<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0074</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers: aanvraag EGF/2024/003 BE/Van Hool – België</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0080/2025 - Rapporteur: Janusz Lewandowski)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 6 mei 2025 over het voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van een aanvraag van België – EGF/2024/003/BE/Van Hool (COM(2025)0001 – C10-0056/2025 – 2025/0061(BUD))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2025)0001 – C10‑0056/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/691 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 betreffende het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers (EFG) en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1309/2013<FOOTNOTE><FIELD>PB L 153 van 3.5.2021, blz. 48, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/691/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (“EFG-verordening”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, zoals gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU, Euratom) 2024/765 van de Raad van 29 februari 2024 tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027 (PB L, 2024/765, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/765/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 8,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name punt 9,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0080/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Unie wetgevings- en begrotingsinstrumenten in het leven heeft geroepen om extra steun te verlenen aan werknemers die de gevolgen van grote structurele veranderingen in de wereldhandelsstromen of de wereldwijde financiële en economische crisis ondervinden, en hen te helpen om op de arbeidsmarkt terug te keren; overwegende dat deze bijstand wordt verleend in de vorm van financiële steun aan werknemers en aan de ondernemingen waarvoor zij hebben gewerkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat België aanvraag EGF/2024/003 BE/Van Hool heeft ingediend voor een financiële bijdrage uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) naar aanleiding van 2 411 ontslagen<FOOTNOTE><FIELD>In de zin van artikel 3 van de EFG‑verordening.</FIELD></FOOTNOTE> in de economische sector die is ingedeeld in NACE Rev. 2-afdeling 29 (Vervaardiging van auto’s, aanhangwagens en opleggers) in de NUTS 2-regio provincie Antwerpen (BE21), met een referentieperiode van vier maanden voor de aanvraag die loopt van 8 april tot 8 augustus 2024;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de aanvraag 2 411 werknemers betreft die bij het bedrijf Van Hool zijn ontslagen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de aanvraag is gebaseerd op de criteria voor steunverlening van artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening, dat vereist dat binnen een referentieperiode van vier maanden in een onderneming in een lidstaat de werkzaamheden van ten minste 200 ontslagen werknemers of zelfstandigen zijn beëindigd, met inbegrip van werknemers die zijn ontslagen bij leveranciers en downstreamproducenten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de COVID-19-pandemie gevolgen heeft gehad voor de vraag naar touringcars en dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne gevolgen heeft gehad voor de kostenstructuur;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Europese automobielsector en de toeleveringsbedrijven ervan onder ongekende druk staan als gevolg van zowel externe als interne uitdagingen, zoals concurrentievervalsing, met name in de sector elektrische voertuigen als gevolg van oneerlijke subsidiëring door China, en hoge energiekosten als gevolg van ingrijpende herstructureringen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat Van Hool gespecialiseerd was in de productie van bussen, touringcars, trolleybussen en aanhangwagens; overwegende dat de dalende vraag naar touringcars als gevolg van de pandemie heeft geleid tot een daling van de gemiddelde verkoop van Van Hool in Europa en een scherpe daling van de winstgevendheid; overwegende dat stijgende inflatie en verstoorde toeleveringsketens de druk op de marges van de onderneming verder hebben doen toenemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de onderneming, ter naleving van de Belgische wetgeving, de verplichte procedure voor het informeren en raadplegen van de werknemersvertegenwoordigers heeft gevolgd; overwegende dat de verplichting tot oprichting van een arbeidsbemiddelingscel, die tot doel heeft werknemers die in het kader van collectief ontslag zijn ontslagen, outplacementdiensten te verlenen, niet van toepassing is in geval van faillissement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat financiële bijdragen uit het EFG in de eerste plaats gericht moeten zijn op actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen en op gepersonaliseerde diensten die tot doel hebben de begunstigden snel aan een fatsoenlijke en duurzame baan te helpen binnen of buiten de sector waar zij oorspronkelijk werkten, en hen tegelijk voor te bereiden op een groenere en meer gedigitaliseerde Europese economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (VDAB) de nationale voorfinanciering en medefinanciering van de maatregelen verstrekt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het EFG een jaarlijks maximumbedrag van 30 miljoen EUR (in prijzen van 2018) niet mag overschrijden, zoals vastgesteld in artikel 8 van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093, als gewijzigd bij Verordening (EU, Euratom) 2024/765; overwegende dat overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer niet-bestede bijdragen aan de Commissie moeten worden terugbetaald;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is het met de Commissie eens dat is voldaan aan de voorwaarden die zijn vastgelegd in artikel 4, lid 2, punt a), van de EFG-verordening en dat België recht heeft op een financiële bijdrage van 7 999 015 EUR uit hoofde van die verordening, wat overeenkomt met 85 % van de totale kosten van 9 410 607 EUR, bestaande uit uitgaven ten bedrage van 9 034 607 EUR voor gepersonaliseerde steunmaatregelen en 376 000 EUR voor activiteiten op het vlak van voorbereiding, beheer, voorlichting en publiciteit, en controle en rapportage;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er nota van dat de Belgische autoriteiten de aanvraag op 29 oktober 2024 hebben ingediend en dat de Commissie, nadat België aanvullende gegevens had verstrekt, haar beoordeling op 26 maart 2025 heeft afgerond en het Parlement hiervan diezelfde dag nog in kennis heeft gesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de aanvraag betrekking heeft op 2411 bij Van Hool ontslagen werknemers; merkt voorts op dat in totaal 2397 werknemers beoogde begunstigden zullen zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>onderstreept dat de industriële sector in België volgens de Federatie van Belgische Ondernemingen (VBO) momenteel achteruitgaat; merkt op dat de industriële sector van oudsher een belangrijke rol heeft gespeeld in Lier en daarom heeft de industriële achteruitgang een aanzienlijke invloed op de arbeidsmarkt in Lier; onderstreept dat het aantal beschikbare banen in de industrie in Lier in 2023 met 13 % gedaald is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst op de profielen van de ontslagen werknemers, waarvan een derde 50 jaar of ouder is en 80 % middelbaar onderwijs of minder heeft genoten en over verouderde vaardigheden beschikt; benadrukt dat de werknemers, gezien de neerwaartse trend in vacatures en de geografische spreiding ervan, gerichte bijstand nodig zullen hebben die gericht is op bijscholing en omscholing om hun kansen op terugkeer naar een baan te vergroten; beschouwt het als een maatschappelijke verantwoordelijkheid van de Unie en de lidstaten om de getroffen werknemers de mogelijkheid te bieden de nodige kwalificaties te verwerven voor een toekomstige baan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is tevreden met het feit dat de gepersonaliseerde steunmaatregelen die aan de betrokken werknemers moeten worden verstrekt het volgende omvatten: sociaal interventieadviseur en inschrijving van werknemers, outplacement, ondersteuning bij het zoeken naar werk en arbeidsbemiddeling, beroepskeuzebegeleiding, omscholing en beroepsopleiding, alsmede opleiding op de werkplek; wijst met name op diensten in verband met gerichte ondersteuning en persoonlijke beoordeling, alsook op ICT-opleidingen die bijdragen tot de bijscholing die nodig is in het digitale industriële tijdperk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt vast dat België op 22 april 2024 is begonnen met het verlenen van gepersonaliseerde steunmaatregelen aan de beoogde begunstigden, wat betekent dat vanaf die datum tot 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit aanspraak kan worden gemaakt op een financiële bijdrage uit het EFG;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat België op 14 maart 2024 de eerste administratieve uitgaven heeft gedaan met het oog op de uitvoering van het EFG, en dat deze uitgaven bijgevolg vanaf die datum tot 31 maanden na de datum van inwerkingtreding van het financieringsbesluit in aanmerking komen voor een financiële bijdrage uit het EFG;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>onderstreept dat de Belgische autoriteiten hebben bevestigd dat de beginselen van gelijke behandeling en non-discriminatie zullen worden geëerbiedigd bij de toegang tot de voorgestelde maatregelen en de uitvoering ervan, en dat eventuele dubbele financiering zal worden voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>herinnert eraan dat de Belgische autoriteiten ervoor moeten zorgen dat de gelijkheid van mannen en vrouwen en de integratie van het genderperspectief integraal deel uitmaken van en worden bevorderd tijdens de gehele uitvoeringsperiode;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst er nogmaals op dat steun uit het EFG geen vervanging mag zijn voor maatregelen die op grond van nationale wetgeving of collectieve arbeidsovereenkomsten onder de verantwoordelijkheid van bedrijven vallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>wijst erop dat de Belgische autoriteiten moeten erkennen dat de Unie aan de oorsprong van de financiering staat, daaraan zichtbaarheid moeten geven en de Uniemeerwaarde van de steunverlening moeten benadrukken door aan meerdere doelgroepen samenhangende, effectieve en gerichte informatie te verstrekken, waaronder gerichte informatie aan de beoogde begunstigden, de lokale en regionale autoriteiten, de sociale partners, de media en het publiek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het bij deze resolutie gevoegde besluit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit samen met de voorzitter van de Raad te ondertekenen en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie, met inbegrip van de bijlage, te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI><STRING BOLD="on">BIJLAGE</STRING></TI><STI><STRING BOLD="on">BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD</STRING></STI><P><STRING BOLD="on">betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering voor ontslagen werknemers naar aanleiding van aanvraag EGF/2024/003 BE/Van Hool van België</STRING></P><P><STRING ITALIC="on">(De tekst van de bijlage wordt hier niet weergegeven, aangezien deze overeenkomt met de definitieve handeling: Besluit (EU) 2025/1018.)</STRING></P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>