<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0089</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2023: Gemeenschappelijke ondernemingen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0056/2025 - Rapporteur: Michal Wiezik)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Schone luchtvaart voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>4.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>5.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof” kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>6.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof” voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>7.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>8.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking), en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>9.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking), en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1173 van de Raad van 13 juli 2021 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1488<FOOTNOTE><FIELD>PB L 256 van 19.7.2021, blz. 3, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2021/1173/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 19,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>10.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking), en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1173 van de Raad van 13 juli 2021 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1488<FOOTNOTE><FIELD>PB L 256 van 19.7.2021, blz. 3, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2021/1173/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 19,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>11.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 70<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan<FOOTNOTE><FIELD>PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2007/198/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 5,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/715/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de directeur van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de directeur van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>12.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 febrruari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: / http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan<FOOTNOTE><FIELD>PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2007/198/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 5,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/715/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de directeur van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>13.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3” kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>14.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3” voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>15.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg” kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>16.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg” voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>17.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” (vóór 21.9.2023: Gemeenschappelijke Onderneming “Digitale sleuteltechnologieën”) voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2023/1782 van de Raad van 25 juli 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/2085 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa wat de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” betreft,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>18.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” (vóór 21.9.2023: Gemeenschappelijke Onderneming “Digitale sleuteltechnologieën”) voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2023/1782 van de Raad van 25 juli 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/2085 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa wat de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” betreft,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>19.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>20.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>21.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke onderneming voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>22.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6841, 13.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6841/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE> voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd, overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan de gemeenschappelijke onderneming te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05757/2025 – C10‑0025/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD>PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 71,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, en met name artikel 71<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 26,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/887 van de Commissie van 13 maart 2019 tot vaststelling van de financiële modelregeling voor publiek-private partnerschapsorganen bedoeld in artikel 71 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 142 van 29.5.2019, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/887/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten”, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L‑serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>23.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 7 mei 2025 met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van de besluiten over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke ondernemingen van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2031(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10‑0056/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim”, de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart”, de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg”, de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof”, de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa”, de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen”, de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” en de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3” zijn opgericht bij Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 427 van 30.11.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2085/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, die de enkele basishandeling (Single Basic Act, SBA) wordt genoemd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Digitale sleuteltechnologieën” is opgericht bij Verordening (EU) 2021/2085 van de Raad van 19 november 2021 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 219/2007, (EU) nr. 557/2014, (EU) nr. 558/2014, (EU) nr. 559/2014, (EU) nr. 560/2014, (EU) nr. 561/2014 en (EU) nr. 642/2014; overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming Digitale sleuteltechnologieën in juli 2023 is omgevormd tot de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” overeenkomstig Verordening (EU) 2023/1782 van de Raad van 25 juli 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/2085 voor de oprichting van Gemeenschappelijke Ondernemingen in het kader van Horizon Europa wat de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” betreft<FOOTNOTE><FIELD>PB L 229 van 18.9.2023, blz. 55, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1782/oj.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie in april 2007 is opgericht bij Beschikking 2007/198/Euratom van de Raad van 27 maart 2007 tot oprichting van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie van gunsten daaraan (2007/198/Euratom)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 90 van 30.3.2007, blz. 58, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2007/198/oj.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing is opgericht bij Verordening (EU) 2021/1173 van de Raad van 13 juli 2021 tot oprichting van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1488<FOOTNOTE><FIELD>PB L 256 van 19.7.2021, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1173/oj.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” een publiek-privaat partnerschap is voor de ontwikkeling van gemoderniseerde luchtverkeersbeveiliging (ATM) in Europa en voor de versnelling van de totstandbrenging van het digitale Europese luchtruim door middel van onderzoek en innovatie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” een publiek-privaat partnerschap is dat gericht is op onderzoek en innovatie op het gebied van het transformeren van de luchtvaart in de richting van een duurzame en klimaatneutrale toekomst;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg” een publiek-privaat partnerschap is dat zich richt op interdisciplinair, duurzaam en patiëntgericht gezondheidsonderzoek en -innovatie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof” een publiek-privaat partnerschap is op het gebied van onderzoek naar en innovatie van waterstof- en brandstofceltechnologie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” een publiek-privaat partnerschap is dat gericht is op onderzoek en innovatie op het gebied van digitale sleuteltechnologieën die van essentieel belang zijn voor de concurrentiepositie van Europa in de digitale economie, met name in de sector elektronische componenten en systemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” een publiek-privaat partnerschap is dat gericht is op onderzoek en innovatie voor een duurzame en concurrerende circulaire biogebaseerde industrie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” een publiek-privaat partnerschap voor onderzoek en innovatie in de spoorwegsector is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing een publiek-privaat partnerschap is dat de bundeling van middelen mogelijk maakt voor de ontwikkeling en invoering van high-performance computing in Europa;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” een publiek-privaat partnerschap is dat gericht is op het versterken van het technologische leiderschap van Europa en de strategische afstemming ervan op de telecommunicatie-industrie en het bevorderen van de invoering van digitale oplossingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3” een publiek-privaat partnerschap is dat gericht is op het verminderen van de sociaal-economische last van infectieziekten in Afrika bezuiden de Sahara dankzij nieuwe en verbeterde technologische toepassingen op gezondheidsgebied en op het verbeteren van de paraatheid voor en respons op infectieziekten voor mondiale doeleinden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het doel van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie bestaat in het leveren van de bijdrage van de Unie aan het internationale fusie-energieproject ITER, het uitvoeren van de Overeenkomst inzake de bredere aanpak tussen Euratom en Japan, en het treffen van voorbereidingen voor de bouw van een demonstratiefusiereactor en bijbehorende faciliteiten;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemeen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>wijst erop dat de gemeenschappelijke ondernemingen tot doel hebben onderzoeks- en innovatieactiviteiten op het gebied van vervoer, energie, gezondheid, circulaire biogebaseerde industrieën, essentiële elektronische componenten, supercomputing- en netwerksystemen te ondersteunen; verzoekt de gemeenschappelijke ondernemingen de omzetting van wetenschappelijke kennis in verhandelbare innovaties te bevorderen en mechanismen in te voeren om ervoor te zorgen dat hun activiteiten leiden tot een toename van het Europese concurrentievermogen wereldwijd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>onderstreept dat gemeenschappelijke ondernemingen in het huidige meerjarig financieel kader volgens de Rekenkamer naar verwachting een gecombineerde begroting van 17 miljard EUR uit de contante bijdrage van de Unie zullen ontvangen en 21,1 miljard EUR aan bijdragen van andere leden zullen aantrekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat het karakter van gemeenschappelijke ondernemingen gebaseerd is op publiek-private partnerschappen die investeringen aansturen en publieke en private middelen aantrekken voor het financieren van gemeenschappelijke doelstellingen; herinnert er in dit verband aan dat de bijdragen van particuliere leden moeten voldoen aan de vastgestelde streefdoelen opdat dergelijke partnerschappen wederzijds voordeel kunnen blijven opleveren; verzoekt gemeenschappelijke ondernemingen die bijdragen in natura aan aanvullende activiteiten (IKAA) toestaan om, waar mogelijk, een buitensporige afhankelijkheid van dergelijke bijdragen te voorkomen om de vastgestelde doelstellingen te halen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>erkent dat de aanzienlijke bijdragen van de gemeenschappelijke ondernemingen aan de bevordering van onderzoek, innovatie en technologische ontwikkeling in verschillende sectoren, waaronder de luchtvaart, het spoor en het luchtverkeersbeheer, een integraal onderdeel zijn van de verwezenlijking van de strategische doelstellingen van de Unie op het gebied van duurzaamheid, digitale transformatie en concurrentievermogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is ingenomen met het jaarverslag van de Rekenkamer over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU betreffende het begrotingsjaar 2023 (hierna “het verslag van de Rekenkamer”); onderstreept dat de taak van de Rekenkamer van cruciaal belang is voor de goede uitvoering van de begroting van de Unie en voor het toezicht op de begroting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer de kwijtingsautoriteit een jaarverslag over de gemeenschappelijke ondernemingen van de EU heeft verstrekt, dat voor elk van de gemeenschappelijke ondernemingen een specifieke betrouwbaarheidsverklaring bevat met betrekking tot haar jaarrekening en onderliggende verrichtingen; deelt de mening dat het institutionele kader van de gemeenschappelijke ondernemingen, naast de wettelijke bepalingen die bindend zijn voor de Rekenkamer, maakt dat deze ondernemingen bijzondere aandacht verdienen van de Rekenkamer; dringt erop aan deze goede praktijk voort te zetten; is ingenomen met de goede samenwerking van de gemeenschappelijke ondernemingen met de Rekenkamer tijdens het opstellen van de Rekenkamers verslag en is ingenomen met de uitleg die in de antwoorden van de gemeenschappelijke ondernemingen is gegeven over een aantal opmerkingen en concrete elementen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is ingenomen met het feit dat twee gemeenschappelijke ondernemingen in het begrotingsjaar 2023 financiële autonomie hebben verkregen, namelijk de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten”, op 24 oktober 2023, en de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3”, op 23 november 2023; merkt voorts op dat de Rekenkamer deze twee gemeenschappelijke ondernemingen als gevolg daarvan voor het eerst heeft gecontroleerd, naast de negen gemeenschappelijke ondernemingen die de Rekenkamer reeds had gecontroleerd voor het begrotingsjaar 2022;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">benadrukt dat het zich ervan bewust is dat sommige gemeenschappelijke ondernemingen in het begrotingsjaar 2023 aanzienlijk werden getroffen door belangrijke gebeurtenissen met waarschijnlijke gevolgen voor hun prestaties; benadrukt meer in het bijzonder het volgende:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft aanzienlijke gevolgen gehad voor de economie van de Unie en voor de toeleveringsketens, met grote gevolgen voor de activiteiten van sommige gemeenschappelijke ondernemingen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de nasleep van de COVID‑19-pandemie is vandaag en was in het begrotingsjaar 2023 nog steeds voelbaar in heel Europa en vormde een enorme schok voor de economische en administratieve activiteiten;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de hoge inflatie als gevolg van de twee bovengenoemde gebeurtenissen heeft gevolgen gehad voor de bevoorrading en de leveringstermijnen van de gemeenschappelijke ondernemingen;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>erkent de voordelen van gemeenschappelijke ondernemingen, het belang van publiek-private samenwerking voor het bevorderen van innovatie, onderzoek en ontwikkeling en de economische voordelen van de partnerschappen; merkt op dat door middelen en deskundigheid uit zowel de publieke als de private sector te bundelen, gemeenschappelijke ondernemingen doeltreffender het hoofd kunnen bieden aan de uitdagingen; benadrukt het belang van transparantie, verantwoordingsplicht en efficiënt gebruik van overheidsmiddelen door gemeenschappelijke ondernemingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>erkent de waarde van initiatieven ter bevordering van de betrokkenheid en participatie van belanghebbenden, zoals open oproepen tot het indienen van blijken van belangstelling en gezamenlijke oproepen bij de gemeenschappelijke ondernemingen, die essentieel zijn om collectieve deskundigheid en middelen te benutten; vestigt met name de aandacht op de gezamenlijke oproep tot het indienen van voorstellen van de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” en de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” – de allereerste gezamenlijke oproep van gezamenlijke ondernemingen in zijn soort, gericht op de ontwikkeling van een geïntegreerd lucht- en spoorwegnetwerk voor een duurzaam multimodaal vervoerssysteem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>herinnert eraan dat gemeenschappelijke ondernemingen hun activiteiten moeten uitvoeren volgens de regels van goed financieel beheer, zodat zij doeltreffend bijdragen aan de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de Unie en aan de goede uitvoering van de Uniebegroting; is niettemin bezorgd over een reeks elementen, in het licht van de bevindingen van de Rekenkamer, zoals uiteengezet in deze resolutie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Jaarrekening</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>stelt vast dat, volgens het verslag van de Rekenkamer, de jaarrekeningen over 2023 van de elf gecontroleerde gemeenschappelijke ondernemingen op alle materiële punten een getrouw beeld geven van de financiële situatie van de gemeenschappelijke ondernemingen per 31 december 2023, van de resultaten van hun verrichtingen en kasstromen en van de veranderingen van hun nettoactiva in het afgesloten begrotingsjaar, overeenkomstig hun financiële reglementen en de door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels; merkt voorts op dat de Rekenkamer als gevolg daarvan verklaringen zonder voorbehoud heeft afgegeven over de betrouwbaarheid van de jaarrekeningen van de gemeenschappelijke ondernemingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>merkt op dat in het verslag van de Rekenkamer wordt vastgesteld dat de onderliggende verrichtingen bij de jaarrekening op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn; merkt voorts op dat de Rekenkamer als gevolg daarvan verklaringen zonder voorbehoud heeft afgegeven over de wettigheid en regelmatigheid van zowel de ontvangsten als de betalingen die ten grondslag liggen aan de rekeningen van de gemeenschappelijke ondernemingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>neemt kennis van het feit dat volgens de Rekenkamer aan de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” en de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3” onvoldoende richtsnoeren zijn verstrekt met betrekking tot hun eerste jaarrekening, met name wat het feit betreft dat een duidelijk onderscheid moest worden gemaakt tussen de financiële middelen die werden beheerd door de Commissie voordat zij hun financiële autonomie verkregen en de middelen die door henzelf werden beheerd in de periode daarna; sluit zich aan bij de aanbeveling van de Rekenkamer om in dit verband actie te ondernemen door duidelijke en begrijpelijke boekhoudkundige richtsnoeren te ontwikkelen waarin de regels worden gespecificeerd voor de presentatie van de eerste jaarrekening van nieuwe gemeenschappelijke ondernemingen, waarbij wordt aanbevolen dat deze richtsnoeren instructies bevatten over de wijze waarop de door de Commissie uitgevoerde financiële middelen moeten worden gescheiden van degene die worden uitgevoerd door een gemeenschappelijke onderneming nadat deze haar financiële autonomie heeft verkregen; merkt op dat het risico voor de betrouwbaarheid van de jaarrekeningen laag werd geacht voor alle gemeenschappelijke ondernemingen, met uitzondering van de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” en de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3”, waarvoor het risico voor de betrouwbaarheid als middelhoog werd beschouwd, vanwege de complexiteit als gevolg van de overdracht van begrotingskredieten en -activa die onder de verantwoordelijkheid vielen van de Commissie naar de gemeenschappelijke onderneming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>neemt kennis van het feit dat de jaarrekening van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie wordt opgesteld op basis van het basisscenario van het ITER-project dat in 2023 van kracht was, maar dat dit laatste momenteel wordt herzien, en dat het resultaat van de herziening waarschijnlijk zal leiden tot aanzienlijke veranderingen voor de gemeenschappelijke onderneming en voor de geraamde totale kosten ervan bij voltooiing; onderstreept dat de betrokken gemeenschappelijke onderneming alle nodige maatregelen moet nemen om ervoor te zorgen dat het toekomstige basisscenario en de gevolgen daarvan voor de behoefte aan contante bijdragen van de Unie aan de gemeenschappelijke onderneming geen verplichting voor de begroting van de Unie vormen; maakt uit de hoorzitting met de betrokken gemeenschappelijke onderneming in de Commissie begrotingscontrole op dat het ten tijde van de hoorzitting en volgens de betrokken gemeenschappelijke onderneming nog te vroeg was om een raming te maken van de financiële gevolgen van de herziening; is voorts bezorgd over de vertragingen met het ITER-project, als gevolg van factoren waarop de gemeenschappelijke onderneming geen invloed heeft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is bezorgd over de gevolgen die de reorganisatie van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie kan hebben voor haar activiteiten, met name de instabiliteit op korte tot middellange termijn en de operationele risico’s voor de gemeenschappelijke onderneming; is ingenomen met het feit dat de betrokken gemeenschappelijke onderneming zich bewust is van deze kwesties en dat zij uitleg heeft gegeven over haar standpunten met betrekking tot de situatie; is ingenomen met de aanvullende informatie die is verstrekt tijdens de hoorzitting met de betrokken gemeenschappelijke onderneming in de Commissie begrotingscontrole, met name het feit dat het risico voor de bedrijfscontinuïteit tot dusver beperkt is gebleven doordat in grote mate gesteund kan worden op bestaande programma’s en projecten; is ingenomen met de flexibiliteit die wordt geboden door de nieuwe matrixstructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>neemt kennis van het feit dat het risico voor de wettigheid en regelmatigheid van de ontvangsten voor alle gemeenschappelijke ondernemingen laag werd geacht;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financieel en begrotingsbeheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">merkt op dat de totale beschikbare begroting in 2023 voor de elf door de Rekenkamer gecontroleerde gemeenschappelijke ondernemingen 4,25 miljard EUR aan vastleggingskredieten en 3,87 miljard EUR aan betalingskredieten bedroeg, volgens de Rekenkamer, die erop wijst dat de totale beschikbare begroting niet-gebruikte kredieten van voorgaande jaren omvat die de gemeenschappelijke ondernemingen opnieuw hebben opgenomen in de begroting van het huidige jaar, alsmede bestemmingsontvangsten en herschikkingen naar het volgende jaar; merkt meer in het bijzonder het volgende op:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de totale beschikbare begroting in 2023 voor de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” bedroeg 111,2 miljoen EUR aan vastleggingskredieten (tegenover 158,8 miljoen EUR in 2022) en 241,5 miljoen EUR aan betalingskredieten (tegenover 146,9 miljoen EUR in 2022); begrijpt voorts dat volgens het verslag over het begrotings- en financieel beheer van de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim” het totale uitvoeringspercentage van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 92 % bedroeg voor vastleggingskredieten en 81 % voor betalingskredieten, wat erop wijst dat er geen ernstige problemen waren met het tempo van de begrotingsuitvoering; wijst niettemin op het lage uitvoeringspercentage van de betalingskredieten voor infrastructuur- en operationele uitgaven, dat 55 % bedroeg; neemt kennis van de uitleg van de gemeenschappelijke onderneming en richt het algemene verzoek aan de gemeenschappelijke onderneming om te zorgen voor een gezond uitvoeringstempo voor elke afdeling van haar begroting;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de totale beschikbare begroting in 2023 voor de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” bedroeg 269 miljoen EUR aan vastleggingskredieten (tegenover 411,2 miljoen EUR in 2022) en 486,4 miljoen EUR aan betalingskredieten (tegenover 415,3 miljoen EUR in 2022); begrijpt voorts dat volgens het verslag over het begrotings- en financieel beheer van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” het totale uitvoeringspercentage van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 98,58 % bedroeg voor vastleggingskredieten en 51,18 % voor betalingskredieten, wat erop wijst dat er geen ernstige problemen waren met het tempo van de begrotingsuitvoering; stelt met name vast dat de uitvoeringspercentages van de twee titels betreffende operationele uitgaven voor betalingskredieten respectievelijk 80,50 % en 81,11 % bedragen; wijst voorts op het lage uitvoeringspercentage van de betalingskredieten voor infrastructuuruitgaven, dat 60,52 % bedroeg; betreurt ten zeerste het aanzienlijke bedrag dat is toegewezen aan titel 5 van de begroting voor ongebruikte betalingskredieten, namelijk 177 miljoen EUR, waarvoor een technisch uitvoeringspercentage is opgetekend van 0 %; neemt kennis van de uitleg van de gemeenschappelijke onderneming en richt het algemene verzoek aan de gemeenschappelijke onderneming om te zorgen voor een gezond uitvoeringstempo voor elke afdeling van haar begroting;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de totale beschikbare begroting in 2023 voor de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg” bedroeg 223,2 miljoen EUR aan vastleggingskredieten (tegenover 272,4 miljoen EUR in 2022) en 225,9 miljoen EUR aan betalingskredieten (tegenover 174,8 miljoen EUR in 2022); begrijpt voorts dat volgens het verslag over het begrotings- en financieel beheer van de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg” het totale uitvoeringspercentage van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 92,65 % bedroeg voor vastleggingskredieten en 90,29 % voor betalingskredieten, wat erop wijst dat er geen ernstige problemen waren met het tempo van de begrotingsuitvoering; wijst niettemin op de lage uitvoeringspercentages van de vastlegging- en de betalingskredieten voor infrastructuuruitgaven, die respectievelijk 68,67 % en 67,30 % bedroegen; neemt kennis van de uitleg van de gemeenschappelijke onderneming en richt het algemene verzoek aan de gemeenschappelijke onderneming om te zorgen voor een gezond uitvoeringstempo voor elke afdeling van haar begroting;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>de totale beschikbare begroting in 2023 voor de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof” bedroeg 268,9 miljoen EUR aan vastleggingskredieten (tegenover 314,3 miljoen EUR in 2022) en 327,8 miljoen EUR aan betalingskredieten (tegenover 118,3 miljoen EUR in 2022); begrijpt voorts dat volgens het verslag over het begrotings- en financieel beheer van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof” het totale uitvoeringspercentage van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 96,62 % bedroeg voor vastleggingskredieten en 85,43 % voor betalingskredieten, wat erop wijst dat er geen ernstige problemen waren met het tempo van de begrotingsuitvoering; wijst niettemin op het lage uitvoeringspercentage van de betalingskredieten voor operationele uitgaven die gefinancierd werden in het kader van Horizon 2020, dat 69,41 % bedroeg; wijst voorts op de lage uitvoeringspercentages van de vastlegging- en de betalingskredieten voor infrastructuuruitgaven, die respectievelijk 71,21 % en 60,60 % bedroegen; neemt kennis van de uitleg van de gemeenschappelijke onderneming en richt het algemene verzoek aan de gemeenschappelijke onderneming om te zorgen voor een gezond uitvoeringstempo voor elke afdeling van haar begroting;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>de totale beschikbare begroting in 2023 voor de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” bedroeg 835,7 miljoen EUR aan vastleggingskredieten (tegenover 261,4 miljoen EUR in 2022) en 518,4 miljoen EUR aan betalingskredieten (tegenover 222,2 miljoen EUR in 2022); begrijpt voorts dat volgens het verslag over het begrotings- en financieel beheer van de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” het totale uitvoeringspercentage van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 100 % bedroeg voor vastleggingskredieten en 37 % voor betalingskredieten, wat erop wijst dat er geen ernstige problemen waren met het tempo van de begrotingsuitvoering; wijst met name op het bijzonder lage uitvoeringspercentage van de betalingskredieten voor operationele uitgaven, dat 36 % bedroeg; neemt kennis van de uitleg van de gemeenschappelijke onderneming, maar betreurt het lage uitvoeringspercentage ten zeerste en richt het algemene verzoek aan de gemeenschappelijke onderneming om te zorgen voor een gezond uitvoeringstempo voor elke afdeling van haar begroting; neemt kennis van het feit dat deze elementen, tegen de achtergrond van de verhoogde financiering die de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” in 2023 heeft ontvangen en die de gemeenschappelijke onderneming moest uitvoeren, de Rekenkamer ertoe hebben gebracht het risico voor begrotingsbeheer voor deze gemeenschappelijke onderneming als middelhoog te beschouwen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>de totale beschikbare begroting in 2023 voor de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” bedroeg 227,4 miljoen EUR aan vastleggingskredieten (tegenover 264,2 miljoen EUR in 2022) en 137,4 miljoen EUR aan betalingskredieten (tegenover 80,3 miljoen EUR in 2022); begrijpt voorts dat volgens het verslag over het begrotings- en financieel beheer van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” het totale uitvoeringspercentage van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 97,6 % bedroeg voor vastleggingskredieten en 90,3 % voor betalingskredieten, wat erop wijst dat er geen ernstige problemen waren met het tempo van de begrotingsuitvoering; wijst niettemin op de lage uitvoeringspercentages van de vastlegging- en de betalingskredieten voor het deel van zijn administratieve uitgaven dat betrekking heeft op salarissen, die respectievelijk 64 % en 57 % bedroegen, alsook op het lage uitvoeringspercentage van de betalingskredieten voor het deel van zijn administratieve uitgaven dat betrekking heeft op andere administratieve uitgaven, dat 54 % bedroeg; neemt kennis van de uitleg van de gemeenschappelijke onderneming en richt het algemene verzoek aan de gemeenschappelijke onderneming om te zorgen voor een gezond uitvoeringstempo voor elke afdeling van haar begroting;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>g)</SYMBOL>de totale beschikbare begroting in 2023 voor de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” bedroeg 102,6 miljoen EUR aan vastleggingskredieten (tegenover 171,4 miljoen EUR in 2022) en 120,3 miljoen EUR aan betalingskredieten (tegenover 180,8 miljoen EUR in 2022); begrijpt voorts dat volgens het verslag over het begrotings- en financieel beheer van de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” het totale uitvoeringspercentage van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 97 % bedroeg voor vastleggingskredieten en 82 % voor betalingskredieten, wat erop wijst dat er geen ernstige problemen waren met het tempo van de begrotingsuitvoering; wijst niettemin op het lage uitvoeringspercentage van de betalingskredieten voor het deel van de operationele uitgaven die gefinancierd werden in het kader van Horizon 2020, dat 67 % bedroeg; neemt kennis van de uitleg van de gemeenschappelijke onderneming en richt het algemene verzoek aan de gemeenschappelijke onderneming om te zorgen voor een gezond uitvoeringstempo voor elke afdeling van haar begroting; wijst erop dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” de saldobetalingen heeft uitgesteld tot 2024 wegens technische problemen die begunstigden ondervonden; neemt kennis van de verschillende projecten waarvoor de begunstigden hun begroting niet volledig hebben opgevraagd, waardoor de behoefte aan operationele betalingen met ongeveer 4,1 miljoen EUR afnam; verzoekt de betrokken gemeenschappelijke onderneming een plan op te stellen om beter zijn verplichtingen na te komen op het gebied van rapportage over de boekhouding; onderstreept hoe belangrijk het is om de gemeenschappelijke onderneming te ondersteunen, gezien de inherente voordelen van het spoor op het gebied van milieuprestaties, landgebruik, energieverbruik en veiligheid;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>h)</SYMBOL>de totale beschikbare begroting in 2023 voor de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing bedroeg 1 136 miljoen EUR aan vastleggingskredieten (tegenover 1 374,5 miljoen EUR in 2022) en 1 058 miljoen EUR aan betalingskredieten (tegenover 629,9 miljoen EUR in 2022); begrijpt voorts dat volgens het verslag over het begrotings- en financieel beheer van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing het totale uitvoeringspercentage van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 83 % bedroeg voor vastleggingskredieten en 19 % voor betalingskredieten, wat erop wijst dat er geen ernstige problemen waren met het tempo van de begrotingsuitvoering; wijst met name op het bijzonder lage uitvoeringspercentage van de betalingskredieten voor operationele uitgaven, dat 19 % bedroeg; neemt kennis van de uitleg van de gemeenschappelijke onderneming, maar betreurt het lage uitvoeringspercentage ten zeerste; wijst voorts op de lage uitvoeringspercentages van de vastlegging- en de betalingskredieten voor administratieve uitgaven, die respectievelijk 45 % en 42 % bedroegen; neemt kennis van de uitleg van de gemeenschappelijke onderneming en richt het algemene verzoek aan de gemeenschappelijke onderneming om te zorgen voor een gezond uitvoeringstempo voor elke afdeling van haar begroting; neemt kennis van het feit dat deze elementen, tegen de achtergrond van de verhoogde financiering die de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing in 2023 heeft ontvangen en die de gemeenschappelijke onderneming moest uitvoeren, de Rekenkamer ertoe hebben gebracht het risico voor begrotingsbeheer voor deze gemeenschappelijke onderneming als middelhoog te beschouwen; is ingenomen met de aanvullende informatie die is verstrekt tijdens de hoorzitting met de betrokken gemeenschappelijke onderneming in de Commissie begrotingscontrole, over de redenen voor dit lage uitvoeringspercentage;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>i)</SYMBOL>de totale beschikbare begroting in 2023 voor de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” bedroeg 134,7 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 122,9 miljoen EUR aan betalingskredieten; begrijpt voorts dat volgens het verslag over het begrotings- en financieel beheer van de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” het totale uitvoeringspercentage van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 99 % bedroeg voor vastleggingskredieten en 89 % voor betalingskredieten; is van mening dat, gezien de korte tijdspanne waarin de gemeenschappelijke onderneming in het begrotingsjaar 2023 over financiële autonomie beschikte, er geen toereikende basis is op grond waarvan het Europees Parlement te goeder trouw een standpunt kan formuleren over de kwaliteit van haar financieel beheer; merkt evenwel op dat als gevolg hiervan het risico voor de wettigheid en regelmatigheid van de administratieve uitgaven voor de gemeenschappelijke onderneming middelhoog werd geacht;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>j)</SYMBOL>de totale beschikbare begroting in 2023 voor de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3” bedroeg 136,4 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 2,2 miljoen EUR aan betalingskredieten; begrijpt voorts dat volgens het verslag over het begrotings- en financieel beheer van de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3” het totale uitvoeringspercentage van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 100 % bedroeg voor vastleggingskredieten en 47 % voor betalingskredieten; is van mening dat, gezien de korte tijdspanne waarin de gemeenschappelijke onderneming in het begrotingsjaar 2023 over financiële autonomie beschikte, er geen toereikende basis is op grond waarvan het Europees Parlement te goeder trouw een standpunt kan formuleren over de kwaliteit van haar financieel beheer; merkt evenwel op dat als gevolg hiervan het risico voor de wettigheid en regelmatigheid van de administratieve uitgaven voor de gemeenschappelijke onderneming middelhoog werd geacht;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>k)</SYMBOL>de totale beschikbare begroting in 2023 voor de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie bedroeg 807 miljoen EUR aan vastleggingskredieten (tegenover 981,2 miljoen EUR in 2022) en 631,5 miljoen EUR aan betalingskredieten (tegenover 844 miljoen EUR in 2022); begrijpt voorts dat volgens het verslag over het begrotings- en financieel beheer van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie het totale uitvoeringspercentage van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 73 % bedroeg voor vastleggingskredieten en 95 % voor betalingskredieten, wat erop wijst dat er geen ernstige problemen waren met het tempo van de begrotingsuitvoering; wijst met name op het lage uitvoeringspercentage van de vastleggingskredieten voor operationele uitgaven, dat 70 % bedroeg; neemt kennis van de uitleg van de gemeenschappelijke onderneming en van de resulterende overdracht van een deel van de oorspronkelijk geplande bijdragen van de ITER-gaststaat en de Euratom-lidstaten, en richt het algemene verzoek aan de gemeenschappelijke onderneming om te zorgen voor een gezond uitvoeringstempo voor elke afdeling van haar begroting; neemt kennis van het feit dat deze elementen, die verband houden met vertragingen en moeilijkheden bij de uitvoering, de Rekenkamer ertoe hebben gebracht het risico voor begrotingsbeheer voor deze gemeenschappelijke onderneming als middelhoog te beschouwen;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">deelt de bezorgdheid van de Rekenkamer over het feit dat er bij de uitvoering van de programma’s van bepaalde gemeenschappelijke ondernemingen kredieten niet gebruikt worden en verzoekt de gemeenschappelijke ondernemingen in kwestie herhaling van soortgelijke situaties te voorkomen, omdat de accumulatie van niet-gebruikte kredieten leidt tot kasoverschotten, geld waarover de Unie vervolgens niet kan beschikken voor de financiering van andere activiteiten en programma’s; onderstreept het feit dat dit niet strookt met het principe van gezond financieel beheer en dat het voor het begrotingsjaar 2023 geleid heeft tot een totaal aan kasoverschotten van 1,5 miljard EUR; sluit zich aan bij de aanbeveling van de Rekenkamer dat de gemeenschappelijke ondernemingen in dit verband actie ondernemen, door correctiemechanismen te ontwikkelen om hun kasoverschotten tot een redelijk niveau terug te brengen en vervolgens, in overleg met de Commissie, hun financieringsverzoeken voor elk begrotingsjaar af te stemmen op hun geraamde uitgavenbehoeften; is op de hoogte van mogelijkheden op grond van de financiële regels van de betrokken gemeenschappelijke ondernemingen om niet-gebruikte kredieten op te nemen in de raming van ontvangsten en uitgaven voor de drie begrotingsjaren volgend op de ontvangst ervan; maakt zich echter meer in het bijzonder zorgen over:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de tekortkomingen in de kasplanning van de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart”, naar aanleiding van het verzoek om aanvullende financiële bijdragen van de Unie ten belope van 178 miljoen EUR boven de kasbehoeften voor geplande betalingen in 2023, wat eind 2023 resulteerde in een kasoverschot van 237 miljoen EUR; neemt echter kennis van de uitleg van de gemeenschappelijke onderneming; herhaalt niettemin zijn oproep aan de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart” om herhaling van soortgelijke situaties te voorkomen en is ingenomen met de aanpassingen die door de gemeenschappelijke onderneming zijn aangekondigd voor 2024;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de tekortkomingen in de kasplanning van de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips”, naar aanleiding van het verzoek om aanvullende financiële bijdragen van de EU ten belope van 196 miljoen EUR boven de kasbehoeften voor geplande betalingen in 2023, wat eind 2023 resulteerde in een kasoverschot van 438 miljoen EUR; neemt echter kennis van de uitleg van de gemeenschappelijke onderneming; herhaalt niettemin zijn oproep aan de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” om herhaling van soortgelijke situaties te voorkomen en is ingenomen met de ambitie die door de gemeenschappelijke onderneming is uitgesproken voor 2024;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de tekortkomingen in de kasplanning van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing, naar aanleiding van het verzoek om aanvullende financiële bijdragen van de Unie ten belope van 488,6 miljoen EUR boven de kasbehoeften voor geplande betalingen in 2023, wat eind 2023 resulteerde in een kasoverschot van 840,7 miljoen EUR; begrijpt de situatie waarmee de gemeenschappelijke onderneming te maken heeft gekregen en die tot dit overschot heeft geleid en is ingenomen met de aanvullende informatie die is verstrekt tijdens de hoorzitting van de betrokken gemeenschappelijke onderneming in de Commissie begrotingscontrole, met name wat de verwachting betreft dat projecten in verband met artificiële intelligentie de kans zullen bieden voor een belangrijke cash-out; herhaalt niettemin zijn oproep aan de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing om herhaling van soortgelijke situaties te voorkomen;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat alle gemeenschappelijke ondernemingen hun interne financiële controles en mechanismen voor publieke transparantie moeten versterken, om ervoor te zorgen dat de middelen efficiënt worden verdeeld op een wijze die strookt met de strategische doelstellingen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">deelt de bezorgdheid van de Rekenkamer met betrekking tot de bijdrage van de leden aan bepaalde gemeenschappelijke ondernemingen, met name wat de mogelijkheid betreft dat sommige gemeenschappelijke ondernemingen hun bijdragedoelstellingen niet of slechts door een grote afhankelijkheid van bijdragen in natura aan aanvullende activiteiten kunnen halen, en verzoekt de betrokken gemeenschappelijke ondernemingen alle nodige maatregelen te nemen om te voorkomen dat deze situaties zich in de toekomst voordoen; onderstreept dat het halen van de bijdragedoelstellingen de verantwoordelijkheid en de plicht van de betrokken gemeenschappelijke ondernemingen is en dat het niet halen van de bijdragedoelstellingen in strijd is met de idee die aan gemeenschappelijke ondernemingen ten grondslag ligt; maakt zich meer in het bijzonder zorgen over:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de situatie van de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim”, waarvoor het streefdoel voor operationele bijdragen van haar lid Eurocontrol slechts voor 70 % werd gehaald, waardoor de Gemeenschappelijke Onderneming niet over de geplande bijdragen beschikte om haar deel van Horizon 2020 volledig uit te voeren; neemt kennis van het feit dat dit element de Rekenkamer er echter niet toe heeft gebracht het risico voor de uitvoering van het programma voor deze gemeenschappelijke onderneming als middelhoog of hoog te beschouwen, aangezien het als laag werd beschouwd;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>de situatie van de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa”, die goed heeft gepresteerd wat het bereiken van haar streefdoel voor bijdragen in het kader van Horizon 2020 betreft, maar dit met name heeft gedaan door een herziening van het evenwicht tussen de streefdoelen voor bijdragen in natura aan operationele activiteiten en bijdragen in natura aan aanvullende activiteiten, waarbij deze laatste is opgetrokken tot 2 444,5 miljoen EUR, wat overeenkomt met 90 % van het algemene streefcijfer; onderstreept dat een dergelijke afhankelijkheid van bijdragen in natura aan aanvullende activiteiten een risico vormt voor de uitvoering van het Horizon 2020-programma; onderstreept de aanzienlijke impact van de herziening door de gemeenschappelijke onderneming; neemt kennis van de uitleg van de gemeenschappelijke onderneming en van het feit dat aanvullende activiteiten bijdragen tot de algemene doelstellingen van de gemeenschappelijke onderneming; benadrukt niettemin dat dit een buitensporige afhankelijkheid is van bijdragen in natura aan aanvullende activiteiten om de vastgestelde doelstellingen te halen, en verzoekt de gemeenschappelijke onderneming herhaling van een soortgelijke situaties te voorkomen; neemt kennis van het feit dat deze elementen de Rekenkamer ertoe hebben gebracht het risico voor programma-uitvoering voor deze gemeenschappelijke onderneming als hoog te beschouwen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de situatie van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing, waarvan de bijdrage van particuliere leden in het kader van Horizon 2020 slechts een gerapporteerd bedrag van 18,4 miljoen EUR bereikte, tegen een streefdoel van 420 miljoen EUR, wat een groot verschil vormt; merkt voorts op dat een dergelijke situatie zich opnieuw zou kunnen voordoen in het kader van Horizon Europa en Digitaal Europa, aangezien het streefdoel voor bijdragen voor particuliere leden aanzienlijk is gestegen, tot 900 miljoen EUR, terwijl de financieringsregelingen die in het kader van Horizon 2020 tot problemen voor particuliere leden hebben geleid, van kracht blijven; neemt kennis van het feit dat deze elementen de Rekenkamer ertoe hebben gebracht het risico voor programma-uitvoering voor deze gemeenschappelijke onderneming als hoog te beschouwen; begrijpt op basis van de aanvullende informatie die is verstrekt tijdens de hoorzitting met de betrokken gemeenschappelijke onderneming in de Commissie begrotingscontrole, dat deze kwestie in samenwerking met de raad van bestuur wordt aangepakt; sluit zich niettemin aan bij de aanbeveling van de Rekenkamer om in dit verband actie te ondernemen, door de herbeoordeling van het huidige streefdoel door de Commissie te ondersteunen, om ervoor te zorgen dat de gemeenschappelijke onderneming haar streefcijfer inzake bijdragen van particuliere leden aan de programma’s Horizon Europa en Digitaal Europa kan halen, en benadrukt nogmaals dat het bereiken van streefdoelen voor bijdragen niet louter als een ambitie moeten worden beschouwd, maar als een plicht;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">onderstreept dat de enkele basishandeling gemeenschappelijke ondernemingen er met het oog op een grotere efficiëntie toe verplicht synergieën tot stand te brengen door middel van back-officeregelingen op een aantal vastgestelde gebieden; begrijpt dat de betrokken gemeenschappelijke ondernemingen vier gebieden als prioriteit hebben aangemerkt, namelijk boekhoudkundige activiteiten, juridische activiteiten, informatie- en communicatietechnologie en personele middelen; is in dit verband met name verheugd over:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>het feit dat de back-officeregelingen voor boekhoudkundige activiteiten operationeel zijn sinds december 2022 en dus operationeel waren gedurende het gehele begrotingsjaar 2023, hetgeen kon worden vastgesteld in de jaarrekeningen die zijn opgesteld, alsook het feit dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” bij de uitvoering van deze back-officeregelingen het voortouw heeft genomen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het feit dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” en de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg” het voortouw hebben genomen bij de exploitatie van back-officeregelingen voor het beheer van gemeenschappelijke aanwervingen, het rechtskader voor personele middelen en de digitalisering van personele middelen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>het feit dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof” en de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg” het voortouw hebben genomen bij de exploitatie van back-officeregelingen voor het beheer van diensten op het gebied van informatie- en communicatietechnologieën;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>het feit dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart”, de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen” en de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing het voortouw hebben genomen bij de exploitatie van back-officeregelingen voor het beheer van administratieve aanbestedingen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>het feit dat gemeenschappelijke ondernemingen het gemeenschappelijke strategische ICT-plan van de gemeenschappelijke ondernemingen in het White Atrium-gebouw verder uitvoeren;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt de gemeenschappelijke ondernemingen die onder de verplichting uit hoofde van de enkele basishandeling vallen om verslag te blijven uitbrengen over hun vaststelling van back-officeregelingen, duidelijke informatie te verstrekken over welke gemeenschappelijke ondernemingen op bepaalde gebieden taken uitvoeren voor andere, zo spoedig mogelijk het beheer van communicatie, logistiek, evenementen en vergaderzalen, alsook de ondersteuning van audit- en fraudebestrijdingsstrategieën in de prioriteitenlijst op te nemen, en informatie te verstrekken over de gebieden die in de toekomst voor het opzetten van back-officeregelingen in overweging moeten worden genomen, zodra de regelingen op de als prioritair aangemerkte gebieden zijn afgerond;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanbestedingen en concessies</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">deelt de bezorgdheid van de Rekenkamer met betrekking tot aanbestedingsprocedures en verzoekt gemeenschappelijke ondernemingen ervoor te zorgen dat de naleving van de toepasselijke wettelijke bepalingen en de onvermijdelijke complexiteit van bepaalde aanbestedingsprocedures niet leiden tot een verhoogd risico voor de wettigheid en regelmatigheid van de operationele uitgaven; maakt zich meer in het bijzonder zorgen over:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de situatie van de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg” en van de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips”, waarvoor de Rekenkamer tekortkomingen heeft vastgesteld in het ontwerp en de evaluatie van één belangrijke aanbestedingsprocedure; neemt kennis van het feit dat dit element de Rekenkamer er echter niet toe heeft gebracht het risico voor de uitgaven voor operationele controle voor deze gemeenschappelijke onderneming als middelhoog of hoog te beschouwen; benadrukt niettemin dat dergelijke tekortkomingen kunnen leiden tot onregelmatige contracten en betalingen indien zij in toekomstige aanbestedingsprocedures niet worden aangepakt; is ingenomen met de bereidheid van de gemeenschappelijke ondernemingen om in deze specifieke gevallen actie te ondernemen en hun aanbestedingsprocedures te verbeteren;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het feit dat de Rekenkamer het risico in verband met operationele contractuitgaven voor de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing en de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie als middelgroot heeft beoordeeld wegens de complexiteit van hun aanbestedingsprocedures voor contracten met een hoge waarde;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>onderstreept de financiële blootstelling van de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing aan een leverancier die in moeilijkheden verkeert, waarvan de impact door de gemeenschappelijke onderneming wordt beoordeeld als variërend van een potentieel geringe impact van 0 EUR tot een geraamde maximale impact van 88 miljoen EUR; begrijpt uit de jaarrekening van de gemeenschappelijke onderneming dat deze situatie zorgvuldig wordt onderzocht; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming alle nodige maatregelen te nemen om de financiële verplichtingen tot een minimum te beperken; is ingenomen met de aanvullende informatie die is verstrekt tijdens de hoorzitting van de betrokken gemeenschappelijke onderneming in de Commissie begrotingscontrole, met name wat de aanvullende garanties betreft die de gemeenschappelijke onderneming in kwestie vraagt om deze financiële aansprakelijkheid tot een minimum te beperken, alsook met de uitleg die is verstrekt over de sleutelrol van deze specifieke leverancier;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>neemt kennis van het feit dat de mate van gedetailleerdheid en toegankelijkheid verschilt wanneer het gaat om de kwantitatieve gegevens die door de gemeenschappelijke ondernemingen worden verstrekt over het genderevenwicht van de deskundigen die zijn geselecteerd om met de gemeenschappelijke ondernemingen samen te werken; verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen meer transparantie aan de dag te leggen en duidelijke kwantitatieve gegevens over het genderevenwicht van de deskundigen op te nemen in hun toekomstige jaarlijkse activiteitenverslagen; verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen meer inspanningen te leveren om gendergelijkheid op alle niveaus te bevorderen en ervoor te zorgen dat genderevenwicht een horizontale prioriteit blijft bij alle activiteiten in verband met aanbestedingen, subsidies en opdrachten, en een verklaring te geven wanneer er geen genderevenwicht kan worden gerealiseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>neemt kennis van het feit dat de mate van gedetailleerdheid en toegankelijkheid verschilt wanneer het gaat om de kwantitatieve gegevens die door de gemeenschappelijke ondernemingen worden verstrekt over de geografische spreiding van de deskundigen die zijn geselecteerd om met de gemeenschappelijke ondernemingen samen te werken; verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen duidelijke kwantitatieve gegevens over de geografische spreiding van de deskundigen op te nemen in hun toekomstige jaarlijkse activiteitenverslagen; verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen ervoor te zorgen dat geografische spreiding een horizontale prioriteit blijft bij alle activiteiten in verband met aanbestedingen, subsidies en opdrachten, en een verklaring te geven wanneer er onvoldoende geografische spreiding kan worden gerealiseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>	dringt aan op een eerlijke en billijke geografische verdeling van de financiering van gemeenschappelijke ondernemingen, zodat regio’s met een geringere innovatiecapaciteit en kmo’s adequate steun krijgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personeel en aanwerving</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is bezorgd over de stand van zaken op het gebied van aanwerving binnen de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing, die 39 extra posten ontving die tegen het einde van het begrotingsjaar 2023 moesten worden ingevuld om de aanzienlijke middelen die in het kader van het huidige meerjarig financieel kader werden ontvangen, uit te voeren, maar die slechts 21 extra personeelsleden kon aanwerven; is voorts bezorgd over de beoordeling van de Rekenkamer dat de aanwervingsprocedures van de gemeenschappelijke ondernemingen niet voldoende transparant waren door een gebrek aan duidelijke en vooraf overeengekomen puntenmatrixes voor de beoordeling van kandidaten en hun kwalificaties, alsook door een gebrek aan voldoende documentatie over het onderliggende besluitvormingsproces; betreurt dat deze situatie er volgens de Rekenkamer toe kan hebben geleid dat de kandidaten niet gelijk behandeld zijn; herinnert eraan dat het van het grootste belang is te voorkomen dat er tijdens het aanwervingsproces met twee maten wordt gemeten en vraagt dat in dit verband alle nodige maatregelen worden genomen; sluit zich aan bij de aanbeveling van de Rekenkamer dat de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing in dit verband actie onderneemt door haar toegenomen personeelsbestand doeltreffend te benutten om haar aanwervingsstreefdoel eind 2024 te bereiken, en door, om de transparantie van haar aanwervingsprocedures te vergroten en de besluitvormingsprocessen van het selectiecomité te onderbouwen, tijdens de voorselectiefase gebruik te maken van een vooraf overeengekomen puntenmatrix, overeenkomstig de bij andere gemeenschappelijke ondernemingen en EU-organen gevolgde praktijk; is ingenomen met de bereidheid van de gemeenschappelijke onderneming om de aanbevelingen voor verbeteringen op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>	benadrukt de noodzaak van een coherent en eerlijk personeelsbeleid in alle gemeenschappelijke ondernemingen om te zorgen voor adequate en inclusieve arbeidsomstandigheden, mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling en evenwicht tussen werk en privéleven voor het personeel; vraagt dat er maatregelen worden genomen om te voorkomen dat er te veel gebruik wordt gemaakt van tijdelijke contracten en onzekere dienstverbanden; onderstreept het belang van structuren ter ondersteuning van de geestelijke gezondheid, flexibele werkregelingen en eerlijke interne promotiekansen om het welzijn van het personeel te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen concrete maatregelen te nemen om het genderevenwicht in leidinggevende functies en besluitvormingsorganen te verbeteren, onder meer door streefcijfers voor genderevenwicht vast te stellen en regelmatig de vooruitgang te monitoren; benadrukt dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen moet worden aangepakt en dat moet worden gezorgd voor gelijke carrièremogelijkheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>neemt kennis van het feit dat de Rekenkamer het risico voor de wettigheid en regelmatigheid van de administratieve uitgaven laag achtte voor alle gemeenschappelijke ondernemingen, met uitzondering van de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” en de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing, waarvoor het als middelhoog werd beschouwd vanwege hun hoge aanwervingsniveau, alsook voor de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” en de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3”, vanwege hun recente financiële autonomie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="LC"><INT.LI LEVEL="0">is bezorgd over de door de Rekenkamer geconstateerde situatie van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie met betrekking tot verschillende aspecten van het personeelsbeheer, met name wat het gebruik betreft van externe dienstverleners, in het bijzonder:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>a)</SYMBOL>de grote afhankelijkheid van de gemeenschappelijke onderneming van externe dienstverleners, aangezien wordt opgemerkt dat bijna de helft van het personeel van de gemeenschappelijke onderneming bestaat uit externe dienstverleners (361 externe dienstverleners en 429 statutaire personeelsleden in 2023), waardoor een kritiek probleem ontstaat met mogelijk grootschalige gevolgen voor het vermogen van de gemeenschappelijke onderneming om haar personele middelen op duurzame wijze te beheren en tegelijkertijd een capaciteit te garanderen voor het behouden van kennis en het beschermen van het institutioneel geheugen, hetgeen ook financiële voordelen oplevert op lange termijn;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>b)</SYMBOL>het feit dat de gemeenschappelijke onderneming geen formele, algemeen geldende definitie van externe dienstverleners heeft vastgesteld, wat heeft geleid tot een gebrek aan duidelijkheid in haar beoordeling van de impact van externe dienstverleners op de behoeften inzake statutair personeel; merkt voorts op dat het risicoregister van de gemeenschappelijke onderneming niet alle potentiële risico’s omvatte in verband met een grote afhankelijkheid van externe dienstverleners op lange termijn, waardoor de interne controle van de gemeenschappelijke onderneming kan worden verhinderd passende risicobeperkende maatregelen te nemen om die risico’s aan te pakken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>c)</SYMBOL>de bevindingen van de audit die de dienst Interne Audit van de Commissie ter zake heeft uitgevoerd, waaruit bleek dat de gemeenschappelijke onderneming geen gecentraliseerde functie voor de coördinatie en het beheer van externe dienstverleners had opgezet, noch een methode om haar totale personeelsbehoeften, en met name haar behoeften aan externe dienstverleners, te beoordelen; onderstreept dat werd opgemerkt dat het besluit van de gemeenschappelijke onderneming over het gebruik van externe dienstverleners bijgevolg gebaseerd was op budgettaire overwegingen en niet op de behoefte aan personele middelen;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>d)</SYMBOL>het gebrek aan transparantie in de verslaglegging van de gemeenschappelijke onderneming over haar personele middelen; met name wat de presentatie betreft van cijfers over vaste en niet-vaste personeelsleden, aangezien 224 van de 386 tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten in werkelijkheid een overeenkomst voor onbepaalde tijd hadden en dus vanuit praktisch oogpunt als vast personeel hadden kunnen worden beschouwd; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming dergelijke nuances in de toekomst in haar verslaglegging over personele middelen te benadrukken;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>e)</SYMBOL>sluit zich aan bij de aanbeveling van de Rekenkamer dat de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie actie onderneemt door een gecentraliseerde coördinatie- en beheersfunctie voor externe dienstverleners op te zetten en een integrale methode aan te nemen voor de regelmatige beoordeling van haar totale personeelsbehoeften op basis van de verwachte werklast en de vereiste vaardigheden, en door haar risicoregister aan te vullen met de belangrijkste risico’s die gepaard gaan met de intensieve gebruikmaking van externe dienstverleners op lange termijn;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>f)</SYMBOL>is ingenomen met de toezeggingen van de gemeenschappelijke onderneming en is ingenomen met haar uitleg over de uitdagingen die leiden tot een intensief gebruik van externe dienstverleners; is niettemin bezorgd over deze verregaande afhankelijkheid en de daaraan verbonden risico’s; verzoekt de gemeenschappelijke onderneming in de toekomst meer gedetailleerde informatie te verstrekken over de besluitvormingsprocessen die leiden tot het gebruik van externe dienstverleners;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>neemt kennis van het feit dat de mate van gedetailleerdheid en toegankelijkheid verschilt wanneer het gaat om de kwantitatieve gegevens die de gemeenschappelijke ondernemingen in hun jaarlijkse activiteitenverslagen verstrekken over het genderevenwicht onder hun personeel en in hun bestuursorganen en -structuren; verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen in hun toekomstige jaarlijkse activiteitenverslagen een duidelijk hoofdstuk op te nemen met kwantitatieve gegevens over genderevenwicht onder hun personeel en binnen hun bestuursorganen en -structuren, met inbegrip van uitgesplitste gegevens per verantwoordelijkheidsniveau en per soort van contract; verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen ervoor te zorgen dat genderevenwicht op alle verantwoordelijkheidsniveaus een doelstelling blijft en zich te blijven inspannen om voor meer genderevenwicht te zorgen, teneinde een eerlijke vertegenwoordiging van de samenleving binnen hun personeelsbestand te waarborgen en een gezonde en productieve werkomgeving te bevorderen, en uitleg te geven wanneer er geen genderevenwicht kan worden gerealiseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>neemt kennis van het feit dat de mate van gedetailleerdheid en toegankelijkheid verschilt wanneer het gaat om de kwantitatieve gegevens die de gemeenschappelijke ondernemingen in hun jaarlijkse activiteitenverslagen verstrekken over de geografische spreiding binnen hun personeelsbestand en in hun bestuursorganen en -structuren; verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen in hun toekomstige jaarlijkse activiteitenverslagen een duidelijk hoofdstuk op te nemen met kwantitatieve gegevens over de geografische spreiding binnen hun personeelsbestand en binnen hun bestuursorganen en -structuren, met inbegrip van uitgesplitste gegevens per verantwoordelijkheidsniveau en per soort van contract; verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen ervoor te zorgen dat een bevredigende geografische spreiding op alle verantwoordelijkheidsniveaus een doelstelling blijft, en een verklaring te geven wanneer er onvoldoende geografische spreiding kan worden gerealiseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>is ingenomen met de werkzaamheden van het netwerk van EU-agentschappen (EUAN) en zijn werkgroep inzake diversiteit en inclusie, die hebben geleid tot het EUAN-handvest inzake diversiteit en inclusie; verzoekt de gemeenschappelijke ondernemingen dit handvest goed te keuren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>	onderstreept dat gemeenschappelijke ondernemingen ervoor moeten zorgen dat de gefinancierde projecten bijdragen tot sociaal welzijn en inclusiviteit, dat zij de rechten van werknemers en arbeidsvoorwaarden eerbiedigen en dat zij in overeenstemming zijn met de beginselen van een rechtvaardige transitie naar duurzame technologieën;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Beheers- en controlesystemen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>is ingenomen met de werkzaamheden van de Rekenkamer met betrekking tot het onderzoek van subsidiebetalingen door de tien gemeenschappelijke ondernemingen die onderzoeks- en innovatieprojecten uitvoeren, met name wat haar aanvullende controle betreft van een steekproef van subsidiebetalingen op het niveau van de begunstigden in het kader van Horizon 2020; is bezorgd over de resultaten van dit onderzoek, waaruit bleek dat er aanhoudende systemische fouten waren, voornamelijk met betrekking tot de gedeclareerde personeels- en uitrustingskosten;<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>vraagt dat de systemische fouten worden gecorrigeerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>onderstreept dat de Rekenkamer één geval van een gekwantificeerde en ernstige fout heeft vastgesteld in de betalingen in het kader van Horizon 2020 voor de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone luchtvaart”, de Gemeenschappelijke Onderneming “Initiatief voor innovatieve gezondheidszorg”, de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof”, de Gemeenschappelijke Onderneming “Een circulair biogebaseerd Europa” en de Gemeenschappelijke Onderneming “Europese spoorwegen”; is ingenomen met de initiatieven die in dit verband zijn genomen om het bewustzijn op het niveau van de begunstigden te vergroten; verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen de wettigheid en regelmatigheid van de operationele uitgaven te waarborgen en onderstreept dat de Rekenkamer het risico met betrekking tot de tussentijdse en definitieve subsidiebetalingen van de gemeenschappelijke ondernemingen als gemiddeld heeft beschouwd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>	verzoekt de Commissie i) begunstigden van de gemeenschappelijke ondernemingen een verplichte financiële opleiding te laten volgen om terugkerende boekhoudkundige fouten te voorkomen; ii) geautomatiseerde verificatie-instrumenten te gebruiken om de nauwkeurigheid van de berekeningen van personeelskosten te verbeteren; iii) strengere procedures voor controles vooraf toe te passen om een correct gebruik van middelen van de Unie te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>is ingenomen met het feit dat volgens de extrapolatie van de Rekenkamer voor alle gemeenschappelijke ondernemingen het gemiddelde foutenpercentage voor subsidie-uitgaven net onder de materialiteitsdrempel van 2 % ligt, alsook met het feit dat de door de gemeenschappelijke auditdienst van de Commissie berekende restfoutenpercentages ook onder de materialiteitsdrempel lagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>neemt kennis van het feit dat het aantal tussentijdse betalingen in het kader van Horizon Europa en Digitaal Europa te klein was om te worden opgenomen in de steekproef die de Rekenkamer in 2023 heeft gecontroleerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>neemt kennis van het feit dat er verschillende wijzigingen zijn toegepast in het internecontrolekader van de gemeenschappelijke ondernemingen in het kader van Horizon Europa, met name het feit dat de Commissie niet langer voornemens is specifieke representatieve controles achteraf uit te voeren namens individuele belanghebbenden bij Horizon Europa, zoals gemeenschappelijke ondernemingen; merkt voorts op dat de Commissie van plan is dezelfde wijziging toe te passen op subsidiebetalingen in het kader van Digitaal Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>is bezorgd over het gebrek aan communicatie, samenwerking en coördinatie tussen het risicobeheer van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en haar internecontrolefuncties, alsook over het daarmee verband houdende gebrek aan een geïntegreerd risicobeheerproces en het feit dat de gemeenschappelijke onderneming geen afdoende bewijs kon leveren dat zij regelmatig gebruikmaakt van informatie over risicobeheer voor de planning van haar internecontroleactiviteiten; sluit zich aan bij de aanbeveling van de Rekenkamer dat de gemeenschappelijke onderneming actie onderneemt door in haar internecontrolekader een geïntegreerd risicobeheerproces in te voeren, om haar risico’s doeltreffend te beheren; is ingenomen met de plannen van de gemeenschappelijke onderneming om op dit gebied actie te ondernemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>onderstreept dat het belangrijk is dat de gemeenschappelijke ondernemingen een alomvattend en actueel bedrijfscontinuïteitsplan en noodherstelplan ten uitvoer leggen; betreurt in dit verband dat de gemeenschappelijke ondernemingen, met uitzondering van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie, aan het eind van het begrotingsjaar 2023 niet over een bevredigend beleid op dit gebied beschikten; is ingenomen met de plannen van de gemeenschappelijke onderneming om op dit gebied actie te ondernemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>wijst erop dat de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten” en de Gemeenschappelijke Onderneming “Mondiale gezondheid EDCTP3” het internecontrolekader van de Commissie nog steeds niet volledig ten uitvoer hebben gelegd en verzoekt deze twee gemeenschappelijke ondernemingen dat kader volledig ten uitvoer te leggen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Fraude, ethiek en belangenconflicten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>neemt kennis van het feit dat de Rekenkamer tijdens haar controle van het begrotingsjaar 2023 één kennisgeving van vermoedelijke fraude aan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) heeft gedaan; begrijpt dat de zaak vervolgens door OLAF is afgewezen, aangezien er met betrekking tot de personeelskwestie waarop de zaak betrekking had geen fraude werd vastgesteld; is ingenomen met de zorgvuldigheid van de Rekenkamer en de samenwerking binnen de fraudebestrijdingsarchitectuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>onderstreept dat het belangrijk is dat de gemeenschappelijke ondernemingen een internecontrolebeleid voeren inzake gevoelige posten; benadrukt dat een dergelijk beleid het risico van ongepaste of frauduleuze handelingen kan voorkomen en beperken; betreurt dat aan het einde van het begrotingsjaar 2023 de Gemeenschappelijke Onderneming “Derde ATM-onderzoek in het kader van het gemeenschappelijk Europees luchtruim”, de Gemeenschappelijke Onderneming “Schone waterstof”, de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips”, de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing en de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie nog geen beleid ter zake hadden; benadrukt het kritieke karakter van deze situatie en dringt er bij de gemeenschappelijke ondernemingen op aan onverwijld actie te ondernemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>neemt kennis van de situatie bij de Gemeenschappelijke Onderneming “Chips” waarnaar de Rekenkamer verwijst, waarbij een van haar voormalige hooggeplaatste personeelsleden, die de gemeenschappelijke onderneming onlangs had verlaten, een nieuwe beroepsactiviteit uitoefende zonder de gemeenschappelijke onderneming hiervan vooraf in kennis te hebben gesteld; verzoekt de betrokken gemeenschappelijke onderneming en alle andere gemeenschappelijke ondernemingen actief toezicht te houden op de nieuwe beroepsactiviteiten van voormalige hooggeplaatste personeelsleden en personeelsleden die een gevoelige post bekleden; is ingenomen met de aanvullende informatie die de betrokken gemeenschappelijke onderneming over dit specifieke geval heeft verstrekt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>	verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen hun transparantiebeleid te verbeteren, met name ten aanzien van mogelijke belangenconflicten; dringt er bij de gemeenschappelijke ondernemingen op aan belangenverklaringen te publiceren voor hun leden van de raad van bestuur, wetenschappelijke comités en externe deskundigen, en ervoor te zorgen dat alle financiële, professionele of persoonlijke banden met entiteiten die financiering van de gemeenschappelijke ondernemingen ontvangen, openbaar worden gemaakt; vraagt dat er een verplichte afkoelingsperiode voor leidinggevend personeel van de gemeenschappelijke ondernemingen wordt ingevoerd voordat zij in dienst mogen treden bij organisaties die financiering van de gemeenschappelijke ondernemingen ontvangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>neemt kennis van de informatie die de gemeenschappelijke ondernemingen hebben verstrekt over hun activiteiten op het gebied van preventie, opsporing en correctie van fraude; roept alle gemeenschappelijke ondernemingen op om hun rol te versterken en hun zwakke punten in kaart te brengen door verder deel te nemen aan discussies over fraudebestrijding en hierover verslag te blijven uitbrengen en in hun toekomstige verslagen een duidelijke presentatie op te nemen van het rechtskader en het beleid waarin in dit verband is voorzien;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Opmerkingen over de follow-up door gemeenschappelijke ondernemingen naar aanleiding van de vorige kwijtingsprocedure</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de gemeenschappelijke ondernemingen een follow-upverslag hebben opgesteld naar aanleiding van de resoluties van het Europees Parlement met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de gemeenschappelijke ondernemingen voor het begrotingsjaar 2022; merkt op dat deze verslagen in bevredigende mate de standpunten van de gemeenschappelijke ondernemingen over de door het Europees Parlement aangekaarte kwesties weergeven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>is ingenomen met het feit dat het verslag van de Rekenkamer ook een analyse bevat van de follow-up door de gemeenschappelijke ondernemingen van eerdere opmerkingen en aanbevelingen voor acties die door de Rekenkamer zijn gepubliceerd; merkt in dit verband op dat van de 37 opmerkingen die eind 2022 niet voldoende waren aangepakt, er eind 2023 16 waren afgesloten en 21 nog openstonden; merkt voorts op dat van de 15 aanbevolen acties in de jaarverslagen van 2021 en 2022 er 9 volledig waren uitgevoerd, 2 in de meeste opzichten, 3 in enkele opzichten en 1 helemaal niet; begrijpt dat sommige aanbevelingen die nog verder moeten worden uitgevoerd voornamelijk betrekking hebben op personeelskwesties die de gemeenschappelijke ondernemingen alleen kunnen aanpakken in samenwerking met het directoraat-generaal Begroting van de Commissie, zodra de applicaties klaar zijn om in gebruik te worden genomen; begrijpt dat de aanbevelingen die vóór eind 2023 moesten zijn uitgevoerd, tijdig zijn uitgevoerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Rekenkamer nu een streefdatum heeft bepaald voor de uitvoering van elk van haar openstaande aanbevelingen voor actie, die is vastgesteld in samenwerking met de gemeenschappelijke ondernemingen om de haalbaarheid ervan te waarborgen; verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen om over deze kwesties aan de Rekenkamer en het Europees Parlement verslag uit te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>	neemt met bezorgdheid kennis van de aanhoudende problemen in verband met kostenoverschrijdingen, vertragingen en governancekwesties bij de uitvoering van het ITER-project; dringt aan op beter financieel toezicht en meer begrotingstransparantie, met gedetailleerdere openbare verslaglegging over kostenontwikkelingen, bestedingsefficiëntie en vooruitgang bij het bereiken van belangrijke projectmijlpalen; benadrukt dat er strengere auditmechanismen nodig zijn om ervoor te zorgen dat de bijdragen van de Unie aan het project effectief worden gebruikt; dringt er bij de gemeenschappelijke onderneming op aan de interne governance te versterken door te zorgen voor regelmatige en onafhankelijke evaluaties van projectrisico’s en door de verantwoordingsmechanismen voor het hogere management te versterken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Andere prioriteiten voor de gemeenschappelijke ondernemingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>is zich bewust van de administratieve en budgettaire beperkingen van de gemeenschappelijke ondernemingen en roept de gemeenschappelijke ondernemingen in verband hiermee op hun bijdrage aan onderzoeks- en innovatieactiviteiten zichtbaarder te maken door middel van toegankelijk communicatiemateriaal ten behoeve van academische en onderzoeksinstellingen, publieke en particuliere organisaties en Europese en nationale autoriteiten; dringt erop aan dat dit toegankelijke communicatiemateriaal de mogelijkheden voor aanbestedingen en subsidies van de gemeenschappelijke ondernemingen op het gebied van onderzoeks- en innovatieactiviteiten bevordert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de gemeenschappelijke ondernemingen proactief communicatieactiviteiten te ontplooien om een breed scala van EU-burgers te bereiken, als pedagogische inspanning om de bijdrage te presenteren die zij leveren aan het verwezenlijken van gemeenschappelijke doelstellingen en om de aandacht te vestigen op de behoefte aan geïnstitutionaliseerde partnerschappen waarbij particuliere leden betrokken zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>	verzoekt de gemeenschappelijke ondernemingen samen te werken met universiteiten om jonge Europese afgestudeerden te bereiken, teneinde hun toekomstige aanwervingsprocedures te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>verzoekt de gemeenschappelijke ondernemingen naar de maat van hun vermogen op effectieve wijze verslag te blijven uitbrengen over hun bijdrage aan de werkgelegenheid en het concurrentievermogen van de Europese economie, aangezien alle belangrijke belanghebbenden in de Europese Unie op het gebied van onderzoek en innovatie zich moeten concentreren op de herindustrialisering van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>verzoekt de gemeenschappelijke ondernemingen te blijven zorgen voor voldoende participatie van particuliere ondernemingen, met name kleine en middelgrote ondernemingen, die de sterkste troef van de Europese economie vormen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>verzoekt de gemeenschappelijke ondernemingen op effectieve wijze verslag uit te brengen over hun bijdrage aan de verwezenlijking van de horizontale prioriteiten van de begroting van de Europese Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen zorgvuldig te werk te blijven gaan bij het uitvoeren van hun activiteiten wanneer daar internationale belanghebbenden bij betrokken zijn, met name in het licht van de door de Europese Unie ingevoerde beperkende maatregelen; onderstreept in dit verband de bijzondere situatie van de Europese gemeenschappelijke onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie en is ingenomen met de uitleg die tijdens de hoorzitting van de betrokken gemeenschappelijke onderneming in de Commissie begrotingscontrole is gegeven over de maatregelen die zijn genomen om problemen in het kader van het ITER-project te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen ervoor te zorgen dat hun personeel goed gebruikmaakt van mogelijke synergieën met andere entiteiten van de Europese Unie, zoals agentschappen, op alle relevante gebieden, om de efficiëntie en impact van hun activiteiten te vergroten; verzoekt alle gemeenschappelijke ondernemingen ervoor te zorgen dat hun personeel goed gebruikmaakt van het platform dat wordt geboden door het netwerk van EU-agentschappen (EUAN);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>	benadrukt de noodzaak van digitale soevereiniteit bij door de Unie gefinancierd onderzoek; legt in dat verband bijzondere nadruk op de Gemeenschappelijke Onderneming Chips, de Gemeenschappelijke Onderneming Europese high-performance computing en de Gemeenschappelijke Onderneming “Slimme netwerken en diensten”, die prioriteit moeten geven aan projecten die de autonomie van de Unie op het gebied van de productie van halfgeleiders, artificiële intelligentie en cyberbeveiliging vergroten; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat door gemeenschappelijke onderneming gefinancierde projecten: i) voor kritieke technologieën niet al te afhankelijk zijn van leveranciers uit derde landen; ii) bijdragen aan de industriële veerkracht en de strategische onafhankelijkheid van de Unie; iii) Europese O&amp;O in belangrijke digitale sectoren bevorderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verzoek om follow-up</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>verzoekt elke gemeenschappelijke onderneming waarvoor wordt nagegaan of er kwijting aan kan worden verleend voor het begrotingsjaar 2023, een individueel follow-upverslag op te stellen over alle maatregelen die zijn genomen om de in deze resolutie genoemde specifieke kwesties aan te pakken, en dit follow-upverslag, ondertekend door de (uitvoerend) directeur, uiterlijk op 30 september 2025 in te dienen bij het Europees Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>onderstreept dat de follow-upverslagen ook algemene standpunten van de gemeenschappelijke onderneming mogen omvatten over deze resolutie en over andere aangelegenheden die relevant zijn voor de kwijtingsautoriteit; verwacht van de gemeenschappelijke ondernemingen dat zij een verslag opstellen met een alomvattend karakter, om aandacht te geven aan alle kwesties met betrekking tot hun activiteiten die door het Europees Parlement zijn behandeld, en dat zij hierbij te goeder trouw handelen en het nodige overleg plegen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>