<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0105</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Bankenunie – jaarverslag 2024</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0044/2025 - Rapporteur: Ralf Seekatz)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 8 mei 2025 over de Bankenunie – jaarverslag 2024 (2024/2055(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 16 januari 2024 over de Bankenunie – jaarverslag 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5706, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5706/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het vervolg dat de Commissie heeft gegeven aan de resolutie van het Parlement van 16 januari 2024 over de Bankenunie – jaarverslag 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het document van de Europese Centrale Bank (ECB) van 25 maart 2024 getiteld “Feedback on the input provided by the European Parliament as part of its Resolution on Banking Union – Annual Report 2023”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de ECB over haar toezichtswerkzaamheden in 2023, dat in maart 2024 werd gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag 2023 van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad (GAR), dat op 28 juni 2024 werd gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de vaststelling van de antiwitwasrichtlijn (AMLD)<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2024/1640 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 betreffende de mechanismen die de lidstaten moeten invoeren om het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering te voorkomen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849 (PB L, 2024/1640, 19.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1640/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de antiwitwasverordening (AMLR)<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1624 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering (PB L, 2024/1624, 19.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1624/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, alsook de oprichting van de antiwitwasautoriteit (AMLA)<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1620 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot oprichting van de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 (PB L, 2024/1620, 19.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1620/oj).</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de tenuitvoerlegging van de Bazel III-normen, in het bijzonder de aanneming van de amendementen op de richtlijn kapitaalvereisten<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2024/1619 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot wijziging van Richtlijn 2013/36/EU wat betreft toezichtsbevoegdheden, sancties, bijkantoren uit derde landen en ecologische, sociale en governancerisico’s (PB L, 2024/1619, 19.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1619/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de verordening kapitaalvereisten<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1623 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2024 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 wat betreft vereisten inzake kredietrisico, risico van aanpassing van de kredietwaardering, operationeel risico, marktrisico en de output floor (PB L, 2024/1623, 19.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1623/oj).</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de vaststelling van Gedelegeerde Verordening (EU) 2024/2795 van de Commissie van 24 juli 2024 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de datum van toepassing van de eigenvermogensvereisten voor marktrisico<FOOTNOTE><FIELD>PB L 2024/2795, 31.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2024/2795/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt in eerste lezing van 24 april 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 806/2014 wat betreft vroegtijdige-interventiemaatregelen, afwikkelingsvoorwaarden en financiering van afwikkelingsmaatregelen<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0326.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt in eerste lezing van 24 april 2024 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2014/59/EU betreffende vroegtijdige-interventiemaatregelen, afwikkelingsvoorwaarden en financiering van afwikkelingsmaatregelen<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0327.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt in eerste lezing van 24 april 2024 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 2014/49/EU betreffende de omvang van depositobescherming, het gebruik van de middelen van depositogarantiestelsels, grensoverschrijdende samenwerking en transparantie<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0328.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van zijn Commissie economische en monetaire zaken van 23 april 2024 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 806/2014 voor het oprichten van een Europees depositoverzekeringsstelsel,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 14 maart 2018 voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake kredietservicers, kredietkopers en de uitwinning van zekerheden (COM(2018)0135),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de vijf voorzitters van 22 juni 2015, getiteld “De voltooiing van Europa’s Economische en Monetaire Unie”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Enrico Letta van 10 april 2024 getiteld “Much more than a market – Speed, security, solidarity: empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van 9 september 2024, getiteld “De toekomst van het Europese concurrentievermogen”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Eurogroep van 11 maart 2024 over de toekomst van de kapitaalmarktenunie, en de verklaring van de Eurogroep van 16 juni 2022 over de toekomst van de bankenunie, en de follow-up daarbij van de Eurogroep van 28 april 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het kader voor informatieverschaffing in verband met de blootstelling van banken aan crypto-activa van het Bazels Comité voor bankentoezicht en de gerichte wijzigingen van zijn prudentiële norm inzake de blootstelling van banken aan crypto-activa, die beide op 17 juli 2024 werden gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de kernbeginselen voor een effectief bankentoezicht van het Bazels Comité voor bankentoezicht, die op 25 april 2024 werden gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Financial Stability Review (verslag over de financiële stabiliteit) van de ECB van mei 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Occasional Paper nr. 328 van de ECB van 2023, getiteld “The Road to Paris: stress testing the transition towards a net-zero economy”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de publicatie van de Raad voor financiële stabiliteit van 9 november 2015 getiteld “Principles on Loss-absorbing and Recapitalisation Capacity of G-SIBs in Resolution”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Raad voor financiële stabiliteit van 10 oktober 2023 getiteld “2023 Bank Failures: Preliminary lessons learnt for resolution”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien werkdocument nr. 24-15 van het Peterson Institute for International Economics van 25 juni 2024, getiteld “Europe’s banking union at ten: unfinished yet transformative”<FOOTNOTE><FIELD>Véron, N., “Europe’s banking union at ten: unfinished yet transformative”, werkdocument nr. 24-15 van het Peterson Institute for International Economics, juni 2024.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de toezichtsprioriteiten voor 2024-2026 van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme, die in december 2023 werden gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de halfjaarlijkse rapportage van de GAR aan de Eurogroep van 13 mei 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resultaten van de EU-brede transparantie-exercitie 2023 van de Europese Bankautoriteit, die op 28 juli 2023 werden gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Europese Rekenkamer van 12 mei 2023 getiteld “Speciaal verslag 12/2023: “EU-toezicht op het kredietrisico van banken — De ECB heeft haar inspanningen opgevoerd, maar er is meer nodig om beter te verzekeren dat het kredietrisico naar behoren wordt beheerd en gedekt”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen van Claudia Buch, voorzitter van de raad van toezicht van de ECB, tijdens de hoorzittingen van de Commissie economische en monetaire zaken van het Parlement op 21 maart 2024 en 2 september 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen van Dominique Laboureix, voorzitter van de GAR, tijdens de hoorzittingen van de Commissie economische en monetaire zaken van het Parlement op 21 maart 2024 en 23 september 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de risicobeoordelingsverslagen van de Europese Bankautoriteit van juli 2024 en december 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 maart 2019 over genderevenwicht bij benoemingen in de EU op het gebied van economische en monetaire zaken<FOOTNOTE><FIELD>PB C 23 van 21.1.2021, blz. 105.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 25 maart 2021 over het versterken van de internationale rol van de euro<FOOTNOTE><FIELD>PB C 494 van 8.12.2021, blz. 118.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10‑0044/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de bankenunie het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme, het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme en een nog ontbrekend Europees depositoverzekeringsstelsel omvat;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de belangrijkste doelstelling van de bankenunie erin bestaat de stabiliteit van de bankensector in Europa te waarborgen en te voorkomen dat banken die het risico lopen failliet te gaan, met belastinggeld moeten worden gered;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat een voltooide bankenunie een positieve ontwikkeling zou zijn voor burgers en de economie van de Unie, doordat dit het concurrentievermogen en de stabiliteit van de banksector zou verbeteren, het systeemrisico zou verkleinen, de consument meer keuzemogelijkheden zou bieden, en meer mogelijkheden voor grensoverschrijdend bankieren zou bieden die de toegang tot financiering voor huishoudens en ondernemingen zouden vergroten, waardoor de kosten voor bankklanten zouden dalen, waarbij tegelijkertijd gewaarborgd zou moeten worden dat overheidsmiddelen niet worden gebruikt om de bankensector overeind te houden; overwegende dat het risico van “te groot zijn om failliet te gaan” nog niet volledig is aangepakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de afronding van de hervorming van de EU-kaders voor crisisbeheer en depositoverzekering voor banken, met bijzondere aandacht voor kleine en middelgrote banken, van fundamenteel belang is om de Europese banksector zekerheid, stabiliteit en veerkracht te bieden; overwegende dat een voltooide bankenunie met een echt Europees depositoverzekeringsstelsel een basisvoorwaarde is om ervoor te zorgen dat burgers vertrouwen hebben in Europese banken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de versnippering en de tekortschietende consolidatie van de banksector van de EU gevolgen heeft voor het concurrentievermogen van deze sector; overwegende dat het verschil in winstgevendheid tussen Europese en Amerikaanse banken groter is geworden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat een sterke en gediversifieerde banksector van cruciaal belang is voor het realiseren van economische groei, het vergroten van de mogelijkheid van eigenwoningbezit, het bevorderen van investeringen en werkgelegenheid, het financieren van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en start-ups, en het waarborgen van de transitie naar een groene en digitale economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat ongeveer 80 % van de externe financiering van Europese ondernemingen afkomstig is van banken, terwijl slechts 20 % van de kapitaalmarkten komt; overwegende dat in de Verenigde Staten slechts 30 % van het krediet voor ondernemingen afkomstig is van banken, terwijl 70 % wordt gefinancierd via kapitaalmarkten zoals de uitgifte van bedrijfsobligaties of aandelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat, in absolute termen, de 356,1 miljard EUR aan niet-renderende leningen die in 2024 werden geregistreerd bij de 110 onder toezicht staande instellingen, vergeleken met de 988,9 miljard EUR aan niet-renderende leningen die werden geregistreerd bij de 102 onder toezicht staande instellingen in het tweede kwartaal van 2015, een aanzienlijk neerwaarts traject weerspiegelt, waardoor de totale hoeveelheid aan niet-renderende leningen 36 % bedraagt van het niveau in 2015; overwegende dat verdere inspanningen nodig zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het Parlement in april 2024 zijn standpunt over de herziening van het kader voor crisisbeheer en depositoverzekering heeft vastgesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat zijn Commissie economische en monetaire zaken in april 2024 een verslag over het voorstel van de Commissie voor de instelling van een Europees depositoverzekeringsstelsel heeft aangenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat financiële instellingen in toenemende mate gebruikmaken van informatie- en communicatietechnologie (ICT); overwegende dat de digitalisering van het geldwezen essentiële kansen biedt voor de banksector en tot belangrijke technologische vooruitgang in de banksector in de EU heeft geleid door een grotere efficiëntie bij de verlening van bankdiensten en een grotere bereidheid tot innovatie; overwegende dat dit ook uitdagingen met zich meebrengt, onder meer met betrekking tot gegevensbescherming, reputatierisico’s, bestrijding van witwassen en consumentenbescherming; overwegende dat de EU-banksector zijn cyberveerkracht moet vergroten om ervoor te zorgen dat ICT-systemen bestand zijn tegen verschillende soorten cyberdreigingen; overwegende dat de ECB momenteel de invoering van een digitale euro bestudeert;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de banken in de EU de gevolgen van de Russische agressie hebben weerstaan; overwegende dat zij een centrale rol spelen bij het waarborgen van de lopende uitvoering en naleving van de sancties tegen Rusland die de EU naar aanleiding van de invasie heeft opgelegd; overwegende dat nadere coördinatie nodig is om te vermijden dat de sancties worden omzeild;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat klimaatverandering, aantasting van het milieu en de overgang naar een koolstofarme economie factoren zijn waarmee rekening moet worden gehouden bij de beoordeling van de risico’s op de balansen van banken, aangezien deze factoren mogelijk in verschillende regio’s en sectoren invloed kunnen hebben op investeringen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemene overwegingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>wijst op de vooruitgang die de afgelopen tien jaar is geboekt door de oprichting van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (GTM) en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme (GAM); merkt op dat de bankenunie niet zal kunnen worden voltooid zonder de invoering van de derde pijler, te weten het Europees depositoverzekeringsstelsel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de voltooiing van de bankenunie en de kapitaalmarktenunie een topprioriteit blijft; benadrukt dat deze projecten huishoudens en kmo’s grotere toegang bieden tot financiering, leiden tot een verminderde afhankelijkheid van bankkredieten om investeringen en banencreatie te bevorderen, voor meer financiële stabiliteit zorgen, de impact van economische schokken reduceren, het concurrentievermogen ondersteunen, zorgen voor meer investeringsmogelijkheden, geld vrijmaken voor de transitie naar een groene en digitale economie, en het groeipotentieel van de EU bevorderen; merkt op dat de Commissie wordt verzocht rekening te houden met de specifieke kenmerken van de verschillende bankmodellen, en daarbij moet streven naar behoud van een gelijk speelveld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wijst erop dat het nodig is voorbereid te zijn op perioden van druk op banken die mogelijk tot bankruns kunnen leiden, zoals in maart 2023 in sommige rechtsgebieden buiten de EU het geval was, en dat de stabiliteit van deposito’s gewaarborgd moet worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst erop dat cyberweerbaarheid van essentieel belang is voor het concurrentievermogen van de bankensector in de EU, met name gezien de geopolitieke situatie en de noodzaak om de financiële stabiliteit te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat een sterker geïntegreerde bankenunie de veerkracht van de EU-banksector zou vergroten, de toegang tot krediet zou verbeteren en de kosten zou verlagen; merkt op dat een betere grensoverschrijdende integratie van bancaire transacties het potentieel voor particuliere risicodeling zou vergroten en voor diversificatie van de EU-bankmarkt zou zorgen; wijst erop dat een sterker geïntegreerde bankenunie niet per definitie gelijk staat aan een meer geconsolideerde bankmarkt en dat een gediversifieerde bankmarkt voordelen biedt voor de mededinging; benadrukt dat een volledig ontwikkelde bankenunie Europese banken in staat zal stellen te groeien en zich beter te positioneren om te concurreren op het wereldtoneel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>betreurt het feit dat het vermogen van EU-banken om grote investeringen te financieren beknot wordt door een lagere winstgevendheid, resulterend in een geringer concurrentievermogen; merkt op dat het verschil in winstgevendheid ten opzichte van andere rechtsgebieden te wijten is aan zowel structurele als regelgevende factoren en dringt aan op een herziening om het regelgevingskader te stroomlijnen; merkt op dat het specifieke karakter van het EU-bankwezen, met zijn grote aantal kleinere banken, vraagt om proportionele oplossingen die hiermee rekening houden en die zijn afgestemd op de kenmerken ervan, zonder de financiële stabiliteit te ondermijnen; blijft zich bewust van het risico “te groot zijn om failliet te gaan”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verzoekt de Commissie de noodzaak te onderzoeken van het ontwikkelen van gerichte kaders binnen de bankenunie om de toegang tot financiering voor kmo’s en start-ups te verbeteren, waarbij hun rol als ruggengraat van de EU-economie wordt erkend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>betreurt dat de grensoverschrijdende activiteiten van EU-banken nog steeds vrij beperkt zijn, met name wat het verstrekken van leningen betreft; is derhalve van mening dat het belangrijk is de bankenunie te voltooien om het vrij verkeer van kapitaal op een volledig geïntegreerde interne markt te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt EU-banken die nog in Rusland actief zijn om zich zo snel mogelijk van de Russische markt terug te trekken; verzoekt de toezichthoudende instellingen te waarborgen dat die banken vaart zetten om zich snel van de Russische markt terug te trekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de Commissie verder te onderzoeken of de oprichting van een afzonderlijke jurisdictie voor EU-banken met aanzienlijke grensoverschrijdende activiteiten<FOOTNOTE><FIELD>Rapport Draghi, blz. 61.</FIELD></FOOTNOTE> kan bijdragen tot de voltooiing van de bankenunie, dan wel of dit de versnippering van de banksector zou vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst erop dat in dit verband een herziening van het securitisatiekader ter versterking van de Europese markten en de invoering van European Secured Notes als financieringsinstrument met dubbele zekerheidsrechten voor kmo’s onderzocht zou kunnen worden, ter dege rekening houdend met risico’s voor de financiële stabiliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat financiële geletterdheid van essentieel belang is in moderne economieën door aan de veerkracht van de banksystemen in de lidstaten bij te dragen en grensoverschrijdende financiële activiteiten aan te moedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat een hoog niveau van consumentenbescherming de bankenunie veerkrachtiger zal maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is van mening dat de Commissie zich moet richten op aspecten die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van digitalisering, modernisering, vereenvoudiging, stroomlijning en versterking van het concurrentievermogen; stelt dat rechtszekerheid, zekerheid, voorspelbaarheid en stabiliteit essentieel zijn voor EU-banken om onder gunstige omstandigheden te kunnen opereren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat, naast traditionele leningen, diverse financieringsbronnen gunstig kunnen zijn voor de groei en het concurrentievermogen van de EU, en wijst op het lage risico van door activa gedekte financieringsoplossingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>	neemt kennis van de vooruitgang van de ECB met betrekking tot de digitale euro en de parlementaire dialoog die over dit onderwerp met de ECB wordt gevoerd; begrijpt dat er bepaalde voorbehouden zijn met betrekking tot de digitale euro, bijvoorbeeld wat betreft de offline-functionaliteit ervan, aangezien offlinetransacties de zichtbaarheid verminderen en de preventie van financiële criminaliteit belemmeren; herinnert eraan dat de digitale euro een aanvulling moet vormen op contant geld en het niet moet vervangen; vindt dat het besluit om al dan niet een digitale euro in te voeren uiteindelijk een politiek besluit is dat door de wetgevers van de EU moet worden genomen, aangezien dit besluit ingrijpende gevolgen kan hebben voor een breed scala aan EU-beleidsterreinen, waaronder privacy, consumentenbescherming, financiële stabiliteit, financieel beleid en andere terreinen die verdergaan dan puur monetair beleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>betreurt dat bepaalde financiële instellingen er niet in zijn geslaagd het genderevenwicht te waarborgen, met name in hun leidinggevende organen; benadrukt dat genderevenwicht in raden van bestuur en onder het personeel zowel maatschappelijke als economische voordelen oplevert; verzoekt financiële instellingen hun diversiteits- en integratiebeleid regelmatig te actualiseren en een gezonde arbeidscultuur te helpen bevorderen waarin inclusiviteit voorop staat; verzoekt particuliere en publieke entiteiten het gebrek aan diversiteit en genderevenwicht in de bestuursorganen van financiële instellingen aan te pakken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toezicht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verwelkomt het feit dat de medewetgevers het nieuwe bankenpakket houdende toepassing van de normen van Bazel III in de EU hebben goedgekeurd; wijst op het huidige gebrek aan duidelijkheid over de toepassing van de normen van Bazel III in sommige andere rechtsgebieden en het mogelijke risico voor het internationale gelijke speelveld; benadrukt dat de Commissie moet beoordelen of gerichte veranderingen kunnen bijdragen tot het behoud van het internationale concurrentievermogen van EU‑banken zonder hun veerkracht te verzwakken; herinnert eraan dat in de gedelegeerde verordening tot wijziging van de datum van toepassing van de eigenvermogensvereisten voor marktrisico de datum van toepassing van het nieuwe raamwerk voor marktrisico met één jaar is uitgesteld tot 1 januari 2026; verzoekt de Commissie na te gaan of de gelijkwaardigheidsbesluiten die zijn genomen met betrekking tot de rechtsgebieden die de Bazel III-normen niet toepassen, moeten worden herzien om de financiële stabiliteit van de financiële sector in de EU te vrijwaren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>erkent dat de sluiting van bankfilialen steeds vaker voorkomt, wat bijdraagt tot het risico van “bankwoestijnvorming” in bepaalde regio’s, met bijzonder negatieve gevolgen voor kwetsbare burgers zonder digitale toegang; benadrukt de cruciale rol van kleinere banken om toegang tot essentiële bankdiensten te waarborgen, met name in landelijke en afgelegen gebieden, en zo huishoudens, kmo’s en lokale economieën te ondersteunen; merkt op dat de hoge toezichtskosten en regeldruk aanzienlijke uitdagingen kunnen vormen voor kleinere banken; beklemtoont dat bij het bankentoezicht het evenredigheidsbeginsel moet worden toegepast om ervoor te zorgen dat de intensiteit van de regulering wordt afgestemd op de omvang, het risicoprofiel en het bedrijfsmodel van instellingen, waarbij rekening wordt gehouden met de essentiële territoriale rol van kleinere banken en met hun specifieke kenmerken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>herinnert eraan dat het bankenpakket een groot aantal mandaten voor de Europese Bankautoriteit bevat; roept de Europese Bankautoriteit op deze mandaten uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>stelt vast dat de banksector, reeds binnen het bestaande regelgevingskader, tijdens de marktgebeurtenissen van de afgelopen jaren veerkrachtig is gebleken en dat de gemiddelde ratio van het tier 1-kernkapitaal onverminderd hoog is, namelijk 15,81 %;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>stelt vast dat het percentage niet-renderende leningen ongewijzigd is, namelijk 2,30 %, en dat de liquiditeitsdekkingsratio 159,39 % bedraagt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>wijst op de uiteenlopende niveaus van blootstelling aan niet-renderende leningen en wijst erop dat er lidstaten zijn met blootstellingsniveaus in de grootteorde van 1 % of zelfs lager, terwijl andere lidstaten blootstellingsniveaus van meer dan 4 % hebben; is van mening dat de inspanningen om de blootstelling van Europese banken aan dit soort leningen te verminderen, moeten worden voortgezet als goede risicobeheerspraktijk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat ongunstige macro-economische omstandigheden, geopolitieke tegenwind en de snelle ontwikkeling van diensten voor uitgestelde betaling kunnen leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van activa en van invloed kunnen zijn op het niveau van niet-renderende leningen in de toekomst; wijst dan ook op het belang van prudent risicobeheer en passende voorzieningen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>merkt op dat de huidige niveaus van winstgevendheid van de banksector een gelegenheid kunnen vormen om macroprudentiële buffers te vergroten en de veerkracht van de banksector in stand te helpen houden; verzoekt de Commissie deze optie verder te onderzoeken en zorgvuldig te evalueren hoe het macroprudentiële kader kan worden herzien, waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijke gevolgen voor de kapitaalvereisten en met het waarborgen van een gelijk speelveld met andere rechtsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>	wijst erop dat de banksector een rol speelt bij het ondersteunen van de transitie naar een gedigitaliseerde en koolstofneutrale economie, bij het kanaliseren van middelen naar hernieuwbare energiebronnen en bij het ondersteunen van de verwezenlijking van de doelstellingen van de Green Deal en de klimaatwet van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt op dat de ECB in haar toezichtpraktijken rekening houdt met klimaat- en natuurgerelateerde financiële risico’s en de toenemende fysieke risico’s en transitierisico’s nauwlettend in het oog houdt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>verwelkomt het idee van het vergroten van de hoeveelheid durfkapitaal en het vrijmaken van kapitaal voor de financiering van snelgroeiende bedrijven in de EU; verwelkomt de toezegging van de voorzitter van de Commissie Ursula von der Leyen om risicoabsorberende maatregelen voor te zullen stellen om het voor commerciële banken, investeerders en verstrekkers van durfkapitaal gemakkelijker te maken snelgroeiende ondernemingen te financieren<FOOTNOTE><FIELD>Von der Leyen, Ursula, <STRING ITALIC="on">De keuze van Europa. Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029</STRING>, blz. 11.</FIELD></FOOTNOTE>; merkt op dat dit moet gebeuren op een manier die geen systeem- of moreel risico met zich meebrengt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verwelkomt de oprichting van de nieuwe Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering, die het mogelijk zal maken witwassen en terrorismefinanciering doeltreffender te bestrijden door middel van direct toezicht op bepaalde financiële entiteiten en een betere samenwerking, een betere informatiestroom tussen nationale autoriteiten en betere coördinatie tussen autoriteiten voor handhaving van sancties in de lidstaten, om leemten in de uitvoering van gerichte sancties te helpen dichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt dat de veerkracht van niet-bancaire financiële intermediairs moet worden vergroot, onder meer door specifieke regelgevings- en toezichtinstrumenten uit te werken; wijst erop dat dergelijke maatregelen de veiligheid van het financiële systeem moeten garanderen en in het belang van de klant moeten zijn; is ingenomen met de raadpleging van de Commissie over macroprudentieel beleid voor niet-bancaire financiële intermediairs; steunt de aanbeveling van het Eurosysteem om systeembrede stresstests voor het vaststellen en kwantificeren van risico’s voor de veerkracht van kernmarkten in te voeren; verzoekt de Commissie te onderzoeken of er lacunes zijn in het toezichtinstrumentarium, onder meer met betrekking tot potentiële liquiditeitsproblemen en gevolgen voor systeemrisico’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>merkt op dat cryptoactiva nieuwe uitdagingen en kansen creëren voor het financiële stelsel, maar ook risico’s met zich meebrengen, en dat deze risico’s aandacht vereisen van de nationale toezichthouders, het GTM en het Europees Comité voor systeemrisico’s;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Afwikkeling</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>wijst erop dat het in april 2024 door het Parlement aangenomen standpunt inzake het kader voor crisisbeheer en depositoverzekering zorgt voor een meer consistente benadering in alle lidstaten van het gebruik van afwikkelingsinstrumenten en depositobescherming, met als doel om de financiële stabiliteit te vergroten, de belastingbetaler beter te beschermen, en voor meer vertrouwen bij beleggers te zorgen; wijst erop dat kleine banken een aantal specifieke kenmerken hebben die een proportionele aanpak kunnen rechtvaardigen; benadrukt dat de Europese en nationale bevoegde autoriteiten over passende en toereikende instrumenten moeten beschikken om doeltreffend te reageren op bankfaillissementen en de financiële stabiliteit te waarborgen, en dat banken moeten kunnen opereren in een doeltreffend regelgevingskader dat hun ontwikkeling bevordert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>onderstreept dat het belangrijk is het beginsel aan te houden dat aandeelhouders en leningverstrekkers primair verantwoordelijk zijn voor verliezen in het geval van een bankfailissement; wijst erop dat het gebruik van geld van de belastingbetalers moet worden vermeden, en dat dit nog altijd één van de voornaamste lessen is die getrokken kunnen worden uit de mondiale financiële crisis; benadrukt dat de “bail-in” van aandeelhouders en leningverstrekkers de belangrijkste bron van afwikkelingsfinanciering moet blijven en dat pas in tweede instantie teruggegrepen moet worden op financiering door de sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>herinnert eraan dat een afdoend minimumvereiste voor eigen vermogen en in aanmerking komende passiva (MREL) essentieel is voor een geloofwaardig afwikkelingskader en om ervoor te zorgen dat afwikkelingsautoriteiten over voldoende flexibiliteit beschikken om uitvoering te geven aan de in een specifieke crisissituatie noodzakelijke afwikkelingsstrategieën; benadrukt dat dit minimumvereiste voldoende moet zijn voor een doeltreffende uitvoering van de afwikkelingsstrategieën die in het afwikkelingsplan van een bank zijn opgenomen; herinnert eraan dat het afwikkelingskader een buitensporige toename van de MREL-kalibratie en onevenredige bijdragen aan het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds moet voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>wijst erop dat, indien de in aanmerking komende passiva van een bank aan niet-EU-beleggers worden uitgegeven, de afschrijving of omzetting van deze passiva met volledige zekerheid afdwingbaar moet zijn, om de doeltreffende toepassing van afwikkelingsinstrumenten te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat bij de afwikkeling van banken, waaronder voor het verlenen van liquiditeitssteun, in geen geval teruggegrepen mag worden op geld van de belastingbetaler en moet worden vastgehouden aan de budgettaire en sociale verantwoordelijkheid en de marktdiscipline;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>herinnert eraan dat banken na de uitvoering van een afwikkelingsbesluit aan hun verplichtingen moeten blijven voldoen en hun sleutelfuncties moeten blijven vervullen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is de rol van de ECB als liquiditeitsverschaffer bij afwikkeling te verduidelijken, en dat daarbij de nodige aandacht moet worden besteed aan passende garanties en het mandaat van de ECB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>wijst met nadruk op de aankondiging van de GAR dat het zijn capaciteit zal vergroten voor het nemen van handhavingsmaatregelen om wezenlijke belemmeringen voor afwikkelbaarheid weg te nemen; dringt er op aan dat aan het einde van elke afwikkelingsplanningscyclus een geanonimiseerde lijst van vastgestelde belemmeringen voor afwikkelbaarheid en de maatregelen die zijn genomen om deze aan te pakken, wordt gepubliceerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verwelkomt “SRM Vision 2028”, de door de GAR geïnitieerde strategische toetsing, met daarin de langetermijndoelstellingen, maatregelen voor de aanpak van nieuwe uitdagingen, en plannen voor een verdere versterking van de samenwerking met de nationale afwikkelingsautoriteiten en andere belanghebbende partijen; wijst met name op het voornemen van de GAR om vast te stellen op welke gebieden duurzaamheid verder kan worden ingebed in zijn dagelijkse activiteiten en kernactiviteiten; benadrukt dat bij de uitvoering van de nieuwe strategie moet worden gezorgd voor efficiëntie en kosteneffectiviteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verwelkomt het plan van de GAR om de jaarlijkse afwikkelingsplanningscyclus te stroomlijnen, teneinde de efficiëntie ervan te vergroten en te bewerkstelligen dat daarin meer aandacht wordt besteed aan het testen van de afwikkelbaarheid van banken en aan de operationalisering van afwikkelingsstrategieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>juicht het feit toe dat het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds nu operationeel is; dringt erop aan dat alle lidstaten de overeenkomst tot wijziging van het ESM-verdrag volledig ratificeren, met inbegrip van de invoering van een gemeenschappelijk achtervangmechanisme voor het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>beklemtoont dat méér moet worden gedaan om te zorgen voor de volledige afwikkelbaarheid van alle banken die onder het toepassingsgebied van de verordening vallen; herinnert eraan dat het bereiken van afwikkelbaarheid geen vrijblijvende doelstelling is en dringt derhalve aan op grotere standaardisering en harmonisering van de beoordeling van afwikkelbaarheid; herinnert niettemin aan de belangrijke rol die nationale afwikkelingsautoriteiten spelen bij de beoordeling van afwikkelbaarheid;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Depositoverzekering</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>benadrukt dat het voorstel van de Commissie voor de oprichting van een Europese depositoverzekeringsregeling uit 2015 dateert en dat het landschap sindsdien aanzienlijk is veranderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>herinnert eraan dat het standpunt van de Commissie economische en monetaire zaken over een Europees depositoverzekeringsstelsel in april 2024 is aangenomen; wijst erop dat dit standpunt afwijkt van het voorstel van de Commissie van 2015 en een nieuwe aanpak volgt; wacht op de onderhandelingen over een Europees depositogarantiestelsel en moedigt de Raad aan om deze onderhandelingen door te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>stelt vast dat met succes nationale depositoverzekeringsregelingen zijn doorgevoerd en in meerdere gevallen hun nut bewezen hebben; benadrukt dat rekening moet worden gehouden met specifieke nationale kenmerken en dat de goed functionerende systemen voor kleinere banken die in een aantal lidstaten reeds bestaan, zoals institutionele beschermingsregelingen, gehandhaafd moeten worden, op een wijze die het gelijke speelveld in de bankenunie niet verstoort;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Centrale Bank, de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad, en de Europese Bankautoriteit.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>