleving van terrorisme in de Sahel; neemt kennis van de oprichting van een nieuw type hybride civiel-militair veiligheids- en defensie-initiatief van de EU in de Golf van Guinee (EUSDI Gulf of Guinea), dat is opgestart in augustus 2023 met als doel de veiligheids- en defensietroepen van de Ivoorkust, Ghana, Togo en Benin te versterken om de stabiliteit en veerkracht van hun noordelijke grensgebieden te vergroten; dringt er voorts bij de EDEO en de lidstaten op aan het mandaat van alle GVDB-missies in Afrika zorgvuldig te bekijken, met als streven voor iedere missie doelen en mijlpalen vast te stellen die in de huidige politieke context haalbaar zijn, en tevens te onderzoeken of deze missies kunnen worden gewijzigd zodat zij doeltreffender kunnen bijdragen aan een nieuwe, herziene multidimensionele EU-strategie voor Afrika en de Sahel, als onderdeel van een geïntegreerde benadering; dringt in dit verband aan op een evaluatie, bij wijze van prioriteit, van het mandaat en de middelen van EUCAP Sahel Mali en EU RACC voor de Sahel, met het oog op wijzigingen eraan en indien nodig de beëindiging ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>137.</NO.P>is ingenomen met de oprichting in februari 2024 van EUNAVFOR ASPIDES, een militaire EU-operatie als reactie op de Houthi-aanvallen op de internationale scheepvaart in de Rode Zee, om bij te dragen tot de bescherming van de vrijheid van scheepvaart en het waarborgen van de maritieme veiligheid, met name voor koopvaardijschepen en commerciële schepen in de Rode Zee, de Indische Oceaan en de Perzische Golf; verzoekt de lidstaten de capaciteit van EUNAVFOR ASPIDES te vergroten en te overwegen de operatie samen te voegen met de militaire EU-operatie Atalanta, zoals oorspronkelijk gepland, om de efficiëntie van beide operaties te verbeteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het versterken van het vermogen van de EU om veiligheidsproblemen aan te pakken</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Inlichtingencapaciteit</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>138.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is dat er gewerkt wordt aan het verbeteren van de uitwisseling van inlichtingen en informatie tussen de lidstaten en de EU-instellingen, waaronder het Parlement, om buitenlandse inmenging tegen te gaan, het situationeel bewustzijn te verbeteren, beter te kunnen anticiperen en reageren op bedreigingen voor de collectieve veiligheid, en gemeenschappelijke actielijnen vast te stellen in het kader van het GVDB, met name op het gebied van crisisbeheersing;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>139.</NO.P>is van mening dat de EU, in het licht van de toenemende geopolitieke uitdagingen en crisissen wereldwijd, ten volle gebruik moet maken van de nodige informatie uit de eerste hand over de mondiale kwesties die zich voordoen buiten haar grenzen; prijst de inspanningen van het Inlichtingen- en situatiecentrum van de EU (EU-Intcen) en het directoraat Inlichtingen van de Militaire Staf van de EU, die samenwerken in het kader van de gemeenschappelijke capaciteit op het gebied van inlichtingenanalyse (SIAC), alsook van het Satellietcentrum van de Europese Unie (SatCen), om inlichtingenbeoordelingen van alle bronnen op te stellen; dringt er bij de EU-lidstaten op aan EU-Intcen, SIAC, het crisisresponscentrum van de EDEO en SatCen te versterken door de personele en financiële middelen ervan, alsmede de capaciteiten en informatiebeveiliging ervan uit te breiden; dringt er bij deze centra op aan om, mits zij over adequate voorzieningen op het gebied van informatiebeveiliging beschikken, lessen te trekken uit de rol van de NAVO bij het faciliteren van de publiek-private uitwisseling van inlichtingen over cyberdreigingen, en de conclusies toe te passen op hun terrein, zodat zij de lidstaten een meerwaarde bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>140.</NO.P>roept de lidstaten op EU-Intcen te gebruiken als doeltreffend orgaan voor het delen van inlichtingen, om inlichtingen uit te wisselen op veilige wijze, een gemeenschappelijke strategische en veiligheidscultuur vorm te geven en strategische informatie te verstrekken; benadrukt dat EU-Intcen op basis van de verzamelde inlichtingen verder moet worden betrokken bij de dreigingsevaluaties die door de EU-instellingen worden uitgevoerd, alsook bij de toewijzing van digitale operaties en de omzeiling van sancties; verzoekt nogmaals de instelling te bevorderen van een systeem voor een regelmatige en continue inlichtingenstroom van de EU-lidstaten naar de EDEO en tussen de lidstaten onderling over buitenlandse en veiligheidskwesties die zich voordoen buiten de Unie; benadrukt dat veilige communicatie en een hoog niveau van informatiebeveiliging van groot belang zijn voor het verkrijgen van betrouwbare inlichtingen en vraagt dat in dit verband inspanningen worden geleverd om de veiligheidsregels en -voorschriften te verbeteren en te stroomlijnen, teneinde gevoelige informatie, infrastructuur en communicatiesystemen beter te beschermen tegen buitenlandse inmenging en aanvallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>141.</NO.P>dringt aan op regelmatige gezamenlijke dreigingsevaluaties met inbreng van de inlichtingendiensten van de lidstaten om de besluitvormingsorganen van het GVDB te informeren en herhaalt zijn oproep tot het inzetten van capaciteit voor het verzamelen van inlichtingen in alle GVDB-missies en -operaties, die informatie kunnen verstrekken aan EU-Intcen, de Militaire Staf van de EU (EUMS), het MPCC en het CPCC;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Verdediging tegen hybride aanvallen en desinformatie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>142.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de toenemende veiligheidsuitdagingen in verband met cyber- en hybride aanvallen en buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging, die alle onder meer gericht zijn op het ondermijnen van de stabiliteit van de democratische samenlevingen van de EU, met name in EU-gebieden ver van het moederland, en de allianties van de EU-lidstaten, en op het vergroten van de polarisatie, met name in de aanloop naar verkiezingen; benadrukt dat de lidstaten, met name aan de oostelijke buitengrens van de EU, kwetsbaar zijn voor dergelijke vijandige invloed van Rusland en Belarus; is met name ingenomen met de institutionele samenwerking op administratief niveau die tijdens de afgelopen Europese verkiezingscampagne is ingesteld tussen de Commissie, de EDEO en het Parlement om grootschalige buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging door kwaadwillige statelijke actoren en niet-statelijke actoren uit derde landen te voorkomen; verzoekt de diensten van de Commissie, de EDEO en het Parlement hun capaciteiten te vergroten om weerbaarder te zijn tegen hybride beïnvloeding en buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging; wijst in dit verband op het recente besluit van het Roemeense grondwettelijk hof om de eerste ronde van de presidentsverkiezingen nietig te verklaren naar aanleiding van meldingen van grootschalige hybride aanvallen door Rusland, met name via socialemediaplatforms; verzoekt voorts de diensten van de EDEO en het Parlement nauw samen te werken met de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld en de academische en wetenschappelijke gemeenschap bij de bestrijding van kwaadwillige beïnvloedingscampagnes en hybride bedreigingen, met inbegrip van de inzet van nieuwe technologieën als wapens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>143.</NO.P>steunt de toegezegde instelling van een “Europees schild voor de democratie” en verzoekt de lidstaten, de Commissie en de EDEO nogmaals de oprichting te overwegen van een goed toegeruste, onafhankelijke structuur voor het vaststellen, analyseren en documenteren van dreigingen in verband met buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging in de gehele EU om misleidende inhoud online op te sporen, te traceren en de verwijdering ervan te vragen, het situationele bewustzijn te vergroten, de uitwisseling van inlichtingen over dreigingen te verbeteren en het vermogen om aanstichters van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging aan te wijzen en tegenmaatregelen te nemen verder te ontwikkelen; is van mening dat deze structuur kan dienen als referentie en gespecialiseerd kenniscentrum dat de uitwisseling van operationele informatie tussen de autoriteiten van de lidstaten en de EU-instellingen kan faciliteren en bevorderen; wijst erop dat deze structuur de rol van de afdeling strategische communicatie van de EDEO en de taskforces daarvan als strategisch orgaan van de diplomatieke dienst van de EU moet verduidelijken en versterken, en overlapping van activiteiten moet voorkomen; wijst op zijn eigen besluit om in het Europees Parlement een Bijzondere Commissie inzake het Europees schild voor de democratie op te richten en beschouwt dit orgaan als een belangrijk instrument om de Europese inspanningen op dit gebied te consolideren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>144.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is de inspanningen op te voeren ter bestrijding van desinformatie die door buitenlandse actoren wordt verspreid met als doel de geloofwaardigheid van de EU te ondermijnen, met name in kandidaat-lidstaten en buurlanden en in regio’s waar GVDB‑missies en ‑operaties plaatsvinden; onderstreept dat de coördinatie tussen de EDEO en de relevante EU-agentschappen, met inbegrip van het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa), en de relevante autoriteiten op het niveau van de lidstaten aanzienlijk moet worden opgevoerd om coherente en efficiënte strategieën tegen buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging te ontwikkelen; onderstreept in dit verband dat er nood is aan strategische en preventieve communicatie en verzoekt alle EU-instellingen nauw samen te werken met de EDEO om de zichtbaarheid, de positieve perceptie en de legitimiteit van het externe optreden van de EU te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>145.</NO.P>is van mening dat hybride dreigingen de komende jaren een combinatie zullen vormen van informatieoorlogvoering, manoeuvres van snellereactie-eenheden, grootschalige cyberoorlogvoering en opkomende en disruptieve technologieën van de zeebodem tot de ruimte, met de inzet van geavanceerde bewakings- en aanvalssystemen, zowel binnen als buiten de dampkring, waarbij telkens gebruikgemaakt kan worden van AI, kwantumcomputing, steeds intelligentere technologieën om drones in zwermen te laten vliegen, offensieve cybercapaciteiten, hypersonische raketsystemen, nanotechnologie en biologische oorlogsvoering; erkent met name de toenemende rol van AI bij hybride oorlogvoering en het potentiële gebruik ervan bij het ondermijnen van democratische instellingen, het verspreiden van desinformatie, het verstoren van kritieke infrastructuur en het beïnvloeden van de publieke opinie door middel van geautomatiseerde en datagestuurde operaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>146.</NO.P>dringt aan op strategische, proactieve en gecoördineerde maatregelen op EU-niveau om hybride dreigingen tegen te gaan en de veiligheid en integriteit van kritieke infrastructuur in de EU te versterken, waarbij de technologische voorsprong van de EU in kritieke sectoren moet worden beschermd en bevorderd, mede door maatregelen om het gebruik van leveranciers met een hoog risico te beperken of uit te sluiten; benadrukt in dit verband het belangrijke karakter van het PESCO-project, dat tot doel heeft het Coördinatiecentrum voor het cyber- en informatiedomein (CIDCC) te ondersteunen, met als doel de planning en uitvoering van EU-missies en -operaties met capaciteit op het gebied van het cyber- en informatiedomein te faciliteren en de algehele weerbaarheid van de EU op dit gebied te vergroten; dringt daarom aan op de permanente integratie ervan in het GVDB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>147.</NO.P>veroordeelt de aanhoudende kwaadwillige acties van Rusland en Belarus die erop gericht zijn de EU te destabiliseren door migranten te dwingen EU-landen binnen te komen, hetgeen neerkomt op een hybride aanval; verzoekt de EU haar beleid inzake de versterking van haar buitengrenzen te herzien en bij te werken, onder meer door te voorzien in financiering voor fysieke barrières, om de veiligheid van de Unie als geheel te versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Cyberbeveiliging</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>148.</NO.P>is ingenomen met de verordening cybersolidariteit<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2025/38 van het Europees Parlement en de Raad van 19 december 2024 tot vaststelling van maatregelen ter versterking van de solidariteit en de capaciteit in de Unie om cyberdreigingen en ‑incidenten op te sporen, zich erop voor te bereiden en erop te reageren en tot wijziging van Verordening (EU) 2021/694 (verordening cybersolidariteit) (PB L, 2025/38, 15.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/38/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en het belang daarvan voor de cyberbeveiligingscapaciteiten van de lidstaten; is voorstander van het bevorderen van platforms voor informatie-uitwisseling en -analyse, en pleit ervoor deze uit te breiden tot de verstrekking van dreigings- of kwetsbaarheidsinlichtingen door grensoverschrijdende centra voor beveiligingsoperaties; vraagt om een duidelijke financieringsplan, waarin de bedragen worden gespecificeerd die zullen worden gebruikt om de verordening ten uitvoer te leggen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>149.</NO.P>is bezorgd over de vertraging die veel lidstaten hebben opgelopen bij de tenuitvoerlegging van de richtlijn betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie (NIS 2‑richtlijn)<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2‑richtlijn) (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 80, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en dringt aan op een snelle tenuitvoerlegging om de Europese kritieke infrastructuur te beveiligen; verzoekt de VV/HV de sanctie-instrumentaria voor cyber- en hybride aanvallen en voor buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging beter op elkaar af te stemmen en actiever te gebruiken, en na te gaan hoe sectorale sancties kunnen worden uitgevoerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Ruimtevaart</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>150.</NO.P>is ingenomen met de bevindingen en aanbevelingen in het verslag van de heer Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen, waarin de lidstaten worden aangespoord om de regels inzake governance en investeringen op het gebied van ruimtevaart te actualiseren, met name de regels in verband met defensie; roept de Commissie en de lidstaten op om op dit gebied de nodige investeringen te doen in het kader van het volgende MFK en tegelijk het gebruik te overwegen van andere financieringsinstrumenten; benadrukt met name dat het Europees ruimtevaartprogramma verder moet worden ontwikkeld, door rekening te houden met de sterke banden tussen de ruimtevaartsector en de defensie- en de veiligheidssector bij de planning van het nieuwe MFK; benadrukt dat het belangrijk is de samenwerking tussen de Commissie en het Europees Ruimteagentschap te verbeteren om dubbel werk te voorkomen en te zorgen voor een efficiënter gebruik van de middelen; roept ertoe op de trans-Atlantische samenwerking en de synergieën met de NAVO te bevorderen om te zorgen voor doeltreffende coördinatie bij de ontwikkeling van ruimtevaart- en defensievermogens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>151.</NO.P>benadrukt dat de huidige pijlers van het EU-ruimtevaartprogramma – het wereldwijde satellietnavigatieprogramma Galileo en het Copernicus-programma voor aardobservatie – een duidelijk potentieel hebben voor tweeërlei gebruik bij de ontwikkeling van ruimtetoepassingen en -diensten; benadrukt dat het belangrijk is om als derde pijler van het EU-ruimtevaartprogramma de satellietconstellatie IRIS2 op te zetten voor de levering van beveiligde communicatiediensten aan de EU en haar lidstaten, alsook breedbandconnectiviteit voor Europese burgers, particuliere bedrijven en overheidsinstanties; beveelt aan Taiwan en Oekraïne toegang te verlenen tot de IRIS2-satellietconstellatie; benadrukt dat, naast satellietcommunicatie, sectoren zoals plaatsbepaling, navigatie, timing en aardobservatie van essentieel belang zijn voor het versterken van de strategische autonomie en weerbaarheid van de EU; benadrukt dat de ontwikkeling van deze capaciteiten rechtstreeks bijdraagt tot een doeltreffende crisisrespons en de bescherming van kritieke infrastructuur; dringt er daarom op aan dat nieuwe EU-ruimtevaartprogramma’s worden overwogen, zodat de EU haar strategische autonomie en haar status als mondiale ruimtevaartmacht kan versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>152.</NO.P>erkent dat de capaciteiten op het gebied van lanceervoertuigen en de satellietcommunicatie binnen de EU ontoereikend zijn; onderstreept het feit dat het strategisch belangrijk is deze capaciteiten te bevorderen en te versterken om de EU in staat te stellen de lidstaten en GVDB-missies en -operaties doeltreffend te ondersteunen, met behoud van een weerbare en autonome houding; benadrukt dat de ontwikkeling van door de EU geleide oplossingen op dit gebied van essentieel belang is voor de bescherming van kritieke infrastructuur en voor een veilige en concurrerende aanwezigheid in de ruimtevaartsector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>153.</NO.P>verzoekt de lidstaten de toenemende dreiging van het gebruik van de ruimte als wapen aan te pakken, met name gezien de berichten over de vorderingen van Rusland op het vlak van in de ruimte gestationeerde kernwapentechnologie, die een flagrante schending van het Verdrag inzake de kosmische ruimte van 1967 zouden vormen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Maritiem domein</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>154.</NO.P>benadrukt dat de EU, gezien de toenemende geopolitieke spanningen in het maritieme domein, haar activiteiten op zee moet opvoeren door het voortouw te nemen op het gebied van maritiem bewustzijn, kritieke infrastructuur te beschermen, ervoor te zorgen dat haar maritieme buitengrenzen doeltreffend worden gemonitord teneinde de criminele organisaties te bestrijden die profiteren van de smokkel van illegale immigranten naar de EU-lidstaten, in het bijzonder in de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan, en bij te dragen tot het waarborgen van de vrijheid van scheepvaart, de veiligheid van maritieme communicatielijnen en van vaartuigen en bemanningen en de bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>155.</NO.P>wijst op het engagement om de rol van de EU te versterken als instantie die garant staat voor de internationale maritieme veiligheid; wijst in dit verband op het belangrijke concept van gecoördineerde maritieme aanwezigheid, waarmee de rol van de EU wordt versterkt als mondiale verstrekker van maritieme veiligheid en haar zichtbaarheid wordt vergroot in belangrijke maritieme gebieden, en wijst op de in het kader van gecoördineerde maritieme aanwezigheid verrichte activiteiten in de Golf van Guinee en het noordwestelijk deel van de Indische Oceaan; verzoekt de lidstaten om actief deel te nemen aan die initiatieven en om hun militaire capaciteit op zee te versterken teneinde de aanwezigheid en zichtbaarheid van de EU in de mondiale maritieme sector te verbeteren; beveelt aan het concept van gecoördineerde maritieme aanwezigheid ook toe te passen in andere belangrijke maritieme gebieden wereldwijd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>156.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de surveillance en sabotage door Rusland en China van kritieke maritieme infrastructuur, zoals kabels voor communicatie over de zeebodem en offshore-energievoorzieningen; spreekt met name zijn ernstige bezorgdheid uit over de schade die op 17 en 18 november 2024 in minder dan 24 uur is aangericht aan twee onderzeese communicatiekabels, tussen Finland en Duitsland en tussen Zweden en Litouwen, en de schade die op 25 december 2024 door een tanker van de Russische schaduwvloot is aangericht aan EstLink2, tussen Estland en Finland; verzoekt de EU doeltreffende monitoring- en bewakingssystemen in gebruik te nemen en voor samenwerking tussen de regionale kustwachten te zorgen om te garanderen dat aanvallen op dergelijke infrastructuur worden voorkomen en snel worden gedetecteerd; is in dit verband ingenomen met de start van de operatie “Baltic Sentry” door de NAVO, met deelname van diverse lidstaten, om de veiligheid van kritieke onderzeese infrastructuur in de Oostzee te verbeteren; verzoekt de lidstaten de verplichtingen in de verklaring van New York over de veiligheid en weerbaarheid van onderzeese kabels volledig na te komen, onder meer door uitrusting in verband met onderzeese kabels alleen aan te kopen bij bedrijven in geallieerde landen; verzoekt de Commissie voldoende middelen toe te wijzen aan het onderzoek naar en de ontwikkeling van geavanceerde onderwatervoorzieningen en defensiematerieel om eilanden te beschermen tegen mogelijke aanlandingen en aanvallen door troepen uit derde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>157.</NO.P>dringt er bij de EU en de autoriteiten van de lidstaten op aan dringende en doortastende maatregelen te nemen tegen de Russische schaduwvloot in de Oostzee en de Zwarte Zee, en is dan ook ingenomen met het nieuws dat Duitsland op 21 maart 2025 de eigendom heeft overgenomen van het schip Eventin, dat is gebruikt om de EU-sancties tegen de Russische olie-uitvoer te omzeilen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Wapenbeheersing, non-proliferatie en ontwapening</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>158.</NO.P>betreurt de verzwakking van non-proliferatie- en wapenbeheersingsregelingen in deze geopolitiek onstabiele tijden en dringt aan op een verdubbeling van de inspanningen om deze trend om te buigen; benadrukt in dit verband de kritieke en substantiële behoefte aan meer investeringen in regionale en wereldwijde wapenbeheersing, non-proliferatie en ontwapening, met bijzondere aandacht voor multilaterale strategieën; benadrukt dat in het kader van deze strategieën de problemen moeten worden aangepakt in verband met niet-geëxplodeerde oorlogsmunitie en chemische wapens die in de vorige eeuw zijn gedumpt, die een bedreiging vormen voor de veiligheid, het milieu, de gezondheid en de economie, met name in de Oostzee, de Adriatische Zee en de Noordzee;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>159.</NO.P>bevestigt zijn onwrikbare steun voor de inzet van de EU en haar lidstaten voor het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (NPV) en erkent dit als de hoeksteen van het wereldwijde kader voor nucleaire non-proliferatie en ontwapening; herinnert eraan dat Rusland in oktober 2023 zijn ratificatie van het internationale verdrag inzake het verbod op alle kernproeven heeft ingetrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>160.</NO.P>merkt op dat de lidstaten, met name die in de geografische nabijheid van Rusland en zijn bondgenoot Belarus, als gevolg van de ongekende dreiging van een Russische aanval op het grondgebied van de EU voor moeilijke beslissingen staan met betrekking tot hun bewapeningsbeleid, inclusief de herziening van eerder beleid en deelname aan internationale verdragen; veroordeelt nogmaals de Russische dreigingen die een aantal lidstaten ertoe hebben gebracht zich terug te trekken uit het Verdrag van Ottawa, en merkt op dat dit weliswaar geen algemene wijziging van het EU‑beleid inhoudt, maar dat deze heroverweging de ernst van de Russische dreiging en de noodzaak om onze burgers adequaat te beschermen onderstreept;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>161.</NO.P>herinnert eraan dat internationale onderhandelingen over non-proliferatie- en wapenbeheersingsregelingen en de resultaten daarvan gevolgen hebben voor Europa, met name voor de EU-lidstaten; benadrukt dat het belangrijk is deze regelingen nieuw leven in te blazen; benadrukt tevens dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de EU een actieve en constructieve rol speelt bij het bevorderen en versterken van de op regels gebaseerde internationale inspanningen op het gebied van non-proliferatie, wapenbeheersing en ontwapening, met name wat massavernietigingswapens en digitale surveillance- en manipulatie-instrumenten voor tweeërlei gebruik betreft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>162.</NO.P>verzoekt de lidstaten zich volledig te houden aan Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie, zoals gewijzigd bij Besluit (GBVB) 2019/1560 van de Raad, en criterium 4 inzake regionale stabiliteit strikt toe te passen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>163.</NO.P>benadrukt dat moet worden voorkomen dat gevoelige opkomende technologieën en belangrijke producten voor tweeërlei gebruik, met name als ze van kritiek belang zijn voor de veiligheid van de EU, worden overgebracht naar problematische bestemmingen buiten de EU; dringt aan op de invoering en tenuitvoerlegging van elektronische douane- en uitvoervergunningssystemen voor de hele EU, als een cruciale stap om de uitvoercontroles van deze technologieën en producten door de lidstaten doeltreffender te maken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Verdediging en maatschappij en civiele en militaire paraatheid en gereedheid</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>164.</NO.P>is van mening dat de burgers van de EU meer besef moeten hebben van de bedreigingen en risico’s voor de veiligheid, met het oog op een gedeeld begrip en een onderlinge afstemming van de dreigingspercepties in heel Europa en een alomvattende visie op Europese defensie; benadrukt dat het waarborgen van de steun van de democratische instellingen en bijgevolg van de burgers van essentieel belang is voor de ontwikkeling van een succesvolle en coherente EU-defensie op lange termijn, waarvoor een geïnformeerd publiek debat vereist is; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan bewustmakings- en onderwijsprogramma’s op te zetten, met name voor jongeren, die erop gericht zijn de kennis te vergroten en debatten over veiligheid, defensie en het feit dat de strijdkrachten belangrijk zijn, te faciliteren, alsmede de veerkracht en paraatheid van samenlevingen met betrekking tot uitdagingen op het gebied van veiligheid te vergroten, en tegelijkertijd meer publieke en democratische controle en toezicht op de defensiesector mogelijk te maken; verzoekt de Commissie en de lidstaten deze programma’s te ontwikkelen in het kader van het Europees schild voor de democratie, voortbouwend op het model van nationale programma’s, zoals het Zweedse initiatief voor civiele noodsituaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>165.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen om de civiele en militaire paraatheid en gereedheid van Europa te vergroten, zoals ook wordt voorgesteld in het verslag van de heer Niinistö; erkent het feit dat burgers van cruciaal belang zijn voor crisisparaatheid en -respons, met name de psychologische veerkracht van individuen en de paraatheid van gezinnen; erkent tevens dat infrastructuur voor civiele bescherming en planning voor noodsituaties belangrijk zijn; is voorstander van een maatschappijbrede benadering van weerbaarheid, waarbij de EU-instellingen, de lidstaten, het maatschappelijk middenveld en individuele burgers actief worden betrokken bij de versterking van het veiligheidskader van de EU; benadrukt dat de besluitvormingsorganen van het GVDB die verantwoordelijk zijn voor planning, middelen en logistiek het potentieel hebben om in noodsituaties de belangrijkste instantie voor civiele crisisbeheersing te worden; verzoekt de lidstaten en de Commissie de aanbevelingen van het verslag grondig te bestuderen en een EU-strategie voor risicobeoordeling en risicoparaatheid, gezamenlijke oefeningen en een sterkere interface voor samenwerking tussen de EU en de NAVO in crisissituaties te ontwikkelen; dringt aan op de ontwikkeling van adequate infrastructuur voor civiele bescherming en een grondige noodplanning en op het waarborgen van de nodige investeringen voor deze doeleinden, onder meer door middel van een specifiek investeringsgarantieprogramma van de EIB voor crisisbestendige civiele defensie-infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>166.</NO.P>herinnert eraan dat terrorisme, met inbegrip van jihadistisch terrorisme, een aanhoudende bedreiging vormt voor de veiligheid van de EU en haar partners; verzoekt de EU zich te blijven inspannen om deze dreiging met vastberadenheid en in volledige solidariteit af te wenden, met name door middel van meer coördinatie om de kennis te verbeteren, paraatheids- en responscapaciteiten te ontwikkelen en te zorgen voor nauwere interactie met partners en andere internationale actoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>167.</NO.P>wijst erop dat het defensiebeleid van de EU de beginselen van gendergelijkheid en diversiteit moet weerspiegelen, inclusieve militaire omgevingen moet bevorderen die de waarden en diversiteit van de Europese samenleving weerspiegelen en er tegelijkertijd voor moet zorgen dat alle leden van de Europese strijdkrachten, ongeacht geslacht of achtergrond, gelijke kansen en toegang tot steun hebben; herinnert aan de belangrijke rol van jongeren en jongerenorganisaties bij het bewaren en bevorderen van de vrede en veiligheid, en verzoekt de EDEO om jongeren stelselmatiger te betrekken bij zijn agenda voor jongeren, vrede en veiligheid; vraagt ook dat er programma’s voor opleiders worden ontwikkeld en dat er wordt samengewerkt tussen defensie-instellingen en universiteiten van de EU-lidstaten, bijvoorbeeld voor militaire cursussen, oefeningen en opleidingsactiviteiten met rollenspellen voor civiele studenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>168.</NO.P>benadrukt dat de EU en haar lidstaten de kritieke uitdagingen op het gebied van aanwerving en behoud van militair personeel moeten aanpakken door gecoördineerde acties op nationaal en EU-niveau te ontwikkelen om te zorgen voor een duurzaam militair personeelsbestand; pleit ervoor dat de EU de lidstaten ondersteunt bij het ontwikkelen van beleid dat loopbanen aantrekkelijker maakt en langetermijnstrategieën om mensen in dienst te houden, stimuleert; benadrukt dat het Militair Comité van de EU (EUMC) voor een follow-up moet zorgen van zijn taak om gegevens van alle lidstaten over aanwerving en behoud van personeel te verzamelen en te analyseren, teneinde mogelijke maatregelen te identificeren om de problemen aan te pakken; benadrukt dat bij de verdere ontwikkeling van de defensie-unie voldoende rekening moet worden gehouden met de ondersteuning van de geestelijke gezondheid en het welzijn van militair personeel, met de nadruk op professionele ontwikkeling en langdurige zorg voor veteranen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>169.</NO.P>benadrukt dat er meer gezamenlijke opleidingen en oefeningen tussen de Europese strijdkrachten moeten worden georganiseerd om zo de interoperabiliteit te bevorderen, teneinde de missies optimaal voor te bereiden en het hoofd te kunnen bieden aan een breed spectrum van dreigingen, zowel van conventionele als onconventionele aard; dringt aan op de ontwikkeling en invoering van uitwisselingsprogramma’s op EU-niveau voor militair personeel uit de lidstaten, om opleidingsmogelijkheden te bieden en de mogelijkheid te bieden ervaring op te doen in verschillende Europese militaire omgevingen en structuren en zo het wederzijds begrip, de samenhang en de interoperabiliteit tussen de strijdkrachten van de EU te bevorderen; herhaalt in dit verband zijn steun voor het Europees uitwisselingssysteem voor jonge officieren (militair Erasmus-programma – EMILYO), dat wordt uitgevoerd door de Europese Veiligheids- en defensieacademie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het versterken van de samenwerking en partnerschappen op het gebied van defensie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>170.</NO.P>wijst erop dat de partnerschapsdimensie van het strategisch kompas belangrijk is met het oog op het versterken van de samenwerking tussen de EU en haar bondgenoten en partners overal ter wereld, op basis van gemeenschappelijke waarden, met eerbiediging van grondrechten en democratie, met als doel de perceptie van het afschrikkingsbeginsel te versterken en een antwoord te bieden op buitenlandse strategieën die erop gericht zijn de EU en haar partners te ondermijnen en de op regels gebaseerde internationale orde te destabiliseren; verzoekt de EU verder met partners samen te werken op het gebied van veiligheid op alle prioritaire gebieden die in het strategisch kompas zijn vastgesteld, met name bij het versterken van de weerbaarheid van lokale veiligheidssectoren op het gebied van crisisbeheersing, bij de bestrijding van hybride dreigingen en bij het verbeteren van de capaciteit van cyberbeveiligingsinstellingen; dringt tevens aan op nauwere samenwerking tussen relevante organisaties van partners met het Satellietcentrum van de EU, het Europees Defensieagentschap (EDA) en het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa); is van mening dat de deelname van partners en NAVO-bondgenoten aan PESCO-projecten, mits de EU-lidstaten daarmee instemmen, bijdraagt aan een betere compatibiliteit van de normen van de betrokkenen voor de defensiesector, alsook aan de uitwisseling van ervaringen, inlichtingen en technische deskundigheid op diverse gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>171.</NO.P>bevestigt nogmaals dat het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) van de EU altijd strikt het internationaal recht en de multilaterale besluiten van internationale instellingen moet eerbiedigen; is ingenomen met de vaststelling van het zorgvuldigheidsbeleid van de Europese Unie op het gebied van mensenrechten en het internationaal humanitair recht met betrekking tot de ondersteuning van de veiligheidssector door derde partijen (EU HRDDP), dat als basis kan dienen voor een veiligheids- en militaire samenwerking met derde landen die meer in overeenstemming is met de mensenrechten en het internationaal humanitair recht; dringt aan op een degelijke tenuitvoerlegging ervan; herhaalt de oproep tot nauwere samenwerking met internationale organisaties, zoals, maar niet beperkt tot, de VN, de Afrikaanse Unie en hun vredeshandhavingsmissies in conflictgebieden waarin zij samen opereren, en de OVSE op het gebied van veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>172.</NO.P>is ingenomen met de gezamenlijke verklaring van de ministers van Defensie van de G7 van 19 oktober 2024 en hun intentieverklaring om de samenwerking in de defensiesector te intensiveren; benadrukt dat het erg in het belang van de EU is om op dit gebied internationale partnerschappen aan te gaan met gelijkgestemde partners en dat de EU haar inspanningen moet opvoeren om ervoor te zorgen dat landen die ooit strategische partners waren en waarmee sommige lidstaten sterke culturele banden onderhouden, niet in de invloedssfeer terechtkomen van systemische rivalen; herinnert eraan dat economische diplomatie hierbij een cruciale rol speelt en een essentieel instrument is om samenwerkingsverbanden te versterken, wederzijdse welvaart te bevorderen en de aanwezigheid en invloed van de EU te consolideren, en aldus bij te dragen tot de weerbaarheid van partners tegen externe druk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>173.</NO.P>is van mening dat alles in het werk moet worden gesteld om de trans-Atlantische samenwerking op alle gebieden van de militaire en defensiesector in stand te houden en zo mogelijk te bevorderen, en herinnert eraan dat de Europese defensie verder moet worden uitgebouwd en dat er grotere soevereiniteit moet worden ontwikkeld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Samenwerking tussen de EU en de NAVO</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>174.</NO.P>wijst op het belangrijke karakter van het strategische partnerschap van de EU met de NAVO, met volledige inachtneming van de overeengekomen leidende beginselen van transparantie, wederkerigheid en inclusiviteit, alsook eerbiediging van de autonome besluitvorming en de procedures van elke organisatie; wijst erop dat de NAVO en de EU complementaire, duidelijke en elkaar versterkende rollen spelen met betrekking tot het waarborgen van de internationale vrede en veiligheid, zodat op het gebied van defensie-inspanningen geen dubbel werk wordt geleverd, en dat er intensief en nauw wordt samengewerkt; is verheugd over de toetreding van Zweden tot de NAVO in 2024, en die van Finland in 2023, een historische stap voor het versterken van de veiligheid in Europa, met name in de Oostzeeregio; verzoekt de VV/HV in nauw overleg en eenheid van optreden samen te werken met de secretaris-generaal van de NAVO;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>175.</NO.P>dringt aan op verdere verdieping van de samenwerking tussen de EU en de NAVO door voort te bouwen op het strategisch kompas van de EU en het nieuwe strategische concept van de NAVO, met name op het gebied van cyberbeveiliging, hybride oorlogvoering, terrorismebestrijding militaire mobiliteit, infrastructuur voor tweeërlei gebruik, conflictpreventie en crisisbeheersing, samenwerking op militair en veiligheidsgebied, het tegengaan van kwaadwillige buitenlandse inmenging door derde landen, een gecoördineerde aanpak in de Indo-Pacifische regio en meer gezamenlijke actie op het internationale toneel ter bescherming van de democratie; spreekt zijn krachtige steun uit voor het opendeurbeleid van de NAVO; verzoekt de EU en de NAVO de samenwerking te versterken ter ondersteuning van de capaciteitsopbouw van gemeenschappelijke partners;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>176.</NO.P>benadrukt dat er tussen de staten die zowel lid zijn van de EU als van de NAVO constante afstemming nodig is en wijst op de verplichting van samenwerking, zelfhulp en wederzijdse hulp uit hoofde van de artikelen 1 en 3 van het Handvest van de NAVO; verzoekt de EU haar inspanningen op het gebied van gemeenschappelijke veiligheids- en defensie-initiatieven waar er geen NAVO-equivalent is, op te voeren om de normalisatie te vergroten, de interoperabiliteit te verbeteren en gemeenschappelijke operationele procedures tussen de defensievermogens van de lidstaten en de EU te ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>177.</NO.P>prijst de nauwe samenwerking tussen de EU en de NAVO in de Westelijke Balkan, onder meer via operatie Althea van EUFOR en de militaire operaties van KFOR, die de nodige stabiliteit garanderen voor Bosnië en Herzegovina, Kosovo en de regio als geheel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>178.</NO.P>benadrukt de cruciale rol van het Zwarte Zeegebied in het Europese veiligheidslandschap en verzoekt de EU samen te werken met de NAVO om voor dit gebied een alomvattende strategie te formuleren, teneinde de veiligheidsproblemen aan te pakken, hybride dreigingen af te wenden, de maritieme samenwerking te versterken en regionale partnerschappen te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>179.</NO.P>is verheugd over de benoeming van de speciale vertegenwoordiger van de NAVO voor het Zuidelijk nabuurschap en de focus van de NAVO op deze regio; acht het wenselijk de coördinatie en het overleg tussen EU-ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor het nabuurschapsbeleid ten aanzien van de zuidelijke buurlanden en de Sahel, en hun NAVO-tegenhangers te versterken, teneinde dubbel werk te voorkomen en dat de inspanningen en middelen versnipperd raken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>180.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van de Parlementaire Vergadering van de NAVO (NATO PA) om de status van het Parlement te verhogen tot “partner” in het kader van de lopende hervorming van partnerschappen; verzoekt zijn Delegatie voor de betrekkingen met de Parlementaire Vergadering van de NAVO (DNAT) ten volle gebruik te maken van de huidige en toekomstige voorrechten van het Parlement; beschouwt DNAT als een belangrijk instrument van de diplomatie van het Parlement in het kader van een versterkt partnerschap tussen de EU en de NAVO dat tot doel heeft de Europese pijler van de NAVO te versterken en bij te dragen tot de verwezenlijking van de algemene doelstellingen van het bondgenootschap; is van mening dat DNAT een centrale rol kan spelen bij het versterken van de samenwerking tussen de EU en de NAVO, het versterken van de democratische veerkracht van toetredingslanden en belangrijke partners en, in het algemeen, het versterken van de parlementaire dimensie van dit essentiële partnerschap;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Partnerschap met Noord-Amerika</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>181.</NO.P>acht het van essentieel belang dat de nauwe betrekkingen tussen de EU en de Verenigde Staten, die gebaseerd zijn op wederzijds respect, de gedeelde waarden van democratie, vrijheid en de rechtsstaat en een ruime waaier aan gemeenschappelijke en convergerende belangen, verder worden ontwikkeld; waardeert het engagement van de Verenigde Staten voor de territoriale verdediging van Europa en hun betrokkenheid hierbij, overeenkomstig het Noord-Atlantisch Verdrag en artikel 5 hiervan, met name in het licht van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; moedigt wederzijdse veiligheids- en defensie-initiatieven en samenwerking op het gebied van ontwapening en non-proliferatie, de gevolgen van disruptieve technologieën, klimaatverandering, hybride dreigingen, cyberdefensie, militaire mobiliteit, crisisbeheersing en de relatie met strategische concurrenten aan; dringt aan op verdere versterking van de veiligheids- en defensiedialoog tussen de EU en de VS als belangrijk instrument voor nauwere trans-Atlantische samenwerking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>182.</NO.P>wijst erop dat het recente optreden en de recente verklaringen van de Amerikaanse regering de bezorgdheid over de toekomstige houding van de Verenigde Staten ten aanzien van Rusland, de NAVO en de veiligheid van Europa verder hebben doen toenemen; betreurt in dit verband dat de Amerikaanse regering in de Algemene Vergadering van de VN en de VN-Veiligheidsraad in lijn met de Russische regering heeft gestemd over resoluties over het feit dat de Russische aanvalsoorlog al drie jaar duurt; verzoekt de Commissie inspanningen te leveren om de dialoog tussen de EU en de VS over veiligheid en defensie als belangrijk instrument voor nauwere trans-Atlantische samenwerking nieuw leven in te blazen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>183.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is intensiever samen te werken bij de productie en inkoop van defensieproducten, met inbegrip van gelijke markttoegang voor de defensie-industrie van beide partijen; neemt kennis van de nationale strategie van de VS voor de defensie-industrie van januari 2024 en de daarin uitgesproken ambitie om de industriële samenwerking met partners te verdiepen; erkent het brede spectrum aan terreinen voor mogelijke wederzijds voordelige samenwerking op defensiegebied en de positieve gevolgen daarvan voor een sterker Trans-Atlantisch partnerschap in tijden van toenemende geopolitieke concurrentie; benadrukt echter dat een dergelijke samenwerking een gelijk speelveld vereist dat onverenigbaar is met de bepalingen van de regelgeving van de VS inzake de internationale wapenhandel; verzoekt de Commissie bijgevolg met de Verenigde Staten gesprekken aan te knopen om de mogelijkheden te onderzoeken voor het ontwikkelen van een wederzijds voordelige industriële samenwerking op defensiegebied op basis van een rechtskader dat een gelijk trans-Atlantisch speelveld waarborgt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>184.</NO.P>onderstreept dat samenwerking met Canada van fundamenteel belang is voor de veiligheid van de EU en is ingenomen met de actieve rol die Canada heeft gespeeld bij het verlenen van steun aan Oekraïne; is van mening dat de bilaterale dialoog over veiligheid en defensie en het komende veiligheids- en defensiepartnerschap de basis vormen voor nauwere samenwerking op het gebied van veiligheid en defensie, waaronder de respectieve initiatieven om de productie van de defensie-industrie te stimuleren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Partnerschap met het Verenigd Koninkrijk</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>185.</NO.P>erkent de aanzienlijke bijdragen van het VK aan de veiligheid en stabiliteit van Europa, alsook zijn inzet voor gedeelde defensiedoelstellingen, die de collectieve veiligheid in heel Europa vergroten; is ingenomen met de nauwe samenwerking tussen de EU, de EU-lidstaten en het Verenigd Koninkrijk bij de ondersteuning van Oekraïne, alsook met bilaterale overeenkomsten zoals de Trinity House-overeenkomst tussen het VK en Duitsland ter verdieping van de samenwerking op het gebied van defensie; is ingenomen met de deelname van de Britse minister van Buitenlandse, Gemenebest- en Ontwikkelingszaken aan de bijeenkomst van de Raad Buitenlandse Zaken van de EU in oktober 2024; verzoekt de EU en het VK de samenwerking op defensiegebied snel naar een nieuw niveau te tillen en nauwere veiligheidspartners te worden door een gezamenlijke verklaring te ondertekenen met concrete verbintenissen en een gestructureerde dialoog, teneinde de samenwerking tussen de EU en het VK te versterken met betrekking tot het volledige pakket aan uitdagingen op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid waarmee de EU en het VK op het Europese continent worden geconfronteerd; onderstreept in dit verband dat het belangrijk is nauwer samen te werken bij het uitwisselen van informatie en inlichtingen, terrorismebestrijding, militaire mobiliteit, veiligheids- en defensie-initiatieven, crisisbeheersing, cyberdefensie, hybride dreigingen, buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging en het gezamenlijk aanpakken van gedeelde dreigingen, zoals de verspreiding van massavernietigingswapens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>186.</NO.P>acht het van essentieel belang dat vooruitgang wordt geboekt met de praktische samenwerking door formeel een gezamenlijke verklaring te ondertekenen over een veiligheids- en defensiepartnerschap met het Verenigd Koninkrijk, als manier om de Europese veiligheid en de Europese pijler van de NAVO te versterken, met name in de context van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; spoort de VV/HV ertoe aan het Verenigd Koninkrijk regelmatig uit te nodigen voor informele vergaderingen van de Raad Buitenlandse Zaken (met de ministers van Defensie) om van gedachten te wisselen over kwesties van gemeenschappelijk belang met volledige waarborging van de besluitvormingsautonomie van de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Partnerschap met de partners in de Westelijke Balkan en Oost-Europa</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>187.</NO.P>is van mening dat de veiligheid van de EU nauw samenhangt met de veiligheid van haar directe Europese buurlanden en dat de EU er belang bij heeft prioriteit te geven aan haar uitbreidingsbeleid en de stabiliteit van haar zuidoostelijke en Oost-Europese buurlanden, met name kandidaat-lidstaten, te versterken; pleit voor intensievere samenwerking op militair en veiligheidsgebied met kandidaat-landen en partners, met inbegrip van civiel-militaire en politioneel-militaire samenwerking, met name op gebieden als veerkracht, cyberbeveiliging, hybride dreigingen, grensbeheer, terrorismebestrijding en bestrijding van desinformatie; wijst nogmaals op de noodzaak van nauwe samenwerking met de NAVO in dit verband; is verheugd dat de EU op 19 november en 18 december 2024 veiligheids- en defensiepartnerschappen met respectievelijk Noord-Macedonië en Albanië heeft ondertekend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>188.</NO.P>	benadrukt dat de Unie het voor Europese partners die hun beleid grotendeels afstemmen op het GVDB, met name de landen van de Westelijke Balkan, gemakkelijker moet maken om deel te nemen aan huidige en toekomstige programma’s in verband met de defensiesector; bevestigt nogmaals dat een verregaande betrokkenheid van de kandidaat-lidstaten hun toetredingsproces aanzienlijk zou vergemakkelijken door hun industriële en operationele capaciteit in de defensiesector te vergroten en zo de interoperabiliteit met de strijdkrachten van de EU-lidstaten te verbeteren; is van mening dat een alomvattende deelname van de kandidaat-lidstaten in de Westelijke Balkan aan de defensie-initiatieven van de EU een strategische investering zou zijn, alsook een integraal onderdeel van de inspanningen van de EU om de toenemende assertiviteit en buitenlandse inmenging in deze landen tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>189.</NO.P>spoort de lidstaten aan voort gebruik te maken van de Europese Vredesfaciliteit (EPF) voor het opleiden en uitrusten van de veiligheidsdiensten in Zuid-Oostelijke en Oostelijke Europese partnerlanden waar GVDB-missies worden uitgevoerd, met name wat militaire politie, medische infrastructuur en infrastructuur op het gebied van wetshandhaving betreft, en om de capaciteit te vergroten voor de uitwisseling van inlichtingen via beveiligde communicatiekanalen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Partnerschap met de Afrikaanse Unie en Afrikaanse landen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>190.</NO.P>benadrukt het feit dat de betrekkingen tussen de EU en Afrika belangrijk zijn voor de Europese veiligheid; acht het van essentieel belang dat de partnerschappen van de EU met Afrikaanse landen aanzienlijk worden geïntensiveerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Partnerschap met de Indo-Pacifische regio</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>191.</NO.P>benadrukt het strategische belang van de Indo-Pacifische regio binnen het defensiekader van de EU, en erkent dat de toenemende veiligheidsproblemen in verband met de regionale activiteiten van China en de ruimere gevolgen daarvan voor de mondiale stabiliteit moeten worden aangepakt; acht het van essentieel belang de aanwezigheid en partnerschappen van de EU in deze regio te versterken; is zich ook bewust van de leidende rol van Taiwan op het gebied van hightechontwikkeling en de ruime ervaring van het land met verdediging tegen Chinese hybride aanvallen, desinformatie en buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging, wat een eerste overweging moet zijn bij het beoordelen van de mogelijkheden voor het versterken van multilaterale uitwisselingen en samenwerking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>192.</NO.P>onderstreept het feit dat de EU een duurzamere collectieve veiligheid tot stand moet brengen via een netwerk van regionale bondgenoten en partners, dat de conventionele basis vormt van haar betrokkenheid in de regio; is zeer ingenomen met de recente ondertekening op 1 en 4 november 2024 van de veiligheids- en defensiepartnerschappen tussen de EU en Japan, respectievelijk Zuid-Korea; is van mening dat een verdere verdieping van de strategische en defensiepartnerschappen van de EU met Japan en Zuid-Korea en de ontwikkeling van een regelmatige dialoog, samenwerking en capaciteitsopbouw met andere gelijkgestemde landen in de Indo-Pacifische regio, zoals Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Korea en Taiwan, van fundamenteel belang zijn om de gemeenschappelijke veiligheid te bevorderen; herhaalt zijn oproep aan de EU om verder samen te werken met opkomende strategische partners in de regio, zoals Indonesië en Vietnam;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>193.</NO.P>onderstreept het belang van het partnerschap tussen de EU en India en is van mening dat het gedenkwaardige bezoek van de voorzitter van de Commissie en het college van commissarissen aan India op 27 en 28 februari 2025 het begin vormde van een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van de betrekkingen tussen de EU en India en de strategische band en het nog onbenutte potentieel daarvan bevestigde; wijst op het potentieel om ons partnerschap te verdiepen, onder meer door intensiever overleg op het gebied van veiligheid en defensie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De rol van het Europees Parlement in het kader van het GVDB vergroten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>194.</NO.P>wijst erop dat bij de versterking van het GVDB als politieke prioriteit tijdens de tiende zittingsperiode en de verhoging van de uitgaven voor defensiebeleid en -programma’s op EU- en nationaal niveau volledige parlementaire controle en controleerbaarheid gegarandeerd moeten zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>195.</NO.P>verzoekt in dit verband om versterking van de controlerende, wetgevende en budgettaire rol van het Parlement met betrekking tot een groeiend aantal defensie-initiatieven in alle EU-instellingen en met name de werkzaamheden in het kader van het GVDB, onder meer door versterking van de regelmatige dialoog, de uitwisseling van informatie en het openhouden van permanente communicatiekanalen tussen de VV/HV, de commissaris voor Defensie en Ruimtevaart en de bevoegde organen van het Parlement; pleit ervoor dat de relevante parlementaire commissies regelmatig op de hoogte worden gehouden van de laatste inlichtingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>196.</NO.P>betreurt het feit dat het Parlement door het gebrek aan toegang tot informatie niet de mogelijkheid heeft om PESCO-projecten grondig te controleren; herhaalt zijn oproep aan de lidstaten om ten minste tweemaal per jaar een uitvoeringsverslag over PESCO-projecten bij het Parlement in te dienen; verzoekt de EDEO nogmaals om regelmatig en in detail aan de Commissie veiligheid en defensie van het Parlement verslag uit te brengen over de uitvoering van het strategisch kompas, alsmede andere veiligheids- en defensie-initiatieven en -programma’s en de beoordeling ervan; benadrukt dat het toezicht op de tenuitvoerlegging van verordeningen met betrekking tot de defensie-industrie moet worden verbeterd door de invoering van de procedure voor gedelegeerde handelingen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>197.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Europese Raad, de Raad, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de voorzitter van de Commissie en bevoegde commissarissen, de secretaris-generaal van de VN, de secretaris-generaal van de NAVO, de voorzitter van de Parlementaire Vergadering van de NAVO, de EU-agentschappen die bevoegd zijn op het gebied van veiligheid en defensie, en de regeringen en parlementen van de lidstaten en partnerlanden.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>