<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0081</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2023: Algemene begroting van de EU – Europese Rekenkamer</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0047/2025 - Rapporteur: Dick Erixon)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023, afdeling V – Rekenkamer (2024/2023(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB L 58 van 23.2.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2023/1/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023 (COM(2024)0272 – C10‑0071/2024)<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5462, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5462/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarlijks activiteitenverslag 2023 van de Rekenkamer en haar verslag over het begrotings- en financieel beheer betreffende het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de EU-begroting betreffende het begrotingsjaar 2023, tezamen met de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5882, 9.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5882/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, opgesteld overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 266, 267 en 268,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0047/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de secretaris-generaal van de Rekenkamer kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 7 mei 2025 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023, afdeling V – Rekenkamer (2024/2023(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023, afdeling V – Rekenkamer,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0047/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure wenst te benadrukken dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van instellingen van de Unie verder te versterken door de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren en door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Europese Rekenkamer (hierna “de Rekenkamer” genoemd) de externe controleur van de Unie is, die tot taak heeft door middel van onafhankelijke, professionele en impactvolle controlewerkzaamheden de zuinigheid, doeltreffendheid, efficiëntie, wettigheid en regelmatigheid van het optreden van de Unie te beoordelen, met als doel de verantwoordingsplicht, de transparantie en het financieel beheer te verbeteren en zo het vertrouwen van de burgers te vergroten en doeltreffend te reageren op de huidige en toekomstige uitdagingen waarmee de Unie wordt geconfronteerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat, onverminderd de artikelen 287 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), de rekeningen van de ontvangsten en uitgaven van de Rekenkamer sinds de afsluiting van begrotingsjaar 1987 jaarlijks worden gecontroleerd door een onafhankelijke externe controleur en dat de verslagen van de externe controleur sinds het verslag over het begrotingsjaar 1992 in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> worden bekendgemaakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat aan de begrotingsautoriteiten verantwoording over het beheer wordt afgelegd via het jaarlijks activiteitenverslag van de secretaris-generaal van de Rekenkamer, dat in overeenstemming met artikel 74, lid 9, van het Financieel Reglement tot doel heeft informatie te verstrekken over het gebruik van de middelen, met inbegrip van de systemen, en over de efficiëntie en de doeltreffendheid van de interne controlesystemen van de Rekenkamer;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer, door haar taken op transparante en onafhankelijke wijze uit te voeren, bijdraagt tot democratisch toezicht, openbaar debat en het goed financieel beheer van de Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Rekenkamer zich op het standpunt stelt dat het met het oog op de beoordeling van de governance, verantwoordingsplicht en transparantie van de Unie en de kwaliteit en betrouwbaarheid van de informatie en gegevens die over de uitvoering van het beleid van de Unie worden gerapporteerd, de beste oplossing is dat de Rekenkamer wordt belast met de controle van alle instellingen, organen en instanties van de Unie die zijn opgericht bij of krachtens de Verdragen en alle intergouvernementele structuren die van essentieel belang zijn voor de werking van de Unie; overwegende dat het Parlement de Rekenkamer nadrukkelijk steunt en initiatieven verwelkomt die de Rekenkamer beter in staat stellen haar mandaat uit te voeren;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van de Rekenkamer onder rubriek 7, “Europees openbaar bestuur”, van het MFK valt, die in 2023 in totaal 12,3 miljard EUR bedroeg (goed voor 6,4% van de totale begroting van de Unie); merkt op dat de begroting van de Rekenkamer ter waarde van ongeveer 0,2 miljard EUR goed is voor ongeveer 1,5% van de totale administratieve uitgaven van de Unie en minder dan 0,1% van de totale uitgaven van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>stelt vast dat de Rekenkamer in haar jaarverslag betreffende het begrotingsjaar 2023 een steekproef van 70 verrichtingen onder “Administratie” heeft onderzocht, 10 meer dan in 2022; merkt voorts op dat de administratieve uitgaven volgens de Rekenkamer uitgaven omvatten voor personele middelen, met inbegrip van pensioenen, die in 2023 goed waren voor zo’n 70% van het totaal, en uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energieverbruik, communicatie en informatietechnologie, en dat uit de werkzaamheden van de Rekenkamer door de jaren heen blijkt dat deze uitgaven over het algemeen een laag risico vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het aantal door de Rekenkamer gecontroleerde verrichtingen onder de rubriek Administratie wederom is gestegen; neemt nota van een geplande audit van het ambtenarenapparaat van de EU, maar wijst erop dat het belangrijk is dat er een diepgaander onderzoek wordt uitgevoerd met betrekking tot de administratieve uitgaven, en herhaalt zijn oproep aan de Rekenkamer om in haar werkzaamheden uitgebreide gegevens over alle instellingen op te nemen teneinde een deugdelijke basis te bieden voor een consistente kwijtingsprocedure;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat 21 (30 %) van de 70 verrichtingen fouten vertoonden, maar dat de Rekenkamer op basis van de 5 gekwantificeerde fouten inschat dat het foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel ligt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat de financiële overzichten van de Rekenkamer door een onafhankelijke externe controleur worden gecontroleerd, teneinde ervoor te zorgen dat dezelfde beginselen van transparantie, verantwoordingsplicht en onafhankelijkheid die de Rekenkamer bij haar eigen controle-activiteiten in acht neemt, ook op haarzelf worden toegepast;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>stelt vast dat de begroting van de Rekenkamer voor 2023 in totaal 175 059 922 EUR bedroeg, hetgeen een stijging van 7,97 % is ten opzichte van 2022 (162 141 175 EUR); stelt vast dat de stijging voornamelijk een gevolg was van salarisaanpassingen en twintig nieuwe tijdelijke posten in verband met NextGenerationEU; stelt vast dat 88,5 % van de kredieten in 2023 bestemd waren voor haar leden en personeel, terwijl 11,5 % werd besteed aan gebouwen, uitrusting en “overige uitgaven”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat het uitvoeringspercentage voor vastleggingen en betalingen hoog was, maar wel iets lager dan in 2022; wijst erop dat de bestedingsgraad van de kredieten 97,92 % bedroeg en dat de betalingen 94,45 % van de totale vastleggingen vertegenwoordigden, tegenover 98,12 % respectievelijk 95,26 % in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat de illegale en ongerechtvaardigde Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne op meerdere wijzen voor druk op de begroting van de Rekenkamer heeft gezorgd, onder meer doordat de inflatie steeg en er salarisaanpassingen moesten worden gedaan en doordat de kosten voor elektriciteit en verwarming sterk stegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de uitvoering van de begroting in 2023 door twee factoren werd beïnvloed, waardoor het iets lagere uitvoeringspercentage dan dat van 2022 kan worden verklaard:</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>de hoger dan begrote inflatiedruk en de daaruit voortvloeiende prijsindexeringen die van invloed waren op nieuwe en lopende contracten, waardoor er extra begrotingsbehoeften ontstonden om niet-salarisgerelateerde uitgaven te dekken, met name in verband met de begrotingsonderdelen energie en IT; de verhogingen van deze kredieten werden uiteindelijk met name mogelijk gemaakt doordat er in verband met sommige kredieten in hoofdstuk 10 (Leden van de instellingen), hoofdstuk 12 (Ambtenaren en tijdelijke functionarissen) en titel 2 over begrotingsonderdelen zoals Publicaties, Gespecialiseerde studies, enquêtes en adviezen en Vertolkingskosten sprake was van onderbesteding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>het hogere verloop bij arbeidscontractanten en GND’s (de contracten van sommige GND’s werden niet verlengd en enkele GND’s slaagden voor een intern vergelijkend onderzoek voor tijdelijk personeel), vertragingen en problemen in verband met aanwervingsprocedures, net als bij de andere EU-organen die in Luxemburg gevestigd zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in de loop van 2023 36 begrotingsoverschrijvingen heeft verricht voor een totaalbedrag van 5 676 379 EUR om ervoor te zorgen dat de verschillende diensten van de Rekenkamer goed functioneerden en dat aan alle behoeften in verband daarmee werd voldaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in 2023 goederen en diensten aankocht voor een totaalbedrag van 23 426 750,05 EUR (5 512 853 EUR in 2022 en 15 215 515 EUR in 2021), waarvan 21 453 665,05 EUR aan goederen en diensten van lokale leveranciers (4 848 701 EUR in 2022 en 10 144 812 EUR in 2021);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de externe controleur heeft aangegeven dat de toegewezen begrotingsmiddelen voor het vermelde doel zijn gebruikt en dat de door de ordonnateurs toegepaste controleprocedures de noodzakelijke waarborgen boden dat de financiële verrichtingen in overeenstemming waren met de toepasselijke regels en regelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is verheugd dat de totale begroting voor dienstreizen van de Rekenkamer (leden en personeel), die aanvankelijk was vastgesteld op 2 722 500 EUR, met 4,4 % is gedaald tot 2 602 500 EUR, omdat de Rekenkamer haar werkmethoden na de pandemie heeft aangepast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt de Rekenkamer om de reis- en vergadervergoedingen grondig te herzien en ervoor te zorgen dat de uitgaven kosteneffectief, gerechtvaardigd en ecologisch duurzaam zijn, en in het licht hiervan vaker in hybride format te vergaderen om onnodige uitgaven te voorkomen en koolstofemissies te beperken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>is ermee ingenomen dat de Rekenkamer in 2023 aanzienlijk meer bezoeken ter plaatse uitvoerde dan in de drie jaren daarvoor, toen er nog gedeeltelijk COVID-19-gerelateerde reisbeperkingen en maatregelen in het belang van de volksgezondheid van kracht waren; merkt op dat het aantal dagen dat de Rekenkamer werkbezoeken heeft afgelegd in lidstaten en buiten de EU in totaal 4 897 bedroeg, tegenover 2 984 dagen in 2022, 1 156 dagen in 2021, 1 190 dagen in 2020 en 3 605 dagen in 2019;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in 2023 in totaal 45 publicaties heeft uitgegeven: 2 jaarverslagen, 4 specifieke jaarverslagen, 29 speciale verslagen, 4 adviezen en 6 analyses;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat van de 29 strategische maatregelen van de strategie van de Rekenkamer voor 2021-2025 er 1 is geschrapt en dat de overige 28 volledig zijn uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>stelt het op prijs dat de Rekenkamer de uitvoering van haar aanbevelingen op basis van de follow-upcontroles door haar auditors meet; merkt op dat de Rekenkamer in 2023 de aanbevelingen die zij in haar verslagen van 2019 aan de Commissie en andere instellingen had gedaan, heeft geanalyseerd; stelt het op prijs dat uit de analyse bleek dat wat betreft aanbevelingen waaraan follow-up is gegeven 100 % van de 15 aanbevelingen in het Jaarverslag 2019 van de Rekenkamer en 85 % van de 208 aanbevelingen in de speciale verslagen van 2019 volledig, in enkele of in de meeste opzichten was uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is ingenomen met de bereidheid van de Rekenkamer om te reageren op het verzoek van het Parlement om haar controlewerkzaamheden toe te spitsen op de dringendste uitdagingen, en om de samenwerking met de Conferentie van commissievoorzitters van het Parlement verder te verbeteren; benadrukt dat de Rekenkamer volledige toegang moet hebben tot instrumenten voor de beoordeling van frauderisico’s, met inbegrip van de databanken van de Commissie en de lidstaten met betrekking tot gevallen van fraude met EU-financiering, om de systemen voor vroegtijdige waarschuwing tegen frauduleuze activiteiten te verbeteren; betreurt ten zeerste dat de toegang van de Rekenkamer tot FENIX, het nieuwe rapportage-instrument voor de herstel- en veerkrachtfaciliteit, nog steeds een openstaande kwestie is omdat de Commissie de Rekenkamer slechts toegang verleent tot een aantal FENIX-modules, en de daarin opgenomen informatie niet tijdig wordt geactualiseerd; dringt er bij de Commissie op aan de Rekenkamer onverwijld volledige en onmiddellijke toegang te verlenen tot alle FENIX-modules; merkt op dat het directoraat-generaal Economische en Financiële Zaken van de Commissie heeft getracht de Rekenkamer binnen twee weken na de goedkeuring van een betalingsverzoek toegang te verlenen tot FENIX-dossiers; is echter verontrust over het feit dat deze termijn in de praktijk in veel gevallen niet wordt gehaald en dat er in sommige gevallen vertragingen tot twee en een halve maand zijn opgetreden, waardoor de bevindingen van de Rekenkamer aanzienlijk worden vertraagd; herinnert eraan dat de commissaris voor Begroting tijdens de vergadering van CONT van 10 oktober 2024 openlijk heeft verklaard dat de Rekenkamer een volledig mandaat heeft met betrekking tot de herstel- en veerkrachtfaciliteit, hetgeen erop wijst dat de toegang van de Rekenkamer tot alle instrumenten om haar mandaat te vervullen, snel moet worden verbeterd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de Rekenkamer haar controlebereik uit te breiden tot verrichtingen van de Europese Investeringsbank (EIB) die met eigen middelen van de EIB worden gefinancierd, gezien de groeiende rol van de EIB in het economisch, financieel en industriebeleid van de EU; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de Rekenkamer het voor deze uitbreiding vereiste wettelijke mandaat te verlenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>waardeert de tijdige en relevante speciale verslagen over de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, die de kwijtingsautoriteit in staat stellen haar taken doeltreffend uit te voeren en aanbevelingen te doen aan de Commissie om de werking van dit instrument te verbeteren; dringt er bij de Rekenkamer op aan haar rol bij de bestrijding van fraude met betrekking tot de Uniebegroting te versterken door zwakke punten te identificeren, deel te nemen aan discussies over fraudebestrijding, de controles op te voeren, samen te werken met instanties voor de opsporing van fraude en relevante feedback te geven aan de kwijtingsautoriteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer eind 2023 969 personeelsleden telde; merkt op dat in 2023 vrouwen 53 % van het personeelsbestand uitmaakten en mannen 47 %, en dat de situatie dus niet gewijzigd is ten opzichte van het jaar ervoor, 2022; betreurt dat slechts 30 % van het hoger management in 2023 vrouw was, wat een aanzienlijke daling is ten opzichte van de situatie in 2022, toen dit nog 36,4 % was; benadrukt dat het totale aandeel vrouwen in leidinggevende functies in 2023 is gedaald; verzoekt de Rekenkamer zich te blijven inspannen om het genderevenwicht in het midden- en hoger management te bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is verontrust over het feit dat het aanwervingsproces extra inspanningen vergt, aangezien ongeveer 50 % van de kandidaten de door de Rekenkamer aangeboden banen heeft afgewezen, onder meer vanwege de beperkte aantrekkelijkheid van Luxemburg als standplaats en de hoge kosten van levensonderhoud aldaar; merkt echter op dat de grote accountantskantoren in Luxemburg met dezelfde uitdagingen kampen en zich nu tot de Aziatische markten wenden om auditors aan te werven; benadrukt dat een dergelijke aanpak niet door de Rekenkamer kan worden gehanteerd omdat dergelijke kandidaten niet in aanmerking kunnen komen voor een post bij de Rekenkamer en dit ook niet wenselijk is uit het oogpunt van veiligheid; erkent de inspanningen van de Rekenkamer en moedigt haar aan samen te werken met andere in Luxemburg gevestigde instellingen binnen de interinstitutionele groep op hoog niveau om Luxemburg aantrekkelijker te maken voor toekomstig personeel door middel van specifieke maatregelen, zoals een hogere verhuistoelage, een toelage voor personeel met een lagere rang ter compensatie van hoge huurlasten en redelijk geprijsde tijdelijke huisvesting voor kort verblijf, waarmee het aantrekkelijker wordt om een baan in Luxemburg te accepteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>herinnert eraan dat de EU en haar instellingen volgens het Verdrag betreffende de Europese Unie solidariteit tussen en gelijkheid van vrouwen en mannen moeten bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>deelt de bezorgdheid van de Rekenkamer dat het auditberoep in het algemeen te maken heeft met aanwervingsproblemen, omdat er te weinig jongeren zijn die belangstelling hebben voor audit- en controlebanen; pleit voor proactieve oplossingen en dringt erop aan dat er zo snel mogelijk systematische interinstitutionele samenwerking tot stand wordt gebracht om dit probleem aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is het eens met de opmerkingen van de Rekenkamer dat met vergelijkende onderzoeken van EPSO niet altijd het doel – het aantrekken en selecteren van kandidaten met relevante profielen vanuit de particuliere sector – wordt bereikt; wijst op de verschillende problemen in verband met vergelijkende onderzoeken van EPSO, zoals technische problemen bij tests die online werden afgenomen, die ertoe hebben geleid dat een vergelijkend onderzoek moest worden geannuleerd en dat alle andere vergelijkende onderzoeken moesten worden uitgesteld; is zich bewust van de zorgen in verband met de aanwervings- en selectieprocedures voor nieuw personeel; spoort de Rekenkamer aan zich te blijven inspannen om oplossingen te vinden voor deze problemen om de continuïteit van de activiteiten van de Rekenkamer te waarborgen; stelt met waardering vast dat de Rekenkamer met EPSO samenwerkt om regelmatig vergelijkende onderzoeken voor auditors te organiseren; stelt voor om te onderzoeken of het mogelijk is om ook met andere relevante EU-organen samen te werken, met als doel de aanwervingsprocedures nog verder te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>waardeert het dat de Rekenkamer flexibele en gevarieerde selectieprocedures organiseert, overeenkomstig het Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, en maatregelen heeft genomen om getalenteerd personeel te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>neemt nota van de telewerkregeling (tot tien dagen per maand) die de Rekenkamer heeft ingevoerd om de uitdagingen op het gebied van aanwerving te beperken; is ingenomen met de maatregelen die de Rekenkamer in 2023 heeft genomen om het lichamelijk en geestelijk welzijn van het personeel te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>merkt op dat het vacaturepercentage in december 2023 2,27 % bedroeg en dat het personeelsverloop (aantal vertrekkende personeelsleden als percentage van alle personeelsleden) 6,6 % bedroeg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>waardeert de inspanningen van de Rekenkamer om het vacaturepercentage in 2023 laag te houden; deelt echter ten volle de bezorgdheid over het gebrek aan geografisch evenwicht onder nieuwe aanwervingen, waardoor het personeel van de Rekenkamer als geheel nog minder geografisch representatief is geworden; merkt op dat volgens de Rekenkamer het risico bestaat dat binnen vijf jaar verschillende Noordse lidstaten niet meer kunnen worden gecontroleerd vanwege een gebrek aan auditors uit die lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer diverse initiatieven heeft ontplooid om het gebrek aan geografisch evenwicht aan te pakken, zoals meer bekendheid geven aan kennisgevingen van vacatures en aankondigingen van vergelijkende onderzoeken van de Rekenkamer in lidstaten die aanzienlijk ondervertegenwoordigd zijn, het samenwerken met leden van de Rekenkamer om kennisgevingen en aankondigingen te verspreiden en het bijwonen van carrièrebeurzen in bepaalde lidstaten om potentiële kandidaten te bereiken; spoort de Rekenkamer aan om na te denken over nog meer van dergelijke initiatieven, bijvoorbeeld strategieën die erop gericht zijn om vroegtijdig in contact te komen jong talent uit ondervertegenwoordigde landen dat in de toekomst mogelijk kan worden aangeworven; stelt met enige teleurstelling vast dat er nog een zekere weg moet worden afgelegd om genderevenwicht in het midden- en hoger management te bereiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is ingenomen met het feit dat eind 2023 alle 29 extra posten waren ingevuld die nodig waren voor de controle van de financiering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit ter waarde van 723,8 miljard EUR; onderstreept echter dat de materialiteit, complexiteit, grote bedragen en snelle uitbetalingen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit uitdagingen blijven vormen en dat niet alle aspecten van de herstel- en veerkrachtfaciliteit kunnen worden gedekt met de beschikbare middelen, die de Rekenkamer wel in staat stellen te beoordelen of mijlpalen en streefdoelen naar behoren zijn bereikt en dus of de betalingen in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit wettig en regelmatig zijn, maar die ontoereikend zijn om systematisch na te gaan of de uitgaven in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit in overeenstemming zijn met de nationale en EU-wetgeving; benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de Rekenkamer te allen tijde over voldoende personeel beschikt om zowel haar mandaat als de extra verantwoordelijkheden die voortvloeien uit nieuwe financieringsinstrumenten zoals de herstel- en veerkrachtfaciliteit te vervullen; prijst de inspanningen die de Rekenkamer tot nu toe heeft geleverd om haar taken met betrekking tot de herstel- en veerkrachtfaciliteit uit te voeren, ondanks het feit dat de beschikbare middelen niet volledig toereikend zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>is zich ervan bewust dat de Rekenkamer geen rol speelt bij de selectie van de leden van de Rekenkamer overeenkomstig artikel 286, lid 2, VWEU; wijst er desondanks op dat er binnen de Rekenkamer nog steeds sprake is van een zeer scheve genderbalans, aangezien slechts 10 van de in totaal 27 leden vrouw zijn; betreurt dat 12 lidstaten nog nooit een vrouw voor de Rekenkamer hebben voorgedragen; verzoekt de Rekenkamer haar algemene samenstelling te analyseren en deze analyse aan de Raad en de lidstaten te verstrekken, om ervoor te zorgen dat bij toekomstige benoemingsprocessen naar behoren rekening wordt gehouden met genderevenwicht; herhaalt zijn oproep aan de lidstaten om, met het oog op een evenwichtigere en representatievere samenstelling van de Rekenkamer, kandidaten van verschillende genders voor te dragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>betreurt dat de Raad herhaaldelijk leden van de Rekenkamer heeft benoemd die door het Parlement waren afgewezen; benadrukt dat het Parlement een bindende rol zou moeten hebben bij het beoordelen van de geschiktheid van kandidaten voor de Rekenkamer genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>merkt op dat in 2023 het gemiddelde ziekteverzuim per personeelslid op 10 dagen lag en dat dit in 2022 nog 12,2 dagen was; merkt voorts op dat in 2023 vier personeelsleden afwezig waren (tegenover acht in 2022) als gevolg van langdurige ziekte, gedefinieerd als langer dan 200 dagen per jaar;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat er in 2023 zeven gevallen van burn-out waren, hetzelfde verontrustende aantal als in 2022; is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer verschillende stappen heeft ondernomen om het risico op burn-out te verminderen, zoals de invoering van een volledig welzijnsprogramma, het bieden van een opleiding inzake weerbaarheid, het publiceren en uitvoeren van richtsnoeren inzake de terugkeer naar het werk na langdurig ziekteverlof, het blijven bieden van eerste hulp bij geestelijke gezondheidsproblemen en het verlenen van financiële steun aan personeel in de vorm van het dekken van de kosten van tien sessies met een psycholoog naar keuze;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer ook in 2023 de doelstellingen voor beroepsopleiding voor controleurs, te weten vijf opleidingsdagen per jaar exclusief taalcursussen, ruim heeft gehaald (6,7 dagen), in lijn met de aanbevelingen van de International Federation of Accountants; wijst in dit kader met name op de scholing over NGEU en de herstel- en veerkrachtfaciliteit die het personeel van de Rekenkamer werd geboden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>is ingenomen met het feit dat in december 2022 een nieuw beleid is aangenomen dat erop gericht is te zorgen voor een respectvolle werkomgeving zonder intimidatie, met speciale aandacht voor preventie, bewustmaking en vroegtijdige opsporing; wijst op maatregelen zoals een presentatie die in januari 2023 plaatsvond en die erop gericht was alle personeelsleden voor te lichten over het nieuwe beleid, de invoering van een standaardformulier voor het rapporteren van intimidatie en de publicatie van het eerste geaggregeerde jaarverslag over de uitvoering van het beleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>is ingenomen met het actieplan van de Rekenkamer voor diversiteit en inclusie 2021-2025; neemt met tevredenheid kennis van de organisatie van de derde bewustmakingsweek rond handicaps en van interinstitutionele initiatieven ter bevordering van inclusiviteit; wijst op de inspanningen van de Rekenkamer, waaronder haar enquête over toegankelijkheid op de werkplek, haar deelname aan de prijs voor goed bestuur van de Ombudsman en de externe controle van de toegankelijkheid van gebouwen in overeenstemming met de Luxemburgse toegankelijkheidswetgeving van 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>wijst op de cruciale rol van de Rekenkamer als onafhankelijke externe controleur van de Unie en als hoedster van haar financiën, die met zich meebrengt dat de Rekenkamer aan de hoogste normen inzake integriteit, professionaliteit en verantwoordingsplicht moet voldoen en als instelling een voorbeeldrol moet vervullen als het gaat om het wekken van vertrouwen en om geloofwaardigheid; herinnert eraan dat de leden van de Rekenkamer overeenkomstig artikel 285 VWEU volledig onafhankelijk moeten zijn, de hoogste ethische beginselen in acht moeten nemen en blijk moeten geven van integriteit, objectiviteit, professioneel gedrag, waardigheid, inzet en loyaliteit;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>is verheugd dat de interne regels voor het melden van ernstige onregelmatigheden (klokkenluiden) werden geactualiseerd om deze duidelijker en uitvoeriger te maken en het personeel meer informatie te verstrekken; merkt op dat er in 2023 geen klokkenluiderszaken liepen in de Rekenkamer; merkt voorts op dat de Rekenkamer in 2023 ook een begin heeft gemaakt met de actualisering van de regels van de Rekenkamer voor het uitvoeren van administratieve onderzoeken en tuchtprocedures, en dat dit proces begin 2024 is afgerond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in 2023 drie specifiek op ethiek gerichte opleidingsevenementen heeft georganiseerd en dat hieraan werd deelgenomen door zestig personen; stelt vast dat de cursussen op het gebied van ethiek van de Rekenkamer openstonden voor alle personeelsleden, met inbegrip van managers, en dat de standaardcursussen verplicht zijn voor nieuwkomers en betrekking hebben op overheidsethiek en het beleid van de Rekenkamer ter bestrijding van intimidatie; betreurt dat niet alle personeelsleden verplicht zijn om regelmatig opleidingen over ethiek te volgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>waardeert het dat de Rekenkamer zes cursussen heeft georganiseerd over fraude, waaronder fraude bij aanbestedingen, btw-fraude en fraude in verband met de herstel- en veerkrachtfaciliteit; is ingenomen met het feit dat het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) in juni 2023 opleidingen heeft verstrekt over het uitvoeren van ondervragingen bij vermoedens van fraude of corruptie; merkt op dat de Rekenkamer in november 2023 samen met het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en OLAF een cursus van twee dagen over fraude bij overheidsopdrachten in de Unie heeft georganiseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>is bezorgd over berichten in de media dat een onderzoek van het EOM naar misbruik van middelen door de voormalige president van de Rekenkamer momenteel wordt geblokkeerd door het besluit van het Rekenkamer om zijn immuniteit niet op te heffen; verzoekt de Rekenkamer volledige medewerking te verlenen aan het EOM bij alle onderzoeken die het inleidt, en verslag uit te brengen over de redenen voor het besluit om de immuniteit niet op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de Rekenkamer ervoor te zorgen dat alle leden en hogere ambtenaren hun verklaring over financiële belangen en over de aanvaarding van geschenken en gastvrijheid publiceren in een openbare onlinedatabank, in overeenstemming met de beste praktijken op het gebied van de transparantieregels van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>betreurt dat de Rekenkamer geen volledige medewerking heeft verleend aan het EOM door te weigeren de immuniteit van haar voormalige president op te heffen en door het EOM niet in de gelegenheid te stellen in haar gebouwen een doorzoeking uit te voeren in verband met een onderzoek naar mogelijke wanpraktijken, hetgeen volgens het EOM aangemerkt dient te worden als belemmering van het goede verloop van een onderzoek; herinnert eraan dat de Rekenkamer, als extern controleur van de Unie, gebonden is aan de beginselen van verantwoordingsplicht, integriteit en transparantie, alsook aan het beginsel van wederzĳdse loyale samenwerking tussen de EU-instellingen; dringt er bij de Rekenkamer op aan immuniteit niet te benutten om legitieme gerechtelijke procedures te belemmeren en alles te doen wat nodig is om ervoor te zorgen dat interinstitutionele samenwerking bij de preventie van en het onderzoek naar fraude ten volle gewaarborgd is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat EOM volgens berichten in de media in 2023 heeft verzocht om opheffing van de immuniteit van verschillende personeelsleden van de Rekenkamer en dat de Rekenkamer tot op heden heeft geweigerd dit verzoek in te willigen; benadrukt dat immuniteit dient om de onafhankelijkheid van de EU-instellingen te beschermen, maar niet mag worden misbruikt om personen te beschermen tegen legitieme rechterlijke controle; is van mening dat alleen in uitzonderlijke omstandigheden mag worden besloten om een verzoek om opheffing van de immuniteit niet in te willigen; verzoekt de Rekenkamer om de kwijtingsautoriteit een gedetailleerde motivering te verstrekken voor haar besluit in deze zaak en daarbij de eventuele specifieke juridische en procedurele bezwaren die ertoe hebben geleid dat het verzoek tot opheffing van de immuniteit niet is ingewilligd, te vermelden; dringt er voorts bij de Rekenkamer op aan om in het kader van haar samenwerking met het EOM en andere EU-organen die verantwoordelijk zijn voor de bestrijding van fraude en wangedrag een hoog niveau van transparantie en verantwoordingsplicht te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>merkt op dat OLAF noch de Europese Ombudsman in 2023 een onderzoek heeft ingesteld waarbij de Rekenkamer betrokken was;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>is verheugd dat de Rekenkamer samen met het Hof van Justitie in 2024 de Commissie heeft verzocht deel te nemen aan een interinstitutionele dialoog om overeenstemming te bereiken over gemeenschappelijke regels voor het gebruik van dienstauto’s, hetgeen in overeenstemming is met de opmerking in de resoluties van het Parlement van 11 april 2022 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Rekenkamer en de begroting van het Hof van Justitie; roept alle instellingen nadrukkelijk op tot afspraken te komen over één enkel, horizontaal toe te passen systeem, dat minder verwarrend zou zijn en voor meer transparantie en doeltreffendheid zou zorgen bij het gebruik van overheidsmiddelen; merkt op dat er een werkgroep zal worden opgericht in het kader van de interinstitutionele voorbereidingscommissie voor zaken betreffende het personeelsstatuut; waardeert de bereidheid van de Rekenkamer om de regels in overeenstemming te brengen met de toepasselijke regels van de Commissie, maar herhaalt de kritiek die reeds in eerdere kwijtingsresoluties is geuit over het nieuwe besluit van 2022 betreffende reizen, werkbezoeken en het gebruik van chauffeurs en auto’s door de leden, dat in strijd is met het algemene beginsel dat de leden van de Rekenkamer in geen geval gebruik mogen maken van het wagenpark in situaties die geen verband houden met de strikte uitvoering van hun taken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>merkt op dat de dienst Interne Audit (IAS) van de Rekenkamer in 2023 16 aanbevelingen heeft gedaan met betrekking tot ethiek, het transparantieportaal, belangenconflicten voor het personeel, de ethische commissie en de leden van de Rekenkamer; merkt op dat van de 16 aanbevelingen 5 aanbevelingen op 30 juli 2024 waren uitgevoerd en 8 aanbevelingen eind 2024 zullen zijn uitgevoerd en dat de uitvoering van 3 aanbevelingen vertraging heeft opgelopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>is verheugd over het feit dat er meer informatie wordt gepubliceerd over de werkbezoeken van de leden, maar herinnert aan het verzoek van het Parlement om informatie te verstrekken over werkbezoeken gedurende het hele mandaat van de leden; is ingenomen met de herziening van de gedragscode voor de leden, die de leden verbiedt een erefunctie in een politieke organisatie te bekleden, waarmee gevolg wordt gegeven aan het verzoek van het Parlement aan de leden om geen geformaliseerde politieke banden te onderhouden; merkt op dat de conclusies van het interne auditverslag over ethiek in het derde kwartaal van 2024 aan de voorzitter van het Parlement en de voorzitter van de Commissie begrotingscontrole moesten worden meegedeeld, en verzoekt de Rekenkamer dit in zijn geheel te delen met de Commissie begrotingscontrole; dringt er bij de Rekenkamer op aan besluiten tot wraking te publiceren in gevallen waarin leden of personeelsleden belangenconflicten melden, om te zorgen voor meer transparantie in het controleproces;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>merkt op dat alle leden van de Rekenkamer hun hoofdverblijfplaats in Luxemburg hebben, zoals vereist op grond van artikel 10 van de gedragscode voor de leden en voormalige leden van de Rekenkamer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>is verheugd dat de Rekenkamer het beleid inzake de toegang van het publiek tot documenten heeft herzien, rekening houdend met de ontwikkeling van de Europese jurisprudentie, en de procedure voor de behandeling van verzoeken om toegang tot documenten en confirmatieve verzoeken heeft vereenvoudigd; wijst erop dat de toepassing van het Scandinavische beginsel van openbare toegang tot officiële documenten in de Unie voor sommige lidstaten een voorwaarde was om tot de Unie toe te treden, en onderstreept dat niet-toepassing schadelijk zou zijn voor de reputatie van de Unie als een op de rechtsstaat gebaseerde gemeenschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>betreurt dat een jaarlijkse lijst van contracten boven de drempel van de richtlijn (&gt; 140 000 EUR voor diensten/leveringen; &gt; 5 382 000 EUR voor werken) die in 2023 zijn afgerond, niet beschikbaar is op de website van de Rekenkamer; verzoekt de Rekenkamer die lijst onverwijld te publiceren als een afzonderlijk document met gebruiksvriendelijke toegang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>waardeert de consolidatie door de Rekenkamer van alle regels van de interne fraudebestrijdingsstrategie tot één gezamenlijk document en kijkt uit naar het resultaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>is het nog steeds niet eens met de redenering van de Rekenkamer met betrekking tot haar besluit om zich niet bij het transparantieregister aan te sluiten, aangezien zij er geen belang bij heeft om de besluitvorming te beïnvloeden, maar slechts feiten en objectieve feedback over programma’s van de Unie verstrekt; merkt op dat alle verslagen van de Rekenkamer openbaar beschikbaar zijn en onderworpen zijn aan een strikte clearingprocedure met de gecontroleerden; herhaalt zijn krachtige oproep aan de Rekenkamer om zich aan te sluiten bij het transparantieregister van de EU, zodat de basisbeginselen van transparantie worden geëerbiedigd en er niets meer in de weg staat aan volledige onafhankelijkheid van de Rekenkamer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>spoort de Rekenkamer met klem aan om haar standpunt ten aanzien van het transparantieregister van de EU, dat is ingesteld bij het Interinstitutioneel Akkoord van 20 mei 2021 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over een verplicht transparantieregister, te herzien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>is ingenomen met de aanzienlijke vooruitgang die in 2023 is geboekt bij de invoering van het ecosysteem voor documentenbeheer (DOME), namelijk de invoering en implementatie van de nieuwe elektronische handtekening en de centrale goedkeuringsmodule voor PASS (procedure voor goedkeuring, ondertekening en verzending van documenten) door middel van concrete procedures voor de goedkeuring van documenten; spoort de Rekenkamer aan om verder te werken aan de verwezenlijking van haar doelstelling om de evaluatie- en goedkeuringswerkstromen te digitaliseren en de efficiëntie ervan te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer nog steeds actief betrokken is bij de groep opkomende technologieën van het Interinstitutioneel Comité voor digitale transformatie; merkt op dat het DATA-team (Data and Technology for Audit), opgericht in 2021, verder heeft gewerkt aan de uitvoering van het ontwikkelingsplan voor betere gebruikmaking van technologie ter ondersteuning van de controledoelstellingen van de Rekenkamer; neemt met name kennis van het feit dat is gewerkt aan een analyse van de mogelijkheden die AI zou kunnen bieden in het kader van de controlewerkzaamheden die de Rekenkamer uitvoert en van eventuele daaraan verbonden risico’s; herinnert eraan dat het belangrijk is dat er gewerkt wordt aan verdere digitalisering van de controlewerkzaamheden; is ingenomen met alle inspanningen die de Rekenkamer in dit verband nog steeds levert, aangezien door middel van digitalisering in combinatie met een hoger aantal bezoeken ter plaatse een systeem van efficiënte en nauwkeurige controles kan worden opgezet;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor het feit dat de Rekenkamer de afgelopen twee jaar aanzienlijke vooruitgang heeft geboekt wat betreft de uitvoering van haar cyberbeveiligingsplan 2022-2024; stelt vast dat zeven van de acties met een hoge prioriteit zijn voltooid, zes nog lopen en één is uitgesteld; stelt vast dat twee van de acties met middelhoge prioriteit zijn voltooid, vier nog lopen en drie nog niet van start zijn gegaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor het feit dat de volgende taken zijn voltooid:</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>de uitrol van een endpointdetectie en -respons (EDR)-oplossing en de invoering van een cloudgebaseerde XDR-oplossing die de door de EDR-agenten verzonden telemetrie koppelt aan informatie over dreiging uit uiteenlopende bronnen om indicatoren voor aantasting op te sporen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>een herziening van de architectuur en configuratie van het SIEM-platform, waardoor de prestaties en betrouwbaarheid van het systeem zijn verbeterd, in combinatie met de toevoeging van logbestanden om de veiligheidsmonitoring van de IT-omgeving te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>de vervanging van de VPN-toepassingen voor toegang op afstand door een zero-trust cloudgebaseerde SASE-dienst, die het aanvalsoppervlak verkleint en granulaire toegang op afstand tot applicaties mogelijk maakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>betere bescherming tegen e-maildreigingen door e-mailbeveiligingsfilters te voorzien van nieuwe functies die een betere detectie van zowel spam als kwaadaardige bijlagen mogelijk maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>de uitvoering van binnendringingstests met betrekking tot diensten van de Rekenkamer die verbonden zijn aan internet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>de uitrol van software ter bescherming van de vertrouwelijkheid van gevoelige informatie die via bestanden wordt gedeeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>dringt er bij de Rekenkamer op aan een kader voor cyberbeveiligingscontroles voor de EU-instellingen en ‑agentschappen te ontwikkelen, waarbij gezorgd wordt voor geharmoniseerde veiligheidsnormen en veerkrachtmaatregelen tegen cyberdreigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>stelt met waardering vast dat de Rekenkamer jaarlijks ten minste drie phishing-simulaties uitvoert om gebruikers bewuster te maken van die cyberdreiging; merkt voorts op dat de Rekenkamer om de drie jaar een uitgebreide risicobeoordeling inzake cyberbeveiliging uitvoert; stelt voor dat de Rekenkamer regelmatig verplichte opleidingen voor al het personeel organiseert over cyberdreigingen, waarbij onder meer goede praktijken voor een veilig gebruik van AI aan bod komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>stelt opgelucht vast dat tijdens het cyberincident dat plaatsvond in juli 2023 en waarbij een van de perimeter security gateways werd aangevallen doordat gebruik werd gemaakt van een kwetsbaarheid in de software, geen gegevens zijn gelekt en de indringer geen andere IT-systemen van de Rekenkamer heeft kunnen binnendringen; merkt op dat de verkoper van de software de kwetsbaarheid van de software twee dagen voor het incident had gemeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>prijst het werk van de cyberbeveiligingsdienst voor de instellingen, organen en instanties van de Unie (CERT-EU), die de Rekenkamer over het incident heeft ingelicht, heeft geholpen om de omvang ervan te onderzoeken en de forensische analyse heeft uitgevoerd; merkt op dat de Rekenkamer na het incident een schone back-up van het systeem heeft teruggeplaatst en de software-update heeft uitgevoerd die de kwetsbaarheden waarvan de aanvaller misbruik heeft gemaakt, heeft verholpen; merkt voorts op dat de Rekenkamer in de weken daarna stapsgewijs een aantal door CERT-EU aanbevolen aanvullende preventieve maatregelen met betrekking tot de apparatuur heeft doorgevoerd om ervoor te zorgen dat elk mogelijk onopgemerkt spoor van de malware werd uitgewist;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de Rekenkamer haar responsplan voor incidenten op het gebied van cyberbeveiliging in 2023 heeft herzien en geactualiseerd en een formulier heeft ontwikkeld om dergelijke incidenten in het beheersinstrument voor IT-diensten te registreren; benadrukt dat in dit formulier rekening is gehouden met de lessen die zijn getrokken uit het incident van juli 2023, omdat het gericht is op het verzamelen van alle informatie die nuttig zou kunnen zijn voor de behandeling van een cyberbeveiligingsincident;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>merkt op dat in 2023 de werkzaamheden om de technische installaties op alle verdiepingen van het K2-gebouw te verbeteren en het gebruik van de gemeenschappelijke ruimten te optimaliseren, zijn voltooid; merkt op dat de Rekenkamer 6 445 635,82 EUR uit een totale begroting van 6 902 185,54 EUR heeft vastgelegd; prijst de Rekenkamer voor het feit dat zij de geraamde begroting niet heeft overschreden; verzoekt de andere instellingen van de Unie een voorbeeld te nemen aan het uitstekende begrotingsbeheer van de Rekenkamer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>spreekt zijn waardering uit over het feit dat in februari 2023 de resultaten werden bekendgemaakt van een externe controle van de fysieke toegankelijkheid van alle gebouwen van de Rekenkamer om tegemoet te komen aan de behoeften van personen met beperkte mobiliteit of andere beperkingen; merkt op dat de controle betrekking had op alle drie de gebouwen, de gemeenschappelijke ruimten, parkeerterreinen en -garages en andere ruimten; begrijpt dat de voorgestelde maatregelen nu worden bestudeerd en dat hieraan normaal gesproken uitvoering zal worden gegeven door middel van een specifiek project, maar dat nog gekeken moet worden of de benodigde begrotingsmiddelen hiervoor beschikbaar zijn;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in het kader van haar inspanningen om haar milieu-impact te verkleinen in 2023 veel heeft geïnvesteerd in energiebesparende maatregelen, zoals het vervangen van gloeilampen door ledlampen, het omlaag brengen van het aantal uren dat wordt geventileerd en het vernieuwen van bepaalde technische systemen in haar gebouwen; merkt voorts op dat de Rekenkamer in de zomer van 2023 speciale energiebesparende maatregelen heeft ingevoerd, waardoor het elektriciteitsverbruik met 12 % is gedaald ten opzichte van de zomer van 2022, wat een besparing van 26 976 EUR oplevert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in 2023 een overeenkomst met de Luxemburgse autoriteiten heeft ondertekend om een mobiliteitsplan op te stellen; kijkt uit naar updates over dat initiatief;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>benadrukt dat de controleurs van de Rekenkamer in 2023 1 370 dagen hebben doorgebracht bij de instellingen, organen en instanties van de Unie, alsook bij verschillende internationale organisaties en particuliere accountantskantoren, tegenover 945 dagen in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>dringt aan op de formalisering van een jaarlijkse interinstitutionele dialoog tussen de Rekenkamer, het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over begrotingscontrole, waarbij wordt gezorgd voor een systematische follow-up van controlebevindingen en een beter toezicht op de EU-uitgaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>wijst er nogmaals op dat het voor een doeltreffende samenwerking tussen de Rekenkamer en de Commissie noodzakelijk is dat de Commissie de methode van de Rekenkamer voor de vaststelling van foutenpercentages, die gebaseerd is op een onafhankelijke en omvattende evaluatie van alle inbreuken op de regels, overneemt, en dat de Commissie dus niet langer alleen maar de focus legt op herstelbare fouten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>is verheugd dat de Rekenkamer nauw samenwerkt met zowel OLAF als het EOM, onder meer bij het organiseren van workshops en bewustmakingscampagnes en door kennis en ervaring uit te wisselen; stelt verder vast dat de Rekenkamer in 2023 20 gevallen van vermoedelijke fraude heeft gemeld bij OLAF en 17 gevallen van vermoedelijke fraude heeft gemeld bij het EOM; is van mening dat elk vermoeden van fraude onmiddellijk moet worden gemeld aan OLAF en het EOM, zodat grondig onderzoek kan worden gedaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>verzoekt de Rekenkamer een mechanisme op te zetten voor gestructureerde samenwerking met OLAF en het EOM op het gebied van fraudedetectie, en in dit kader onder meer afspraken te maken over het delen van gegevens in real time en een gezamenlijke aanpak te ontwikkelen voor audits op EU-financieringsgebieden met een hoog risico;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>is ervan overtuigd dat een centraal, geïntegreerd IT-systeem voor datamining en risicoscore een waardevolle bron van gegevens zou zijn, waarmee de Rekenkamer, OLAF en het EOM hun audits en controles zouden kunnen verbeteren; is van mening dat een dergelijk systeem en de daarin opgenomen gegevens onbeperkt toegankelijk zouden moeten zijn en dat de toegang tot dat systeem en die gegevens niet zonder goede redenen mag worden beperkt, en dat de Rekenkamer de mogelijkheid moet hebben om in het kader van haar controles verdere digitale instrumenten en opkomende technologieën te verkennen en te gebruiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>betreurt dat de toegang van de Rekenkamer tot documenten en informatie van de EIB weliswaar is verbeterd, maar dat zij niet de bevoegdheid heeft om de verrichtingen te controleren die met de eigen middelen van de EIB worden gefinancierd; dringt erop aan dat de Rekenkamer deze bevoegdheid krijgt, gezien de taak van de EIB om de doelstellingen van de Unie te verwezenlijken en gezien de steeds groter wordende rol van de EIB in het economische en politieke landschap van de Unie, die meer omvat dan het gebruik van de begroting van de Unie om haar verrichtingen te garanderen; wijst op Speciaal verslag nr. 05/2023 van de Rekenkamer getiteld “Het financiële landschap van de EU – Een lappendeken die verdere vereenvoudiging en verantwoordingsplicht behoeft”, waarin de Rekenkamer verklaarde dat er een mandaat voor de controle van alle vormen van financiering van EU-beleid moet worden vastgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in 2023 29 speciale verslagen, 1 analyse en 1 advies heeft gepresenteerd aan 22 verschillende comités en werkgroepen van de Raad; merkt voorts op dat vertegenwoordigers van de Rekenkamer in hetzelfde jaar hebben deelgenomen aan 23 vergaderingen in verband met het verlenen van kwijting voor de EU-begroting betreffende de begrotingsjaren 2021 en 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>stelt met waardering vast dat de leden en het management van de Rekenkamer in 2023 blijk hebben gegeven van een actieve houding, aangezien zij hun werkzaamheden hebben gepresenteerd tijdens 120 vergaderingen met nationale regeringen en overheidsorganen in 25 lidstaten, waaraan in de meeste gevallen ministers of Ministeries van Financiën deelnamen; merkt voorts op dat de leden en personeelsleden van de Rekenkamer in hetzelfde jaar hun werkzaamheden hebben gepresenteerd tijdens 91 vergaderingen met nationale of regionale parlementen in 19 lidstaten, voornamelijk via commissies die zich richten op begrotings-, financiële, controle- of EU-aangelegenheden; dringt er bij de Rekenkamer op aan haar contacten met de regeringen van landen waar de foutenpercentages het hoogst zijn te versterken, en de dialoog met deze landen op te voeren en de samenwerking met hen te intensiveren, om deze problemen op doeltreffende wijze aan te pakken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Communicatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>merkt op dat in 2023 de begroting voor de communicatie- en promotieactiviteiten van de Rekenkamer 225 000 EUR bedroeg, met een benuttingspercentage van 81,13 % (182 549,84 EUR); merkt op dat het grootste deel van de begroting werd besteed aan zowel mediamonitoringdiensten (81 650 EUR) als persactiviteiten (12 348 EUR), gevolgd door uitgaven voor betrekkingen met belanghebbenden, die voornamelijk bestonden uit de kosten van een platform voor beleidsinlichtingen (57 891 EUR), communicatieactiviteiten (28 002,88 EUR), sociale media (1 486,52 EUR) en publicaties (1 171,44 EUR);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>spreekt zijn krachtige steun uit voor de steeds omvattender mediastrategie van de Rekenkamer, die heeft geresulteerd in een recordaantal (meer dan 22 000) online gepubliceerde persartikelen over controleverslagen, over andere publicaties van de Rekenkamer of over de Rekenkamer in het algemeen, waarmee de stijging van het aantal berichten waarvan de afgelopen jaren sprake was, werd doorgezet (20 000 artikelen in 2022 en 18 000 in 2021); wijst erop dat uit de bijna 54 000 berichten op sociale media blijkt dat het aantal berichten gestaag blijft groeien, met het jaar 2022 als uitschieter (110 000 berichten in 2022 en 49 000 in 2021);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>is verheugd dat de Rekenkamer in 2023 45 persberichten in 24 EU-talen heeft gepubliceerd, alsmede verschillende informatieve nota’s, informatieve documenten voor de media en gebruiksklare audioverklaringen in bepaalde talen; merkt daarnaast op dat de Rekenkamer 21 onlinepersbriefings en 6 landspecifieke persbriefings met betrekking tot het jaarverslag heeft gehouden; benadrukt dat in totaal 590 journalisten belangstelling hadden voor de briefings van de Rekenkamer, waarvan de meesten grote nationale mediakanalen in de lidstaten vertegenwoordigden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>stelt met waardering vast dat de website van de Rekenkamer in 2023 meer dan anderhalf miljoen keer werd bezocht door ongeveer 700 000 unieke bezoekers, een toename van 14 % ten opzichte van 2022; is verheugd dat de drie socialemedia-accounts van de Rekenkamer (X (voorheen Twitter), LinkedIn en Facebook) eind 2023 meer dan 48 000 volgers hadden. In 2022 waren dit er 45 000 en in 2021 39 000;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>waardeert ten zeerste dat de Rekenkamer de waarschijnlijke impact en het nut van haar werk beoordeelt, zoals waargenomen door de lezers van haar verslagen bij het Parlement, de Raad, de Commissie, EU-agentschappen, permanente vertegenwoordigingen, agentschappen en HCI’s van de lidstaten, ngo’s, academici, de media en andere partijen; merkt in dat verband op dat de Rekenkamer sinds 2018 haar lezers in geanonimiseerde elektronische enquêtes vraagt kwalitatieve feedback te geven over een geselecteerd aantal verslagen en algemene suggesties voor haar werkzaamheden te doen; benadrukt dat in 2023 85 % van de ongeveer 1 060 respondenten de verslagen van de Rekenkamer nuttig vond voor hun werk en 78 % vond dat ze impact hadden.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>