<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0083</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2023: Algemene begroting van de EU – Comité van de Regio's</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0046/2025 - Rapporteur: Joachim Stanisław Brudziński)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023, afdeling VII - Comité van de Regio’s (2024/2026(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB L 58 van 23.2.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2023/1/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023 (COM(2024)0272 – C10‑0074/2024)<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5462, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5462/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarlijks activiteitenverslag 2023 van het Comité van de Regio’s en zijn verslag over het begrotings- en financieel beheer van het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de instellingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5882, 9.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5882/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, opgesteld overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314, lid 10, en de artikelen 317, 318 en 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 260, 261 en 262,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name de artikelen 59, 118, 266, 267 en 268,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0046/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de secretaris-generaal van het Comité van de Regio’s kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Comité van de Regio’s voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan het Comité van de Regio’s, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 7 mei 2025 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023, afdeling VII – Comité van de Regio’s (2024/2026(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023, afdeling VII – Comité van de Regio’s,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0046/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de kwijtingsautoriteit in het kader van de kwijtingsprocedure wenst te benadrukken dat het bijzonder belangrijk is de democratische legitimiteit van de instellingen van de Unie verder te versterken door de transparantie en de verantwoordingsplicht te verbeteren en door het concept van resultaatgericht begroten en een goed personeelsbeheer toe te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het Comité van de Regio’s (het “Comité”) een politieke vergadering is van 329 leden, gekozen in de regio’s, steden, dorpen en gemeenten van de 27 lidstaten van de Unie, die fungeert als adviesorgaan voor de instellingen van de Unie en tot taak heeft om vanuit het standpunt van de lokale en regionale overheden bij te dragen tot de beleidsvorming en de besluitvorming van de Unie, en er tegelijkertijd toe bij te dragen dat de Unie doeltreffender wordt en dichter bij de burgers komt te staan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de Commissie en de Raad in bepaalde gevallen verplicht zijn het Comité te raadplegen en dat het Comité bevoegd is om in gevallen waarin het zulks dienstig acht op eigen initiatief een advies uit te brengen, hetgeen in de Verdragen is vastgelegd, en dat daarin ook wordt bepaald dat het Parlement het Comité kan raadplegen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de werkzaamheden van het Comité worden bepaald op basis van zijn algemene politieke strategie, als uiteengezet in zijn resolutie van 2 juli 2020 over de prioriteiten van het Comité van de Regio’s voor 2020-2025, en dat het Comité voor de periode 2020-2025<FOOTNOTE><FIELD>Resolutie van het Europees Comité van de Regio’s – De prioriteiten van het Europees Comité van de Regio’s voor 2020-2025 – Europa dichter bij de mensen via de dorpen, steden en regio’s (PB C 324 van 1.10.2020, blz. 8).</FIELD></FOOTNOTE> drie politieke prioriteiten heeft vastgesteld en met het oog daarop drie communicatiecampagnes heeft uitgewerkt: Europa dichter bij de burger brengen, Bouwen aan veerkrachtige regionale en lokale gemeenschappen en Bevordering van cohesie als fundamentele waarde van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat lokale en regionale overheden een derde van de overheidsuitgaven en de helft van de overheidsinvesteringen doen en een vierde van de belastinginkomsten ontvangen, en in veel lidstaten bevoegdheden hebben op belangrijke gebieden als onderwijs, economische ontwikkeling en cohesie, milieu, sociale bescherming, gezondheidszorg en diensten van algemeen belang, en dat de coördinatie van beleidsmaatregelen op lokaal, regionaal, nationaal en Europees niveau dus de legitimiteit van wetgeving versterkt, het draagvlak voor beleid vergroot en ervoor zorgt dat beleid meer effect sorteert bij de burgers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het Comité als politieke doelstelling heeft zijn betrokkenheid bij de gehele politieke en wetgevingscyclus van de Unie te vergroten en de band met de burgers van de Unie te versterken via de leden van het Comité, die in hun gemeenschappen en in hun nationale verenigingen van lokale en regionale overheden fungeren als krachtige multiplicatoren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het Comité elf belangrijke prioritaire gebieden heeft aangewezen om zijn optreden in 2023 strategischer en doeltreffender te maken: (1) een follow-up van de Conferentie over de toekomst van Europa, actieve subsidiariteit en betere regelgeving; (2) Oekraïne en uitbreiding; (3) Energie- en klimaatcrisis; (4) Milieu; (5) Cohesiebeleid – de uitvoering van het cohesiebeleid in een hogere versnelling brengen en het gereed maken voor de periode na 2027; (6) Meerjarig financieel kader; (7) Economische governance voor een eerlijk en duurzaam Europa; (8) Europees Jaar van de vaardigheden 2023; (9) Partnerschap voor regionale innovatie en bevordering van territoriale missies; (10) Civiele bescherming; (11) Voedselzekerheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat Verordening (EU) 2021/1060<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1060/2024-06-30).</FIELD></FOOTNOTE>, die onder meer betrekking heeft op het cohesiebeleid en de financiering van de Unie in de periode 2021-2027 en die in juli 2021 in werking is getreden, een artikel bevat inzake partnerschap dat functioneert volgens het beginsel van bestuur op verschillende niveaus, waarbij het Comité en het Parlement een ondersteunende rol spelen en waarbij de regio’s en hun lokale en regionale overheden betrokken zijn; spreekt zijn krachtige steun uit voor een versterking van de investeringen van de Unie die verband houden met regionale en lokale veerkracht in het volgende meerjarig financieel kader (MFK);</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat in het kader van de meer dan 400 nationale en regionale programma’s voor de uitvoering van het cohesiebeleid van de Unie in de programmeringsperiode 2021-2027 ongeveer 380 miljard EUR uit verschillende fondsen beschikbaar wordt gesteld voor de aanpak van de economische, sociale en milieu-uitdagingen waarmee de regio’s, steden, dorpen en gemeenten van de Unie worden geconfronteerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat op 19 februari 2021 Verordening (EU) 2021/241<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2021/241/2024-03-01</STRING>).</FIELD></FOOTNOTE> tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit van de Unie in werking is getreden, die de rechtsgrondslag vormt voor de verdeling van middelen en leningen ten belope van maximaal 672,5 miljard EUR (in prijzen van 2018) onder de lidstaten tussen 2021 en 2026, en tevens tot doel heeft de economische, sociale en territoriale samenhang te ondersteunen en de ongelijkheden tussen de regio’s van de Unie aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het Comité, als instelling van de Unie in de zin van het Financieel Reglement, zijn eigen jaarrekening moet vaststellen, die wordt opgesteld overeenkomstig de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels (boekhoudregels van de Europese Unie) op basis van de internationale standaarden voor overheidsboekhouding, die uiteindelijk in die van de Unie worden geconsolideerd;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de begroting van het Comité onder MFK-rubriek 7, “Europees openbaar bestuur” (“rubriek 7”) valt, die in 2023 in totaal 12,3 miljard EUR bedroeg, oftewel 6,4 % van de begrotingsuitgaven van de Unie; merkt op dat de begroting van het Comité in 2023 0,95 % van de kredieten van MFK-rubriek 7 uitmaakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt er nota van dat de Europese Rekenkamer (de “Rekenkamer”) in haar jaarverslag (het “verslag van de Rekenkamer”) over het begrotingsjaar 2023 een steekproef van 70 verrichtingen onder rubriek 7 heeft onderzocht, waarvan er 21 (30 %) fouten bevatten; merkt voorts op dat de Rekenkamer vijf van deze fouten heeft gekwantificeerd en daarbij een foutenpercentage onder de materialiteitsdrempel heeft geschat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>neemt nota van de opmerking in het verslag van de Rekenkamer dat de administratieve uitgaven ook uitgaven voor personele middelen, met inbegrip van pensioenen, omvatten, die in 2023 goed waren voor zo’n 70 % van de totale administratieve uitgaven, en uitgaven voor gebouwen, uitrusting, energieverbruik, communicatie en informatietechnologie; is ingenomen met het hernieuwde advies van de Rekenkamer dat administratieve uitgaven over het algemeen een laag risico met zich meebrengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verneemt met spijt uit het verslag van de Rekenkamer haar oordeel over een transactie van het Comité in 2023, waarin de Rekenkamer stelt dat de tienjarige looptijd van een contract voor het onderhoud van gebouwen niet voldoende gerechtvaardigd was;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Begrotings- en financieel beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>maakt uit het jaarlijks activiteitenverslag van het Comité voor 2023 op dat de definitieve goedgekeurde begroting van het Comité in 2023 116 675 392 EUR bedroeg, met inbegrip van gewijzigde begroting nr. 4/2023 (salaris en energie), wat neerkomt op een stijging van 6 698 534 EUR (d.w.z. + 6,10 %) ten opzichte van 2022; is verheugd dat het begrotingsuitvoeringspercentage van het Comité met betrekking tot de vastleggingskredieten voor het lopende jaar is gestegen van 99,20 % in 2022 naar 99,9 % in 2023, en dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten voor het lopende jaar is gestegen van 88 % in 2022 naar 91,20 % in 2023; is er voorts mee ingenomen dat het uitvoeringspercentage van C8-kredieten is gestegen van 81,60 % in 2022 naar 85 % in 2023; is van mening dat deze hoge uitvoeringspercentages enerzijds een teken zijn van goed budgettair en financieel beheer door het Comité dankzij versterkt toezicht op de uitvoering van de begroting, tijdige begrotingsprognoses en herschikking van middelen om in te spelen op onvoorziene gebeurtenissen, maar er anderzijds ook op kunnen wijzen dat het Comité extra middelen nodig heeft; verzoekt de Commissie en de begrotingsautoriteit hiermee in het kader van de begrotingsprocedure rekening te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat het Comité in de loop van 2023 31 overschrijvingen heeft uitgevoerd voor een totaalbedrag van 2,84 miljoen EUR, waarvan 25 interne overschrijvingen voor een totaalbedrag van 0,98 miljoen EUR en zes externe overschrijvingen voor een totaalbedrag van 1,86 miljoen EUR, waarvan ongeveer 0,8 miljoen EUR is overgeschreven naar begrotingsonderdelen die betrekking hebben op door de hoge inflatie/indexering getroffen contracten; merkt op dat de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne in 2023 bleven drukken op de begroting van het Comité; merkt in dit verband op dat het Comité het zwaarst werd getroffen door de hoge inflatie, direct dan wel indirect, op gebieden als reiskosten (dienstreizen), energie, huur van gebouwen, onderhoudscontracten, bouwprojecten, alsook papier en offsetplaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>neemt nota van een stijging van circa 20 % van de betalingen voor de leden van het Comité, waarbij de betalingen in 2022 6 573 307 EUR bedroegen en in 2023 7 955 968 EUR; deze betalingen betroffen reiskosten (8 119 betalingen), reisvergoedingen (4 449 betalingen), vergoedingen voor vergaderingen met fysieke deelname (7 845 betalingen) en met deelname op afstand (152 betalingen);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat de begroting voor dienstreizen (kredieten voor het lopende jaar) stabiel is gebleven, met 420 833 EUR in 2023 (tegenover 419 657 EUR in 2022) en een uitvoeringspercentage van ongeveer 80 % in 2023 (vergelijkbaar met 2022); merkt op dat de begroting voor dienstreizen van het Comité toch stabiel is gebleven ondanks een stijging van de gemiddelde reis- en verblijfkosten; dit als gevolg van een daling van 13 % van het aantal dienstreizen in 2023 ten opzichte van 2022; is ingenomen met het feit dat de vergoeding voor reis- en vergaderkosten voor het voorzitterschap van het Comité (de voorzitter en eerste vicevoorzitter), die wordt gefinancierd uit de algemene begroting voor uitgaven van de leden, tussen 2022 en 2023 is afgenomen van 71 810 EUR tot 62 268 EUR, wat neerkomt op een daling met 13 %; moedigt het Comité aan de uitgaven op dit gebied verder te rationaliseren en te verminderen en te zorgen voor een optimale toewijzing van middelen overeenkomstig de beginselen van goed financieel beheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>constateert met bezorgdheid een stijging van circa 19 % van de kredieten voor vertolkingsdiensten in het lopende jaar, te weten van 3 494 miljoen EUR in 2022 tot 4 167 miljoen EUR in 2023; verzoekt het Comité toe te lichten wat de redenen voor deze stijging zijn, aangezien het Comité tegelijkertijd melding heeft gemaakt van besparingen door in 2023 gebruik te maken van vertolking op afstand;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat de forfaitaire vergoeding voor vergaderingen op afstand die het Comité tot 23 juli 2023 betaalde aan zijn leden, hun plaatsvervangers, alsook aan deskundigen van rapporteurs en sprekers die worden uitgenodigd om vergaderingen op afstand of hybride vergaderingen bij te wonen, 200 EUR bedroeg; merkt voorts op dat op die datum nieuwe regels ter zake in werking zijn getreden, waarbij de forfaitaire vergoeding voor vergaderingen op afstand is vastgesteld op 50 % van de reguliere vergoeding voor vergaderingen, die 359 EUR bedraagt, dus op 179,50 EUR; wijst er in dit verband op dat het totale bedrag dat wordt betaald voor vergoedingen voor vergaderingen op afstand aanzienlijk is gedaald, van 1 742 000 EUR in 2021 en 489 600 EUR in 2022 tot 32 632 EUR in 2023, maar dat de totale uitgaven in verband met begrotingslijn 1004 (“Reis- en verblijfkosten, deelname aan vergaderingen en daarmee samenhangende uitgaven”) aanzienlijk zijn gestegen, van circa 6,6 miljoen EUR in 2022 tot circa 8 miljoen EUR in 2023, voornamelijk als gevolg van een sterke terugkeer naar fysieke vergaderingen in 2023 en de stijging van de reisgerelateerde prijzen na de COVID-19-pandemie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de aanzienlijke stijging van de reis- en vergadervergoedingen die aan de leden van het Comité worden betaald, van 6,6 miljoen EUR in 2022 tot 8 miljoen EUR in 2023; verzoekt het Comité een duidelijke kostenefficiëntiestrategie voor reiskosten vast te stellen, met inbegrip van meer gebruik van deelname op afstand en hybride vergaderingen om onnodige kosten en emissies te verminderen en tegelijkertijd de politieke betrokkenheid te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>betreurt dat de gemiddelde tijd voor het verrichten van betalingen is gestegen van 17,87 dagen in 2022 tot 21,88 dagen in 2023; begrijpt niettemin dat deze stijging het gevolg is van het feit dat het Comité in 2023 een recordaantal facturen heeft verwerkt en betaald, namelijk 5 723 ten opzichte van 4 260 in 2022; merkt in dit verband op dat het percentage handelsfacturen die het Comité langs elektronische weg heeft ontvangen, is gestegen van 68 % in 2022 tot 76 % in 2023, en in 2024 is blijven stijgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Intern beheer, prestaties en interne controle</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>erkent dat het Comité een fundamentele rol speelt bij het leveren van een bijdrage aan de beleidsontwikkeling en besluitvorming van de Unie door de belangen van lokale en regionale overheden in de Unie te vertegenwoordigen; wijst erop dat het verslag over de prestaties van het Comité in het kader van zijn jaarlijkse operationele plan in 2023 was gebaseerd op 25 doelstellingen, waarvan aan de hand van 80 kwantitatieve indicatoren is beoordeeld in hoeverre ze zijn gerealiseerd, waarbij de streefdoelen van het overgrote deel van deze indicatoren (circa 75 %) zijn gehaald met een niveau van ten minste 90 %;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>wijst erop dat het Comité bijdraagt aan het beleids- en besluitvormingsproces van de Unie vanuit het perspectief van de regionale en lokale overheden in de Unie en dat het een kader biedt om de samenwerking tussen het lokale, regionale, nationale en Europese niveau te verbeteren en Europa dichter bij de burgers te brengen; betreurt dat het Comité wegens begrotingsbeperkingen minder goed in staat is geweest om zijn doelstelling om de burgers dichter bij de Unie te brengen volledig te verwezenlijken, wat de toegevoegde waarde van het Comité beperkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>steunt het Comité – gezien de belangrijke rol die het speelt bij het vergroten van de democratische legitimiteit van de wetgeving van de Unie door te zorgen voor een actieve coördinatie van de regionale en lokale overheden – bij zijn inspanningen om meer territoriale effectbeoordelingen (TEB's) uit te voeren, mede in overeenstemming met het eindverslag en de aanbevelingen van de Conferentie over de toekomst van Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>prijst het Comité voor zijn politieke verwezenlijkingen op zijn belangrijkste prioritaire gebieden in 2023; wijst erop dat het Comité zijn opdracht vervult door middel van adviezen waarin het reageert op wetgevingsvoorstellen van de Commissie (waarover het om advies is gevraagd), initiatiefadviezen waarin het de instellingen van de Unie oproept om actie te ondernemen, en resoluties waarin het zijn standpunt over specifieke thema’s uiteenzet; stelt vast dat het Comité in 2023 53 adviezen en 6 resoluties heeft aangenomen, een daling ten opzichte van de 55 adviezen en 8 resoluties die in 2022 zijn aangenomen, hoewel de kredieten en het personeelsbestand zijn opgeschroefd; moedigt het Comité aan te blijven werken aan de verbetering van zijn prestaties en zijn doeltreffendheid; is ingenomen met de inspanningen van het Comité om hervormingsgerichte en innovatieve oplossingen in te voeren, de administratie te stroomlijnen en overlappende rollen met andere organen te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>waardeert het dat het Comité in 2023 is doorgegaan met de uitvoering van maatregelen om zijn administratie te moderniseren en de kosteneffectiviteit te verbeteren in het kader van het programma “Going for IMPact”; wijst in dit verband op de vooruitgang die is geboekt bij de digitalisering en optimalisering van de workflow, de modernisering van de plannings- en verslagleggingsinstrumenten van het Comité, de oprichting van een centrale vergaderdienst en de versterking van de samenwerking met andere instellingen of organen (bijv. het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC), de Commissie, het Parlement, het Bureau voor infrastructuur en logistiek); prijst het Comité voor de uitvoering van bijna 90 % van de in 2021 gestarte vereenvoudigingsprojecten op het gebied van administratieve processen, schriftelijke procedures en (interne) juridische documenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>stelt in het licht van de antwoorden van het Comité op de vragenlijst van de Commissie begrotingscontrole van het Parlement naar aanleiding van de kwijting voor de begroting 2023 (de “vragenlijst”) met tevredenheid vast dat het Comité er dankzij het programma “Going for IMPact” in 2023 in is geslaagd zijn doelstellingen af te stemmen op de beschikbare middelen die onder druk stonden door de inflatoire gevolgen van de oorlog in Oekraïne; prijst met name de vooruitgang die het Comité heeft geboekt bij de uitvoering van het project “Convergentie” (een op SharePoint gebaseerd instrument voor planning, rapportage, risicobeoordeling en bedrijfscontinuïteit) en het nieuwe bedrijfscontinuïteitsbeleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>erkent de impact van de werkzaamheden van het Comité, met name zijn adviezen, die in 2023 gedeeltelijk werden overgenomen in resoluties, standpunten, voorstellen, verslagen, evaluaties, conclusies of trialogen van de Commissie, het Parlement of de Raad; verzoekt het Comité de instellingen van de Unie en andere begunstigden van het beleid van de Unie nuttige en relevante input te blijven leveren, zoals gegevens uit de praktijk en analyses; is ingenomen met de grotere betrokkenheid van het Comité in de gehele politieke en wetgevingscyclus van de Unie door middel van samenwerkingsovereenkomsten en actieplannen met de Commissie, het Parlement en de Europese Investeringsbank; is van mening dat leden van het Comité en het EESC moeten worden uitgenodigd voor relevante parlementaire vergaderingen over kwesties die onder hun bevoegdheid vallen; neemt ter kennis dat de leden van het Comité in 2023 tevens een ontmoeting hebben gehad met de Raad en de permanente vertegenwoordigingen en hebben deelgenomen aan de door het voorzitterschap van de Raad georganiseerde evenementen, zodat de standpunten van het Comité in de wetgeving van de Unie tot uiting komen; feliciteert het Comité met het vergroten van zijn betrokkenheid bij wetgevingstrialogen, en met name met het feit dat het in 2023 voor het eerst toegang heeft gekregen tot trialoogdocumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt het Comité te zorgen voor een grotere betrokkenheid van regionale en lokale overheden bij de besluitvorming van de Unie door gestructureerde raadplegingsmechanismen op te zetten met regionale en lokale autoriteiten, waaronder parlementen, gemeentebesturen en lokale maatschappelijke organisaties, alvorens adviezen uit te brengen; dringt er bij het Comité op aan te pleiten voor een verplicht raadplegingsproces over wetgevingsaangelegenheden die aanzienlijke gevolgen hebben voor de regionale ontwikkeling en het cohesiebeleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt met betrekking tot het nieuwe internecontrolekader op dat het Comité vanaf 2023 een nieuwe methode voor controles achteraf heeft ingevoerd om de aanpak te vereenvoudigen en af te stemmen op de praktijk van de andere instellingen van de Unie, waarbij de controles achteraf nu gecentraliseerd en niet langer gedecentraliseerd gebeuren; merkt op dat de controles achteraf in 2023 gericht waren op het basissalaris en de gewerkte tijd, waarbij 55 dossiers werden geverifieerd, en dat de statistische schatting van het foutenpercentage bij de referentiepopulatie 0 % bedroeg; merkt voorts op dat het Comité zijn exercitie voor betere naleving en grotere doeltreffendheid in 2023 nogmaals heeft doorgevoerd om te beoordelen in hoeverre het Comité bepaalde internecontrolenormen naleeft en deze doeltreffend uitvoert; prijst het Comité naar aanleiding van een melding over verbetering op dit gebied ten opzichte van de resultaten van de exercitie van 2022; moedigt het Comité aan zich te blijven inspannen om het nalevingsniveau en de doeltreffendheid van de bestaande internecontrolemaatregelen verder te verbeteren; stelt met betrekking tot het nieuwe beleid inzake gevoelige posten met tevredenheid vast dat het Comité in 2023 een screening heeft uitgevoerd om het risiconiveau van elke post en dus het gevoeligheidsniveau ervan vast te stellen, alsook de nodige maatregelen om die risico’s te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>neemt ter kennis dat het Comité in 2023 twee nieuwe controles heeft uitgevoerd: een over de conformiteit van verschillende functies (bijv. risicobeheer, planning, controlesysteem) met de wetgeving inzake gegevensbescherming en een over de prestaties van de IT-organisatie in gezamenlijke diensten (het nieuwe gezamenlijke directoraat Innovatie en IT van het Comité en het EESC); merkt op dat naar aanleiding van elk van deze controles 11 aanbevelingen zijn gedaan, waarvan zeven als zeer belangrijk werden beschouwd; merkt voorts op dat naar aanleiding van de in 2022 gestarte controle van het beheer van de vacante posten tien aanbevelingen zijn gedaan, waarvan er drie zeer belangrijk waren; roept het Comité ertoe op om zo spoedig mogelijk uitvoering te geven aan de lopende aanbevelingen en om de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vooruitgang op dit gebied;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personele middelen, gelijkheid en welzijn van het personeel</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt op dat het Comité eind 2023 in totaal 559 personeelsleden telde (gedetacheerde nationale deskundigen, interimpersoneel, personeelsleden intra muros en stagiairs uitgezonderd), tegenover 533 personeelsleden in 2022; stelt vast dat het Comité eind 2023 74 arbeidscontractanten in dienst had, tegenover 56 arbeidscontractanten in 2022, en 96 tijdelijke functionarissen, tegenover 89 tijdelijke functionarissen in 2022, en dat daarbij 21 arbeidscontractanten een contract voor onbepaalde tijd hadden, 53 arbeidscontractanten een contract voor bepaalde tijd, 53 tijdelijke functionarissen een vaste functie bekleedden met een contract voor bepaalde tijd, 50 tijdelijke functionarissen een contract voor onbepaalde tijd hadden en drie tijdelijke functionarissen een tijdelijke functie bekleedden (in twee gevallen met een contract voor onbepaalde tijd en in het geval van de secretaris-generaal met een contract met een vaste duur van vijf jaar); merkt voorts op dat het Comité vijf uitzendkrachten en 12 externe personeelsleden in dienst had die, met uitzondering van de externe dienstverleners op het gebied van logistiek en IT, ter plaatse werkzaam waren; hoopt dat er een goede reden is voor de uitbreiding van het personeelsbestand; stelt vast dat de bezettingsgraad van de posten in de personeelsformatie in 2023 98 % bedroeg (een stijging ten opzichte van 96 % in 2022) en dat het personeelsverloop 6,6 % bedroeg (een daling ten opzichte van 10,80 % in 2022);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>stelt vast dat het Comité steeds afhankelijker wordt van arbeidscontractanten en tijdelijke functionarissen (tot 26 % van de personeelsleden van het Comité); maakt uit de vragenlijst op dat deze afhankelijkheid met name wordt veroorzaakt door het feit dat er sinds 2018 geen EPSO-reservelijsten meer zijn voor generalistische administrateursprofielen; is bezorgd dat de stabiliteit op lange termijn en de continuïteit van de werkzaamheden van het Comité worden bedreigd door gebrek aan aantrekkelijkheid van de aangeboden contracten voor bepaalde tijd; onderstreept dat vaste personeelsleden belangrijk zijn om vaardigheden, de continuïteit en een productieve werkomgeving te behouden; merkt op dat het Comité in 2024 een intern vergelijkend onderzoek voor breed inzetbare personeelsleden heeft georganiseerd in vijf rangen (AST/SC1, AST1, AST3, AD5 en AD7); steunt het Comité bij zijn inspanningen om deze uitdagingen het hoofd te bieden; verzoekt het Comité aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de in 2024 georganiseerde vergelijkende onderzoeken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>merkt op dat het Comité eind 2023 56,9 % vrouwen en 43,1 % mannen in dienst had; betreurt dat het Comité nog geen gendergelijkheid in leidinggevende functies heeft bereikt, maar erkent de aanzienlijke vooruitgang die is geboekt in het kader van de vijfjarige strategie en actieplan voor diversiteit en inclusie van het Comité voor 2022-2026, waaronder een duidelijke stijging van het percentage vrouwen in hogere managementfuncties van 37,5 % in 2022 tot 44,4 % in 2023; beveelt maatregelen aan om de inclusiviteit in vacatures te vergroten en een grotere participatie van vrouwen in hogere managementfuncties en middenkaderfuncties aan te moedigen, onder andere door te zorgen voor doelstellingen inzake genderevenwicht, een evenwichtige vertegenwoordiging in jury’s, gerichte opleidingsmogelijkheden voor vrouwelijke personeelsleden die een leidinggevende functie ambiëren en de bevordering van flexibelere werkregelingen; moedigt het Comité aan zich te blijven inspannen om een genderevenwicht te realiseren en verlangt in dit verband dat de lidstaten voor benoemingen van leden van het Comité zowel een mannelijke als een vrouwelijke kandidaat voordragen, teneinde de vertegenwoordiging op alle niveaus te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>neemt ter kennis dat het Comité, naar aanleiding van een in 2022 gestart proefproject inzake een hybride werkregeling en een enquête naar de tevredenheid van het personeel, op 1 januari 2024 een besluit heeft genomen dat voorziet in een hybride werkregeling en een gepersonaliseerd weekrooster voor elk personeelslid, alsook in de mogelijkheid om maximaal 60 % van de werktijd thuis te werken (behalve voor personeelscategorieën die onverenigbaar zijn met telewerken) en maximaal 15 dagen per jaar buiten de standplaats te werken; erkent dat deze maatregelen tot doel hebben het evenwicht tussen werk en privéleven te verbeteren en tegelijkertijd de operationele efficiëntie en de tevredenheid van het personeel te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat de hybride werkregeling van het Comité een positief effect heeft gehad op kortstondig ziekteverlof, waarbij: – het aantal personeelsleden zonder ziekteverlof is gestegen van 71 (12 % van alle personeelsleden) in 2018 tot 211 (36 % van alle personeelsleden) in 2023; – het aantal personeelsleden met ziekteverlof van minder dan zeven dagen daalde van 257 (46 % van alle personeelsleden) in 2018 tot 201 (35 % van alle personeelsleden) in 2023, en – het aantal personeelsleden met ziekteverlof voor een periode tussen 7,5 en 21 dagen daalde van 140 (25 % van alle personeelsleden) in 2018 tot 92 (16 % van alle personeelsleden) in 2023; verzoekt het Comité de impact van de nieuwe werkregeling te monitoren en dit onderwerp ook weer op te nemen in de komende enquêtes over tevredenheid van het personeel; stelt met tevredenheid vast dat 90,25 % van de deelnemers aan de personeelsenquête van december 2022 en 82 % van de leidinggevenden heeft aangegeven tevreden te zijn met deze flexibele regelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>merkt met bezorgdheid op dat het Comité in 2023 melding heeft gemaakt van 18 gevallen van burn-out, wat neerkomt op een stijging ten opzichte van 16 gevallen in 2022; onderstreept dat burn-out een aanzienlijke sociale en professionele impact heeft op het welzijn en de prestaties van het personeel; merkt voorts op dat het Comité door een gepersonaliseerde follow-up van langdurig ziekteverlof er in 2023 in is geslaagd 16 personeelsleden te laten re-integreren na een langdurige afwezigheid als gevolg van een burn-out; is ingenomen met de preventieve maatregelen die het Comité heeft genomen om psychosociale risico’s en burn-out te verminderen; waardeert in dit verband de proactieve aanpak van de medische dienst, en de bewustmakingsconferenties, opleidingen en cursussen die door het Comité zijn georganiseerd; benadrukt echter dat de inspanningen om de onderliggende oorzaken van burn-out aan te pakken en een gezondere werkomgeving te bevorderen, verder moeten worden opgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>merkt op dat het Comité in 2023 overeenkomstig zijn besluit van 26 april 2021 betreffende de bescherming van de waardigheid op het werk, conflictbeheer en bestrijding van intimidatie, met name door middel van specifieke richtsnoeren, interne communicatie en de organisatie van verschillende informatiesessies voor personeel en managers, is blijven werken aan de bewustwording van de maatregelen die zijn genomen om intimidatie op het werk te voorkomen en te bestrijden; is er met name mee ingenomen dat in 2023 vijf opleidingssessies zijn georganiseerd over het voorkomen van psychologische en seksuele intimidatie en “respect en waardigheid voor een goed presterend team”, en beveelt aan om dit initiatief voort te zetten; stelt voorts met tevredenheid vast dat er in de loop van het jaar geen nieuwe, lopende of afgesloten zaken met betrekking tot seksuele intimidatie zijn gemeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>prijst het Comité voor de maatregelen die het in 2023 heeft genomen in verband met de integratie van personen met een handicap, zoals het toegankelijk maken van de gebouwen van het Comité voor personen met beperkte mobiliteit en het waarborgen dat alle vacatures toegankelijk zijn voor kandidaten met een handicap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>stelt vast dat het Comité in 2023 personeel in dienst had dat alle nationaliteiten van de Unie vertegenwoordigde (en één personeelslid met de Oekraïense nationaliteit), en dat sommige nationaliteiten oververtegenwoordigd waren (bijv. Belgen); is ingenomen met de extra inspanningen van het Comité om de geografische spreiding onder het personeel in evenwicht te brengen door zich te richten op een breder publiek en op zijn website en sociale media oproepen te plaatsen tot het indienen van blijken van belangstelling voor arbeidscontractanten en tijdelijke functionarissen; betreurt het aanhoudende gebrek aan geografisch evenwicht binnen het personeel van het Comité, waarbij bepaalde nationaliteiten oververtegenwoordigd blijven in vergelijking met andere; moedigt het Comité aan zijn inspanningen op te voeren om tot een evenwichtigere geografische spreiding te komen, met name op managementniveau; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de resultaten van dit type activiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is verheugd dat het Stagebureau van het Comité in april 2023 voor de tweede keer op rij heeft deelgenomen aan de bijeenkomst “Kansen voor jonge Roma”; prijst het initiatief om de stageregeling van het Comité te presenteren aan jonge en gemotiveerde Roma- en niet-Roma-deelnemers, waaruit een sterke inzet blijkt om inclusiviteit, diversiteit en gelijke kansen te bevorderen; moedigt de voortzetting en uitbreiding van dergelijke initiatieven aan om ondervertegenwoordigde gemeenschappen verder te betrekken en een inclusievere Europese beroepsbevolking te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>is verheugd over de vooruitgang die is geboekt op het gebied van genderevenwicht in het management, daar het percentage vrouwen is toegenomen in zowel middenkaderfuncties (van 29,7 % in 2022 tot 32,5 % in 2023) als hogere managementfuncties (van 37,5 % in 2022 tot 44,4 % in 2023);</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ethisch kader en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>is ingenomen met de werkzaamheden die het Comité in 2023 heeft verricht om ethische regels en praktijken te consolideren in één ethisch rechtskader (Besluit nr. 157/2023), dat onder meer betrekking heeft op tuchtprocedures, waardigheid op het werk, conflictbeheersing, de bestrijding van intimidatie, externe activiteiten en klokkenluiders; merkt op dat deze werkzaamheden hebben geresulteerd in een besluit (Besluit nr. 157/2023) dat het resultaat was van uitgebreid overleg met verschillende belanghebbenden, alsook een follow-up van een interne enquête over ethisch bewustzijn van het personeel en de tenuitvoerlegging van een aanbeveling uit een interne controle over dat onderwerp; prijst het Comité voor het feit dat het in 2023 opleidingen over ethiek, integriteit en respect en waardigheid op het werk is blijven aanbieden aan verschillende groepen personeelsleden, variërend van nieuwkomers, leidinggevenden en personeel in het algemeen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>merkt op dat het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) in 2023 twee zaken heeft behandeld: één zaak over vermeende externe winstgevende activiteiten van een lid van het Comité en een andere zaak over beschuldigingen van recidive bij ongeoorloofde externe activiteiten door een personeelslid; merkt op dat er in het eerste geval geen OLAF-onderzoek is geopend wegens gebrek aan evenredigheid tussen de middelen die nodig zijn om een onderzoek uit te voeren en de verwachte resultaten, waarbij het Comité tevens van mening was dat er geen sprake was van belangenconflicten omdat de leden van het Comité geen bezoldiging van de Unie ontvangen, noch verplicht zijn om opgave te doen van beroepsactiviteiten waarvoor zij kunnen worden betaald op grond van lokale of regionale mandaten die zij vervullen; merkt met betrekking tot de tweede zaak op dat OLAF een onderzoek heeft geopend dat werd afgesloten met twee aanbevelingen, die het Comité ten uitvoer heeft gelegd door een tuchtprocedure in te leiden tegen het betrokken personeelslid en door de winst terug te vorderen die deze persoon had verkregen uit ongeoorloofde nevenactiviteiten; herinnert eraan dat de in 2022 gesloten zaak naar aanleiding van beschuldigingen van financiële wanpraktijken, intimidatie en wanbeheer in een gezamenlijke dienst van het Comité en het EESC ertoe heeft geleid dat er een oefening in conflictbeheersing is gehouden waaraan de betrokken personen hebben deelgenomen, en dat een actieplan met vijf punten is opgesteld; stelt met tevredenheid vast dat uit het follow-upverslag van het Comité naar aanleiding van het kwijtingsbesluit van het Parlement over de uitvoering van de begroting van het Comité in 2022 blijkt dat dit actieplan eind 2023 volledig was uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>herinnert eraan dat het Comité regeling nr. 6/2023 van 4 juli 2023 heeft aangenomen tot vaststelling van op ambtsdragende leden en rapporteurs gerichte transparantiemaatregelen; prijst het Comité in dit verband voor het feit dat het zich op 1 januari 2024 formeel heeft aangesloten bij het transparantieregister van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>dringt er bij het Comité op aan de opsporing en preventie van belangenconflicten te verbeteren door een verplichte afkoelingsperiode voor vertrekkende leden in te voeren voordat zij lobby- of adviesfuncties kunnen vervullen waarbij instellingen van de Unie betrokken zijn; dringt aan op spontane bekendmaking telkens wanneer leden van het Comité besluiten zich wegens belangenconflicten terug te trekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>is ingenomen met de hernieuwde inspanningen van het Comité in 2023 op het gebied van opsporing en preventie van belangenconflicten; merkt op dat het Comité in zijn Besluit nr. 157/2023 het begrip “belangenconflicten” heeft gedefinieerd en een mechanisme heeft ingevoerd om deze op te sporen en te voorkomen, waarbij personeelsleden moeten aangeven of zij zich al dan niet in een belangenconflict bevinden (potentieel of mogelijk) en daartoe op verschillende belangrijke momenten van hun loopbaan of beroepsactiviteiten een formulier invullen; maakt met tevredenheid uit de vragenlijst op dat de jaarlijkse informatie over de beroepsactiviteiten van voormalige hoge ambtenaren op transparante wijze op de website van het Comité wordt gepubliceerd; merkt op dat het Comité in 2023 geen belangenconflicten heeft vastgesteld die een follow-up door de administratie zouden hebben vereist;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>merkt op dat er in 2023 geen gevallen van klokkenluiden aan het Comité zijn gemeld, met uitzondering van informatie van OLAF over een klokkenluiderszaak tegen een personeelslid van het Comité die uiteindelijk door OLAF is geseponeerd; merkt op dat het Comité in 2023 geen nieuwe maatregelen met betrekking tot klokkenluiden heeft vastgesteld en zich heeft gebaseerd op de maatregelen die sinds 2015 van kracht zijn, en deze is blijven bevorderen door middel van cursussen en bewustmaking op het gebied van ethiek; is voorstander van regelmatige verplichte opleidingen ethiek, zowel voor het personeel als voor het management;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>merkt op dat het Comité beschikt over een reeks fraudebestrijdingsmaatregelen en -acties die van toepassing zijn op zijn leden en zijn personeel, en die door verschillende diensten worden uitgevoerd; merkt op dat er in 2023 geen fraudebestrijdingsstrategie bestond, ondanks de verzoeken van het Parlement hierom in eerdere kwijtingsresoluties; stelt met voldoening vast dat het Comité, zoals aanbevolen door het Parlement en zoals vermeld in de vragenlijst, vastbesloten is de bestaande fraudebestrijdingsmaatregelen verder te versterken door in 2025 een fraudebestrijdingsstrategie vast te stellen; moedigt het Comité aan om in het kader van die strategie regelmatige en verplichte opleidingen op het gebied van fraudebestrijding aan te bieden; verzoekt het Comité de kwijtingsautoriteit hierover op de hoogte te houden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitalisering, cyberbeveiliging en gegevensbescherming</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>merkt op dat de gecombineerde IT-begroting van het Comité en het EESC in 2023 12,7 miljoen EUR bedroeg, tegenover 11,712 miljoen EUR in 2022, d.w.z. een stijging van 8,40 %, waarbij in 2023 350 000 EUR uit deze begroting werd betaald voor cyberbeveiliging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>is ingenomen met de nieuwe “Digitale strategie 2024-2026” van het Comité, die eind 2023 is goedgekeurd; prijst het Comité in dit verband voor de vooruitgang op het gebied van digitalisering die het in 2023 op verschillende gebieden heeft geboekt, zoals de administratieve processen (met inbegrip van personeelsselectie), aanbestedingen en vertolking; verzoekt het Comité de inspanningen op het gebied van digitale transformatie te versnellen door te zorgen voor de volledige invoering van elektronische workflows, elektronische handtekeningen en digitale casemanagementinstrumenten tegen 2026, door de op papier gebaseerde processen te verminderen in overeenstemming met de duurzaamheidsverbintenissen en door over te stappen op een papierlozer administratie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>stelt met tevredenheid vast dat 90 % van de projecten voor vereenvoudiging door digitalisering in het kader van het initiatief “Going for impact” eind 2023 volledig waren uitgevoerd; merkt voorts op dat meer efficiëntie is bereikt dankzij een IT-project waarbij de beste tool voor het elektronisch beheer van werkstromen op basis van formules is bepaald en een begin is gemaakt met het vereenvoudigen en digitaliseren van veel van de processen van het Comité met behulp van Microsoft 365-tools; stelt met tevredenheid vast dat het Comité voor het tekenen van contracten gebruikmaakt van aanbestedingsmodules zoals e-Tendering, e-Notices, e-Submission, MyWorkplace en de in 2023 ingevoerde gekwalificeerde elektronische handtekening; is ingenomen met de goedkeuring door het Comité van interne richtsnoeren voor het gebruik van artificiële intelligentie, die de basis leggen voor mogelijke toekomstige oplossingen, en moedigt de invoering aan van regelmatige verplichte opleidingen over een veilig gebruik van artificiële intelligentie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>merkt voorts op dat de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) in 2023 geen enkel onderzoek heeft ingesteld naar de verwerking van persoonsgegevens door het Comité; merkt op dat de EDPS in 2023 een algemene vragenlijst heeft doen uitgaan over de benoeming en positie van de functionaris voor gegevensbescherming (DPO), die door de DPO van het Comité is beantwoord;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>stelt vast dat het Comité in 2023 niet te maken heeft gehad met cyberaanvallen, met uitzondering van enkele denial of service-aanvallen op de extern gehoste website van het Comité; maakt uit de vragenlijst op dat het Comité beschikt over tools en strategieën om bedreigingen in real time te monitoren en kwetsbaarheden in zijn systemen in kaart te brengen; prijst het Comité voor de naleving van normen inzake risicobeoordelingen op het gebied van cyberbeveiliging en voor de invoering van een systeem dat berust op plannen voor het reageren op incidenten, herstelmaatregelen en geleerde lessen; stelt met tevredenheid vast dat het Comité en het EESC het NIST-cyberbeveiligingskader hebben goedgekeurd, waarin in 2023 de nadruk ligt op de volgende beginselen: “beschermen” en “opsporen”; moedigt het Comité aan het cyberbeveiligingsbewustzijn van zijn leden en personeel te vergroten, regelmatig risicobeoordelingen van zijn IT-infrastructuur uit te voeren en voor regelmatige audits en tests van zijn cyberdefensie te zorgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebouwen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>merkt op dat de begroting van het Comité (kredieten voor het lopende jaar) in 2023 18,594 miljoen EUR bedroeg (tegenover 18,930 miljoen EUR in 2022), met een uitvoeringspercentage van de betalingen van 93,70 % (tegenover 82,60 % in 2022); stelt met tevredenheid vast dat de B68- en TRE74-gebouwen in 2022 zijn ingeruild voor het VMA-gebouw, waardoor besparingen zijn gerealiseerd als gevolg van de lagere huurkosten van het volledige VMA-gebouw in 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>stelt vast dat de renovatiewerkzaamheden van het VMA-gebouw (derde tot negende verdieping) in 2023 zijn voortgezet; wijst voorts op een laag uitvoeringspercentage van de C8-kredieten (overgedragen van 2022 naar 2023), te weten 18,90 %, waarbij dit bedrag is besteed aan de inrichting van het VMA-gebouw; aanvaardt de verklaring van het Comité voor dit lage percentage, namelijk dat de aannemer er niet in is geslaagd delen van de renovatiewerkzaamheden in het VMA-gebouw af te ronden; herhaalt zijn verzoek aan het Comité om de kwijtingsautoriteit een update te verstrekken over het rendement van de investeringen in verband met de slimme technologieën die in het VMA-gebouw zijn geïnstalleerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>is ingenomen met de toezegging van het Comité en het EESC om het beginsel “design for all” structureel toe te passen op hun infrastructuur en om de toegankelijkheid van hun gebouwen reeds vanaf het ontwerp te waarborgen; merkt op dat de Comités verschillende maatregelen hebben genomen om ervoor te zorgen dat hun gebouwen toegankelijk zijn voor mensen met verschillende soorten handicaps (rolstoelgebruikers, blinden en slechtzienden, doven, ouderen met spier- of vasculaire problemen);</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Milieu en duurzaamheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>stelt vast dat het Comité in 2023 verscheidene groene praktijken is blijven toepassen, zoals het gebruik van innovatieve energie-efficiënte bouwinstallaties, de aankoop van 100 % groene elektriciteit, de vervanging van papierloze werkstromen door digitale handtekeningen, de toepassing van milieucriteria in alle aanbestedingsprocedures (met aangepaste groene criteria voor aanbestedingen van meer dan 60 000 EUR), de nadruk op afvalvermindering en verhoging van het recyclingpercentage, de uitvoering van maatregelen voor duurzamer reizen door het personeel, waaronder financiële bijdragen van het Comité aan de openbaarvervoerkosten van zijn personeel, het gebruik van volledige vertolking op afstand voor statutaire vergaderingen, en andere energiebesparende maatregelen; maakt met tevredenheid uit de vragenlijst op dat de koolstofemissies in verband met de activiteiten van de administratie van het Comité met 18 % zijn verminderd ten opzichte van 2019;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>maakt met tevredenheid uit de vragenlijst op dat het energieverbruik van het Comité dankzij zijn energiebesparingsmaatregelen in 2023 met naar schatting 3,4 % is gedaald ten opzichte van 2022, wat neerkomt op een financiële winst van 64 240 EUR; feliciteert de Comités met het feit dat zij op alle gebieden (elektriciteit, gas, water, afval, afvalscheiding, kantoorpapier, CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-uitstoot) meer bereikt hebben dan de EMAS-doelstellingen voor 2021-2025;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Interinstitutionele samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>is ingenomen met de budgettaire en administratieve besparingen die zijn gerealiseerd door interinstitutionele samenwerking, met name de nauwe samenwerking op administratief niveau met het EESC, waarmee het Comité gebouwen en gezamenlijke diensten deelt op het gebied van vertaling, infrastructuur, logistiek en IT; deze gezamenlijke diensten telden in 2023 470 personeelsleden en beide instellingen hebben hier circa 60 miljoen EUR in gestopt (salarisgerelateerde uitgaven uitgezonderd); stelt met tevredenheid vast dat het Comité zijn samenwerking met het EESC verder heeft uitgebreid door gebruik te maken van aanvullende synergieën door middel van gezamenlijke medische diensten, een gezamenlijk centraal gegevensbeschermingsregister en gezamenlijke verwerkingsactiviteiten op basis van de regeling voor gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid die het Comité en het EESC in 2023 hebben ondertekend; verzoekt het Comité nogmaals deze samenwerking op andere gebieden voort te zetten en uit te breiden om dubbel werk te voorkomen en de exploitatiekosten van de diensten die beschikbaar zijn in de gebouwen die door het Comité en het EESC worden gedeeld, verder te rationaliseren; verzoekt het Comité en het EESC na te gaan of het mogelijk is om één administratie op te zetten voor hun gezamenlijke diensten, met afzonderlijke directoraten of eenheden voor de diensten die zich bezighouden met aangelegenheden die verband houden met hun specifieke en onafhankelijke mandaten; moedigt het Comité en het EESC aan hun samenwerking en synergieën verder uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>is ingenomen met het streven van het Comité naar synergieën door diensten van andere instellingen aan te kopen via dienstenniveauovereenkomsten en door deel te nemen aan interinstitutionele coördinatieorganen en interinstitutionele aanbestedingsprocedures; is ingenomen met de efficiëntieverbeteringen met betrekking tot de mededeling inzake de Europese verkiezingen van 2024, waarover het Comité in de vragenlijst verslag heeft uitgebracht; stelt vast dat deze verbeteringen mogelijk waren omdat het Comité in februari 2024 met het Parlement een memorandum van overeenstemming en in mei 2024 een nieuwe samenwerkingsovereenkomst heeft ondertekend; merkt voorts op dat de samenwerkingsovereenkomst ook betrekking had op samenwerking op politiek en administratief niveau tussen de twee instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>verzoekt het Comité zijn samenwerking met het Parlement en de Commissie te verdiepen door een gestructureerde jaarlijkse dialoog tussen vertegenwoordigers van het Comité en de wetgevers van de Unie tot stand te brengen over belangrijke wetgevingsdossiers die van invloed zijn op regionale ontwikkeling, klimaatbeleid en sociale cohesie; dringt er bij het Comité op aan gezamenlijke initiatieven met de Commissie regionale ontwikkeling (REGI) en de Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid (ENVI) van het Parlement te onderzoeken om duurzame regionale investeringen te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>merkt op dat het Comité (tegen een jaarlijkse vergoeding) samenwerkt met de Commissie bij de behandeling van hr-vraagstukken en het gebruik van verschillende IT-platforms voor financieel beheer en personeelszaken; stelt voorts vast dat het Comité zijn zittingen in de gebouwen van het Parlement en de Commissie houdt vanwege het gebrek aan capaciteit in zijn eigen vergaderzalen, en vertolkingsdiensten betrekt van deze twee instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>is verheugd dat de samenwerkingsovereenkomst tussen het Comité en het Parlement in 2023 is herzien met het oog op de definitieve ondertekening ervan in 2024; steunt de samenwerking van het Comité met verschillende parlementaire commissies, interfractiewerkgroepen en directoraten-generaal van het Parlement en acht het van essentieel belang dat leden van het Comité en het EESC regelmatig en systematisch worden uitgenodigd voor relevante parlementaire uitwisselingen, met inbegrip van commissievergaderingen, over kwesties die zij behandelen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Communicatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>stelt vast dat de communicatieactiviteiten van het Comité gericht zijn op betrekkingen met de pers, de organisatie van evenementen en digitale inhoud en sociale media, en dat de totale begroting (kredieten voor het lopende jaar) daarvoor in 2023 circa 2,8 miljoen EUR bedroeg; betreurt het zeer lage uitvoeringspercentage van de betalingen op deze gebieden (variërend van 24,70 % tot 48,20 %); wijst niettemin op een hoog uitvoeringspercentage met betrekking tot C8-kredieten (overgedragen van 2022 naar 2023) van 98 % tot 100 %; dringt er bij het Comité op aan maatregelen te nemen om zijn begrotingsplanning met betrekking tot communicatiegerelateerde begrotingsposten te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>neemt met tevredenheid kennis van de resultaten die het Comité heeft geboekt bij het bevorderen van het beleid en de programma’s van de Unie op lokaal en regionaal niveau en bij het vergroten van het bereik van zijn advieswerkzaamheden en van zijn zichtbaarheid en impact; merkt op dat de communicatiestrategie van het Comité erop gericht is zijn institutionele en politieke profiel als spreekbuis van de regio’s, steden, dorpen en gemeenten van de Unie te versterken en tegelijkertijd de aandacht te vestigen op de essentiële bijdragen van zijn leden om het beleid van de Unie nader tot de burger te brengen en de betrokkenheid op lokaal en regionaal niveau te bevorderen; neemt in dit verband kennis van de communicatieactiviteiten van het Comité in 2023 op gebieden als: – cohesie (bijv. de campagne “Bevordering van cohesie als fundamentele waarde van de Unie” in het kader van de EURegionsWeek met meer dan 8 000 deelnemers); – klimaatverandering (bijv. de campagne “Bouwen aan veerkrachtige en innovatieve lokale gemeenschappen”); – democratie (bijv. de campagne “Een nieuw hoofdstuk voor democratie in de EU” met 1 400 registraties voor deelname aan de 14e EuropCom-conferentie); – plattelandsontwikkeling (de conferentie op het Europese LEADER-congres 2023) in 2023; prijst het Comité voor het gestegen aantal personen dat is ingeschreven in het Europees netwerk van regionale en lokale raadsleden (van 2 307 in 2022 tot 3 000 in 2023) en voor het grotere aantal deelnemers aan het programma voor jonge gekozen politici (van 775 in 2022 tot 836 in 2023);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van het Comité om regionale overheden en lokale gemeenschappen beter te bereiken, met inbegrip van de uitbreiding van het Europees netwerk van regionale en lokale raadsleden en het programma voor jonge gekozen politici; verzoekt het Comité extra middelen toe te wijzen ter ondersteuning van programma’s voor regionale capaciteitsopbouw die lokale overheden in staat stellen het beleid van de Unie beter uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>stelt vast dat het Comité succesvol is op het gebied van mediabereik, zoals blijkt uit de algemene maatstaven voor 2023, bijvoorbeeld: 13 210 vermeldingen in de media, 129 % meer websitebezoekers en 11 % meer volgers; stelt vast dat het Comité op het gebied van digitale betrokkenheid zijn doelstelling voor 2023 niet heeft gehaald; stelt vast dat het Comité eind 2023 200 000 volgers had op zijn socialemediakanalen, d.w.z. 15 % meer dan in 2022, en dat 57 603 daarvan op X (voorheen Twitter) (een stijging van 5 %), 61 170 op Facebook (een stijging van 5 %), 68 613 op LinkedIn (een stijging van 31 %) en 15 392 op Instagram (een stijging van 47 %) te vinden waren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>maakt met tevredenheid op uit de vragenlijst dat het Comité initiatieven neemt om meer bekendheid te geven aan de specifieke maatregelen van de digitaledienstenverordening en de digitalemarktenverordening, alsook aan cyberbeveiliging en onlineveiligheid; waardeert de rol van het Comité bij het streven van de Unie naar een digitale toekomst; prijst het Comité in dit verband voor het feit dat het in 2023 een reeks digitale masterclasses heeft georganiseerd, zowel voor het personeel als voor extern publiek.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>