<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0076</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Controle van de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank – jaarverslag 2023</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0068/2025 - Rapporteur: Ondřej Knotek)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 6 mei 2025 over de controle van de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank – jaarverslag 2023 (2024/2052(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het overzicht van activiteiten 2023 van de Europese Investeringsbank Groep (EIB-groep) van 1 februari 2024 getiteld “Een blauwdruk voor duurzaam leven” en het document van de EIB-groep van 2 februari 2023 getiteld “EIB Group Operational Plan 2023-2025”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het investeringsverslag 2023/2024 van de Europese Investeringsbank (EIB, “de Bank”) getiteld “Transforming for competitiveness”, dat op 7 februari 2024 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het document van de EIB van 8 mei 2023 getiteld “Mid-term review of the EIB Energy Lending Policy”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de EIB-groep over de uitvoering van het transparantiebeleid van de EIB-groep in 2023, dat op 1 juli 2024 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het document van de EIB-groep van 27 november 2023 getiteld “The EIB Group PATH Framework – Version 1.2 November 2023 – Supporting counterparties on their pathways to align with the Paris Agreement”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de documenten van de EIB-groep en de EIB van 21 juni 2024 getiteld “EIB Group 2024-2027 Strategic Roadmap” en van 29 november 2023 getiteld “EIB Global Strategic Roadmap”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het duurzaamheidsverslag 2023 van de EIB-groep, dat op 25 juli 2024 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de informatieve nota van de EIB van 6 februari 2023 getiteld “The European Investment Bank’s approach to human rights”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag over de klachtenregeling van de EIB-Groep voor 2023, dat op 10 juni 2024 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het document van de EIB-groep van 14 oktober 2024 getiteld “Diversity, Equity and Inclusion at the EIB Group”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de publicatie van de EIB van 23 september 2024 getiteld “EIB Audit Committee Annual Reports for the year 2023”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de EIB-groep van 15 juli 2024 getiteld “EIB Group activities in EU cohesion regions 2023”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de EIB van 19 oktober 2023 getiteld “EIB Investment Survey 2023 – European Union Overview”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de EIB-groep van 26 juni 2024 getiteld “EIB Group support for EU businesses: Evidence of impact in addressing market failures”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 5 maart 2024 getiteld “Een nieuwe strategie voor de Europese defensie-industrie – De paraatheid van de EU waarborgen door te zorgen voor een snel reagerende en weerbare Europese defensie-industrie” (JOIN(2024)0010),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Speciaal verslag 22/2024 van de Europese Rekenkamer getiteld “Dubbele financiering uit de EU-begroting”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de EIB-groep van 29 december 2023 getiteld “European Investment Bank Group Risk Management Disclosure Report – June 2023”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 19 maart 2025 getiteld “Gezamenlijk witboek over de gereedheid van de Europese defensie 2030” (JOIN(2025)0120),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0068/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de EIB-groep uit de EIB en het Europees Investeringsfonds (EIF) bestaat; overwegende dat de EIB de grootste multilaterale ontwikkelingsbank ter wereld is; overwegende dat de EIB krachtens het Verdrag moet bijdragen aan de EU-integratie; overwegende dat een van de belangrijkste prioriteiten van de EIB bestaat uit het verstrekken van financiering voor projecten ter bevordering van de Europese integratie en sociale cohesie; overwegende dat het EIF als een specifiek orgaan optreedt om de beleidsdoelstellingen van de Europese Unie te ondersteunen op het gebied van ondernemerschap, het scheppen van werkgelegenheid en economische cohesie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de EIB, als bank die eigendom is van de EU-lidstaten, wordt bestuurd door een Raad van gouverneurs, een Raad van bewind en een directie, en eigen robuuste interne mechanismen heeft met betrekking tot verantwoordingsplicht, bestuur en controle; overwegende dat het EIF eigendom is van de EIB (60 %), de EU (30 %) en financiële instellingen (10 %) uit de lidstaten, het VK en Turkije en wordt bestuurd door de algemene vergadering van aandeelhouders van het EIF, de raad van bestuur en de algemeen directeur, en over onafhankelijke interne mechanismen beschikt voor verantwoordingsplicht, bestuur en controle, waarvan sommige op groepsniveau worden gedeeld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat zowel de EIB als het EIF op een concurrerende markt actief zijn, maar als EU-organen moeten voldoen aan hoge normen op het gebied van transparantie en betrokkenheid van belanghebbenden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de EIB-groep EU-beleidsmaatregelen bevordert, zowel binnen als buiten de EU, en nauw samenwerkt met andere EU- en nationale instellingen en daarbij haar financiering afstemt op de politieke prioriteiten van de EU; overwegende dat de EIB-groep in haar strategische routekaart voor 2024-2027 acht strategische prioriteiten heeft vastgesteld: klimaatactie, digitale transformatie, defensie, cohesie, landbouw, sociale infrastructuur, externe financiering en bevordering van de kapitaalmarktenunie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de EIB ook verantwoordelijk is voor het veiligstellen van middelen via leningactiviteiten, die essentieel zijn voor de uitvoering van het EU-beleid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat in de strategische agenda van de Europese Raad voor 2024-2029 wordt voorzien in een grotere rol voor de EIB-groep als drijvende kracht achter de defensie en veiligheid van de EU, en dat in deze agenda wordt benadrukt dat het concurrentievermogen van de EU moet worden versterkt en dat het economisch en sociaal welzijn van de burgers moet worden verbeterd door uitgebreide collectieve investeringsinspanningen, waarbij zowel publieke als particuliere middelen ten volle moeten worden benut;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat in het verslag-Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen<FOOTNOTE><FIELD>Draghi, M., “The future of European competitiveness”, september 2024.</FIELD></FOOTNOTE> tal van suggesties worden gedaan om de rol van de EIB in de financiering van het EU-beleid verder uit te breiden en de EIB in staat te stellen meer risico te nemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de belangrijkste missie van de EIB-groep erin bestaat het potentieel van Europa op het gebied van het scheppen van banen en economische groei te vergroten; overwegende dat de investeringen van de groep gericht moeten zijn op het aanpakken van ongelijkheden door de toegang tot banen, opleidingsmogelijkheden, huisvesting en onderwijs te verbeteren in de strijd tegen armoede en werkloosheid; overwegende dat het van cruciaal belang is om de belemmeringen voor financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en midcaps weg te nemen; overwegende dat openbare garantie- en kredietregelingen belangrijke anticyclische beleidsinstrumenten zijn, met name tijdens economische recessies, en ook nuttig zijn om structureel marktfalen tegen te gaan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de EIB een belangrijk onderdeel vormt van de Europese financiële architectuur voor ontwikkeling en de grootste multilaterale kredietverstrekker is in de naburige regio’s van de EU, met inbegrip van de landen van het oostelijk nabuurschap, de Westelijke Balkan, het Midden-Oosten en Noord-Afrika; overwegende dat van de EIB wordt verwacht dat ze zal helpen om de kloof op het gebied van productieve investeringen tussen Europa en zijn belangrijkste concurrenten te dichten door meer te investeren in innovatie, communicatietechnologie en intellectuele eigendom;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de EU en de doeltreffende uitvoering ervan in toenemende mate van de EIB-groep afhangen; overwegende dat de diepgang en kwaliteit van het toezicht van het Parlement op de financiële verrichtingen van de EIB bijgevolg moeten overeenkomen met de intensiteit van de samenwerking tussen de EIB en de Commissie, die inmiddels zeer uitgebreid is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat in het bedrijfsmodel van de EIB de hoogste normen op het gebied van integriteit, verantwoordingsplicht en transparantie gehanteerd moeten worden en dat er robuuste maatregelen moeten worden genomen en regelmatig bijgewerkt om op te treden tegen financiële fraude, corruptie, het witwassen van geld, terrorisme, georganiseerde misdaad en belastingontduiking en -ontwijking; overwegende dat de EIB-groep een controlekader heeft om sanctierisico’s te voorkomen en te beperken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de EIB-groep zich houdt aan de door het Bazels Comité voor bankentoezicht vastgestelde definitie van een compliancerisico, om het risico van door juridische of toezichthoudende instanties opgelegde sancties en aanzienlijke financiële of reputatieschade te voorkomen; overwegende dat de Bank passende maatregelen neemt om dergelijke risico’s te beperken door de strikte naleving van de wet- en regelgevingskaders, zowel op EU-niveau als op internationaal niveau, te waarborgen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financiële verrichtingen en prestaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>erkent dat de EIB doeltreffend en doelmatig heeft gepresteerd tegen de achtergrond van grote mondiale uitdagingen, waaronder geopolitieke spanningen, de gevolgen van de klimaatverandering en andere factoren die een invloed hebben op de wereldeconomie; stelt voor om zowel de doeltreffendheid als de efficiëntie van de EIB grondig te analyseren en daarbij vooral te focussen op het effect op het concurrentievermogen en de groei;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat EIB-financiering steeds belangrijker wordt in de context van hoge rentes en krappe overheidsfinanciën; verwacht dat de EIB, in de context van moeilijke economische vooruitzichten en een grotere concurrentie op wereldvlak, iets doet aan de belemmeringen voor het concurrentievermogen van de EU, zoals volatiele energieprijzen, het tekort aan vakkrachten in belangrijke sectoren en het tekort aan investeringen in innovatie en nieuwe technologieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de EIB-groep sterke geconsolideerde resultaten heeft behaald die volgens de internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS) in 2023 opliepen tot 2,272 miljard EUR, vergeleken met 2,327 miljard EUR in 2022, wat neerkomt op een daling van 2,4 % op jaarbasis; vraagt om een gedetailleerde analyse van de factoren die hebben bijgedragen tot deze daling, vooral omdat in deze periode sprake was van gestage economische groei; stelt vast dat de reserves van de EIB in 2023 meer dan 56 miljard EUR bedroegen, ten opzichte van 53,9 miljard EUR in 2022 en 36 miljard EUR in 2014;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst erop dat de totale liquiditeitsratio van de EIB tot eind 2023 ruim binnen de interne grenzen is gebleven en dat de ratio van het tier 1-kernkapitaal van de EIB in 2023 33,1 % bedroeg, wat veel hoger is dan de gemiddelde ratio van belangrijke instellingen die op dat moment onder toezicht van de Europese Centrale Bank (ECB) stonden; benadrukt hoe belangrijk het is dat de EIB haar AAA-rating met een “stabiel” perspectief behoudt om gunstige marktfinanciering tegen voordelige tarieven te waarborgen, en dat deze rating in stand moet worden gehouden; beklemtoont dat de hoge kredietwaardigheid van de EIB essentieel is voor haar succesvolle bedrijfsmodel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>dringt er bij de EIB op aan haar sterke kapitaalpositie en aanhoudend hoge winsten te handhaven, maar merkt op dat de Bank in staat is potentiële fluctuaties in rendementen op te vangen zonder het aandeelhouderskapitaal of haar kredietrating in gevaar te brengen, over de capaciteit beschikt om meer risico te nemen bij strategische investeringen en goed toegerust is om meer te investeren in innovatieve projecten met een hoger risico waar particulier kapitaal terughoudend blijft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verzoekt de EIB haar institutionele transparantie te verbeteren door gedetailleerdere notulen van de vergaderingen van haar Raad van Bewind te publiceren, met inbegrip van stemverslagen en projectspecifieke motiveringen, met inachtneming van legitieme vertrouwelijkheid waar dat strikt noodzakelijk is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat de totale uitbetalingen van de EIB in 2023 54,4 miljard EUR bedroegen, waarvan 53,4 miljard EUR uit eigen middelen, tegenover 54,3 miljard EUR in 2022 (waarvan 53,3 miljard EUR uit eigen middelen); stelt vast dat de uitbetalingen in het kader van het EIF voor investeringen met particulier eigen vermogen in 2023 139,7 miljoen EUR bedroegen, ten opzichte van 113,7 miljoen EUR in 2022; merkt op dat volgens een economisch model dat de afdeling Economische zaken van de EIB en het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie gezamenlijk hebben ontwikkeld, de totale investeringen die de EIB-groep in 2023 binnen de EU heeft gedaan, naar verwachting ongeveer 1 460 000 nieuwe banen zullen creëren tegen 2027 in de EU-27 en het bbp van de EU met 1,03 procentpunt zullen doen stijgen; roept de EIB-groep op te zorgen voor een meer evenwichtige geografische spreiding van de investeringen om het effect ervan in alle regio’s van de EU te maximaliseren en zo bij te dragen aan een samenhangende en inclusieve groei in de hele Unie, met bijzondere aandacht voor ondervertegenwoordigde en minder ontwikkelde gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>herinnert eraan dat in de statuten van de EIB is bepaald dat er een geografisch evenwicht binnen het personeel moet zijn en dat personeelsleden geselecteerd moeten worden op basis van verdienste en dat er hierbij ook moet worden nagegaan of de onderdanen van alle lidstaten eerlijk vertegenwoordigd zijn; moedigt de Bank aan voortdurend toezicht te houden op het geografisch evenwicht binnen het personeel en het aanwervingsproces indien nodig hierop af te stemmen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>neemt kennis van de verbintenis van de EIB-groep om belastingfraude, belastingontduiking, belastingontwijking, het witwassen van geld en terrorismefinanciering streng te bestrijden; dringt aan op verdere versterking van de transparantie van eindbegunstigden, monitoringmechanismen en toegang tot openbare informatie om volledige verantwoordingsplicht te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat de EIB, als EU‑orgaan, haar transparantiepraktijken volledig moet afstemmen op de normen van Verordening (EG) nr. 1049/2001<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/1049/oj).</FIELD></FOOTNOTE> inzake de toegang van het publiek tot documenten; verzoekt de EIB te zorgen voor proactieve openbaarmaking van documenten met betrekking tot gefinancierde projecten en genomen besluiten, met slechts beperkte en gerechtvaardigde uitzonderingen; wijst nogmaals op het belang van daadwerkelijke toegang van het publiek als hoeksteen van de institutionele verantwoordingsplicht;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">InvestEU, de vereenvoudiging van het meerjarig financieel kader en de herstel- en veerkrachtfaciliteit</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>verheugt zich erover dat op 13 december 2023 het operationeel plan 2024-2026 van de EIB-groep werd goedgekeurd, waarin de prioriteiten en activiteiten worden uiteengezet om de strategie van de EIB-groep de komende drie jaar te verwezenlijken; dringt aan op aanpassingen aan nieuwe marktomstandigheden, met inbegrip van een vereenvoudiging en vermindering van de bureaucratie om belemmeringen weg te nemen voor kmo-financiering, die aanzienlijk moet worden verhoogd; is zich ervan bewust dat het van cruciaal belang is de activiteiten en mandaten met een hoger risico op te voeren om doeltreffende steun te verlenen aan sectoren met een hoge toegevoegde waarde en innovatieve sectoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>herinnert eraan dat 75 % (19,6 miljard EUR) van de EU-begrotingsgarantie in het kader van de InvestEU-verordening aan de EIB-groep is toegewezen<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/523/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat de EIB alleen al in 2023 30 verrichtingen in het kader van InvestEU heeft goedgekeurd voor een totaalbedrag van 9,1 miljard EUR; is van mening dat er aanzienlijke investeringen nodig zijn om concurrerend te blijven, voornamelijk uit de particuliere sector; is ervan overtuigd dat het focussen op innovatieve projecten, start-ups en scale-ups zou helpen om het Europese concurrentievermogen en de groei te vergroten; wijst erop dat hiervoor particuliere investeringen moeten worden gemobiliseerd; verzoekt de EIB daarom een belangrijkere rol op zich te nemen bij strategische risicovermindering door middel van garanties, en zo particuliere investeringen aan te moedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt de EIB-groep om, waar haalbaar en met inachtneming van de verplichtingen inzake gegevensbescherming, systematisch de eindbegunstigden van haar financieringsverrichtingen bekend te maken, met name voor projecten die worden ondersteund in het kader van begrotingsgaranties en ‑mandaten van de EU, om het vertrouwen van het publiek en publiek toezicht te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat de EIB binnen het huidige meerjarig financieel kader 2021-2027 87 mandaten van de Commissie beheert, een aantal dat oploopt tot ongeveer 130 als de mandaten die betrekking hebben op gedeeld beheer en die door lokale overheden en de lidstaten zijn toegekend, worden meegerekend, en merkt op dat de EIB hiervoor maar liefst 457 verslagen per jaar opstelt; wijst erop dat een vermindering van de bureaucratie en een vereenvoudiging noodzakelijk worden geacht om de middelen beter te kunnen aanwenden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat de EIB zes mandaten beheert voor de herstel- en veerkrachtfaciliteit in vier lidstaten, die zijn ondertekend in 2021 (Griekenland en Italië), in 2022 (Roemenië) en in 2024 (Spanje), voor een totaalbedrag van 8,7 miljard EUR; erkent dat de vaststelling van instrumenten op basis van “financiering die niet gekoppeld is aan kosten”, die in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit aanzienlijk zijn uitgebreid, inherent het risico op fouten en dubbele financiering verhoogt; uit zijn bezorgdheid over de transparantie, controle en monitoring van de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit; verzoekt de EIB met de lidstaten samen te werken om iets te doen aan de geringe capaciteit van de regeringen en het gebrek aan technische vaardigheden om ervoor te zorgen dat de middelen van de herstel- en veerkrachtfaciliteit zo doeltreffend mogelijk worden beheerd in overeenstemming met de nationale structuren en met inachtneming van alle rapportagevereisten van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, met name bij de uitvoering van investeringsprojecten en hervormingen; dringt er bij de Commissie en de EIB, in haar adviserende rol, op aan geen voorstellen te doen voor nieuwe financieringsmechanismen op basis van het model van de herstel- en veerkrachtfaciliteit zonder corrigerende maatregelen te nemen, ook niet in het komende meerjarig financieel kader voor de periode na 2027; benadrukt dat de EIB weliswaar naar vereenvoudiging moet streven, maar dat dit niet ten koste mag gaan van de soliditeit van het beheer van de middelen van de EU of van het vermogen om het toezicht en de verantwoordingsplicht te handhaven, zoals bepaald in de Verdragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>dringt aan op een onafhankelijke, alomvattende controle van alle risicodelingsinstrumenten die door de EIB-groep worden beheerd, met inbegrip van de instrumenten die verband houden met de herstel- en veerkrachtfaciliteit, om de hoogste normen op het gebied van transparantie, verantwoordingsplicht en het vermijden van risico’s van dubbele financiering te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Energiezekerheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat de EIB blijft bijdragen aan de energievoorzieningszekerheid, voornamelijk door de versterking van de elektriciteitsnetten en grensoverschrijdende infrastructuur, de vermindering van de vraag naar energie door middel van energie-efficiëntieprojecten en de bevordering van koolstofarme energieopwekking; verheugt zich over het feit dat de EIB steun heeft geboden aan nieuwe dimensies van energiezekerheid, zoals vraagrespons en energieopslag, en heeft geijverd voor de totstandbrenging van een duurzame voorziening van kritieke grondstoffen die nodig zijn voor de energietransitie; roept op tot een dringende analyse van het werkelijke effect dat de reeds uitgevoerde projecten hebben gehad, met name wat betreft hun effect op de beschikbaarheid en de kosten van energie en dus op het algemene concurrentievermogen van Europese ondernemingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>wijst nogmaals op de noodzaak om energiearmoede aan te pakken en benadrukt dat de energietransitie eerlijk en inclusief moet verlopen; herinnert eraan dat de energiecrisis de inflatie verergert, de voedselonzekerheid vergroot en het budget van huishoudens onder druk zet; moedigt de EIB aan ten volle gebruik te maken van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie en het moderniseringsfonds om de regio’s en bevolkingsgroepen te steunen die het zwaarst door de energietransitie worden getroffen; benadrukt dat het belangrijk is om het mechanisme voor een rechtvaardige transitie in te zetten om werknemers en regio’s te ondersteunen die worden getroffen door de uitfasering van fossiele brandstoffen, door te zorgen voor toegang tot omscholing en hoogwaardige banen; is zich ervan bewust dat veel sectoren het moeilijk hebben door de uitdagingen die voortkomen uit de gecombineerde effecten van de aanpassing aan de doelstellingen van de Green Deal en de gevolgen van de energiecrisis en inflatie; benadrukt dat de uitrol van innovatieve koolstofarme technologieën pas kan worden versneld indien de kosten ervan worden verlaagd tot een niveau dat kan concurreren met fossiele brandstoffen en indien deze wordt afgestemd op de lopende hervorming van het groen beleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>erkent dat het REPowerEU-plan een cruciaal nieuw element is in de beleidsreactie van de EU op de energiecrisis; merkt op dat de EIB-groep in juli 2023 de financieringsdoelstellingen voor de vastlegging van oktober 2022 heeft verhoogd van 30 miljard EUR naar 45 miljard EUR tot 2027 (REPowerEU+), teneinde haar inspanningen voor de bevordering van energiezekerheid in de EU op te voeren; vraagt om een duidelijk overzicht van mogelijke dubbele financiering van energieprojecten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat de EIB in 2023 ongeveer 21,4 miljard EUR aan financiering heeft verstrekt voor energiegerelateerde projecten, waarvan ongeveer 19,8 miljard EUR in de EU en 1,6 miljard EUR buiten de EU; acht het noodzakelijk om niet alleen het financieringsvolume voor energiegerelateerde projecten te verhogen, maar ook om de investeringen doeltreffender te maken; onderstreept in dit verband hoe belangrijk het is dat de EIB een combinatie biedt van bekwame technische bijstand en innovatieve financiële steun en moedigt de Bank aan om het aanbod aan innovatieve financieringsproducten voor marktdeelnemers uit te breiden en verder te gaan dan het standaardaanbod op de markt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is van mening dat waterstof en waterstofderivaten, met name wanneer deze uit hernieuwbare energie worden gewonnen, een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan de decarbonisatiedoelstellingen van de EU en de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen kunnen verminderen; roept de EIB op een toonaangevende rol te spelen bij het mobiliseren van particuliere investeringen die essentieel zijn voor het opschalen van de waterstofproductie in de hele EU, en daarbij technologische neutraliteit te waarborgen en een breed scala aan innovatieve oplossingen voor het koolstofarm maken van de economie te ondersteunen, met inbegrip van verder wetenschappelijk onderzoek dat gericht is op het verbeteren en stabiliseren van de doeltreffendheid van waterstoftechnologie; moedigt de Bank aan rekening te houden met de kosteneffectiviteit van dergelijke projecten vanuit het oogpunt van hun volledige levenscyclus;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Defensie- en veiligheidsbeleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>is ingenomen met de belangrijke rol die de EIB-groep speelt bij de ondersteuning van het defensie- en veiligheidsbeleid van de EU door financiering te verstrekken en particuliere investeringen aan te trekken om de strategische autonomie en veerkracht van de Unie vergroten; benadrukt het belang van de investeringscapaciteiten van de EIB waarmee initiatieven worden ondersteund die bijdragen aan de versterking van de defensie-industrie van de EU, de uitbouw van de cyberbeveiligingsinfrastructuur en de bevordering van innovatie op het gebied van kritieke defensietechnologieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>waardeert het dat veiligheid en defensie als een van de kernprioriteiten van de Bank is opgenomen in de strategische routekaart voor 2024-2027; benadrukt dat de Raad van bewind van de EIB in mei 2024 zijn goedkeuring heeft gehecht aan het actieplan van de EIB-groep voor de veiligheids- en defensie-industrie, dat voortbouwt op het strategisch Europees veiligheidsinitiatief van de EIB-groep uit 2022, dat gericht was op het bevorderen van innovatie op het gebied van technologie voor tweeërlei gebruik, om zo meer steun vrij te maken voor de veiligheids- en defensie-industrie van de EU; stelt met tevredenheid vast dat de EIB-groep steun verleent aan kmo’s en innovatieve start-ups in de veiligheids- en defensiesector volgens het beginsel van tweeërlei gebruik, en dat de groep daarbij het criterium van geloofwaardig civiel gebruik hanteert, maar de inkomenstest laat vallen; is ingenomen met het besluit van de Raad van bewind van de EIB van 21 maart 2025 om de subsidiabiliteitscriteria van de Bank voor de financiering van de Europese veiligheids- en defensie-industrie en -infrastructuur uit te breiden, door ervoor te zorgen dat uitgesloten activiteiten zo veel mogelijk in omvang worden beperkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>verheugt zich over de gerichte investeringen van de EIB in zowel de defensie- als de civiele infrastructuur en benadrukt de noodzaak van strategische investeringen in technologieën voor zowel civiele als defensiedoeleinden in overeenstemming met de bredere doelstellingen van de EU om innovatie te bevorderen en de veiligheid van de Unie te verhogen; verzoekt de EIB-groep te evalueren welke invloed de uitbreiding van haar nieuwe beleid inzake goederen voor tweeërlei gebruik heeft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>onderstreept het belang van kmo’s, start-ups en midcaps voor de veiligheids- en defensie-industrie en voor de ontwikkeling van een gemeenschappelijke Europese markt voor defensie; is van mening dat kleinere spelers een cruciale rol spelen bij de versterking van de capaciteit en autonomie van de Unie om innovatieve defensieproducten te ontwikkelen; moedigt de EIB aan om verder steun te verlenen aan grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van onderzoek en ontwikkeling (O&amp;O), met name door voor kleinere actoren het pad te effenen zodat zij kunnen deelnemen aan de toeleveringsketens op defensiegebied; benadrukt dat grotere investeringen van de EIB in de defensiesector ook een boost kunnen geven aan investeringen van commerciële banken in defensie en acht het in dit verband noodzakelijk om meer flexibiliteit te hanteren bij de kredietverlening aan kmo’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat de toegewezen middelen voor de ondersteuning van de defensie- en veiligheidssector voornamelijk afkomstig zijn van het Europees Defensiefonds (EDF) (8 miljard EUR), het strategisch Europees veiligheidsinitiatief (SESI) van de EIB (8 miljard EUR), en het programma voor de Europese defensie-industrie (EDIP) (1,5 miljard EUR); dringt aan op een specifieke kapitaaltoewijzing voor defensie en een verdere aanpassing van het toepassingsgebied van in aanmerking komende investeringen om te voldoen aan de ambitieuze doelstelling om bij te dragen aan de vrede en veiligheid van Europa die de EIB-groep is opgelegd in het witboek over de toekomst van de Europese defensie (Readiness 2030); is verheugd over de integratie van het bestaande SESI-initiatief van de EIB ter waarde van 8 miljard EUR in een horizontale en permanente doelstelling van openbaar beleid en de afschaffing van een vooraf vastgesteld plafond voor financiering op dit gebied; is van mening dat deze maatregelen de Bank in staat zullen stellen te beantwoorden aan de investeringsbehoeften op het gebied van veiligheid en defensie en ook haar verrichtingen en sterke financiële positie te waarborgen; is van mening dat het besluit van de Raad van gouverneurs van juni 2024 om de hefboomratio van de Bank te verhogen het mogelijk zal maken om meer te investeren in gebieden van strategisch belang, waaronder veiligheid en defensie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>onderstreept de toegevoegde waarde van de innovatieve maatregelen die de EIB heeft getroffen om investeringen in veiligheid en defensie te versnellen, en van de onestopshop die fungeert als centraal aanspreekpunt voor klanten en externe belanghebbenden die van de EIB deskundige bijstand krijgen om de toegang tot de beschikbare financiering in het kader van het SESI-initiatief te stroomlijnen en de inzet ervan te versnellen; moedigt de EIB aan door te gaan met het ontwikkelen en uitvoeren van overeengekomen maatregelen om klantprocedures te vereenvoudigen en investeringsprocessen verder te versnellen, en daarbij te verzekeren dat de AAA-rating behouden blijft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>stelt met waardering vast dat de EIB in juni 2023 in het kader het SESI-initiatief een verhoging heeft goedgekeurd van 6 miljard EUR naar 8 miljard EUR voor de periode van 2022 tot 2027 voor investeringen op het gebied van veiligheid in de EU, onder meer in de ruimtevaart en cyberbeveiligingssector; moedigt de EIB aan de institutionele partnerschappen met het Agentschap van de Europese Unie voor het ruimtevaartprogramma en andere potentieel relevante partners te versterken in overeenstemming met de mededingingsregels van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>prijst de samenwerking van de EIB met alle relevante belanghebbenden, waaronder de regeringen van de lidstaten, het Europees Defensieagentschap (EDA) en het innovatiefonds van de NAVO; waardeert met name de samenwerking van de EIB-groep met het EDA en is ingenomen met de ondertekening van een bijgewerkte versie van het memorandum van overeenstemming tussen de twee organen op 3 oktober 2024, die het mogelijk zal maken om strategische partnerschappen te versterken en gezamenlijk financieringsbehoeften vast te stellen om onderzoek, ontwikkeling en innovatie (OOI) op het gebied van veiligheid en defensie in de Unie beter te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>verzoekt de EIB deze samenwerking met de belangrijkste belanghebbenden verder uit te bouwen om het effect, de synergieën en de complementariteit met de defensieprogramma’s van de EU te vergroten en ervoor te zorgen dat haar investeringen een aanvulling vormen op de bredere doelstellingen van het EU-defensiebeleid en bijdragen tot schaalvoordelen in de Europese defensievermogens; vraagt de EIB om bij te dragen aan de regionale veiligheid en veerkracht, met name in Oost-Europa en het Middellandse Zeegebied, door infrastructuur te ontwikkelen ter ondersteuning van de regionale veiligheid en ter bevordering van de samenwerking tussen de EU-lidstaten op defensiegebied; benadrukt voorts dat het belangrijk is om naast de uitrol van de EIF-eigenvermogensfaciliteit voor defensie ook een samenwerking met het NAVO-innovatiefonds te overwegen teneinde technologische start-ups een betere toegang tot financiering te verlenen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sociale infrastructuur en huisvesting</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verzoekt de EIB om de risicobereidheid te verhogen voor projecten die voorzien in essentiële diensten met langdurige duidelijke en meetbare voordelen; is in dit verband ingenomen met de acties en maatregelen van de EIB-groep op het gebied van huisvesting en sociale infrastructuur die bijdragen aan betaalbare huisvesting, sociale inclusie en regionale ontwikkeling en tegelijkertijd duurzaamheid en innovatie ondersteunen; verzoekt de EIB bij haar investeringen prioriteit te geven aan deze doelstellingen, om een betere economische groei, sociale inclusie en regionale cohesie te bewerkstelligen en tegelijkertijd de duurzaamheidsdoelstellingen van de EU te ondersteunen; verzoekt de Bank zich te richten op duurzame stedelijke ontwikkeling en inclusieve groei door ervoor te zorgen dat aan de huisvestings- en infrastructuurbehoeften van de EU wordt voldaan ten behoeve van een sterker, samenhangender en welvarender Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>benadrukt dat de kosten voor de aankoop en huur van woningen de afgelopen jaren aanzienlijk zijn gestegen, waardoor veel grootstedelijke gebieden in de EU minder betaalbaar zijn geworden en de toegang tot huisvesting beperkt is geworden; benadrukt dat de EIB een grotere rol moet spelen in de aanpak van de huisvestingscrisis; is ingenomen met de opname van steun voor sociale infrastructuur in de acht strategische prioriteiten van de EIB-groep voor 2024-2027 en is het ermee eens dat investeringen in energie-efficiënte, duurzame en toegankelijke huisvesting en vlot toegankelijk onderwijs van cruciaal belang zijn om de productiviteit te verhogen en sterke en veerkrachtige samenlevingen bevorderen; moedigt de EIB aan om prioriteit te geven aan investeringen in woningcoöperaties, energie-efficiënte sociale woningen en renovatieprojecten die gericht zijn op huishoudens met een laag inkomen; is van mening dat het voor de aanpak van de grote tekorten aan investeringen in huisvesting binnen de EU noodzakelijk is om zowel financiële als niet-financiële belemmeringen voor investeringen weg te nemen en op grote schaal middelen en capaciteiten te mobiliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>is verheugd dat de EIB, in samenwerking met de Commissie, een pan-Europees investeringsplatform heeft opgezet dat betaalbare en duurzame huisvesting moet bevorderen door adviesdiensten en financiering te combineren, en moedigt de deelnemers aan om dit initiatief voort te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>is verheugd dat de EIB zich inzet om de druk op de woningmarkten in Europa te verlichten; benadrukt dat de koop- en huurprijzen van woningen de afgelopen jaren aanzienlijk zijn gestegen, waardoor veel grootstedelijke gebieden in de EU minder betaalbaar en toegankelijk zijn geworden; beklemtoont dat uit een analyse van de EIB blijkt dat in de EU ongeveer 1,5 miljoen nieuwe woningen per jaar nodig zijn om de vraag te volgen, en dat ongeveer 75 % van het gebouwenbestand in de EU moet worden gerenoveerd, wat neerkomt op 5 miljoen extra woningen per jaar; is verheugd dat de EIB de renovatie van bestaande woningen en de bouw van nieuwe sociale en betaalbare woningen ondersteunt; moedigt de EIB aan om meer financiële middelen voor betaalbare huisvestingsprojecten in de lidstaten te mobiliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>dringt aan op versterking van de technische bijstand en financiële expertise ter ondersteuning van lokale en regionale overheden, met name in gebieden met een lage investeringscapaciteit, teneinde de toegang tot EIB-financiering te verbeteren; is van mening dat de ontwikkeling van sociale huisvesting voor iedereen, en met name voor de meest kwetsbare mensen, moet worden bevorderd door samenwerking met lokale autoriteiten, lokale overheden en vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld; is zich ervan bewust dat voor een doeltreffend optreden van de EIB in de sector huisvesting en sociale infrastructuur ook belemmeringen in het beleid en de regelgeving moeten worden weggenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat de EIB in 2023 voor 8,3 miljard EUR aan financiële steun voor energie-efficiëntiemaatregelen heeft toegezegd, waarvan 65 % bestemd was voor energie-efficiëntie in gebouwen; verzoekt de EIB prioriteit te geven aan betaalbare en toegankelijke langetermijnoplossingen en duurzame investeringen, zoals energie-efficiënte renovaties en hergebruik van leegstaande gebouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>is van mening dat de daarmee verband houdende investeringen voldoende duurzaamheid moeten waarborgen voordat een wijziging van bestemming of gebruik wordt toegestaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>verzoekt de EIB voort te bouwen op haar jarenlange ervaring als katalysator voor Europese investeringen en haar potentieel ook te benutten in de sectoren onderwijs en opleiding en gezondheidszorg, onder meer door middel van adviesdiensten; verzoekt de Bank haar steun voor de gezondheidszorgcapaciteit zowel binnen als buiten de EU te verhogen zodat Europa een sterkere rol in de wereld kan spelen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Steun voor kmo’s, midcaps, start-ups, scale-ups en bedrijven in plattelandsgebieden en afgelegen gebieden, de kapitaalmarktenunie en de rol van het EIF</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>benadrukt dat kmo’s, start-ups en scale-ups van vitaal belang zijn voor de economie van de EU; merkt op dat deze bedrijven grote belemmeringen ondervinden bij de toegang tot financiering, markten en talent, wat hun groei beperkt; stelt dat bedrijfsgroei, dynamiek en overheidsinvesteringen essentieel zijn voor het bevorderen van innovatie, concurrentievermogen en productiviteit; moedigt de EIB-groep aan om deze uitdagingen, met name in de huidige geopolitieke context, te blijven aanpakken door middel van op maat gesneden financiële programma’s, risicodelingsmechanismen en gerichte financiële instrumenten, en daarbij de additionaliteit van overheidsmiddelen voor deze doeleinden te waarborgen en verdringing van particulier kapitaal te voorkomen; merkt op dat, afhankelijk van de context, verschillende instrumenten ter ondersteuning van kredietverlening aan bedrijven kunnen worden gecombineerd en dat verschillende instrumenten van de EIB-groep gericht zijn op verschillende vormen van marktfalen en verschillende soorten bedrijven; benadrukt kmo’s technische bijstand moeten krijgen voordat projecten worden goedgekeurd, teneinde de toegang tot EIB-financiering te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>merkt op dat de ontwikkeling van een goed functionerende securitisatiemarkt een belangrijke eerste stap kan zijn in de richting van de totstandbrenging van een sterke kapitaalmarktenunie (KMU); is van mening dat de KMU consumenten en kmo’s ten goede zal komen door hoogrenderende investeringskansen in de reële economie te bieden, en uiteindelijk de durfkapitaalmarkt een impuls zal geven door de toegang tot gediversifieerde financieringsbronnen te verbeteren; is van mening dat prioriteit moet worden toegekend aan de financiering van Europese scale-ups met Europees kapitaal, waarvan het European Tech Champions Initiative, dat in februari 2023 is gelanceerd om veelbelovende Europese techbedrijven te financieren en te voorkomen dat bedrijven aan buitenlandse investeerders worden verkocht door een gebrek aan Europese investeringen, een goed voorbeeld is; moedigt het EIF aan om te onderzoeken of de tweede generatie van dit initiatief in het leven kan worden geroepen; merkt op dat het European Tech Champions Initiative wordt aangevuld door het European Scale-up Initiative, waarmee wordt beoogd cruciale financiering te verstrekken voor Europese hightechbedrijven in de late ontwikkelingsfase; merkt op dat deze investeringen in overeenstemming moeten zijn met beleidsmaatregelen op EU- en nationaal niveau; is zich bewust van de relatieve zwakte van de Europese durfkapitaalmarkt ten opzichte van die van andere concurrenten, en van het feit dat Europese start-ups en scale-ups zich vaak genoodzaakt zien te verhuizen, op zoek te gaan naar buitenlandse kopers of een beroep te doen op andere financieringsbronnen dan durfkapitaal, wat minder geschikt is voor sterke groei;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>erkent dat het EIF tot taak heeft om de toegang tot financiering voor Europese micro-, kleine en middelgrote ondernemingen te vergemakkelijken; is van mening dat het EIF zijn activiteiten met het oog op de ontwikkeling van het Europese ecosysteem voor durfkapitaal aanzienlijk moet opvoeren, met behoud van een geografisch evenwicht; wenst dat de activiteiten van het EIF worden versterkt zodat meer kan worden geïnvesteerd in snelgroeiende sectoren, de risicodeling tussen publieke en private investeerders kan worden verbeterd en innovatie in heel Europa kan worden bevorderd; is van mening dat de toename van de steun voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen moet worden gemonitord;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>moedigt het EIF aan om zijn monitoringinstrumenten verder te ontwikkelen om de langetermijnprestaties van durfkapitaalfondsen en financieringsverrichtingen ten behoeve van kmo’s beter te kunnen volgen, met name wat betreft het scheppen van werkgelegenheid, de verspreiding van innovatie en de regionale impact; wijst ook op de cruciale rol van grote Europese bedrijven in de economische structuur van Europa, met name bedrijven die actief zijn in essentiële sectoren zoals energie, defensie en infrastructuur; pleit voor een evenwichtige aanpak die ervoor zorgt dat de EIB grote Europese bedrijven blijft ondersteunen bij het aantrekken van investeringskapitaal voor grote projecten en initiatieven op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, zodat het mondiale concurrentievermogen van Europa wordt versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>prijst de steun die de EIB-groep alleen al in 2023 heeft verleend aan ongeveer 400 000 kmo’s en midcaps in de vorm van 31,1 miljard EUR aan financiering, waaronder leningen en garanties voor bedrijven (waarvan 14,9 miljard EUR via het EIF), wat resulteerde in de mobilisatie van meer dan 134 miljard EUR, en merkt op dat de EIB daartoe heeft samengewerkt met bijna driehonderd partnerinstellingen in heel Europa; moedigt de EIB aan om haar rol te blijven vervullen bij het verbeteren van de toegang tot financiering voor kmo’s, die vaak belemmeringen ondervinden bij het verkrijgen van financiering van traditionele financiële instellingen, door gerichte financiering te verstrekken zodat ze over voldoende middelen beschikken om te groeien en te bloeien; is ingenomen met en dringt aan op een voortdurende uitbreiding van het aantal partnerinstellingen teneinde een brede geografische en sectorale dekking te bewerkstelligen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>herinnert eraan dat de steun via het Europees Garantiefonds in 2023 afliep en dat met de betalingen vanuit dit fonds om kmo’s te helpen te herstellen van de negatieve gevolgen van de pandemie ongeveer 200 000 kmo’s in de hele EU zijn bereikt; herinnert aan de bezorgdheid die in eerdere resoluties is geuit over de transparantie van de besluitvormingsprocessen en de informatie over de eindontvangers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>is verheugd dat de maatregelen van het EIF om witwassen, terrorismefinanciering en belastingontwijking tegen te gaan, onder meer bestaan uit risicobeoordelingen van producten en transacties, grondige due diligence ten aanzien van tegenpartijen en screening van eigendomsstructuren en belangrijke personen op sancties en negatieve berichtgeving in de media; is ingenomen met de invoering van verplichte opleidingen voor het personeel en de sluiting van een overeenkomst met de financiële-inlichtingeneenheid van Luxemburg over de melding en follow-up van gedetecteerde verdachte transacties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verzoekt de EIB-groep een voor de hele groep geldend, alomvattend en bindend beleid ter bescherming van klokkenluiders vast te stellen in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2019/1937<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden (PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/1937/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, waarbij beveiligde meldingskanalen, bescherming tegen represailles en volwaardige opvolgingsmechanismen worden gewaarborgd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belangrijke beleidsterreinen: cohesie, klimaatactie en ecologische duurzaamheid, en digitalisering</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>waardeert het dat de EIB in haar oriënterende nota 2021-2027 over cohesie heeft toegezegd om tussen 2022 en 2024 ten minste 40 % van haar totale financiering in de EU te besteden aan projecten in cohesieregio’s; merkt op dat deze financiering in 2023 29,8 miljard EUR bedroeg, wat overeenkomt met 45 % van de totale ondertekeningen van de Bank in de EU; onderstreept dat het aandeel van de EIB-financiering dat aan minder ontwikkelde regio’s wordt toegewezen, is gestegen van 24 % in 2022 tot 26 % in 2023 en in totaal 17,2 miljard EUR bedroeg, ruim boven het streefcijfer van 21 % dat was vastgesteld in de oriënterende nota over cohesie van de EIB voor 2023; herhaalt zijn verzoek aan de EIB om de tekortkomingen die bepaalde regio’s of landen beletten ten volle van de financiële steun en bijstand van de EIB te profiteren, te blijven monitoren, analyseren en aanpakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>erkent de rol die het EIF speelt door met een breed scala aan financiële instrumenten bij te dragen tot de economische en sociale cohesie in de Unie; merkt op dat de EIF-vastleggingen voor kredietgaranties, durfkapitaal en private-equityinvesteringen voor cohesieregio’s in 2023 6,8 miljard EUR bedroegen, wat neerkomt op 48 % van de totale EIF-vastleggingen in de EU; merkt op dat het EIF in 2023 vooral actief was in Midden- en Oost-Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>merkt op dat het kader voor milieu- en sociale duurzaamheid van de EIB herziene milieu- en sociale beleidsmaatregelen en normen omvat ter bevordering van een geïntegreerde benadering voor de beoordeling en het beheer van effecten en risico’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>erkent dat de adviesdiensten van de EIB de afgelopen 15 jaar meer dan duizend projecten in cohesieregio’s hebben ondersteund; verzoekt de Bank financieringsmogelijkheden in minder ontwikkelde en overgangsregio’s actief te bevorderen, onder meer door de aanwezigheid van adviesdiensten in de plaatselijke kantoren van de EIB te vergroten; is van mening dat ook rekening moet worden gehouden met de geografische spreiding van de EIB-steun voor het vergroten van de sociale cohesie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>wijst op de initiatieven van de EIB in cohesieregio’s ter ondersteuning van de gezondheidszorg, waaronder het programma HERA Invest, een garantie van 100 miljoen EUR die met de Commissie is ingesteld om onderzoek en ontwikkeling op het gebied van ernstige grensoverschrijdende bedreigingen voor de gezondheid te ondersteunen; moedigt de EIB aan om gerichte investeringen in belangrijkste systemische randvoorwaarden zoals gezondheidszorg, onderwijs, sociale huisvesting, digitale connectiviteit en lokale financiering voor steden en regio’s te bevorderen, waarbij hetzij via directe leningen, hetzij via financiële instrumenten wordt gezorgd voor een beter geografisch evenwicht, en om synergieën tussen EU-subsidies en EIB-leningen te benutten om grensoverschrijdende spoorverbindingen te verbeteren, die van cruciaal belang zijn voor een betere integratie binnen de interne markt van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>neemt nota van de strategische koers die de EIB sinds 2019 is ingeslagen om de klimaatbank van de EU te worden; benadrukt dat de EIB alleen al in 2023 contracten voor 41,8 miljard EUR aan financiering voor klimaatactie en 25,1 miljard EUR voor ecologische duurzaamheid heeft ondertekend (ten opzichte van respectievelijk 35,1 miljard EUR en 15,9 miljard EUR in 2022); merkt op dat de EIB-financiering voor aanpassing aan de klimaatverandering in 2023 in totaal 2,7 miljard EUR bedroeg, wat overeenkomt met 6,4 % van de totale klimaatactie (ten opzichte van 1,9 miljard EUR, of 5,4 %, in 2022); juicht het toe dat de financiering voor klimaatactie en ecologische duurzaamheid als geheel in 2023 60 % van de EIB-financiering uitmaakte; verzoekt de EIB in haar investeringsstrategie op het gebied van klimaat- en duurzame financiering vast te houden aan technologische neutraliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>herinnert eraan dat het in 2019 vastgestelde EIB-beleid inzake kredietverstrekking voor energie (ELP) voorzag in de “geleidelijke afschaffing van de steun voor energieprojecten die zijn gebaseerd op fossiele brandstoffen zonder emissiereductie” en in een overgangsperiode waarin de Bank reeds in behandeling zijnde projecten verder kon goedkeuren, maar dat de Raad van Bewind na eind 2021 geen dergelijke projecten meer heeft goedgekeurd; merkt op dat de EIB-groep in 2022 een tijdelijke en uitzonderlijke verlenging van de vrijstellingen van het “Paris Alignment for Counterparties”-kader (het zogenaamde PATH) heeft ingevoerd ter ondersteuning van REPowerEU, teneinde projecten van hoog innovatief gehalte en projecten voor hernieuwbare energie en infrastructuur voor het opladen van elektrische voertuigen in de EU te dekken; merkt op dat de EIB-groep in 2023 heeft besloten dezelfde tijdelijke en uitzonderlijke verlenging ook toe te passen op projecten in de geest van REPowerEU buiten de EU; neemt er nota van dat deze tijdelijke en uitzonderlijke verlengingen naar verwachting tot 2027 zullen lopen, onder voorbehoud van een in 2025 geplande evaluatie van de routekaart voor de klimaatbank; herinnert aan zijn eerdere resolutie<FOOTNOTE><FIELD>Resolutie van het Europees Parlement van 12 juli 2023 over de controle van de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank – jaarverslag 2022 (2023/2046(INI)) (PB C, C/2024/4007, 17.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4007/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en blijft van mening dat PATH het juiste kader biedt om tegenpartijen te ondersteunen bij hun inspanningen om zich aan te passen aan de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs; benadrukt dat van de EIB wordt verwacht dat zij haar samenwerking met al haar cliënten intensiveert om de ontwikkeling van hun decarbonisatieplannen te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>neemt kennis van de tussentijdse evaluatie van de routekaart voor de klimaatbank van de EIB-groep, die in 2023 is goedgekeurd en een vereenvoudigd aanpassingskader van Parijs voor micro-ondernemingen en de herziening van de openbaarmakingsvereisten voor financiële tussenpersonen van het PATH-kader omvat, alsook een tijdelijke uitbreiding van de lijst van landen waar de EIB als enige financier van projecten voor aanpassing aan de klimaatverandering kan optreden vanwege hun bijzondere kwetsbaarheid voor klimaatverandering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>is verheugd dat de EIB de landbouw en de bio-economie tot haar belangrijkste prioriteiten rekent, maar stelt vast dat landbouw, visserij en bosbouw in 2023 slechts 1,1 % van de door de EIB verstrekte leningen uitmaakten; vindt het belangrijk dat de EIB aanzienlijke bedragen voor de financiering van de landbouwsector programmeert en dat dit via vereenvoudigde procedures geschiedt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>onderstreept dat de landbouw een belangrijke motor is van groei en ontwikkeling in plattelandsgebieden; erkent dat de landbouwsector voor steeds grotere uitdagingen staat en dat landbouwers in de EU zich moeten aanpassen aan de doelstellingen van de Europese Green Deal en het hoofd moeten bieden aan de energiecrisis en stijgende inflatie; verzoekt de EIB-groep de steun voor deze essentiële sector, die een belangrijke rol speelt bij het waarborgen van de voedselzekerheid, te versterken en innovatie te bevorderen, en daarbij de “één gezondheid”-benadering van de EU te hanteren door de gezondheid van mens, dier, plant en milieu te integreren teneinde duurzame, veerkrachtige en productieve agrovoedingssystemen tot stand te brengen; wijst op de financiële uitdagingen waarmee landbouwers, en met name jonge en kleine exploitanten, te kampen hebben en merkt op dat de financieringsaanvragen van landbouwers en de ondernemingen in deze sector vaker worden afgewezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>benadrukt dat de steun van de EIB moet uitgaan van een rechtvaardige transitie om een duurzame landbouw te bewerkstelligen die het milieu, de menselijke gezondheid en het dierenwelzijn beschermt en tegelijk de bestaansmiddelen van de landbouwers verbetert, met name voor kleine en middelgrote landbouwbedrijven; is van mening dat steun voor plattelandsgebieden van essentieel belang is voor het bevorderen van evenwichtige en inclusieve ontwikkeling, generatievernieuwing en gelijke toegang tot financiële kansen voor vrouwen en mannen; herhaalt zijn verzoek aan de EIB-groep om haar betrokkenheid bij de landbouwsector te vergroten door de toegang tot financiering te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>waardeert het dat de EIB-groep een van de belangrijkste ondersteuners van digitalisering in de EU is, met name wat betreft de financiering van digitale infrastructuur en de ondersteuning van innovatieve digitale start-ups; moedigt de EIB aan om haar steun voor digitale netwerken op te voeren en zo de technologische autonomie van de EU en de innovatie op het gebied van sleuteltechnologieën te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>is van mening dat voor het verminderen van digitale ongelijkheid en het voorkomen van sociale uitsluiting aanzienlijke overheidsinvesteringen in telecommunicatie-infrastructuur nodig zijn, met name in plattelandsgebieden; moedigt de EIB aan om Europese burgers te ondersteunen bij het verwerven van voldoende digitale geletterdheid om ten volle deel te nemen aan de samenleving, met bijzondere aandacht voor ouderen en mensen met een handicap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>erkent dat de cyberbeveiligingssector een cruciale rol speelt bij de bescherming van bedrijven en overheden tegen geavanceerde digitale bedreigingen en buitenlandse beïnvloeding; is verheugd dat de via het SESI gefinancierde investeringen in beveiliging zijn toegenomen van 6 miljard EUR naar 8 miljard EUR met als doel uitdagingen op het vlak van beveiliging aan te pakken, onder meer in de nieuwe ruimtevaartindustrie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is verheugd dat de EIB aandacht besteed aan gendergelijkheid en de economische empowerment van vrouwen, wat in 2023 resulteerde in een totale investering van 5,8 miljard EUR op dit gebied (tegenover 5,1 miljard EUR in 2022); is van mening dat de EIB nog meer microkredieten zou kunnen verstrekken aan ondernemingen die door vrouwen worden geleid, aangezien zij nog steeds worden gediscrimineerd bij de toegang tot financiering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>benadrukt dat de continuïteit van de voorziening van kritieke grondstoffen van cruciaal belang is voor zowel de groene en de digitale transitie als voor de defensiesector en de industriële basis van de EU in het algemeen; verzoekt de EIB meer in de kritiekegrondstoffensector te investeren om de aanvoer van zowel primaire als secundaire grondstoffen te helpen diversifiëren en oplossingen voor de circulaire economie te ontwikkelen, met name O&amp;O met betrekking tot alternatieve materialen, zoals materialen van biologische oorsprong; is in dit verband verheugd dat op 21 maart 2025 een nieuw strategisch initiatief inzake kritieke grondstoffen (CRM) is goedgekeurd, met naar verwachting 2 miljard EUR voor de financiering van investeringen in kritieke grondstoffen in 2025, een nieuwe CRM-taskforce en een specifieke onestopshop voor het opzetten en beheren van een pijplijn van CRM-activiteiten en adviesactiviteiten en meer technische expertise en partnerschappen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Activiteiten van de EIB buiten de EU </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>onderstreept dat EIB Global in het tweede jaar van zijn bestaan voor 8,4 miljard EUR aan financiering heeft verstrekt (tegenover 9,1 miljard EUR in 2022); merkt op dat het, aangezien de financiering van EIB Global beperkt is tot 50 % van de totale kosten van een project, gangbaar is dat investeringen mede worden gefinancierd door instellingen voor ontwikkelingsfinanciering en multilaterale ontwikkelingsbanken; verzoekt de EIB en de Commissie te investeren in interne audit- en onafhankelijke controlefuncties om de integriteit en deugdelijkheid van alle verrichtingen te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>herinnert eraan dat EIB Global een van de belangrijkste uitvoerende actoren van de Europese Global Gateway is en als zodanig wordt geacht de hoogste normen inzake transparantie en verantwoordingsplicht toe te passen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>neemt er nota van de goedkeuring van de “Global Strategic Roadmap” van de EIB door de Raad van Bewind van de EIB en van haar toezegging om de mensenrechten en de rechtsstaat te eerbiedigen en te bevorderen bij de projecten die zij ondersteunt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de interventies van de EIB-groep in Oekraïne worden geleid door de met de EU overeengekomen prioriteiten voor de wederopbouw van het land en in overeenstemming zijn met de in het Oekraïneplan vastgelegde methoden en kaders en met de bepalingen van de EU-Verdragen; neemt er nota van dat de EIB haar inspanningen om fraude en corruptie bij projecten van de EIB-groep in Oekraïne tegen te gaan, verder opvoert; wenst dat de financiële bijstand voor Oekraïne aan passende voorwaarden verbonden blijft, met nadruk op het waarborgen van doeltreffende toezichtsmechanismen, zoals toegang tot informatie en gebouwen, en monitoring van bezoeken, en vraagt dat de conditionaliteit wordt uitgebreid tot alle niet-EU-landen waaraan zij financiering verstrekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>dringt aan op een versterking van de bestuurlijke en auditcapaciteit van de Oekraïense autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering, de monitoring en de controle van gefinancierde acties alsmede het toezicht daarop, met name ter voorkoming van fraude, corruptie, belangenconflicten en onregelmatigheden; herhaalt dat de EIB te allen tijde duidelijk en onbeperkt toezicht moet kunnen houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>is van mening dat een grotere betrokkenheid van de EIB gunstig zou zijn voor zowel de wederopbouw van Oekraïne als voor het uitbreidingsproces, en ook voor toekomstige partnerschappen in het kader van de Global Gateway-agenda en het nabuurschapsbeleid van de EU, en positief kan bijdragen aan de duurzameontwikkelingsdoelstellingen; moedigt de Commissie aan om zoveel mogelijk samen te werken met de EIB om de strategische autonomie van de EU, met name op het gebied van energie en grondstoffen, te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>is ingenomen met de goedkeuring in 2024 van de faciliteit voor Oekraïne, die volgt op het initiatief “EU for Ukraine” (EU4U) van de EIB en een steunmechanisme instelt op basis van de begrotingsmiddelen van de EU; moedigt de lidstaten aan ervoor te zorgen dat Oekraïne solide steun blijft krijgen die aansluit bij de behoeften van het land;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>benadrukt dat de EIB, om Oekraïne te steunen, sinds het begin van het conflict met Rusland in 2014 een kredietportefeuille van meer dan 7 miljard EUR heeft opgebouwd; benadrukt dat de risicopositie van de EIB (uitbetaalde en nog niet uitbetaalde leningen) op 31 december 2023 5,750 miljard EUR bedroeg, en dat deze voornamelijk is gedekt door EU-garanties in het kader van het mandaat voor externe leningen; merkt op dat de Bank daarnaast ook financiële garanties heeft verstrekt voor blootstellingen aan tegenpartijen in Oekraïne, die volledig worden gedekt door algemene garanties van de EU, voor een ondertekend bedrag van 388,7 miljoen EUR aan het eind van 2023 (tegenover 478,8 miljoen EUR aan het eind van 2022);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>neemt kennis van de toenemende financiële betrokkenheid van de EIB in Oekraïne; roept de Bank op de begrotingsautoriteit en de relevante auditinstanties regelmatig gedetailleerde informatie te verstrekken over de uitbetaling en besteding van middelen waarvoor EU-garanties zijn verstrekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>onderstreept de onevenredige gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne voor de oostelijke EU-regio’s die grenzen aan Rusland en Belarus; vestigt de aandacht op de kosten die deze regio’s en lidstaten moeten dragen als gevolg van hun gedeelde grens met vijandige buurlanden, met name doordat zij steeds meer overheidsmiddelen moeten herbestemmen voor veiligheid, defensie en paraatheid en tegelijkertijd het hoofd moeten bieden aan drastisch verminderde middelen als gevolg van de verstoring van economische activiteiten, van grensoverschrijdende handel en andere uitwisselingen, en van cohesieprogramma’s; verzoekt de EIB om dit in aanmerking te nemen bij haar financieringsbesluiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>is ingenomen met de aanzienlijke investeringen in Moldavië ter ondersteuning van de economische veerkracht, de versterking van de energiezekerheid, de verbetering van de infrastructuur en de ondersteuning van de vooruitgang van het land met betrekking tot integratie in de EU; erkent dat EIB Global in 2023 1,2 miljard EUR in de Westelijke Balkan heeft geïnvesteerd, plus een extra bedrag van 700 miljoen EUR om de verkeersveiligheid te vergroten en de spoorwegennetten te verbeteren; is ingenomen met de goedkeuring in 2024 van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan en de door het Europees Parlement goedgekeurde hervormings- en groeifaciliteit voor Moldavië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>erkent de rol die de EIB heeft gespeeld bij de ondersteuning van de landen van de Westelijke Balkan op hun weg naar het Unielidmaatschap in overeenstemming met het uitbreidingsbeleid van de EU; constateert dat EIB Global in 2023 1,2 miljard EUR in de Westelijke Balkan heeft geïnvesteerd, waarbij in totaal meer dan 6 miljard EUR aan investeringen is gemobiliseerd; merkt op dat het grootste deel van de financiering is toegewezen aan duurzame connectiviteit, gevolgd door kredietlijnen voor kmo’s, infrastructuurprojecten in de sectoren gezondheidszorg, onderwijs en vaardigheden, en watervoorziening en -zuivering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>verzoekt de EIB om samen te werken met andere bilaterale en multilaterale instellingen om gemeenschappelijke methoden voor de ontwikkeling van effectbeoordelingen uit te werken en toe te passen, teneinde meerwaarde en langdurige positieve effecten te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verantwoordingsstructuur van de EIB</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>herinnert eraan dat het interne toezicht bij de EIB onder leiding staat van het inspectoraat-generaal (IG), dat bestaat uit drie afdelingen die zich bezighouden met verantwoording (evaluatie van verrichtingen, de klachtenregeling en fraudeonderzoek) en elkaar aanvullen en bijdragen aan een consistente behandeling van aantijgingen en klachten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>merkt op dat de klachtenregeling van de EIB (EIB-CM) in 2023 in totaal 104 zaken heeft behandeld (97 in 2022); merkt op dat er in 2023 60 nieuwe klachten zijn ontvangen (54 in 2022), waarvan er 44 ontvankelijk werden verklaard en 29 betrekking hadden op door de EIB gefinancierde projecten, waarvan 27 buiten Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>merkt op dat de commissie voor klachten over aanbestedingen van de EIB de onafhankelijke commissie van de EIB is die klachten behandelt over aanbestedingsprocedures in het kader van door de EIB gefinancierde projecten buiten de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van de onderzoeksafdeling (IG/IN) om samen te werken en inspanningen te coördineren met de andere onderdelen van de fraudebestrijdingsarchitectuur van de EU, met name het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM), die in 2023 37 % van de verwijzingen voor onderzoeken (27 van de 74 zaken) ontvingen; moedigt de IG/IN aan haar samenwerking met alle onderdelen van de fraudebestrijdingsarchitectuur van de EU te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>merkt op dat de IG/IN proactieve fraudeopsporingsactiviteiten uitvoert met behulp van het instrument voor de beoordeling van fraude- en integriteitsrisico’s en de robot voor het opsporen van corruptierisico’s bij aanbestedingen, en dat er in 2023 tijdens 24 beoordelingen verrichtingen zijn geselecteerd voor drie volledige en diepgaande proactieve integriteitscontroles; verzoekt de Bank na te gaan hoe deze digitale instrumenten verder kunnen worden verbeterd ter ondersteuning van de transparantie en financiële verantwoordingsplicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>betreurt het dat in het jaarverslag van de IG/IN, ondanks herhaalde oproepen van het Parlement, geen adequate informatie wordt verschaft over de financiële omvang van de behandelde gevallen, de betrokken middelen of mandaten, het soort projecten in kwestie, de getroffen risicobeperkende maatregelen en de rol van de diensten van de EIB en van tussenpersonen of partners, en zelfs van de betrokken lidstaten; verzoekt de vertegenwoordigers van de IG/IN om het niveau van betrokkenheid, interactie en transparantie met het Parlement te verhogen, met name wat betreft de controle van de financiële activiteiten; herhaalt zijn oproep aan de IG/IN om verder te gaan dan het geven van een louter verhalende beschrijving van een paar casestudy’s en periodiek waardevolle informatie te rapporteren over de mate waarin de financiële belangen beschermd zijn; raadt de IG/IN aan een rapportagemodel te hanteren dat vergelijkbaar is met het model dat wordt gebruikt door andere onderzoeksorganen, zoals het EOM en OLAF, waarbij wordt gestreefd naar een goed evenwicht tussen transparantie en geheimhoudingsplicht of beroepsgeheim;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>is zich ervan bewust dat het uitsluitingsbeleid van de EIB voorziet in een autonome uitsluitingsprocedure, maar dat deze wat besluitvormingsnormen, resultaten en rechtsmiddelen betreft niet volledig gelijkwaardig is aan het systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting van de Commissie; herhaalt zijn verzoek aan de EIB-groep en de Commissie om samen te werken bij het in kaart brengen van mogelijke lacunes en het voorstellen van correcties, waaronder een versnelde procedure voor de handhaving van uitsluitingsbesluiten van de EIB via het systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting; merkt op dat in 2023 vijf bedrijven via uitsluitingsprocedures op basis van IG/IN-bevindingen voor een periode van vijf jaar zijn uitgesloten van deelname aan door de EIB gefinancierde activiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>is verheugd over de goedkeuring in 2023 van het beleid inzake het interne controlekader van de EIB-groep; erkent de resultaten van de afstemming op de groepsstructuur tussen de EIB en het EIF voor zover die de verschillende bedrijfsmodellen en governancestructuren van de twee entiteiten weerspiegelen; wijst met name op de opmerking van haar Comité ter controle van de boekhouding dat zowel interne controles als het interne controlekader groepsfuncties moeten worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>merkt op dat de onafhankelijke externe controleur van de EIB de derde verdedigingslinie vormt; wijst erop dat de regelmatige roulatie van controleurs en opdrachten nieuwe perspectieven mogelijk maakt, en merkt daarom op dat de externe controleur van de EIB periodiek moet rouleren, maar dat zijn mandaat verlengd is tot 2027 en dat hij sinds 2009 de controleur van de EIB-groep is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>waardeert het dat het risicobeheerkader en de halfjaarlijkse verslagen over risicobeheer van de EIB-groep doeltreffend zijn en zijn afgestemd op de eisen en technische normen van de Europese Bankautoriteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>benadrukt dat ondanks de moeilijke marktomstandigheden de portefeuille van de EIB in 2023 nog steeds een zeer laag niveau van niet-renderende blootstellingen vertoonde; is van mening dat, ook al komt een aanzienlijk deel van de kredietportefeuille van de Bank in aanmerking voor kredietverbeteringen of voor garanties van de EU-lidstaten, de hoge kwaliteit van de EIB-portefeuille het resultaat is van de zorgvuldige uitvoering van het zeer doeltreffende kredietbeleid van de EIB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>wijst erop dat de EIB niet binnen de EU-wetgeving valt die van toepassing is op kredietinstellingen, met name de verordening<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/575/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de richtlijn<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2013/36/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende toegang tot het bedrijf van kredietinstellingen en het prudentieel toezicht op kredietinstellingen en beleggingsondernemingen, tot wijziging van Richtlijn 2002/87/EG en tot intrekking van de Richtlijnen 2006/48/EG en 2006/49/EG (PB L 176 van 27.6.2013, blz. 338, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2013/36/oj).</FIELD></FOOTNOTE> kapitaalvereisten, en dat de Bank daarom het recht heeft haar kapitaal- en liquiditeitsvereisten op een voor haar activiteiten, haar missie en de marktomstandigheden adequate en passende manier vast te stellen; wijst erop dat de EIB-groep zich ertoe heeft verplicht te voldoen aan de beste bank- en marktpraktijken en de toepasbaarheid daarvan kan bepalen in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel; benadrukt dat de toepassing van deze normen geen onnodige lasten met zich mee mag brengen; is verheugd dat de EIB-groep de procedure voor toetsing en evaluatie vrijwillig heeft uitgevoerd; wijst erop dat dit in overeenstemming moet zijn met de governancestructuur en de missie van de EIB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>begrijpt dat de EU-instellingen, in overeenstemming met de veranderende behoeften van de EU, in 2024 de door de Raad van Gouverneurs van de EIB voorgestelde statutenwijziging hebben goedgekeurd door de statutaire limiet voor haar hefboomratio te wijzigen<FOOTNOTE><FIELD>De hefboomratio bepaalt hoeveel de EIB kan uitlenen in verhouding tot haar eigen middelen.</FIELD></FOOTNOTE> en deze te verhogen van 250 % naar 290 %, om de EIB in staat te stellen meer te investeren zonder haar eigenvermogensbasis te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>stelt vast dat de gewijzigde hefboomratio de weg vrijmaakt voor het nemen van meer risico’s; erkent dat investeringen in hernieuwbare energie, duurzame infrastructuur en innovatieve technologieën essentieel zijn voor het concurrentievermogen van de EU, maar dat er vaak een groter risico mee is gemoeid vanwege het onzekere rendement; wijst erop dat het nemen van meer risico’s de volatiliteit van de rendementen van de EIB kan vergroten, maar merkt op dat de EIB over kapitaalbuffers beschikt die de uitbreiding van haar eigen risicoactiviteiten zouden ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>is verontrust over de situatie bij Northvolt AB, een batterijfabrikant die geacht wordt een centrale rol te spelen in de groene transitie; benadrukt dat Northvolt als onderdeel van de schuldfinanciering voor de uitbreiding van een gigafabriek over een aanzienlijk pakket EIB-leningen van iets meer dan 942,6 miljoen EUR beschikte; merkt op dat Northvolt in maart 2025 het faillissement heeft aangevraagd; roept de EIB op nadere informatie te verstrekken over het evaluatie- en besluitvormingsproces dat voorafging aan de financiering van Northvolt AB en over de oorzaken die ertoe hebben geleid dat het project is mislukt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>benadrukt dat de verwachting was dat de uitbreiding van de gigafabriek de jaarlijkse batterijproductiecapaciteit zou verhogen en dat de uitbreiding van strategisch belang werd geacht voor het mondiaal concurrentievermogen en aansloot op de strategieën van de EU voor de sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>verzoekt de Commissie en de Raad van Bewind van de EIB onverwijld een diepgaand intern onderzoek in te stellen om de financiële schade, de redenen voor en de context van de mislukking van dit vlaggenschipproject te achterhalen en lering te trekken uit deze ervaring om te voorkomen dat een soortgelijke situatie zich opnieuw voordoet of om de vroegtijdige opsporing ervan mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>blijft erbij dat de grootste toegevoegde waarde van EU-steun ligt in het stimuleren van investeringen met een hoger risico in innovatieve projecten, het opschalen van strategische EU-doelstellingen en het mogelijk maken van overgangsprojecten op lange termijn die geen financiering uit de particuliere sector kunnen krijgen; is van mening dat het InvestEU-programma, om zijn doelstellingen op het gebied van innovatie en concurrentievermogen effectief te kunnen nastreven, gericht moet zijn op de financiering van opgeschaalde investeringen met een hoger risico en dat de EIB-groep moet deelnemen aan meer en grotere projecten met een hoog risico, waarbij in de eerste plaats en bij voorkeur Europese investeerders moeten worden betrokken en waarbij een meer op risicoabsorptie gerichte inzet van InvestEU-middelen wordt gecombineerd met een gelijkwaardige oriëntatie bij de aanwending van de eigen financiële middelen van de EIB-groep; dringt er bij de EIB op aan striktere voorwaarden in te voeren om te voorkomen dat overheidsfinanciering van de EU wordt gebruikt om ondernemingen te subsidiëren die hun productie naar landen buiten Europa verplaatsen, teneinde ervoor te zorgen dat alle door de EIB gefinancierde projecten bijdragen aan de veerkracht van de Europese industrie op de lange termijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>is zich ervan bewust dat de leden van de Directie van de EIB, voordat zij bij de EIB beginnen aan hun ambtstermijn, die doorgaans twee tot zes jaar duurt, vaak ambtenaren zijn in hun land van herkomst, en dat zij daarom het recht hebben om onder bepaalde voorwaarden gedurende de afkoelingsperiode (die is verlengd tot 24 maanden na afloop van hun ambtstermijn bij de EIB) professionele ontwikkelingsmogelijkheden na te streven; merkt op dat de leden van de Directie wordt gevraagd de Commissie ethiek en compliance op de hoogte te stellen en zo snel mogelijk goedkeuring te vragen voor onderhandelingen over een mogelijk dienstverband;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>staat volledig achter de herhaalde verzoeken van het Parlement om het mechanisme ter voorkoming van belangenconflicten binnen de EIB te versterken en de behandeling van dergelijke gevallen te verbeteren, en om een duidelijkere beschrijving te verschaffen van de voorwaarden waaronder vicepresidenten van de EIB kunnen deelnemen aan besluitvorming over verrichtingen in hun land van herkomst, en dringt erop aan aandacht aan deze kwesties te besteden in een toekomstige herziening van de gedragscode van de Directie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>wijst erop dat de Europese Ombudsman op 31 oktober 2023 in zaak 611/2022/KR heeft geoordeeld dat een voormalige vicepresident financieringsovereenkomsten tussen de EIB en een nationale stimuleringsbank<FOOTNOTE><FIELD>Nationale stimuleringsbanken zijn financiële tussenpersonen tussen de EIB en kleinschalige projecten waarbij gebruik wordt gemaakt van EIB-investeringen.</FIELD></FOOTNOTE> in zijn land van herkomst had goedgekeurd enkele weken voor hij algemeen directeur van die nationale stimuleringsbank werd, ondanks het advies van het hoofd van de afdeling Compliance van de EIB om af te zien van dergelijke handelingen tijdens de benoemingsprocedure; begrijpt dat deze zaak dateert van vóór de inwerkingtreding van de huidige gedragscode van de Directie, die nu specifieke bepalingen bevat over de toekomstige dienstverbanden van haar leden; merkt op dat de EIB zich er bij de toekomstige herziening van de regels die van toepassing zijn op haar Commissie ethiek en compliance toe heeft verbonden rekening te houden met de aanbeveling van de Europese Ombudsman om de besluiten van de Directie openbaar te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>merkt op dat risicobeperkende maatregelen, zoals ringfencing en afkoelingsperioden, de meest gebruikelijke voorzorgsmaatregelen zijn die worden gebruikt bij de behandeling van draaideurzaken, en begrijpt dat dergelijke maatregelen worden uitgevoerd en nageleefd door de leden van de Directie, met inbegrip van de personen over wie onlangs in de media werd bericht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>deelt het standpunt van de Europese Ombudsman dat de rol van de Commissie ethiek en compliance van de EIB moet worden versterkt als het gaat om het toezicht op de beoogde nieuwe banen van leden van de Directie en dat de Commissie ethiek en compliance risicobeperkende maatregelen moet kunnen opleggen en handhaven; begrijpt dat de Commissie ethiek en compliance de afgelopen jaren een prominentere rol is gaan spelen en dat intern wordt besproken hoe zij doeltreffender te werk kan gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>verzoekt de Bank om de deelname van Europese ondernemingen aan aanbestedingsprocedures voor door de EIB gefinancierde projecten te bevorderen; moedigt de Bank aan kredietnemers te adviseren prioriteit te geven aan Europese ondernemingen teneinde het Europese concurrentievermogen te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>vraagt de EIB nogmaals te zorgen voor een passende geografische vertegenwoordiging, ook op het niveau van het middenkader en het hoger management, en verzoekt haar een jaarlijkse uitsplitsing naar gender en nationaliteit voor het midden- en topkader te publiceren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Controle, transparantie en toezicht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>betreurt het ten zeerste dat de Europese Rekenkamer (ERK) nog steeds geen volledige toegang heeft tot alle gegevens over de verrichtingen van de EIB; erkent dat niet alle activiteiten van de EIB rechtstreeks door de EU worden gefinancierd en dat daarom niet alle activiteiten automatisch toegankelijk zijn voor de ERK; dringt erop aan dat de ERK toegang moet hebben tot alle informatie die nodig is om alle EIB-verrichtingen waarmee EU-middelen zijn gemoeid, ook door financiële tussenpersonen uitgevoerde verrichtingen, met als doel EU-beleid uit te voeren, volledig en uitputtend te kunnen beoordelen; roept de ERK op om alle verrichtingen waarbij de EU-begroting op enigerlei wijze is betrokken, zo goed mogelijk te controleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>merkt op dat de belangrijkste relevante controletaken zijn toevertrouwd aan het Comité ter controle van de boekhouding van de EIB, een volledig onafhankelijk orgaan; is van mening dat de deelname van gekwalificeerde externe vertegenwoordigers aan specifieke taken van het Comité ter controle van de boekhouding de objectiviteit van de analyses van dat Comité zou kunnen vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>merkt op dat het transparantiebeleid van de EIB een compromis vormt tussen het beginsel van openheid en de noodzaak om gevoelige informatie te beschermen; merkt op dat in het beleid wordt aangegeven welke informatie wanneer proactief moet worden gepubliceerd (zo moeten projectsamenvattingen ten minste drie weken voordat de financiering van het project ter goedkeuring aan de Raad van Bewind van de EIB wordt voorgelegd worden gepubliceerd) en dat in het beleid ook de relevante uitzonderingen worden beschreven; dringt erop aan dat deze samenvattingen zinvolle informatie voor belanghebbenden moeten bevatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>merkt op dat in 2023 449 projecten werden goedgekeurd door de Raad van Bewind van de EIB en dat bijna alle (94 %) projectsamenvattingen werden gepubliceerd, in de meeste gevallen (57 %) voorafgaand aan de goedkeuring; merkt op dat alle EIB-verrichtingen die worden uitgevoerd via financiële tussenpersonen op de website van de EIB worden gepubliceerd en dat de EIB op verzoek gedetailleerde informatie verstrekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>wijst erop dat alle documenten van de EIB voor het publiek toegankelijk zijn in overeenstemming met de aanname ten gunste van openbaarmaking; benadrukt dat alle aanvragers vooraf moeten worden geïnformeerd over de toegang van het publiek tot documenten en dat weigeringen uitsluitend gebaseerd mogen zijn op gespecificeerde uitzonderingen; benadrukt dat de EIB moet overwegen tijdig informatie te publiceren over de motivering van en context voor projecten alsook uitleg over hun afstemming op en bijdrage aan de beleidsdoelstellingen van de EU; dringt er bij de EIB op aan de auditresultaten van haar grootste financiële verrichtingen systematisch te publiceren ter waarborging van een onafhankelijke controle van haar risicobeheer en effectbeoordelingen; verwacht dat de EIB de niet-openbaarmaking beperkt tot de toepasselijke uitzonderingen waarin voorzien is in Verordening (EG) nr. 1049/2001<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2001 inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie (PB L 145 van 31.5.2001, blz. 43, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2001/1049/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en Verordening (EG) nr. 1367/2006<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1367/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 6 september 2006 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Verdrag van Aarhus betreffende toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden op de communautaire instellingen en organen (PB L 264 van 25.9.2006, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2006/1367/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; dringt aan op de volledige uitvoering van de aanbevelingen van de Ombudsman die zijn gedaan naar aanleiding van zijn onderzoeken naar het openbaarmakingsbeleid van de EIB en de daarmee verband houdende verzoeken om toegang tot documenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P>herinnert eraan dat op alle ontvangers van EU-financiering een algemene verplichting rust om de herkomst ervan te erkennen en de zichtbaarheid van alle ontvangen EU-financiering te waarborgen; verzoekt de EIB-groep erop toe te zien dat de eindontvangers voldoen aan de zichtbaarheidscriteria voor de financiële steun van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>107.</NO.P>wijst erop dat de Bank eraan werkt om de tijd te verkorten die nodig is vanaf het ontwerp van een product tot de beschikbaarheid ervan op de markt (doorlooptijd), door haar projectcycli volledig te digitaliseren; dringt erop aan dat de Bank haar inspanningen voor de digitalisering van haar activiteiten opvoert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>108.</NO.P>verzoekt de EIB nogmaals haar beleid ter bestrijding van belastingfraude, -ontduiking en -ontwijking te versterken en volledig uit te voeren, onder meer door geen financiering te verstrekken aan begunstigden en financiële tussenpersonen die aantoonbaar betrokken zijn geweest bij dergelijke praktijken of een hoog risico lopen erbij betrokken te raken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>109.</NO.P>herhaalt dat de goedkeuring van een memorandum van samenwerking tussen het Parlement en de EIB een meer gestructureerde dialoog zou bevorderen; prijst in dit verband de ongekende samenwerking van de EIB met het Parlement bij de voorbereiding van deze resolutie en merkt op dat dit een concrete uiting van openheid en transparantie is;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Follow-up van de aanbevelingen van het Parlement</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>110.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">dringt er bij de EIB op aan verslag te blijven uitbrengen over de stand van zaken met betrekking tot de eerdere aanbevelingen van het Parlement, met name ten aanzien van de bereikte resultaten en de impact van de maatregelen die zijn genomen om haar prioriteiten en het EU-beleid uit te voeren, vooral met betrekking tot:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de effecten (economisch, ecologisch en sociaal) van haar investeringsstrategie en de bereikte resultaten als het erom gaat bij te dragen tot de evenwichtige en ongestoorde ontwikkeling van de interne markt in het belang van de Unie;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>maatregelen die zijn genomen om belangenconflicten, fraude, corruptie en andere mogelijke vormen van wangedrag beter te voorkomen en te bestrijden;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>nieuwe maatregelen om de transparantie te versterken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>maatregelen ter versterking van de steun voor kmo’s en in aanmerking komende marktdeelnemers in het kader van de uitvoering van EU-beleid;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>de follow-up van de oproepen en verzoeken die in deze resolutie zijn geformuleerd;</ITEM></LIST></P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>111.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie en verzoekt de Raad en de Raad van Bewind van de EIB een debat te houden over de hierin gepresenteerde standpunten van het Parlement.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>