<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0091</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De Europese strategie voor waterweerbaarheid</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0073/2025 - Rapporteur: Thomas Bajada)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 7 mei 2025 inzake de Europese strategie voor waterweerbaarheid (2024/2104(INI))</STRING><FOOTNOTE><FIELD><STRING SUPERSCRIPT="on">*</STRING> Technische voetnoot: dit is een gecorrigeerde versie van de aangenomen tekst, die tot doel heeft in punt 29 van de resolutie de naam van de focusgroep, die in het ingediende verslag ontbrak omdat hij door een administratieve fout geschrapt was, opnieuw op te nemen.</FIELD></FOOTNOTE></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 191,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de overeenkomst die op de 21e Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC (COP21) op 12 december 2015 in Parijs werd aangenomen (de Overeenkomst van Parijs),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties en de daarin opgenomen duurzameontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals – SDG’s), en in het bijzonder SDG 6 inzake schoon water en sanitaire voorzieningen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal, dat in december 2022 is vastgesteld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van Stockholm inzake persistente organische verontreinigende stoffen van 22 mei 2001,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorzorgsbeginsel en het beginsel van preventief handelen, het beginsel dat milieuaantastingen bij voorrang aan de bron dienen te worden bestreden, en het beginsel dat de vervuiler betaalt, zoals verankerd in artikel 191, lid 2, VWEU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (Europese klimaatwet)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1119/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid<FOOTNOTE><FIELD>PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/60/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (kaderrichtlijn water),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2006/118/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand<FOOTNOTE><FIELD>PB L 372 van 27.12.2006, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/118/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (grondwaterrichtlijn),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2008/105/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid tot wijziging en vervolgens intrekking van de Richtlijnen 82/176/EEG, 83/513/EEG, 84/156/EEG, 84/491/EEG en 86/280/EEG van de Raad, en tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 348 van 24.12.2008, blz. 84, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2008/105/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2007/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 over beoordeling en beheer van overstromingsrisico’s<FOOTNOTE><FIELD>PB L 288 van 6.11.2007, blz. 27, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2007/60/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (overstromingsrichtlijn),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2020/2184 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water<FOOTNOTE><FIELD>PB L 435 van 23.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2020/2184/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (drinkwaterrichtlijn),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2020/741 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 2020 inzake minimumeisen voor hergebruik van water<FOOTNOTE><FIELD>PB L 177 van 5.6.2020, blz. 32, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/741/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (verordening inzake hergebruik van water),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2008/56/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 2008 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het beleid ten aanzien van het mariene milieu (kaderrichtlijn mariene strategie)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 164 van 25.6.2008, blz. 19, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2008/56/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/3019 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/3019, 12.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/3019/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (herziene richtlijn stedelijk afvalwater),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1785 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 tot wijziging van Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) en Richtlijn 1999/31/EG van de Raad betreffende het storten van afvalstoffen<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1785, 15.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1785/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen<FOOTNOTE><FIELD>PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1991/676/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1991 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2024 inzake natuurherstel en tot wijziging van Verordening (EU) 2022/869<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1991, 29.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1991/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 333 van 27.12.2022, blz. 164, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2557/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (richtlijn betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 333 van 27.12.2022, blz. 80, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2009/128/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van een kader voor communautaire actie ter verwezenlijking van een duurzaam gebruik van pesticiden<FOOTNOTE><FIELD>PB L 309 van 24.11.2009, blz. 71, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/128/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013<FOOTNOTE><FIELD>PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2115/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/3190 van de Commissie van 19 december 2024 betreffende het gebruik van bisfenol A (BPA) en andere bisfenolen en bisfenolderivaten met een geharmoniseerde indeling in verband met specifieke gevaarlijke eigenschappen in bepaalde materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 10/2011 en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/213<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/3190, 31.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/3190/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 19 februari 2025 getiteld “Een visie voor landbouw en voedsel: Samen de landbouw- en voedselsector van de EU aantrekkelijk maken voor de toekomstige generaties” (COM(2025)0075),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 over de Europese Green Deal (COM(2019)0640),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 mei 2021 getiteld “Route naar een gezonde planeet voor iedereen – EU-actieplan: Verontreiniging van lucht, water en bodem naar nul” (COM(2021)0400),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 24 februari 2021 getiteld “Een klimaatveerkrachtig Europa tot stand brengen – de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering” (COM(2021)0082),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 18 juli 2007 getiteld “De aanpak van waterschaarste en droogte in de Europese Unie” (COM(2007)0414),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 maart 2020 getiteld “Een nieuw actieplan voor een circulaire economie: Voor een schoner en concurrerender Europa” (COM(2020)0098),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 14 november 2012 getiteld “Een blauwdruk voor het behoud van de Europese wateren” (COM(2012)0673),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de biodiversiteitsstrategie van de EU voor 2030,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de COP29-verklaring over water voor klimaatactie, die door de Europese Unie is onderschreven,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees oceaanpact, dat op 18 juli 2024 door de voorzitter van de Commissie, Ursula Von der Leyen, is aangekondigd in haar politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie (2024-2029),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees klimaataanpassingsplan en de Europese strategie voor waterweerbaarheid, die op 18 juli 2024 door de voorzitter van de Commissie, Ursula Von der Leyen, zijn aangekondigd in haar politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie (2024-2029),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het achtste milieuactieprogramma van de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 5 oktober 2022 over toegang tot water als mensenrecht – de externe dimensie<FOOTNOTE><FIELD>PB C 132 van 14.4.2023, blz. 54.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 september 2024 over de verwoestende overstromingen in Midden- en Oost-Europa, het verlies van mensenlevens en de paraatheid van de EU om in te grijpen bij dergelijke rampen die door de klimaatverandering worden verergerd<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/7216, 10.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/7216/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 6 oktober 2022 over het momentum om oceaangovernance en biodiversiteit te versterken<FOOTNOTE><FIELD>PB C 132 van 14.4.2023, blz. 106.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 28 november 2019 over de noodsituatie op het gebied van klimaat en milieu<FOOTNOTE><FIELD>PB C 232 van 16.6.2021, blz. 28.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 november 2024 over de VN-klimaatconferentie 2024 in Bakoe, Azerbeidzjan (COP29)<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/808, 11.2.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/808/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 4 februari 2025 over de uitvoering van de kaderrichtlijn water (2000/60/EG) en de overstromingsrichtlijn (2007/60/EG) met betrekking tot de derde stroomgebiedbeheerplannen en de tweede overstromingsrisicobeheerplannen (COM(2025)0002),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 15/2024 van de Europese Rekenkamer van 16 oktober 2024, getiteld “Klimaatadaptatie in de EU – Actie houdt geen gelijke tred met ambitie”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de voormalige Finse president Sauli Niinistö van 30 oktober 2024 getiteld “Safer Together – Strengthening Europe’s civil and military preparedness and readiness” (Samen veiliger – Versterking van de civiele en militaire gereedheid en paraatheid van Europa),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Enrico Letta van april 2024 getiteld “Much more than a market” (Veel meer dan een markt),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 december 2020 over de uitvoering van de EU-waterwetgeving<FOOTNOTE><FIELD>PB C 445 van 29.10.2021, blz. 126.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 33/2018 van de Europese Rekenkamer van 18 december 2018, getiteld “Bestrijding van woestijnvorming in de EU: een groeiende bedreiging waartegen meer moet worden ondernomen”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees burgerinitiatief (EBI) over het recht op water,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 september 2015 over de follow-up van het burgerinitiatief “Right2Water”<FOOTNOTE><FIELD>PB C 316 van 22.9.2017, blz. 99.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Resolutie 64/292 van de Algemene Vergadering van de VN van 28 juli 2010, waarin het recht op water en sanitaire voorzieningen wordt erkend als mensenrecht,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de strategische dialoog over de toekomst van de landbouw in de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 20/2024 van de Europese Rekenkamer van 30 september 2024, getiteld “Plannen in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid – Groener maar niet conform de milieu‑ en klimaatambities van de EU”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verslag 07/2024 van het Europees Milieuagentschap van 15 oktober 2024 getiteld “Europe’s state of water 2024: the need for improved water resilience” (De Europese watertoestand in 2024: de noodzaak om de waterweerbaarheid te verbeteren) (EEA-verslag 07/2024),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad Milieu van 17 juni 2024 over het achtste milieuactieprogramma,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 20/2021 van de Europese Rekenkamer van 28 september 2021, getiteld “Duurzaam watergebruik in de landbouw: GLB-middelen eerder gericht op de bevordering van hoger dan efficiënter watergebruik”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 26 oktober 2023 over een “Europese Blue Deal”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 5 juli 2023 voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake bodemmonitoring en ‑veerkracht (richtlijn bodemmonitoring) (COM(2023)0416),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn in eerste lezing geformuleerde standpunt van 24 april 2024 inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid, Richtlijn 2006/118/EG betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging en achteruitgang van de toestand en Richtlijn 2008/105/EG inzake milieukwaliteitsnormen op het gebied van het waterbeleid<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0358.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid (A10‑0073/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat water onontbeerlijk is voor het leven en de mensheid; overwegende dat de EU de bestaande en toekomstige watervoorraden efficiënt moet beheren en doeltreffend op de huidige uitdagingen op het gebied van water moet reageren, aangezien deze rechtstreeks van invloed zijn op de menselijke gezondheid, het milieu en zijn ecosystemen, strategische sociaal-economische activiteiten zoals energieproductie, landbouw en voedselzekerheid, en het concurrentievermogen van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat water een schaarse en beperkte hulpbron is, aangezien 70 % van het aardoppervlak met water is bedekt, maar slechts 0,5 % van dit water beschikbaar en bruikbaar zoet water is<FOOTNOTE><FIELD>Wereld Meteorologische Organisatie (WMO), <STRING ITALIC="on">2021 State of Climate Services – Water</STRING>, WMO‑No. 1278, WMO, Genève, 2021.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat bergen echte watertorens en belangrijke zoetwaterreservoirs voor Europa zijn, en dat de Alpen alleen al voorzien in 40 % van al het zoet water in Europa<FOOTNOTE><FIELD>Europees Milieuagentschap (EEA), <STRING ITALIC="on">Water resources across Europe – confronting water scarcity and drought</STRING>, EEA-verslag 02/2009.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat grondwater de bron is van twee derde van het drinkwater in de EU en vele ecosystemen<FOOTNOTE><FIELD>EEA-verslag 07/2024.</FIELD></FOOTNOTE> ondersteunt; overwegende dat de diensten die door zoetwaterecosystemen in Europa meer dan 11 biljoen EUR waard zijn en aanzienlijke voordelen bieden voor de gezondheid en recreatie, bijvoorbeeld in de vorm van hengelsport<FOOTNOTE><FIELD>Wereldnatuurfonds (WNF), <STRING ITALIC="on">High Cost of Cheap Water: The True Value of Water and Freshwater Ecosystems to People and Planet</STRING>, WNF, Gland, 2021.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat er in Europa nu al sprake is van waterstress en dat hierdoor jaarlijks ongeveer 20 % van het Europese grondgebied en 30 % van de Europese bevolking wordt getroffen, en dat deze percentages naar alle waarschijnlijkheid alleen maar zullen toenemen als gevolg van de klimaatverandering<FOOTNOTE><FIELD>EEA-verslag 07/2024.</FIELD></FOOTNOTE>, ondanks het feit dat de totale wateronttrekking van de EU‑27 tussen 2000 en 2019 met 15 % leek te zijn afgenomen; overwegende dat zich steeds vaker extreme weersomstandigheden zoals droogte en overstromingen voordoen en dat deze zich in de nabije toekomst naar verwachting alleen nog maar vaker zullen voordoen, wat een risico met zich meebrengt voor het leven van mensen, de landbouw en de voedselsoevereiniteit van de EU en bepaalde regio’s in Europa onbewoonbaar zou kunnen maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat 78 % van de Europeanen van mening is dat de EU met aanvullende maatregelen moet komen om watergerelateerde problemen in Europa aan te pakken en dat 21 % van de Europeanen verontreiniging op dit gebied beschouwt als de voornaamste bedreiging in hun land<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie, <STRING ITALIC="on">Attitudes of Europeans towards the environment</STRING>, Speciale Eurobarometer 550, mei 2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat het recht op water en sanitaire voorzieningen in een resolutie van 28 juli 2010 door de Algemene Vergadering van de VN is erkend als mensenrecht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het Europees burgerinitiatief “Right2Water”, waarin de EU ertoe werd opgeroepen het recht op water voor iedereen te waarborgen, het eerste burgerinitiatief ooit was dat door voldoende mensen werd ondertekend;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat in alle aspecten van het ontwerp en de uitvoering van de Europese strategie voor waterweerbaarheid op prominente wijze rekening moet worden gehouden met de bepalingen van artikel 14 VWEU en Protocol nr. 26 daarbij, betreffende diensten van algemeen belang, waarmee de status van de Europese waterdiensten als essentiële openbare diensten wordt gewaarborgd en gezorgd wordt voor de toegankelijkheid, billijkheid en betaalbaarheid en het behoud van hoogwaardige normen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de lidstaten gevolg moeten geven aan de aanbevelingen uit het verslag van de Commissie van november 2023<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie, directoraat-generaal Milieu, et al., <STRING ITALIC="on">Implementation of water balances in the EU – Final report</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024.</FIELD></FOOTNOTE> ter verbetering van de waterbalansen, als kennisbasis voor de besluitvorming over de toewijzing van water;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de waarde van veel bedrijven als gevolg van de toenemende wateronzekerheid in het gedrang kan komen, wat kan resulteren in een daling van de productiecapaciteit of de volledige stopzetting van de productie; overwegende dat activa in regio’s met waterstress tijdelijk of permanent kunnen stranden indien de aannamen over de beschikbaarheid van en de toegang tot water onjuist blijken te zijn, indien niet wordt geanticipeerd op nieuwe regelgeving of indien er geen risicobeperkings- en beheersplannen worden ontwikkeld<FOOTNOTE><FIELD>Carbon Disclosure Project (CDP) en Planet Tracker, <STRING ITALIC="on">High and Dry: How Water Issues Are Stranding Assets</STRING>, 2022.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de rivieren, meren en kustwateren en het overgangswater en grondwater in de EU overeenkomstig de kaderrichtlijn water uiterlijk in 2015 in een “goede” toestand hadden moeten verkeren, en dat deze termijn onder bepaalde omstandigheden kon worden verschoven naar 2027; overwegende dat de doelstelling om ervoor te zorgen dat alle waterlichamen in de EU vóór 2027 in een goede chemische toestand verkeren, nog lang niet is verwezenlijkt, hoofdzakelijk vanwege de aanwezigheid van stoffen zoals kwik, broomhoudende brandvertragers en polycyclische aromatische koolwaterstoffen<FOOTNOTE><FIELD>EEA-verslag 07/2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat uit het verslag van 2025 over de uitvoering van de kaderrichtlijn water blijkt dat de vertragingen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de kaderrichtlijn niet te wijten zijn aan tekortschietende wetgeving, maar aan een gebrek aan financiering, een trage uitvoering en een ontoereikende integratie van milieudoelstellingen in sectoraal beleid; overwegende dat uit analysen blijkt dat de lidstaten er niet in slagen de jaarlijkse investeringsbehoeften, die op 77 miljard EUR per jaar worden geraamd, te dekken en dat het financieringstekort momenteel op ongeveer 25 miljard EUR per jaar wordt geraamd; overwegende dat uit het verslag tevens duidelijk blijkt dat de lidstaten hun ambitieniveau moeten opschroeven en de actie moeten bespoedigen om de nalevingskloof vóór 2027 zoveel mogelijk te verkleinen, dat zij hun investeringen moeten opvoeren en voor voldoende financiering moeten zorgen, onder meer uit EU-fondsen, om de doelstellingen van hun maatregelenprogramma’s te verwezenlijken, en dat zij daarnaast aanvullende maatregelen moeten treffen om de huidige, hardnekkige uitdagingen op milieugebied te verzachten, en de grensoverschrijdende samenwerking moeten verbeteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de waterwetgeving geschikt is bevonden voor het nagestreefde doel; overwegende dat bij de desbetreffende wetgeving een kader voor de bescherming van oppervlaktewateren in het binnenland, overgangswater, kustwateren en grondwater is vastgesteld; overwegende dat deze wetgeving tegelijkertijd de verwezenlijking van minder strenge milieudoelstellingen mogelijk maakt indien niet met andere middelen kan worden voldaan aan de sociaal-economische behoeften die door dergelijke menselijke activiteiten worden gediend, en de niet-verwezenlijking van de doelstellingen voor waterlichamen toestaat indien de reden daarvoor van hoger openbaar belang is; overwegende dat de wetgeving evenredig is en de autoriteiten van de lidstaten, in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel, de bevoegdheid verleent om te besluiten of er al dan niet sprake is van een hoger openbaar belang; overwegende dat dit in sommige gevallen de bescherming van het milieu kan betreffen, en in andere gevallen een sociaal-economische activiteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de industrie verantwoordelijk is voor ongeveer 40 % van de totale wateronttrekking in Europa; overwegende dat de activiteitencategorie met de grootste jaarlijkse wateronttrekking in de EU‑27 volgens de statistische nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap (NACE) koeling bij de opwekking van elektriciteit (34 %) is, gevolgd door de landbouw (29 %), de openbare watervoorziening (21 %) en de industrie (15 %)<FOOTNOTE><FIELD>Europees Milieuagentschap (EEA), “Water abstraction by economic sector in the 27 EU Member States, 2000-2022”, website van het Europees Milieuagentschap, 5 december 2024 (https://www.eea.europa.eu/en/analysis/indicators/water-abstraction-by-source-and/water-abstraction-by-economic?activeTab=8a280073-bf94-4717-b3e2-1374b57ca99d).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de gegevens over wateronttrekking en -gebruik in de EU echter verouderd en summier zijn<FOOTNOTE><FIELD>Eurostat, “Watergebruik in de industrie”, website van Eurostat (https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Archive:Water_use_in_industry&amp;action=statexp-seat&amp;lang=nl).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat productie van elektriciteit de sector met de grootste wateronttrekking is, maar dat het grootste deel van het water na koeling of na aandrijving van turbines naar het milieu wordt teruggevoerd; overwegende dat de landbouw over het geheel genomen de sector is die netto het meeste water verbruikt op EU-niveau, aangezien het water grotendeels door gewassen wordt opgenomen of verdampt; overwegende dat andere gebruikers, zoals de industrie en watervoorzieningen, naar verhouding minder water aan het milieu onttrekken en verbruiken, maar lokale waterlichamen, en met name het grondwater, aanzienlijk kunnen belasten<FOOTNOTE><FIELD>EEA-verslag 07/2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat voor alle industriële activiteiten water nodig is om eindproducten te produceren of productieactiviteiten te ondersteunen; overwegende dat bedrijven voor hun dagelijkse activiteiten afhankelijk zijn van water en dat, naarmate de waterschaarste toeneemt, de activiteiten kunnen worden verstoord, de kosten kunnen stijgen en regelgevings- en reputatierisico’s kunnen ontstaan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de energiesector sterk afhankelijk is van watervoorraden; overwegende dat deze afhankelijkheid een ernstig risico vormt, aangezien waterschaarste gevolgen kan hebben voor energieproductieprocessen en voor de voorzieningszekerheid, met name wanneer water wordt gebruikt als grondstof of voor koelingsdoeleinden; overwegende dat de transitie naar hernieuwbare energie, en met name naar wind- en zonne-energie, de weg tot duurzame en waterefficiënte decarbonisatie baant en mogelijkheden biedt om de trend van toenemend waterverbruik een halt toe te roepen of om te keren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat water een essentiële hulpbron is voor de landbouw en nodig is voor de productie van hoogwaardige levensmiddelen, diervoeders en hernieuwbare grondstoffen; overwegende dat de landbouw afhankelijk is van de beschikbaarheid van water en dat irrigatie landbouwers helpt beschermen tegen onregelmatige regenval en de levensvatbaarheid, de opbrengst en de kwaliteit van gewassen verbetert, maar een aanzienlijke aanslag op de watervoorraden vormt; overwegende dat water in het licht van de klimaatverandering, de veranderende weerpatronen en de steeds vaker voorkomende overstromingen en droogten steeds belangrijker zal worden als hulpbron voor de productie van hoogwaardige landbouwproducten, en dat de noodzaak van een efficiënt gebruik van water daarom van fundamenteel belang zal zijn voor de zekerheid van de voedselvoorziening en voor de oplossingen voor het aanpakken van waterschaarste; overwegende dat de vermindering van de belasting door de landbouw van zowel het oppervlaktewater als het grondwater hand in hand moet gaan met investeringen in het gebruik van teruggewonnen water en innovatieve ontziltingstechnologieën, om op die manier een betere waterbalans tot stand te brengen en het gebruik van schone, alternatieve energie, zoals groene waterstof, te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de groei van de wereldbevolking een verhoging van de voedselproductie vereist en dat de EU de voedselsoevereiniteit moet waarborgen, zoals bepaald in artikel 39 VWEU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat betrouwbare gegevens over de waterboekhouding, de systematische bestudering van de huidige toestand en trends op het gebied van watervoorziening en de vraag naar, de toegankelijkheid van en het verbruik van water in gespecificeerde domeinen<FOOTNOTE><FIELD>Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), <STRING ITALIC="on">Water accounting and auditing: A sourcebook</STRING>, FAO Water Reports 43, FAO, Rome, 2016.</FIELD></FOOTNOTE> van cruciaal belang zijn voor de beoordeling van de huidige situatie in de EU en voor het Europese concurrentievermogen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat het potentieel van afvalwater als alternatieve waterbron wordt onderschat, aangezien 60‑70 % van de potentiële waarde van afvalwater in de EU momenteel niet wordt benut<FOOTNOTE><FIELD>Europese Investeringsbank (EIB), <STRING ITALIC="on">Wastewater as a resource</STRING>, EIB, 2022.</FIELD></FOOTNOTE> en minder dan 3 % van het gezuiverde afvalwater in de EU wordt hergebruikt<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie, directoraat-generaal Milieu, “Water reuse: New EU rules to improve access to safe irrigation”, website van de Europese Commissie, 26 juni 2023 (https://environment.ec.europa.eu/news/water-reuse-new-eu-rules-improve-access-safe-irrigation-2023-06-26_en).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat er een aanzienlijk potentieel voor circulair gebruik van water in huishoudens bestaat, aangezien slechts een klein deel van het water in huishoudens wordt gebruikt als drinkwater en voor het maken van eten en daarom aan de hoogste kwaliteitsnormen moet voldoen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat een zeer grote hoeveelheid water verloren gaat als gevolg van achterhaalde of verouderde waternetten en een gebrek aan noodzakelijk onderhoud; overwegende dat investeringen in het onderhoud, de verbetering en de ontwikkeling van veerkrachtige, innovatieve irrigatie-infrastructuur van essentieel belang zijn voor het verhogen van de efficiëntie en het verminderen van het waterverbruik in de landbouw; overwegende dat het dankzij deze verbeterde efficiëntie mogelijk is om het bespaarde water voor andere doeleinden te gebruiken of om de natuurlijke waterlopen in stand te houden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat een toereikende hoeveelheid schoon water een cruciale rol speelt bij de totstandbrenging van een echte duurzame en circulaire economie in de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat waterlekkage een onderschat mondiaal probleem is dat aanzienlijk bijdraagt tot de waterschaarste, aangezien gemiddeld 23 % van het gezuiverde water tijdens de distributie in de EU verloren gaat als gevolg van lekkende leidingen, verouderde zuiveringsinstallaties en ontoereikende reservoirs<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie, directoraat-generaal Milieu, “Zero pollution: Improved quality and access to drinking water”, website van de Europese Commissie, 12 januari 2023 (https://environment.ec.europa.eu/news/improved-quality-and-access-drinking-water-all-europeans-2023-01-12_en).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de herziene drinkwaterrichtlijn voorziet in maatregelen om waterlekkage terug te dringen, alsook in risicobeoordeling en risicobeheer van stroomgebieden voor de onttrekking van drinkwater;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat in 2021 91 % van de grondwaterlichamen in Europa in een “goede kwantitatieve toestand” bleek te verkeren, en dat 77 % van de grondwaterlichamen in een “goede chemische toestand” bleek te verkeren<FOOTNOTE><FIELD>EEA-verslag 07/2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat in 2021 slechts 37 % van de oppervlaktewaterlichamen in Europa in een “goede ecologische toestand” of “zeer goede ecologische toestand” bleek te verkeren, en dat 29 % van de oppervlaktewaterlichamen in een “goede chemische toestand” bleek te verkeren<FOOTNOTE><FIELD>Ibid.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat het Europees Milieuagentschap benadrukt dat het percentage oppervlaktewateren dat er niet in slaagt een goede ecologische toestand te bereiken, ongelijk over Europa is verdeeld en zich veelal in delen van Midden- en West-Europa bevindt, en erop wijst dat verschillen in de watertoestand van de lidstaten kunnen worden veroorzaakt door verschillende vormen van belasting, maar dat deze verschillen ook kunnen voortvloeien uit uiteenlopende benaderingen van monitoring en beoordeling<FOOTNOTE><FIELD>Ibid.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat de kwaliteit van de oppervlaktewateren op het hele continent de voortdurende en gecombineerde belasting weerspiegelt, met name diffuse verontreiniging en aantasting van de natuurlijke waterloop en fysieke kenmerken; overwegende dat er nog altijd sprake is van verontreiniging door voedingsstoffen en persistente prioritaire stoffen, alsook door stoffen die recentelijk als verontreinigende stoffen zijn aangemerkt; overwegende dat het grondwater wordt aangetast door diffuse verontreiniging en tevens lijdt onder intensieve onttrekking<FOOTNOTE><FIELD>Ibid.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat grondwater in de EU voorziet in 65 % van het drinkwater en 25 % van het water dat gebruikt wordt voor irrigatie in de landbouw<FOOTNOTE><FIELD>Ibid.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat het een eindige hulpbron is die tegen verontreiniging en overexploitatie moet worden beschermd<FOOTNOTE><FIELD>Ibid.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat monitoringgegevens van het Europees Milieuagentschap duiden op grootschalige verontreiniging van de Europese wateren met per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS), die ook wel “eeuwige chemicaliën” worden genoemd en aanzienlijke risico’s met zich meebrengen voor aquatische ecosystemen en de menselijke gezondheid; overwegende dat in heel Europa trifluorazijnzuur (TFA), een per- en polyfluoralkylstof met een korte keten, is aangetroffen in het drinkwater; overwegende dat PFAS zeer lang in het milieu aanwezig blijven, bioaccumuleren in levende organismen en schadelijke (eco)toxicologische effecten hebben; overwegende dat de effecten van slechts enkele van de 6 000 tot 10 000 afzonderlijke stoffen op de menselijke gezondheid en het milieu grondig zijn bestudeerd en bekend zijn; overwegende dat 99 % van de PFAS in het milieu onopgemerkt blijven vanwege monitoringbeperkingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat het gebrek aan EU-brede kwaliteitsnormen voor PFAS in grondwater en onvoldoende monitoring van minder bestudeerde PFAS-verbindingen het nog moeilijker maken om de Europese wateren in een goede chemische toestand te brengen in overeenstemming met de kaderrichtlijn water, en een aanzienlijke technische en financiële last vormen voor zorgstelsels en aanbieders van waterdiensten, en daarnaast toepassingen voor hergebruik van water en zuiveringsslib in gevaar brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat bij industriële activiteiten gevaarlijke chemische stoffen, waaronder zware metalen en andere verontreinigende stoffen, vrijkomen, die vervolgens terechtkomen in waterlichamen, met alle gevolgen van dien voor de waterkwaliteit en aquatische ecosystemen<FOOTNOTE><FIELD>Europees Milieuagentschap (EEA), “Industrial pollutant releases to water in Europe”, website van het Europees Milieuagentschap, 30 mei 2024 (https://www.eea.europa.eu/en/analysis/indicators/industrial-pollutant-releases-to-water).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat er steeds meer farmaceutische stoffen worden aangetroffen in het oppervlaktewater en het grondwater; overwegende dat verontreiniging door farmaceutische residuen de toepassing van geavanceerde waterzuiveringstechnologieën vereist, waaronder membraanfiltratie, behandeling met actieve kool, geavanceerde oxidatieprocessen en andere innovatieve zuiveringstechnieken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AH.</NO.P>overwegende dat in Richtlijn 2010/75/EU<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) (PB L 334 van 17.12.2010, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2010/75/oj).</FIELD></FOOTNOTE> is bepaald dat bij de verlening en evaluatie vergunningen uitdrukkelijk rekening moet worden gehouden met de mogelijke verergering van de gevolgen van industriële lozingen op de toestand van waterlichamen als gevolg van variaties in de dynamiek van waterlopen; overwegende dat het begrip “beste beschikbare technieken” wordt verruimd met verwijzingen naar milieuprestatieniveaus met betrekking tot water en vergunningen, die het gebruik van deze technieken moeten vertalen in grenswaarden voor milieuprestaties; overwegende dat dit een welkome verandering is die de weerbaarheid van de sector kan verbeteren, aangezien installaties in de EU mogelijk nu al kampen met een lagere productiecapaciteit in bepaalde seizoenen als gevolg van waterschaarste;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AI.</NO.P>overwegende dat stedelijk afvalwater een van de belangrijkste bronnen van waterverontreiniging is indien het niet naar behoren wordt opgevangen en behandeld; overwegende dat de doelstellingen van de richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater niet mogen worden verlaagd en dat het toepassingsgebied van de richtlijn moet worden uitgebreid tot andere sectoren en stoffen die bijdragen tot waterverontreiniging;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AJ.</NO.P>overwegende dat nutriëntenverontreiniging in waterlichamen in de EU leidt tot eutrofiëring, verlies aan biodiversiteit en achteruitgang van aquatische ecosystemen<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie, “Nitrates”, website van de Europese Commissie (https://environment.ec.europa.eu/topics/water/nitrates_en#implementation).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de afvoer van pesticiden het oppervlaktewater en het grondwater verontreinigt en daarmee de waterkwaliteit en de menselijke gezondheid in gevaar brengt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AK.</NO.P>overwegende dat uit onderzoek is gebleken dat de blootstelling in Europa aan de synthetische chemische stof bisfenol A (BPA), die gebruikt wordt in producten variërend van plastic en metalen voedselverpakkingen tot herbruikbare waterflessen, ver boven de aanvaardbare gezondheidslimieten ligt<FOOTNOTE><FIELD>Europees Milieuagentschap (EEA), “Public exposure to widely used Bisphenol A exceeds acceptable health safety levels”, website van het Europees Milieuagentschap, 14 September 2023 (https://www.eea.europa.eu/en/newsroom/news/public-exposure-to-bisphenol-a).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AL.</NO.P>overwegende dat bodem- en nutriëntenbeheer de basis vormt voor het verbeteren van de kwaliteit en beschikbaarheid van water; overwegende dat de Europese strategie voor waterweerbaarheid zich moet richten op het verbeteren van het nutriëntenbeheer, om nutriëntenkringlopen te sluiten en aldus de nutriëntenemissies naar waterwegen te verminderen; overwegende dat het veilig gebruik van zuiveringsslib in de landbouw ook de zeer grote afhankelijkheid van de EU van de invoer van fosforhoudende minerale meststoffen, bijvoorbeeld uit Rusland, zal verminderen; overwegende dat het veilig gebruik van slib daarom ook moet worden beschouwd als een zaak die bijdraagt tot de veerkracht en de strategische autonomie van Europa;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AM.</NO.P>overwegende dat de klimaatverandering een grote bedreiging vormt voor watervoorraden en aquatische ecosystemen; overwegende dat veel gevolgen van de klimaatverandering zijn terug te zien in het water en zich onder meer uiten in intensere en vaker voorkomende droogten, extremere overstromingen en onregelmatigere seizoensgebonden regenval; overwegende dat overstromingen en waterschaarste de voedsel- en waterzekerheid en de gezondheid van de algemene bevolking in gevaar brengen en daarmee uiteindelijk de sociale cohesie, de economische welvaart en de maatschappelijke stabiliteit aantasten, alsook de beschikbaarheid van deze waardevolle hulpbron op de lange termijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AN.</NO.P>overwegende dat in de Europese klimaatrisicobeoordeling is vastgesteld dat het beleid en de aanpassingsmaatregelen van Europa geen gelijke tred houden met de snel toenemende risico’s die een bedreiging vormen voor ecosystemen, infrastructuur, de voedsel- en watervoorziening en de gezondheid van mensen, alsook voor de economie en de financiën<FOOTNOTE><FIELD>Europees Milieuagentschap (EEA), <STRING ITALIC="on">European Climate Risk Assessment</STRING>, EEA-verslag 01/2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AO.</NO.P>overwegende dat uit beoordelingen van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering blijkt dat de stijging van de zeespiegel als gevolg van klimaatverandering leidt tot een toename van het zoutgehalte van de bodem en van zoetwaterlichamen, wat de gezondheid en de waterkwaliteit van ecosystemen in gevaar brengt, en 80 miljoen Europeanen die in laaggelegen kustgebieden of overstromingsgebieden wonen, treft; overwegende dat zoetwater- en mariene ecosystemen met elkaar verbonden zijn en dat de verontreiniging van rivieren, de verstoring van sedimentstromen en watertekorten dus allemaal een zeer grote impact hebben op de gezondheid van mariene ecosystemen, en met name op de gezondheid van kustecosystemen, alsook op de levensvatbaarheid van sociale en economische activiteiten die van die ecosystemen afhankelijk zijn, zoals vervoer, visserij, landbouw, aquacultuur en toerisme;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AP.</NO.P>overwegende dat aanhoudende droogte, extreme hitte en grootschalige overstromingen, veroorzaakt door veranderende weerpatronen, op het hele continent zullen intensiveren en vaker zullen voorkomen, wat schadelijk is voor ecosystemen en de menselijke gezondheid en zal leiden tot ernstige verstoring van economische activiteiten en een afname van de algehele kwantiteit en kwaliteit van het beschikbare water; overwegende dat het behoud van de watervoorraden en de natuurlijke functies van rivieren, waarbij tegelijkertijd voldoende water van goede kwaliteit wordt geleverd, een grote uitdaging wordt die vraagt om meer inspanningen op het gebied van klimaatmitigatie en -adaptatie, effectief beheer en innovatieve maatregelen voor een grotere beschikbaarheid van water; overwegende dat het op een betaalbare en duurzame wijze beheren van waterschaarste en overstromingsrisico’s in de hele EU steeds belangrijker zal worden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AQ.</NO.P>overwegende dat Europa in 2022 de heetste zomer en het op één na warmste jaar ooit beleefde, wat tot droogte leidde op meer dan 15 % van het grondgebied van de EU; overwegende dat het gemiddelde jaarlijkse economische verlies als gevolg van droogte in de EU tussen 1981 en 2010 werd geraamd op ongeveer 9 miljard EUR per jaar; overwegende dat zonder aanpassingsmaatregelen de jaarlijkse verliezen als gevolg van droogte in Europa en het VK naar schatting zouden kunnen oplopen tot 45 miljard EUR per jaar tot 2100, bij een opwarming van 3 °C<FOOTNOTE><FIELD>Cammalleri, C. et al., <STRING ITALIC="on">Global warming and drought impacts in the EU</STRING>, JRC Technical Report, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat in de periode 1998-2020 overstromingen 43 % van alle rampen in Europa uitmaakten; overwegende dat de gevolgen van de klimaatverandering en sociaal-economische ontwikkelingen leiden tot frequentere overstromingen, waarvan steeds meer mensen het slachtoffer worden en die steeds grotere schade veroorzaken; overwegende dat 12 % van de Europese bevolking in overstromingsgebieden woont<FOOTNOTE><FIELD>EEA-verslag, 07/2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AR.</NO.P>overwegende dat het uitblijven van maatregelen om watergerelateerde uitdagingen aan te pakken extreem hoge kosten met zich meebrengt, aangezien 90 % van de rampen verband houdt met water<FOOTNOTE><FIELD>Feyen, L. et al., <STRING ITALIC="on">Climate change impacts and adaptation in Europe</STRING>, JRC PESETA IV final report, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat zonder beleidsmaatregelen de kosten van economische verliezen als gevolg van overstromingen aan de kust alleen al in de EU tegen het eind van de eeuw meer dan 1 biljoen EUR per jaar<FOOTNOTE><FIELD>Europees Milieuagentschap<STRING ITALIC="on"> European Climate Risk Assessment</STRING>, EEA-verslag 01/2024.</FIELD></FOOTNOTE> zouden kunnen bedragen en de economische kosten van droogte in Europa tegen 2100 meer dan 65 miljard EUR per jaar<FOOTNOTE><FIELD>Bureau van de Verenigde Naties voor rampenrisicovermindering, <STRING ITALIC="on">GAR Special Report on Drought 2021</STRING>, Geneve, UNDRR, 2021.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AS.</NO.P>overwegende dat er tussen de lidstaten aanzienlijke verschillen bestaan op het gebied van beschikbaarheid van water, beheerstrategieën en gebruikspatronen, en kwetsbaarheid voor de gevolgen van klimaatverandering; overwegende dat een aanpak op maat nodig is om de waterweerbaarheid te vergroten en duurzaam waterbeheer te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AT.</NO.P>overwegende dat droogte een van de eerste catastrofale gevolgen van klimaatverandering is; overwegende dat ongeveer 23 % van het grondgebied van de EU matig gevoelig en 8 % zeer gevoelig is voor woestijnvorming; overwegende dat Hongarije, Bulgarije, Spanje en Italië tot de zwaarst getroffen landen behoren en dat in Spanje 74 % van het land het risico op woestijnvorming loopt; overwegende dat de Europese strategie voor waterweerbaarheid niet beperkt moet zijn tot langdurige droogteperioden, maar veeleer gericht moet zijn op de realiteit dat de lijn van de semi-aride gebieden naar het noorden verschuift, waardoor steeds meer gebieden in de EU te maken krijgen met chronische langdurige onbeschikbaarheid van voldoende zoetwatervoorraden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AU.</NO.P>overwegende dat beleidsmaatregelen met betrekking tot woestijnvorming, waterverbruik en klimaatverandering nauw met elkaar verbonden zijn; overwegende dat de EU, in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming, in 2015 en vervolgens in 2024<FOOTNOTE><FIELD>Conclusies van de Raad van 14 oktober 2024 over woestijnvorming, bodemaantasting en droogte.</FIELD></FOOTNOTE> opnieuw heeft bevestigd dat zij zich ertoe heeft verbonden om uiterlijk in 2030 neutraliteit qua bodemdegradatie te bereiken, hetgeen volgens het speciaal verslag van de Europese Rekenkamer over woestijnvorming waarschijnlijk niet zal worden gehaald;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AV.</NO.P>overwegende dat waterinfrastructuur kan helpen om een constante en voorspelbare waterstroom en -voorziening te handhaven; overwegende dat in 2022 het gemiddelde jaarlijkse rivierdebiet in Europa het op één na laagste was sinds is gestart met de registratie van metingen in 1991<FOOTNOTE><FIELD>EEA-verslag, 07/2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AW.</NO.P>overwegende dat stroomafwaarts gelegen gebieden bijzonder afhankelijk zijn van waterbeheer en -onttrekking stroomopwaarts; overwegende dat de lidstaten moeten afzien van maatregelen die stroomopwaarts of stroomafwaarts het overstromingsrisico van andere landen in hetzelfde stroomgebied aanzienlijk vergroten, in overeenstemming met de KRW;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AX.</NO.P>overwegende dat op de natuur gebaseerde oplossingen relevante maatregelen zijn die, wanneer ze zijn afgestemd op specifieke ecosystemen en behoeften, de weerbaarheid in de waterkringloop kunnen vergroten en tal van voordelen kunnen opleveren op het gebied van bescherming van de biodiversiteit, koolstofvastlegging, verbeterde waterkwaliteit, nutriëntenretentie, drinkwatervoorziening, preventie van bosbranden en beperking van overstromingsrisico’s; overwegende dat op de natuur gebaseerde oplossingen de doeltreffendheid en de operationele levensduur van waterinfrastructuur kunnen verbeteren, waardoor in veel gevallen beide oplossingen elkaar aanvullen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AY.</NO.P>overwegende dat natuurlijke waterretentiemaatregelen op de natuur gebaseerde oplossingen zijn, die gericht zijn op de opslag van water in natuurlijke, agrarische, beboste en stedelijke landschappen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AZ.</NO.P>overwegende dat water geen commercieel product zoals alle andere is, maar een erfgoed dat als zodanig beschermd, verdedigd en behandeld moet worden; overwegende dat onttrekking van oppervlakte- of grondwater in de zin van de KRW op grond van Richtlijn (EU) 2024/1203 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2024/1203 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht en tot vervanging van de Richtlijnen 2008/99/EG en 2009/123/EG (PB L, 2024/1203 van 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1203/oj).</FIELD></FOOTNOTE> een strafbaar feit vormt wanneer dergelijke gedragingen wederrechtelijk en opzettelijk worden begaan en aanzienlijke schade aan de ecologische toestand of het ecologisch potentieel van oppervlaktewaterlichamen of aan de kwantitatieve toestand van grondwaterlichamen veroorzaken dan wel dreigen te veroorzaken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BA.</NO.P>overwegende dat de biodiversiteit en organische koolstof in de bodem van invloed zijn op het waterretentievermogen van de bodem; overwegende dat bodemerosie, bodemverdichting en bepaalde bodembeheerpraktijken die bodemdegradatie veroorzaken, leiden tot een gestage afname van het waterretentievermogen van de bodem, waardoor droogten en overstromingen ernstiger worden, met een rechtstreeks negatief gevolg voor de landbouw; overwegende dat een gezonde bodem derhalve een van de bepalende factoren voor waterweerbaarheid is, die zelf op stroomgebiedniveau moet worden aangepakt en beheerd; overwegende dat een beter landbeheer van cruciaal belang is voor rampenpreventie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BB.</NO.P>overwegende dat het huidige meerjarig financieel kader (MFK) een ambitieus maar niet-bindend doel bevat om minstens 7,5 % van de jaarlijkse EU-uitgaven te besteden aan de biodiversiteitsdoelstellingen in 2024 en 10 % in zowel 2026 als 2027; overwegende dat het nieuwe financieel kader een waterperspectief moet omvatten met het oog op de toewijzing van voldoende middelen aan de toekomstige Europese strategie voor waterweerbaarheid, teneinde te zorgen voor weerbare waterecosystemen en -infrastructuur en zekerheid van de watervoorziening alsook investeringen in innovatieve oplossingen te vergemakkelijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BC.</NO.P>overwegende dat cohesiefinanciering een cruciale rol heeft vervuld bij de verbetering van de water- en sanitaire voorzieningen in de lidstaten; overwegende dat blijvende steun nodig is om hun weerbaarheid op lange termijn en de inachtneming van steeds strengere kwaliteitsnormen te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BD.</NO.P>overwegende dat een prijsbeleid de efficiëntie van het watergebruik kan verbeteren; overwegende dat dergelijk beleid een nationale bevoegdheid is en verklaart waarom er regionale verschillen bestaan in de beschikbaarheid van water en de bronnen van watervoorziening; overwegende dat prijsstelling een belangrijke rol kan spelen bij het stimuleren van huishoudens en andere economische sectoren om het verbruik te optimaliseren, alsook bij het waarborgen dat watergebruikers daadwerkelijk bijdragen aan het terugverdienen van de kosten van waterdiensten; overwegende dat in het prijsstellingsbeleid ook rekening moet worden gehouden met de betaalbaarheid voor huishoudens en kleine bedrijven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BE.</NO.P>overwegende dat digitalisering en innovatie de lidstaten, regionale organen en de Commissie effectief kunnen helpen bij het verzamelen van gegevens over en bij het toezicht op waterbeheer; overwegende dat de EU een voortrekkersrol vervult bij nieuwe technologische ontwikkelingen in de watersector en tussen 1992 en 2021 goed was voor 40 % van alle internationale octrooifamilies in deze sector<FOOTNOTE><FIELD>Europees Octrooibureau, <STRING ITALIC="on">Innovation in water-related technologies</STRING>, EPO, München 2024</FIELD></FOOTNOTE>, een positie die moet worden bevorderd en gecultiveerd, waarbij het potentieel van de interne markt ten volle moet worden benut; overwegende dat er onderzoek moet worden gedaan naar belemmeringen voor de invoering en opschaling van nieuwe watertechnologieën en dat een rechtvaardig gelijk speelveld in Europa moet worden gewaarborgd; overwegende dat voortgezette steun voor onderzoek naar innovatie op het gebied van watertechnologie nodig is om banen veilig te stellen, nieuwe banen te scheppen en het Europese concurrentievermogen te stimuleren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BF.</NO.P>overwegende dat innovatie een cruciaal instrument is om de watersector te helpen aan de vereisten van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties te voldoen, zich aan de klimaatverandering aan te passen en waterefficiënter te worden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BG.</NO.P>overwegende dat de uitrol van technologieën voor monitoring en modellering in veel lidstaten nog steeds achterloopt en de digitalisering van de sector te traag verloopt; overwegende dat de bepalingen inzake stroomgebiedbeheerplannen in de KRW niet expliciet voorzien in concrete maatregelen om de watersector te digitaliseren; overwegende dat gemeenschappelijke tekortkomingen in het huidige beleid om de potentiële digitale oplossingen te benutten, verband houden met het gebrek aan technologische sturing, monitoringnormen, beleidsintegratie, normalisatie en betrokkenheid van het publiek;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BH.</NO.P>overwegende dat de watersector kwetsbaar is voor diverse bedreigingen, waaronder fysieke aanvallen, cyberaanvallen en verontreiniging met schadelijke agentia; overwegende dat dergelijke incidenten kunnen leiden tot wijdverspreide ziekten, slachtoffers en onderbrekingen van de dienstverlening, met aanzienlijke gevolgen voor de volksgezondheid, het milieu en de economische stabiliteit; overwegende dat de digitalisering van waterbeheer kan leiden tot verdere veiligheidsrisico’s in een context van toenemende vijandige aanvallen op kritieke infrastructuur; overwegende dat de tenuitvoerlegging van de NIS 2-richtlijn en de richtlijn betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten kan bijdragen tot het beperken van veiligheidsrisico’s voor vitale (drink)watersystemen en (drink)waterinfrastructuur als gevolg van geopolitieke spanningen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BI.</NO.P>overwegende dat vooruitgang op het gebied van sensortechnologie, informatica, artificiële intelligentie (AI) en beheer van big data kan helpen om de waterkwantiteit en -kwaliteit te monitoren en operationele beslissingen van beleidsmakers en waterbeheerbedrijven te onderbouwen; overwegende dat er innovaties in op de natuur gebaseerde waterbeheersystemen beschikbaar zijn en dat deze kunnen bijdragen tot een weerbaar waterbeheer;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BJ.</NO.P>overwegende dat het gebruik van water een essentieel onderdeel vormt van de levenscyclus van AI, zowel bij de werking van datacentra als bij de vervaardiging van hardware; overwegende dat de razendsnelle uitbreiding van AI kan leiden tot een exponentiële toename van de vraag naar water; overwegende dat deze afhankelijkheid van een steeds schaarser wordende hulpbron aanzienlijke uitdagingen met zich meebrengt op het gebied van duurzaamheid; overwegende dat strategische technologieën, zoals halfgeleiders, waterstof, batterijen voor elektrische voertuigen en datacentra, een sleutelrol vervullen bij de totstandbrenging van een concurrerende en autonome EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BK.</NO.P>overwegende dat koeler- en koeltorensystemen, die gebaseerd zijn op innovatieve koeltechnologieën zoals verdampingskoeling en koeling met gesloten kringloop, reeds beschikbaar zijn en kunnen bijdragen tot een vermindering van het waterverbruik in industriële toepassingen en in verwarmings-, ventilatie- en airconditioningsystemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BL.</NO.P>overwegende dat onderzoek moet worden bevorderd met het oog op de ontwikkeling van alternatieve werkzame stoffen voor de bestrijding van plagen, teneinde een betere gezondheid van planten te waarborgen en het gebruik van productiemiddelen en fytosanitaire producten te verminderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BM.</NO.P>overwegende dat waterweerbaarheid cruciaal is in het onderwijs en het onderricht, alsook bij het vergroten van het bewustzijn en bij het verstrekken van informatie over de werking van de waterkringloop;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BN.</NO.P>overwegende dat beperkte toegang tot water en de verwante infrastructuur in het bijzonder negatieve gevolgen heeft voor vrouwen, aangezien het de verwezenlijking van andere mensenrechten, zoals het recht op zelfbeschikking, economische onafhankelijkheid en onderwijs ondermijnt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BO.</NO.P>overwegende dat 60 % van de Europese stroomgebiedsdistricten grensoverschrijdend is, waardoor effectieve grensoverschrijdende samenwerking van cruciaal belang is; overwegende dat twintig Europese landen voor meer dan 10 % van hun watervoorraden afhankelijk zijn van andere landen, en vijf landen voor meer dan 75 % van hun watervoorraad afhankelijk zijn van toelevering via rivieren uit het buitenland<FOOTNOTE><FIELD>EEA-verslag, 07/2024.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat deze samenwerking moet worden versterkt om rekening te houden met de huidige en toekomstige klimaatuitdagingen zoals droogte en overstromingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BP.</NO.P>overwegende dat António Guterres, secretaris-generaal van de Verenigde Naties, een speciale gezant voor water heeft benoemd om de internationale samenwerking en synergieën tussen internationale waterprocessen te verbeteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BQ.</NO.P>overwegende dat toegang tot schoon water en duurzame en weerbare sanitaire infrastructuur cruciale onderdelen zijn van de “één gezondheid”-benadering, waarbij het verband tussen de gezondheid van mensen en waterverontreiniging wordt erkend;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BR.</NO.P>overwegende dat samenwerking op het gebied van water over de grenzen en sectoren heen veel voordelen oplevert, waaronder het vergroten van de voedselzekerheid, het in stand houden van gezonde bestaansmiddelen en ecosystemen, het helpen vergroten van klimaatbestendigheid, het bijdragen aan rampenrisicovermindering, het leveren van hernieuwbare energie, het ondersteunen van steden en de industrie, en het bevorderen van regionale integratie en vrede;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BS.</NO.P>overwegende dat geopolitieke ontwikkelingen aantonen dat de EU bereid moet zijn om de uitdagingen aan te gaan die verder reiken dan het milieu; overwegende dat bedreigingen die niet het milieu betreffen, zoals de recente ongelukken met de beschadigde kabel in de Oostzee, een krachtig signaal doen uitgaan naar de EU dat versterking van de grensoverschrijdende samenwerking cruciaal is voor het nastreven van zowel de milieu- als de veiligheidsdoelstellingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BT.</NO.P>overwegende dat ongeveer 41 000 kilometer van de binnenwateren door 25 lidstaten stroomt; overwegende dat binnenwateren, die afhankelijk zijn van de beschikbaarheid van watervoorraden, een cruciale rol vervullen bij het optimaliseren van de watervoorziening en het beperken van de gevolgen van droogte en overstromingen, en bij het ondersteunen van de economische activiteiten en de ontwikkeling van regio’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BU.</NO.P>overwegende dat de toenemende waterschaarste, ongelijkheden in de toegang tot water, en externe schokken voor de watersector de onderlinge afhankelijkheden hebben versterkt, waardoor de concurrentie om water is toegenomen en complexe economische gevolgen zijn ontstaan;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemene opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met en spreekt zijn steun uit voor de aankondiging van Commissievoorzitter Von der Leyen in de politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029 over het voorstellen van een Europese strategie voor waterweerbaarheid, waarin efficiënt watergebruik, waterschaarste, watervervuiling en watergerelateerde risico’s aan de orde worden gesteld, evenals de erkenning dat water een onmisbare hulpbron is die steeds meer onder druk komt te staan door de klimaatverandering en de toenemende vraag;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is van mening dat bij de uitvoering van wetgeving rekening moet worden gehouden met het economisch concurrentievermogen, in overeenstemming met het kompas voor concurrentievermogen; dringt aan op de uitvoering van de milieuwetgeving van de EU om een weerbaar en concurrerend Europa op te bouwen, de klimaatverandering te beperken en zich eraan aan te passen, biodiversiteitsverlies een halt toe te roepen, verontreiniging te voorkomen, voedselzekerheid te waarborgen, het gebruik van hulpbronnen en de afvalproductie te beperken, en te streven naar een efficiënt gebruik van hulpbronnen, waaronder water, met inachtneming van het voorzorgsbeginsel, het beginsel van controle aan de bron en het beginsel dat de vervuiler betaalt; benadrukt het feit dat de beschikbaarheid van water gevolgen heeft voor de kwantiteit, de kwaliteit, verscheidenheid en seizoensgebonden beschikbaarheid van levensmiddelen die geproduceerd kunnen worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de EU haar toezeggingen in het kader van de COP29-dialoog van Bakoe over water voor klimaatactie en de VN-Waterconferentie 2023 op te nemen in de internationale dimensie van de strategie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt de dringende noodzaak om de waterweerbaarheid en het waterbeheer te verbeteren teneinde te zorgen voor een duurzame zoetwatervoorziening voor mensen, de economie en het milieu; beklemtoont dat de Europese strategie voor waterweerbaarheid moet worden ontwikkeld in overeenstemming met het Europees oceaanpact, zodat een samenhangende en geïntegreerde aanpak van het beheer van zoetwater- en oceaanhulpbronnen wordt gewaarborgd, onderling verbonden uitdagingen worden aangepakt, het concurrentievermogen wordt versterkt en duurzaam waterbeheer in zowel het binnenland als de mariene omgeving wordt bevorderd, waarbij wordt gewaakt over een holistische “bron-tot-zee”-benadering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>dringt aan op de noodzaak van een alomvattende en holistische Europese strategie voor waterweerbaarheid, waarin aspecten op het gebied van de kwaliteit, kwantiteit, beveiliging, infrastructuur, technologie en beheer van water worden geïntegreerd en het herstel van de watercyclus als een essentieel element wordt opgenomen, aangezien het de economische activiteiten ondersteunt, de beschikbaarheid van hulpbronnen waarborgt en bijdraagt aan klimaatregulering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt het belang van watervoorziening, met name van drinkwater, alsook van de voorzieningszekerheid van water; wijst erop dat bij alle milieuherstelprojecten rekening moet worden gehouden met de aspecten van waterzekerheid, en dat daarbij prioriteit moet worden gegeven aan oplossingen die niet alleen milieuvoordelen opleveren, maar ook de watervoorziening en het efficiënte beheer van water waarborgen; beklemtoont voorts dat ecologische herstelmaatregelen moeten worden uitgevoerd in synergie met de ontwikkeling van het potentieel van de EU op het gebied van hernieuwbare energie en dat deze geen invloed mogen hebben op de algehele energieweerbaarheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>bepleit meren en andere zoetwaterafhankelijke habitats op te nemen in de strategie, naast rivieren, overgangswateren en grondwater, als essentiële onderdelen van de inspanningen van de EU op het gebied van waterweerbaarheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat het dringend noodzakelijk is om de crisiswaarschuwingssystemen met betrekking tot ernstige waterincidenten te verbeteren, evenals de preventieve maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt de Commissie een Europees klimaataanpassingsplan voor te stellen, met concrete wetgevingsvoorstellen en maatregelen, met name met betrekking tot de weerbaarheid van infrastructuur, waterbeheer en op de natuur gebaseerde oplossingen, waarbij prioriteit wordt gegeven aan de bescherming van kwetsbare gemeenschappen, teneinde de EU weerbaarder te maken en het goede voorbeeld te geven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>herhaalt dat toegang tot schoon en veilig drinkwater en sanitaire voorzieningen een mensenrecht is; betoont dat dit recht ondubbelzinnig moet worden gewaarborgd, en dat iedereen toegang moet hebben tot betaalbare en kwalitatief goede waterdiensten, met inbegrip van de inwoners van eilanden en ultraperifere gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat niemand, noch in openbare gelegenheden, noch in particuliere inrichtingen, de toegang mag worden ontzegd tot water dat wordt geleverd via een distributienet dat bestemd is voor menselijke consumptie, als dit beschikbaar is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>merkt op dat industriële activiteiten en de landbouwproductie water nodig hebben om hun eindproducten te vervaardigen of om productieactiviteiten te ondersteunen, en dat de hoeveelheid water die wordt gebruikt varieert naargelang het soort activiteit; benadrukt dat voor het waarborgen van het concurrentievermogen en de strategische autonomie van Europa een waterslimme samenleving nodig is, in welke technologie en data een circulaire economie versterken en duurzame en waterzuinige praktijken bevorderen; verzoekt alle relevante actoren om de overgang naar efficiënt watergebruik, circulaire industrie en landbouw te versnellen door innovatieve oplossingen zoals digitale instrumenten en technologieën, terugwinning van hulpbronnen, hergebruik van water, productie van hernieuwbare energie, infrastructuur, op de natuur gebaseerde oplossingen en inclusieve governance-instrumenten te bevorderen en daarin te investeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan om de waterdimensie te integreren en te generaliseren in het interne en externe beleid van de EU door middel van een sectoroverschrijdende aanpak, teneinde ervoor te zorgen dat de weerbaarheid, duurzaamheid en veiligheid van water in de structuur van het Europese beleid worden verweven; verzoekt de Commissie met name om elke regelgevende maatregel, ook op energiegebied, te beoordelen op zijn gevolgen voor water, als onderdeel van de sociaaleconomische en milieueffectbeoordeling; benadrukt dat door te beoordelen hoe elke beleidsmaatregel van de EU, en door de EU gefinancierde projecten en infrastructuur, van invloed kunnen zijn op watervoorraden in termen van kwantiteit, kwaliteit en toegankelijkheid, ervoor kan worden gezorgd dat waterweerbaarheid een hoeksteen is van beleidsformulering en -uitvoering, waardoor het paradigma wordt verschoven van het behandelen van water als een oneindige hulpbron naar het erkennen van de intrinsieke waarde ervan voor de mensheid en voor het ecologische en sociaal-economische landschap van de EU en het concurrentievermogen ervan;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Waterefficiëntie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>beklemtoont dat efficiënt watergebruik essentieel is voor het behoud van de watervoorraden van de EU en dat waterefficiëntie een speerpunt van de EU moet zijn; dringt in dit verband aan op een consequente vermindering van de watervraag, onder meer door buitensporige lekkages aan te pakken, te investeren in onderzoek en innovatieve oplossingen, industriële en productieprocessen te moderniseren, de waterinfrastructuur te verbeteren, watervoorraden en piekvraag duurzaam te beheren, prioriteiten te stellen voor het gebruik van water en ervoor te zorgen dat een grotere waterefficiëntie leidt tot een vermindering van het totale zoetwaterverbruik en tot een toename van de beschikbaarheid van water in gebieden met waterstress op lokaal en regionaal niveau; is van mening dat er prioriteit moet worden gegeven aan gebieden die getroffen zijn door langdurige droogte en woestijnvorming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>roept op tot een wetgevingskader waarin sectorale doelstellingen voor waterefficiëntie en wateronttrekking op stroomgebiedniveau worden vastgesteld, op basis van actuele beoordelingen van de beschikbaarheid van water en klimaatrisico’s, met inbegrip van een benadering van waterwaardering die rekening houdt met ecosysteemdiensten en duurzaamheid op lange termijn, en dat alle vormen van watergebruik bestrijkt, met inbegrip van de industrie, energie, landbouw, openbare instellingen en huishoudens; benadrukt het feit dat deze doelstellingen ambitieus maar aanpasbaar moeten zijn, rekening houdend met de specifieke omstandigheden en de vooruitgang die reeds door elke lidstaat is geboekt, teneinde ervoor te zorgen dat de inspanningen om de efficiëntie in alle regio’s te verbeteren, worden voortgezet; wijst op het belang van efficiënte en uniforme gegevensverzamelingspraktijken in alle lidstaten en alle sectoren, onder meer door het gebruik van innovatieve technologieën, en van realtime gegevensverzamelingspunten, met het oog op meer transparantie over waterverbruik; wijst op de noodzaak om een passende beoordeling uit te voeren van de ecologische en sociaal-economische gevolgen van watergebruik; wijst erop dat het strategische belang van voedselproductie niet in het gedrang mag komen; benadrukt dat wetenschap, onderzoek en technologie belangrijk zijn voor watergebruik en efficiënt watergebruik, alsook voor de circulaire economie in dit verband; dringt aan op de aanleg en bevordering van nieuwe slimme en hoogwaardige irrigatiesystemen, het opvangen van regenwater en hergebruik van water, alsook van waterefficiënte irrigatiesystemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>herhaalt dat er een gemeenschappelijke EU-methodologie moet worden ontwikkeld voor het vaststellen van doelstellingen inzake waterefficiëntie en wateronttrekking teneinde het duurzame gebruik van beschikbare hernieuwbare watervoorraden te waarborgen binnen een geïntegreerd kader voor het beheer van watervoorraden, waarbij voldoende rekening wordt gehouden met verbindingen buiten de watersector via de nexus water-energie-voedselecosystemen, zodat besluitvormers en economische actoren de nodige investering kunnen plannen om de zekerheid van de watervoorziening op een steeds duurzamere manier te waarborgen, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de kenmerken van de betrokken waterlichamen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>dringt aan op nauwe samenwerking op het gebied van geïntegreerde planning van energie- en watervoorraden en aanverwante technologieën over alle sectoren heen op nationaal, regionaal en lokaal niveau, alsook tussen alle belanghebbenden, teneinde mechanismen vast te stellen om de samenhang tussen het water- en energiebeleid te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de Commissie een alomvattend beleid inzake duurzaam waterbeheer voor de industrie voor te stellen, gebaseerd op vermindering, terugwinning, hergebruik en recycling, met bijzondere aandacht voor het gebruik van waterefficiënte en circulaire technologieën, waterrecycling, strategieën ter vermindering van verontreinigende stoffen en de bevordering van gesloten kringloopsystemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herinnert eraan dat de toenemende dreiging van waterschaarste industrieën en projecten in gevaar brengt die van cruciaal belang zijn voor het concurrentievermogen van Europa, waaronder halfgeleiders, datacentra, hernieuwbare waterstof en de productie van batterijen voor elektrische voertuigen; merkt op dat deze industrieën steeds meer onder druk zullen komen te staan om hun milieueffecten te beperken en het efficiënte gebruik van watervoorraden te verbeteren, met inbegrip van zowel het directe als indirecte watergebruik; roept de lidstaten op kritieke waterintensieve industrieën te helpen om waterefficiëntieplannen op te stellen die tot doel hebben water te besparen, te hergebruiken en te recyclen, waterverontreiniging te voorkomen en waterefficiënte technologieën in te voeren; verzoekt de Commissie om uitgebreide strategieën voor waterbeheer op te nemen in het relevante industriebeleid van de EU en sectorspecifieke transitietrajecten, met bijzondere aandacht voor strategische waterintensieve sectoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>wijst op de sleutelrol van kennis, data, onderzoek en technologie voor een efficiënt watergebruik; dringt erop aan dat de lidstaten voldoende financiële en technische ondersteuning krijgen om doeltreffende maatregelen voor waterbeheer uit te voeren, onder meer door middel van innovatieve en moderne technologieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is ingenomen met de aanbevelingen van het eindverslag van de strategische dialoog over de toekomst van de landbouw in de EU, waarin wordt benadrukt dat duurzame landbouwpraktijken en nieuwe bedrijfsmodellen moeten worden opgeschaald om een efficiënter gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name water, te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>dringt aan op de overgang naar een duurzamer en concurrerender landbouwmodel, via de toepassing van duurzame praktijken en innovatieve oplossingen die de biodiversiteit bevorderen, het gebruik van chemische middelen verminderen en een efficiënt beheer van watervoorraden mogelijk maken, onder meer door middel van op de natuur gebaseerde oplossingen, regeneratief beheer, slimme precisie-irrigatietechnologieën, digitale monitoringsystemen, geavanceerde behandelingsmethoden en slimme waterdistributienetwerken, waardoor het verbruik wordt geoptimaliseerd en uitputting van watervoorraden wordt voorkomen, en die bijdragen tot het waarborgen van de productiviteit en tegelijkertijd de landbouw in staat stellen de verontreiniging te verminderen, efficiënt gebruik te maken van pesticiden en meststoffen, de hydrologische cyclus te verbeteren, de grondwateraanvulling te vergroten en zich aan te passen aan een lager waterverbruik; is van mening dat technologische oplossingen ook maatregelen kunnen omvatten die de opneming van water evenals de doorsijpeling en het vasthouden ervan in landbouwsystemen, wat van belang is tegen de achtergrond van toenemende perioden van zowel droogte als zware regenval, kunnen vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>wijst erop dat innovatieve irrigatieoplossingen en -praktijken waterefficiëntie in de landbouw kunnen vergroten, doordat deze economisch voordeel opleveren en tegelijkertijd de milieubelasting verminderen; stelt vast dat het landbouwers in het algemeen ontbreekt aan voldoende middelen en stimulansen om het watergebruik van gewassen, daadwerkelijke irrigatietoepassingen, de respons van gewassen op verschillende waterbeheerpraktijken en daarmee de huidige waterefficiëntieniveaus op het bedrijf te kennen; verzoekt de Commissie en de lidstaten om de invoering van innovatieve irrigatieoplossingen, zoals druppelirrigatie, te stimuleren en de instandhouding ervan te ondersteunen, zodat een actief beheer van waterniveaus en een efficiënt gebruik van watervoorraden mogelijk wordt, en om een doorlopende kennisuitwisseling te bevorderen, zodat alle relevante belanghebbenden meer verantwoordelijkheid kunnen delen in de hele watervoorzieningsketen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>herinnert eraan dat het gebruik van nutriënten zoals nitraat en fosfaat essentieel is voor de voedselproductie, aangezien deze activiteit niet mogelijk zou zijn zonder het gebruik ervan; beveelt aan bij de landbouwproductie en de valorisatie van stedelijk afvalwater beter rekening te houden met de nutriëntenkringloop; dringt aan op meer onderzoek naar het doeltreffende gebruik van nutriënten en de ontwikkeling van technologieën voor de terugwinning van nutriënten, teneinde de afhankelijkheid van de Unie van ingevoerde grondstoffen te verminderen; erkent het grote potentieel van terugwinning van nutriënten uit water en verzoekt de lidstaten de landbouwsector te ondersteunen bij het optimaliseren van hun nutriëntenverbruik, onder meer door gebruik te maken van hulpbronnen (nitraat en fosfor) die uit waterzuiveringsinstallaties worden teruggewonnen; verzoekt de Commissie om een actieplan voor geïntegreerd nutriëntenbeheer voor te stellen om het verlies aan waardevolle landbouwproductiemiddelen, het hergebruik van nutriënten, nutriëntenverontreiniging en inefficiëntie in de nutriëntenkringloop doeltreffend aan te pakken; dringt erop aan de correcte en veilige terugwinning van fosfor uit organische bronnen te waarborgen en investeringen in de terugwinning ervan en in circulair nutriëntenbeheer te stimuleren overeenkomstig de publicatie van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie, wetenschappelijk beleidsverslag van het JRC, “Technical proposals for the safe use of processed manure above the threshold established for Nitrate Vulnerable Zones by the Nitrates Directive (91/676/EEC)”, 2020.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>wijst erop dat de huidige nitraatrichtlijn aan herziening toe is aangezien verouderde bepalingen het gebruik van kunstmest promoten in plaats van het gebruik van organische mest; roept op tot een spoedige evaluatie van de nitraatrichtlijn, nog voor het einde van dit jaar, en de herziening ervan, om circulair nutriëntenbeheer te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>benadrukt dat in overeenstemming met het eindverslag van de strategische dialoog over de toekomst van de landbouw in de EU de transitie naar aan de regionale omstandigheden aangepaste gewas- en zaadvariëteiten, de overstap op andere gewassen, die minder water nodig hebben en beter bestand zijn tegen droogte, en de vaststelling van passende bodembeheerpraktijken moeten worden ondersteund; acht het noodzakelijk dat meer steun wordt verleend aan wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling op het gebied van de teelt van nieuwe soorten, teneinde de productie en het aanbod van levensmiddelen te diversifiëren en de kwaliteit ervan te verbeteren, waarbij tegelijk ook het niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu wordt verhoogd; wijst op het potentieel van plantenrassen die beter bestand zijn tegen waterstress en plagen en een rol kunnen vervullen bij het verminderen van het waterverbruik en de ecologische voetafdruk van gewassen kunnen verkleinen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>dringt aan op financiële en technische steun voor landbouwers en plattelandsgemeenschappen, met name in gebieden met waterstress, om hen te helpen bij het toepassen van duurzame landbeheerpraktijken die de bodem- en waterkwaliteit verbeteren, bijdragen aan de biodiversiteit en de klimaatverandering beperken; benadrukt dat speciale aandacht moet worden besteed aan regio’s die bijzonder kwetsbaar zijn voor bodemdegradatie en waterschaarste;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>erkent de aanzienlijke inspanningen die zijn geleverd door landbouwers om de waterkwaliteit te verbeteren en benadrukt dat er een passend tijdskader moet worden geboden om ervoor te zorgen dat de gevolgen van deze maatregelen zorgvuldig kunnen worden beoordeeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>wijst op het succes van de focusgroep Agrobosbouw van het Europees partnerschap voor innovatie in de landbouw (“EIP-AGRI”) en dringt aan op de verdere uitwisseling van kennis, deskundigheid en intercollegiaal leren via het netwerk van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB-netwerk) van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>wijst op de verbanden tussen koolstofputten en de beschikbaarheid van water, en dringt aan op samenhang tussen de Europese strategie voor waterweerbaarheid en regelingen voor koolstoflandbeheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>herhaalt dat de verordening inzake hergebruik van water tot doel heeft de druk op waterlichamen te verminderen door de vaststelling van bepalingen over het hergebruik van water na de juiste behandeling om de levenscyclus ervan te verlengen, waardoor watervoorraden worden gespaard; beklemtoont evenwel dat belemmeringen van regelgevende, financiële en technologische aard, mede op het gebied van het economisch concurrentievermogen van teruggewonnen afvalwater, de risicobeheersplanning en de verdeling van de verantwoordelijkheden, bijdragen aan het geringe hergebruik van teruggewonnen water voor de landbouw; verzoekt de Commissie en de lidstaten daarom ondersteunend beleid aan te nemen, zowel op EU-niveau als op lokaal niveau, dat praktijken voor het hergebruik van water stimuleert, aangezien het van groot belang is dat de behandeling van afvalwater en de kwaliteitseisen worden afgestemd op het beoogde gebruik van het water; stelt vast dat behandeld afvalwater ook waardevolle toepassingen kent in uiteenlopende industriële processen en stedelijke omgevingen, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan de vermindering van de druk op zoetwatervoorraden en aan de bescherming van het drinkwater; verzoekt de Commissie daarom zich te beraden op een mogelijke uitbreiding van het toepassingsgebied van de verordening inzake hergebruik van water, teneinde op EU-niveau minimumnormen voor waterkwaliteit vast te stellen voor veilig hergebruik van water voor industriële en stedelijke doeleinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten een systeem van stimulansen op regelgevend en financieel gebied vast te stellen voor het hergebruik van behandeld afvalwater in waterintensieve sectoren, en specifieke financiering te verstrekken voor de aanleg van infrastructuur om waterzuiveringsinstallaties en distributienetwerken voor gezuiverd water met elkaar te verbinden; dringt aan op een gestroomlijnde aanpak in de EU-wetgeving om administratieve belemmeringen weg te nemen en het veilig en efficiënt hergebruiken van water te bevorderen in alle lidstaten; vraagt de lidstaten om nationale plannen voor hergebruik en besparing van water om sectoroverschrijdende samenwerking op het gebied van waterbeheer te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>herhaalt dat hergebruik van water ervoor kan zorgen dat minder water voor landbouwirrigatie wordt onttrokken aan rivieren, meren en grondwater; benadrukt dat hergebruikt water in droge perioden kan bijdragen aan de instandhouding van het basisdebiet en minimale waterstanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>vestigt de aandacht op het potentieel van de gebouwensector om water te besparen, bijvoorbeeld door middel van systemen met slimme tussenmeters, efficiënte grijswatersystemen, hergebruik van huishoudelijk afvalwater of het opvangen van regenwater; benadrukt dat de energieprestatie van gebouwen kan worden verbeterd door efficiënt watergebruik, waardoor de broeikasgasemissies worden verminderd; vraagt de lidstaten en lokale overheden om waterbesparende kenmerken in nieuwe gebouwen te stimuleren; benadrukt in dit verband dat waterefficiënte praktijken moeten worden meegenomen in de stedelijke planning; wijst erop dat de aanpassing van steden aan de klimaatverandering verbeterd kan worden door het opvangen van regenwater en efficiënt gebruik en hergebruik van water;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verlangt dat de industrie en de energie- en digitale sector overstappen op geoptimaliseerde koelefficiëntie en alternatieve koelmethoden waarbij de afhankelijkheid van water geringer is, zodat in deze sectoren aanzienlijke waterbesparingen gerealiseerd kunnen worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>wijst erop dat huishoudens weliswaar 10 % van het totale waterverbruik in de EU voor hun rekening nemen, maar dat ook maatregelen moeten worden getroffen om efficiënt watergebruik in huishoudens te verbeteren; stelt vast dat waterbesparende technologieën reeds verkrijgbaar zijn en het waterverbruik in huishoudens kunnen verminderen, waarbij niet aan comfort hoeft te worden ingeboet en geen grote investering nodig is; verzoekt de lidstaten consumenten te ondersteunen bij het overstappen op dergelijke technologieën en hun bewustzijn ten aanzien van waterverbruik en mogelijke efficiëntieverbeteringen te versterken door efficiënt watergebruik in huishoudens te verankeren in het water-, gebouwen- en consumentenbeleid in de hele EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>stelt vast dat de lekkagepercentages van leidingen in sommige lidstaten hoog zijn, waardoor het totale aandeel huishoudelijk waterverbruik stijgt; is ingenomen met de bepalingen van de nieuwe drinkwaterrichtlijn inzake lekkagepercentages en met de lopende werkzaamheden van de Commissie, waarbij zij deze percentages beoordeelt en drempelwaarden vaststelt die in de betreffende lidstaten tot maatregelen zullen leiden; roept de lidstaten met klem op lekkages in watervoorzieningsnetwerken te verhelpen en volledig te voldoen aan de vereisten van de drinkwaterrichtlijn inzake monitoring en rapportage, zodat de Commissie uiterlijk in januari 2028 een lekkagedrempel kan vaststellen; benadrukt dat duurzame stedelijke irrigatienetwerken moeten worden gemoderniseerd om lekkages tegen te gaan en hun watervoetafdruk te verkleinen; roept de lidstaten ertoe op om het publiek regelmatig te informeren over de efficiëntie en doeltreffendheid van hun watervoorraden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>wijst erop dat organisaties in de publieke sector vanwege hun omvang of aard een aanzienlijk onbenut potentieel bieden om water te besparen; is van mening dat de publieke sector als voorbeeld voor andere sectoren moet dienen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten zich sterk te maken voor gemakkelijk toegankelijke en kosteloze informatie, opleidingen, adviesprogramma’s en informatiecampagnes die tot doel hebben het publiek bewuster te maken van duurzaam beheer van waterbronnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verlangt dat bij de komende herziening van het kader voor de gunning van overheidsopdrachten rekening wordt gehouden met aspecten van waterefficiëntie, zoals vermindering van waterverlies en hergebruik van water;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Waterverontreiniging</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>benadrukt dat het bestaande EU-kader voor waterbeleid is opgezet met het oog op effectief beheer van watervoorraden en bescherming en herstel van zoetwater- en mariene ecosystemen, maar dat de effectiviteit ervan wordt ondermijnd doordat het kader slecht wordt uitgevoerd en gehandhaafd en onvoldoende wordt gefinancierd, en doordat er geen behoorlijke kosten-batenanalyse is gemaakt van de uit te voeren maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de huidige wetgeving ten uitvoer te leggen en te handhaven, met name de kaderrichtlijn water en haar “dochterrichtlijnen” (de grondwaterrichtlijn en de richtlijn inzake milieukwaliteitsnormen), en daarbij de nadruk te leggen op versterking van de monitoring- en rapportagemechanismen, zodat alle lidstaten de vereiste waterbeschermingsmaatregelen op consistente wijze uitvoeren; herinnert er nogmaals aan dat voldoende financiering nodig is om deze wetgeving ten uitvoer te leggen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>benadrukt dat de chemische verontreiniging van oppervlaktewateren en het grondwater een bedreiging vormt voor het aquatisch milieu, waarbij effecten optreden als acute en chronische toxiciteit voor in het water levende organismen, ophoping van schadelijke stoffen in het ecosysteem en verlies van habitats en biodiversiteit, alsook voor de gezondheid van de mens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verlangt dat omvattende en voor de hele EU geldende kwaliteitsnormen worden vastgesteld voor PFAS in grondwater en oppervlaktewateren; benadrukt dat de respectieve actualiseringen van de betreffende richtlijnen van cruciaal belang zijn om de waterkwaliteit te beschermen en een goede chemische toestand voor waterlichamen overeenkomstig de kaderrichtlijn water te bereiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>benadrukt dat essentiële toepassingen van PFAS in kritieke sectoren, zoals medische hulpmiddelen, geneesmiddelen en voor de dubbele overgang naar een klimaatneutrale en digitale economie benodigde producten, niet in gevaar zijn in het kader van komende wetgevings- en niet-wetgevingsvoorstellen; verzoekt de Commissie een voorstel in te dienen voor de geleidelijke afschaffing van eeuwige chemicaliën (PFAS) – eerst en vooral in consumptiegoederen – die in verband worden gebracht met schadelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid en het milieu, op basis van wetenschappelijk bewijs, waarbij het gebruik ervan wordt toegestaan wanneer er geen veilige alternatieven zijn; onderstreept het feit dat de investeringen moeten worden opgevoerd en dat het onderzoek naar en de ontwikkeling van gelijkwaardige en veilige alternatieven moet worden versneld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verzoekt de Commissie geactualiseerde grenswaarden voor PFAS in drinkwater voor te stellen en daarbij de nieuwste wetenschappelijke kennis in aanmerking te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt dat de verontreiniging door farmaceutische producten, bisfenolen, voor antimicrobiële-resistentiegenen, persistente organische verontreinigende stoffen en andere bestaande en opkomende verontreinigende stoffen dringend en overwegend aan de bron moet worden aangepakt en doeltreffend gemonitord, in overeenstemming met de doelstelling van de EU om alle verontreiniging tot nul terug te dringen en voor alle waterlichamen een goede chemische toestand te bereiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt de Commissie lacunes op te vullen met verbeterde financiering en handhaving van bestaande wetten, en de integratie van beginselen van de circulaire economie om verontreiniging aan de bron te beperken en waterecosystemen voor toekomstige generaties te behouden; beklemtoont dat antibioticaresistente bacteriën en bepaalde opkomende verontreinigende stoffen nog steeds onvoldoende worden aangepakt, waardoor verdere innovatie en investeringen nodig zijn; benadrukt dat alle sectoren duurzame productieprocessen en circulaire procedures moeten toepassen om proactief te voorkomen dat verontreinigende stoffen in watersystemen terechtkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>wijst erop dat microplastics op verschillende manieren in het drinkwater kunnen belanden: van oppervlakteafvoer (bijvoorbeeld na een regenbui) tot afvoer van afvalwater (zowel behandeld als onbehandeld), overstorten, industrieel afvalwater, gedegradeerd kunststofafval en atmosferische depositie; verzoekt de Commissie om, in overeenstemming met de vereisten van de drinkwaterrichtlijn, een volledige risicobeoordeling van microplastics in drinkwater voor te leggen en tegelijkertijd onafgebroken te werken aan degelijke en betrouwbare monsterneming en analysemethoden om de potentiële dreiging die deze opkomende verontreinigende stof vormt voor waterbronnen voor menselijke consumptie op passende wijze aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>benadrukt dat de monitoring en regulering van verontreiniging door plastics in zoetwater- en mariene milieus moeten worden verbeterd, en dat daarbij met name moet worden gelet op microplastics en plastic producten voor eenmalig gebruik; verzoekt de Commissie de bestaande handhavingsmechanismen te beoordelen en zich te beraden op verdere maatregelen ter bescherming van de waterkwaliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>roept de belanghebbenden op materialen voor veilig watercontact te ontwikkelen ter vervanging van BPA en andere bisfenolen, en te zorgen voor naleving van Verordening (EG) nr. 1935/2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/1935/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de onlangs vastgestelde bepalingen met betrekking tot het gebruik van BPA en andere bisfenolen en bisfenolderivaten (Verordening (EU) 2024/3190 van de Commissie);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>wijst erop dat in de herziene richtlijn inzake de behandeling van stedelijk afvalwater, die sinds 1 januari 2025 van kracht is, nieuwe verplichtingen zijn vastgelegd met betrekking tot waterzuivering, op grond waarvan producenten van farmaceutica en cosmetica ten minste 80 % van de kosten voor het verwijderen van microverontreinigingen uit afvalwater moeten dragen, teneinde schadelijke stoffen in het milieu te verminderen; wijst op het bestaan van verschillende cijfers en beoordelingen met betrekking tot de gevolgen die dit zou hebben voor de farmaceutische sector en bijgevolg voor de beschikbaarheid en betaalbaarheid van geneesmiddelen, en verzoekt de Commissie daarom een nieuwe en alomvattende beoordeling van de gevolgen voor deze sector uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>dringt aan op meer steun van de EU voor lokale overheden bij de modernisering van stedelijke waterzuiveringsinstallaties en de bevordering van hergebruik van water, in overeenstemming met de doelstelling van de EU om alle verontreiniging tot nul terug te dringen, en zo te waarborgen dat gemeentelijk afvalwaterbeheer daadwerkelijk bijdraagt tot een goede chemische en ecologische watertoestand;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>dringt aan op meer controle op residuen van bestrijdingsmiddelen in waterlichamen en op handhaving van de regels inzake toepassing van bestrijdingsmiddelen teneinde de gevolgen ervan voor de waterkwaliteit te beperken; benadrukt dat meer middelen nodig zijn om landbouwers te ondersteunen bij de invoering van praktijken die weinig productiemiddelen vergen en van biologische landbouw, waarmee de afhankelijkheid van chemische pesticiden en meststoffen kan worden verminderd, en dat landbouwers en andere actoren passende scholingen en onafhankelijke adviesdiensten moeten krijgen over het gebruik, de doeltreffendheid en de toxiciteit van pesticiden, en over optimale praktijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>dringt erop aan de beginselen van de circulaire economie te integreren om het gebruik van gevaarlijke chemische stoffen bij industriële processen te verminderen; benadrukt dat aanvullende financiering nodig is om de industrie te ondersteunen bij het overschakelen op schone technologieën die waterverontreiniging tot een minimum beperken<FOOTNOTE><FIELD>Europees Milieuagentschap, “Industrial pollutant releases to water in Europe”, website van het Europees Milieuagentschap, 30 mei 2024, https://www.eea.europa.eu/en/analysis/indicators/industrial-pollutant-releases-to-water.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>erkent dat behandeld slib een rol speelt als lokale en circulaire meststoffenbron die bijdraagt aan de gezondheid van de bodem en het hergebruik van voedingsstoffen en die de afhankelijkheid van kunstmest helpt verminderen; benadrukt hoe belangrijk het is te voorkomen dat PFAS, zware metalen, microplastics en andere schadelijke stoffen terechtkomen in rioleringen om veilig en duurzaam gebruik van hoogwaardig zuiveringsslib in de landbouw te kunnen waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de Commissie een overzicht van maatregelen op te nemen in een bijlage bij de Europese strategie voor waterweerbaarheid, met een tijdschema voor het bereiken van de betreffende doelstellingen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Aanpassing aan klimaatverandering: overstromingen, droogten, onder druk staande gebieden, rampenparaatheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>dringt erop aan alle nieuwe wetgevingshandelingen en niet-wetgevingshandelingen van de EU door te lichten vanuit het perspectief van aanpassing aan de klimaatverandering en zo te waarborgen dat aanpassing aan de klimaatverandering wordt geïntegreerd in sectorale plannen en beleidsmaatregelen die van invloed zijn op het gebruik van water en land; benadrukt in dit verband dat meer klimaatambitie nodig is als onderdeel van de strijd tegen klimaatverandering, en verzoekt de lidstaten uitdrukkelijk ervoor te zorgen dat alle maatregelen voor aanpassing aan de klimaatverandering die van invloed zijn op het watergebruik bijdragen tot verbeterde waterweerbaarheid op de lange termijn; verzoekt de Commissie om bij de vaststelling van nieuwe wetgevings- en niet-wetgevingsvoorstellen ten volle rekening te houden met de geografische en ecologische omstandigheden in de lidstaten en met de specifieke situatie van eilanden, ultraperifere gebieden en andere gebieden met een hoge kwetsbaarheid, zoals gebieden die getroffen worden door woestijnvorming; verzoekt de Commissie een routekaart voor te leggen voor nu geldende wetgevende en beleidsmaatregelen en voor maatregelen in voorbereiding, met inbegrip van streefcijfers en monitoringsvoorschriften die van invloed zijn op het gebruik van water en land;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>benadrukt het belang van klimaatadaptatiemaatregelen die zijn toegesneden op de behoeften van het Middellandse Zeegebied, dat met unieke uitdagingen wordt geconfronteerd zoals langdurige droogte en zoutintrusie in zoetwatervoorraden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>benadrukt dat eilandgebieden voor specifieke uitdagingen staan als gevolg van drinkwaterschaarste en dringt aan op gerichte maatregelen om de watervoorraden van eilanden te beschermen, onder meer door de infrastructuur voor regenwateropvang en -opslag te verbeteren en alternatieve waterbronnen te gebruiken, en tegelijkertijd door verbetering van de systemen voor toezicht op en beheer van watervoorraden; dringt er voorts bij de lidstaten op aan in nationale adaptatieplannen meer rekening te houden met berggebieden om de specifieke uitdagingen van waterbeheer in berggebieden het hoofd te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>herhaalt dat oplossingen voor aanpassing aan en beperking van de klimaatverandering niet mogen leiden tot achteruitgang van ecosystemen en moeten voorkomen dat de vraag naar water- en energie-intensieve activiteiten toeneemt, en in plaats daarvan voorrang moeten geven aan energie- and waterefficiënte innovatie en technologieën als onderdeel van een overgang naar een meer hulpbronnenefficiënte economie, zonder dat daarbij de economische productiviteit wordt ondermijnd, en dat tegelijkertijd gelijke toegang tot water voor iedereen moet worden gewaarborgd; wijst erop dat oplossingen voor beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering toegesneden moeten zijn op de nationale omstandigheden om effect te kunnen sorteren, en tegelijkertijd het concurrentievermogen en de productiviteit op korte en lange termijn moeten verbeteren; wijst in dit verband op de mogelijkheden van synergieën met innovatieve energieproductie zoals fotovoltaïsche systemen en biogas, hetgeen tevens kan bijdragen aan een hoger inkomen in de landbouwsector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>is van mening dat het belangrijk is water voor de natuur te reserveren en stelt vast dat gezonde zoetwaterecosystemen in stand moeten worden gehouden zodat de waterkringloop goed functioneert, menselijke activiteiten mogelijk zijn en de gevolgen van droogte en waterschaarste kunnen worden beperkt; onderstreept in verband met het herstel van zoetwaterecosystemen en de natuurlijke functies van rivieren dat het belangrijk is om op basis van de huidige kennis en ervaring en waar mogelijk “verouderde barrières” weg te nemen, dat wil zeggen kunstmatige barrières die niet langer hun oorspronkelijke doel dienen of niet langer nodig zijn; benadrukt dat er specifieke programma’s moeten worden opgezet voor de reiniging en instandhouding van rivierlopen, zodat een adequaat debiet kan worden gegarandeerd en de ophoping van afval en sediment, die de capaciteit voor wateropslag- en -distributie in het gedrang kan brengen, wordt voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>dringt erop aan dat, nu de gevolgen van de klimaatverandering steeds uitgesprokener worden, bij overstromings- en droogtebeheer ten volle rekening moet worden gehouden met de risico’s die zich kunnen voordoen, waaronder veranderende weerpatronen zoals de toegenomen neerslag die tot wateroverschotten leidt; is ervan overtuigd dat een combinatie van monitoring en gegevensverzameling, paraatheid en maatregelen voor noodsituaties en herstel op basis van het beginsel “betere wederopbouw”(building back better)<FOOTNOTE><FIELD>Bureau van de Verenigde Naties voor rampenrisicovermindering, <STRING ITALIC="on">Build Back Better in recovery, rehabilitation and reconstruction</STRING>, UNISDR, Genève, 2019.</FIELD></FOOTNOTE> enerzijds, en aanpassing van maatschappelijke en economische activiteiten anderzijds, essentieel is om de kwetsbaarheid te verminderen en de weerbaarheid te vergroten, met name omdat de kwantitatieve aspecten van water steeds meer op de voorgrond treden; benadrukt in dit verband dat klimaatbestendige en op de natuur gebaseerde oplossingen en infrastructuur noodzakelijk zijn en dat bij de ontwikkeling ervan rekening moet worden gehouden met de gevolgen van extreme weersomstandigheden, zodat hun levensvatbaarheid bij extreem weer is gegarandeerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>herinnert eraan dat de kaderrichtlijn water in 2007 is aangevuld met Richtlijn 2007/60/EG over beoordeling en beheer van overstromingsrisico’s, waarmee een kader wordt vastgesteld ter vermindering van de negatieve gevolgen van overstromingen voor de gezondheid van de mens, het milieu, het cultureel erfgoed en economische activiteiten; merkt op dat de twee richtlijnen door middel van risicobeheerplannen en overstromingsbeheerplannen voor stroomgebieden met elkaar in overeenstemming kunnen worden gebracht als onderdelen van een geïntegreerd waterbeheersysteem, waarbij coördinatie van het allergrootste belang is; herinnert eraan dat overstromingspreventie nauw verband houdt met stedelijke groene ruimten, bodembeschermingsstrategieën en investeringen in afwateringsnetwerken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>benadrukt dat de voorbereiding op waterschaarste en droogte in de EU aanzienlijk kan worden verbeterd, aangezien meerdere lidstaten geen droogtebeheerplannen hebben<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie: Directoraat-generaal Milieu et al., <STRING ITALIC="on">Stock-taking analysis and outlook of drought policies, planning and management in EU Member States – Final Report</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2023.</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt de lidstaten en in voorkomend geval de bevoegde regionale en lokale autoriteiten om droogtebeheerplannen op te stellen, vooral met het oog op waarborging van de drinkwatervoorziening en de voedselproductie, en om systemen voor digitale monitoring, controle en vroegtijdige waarschuwing te integreren om effectieve en op gegevens gebaseerde beslissingen over beschermings-, respons- en communicatiemaatregelen met vastomlijnde bevoegdheidsgebieden te ondersteunen; wijst erop dat op EU-niveau bepalingen moeten worden ingevoerd met betrekking tot droogtebeheersplannen, vergelijkbaar met die voor overstromingsbeheerplannen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>houdt er in het licht van de talloze klimaatgebeurtenissen waardoor Europa onlangs is getroffen, zoals overstromingen, droogten en cyclonen, onverkort aan vast dat de EU een solide mechanisme moet ontwikkelen voor de reactie op dergelijke crises, dat onder meer systemen voor waarschuwing en ondersteuning van de burgerbevolking bevat; wijst erop dat digitale monitoring, adequate openbaarmaking van relevante gegevens en systemen voor vroegtijdige waarschuwing essentieel zijn voor de ontwikkeling van doeltreffende droogte- en overstromingsbeheerplannen op het niveau van de lidstaten; benadrukt voorts dat het belangrijk is ten volle gebruik te maken van de beschikbare EU-instrumenten, zoals de overstromingsprognoses van het Europees waarschuwingssysteem voor overstromingen, het mondiaal waarschuwingssysteem voor overstromingen en het wereldwijde monitoringinstrument voor overstromingen in het kader van de dienst van Copernicus voor het beheer van noodsituaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>benadrukt dat het Uniemechanisme voor civiele bescherming belangrijk is om landen te ondersteunen die getroffen zijn door watergerelateerde rampen zoals overstromingen en droogte; meent dat meer financiering beschikbaar moet komen om het Uniemechanisme voor civiele bescherming te voorzien van voldoende en verhoogde middelen en de paraatheid en capaciteitsopbouw te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de voorbereiding van burgers op watergerelateerde rampen of crises te verbeteren; benadrukt het belang van voorlichtingscampagnes en demonstratie-oefeningen in onderwijs- en overheidsinstellingen en bedrijven om een “paraatheidscultuur” onder burgers tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>verzoekt de lidstaten hun waterinfrastructuur, met inbegrip van de infrastructuur voor drinkwater en sanitaire voorzieningen en de infrastructuur voor de regulering van rivieren, systematisch te vernieuwen en te moderniseren, en te investeren in innovatieve oplossingen op basis van goede werkwijzen, waardoor watersystemen beter bestand zijn tegen klimaatverandering, een stabiele drinkwatervoorziening wordt gewaarborgd, verliezen in een vroeg stadium kunnen worden opgespoord en waterlekkage en -verspilling kunnen worden teruggedrongen, en tegelijkertijd de systemen voor vervoer en opslag van water worden geoptimaliseerd; benadrukt dat de financiering voor innovatieve waterinfrastructuur vergeleken met de investeringsbehoeften in de hele EU ontoereikend is; dringt in dit verband aan op specifieke financiering op nationaal, regionaal of EU-niveau, om te zorgen voor een adequate financiering voor de ontwikkeling, het onderhoud en de modernisering van waterweerbare infrastructuur, om innovatieve oplossingen en technologieën te bevorderen en om de duurzaamheid van deze waterinfrastructuur op lange termijn te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>betreurt dat de Commissie, ondanks de bedreiging die woestijnvorming vormt voor de kwaliteit en beschikbaarheid van water, de vruchtbaarheid van de bodem en de voedselproductie, en ondanks het feit dat 13 lidstaten in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties ter bestrijding van woestijnvorming hebben verklaard getroffen te worden door woestijnvorming, nog geen doeltreffende en efficiënte aanpak hiervoor heeft ontwikkeld; dringt er daarom op aan dat de Commissie, in overeenstemming met de conclusies van de Raad van 14 oktober 2024 over woestijnvorming, bodemaantasting en droogte en op basis van een volledige effectbeoordeling, een geïntegreerd actieplan voor de hele EU ter bestrijding van woestijnvorming, bodemaantasting en droogte indient met als doel de weerbaarheid tegen droogte te verbeteren en uiterlijk in 2030 in de EU neutraliteit inzake bodemaantasting te bereiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>dringt erop aan dat de landbouwsector verder wordt ondersteund bij de toepassing van nieuwe technologie om de vraag naar water te verminderen, terwijl tegelijkertijd de toegang tot water wordt vergroot, onder meer door waterretentie en de grondwateraanvulling te ondersteunen; pleit ervoor om onderzoeksresultaten, bijvoorbeeld over de ontzilting van zeewater, toegankelijk te maken en de uitrol van innovatieve ontziltingsoplossingen te bevorderen; dringt er bij de lidstaten op aan om op basis van actuele beoordelingen van klimaatrisico’s natuurlijke waterreserves aan te leggen ter bescherming van kritieke watervoorraden en hun stroomgebieden, en rekening te houden met de sociaal-economische en milieueffecten van de ontwikkeling van dergelijke reserves; wijst erop dat dergelijke natuurlijke waterreserves een aanvulling zouden vormen op de vereiste van de kaderrichtlijn water dat de lidstaten waterlichamen aanwijzen die worden gebruikt voor drinkwateronttrekking om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de in artikel 4 van de kaderrichtlijn water en de drinkwaterrichtlijn vastgelegde doelstellingen en zorg dragen voor de nodige bescherming ervan; stelt vast dat die natuurlijke waterreserves al in meerdere lidstaten in verschillende vormen bestaan; benadrukt dat de lidstaten of lokale of regionale overheden moeten worden ondersteund bij de ontwikkeling van natuurlijke waterreserves;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>wijst op het potentieel van retentie-infrastructuur als voorbeeld van waterwinningssystemen die zijn opgezet met behulp van de beste beschikbare, kosteneffectieve technieken met de geringste milieueffecten, onder meer door hergebruik van afvalwater of het opvangen van regenwater, om het risico van droogten en overstromingen te verminderen, de waterzekerheid te vergroten en de circulariteit, de terugwinning en het hergebruik van water te bevorderen; meent dat waterretentiefaciliteiten nuttige instrumenten kunnen zijn, mits zij door lokale of nationale autoriteiten zijn goedgekeurd onder duidelijke voorwaarden die onder meer betrekking hebben op de vraag in hoeverre de capaciteit van het plaatselijke grondwater dergelijke activiteiten kan ondersteunen en op de noodzaak dat landbouwers met toegang tot de watervoorraden hun werkwijzen aanpassen aan duurzamere procedures, met name wat betreft waterbehoeften en waterkwaliteit; verzoekt de Commissie gebruik te maken van haar beschikbare instrumenten, waaronder financiële ondersteuning, zodat de lidstaten deze aanpak op dezelfde wijze volgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>betreurt de onrechtmatige of moedwillige onttrekking van water, waardoor waterlichamen grote schade kunnen oplopen; dringt aan op krachtige afschrikkende maatregelen, ook door middel van het strafrecht, ter bescherming van de ecologische toestand of het ecologisch potentieel van oppervlaktewaterlichamen of van de kwantitatieve toestand van grondwaterlichamen; stelt vast dat nationale handhavingscapaciteiten extra ondersteuning nodig hebben op het gebied van scholing en kennisoverdracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>wijst op de belangrijke gebiedsoverschrijdende rol van op de natuur gebaseerde oplossingen bij het aanpakken van de uitdagingen van de drievoudige planetaire crisis en het herstel van de natuurlijke waterkringloop; verzoekt de Commissie en de lidstaten om, rekening houdend met de ecologische en sociaal-economische gevolgen, in hun beleidsmaatregelen en aanbevelingen prioriteit te geven aan het toepassen van op de natuur gebaseerde oplossingen voor waterweerbaarheid, zoals het vernatten van wetlands en veengebieden om de beschikbaarheid van grondwater en het vochtgehalte van de omliggende bodem te vergroten, het herstel en de bescherming van overstromingsgebieden, natuurlijke waterretentiemaatregelen, herbeplanting als barrière tegen overstromingen, en het opvangen van regenwater, teneinde de beschikbaarheid van water te vergroten, de risico’s van klimaatverandering te beperken en de veerkracht op lange termijn van gemeenschappen, bedrijven en de voedselproductie te ondersteunen; benadrukt dat naast op de natuur gebaseerde oplossingen aanvullende investeringen in technische oplossingen nodig blijven om op lange termijn te zorgen voor een succesvolle aanpassing aan de klimaatverandering, alsook voor waterweerbaarheid;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financiering en prijsstelling</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>wijst erop dat op de natuur gebaseerde oplossingen en natuurlijke waterretentiemaatregelen het grondwaterpeil kunnen herstellen, ecologische debieten kunnen ondersteunen en tegelijkertijd watergerelateerde risico’s als gevolg van waterschaarste, overstromingen en droogte kunnen beperken; merkt op dat op de natuur gebaseerde oplossingen op het gebied van overstromingsbeheer in de regel bestaande oplossingen niet kunnen vervangen en bij de meest extreme gebeurtenissen mogelijk niet effectief zijn; wijst er echter op dat op de natuur gebaseerde oplossingen de doeltreffendheid en de operationele levensduur van grijze infrastructuur kunnen verbeteren door de waterabsorptiecapaciteit te vergroten, de watersnelheid te verminderen en piekstromen te reguleren; herhaalt in dit verband dat het van de context afhangt hoe doeltreffend op de natuur gebaseerde oplossingen zijn en dat zij aan de lokale situatie moeten worden aangepast; benadrukt in dit verband dat er geen universele oplossing bestaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>acht het noodzakelijk innovatieve methodes en oplossingen financieel te ondersteunen en daarbij voldoende rekening te houden met publiek-private partnerschappen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>benadrukt in samenhang met de aanpassing aan de klimaatverandering het belang van gezonde bodems voor het waarborgen van waterzekerheid en -circulariteit; onderstreept dat de natuurlijke waterretentie van bodems moet worden versterkt door middel van maatregelen waarmee de bodemgezondheid wordt verbeterd en koolstofverliezen tot een minimum beperkt, alsook maatregelen op het niveau van het waterlichaam, zoals het stabiliseren van rivieroevers, onder meer door natuurherstel, en het herstel van de retentiecapaciteit van watervoerende lagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>merkt op dat zorgvuldig ontwikkelde bosbeheermaatregelen de gezondheid van watergebieden kunnen verbeteren, de waterstroom kunnen reguleren en de belasting door droogte en overstroming kunnen verminderen vanwege de essentiële rol van bomen en bossen bij de regulering van de waterkringloop, aangezien deze in staat zijn water te zuiveren, de beschikbaarheid van watervoorraden te vergroten en ervoor te zorgen dat de bodem meer water vasthoudt; stelt voor dat hiermee terdege rekening wordt gehouden wanneer de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, Uniedoelstellingen inzake rampbestendigheid ontwikkelt, en dat hiermee rekening wordt gehouden bij de ontwikkeling en verfijning van rampenrisicobeheer en noodplannen; beklemtoont dat er in dit verband behoefte is aan meer onderzoek, gegevensverzameling, innovatie en financiering om landbeheerders te ondersteunen bij het voorkomen van de gevolgen van milieugerelateerde stressfactoren zoals droogte, overstromingen en een afnemende werking van stroomgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>erkent dat stedelijke gebieden steeds kwetsbaarder worden voor watergerelateerde klimaatrisico’s als overstromingen, watertekorten en hittestress; dringt erop aan stedelijke waterweerbaarheidsplanning te integreren in strategieën voor aanpassing aan de klimaatverandering, met inbegrip van investeringen in groene daken, waterdoorlatende infrastructuur, opvang van regenwater en waterbergingssystemen, alsook maatregelen gericht op het vergroten van groene en blauwe ruimten in stedelijke gebieden, teneinde de gevolgen van extreme weersomstandigheden te beperken en de risico’s voor mensenlevens en eigendom te verminderen; dringt voorts aan op onderhoud van en herstel van de toegang tot waterwegen in steden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>benadrukt dat de Europese strategie voor waterweerbaarheid moet zorgen voor adequate financiering uit publieke en private bronnen met het oog op ondersteuning van de modernisering, opwaardering, aanpassing en instandhouding van veerkrachtige waterinfrastructuur, duurzaam waterbeheer, gegevensverzameling, onderzoek, effectieve monitoring, digitalisering, bijscholing, op de natuur gebaseerde oplossingen, de ontwikkeling en invoering van innovatieve waterefficiënte technologieën, en op waarborging van ecologische en sociaal-economische duurzaamheid, in overeenstemming met de doelstellingen van het nieuwe kompas voor concurrentievermogen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>verzoekt de Commissie om binnen het komende MFK een apart en specifiek fonds voor waterweerbaarheid op te richten; is van mening dat binnen het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds specifieke financieringsmechanismen moeten worden ingesteld ter ondersteuning van technologieën voor slim watergebruik en investeringen in water; is er stellig van overtuigd dat water in de tussentijd prioriteit moet krijgen binnen de bestaande financieringskaders, met inbegrip van het Cohesiefonds; benadrukt dat bij de financieringsmechanismen van de EU rekening moet worden gehouden met overwegingen inzake sociale rechtvaardigheid en betaalbaarheid, met name in de context van het verlenen van watergerelateerde diensten aan de bevolking, zodat de lidstaten en burgers die te maken hebben met grotere financiële beperkingen en specifieke omstandigheden, worden ondersteund en tegelijkertijd wordt voldaan aan de verplichtingen op het gebied van waterbeheer; beklemtoont dat het belangrijk is bestaande financieringsbronnen, subsidies en financieringsstromen in verband met waterbeheer en aanverwante vormen van landgebruik aan te passen en daarbij in plaats van verouderde technische oplossingen innovatieve technologieën en op de natuur gebaseerde oplossingen of een combinatie daarvan in te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>dringt aan op gerichte financiering via Horizon en EIP-AGRI voor het uitvoeren van veldproeven op het gebied van de waterverhoudingen van verschillende teeltsystemen; dringt erop aan de rol van vrouwen op het gebied van waterbeleid te erkennen en specifieke financiering vast te stellen om hun toegang tot de landbouw te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>herinnert eraan dat het ontbreken van een specifieke financieringslijn voor water of bindende financieringsdoelen in het huidige MFK de mogelijkheden van de EU beperkt om gerichte investeringen te doen in essentiële maatregelen op het gebied van waterweerbaarheid, waaronder de modernisering van infrastructuur, innovatie, maatregelen voor de aanpassing aan de klimaatverandering en de toepassing van op de natuur gebaseerde oplossingen, en daarmee ook haar concurrentievermogen beperkt, aangezien een ontbrekende waterbalans de economie van de regio’s verder onder druk zet; merkt op dat ultraperifere en bergachtige regio’s en eilanden in de EU bijzonder moeilijk toegang hebben tot financiering of publiek-private partnerschappen ter ondersteuning van lokale en regionale investeringen in waterbeheer en -infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>benadrukt dat de Europese Investeringsbank (EIB) een belangrijke rol speelt bij financiering op het gebied van water; benadrukt dat de EIB actief investeert in en steun verleent aan de watersector; benadrukt dat de EU met de EIB moet samenwerken met het oog op uitwisseling van optimale praktijken en verzoekt de EIB en andere financiële instellingen voorts hun rol te versterken bij de financiering van innovatieve en veerkrachtige waterinfrastructuur, verbeterde sanitaire voorzieningen en drinkwaterinfrastructuur en digitalisering, en om projecten te ondersteunen die gericht zijn op de vermindering van overstromingsrisico’s, erosiepreventie en de revitalisering van waterlopen, door gunstige voorwaarden voor investeringen in water te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan innovatieve financieringsmechanismen te onderzoeken en te bevorderen, met inbegrip van betalingen voor ecosysteemdiensten en groene obligaties, en tegelijkertijd te zorgen voor duidelijkheid in de regelgeving en waarborgen om marktverstoringen te voorkomen; verzoekt de EIB en andere financiële instellingen prioriteit te geven aan leningen en kredieten tegen lage rente voor lidstaten en regionale en lokale overheden die grootschalige herstelprojecten uitvoeren, met specifieke bepalingen ter ondersteuning van economisch achtergestelde regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>benadrukt dat publiek-private partnerschappen een belangrijke bron van financiering voor investeringen in water zijn; verzoekt de Commissie particuliere investeringen in de watersector te stimuleren door een ondersteunend regelgevingskader te creëren dat medefinancieringsmogelijkheden en publiek-private partnerschappen kan omvatten om in alle lidstaten innovatie te stimuleren, infrastructuur te verbeteren en te zorgen voor duurzame oplossingen voor waterbeheer; onderstreept echter dat de betrokkenheid van particuliere investeringen in de watersector van de EU de status van water als openbaar goed en openbare dienst niet mag ondermijnen, en dat de veerkracht van de sector op lange termijn en de beginselen van toegankelijkheid, betaalbaarheid en duurzaamheid moeten worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>verzoekt de lidstaten governancekaders vast te stellen waarin de rollen en verantwoordelijkheden van belanghebbenden bij de planning, financiering en uitvoering van op de natuur gebaseerde oplossingen duidelijk worden omschreven; is van mening dat in deze kaders financiering uit verschillende bronnen moet worden geïntegreerd, waaronder filantropische bijdragen en partnerschappen met de particuliere sector, en tegelijkertijd moet worden gezorgd voor gelijke toegang tot middelen voor kleinschalige projecten, met name die die op lokaal of regionaal niveau worden beheerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om wateraspecten in hun begroting op te nemen en het bestuur binnen de regio’s als het gaat om het gebruik van EU-middelen te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>onderstreept dat gemeenten gerichte financiële en technische bijstand moeten krijgen om de naleving van watergerelateerde wetgeving te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>moedigt de lidstaten aan sneller vergunningen te verlenen voor duurzame en innovatieve veerkrachtige waterinfrastructuurprojecten om ze snel te kunnen uitvoeren in het licht van dringende uitdagingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>merkt op dat de toepassing van het beginsel van kostendekkende exploitatie op waterdiensten, waarbij alle watergebruikers daadwerkelijk en proportioneel financieel bijdragen aan het dekken van de kosten van waterdiensten, in verschillende lidstaten laag tot onbestaand blijft; verzoekt de lidstaten en de regionale overheden adequaat waterprijsbeleid te voeren en het principe van kostendekkende exploitatie voor zowel milieukosten als kosten van hulpbronnen toe te passen, in overeenstemming met de kaderrichtlijn water; verzoekt de lidstaten bij de toepassing van het beginsel van kostendekkende exploitatie rekening te houden met de lange investeringscycli en ervoor te zorgen dat er voldoende financiering beschikbaar is voor noodzakelijke (her)investeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de vaststelling van de waterprijs de waterzekerheid op lange termijn ondersteunt door rekening te houden met de economische, milieu- en hulpbronnenkosten van het watergebruik; spoort de lidstaten en de bevoegde regionale en lokale autoriteiten aan ervoor te zorgen dat de prijsstelling van water economisch duurzaam en sociaal rechtvaardig is, efficiënt watergebruik bevordert en de beschikbaarheid van water in verschillende lidstaten en regio’s weerspiegelt, met name in regio’s met waterstress, waarbij de betaalbaarheid voor huishoudens en kleine bedrijven moet worden gewaarborgd; verzoekt de lidstaten en de bevoegde regionale en lokale overheden transparante waterprijzen te waarborgen en de waarde van waterdiensten onder de aandacht te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>wijst erop dat de bevoegde nationale waterautoriteiten een centrale rol zullen spelen bij de uitvoering van nieuwe plannen voor waterbeheer en -behoud op het niveau van de lidstaten; verzoekt de lidstaten daarom de capaciteit van die bevoegde autoriteiten financieel en technisch te vergroten zodat zij een grotere faciliterende en adviserende rol kunnen spelen in duurzame en toekomstbestendige infrastructuur voor waterbeheer en -opslag; is van mening dat EU-fondsen, zoals het Fonds voor een rechtvaardige transitie, moeten worden gebruikt om de lidstaten en wateragentschappen verder bij te staan bij de uitvoering;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitalisering, veiligheid en innovatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>wijst op het potentieel van en de dringende behoefte aan digitalisering en AI om het beheer, de monitoring en de rapportage met betrekking tot waterlichamen en waterinfrastructuur te verbeteren, en de vergelijkbaarheid van gegevens te waarborgen, waarbij verschillende geografische stromingsomstandigheden worden weerspiegeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>verzoekt de Commissie, de lidstaten en waterleveranciers transparantie en digitalisering te mainstreamen als fundamentele beginselen in het waterbeheer en het gebruik van beheers- en meetgegevens te bevorderen, teneinde de monitoring, evaluatie, verantwoordingsplicht en besluitvorming te versterken en tegelijkertijd rapportageverplichtingen te optimaliseren en vereenvoudigen; pleit voor digitale watertechnologieën om realtime-, steekproefgebaseerde monitoring en verslaglegging op afstand van waterkwaliteit, lekkages, watergebruik en watervoorraden te vergemakkelijken; dringt aan op een efficiënter gebruik van overheidsmiddelen en efficiëntere overheidsuitgaven op dit gebied; erkent dat de grootschalige uitrol van innovatieve digitale technologieën gepaard moet gaan met opleiding op het gebied van digitale vaardigheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>benadrukt dat digitalisering en gegevensgerichte oplossingen moeten worden bevorderd bij de opbouw van een samenleving die slim met water omspringt; benadrukt dat er digitale oplossingen moeten worden ontwikkeld om het waterverbruik te monitoren en het gebruik van watervoorraden in alle sectoren te optimaliseren; verzoekt de Commissie om in samenwerking met de lidstaten financiële steun te verlenen voor de invoering van slimme waterbeheersystemen, met bijzondere aandacht voor de behoeften van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>wijst erop dat watersystemen, met inbegrip van waterzuiverings- en waterdistributiesystemen, worden beschouwd als kritieke infrastructuur en veiligheidspijlers van een land en dus als cruciaal voor de strategische autonomie van de EU, en dat zij daarom beter moeten worden beschermd, waarbij nutsbedrijven in staat moeten zijn fysieke en cyberdreigingen en -aanvallen op te sporen, erop te reageren en ervan te herstellen; merkt op dat een hogere mate van digitalisering gepaard gaat met nieuwe kwetsbaarheden; wijst erop dat watersysteembeheerders in geval van een dreiging of een aanval hun vermogen kunnen verliezen om het debiet en de kwaliteit van het water te controleren of niet langer in staat kunnen zijn de werkelijke toestand van het watersysteem te volgen; beklemtoont dat kwetsbaarheidsbeoordelingen en een noodplan integraal deel moeten uitmaken van het waterbeheersysteem in elke lidstaat; moedigt de uitwisseling van informatie over bedreigingen voor de cyberveiligheid aan, alsook procedures om optimale werkwijzen tussen exploitanten uit te wisselen, en pleit ervoor om een cyberbeveiligingscultuur tot stand te brengen door middel van technische beveiligingsmaatregelen, competentieontwikkeling, bewustmaking en communicatie; vestigt de aandacht op de maatregelen en bepalingen in de NIS 2-richtlijn en de richtlijn betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten die de nieuwe veiligheidsrisico’s kunnen helpen beperken; dringt er bij de Commissie op aan het voortouw te nemen bij het versterken van de coördinatieformaten op EU-niveau en in de komende strategie voor een paraatheidsunie doeltreffende instrumenten voor te stellen, teneinde te zorgen voor tijdige paraatheid om het hoofd te bieden aan milieu- en andere risico’s voor de waterlichamen die de algemene veiligheid van de EU bedreigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de betrokkenheid van vrouwen bij beslissingen inzake waterweerbaarheid te verhogen; roept op tot de vaststelling van een methodologische benadering die bij de uitvoering van projecten voor watervoorziening op doeltreffende wijze rekening houdt met gendergerelateerde behoeften, door monitoring, verslaglegging en tracering toe te passen waarvoor per gender uitgesplitste instrumenten en indicatoren worden gebruikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>merkt op dat betere gegevens en gegevensanalyse essentieel zijn voor empirisch onderbouwde besluitvorming en de snelle vaststelling van kleine veranderingen in de waterkwaliteit die een bedreiging kunnen vormen voor waterlichamen, samen met de evaluatie van optimale werkwijzen en de vaststelling van de meest kosteneffectieve en doeltreffende maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>benadrukt dat er betere, betrouwbare en interoperabele gegevens over watervoorziening, -vraag, -distributie, -toegankelijkheid en -gebruik nodig zijn en dat er gegevenspunten moeten worden vastgesteld; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de gegevensverzameling en de interoperabiliteit van gegevens op alle niveaus te verbeteren om de uitvoering van de huidige waterwetgeving te ondersteunen en strategieën voor de circulaire economie en slimme industriële symbiose op het gebied van water te bevorderen; benadrukt dat gegevens en AI kunnen worden gebruikt bij het modelleren van het water- en energieverbruik, alsook voor de capaciteiten voor hergebruik en recycling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>verzoekt de Commissie de fundamentele rol van de watersector bij het versterken van het concurrentievermogen van de EU beter te erkennen door onderzoek en innovatie te bevorderen en ondernemerschap en talent aan te moedigen; benadrukt in dit verband dat het belangrijk is de innovatie in de watersector op te voeren; wijst erop dat het Europees innovatiecentrum voor industriële transformatie en emissies, dat is opgericht in het kader van Richtlijn 2010/75/EU, in dit verband een rol zou kunnen spelen, aangezien het de milieuprestaties van industriële technologieën evalueert en informatie verzamelt over innovatieve industriële milieutechnieken; wijst voorts op bestaande partnerschappen zoals Water4All, een financieringsprogramma voor wetenschappelijk onderzoek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>is van mening dat er platforms met meerdere belanghebbenden moeten worden opgezet en bevorderd om de invoering van innovatie op alle niveaus – lokaal en nationaal – te bevorderen; beveelt aan dat bij deze platforms een breed scala aan deelnemers wordt betrokken – de publieke en de particuliere sector en maatschappelijke organisaties – om een coalitie van partners op te bouwen om verandering teweeg te brengen; spreekt zijn steun uit voor de bevordering van het delen van kennis over de wijze waarop digitale watertechnologieën de uitvoering van de bestaande EU-waterwetgeving kunnen ondersteunen, alsook voor capaciteitsopbouw op lokaal, regionaal en nationaal niveau; verzoekt de Commissie en de lidstaten op water gerichte digitale vaardigheden en onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s uit te breiden, onder meer door samenwerking met universiteiten, onderzoekscentra en kmo’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>erkent dat datacentra in de digitale economie een cruciale rol spelen; stelt met bezorgdheid vast dat de snelle uitbreiding van de technologie kan leiden tot een aanzienlijke toename van de vraag naar watervoorraden voor AI in verband met de werking ervan, hetgeen de milieuvoordelen die AI belooft te behalen, zoals optimalisering van hulpbronnen en vermindering van koolstofemissies, zou kunnen ondermijnen, en benadrukt dat er maatregelen voor efficiënt watergebruik moeten worden geïntegreerd in het ontwerp en de werking ervan; dringt er bij de Commissie op aan het gebruik van watervoorraden door informatie- en communicatietechnologie (ICT) en met name door AI en datacentra in haar Europese strategie voor waterweerbaarheid aan te pakken, met name door datacentra aan te moedigen gezuiverd water te hergebruiken en het ontwerp van efficiëntere chips en componenten te bevorderen om de behoefte aan koeling te verminderen; beveelt de lidstaten aan prioriteit te geven aan strategieën voor waterweerbaarheid waarmee de specifieke uitdagingen van datacentra worden aangepakt om de duurzaamheid van zowel de digitale agenda als de milieuagenda te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>wijst erop dat ontzilting van zeewater het proces is waarbij zout uit zeewater of brak water wordt verwijderd om het bruikbaar te maken voor een reeks “gebruiksgeschikte” doeleinden, waaronder drinken, en dat dit proces dus een belangrijke technologische oplossing is voor de bestaansmiddelen van mensen; merkt tegelijkertijd op dat ontzilting een energie-intensief proces is en waar mogelijk idealiter moet worden uitgevoerd met behulp van hernieuwbare energie om de milieueffecten tot een minimum te beperken; herhaalt dat ontzilting een bijproduct oplevert, namelijk pekel (een geconcentreerde zoutoplossing), dat naar behoren moet worden verwijderd om negatieve gevolgen voor het mariene milieu te voorkomen; is daarom van mening dat ontzilting op basis van omgekeerde osmose of thermische technologieën moet worden toegepast als er geen andere, milieuvriendelijkere opties beschikbaar zijn of kunnen worden uitgevoerd, met name in afgelegen gebieden en op eilanden; wijst in dit verband op de lopende werkzaamheden met betrekking tot nieuwe technologische oplossingen, zoals microbiële ontziltingscellen, die een milieuvriendelijk en innovatief alternatief bieden voor traditionele ontziltingsmethoden, met name om kleine, afgelegen locaties zonder elektriciteit te voorzien van schoon water en afvalwaterzuivering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>benadrukt dat er meer middelen en onderzoek &amp; ontwikkeling nodig zijn voor technologieën zoals innovatieve ontziltingstechnieken om dergelijke technologieën efficiënter en duurzamer te maken en ze op te schalen; dringt aan op onderzoek naar de mogelijkheden om dergelijke technologieën in de landbouw te gebruiken om de watervoorzieningspunten te diversifiëren en zo de kwetsbaarheid van de sector voor waterstress te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P>merkt op dat er de afgelopen tien jaar veel wetenschappelijke doorbraken zijn geweest om waterbehandeling slimmer en circulairder te maken, waarbij deze oplossingen mogelijkheden bieden voor het gebruik van digitale oplossingen, AI en teledetectie om water efficiënter te gebruiken, gezuiverd afvalwater voor irrigatie te hergebruiken en energie en nutriënten uit afvalwater terug te winnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>107.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten regelgevingsbelemmeringen op de eengemaakte markt weg te nemen om de ontwikkeling, opschaling en het in de handel brengen van innovatieve oplossingen op het gebied van biotechnologie en biofabricage te vergemakkelijken en schonere productie en circulariteit te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>108.</NO.P>dringt aan op de financiering, ontwikkeling en goedkeuring van innovatieve oplossingen voor gewasbescherming en bemesting, met inbegrip van biologische bestrijdingsmiddelen en werkzame stoffen met een geringere impact op het milieu, die nodig zijn voor een rechtvaardige transitie naar duurzamere landbouwsystemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>109.</NO.P>pleit voor de opzet van specifieke programma’s voor de sanering en het behoud van waterlopen, om zo een adequaat debiet te garanderen en de ophoping van afval en sediment die de capaciteit voor wateropslag- en -distributie in het gedrang kan brengen, te voorkomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Grensoverschrijdende en internationale samenwerking</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>110.</NO.P>wijst op de noodzaak van een alomvattende Europese strategie voor waterweerbaarheid die grensoverschrijdende samenwerking, uniformere gegevensverzameling en rapportage, de uitwisseling van optimale werkwijzen tussen lokale, regionale en nationale actoren bevordert en zorgt voor duurzaam waterbeheer en een billijke verdeling van de hulpbronnen tussen de lidstaten, zonder dat andere lidstaten worden opgezadeld met waterproblemen zoals schaarste en overstromingsrisico’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>111.</NO.P>benadrukt dat klimaatverandering een grote bedreiging vormt voor watervoorraden en aquatische ecosystemen; merkt op dat overstromingen en waterschaarste de voedsel- en waterzekerheid en de gezondheid van de bevolking in het algemeen in gevaar brengen, wat uiteindelijk de sociale cohesie en stabiliteit ondermijnt; erkent dat waterweerbaarheid van cruciaal belang is voor het voorkomen en aanpakken van de huidige en toekomstige gezondheids-, voedsel-, energie- en veiligheidscrises; benadrukt dat waterweerbaarheid grensoverschrijdende samenwerking op het gebied van water bevordert en als katalysator voor vrede en veiligheid fungeert, aangezien landen onderling verbonden zijn via gedeelde rivieren en grondwatervoorraden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>112.</NO.P>dringt aan op meer grensoverschrijdende samenwerking tussen de lidstaten bij het beheer van gedeelde stroomgebieden en grondwaterlagen en bij de doeltreffende verzameling en uitwisseling van gegevens over waterkwaliteit, verontreinigingsniveaus en waterstanden; beveelt aan regionale samenwerkingscentra op te richten om de uitvoering van gezamenlijke strategieën voor waterweerbaarheid te coördineren, rekening houdend met de klimatologische, sociale en economische uitdagingen van elk gebied;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>113.</NO.P>dringt aan op nauwere internationale samenwerking, ook op het niveau van stroomgebieden, om de groeiende watercrisis aan te pakken, schoon en hoogwaardig water te waarborgen, duurzaam waterbeheer te bevorderen en verschillende innovatieve watertechnologieën toe te passen, met inbegrip van op de natuur gebaseerde oplossingen; dringt erop aan grensoverschrijdende samenwerking te verankeren op operationeel, tactisch en strategisch niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>114.</NO.P>dringt aan op de opzet van grensoverschrijdende projecten in het kader van Interreg en andere EU-fondsen om de regionale samenwerking bij het beheer van watervoorraden te verbeteren, met bijzondere aandacht voor de eerlijke verdeling van water tussen sectoren en lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>115.</NO.P>benadrukt dat de monitoringcapaciteiten van de EU moeten worden versterkt door middel van digitalisering en moderne technologieën, met inbegrip van satelliettoezicht en realtime-monitoring van verontreiniging, die van essentieel belang zijn voor het voorkomen en bestrijden van grensoverschrijdende verontreiniging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>116.</NO.P>verzoekt de Commissie met klem een specifieke diplomatieke rol te vervullen die erop gericht is watergerelateerde conflicten op te lossen, de samenwerking op het gebied van water te bevorderen en waterbronnen en -systemen te beschermen, met name tijdens gewapende conflicten en in grensoverschrijdende situaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>117.</NO.P>dringt er bij de EU op aan het voortouw te nemen bij de internationale inspanningen om waterecosystemen te beschermen en te herstellen, overeenkomstig SDG 6 inzake schoon water en sanitaire voorzieningen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>118.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>