<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0060</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Ramingen van de ontvangsten en uitgaven voor het begrotingsjaar 2026 – Afdeling I – Europees Parlement</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0048/2025 - Rapporteur: Matjaž Nemec)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 3 april 2025 over de raming van de ontvangsten en uitgaven van het Europees Parlement voor het begrotingsjaar 2026 (2024/2111(BUI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, de in verband hiermee door het Parlement, de Raad en de Commissie overeengekomen gezamenlijke verklaring<FOOTNOTE><FIELD>PB C 444I van 22.12.2020, blz. 4.</FIELD></FOOTNOTE> en de hieraan gerelateerde unilaterale verklaringen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 445 van 29.10.2021, blz. 252.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2022/2496 van de Raad van 15 december 2022 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027<FOOTNOTE><FIELD>PB L 325 van 20.12.2022, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2496/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/765, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/765/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (MFK-herziening),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn wetgevingsresolutie van 16 december 2020 over het ontwerp van verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027<FOOTNOTE><FIELD>PB C 445 van 29.10.2021, blz. 240.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 december 2022 over het opschalen van het meerjarig financieel kader 2021-2027: een veerkrachtige EU-begroting die geschikt is voor nieuwe uitdagingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 177 van 17.5.2023, blz. 115.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 3 oktober 2023 over het voorstel voor een tussentijdse herziening van het meerjarig financieel kader 2021-2027<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/1195 van 23.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/1195/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 27 februari 2024 over de ontwerpverordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6751, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6751/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking)<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509 van 26.9.2024, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</STRING></FIELD></FOOTNOTE> (hierna: “het Financieel Reglement”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2025<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2025/31, 27.2.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2025/31/oj.</FIELD></FOOTNOTE> en de daaraan gehechte gemeenschappelijke verklaringen van het Parlement, de Raad en de Commissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de secretaris-generaal aan het Bureau met het oog op de opstelling van het voorontwerp van raming van het Parlement voor het begrotingsjaar 2026,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorontwerp van raming, op 10 maart 2025 opgesteld door het Bureau overeenkomstig artikel 25, lid 7, en artikel 104, lid 1, van het Reglement van het Parlement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ontwerpraming, opgesteld door de Begrotingscommissie overeenkomstig artikel 104, lid 2, van het Reglement van het Parlement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 104 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10‑0048/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de op 10 februari 2025 door de secretaris-generaal voorgestelde begroting voor het voorontwerp van raming voor 2026 van het Parlement 2 641 609 620 EUR bedraagt, wat neerkomt op een stijging van 4,30 % of 108 914 512 EUR ten opzichte van de begroting 2025;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de jaarlijkse inflatie in de Unie volgens Eurostat 2,8 % bedroeg in januari 2025, een stijging ten opzichte van 2,7 % in december 2024; overwegende dat het uitgavenniveau in rubriek 7 van het meerjarig financieel kader (MFK) voor de periode 2021-2027 gebaseerd is op een jaarlijkse stijging van 2 %;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de geloofwaardigheid van het Parlement afhangt van zijn vermogen om zijn belangrijkste begrotings-, wetgevings- en controlewerkzaamheden uit te voeren, met inachtneming van de hoogste normen, en tegelijkertijd het goede voorbeeld te geven aan andere instellingen van de Unie door zijn uitgaven verstandig en efficiënt te plannen en uit te voeren en rekening te houden met de heersende economische realiteit;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemeen kader</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>maakt zich zorgen over de situatie in rubriek 7 in het huidige MFK; herinnert eraan dat de beperkingen in deze rubriek het gevolg zijn van de bezuinigingen die de Raad heeft doorgevoerd op het al zeer lage oorspronkelijke voorstel van de Commissie toen overeenstemming werd bereikt over het huidige MFK 2021-2027; betreurt dat de Raad gekant is tegen het voorstel van de Commissie om het plafond van rubriek 7 bij de herziening van het MFK vanaf 2024 te verhogen; wijst erop dat de kwestie van het plafond van rubriek 7 bij de herziening van het MFK niet is opgelost; benadrukt dat de voorspelde negatieve marge voor 2026 het gebruik van speciale instrumenten in rubriek 7 voor dat doel veronderstelt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>bekrachtigt de overeenkomst die op 18 maart 2025 tijdens de bemiddeling is bereikt tussen het Bureau en de Begrotingscommissie om de verhoging ten opzichte van de begroting voor 2025 vast te stellen op 4,09 %, hetgeen overeenkomt met een totaal niveau van ramingen van 2 636 241 620 EUR voor 2026, en de kredieten die voor de onderstaande begrotingslijnen zijn voorgesteld met in totaal 12 378 000 EUR te verlagen:</P></ACTION><ACTION><P>1 0 0 6 — Vergoeding voor algemene uitgaven, 1 4 2 — Externe vertalingsdiensten, — 2 0 0 0 — Huur, 2 0 0 7 — Inrichting van dienstruimten, 2 0 2 4 — Energieverbruik, 2 1 0 1 — Beheer van zakelijke toepassingen, 3 2 0 — Verwerving van expertise, — 3 2 4 3 — Bezoekerscentra van het Europees Parlement, 3 2 4 8 — Audiovisuele voorlichting, 4 4 — Vergaderingen en andere activiteiten van huidige en voormalige leden;</P></ACTION><ACTION><P>daarnaast is besloten het niveau van de uitgaven van het voorontwerp van raming als goedgekeurd door het Bureau op 10 maart 2025 met 7 010 000 EUR te verhogen en de kredieten zoals voorgesteld voor de onderstaande begrotingslijnen dienovereenkomstig te verhogen:</P></ACTION><ACTION><P>1 2 0 0 — Salaris en toelagen, 1 6 3 0 — Sociale dienst: sociale uitgaven, 4 0 0 — Lopende huishoudelijke uitgaven en uitgaven in verband met de politieke en de voorlichtingsactiviteiten van de fracties en de niet-fractiegebonden leden, en 4 0 3 — Financiering van Europese politieke stichtingen;</P></ACTION><ACTION><P>ten slotte is besloten de toelichting bij post 1 6 3 0 — Sociale dienst: sociale uitgaven te wijzigen door de verwijzing naar het APA-comité op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>herinnert eraan dat bijna twee derde van de begroting wordt bepaald door statutaire verplichtingen; merkt op dat van de stijging van 103,5 miljoen EUR ten opzichte van de begroting 2025 85,3 miljoen EUR toe te schrijven is aan statutaire financiële verplichtingen, voornamelijk voor salarisaanpassingen van ambtenaren en tijdelijk personeel (52,7 miljoen EUR), arbeidscontractanten (9,2 miljoen EUR) en geaccrediteerde parlementaire medewerkers (APA’s) (15,1 miljoen EUR); herinnert eraan dat de salarisindexering, overeenkomstig het Statuut van de ambtenaren en het Statuut van de leden van het Europees Parlement, volgens de huidige prognoses van de Commissie voor april 2025, juli 2025, april 2026 en juli 2026 respectievelijk 1,2 %, 4,6 %, 0,6 % en 3,4 % zal bedragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst erop dat het Parlement geen extra posten vraagt voor 2026 en dit voor het derde jaar op rij;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat de niet-statutaire uitgaven tussen 2025 en 2026 met 1,96 % stijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is ingenomen met het initiatief van de secretaris-generaal om een grondig onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden om de administratieve procedures te vereenvoudigen, inefficiënties weg te nemen en te zorgen voor tastbare kostenbesparingen, zodat de efficiëntie wordt vergroot en een slimmer gebruik van middelen wordt gewaarborgd; verzoekt de secretaris-generaal de Begrotingscommissie om het halfjaar op de hoogte te houden van de genomen maatregelen, het actieplan voor vereenvoudiging en de gevolgen daarvan voor de begroting en het personeel; onderstreept dat de administratieve procedures en het personeelsbeheer een zware last vormen voor de leden, met name bij het aanwerven van plaatselijke medewerkers, en dringt in dit verband aan op vereenvoudiging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat de begroting van het Parlement op een realistische leest geschoeid moet zijn, in overeenstemming met de beginselen van begrotingsdiscipline en goed financieel beheer; benadrukt dat het van essentieel belang is ervoor te zorgen dat financiële voorzichtigheid en veiligheid belangrijke prioriteiten blijven en tegelijkertijd te voorkomen dat deze maatregelen de efficiëntie, doeltreffendheid en operationele capaciteit van de instelling belemmeren en haar essentiële personeelsleden verhinderen hun taken met succes uit te voeren; benadrukt dat het Parlement, gezien de geopolitieke context en de investeringen die de Unie zal moeten doen voor haar strategische autonomie, het goede voorbeeld moet geven bij het beheer van zijn begroting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>beklemtoont de rol van het Parlement bij het bevorderen van het Europees politiek bewustzijn en de waarden van de Unie en beleidsmaatregelen zoals de digitale en de groene transitie; wijst erop dat transparantie, verantwoordingsplicht, gendergelijkheid en integriteit essentiële beginselen zijn binnen de instellingen van de Unie en met name binnen het Parlement, als huis van de Europese democratie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Versterking van de kerntaken van het Parlement</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>neemt kennis van de vier nieuwe thematische directoraten-generaal (DG’s) die in september 2024 zijn opgericht en verantwoordelijk zijn voor de wetgevings-, begrotings- en controleactiviteiten van het voormalige directoraat-generaal Intern Beleid, met als doel de werking van het Parlement als medewetgever, als één van de takken van de begrotingsautoriteit en als kwijtingsautoriteit te verbeteren; verzoekt de secretaris-generaal de Begrotingscommissie regelmatig op de hoogte te houden van het verloop van de werkzaamheden en de ontwikkeling van het personeelsbestand in deze DG’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>erkent dat er meer politieke besluitvorming op basis van feiten en bewijzen nodig is; neemt nota van de begroting ten bedrage van 16,75 miljoen EUR ter versterking van de administratieve capaciteit van het Parlement om de leden bij hun parlementaire werkzaamheden te ondersteunen en om beter met complexiteit en onzekerheid om te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat de fracties een cruciale rol spelen bij het verstrekken van expertise en politieke steun aan de leden bij hun parlementaire en wetgevingswerkzaamheden; onderstreept dat de belangrijke doelstelling van het Parlement, het beter kunnen ondersteunen van het werk van de leden, moet worden gewaarborgd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitale transitie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>onderstreept dat de cyberbeveiliging van het Parlement een belangrijke prioriteit is; merkt op dat de totale IT-begroting overeenkomt met 7,40 % van de totale begroting in de ramingen voor 2026; benadrukt het belang van een degelijke cyberbeveiligingsinfrastructuur in tijden van geopolitieke spanningen en is ingenomen met de verhoging van de kredieten voor cyberbeveiliging; staat achter de geplande geleidelijke verhoging van de financiële kredieten voor cyberbeveiliging tot 10 % van de ICT-begroting van het Parlement in 2027;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is tevreden over de goedkeuring door het Bureau op 10 februari 2025 van een intern kader voor het beheer, de governance en de controle met betrekking tot cyberbeveiligingsrisico’s; herinnert eraan dat investeringen in cyberbeveiliging cruciaal zijn om de democratische stem van het Parlement en de Unie te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is ingenomen met de investeringen van 1 miljoen EUR in artificiële intelligentie (AI); dringt erop aan dat er meer gebruik wordt gemaakt van AI om de efficiëntie te vergroten, met inachtneming van de daaraan verbonden risico’s, waaronder ethiek en gegevensbescherming; wijst op het potentieel van AI om administratieve processen te stroomlijnen; benadrukt dat bij de uitrol van AI een evenwicht moet worden gevonden tussen innovatie en de nodige waarborgen; merkt op dat de ontwikkeling van AI nauwlettend zal worden gevolgd in overeenstemming met de door het Bureau vastgestelde beginselen, waaronder een grondige risicobeoordeling in verband met het gebruik van nieuwe technologieën; verzoekt het secretariaat-generaal oplossingen aan te reiken, zoals toepassingen en instrumenten, die zo spoedig mogelijk aan de leden en het personeel ter beschikking moeten worden gesteld;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Groene transitie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>is ingenomen met de doelstellingen van het milieubeheersysteem (EMAS) van het Parlement voor 2025-2029; wijst erop dat investeringen in energie-efficiëntie een goede manier zijn om een hoog rendement te verkrijgen; neemt kennis van de begroting van 8,45 miljoen EUR voor investeringen in energie-efficiëntie en milieu in de ramingen voor 2026 om de milieuprestaties van zijn gebouwen verder te verbeteren; merkt op dat dit overeenkomt met een stijging van 74 % ten opzichte van de begroting 2025; erkent echter dat deze milieuacties deel uitmaken van de begrotingslijn 2007 “Inrichting van dienstruimten”, waarvan het totaalbedrag in 2026 3,7 miljoen EUR lager ligt dan in 2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>herinnert eraan dat bijna twee derde van de koolstofvoetafdruk van het Parlement afkomstig is van het vervoer van personen; dringt aan op een redelijke vermindering van reizen in het kader van vergaderingen die doeltreffend op afstand of in hybride vorm kunnen worden gehouden, en op bevordering van een verschuiving naar koolstofarme alternatieven voor alle overige reizen, voor zover dit geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de wetgevende en politieke werkzaamheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>neemt kennis van de verwachte stijging van de koolstofkredietprijzen, waardoor er met de huidige emissieniveaus voor 2026 naar schatting 900 000 EUR nodig zal zijn; roept de administratieve diensten ertoe op om, in overeenstemming met goed financieel beheer, de uitstoot van het Parlement te blijven verminderen in plaats van koolstofkredieten te kopen; is ingenomen met het feit dat er vanaf juli 2025 een verbeterd treinaanbod voor dienstreizen naar Straatsburg wordt ingevoerd, wat een positieve stap is in de richting van een lagere CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-uitstoot;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>merkt op dat het Parlement zonnepanelen heeft geïnstalleerd en daarmee zal doorgaan om het aandeel lokaal geproduceerde hernieuwbare energie verder te verhogen tot de doelstelling van 25 %; neemt kennis van de antwoorden van de secretaris-generaal op de raming van de ontvangsten en uitgaven van het Parlement voor het begrotingsjaar 2024, waarin erop wordt gewezen dat voor de gebouwen in Straatsburg in 2022 een studie naar het gebruik van fotovoltaïsche panelen is uitgevoerd en in 2023 is afgerond, en dat in 2024 verdere studies zijn uitgevoerd naar haalbare oplossingen, specifiek voor het WEISS-gebouw;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Meertaligheid, communicatie en desinformatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>benadrukt dat meertaligheid een belangrijk beginsel is waarop het werk van het Parlement is gebaseerd; neemt er nota van dat de herziening van de Gedragscode meertaligheid gepland staat voor het voorjaar van 2025; verzoekt het Parlement waar nodig gebruik te maken van belangrijke technologische ontwikkelingen op het gebied van diensten in verband met meertaligheid, met inbegrip van de ontwikkeling en het gebruik van AI; verzoekt de secretaris-generaal de Begrotingscommissie tijdig in kennis te stellen van eventuele gevolgen voor de begroting na deze herziening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>wijst op de rol die de liaisonbureaus van het Europees Parlement spelen bij de bestrijding van buitenlandse inmenging en desinformatie; neemt daarbij kennis van het werk van de liaisonbureaus, die de werkzaamheden van het Parlement via meerdere kanalen proactief in hun lokale talen promoten; wijst op de rol van het liaisonbureau in het VK, dat voor onderdanen van de Unie die in het VK verblijven, het belangrijkste contactpunt vormt doordat het hun informatie over het Parlement verstrekt en hen aanmoedigt om bij de Europese verkiezingen te stemmen; verzoekt het Bureau de productie en verspreiding van communicatiemateriaal op toegankelijke en inclusieve wijze uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>wijst op de lage participatiegraad van jongeren bij de recente Europese verkiezingen in sommige regio’s van de Unie en op de rol van het Parlement bij het versterken van de burgerschapsvorming in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>herinnert aan het belang van het Ambassador School Programme van het Europees Parlement ter bevordering van actieve betrokkenheid van jonge Europeanen en van het opleidingsprogramma voor jonge journalisten, vernoemd naar David Sassoli, om het inzicht in de Unie en haar werking onder journalisten te vergroten, als de beste remedie tegen desinformatie, in het licht van recente trends die wijzen op een zorgwekkende achteruitgang van de mediavrijheid en -onafhankelijkheid in de hele Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>onderkent dat bezoekersgroepen een belangrijk instrument zijn om burgers in contact te brengen met de werkzaamheden van de leden; is in dit verband ingenomen met de verhoging van de plafonds en kostenfactoren voor de berekening van de financiële bijdrage aan gesponsorde bezoekers met ingang van 1 januari 2025; verzoekt het Bureau te beoordelen wat de gevolgen zijn van de herziene regels inzake bezoekersgroepen met betrekking tot reiskosten, en daarbij rekening te houden met marktschommelingen, en indirecte geografische discriminatie van bezoekers te voorkomen; merkt op dat de leden historisch gezien ongeveer 15 % van het bezoekersquotum niet gebruiken; verzoekt de secretaris-generaal het Bureau voor te stellen de ongebruikte quota beschikbaar te stellen aan leden die daarin geïnteresseerd zijn; stelt vast dat de begroting voor bezoekersgroepen overeenkomt met 22 % van de totale begroting van het directoraat-generaal Communicatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>wijst met bezorgdheid op de interne regels betreffende bezoekersgroepen van leden die ertoe leiden dat geaccrediteerde parlementaire medewerkers in bepaalde omstandigheden 30 % van de vooraf te maken kosten moeten betalen; benadrukt dat deze regels feitelijk onuitvoerbaar zijn en hoge financiële lasten met zich meebrengen voor geaccrediteerde parlementaire medewerkers; neemt kennis van de antwoorden van de secretaris-generaal op de raming van de ontvangsten en uitgaven van het Parlement van het begrotingsjaar 2024 met betrekking tot de grondgedachte achter de tweetrapsbenadering; begrijpt de beweegredenen, maar benadrukt dat dit voor geaccrediteerde parlementaire medewerkers steeds grotere problemen met zich meebrengt, met name doordat de regels alsmaar strenger worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt dat het communicatielandschap steeds uitdagender wordt en dat politieke communicatie op vele manieren moet gebeuren, onder meer via verschillende socialemediaplatforms en andere media; onderstreept dat de fracties hun boodschap in alle lidstaten moeten overbrengen en uitdragen als kernbeginsel van een goed functionerende Europese democratie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Infrastructuur</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>neemt nota van de nieuwe aanpak met betrekking tot gebouwen, waarbij het Parlement na een periode van aankopen is overgegaan naar een tijdperk van consolidatie van gebouwen, met oog voor duurzaamheid, toegankelijkheid en mobiliteit van leden en personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>stelt vast dat er 4 miljoen EUR is opgenomen in de ramingen voor 2026 voor onderzoek en de voorbereidende werkzaamheden van de contractant in verband met de renovatie van het SPAAK-gebouw, terwijl de totale kosten worden geraamd op 36 miljoen EUR; merkt derhalve op dat 32 miljoen EUR aan kosten in verband met de renovatie van het SPAAK-gebouw niet is opgenomen in de ramingen voor 2026; wijst erop dat de secretaris-generaal voornemens is deze kosten te dekken door middel van een collectieve overschrijving of door een lening aan te gaan; verzoekt de secretaris-generaal de Begrotingscommissie zo spoedig mogelijk gedetailleerde informatie te verstrekken over een mogelijke lening om deze kosten te dekken, overeenkomstig artikel 272, lid 6, van het Financieel Reglement, en over de volledige planning van de werkzaamheden, met inbegrip van de planning van de kosten; dringt erop aan dat kosten die niet rechtstreeks verband houden met de renovatiewerkzaamheden ook duidelijk worden vermeld en begroot; merkt op dat de directe kosten van het SPAAK-project 14,12 miljoen EUR bedroegen in december 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is ingenomen met het proefproject van DG INLO om legionella uit de leidingen van het sanitaire systeem van het Parlement te verwijderen en benadrukt dat de enige doeltreffende manier om de verdere verspreiding van legionella tegen te gaan erin bestaat de watertemperatuur in de leidingen enige tijd tot 55 °C te verhogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>merkt op dat het plan is om in 2026 11,45 miljoen EUR te investeren in Europa Experiences; neemt er kennis van dat het Bureau in november 2024 heeft besloten het concept van Europa Experience te herzien, en verwacht dat het herziene concept kostenefficiënter en aantrekkelijker voor bezoekers zal zijn; betreurt dat er nog steeds geen Europa Experience-centra zijn in Boekarest, Riga, Madrid, Lissabon, Nicosia, Valletta of Vilnius; dringt aan op de oprichting van Europa Experience-centra in alle lidstaten zodra een herzien concept is vastgesteld; wijst erop dat burgers dankzij Europa Experience-centra een beter inzicht krijgen in de werking van de Unie en over onze gedeelde waarden leren; wijst er daarom nogmaals op dat de Europa Experiences voor het Parlement onmisbaar zijn om voortdurend met de burgers van de Unie in contact te staan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>neemt er nota van dat er geen extra financiering nodig is voor de opening van de kantoren van het Parlement in Moldavië en de Westelijke Balkan, aangezien deze in de gebouwen van de EDEO zouden komen; onderstreept het belang van de aanwezigheid van het Parlement in deze landen als teken van Europese solidariteit en als teken van toewijding van het Parlement aan het toetredingsproces;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>neemt kennis van de vroegtijdige beëindiging van de overeenkomst met de vorige aanbieder van het kinderdagverblijf Wayenberg na een aantal ernstige beschuldigingen tegen de contractant; is ingenomen met de overeenkomst met een nieuwe aanbieder die voorziet in betere arbeidsvoorwaarden voor het kinderdagverblijfpersoneel en een betere kwaliteit van de dienstverlening aan de kinderen; wijst er echter op dat dit leidt tot een verhoging van de voor dit doel noodzakelijke begroting, maar benadrukt dat fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden voor extern personeel, in voorkomend geval, in beginsel een overweging van prioritair belang moeten zijn bij overheidsopdrachten van het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>herhaalt dat er in de gebouwen van het Parlement hoogwaardige crèches nodig zijn, en verzoekt de bevoegde diensten de huidige voorzieningen op het gebied van uitrusting, ruimte en toegankelijkheid te moderniseren om ze kindvriendelijk te maken; dringt aan op een effectbeoordeling van de behoefte aan een familieruimte in de gebouwen van de zetel van het Parlement in Brussel, voor kinderen van leden zonder permanente verblijfplaats in Brussel, naar het voorbeeld van die in Straatsburg;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overige</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>herinnert aan zijn tijdens verschillende plenaire vergaderingen gedane verzoek aan de betrokken organen om na te denken over een technische oplossing die het voor leden mogelijk maakt op afstand te stemmen en hun stemrecht uit te oefenen terwijl ze met moederschaps- of vaderschapsverlof zijn of officieel voor langere tijd zijn ziek geschreven, waarbij wordt voortgebouwd op de tijdens de pandemie geleerde lessen met betrekking tot de technische aspecten van deze stemmethode;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de secretaris-generaal om het fundamentele beginsel te benadrukken dat alle aanwervingen gebaseerd moeten zijn op competentie, waarbij ook moet worden gezorgd voor een geografisch evenwicht tussen alle lidstaten op elk personeelsniveau; roept het Parlement op de eigen voorlichtingscapaciteit te versterken, teneinde voor vergelijkende onderzoeken de kandidaten aan te trekken die het Parlement nodig heeft, qua profiel, leeftijd, geslacht en nationaliteit, en met name uit ondervertegenwoordigde landen; onderstreept dat het bereiken van een eerlijke geografische vertegenwoordiging van essentieel belang is voor het bevorderen van een echte Europese openbare dienst; merkt op dat het Parlement consequent maatregelen heeft genomen om deze doelstelling te ondersteunen, waaronder de organisatie van vergelijkende onderzoeken voor specifieke nationaliteiten, waarbij de selectie strikt op verdiensten moet blijven berusten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>is van mening dat het Parlement — als werkgever en als openbare instelling — het goede voorbeeld moet geven met betrekking tot de rechten van personen met een handicap; is ingenomen met het beleid van het Parlement dat erop gericht is personen met een handicap in staat te stellen zich geheel zelfstandig in de gebouwen van het Parlement te verplaatsen, en steunt de verdere maatregelen en aanpassingen die hiertoe noodzakelijk zullen zijn; stelt vast in de begroting hiervoor 3,7 miljoen EUR is uitgetrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>benadrukt dat het Parlement met één enkele zetel de financiële en milieukosten zou kunnen verlagen; herinnert eraan dat het Parlement volgens het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn zetel in Straatsburg moet hebben; merkt op dat voor permanente veranderingen een wijziging van het Verdrag nodig is en dat daarvoor unanimiteit vereist is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>merkt op dat de kosten van dienstreizen van leden en personeel neerkomen op 116 miljoen EUR in de begroting van het Parlement; roept de organen van het Parlement ertoe op zich te buigen over praktijken in verband met dienstreizen en de regels en praktijken voor dienstreizen te herzien, met als algemeen doel het karakter van dienstreizen te verbeteren en de daaraan verbonden financiële en milieukosten verder te verminderen; moedigt de leden aan om koolstofarme alternatieve vervoerswijzen te gebruiken, en pleit ervoor om verantwoord en weloverwogen gebruik te maken van de voordeligste vluchtopties en de voorkeur te geven aan treinreizen wanneer dit een haalbare optie is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>merkt op dat artikel 46, lid 2, van de uitvoeringsbepalingen van het Statuut van de leden van het Europees Parlement voorziet in de mogelijkheid om extra kosten in verband met de begrotingen voor parlementaire assistentie te financieren met hun vergoeding voor algemene uitgaven; verzoekt de administratie van het Parlement de nodige maatregelen te nemen om leden die dit willen in staat te stellen hun vergoeding voor algemene uitgaven te gebruiken om de kosten van missies van geaccrediteerde parlementaire medewerkers te dekken; benadrukt dat een dergelijke maatregel de stijgende kosten van de kantoren van de leden zou helpen ondervangen en tegelijkertijd begrotingsneutraal zou zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt het Bureau de vergoeding voor algemene uitgaven niet te indexeren en geen vergoeding voor algemene uitgaven toe te kennen aan voormalige leden, wat aanzienlijke kostenbesparingen mogelijk maakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verzoekt het Bureau de regels te herzien en voor voormalige leden een afkoelingsperiode in te voeren waarin zij geen lobby- of vertegenwoordigingsactiviteiten bij het Parlement mogen verrichten en die gelijk is aan de periode waarin de leden een overbruggingstoelage ontvangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>wijst erop dat het Parlement sinds 2018 in de plenaire vergadering steeds ervoor gestemd heeft om te overwegen het algemene verbod voor APA’s om deel te nemen aan officiële delegaties en werkbezoeken, op te heffen; betreurt het dat de besluiten van de Conferentie van voorzitters van maart 2025 over de uitvoeringsbepalingen inzake werkbezoeken buiten de drie vergaderplaatsen van het Europees Parlement niet in overeenstemming waren met het verzoek van de plenaire vergadering; blijft bij zijn standpunt dat APA’s onder bepaalde voorwaarden leden moeten kunnen vergezellen tijdens officiële delegaties en werkbezoeken; verzoekt zijn bevoegde organen de desbetreffende artikelen van zijn interne regels te wijzigen om de deelname van APA’s aan officiële  werkbezoeken en delegaties buiten de drie vergaderplaatsen van het Parlement onverwijld mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>is ingenomen met het werk van het APA-comité, dat ongeveer 2 000 APA’s vertegenwoordigt, wier werkzaamheden van cruciaal belang zijn om de dagelijkse activiteiten van de leden vlot te laten verlopen; neemt kennis van de toewijzing van 10 000 EUR aan het APA-comité, zodat het zijn rol kan vervullen en over voldoende middelen beschikt om de APA’s doeltreffend te ondersteunen en naar behoren te vertegenwoordigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>is ingenomen met de uitzonderlijke verhoging van 10 % van de vergoedingen die in 2026 aan alle stagiairs worden toegekend — en waarvoor in de begroting 2026 een bedrag van 1 miljoen EUR is gereserveerd — om hen te helpen het hoofd te bieden aan de stijgende huisvestingskosten in Brussel en Luxemburg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>gaat ervan uit dat verzoeken die zijn aangenomen door de plenaire vergadering met hoge prioriteit worden behandeld door de verantwoordelijke organen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°     °</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>stelt de raming voor het begrotingsjaar 2026 vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie en de raming te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>