<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0059</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie ter zake – jaarverslag 2024</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0012/2025 - Rapporteur: Isabel Wiseler-Lima)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 2 april 2025 over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie op dit gebied – jaarverslag 2024 (2024/2081(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag voor de rechten van de mens,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 2, 3, 8, 21 en 23 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 17 en 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en andere mensenrechtenverdragen en -instrumenten van de Verenigde Naties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Vluchtelingenverdrag van 1951 en het bijbehorende protocol van 1967,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide van 1948 en resolutie 43/29 van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties van 22 juni 2020 over het voorkomen van genocide,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen van 18 december 1979,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing van 10 december 1984, en het op 18 december 2002 aangenomen facultatief protocol daarbij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap van 12 december 2006, en het op 13 december 2006 aangenomen facultatief protocol daarbij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Internationaal Verdrag tot bestrijding en bestraffing van het misdrijf apartheid van 1976,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring inzake de uitbanning van alle vormen van intolerantie en discriminatie op grond van religie of overtuiging, afgekondigd bij resolutie 36/55 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 25 november 1981,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-Verklaring over de rechten van personen behorende tot nationale, etnische, godsdienstige of taalkundige minderheden van 18 december 1992,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-Verklaring over mensenrechtenverdedigers, die bij consensus is aangenomen bij resolutie 53/144 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 9 december 1998,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van de Verenigde Naties inzake de rechten van inheemse volkeren van 13 september 2007,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van landbouwers en andere mensen die werkzaam zijn in plattelandsgebieden van 28 september 2018,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het actieprogramma van de Internationale Conferentie van Caïro over Bevolking en Ontwikkeling van 1994 en de resultaten van de toetsingsconferenties ervan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind van 20 november 1989, en de twee op 25 mei 2000 aangenomen facultatieve protocollen daarbij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Wapenhandelsverdrag van de Verenigde Naties, dat op 24 december 2014 in werking is getreden, en de EU-gedragscode betreffende wapenuitvoer van 5 juni 1998,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van Peking en het actieprogramma van de Verenigde Naties van september 1995 en de toetsingsconferenties ervan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties, die op 25 september 2015 is aangenomen, en met name de doelstellingen nrs. 1, 3, 4, 5, 8, 10 en 16 daarvan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het mondiaal pact inzake migratie van de Verenigde Naties van 19 december 2018 en het mondiaal pact inzake vluchtelingen van de Verenigde Naties van 17 december 2018,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof van 17 juli 1998, dat op 1 juli 2002 in werking is getreden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst tussen de Europese Unie en het Internationaal Strafhof inzake samenwerking en bijstand van 10 april 2006<FOOTNOTE><FIELD>PB L 115 van 28.4.2006, blz. 50, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2006/313/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa van 4 april 1997 tot bescherming van de rechten van de mens en de waardigheid van het menselijk wezen met betrekking tot de toepassing van de biologie en de geneeskunde, en de aanvullende protocollen daarbij, dat van 16 mei 2005 inzake bestrijding van mensenhandel, en dat van 25 oktober 2007 inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa van 11 mei 2011 inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul), dat niet door alle lidstaten is geratificeerd, maar dat op 1 oktober 2023 voor de EU in werking is getreden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Protocol nrs. 6 en 13 bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van de Raad van Europa van 28 april 1983, inzake de afschaffing van de doodstraf,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2020/1998 van de Raad van 7 december 2020 betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige schendingen van de mensenrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB L 410 I van 7.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/1998/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld<FOOTNOTE><FIELD>PB L 209 van 14.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/947/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 22 januari 2024 over de prioriteiten van de EU in de mensenrechtenfora van de VN in 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het op 17 november 2020 door de Raad aangenomen EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024, en de op 9 juni 2023 aangenomen tussentijdse evaluatie ervan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 27 mei 2024 over de afstemming van het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024 op het meerjarig financieel kader 2021-2027,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het EU-Genderactieplan (GAP) III – een ambitieuze agenda inzake gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen in het externe optreden van de EU (JOIN(2020)0017),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-strategie inzake gendergelijkheid 2020-2025 (COM(2020)0152),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020-2025 (COM(2020)0698),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-strategie voor de rechten van het kind (COM(2021)0142),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030 (COM(2021)0101),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het EU-actieplan tegen racisme 2020-2025 (COM(2020)0565),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het strategisch EU-kader voor gelijkheid, integratie en participatie van de Roma (COM(2020)0620),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers, die op 14 juni 2004 door de Raad zijn aangenomen en in 2008 zijn herzien, en de tweede leidraad inzake de toepassing van de richtsnoeren, die in 2020 is goedgekeurd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren inzake geweld tegen vrouwen en de bestrijding van alle vormen van discriminatie van vrouwen, die op 8 december 2008 door de Raad zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren inzake de bevordering van de naleving van het internationale humanitaire recht (IHR) van 2005, zoals geactualiseerd in 2009,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren inzake de doodstraf, zoals geactualiseerd door de Raad op 12 april 2013,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren inzake de bevordering en de bescherming van het genot van alle mensenrechten door lhbti’ers die op 24 juni 2013 door de Raad zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de op 24 juni 2013 door de Raad aangenomen richtsnoeren van de EU over de bevordering en bescherming van de vrijheid van godsdienst of overtuiging,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake de vrijheid van meningsuiting online en offline, die de Raad op 12 mei 2014 heeft aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake non-discriminatie in het extern optreden, die op 18 maart 2019 door de Raad zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-mensenrechtenrichtsnoeren inzake veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen, die op 17 juni 2019 door de Raad zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de herziene EU-richtsnoeren voor het EU-beleid ten aanzien van derde landen inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, die op 16 september 2019 door de Raad zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de herziene EU-richtsnoeren inzake de mensenrechtendialoog met partner- en derde landen, die op 22 februari 2021 door de Raad zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de herziene EU-richtsnoeren over kinderen en gewapende conflicten, die op 24 juni 2024 door de Raad zijn aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 september 2012 getiteld “Aan de basis van democratie en duurzame ontwikkeling: het maatschappelijke engagement van Europa in de externe betrekkingen” (COM(2012)0492),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 10 maart 2023 over de rol van het maatschappelijk middenveld bij het beschermen en bevorderen van de grondrechten in de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1760 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en Verordening (EU) 2023/2859<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1760, 5.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1760/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 14 september 2022 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake een verbod op met dwangarbeid vervaardigde producten op de markt van de Unie (COM(2022)0453),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het gezamenlijke voorstel van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 3 mei 2023 voor een verordening van de Raad betreffende beperkende maatregelen tegen ernstige corruptie (JOIN(2023)0013),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de EU van 2023 over mensenrechten en democratie in de wereld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn Sacharovprijs voor de vrijheid van denken, die in 2024 is uitgereikt aan María Corina Machado als leider van de democratische krachten in Venezuela en de nieuwgekozen president Edmundo González Urrutia, die alle Venezolanen binnen en buiten het land vertegenwoordigt die voor de herinvoering van vrijheid en democratie vechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 januari 2019 over de EU-richtsnoeren en het mandaat van de speciaal EU-gezant voor de bevordering van de vrijheid van godsdienst of levensovertuiging buiten de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 411 van 27.11.2020, blz. 30.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 oktober 2020 over gendergelijkheid in het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 404 van 6.10.2021, blz. 202.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 mei 2021 over de bescherming van de mensenrechten en het externe migratiebeleid van de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 15 van 12.1.2022, blz. 70.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 juli 2021 over de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (EU-Magnitski-wet)<FOOTNOTE><FIELD>PB C 99 van 1.3.2022, blz. 152.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 28 februari 2024 over mensenrechten en democratie in de wereld en het beleid van de Europese Unie op dit gebied – jaarverslag 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6741, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6741/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en zijn eerdere resoluties over voorgaande jaarverslagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties over mensenrechtenschendingen, de democratie en de rechtsstaat (ook wel spoedresoluties genoemd), die overeenkomstig artikel 150 van zijn Reglement zijn aangenomen, en met name die van 2023 en 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vrouwenrechten en gendergelijkheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A10-0012/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de EU op bepaalde waarden berust, namelijk eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, zoals vastgelegd in artikel 2 en artikel 21 VEU; overwegende dat het wereldwijde optreden van de EU moet berusten op de universaliteit en ondeelbaarheid van de mensenrechten en dat de doeltreffende bescherming en verdediging van de mensenrechten en de democratie centraal staat in het externe optreden van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens een essentieel onderdeel vormen van de mensenrechtenarchitectuur in Europa;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat consistentie en samenhang tussen het interne en het externe beleid van de EU van cruciaal belang zijn voor de verwezenlijking van een doeltreffend en geloofwaardig mensenrechtenbeleid van de EU alsook voor de verdediging en ondersteuning van vrijheid en democratie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat democratische stelsels het meest geschikt zijn om te waarborgen dat iedereen zijn mensenrechten en fundamentele vrijheden kan genieten; overwegende dat doeltreffend op regels gebaseerd multilateralisme het beste organisatorische systeem is om democratieën te verdedigen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de EU vol overtuiging gelooft in multilateralisme, een op regels stoelende wereldorde, en de reeks universele waarden, beginselen en normen die als leidraad dienen voor de landen die lid zijn van de VN, en die de landen die lid zijn van de VN hebben toegezegd te zullen handhaven overeenkomstig het VN-Handvest, en deze ondersteunt; overwegende dat een wereld van democratieën, d.w.z. een wereld met politieke systemen waarin de mensenrechten wereldwijd worden verdedigd en beschermd, een veiligere wereld is, aangezien democratieën beschikken over aanzienlijke checks-and-balances om de onvoorspelbaarheid van autocratieën te voorkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat gendergelijkheid van cruciaal belang is voor de totstandkoming van samenlevingen die gekenmerkt worden door vrijheid en gelijkheid; overwegende dat de mensenrechten van vrouwen, meisjes en non-binaire personen nog steeds niet overal in de wereld gewaarborgd zijn en dat er in veel landen sprake is van afnemende speelruimte voor maatschappelijke organisaties, met name organisaties die zich inzetten voor vrouwenrechten en inheemse bevolkingsgroepen, alsook grassrootsorganisaties;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de toename van autoritarisme, totalitarisme en populisme een bedreiging vormt voor de op regels gebaseerde wereldorde, de bescherming en bevordering van vrijheid en de mensenrechten in de wereld, alsook de waarden en beginselen waarop de EU is gegrondvest;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat in december 2023 het 75-jarig bestaan van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens werd gevierd; overwegende dat totalitaire regimes tegenwoordig meer dan ooit sinds de oprichting van de VN de basisbeginselen van het VN-Handvest ter discussie stellen, ernaar streven internationale normen te herschrijven, multilaterale instellingen ondermijnen en de vrede en veiligheid wereldwijd bedreigen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat in november 2024 het 35-jarig bestaan van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind wordt gevierd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de verklaring van Peking en het actieprogramma van de Verenigde Natie beschouwd worden als een keerpunt voor de wereldwijde agenda voor gendergelijkheid en dat het dertigjarig bestaan ervan in 2025 gevierd wordt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de legitimiteit en het functioneren van de op regels gebaseerde internationale orde staan of vallen met de naleving van de bevelen van en het respect voor internationale organen, zoals resoluties van de Algemene Vergadering en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en bevelen en besluiten van het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof (ICC); overwegende dat multilateralisme steeds meer in het gedrang komt door toenemende mondiale dreigingen, zoals terrorisme en extremisme, die een bedreiging vormen voor de naleving van dergelijke bevelen en besluiten, alsook, in het algemeen, van bepalingen van het internationaal recht, het recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht in opkomende en aanhoudende conflictsituaties; overwegende dat internationale instellingen, hun ambtenaren en degenen die met hen samenwerken, het slachtoffer zijn van aanvallen en bedreigingen; overwegende dat de internationale gemeenschap, met inbegrip van de EU, de verantwoordelijkheid heeft om de op regels gebaseerde internationale orde te eerbiedigen door de universele naleving te handhaven, ook door haar partners;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof (ICC) voorziet in een kader voor verantwoordingsplicht voor genocide, misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven; overwegende dat de onafhankelijkheid van het ICC van cruciaal belang is om ervoor te zorgen dat onpartijdig en zonder politieke inmenging recht wordt gesproken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat in 2023 uit de tussentijdse evaluatie van het intussen tot 2027 verlengde EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2024 is gebleken dat er, ondanks de tot dusver geboekte vooruitgang, nog veel werk aan de winkel is, tezamen met gelijkgestemde democratische partners, met name gezien de ongekende uitdagingen waarmee de wereld sinds de goedkeuring van het actieplan is geconfronteerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties cruciale partners zijn bij de inspanningen van de EU om overal ter wereld de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat te beschermen en te bevorderen en conflicten te voorkomen; overwegende dat overheids- en niet-overheidsactoren overal ter wereld mensenrechtenverdedigers, maatschappelijke organisaties, journalisten, religieuze gemeenschappen, oppositieleiders en andere kwetsbare groepen steeds meer censureren, het zwijgen opleggen en intimideren bij hun werk, waardoor het maatschappelijk middenveld nog verder wordt ingeperkt; overwegende dat het daarbij onder meer gaat om maatregelen als strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPP’s), restrictief overheidsbeleid, grensoverschrijdende repressie, lastercampagnes, discriminatie, intimidatie en geweld, waaronder buitengerechtelijke en extraterritoriale executies, ontvoeringen en willekeurige arrestaties en detentie; overwegende dat aanvallen op mensenrechtenverdedigers steeds vaker ook gericht zijn tegen hun familieleden en de gemeenschappen waartoe zij behoren, met inbegrip van degenen die in ballingschap leven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat gendergelijkheid een kernwaarde van de EU is en dat de mensenrechten van vrouwen en meisjes, waaronder hun seksuele en reproductieve rechten, wereldwijd nog steeds worden geschonden; overwegende dat vrouwen unieke en onevenredige gevolgen ondervinden van conflicten, klimaatverandering en migratie, waaronder een verhoogd risico op gendergerelateerd geweld, economische uitsluiting en belemmeringen voor de toegang tot hulpbronnen; overwegende dat vrouwelijke mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties steeds minder ruimte krijgen voor hun uiterst belangrijke activiteiten en te maken hebben met de dreiging van geweld, pesterijen en intimidatie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat het afgelopen jaar wordt gekenmerkt door een verdere toename van wetten inzake “buitenlandse agenten” of wetten inzake buitenlandse invloed, waaronder in kandidaat-lidstaten van de EU, die maatschappelijke organisaties en mediakanalen viseren, en pogingen om te beletten dat zij financiële steun ontvangen uit het buitenland, onder meer van de EU en haar lidstaten, waardoor een klimaat van angst en zelfcensuur wordt bevorderd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat in 2024 meer dan de helft van de wereldbevolking naar de stembus is gegaan en dat veel van deze verkiezingen werden gekenmerkt door manipulatie, desinformatie en pogingen tot inmenging van binnen of buiten het land;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat in de wereldindex voor persvrijheid 2024 van Verslaggevers zonder Grenzen (VZG) wordt gewaarschuwd voor het afgenomen voornemen van staten en andere politieke krachten om de persvrijheid te beschermen; overwegende dat volgens het jaarverslag van VZG in 2024 54 journalisten en mediawerkers werden gedood, van wie de meesten in conflictgebieden, en dat 550 journalisten en mediawerkers werden vastgehouden, 55 werden gegijzeld en 95 vermist raakten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat volgens het Global Education Monitoring Report 2024 van Unesco 251 miljoen kinderen en jongeren hun grondrecht op onderwijs wordt ontzegd en niet naar school gaan; overwegende dat meisjes en vrouwen niet alleen worden getroffen door armoede, maar ook door culturele normen, gendervooroordelen, kindhuwelijken en geweld door officieel discriminerend beleid dat hen ervan weerhoudt toegang te krijgen tot onderwijs en de arbeidsmarkt en hen probeert uit te sluiten van het openbare leven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat ten minste een miljoen mensen om politieke redenen onterecht gevangen zit, waaronder verschillende winnaars en finalisten van de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken van het Parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat de Unie volgens artikel 21 VEU ernaar moet streven betrekkingen te ontwikkelen en partnerschappen aan te gaan met derde landen op basis van onder meer de beginselen van de democratie, de rechtsstaat, de universaliteit en de ondeelbaarheid van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de eerbiediging van de menselijke waardigheid, de beginselen van gelijkheid en solidariteit en de naleving van de beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht; overwegende dat talrijke EU-partners, ondanks het feit dat zij jarenlang verschillende preferenties en voordelen hebben genoten die voortvloeien uit overeenkomsten met de EU, hun verplichtingen niet nakomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat milieuschade en de gevolgen van de klimaatverandering de onzekerheid, marginalisering en ongelijkheid vergroten en mensen in toenemende mate dwingen hun huis te ontvluchten of in onveilige omstandigheden te vertoeven, waardoor zij kwetsbaarder worden en hun mensenrechten in het gedrang komen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Mondiale uitdagingen voor de democratie en de mensenrechten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>bevestigt nogmaals dat de mensenrechten en de inherente waardigheid van elk menselijk wezen universeel, onderling met elkaar verbonden, van elkaar afhankelijk en ondeelbaar zijn; wijst opnieuw op de plicht van de EU en haar lidstaten om de democratie en het universele karakter van de mensenrechten wereldwijd te bevorderen en te beschermen; verzoekt de EU en haar lidstaten overeenkomstig hun waarden het goede voorbeeld te geven en de mensenrechten en de internationale rechtvaardigheid te bevorderen en strikt te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>onderstreept dat de eerbiediging, bescherming en naleving van de mensenrechten en fundamentele vrijheden de hoeksteen van het externe optreden van de EU moeten zijn, overeenkomstig haar grondbeginselen; moedigt de EU en haar lidstaten daartoe met klem aan zich te blijven inspannen om vrijheid, democratie en de mensenrechten en de bescherming daarvan op gestroomlijnde wijze centraal te stellen in het beleid van de EU op alle gebieden, en de consistentie tussen het interne en het externe beleid van de EU op dit vlak te vergroten, onder meer door middel van al haar internationale overeenkomsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat de EU er volledig op voorbereid moet zijn om de opkomst van autoritarisme, totalitarisme en populisme alsook de toenemende schendingen van de beginselen van universaliteit van de mensenrechten, de democratie en het internationaal humanitair recht een halt toe te roepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>veroordeelt de toenemende trend van schendingen van de mensenrechten en democratische beginselen en waarden in de hele wereld, zoals de dreiging van achteruitgang van de mensenrechten, met name de rechten van vrouwen, alsook executies, buitengerechtelijke moorden, willekeurige arrestaties en opsluitingen, foltering en mishandeling, gendergerelateerd geweld, onderdrukking van het maatschappelijk middenveld, politieke tegenstanders, gemarginaliseerde en kwetsbare groepen, waaronder kinderen en ouderen, migranten, vluchtelingen en asielzoekers, alsook etnische en religieuze minderheden; veroordeelt eveneens slavernij en dwangarbeid, buitensporig gebruik van geweld door overheidsinstanties, met inbegrip van gewelddadig optreden tegen vreedzame protesten en andere bijeenkomsten, systematische en structurele discriminatie, instrumentalisering van de rechterlijke macht, censuur en bedreigingen voor onafhankelijke media, waaronder bedreigingen in de digitale omgeving zoals onlinesurveillance en afsluitingen van het internet, politieke aanvallen op internationale instellingen en de op regels gebaseerde internationale orde en toenemend gebruik van onwettige oorlogsmethoden, in flagrante strijd met het internationaal humanitair recht en het recht inzake de mensenrechten; betreurt dat de bescherming van democratische instellingen en processen verzwakt en dat het maatschappelijk middenveld wereldwijd steeds minder ruimte krijgt; hekelt de grensoverschrijdende repressie door illiberale regimes van burgers en activisten die hun toevlucht hebben gezocht in het buitenland, ook op EU-grondgebied; veroordeelt de arrestatie en veroordeling door een Algerijnse rechtbank tot vijf jaar gevangenisstraf van de Frans-Algerijnse schrijver Boualem Sansal; dringt aan op zijn onmiddellijke vrijlating en hoopt dat de Algerijnse autoriteiten de dringende noodzaak hiervan zullen inzien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>neemt met grote bezorgdheid kennis van de aanhoudende internationale verantwoordingscrisis en de uitdaging om in conflicten overal ter wereld een einde te maken aan de straffeloosheid voor schendingen van de fundamentele normen van het internationaal recht inzake de mensenrechten en het internationaal humanitair recht; bevestigt nogmaals de neutraliteit en het belang van humanitaire hulp bij alle conflicten en crises; benadrukt de ernstige gevolgen van het in diskrediet brengen en aanvallen van de organisaties van multilaterale fora, zoals de VN, die een cultuur van straffeloosheid in de hand kunnen werken en het vertrouwen in en de werking van het VN-systeem ondermijnen; verzoekt de EU het internationale rechtsstelsel te handhaven en doeltreffende maatregelen te nemen om de naleving af te dwingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat er ondanks de grote uitdagingen voor de mensenrechten in de wereld ook nog lichtpuntjes zijn als het gaat om de mensenrechten; wijst met name op het werk van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers; onderstreept dat er behoefte is aan een meer strategische communicatie over mensenrechten en democratie waarbij nieuws wordt verspreid over positieve resultaten, beleidsmaatregelen en beste praktijken; steunt het initiatief “Good Human Rights Stories” als een manier om positieve verhalen over mensenrechten te bevorderen, en beveelt aan het te actualiseren; benadrukt de rol van de publieke en culturele diplomatie van de EU, alsook van internationale culturele betrekkingen, bij de bevordering van de mensenrechten en verzoekt de afdeling Strategische communicatie en prognose van de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) om haar inspanningen in dit verband op te voeren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Versterking van het instrumentarium van de EU voor de bevordering en bescherming van mensenrechten en democratie in de wereld</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt met bezorgdheid op dat de tweedeling in de wereld steeds groter wordt; benadrukt de verantwoordelijkheid van de EU om de democratische waarden en beginselen en de mensenrechten, internationale rechtvaardigheid, vrede en waardigheid overal ter wereld te blijven verdedigen, hetgeen des te belangrijker is in de huidige onstabiele toestand van de wereldpolitiek; verzoekt de EU de communicatiekanalen met verschillende belanghebbenden open te houden en een alomvattend instrumentarium te blijven ontwikkelen om de mensenrechten en de democratie wereldwijd te versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat de EU en haar lidstaten aanzienlijke vooruitgang hebben geboekt bij de uitvoering van het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie, hoewel zij niet alle doelstellingen ervan hebben bereikt, deels ook als gevolg van de ongekende uitdagingen waarmee de wereld sinds de vaststelling ervan is geconfronteerd; is in dit verband ingenomen met de verlenging van het actieplan tot 2027, teneinde de synergieën en complementariteit tussen mensenrechten en democratie op lokaal, nationaal en mondiaal niveau te maximaliseren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Speciale vertegenwoordiger van de EU (SVEU) voor de mensenrechten</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>staat volledig achter de werkzaamheden van de SVEU voor de mensenrechten, die bijdragen aan de zichtbaarheid en samenhang van het mensenrechtenoptreden van de EU in haar externe betrekkingen; steunt de centrale rol van de SVEU bij de bevordering en bescherming van mensenrechten door de EU door middel van samenwerking met niet-EU-landen en gelijkgestemde partners; beklemtoont de noodzaak van nauwe samenwerking tussen de SVEU voor de mensenrechten en andere SVEU’s en speciale gezanten, teneinde deze samenhang te vergroten, en roept ertoe op de rol van de SVEU voor de mensenrechten meer voor het voetlicht te brengen; dringt erop aan dat de SVEU bij zijn werkzaamheden met meer middelen en betere coördinatie met EU-delegaties over de hele wereld wordt ondersteund; betreurt dat het Parlement, ondanks aanhoudende oproepen, is uitgesloten van de selectieprocedure van de SVEU; dringt erop aan dat de SVEU regelmatig verslag uitbrengt aan het Parlement;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld en het thematisch programma voor mensenrechten en democratie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>wijst op de fundamentele rol van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI) – Europa in de wereld, met inbegrip van zijn thematisch programma inzake mensenrechten en democratie, als vlaggenschipinstrument van de EU bij de bevordering en bescherming van mensenrechten en democratie in de wereld; benadrukt dat bij alle relevante externe activiteiten van de EU moet worden samengewerkt met het maatschappelijk middenveld, ook bij de Global Gateway, die wordt gefinancierd via het NDICI – Europa in de wereld; wijst er nogmaals op hoe belangrijk het is om een op mensenrechten gebaseerde aanpak in de instrumenten voor extern optreden van de EU te stroomlijnen; onderstreept de rol van het Parlement bij het programmeringsproces van het instrument en verzoekt de Commissie en de EDEO alle relevante informatie tijdig te delen om het Parlement in staat te stellen zijn rol dienovereenkomstig te kunnen vervullen, met name in geopolitieke dialogen op hoog niveau met de Commissie en in het proces van tussentijdse evaluatie en in zijn resoluties; verzoekt de EDEO en de Commissie te zorgen voor een antwoord op de aanbevelingsbrieven naar aanleiding van elke geopolitieke dialoog en elke resolutie; dringt er bij de Commissie op aan een uitgebreide, gecentraliseerde website voor het NDICI – Europa in de wereld te ontwikkelen en te lanceren, met informatie over alle indicatieve meerjarenprogramma’s, met een gedetailleerde beschrijving van hun respectieve begrotingen, bijbehorende acties en de financiële toewijzingen die zij ondersteunen, zowel per land als per thema; merkt op dat het NDICI – Europa in de wereld en alle toekomstige instrumenten gericht moeten zijn op de fundamentele oorzaken van de huidige uitdagingen, waaronder de noodzaak om de veerkracht van lokale gemeenschappen en activiteiten ter ondersteuning van de democratie te versterken door de economische ontwikkeling te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>pleit voor onafhankelijke beoordelingen vooraf om de mogelijke gevolgen en risico’s van projecten met betrekking tot de mensenrechten vast te stellen, in overeenstemming met artikel 25, lid 5, van Verordening (EU) 2021/947; dringt aan op onafhankelijk toezicht op de mensenrechten tijdens de uitvoering van projecten in derde landen, met name met betrekking tot projecten die een hoog risico op schendingen inhouden; dringt aan op opschorting van projecten die (in)direct bijdragen tot mensenrechtenschendingen in derde landen; herhaalt het verbod om EU-middelen toe te wijzen aan activiteiten die in strijd zijn met de fundamentele waarden van de EU, zoals terrorisme of extremisme; verzoekt de Commissie alle beoordelingen die betrekking hebben op de mensenrechten proactief met het Parlement te delen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-handel en internationale overeenkomsten van de EU</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>herhaalt zijn verzoek om mensenrechtenbeoordelingen te integreren en in overeenkomsten tussen de EU en niet-EU-landen solide mensenrechtenclausules op te nemen die worden geschraagd door een reeks heldere benchmarks en procedures voor gevallen waarin deze niet worden gerespecteerd; verzoekt de Commissie en de EDEO te waarborgen dat de mensenrechtenclausules in bestaande internationale overeenkomsten actief worden gemonitord en doeltreffend worden gehandhaafd en hun communicatie met het Parlement over overwegingen en besluiten met betrekking tot deze handhaving te verbeteren; wijst er nogmaals op dat de EU bij aanhoudende schendingen van mensenrechtenclausules, waaronder die welke verband houden met het stelsel van algemene preferenties plus, door haar partnerlanden snel en doortastend moet reageren, onder meer door de overeenkomsten in kwestie op te schorten indien andere opties niet doeltreffend blijken; dringt aan op de uitvoering van de aanbeveling van de Europese Ombudsman over het opzetten van een klachtenportaal binnen het kader van de handels- en financiële instrumenten van de EU, of op de aanpassing van het centrale toegangspunt van de Commissie zodat daar klachten kunnen worden ingediend over het niet naleven van mensenrechtenclausules; verzoekt de EU-instellingen regelmatig samen te werken met het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld teneinde de banden tussen internationale handel, mensenrechten en economische veiligheid te versterken; roept de EU op de bevordering en bescherming van de mensenrechten te waarborgen via haar investeringen en projecten in het kader van de Global Gateway, door ervoor te zorgen dat deze geen schade berokkenen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-mensenrechtendialogen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst op de belangrijke rol van mensenrechtendialogen binnen het mensenrechteninstrumentarium van de EU en als belangrijk middel om het EU-actieplan inzake mensenrechten en democratie uit te voeren; benadrukt dat deze dialogen met de betrokken landen betrekking moeten hebben op de algemene situatie op het gebied van mensenrechten en democratie; merkt op dat mensenrechtendialogen moeten worden gezien als een essentieel onderdeel van een duurzaam engagement van de EU en niet als een op zichzelf staand instrument, en dat het voortdurende verzuim van derde landen om oprecht een dialoog aan te gaan en belangrijke resultaten uit te voeren, moet leiden tot het gebruik van andere passende instrumenten voor buitenlands beleid; herinnert eraan dat deze dialogen moeten worden gebruikt in combinatie en in synergie met andere instrumenten, en dat daarbij een “meer voor meer”- en “minder voor minder”-aanpak moet worden gehanteerd; herhaalt dat individuele gevallen aan de orde moeten worden gesteld, met name die van de winnaars van de Sacharovprijs en die welke het Parlement in zijn resoluties heeft aangekaart, en dat moet worden gezorgd voor een passende follow-up; dringt er bij de EDEO en de EU-delegaties op aan de zichtbaarheid en de resultaten van deze dialogen te vergroten, ervoor te zorgen dat zij resultaatgericht zijn en gebaseerd zijn op duidelijke benchmarks die in een gepubliceerde gezamenlijke persverklaring kunnen worden opgenomen, en passende follow-upmaatregelen te nemen; dringt aan op een grotere en zinvolle betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld bij de dialogen; wijst erop dat echte maatschappelijke organisaties niet mogen worden belemmerd deel te nemen aan mensenrechtendialogen en dat elke dialoog alle echte maatschappelijke organisaties zonder beperkingen moet omvatten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (GHRSR – “EU-Magnitski-wet”</STRING>)</ACTINIT><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>juicht het toenemende gebruik van de sanctieregeling toe als zijnde een belangrijk politiek instrument van de EU voor haar verdediging van de mensenrechten en de democratie in de wereld; betreurt echter dat het gebruik ervan nog altijd beperkt is, met name in het huidige geopolitieke landschap; wijst echter op de uitdagingen die de vereiste eenparigheid van stemmen met zich meebrengt bij het aannemen van sancties en herhaalt zijn oproep aan de Raad om besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid in te voeren voor besluiten over de sanctieregeling; wijst in dit verband op het formele verzoek dat het Parlement in 2023 bij de Raad heeft ingediend om een EU-hervormingsverdrag in te stellen, met onder meer als doel het aantal besluiten dat met gekwalificeerde meerderheid wordt genomen, te verhogen; roept op tot een intensiever gebruik van de sanctieregeling en andere ad-hocsanctieregelingen voor degenen, met inbegrip van hoge ambtenaren, die verantwoordelijk zijn voor ernstige schendingen van de mensenrechten en het internationaal humanitair recht; staat volledig achter de mogelijkheid om in dit verband gerichte corruptiebestrijdingsmaatregelen op te leggen binnen het EU-kader – hetgeen al lang een prioriteit is van het Parlement – hetzij door die in de sanctieregeling op te nemen, hetzij door een andere regeling; acht het noodzakelijk dat sancties volledig worden gehandhaafd en dringt erop aan dat pogingen om die te omzeilen, worden aangepakt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Activiteiten ter ondersteuning van democratie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>uit nogmaals zijn bezorgdheid over de toenemende aanvallen door autoritaire en illiberale regimes op democratische beginselen, waarden en pluralisme; benadrukt dat het vanuit geopolitiek en strategisch oogpunt steeds belangrijker wordt om de democratie wereldwijd te verdedigen en te ondersteunen; benadrukt het belang van de inspanningen van het Parlement op het gebied van capaciteitsopbouw voor partnerparlementen, het bevorderen van bemiddeling en het aanmoedigen van een cultuur van dialoog en compromis, met name onder jonge politieke leiders, en het versterken van de positie van vrouwelijke parlementsleden, mensenrechtenverdedigers en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke media; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om haar activiteiten op deze gebieden voort te zetten en uit te breiden door de financiering en steun voor organen en instanties van de EU en andere subsidiegebaseerde organisaties te verhogen; benadrukt dat het van cruciaal belang is het maatschappelijk middenveld en personen die afwijkende meningen uiten rechtstreeks te ondersteunen, met name in het huidige klimaat van toenemende mondiale spanningen en repressie in steeds meer landen; wijst andermaal op het belang van EU-verkiezingswaarnemingsmissies en van de bijdrage van het Parlement aan de ontwikkeling en verbetering van de daarvoor gebruikte methoden; dringt aan op de ontwikkeling van een EU-instrumentarium dat moet worden gebruikt in geval van betwiste of ondoorzichtige verkiezingsuitslagen teneinde politieke en militaire crises na de verkiezingen te voorkomen; roept op tot intensiever EU-optreden voor het tegengaan van tegen de EU gerichte manipulatieve en valse boodschappen in verkiezingscampagnes, met name in landen die aanzienlijke humanitaire en ontwikkelingshulp van de EU ontvangen en in kandidaat-lidstaten van de EU; dringt aan op nauwere samenwerking tussen de coördinatiegroep democratieondersteuning en verkiezingen van het Parlement, de betrokken directoraten-generaal van de Commissie en de EDEO; verzoekt de EU om kwesties die verband houden met gendergelijkheid, waaronder seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, aan te kaarten bij niet-EU-landen; dringt erop aan mensenrechtendialogen zichtbaarder te maken en ervoor te zorgen dat zij resultaatgericht zijn en stoelen op duidelijke benchmarks die een doeltreffende monitoring mogelijk maken, onder meer door middel van doeltreffende raadpleging vooraf en achteraf van het maatschappelijk middenveld en door het uitbrengen van gezamenlijke persverklaringen en het nemen van passende follow-upmaatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat vrouwenparticipatie in democratische stelsels moet worden bevorderd om zodoende de ondervertegenwoordiging van vrouwen in besluitvormingsprocessen aan te pakken; verzoekt de EU door middel van haar externe optreden een betere participatie van vrouwen in de politiek, de economie en het maatschappelijk middenveld te bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-steun voor mensenrechtenverdedigers</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is uiterst bezorgd over de aanhoudende beperking van de ruimte voor het maatschappelijk middenveld en de toenemende bedreigingen voor het werk van mensenrechtenverdedigers en leden van maatschappelijke organisaties, alsook hun families, gemeenschappen en advocaten, en vindt het met name zorgwekkend dat er steeds geavanceerdere middelen worden gebruikt om hen te vervolgen; veroordeelt met klem hun willekeurige arrestaties en executies; betreurt dat maatschappelijke organisaties worden geïntimideerd door wettelijke bepalingen, zoals wetten op buitenlandse agenten en dergelijke, en andere beperkingen waarmee zij te maken krijgen; betreurt het feit dat vrouwelijke mensenrechtenverdedigers nog steeds worden geconfronteerd met meedogenloze en steeds geavanceerdere schendingen jegens hen, zoals gerichte moorden, fysieke aanvallen, verdwijningen, lastercampagnes, arrestaties, gerechtelijke pesterijen en intimidatie; stelt bezorgd vast dat deze aanvallen bedoeld lijken om vrouwelijke mensenrechtenverdedigers systematisch het zwijgen op te leggen en hun stem uit de openbare ruimte te weren; steunt ten volle het werk van mensenrechtenverdedigers en het optreden van de EU om hun bescherming wereldwijd te waarborgen; onderstreept de dringende behoefte aan een alomvattende en tijdige herziening van de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenverdedigers teneinde opkomende uitdagingen en bedreigingen te kunnen aanpakken, ervoor te zorgen dat ze toepasbaar en doeltreffend blijven voor de bescherming van mensenrechtenverdedigers in de hele wereld en gendergevoelige en intersectionele benaderingen erin op te nemen als afspiegeling van de diverse achtergronden en ervaringen van mensenrechtenverdedigers, rekening houdend met de specifieke kwetsbaarheden waarmee zij geconfronteerd kunnen worden; dringt aan op de volledige en consistente toepassing van de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenverdedigers door de EU en haar lidstaten; vraagt om inspanningen om communicatiestrategieën te verbeteren om de EU-maatregelen en -kanalen voor de bescherming van en de ondersteuningsmechanismen voor mensenrechtenverdedigers meer zichtbaarheid te geven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>maakt zich ernstige zorgen over het toenemende verschijnsel van grensoverschrijdende repressie tegen mensenrechtenverdedigers, journalisten en het maatschappelijk middenveld; dringt aan op het formuleren van een EU-strategie die nationale reacties op grensoverschrijdende repressie harmoniseert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het steeds precairdere financiële landschap waarmee mensenrechtenverdedigers en gemeenschappen die opkomen voor rechten worden geconfronteerd, met name in een mondiale context die door toenemende repressie wordt gekenmerkt; merkt op dat de behoefte aan steun van mensenrechtenverdedigers als gevolg van de huidige geopolitieke context is toegenomen; roept derhalve de EU en haar lidstaten op ten volle gebruik te maken van hun financiële steun voor mensenrechtenverdedigers en te zorgen voor de totstandbrenging van flexibele, toegankelijke en duurzame financieringsmechanismen zodat deze verdedigers hun vitale werk in het licht van de toenemende uitdagingen kunnen voortzetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>dringt erop aan dat de EDEO, de Commissie en de EU-delegaties bijzondere aandacht besteden aan de situatie van de winnaars en finalisten van de Sacharovprijs en dat zij in overleg met de lidstaten en het Parlement resoluut actie ondernemen om hun welzijn, veiligheid of vrijlating te waarborgen; brengt hulde aan de winnaars en finalisten van de Sacharovprijs die in de strijd voor mensenrechten, democratie en vrijheid om het leven zijn gekomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is ingenomen met de actualisering van de handleiding betreffende de EU-visumcode met betrekking tot mensenrechtenverdedigers en dringt aan op de volledige en consistente toepassing ervan door de lidstaten; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om een proactieve rol te spelen bij de vaststelling van een gecoördineerde aanpak door de lidstaten voor mensenrechtenverdedigers die gevaar lopen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Bestrijding van straffeloosheid en corruptie </STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>onderstreept dat zowel straffeloosheid als corruptie mensenrechtenschendingen en de uitholling van democratische beginselen mogelijk maken en verergeren; is ingenomen met de corruptiebestrijdingsmaatregelen in het kader van het externe beleid van de EU zoals die worden genoemd in de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 3 mei 2023 over de bestrijding van corruptie (JOIN(2023)0012), en is van oordeel dat in navolging daarvan een streng corruptiebestrijdingskader in de wetgeving moet worden opgenomen, bijvoorbeeld via de corruptiebestrijdingsrichtlijn van de EU, en dat dit probleem breed moet worden aangepakt via de EU-strategie voor corruptiebestrijding; schaart zich achter de anticorruptiebepalingen in de handelsovereenkomsten van de EU met niet-EU-landen; wijst op de belangrijke rol van het maatschappelijk middenveld en journalisten in derde landen bij het toezicht op de bestrijding van straffeloosheid en corruptie; verzoekt de EU en haar lidstaten hun inspanningen op het gebied van justitiële hervormingen, de bestrijding van straffeloosheid en de verbetering van de transparantie en van anticorruptie-instellingen in derde landen op te voeren; moedigt de EU en haar lidstaten aan waar mogelijk nauwer samen te werken met bondgenoten en partners om systemische corruptie tegen te gaan die autocraten in staat stelt de macht te behouden, samenlevingen essentiële middelen ontneemt en de democratie, de mensenrechten en de rechtsstaat ondermijnt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>dringt erop aan dat de EU duidelijke stappen zet om het nauwe verband tussen corruptie en mensenrechtenschendingen te erkennen, teneinde personen en entiteiten die mensenrechtenschenders in economische en financieel opzicht helpen, aan te pakken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">EU-maatregelen op multilateraal niveau</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>herhaalt dat de bevordering van de eerbiediging, bescherming en naleving van de mensenrechten overal ter wereld een sterke internationale samenwerking op multilateraal niveau vereist; beklemtoont de buitengewoon belangrijke rol die de VN en de organen ervan vervullen als voornaamste forum op dit gebied, dat daadwerkelijk moet kunnen bijdragen aan het opvoeren van de inspanningen voor vrede en veiligheid, duurzame ontwikkeling, en eerbiediging van mensenrechten en het internationaal recht; verzoekt de EU en haar lidstaten het werk van de VN, haar agentschappen en speciale procedures te blijven ondersteunen, zowel politiek als financieel, om ervoor te zorgen dat zij geschikt is voor het beoogde doel en om de invloed van autoritaire en totalitaire regimes tegen te gaan; benadrukt dat de nieuwe mondiale spelers een plaats moeten krijgen in de architectuur van de huidige multilaterale wereldorde, met name degene die de nadruk leggen op democratie en mensenrechten; herhaalt dat de EU en haar lidstaten bij de VN en in andere multilaterale fora met één stem moeten spreken om mondiale uitdagingen op het gebied van mensenrechten en democratie doeltreffend aan te pakken in multilaterale fora en zich in de sterkst mogelijke bewoordingen moeten uitlaten in overeenstemming met internationale mensenrechtennormen; dringt in dit verband aan op vooruitgang bij het waarborgen van een EU-zetel in internationale organisaties, waaronder de VN-Veiligheidsraad, naast de bestaande zetels van de lidstaten; wenst dat de EU-delegaties een grotere rol gaan spelen in multilaterale fora, waarvoor zij over passende middelen moeten beschikken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is ernstig bezorgd over de toenemende aanvallen op de op regels gebaseerde wereldorde door autoritaire en totalitaire regimes, onder meer door niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde agressie tegen vreedzame buren en door de ondermijning van de werking van VN-organen, met name het misbruik van het vetorecht in de VN-Veiligheidsraad; onderstreept dat de verminderde doeltreffendheid van deze organen reële kosten met zich brengt in de vorm van conflicten, mensenlevens en menselijk lijden, en ertoe leidt dat landen in het algemeen veel minder goed in staat zijn wereldwijde uitdagingen aan te pakken; roept de lidstaten en gelijkgestemde partners op een krachtige strategie te ontwikkelen en hun inspanningen op te drijven om deze trend om te keren en een eensgezinde en krachtige boodschap van steun af te geven aan deze organisaties wanneer zij worden aangevallen of bedreigd; is van mening dat de VN, haar organen en andere multilaterale organisaties moeten worden hervormd om deze toenemende uitdagingen en bedreigingen het hoofd te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>betreurt ten zeerste dat een aantal landen heeft besloten zich terug te trekken uit de VN-Mensenrechtenraad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>herhaalt de krachtige steun van de EU voor het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof (ICC) als essentiële, onafhankelijke en onpartijdige gerechtelijke instellingen, gezien de bijzonder moeilijke tijd voor de internationale justitie; herinnert eraan dat een goed gefinancierd ICC essentieel is voor de doeltreffende vervolging van ernstige internationale misdrijven; is ingenomen met de politieke en financiële steun die de EU heeft verleend aan het ICC, met inbegrip van het Parket van de Hoofdaanklager (OTP) van het ICC, en de lancering van het mondiaal initiatief ter bestrijding van straffeloosheid voor internationale misdrijven, waardoor financiële steun wordt geboden aan maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor het bevorderen van gerechtigheid en verantwoordingsplicht voor internationale misdrijven en ernstige mensenrechtenschendingen, onder meer door de participatie van overlevenden aan processen te faciliteren; verzoekt de EU en haar lidstaten hun steun aan het ICC – met inbegrip van het trustfonds voor slachtoffers van het ICC – met de nodige middelen, waaronder financiële middelen en politieke steun, voort te zetten en te intensiveren en alle instrumenten waarover zij beschikken te gebruiken om de straffeloosheid wereldwijd te bestrijden en het ICC in staat te stellen zijn mandaat doeltreffend uit te voeren; verzoekt alle lidstaten de acties en besluiten van het Internationaal Gerechtshof en van alle organen van het ICC, met inbegrip van het OTP en de kamers, te eerbiedigen en uit te voeren, andere landen dringend te verzoeken tot het ICC toe te treden en ermee samen te werken, onder andere door arrestatiebevelen van het ICC uit te voeren, en hun werkzaamheden als onafhankelijke en onpartijdige internationale justitiële instelling overal ter wereld te ondersteunen; betreurt dat sommige verdragsstaten van het ICC arrestatiebevelen van het ICC niet uitvoeren, waardoor het werk van het Hof wordt ondermijnd; roept de EU op er bij niet-EU-landen, waaronder haar belangrijkste partners, op aan te dringen het ICC te erkennen en als staat toe te treden tot het Statuut van Rome;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>herhaalt de krachtige steun van de EU voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens; dringt er bij alle staten die het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens hebben ondertekend op aan zich volledig te houden aan de uitspraken van het Hof;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is het ICC niet te politiseren, aangezien het vertrouwen in het Hof wordt uitgehold als zijn mandaat wordt misbruikt; veroordeelt in het bijzonder en in de meest kritische bewoordingen de politieke aanvallen, sancties en andere dwangmaatregelen die tegen het ICC zelf en tegen zijn personeel zijn gericht of worden overwogen; verzoekt de lidstaten en de EU-instellingen samen te werken aan oplossingen om het ICC als instelling en zijn personeel te beschermen tegen toekomstige sancties die de werking van het Hof in gevaar zouden brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de sancties tegen het Internationaal Strafhof en zijn aanklagers, rechters en personeelsleden, die een ernstige aanval op het internationale rechtssysteem vormen; verzoekt de Commissie onverwijld de blokkeringsverordening in werking te doen treden en verzoekt de lidstaten meer diplomatieke inspanningen te ondernemen om het Internationaal Strafhof te beschermen en te vrijwaren als een onmisbare hoeksteen van het internationale rechtssysteem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>erkent universele rechtspraak als een belangrijk instrument van het internationale strafrechtsysteem om straffeloosheid te voorkomen en te bestrijden en internationale verantwoordingsplicht te bevorderen; roept de lidstaten op universele rechtspraak toe te passen in de strijd tegen straffeloosheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de EU en haar lidstaten het voortouw te nemen in de mondiale strijd tegen iedere vorm van extremisme, en verwelkomt de vaststelling van een EU-strategie daartoe; verlangt dat terrorismebestrijding bovenaan de agenda van de EU op het gebied van binnenlandse en buitenlandse zaken staat;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Eerbiediging van het internationaal humanitair recht</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>stelt bezorgd vast dat het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten steeds minder worden gerespecteerd, met name in het kader van lopende conflicten wereldwijd; veroordeelt met klem de toename van opzettelijke, willekeurige en onevenredige aanvallen op burgers en burgerdoelen in verschillende conflictsituaties; beklemtoont dat het van het allergrootste belang is dat alle VN-organisaties en humanitaire hulporganisaties alle mensen in kwetsbare situaties ongehinderd en tijdig volledige bijstand kunnen verlenen, en roept alle partijen in gewapende conflicten op het werk van deze organisaties volledig te eerbiedigen en ervoor te zorgen dat zij zonder inmenging in de basisbehoeften van burgers kunnen voorzien; hekelt pogingen om VN-agentschappen die humanitaire hulp verlenen te ondermijnen; roept alle partijen in gewapende conflicten dringend op bescherming te bieden aan burgers, humanitaire en medische hulpverleners, en journalisten en mediawerkers; roept alle partijen in gewapende conflicten op de legitimiteit en onschendbaarheid van de VN-vredesmissies te eerbiedigen; roept alle staten op onvoorwaardelijk en volledig te voldoen aan het internationaal humanitair recht; verzoekt de internationale gemeenschap en met name de lidstaten de verantwoordingsplicht en de strijd tegen straffeloosheid voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht te bevorderen; dringt erop aan in regio’s waar oorlog woedt of gevochten wordt stelselmatig humanitaire corridors in te richten, teneinde burgers die gevaar lopen in staat te stellen het gebied te verlaten, en veroordeelt met klem alle aanvallen op de burgers in kwestie; eist ongehinderde toegang voor humanitaire organisaties die krijgsgevangenen volgen en bijstaan, zoals bepaald in het Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen; verwacht van internationale organisaties dat zij zich houden aan het internationaal recht met betrekking tot de behandeling van krijgsgevangenen; roept op tot internationale samenwerking en bijstand voor de terugkeer van onder dwang gedeporteerde personen, in het bijzonder kinderen en gijzelaars;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>is ernstig bezorgd over de langdurige bezetting of annexatie van grondgebieden; pleit ervoor bijzondere aandacht te besteden aan de mensenrechtensituatie in illegaal bezette gebieden, waaronder gevallen van langdurige bezetting, en doeltreffende maatregelen te nemen teneinde ernstige mensenrechtenschendingen ter plaatse te voorkomen, waaronder schendingen van het recht op leven, beperking van de vrijheid van verkeer en discriminatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de lidstaten om gewapende conflicten en ernstige schendingen van de mensenrechten of van het internationaal humanitair recht te helpen indammen door zich strikt te houden aan de bepalingen van artikel 7 van het VN-Wapenhandelsverdrag van 2 april 2013 inzake uitvoer en uitvoerbeoordeling en van Gemeenschappelijk Standpunt 2008/944/GBVB van de Raad van 8 december 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor de controle op de uitvoer van militaire goederen en technologie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>dringt er bij betrouwbare, gelijkgestemde derde landen op aan hun capaciteiten op het gebied van defensie, veerkracht en civiele paraatheid te versterken, om agressie doeltreffend te ontmoedigen en de mensenrechten wereldwijd te verdedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>betreurt, gezien de gendergerelateerde gevolgen van gewapende conflicten, de beperkte prioriteit en aandacht die door de EU bij humanitaire hulp en de bijstand aan vluchtelingen wordt gegeven aan seksueel en gendergerelateerd geweld en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR); herhaalt dat humanitaire crises de uitdagingen op het gebied van SRGR, alsook gendergerelateerde uitdagingen vergroten en herinnert eraan dat — met name onder kwetsbare groepen zoals vluchtelingen en migranten — vrouwen en meisjes in crisisgebieden bijzonder kwetsbaar zijn voor seksueel geweld, seksueel overdraagbare aandoeningen, seksuele uitbuiting, verkrachting als oorlogswapen en ongewenste zwangerschappen; verzoekt de Commissie en de lidstaten hoge prioriteit te verlenen aan gendergelijkheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in het kader van hun respons op het vlak van humanitaire hulp en vluchtelingen, evenals aan verantwoordingsplicht en toegang tot de rechter en schadevergoeding voor schendingen van de seksuele en reproductieve rechten en gendergerelateerd geweld, ook wat opleiding voor humanitaire actoren en bestaande en toekomstige financiering betreft;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Team Europa-aanpak</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>erkent dat het mogelijk is de benaderingen van de bescherming en bevordering van de mensenrechten beter op elkaar af te stemmen tussen de EU-instellingen, de ambassades van de lidstaten en de EU-delegaties in niet-EU-landen, met name door deze landen aan te moedigen hun internationale verplichtingen na te komen en zich te onthouden van intimidatie en vervolging van kritische stemmen; benadrukt dat de ambassades van de lidstaten een steeds actievere rol kunnen gaan spelen bij het bevorderen en beschermen van de mensenrechten, en tegelijkertijd het maatschappelijk middenveld in deze landen kunnen ondersteunen; roept de EU en haar lidstaten op alle mogelijke middelen in te zetten om detentieomstandigheden te beoordelen, processen en gerechtelijke procedures te volgen, de druk op te voeren en het bewustzijn te vergroten, om landen ertoe aan te sporen politieke gevangenen vrij te laten en daar ook actief aan bij te dragen; benadrukt het belang van gedeelde verantwoordelijkheid tussen de lidstaten en de EU-delegaties bij deze inspanningen; verzoekt de EU en haar lidstaten hun collectieve inspanningen op te voeren om de eerbiediging, bescherming en naleving van de mensenrechten te bevorderen en democratie wereldwijd te ondersteunen; moedigt zorgvuldige monitoring en beoordeling van de capaciteit van de EU-delegaties aan om ervoor te zorgen dat elk van hen een aangewezen contactpunt heeft voor gevallen van mensenrechtenschendingen en dat dit mandaat voldoende middelen krijgt om effectief en tijdig te reageren; herhaalt in dit verband het belang voor de EU-delegaties van bestaande EU-richtsnoeren met betrekking tot specifieke domeinen inzake mensenrechten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een antwoord bieden op de uitdagingen inzake universele mensenrechten en democratie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op vrijwaring van foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>veroordeelt elke actie of poging om foltering en andere vormen van wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing onder welke omstandigheden dan ook te legaliseren, uit te lokken, toe te staan of te gedogen; veroordeelt het gebruik van foltering door overheidsactoren in veel verschillende contexten, inclusief in gevangenissen en daarbuiten — van onder meer politieke gevangenen — en in conflictsituaties overal ter wereld, met name de schending van het Verdrag van Genève betreffende de behandeling van krijgsgevangenen, alsook het doden van krijgsgevangenen, wat neerkomt op een oorlogsmisdrijf, zoals blijkt uit steeds meer meldingen, en herhaalt dat niet mag worden getornd aan het recht om vrij te zijn van foltering of andere vormen van onmenselijke of vernederende behandeling; wijst eens te meer op het nultolerantiebeleid van de EU ten aanzien van foltering en andere vormen van mishandeling en verzoekt de relevante instellingen, waaronder het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, een vastberaden standpunt in te nemen ten aanzien van dergelijke gevallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>herhaalt zijn oproepen tot universele ratificatie van het VN-Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing en het facultatieve protocol daarbij en wijst eens te meer op de noodzaak voor staten om hun nationale voorschriften ter zake in overeenstemming te brengen met de internationale normen; herhaalt, overeenkomstig de herziene richtsnoeren voor het EU-beleid ten aanzien van derde landen inzake foltering en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing, die de Raad op 16 september 2019 heeft aangenomen, dat het belangrijk is om samen te werken met relevante belanghebbenden in de strijd om foltering uit te bannen, en toezicht te houden op detentiecentra;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op vrijheid van vreedzame vergadering en vereniging</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>herhaalt dat de democratische ruimte van de EU en de uitoefening van de fundamentele vrijheden in die ruimte, met name de vrijheid van vergadering en vereniging, moeten worden beschermd; wijst op de toenemende gewelddadige onderdrukking van protesten en vreedzame bijeenkomsten binnen de burgerlijke ruimte van de EU, met gevallen van foltering en mishandeling met dodelijke slachtoffers en andere ernstige schendingen tot gevolg; onderstreept dat dit grondrecht moet worden versterkt in combinatie met het absolute verbod op foltering en mishandeling;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op voedsel, water en sanitaire voorzieningen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>herinnert eraan dat het recht op voedsel, met inbegrip van het recht op fysieke en economische toegang tot voldoende voedsel of de middelen voor de aankoop ervan, een mensenrecht is; is uiterst bezorgd over de wereldwijde problemen in verband met het recht op voedsel, met name in oorlogs- en conflictsituaties; veroordeelt het toenemende aantal berichten over de inzet van voedsel als wapen in gewapende conflicten; verzoekt de EU en haar lidstaten binnen het VN-systeem bindende richtsnoeren inzake het recht op voedsel zonder discriminatie te bevorderen; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan om organisaties en agentschappen die zich inzetten voor het recht op voedsel in conflictgebieden politiek en financieel volledig te steunen; herinnert aan het belang van de VN-Verklaring over de rechten van landbouwers en andere mensen die werkzaam zijn in plattelandsgebieden voor het bereiken van voedselzekerheid; prijst het werk van het Wereldvoedselprogramma van de VN op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>bevestigt nogmaals dat het recht op veilig drinkwater en het recht op sanitaire voorzieningen mensenrechten zijn, aangezien beide rechten elkaar aanvullen; onderstreept dat toegang tot schoon drinkwater onontbeerlijk is voor een gezond en waardig leven en essentieel is voor het behoud van de menselijke waardigheid; wijst erop dat het recht op water een fundamentele voorwaarde is voor het genot van andere rechten, en als zodanig moet worden geleid door een logica die gebaseerd is op het algemeen belang en gemeenschappelijke publieke en mondiale goederen; onderstreept het belang van de EU-richtsnoeren inzake veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen en dringt er bij de EU-instellingen en de lidstaten op aan deze in niet-EU-landen en in multilaterale fora toe te passen en te bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Klimaatverandering en milieu</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>benadrukt dat klimaatverandering en de gevolgen ervan voor het milieu direct van invloed zijn op het effectieve genot van alle mensenrechten; erkent het belangrijke werk dat door maatschappelijke organisaties, inheemse volkeren en lokale gemeenschappen, verdedigers van land- en milieugerelateerde mensenrechten en voorvechters van inheemse volkeren wordt verricht voor de bescherming van een schoon, gezond en duurzaam milieu, met inbegrip van toegang tot land en waterbronnen; betreurt de risico’s waarmee verdedigers van milieugerelateerde mensenrechten en voorvechters van inheemse volkeren worden geconfronteerd en dringt erop aan dat hun bescherming op doeltreffende wijze wordt gewaarborgd; merkt op dat de gemeenschappen die het minst bijdragen aan de klimaatverandering, het meeste risico lopen te worden getroffen door klimaatrisico’s en natuurrampen, en roept in dit verband op tot meer steun voor de meest kwetsbare groepen; herinnert eraan dat autochtone en lokale gemeenschappen een belangrijke rol spelen bij het duurzame beheer van natuurlijke hulpbronnen en het behoud van de biodiversiteit; herinnert eraan dat de transitie naar schone energie rechtvaardig moet zijn en dat daarbij ieders grondrechten geëerbiedigd moeten worden; herhaalt het belang van de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN voor de bescherming van de mensenrechten van huidige en toekomstige generaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>neemt met grote bezorgdheid kennis van het feit dat een schoon, gezond en duurzaam milieu steeds meer in het gedrang komt door de inzet van massavernietigingswapens en andere vormen van oorlogvoering die negatieve en onevenredige gevolgen hebben voor het milieu; benadrukt de noodzaak van een doeltreffende aanpak van ontheemding van mensen als gevolg van milieuvernietiging en klimaatverandering, waardoor het risico op mensenrechtenschendingen en kwetsbaarheid voor verschillende vormen van uitbuiting toeneemt; erkent dat kinderen acutere risico’s lopen door klimaatgerelateerde rampen en dat zij ook een van de grootste getroffenen zijn; roept de EU op om zich te richten op de aanpak van de gevolgen van klimaatverandering voor het genot van de rechten van het kind;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van het kind</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>dringt erop aan de rechten van het kind, met inbegrip van de meest gemarginaliseerde kinderen en kinderen in de meest kwetsbare situaties, in alle onderdelen van het extern beleid van de EU stelselmatig en consistent te bevorderen en te verdedigen; dringt aan op meer gecoördineerde inspanningen ter bevordering van de eerbiediging, bescherming en naleving van de rechten van het kind in crisis- of noodsituaties; veroordeelt de achteruitgang van de eerbiediging van de rechten van het kind en de toenemende schendingen van deze rechten, onder meer door geweld, huwelijken op jonge leeftijd en gedwongen huwelijken, seksueel misbruik, met inbegrip van genitale verminking, mensenhandel, kinderarbeid, eremoord, rekrutering van kindsoldaten, gebrek aan toegang tot onderwijs en gezondheidszorg, ondervoeding en extreme armoede; hekelt voorts het feit dat steeds meer kinderen omkomen bij gewapende conflicten, en benadrukt dat de rechten van het kind doeltreffend moeten worden beschermd bij actieve oorlogvoering; dringt aan op nieuwe EU-initiatieven ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind, met het oog op de rehabilitatie en herintegratie van door conflicten getroffen kinderen, waarbij wordt gezorgd voor een beschermde, op familie en gemeenschap gebaseerde omgeving als natuurlijk kader voor hun leven, waarin zorg en onderwijs fundamentele elementen zijn; roept er nogmaals toe op om de rechten van het kind in alle onderdelen van het extern beleid van de EU stelselmatig en consistent te bevorderen en te verdedigen; verzoekt alle landen het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind dringend te ratificeren, zodat dit basisinstrument universeel geratificeerd is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt dat het dringend noodzakelijk is de rechten van zwangere vrouwen te eerbiedigen en ervoor te zorgen dat zij uitgebreide steun krijgen voor hun gezondheid, veiligheid en waardigheid, met inbegrip van gegarandeerde toegang tot gezondheidszorg voor moeders, de beschikbaarheid van kinderopvangvoorzieningen zoals kinderdagverblijven, en de vaststelling van een eerlijk werkplekbeleid dat hun welzijn, inkomen en loopbaanontwikkeling beschermt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>benadrukt het belang van het dichten van de financieringskloof die landen in staat zou stellen hun SDG 4-doelstellingen voor kwaliteitsonderwijs te halen en toegang tot onderwijs voor alle kinderen en jongeren te waarborgen; herhaalt zijn oproepen om culturele normen en gendervooroordelen aan te pakken die verhinderen dat meisjes en vrouwen onderwijs krijgen, en dringt aan op het opzetten van onderwijssystemen overal ter wereld die rekening houden met genderkwesties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>benadrukt dat onderwijs het uitgangspunt vormt voor het cultiveren van beginselen en waarden die bijdragen aan de persoonlijke ontwikkeling van kinderen, evenals aan sociale cohesie en democratie, en de rechtsstaat overal ter wereld; roept de EU daarom op haar waarden uit te dragen door de toegang tot onderwijs en leren voor vrouwen en meisjes te ondersteunen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van vrouwen en gendergelijkheid</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>benadrukt dat vrouwenrechten en gendergelijkheid onontbeerlijke en ondeelbare mensenrechten zijn en als basis fungeren voor de rechtsstaat en voor veerkrachtige inclusieve democratieën; betreurt het feit dat miljoenen vrouwen en meisjes nog steeds worden geconfronteerd met discriminatie en geweld, vooral in het geval van conflicten, de situatie na conflicten en ontheemding, en dat zij van hun waardigheid, autonomie en zelfs hun leven worden beroofd; veroordeelt de straffeloosheid waarmee daders schendingen van vrouwelijke mensenrechtenverdedigers begaan; is ontzet over het gebruik van verkrachting en seksueel geweld als oorlogswapen en benadrukt de noodzaak om licht te werpen op deze gevallen en voor betere internationale samenwerking om straffeloosheid voor deze misdaden te bestrijden; verzoekt de EU, haar lidstaten en gelijkgestemde partners hun inspanningen op te voeren om de volledige uitoefening en bescherming van de mensenrechten van vrouwen en meisjes te waarborgen en om een gendermainstreamingbenadering te integreren in alle beleidsmaatregelen, rekening houdend met de uiteenlopende gevolgen van mondiale uitdagingen zoals klimaatverandering of conflicten; benadrukt dat seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR) fundamentele mensenrechten zijn die wereldwijd en in de lidstaten moeten worden gehandhaafd, en spreekt zijn grote bezorgdheid uit over de wereldwijde achteruitgang op het gebied van gendergelijkheid en SRGR; stelt nogmaals dat het ontzeggen van kwalitatief goede en complete diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid een vorm van gendergerelateerd geweld is; benadrukt dat het belangrijk is het goede voorbeeld te geven; verzoekt de EU om in het kader van de bevordering van de mensenrechten en de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen prioriteit te geven aan toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten; veroordeelt in de krachtigste bewoordingen de toenemende aanvallen op de seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in de wereld, alsook het gendergerelateerd geweld, waaronder het gebruik van seksueel geweld als oorlogswapen; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan om SRGR als mensenrechten te handhaven, het recht op legale en veilige abortus in het Handvest van de grondrechten te verankeren en prioriteit te geven aan de kwestie van toegang tot SRGR teneinde vooruitgang te boeken op het vlak van de mensenrechten en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen; betreurt ten zeerste gevallen van genitale verminking van vrouwen, eremoorden, kindhuwelijken en gedwongen huwelijken; is ingenomen met de toetreding van de EU tot het Verdrag van Istanbul en moedigt de overige lidstaten met klem aan het Verdrag van Istanbul onverwijld te ratificeren; verzoekt de EU en haar internationale partners meer te doen om te waarborgen dat vrouwen hun mensenrechten ten volle kunnen uitoefenen en gelijk behandeld worden als mannen; benadrukt het belang van de bescherming van de rechten van vrouwen, door ervoor te zorgen dat hun gezondheid, veiligheid en waardigheid worden beschermd, met name in de context van toegang tot gezondheidszorg en bescherming op de werkplek; onderstreept de noodzaak om zich te blijven verzetten tegen antiabortuswetten die vrouwen en meisjes bestraffen met tientallen jaren gevangenisstraf, zelfs in gevallen van verkrachting of incest of wanneer het leven van de zwangere in gevaar is, en deze in de strengste bewoordingen te blijven veroordelen; benadrukt dat al het mogelijke moet worden gedaan om de praktijk van genitale verminking van vrouwen volledig uit te roeien; staat volledig achter de rol van de EU-ambassadeur voor gender en diversiteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>erkent dat de bevordering en bescherming van SRGR essentieel zijn voor het verwezenlijken van gendergelijkheid en bevestigt het recht op toegang tot alomvattende SRGR-diensten, met inbegrip van moderne anticonceptie, kosteloze, veilige en legale abortus, zorg bij de bevalling, prenatale en postnatale zorg, medisch begeleide voortplanting en toegang tot informatie en voorlichting over SRGR, met inbegrip van alomvattende seksuele voorlichting, zonder enige vorm van discriminatie, dwang of geweld; herhaalt dat mensenrechtenorganisaties erkennen dat een verbod op abortus vrouwen kan blootstellen aan lijden dat neerkomt op foltering of wrede, onmenselijke of onterende behandeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>erkent dat genderapartheid een systematische en geïnstitutionaliseerde vorm van onderdrukking is, waarbij vrouwen en meisjes alleen op basis van hun geslacht van fundamentele rechten worden beroofd; stelt met grote bezorgdheid vast dat genderapartheid in verschillende regio’s is verankerd, waar vrouwen te maken hebben met uitgebreide beperkingen op het gebied van onderwijs, werkgelegenheid, gezondheidszorg en bewegingsvrijheid, vaak geschraagd door wettelijke en culturele kaders die discriminatie op grond van geslacht versterken; dringt er bij de EU en de lidstaten op aan om genderapartheid proactief aan te pakken door middel van versterkte diplomatieke inspanningen, gerichte economische maatregelen en verantwoordingsmechanismen die maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor gendergelijkheid, ondersteunen; dringt erop aan genderapartheid formeel te erkennen als een afzonderlijke mensenrechtenschending en internationale initiatieven te steunen om het als een misdaad tegen de menselijkheid te classificeren en zo bij te dragen aan de vaststelling van een mondiale verantwoordingsnorm;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van vluchtelingen en asielzoekers</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>hekelt het feit dat de mensenrechten en de veiligheid van vluchtelingen, asielzoekers en ontheemden worden uitgehold; bevestigt opnieuw hun onvervreemdbare mensenrechten en hun grondrecht om asiel aan te vragen; herinnert aan de verplichting van staten om hen te beschermen in overeenstemming met het internationaal recht; onderstreept het belang van identificatie en registratie van personen, met inbegrip van kinderen, als een belangrijk instrument voor de bescherming van vluchtelingen, het waarborgen van de integriteit van systemen voor de bescherming van vluchtelingen, en het voorkomen van mensenhandel en de rekrutering van kinderen voor gewapende milities; verzoekt de EU en haar lidstaten hun rechten in het kader van het asiel- en migratiebeleid van de EU en bij de samenwerking van de EU met partnerlanden in dit verband daadwerkelijk te eerbiedigen; betreurt de toename van vreemdelingenhaat, racisme en discriminatie jegens migranten, evenals de verschillende vormen van geweld waarmee zij te maken krijgen, ook tijdens hun verplaatsing, alsook de vele belemmeringen, onder meer bij de toegang tot gezondheidszorg; veroordeelt de instrumentalisering van migratie aan de EU-grenzen door buitenlandse actoren, die neerkomt op hybride aanvallen op de lidstaten en een ontmenselijking van migranten; onderstreept dat de EU de onderliggende oorzaken van irreguliere migratie en gedwongen ontheemding moet erkennen en zich meer inspanningen moet getroosten om deze aan te pakken, door de veerkracht van migrantengemeenschappen te vergroten en ertoe bij te dragen dat zij hun leden kunnen helpen een fatsoenlijk leven te leiden in hun landen van herkomst; verzoekt de EU en haar lidstaten door te gaan met het geven van ondersteuning aan de landen die de grootste aantallen vluchtelingen opvangen, alsook aan de transitlanden, en deze ondersteuning – daar waar mogelijk – uit te breiden; herhaalt dat nauwe samenwerking en dialoog met niet-EU-landen, met volledige inachtneming van de grondrechten, van cruciaal belang zijn om de smokkel van migranten te voorkomen; onderstreept in dit verband dat het geven van informatie en het organiseren van campagnes over de risico’s van smokkel en over de migratiewetgeving van de landen van bestemming van essentieel belang zijn om te voorkomen dat mensen zonder asielgrond onnodig risicovolle tochten ondernemen; dringt erop aan dat bij door de EU gefinancierde humanitaire acties de specifieke behoeften en kwetsbaarheden van kinderen in aanmerking worden genomen en dat hun bescherming wordt gewaarborgd als zij ontheemd raken; geeft aan dat het belangrijk is een doeltreffend kader van veilige en legale manieren te ontwikkelen om naar de EU te komen, en verwelkomt in dit verband de mededeling van de Commissie over het aantrekken van vaardigheden en talent<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie van 27 april 2022 over het aantrekken van vaardigheden en talent naar de EU (COM(2022)0657).</FIELD></FOOTNOTE>, inclusief de ontwikkeling van talentpartnerschappen met partnerlanden; verzoekt het beginsel van non-refoulement naar landen waar het leven en de vrijheid van personen gevaar lopen te eerbiedigen; roept de EU en haar lidstaten op om het verschijnsel van geïnstrumentaliseerde migratie, georkestreerd door autoritaire regimes en georganiseerde criminele groeperingen, te bespreken, en benadrukt de noodzaak van een alomvattende analyse van dit fenomeen, de ontwikkeling van doeltreffende tegenmaatregelen en aandacht voor de implicaties ervan voor het mensenrechtenkader;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van lhbtiq+-personen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>veroordeelt de schendingen van mensenrechten, waaronder discriminatie en vervolging van, geweld tegen en moorden op, stigmatisering van, haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen tegen, conversietherapieën voor, interseksuele genitale verminking van en seksueel geweld tegen lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders, non-binaire personen, interseksuelen en queer (lhbtiq+-personen) wereldwijd; roept de EU en haar lidstaten op deze onrechtvaardigheden aan de kaak te stellen en zich in te zetten voor de bescherming van de rechten, waardigheid en veiligheid van lhbtiq+-personen; is uiterst bezorgd over de verspreiding van haat en anti-lhbtiq+-geluiden en wetgeving tegen lhbtiq+‑personen en mensenrechtenverdedigers; hekelt in dat verband het bestaan van conversiepraktijken voor lhbtiq+-personen die erop gericht zijn de seksuele gerichtheid, genderidentiteit en/of genderexpressie van hun slachtoffers te veranderen, te verdringen of te onderdrukken; dringt erop aan dat voor de hele Unie een beleid wordt gevoerd om dergelijke praktijken bij wet te verbieden; dringt aan op de vaststelling van beleid om lhbtiq+-personen te beschermen en hen de instrumenten te geven om veilig melding te maken van een schending van hun rechten, in overeenstemming met de EU-richtsnoeren voor de bevordering en bescherming van alle mensenrechten door lhbtiq+-personen; wijst op de toenemende bezorgdheid en angst binnen lhbtiq+-gemeenschappen en dringt er bij de EU op aan om krachtig stelling te nemen tegen alle wetgevende of maatschappelijke maatregelen die lhbtiq+-personen in gevaar brengen; spreekt in het bijzonder zijn bezorgdheid uit over lhbtiq+-personen die in een land met een niet-democratisch regime of in conflictsituaties leven en dringt aan op een snellereactiemechanisme om hen en de verdedigers van hun rechten te beschermen; dringt andermaal aan op volledige tenuitvoerlegging van de strategie voor gelijkheid van lhbtiq’ers 2020‑2025, als hét instrument van de EU om de situatie van deze groep personen wereldwijd te verbeteren; dringt erop aan het gebruik van de doodstraf in alle omstandigheden te verwerpen, met inbegrip van alle wetgeving waarbij de doodstraf wordt opgelegd voor homoseksualiteit; verzoekt de EU en haar lidstaten de landen met dergelijke wetgeving te blijven benaderen om hun standpunt over de doodstraf te herzien; merkt voorts op dat het opleggen van de doodstraf op basis van dergelijke wetgeving een willekeurige executie als zodanig is en een schending vormt van artikel 6 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van personen met een handicap</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>is bezorgd over de problemen die personen met een handicap ondervinden om hun rechten ten volle te genieten; herhaalt zijn oproep aan de EU om partnerlanden bij te staan bij de ontwikkeling van beleid ter ondersteuning van verzorgers van personen met een handicap; roept op tot het verhogen van het maatschappelijk bewustzijn en tot het bestrijden van discriminerend gedrag ten aanzien van personen met een handicap; wijst op de extra complicaties waarmee personen met een handicap in conflictsituaties en bij natuurrampen worden geconfronteerd, omdat ze kwetsbaarder zijn voor geweld en vaak geen adequate steun krijgen; dringt er bij alle partijen in conflictsituaties wereldwijd op aan adequate maatregelen te nemen om de risico’s voor deze personen zoveel mogelijk te beperken; benadrukt de noodzaak om kinderen met een handicap te beschermen tegen elke vorm van uitbuiting; verzoekt de EU de strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030 in haar buitenlands beleid te gebruiken als een instrument om de situatie van personen met een handicap te verbeteren, in het bijzonder met betrekking tot armoede en discriminatie, maar ook wat betreft problemen bij de toegang tot onderwijs, gezondheidszorg en werk, en deelname aan het politieke leven; moedigt de EU aan partnerlanden te ondersteunen bij de ontwikkeling van inclusief economisch beleid dat toegankelijke beroepsopleidingen en werkgelegenheid voor personen met een handicap bevordert en hun volledige en actieve economische participatie stimuleert;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van ouderen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de EU en haar lidstaten om nieuwe wegen te verkennen om de rechten van ouderen te versterken, rekening houdend met de vele problemen waarmee zij worden geconfronteerd, zoals leeftijdsdiscriminatie, armoede en geweld, een gebrek aan sociale bescherming, gezondheidszorg en andere essentiële diensten, en belemmeringen voor het vinden van werk; dringt aan op de uitvoering van specifieke maatregelen ter bestrijding van het armoederisico voor oudere vrouwen via betere sociale steun; wijst op het werk van de Open Werkgroep van de VN inzake vergrijzing met betrekking tot een juridisch bindend instrument ter versterking van de bescherming van de mensenrechten van ouderen, en roept de EU en haar lidstaten op te overwegen dat werk actief te ondersteunen; benadrukt de noodzaak van een transversale intergenerationele aanpak in het EU-beleid om solidariteit tussen jongeren en ouderen op te bouwen en aan te moedigen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op gelijkheid en non-discriminatie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>veroordeelt nogmaals alle vormen van racisme, onverdraagzaamheid, antisemitisme, islamofobie, vervolging van christenen, vreemdelingenhaat en discriminatie op grond van ras, etniciteit, nationaliteit, sociale klasse, handicap, kaste, godsdienst, levensovertuiging, leeftijd, seksuele gerichtheid of genderidentiteit; veroordeelt de toenemende internationale dreiging van haatzaaiende en tot geweld aanzettende uitlatingen, ook online; wijst nogmaals op de cruciale rol van onderwijs en dialoog bij het bevorderen van verdraagzaamheid, begrip en diversiteit; dringt aan op het invoeren of versterken van mechanismen voor de melding van discriminerende gedragingen en van de toegang tot doeltreffende rechtsmiddelen, om een einde te helpen maken aan straffeloosheid van degenen die zich aan dergelijk gedrag schuldig maken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Het recht op leven: naar de wereldwijde afschaffing van de doodstraf </STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>herhaalt zijn principiële verzet tegen de doodstraf, die onomkeerbaar is en onverenigbaar is met het recht op leven en met het verbod op foltering en wrede, onmenselijke en onterende bestraffing; wijst erop dat de EU zich onverdroten moet blijven inzetten voor de wereldwijde afschaffing van de doodstraf als belangrijke doelstelling van haar extern mensenrechtenbeleid; merkt op dat er, ondanks de tendens in bepaalde niet-EU-landen om stappen in de richting van de afschaffing van de doodstraf te zetten, in dit opzicht nog steeds aanzienlijke uitdagingen bestaan; betreurt het feit dat in andere niet-EU-landen het aantal uitgevoerde doodvonnissen de afgelopen vijf jaar het hoogste niveau heeft bereikt; roept alle betrokken landen nogmaals op om de doodstraf volledig af te schaffen of een onmiddellijk moratorium over het gebruik van de doodstraf (vonnissen en executies) af te kondigen als eerste stap in de richting van afschaffing; dringt er in dit verband bij de EU op aan de diplomatieke betrekkingen met landen die de doodstraf nog steeds toepassen, te intensiveren, en daarbij de dialoog en samenwerking inzake mensenrechtenkwesties aan te moedigen en steun te verlenen aan de ontwikkeling van justitiële hervormingen die tot de afschaffing ervan kunnen leiden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op vrijheid van denken, geweten, godsdienst en levensovertuiging</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>uit andermaal zijn bezorgdheid over schendingen van het recht op vrijheid van denken, geweten, godsdienst en levensovertuiging; is bezorgd over de wereldwijde toename van intolerantie jegens verschillende religieuze gemeenschappen; betreurt in bepaalde niet-EU-landen de instrumentalisering van religieuze of levensbeschouwelijke identiteiten voor politieke doeleinden en de uitsluiting, onder meer van politieke participatie, van personen die tot religieuze en levensbeschouwelijke minderheden en religieuze gemeenschappen behoren, alsook de vernietiging en vandalisme van plaatsen en kunstwerken van culturele en historische waarde; benadrukt dat de vrijheid om zijn of haar eigen religie te kiezen, om te geloven of niet te geloven een mensenrecht is dat niet mag worden bestraft; veroordeelt daarom het bestaan en de uitvoering van zogenaamde afvalligheidswetten en godslasteringswetten die leiden tot strenge straffen, vernederende behandelingen en in sommige gevallen zelfs tot de doodstraf; dringt aan op de afschaffing van afvalligheids- en godslasteringswetten; benadrukt dat de speciale gezant voor de bevordering van de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging buiten de EU meer middelen moet krijgen zodat hij zijn mandaat efficiënt kan uitvoeren; benadrukt dat de speciale gezant nauw en complementair moet blijven samenwerken met de SVEU voor de mensenrechten en de Raadsgroep rechten van de mens; verzoekt de EU en haar lidstaten meer te doen om het recht op vrijheid van denken, geweten, godsdienst en levensovertuiging te beschermen, deze kwesties in de mensenrechtenfora van de VN aan te kaarten, en verder samen te werken met de desbetreffende VN-mechanismen en -comités; verzoekt de EU om verslagen van de EU-delegaties over de stand van zaken op het gebied van de vrijheid van denken, geweten, godsdienst en levensovertuiging op te vragen en te consolideren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>herinnert eraan dat de factoren die ten grondslag liggen aan gewelddadige conflicten wereldwijd veelal voortvloeien uit het ongenoegen van minderheden over uitsluiting, discriminatie en ongelijkheid in verband met schendingen van de mensenrechten van minderheden, zoals werd geconstateerd door de speciale VN-rapporteur voor minderheidsvraagstukken; wijst op de noodzaak om de bescherming van de rechten van minderheden te integreren in al het beleid en beschermingsmechanismen te ontwikkelen op het niveau van de VN; herinnert aan de verplichtingen van staten om de rechten van hun nationale, etnische, culturele, religieuze of taalkundige minderheden te beschermen op hun respectieve grondgebieden; verzoekt de Commissie om de bescherming van de rechten van personen die tot minderheden behoren wereldwijd te ondersteunen, onder meer als prioriteit in het kader van het thematische programma voor de bevordering van democratie en mensenrechten van NDICI – Europa in de wereld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op vrijheid van meningsuiting, academische vrijheid, mediavrijheid en recht op informatie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>benadrukt het cruciale belang van vrijheid van meningsuiting en toegang tot betrouwbare en diverse informatiebronnen voor het behoud van de democratie en een bloeiende ruimte voor het maatschappelijk middenveld; herinnert eraan dat democratieën alleen kunnen functioneren als burgers toegang hebben tot onafhankelijke en betrouwbare informatie, waardoor journalisten een sleutelrol spelen bij het waarborgen van de democratie; maakt zich ernstig zorgen over de steeds verdere inperking van de vrijheid van meningsuiting in talloze landen in de wereld, met name ten aanzien van journalisten, in de vorm van censuur, gedwongen zelfcensuur, wetten op zogenaamde “buitenlandse agenten” en het misbruik van antiterrorisme- of anticorruptiewetgeving om journalisten en maatschappelijke organisaties het zwijgen op te leggen; is bezorgd over het gebruik van haatzaaiende uitlatingen tegen journalisten, zowel online als offline, die een afschrikkend effect hebben; uit bovendien zijn bezorgdheid over de fysieke veiligheid van journalisten en mediawerkers en het feit dat zij in conflictgebieden tot doelwit worden gemaakt; betreurt het feit dat in 2024 54 journalisten en mediawerkers werden gedood, van wie de meesten in conflictgebieden, en dat 550 journalisten en mediawerkers werden vastgehouden, 55 werden gegijzeld en 95 vermist raakten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>verzoekt de EU dringend steun te verlenen aan betrouwbare media en informatiekanalen die de verantwoordingsplicht van de autoriteiten bevorderen en democratische transities ondersteunen, waarbij wordt benadrukt dat de beginselen van pluralisme, transparantie en onafhankelijkheid moeten worden geëerbiedigd; benadrukt de rol van factcheckers in het medialandschap, die ervoor zorgen dat het publiek kan vertrouwen op de informatie die zij ontvangen; vindt het zorgwekkend dat factcheckers daarom belangrijke doelwitten zijn voor aanvallen van illiberale regimes die desinformatie, propaganda en nepnieuws creëren en verspreiden; veroordeelt het uitgebreide gebruik van SLAPP’s om journalisten, activisten, vakbondsleden en mensenrechtenverdedigers wereldwijd het zwijgen op te leggen; is in dit verband ingenomen met de richtlijn die bedoeld is om journalisten en mensenrechtenverdedigers te beschermen tegen onrechtmatige rechtszaken en SLAPP’s; moedigt wetgevers in niet-EU-landen aan wetgeving met hetzelfde doel te ontwikkelen, als onderdeel van bredere inspanningen om de vrijheid en pluriformiteit van de media te bevorderen en te beschermen; dringt erop aan dat bij het toezicht van de EU op de naleving van internationale overeenkomsten rekening wordt gehouden met aanvallen op de mediavrijheid en met de aanhoudende en systematische uitholling van het recht op informatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>is ingenomen met het plan van de Commissie om via het Actieplan voor Europese democratie initiatieven te financieren ter ondersteuning van journalisten op juridisch en praktisch gebied, ook buiten de EU; verzoekt de EU meer inspanningen te leveren om journalisten te helpen die waar ook ter wereld op de korrel worden genomen, aangezien onafhankelijke journalisten in de frontlinie staan van de strijd tegen desinformatie die democratieën ondermijnt; erkent de bijdrage die aan de verwezenlijking van deze doelstelling wordt geleverd door programma’s zoals het inmiddels afgeschafte Media4Democracy en andere door de EU gefinancierde activiteiten, waaronder die van het Europees Fonds voor Democratie; betreurt ten zeerste het besluit om een einde te maken aan de financiering van Radio Free Europe/Radio Liberty, Radio Free Asia en Voice of America, kanalen die een cruciale rol spelen bij het bestrijden van desinformatie, het bevorderen van democratische waarden en berichtgeving op plaatsen waar de persvrijheid ernstig wordt ingeperkt of niet bestaat; verzoekt de EU dringend in de bres te springen en de nodige financiering te verstrekken om ervoor te zorgen dat er betrouwbare nieuwsbronnen beschikbaar zijn in landen die de persvrijheid beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>blijft ernstig bezorgd over de verslechterende toestand van de persvrijheid overal ter wereld; veroordeelt de censuur tegen journalisten, mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties door middel van wetten op zogenaamde “buitenlandse agenten” en andere wetgevings- en niet-wetgevingsmaatregelen van autoritaire en illiberale regimes;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>bevestigt nogmaals zich in te zetten voor de bescherming en bevordering van de academische vrijheid als essentieel aspect van open en democratische samenlevingen; benadrukt de aanvallen op de academische vrijheid, niet alleen door autoritaire en totalitaire regimes, maar ook door extreme en populistische krachten wereldwijd; dringt erop aan benchmarks voor academische vrijheid te ontwikkelen met het oog op institutionele kwaliteitsborging binnen academische ranglijsten, procedures en criteria;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>onderstreept het onmisbare werk dat organisaties als Radio Free Europe/Radio Liberty leveren om de democratie, de mediapluriformiteit en de toegang tot neutrale informatie te bevorderen; wijst erop dat propaganda tegen democratische waarden makkelijk de bovenhand neemt wanneer de stem van de democratie het zwijgen wordt opgelegd; benadrukt dat een consistente financiering van dergelijke instellingen moet worden gewaarborgd, en verzoekt de EU hiervoor in meer financiering te voorzien en eventuele lacunes op het gebied van onderzoek op te vullen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>stelt bezorgd vast dat meer dan de helft van de wereldbevolking in een omgeving met volledig of ernstig beperkte academische vrijheid leeft, hetgeen ernstige gevolgen heeft voor het recht op onderwijs, het genot van de voordelen van wetenschappelijke vooruitgang en de vrijheid van mening en meningsuiting; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan hun inspanningen op te voeren om censuur, bedreigingen of aanvallen op de academische vrijheid, en met name de gevangenneming van academici overal ter wereld, een halt toe te roepen; is verheugd dat academici die gevaar lopen, zijn opgenomen in het EU-mechanisme ter verdediging van de mensenrechten; verzoekt de Commissie steun op hoog niveau te blijven geven aan de Global Campus of Human Rights, die een veilige omgeving biedt aan studenten en academici die hun land hebben moeten ontvluchten omdat zij de democratie en de mensenrechten hebben verdedigd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Rechten van inheemse volkeren</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>betreurt dat inheemse volkeren wereldwijd nog steeds te maken hebben met wijdverbreide en systematische discriminatie en vervolging, met inbegrip van gedwongen ontheemding; veroordeelt willekeurige arrestaties en de moord op verdedigers van mensenrechten en landrechten die opkomen voor de rechten van inheemse volkeren; benadrukt dat de bevordering van de rechten van inheemse volkeren en hun traditionele gebruiken van essentieel belang is voor de verwezenlijking van duurzame ontwikkeling, de bestrijding van klimaatverandering en de instandhouding van de biodiversiteit; verzoekt regeringen met klem om te streven naar een ontwikkelings- en milieubeleid dat de economische, sociale en culturele rechten eerbiedigt en rekening houdt met inheemse volkeren en de lokale bevolking, overeenkomstig de VN-doelstellingen voor duurzame ontwikkeling; vraagt de EU, de lidstaten en hun partners in de internationale gemeenschap eens te meer alle nodige maatregelen te nemen voor de erkenning, bescherming en bevordering van de rechten van inheemse volkeren, ook met betrekking tot hun talen, land, gebieden en hulpbronnen, zoals vastgelegd in de VN-Verklaring over de rechten van inheemse volkeren, met inbegrip van het beginsel van vrije, voorafgaande en geïnformeerde instemming; verzoekt alle landen ervoor te zorgen dat inheemse volkeren en lokale gemeenschappen worden betrokken bij de beraadslagingen en besluitvormingsprocessen van de internationale klimaatdiplomatie; moedigt de Commissie aan om de dialoog en samenwerking tussen inheemse volkeren en de EU te blijven bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Recht op publieke participatie</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>betreurt dat het recht om deel te nemen aan vrije en eerlijke verkiezingen in autoritaire, illiberale en totalitaire regimes niet wordt geëerbiedigd; benadrukt dat deze regimes nepverkiezingen houden om hun macht te bestendigen, aangezien het daar ontbreekt aan echte politieke concurrentie en pluralisme; is verontrust over de huidige trends in verkiezingsprocessen, zoals de steeds grotere afname van de verkiezingsdeelname en democratische prestaties of de toenemende geschillen over de geloofwaardigheid van verkiezingen; wijst met grote bezorgdheid op de toenemende inmenging van bepaalde staten in de verkiezingen van andere landen door middel van hybride tactieken; herhaalt dat de politieke vertegenwoordiging van vrouwen, jongeren en kwetsbare groepen moet worden vergroot en dat de publieke participatie van minderheden moet worden gewaarborgd; benadrukt dat het wantrouwen in het verkiezingsproces niet alleen door onregelmatigheden kan worden vergroot, maar ook door publieke verklaringen, ook van deelnemers; benadrukt dat de perceptie van het publiek van het verkiezingsproces even cruciaal is als het proces zelf, aangezien de manipulatie ervan tot polarisatie of gerichte aanvallen kan leiden; verzoekt niet-EU-landen hun inspanningen op te voeren om duidelijk te communiceren over alle stappen van hun respectieve verkiezingsprocessen en -stelsels en de bestaande verantwoordingsmechanismen in geval van onregelmatigheden; verzoekt de EDEO en de Commissie hun initiatieven voor het aanpakken van de uitdagingen van artificiële intelligentie (AI) in verkiezingsprocessen te analyseren en hierover verslag uit te brengen aan het Parlement;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Mensenrechten, bedrijfsleven en handel</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>wijst op de rol van handel als belangrijk instrument om de mensenrechtensituatie in de partnerlanden van de EU te bevorderen en te verbeteren; dringt er bij de Commissie op aan de coördinatie tussen het handels-, investerings- en ontwikkelingsbeleid van de EU te verbeteren en de ontwikkeling van de mensenrechten prioritair te stellen en te bevorderen door middel van het EU-handelsbeleid, met inbegrip van het stelsel van algemene preferenties plus; stelt evenwel vast dat er in een aantal van de landen in kwestie nauwelijks sprake is van vooruitgang; wijst op de verantwoordelijkheden van staten en andere actoren, waaronder bedrijven, om de gevolgen van klimaatverandering te beperken, negatieve gevolgen voor de mensenrechten te voorkomen en passend beleid te bevorderen met inachtneming van de verplichtingen op het gebied van de mensenrechten; betreurt de schadelijke gevolgen van bepaalde buitensporige en op uitbuiting gerichte handelsactiviteiten voor de mensenrechten en de democratie; is ingenomen met de harmonisatie als gevolg van de vaststelling van de richtlijn inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid, die bindende EU-regels bevat inzake verantwoord gedrag van bedrijven met betrekking tot mensen-, arbeids- en milieurechten; is voorts ingenomen met de verordening inzake een verbod op met dwangarbeid vervaardigde producten op de markt van de Unie<FOOTNOTE><FIELD>Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake een verbod op met dwangarbeid vervaardigde producten op de markt van de Unie (COM(2022)0453).</FIELD></FOOTNOTE> en dringt aan op een snelle uitvoering ervan op het niveau van de lidstaten; vraagt dat gevolg wordt gegeven aan de aanbeveling van de Europese Ombudsman over het opzetten van een klachtenportaal binnen het kader van de handels- en financiële instrumenten van de EU, en dat het centrale toegangspunt van de Commissie – dat toegankelijk, burgervriendelijk en transparant moet zijn – wordt aangepast zodat daar klachten kunnen worden ingediend over niet-naleving van mensenrechtenclausules; verzoekt de EU zich te blijven inspannen om kinderarbeid en gedwongen arbeid uit te bannen; benadrukt het belang van herstelmaatregelen en maatregelen voor toegang tot de rechter die in overeenstemming zijn met de leidende beginselen inzake bedrijfsleven en mensenrechten van de VN, waaronder financiële en niet-financiële maatregelen in overleg met de slachtoffers; verzoekt de Raad zo spoedig mogelijk een ambitieus mandaat voor de EU vast te stellen om deel te nemen aan de lopende onderhandelingen over het juridisch bindende VN-instrument inzake bedrijfsleven en mensenrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>wijst erop dat micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in veel regio’s in de wereld de stuwende kracht achter de plaatselijke economie vormen, met een toenemend aantal vrouwen aan het hoofd ervan; beklemtoont dat micro-, kleine en middelgrote ondernemingen wereldwijd 90 % van alle bedrijven uitmaken en goed zijn voor 60 tot 70 % van de werkgelegenheid en voor 50 % van het bruto binnenlands product; benadrukt dat micro-, kleine en middelgrote ondernemingen een belangrijke bijdrage leveren aan de Agenda 2030 en de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen, met name die inzake de uitbanning van armoede en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden voor iedereen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">Mensenrechten en digitale technologieën</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>is bezorgd over de bedreiging die AI kan vormen voor de democratie en mensenrechten, met name als het ontbreekt aan passende regulering; benadrukt de noodzaak van toezicht, robuuste transparantie en passende waarborgen voor nieuwe en opkomende technologieën, alsook van een op mensenrechten gebaseerde aanpak; is ingenomen met de conclusies van de Raad van 26 juni 2023 over digitale diplomatie om de rol en het leiderschap van de EU op het gebied van mondiale digitale governance, en met name haar positie als vormgever van een mondiaal digitaal rulebook op basis van democratische beginselen, te versterken; is in dit verband ingenomen met de vaststelling van de EU-verordening artificiële intelligentie, die tot doel heeft de regels inzake AI ter bescherming van de mensenrechten te harmoniseren, alsook met de voordelen die AI kan opleveren voor het menselijk welzijn; is ernstig bezorgd over de schadelijke gevolgen van het misbruik van AI en deepfakes, met name voor vrouwen en kinderen; neemt met bezorgdheid kennis van de negatieve gevolgen van de “nepinhoudindustrie” voor het recht op informatie en de persvrijheid, met inbegrip van de snelle ontwikkeling van AI, waardoor de desinformatiesector alsmaar sterker komt te staan<FOOTNOTE><FIELD>Verslaggevers zonder Grenzen, “2023 World Press Freedom Index – journalism threatened by fake content industry” (Wereldindex voor persvrijheid 2023 – journalistiek bedreigd door de nepinhoudindustrie) https://rsf.org/en/2023-world-press-freedom-index-journalism-threatened-fake-content-industry.</FIELD></FOOTNOTE>; veroordeelt het gebruik van nieuwe en opkomende technologieën, zoals gezichtsherkenning en digitale surveillance, als dwangmiddel en het gebruik ervan bij de toenemende intimidatie en vervolging van mensenrechtenverdedigers, activisten, journalisten en advocaten; verzoekt de Raad om statelijke en niet-statelijke actoren die zich met dergelijke praktijken bezighouden, op de lijst in het kader van de wereldwijde EU-sanctieregeling voor de mensenrechten (EUGHRSR) te plaatsen; neemt met bezorgdheid kennis van de snelle ontwikkeling van AI in militaire toepassingen en van de mogelijke ontwikkeling en uitrol van autonome systemen die zonder menselijke tussenkomst over leven of dood kunnen beslissen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>herinnert eraan dat de internationale handel van spyware naar niet-EU-landen waar dergelijke instrumenten worden gebruikt tegen mensenrechtenactivisten, journalisten en critici van de regering, een schending van de in het Handvest verankerde grondrechten vormt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>is verheugd dat het eerste Kaderverdrag van de Raad van Europa over artificiële intelligentie en de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in mei 2024 is goedgekeurd, dat ervoor moet zorgen dat activiteiten binnen de gehele levenscyclus van AI-systemen volledig in overeenstemming zijn met de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat; wijst er nogmaals op dat er in de wetgeving meer aandacht moet worden besteed aan de ingrijpende veranderingen die voortvloeien uit activiteiten binnen de levenscyclus van AI-systemen, die de welvaart van de mens, het welzijn van het individu en de samenleving, duurzame ontwikkeling, gendergelijkheid en de empowerment van alle vrouwen en meisjes kunnen bevorderen, maar ook het risico in zich dragen dat ongelijkheid wordt gecreëerd of verergerd en cyber- en fysiek geweld in de hand wordt gewerkt, met inbegrip van geweld dat wordt ervaren door vrouwen en personen in kwetsbare situaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>benadrukt dat het internet een plaats moet zijn waar de vrijheid van meningsuiting prevaleert; is niettemin van mening dat de rechten van individuen moeten worden geëerbiedigd; is van mening dat wat offline als illegaal wordt beschouwd, in voorkomend geval online eveneens als illegaal moet worden beschouwd; uit zijn bezorgdheid over het toenemende aantal afsluitingen van het internet; benadrukt dat het afsluiten van het internet vaak door autoritaire regimes wordt gebruikt, onder meer om politieke dissidentie het zwijgen op te leggen en de politieke vrijheid in te perken; dringt er bij de EU met klem op aan dit alarmerende fenomeen te bestrijden, onder meer door te overwegen in de EU gevestigde aanbieders toe te staan veilige communicatie-instrumenten aan te bieden aan mensen die zo onlinetoegang is ontnomen; dringt er bij de EU op aan een krachtig standpunt in te nemen tegen pogingen van techreuzen om nationale rechtsstelsels en onafhankelijke rechterlijke beslissingen te omzeilen of te ondermijnen, en de democratische beginselen te beschermen en maatregelen te nemen om de integriteit van verkiezingen te handhaven, alsook om het recht op informatie te beschermen, met name tijdens verkiezingsperioden;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de speciale vertegenwoordiger van de Europese Unie voor de mensenrechten, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, de voorzitter van de 79e zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, de voorzitter van de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties, de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten en de delegatiehoofden van de Europese Unie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>