<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0082</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2023: Algemene begroting van de EU - Europees Economisch en Sociaal Comité</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0054/2025 - Rapporteur: Joachim Stanisław Brudziński)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité (2024/2025(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB L 58 van 23.2.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2023/1/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023 (COM(2024)0272 – C10‑0073/2024)<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5462, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5462/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarlijks activiteitenverslag 2023 van het Europees Economisch en Sociaal Comité,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5882, 9.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5882/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, opgesteld overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 266, 267 en 268,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0054/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de secretaris-generaal van het Europees Economisch en Sociaal Comité kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Europees Economisch en Sociaal Comité voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan het Europees Economisch en Sociaal Comité, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 7 mei 2025 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité (2024/2025(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023, afdeling VI – Europees Economisch en Sociaal Comité,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0054/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure wenst te benadrukken dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie verder te versterken door de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren en door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het Europees Economisch en Sociaal Comité (hierna “het Comité” genoemd) een adviesorgaan van de Unie is dat een forum biedt voor overleg, dialoog en consensus tussen vertegenwoordigers van de verschillende economische, sociale en civiele geledingen van het maatschappelijk middenveld van de lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het Comité bijdraagt aan het besluitvormingsproces van de Unie en door verbanden te leggen tussen het beleid van de Unie en de economische, sociale en maatschappelijke omstandigheden zijn doelstellingen op het gebied van beter wetgeven, participerende democratie van onderaf en bevordering van Europese waarden nastreeft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het Comité in bepaalde gevallen verplicht door de Commissie of de Raad moet worden geraadpleegd, en dat het Comité ook op eigen initiatief adviezen kan uitbrengen en tevens over een groot aantal onderwerpen, die zijn bepaald in de Europese Akte, het Verdrag van Maastricht en het Verdrag van Amsterdam, door het Parlement kan worden geraadpleegd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de commissie Financiële en Begrotingsaangelegenheden (CAF) van het Comité het toezichthoudend orgaan van het Comité is voor alle begrotingsprocedures en met name voor de opstelling van de begrotingsramingen, de uitvoering van de begroting, het jaarlijks activiteitenverslag, de kwijting en de follow-up naar aanleiding van het jaarverslag van de Rekenkamer;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het Comité de afgelopen jaren initiatieven heeft ontplooid om gekwalificeerd personeel aan te trekken en te behouden, de organisatiestructuur en werkmethoden te optimaliseren en een respectvolle werkomgeving te bevorderen, in de context van een beperkte begroting;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van het Comité onder MFK-rubriek 7 “Europees openbaar bestuur” valt, die in 2023 in totaal 12,3 miljard EUR bedroeg, oftewel 6,4 % van de begrotingsuitgaven van de Unie; merkt op dat de begroting van het Comité in 2023 1,29 % van de kredieten van MFK-rubriek 7 uitmaakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat de Rekenkamer in haar jaarverslag over het begrotingsjaar 2023 (het “verslag van de Rekenkamer”) door middel van een steekproef 70 verrichtingen onder rubriek 7 heeft onderzocht, waarvan er 21 (d.w.z. 30 %) fouten bevatten; merkt voorts op dat voor vijf van die fouten, die door de Rekenkamer werden gekwantificeerd, de schatting van de Rekenkamer een foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel opleverde;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>neemt in het verslag van de Rekenkamer nota van het feit dat de huishoudelijke uitgaven onder andere uitgaven voor personele middelen omvatten, met inbegrip van pensioenen, welke in 2023 goed waren voor circa 70 % van de totale huishoudelijke uitgaven, naast uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energieverbruik, communicatie en IT; is verheugd dat de Rekenkamer net als in voorgaande jaren heeft geconcludeerd dat de huishoudelijke uitgaven over het algemeen een laag risico vormen; wijst erop dat de Rekenkamer voor 2023 geen specifieke kwesties met betrekking tot het Comité heeft opgemerkt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>stelt vast dat de definitieve begroting voor 2023 van het Comité 158 767 970 EUR bedroeg, een totale stijging van 4,1 % ten opzichte van 2022; maakt uit de antwoorden van het Comité op de door de Commissie begrotingscontrole ingediende vragenlijst voor de kwijting voor de begroting 2023 (de “vragenlijst”) en het jaarlijkse activiteitenverslag van het Comité voor 2023 (het “jaarverslag”) op dat de begrotingslijn voor salarissen en vergoedingen (uitgaven voor personeel en leden van het Comité) tussen 2022 en 2023 met 8,4 % is gestegen als gevolg van de inflatie; maakt uit de vragenlijst op dat de begroting voor externe bijstand voor de exploitatie, de ontwikkeling en het onderhoud van softwaresystemen tussen 2022 en 2023 met 33,70 % is gestegen, hetgeen voortkomt uit het feit dat het Comité de uitvoering van zijn digitale strategie voor 2024-2026 in 2023 tot prioriteit had gemaakt; merkt op dat afgezien daarvan de verdeling van de kredieten over de overige begrotingslijnen in de begroting voor 2023 van het Comité vergelijkbaar was met die van voorgaande jaren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het begrotingsuitvoeringspercentage van het Comité wat betreft de vastleggingskredieten voor het lopende jaar verder is gestegen van 96,12 % in 2022 naar 98,70 % in 2023, waarmee een einde is gekomen aan de periode van lagere uitvoeringspercentages in voorgaande jaren die waren te wijten aan de COVID-19-pandemie en de toen geldende beperkingen op reizen; stelt verder vast dat het uitvoeringspercentage wat betreft de betalingskredieten voor het lopende jaar is gestegen van 88,12 % in 2022 naar 90,67 % in 2023; stelt vast dat de gemiddelde betalingstermijn in 2023 20,14 dagen bedroeg, wat een verhoging is ten opzichte van 2022 (nl. 18,34 dagen);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat de overdracht van kredieten van 2023 naar 2024 een waarde had van 13 827 713 EUR (d.w.z. ongeveer 8,70 % van de begroting van het Comité voor 2023), hetgeen neerkomt op een daling ten opzichte van het voorgaande jaar, toen het ging om een bedrag van 20 162 518 EUR (d.w.z. circa 13 % van de begroting van het Comité voor 2022); stelt voorts met waardering vast dat het uitvoeringspercentage in 2023 van de van 2022 naar 2023 overgedragen kredieten 86,76 % bedroeg, ten opzichte van 76,91 % in 2022; moedigt het Comité aan de verstrekte middelen efficiënt te blijven gebruiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat de eigen diensten van het Comité in 2022 twaalf procedures van gunning via onderhandelingen van minder dan 60 000 EUR hebben opgestart, voornamelijk voor casestudy’s, studies en logistieke ondersteuning; stelt vast dat het Comité ook zes aanbestedingsprocedures heeft opgestart met de gezamenlijke diensten die met het Europees Comité van de Regio’s (het “CvdR”) worden gedeeld, voornamelijk op het gebied van logistiek en onderhoud;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat in 2023 de kosteneffectiviteit van de activiteiten van het Comité verder is verbeterd, onder meer dankzij hybride werkmethoden, een toename van het telewerken, volledige dematerialisatie van financiële circuits en een lager energieverbruik; maakt uit de vragenlijst op dat het Comité in 2023 een financiële besparing van 65 000 EUR heeft gerealiseerd als gevolg van een vermindering van het energieverbruik; prijst het Comité voor het sluiten van een nieuwe raamovereenkomst voor medische controles, met lagere prijzen, meer flexibiliteit en een betere algehele dienstverlening in vergelijking met de vorige overeenkomst; merkt op dat het Comité aanzienlijke budgettaire en administratieve besparingen heeft gerealiseerd door middel van interinstitutionele samenwerking, met name via de gezamenlijke diensten met het CvdR en de uitbesteding van specifieke diensten aan de Commissie (via overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau), namelijk op het vlak van personeelsaangelegenheden en het gebruik van IT-tools voor financieel en personeelsbeheer, alsook door middel van deelname aan interinstitutionele aanbestedingsprocedures die werden geleid door andere instellingen; maakt uit de vragenlijst op dat de totale kosten van het Comité voor de uitbesteding van specifieke diensten aan de Commissie zijn gestegen van 743 600 EUR in 2022 naar 793 000 EUR in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>herinnert eraan dat in het besluit van de Raad van 25 mei 2023 de vergoeding voor deelname op afstand van leden van het Comité aan niet-statutaire vergaderingen is vastgesteld op 145 EUR per vergadering op afstand per dag, wat neerkomt op 50 % van de dagvergoeding voor fysieke deelname in 2023; is van mening dat deelname op afstand weliswaar een belangrijk instrument voor moderne instellingen is omdat daardoor onder meer de vergaderkosten verminderen en bredere participatie mogelijk wordt, maar dat de uitbetaling van een vergoeding voor deelname op afstand aan vergaderingen, zelfs al is die vergoeding beperkter en alleen bedoeld voor bepaalde soorten evenementen, moeilijk te begrijpen valt voor het publiek, zeker in het licht van het verschil tussen de vergoedingen die de leden van het Comité en de leden van het CvdR voor deelname op afstand krijgen; neemt met tevredenheid kennis van het follow-upverslag van het Comité naar aanleiding van de resolutie van het Parlement over de uitvoering van de begroting van het Comité voor 2022 (het “follow-upverslag”) dat de toepassing van dat besluit reeds heeft geleid tot besparingen van 1 677 000 EUR als gevolg van lagere reiskosten en lagere vergoedingen, alsook tot milieubesparingen van ongeveer 553,66 ton CO2, als gevolg van een afname van het aantal reizen in 2023; maakt uit het jaarverslag op dat het aantal vergoede vergaderdagen dat op afstand werd bijgewoond 2 006 bedroeg (t.o.v. 6 259 in 2022), met een gemiddelde duur van drie uur per vergadering, neerkomend op een kostentotaal van 294 930 EUR in 2023 (t.o.v. 922 925 EUR in 2022); is ingenomen met de veelvuldige controles die het Comité heeft uitgevoerd om de aanwezigheid op afstand van leden te verifiëren alvorens de vergoeding uit te keren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne de begroting van het Comité in 2023 onder druk bleven zetten in de vorm van stijgende inflatie en salarisaanpassingen, problemen bij bouwprojecten als gevolg van vertragingen en hogere grondstofprijzen, de indexering van huurovereenkomsten (+ 10,3 % in 2023 t.o.v. 2022) en indexering van dienstenovereenkomsten voor onderhoud en beveiliging (+ 13,50 % in 2023 t.o.v. 2021); stelt met name vast dat de energiekosten tussen 2021 en 2022 zijn gestegen van 726 000 EUR naar 3 125 000 EUR, om vervolgens in 2023 te dalen naar 1 923 391 EUR; neemt kennis van het plafond van 2 % voor niet-salarisgerelateerde uitgaven; prijst het Comité in dit verband voor zijn initiatief om uitdagingen op begrotingsniveau aan te pakken door bijvoorbeeld energiebesparingsstrategieën uit te voeren door middel van zowel kortetermijn- als middellange- en langetermijnmaatregelen, waardoor het Comité in 2023 geen gewijzigde begroting nodig had;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>neemt kennis van een verlaging van de kredieten voor het lopende jaar voor begrotingsonderdeel 1004 (reiskosten van de leden, met inbegrip van verblijfs- en vergadervergoedingen) van 19,790 miljoen EUR in 2022 (waarvan 15,895 miljoen EUR werd uitbetaald) naar 19,761 miljoen EUR in 2023 (waarvan 18,344 miljoen EUR werd uitbetaald); stelt met tevredenheid vast dat het uitvoeringspercentage van die kredieten is verbeterd van 80,31 % in 2022 naar 92,83 % in 2023; merkt op dat de voorzitter van het Comité in 2023 heeft deelgenomen aan 35 dienstreizen die in totaal 71 926 EUR kostten, tegenover 26 dienstreizen in 2022 die in totaal 38 042 EUR kostten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>maakt uit de vragenlijst op dat het gezamenlijke directoraat Innovatie en Informatietechnologie van het Comité en het CvdR ongeveer 3 % van zijn IT-begroting toewijst aan cyberbeveiliging, hetgeen sterk afwijkt van het streefcijfer van 10 % in de desbetreffende wetgeving; roept de medewetgevers en de Commissie op hiermee in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure rekening te houden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>maakt uit het jaarverslag op dat het Comité, als onderdeel van zijn jaarlijkse werkprogramma voor 2023, in totaal 31 doelstellingen had voor alle onderdelen van zijn administratie en dat het, als onderdeel van de strategie van het secretariaat-generaal voor 2021-2025, vijf kernwaarden en vijf strategische hoofddoelstellingen heeft; maakt uit de vragenlijst op dat het aantal uitgebrachte adviezen en de frequentie van deelname aan bijeenkomsten op hoog niveau belangrijke indicatoren zijn voor het meten van de prestaties van het Comité; neemt kennis van de informatie uit de vragenlijst dat het Comité prestatie-indicatoren heeft op verschillende gebieden, zoals IT, personeelszaken, vertaling en communicatie; verzoekt het Comité in zijn toekomstige verslaglegging een lijst op te nemen van alle kernprestatie-indicatoren en doelstellingen per activiteit, alsook het streefcijfer (%) van de doelstelling en in welke mate (%) deze daadwerkelijk is bereikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>stelt vast dat het Comité zijn taak uitvoert door middel van adviezen over wetgevingsvoorstellen van de Commissie (verwijzingen), initiatiefadviezen waarin de instellingen van de Unie worden opgeroepen actie te ondernemen, en verkennende adviezen, die input leveren voor de werkzaamheden van de Commissie ten behoeve van haar geplande initiatieven, en dat de standpunten van het Comité kunnen worden verwoord in resoluties of kunnen worden opgenomen in evaluatie- en informatieverslagen; prijst het Comité voor zijn prestaties in 2023 in het kader van het bijstaan van het Parlement, de Raad en de Commissie in de wetgevingscyclus; merkt in dit verband op dat het Comité in 2023 213 adviezen en verslagen heeft aangenomen, een stijging ten opzichte van 2022 (202), en 146 hoorzittingen en 23 conferenties heeft georganiseerd, ten opzichte van respectievelijk 116 en 29 in 2022; merkt op dat leden van het Comité in 2023 hebben deelgenomen aan 429 bijeenkomsten op hoog niveau, toppen en conferenties, tegenover 345 in 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>waardeert het feit dat het Comité in 2023 actie heeft ondernomen om de zichtbaarheid en impact van zijn werkzaamheden te verbeteren in verband met onder andere het format van zijn adviezen, de methodologie voor follow-upadviezen, de samenwerking met het Parlement en de Commissie en andere transversale projecten, alsook innovatieve initiatieven zoals de EU-jeugdtest, het initiatief inzake leden uit kandidaat-lidstaten en het Europees stakeholdersplatform voor de circulaire economie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>	prijst het Comité voor zijn initiatieven om jongeren actief bij het beleidsvormingsproces te betrekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is ingenomen met het proefproject dat tussen september 2022 en april 2023 is uitgevoerd om de follow-up van geselecteerde adviezen met betrekking tot alle instellingen te verbeteren, waarbij in het kader van dat project 19 adviezen werden geselecteerd voor een robuustere follow-up; maakt uit de vragenlijst op dat dit proefproject over het algemeen positieve resultaten heeft opgeleverd, zoals een verbeterde capaciteit van het Comité om follow-upacties uit te voeren, een betere prioritering van de werkzaamheden van het Comité en een grotere reikwijdte en impact van de geselecteerde adviezen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>benadrukt dat het op efficiënte wijze beheren van beperkte middelen in 2023 een belangrijke uitdaging bleef als gevolg van personeelsgebrek, hetgeen werd verergerd door de combinatie van een toename van de werkzaamheden en een ongewijzigd personeelsbeleid; neemt kennis van het plan van het Comité om een nieuwe aanpak in te voeren voor strategische personeelsplanning en personeelstoewijzing, waarbij gebruik wordt gemaakt van dataverzameling over de bij het personeel aanwezige vaardigheden en actief luisteren in de hele organisatie, en waarbij de politieke organen van het Comité zich zullen buigen over de strategische prioriteiten; verzoekt het Comité het Parlement op de hoogte te houden van de resultaten van dit nieuwe plan, aangezien dit als inspiratiebron zou kunnen dienen voor andere instellingen die met soortgelijke, terugkerende uitdagingen worden geconfronteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>merkt met betrekking tot de internecontrolenormen op dat de nalevingsexercitie van 2023 verbeteringen vertoonde ten opzichte van 2022; merkt in dit verband op dat de naleving, met name de mate waarin de vereisten van de 16 internecontrolenormen worden toegepast, is gestegen van 80,30 % in 2022 naar 87,40 % in 2023, terwijl de doeltreffendheid, d.w.z. de mate waarin de toepassing van die vereisten de gewenste uitwerking heeft, is gestegen van 74 % in 2022 naar 78,10 % in 2023; merkt voorts op dat uit de jaarlijkse risicobeoordeling van 2023 is gebleken dat de toepassing van interne controles de inherente risico’s (in de categorie “kritiek” en “zeer belangrijk”) in 2023 met 53 % heeft verminderd, van 40 tot 19;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>	merkt op dat de dienst Interne Audit (IAS) in 2023 geherstructureerd is zodat hij beter voldoet aan internationale controlenormen, en waarbij alle procedures werden gestroomlijnd en gedocumenteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat de dienst Interne Audit (IAS) van het Comité op het gebied van financiële transacties begin 2023 een nieuw besluit heeft genomen over de risicobeoordeling met het oog op de toepassing van een vereenvoudigde procedure; merkt voorts op dat het Bureau van het Comité in 2023 een nieuw handvest voor interne audit en een handvest voor het auditcomité met procedureregels heeft aangenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>maakt uit het jaarverslag en de vragenlijst op dat de IAS in 2023 vier audits heeft uitgevoerd, namelijk inzake toestemming voor vergaderingen, de selectie van de adviescommissie Industriële Reconversie, de strategische cyclus en reisduur- en afstandsvergoedingen voor leden van het Comité; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de resultaten van deze audits en uitvoering te geven aan alle openstaande aanbevelingen naar aanleiding van eerdere audits (inzake institutionele termijnen, vertolking, verificatie, ethiek en integriteit, statutaire rechten en betalingstermijnen);</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt op dat het Comité eind 2023 707 personeelsleden in dienst had, tegenover 706 in 2022; stelt voorts vast dat in 2023 49 arbeidscontractanten en 130 tijdelijke functionarissen (waarvan er 52 in 2023 werden aangeworven) in dienst van het Comité waren (tegenover 50 arbeidscontractanten en 128 tijdelijke functionarissen in 2022); merkt bovendien op dat het Comité twaalf uitzendkrachten en tien externe personeelsleden in dienst had die ter plaatse werkten (“intra muros”), externe dienstverleners op het gebied van logistiek en IT niet meegerekend; neemt er nota van dat de bezettingsgraad in 2023 95,50 % bedroeg, tegenover 95,10 % in 2022, en dat het personeelsverloop in 2023 7 % bedroeg;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>is ingenomen met de huidige inzet van het Comité om zijn kader voor personeelsbeheer te verbeteren teneinde een aantrekkelijke werkgever en werkplek te worden waar elke persoon wordt gewaardeerd en zijn potentieel ten volle kan ontwikkelen; merkt op dat het Comité in 2023 in het kader van de uitvoering van zijn strategie voor personeelsbeheer voor 2023-2025 verschillende belangrijke mijlpalen heeft verwezenlijkt, onder meer door nieuwe besluiten te nemen over arbeidsomstandigheden (hybride werken, overwerk, buitengewoon verlof), een diversiteits- en inclusiestrategie en -actieplan voor 2023-2027, personeelsmobiliteit en de methodologie voor gevoelige posten, alsook over het systeem voor beoordeling en promotie van het personeel; neemt met voldoening kennis van de positieve resultaten van het in mei 2023 gepubliceerde medewerkerstevredenheidsonderzoek, waarbij zowel personeel als leidinggevenden blijk gaven van grote tevredenheid over verschillende personeelsgerelateerde kwesties, met name wat betreft werkafspraken – een onderwerp ten aanzien waarvan het Comité het perfecte evenwicht lijkt te hebben gevonden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>merkt op dat het Comité voor het tweede opeenvolgende jaar een netto-importeur van talent (uit andere instellingen) is geworden als gevolg van het uitrollen van een gericht plan voor zijn aantrekkelijkheid als werkgever en het behoud van personeel; erkent niettemin het bestaan van aanhoudende uitdagingen als gevolg van de afhankelijkheid van tijdelijke functionarissen gezien het tekort aan EPSO-reservelijsten, wat risico’s met zich meebrengt als het gaat om het vasthouden van deskundigheid in de organisatie; onderstreept dat vaste personeelsleden belangrijk zijn om vaardigheden, de continuïteit en een productieve werkomgeving te behouden; raadt het Comité aan initiatieven te nemen om deze uitdagingen het hoofd te bieden, bijvoorbeeld door interne vergelijkende onderzoeken te organiseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat met het oog op een betere verdeling van de schaarse middelen er in 2023 een externe personeelsinventarisatie in opdracht van het Comité is afgerond; merkt bezorgd op dat de resultaten van die inventarisatie de zware werklast bij veel verschillende diensten in het Comité bevestigden, waardoor de vervulling van de taakstelling en de verplichtingen van het Comité in het gedrang komen; verzoekt het Comité de aanbevelingen van die inventarisatie uit te voeren en daarbij onder meer het beoordelings- en prestatiesysteem tegen 2025 te herzien, het besluit inzake nieuwe arbeidsvoorwaarden goed te keuren en de betrokkenheid van het personeel regelmatig te monitoren; benadrukt dat strategische personeelsplanning belangrijk is om de middelen optimaal te besteden, te kunnen voldoen aan de door de politieke instanties vastgestelde prioriteiten op hoog niveau en de inspanningen op het gebied van kostenefficiëntie voort te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat de in 2022 gestarte positieve trends met betrekking tot de aanwerving van personeel in 2023 werden voortgezet; prijst het Comité voor de maatregelen die het op dit gebied heeft genomen, zoals de afstemming van de publicatie van vacatures op de publicatie van nieuwe EPSO-reservelijsten of de publicatie van vacatures op de website van het Comité en op LinkedIn; verzoekt het Comité het Parlement op de hoogte te houden van de resultaten van zijn proefproject inzake zijn merkidentiteit als werkgever; onderstreept dat de onboarding van nieuwkomers een belangrijke factor van strategische afstemming vormt aangezien die ervoor zorgt dat personeel wordt geïnformeerd over de regels en strategieën die in een instelling van kracht zijn; prijst het Comité voor het feit dat het de onboarding van nieuwe personeelsleden in 2023 heeft verbeterd door middel van een geactualiseerd welkomstboekje en een geactualiseerde onboardingbrief, een welkomstpakket met milieuvriendelijke goodies, een feedbackmechanisme over de onboardingervaring, een verbeterde timing van de welkomstsessie, een vernieuwde Newcomers’ Corner en onboarding-tips voor managers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>herinnert eraan dat het Comité Besluit 282/23A tot vaststelling van flexibele, op vertrouwen gebaseerde regels voor hybride werk heeft vastgesteld, dat op 1 januari 2024 in werking is getreden, en tegelijkertijd het evenwicht tussen werk en privéleven van zijn personeel en het aanpassingsvermogen en de efficiëntie heeft verbeterd; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit tijdig in kennis te stellen van de ontwikkelingen in dit verband;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is verheugd dat er in januari 2024 een vrouw tot secretaris-generaal is benoemd, wat een positieve stap in de richting van genderevenwicht is; betreurt echter dat het percentage vrouwen in hogere leidinggevende functies in 2023 nog steeds laag was, waarbij momenteel slechts twee van de zeven hogere managementfuncties door vrouwen worden bekleed; is desondanks verheugd dat het Comité het genderevenwicht van zijn personeel, en met name in hogere leidinggevende functies, als een belangrijke factor beschouwt en verzoekt het Comité de situatie op de hoogste niveaus snel te verbeteren door te zorgen voor een evenwichtige vertegenwoordiging in overeenstemming met de toezeggingen van het Comité op het gebied van diversiteit en inclusie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>betreurt dat het Comité geen gegevens heeft kunnen verstrekken over gevallen van burn-out in 2023 en verwerpt het standpunt van het Comité in zijn follow-upverslag dat burn-out op zich geen erkende medische diagnose is en dat er veel redenen voor een burn-out kunnen zijn; herinnert eraan dat statistische gegevens over burn-outs belangrijk zijn om beslissingen in verband met personeelswelzijn te kunnen nemen, die ook gebaseerd moeten worden op de lessen die uit bijzonder betreurenswaardige ervaringen uit het verleden zijn getrokken en op externe evaluaties van het huidige kader; beseft dat er beperkingen zijn als gevolg van gegevensbescherming, maar beklemtoont dat geanonimiseerde statistische gegevens van grote waarde zijn om met kennis van zaken managementbeslissingen te kunnen nemen; stelt bezorgd vast dat er in verschillende diensten sprake is van een zware werklast wegens te weinig personeel; is verheugd dat er nieuwe arbeidsregelingen zijn goedgekeurd en beschouwt deze als een positieve stap, maar moedigt het Comité aan meer te doen om geanonimiseerde gegevens over gevallen van burn-out te publiceren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2023 personeelsleden uit alle lidstaten in dienst had, waarvan sommige oververtegenwoordigd waren (bijv. België, Italië); merkt op dat in 2023 24 % van de managers in het Comité uit een van de 13 lidstaten kwam die na 2004 tot de Unie zijn toegetreden, wat neerkomt op een lichte stijging ten opzichte van 21 % in 2022 en 19 % in 2021; spoort het Comité nogmaals aan maatregelen te blijven nemen om een adequaat geografisch evenwicht in de personeelsbezetting te bereiken, met bijzondere aandacht voor het managementniveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van het Comité om een gezonde werkomgeving voor zijn personeelsleden te creëren; prijst met name de nadruk die het Comité legt op de geestelijke en lichamelijke gezondheid van het personeel, en de inspanningen die zijn geleverd om gezondheidsgerelateerde kwesties onder de aandacht te brengen; neemt kennis van de maatregelen van het Comité met betrekking tot het beheer van ziekteverlof, zoals deeltijdwerk op medische gronden en langdurig telewerken, om ervoor te zorgen dat personeelsleden die langdurig ziekteverlof hebben tijdig weer aan het werk gaan, en neemt tevens kennis van het toegenomen percentage personeelsleden zonder afwezigheden van 27 % in 2022 naar 30 % in 2023; stelt met tevredenheid vast dat het Comité in 2023 in de gebouwen van het Comité een campagne voor gratis huidkankerscreening heeft georganiseerd, waarbij over een periode van vier dagen 104 personeelsleden externe dermatologen hebben geraadpleegd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>is ingenomen met de goedkeuring van de nieuwe diversiteits- en inclusiestrategie, die tot 2027 van kracht blijft; prijst het Comité voor de specifieke bewustmakingsmaatregelen over handicaps die het begin 2024 heeft genomen; stelt tevreden vast dat opleidingen over diversiteit en inclusie nog steeds verplicht zijn voor managers en aanbevolen worden voor het personeel; is het Comité erkentelijk voor zijn sterke inzet voor een volledig inclusieve werkplek; moedigt het Comité aan verdere stappen te zetten om te monitoren in welke mate werknemers met een handicap vertegenwoordigd zijn, en in dat verband geanonimiseerde gegevens te publiceren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>merkt op dat het Comité zijn interne hervormingsproces heeft voortgezet met de vaststelling van een besluit over de algemene uitvoeringsbepalingen inzake administratieve onderzoeken en uitvoeringsvoorschriften voor tuchtprocedures in 2023; prijst het Comité voor het feit dat het deze laatste stap heeft gezet die nodig was om de maatregelen voor een robuuster ethisch kader van het Comité volledig ten uitvoer te leggen; maakt uit het follow-upverslag op dat het Comité en de intern controleur overeenstemming hebben bereikt over een actieplan voor de controle van de ethiek en integriteit van het Comité, waarbij acht aanbevelingen zijn uitgevoerd en afgesloten en twee aanbevelingen nog openstaan met uitvoering voorzien voor ten laatste maart 2025; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de geboekte voortgang op dit punt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2023 is doorgegaan met het opleiden van personeel en het geven van voorlichting over onderwerpen met betrekking tot klokkenluiders, belangenconflicten en andere ethische kwesties; neemt in dit verband met tevredenheid kennis van de resultaten van het in 2023 uitgevoerde onderzoek naar de betrokkenheid van medewerkers, waaruit blijkt dat het personeel zich in hoge mate bewust is van het ethische kader van het Comité, met name wat betreft de netwerken van vertrouwenspersonen (93 %) en ethisch adviseurs (83 %); merkt op dat het Comité in 2023 twaalf opleidingssessies over deze onderwerpen heeft georganiseerd, met een totale deelname van 79 personeelsleden; prijst het Comité voor het organiseren van verplichte opleidingen over respect en waardigheid op het werk voor alle medewerkers, met inbegrip van managers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat in 2023 één klacht over intimidatie werd gemeld die gedurende datzelfde jaar werd afgesloten na onderzoek en bemiddeling door het Comité, zonder dat er sancties werden opgelegd; herinnert eraan dat het Comité burgerlijke partij is bij de lopende rechtszaak die door de Belgische nationale autoriteiten is aangespannen tegen een voormalig lid dat van wangedrag wordt beschuldigd en die momenteel bij een Belgische rechtbank aanhangig is; vraagt het Comité het Parlement op de hoogte te houden van ontwikkelingen in die zaak; is van mening dat de bevordering van een cultuur van respect en waardigheid, aangevuld met een nultolerantiebeleid tegen intimidatie, van cruciaal belang is om aantijgingen in de toekomst te voorkomen en voor een veilige en inclusieve werkomgeving in het Comité te zorgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>wijst er nogmaals op dat een nultolerantiebeleid tegen intimidatie noodzakelijk is om het welzijn van het personeel te beschermen en een plicht is voor elke werkgever; herinnert eraan dat, wanneer beschuldigingen van intimidatie worden behandeld, moet worden voortgebouwd op geleerde lessen om eventueel wangedrag te voorkomen; is nog steeds van mening dat een extern en onafhankelijk onderzoek naar de rechtszaak die momenteel aanhangig is, het Comité kan helpen beter op soortgelijke zaken te reageren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>stelt het op prijs dat het Comité bereid is samen te werken met de onderzoeksinstanties van de Unie, met name het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en de Europese Ombudsman; merkt op dat in 2023 twee OLAF-zaken werden geopend die beide in datzelfde jaar zijn afgewezen: één werd afgewezen wegens gebrek aan voldoende bewijsmateriaal en de andere werd doorverwezen naar het Comité voor follow-up; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de voortgang in de tweede zaak; merkt voorts op dat de Ombudsman in 2023 een onderzoek heeft geopend in verband met de afhandeling van een zaak met betrekking tot beschuldigingen van intimidatie; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de resultaten van dat onderzoek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>neemt met voldoening kennis van de inspanningen van het Comité in 2023 om zijn activiteiten transparanter te maken; neemt in dit verband kennis van de vaststelling van een besluit tot uitbreiding van het type documenten dat online beschikbaar is via het transparantieregister, zoals de notulen van vergaderingen en presentielijsten van het Comité, alsook van een besluit waarbij de leden van het Comité worden verzocht alleen geregistreerde belanghebbenden te ontmoeten, hun lijst van vergaderingen te publiceren en hun “wetgevingsvoetafdruk” bij hun adviezen te voegen; waardeert het feit dat het Comité online informatie publiceert over zijn jaarlijkse begroting, prestatie-indicatoren, uitgaven of overheidsopdrachten; pleit ervoor dat alle ontmoetingen van leden van het Comité met derden openbaar worden gemaakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Comité solide regels en procedures heeft ingevoerd om belangenconflicten en draaideurconstructies te voorkomen met betrekking tot personeel dat externe activiteiten verricht of leden die een baan aanvaarden nadat zij niet langer lid zijn van het Comité; merkt in dit verband op dat het Comité in 2023 een nieuw formulier voor de opgave van financiële belangen heeft ingevoerd; merkt op dat het formulier moet worden ingediend door leden, afgevaardigden, plaatsvervangers en adviseurs voor zowel hun bezoldigde als onbezoldigde functies of activiteiten buiten het Comité; prijst het Comité voorts voor zijn betrokkenheid in 2023 bij de politieke onderhandelingen over de oprichting van een interinstitutioneel ethisch orgaan dat ethische normen moet vaststellen ter versterking van de transparantie en integriteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>merkt op dat het Bureau van het Comité op 21 maart 2023 verschillende transparantiemaatregelen heeft aangenomen in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgesteld met betrekking tot het transparantieregister van de EU, zoals een aanbeveling voor ambtsdragende leden om alleen geregistreerde belanghebbenden te ontmoeten, de verplichting voor ambtsdragende leden om hun lijsten van vergaderingen te publiceren, alsook een vrijwillige “wetgevingsvoetafdruk” voor rapporteurs; stelt vast dat er verschillende maatregelen zijn genomen om het Bureaubesluit toe te passen, waaronder de publicatie van een dienstnota met praktische modaliteiten om het besluit uit te voeren, een reeks bewustmakingsopleidingen en de verstrekking van modelberichten die kunnen worden toegevoegd aan correspondentie tussen leden van het Comité en externe belanghebbenden als aanmoediging om zich, indien van toepassing, bij het transparantieregister van de EU aan te sluiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>dringt er bij het Comité op aan gemelde belangenconflicten in real time te volgen, waarbij alle leden en het leidinggevend personeel hun financiële belangen, activa en externe banden jaarlijks bekend moeten maken om te voorkomen dat de besluitvorming op ongepaste wijze wordt beïnvloed;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>merkt op dat er in 2023 geen gevallen waren van fraude, belangenconflicten of klokkenluiders; merkt op dat de doeltreffendheid van de fraudebestrijdingsmaatregelen van het Comité is geëvalueerd met het oog op de ontwikkeling van een fraudebestrijdingsstrategie, die nog steeds ontbreekt ondanks verschillende verzoeken van het Parlement in zijn kwijtingsresoluties om maatregelen te nemen ter verbetering van het algemene fraudebestrijdingssysteem; herinnert eraan dat een omvattende fraudebestrijdingsstrategie belangrijk is en verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de resultaten van deze exercitie, die met de goedkeuring van een fraudebestrijdingsstrategie in 2024 had moeten worden voltooid;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>merkt op dat in 2023 de gecombineerde IT-begroting van het Comité en het CvdR 12 700 000 EUR bedroeg, tegenover 11 712 000 EUR in 2022, d.w.z. een stijging van 8,4 %, waarbij in 2023 350 000 EUR uit deze begroting (ofwel 3 %) werd uitgegeven aan cyberbeveiliging; merkt voorts op dat 6,24 % van de totale begroting van het Comité voor 2023 uitgaven vertegenwoordigde voor acties ter uitvoering van de nieuwe “Digitale Strategie 2024-2026” (DS2026), die in 2023 is opgesteld door het gezamenlijk directoraat Innovatie en Informatietechnologie (DIIT);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>merkt op dat DS2026 inspeelt op een toekomst waarin technologie aansluit bij de kerntaak van het Comité, waarbij de nadruk ligt op efficiëntie, snelheid en voortdurende digitale ontwikkeling, waarbij zowel de administratie als de leden centraal staan in de digitale transformatie en waarbij wordt ingezet op het verbeteren van de dienstverlening, empowerment en aanpassingsvermogen; merkt op dat DS2026 gestructureerd is rond acht doelstellingen, acht kernbeginselen en vier grote projecten, zoals de invoering van Ares en EdiT, die naar verwachting in respectievelijk 2026 en 2025 zullen worden uitgerold; neemt op basis van de vragenlijst met voldoening kennis van de vooruitgang die het DIIT in 2023 heeft geboekt bij de uitvoering van DS2026, met onder meer de vaststelling van richtsnoeren voor het personeel inzake artificiële intelligentie, de afstemming tussen de verwerking van amendementen en vertaaltechnologie, en de oprichting van een bureau voor projectbeheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>neemt uit het jaarverslag kennis van de acties van het Comité op het gebied van de bescherming en verwerking van persoonsgegevens; merkt op dat het Comité in 2023 een nieuwe onlineversie van zijn register van dossiers en een nieuw gezamenlijk register van dossiers samen met het CvdR heeft gecreëerd, merkt op dat het eerstgenoemde register eind 2023 121 dossiers bevatte en het laatstgenoemde 25 dossiers; merkt voorts op dat het Comité in 2023 een nieuwe procedure voor de omgang met datalekken heeft aangenomen, een gids over gegevensbescherming heeft gepubliceerd en verschillende voorlichtingsinitiatieven voor zijn personeel en leden heeft uitgerold; merkt tot slot op dat de EDPS in 2023 één onderzoek heeft ingesteld met betrekking tot het beheer van een externe audit, en een eerder onderzoek heeft voortgezet naar het gebruik van clouddiensten door de instellingen van de Unie in het kader van de Cloud II-overeenkomsten, en merkt op dat voor beide onderzoeken nog geen conclusies bekend zijn; verzoekt het Comité om de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de follow-up van deze kwesties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2023 zijn project inzake de apparatuur van al zijn vergaderzalen heeft afgerond, waarbij nog eens 14 zalen volledig zijn uitgerust met technologieën voor hybride gebruik; waardeert het feit dat het Comité in 2023 alle aanbestedingsprocedures voor opdrachten met een hoge waarde op volledig digitale wijze heeft uitgevoerd, voor alle contractuele overeenkomsten de gekwalificeerde elektronische handtekening heeft gebruikt en opleidingen voor het personeel heeft aangeboden over de overgang naar het beheersinstrument voor openbare aanbestedingen (PPMT) en het financierings- en aanbestedingsportaal;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>prijst het Comité voor zijn concrete maatregelen in 2023 om ervoor te zorgen dat zijn personeel de nodige digitale vaardigheden verwerft in een steeds meer gedigitaliseerde werkomgeving; neemt in dit verband kennis van de activiteiten, zoals “mini-hackatons”, die worden georganiseerd in het kader van een peer-to-peernetwerk dat samen met het CvdR is opgezet ter bevordering van een beter gebruik en begrip van digitale hulpmiddelen voor samenwerking, evenals peer-to-peercoaching en onderlinge kennisuitwisseling; stelt vast dat de resultaten van deze activiteiten zijn verwerkt in het opleidingsaanbod van het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>merkt op dat er in oktober 2023 richtsnoeren voor het personeel inzake het gebruik van artificiële intelligentie (AI) zijn vastgesteld, dat al het personeel een infosessie kon volgen over de kansen en uitdagingen van AI en dat de personeelsleden aanvullende communicatie hebben ontvangen in de vorm van op kennis gebaseerde artikelen op het intranet van het Comité om hun bewustzijn van AI te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>merkt op dat in 2023 het werk rondom de invoering en toepassing van het NIST-kader voor cyberbeveiliging binnen zowel het Comité als het CvdR werd voortgezet, waarbij de focus van de in 2023 genomen maatregelen lag bij een aantal van de beginselen van dat kader, namelijk de “protect and detect”-principes; merkt op dat het “Essential Eight”-cyberbeveiligingskader wordt gebruikt voor de toepassing van mitigatiestrategieën; merkt voorts op dat het Comité in 2023 geen cyberaanvallen heeft gehad, maar eind 2022 en begin 2024 wel te maken heeft gehad met korte Denial of Service (DoS)-aanvallen op extern gehoste websites van het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>dringt er bij het Comité op aan zijn begroting voor cyberbeveiliging tot minstens 10 % van zijn totale IT-uitgaven te verhogen, in overeenstemming met de EU-richtlijnen over cyberbeveiliging, om zich beter te beschermen tegen cyberdreigingen, met name op het gebied van gevoelige beleids- en begrotingsgegevens;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>bevestigt de ontvangst van het verslag van het Comité van 3 juni 2024 waarin de kwijtingsautoriteit wordt geïnformeerd over het gebouwenbeleid van het Comité, overeenkomstig artikel 266, lid 1, van het Financieel Reglement van de Unie; stelt met tevredenheid vast dat het Comité, samen met het CvdR, een van de belangrijkste prioriteiten van zijn gebouwenstrategie voor 2017 heeft verwezenlijkt, namelijk “geografische concentratie van de gebouwen”; merkt voorts op dat deze prestatie reeds een besparing heeft opgeleverd doordat de huurkosten van het gehele VMA-gebouw lager zijn dan de huurkosten van de drie gebouwen die voorheen werden gehuurd; begrijpt dat deze besparing ongeveer 1,8 miljoen EUR bedraagt, wat volgens bovengenoemd verslag overeenkomt met de huurkosten van het B100-gebouw; stelt vast dat het Comité momenteel zijn gebouwenstrategie van 2017 voor de lange termijn actualiseert en dat het daarmee tegen eind 2025 klaar zou moeten zijn; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de resultaten van deze exercitie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>is ingenomen met de voltooiing van de renovatiewerkzaamheden (d.w.z. inrichtingswerkzaamheden) van het nieuw aangekochte VMA-gebouw, die onder meer de installatie van slimme energiebesparende technologieën betroffen; steunt het plan van het Comité om technische en milieuaudits van al zijn gebouwen uit te voeren, en meent dat het op basis van de resultaten van die audits mogelijk moet zijn om alle technische installaties en gebouwencomponenten in kaart te brengen die ofwel volledig of gedeeltelijk moeten worden gerenoveerd ofwel moeten blijven zoals zij zijn, met het oog op afstemming op de doelstellingen van de Europese Green Deal; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de resultaten en follow-up van deze audits;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>merkt op dat de taskforce “nieuwe werkmethoden”, die in 2022 is opgericht, in 2023 een eerste prognoseverslag heeft uitgebracht, waarin de nadruk ligt op beschikbare kantoorruimte en mogelijkheden voor optimalisering; neemt kennis van het voornemen van het Comité om deze exercitie voort te zetten via een proces waarbij het personeel betrokken is, om samen vorm te geven aan de toekomstige werkplekken; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de geboekte voortgang op dit punt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>is ingenomen met de toezegging van het Comité en het CvdR om het beginsel van universeel ontwerp systematisch toe te passen op hun infrastructuur, waardoor de toegankelijkheid van hun gebouwen is gewaarborgd omdat hiermee reeds in de ontwerpfase rekening is gehouden; merkt op dat de twee comités in 2023 een reeks verschillende maatregelen hebben genomen om ervoor te zorgen dat hun gebouwen toegankelijk zijn voor mensen met verschillende soorten handicaps, onder meer in verband met de modernisering van de liften in het JDE-gebouw;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>is ingenomen met de groene praktijken van het Comité en prijst de verdere vermindering van het gas-, elektriciteits- en waterverbruik en de koolstofuitstoot en een toename van het recyclingpercentage in verband met de activiteiten van het Comité in 2023 ten opzichte van 2019; wijst op een lichte verslechtering van het afvalvolume ten opzichte van 2019, van -66 % in 2022 naar -56 % in 2023 als gevolg van een hogere bezetting van de kantoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>merkt op dat de hogere energie-efficiëntie en de lagere uitstoot zijn bereikt door middel van investeringen in innovatieve energie-efficiënte gebouwinstallaties, waaronder de slimme energiebesparende technologieën die in het VMA-gebouw zijn geïnstalleerd, de aankoop van 100 % groene elektriciteit, de invoering van specifieke milieucriteria in alle aanbestedingsprocedures met een waarde boven de 60 000 EUR, papierloos werken en andere maatregelen zoals het inperken van de tijd dat de verlichting is ingeschakeld, het verlagen van de standaardtemperatuur in alle gebouwen tot 19 graden in de winter of het sluiten van gebouwen in perioden van lage bezetting, naast vele andere maatregelen; merkt op dat de vermindering van het energieverbruik van het Comité overeenkomt met een percentage van 3,4 % en een financieel voordeel van 65 395 EUR;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>maakt uit het follow-upverslag op dat de slimme energiebesparende technologieën die in het onlangs gerenoveerde VMA-gebouw zijn geïnstalleerd, in 2023 hebben bijgedragen tot een vermindering van het energieverbruik (gas en elektriciteit) van het Comité van 20 % tot 30 %; herhaalt niettemin zijn verzoek aan het Comité om het Parlement een update te verstrekken over het rendement van de investeringen in die technologische installaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>is verheugd dat het Comité een energiebesparingsstrategie met maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn heeft aangenomen; merkt in dit verband op dat het Comité een milieuaudit van al zijn gebouwen is gestart om onder meer de energieprestaties van de huidige structuren en apparatuur in kaart te brengen en een schatting te maken van het milieurendement van de noodzakelijke investeringen ten opzichte van de totale kosten (onderhoud, verbruik enz.) over een periode van 30 jaar; merkt voorts op dat er studies inzake energie-efficiëntiemaatregelen gepland zijn voor 2024 en 2025; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de voortgang met betrekking tot deze kwesties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>herinnert eraan dat de zonnepanelen van het Comité in 2022 15,5 MWh elektriciteit hebben opgewekt, oftewel 0,25 % van het jaarlijkse verbruik van het Comité, en dat dit cijfer in 2023 is gedaald tot 5,75 MWh; maakt met tevredenheid uit de vragenlijst op dat het Comité het goede voorbeeld geeft met betrekking tot maatregelen en acties ten behoeve van duurzame mobiliteit;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>prijst de nauwe samenwerking die het Comité op administratief niveau met het CvdR tot stand heeft gebracht door middel van de nieuwe samenwerkingsovereenkomst die in 2022 werd ondertekend, waarbij de twee comités gebouwen en gezamenlijke diensten delen op het gebied van vertaling, infrastructuur, logistiek, beveiliging, aanbestedingen, financieel beheer en IT, met behoud van volledige institutionele autonomie; is ingenomen met de positieve ontwikkeling in 2023 die inhield dat de twee comités verdere overeenstemming hebben bereikt over de ontwikkeling en financiering van een gedeelde communicatieruimte met gezamenlijke audiovisuele faciliteiten in het JDE-gebouw; verzoekt het Comité de begrotingsbesparing op audiovisueel gebied die in het eerste jaar van de tenuitvoerlegging van die overeenkomst is gerealiseerd, in kaart te brengen en het Parlement hierover te informeren; verzoekt het Comité nogmaals deze samenwerking op andere gebieden voort te zetten en uit te breiden om dubbel werk te voorkomen en de exploitatiekosten van de diensten die beschikbaar zijn in de gebouwen die door het Comité en het CvdR worden gedeeld, verder te rationaliseren; verzoekt het Comité en het CvdR na te gaan of het mogelijk is één administratie op te zetten voor hun gezamenlijke diensten, en directoraten of afdelingen voor de diensten in verband met hun specifieke en onafhankelijke mandaten gescheiden te houden; moedigt het Comité en het CvdR aan hun samenwerking en synergieën verder uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>merkt op dat er ook in 2023 begrotingsbesparingen en efficiëntiewinst werden gerealiseerd dankzij actieve samenwerking tussen het Comité en andere instellingen van de Unie, onder meer door de plenaire vergaderingen van het Comité te organiseren in de gebouwen van de Commissie en het Parlement, waar de locaties en bijbehorende diensten gratis of tegen tarieven onder de externe marktprijzen worden verleend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat het Comité en het Parlement in 2023 opnieuw hebben onderhandeld over hun interinstitutionele overeenkomst en deze in 2024 hebben ondertekend, en stelt vast dat de overeenkomst tot doel heeft relevantere en tijdiger bijdragen te leveren gedurende de wetgevingscyclus, en de bilaterale samenwerking te versterken; is ingenomen met het feit dat dankzij het nieuwe samenwerkingsprotocol van het Comité met de Commissie, dat in 2022 is ondertekend, de impact van het Comité reeds is toegenomen, bijvoorbeeld in de pre-wetgevingsfase door middel van verkennende adviezen; moedigt het Comité aan zijn synergieën met het Parlement op het gebied van politiek, wetgeving en communicatie te versterken, met name in het kader van het Europees burgerinitiatief en het Europees Semester;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>spreekt nogmaals zijn waardering uit voor de uitbesteding (via overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau) van specifieke diensten aan de Commissie, namelijk de afwikkeling van personeelsaangelegenheden en het gebruik van financiële IT-tools en IT-tools voor personeelsbeheer, alsook voor de deelname van het Comité aan interinstitutionele aanbestedingsprocedures die worden geleid door andere instellingen, waarbij het Comité in 2023 opnieuw profiteerde van synergieën op het vlak van IT, dienstreizen, verzekeringen, vervoer, vertaling en audiovisuele apparatuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>wijst op de rol van het Comité bij het aanhalen van de banden met en tussen de nationale economische en sociale raden van de lidstaten; neemt op basis van de vragenlijst kennis van de maatregelen die het Comité heeft genomen om het netwerk van nationale economische en sociale raden en de bijbehorende online gemeenschap te versterken, waaronder de oprichting van gezamenlijke werkgroepen en uitwisselingsprogramma’s, de ontwikkeling van een IT-platform voor samenwerking, en de deelname aan gemeenschappelijke evenementen, naast nog andere maatregelen; pleit voor aanhoudende samenwerking op gebieden van gemeenschappelijk belang en voor de uitwisseling van goede werkwijzen, en wijst erop dat het maatschappelijk middenveld van essentieel belang is om de huidige uitdagingen van de Unie te kunnen aangaan;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Communicatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>merkt op dat de totale begroting van het Comité voor communicatie in 2023 2,15 miljoen EUR bedroeg, een stijging ten opzichte van de 1,5 miljoen EUR die in 2022 voor communicatie begroot was; merkt op dat die middelen voornamelijk werden toegewezen aan de vier vlaggenschipevenementen die in 2023 werden georganiseerd (Europees burgerinitiatief, Jouw Europa, jouw mening!, prijs voor biologische voeding en de 14e EESC-prijs voor het maatschappelijk middenveld), aan de verbetering en/of vernieuwing van de sociale mediakanalen, de externe website en het audiovisueel materiaal van het Comité, alsook aan media- en perspublicaties; prijst het Comité voor zijn communicatieactiviteiten in het kader van zijn communicatieprioriteiten voor 2023, zoals onder meer het Blue Deal-initiatief, COP28, de resolutie over democratie en het 65-jarig bestaan van het Comité;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>prijst het Comité voor zijn werk in 2023 op het vlak van strategische communicatie; merkt op dat het Comité een nieuwe communicatiestrategie heeft aangenomen om zijn imago en bereik te verbeteren; merkt op dat het Comité in het kader van die strategie zijn belangrijkste evenementen heeft gewebstreamd, meestal in alle talen van de Unie, nieuwe communicatietools heeft gelanceerd zoals de videoreeks “Verslag uit de plenaire vergadering”, zijn beschikbare middelen voor communicatie heeft geconcentreerd op de vlaggenschipevenementen van het Comité voor 2023, en een bijzondere inzet heeft getoond om zijn bereik op sociale media te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>verzoekt het Comité meer toezicht te houden op en verslag uit te brengen over arbeidsrechten, sociale inclusie en mensenrechtenschendingen in het kader van door de EU gefinancierde programma’s, om te zorgen voor meer verantwoordingsplicht in zijn adviestaken en beleidsaanbevelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>merkt op dat het aantal volgers op sociale media op de platforms van het Comité in 2023 aanzienlijk is toegenomen, namelijk met 25 000; merkt op dat het Comité eind 2023 61 416 volgers op X had (een stijging van 5 % ten opzichte van 2022), 61 761 volgers op LinkedIn (een stijging van 30 % ten opzichte van 2022), 46 868 volgers op Facebook (een stijging van 5,3 % ten opzichte van 2022) en 17 428 volgers op Instagram (een stijging van 45 % ten opzichte van 2022);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>is ingenomen met de positieve aanpak van het Comité ten aanzien van het gebruik van opensourceoplossingen voor zijn onlinecommunicatie; constateert dat het Comité in juli 2023 zijn eerste account opende op het EU Voice Mastodon-platform, een gedecentraliseerd, gratis en opensourcesocialemedianetwerk waar gebruikers in een op privacy gerichte en reclamevrije omgeving met elkaar kunnen communiceren; stelt vast dat het Comité in de tweede helft van 2023 actief heeft gecommuniceerd via zijn Mastodon-account, waarbij het dagelijks bijdragen online zette over zijn activiteiten en prioriteiten en waardoor de Unie onder de aandacht werd gebracht; neemt nota van het besluit van het Comité om vanaf 2024 zijn aanwezigheid op genoemd platform stop te zetten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>