<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0080</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2023: Algemene begroting van de EU – Hof van Justitie van de Europese Unie</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0050/2025 - Rapporteur: Cristian Terheş)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023, afdeling IV – Hof van Justitie van de Europese Unie (2024/2022(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB L 58 van 23.2.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2023/1/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023 (COM(2024)0272 – C10‑0070/2024)<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5462, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5462/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarlijks activiteitenverslag 2023 van het Hof van Justitie van de Europese Unie en zijn jaarlijks verslag over het begrotings- en financieel beheer 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5882, 9.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5882/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de betrouwbaarheidsverklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, opgesteld overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509 van 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 266, 267 en 268,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0050/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de griffier van het Hof van Justitie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Hof van Justitie van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Raad, de Commissie, de Europese Ombudsman, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 7 mei 2025 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023, afdeling IV – Hof van Justitie van de Europese Unie (2024/2022(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023, afdeling IV – Hof van Justitie van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie juridische zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0050/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure wenst te benadrukken dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie verder te versterken door de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren en door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) de rechterlijke instelling van de Unie is die tot taak heeft de eerbiediging van het recht van de Unie te verzekeren door toe te zien op de eenvormige uitlegging en toepassing van de Verdragen en te zorgen voor de rechtmatigheid van de handelingen die zijn vastgesteld door de instellingen, organen, en instanties van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het HvJ-EU bijdraagt aan de instandhouding van de waarden van de Unie en door middel van zijn rechtspraak werkt aan de opbouw van Europa;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het HvJ-EU bestaat uit twee rechterlijke instanties: het Hof van Justitie en het Gerecht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het Parlement en de Raad Protocol nr. 3 betreffende het statuut van het HvJ-EU (het “Statuut”)<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU, Euratom) 2024/2019 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot wijziging van Protocol nr. 3 betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Unie, PB L, 2024/2019, 12.8.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2019/oj.</FIELD></FOOTNOTE> in 2024 hebben gewijzigd, in die zin dat prejudiciële beslissingen op specifieke gebieden naar de bevoegdheid van het Gerecht worden overgedragen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van het HvJ-EU onder rubriek 7, “Europees openbaar bestuur”, van het MFK valt, die in 2023 in totaal 12,3 miljard EUR bedroeg (goed voor 6,4 % van de totale begroting van de Unie); stelt vast dat de begroting van het HvJ-EU van ongeveer 0,5 miljard EUR ongeveer 3,9 % bedraagt van de totale administratieve uitgaven van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er nota van dat de Europese Rekenkamer (de “Rekenkamer”) in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2023 (het “verslag van de Rekenkamer”) onder de rubriek “Europees openbaar bestuur” steekproefsgewijs 70 verrichtingen heeft onderzocht, en dat dit er tien meer zijn dan in 2022; in het verslag merkt de Rekenkamer voorts op dat onder de administratieve uitgaven de uitgaven voor personele middelen vallen, met inbegrip van uitgaven voor pensioenen, die in 2023 goed waren voor ongeveer 70 % van de totale administratieve uitgaven, alsook uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energieverbruik, communicatie en informatietechnologie (IT), en dat uit haar werkzaamheden door de jaren heen blijkt dat deze uitgaven over het algemeen een laag risico vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat 21 van de 70 verrichtingen (30 %) fouten vertoonden, maar dat de Rekenkamer op basis van de vijf door haar gekwantificeerde fouten schat dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst erop dat in het verslag van de Rekenkamer geen specifieke kwesties met betrekking tot het HvJ-EU zijn opgemerkt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>stelt vast dat de begroting voor het HvJ-EU in 2023 486 025 796 EUR bedroeg, een stijging van 3,9 % ten opzichte van 2022; merkt op dat deze stijging voornamelijk verband hield met de voor 2023 verwachte salarisaanpassingen; benadrukt dat de begroting van het HvJ-EU hoofdzakelijk administratieve kosten dekt, aangezien circa 75 % van de kredieten betrekking heeft op uitgaven voor de leden van het Hof en het personeel, en de rest nagenoeg volledig wordt besteed aan gebouwen en informatietechnologie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>constateert dat het totale uitvoeringspercentage van de begroting per eind 2023 97,72 % bedroeg; merkt op dat overeenkomstig artikel 29 van het Financieel Reglement vijf overschrijvingen bij de begrotingsautoriteit zijn ingediend ter versterking van de begrotingsonderdelen “Energieverbruik”, “Aankoop van, werkzaamheden aan en onderhoud van hard- en software en daarmee verband houdende werkzaamheden” en “Gebouwen” uit andere begrotingsonderdelen, voornamelijk het begrotingsonderdeel “Salarissen, toelagen en vergoedingen” van het personeel; merkt op dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne is blijven zorgen voor een grotere druk op de begroting van het HvJ-EU, onder meer door stijgende inflatie en salarisaanpassingen en door een sterke stijging van de energiekosten en de kosten van bepaalde goederen en diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de gedelegeerde ordonnateur heeft verklaard dat de toegewezen middelen voor het beoogde doel en in overeenstemming met het beginsel van goed financieel beheer zijn aangewend en dat de ingevoerde controleprocedures de nodige garanties bieden met betrekking tot de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat de gemiddelde betalingstermijn 23,1 dagen bedroeg in 2023, tegenover 24,32 dagen in 2022; verzoekt het HvJ-EU zich te blijven inspannen om de betalingstermijn te verkorten, met name gezien het feit dat 81 % van de facturen in 2023 elektronisch werd ontvangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat de begroting voor dienstreizen van het HvJ-EU, die 638 000 EUR voor zowel het personeel als de leden bedroeg in 2023, met 3,3 % is gedaald ten opzichte van 2022; stelt vast dat 85,1 % van de kredieten voor dienstreizen werd gebruikt in 2023, tegenover 46,6 % in 2022 als gevolg van de aanhoudende reisbeperkingen die toentertijd van toepassing waren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>neemt kennis van de belangrijke stappen die het HvJ-EU in 2023 heeft gezet in de richting van zijn justitiële hervorming, die heeft geleid tot de gedeeltelijke overdracht van de bevoegdheid inzake prejudiciële beslissingen van het Hof van Justitie naar het Gerecht; merkt op dat eind 2023 een politiek akkoord met het Parlement en de Raad is bereikt met het oog op de wijziging van het Statuut en met het oog op een betere werking van het HvJ-EU tegen de achtergrond van een gestage toename van de werklast en de complexiteit en gevoeligheid van de voorgelegde vragen; neemt er nota van dat, na de goedkeuring van de hervorming in 2024, gedetailleerde regels en procedures zijn vastgesteld om de hervorming te voltooien en de uitvoering van het nieuwe regelgevingskader vanaf 1 oktober 2024 mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>stelt vast dat het Hof van Justitie in 2023 uitspraak heeft gedaan over vijf zaken met betrekking tot het beginsel van voorrang in het kader van vier prejudiciële beslissingen waarom werd gevraagd door rechterlijke instanties uit Duitsland, Ierland, Polen en Roemenië, alsook over één inbreukprocedure betreffende Polen; beklemtoont het fundamentele belang van het beginsel van voorrang van het Unierecht, dat de uniforme uitlegging en toepassing van het Unierecht in alle lidstaten waarborgt en de rechtsstaat als kernwaarde van de Unie vrijwaart; bevestigt eens te meer met klem dat het beginsel van voorrang van het Unierecht de hoeksteen van de rechtsorde van de Unie is en benadrukt de centrale rol van het HvJ-EU bij de handhaving van de rechtsstaat in de hele Unie; neemt er voorts nota van dat het Gerecht uitspraak heeft gedaan in zes zaken met betrekking tot maatregelen ter bescherming van de Uniebegroting tegen schendingen van de beginselen van de rechtsstaat door de Hongaarse regering, die bepaalde kernwaarden van de Unie systematisch ondermijnt; verzoekt de Commissie met nadruk robuuste handhavingsmaatregelen te nemen tegen elke lidstaat die het bindende karakter van de uitspraken van het HvJ-EU in twijfel trekt of terzijde schuift; benadrukt dat in zaken die verband houden met onderzoek naar de Uniebegroting de beginselen van een eerlijke rechtsbedeling en de grondrechten door alle bevoegde autoriteiten volledig moeten worden geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat artikel 4, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie het volgende bepaalt: “De Unie eerbiedigt de gelijkheid van de lidstaten voor de Verdragen, alsmede hun nationale identiteit die besloten ligt in hun politieke en constitutionele basisstructuren, waaronder die voor regionaal en lokaal zelfbestuur. Zij eerbiedigt de essentiële staatsfuncties [...]”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>veroordeelt alle nationale maatregelen of wetgevingsacties die erop gericht zijn de codificatie en handhaving van uitspraken van het HvJ-EU te ondermijnen; dringt aan op de instelling van een formeel monitoringmechanisme om de naleving door de lidstaten van de uitspraken van het HvJ-EU te volgen, en beveelt aan naleving te koppelen aan de uitbetaling van EU-financiering in het kader van conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>merkt op dat bij het Hof van Justitie 821 nieuwe zaken aanhangig zijn gemaakt in 2023, tegenover 806 in 2022, waarvan 63 % verzoeken om een prejudiciële beslissing en 28,6 % hogere voorzieningen tegen beslissingen van het Gerecht; stelt vast dat het aantal zaken bij het Gerecht aanzienlijk is toegenomen met 1 271 nieuwe zaken in 2023 ten opzichte van 904 in 2022, met inbegrip van een uitzonderlijke reeks van 404 gevoegde zaken die in oktober 2023 zijn ingediend; neemt er voorts nota van dat in 2023 bij het Gerecht 37 % van de nieuwe zaken, met inbegrip van de reeks van 404 gevoegde zaken, betrekking had op beroepen in verband met institutioneel recht, 24,3 % op beroepen in verband met intellectuele eigendom en 6 % op geschillen tussen instellingen van de Unie en hun personeel; neemt kennis van het feit dat het totale aantal aanhangige zaken onveranderd blijft in vergelijking met voorgaande jaren: als bovengenoemde 404 zaken als één zaak worden beschouwd, waren er eind 2023 2 587 zaken aanhangig, vergeleken met 2 585 eind 2022 en 2 541 eind 2021;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat het Hof van Justitie 783 zaken heeft afgerond in 2023, tegenover 808 in 2022, en dat het Gerecht 904 zaken heeft afgerond in 2023, tegenover 858 in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>stelt verheugd vast dat de gemiddelde duur van de procedures voor de afdoening van zaken bij het Hof van Justitie is gedaald, van 16,4 maanden in 2022 naar 16,1 maanden in 2023; merkt op dat de gemiddelde duur voor de afdoening van zaken bij het Gerecht 18,2 maanden bedroeg, tegenover 16,2 maanden in 2022, wat volgens het Gerecht te wijten was aan de aard en de daarmee samenhangende complexiteit van de in 2023 afgehandelde procedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat er sprake is van een daling van de gemiddelde duur voor de afhandeling van rechtstreekse beroepen bij het Hof van Justitie (van 23,5 maanden in 2022 naar 20,8 maanden in 2023) en van verzoeken om een prejudiciële beslissing (van 17,3 maanden naar 16,8 maanden); merkt op dat, wat de rechtszaken voor het Hof van Justitie betreft, het aantal rechtstreekse beroepen aanzienlijk is toegenomen, met name op het gebied van milieu, en dat de in 2023 aan het Hof van Justitie voorgelegde prejudiciële vragen voornamelijk betrekking hadden op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, gevolgd door belastingen, consumentenbescherming en vervoer; merkt op dat, wat de rechtszaken voor het Gerecht betreft, het aantal zaken op het gebied van intellectuele eigendom en economisch en monetair beleid, met inbegrip van het bankwezen, is toegenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>neemt met voldoening kennis van het hoge gebruikspercentage van e-Curia in 2023 en stelt vast dat er 10 502 e-Curia-accounts zijn geregistreerd: 94 % van de documenten bij het Gerecht werden via e-Curia ingediend, evenveel als in 2022, terwijl het gebruik van e-Curia bij het Hof van Justitie is gestegen van 87 % in 2022 tot ongeveer 89 %;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>waardeert het dat er vooruitgang is geboekt bij het digitaliseren van het gerechtelijk archief om documenten te bewaren voor toekomstige raadplegingen en om de toegang ertoe voor onderzoekers en het publiek te vergemakkelijken via een digitaal portaal;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>is ingenomen met de door het HvJ-EU ontwikkelde prestatiegerichte aanpak, die het HvJ-EU in staat stelt beslissingen te nemen op basis van de resultaten van prestaties en de mate waarin het zijn doelstellingen heeft bereikt, gemeten aan de hand van een reeks werklast- en operationele indicatoren; stelt vast dat de door het HvJ-EU gebruikte kernprestatie-indicatoren een breed scala aan specifieke gebieden bestrijken ter ondersteuning van de vijf beheersdoelstellingen met betrekking tot de goede werking van het HvJ-EU, digitalisering en opkomende technologieën, openheid en transparantie, meertaligheid en personeelsbeheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat het internecontrolekader van het HvJ-EU in 2022-2023 aan een grondige evaluatie is onderworpen, die de deugdelijkheid ervan heeft bevestigd; neemt er nota van dat in het kader van die evaluatie de financiële controlecircuits zijn aangepast om de controles efficiënter te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat de belangrijkste interne controles die in 2023 werden uitgevoerd betrekking hadden op de uitgaven die het HvJ-EU heeft gedaan ten behoeve van de schoonmaak van gebouwen, de doeltreffendheid van het internecontrolesysteem om de IT-middelen van het HvJ-EU te beschermen en de procedures voor de personeelsselectie; stelt vast dat bij een interne audit ook een studie is uitgevoerd naar het gebruik van artificiële intelligentie op het gebied van justitie met betrekking tot de uitvoering van een “strategie voor de integratie van hulpmiddelen op basis van artificiële intelligentie in de werking van het HvJ-EU”; merkt op dat de diensten van het HvJ-EU in veel gevallen maatregelen hebben genomen om de aanbevelingen van de interne audit op te volgen voordat de interne audit formeel was afgerond, en dat deze maatregelen door de interne auditor bevredigend werden geacht;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>stelt vast dat het HvJ-EU 1340 ambtenaren (58 %), 765 tijdelijke functionarissen (33 %) in het kader van artikel 2, punt a), artikel 2, punt b), en artikel 2, punt c), van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de EU, en 198 arbeidscontractanten (9 %) in dienst had eind 2023; merkt op dat de bezettingsgraad van de personeelsformatie 97,11 % bedroeg eind 2023; neemt er tevens nota van dat in 2023 het jaarlijkse personeelsverloop 7,8 % bedroeg, wat met name te wijten was aan het feit dat 20 % van die mensen het HvJ-EU verliet door met pensioen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>merkt op dat het Hof van Justitie uit 27 rechters en 11 advocaten-generaal bestaat en dat er in 2023 geen nieuwe rechters of advocaten-generaal in functie zijn getreden; neemt er nota van dat het Gerecht uit 54 rechters bestaat en dat er in 2023 twee nieuwe rechters, een vrouw en een man, in functie zijn getreden; stelt tevens vast dat in 2023 een nieuwe griffier voor het Gerecht is gekozen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is ingenomen met de gedetailleerde antwoorden die het HvJ-EU in het kader van de huidige kwijtingsprocedure heeft verstrekt op de vragenlijst van de Commissie begrotingscontrole van het Parlement, met name wat de personeelsverdeling aan het einde van 2023 betreft; merkt op dat de gendersamenstelling van het Hof van Justitie en het Gerecht nog steeds zeer onevenwichtig is; spreekt zijn waardering uit voor de brief van de president van het Gerecht aan de voorzitter van de Conferentie van vertegenwoordigers van de lidstaten uit 2024, waarin de lidstaten worden opgeroepen om bij het voordragen van kandidaten voor de vervanging van rechters en advocaten-generaal rekening te houden met het belang van genderevenwicht; verzoekt de lidstaten bij het voordragen van kandidaten ter vervanging van rechters rekening te houden met de noodzaak van genderevenwicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>neemt er nota van dat van de 2 303 ambtenaren en personeelsleden die eind 2023 in dienst waren, 61 % vrouwen zijn; is verheugd dat het percentage vrouwen in administratieve functies 55 % bedraagt, en in het bijzonder dat het percentage vrouwen in leidinggevende functies is gestegen tot 43 %, tegenover 40 % in 2021 en 2022, wat een bevestiging is van de opwaartse trend sinds 2018 (41 % in 2020, 39 % in 2019 en 37,5 % in 2018); stelt evenwel vast dat de vertegenwoordiging van vrouwen het hoogst was in de rangen van assistenten, en het laagst in hogere managementfuncties; verzoekt het HvJ-EU te zorgen voor een grotere vertegenwoordiging van vrouwen in hogere managementfuncties en verdere maatregelen te nemen om genderevenwicht op alle niveaus te bevorderen; is ingenomen met de inspanningen van het HvJ-EU ter bevordering van gelijkheid, inclusie en diversiteit, met name in de aanwervingsfase;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt het HvJ-EU een jaarlijks gender- en diversiteitsverslag te publiceren om transparantie te bieden over gendervertegenwoordiging op alle niveaus van de instelling, met inbegrip van rechters, advocaten-generaal en administratief personeel, en om concrete maatregelen te treffen om de genderpariteit in hogere functies te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is verheugd over het feit dat alle nationaliteiten van de Unie vertegenwoordigd zijn bij het personeel van het HvJ-EU, maar stelt vast dat bepaalde nationaliteiten meer vertegenwoordigd zijn dan andere; stelt tevreden vast dat het HvJ-EU in 2023 zijn inspanningen heeft voortgezet om een beter geografisch evenwicht onder zijn personeel te bevorderen, met name door de zichtbaarheid en aantrekkelijkheid van zijn vacatures te vergroten, gunstigere arbeidsvoorwaarden te creëren en aan te bieden met als doel tijdelijke functionarissen uit bepaalde minder vertegenwoordigde lidstaten aan te trekken, en door breed te communiceren met uiteenlopende doelgroepen over de arbeidskansen bij het HvJ-EU; neemt er nota van dat aanzienlijke inspanningen zijn geleverd om tal van getalenteerde jongeren uit verschillende lidstaten aan te trekken via het stageprogramma van het HvJ-EU; verzoekt het HvJ-EU te onderzoeken of stagiairs uit alle lidstaten evenredig vertegenwoordigd zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>dringt er bij het HvJ-EU op aan een meertalige werkomgeving te bevorderen vanuit de erkenning dat dit potentieel biedt om de eerlijke verdeling van nationaliteiten onder zijn personeel te verbeteren; verzoekt alle EU-instellingen het beginsel van meertaligheid te eerbiedigen en te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>is ingenomen met het werk dat in de interinstitutionele groep op hoog niveau is verricht om Luxemburg als werkplek aantrekkelijker te maken voor personeel; verzoekt het HvJ-EU de samenwerking met andere in Luxemburg gevestigde instellingen in het kader van verschillende initiatieven te handhaven en te versterken; merkt met waardering op dat de begrotingsautoriteit voor het begrotingsjaar 2025 de nodige kredieten heeft goedgekeurd om de toekenning van een huisvestingstoelage aan personeel in lagere rangen mogelijk te maken, zoals aanbevolen door de interinstitutionele groep op hoog niveau; verzoekt het Parlement op de hoogte te houden van de voortgang van dergelijke initiatieven die erop gericht zijn Luxemburg aantrekkelijker te maken als werkplek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>neemt er nota van dat het HvJ-EU in 2023 verschillende initiatieven heeft genomen om het lichamelijk en geestelijk welzijn van het personeel te bevorderen door middel van gespecialiseerde workshops en bewustmakingsactiviteiten; merkt op dat de regeling voor telewerken, die op 1 mei 2022 in werking is getreden, positief werd beoordeeld door de managers, waarvan 92 % meldde dat de productiviteit van het personeel dat telewerk verricht gelijkwaardig of beter was dan vóór het bestaan van de telewerkregeling; stelt vast dat het HvJ-EU, met het oog op een beter evenwicht tussen werk en privéleven, in 2023 de mogelijkheid voor zijn personeel om tot 10 dagen per jaar van buiten de standplaats te telewerken heeft verlengd, met name tijdens gerechtelijke vakanties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is ingenomen met de lopende bewustmakings-, voorlichtings- en opleidingscampagnes ter bevordering van inclusie, wederzijds respect, samenwerking en ondersteuning voor personen met een handicap en hun begeleiders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>merkt op dat het aantal dagen ziekteverlof 20 198 bedroeg in 2023, wat neerkomt op een daling van 14,78 % ten opzichte van 2022; stelt met bezorgdheid vast dat de medische dienst in 2023 melding heeft gemaakt van 11 gevallen van burn-out; stelt tevreden vast dat het HvJ-EU een grondige analyse van diagnostische verslagen heeft verricht om gevallen van professionele burn-out in kaart te brengen en heeft ingezet op preventieve maatregelen, met name de versterking van zijn team van medisch en maatschappelijk werkers, de preventie van psychosociale risico’s op de werkplek, en de invoering van bewustmakingsactiviteiten voor managers over het recht om offline te zijn en de risico’s van bovenmatig presteren; spoort het HvJ-EU aan op dit vlak de vinger aan de pols te houden om verdere gevallen van burn-out te voorkomen en het Parlement op de hoogte te houden van de maatregelen die in dit verband worden genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>merkt op dat in 2023 een administratief onderzoek is gestart naar een vermeend geval van seksuele intimidatie met betrekking tot een personeelslid, en dat deze zaak in 2024 is afgesloten met een sanctie; merkt bezorgd op dat er in 2023 ook een procedure voor bijstand werd ingediend inzake vermeende intimidatie waarbij een rechter betrokken zou zijn, maar dat er in die zaak geen intimidatie is vastgesteld; merkt op dat een interdepartementale werkgroep, die in maart 2023 is opgericht, en dus vooruitloopt op de ratificatie van het Verdrag van de Raad van Europa inzake de voorkoming en bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld, de regels en procedures heeft onderzocht die in het HvJ-EU van kracht zijn om intimidatie te voorkomen en een aantal aanbevelingen heeft gedaan om deze regels en procedures te verbeteren; moedigt het HvJ-EU aan om de kwestie nauwlettend te volgen en te blijven tonen dat er geen tolerantie is voor intimidatie op de werkplek door verplichte opleidingen in te voeren over onbewuste vooroordelen en ethische normen voor alle rechters en hoge ambtenaren om machtsmisbruik te voorkomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ethisch kader</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>merkt met tevredenheid op dat, zoals gevraagd in eerdere kwijtingsaanbevelingen, de nieuwe gedragscode betreffende de rechten en verplichtingen van ambtenaren en andere personeelsleden van het HvJ-EU, waarin de waarden en de inzet van het HvJ-EU voor ethiek tot uiting komen, in 2023 is opgesteld en in maart 2024 is aangenomen; stelt vast dat de gedragscode bepalingen bevat over belangenconflicten, loyaliteitsplicht, geheimhoudingsplicht en zwijgplicht, externe activiteiten, beroepsactiviteiten na beëindiging van de dienst en publicaties, en ook van toepassing is op gedetacheerde nationale deskundigen en stagiair-rechters in het kader van het Europees netwerk voor justitiële opleiding; neemt er nota van dat in 2023 bewustmakingsactiviteiten en vernieuwde opleidingen over de gedragscode zijn georganiseerd voor personeel en managers, met bijzondere aandacht voor nieuwkomers; dringt erop aan dat alle personeelsleden op regelmatige basis een verplichte opleiding krijgen en vraagt dat het Parlement op de hoogte wordt gehouden van de uitvoering van de gedragscode;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat, voordat de gedragscode in werking trad, twee potentiële gevallen van belangenconflicten werden gemeld en behandeld overeenkomstig de geldende procedures, met als doel ervoor te zorgen dat de desbetreffende nieuwe personeelsleden niet betrokken zouden raken bij het beheer van dossiers die zij uit een vorige baan kenden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>stelt vast dat, volgend op de aanneming van de gedragscode voor leden en voormalige leden van het HvJ-EU, de belangenverklaring van de leden online is gepubliceerd om mogelijke belangenconflicten bij de behandeling van zaken te voorkomen; neemt er nota van dat het HvJ-EU zijn interne regels op dit gebied voortdurend herevalueert met het oog op het actualiseren ervan en het waarborgen van de hoogst mogelijke standaarden op het gebied van ethisch gedrag; verzoekt het HvJ-EU een onafhankelijke ethische commissie op te richten om toe te zien op de naleving van de gedragscode en mogelijke inbreuken te onderzoeken; dringt aan op een verplichte jaarlijkse opleiding over ethiek voor al het personeel van het HvJ-EU, met inbegrip van rechters en advocaten-generaal, om de integriteit van het HvJ-EU te waarborgen; verzoekt het HvJ-EU het Parlement in kennis te stellen van de resultaten van eventuele verdere beoordelingen van de doeltreffendheid van die maatregel ter voorkoming van belangenconflicten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>is ingenomen met de publicatie van de belangenverklaringen van de leden van het HvJ-EU, maar dringt aan op de invoering van een standaardscreeningprocedure voorafgaand aan benoeming om potentiële belangenconflicten in een vroeg stadium vast te stellen en te beperken; dringt er bij de Raad op aan om voor de lidstaten transparante richtsnoeren op te stellen voor de voordracht van kandidaten voor gerechtelijke functies bij het HvJ-EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>dringt er bij het HvJ-EU op aan een beleid van verplichte wraking van rechters in te voeren wanneer in een zaak procespartijen voor het HvJ-EU verschijnen met wie zij in het verleden professionele banden hebben gehad; dringt aan op een strengere screening van belangenconflicten voor rechters en personeel in hogere rangen, met inbegrip van regelmatige actualiseringen van de vereisten inzake financiële openbaarmaking; dringt aan op de publicatie van besluiten tot wraking in real time voor zaken waarbij rechters verklaren dat er sprake is van een belangenconflict, zodat wordt gezorgd voor meer transparantie in de gerechtelijke procedure en het vertrouwen van het publiek in de onpartijdigheid en integriteit van het HvJ-EU wordt versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>merkt op dat alle leden van het HvJ-EU in 2023 verblijf hielden te Luxemburg, in overeenstemming met artikel 14 van het Statuut;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>neemt er nota van dat de lijst van externe activiteiten van de leden van zowel het Hof van Justitie als het Gerecht sinds 2018 op de website van het HvJ-EU is gepubliceerd; neemt er voorts nota van dat de lijst moeilijk leesbaar is voor het grote publiek en beveelt aan de lijst te herwerken om ze duidelijker en informatiever te maken; stelt vast dat voorafgaande toestemming van de algemene vergadering van het Hof van Justitie of van de plenaire conferentie van het Gerecht alleen wordt verleend wanneer de externe activiteit verenigbaar is met de vereisten van de gedragscode en met de verplichtingen van de leden om beschikbaar te zijn voor gerechtelijke activiteiten; verzoekt het HvJ-EU de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van ieder initiatief om de leesbaarheid van de informatie met betrekking tot externe activiteiten te verbeteren, in overeenstemming met eerdere kwijtingsaanbevelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>merkt op dat in de regels inzake reizen, dienstreizen en het gebruik van bestuurders en auto’s van de leden, zoals bijgewerkt in 2021, is bepaald dat alleen de exploitatiekosten die voortvloeien uit het autogebruik voor doeleinden in verband met de uitvoering van een dienstreisopdracht of de uitoefening van het mandaat binnen een straal van 10 000 km door het HvJ-EU worden gedragen; herhaalt zijn standpunt dat het gebruik van het wagenpark buiten de strikte uitvoering van de taken van de leden van het HvJ-EU in geen geval mag plaatsvinden; neemt er nota van dat het HvJ-EU heeft gemeld dat het in gesprek is met andere instellingen om een geharmoniseerde reeks regels voor het gebruik van officiële voertuigen uit te werken, met inachtneming van de autonomie van elke instelling; verzoekt alle instellingen van de Unie tot afspraken te komen over één enkel horizontaal toe te passen systeem, hetgeen minder verwarrend zou zijn en voor meer transparantie en efficiëntie zou zorgen bij het gebruik van overheidsgeld; verzoekt het HvJ-EU het Parlement op de hoogte te houden van alle ontwikkelingen op dit vlak;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>merkt op dat een zaak van OLAF, waarnaar in eerdere kwijtingsresoluties wordt verwezen en die betrekking had op het gedrag van een personeelslid wegens een mogelijke ernstige niet-nakoming van zijn verplichtingen, in 2023 werd afgesloten; neemt er nota van dat het HvJ-EU niet op de hoogte is van nieuwe onderzoeken of aanbevelingen van OLAF in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU in 2023 geen gevallen van fraude, corruptie of misbruik van middelen van de Unie heeft gemeld; stelt vast dat de fraudebestrijdingsstrategie van het HvJ-EU integraal deel uitmaakt van zijn geïntegreerde kader voor interne controle en risicobeheer, met bijzondere aandacht voor de risico’s van ongeoorloofde bekendmaking van informatie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Transparantie en toegang tot de rechter voor burgers</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>is ingenomen met de inzet van het HvJ-EU om de transparantie, de toegang tot de rechter en de openheid ten aanzien van het publiek te verbeteren en zo bij te dragen tot het vergroten van het vertrouwen van de burgers in de instellingen van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU in 2023 de streamingdienst voor hoorzittingen van het Hof van Justitie en het Gerecht op de Curia-website heeft geconsolideerd, waardoor de toegang van burgers tot de gerechtelijke activiteiten van het HvJ-EU wordt vergemakkelijkt; is ingenomen met de verbetering van de structuur, functies en inhoud van de Curia-website; is ingenomen met het feit dat de uitspraken van het Hof van Justitie, de lezing van de conclusies van de advocaten-generaal, de hoorzittingen van de Grote kamer en bepaalde zittingen van kamers met vijf rechters sinds 2023 live worden uitgezonden op de website van Curia; verzoekt het HvJ-EU de transparantie verder te verbeteren door alle hoorzittingen van zowel het Hof van Justitie als het Gerecht op zijn website uit te zenden en permanent online op te slaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het HvJ-EU, volgend op de hervorming van zijn Statuut, memories of schriftelijke opmerkingen zal publiceren die zijn ingediend in het kader van prejudiciële procedures na de beëindiging van dergelijke procedures, behalve in gevallen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen de publicatie van de memorie of opmerking van een persoon; benadrukt dat een dergelijke publicatie de transparantie en de toegang tot de rechter voor burgers zal verbeteren en verzoekt het HvJ-EU alle documenten met betrekking tot een dossier op zijn website te publiceren; verzoekt het HvJ-EU een procedure in te voeren die door eenieder kan worden gebruikt om intern toegang te krijgen tot alle documenten in verband met een zaak;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>merkt op dat het Gerecht in april 2023 en het Hof van Justitie in september 2024 regels inzake het gebruik van videoconferenties hebben vastgesteld, op grond waarvan een partij om het gebruik van videoconferenties kan verzoeken wanneer veiligheids- of andere ernstige redenen de vertegenwoordiger van die partij beletten persoonlijk deel te nemen aan een hoorzitting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>stelt vast dat de regels die zijn vastgesteld in het arrest van het HvJ-EU van 26 november 2019 inzake de toegang van het publiek tot documenten die in het bezit zijn van het HvJ-EU in de uitoefening van zijn administratieve functie, niet van toepassing zijn op gerechtelijke documenten waarvoor de toegang wordt geregeld door het Reglement van het Hof Van Justitie of het Reglement van het Gerecht voor de procesvoering van de rechterlijke instanties; neemt er nota van dat het HvJ-EU 21 verzoeken om toegang van het publiek tot administratieve documenten heeft geregistreerd in 2023, en in 12 gevallen toegang tot administratieve documenten heeft verleend; merkt op dat de Europese Ombudsman in 2023 geen gevallen van wanbeheer door het HvJ-EU heeft vastgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>verzoekt het HvJ-EU het proces voor het vinden van specifieke uitspraken op e-Curia te vereenvoudigen; is ingenomen met de inspanningen om de interface klantvriendelijker en intuïtiever te maken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>stelt vast dat de begrotingsuitgaven in 2023 in vergelijking met 2022 met 10,9 % zijn gestegen voor IT-projecten, met 13 % voor IT-apparatuur, met 59 % voor cyberbeveiligingsprojecten en met 72 % voor cyberbeveiligingsdiensten, -licenties en -apparatuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>merkt op dat de uitvoering van grote digitaliseringsprojecten in het kader van de strategie voor digitale transformatie in 2023 een prioriteit bleef voor het HvJ-EU, zoals de ontwikkeling van het geïntegreerde systeem voor het beheer van rechtszaken (SIGA), de bevordering van het gebruik van de e-Curia-applicatie voor de elektronische indiening en kennisgeving van processtukken, de gebruikmaking van e-handtekening en de invoering van een elektronisch documentregistratie- en beheersysteem HAN/Ares; neemt er nota van dat het HvJ-EU het rendement van investeringen in digitaliseringsprojecten opvolgt wat betreft de kosten en de efficiëntie van de middelen, en verzoekt het HvJ-EU de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van zijn bevindingen op dit gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU, als onderdeel van zijn uitgebreide initiatief om de toegankelijkheid en inclusie van kwetsbare personen te verbeteren, de “toegankelijkheid door ontwerp” -benadering is blijven toepassen bij elke wijziging en ontwikkeling van zijn IT-systemen; neemt er nota van dat het HvJ-EU, na een audit van de Curia-website, is begonnen met het verbeteren van de toegankelijkheid van de site voor een breed scala aan gebruikers, zoals personen met een visuele beperking, gehoorbeperkingen of leerstoornissen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>stelt vast dat het HvJ-EU verschillende projecten op basis van artificiële intelligentie (AI) heeft uitgevoerd, zoals de automatisering van documentenanalyse voor verwijzingen naar de toepasselijke wetgeving, bijstand bij de verificatie van facturen door middel van gerobotiseerde processen en de transcriptie van hoorzittingen, in overeenstemming met zijn nieuwe AI-integratiestrategie die in juni 2023 is vastgesteld; beklemtoont dat het van essentieel belang is dat AI wordt gebruikt op een manier die de onafhankelijkheid, kwaliteit en integriteit van gerechtelijke procedures volledig vrijwaart, waarbij volledig rekening wordt gehouden met ethische kwesties en sprake is van menselijk toezicht, zodat menselijk ingrijpen mogelijk blijft om negatieve gevolgen of risico’s te voorkomen of het systeem stop te zetten als het niet functioneert zoals beoogd; merkt op dat het HvJ-EU in het kader van die strategie een raad van bestuur voor AI heeft opgericht, bestaande uit leden van het Hof van Justitie en het Gerecht, om toezicht te houden op de ethische aspecten van het gebruik van AI binnen het HvJ-EU en duidelijke grenzen vast te stellen voor de toepassing ervan; is ingenomen met de door de raad van bestuur uitgevaardigde richtsnoeren voor het personeel met betrekking tot het gebruik van AI; is verheugd over de bestaande initiatieven om werknemers bij te scholen op het gebied van digitale vaardigheden via het opleidingstraject dat is ontwikkeld in samenwerking met het Interinstitutioneel Comité voor digitale transformatie (ICDT); benadrukt dat de digitalisering van justitie en de invoering van opkomende technologieën zoals AI aanzienlijke voordelen zullen opleveren voor de efficiënte werking van het HvJ-EU; beveelt het HvJ-EU echter aan te anticiperen op de daaraan verbonden cyberbeveiligingsrisico’s en zijn samenwerking met het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging en CERT-EU nog verder te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>merkt op dat de EDPS in 2023 geen vragen had voor het HvJ-EU; stelt vast dat de EDPS in 2023 naar aanleiding van zijn onderzoek naar het gebruik van clouddiensten door Amazon-webdiensten geen specifieke aanbevelingen tot het HvJ-EU heeft gericht; neemt er nota van dat de EDPS in 2023 een besluit heeft gepubliceerd waarin wordt bevestigd dat het gebruik van videoconferentiediensten via de cloud door het HvJ-EU in overeenstemming is met de gegevensbeschermingswetgeving; herhaalt echter zijn bezorgdheid over het gebruik van externe clouddiensten, gezien de toenemende dreigingen in verband met cyberbeveiliging en digitale soevereiniteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>is ingenomen met de vaststelling door het HvJ-EU in 2023 van een cyberroutekaart en met de versterking van zijn operationele capaciteiten op het gebied van cyberbeveiliging om zijn systemen beter te beschermen tegen het toenemende aantal cyberaanvallen; beklemtoont bovendien dat een robuuste cyberbeveiligingsstrategie een essentieel instrument is in de strijd tegen buitenlandse inmenging die erop gericht is de integriteit van de Europese instellingen te ondermijnen; neemt er nota van dat het HvJ-EU verschillende maatregelen heeft genomen om zijn paraatheid op het gebied van cyberbeveiliging en zijn vermogen om te herstellen van beveiligingsincidenten te versterken, onder meer door deel te nemen aan de governance van de interinstitutionele raad voor cyberbeveiliging en middels een combinatie van cyberbeveiligingscontroles en -instrumenten in overeenstemming met de aanbevelingen van CERT-EU; stelt vast dat de begrotingsautoriteit voor het begrotingsjaar 2025 de nodige kredieten voor twee extra posten heeft goedgekeurd om de personeelscapaciteit van het HvJ-EU op het gebied van cyberbeveiliging te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>is ingenomen met de maatregelen die zijn genomen om de technologische infrastructuur van het HvJ-EU te beschermen tegen cyberdreigingen, waaronder cyberbeveiligingsaudits, opleiding van personeel en protocollen voor snelle respons bij incidenten; onderstreept dat de digitalisering van justitie en het gebruik van nieuwe technologieën, zoals artificiële intelligentie, veel voordelen zullen opleveren voor de werking van het HvJ-EU, maar ook risico's met zich meebrengen waarop het HvJ-EU moet anticiperen en waartegen het zich moet beschermen; stelt in dat verband voor dat het HvJ-EU een strategie inzake cyberbeveiliging ontwikkelt en de samenwerking met andere Unie-instellingen versterkt, met name met het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging (Enisa), op het gebied van de preventie van cyberaanvallen, die in Europa exponentieel in aantal en complexiteit toenemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>is ingenomen met het initiatief om fictieve namen toe te kennen aan geanonimiseerde zaken, met behulp van een geautomatiseerde automatische naamgenerator, om persoonsgegevens beter te beschermen en individuele zaken gemakkelijker te kunnen identificeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>stelt met voldoening vast dat de wijzigingen van het Reglement voor de procesvoering van het Gerecht, de gerechtelijke procedures verduidelijken en vereenvoudigen, waaronder de mogelijkheid om gebruik te maken van videoconferenties voor hoorzittingen, elektronische ondertekening van besluiten en de aanwijzing van proefzaken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>merkt op dat er proefprojecten zijn gestart naar aanleiding van het overleg tussen de diensten over het meest efficiënte gebruik van de gebouwen van het HvJ-EU, dat in 2023 werd afgerond; neemt er nota van dat de resultaten van deze projecten, samen met andere factoren, zoals milieu- en begrotingsaspecten, kwaliteit van justitie, welzijn op het werk, inclusie, toegankelijkheid en de aantrekkelijkheid van het HvJ-EU, in aanmerking zullen worden genomen bij het definitieve besluit over het gebruik van de gebouwen van het HvJ-EU; wenst dat het Parlement op de hoogte wordt gehouden van de uitvoering van deze conclusies en van de gevolgen voor de organisatie van de werkomgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU in 2023 zijn uitgebreide initiatief ter verbetering van de toegankelijkheid en inclusie van personen met een handicap heeft voortgezet, met als doel de toegang tot het HvJ-EU, fysiek of virtueel, te waarborgen voor alle personen, deelnemers aan procedures en bezoekers; stelt voorts vast dat het HvJ-EU in 2023 is begonnen met het opstellen van een inventaris van zijn infrastructuur met het oog op de naleving van de nieuwe nationale toegankelijkheidswetgeving vanaf 1 januari 2032; verzoekt het HvJ-EU het Parlement op de hoogte te houden van verdere initiatieven op dit gebied;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>merkt met tevredenheid op dat het HvJ-EU in 2023 zijn energieverbruik en koolstofvoetafdruk aanzienlijk is blijven verminderen ten opzichte van 2015, het basisjaar voor de uitvoering van de strategie van het HvJ-EU voor milieubeheer- en milieuauditsystemen, en wel dankzij energiebesparende maatregelen en de optimalisering van zijn verwarmings-, koelings- en verlichtingsinfrastructuur; stelt vast dat in 2023 het verwarmingsverbruik met 33,5 %, elektriciteitsverbruik met 28,7 %, waterverbruik met 20,1 %, papierverbruik op kantoor met 63 %, kantoor- en kantineafval met 43 % en broeikasgasemissies met 30,2 % is verminderd ten opzichte van 2015; stelt tevreden vast dat het HvJ-EU criteria voor groene overheidsopdrachten heeft gehanteerd bij 10 oproepen tot inschrijving van meer dan 60 000 EUR; is ingenomen met de inzet van het HvJ-EU voor het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS); spoort het HvJ-EU ertoe aan zich te blijven inspannen om zijn milieueffecten te beperken, met een strategie om uiterlijk in 2035 koolstofneutraliteit te bereiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het HvJ-EU verschillende initiatieven heeft genomen om duurzame mobiliteit voor het personeel en de leden te ondersteunen en te vergroten, waaronder subsidies voor openbaar vervoer, subsidies voor een fietsdeelsysteem, verbeterde fietsparkeerfaciliteiten en verbeterde voorzieningen voor hybride en elektrische auto’s;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>is verheugd over de begrotingsbesparingen die zijn gerealiseerd door samenwerking met andere instellingen en met name met de gedeelde toepassingen en hostingdiensten op basis van overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau met de Commissie, alsook met de deelname aan interinstitutionele aanbestedingsprocedures, waardoor het HvJ-EU de kosten en middelen heeft kunnen optimaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van het Europees netwerk voor justitiële opleiding (ENJO) om nationale rechters op te leiden op het gebied van EU-recht; merkt met waardering op dat het HvJ-EU en het ENJO, in overeenstemming met de verklaring van het HvJ-EU getiteld “Ondersteuning van het Europees netwerk voor justitiële opleiding teneinde een duurzame Europese justitiële cultuur vorm te geven”, ernaar hebben gestreefd de diversiteit van langdurige stagiairs in 2023 te vergroten, met als doel hun aantal uiteindelijk te verhogen tot één per lidstaat; stelt vast dat de genomen maatregelen hun succes al hebben bewezen, aangezien het HvJ-EU stagiairs heeft uit een aantal lidstaten die voorheen niet actief aan het programma deelnamen; stelt vast dat er 15 betaalde stageplaatsen werden aangeboden voor de periode 2023-24; verzoekt het HvJ-EU zijn initiatieven voor kennisuitwisseling verder te ontwikkelen, met inbegrip van gezamenlijke databanken voor jurisprudentie en virtuele samenwerkingsplatforms om nationale rechtbanken te ondersteunen bij complexe juridische uitleggingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>benadrukt dat stages gepaard moeten gaan met een vergoeding die voldoet aan de resolutie van het Europees Parlement van 14 juni 2023 betreffende hoogwaardige stages in de EU (2020/2005(INL)), die een oproep inhoudt om alle stages in Europa betaald te maken; stelt tevreden vast dat momenteel alle stagiairs bij het HvJ-EU tijdens hun verblijf een beurs ontvangen, voornamelijk afkomstig van het HvJ-EU en - in sommige specifieke gevallen - van andere bronnen; neemt er nota van dat het HvJ-EU slechts enkele stagiairs (minder dan tien per jaar) aanvaardt die door andere bronnen worden betaald en dit slechts voor een korte periode (gemiddeld twee maanden); stelt tevreden vast dat de administratie van het HvJ-EU in dergelijke gevallen zorgvuldig controleert of deze stagiairs een beurs, toelage of vergoeding voor de stage ontvangen die rechtstreeks door hun werkgever of academische instelling wordt betaald;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>waardeert het dat het HvJ-EU zijn volledige medewerking verleent aan OLAF, de Rekenkamer, de EDPS en de Europese Ombudsman; neemt er nota van dat het HvJ-EU in 2023 is blijven werken aan het behoud van de gevestigde dialoog met nationale rechterlijke instanties, en met name met de grondwettelijke hoven en hoogste rechterlijke instanties, en dat het HvJ-EU een aantal vergaderingen heeft georganiseerd, waaronder de jaarlijkse bijeenkomst van nationale rechters; moedigt nauwere samenwerking tussen het HvJ-EU en nationale rechtbanken aan om de uniforme toepassing van het Unierecht te versterken; beveelt aan een permanent uitwisselingsprogramma op het gebied van justitie op te zetten voor rechters uit de lidstaten om zij aan zij te werken met hun tegenhangers van het HvJ-EU, ter bevordering van beste praktijken bij de uitlegging van EU-recht;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Communicatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>merkt op dat het HvJ-EU in 2023 zijn inspanningen om de burgers van de Unie te bereiken heeft opgevoerd door meer gebruik te maken van sociale media; stelt vast dat het aantal abonnees op de LinkedIn-account van het HvJ-EU eind 2023 met 32 % is toegenomen en dat het aantal volgers op de twee accounts van het HvJ-EU op X (voorheen Twitter) met 9 % is gestegen, terwijl het aantal “views” op zijn YouTube-kanaal met 84,96 % is gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van het HvJ-EU om de strategische communicatie en transparantie over de gerechtelijke activiteiten van het HvJ-EU te verbeteren ten aanzien van de burgers van de Unie, met name door de organisatie van een open dag, het aanbod voor bezoekers, waaronder de speciale virtuele bezoeken waaraan 800 studenten in 2023 hebben deelgenomen, en de herformulering van haar persberichten en onlinepublicaties in een toegankelijke stijl, over zaken die van belang zijn voor de media of die een impact hebben op het leven van burgers.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>