<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0093</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verslagen van 2023 en 2024 over Servië</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0072/2025 - Rapporteur: Tonino Picula)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 7 mei 2025 over de Commissieverslagen van 2023 en 2024 over Servië (2025/2022(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD>PB L 278 van 18.10.2013, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2013/490/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, die op 1 september 2013 van kracht is geworden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek van Servië om toetreding tot de EU van 19 december 2009,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie van 12 oktober 2011 over het verzoek van Servië om toetreding tot de Europese Unie (COM(2011)0668), het besluit van de Europese Raad van 1 maart 2012 om Servië de status van kandidaat-lidstaat te verlenen en het besluit van de Europese Raad van 28 juni 2013 om EU-toetredingsonderhandelingen met Servië te openen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst van Brussel van 27 februari 2023 en de Overeenkomst van Ohrid van 18 maart 2023 en de bijbehorende uitvoeringsbijlage,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1529 van het Europees Parlement en de Raad van 15 september 2021 tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 330 van 20.9.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1529/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1449 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot oprichting van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1449, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1449/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van het voorzitterschap van de bijeenkomst van de Europese Raad in Thessaloniki op 19 en 20 juni 2003,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen van de top EU-Westelijke Balkan van 17 mei 2018 in Sofia en de top EU-Westelijke Balkan van 6 mei 2020 in Zagreb,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>	gezien zijn resoluties over buitenlandse inmenging in alle democratische processen in de Europese Unie, met inbegrip van desinformatie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het proces van Berlijn, dat op 28 augustus 2014 is gestart,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het eerste akkoord inzake beginselen betreffende de normalisering van de betrekkingen tussen de regeringen van Servië en Kosovo van 19 april 2013, de akkoorden van 25 augustus 2015 en de lopende, door de EU gefaciliteerde dialoog over de normalisering van de betrekkingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het akkoord tussen de regeringen van Servië en Kosovo van 27 augustus 2022 inzake vrij verkeer, het akkoord van 23 november 2022 inzake kentekenplaten en het stappenplan voor de tenuitvoerlegging van energieovereenkomsten van 21 juni 2022 dat werd aangenomen in het kader van de door de EU gefaciliteerde dialoog,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 februari 2020 getiteld “Bevordering van het toetredingsproces – Een geloofwaardig EU-perspectief voor de Westelijke Balkan” (COM(2020)0057),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2020 getiteld “Een economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan” (COM(2020)0641),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 8 november 2023 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2023” (COM(2023)0690) en het bijbehorend werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Serbia 2023 Report” (SWD(2023)0695),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 8 november 2023 getiteld “Nieuw groeiplan voor de Westelijke Balkan” (COM(2023)0691),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 maart 2024 betreffende pretoetredingshervormingen en -beleidsevaluaties (COM(2024)0146),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 30 oktober 2024 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2024” (COM(2024)0690) en het bijbehorend werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Serbia 2024 Report” (SWD(2024)0695),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 9 februari 2023 over de door de EU gefaciliteerde dialoog tussen Belgrado en Pristina,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 14 van de Servische grondwet inzake de bescherming van nationale minderheden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden van de Raad van Europa, dat in 2001 door Servië is geratificeerd, en het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden van de Raad van Europa, dat in 2006 door Servië is geratificeerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 26 en 27 oktober 2023 over Kosovo en Servië,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 17 december 2024 over uitbreiding,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het bevel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 29 april 2025 aan Servië om af te zien van het gebruik van sonische apparaten om mensenmassa’s in bedwang te houden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het eindverslag van de verkiezingswaarnemingsmissie van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE/ODIHR) over de vervroegde parlements- en presidentsverkiezingen van 3 april 2022 in Servië, dat op 19 augustus 2022 werd gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van december 2006 en de conclusie van de Raad van maart 2020 en de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad in Kopenhagen van 21 en 22 juni 1993, oftewel de criteria van Kopenhagen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het eindverslag van de verkiezingswaarnemingsmissie van het OVSE/ODIHR over de vervroegde parlementsverkiezingen van 17 december 2023 in Servië, dat op 28 februari 2024 werd gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het memorandum van overeenstemming tussen de Europese Unie en de Republiek Servië over een strategisch partnerschap inzake duurzame grondstoffen, waardeketens voor batterijen, en elektrische voertuigen, dat op 19 juli 2024 werd ondertekend,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 29 februari 2024 over verdieping van de EU-integratie met het oog op toekomstige uitbreidingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6746, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6746/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Servië, met name die van 19 oktober 2023 over de recente ontwikkelingen in de dialoog tussen Servië en Kosovo, met inbegrip van de situatie in de noordelijke gemeenten van Kosovo<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/2654, 29.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2654/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en die van 8 februari 2024 over de situatie in Servië na de verkiezingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6339, 7.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6339/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A10-0072/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat uitbreiding een van de meest succesvolle instrumenten van het buitenlands beleid van de EU is en een strategische geopolitieke investering in vrede, stabiliteit en veiligheid op lange termijn op het Europees continent;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat kandidaat-lidstaten overeenkomstig de criteria van Kopenhagen de waarden van de Unie moeten onderschrijven om in aanmerking te komen voor toetreding;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat democratie en de rechtsstaat de fundamentele waarden zijn waarop de EU is gegrondvest;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat in de afgelopen jaren politieke rechten en burgerlijke vrijheden gestaag zijn uitgehold, waardoor onafhankelijke media, de politieke oppositie en maatschappelijke organisaties onder druk zijn komen te staan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het adviescomité van het kaderverdrag betreffende de bescherming van nationale minderheden van de Raad van Europa zich in zijn vierde advies, aangenomen op 26 juni 2019, kritisch heeft uitgelaten over het feit dat Servië de onderwijsrechten van minderheden nog steeds niet volledig heeft doorgevoerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat vrijheid van godsdienst een kernwaarde van Europa en een fundamenteel mensenrecht is, en dat Servië dan ook verplicht is om deze vrijheid te eerbiedigen en voor alle ingezetenen binnen zijn grondgebied te waarborgen overeenkomstig zijn internationale toezeggingen en zijn verplichtingen inzake de mensenrechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat Servië in lijn met hoofdstuk 23 van het acquis moet aantonen echte vooruitgang te hebben geboekt op het vlak van de daadwerkelijke uitoefening van de rechten van personen die tot een nationale minderheid behoren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat iedere kandidaat-lidstaat op zijn eigen verdiensten wordt beoordeeld en dat hierbij onder meer wordt gelet op de eerbiediging van en de vastbesloten inzet voor gemeenschappelijke Europese rechten en waarden, en op de afstemming van het nationale beleid op het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat Servië Rusland geen sancties heeft opgelegd naar aanleiding van de Russische agressie in Oekraïne; overwegende dat de mate van afstemming van Servië op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) sinds 2021 een dalende trend laat zien; overwegende dat Servië de territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid van Oekraïne steunt, de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne duidelijk heeft veroordeeld en in de VN met de EU heeft meegestemd, alhoewel het Rusland geen sancties heeft opgelegd; overwegende dat de mate van afstemming van Servië op het GBVB is gedaald van 54 % in 2023 tot 51 % in 2024, terwijl andere kandidaat-lidstaten in de regio – Albanië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro en Noord-Macedonië – een afstemming van 100 % hebben bereikt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat Servië een kritiek doelwit is voor buitenlandse desinformatiecampagnes van met name Rusland en China, die hiermee antiwesterse sentimenten willen aanwakkeren; overwegende dat in het eindverslag van het OVSE/ODIHR over de vervroegde parlementsverkiezingen van 17 december 2023 op diverse procedurele tekortkomingen werd gewezen, alsook op het gebruik van wrede taal in de media, die door hun constante bevooroordeeldheid een onevenwichtig voordeel voor de regerende partij teweeg brachten; overwegende dat de problemen die in dat verslag worden genoemd een grondige en onmiddellijke beoordeling behoeven; overwegende dat Servië in september 2018 in het kader van de toetredingsonderhandelingen de strategie tegen cybercriminaliteit 2019-2023 en de bijbehorende actieplannen heeft aangenomen; overwegende dat deze strategie en de bijbehorende actieplannen na december 2023 niet zijn verlengd; overwegende dat Servië zich niet heeft aangesloten bij de beperkende maatregelen van de EU naar aanleiding van cyberaanvallen in 2023 en 2024;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat normalisering van de betrekkingen tussen Kosovo en Servië voor beide landen een voorwaarde is voor voortgang in hun EU-lidmaatschapstraject;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat toetreding tot de EU onontkoombaar een volledige afstemming op de buitenlandse beleidsdoelstellingen van de Unie vereist;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat Servië de territoriale integriteit van Oekraïne erkent, met inbegrip van het schiereiland de Krim en de Donbas-regio;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de EU de belangrijkste handelspartner van Servië is, goed voor 59,7 % van het totale Servische handelsverkeer;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat Rusland zijn invloed in Servië aanwendt voor pogingen tot destabilisatie, inmenging en bedreiging van soevereine buurlanden, en tevens poogt het Europese toekomstsperspectief van Servië te ondermijnen; overwegende dat Russische propagandakanalen als RT (voorheen Russia Today) en Sputnik vrijelijk opereren in Servië en een aanzienlijke rol spelen in het aansturen van een anti-EU- en antidemocratische discours; overwegende dat desinformatie vaak begint met een onjuiste of misleidende uitspraak door een politicus, die door staatsmedia wordt opgepikt en vervolgens op sociale media nog meer aandacht krijgt, vaak met de bedoeling om politieke tegenstanders en democratische beginselen te ondermijnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat op 8 juni 2024 in Belgrado een “All-Serb Assembly” plaatsvond waarbij politieke leiders van Servië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro en Kosovo aanwezig waren, verenigd onder de slogan “One people, one assembly” (Eén volk, eén samenkomst”);</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Inzet voor toetreding tot de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat Servië heeft toegezegd dat EU-lidmaatschap zijn strategische doelstelling is en dat het land ernaar streeft tegen eind 2026 het Servische wetboek volledig aan het EU-acquis te hebben aangepast; dringt bij Servië aan op een snelle en daadkrachtige doorvoering van essentiële hervormingen, vooral in cluster 1, opdat deze zeer ambitieuze toezegging als realistisch, oprecht en betekenisvol kan worden beschouwd; benadrukt dat het voor Servië noodzakelijk is zijn strategische oriëntatie op de EU serieus en stellig aantoonbaar te maken door middel van een sterke politieke wil en consistentie bij de invoering van EU-gerelateerde hervormingen en door middel van objectieve en heldere communicatie richting zijn burgers over de EU, Servië’s Europese toekomst en de daartoe benodigde hervormingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>wijst nogmaals op het strategische belang van de Westelijke Balkan in de huidige geopolitieke context en voor de veiligheid en stabiliteit van de EU als geheel; wijst erop dat het land vanwege zijn geopolitieke positie een directe invloed heeft op de algehele stabiliteit van de regio; veroordeelt derhalve de pogingen van Servië om een invloedssfeer tot stand te brengen die de soevereiniteit van buurlanden ondermijnt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>erkent dat Servië wat macro-economische stabiliteit en fiscale discipline betreft een goed niveau van voorbereiding heeft bereikt en dat de Commissie heeft vastgesteld dat cluster 3 technisch gezien geopend kan worden, maar stelt met bezorgdheid vast dat er in verschillende onderhandelingshoofdstukken weinig of geen algehele vooruitgang is geboekt ten aanzien van de criteria voor EU-lidmaatschap, en wijst met name op tekortkomingen op kritieke gebieden zoals de rechtsstaat, mediavrijheid, hervorming van het openbaar bestuur en afstemming op het EU-beleid – in het bijzonder het EU-buitenlandbeleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>betreurt het uitblijven van substantiële vooruitgang met betrekking tot hoofdstuk 31, aangezien de opstelling van Servië wat betreft het zich aansluiten bij EU-standpunten inzake buitenlands beleid grotendeels ongewijzigd is gebleven, hetgeen voornamelijk te wijten is aan de nauwe betrekkingen van Servië met Rusland; herinnert eraan dat Servië wat zijn afstemming op het GBVB betreft een duidelijke uitzondering is in de Westelijke Balkan; roept Servië op om deze trend te keren en positieve stappen richting een volledige afstemming te zetten; merkt op dat Servië zich weliswaar toenemend achter EU-uitspraken en verklaringen schaart, maar dat dit nog steeds slechts 61 % van de gevallen betreft; is ingenomen met de voortdurende actieve deelname en positieve bijdrage van Servië aan militaire crisisbeheersingsmissies en -operaties van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is ingenomen met de humanitaire steun van Servië aan Oekraïne en neemt kennis van de verkoop van munitie ter waarde van 800 miljoen EUR voor gebruik door Oekraïne in een wederzijds voordelige overeenkomst; merkt op dat Servië zich bij enkele EU-standpunten over de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft aangesloten; betreurt echter dat Servië zich nog steeds niet heeft aangesloten bij de beperkende maatregelen van de EU tegen Rusland; verzoekt de EU de omvang van haar financiële bijstand aan Servië te heroverwegen indien het land antidemocratische ideologieën blijft steunen en blijft weigeren zich achter de beperkende maatregelen van de EU en het GBVB te scharen; roept Servië op zich systematisch en onverwijld aan te sluiten bij de beperkende maatregelen van de EU en het algemene EU-beleid ten aanzien van Rusland en Belarus;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt het belang van sancties tegen Rusland voor de veiligheid van Europa als geheel; betreurt de aanhoudende nauwe betrekkingen van Servië met Rusland, welke vragen doen rijzen over de strategische koers van het land; roept de Servische autoriteiten nogmaals op om transparanter te zijn over de rol en activiteiten van het zogeheten Russisch-Servisch Humanitair Centrum in Nis en om alle militaire samenwerking met Rusland onmiddellijk te beëindigen; neemt kennis van het besluit van Servië om de VN-resolutie waarin de Russische agressie tegen Oekraïne wordt veroordeeld, drie jaar na de grootschalige invasie te steunen; betreurt dat president Vučić de stem van Servië voor de VN-resolutie onmiddellijk mondeling weer introk, en sprak van een “fout”; is van mening dat Servië, door de bevoorrechte betrekkingen met het Kremlinregime in stand te houden, niet alleen zijn geloofwaardigheid als kandidaat-lidstaat ondermijnt, maar ook het vertrouwen van zijn Europese partners en de toekomst van de betrekkingen tussen de EU en Servië op het spel zet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>betreurt dat de steun van de bevolking in Servië voor het EU-lidmaatschap blijft afnemen terwijl de steun voor het regime van Poetin blijft toenemen, wat het resultaat is van een aloude anti-EU- en pro-Russische retoriek die in de media – waar de regering het voor het zeggen heeft – en bij monde van bepaalde regeringsfunctionarissen te horen valt; verzoekt de Servische autoriteiten een op feiten gebaseerd en open debat over toetreding tot de EU te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>betreurt de voortdurende verspreiding van desinformatie, onder meer over de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne; veroordeelt het feit dat het effect van deze praktijken ook in andere landen in de regio merkbaar is; verzoekt de Servische autoriteiten desinformatie te bestrijden en verzoekt de EU de samenwerking met Servië te versterken teneinde de democratische veerkracht te versterken en hybride dreigingen tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>stelt vast dat Servië vooruitgang heeft geboekt bij de afstemming op het visumbeleid van de EU en dringt aan op een volledige afstemming, in het bijzonder met betrekking tot derde landen die een veiligheidsrisico voor de EU vormen, met inbegrip van de dreiging van cyberaanvallen; is ingenomen met de op 25 juni 2024 ondertekende overeenkomst tussen de EU en Servië betreffende operationele samenwerking op het gebied van grensbeheer met Frontex, waarbij nadrukkelijk is gesteld dat in lijn met de grondrechten en internationale normen moet worden opgetreden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>herinnert eraan dat het algehele tempo van de toetredingsonderhandelingen afhankelijk moet zijn van tastbare vooruitgang ten aanzien van de fundamentele kwesties, de rechtsstaat, inzet voor de gedeelde Europese rechten en waarden alsook voor de dialoog tussen Belgrado en Pristina – die in goed vertrouwen moet worden gevoerd met het oog op een wettelijk bindende overeenkomst op grond van wederzijdse erkenning – alsmede voor afstemming op het GBVB van de EU; herhaalt zijn standpunt dat de toetredingsonderhandelingen met Servië alleen mogen worden voortgezet als het land zich aansluit bij de EU-sancties tegen Rusland en aanzienlijke vooruitgang boekt met zijn EU-gerelateerde hervormingen, met name op het gebied van de fundamentele kwesties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>herhaalt zijn zorgen over de verzoenende houding van de Commissie jegens Servië tegen de achtergrond van een jaar waarin sprake is geweest van afbraak van de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten, en waarin Servië een destabiliserende invloed heeft gehad op de hele regio; dringt er bij de Commissie op aan om, ook op het hoogste niveau, duidelijker taal te spreken jegens Servië en er consequent op te wijzen dat het land aanzienlijk tekortschiet en te weinig vooruitgang boekt of zelfs achteruitgang vertoont, en zich dus sterk te blijven maken voor de fundamentele waarden van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt de Servische regering de rol en de voordelen van toetreding tot de EU en van door de EU gefinancierde projecten en hervormingen bij de Servische bevolking onder de aandacht te brengen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Democratie en de rechtsstaat</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst op de aanhoudende uitdagingen bij het waarborgen van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, zoals ongepaste beïnvloeding en politieke druk jegens die rechterlijke macht; uit zijn zorgen over het uitblijven van waarborgen ter voorkoming van politieke inmenging bij benoemingen binnen de rechterlijke macht en bij disciplinaire maatregelen tegen rechters en aanklagers; verzoekt Servië ervoor te zorgen dat de hoge raad voor de rechterlijke macht (High Judicial Council), de hoge raad voor de openbare aanklager (High Prosecutorial Council) en de regering en het parlement van Servië de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de autonomie van het openbaar ministerie doeltreffend en proactief verdedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is de Wet inzake de gerechtelijke academie aan te nemen en het advies van de Commissie van Venetië over te nemen, en de nodige benoemingen in de rechterlijke macht te doen teneinde het aantal vacante posten te verkleinen en de algehele effectiviteit van de rechterlijke organisatie te verbeteren; merkt op dat door de vertraging bij het aannemen van deze wet belangrijke justitiële hervormingen, die nodig zijn voor de afstemming op EU-normen, tot stilstand zijn gebracht; pleit ervoor nog een transparante raadplegingsronde met alle relevante belanghebbenden te houden en het wetsvoorstel daarop aan te passen, teneinde de onafhankelijkheid en controlemechanismen van de instelling te waarborgen en tot de algehele onafhankelijkheid van de rechterlijke macht bij te dragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat er ondanks de aanneming van een nieuwe strategie voor corruptiebestrijding voor 2024-2028 slechts beperkte vooruitgang is geboekt in de strijd tegen corruptie; roept Servië op om het bijbehorende actieplan voor corruptiebestrijding aan te nemen en ten uitvoer te leggen, en om een effectief monitoring- en coördinatiemechanisme op te zetten om de voortgang bij te houden, in lijn met internationale normen; uit zijn bezorgdheid over het feit dat corruptie nog steeds wijdverbreid is op vele gebieden, met name in verband met “projecten van belang voor de Republiek Servië”, en wijst erop dat een sterke politieke wil nodig is om corruptie doeltreffend aan te pakken en om vanuit strafrechtelijke hoek stevig op te treden tegen corruptie op hoog niveau; merkt op dat Servië in de corruptieperceptie-index 2024 op de 105e plaats staat, ver onder het gemiddelde van de EU; is van mening dat het corruptieniveau in Servië een aanzienlijke belemmering voor zijn EU-toetreding vormt; stelt met bezorgdheid vast dat er na jaren nog steeds geen resultaten zijn geboekt in gevallen van groot openbaar belang, zoals in de reeds lang voortdurende zaken Krušik, Jovanjica, Savamala en Belivuk; roept Servië op om de onafhankelijkheid van zijn anticorruptieinstanties te versterken door ervoor te zorgen dat ze genoeg mensen en middelen hebben en dat ze beschermd worden tegen politieke inmenging; verzoekt de regering van Servië het Verdrag inzake bestrijding van omkoping van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling te ondertekenen en haar rechtskader inzake politiële samenwerking en georganiseerde misdaad volledig af te stemmen op dat van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is ingenomen met de meer pluralistische samenstelling van het nieuwe parlement, met een bredere vertegenwoordiging van politieke partijen, met inbegrip van partijen van nationale minderheden; stelt vast dat de vervroegde verkiezingen en de daarmee gepaard gaande onderbreking van het werk van regering en parlement de voortgang van de hervormingen hebben belemmerd; wijst op het frequente patroon van vervroegde verkiezingen, een permanente campagnemodus en lange vertragingen bij de vorming van regeringen, alsook op de ontwrichting van de werkzaamheden van het nationale parlement, waaronder het ontbreken van vragensessies met de regering, het ontbreken van discussies over de rapporten van onafhankelijke instanties, en het frequentere gebruik van spoedprocedures, die leiden tot een gebrek aan parlementair toezicht en legitimiteit, en niet bijdragen tot een doeltreffend democratisch bestuur van het land;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>neemt kennis van het aftreden van minister-president Miloš Vučević op 28 januari 2025, dat op 19 maart 2025 door de Nationale Vergadering werd bevestigd, en van de daaropvolgende verkiezing van de nieuwe regering onder leiding van Đuro Macut, die op 16 april 2025 is benoemd; merkt op dat de Nationale Vergadering zijn werk op 4 maart 2025 na een pauze van drie maanden heeft hervat en veroordeelt alle gewelddadigheden die zich bij die gelegenheid voordeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>herhaalt bereid te zijn de Nationale Vergadering en haar leden te ondersteunen bij de democratische processen die verband houden met het Europese traject van Servië, met inbegrip van de juiste werking van het parlement in overeenstemming met zijn reglement, door gebruik te maken van de bestaande instrumenten en initiatieven van het Europees Parlement ter ondersteuning van de democratie en door zijn steun te verlenen aan het versterken van het parlementair toezicht op het EU-toetredingsproces en daaraan gerelateerde hervormingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>neemt met diepe bezorgdheid kennis van het eindverslag van de verkiezingswaarnemingsmissie van het OVSE/ODIHR over de verkiezingen van december 2023; merkt op dat de Nationale Vergadering in april 2024 een werkgroep voor de verbetering van het verkiezingsproces heeft samengesteld, maar dat tegen het einde van dat jaar geen overeenstemming was bereikt over wettelijke maatregelen om het verkiezingsproces te verbeteren; merkt op dat twee van de drie vertegenwoordigers uit het maatschappelijk middenveld in februari 2025 uit de werkgroep zijn getreden; merkt op dat in de eerste maanden van 2025 stappen zijn ondernomen om de Wet inzake de centrale kiezerslijst te wijzigen, maar dat tussen actoren uit de politiek en het maatschappelijk middenveld geen consensus over de inhoud is bereikt; roept alle parlementaire fracties in de Nationale Vergadering op om met goedkeuring van alle fracties te besluiten tot uitvoering van aanbevelingen van het ODIHR; dringt aan op gelijke behandeling van alle parlementsleden bij de werkzaamheden van de Nationale Vergadering, consequente en doeltreffende toepassing van de parlementaire gedragscode en onpartijdige bestraffing van inbreuken op de parlementaire integriteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>maakt zich zorgen over de toenemende rol van buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging (FIMI) en buitenlandse cyberactiviteiten en inmenging in de democratische verkiezingsprocessen in Servië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>benadrukt dat het cruciaal is in te staan voor de onafhankelijkheid van belangrijke instituties, met inbegrip van regelgevende instanties voor de media zoals de regelgevende autoriteit voor elektronische media (REM – Regulatory Authority for Electronic Media); betreurt dat de verkiezing van de nieuwe leden vertraging heeft opgelopen; betreurt de onregelmatigheden in het nominatieproces; merkt op dat diverse kandidaten zich in februari 2025 uit de selectie hebben teruggetrokken, en hun besluit motiveerden verwijzende naar deze onregelmatigheden; betreurt ten zeerste dat de REM, ondanks haar wettelijke verplichting daartoe, heeft nagelaten het verloop van de verkiezingscampagne van 2023 in de media tijdig te controleren, verslag uit te brengen van haar bevindingen en sancties op te leggen aan mediakanalen die de wet overtraden, haatzaaiende uitlatingen verspreidden of journalistieke normen schonden; merkt bezorgd op dat pluralistische politieke standpunten in de nationale media ontbreken; merkt op dat de REM pluralisme in de media, transparantie over de eigendomsstructuren van mediakanalen en onafhankelijkheid van buitenlandse actoren actief moet bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>betreurt dat de REM vier nationale frequenties heeft toegekend aan kanalen die zich in het verleden schuldig hebben gemaakt aan schending van de journalistieke normen, waaronder het gebruik van haatzaaiende uitlatingen en misleiding van het publiek, het niet in acht nemen van door de REM afgegeven waarschuwingen, verspreiding van desinformatie en steun voor het Kremlin-narratief over de oorlog van Rusland in Oekraïne; betreurt ten zeerste dat de REM de vijfde nationale vergunning niet heeft uitgegeven en dringt erop aan om deze toe te kennen aan de hand van een transparant en onpartijdig proces zonder onnodige vertragingen en in overeenstemming met internationale normen voor vrijheid van de media, zodra een nieuwe REM-raad is verkozen; roept de Servische regering op het verkiezingsproces van nieuwe leden af te breken en opnieuw te beginnen, in overeenstemming met het Servisch recht en internationale normen voor vrijheid van de media;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Fundamentele vrijheden en mensenrechten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>betuigt zijn oprechte medeleven aan de familieleden van de zestien slachtoffers die om het leven zijn gekomen en aan degenen die gewond zijn geraakt toen op 1 november 2024 de luifel van het treinstation van Novi Sad is ingestort; dringt erop aan dat na onderzoek door de autoriteiten een volledige en transparante gerechtelijke procedure wordt ingeleid om degenen die verantwoordelijk zijn te berechten; onderstreept dat ook ruimer moet worden onderzocht in hoeverre corruptie leidde tot een verlaging van de veiligheidsnormen en bijdroeg tot deze tragedie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>betreurt de traagheid waarmee de Servische autoriteiten hebben gereageerd en verantwoording hebben genomen, de traagheid van het onderzoek en het gebrek aan transparantie in de nasleep van de tragedie – zaken die vervolgens onder sterke publieke druk gedeeltelijk zijn geadresseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de problemen van systemische aard die door de studentenprotesten en verschillende andere protesten in Servië onder de aandacht zijn gebracht, zoals kwesties met betrekking tot burgerlijke vrijheden, de scheiding der machten, corruptie, milieubescherming, institutionele en financiële transparantie – in het bijzonder in verband met infrastructuurprojecten – en verantwoordingsplicht; betreurt dat de regering deze kans niet heeft aangegrepen om tegemoet te komen aan de eisen van de studenten en van de burgers die de studenten in goed vertrouwen hebben gesteund; beaamt dat de eisen van de studenten in het verlengde liggen van de hervormingen die Servië wordt geacht door te voeren in zijn EU-toetredingstraject;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>benadrukt het belang van de vrijheid van meningsuiting en van vergadering; roept de autoriteiten van Servië op om de bescherming van de deelnemers aan de vreedzame protesten te waarborgen; neemt kennis van de massale protesten op 15 maart 2025, de grootste in de moderne geschiedenis van Servië; dringt aan op een onpartijdig onderzoek naar de beweringen dat onrechtmatige technologie voor crowdmanagement tegen de demonstranten is gebruikt, waardoor een aantal van hen gewond is geraakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>betreurt het aanhoudende geweld tegen studenten, zo ook het recente incident in het gebouw van de Faculteit Sport en Lichamelijke Opvoeding in Novi Sad, waarbij ten minste vijf mensen gewond raakten als gevolg van het feit dat de politie het gebouw binnendrong, in gezelschap van de decaan, Patrik Drid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>veroordeelt in de krachtigste bewoordingen het misbruik van persoonsgegevens uit openbare registers met het oog op represailles tegen vreedzame demonstranten; roept het openbaar ministerie in Servië op om alle personen aan te klagen die de demonstranten fysiek hebben aangevallen of hebben aangezet tot geweld tegen de demonstranten; is ernstig bezorgd over elke daad van geweld; volgt nauwkeurig de ontwikkelingen met betrekking tot arrestaties van demonstranten en de rechtsvervolging die tegen hen is ingesteld; maakt zich zorgen over de meldingen dat de geheime diensten betrokken waren bij intimidatie en surveillance van de demonstranten; veroordeelt de uitspraken van Servische autoriteiten die aanzetten tot geweld tegen studenten en andere demonstranten; merkt op dat studentenactivisten geconfronteerd worden met intimidatie, juridisch of anderszins, en met buitensporige geweldspleging door de autoriteiten; pleit voor een grondig, onpartijdig en snel onderzoek naar de beschuldiging van geweld tegen demonstranten en wangedrag door de politie tijdens de protesten; dringt er bij de diplomatieke missies van de EU en de lidstaten op aan de lopende rechtszaken in verband met de protesten op de voet te blijven volgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is ernstig bezorgd over de toenemende politieke en financiële druk op leerkrachten in het basis- en middelbaar onderwijs, alsook op professoren aan de universiteit, die geen salaris ontvingen omdat zij hadden deelgenomen aan de collectieve actie ter ondersteuning van de eisen van studenten; betreurt in dit verband de onaanvaardbare gerechtelijke procedures en de lastercampagne in de media tegen de rector van de Universiteit van Belgrado;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>is ernstig verontrust door het feit dat de Servische autoriteiten op grote schaal gebruikmaken van illegale surveillancepraktijken door de inzet van spyware tegen activisten, journalisten en personen uit het maatschappelijk middenveld, zoals wordt aangegeven in recente verslagen van Amnesty International en de SHARE Foundation; dringt er bij de regering van Servië op aan het gebruik van geavanceerde surveillancetechnologie tegen activisten, journalisten en mensenrechtenactivisten onmiddellijk te staken en roept de bevoegde overheidsinstanties op om een grondig onderzoek uit te voeren naar alle bestaande gevallen van onrechtmatige surveillance en onrechtmatig gebruik van spyware en om passende gerechtelijke stappen te ondernemen tegen degenen die daar verantwoordelijk voor zijn; verzoekt de Europese Commissie in dit verband om opvolging te geven aan deze incidenten, deze problemen bij de Servische autoriteiten aan te kaarten en aan te dringen op een grondig onderzoek naar deze kwesties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>betreurt het vermeende illegale afluisteren en vasthouden van vijf activisten van de oppositiepartij Beweging van Vrije Burgers (PSG) en een student van de STAV-organisatie in maart 2025, en de arrestatiebevelen die tegen andere STAV-activisten zijn uitgevaardigd; veroordeelt het gebruik van deze zaak door de propagandamedia en de ongegronde verlenging van de detentie; dringt er bij de Servische autoriteiten op aan Marija Vasić, Lazar Dinić, Mladen Cvijetić, Lado Jovović, Srđan Đurić en Davor Stefanović vrij te laten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verwerpt beschuldigingen dat de EU en sommige van haar lidstaten betrokken zouden zijn geweest bij het organiseren van de studentenprotesten met de bedoeling een “kleurenrevolutie” te ontketenen; verwerpt in dit verband met klem de onrechtmatige arrestaties en uitwijzingen van EU-burgers en de openbaarmaking van de persoonsgegevens van EU-burgers door veroordeelde oorlogsmisdadigers, alsook de haatzaaiende uitlatingen tegen nationale minderheden; drukt zijn bezorgdheid uit over het toenemende aantal detenties van EU-burgers bij de grens van Servië; merkt op dat het anti-EU-discours ertoe leidt dat de steun voor EU-integratie in de Servische samenleving afneemt en de aanwezigheid van buitenlandse autocratische actoren in het land wordt versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt de Servische autoriteiten om het vertrouwen van burgers in overheidsinstellingen te herstellen door transparantie en verantwoordingsplicht te waarborgen; moedigt alle politieke en maatschappelijke actoren aan een inclusieve, inhoudelijke dialoog aan te gaan met het oog op de uitvoering van EU-gerelateerde hervormingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>merkt op dat de mediavrijheid in Servië verder is verslechterd, zoals blijkt uit het feit dat Servië in de wereldindex voor persvrijheid van Verslaggevers zonder Grenzen van 2024 naar de 98e plaats is gezakt; verzoekt Servië dringend de professionaliteit, diversiteit en pluraliteit van de media te verbeteren en te beschermen, en hoogwaardige onderzoeksjournalistiek, de hoogste ethische journalistieke normen middels eerbiediging van journalistieke gedragscodes, en mediageletterdheid te bevorderen; herinnert aan het belang van pluraliteit en transparantie in de media, onder meer wat betreft eigendom en financiering, vooral door middel van een betere betrokkenheid van de REM; herinnert eraan dat de concentratie van media-eigendom nadelige gevolgen kan hebben voor de vrijheid van de media en de professionaliteit van de verslaglegging; beaamt nogmaals dat Servië zich als onderdeel van de toetredingsonderhandelingen op één lijn met de EU moet positioneren wat betreft zaken van strategisch belang, zoals het tegengaan van FIMI; roept Servië op zich aan te sluiten bij het EU-beleid inzake het tegengaan van buitenlandse inmenging en desinformatiecampagnes door concrete regelgevende maatregelen conform de EU-normen ten uitvoer te leggen, zoals de bepalingen in de digitaledienstenverordening<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en Verordening (EU) 2024/900 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/900 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame (PB L, 2024/900, 20.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/900/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; spoort Servië, de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en het Europees Centrum voor de bestrijding van hybride dreigingen aan om met elkaar samen te werken bij het tegengaan van desinformatie; verlangt van de autoriteiten dat alle gevallen van haatzaaien, lastercampagnes en strategische rechtszaken tegen journalisten worden onderzocht en dat de daders vervolgd worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>is ernstig bezorgd over de gemelde gevallen van aanvallen op, digitale surveillance en intimidatie van journalisten, mensenrechtenactivisten en maatschappelijke organisaties, zoals de recente inval op 25 februari 2025 door de politie bij vier grote maatschappelijke organisaties, zogenaamd vanwege vermeend misbruik van middelen van het Amerikaans Bureau voor Internationale Ontwikkeling (USAID); veroordeelt ten strengste de aanhoudende lastercampagnes tegen en intimidatie van het maatschappelijk middenveld in Servië, waaronder valse beschuldigingen van samenzweringen om de regering met steun uit het buitenland omver te werpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>is bezorgd over het feit dat maatschappelijke organisaties in Servië met steeds meer problemen geconfronteerd worden, waaronder beperkende voorwaarden, financieringsbeperkingen, invallen door de politie en andere vormen van intimidatie door overheidsinstanties; onderstreept het belang van een kader dat plaatselijke, bruisende maatschappelijke organisaties in staat stelt vrijelijk hun activiteiten uit te voeren en op inclusieve en zinvolle wijze deel te nemen aan de beleidsvorming, waaronder het proces van opname in de EU; betreurt dat Servië momenteel geen kader heeft waarbinnen levendige en pluralistische maatschappelijke organisaties – met name organisaties op het vlak van democratieondersteuning en verkiezingswaarneming – vrijelijk hun activiteiten kunnen uitvoeren en op inclusieve en zinvolle wijze deel kunnen nemen aan de beleidsvorming; uit zijn bezorgdheid over recente invallen bij de kantoren van maatschappelijke organisaties; dringt erop aan dat onderzoek wordt gedaan naar alle aanvallen en lastercampagnes tegen maatschappelijke organisaties en dat de transparantie van overheidsfinanciering wordt verbeterd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>veroordeelt de politieke druk die wordt uitgeoefend op universiteiten en andere onderzoeksinstellingen met een overhaast regeringsdecreet waarmee de academische vrijheid van onderzoekers wordt aangetast en hun salarissen worden verlaagd; veroordeelt de lasterpraatjes over professoren, onderzoekers en ander academisch personeel in regeringsgezinde media; betreurt de toenemende inzet van tijdelijke contracten voor leraren en andere ambtenaren als politiek instrument om druk en controle uit te oefenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>dringt er bij de Servische autoriteiten op aan om de beschikbaarheid van openbare omroepdiensten in alle minderheidstalen in het hele land uit te breiden en er zo voor te zorgen dat alle gemeenschappen gelijke toegang tot media hebben, naar het voorbeeld van de beproefde praktijk uit de regio Vojvodina;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over het wetsontwerp dat op 29 november 2024 bij het Servische parlement is ingediend en waarin wordt voorgesteld een wet inzake buitenlandse agenten naar Russisch model in te voeren; herinnert de Servische wetgevers eraan dat maatschappelijke organisaties en journalisten een belangrijke rol spelen in een gezonde democratische samenleving; herhaalt dat dergelijke wetgeving onverenigbaar is met de waarden van de EU; merkt op dat meerdere maatschappelijke organisaties in februari 2025 hun samenwerking met de wetgevende en uitvoerende arm van de regering hebben opgeschort;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>uit zijn ernstige bezorgdheid over het feit dat de bescherming van erfgoed in Servië in toenemende mate een politieke kwestie is geworden, hetgeen blijkt uit de intrekking van de beschermde status van culturele monumenten en het negeren van wettelijke procedures in verband met monumentenzorg, bijvoorbeeld in het geval van het modernistische complex Generalštab;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>vraagt Servië desinformatie te bestrijden, met inbegrip van manipulatieve anti-EU-narratieven, en vraagt met name de van de Servische staat afkomstige desinformatiecampagnes te staken; veroordeelt de opening van een RT-kantoor in Belgrado, de start van een onlinenieuwsvoorziening door RT in de Servische taal, en de voortzetting van de Russische onlinenieuwsdienst Sputnik Srbija, die wordt gebruikt voor de verspreiding van pro-Russische narratieven en desinformatie in de hele Westelijke Balkan; verzoekt de Servische autoriteiten met klem hybride dreigingen tegen te gaan en zich volledig aan te sluiten bij het besluit van de Raad inzake de opschorting van de omroepactiviteiten van Sputnik en RT; is zeer bezorgd over de verspreiding van desinformatie over de Russische agressie tegen Oekraïne; verzoekt Servië en de Commissie de infrastructuur te versterken met het oog op de bestrijding van desinformatie en andere hybride dreigingen; veroordeelt de toenemende invloed van door de Russische en Chinese staat gevoede desinformatie in Servië, onder meer via de verspreiding van anti-EU- en antidemocratische narratieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>neemt nota van de aanneming van de nationale strategie voor gelijkheid en de strategie ter voorkoming van en bescherming tegen discriminatie, en dringt aan op een volledige uitvoering van deze strategieën en op een verdere afstemming op Europese normen; dringt er bij de autoriteiten op aan om de aanbevelingen van de Groep van deskundigen inzake actie tegen geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (GREVIO) op te volgen en zo de naleving van het door Servië geratificeerde Verdrag van Istanbul te verbeteren; merkt bezorgd op dat de uitvoering van de wet inzake gendergelijkheid tijdelijk is opgeschort door het grondwettelijk hof; uit zijn bezorgdheid over het feit dat organisaties die zich inzetten voor vrouwenrechten en gendergelijkheid consistent te weinig ondersteuning ontvangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>is zeer onthutst over de achteruitgang van de democratie in Servië, een situatie die nog wordt verergerd door een negatief migratiesaldo als gevolg van economische problemen en politieke vervolging; benadrukt dat vooral jonge, hoogopgeleide en werkende mensen gedwongen worden het land te verlaten, evenals personen die vanwege hun politieke opvattingen onder druk staan en bedreigd worden, onder wie Dijana Hrka, de moeder van een van de slachtoffers van de tragedie bij het station van Novi Sad, die vreest voor haar veiligheid na onder druk te zijn gezet door aanhangers van de SNS;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>benadrukt dat de Servische autoriteiten concrete stappen moeten zetten voor de handhaving en versterking van de rechten van kinderen in Servië, onder meer door het derde Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het kind te ratificeren, door een nationaal actieplan voor de rechten van het kind aan te nemen, door een nieuwe strategie inzake geweld tegen kinderen aan te nemen aangezien het vorige kader is verlopen, en door een nationaal kader voor de bescherming van kinderen tegen misbruik en verwaarlozing in te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>is ingenomen met het feit dat de Belgrade Pride 2024, de grootste tot dusver in Servië, vreedzaam is verlopen, weliswaar met een grote inzet van de politie die de deelnemers aan het evenement beschermde;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>benadrukt dat er sterk moet worden ingezet op het waarborgen van de rechten van nationale minderheden, het waarborgen van hun volledige vertegenwoordiging op alle bestuursniveaus, het behoud van hun culturele identiteit door het gebruik van hun respectieve talen en door tegemoet te komen aan hun onderwijsbehoeften, hun vrijheid van meningsuiting en hun toegang tot informatie, en dat actief onderzoek moet worden gedaan naar haatmisdrijven, aangezien al deze zaken ontegenzeglijk behoren tot de gemeenschappelijke Europese waarden; betreurt het feit dat bijna alle nationale minderheden enkel in formele zin een beschermde status genieten; uit zijn zorgen over de praktijk van pro forma vertegenwoordiging van nationale minderheden, waarbij de regering de controle behoudt; verzoekt Servië het cultureel erfgoed en de tradities van zijn nationale minderheden te beschermen en te bevorderen en in het bijzonder een positief klimaat voor onderwijs in minderheidstalen te creëren door onder meer voldoende leerkrachten, lesboeken en aanvullend lesmateriaal ter beschikking te stellen en betreurt de schending van minderheidsrechten in dit verband; roept Servië op te staken met het stoken tussen nationale minderheden met verschillende nationale identiteiten aangezien hiermee verdeeldheid binnen deze gemeenschappen wordt gezaaid, en veroordeelt ten strengste de gemelde gevallen van haatzaaiende uitlatingen tegen een aantal van deze minderheden; merkt op dat het opstellen van een nieuw actieplan voor de rechten van nationale minderheden aanzienlijke vertraging heeft opgelopen en benadrukt met klem dat Servië dit plan moet afmaken en onmiddellijk ten uitvoer moet leggen; wijst erop dat het nieuwe actieplan de bevindingen en aanbevelingen van het adviescomité van het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden van de Raad van Europa volledig in acht moet nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>spreekt zijn bezorgdheid uit over de aanzienlijke daling in het bevolkingsaantal van bepaalde minderheidsgroepen, waaronder de Bulgaarse minderheid; verzoekt Servië het recht te waarborgen om namen en talen te gebruiken die specifiek zijn voor minderheidsgroepen, met inbegrip van vrouwen binnen de Bulgaarse gemeenschap; stelt met bezorgdheid vast dat niet alle schoolboeken in het Bulgaars zijn vertaald; verzoekt de Servische regering ervoor te zorgen dat de Kroatische minderheid in Servië dezelfde rechten geniet als de Servische minderheid in Kroatië, met name wat betreft het waarborgen van vertegenwoordiging op alle bestuursniveaus, ook op regionaal en lokaal niveau; herhaalt zijn bezorgdheid over de beperkende en arbitraire handhaving van de Wet inzake vast en tijdelijk verblijf waardoor de adressen van duizenden Albanezen in het zuiden van Servië uit het bevolkingsregister zijn verwijderd; wijst met klem op de situatie van de Roemeense orthodoxe kerk in Servië, die door de staat niet officieel als traditionele kerk wordt erkend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>betreurt de pogingen van de Servische autoriteiten om de nationale identiteit van gemeenschappen binnen het land te ondermijnen; spreekt in dit verband zijn bezorgdheid uit over de verspreiding van bepaalde narratieven, bijvoorbeeld over de “Shopi-natie”, waarmee wordt geprobeerd het bestaan van de Bulgaarse gemeenschap, haar geschiedenis en cultureel erfgoed te ontkennen; betreurt de huiszoekingen door de Servische autoriteiten bij het cultureel centrum van Bosilegrad, alsook het juridisch vooronderzoek dat is ingezet tegen activisten van ngo’s vanwege “etnische haat”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>roept Servië op om zich te weerhouden van het verdraaien van historische gebeurtenissen, zoals het discours rondom het zogenaamde bloedbad in Surdulica, wat alleen maar dient om verdeeldheid en haat jegens minderheden en buurlanden te zaaien en wat niet samengaat met EU-lidmaatschap;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verzoening en goede nabuurschapsbetrekkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>herhaalt dat goede nabuurschapsbetrekkingen en regionale samenwerking essentiële bestanddelen van het uitbreidingsproces zijn; roept Servië op om een einde te maken aan de binnenkomstbeperkingen voor maatschappelijke activisten en kunstenaars uit de regio, aangezien met een dergelijke handelswijze de regionale dialoog en samenwerking ondermijnd worden; bevestigt bovendien nogmaals het belang van stabiliteit alsook veerkracht tegenover buitenlandse inmenging in binnenlandse democratische processen in de landen in Zuidoost-Europa; benadrukt dat het van belang is dat Servië goede nabuurschapsbetrekkingen ontwikkelt, bilaterale overeenkomsten ten uitvoer legt en een oplossing vindt voor onopgeloste bilaterale kwesties met zijn buurlanden; wijst op de deelname van Servië aan regionale initiatieven en de actieve betrokkenheid van Servië bij het groeiplan voor de Westelijke Balkan en de gemeenschappelijke regionale markt; benadrukt dat eerbiediging van de rechten van nationale minderheden een essentiële voorwaarde is voor voortgang in het Europese toetredingstraject van Servië;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>dringt aan op historische verzoening waarbij discriminatie en vooroordelen uit het verleden worden losgelaten; betreurt de recente opruiende retoriek van de regering tegen buurlanden die het openen van cluster 3 voor Servië niet steunden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>herhaalt dat Servië zich moet onthouden van inmenging in de binnenlandse politiek van zijn buurlanden op de Westelijke Balkan, onder meer met betrekking tot de ongrondwettelijke viering van de Dag van de Servische Republiek in Bosnië en Herzegovina en het in twijfel trekken van rechterlijke uitspraken in Bosnië en Herzegovina;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>dringt er bij Servië op aan zich sterker te maken voor verzoening en oplossingen te zoeken voor geschillen uit het verleden, in het bijzonder waar het vermiste personen betreft, te weten 1 782 personen in Kroatië, 7 608 personen in Bosnië en Herzegovina en 1 595 personen in Kosovo; roept de Servische autoriteiten op om te zorgen voor gerechtigheid voor slachtoffers door gerechtelijke uitspraken inzake oorlogsmisdaden te aanvaarden en te eerbiedigen, door te strijden tegen straffeloosheid ten aanzien van oorlogsmisdaden, door onderzoek te doen naar zaken betreffende vermiste personen, door onderzoek te doen op locaties met graven en door binnenlandse openbaar aanklagers te steunen bij hun inspanningen om daders voor het gerecht te brengen, hetgeen ook de medewerking van andere partijen vereist; veroordeelt ten stelligste de wijdverbreide publieke ontkenning van internationale vonnissen inzake oorlogsmisdaden, waaronder de ontkenning van de genocide in Srebrenica;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt de gerechtelijke autoriteiten in Servië ervoor te zorgen dat in alle gevallen van oorlogsmisdaden aan de normen voor een eerlijk proces wordt voldaan en gerechtigheid voor slachtoffers wordt bewerkstelligd; pleit ervoor om ontkenning van oorlogsmisdaden en verheerlijking van oorlogsmisdadigers op te nemen in het wetboek van strafrecht zodat elke vorm van ontkenning van oorlogsmisdaden, zoals bepaald door de vonnissen van het Internationaal Straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië en het Internationaal Gerechtshof, kan worden vervolgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>spreekt nogmaals zijn steun uit voor het initiatief tot oprichting van een regionale commissie voor de vaststelling van feiten over oorlogsmisdaden en andere ernstige schendingen van de mensenrechten die zijn begaan op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië (Recom);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>herhaalt zijn standpunt over het belang van het openstellen en publiceren van oorlogsarchieven en herhaalt zijn oproep om de archieven van het voormalige Joegoslavië open te stellen en met name toegang te verlenen tot de dossiers van de voormalige Joegoslavische geheime dienst (UDBA) en de contra-inlichtingendienst van het Joegoslavische volksleger (KOS) en om de dossiers terug te geven aan de respectieve regeringen als zij daarom vragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>geeft nogmaals blijk van zijn volledige steun aan de door de EU gefaciliteerde dialoog en is ingenomen met de benoeming van Peter Sørensen als speciale vertegenwoordiger van de EU voor de dialoog tussen Belgrado en Pristina;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>wijst nogmaals op het belang van constructieve betrokkenheid van zowel de Servische als de Kosovaarse autoriteiten om een alomvattende, juridisch bindende normaliseringsovereenkomst tot stand te brengen op basis van wederzijdse erkenning en in overeenstemming met het internationaal recht; roept zowel Kosovo als Servië op om het Akkoord van Brussel en het Akkoord van Ohrid uit te voeren, hetgeen onder andere de oprichting van de vereniging van gemeenten met een Servische meerderheid inhoudt, alsook het staken van het verzet van Servië tegen het lidmaatschap van Kosovo van regionale en internationale organisaties, en af te zien van unilaterale acties die de dialoog zouden kunnen verstoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>verwacht van Kosovo en Servië dat ze hun volledige medewerking verlenen en alle nodige maatregelen treffen om de daders van de terroristische aanslag van 2023 in Banjska aan te houden en snel voor de rechter te brengen; betreurt dat Servië nog steeds geen vervolging heeft ingesteld tegen de schuldigen, met name Milan Radoičić, de vicevoorzitter van Srpska Lista; benadrukt nogmaals dat ook de daders van de terroristische aanslag in Zubin Potok ter verantwoording moeten worden geroepen en onverwijld voor de rechter moeten worden gebracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Commissie om zich proactiever op te stellen bij het aansturen van de dialoog; pleit voor een grotere rol voor het Europees Parlement bij het faciliteren van de dialoog door middel van regelmatige bijeenkomsten van de gezamenlijke parlementaire vergadering;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sociaal-economische hervormingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is verheugd over de geleidelijke vooruitgang die Servië heeft geboekt bij de ontwikkeling van een functionerende markteconomie met een positieve groei van het bbp en met meer buitenlandse investeringen in bepaalde sectoren; merkt op dat Servië voor het eerst een kredietbeoordeling van het niveau “investment-grade” heeft gekregen; onderstreept het feit dat de EU de belangrijkste handelspartner, de grootste bron van directe buitenlandse investeringen en verreweg de grootste donor van Servië is; herhaalt dat de financiële steun, waar Servië veel voordeel van heeft, afhankelijk is van het versterken van de democratische beginselen en de afstemming op het GBVB en andere EU-beleidslijnen; herhaalt dat er meer substantiële hervormingen nodig zijn van de arbeidsmarkt, het onderwijs en het openbaar bestuur, waarbij tevens de sociale ongelijkheden moeten worden aangepakt; spreekt zijn bezorgdheid uit over de schaal waarop grote intergouvernementele contracten worden gegund die buiten het bestaande rechtskader voor openbare aanbestedingen vallen; betreurt echter dat de staatsschuld als percentage van het bbp flink boven het Oost-Europees gemiddelde ligt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>is bezorgd over de investeringen van Rusland en China in Servië en de toenemende invloed die deze landen uitoefenen op de politieke en economische processen in de regio;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>roept Servië op zich meer in te spannen en meer te investeren in de sociaal-economische ontwikkeling van zijn grensregio’s teneinde de ontvolking tegen te gaan en ervoor te zorgen dat inwoners toegang hebben tot essentiële diensten zoals gezondheidszorg en onderwijs en arbeidskansen; onderstreept het potentieel van de IPA III-programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking als belangrijk instrument om duurzame regionale groei voor de lange termijn te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>is ingenomen met de actieve betrokkenheid van Servië bij de uitvoering van het nieuwe groeiplan voor de Westelijke Balkan; neemt ter kennis dat Servië op 3 oktober 2024 zijn hervormingsagenda heeft aangenomen; is van mening dat het benutten van de mogelijkheden van het groeiplan een verdere stimulans zou opleveren voor de Servische economie, die de afgelopen drie jaar van meer dan 586 miljoen EUR aan financiële en technische bijstand in het kader van IPA III heeft geprofiteerd; is van mening dat de financiering van de EU de democratische hervormingen van het land beter moeten ondersteunen; dringt in die context aan op een herprogrammering van de desbetreffende EU-financiering, met inbegrip van het groeiplan voor de Westelijke Balkan, om meer middelen te herbestemmen voor de ondersteuning van justitiële hervormingen en anticorruptiemaatregelen, en ten behoeve van onafhankelijke media en maatschappelijke organisaties, zodat het kritieke werk dat zij verrichten wordt gesteund, in het bijzonder gezien het vacuüm dat is ontstaan door de terugtrekking van donoren uit de VS; roept de EU en de landen van de Westelijke Balkan bovendien op een kader in te stellen voor een vruchtbare samenwerking tussen het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en zijn tegenhangers in de Westelijke Balkan, om ervoor te zorgen dat het EOM zijn bevoegdheid op het gebied van IPA III-middelen en de faciliteit voor de Westelijke Balkan in de begunstigde landen op doeltreffende wijze kan uitoefenen; dringt er bij de Servische autoriteiten op aan zich meer in te spannen om burgers over de voordelen van EU-financiering te informeren en om meer zichtbaarheid te geven aan deze financiering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>betreurt het feit dat een openbare raadpleging geen deel uitmaakte van het proces van aanneming van de Servische hervormingsagenda; pleit voor doeltreffender toezicht op de financieringsprogramma’s en projecten van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>pleit voor meer regionale samenwerking tussen de landen van de Westelijke Balkan zodat zij beproefde praktijken kunnen uitwisselen en gemeenschappelijke strategieën voor het bestrijden van desinformatie en buitenlandse inmenging kunnen ontwikkelen; beklemtoont de rol van de EU bij het faciliteren van dergelijke vormen van samenwerking; pleit voor het voortzetten en versterken van het regionale IPA-cyberbeveiligingsprogramma;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>erkent de belangrijke rol van het bedrijfsleven in Servië bij het vergroten van economische convergentie met de EU, onder meer via de kansen in verband met de uitvoering van het groeiplan voor de Westelijke Balkan, die een duurzaam alternatief vormen voor Russische en |Chinese investeringen in het land; is ingenomen met de bijdrage die het bedrijfsleven levert aan het verbeteren van de sociaal-economische betrekkingen in de Westelijke Balkan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>neemt nota van het feit dat het Servische bedrijfsleven zich inzet om te pleiten voor toetreding van de landen van de Westelijke Balkan tot de eengemaakte markt van de EU als een concrete stap richting volwaardig EU-lidmaatschap; dringt aan op duidelijke, meetbare acties en goed gedefinieerde rollen en verantwoordelijkheden in het kader van de uitvoering van het actieplan voor de gemeenschappelijke regionale markt, welke een belangrijke aanjager is van een succesvolle toetreding van de regio tot de eengemaakte markt van de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Energie, milieu, duurzame ontwikkeling en connectiviteit</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>verzoekt Servië zich meer in te zetten voor de omzetting van het relevante milieu- en klimaatacquis in nationaal recht en zorg te dragen voor de juiste toepassing van milieubeschermingsnormen, onder meer door het bestuurlijke en technische vermogen op alle regeringsniveaus flink te verbeteren, mate name wat betreft wetgeving inzake afvalbeheer en de aanneming van het programma voor aanpassing aan klimaatverandering en het nationale energie- en klimaatplan; dringt er bij de Servische autoriteiten op aan de transparantie en de milieueffectbeoordelingen met betrekking tot alle investeringen, ook die uit China en Rusland, te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>spreekt opnieuw zijn teleurstelling uit over het gebrek aan actie met betrekking tot de vervuiling van de rivier de Dragovishtitsa, die het gevolg is van de exploitatie van mijnen in de regio, en de schadelijke effecten daarvan op de gezondheid van de plaatselijke bevolking en op het milieu;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>verzoekt Servië meer werk te maken van de decarbonisatie van zijn energiesysteem en een doeltreffende handhaving van de regels voor het terugdringen van vervuiling door thermische centrales mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>benadrukt dat meer vooruitgang moet worden geboekt op het vlak van grensoverschrijdende samenwerking met buurlanden, met name ten aanzien van het grensoverschrijdende wegennet; dringt er bij Servië op aan de activiteiten zoals vastgelegd in het memorandum van overeenstemming betreffende samenwerking op het gebied van milieubescherming met Bulgarije te gaan uitvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>neemt kennis van het memorandum van overeenstemming tussen de EU en Servië waarmee met het oog op de Europese energietransitie en overeenkomstig de hoogste milieunormen een strategisch partnerschap inzake duurzame grondstoffen, waardeketens voor batterijen, en elektrische voertuigen tot stand wordt gebracht; herinnert eraan dat in een dergelijk strategisch partnerschap de dialoog met betroffen burgers, de wetenschappelijke gemeenschap en het maatschappelijk middenveld centraal moet staan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>is ingenomen met het akkoord inzake lagere roamingkosten dat tijdens de top van Tirana is bereikt; roept de autoriteiten, private partijen en alle belanghebbenden in dit verband op tot een faciliterende houding zodat de afgesproken doelen behaald kunnen worden, te weten een aanmerkelijke verlaging van de roamingtarieven voor data en verdere verlagingen die de prijzen voor communicatie tussen de Westelijke Balkan en de EU tegen 2027 op ongeveer het niveau van de binnenlandse prijzen brengen; is ingenomen met de inwerkingtreding van de eerste uitvoeringsfase van de routekaart voor roaming tussen de Westelijke Balkan en de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>herhaalt dat het voor Servië belangrijk is om zijn energievoorziening te diversifiëren, om niet langer afhankelijk te zijn van Rusland; neemt kennis van de door de Verenigde Staten aangekondigde sancties tegen het olie- en gasbedrijf Naftna Industrija Srbije (NIS), een dochteronderneming van het Russische Gazprom; is ingenomen met de voltooiing van de gaspijplijn tussen Servië en Bulgarije (IBS) in december 2023; betreurt het uitstel van de start van de commerciële operaties van IBS; dringt aan op een snelle afronding van de vergunningsprocedure zodat de pijplijn in overeenstemming met het acquis van de energiegemeenschap volledig operationeel kan worden; merkt op dat Servië bezig is met het invoeren van een CO2-heffing per 2027 als stap in de richting van afstemming van zijn beleid op het emissiehandelssysteem van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>merkt op dat alle hoofdstukken van cluster 4 inzake de groene agenda en duurzame connectiviteit zijn geopend; beschouwt de aanneming van de Wet inzake milieu-effectbeoordelingen als een positieve stap in de richting van milieubescherming in Servië, maar betreurt dat de nieuwe wet niet volledig is afgestemd op de relevante Richtlijn 2014/52/EU<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 124 van 25.4.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/52/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, aangezien de wet ruimte biedt om grote projecten doorgang te laten vinden zonder uitgebreid milieuonderzoek; herhaalt dat het nodig is beschermde gebieden aan te wijzen en deze streng te beheren, vooral die gebieden die de status van Belangrijk Vogelgebied hebben (IBA’s – Important Bird and Biodiversity Areas); dringt erop aan speciale aandacht te besteden aan kritieke gebieden waar de handhaving op stropen verbeterd moet worden;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, en de president, de regering en de Nationale Vergadering van Servië.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>