<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0104</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Mededingingsbeleid – jaarverslag 2024</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0071/2025 - Rapporteur: Lara Wolters)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 8 mei 2025 over het mededingingsbeleid – jaarverslag 2024 (2024/2079(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name de artikelen 101 tot en met 109,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de publicatie getiteld “De keuze van Europa – Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029”, gepresenteerd door Ursula von der Leyen op 18 juli 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness” (De toekomst van het Europese concurrentievermogen),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Enrico Letta van 18 april 2024 getiteld “Much more than a market” (Veel meer dan een markt),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 21/2024 van de Europese Rekenkamer van 23 oktober 2024 getiteld “Snelle reactie, maar tekortkomingen in de monitoring door de Commissie en inconsistenties in het kader ter ondersteuning van de doelstellingen van het EU-industriebeleid”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 139/2004 van de Raad van 20 januari 2004 betreffende de controle op concentraties van ondernemingen (de “EG-concentratieverordening”)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 24 van 29.1.2004, blz. 1, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2004/139/oj.</STRING></FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>	gezien artikel 11 VWEU, waarin wordt bepaald dat “De eisen inzake milieubescherming moeten worden geïntegreerd in de omschrijving en uitvoering van het beleid en het optreden van de Unie, in het bijzonder met het oog op het bevorderen van duurzame ontwikkeling”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 3 van Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 betreffende een algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030<FOOTNOTE><FIELD>PB L 114 van 12.4.2022, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/591/oj.</FIELD></FOOTNOTE> waarin wordt bepaald dat milieuonvriendelijke subsidies, in het bijzonder subsidies voor fossiele brandstoffen, onverwijld moeten worden uitgebannen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 3 september 2024 in zaak C‐611/22 P (Illumina/Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 3 september 2024, Illumina/Europese Commissie, C-611/22 P, ECLI:EU:C:2024:677.</FIELD></FOOTNOTE>), van 10 september 2024 in zaak C‐465/20 P (Europese Commissie/Ierland en andere<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Gerecht van 10 september 2024, Europese Commissie/Ierland en andere, C‐465/20 P, ECLI:EU:C:2024:724.</FIELD></FOOTNOTE>) en van 10 september 2024 in zaak C‐48/22 P (Google en Alphabet/Commissie)<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 10 september 2024, Google en Alphabet./Europese Commissie, C-48/22 P, CLI:EU:C:2024:726.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van juni 2024 getiteld “Protecting competition in a changing world – Evidence on the evolution of competition in the EU during the last 25 years”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie getiteld “The role of commodity traders in forming agricultural markets”, gepubliceerd door zijn beleidsondersteunende afdeling Structuur- en Cohesiebeleid in november 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) getiteld “CRA Market Share Report: 2023 edition” van 20 december 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10-0071/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de huidige uitdagende economische, klimatologische en geopolitieke situatie, die wordt gekenmerkt door onzekerheid en onvoorspelbaarheid, een nieuwe aanpak vereist van het Europese concurrentievermogen, alsmede concrete strategieën om de economische groei te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat een adequate handhaving van het EU-mededingingsbeleidskader leidt tot lagere prijzen, hogere kwaliteit, meer keuze voor consumenten, snellere innovatie en een eerlijkere en veerkrachtigere economie, de toegangsvoorwaarden voor marktdeelnemers op de interne markt beschermt en misbruik van machtsposities, monopolies en praktijken die de interne markt verstoren, aanpakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat in het rapport van Mario Draghi wordt benadrukt dat de EU beschikt over een brede en gediversifieerde industriële innovatiebasis, met een sterk comparatief voordeel op het gebied van groene technologieën, maar dat aanhoudende inspanningen nodig zijn om dat voordeel te behouden; overwegende dat de integratie van klimaat- en milieuoverwegingen in het mededingingsbeleid in dit verband van essentieel belang is; overwegende dat in het rapport Letta wordt gesteld dat de gebrekkige integratie in de financiële, de energie- en de elektronischecommunicatiesector van de EU een van de voornaamste redenen is waarom het concurrentievermogen van Europa afneemt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het mededingingsbeleid van de EU kan bijdragen aan de versterking van de veerkracht van de interne markt en aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europese Green Deal, het digitale kompas 2030 en het kompas voor concurrentievermogen, waarvoor internationale uitwisselingen en samenwerking van essentieel belang zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de Commissie en de nationale mededingingsautoriteiten op onpartijdige en objectieve wijze moeten optreden om de geloofwaardigheid van het mededingingsbeleid van de EU te waarborgen; overwegende dat de politieke onafhankelijkheid van nationale mededingingsautoriteiten van cruciaal belang is om de onpartijdigheid en geloofwaardigheid van het mededingingsbeleid te waarborgen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemene overwegingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>wijst erop dat het mededingingsbeleid van de EU tot doel heeft bescherming te bieden tegen buitensporige concentraties en accumulatie van marktmacht, en benadrukt de rol van dat beleid bij de bescherming van consumenten, door ervoor te zorgen dat de markten concurrerend, efficiënt, dynamisch en innovatief blijven, en producten en diensten van hoge kwaliteit leveren tegen eerlijke prijzen en redelijke winstmarges;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>merkt op dat het mededingingsbeleid een rol moet spelen bij alle beleidsstrategieën van de EU, onder meer op het gebied van duurzaamheid, energie, defensie en digitalisering; verwelkomt de toezegging van de Commissie om de Clean Industrial Deal vergezeld te doen gaan van een nieuw kader voor staatssteun teneinde het concurrentievermogen te waarborgen door de nodige overheidssteun voor de energietransitie te mobiliseren om de EU-industrie koolstofvrij te maken, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat dit geen belemmering vormt voor innovatie, de prijzen niet verhoogt en de concurrentie op de interne markt niet beperkt; benadrukt dat staatssteun de eerlijke en doeltreffende concurrentie niet mag verstoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat de invloed en het belang van de interne markt van de EU op wereldschaal niet alleen voortvloeien uit haar interne en externe concurrentievermogen, maar ook uit haar vermogen om gemeenschappelijke normen vast te stellen en de territoriale cohesie te waarborgen; merkt op dat beleidsmakers tegelijkertijd terdege rekening moeten houden met internationale ontwikkelingen op het gebied van regelgeving en markt en verzoekt de Commissie te streven naar een voortgezette dialoog en samenwerking op internationaal niveau, onder meer via samenwerkingsovereenkomsten van de tweede generatie die een effectievere informatie-uitwisseling tussen mededingingsautoriteiten mogelijk maken, en ervoor zorgen dat er wereldwijd meer invloed kan worden uitgeoefend het mededingingsbeleid; benadrukt het belang van het European Competition Network (ECN) en verzoekt de Commissie in dit verband prioriteit te geven aan een duurzame constructieve dialoog en samenwerking op internationaal niveau; dringt aan op coördinatie tussen de nationale mededingingsautoriteiten om de uniforme toepassing van de mededingingsregels te waarborgen en onderstreept dat de samenwerking tussen mededingingsautoriteiten en andere sectorale regelgevers moet worden versterkt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een concurrerende Unie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>steunt de toezegging van de Commissie om te investeren in duurzaam concurrentievermogen; juicht het toe dat Mario Draghi de nadruk legt op innovatie, investeringen, marktintegratie, decarbonisatie en veerkracht, en dat Enrico Letta integratie, autonomie en solidariteit centraal stelt; moedigt het nemen van maatregelen aan die innovatie, concurrentievermogen en duurzame en inclusieve groei bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat het concurrentievermogen moet worden versterkt door middel van een gecoördineerd, gericht en werkelijk Europees industriebeleid; merkt op dat dit niet mag leiden tot marktdominantie of misbruik van een dominante marktpositie, prijsdistorsies of economische inefficiëntie, en wijst erop dat er doeltreffende procedures moeten worden vastgesteld voor de controle op fusies;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>is van mening dat staatssteun niet strijdig mag zijn met de beleidsdoelstellingen van de EU; neemt kennis van het voornemen van de Commissie om richtsnoeren te verstrekken over de verenigbaarheid van staatssteun met beleid op het gebied van innovatie, klimaat en economische veiligheid, alsook van haar maatregelen om subsidies voor fossiele brandstoffen in het kader van de Clean Industrial Deal te verminderen en af te bouwen, en moedigt de lidstaten aan om de invoering van aanvullende voorwaarden voor het ontvangen van staatssteun te overwegen; roept ertoe op om ervoor te zorgen dat bedrijven die gebruikmaken van belastingparadijzen buiten de EU geen staatssteun kunnen ontvangen; verzoekt de Commissie een onderzoek uit te voeren naar het gebrek aan harmonisatie van de terugvorderingsmechanismen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>neemt kennis van het verslag van de Commissie waarin wordt bevestigd dat de mate van marktconcentratie de afgelopen 25 jaar is toegenomen en dat winstmarges en winsten zijn gestegen, terwijl de industrie aan dynamiek heeft ingeboet, ondanks de actieve handhaving van het mededingingsrecht; neemt er tevens nota van dat deze stijging van de winstmarges werd veroorzaakt door de herverdeling van het marktaandeel naar de grootste ondernemingen; merkt voorts op dat de zwakke concurrentie aanzienlijke negatieve gevolgen heeft gehad voor de consument, de koopkracht en het concurrentievermogen van bedrijven en de algehele economische groei in de EU; wijst erop dat de toepassing van het mededingingsrecht gericht moet zijn op het waarborgen van open, concurrerende markten zonder concurrentieverstorende praktijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst erop dat staatssteun steeds meer wordt gebruikt voor het ondersteunen van de doelstellingen van het industriebeleid; merkt op dat dergelijke steun, zoals toegestaan op grond van artikel 107, lid 3, punt c), VWEU, geen ongunstige gevolgen mag hebben voor de voorwaarden inzake het handelsverkeer of het gemeenschappelijk belang; merkt op dat de lidstaten verschillende budgettaire mogelijkheden hebben, en waarschuwt voor het ontstaan van een ongelijk speelveld als gevolg van gefragmenteerde staatssteun; verzoekt de Commissie deze effecten te monitoren en de integriteit van de interne markt te waarborgen, hetgeen kan gebeuren door middel van een gemeenschappelijk financieringsinstrument voor een Europees industriebeleid, zoals een Europees Fonds voor concurrentievermogen, dat is voorgesteld door Commissievoorzitter Von der Leyen in haar politieke richtsnoeren; verzoekt de Commissie en de lidstaten geen concurrentie op het gebied van subsidies aan te gaan, hetgeen de marktverstoringen alleen maar verergert, met name bij de financiering van ondernemingen die niet efficiënt zijn; concludeert dat tijdelijke staatssteunregelingen verdere marktversnippering niet hebben kunnen voorkomen en merkt op dat 77 % van de aangemelde staatssteun voor rekening kwam van slechts twee lidstaten; dringt aan op strenger toezicht op de aanmelding van staatssteun en op verslaglegging over en meer transparantie ten aanzien van staatssteun, in overeenstemming met de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>	benadrukt dat de belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (IPCEI’s) van groot belang zijn voor de financiering van grote projecten in de EU met een grensoverschrijdende dimensie; wijst erop dat IPCEI’s echte Europese meerwaarde moeten hebben, hetgeen inhoudt dat zij een positieve impact hebben op meer dan één lidstaat; verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat elke kennisgeving uiterlijk binnen zes maanden voltooid is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>neemt kennis van de raming in het rapport van Mario Draghi dat er, om het concurrentievermogen van de EU te beschermen, nog eens 800 miljard EUR per jaar nodig is; onderstreept het belang van particuliere en overheidsinvesteringen in dit verband; benadrukt dat de EU-begroting daartoe naar behoren moet zijn uitgerust; is van mening dat de voltooiing van de spaar- en investeringsunie van belang is voor het mobiliseren van particuliere investeringen, aangezien dit de versnippering van de interne markt aanpakt en de industriestrategie van de EU ondersteunt; benadrukt dat er dringend behoefte is aan hervormingen, naast de doeltreffende uitvoering van de drie actiegebieden van het rapport Draghi: i) het dichten van de innovatiekloof met de VS en China; ii) een gemeenschappelijk plan voor decarbonisatie en concurrentievermogen om de energietransitie te versnellen en de energiekosten te verlagen; en iii) het vergroten van de veiligheid en het verminderen van afhankelijkheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is ingenomen met de bescherming van het gelijk speelveld op de Europese markten en van Europese ondernemingen en hun werknemers door middel van antidumpingmaatregelen die verstorende buitenlandse staatssteun compenseren; verzoekt de Commissie snel gebruik te maken van de beschikbare handelsinstrumenten om oneerlijke mededinging op de interne markt te voorkomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Handhavingsprioriteiten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>stelt vast dat ondernemerspraktijken aan het veranderen zijn en wijst in dat verband op een afname van het aantal kartelzaken; waarschuwt echter voor nieuwe vormen van schadelijk gedrag als stilzwijgende en algoritmische collusie, en benadrukt dat de handhavingsprioriteiten moeten worden aangepast aan deze ontwikkelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van Mario Draghi voor een “nieuw mededingingsinstrument” als een flexibel marktonderzoeksinstrument waarmee structurele mededingingsproblemen die niet het gevolg zijn van concurrentieverstorende afspraken of misbruik van een machtspositie worden aangepakt en marktbrede toekomstgerichte structurele of gedragscorrigerende maatregelen worden ingesteld, onder meer door het wegnemen van toetredingsdrempels voor concurrenten met als doel het concurrentievermogen te vergroten, innovatie te stimuleren en kwetsbare consumenten te beschermen; verzoekt de Commissie te onderzoeken hoe dit instrument past binnen het bestaande kader voor sectoraal onderzoek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>herinnert eraan dat de Commissie krachtens het Verdrag bevoegd is om uitbuitingsmisbruik aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>wijst erop dat er een rechtsgrondslag is voor structurele maatregelen tegen misbruik van marktdominantie; is zich ervan bewust dat de mededingingsregels van de EU bepalen dat structurele maatregelen alleen als laatste redmiddel mogen worden gebruikt als gedragscorrigerende maatregelen ondoeltreffend zijn gebleken, maar betreurt niettemin de terughoudendheid van de Commissie om marktdominantie via structurele maatregelen aan te pakken; pleit er nogmaals voor dat er beter gebruik wordt gemaakt van structurele maatregelen en dat er niet bij voorrang wordt ingezet op gedragscorrigerende maatregelen, en dringt aan op verdere inspanningen om de toepassing ervan indien nodig te versterken; verzoekt de Commissie beter gebruik te maken van voorlopige maatregelen als instrument om praktijken die de mededinging ernstig zouden verstoren een halt toe te roepen, met name op dynamische en snelgroeiende markten, zoals de digitale markten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>juicht het toe dat de nieuwe Commissie huisvesting als een prioriteit beschouwt; verzoekt de Commissie na te gaan hoe de mededingingsbeginselen van de EU het aanbod van diensten van algemeen economisch belang (SGEI’s) beïnvloeden; verzoekt de Commissie de positie van diensten van algemeen economisch belang te beoordelen en dringt aan op een SGEI-vrijstelling voor betaalbare huisvesting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt het belang van staatssteun als instrument om de economische kloof tussen de meest ontwikkelde regio’s van de EU en eilandregio’s, binnenlandse regio’s, ultraperifere regio’s en economisch achtergebleven gebieden te verkleinen; wijst erop dat het toestaan van staatssteun in de context van SGEI’s van essentieel belang blijft voor het voortbestaan van deze regio’s, met name in de context van overheidssteun voor de connectiviteit en andere basisvoorzieningen voor gemeenschappen in geïsoleerde, afgelegen of perifere regio’s in de EU; verzoekt de Commissie de mogelijkheden te onderzoeken voor meer flexibiliteit bij het verstrekken van financiering aan deze regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>neemt kennis van het recente arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarin werd vastgesteld dat een van de lidstaten de ECN+-richtlijn niet volledig in nationale wetgeving had omgezet; wijst met nadruk op het belang van de volledige omzetting van de ECN+-richtlijn; verzoekt alle lidstaten ervoor te zorgen dat deze richtlijn naar behoren wordt uitgevoerd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Fusies en antitrust</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de interpretatie door het Hof van Justitie van de Europese Unie van artikel 22 van de EG-concentratieverordening in zaak C-611/22 P (<STRING ITALIC="on">Illumina/Commissie</STRING>), waarmee een einde wordt gemaakt aan de aanpak van de Commissie om verwijzingen van niet-aanmeldingsplichtige overeenkomsten te aanvaarden; onderkent dat de EG-concentratieverordening de Commissie onvoldoende instrumenten biedt om “killer acquisitions” te behandelen; is er stellig van overtuigd dat de gevolgen van fusiebesluiten op de interne markt het rechtvaardigen dat er een rechtsgrondslag voor de interne markt in de EG-concentratieverordening wordt opgenomen, zodat de medewetgevers er volledig bij worden betrokken, net zoals bij de digitalemarktenverordening (DMA); verzoekt de Commissie de lidstaten die de betreffende bevoegdheid hebben of zich daarop kunnen beroepen, ertoe te verplichten potentiële “killer acquisitions” te onderzoeken in het licht van hun nationale wetgeving inzake de controle op fusies, en deze overeenkomsten naar de Commissie te blijven verwijzen overeenkomstig artikel 22 van de EG-concentratieverordening; verzoekt de Commissie de mogelijkheid te onderzoeken of de EG-concentratieverordening kan worden herzien om het mogelijk ta maken dat fusies worden onderzocht die beneden de nationale of EU-drempels blijven, ongeacht de betrokken sectoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>merkt op dat sinds de inwerkingtreding van de EG-concentratieverordening in 2004 0,7 % van de aangemelde concentraties door de Commissie is geblokkeerd of na een onderzoek is ingetrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>merkt op dat de omzetdrempels in de EG-concentratieverordening op zich waarschijnlijk onvoldoende zijn om alle gevallen te kunnen opsporen die door de mededingingsautoriteiten moeten worden onderzocht; wijst met nadruk op praktijken die door dominante ondernemingen worden gebruikt om formele onderzoeken te vermijden, zoals het toenemende gebruik van “partnerschappen” in de AI-sector, wat verder suggereert dat een herziening van de EU-concentratieverordening noodzakelijk is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>is ingenomen met het voorstel in het rapport Draghi voor een “innovatieverdediging” in gevallen waarin een fusie het vermogen en de prikkel om te innoveren vergroot, en verzoekt de Commissie dit concept te analyseren en verder te ontwikkelen; dringt er voorts op aan dat rekening wordt gehouden met aangelegenheden van algemeen belang, zoals de impact op werknemers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>vraagt de Commissie de nationale belemmeringen in kaart te brengen die haar mogelijk beletten de Europese markt als de relevante markt te beschouwen bij de analyse van concentraties; verzoekt de Commissie met een wetgevingsvoorstel te komen om deze belemmeringen uit de weg te ruimen; merkt op dat het internationale klimaat zorgvuldig moet worden geanalyseerd bij de vaststelling van de definitie van relevante markt in mededingings- en concentratiezaken; verzoekt de Commissie waar passend een toekomstgerichte benadering van consolidatie in de EU te hanteren zoals ook wordt voorgesteld in de rapporten van Draghi en Letta, en daarbij rekening te houden met het strategisch belang en het concurrentiebevorderend effect van schaalgrootte alsmede investeringsvoorwaarden in bepaalde sectoren die gunstig zijn voor het bevorderen van innovatie en de mededinging op lange termijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>dringt erop aan dat de kaders voor de beoordeling van fusies worden geactualiseerd om rekening te houden met de realiteit van de digitale economie, waar marktmacht zich kan manifesteren op een manier die verder gaat dan het traditionele marktaandeel op duidelijk afgebakende markten; steunt de ontwikkeling van geavanceerde methoden voor het analyseren van datagedreven dominantie en netwerkeffecten, waarbij de nadruk wordt gelegd op de kritieke rol van de consument bij het kiezen van digitale diensten en apparaten; moedigt de Commissie aan de mechanismen te versterken die interoperabiliteit tussen verschillende diensten en apparaten mogelijk maken, om zo innovatie en mededinging in het digitale ecosysteem te bevorderen; verzoekt de Commissie met klem vaart te zetten achter de uitvoering van de bestaande interoperabiliteitsverplichtingen voor berichtendiensten op grond van de DMA en de bestaande interoperabiliteitsverplichtingen voor cloudaanbieders op grond van de dataverordening, en een begin te maken met de herziening van de DMA voor mei 2026; dringt er bij de Commissie op aan om de bestaande interoperabiliteitsverplichtingen uit hoofde van de DMA ten uitvoer te leggen en te onderzoeken of deze verplichtingen kunnen worden uitgebreid tot online sociale netwerkdiensten; vindt het een goede zaak dat de Commissie meer rekening houdt met de potentiële verstoring van de mededinging bij het beoordelen van fusies waarbij uitbreiding naar verwante markten zou leiden tot een verdere versterking van de marktdominantie op de kernmarkt van de overnemende onderneming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de Commissie iets te doen aan extreem lang durende antitrustonderzoeken waardoor bedrijven kunnen blijven profiteren van hun concurrentieverstorende praktijken; verzoekt de Commissie passende termijnen vast te stellen voor antitrustzaken en te zorgen voor een doeltreffende follow-up van de genomen besluiten; verzoekt de Commissie meer voorlopige maatregelen vast te stellen om praktijken die de mededinging ernstig zouden verstoren een halt toe te roepen, met name op dynamische en snelgroeiende markten, zoals de digitale markten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sectoraal beleid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>is ingenomen met de twee baanbrekende uitspraken van het Hof van Justitie van september 2024 die bevestigen dat de Commissie gelijk had met haar bewering dat de Ierse belastingovereenkomst met Apple onrechtmatige staatssteun vormt en dat Google zijn machtspositie misbruikt in strijd met de Verdragen; onderkent dat het rechtskader in Ierland inmiddels is gewijzigd; spoort de Commissie aan door te gaan met het bestrijden van misbruik van staatssteun waarbij sprake is van selectieve belastingvoordelen voor ondernemingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>wijst op de schadelijke gevolgen van internationale belastingconcurrentie; steunt de uitvoering van de tweede pijler van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO); betreurt ten zeerste de door de president van de VS getekende Executive Order van 20 januari 2025 waarin wordt gesteld dat het mondiale akkoord over de vennootschapsbelasting van de OESO niet geldig is in de Verenigde Staten; wijst erop dat multilateralisme belangrijk is om ervoor te zorgen dat multinationals hun eerlijke deel aan belastingen betalen daar waar waarde wordt gecreëerd; is van mening dat de EU volledig achter de pijler 2-richtlijn moet staan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>wijst op de zorgwekkende marktconcentraties op verschillende digitale markten, zoals die van de sociale media, zoekmachines, clouddiensten, elektronische handel, microchips en onlinereclame; wijst op de werkelijke en potentiële negatieve gevolgen daarvan voor het Europese concurrentievermogen, de veerkracht van toeleveringsketens, mediavrijheid, privacy, gegevensbescherming, samenleving en democratie; dringt er bij de Commissie op aan zich te buigen over vraagstukken die specifiek betrekking hebben op de technologiemarkt, waaronder infrastructurele macht op het gebied van hardware en cloud computing, verticale concentratie, algoritmische manipulatie van de digitale openbare ruimte en hefboomwerking op digitale markten, en daarbij de vooruitgang die is geboekt in het kader van de DMA als voorbeeld te nemen; dringt er daarnaast op aan nieuwe onderzoeken in te stellen naar de sector clouddiensten om eerlijke concurrentie en innovatie verder te waarborgen, rekening houdend met de mate van marktconcentratie in deze sector en concurrentieverstorende praktijken in verband met complexe en niet-transparante licentievoorwaarden of gedwongen bundeling; dringt er daarnaast bij de Commissie op aan iets te doen aan de toenemende verticale concentratie van dominante spelers in de advertentiewaardeketen die een gevaar vormt voor de Europese onlinereclamesector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>wijst tevens op de snelle ontwikkeling van AI-diensten, die zou kunnen leiden tot marktconcentratie; verzoekt de Commissie deze sector als ecosysteem te benaderen, onder meer door nieuwe schadetheorieën uit te werken en toe te passen om de verdere versterking van hun posities door de dominante ondernemingen in de sector aan te pakken; benadrukt dat de digitalemarktenverordening meerdere bepalingen bevat die gebruikt moeten worden om te voorkomen dat poortwachters opkomende AI-ontwikkelaars beknotten en verzoekt de Commissie snel op te treden om te voorkomen dat consumenten mogelijk worden gedwongen bepaalde AI-diensten te gebruiken op hun mobiele apparaten, zodat AI-systemen steeds door de gebruiker kunnen worden geselecteerd en transparant blijven, teneinde de mededinging en de keuzevrijheid van de consument te beschermen; verzoekt de Commissie na te gaan of het mogelijk is generatieve AI als nieuwe kernplatformdienst op te nemen in de DMA;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>merkt op dat grote digitale spelers hun marktmacht, macht over consumenten, financiële middelen en gegevensconcentratie op de ene markt als hefboom gebruiken om hun invloed op een andere markt te vergroten; wijst erop dat kleine spelers niet kunnen concurreren met bovengenoemde factoren, waardoor Europese burgers nog afhankelijker worden van hetzelfde handvol bedrijven van buiten de EU en de strategische autonomie in gevaar komt; pleit voor scherper toezicht op het benutten van posities door dominante spelers in digitale sectoren ten behoeve van andere sectoren, en op de strategische autonomie van de EU, door middel van de fusierichtlijnen om ervoor te zorgen dat hefboomwerking op de markten doeltreffender kan worden onderzocht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>wijst op het grote belang van gegevens en instrumenten voor gegevensanalyse als factoren die digitale marktconcentraties en overnames in de digitale sector kunnen ontmoedigen; dringt aan op een advies van het Europees Comité voor gegevensbescherming in geval van concentraties waarbij een of meer marktdeelnemers uit digitale sectoren betrokken zijn, over de relevantie van datasets voor de beoogde concentratie, de persoonsgegevens die hierbij worden verwerkt en de mogelijke gevolgen voor het recht op privacy en gegevensbescherming van de beoogde concentratie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>spreekt zijn bezorgdheid uit over het toenemende gebruik van dynamische prijsstellingsmechanismen in de hele EU; spoort de Commissie aan regelgevende maatregelen te onderzoeken tegen zeer adaptieve en ondoorzichtige prijsstellingsmethoden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>verzoekt de Commissie om krachtige handhaving van alle mededingingsregels, met inbegrip van de verordening buitenlandse subsidies en de DMA, zodat poortwachterpraktijken worden aangepakt en betwistbare markten en eerlijke concurrentie worden bevorderd; benadrukt dat de Commissie over voldoende personeel voor handhaving moet beschikken, maar merkt op dat nieuwe instrumenten, alsook wetenschappers en economen die voortkomen uit uiteenlopende disciplines, kunnen werken aan een betere handhaving van het mededingingsrecht; benadrukt met name dat de DMA strikt en onafhankelijk moet worden toegepast, zonder ondermijning door druk van buitenaf; benadrukt dat de DMA en mogelijke boetes niet mogen worden gebruikt als onderhandelingsmiddel in discussies over tarieven, maar moeten dienen als hoeksteen van de inspanningen van de EU om te zorgen voor eerlijke en concurrerende digitale markten; neemt kennis van de zes inbreukprocedures die zijn ingeleid tegen enkele aangewezen poortwachters; maakt zich ernstig zorgen over mogelijke vertragingen bij belangrijke onderzoeken en vraagt zich af of de Commissie haar inspanningsverplichtingen wel kan eerbiedigen en binnen redelijke tijd tot een besluit over de inbreukprocedures kan komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de versnippering op tal van consumentenmarkten, waaronder die van financiële diensten, telecommunicatie en energie voor huishoudens, en dringt aan op snellere en betere marktintegratie wanneer dit voordelen oplevert voor de consument alsmede op erkenning dat deze marktintegratie investeringen en innovatie kan stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>spreekt zijn verontrusting uit over de hoge concentratiegraad in de detailhandel, de landbouw en de automobielsector in de overzeese gebieden waardoor de buitensporig hoge prijzen die door ondernemingen met een machtspositie worden vastgesteld voor essentiële producten en diensten ongelijkheid, onzekerheid en regionale verschillen versterken; dringt er bij de Commissie op aan een onderzoek in te leiden naar mogelijk misbruik van een machtspositie uit hoofde van artikel 102 VWEU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de hoge mate van marktconcentratie in de Europese financiële sector en van de nog altijd te grote afhankelijkheid van een beperkt aantal dienstverleners van buiten de EU; merkt op dat de drie grootste ratingbureaus nog altijd een marktaandeel hebben van meer dan 90 %; maakt zich zorgen over de aanhoudende hoge concentratiegraad op de markt voor controles van organisaties van openbaar belang, waarbij vier bedrijven goed zijn voor verreweg het grootste deel van de EU-omzet voor controles van organisaties van openbaar belang, waardoor de keuzevrijheid wordt beperkt en het gevaar van centralisatie van het toezicht op de loer ligt; verzoekt de Commissie een effectbeoordeling te presenteren van opties om deze punten van zorg aan te pakken; dringt er bij de Commissie op aan openbare aanbestedingen voor expertise van auditmarktdeelnemers zorgvuldig te beoordelen, zodat potentiële belangenconflicten worden vermeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de voedselprijzencrisis en wijst in dit verband op de hoge marktconcentratie in de voedselvoorzieningsketen; verzoekt de Commissie nogmaals met spoed een grondige analyse van de omvang en het effect van inkoopallianties uit te voeren, en daarbij bijzondere aandacht te besteden aan het waarborgen van eerlijke concurrentie en meer transparantie in de handelspraktijken van supermarktketens, met name wanneer dergelijke praktijken van invloed zijn op de waarde van een merk en op de productkeuze, of innovatie of prijsvergelijkbaarheid belemmeren; wijst in dit verband op de marktconcentratie in de handel in landbouwproducten, waarbij vier bedrijven het overgrote deel van de wereldhandel in gewassen voor hun rekening nemen; betreurt dat de Commissie de fusie tussen Bunge en Vittera in 2024 (M.11204) niettemin onder voorwaarden heeft goedgekeurd, ondanks mededingingsbezwaren; vraagt de Commissie de buitensporige machtsconcentratie in handen van een paar grote spelers op deze markt aan te pakken om de onderhandelingspositie van landbouwers en consumenten te versterken; benadrukt in dit verband de tenuitvoerlegging van het nieuwe mededingingsinstrument;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>wijst op de hoge nettowinsten van banken in de EU tijdens deze inflatoire periode, voornamelijk als gevolg van de vertraagde doorwerking van de snelle verkrapping van het monetaire beleid tot de depositorente;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>wijst met grote bezorgdheid op de machtspositie van twee internationale kaartsystemen op de betalingsmarkt in de EU en hun praktijken om hun machtspositie op deze markt te versterken en uit te breiden, hetgeen de belemmeringen voor markttoegang mogelijk vergroot en innovatie op lange termijn<FOOTNOTE><FIELD>Speciaal verslag van de Europese Rekenkamer: Digitale betalingen in de EU – Vooruitgang bij het veiliger, sneller en goedkoper maken ervan, ondanks resterende lacunes, 9 januari 2025, https://www.eca.europa.eu/ECAPublications/SR-2025-01/SR-2025-01_NL.pdf.</FIELD></FOOTNOTE> belemmert, en tevens leidt tot hogere kosten voor bedrijven in de EU en uiteindelijk de consument; verzoekt de Commissie doortastend op te treden en benadrukt dat de verordening afwikkelingsvergoedingen (Verordening (EU) 2015/751) moet worden herzien om de grote stijging van de vergoedingen die door internationale kaartsystemen worden aangerekend aan te pakken en een eerlijke, concurrerende en transparante markt te garanderen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Betrokkenheid van het Parlement</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>benadrukt dat het Parlement voldoende moet worden betrokken bij de vormgeving van het mededingingsbeleid; waarschuwt ervoor al te zeer te vertrouwen op zachte wetgeving als richtsnoeren en tijdelijke kaders waarbij het Parlement slechts een beperkte rol speelt; verzoekt de Commissie onderhandelingen te starten over een interinstitutioneel akkoord over het mededingingsbeleid om haar handhavingsprioriteiten te formaliseren voor het Parlement; verzoekt de Europese Raad overeenkomstig artikel 48, lid 7, VEU een besluit goed te keuren op grond waarvan wetgevingshandelingen op het gebied van het mededingingsbeleid volgens de gewone wetgevingsprocedure kunnen worden vastgesteld; wijst erop dat het Parlement meer betrokken moet worden bij de werkzaamheden van werkgroepen en deskundigengroepen bij het International Competition Network en de OESO, in de hoedanigheid van waarnemer en bij de groep op hoog niveau voor de DMA;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verzoekt de verantwoordelijke uitvoerend vicevoorzitter, tevens de commissaris die het mededingingsbeleid in zijn portefeuille heeft, nauw contact te onderhouden met de bevoegde commissie van het Parlement en zijn werkgroep mededingingsbeleid;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>