<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0116</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en van materiaal van seksueel misbruik van kinderen, en vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad (herschikking)</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0097/2025 - Rapporteur: Jeroen Lenaers)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Amendementen van het Europees Parlement aangenomen op 17 juni 2025 over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en van materiaal van seksueel misbruik van kinderen, en ter vervanging van Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad (herschikking) (COM(2024)0060 – C9-0028/2024 – 2024/0035(COD))</STRING><FOOTNOTE><FIELD> De zaak werd voor interinstitutionele onderhandelingen terugverwezen naar de bevoegde commissie op grond van artikel 60, lid 4, vierde alinea, van het Reglement (A10-0097/2025).</FIELD></FOOTNOTE></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)</NOTE><TEXT><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION/></ACTLST></DISPOSITIF><AMDLST><HD><HEAD.OLD><STRING ITALIC="on">Door de Commissie voorgestelde tekst</STRING></HEAD.OLD><HEAD.NEW><STRING ITALIC="on">Amendement</STRING></HEAD.NEW></HD><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		1</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 9 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(9 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kinderen zijn steeds vaker op jonge leeftijd online actief en uit beschikbaar bewijsmateriaal valt af te leiden dat jongens en meisjes op verschillende wijzen kwetsbaar zijn. Meisjes zijn onevenredig vaak het slachtoffer van cybergeweld, waaronder online-intimidatie, seksuele afpersing, seksueel geweld en uitbuiting, maar jongens hebben vaker te maken met financiële seksuele afpersing en zijn minder alert op online risico´s dan meisjes. Uit studies blijkt dat één op de tien vrouwen vanaf de leeftijd van 15 jaar te maken heeft gehad met gendergerelateerd cybergeweld, en dat 58 % van de meisjes aangeeft te maken te hebben gehad met online-intimidatie. Lhbtiq+-kinderen lopen een nog groter risico. De verspreiding van beelden zonder instemming en de handel in materiaal van seksueel misbruik van kinderen versterken schadelijke genderstereotypen en doen ongelijkheden verder toenemen. Ten minste twee derde van de slachtoffers van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen zijn meisjes. Om die reden is het belangrijk dat niet één benadering wordt gehanteerd ten aanzien van alle kinderen, maar dat er gewerkt wordt aan op maat gesneden en genderbewuste maatregelen ter voorkoming en bestrijding van online seksueel misbruik van kinderen, en dat ervoor wordt gezorgd dat digitale platforms krachtige beschermende maatregelen nemen, in overeenstemming met de grondrechten en recente wetgeving inzake geweld tegen vrouwen, waaronder cybergeweld.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		2</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 10</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(10)</NO.P>Materiaal van seksueel misbruik van kinderen bevat vaak beeldopnamen van seksueel misbruik van kinderen door volwassenen. Dat materiaal kan tevens afbeeldingen omvatten van kinderen die betrokken zijn bij expliciete seksuele gedragingen of van hun <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geslachtsorganen</STRING></STRING>, waarbij dergelijke afbeeldingen worden vervaardigd of gebruikt voor primair seksuele doeleinden en, met of zonder medeweten van het kind, worden geëxploiteerd. Voorts heeft het concept van materiaal van seksueel misbruik van kinderen ook betrekking op realistische afbeeldingen van een kind dat deelneemt of wordt afgebeeld alsof het deelneemt aan expliciete seksuele gedragingen, voor primair seksuele doeleinden, en op zogenaamde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“handboeken voor pedofielen”</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(10)</NO.P>Materiaal van seksueel misbruik van kinderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ongeacht de manier waarop dat is geproduceerd, al dan niet met gebruik van artificiële intelligentie,</STRING></STRING> bevat vaak beeldopnamen van seksueel misbruik van kinderen door volwassenen. Dat materiaal kan tevens afbeeldingen omvatten van kinderen die betrokken zijn bij expliciete seksuele gedragingen of van hun <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">intieme delen</STRING></STRING>, waarbij dergelijke afbeeldingen worden vervaardigd of gebruikt voor primair seksuele doeleinden en, met of zonder medeweten van het kind, worden geëxploiteerd. Voorts heeft het concept van materiaal van seksueel misbruik van kinderen ook betrekking op realistische afbeeldingen van een kind dat deelneemt of wordt afgebeeld alsof het deelneemt aan expliciete seksuele gedragingen, voor primair seksuele doeleinden, en op zogenaamde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“instructies” die bedoeld zijn om advies, richtsnoeren of raad te geven over hoe materiaal van seksueel misbruik van kinderen kan worden geproduceerd, verspreid of verkregen en over hoe kinderen seksueel kunnen worden misbruikt of uitgebuit of voor dergelijke doeleinden kunnen worden benaderd</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		3</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 11</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(11)</NO.P>Uit onderzoek is gebleken dat het beperken van de verspreiding van materiaal van seksueel misbruik van kinderen niet alleen van cruciaal belang is om revictimisatie als gevolg van de circulatie van beelden en video’s van het misbruik te voorkomen, maar ook dat dit een belangrijke vorm van dadergerichte preventie is, aangezien toegang tot materiaal van seksueel misbruik van kinderen vaak de eerste stap is richting hands-on misbruik, ongeacht of dat materiaal echte of louter realistische misbruik- en uitbuitingssituaties weergeeft. Als gevolg van de voortdurende ontwikkeling van artificiële intelligentie-toepassingen, die realistische beelden kunnen genereren die niet te onderscheiden zijn van echte beelden, zal het aantal zogenaamde “deepfake”-beelden en -video’s van seksueel misbruik van kinderen de komende jaren naar verwachting exponentieel toenemen. Bovendien worden de ontwikkelingen op het gebied van aangevulde, uitgebreide en virtuele realiteit, waarbij gebruik wordt gemaakt van avatars met sensorische feedback, bijvoorbeeld via apparaten die een gevoel van aanraking creëren, niet volledig gedekt door de bestaande definitie. De opname van een expliciete verwijzing naar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“</STRING></STRING>reproducties of weergaven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">”</STRING></STRING> moet ervoor zorgen dat de definitie van materiaal van seksueel misbruik van kinderen deze en toekomstige technologische ontwikkelingen op een voldoende technologieneutrale en dus toekomstbestendige wijze bestrijkt.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(11)</NO.P>Uit onderzoek is gebleken dat het beperken van de verspreiding van materiaal van seksueel misbruik van kinderen niet alleen van cruciaal belang is om revictimisatie als gevolg van de circulatie van beelden en video’s van het misbruik te voorkomen, maar ook dat dit een belangrijke vorm van dadergerichte preventie is, aangezien toegang tot materiaal van seksueel misbruik van kinderen vaak de eerste stap is richting hands-on misbruik, ongeacht of dat materiaal echte of louter realistische misbruik- en uitbuitingssituaties weergeeft. Als gevolg van de voortdurende ontwikkeling van artificiële intelligentie-toepassingen, die realistische beelden kunnen genereren die niet te onderscheiden zijn van echte beelden, zal het aantal <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door artificiële intelligentie gegenereerde of met behulp van andere geautomatiseerde systemen gecreëerde </STRING></STRING>zogenaamde “deepfake”-beelden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, pseudofoto’s</STRING></STRING> en -video’s van seksueel misbruik van kinderen de komende jaren naar verwachting exponentieel toenemen. Bovendien worden de ontwikkelingen op het gebied van aangevulde, uitgebreide en virtuele realiteit, waarbij gebruik wordt gemaakt van avatars met sensorische feedback, bijvoorbeeld via apparaten die een gevoel van aanraking creëren, niet volledig gedekt door de bestaande definitie. De opname van een expliciete verwijzing naar <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">weergaven gegenereerd “met welke middelen dan ook” en de verwijzing naar </STRING></STRING>reproducties of weergaven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> “ongeacht de methode waarmee die zijn gecreëerd of gemanipuleerd”</STRING></STRING> moet ervoor zorgen dat de definitie van materiaal van seksueel misbruik van kinderen deze en toekomstige technologische ontwikkelingen op een voldoende technologieneutrale en dus toekomstbestendige wijze bestrijkt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		4</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 12</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(12)</NO.P>Om strafbare feiten in verband met seksueel misbruik van kinderen te voorkomen, moet de definitie van materiaal van seksueel misbruik van kinderen ook <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zogenaamde “handboeken voor pedofielen”</STRING></STRING> omvatten. In <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">handboeken voor pedofielen</STRING></STRING> wordt advies gegeven over het vinden, groomen en misbruiken van kinderen en over het voorkomen van identificatie en vervolging. Deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">handboeken</STRING></STRING> verlagen drempels en bieden toegang tot de nodige knowhow, waardoor ze daders aanmoedigen tot en ondersteunen bij het plegen van seksueel misbruik. De online verspreiding ervan heeft er al toe geleid dat sommige lidstaten hun strafrecht hebben aangepast en het bezit en de verspreiding van dergelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">handboeken</STRING></STRING> expliciet strafbaar hebben gesteld. Het gebrek aan harmonisatie heeft tot gevolg dat het niveau van bescherming binnen de Unie niet overal gelijk is.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(12)</NO.P>Om strafbare feiten in verband met seksueel misbruik van kinderen te voorkomen, moet de definitie van materiaal van seksueel misbruik van kinderen ook <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">instructies over hoe kinderen seksueel kunnen worden misbruikt of uitgebuit</STRING></STRING> omvatten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ongeacht de vorm waarin dergelijke instructies worden verstrekt</STRING></STRING>. In <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">die instructies, onder meer in de vorm van handleidingen,</STRING></STRING> wordt advies gegeven over het vinden, groomen en misbruiken van kinderen en over het voorkomen van identificatie en vervolging<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of wordt advies gegeven over hoe materiaal van seksueel misbruik van kinderen kan worden gegenereerd, verspreid of verkregen. Digitale modellen of prompts waarmee door AI gegenereerd materiaal van seksueel misbruik van kinderen kan worden gecreëerd, moeten ook worden aangemerkt als instructies voor seksueel misbruik of uitbuiting van kinderen en moeten dus eveneens onder de definitie van materiaal van seksueel misbruik van kinderen vallen</STRING></STRING>. Deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">instructies</STRING></STRING> verlagen drempels en bieden toegang tot de nodige knowhow, waardoor ze daders aanmoedigen tot en ondersteunen bij het plegen van seksueel misbruik. De online verspreiding ervan heeft er al toe geleid dat sommige lidstaten hun strafrecht hebben aangepast en het bezit en de verspreiding van dergelijke <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">instructies</STRING></STRING> expliciet strafbaar hebben gesteld. Het gebrek aan harmonisatie heeft tot gevolg dat het niveau van bescherming binnen de Unie niet overal gelijk is.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		5</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 12 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(12 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ontbreken van instemming is bij sommige van de in deze richtlijn genoemde strafbare feiten een constitutief element. Het is, om de correcte uitvoering van deze richtlijn te waarborgen, dus noodzakelijk om een definitie van “instemming” in de richtlijn op te nemen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		6</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 12 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(12 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in deze richtlijn opgenomen rechten laten de rechten van de dader onverlet. De term “dader” verwijst naar een persoon die is veroordeeld voor een strafbaar feit. Voor de toepassing van deze richtlijn verwijst de term evenwel ook naar een verdachte of beklaagde voorafgaand aan enige vaststelling van schuld of veroordeling, zonder afbreuk te doen aan het vermoeden van onschuld.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		7</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 14</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(14)</NO.P>Bij het vaststellen van wetgeving inzake materieel strafrecht dient de Unie de samenhang van deze wetgeving te waarborgen, in het bijzonder voor wat betreft de strafmaat. Deze richtlijn bevat een uitzonderlijk hoog aantal verschillende strafbare feiten en vereist bijgevolg een grotere differentiatie in de strafmaat dan gebruikelijk in rechtsinstrumenten van de Unie, teneinde de ernst van de verschillende strafbare feiten te weerspiegelen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(14)</NO.P>Bij het vaststellen van wetgeving inzake materieel strafrecht dient de Unie de samenhang van deze wetgeving te waarborgen, in het bijzonder voor wat betreft de strafmaat. Deze richtlijn bevat een uitzonderlijk hoog aantal verschillende strafbare feiten en vereist bijgevolg een grotere differentiatie in de strafmaat dan gebruikelijk in rechtsinstrumenten van de Unie, teneinde de ernst van de verschillende strafbare feiten te weerspiegelen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze richtlijn moet ervoor zorgen dat voor met behulp van technologie gepleegde strafbare feiten dezelfde straffen gelden als voor andere strafbare feiten, aangezien de ernst van deze strafbare feiten en het trauma dat het er gevolg van is, vergelijkbaar zijn.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		8</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 15</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(15)</NO.P>Ernstige vormen van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen dienen te worden bestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen. Dit geldt met name voor diverse vormen van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen die worden vergemakkelijkt door het gebruik van informatie- en communicatietechnologie, zoals het online benaderen van kinderen voor seksuele doeleinden via sociale netwerksites en chatrooms. Voorts dient de definitie van materiaal van seksueel misbruik van kinderen te worden verduidelijkt en beter in overeenstemming te worden gebracht met de in internationale instrumenten gehanteerde definitie. Meer in het algemeen dient de in deze richtlijn gebruikte terminologie in overeenstemming te worden gebracht met erkende internationale normen, zoals de terminologiegids voor de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik, die op 28 januari 2016 is aangenomen door de interdepartementale werkgroep in Luxemburg.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(15)</NO.P>Ernstige vormen van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen dienen te worden bestraft met doeltreffende, evenredige en afschrikkende straffen. Dit geldt met name voor diverse vormen van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen die worden vergemakkelijkt door het gebruik van informatie- en communicatietechnologie, zoals het online benaderen van kinderen voor seksuele doeleinden via sociale netwerksites en chatrooms. Voorts dient de definitie van materiaal van seksueel misbruik van kinderen te worden verduidelijkt en beter in overeenstemming te worden gebracht met de in internationale instrumenten gehanteerde definitie. Meer in het algemeen dient de in deze richtlijn gebruikte terminologie in overeenstemming te worden gebracht met erkende internationale normen, zoals de terminologiegids voor de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik, die op 28 januari 2016 is aangenomen door de interdepartementale werkgroep in Luxemburg. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bovendien moeten de lidstaten, om een efficiëntere uitvoering van deze richtlijn te bevorderen, de in hun nationale wetgeving gebruikte formuleringen harmoniseren en moderniseren teneinde deze in overeenstemming te brengen met de formuleringen die in deze richtlijn worden gebruikt. Een eerste cruciale stap in die richting is de vervanging van de term “kinderpornografie” door “materiaal van seksueel misbruik van kinderen”.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement	9</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 15 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(15 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Om kinderen online beter te beschermen en te zorgen voor krachtiger preventieve maatregelen, moet ook het opzettelijk blootstellen van kinderen aan pornografische inhoud voor seksuele doeleinden strafbaar worden gesteld.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		10</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 20</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(20)</NO.P>In de context van materiaal van seksueel misbruik van kinderen biedt de term “niet worden geacht wederrechtelijk te zijn gepleegd” de lidstaten de mogelijkheid een verweer te bieden ten aanzien van handelswijzen met betrekking tot materiaal dat materiaal van seksueel misbruik van kinderen zou kunnen zijn die bijvoorbeeld medische, wetenschappelijke of vergelijkbare doeleinden dienen. De term staat tevens de verrichting van onder nationale juridische bevoegdheden ressorterende activiteiten toe, zoals het rechtmatige bezit van materiaal van seksueel misbruik van kinderen door de autoriteiten teneinde strafprocedures in te stellen of misdrijven te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>, of zoals activiteiten van organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen, mits deze organisaties daartoe zijn gemachtigd door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij zijn gevestigd. Deze activiteiten omvatten met name het in ontvangst nemen, analyseren en genereren van meldingen inzake vermoedelijk materiaal van seksueel misbruik van kinderen die bij hen worden ingediend door onlinegebruikers of andere organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen, met inbegrip van het bepalen van de locatie waar het in de meldingen bedoelde materiaal wordt gehost, alsook het uitvoeren van zoekopdrachten om de verspreiding van materiaal van seksueel misbruik van kinderen op te sporen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorts kan deze term juridische verweermiddelen of vergelijkbare relevante beginselen omvatten die een persoon onder specifieke omstandigheden van aansprakelijkheid kunnen vrijwaren. </STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>(20)</NO.P>In de context van materiaal van seksueel misbruik van kinderen biedt de term “niet worden geacht wederrechtelijk te zijn gepleegd” de lidstaten de mogelijkheid een verweer te bieden ten aanzien van handelswijzen met betrekking tot materiaal dat materiaal van seksueel misbruik van kinderen zou kunnen zijn die bijvoorbeeld medische, wetenschappelijke of vergelijkbare doeleinden dienen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voorts kan deze term juridische verweermiddelen of vergelijkbare relevante beginselen omvatten die een persoon onder specifieke omstandigheden van aansprakelijkheid kunnen vrijwaren.</STRING></STRING> De term staat tevens de verrichting van onder nationale juridische bevoegdheden ressorterende activiteiten toe, zoals het rechtmatige bezit van materiaal van seksueel misbruik van kinderen door de autoriteiten teneinde strafprocedures in te stellen of misdrijven te voorkomen, op te sporen of te onderzoeken, of zoals activiteiten van organisaties<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zoals meldpunten,</STRING></STRING> die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen, mits deze organisaties daartoe zijn gemachtigd door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waar zij zijn gevestigd. Deze activiteiten omvatten met name het in ontvangst nemen, analyseren en genereren van meldingen inzake vermoedelijk materiaal van seksueel misbruik van kinderen die bij hen worden ingediend door onlinegebruikers of andere organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen, met inbegrip van het bepalen van de locatie waar het in de meldingen bedoelde materiaal wordt gehost, alsook het uitvoeren van zoekopdrachten om de verspreiding van materiaal van seksueel misbruik van kinderen op te sporen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		11</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 20 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(20 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen, zoals de leden van het Inhope-netwerk van meldpunten, zijn al jaren actief in verschillende lidstaten en werken samen met rechtshandhavingsinstanties en dienstverleners om de verwijdering en melding van online materiaal van seksueel misbruik van kinderen te vergemakkelijken. Aldus wordt revictimisatie tegengegaan door de online verspreiding van illegaal materiaal te beperken, en kan aan de rechtshandhavingsinstanties bewijs worden verstrekt over gepleegde misdrijven. Het rechtskader waarbinnen deze organisaties opereren, verschilt echter aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat en vertoont talrijke lacunes wat betreft de omschrijving van de taken die deze organisaties rechtmatig kunnen uitvoeren en de bijbehorende voorwaarden. De lidstaten moeten in staat zijn te voorzien in een rechtskader voor de uitvoering van relevante taken door deze organisaties, met name de verwerking van materiaal van seksueel misbruik van kinderen, in welk geval de verwerking niet als “wederrechtelijk” mag worden beschouwd. Een dergelijk rechtskader is noodzakelijk omdat dit de rechtszekerheid vergroot, zorgt voor optimale synergieën tussen nationale autoriteiten en andere actoren die betrokken zijn bij de strijd tegen seksueel misbruik van kinderen, en de rechten van slachtoffers ondersteunt door materiaal van seksueel misbruik van kinderen te verwijderen uit de openbare digitale ruimte.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		12</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 22</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(22)</NO.P>In het kader van het internet vormt het benaderen van kinderen voor seksuele doeleinden een bedreiging met specifieke kenmerken, aangezien internet de gebruiker een ongekende anonimiteit biedt omdat hij zijn identiteit en persoonlijke kenmerken, zoals zijn leeftijd, kan verhullen. In het afgelopen decennium heeft het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën het voor daders steeds gemakkelijker gemaakt om toegang te krijgen tot kinderen, waarbij het contact vaak begint met de dader die het kind in compromitterende situaties lokt, bijvoorbeeld door zich voor te doen als een gelijke of met ander bedrieglijk of vleierig gedrag. Deze verhoogde toegang tot kinderen heeft geleid tot een snelle groei van fenomenen zoals <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“sextortion” (d.w.z</STRING></STRING>. het dreigen met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het delen</STRING></STRING> van intiem materiaal <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarop het slachtoffer wordt weergegeven teneinde</STRING></STRING> geld, materiaal van seksueel misbruik van kinderen of enig ander voordeel te verkrijgen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING>, waarvan zowel seksueel minderjarige als seksueel meerderjarige kinderen het slachtoffer zijn. De afgelopen jaren is er sprake van een sterke toename van financieel gemotiveerde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">sextortion</STRING></STRING> door georganiseerde criminele groepen die zich vooral richten op tienerjongens, wat er meerdere malen toe heeft geleid dat kinderen zich van het leven hebben beroofd. Daarom is het van essentieel belang dat al deze fenomenen op passende wijze worden aangepakt in de wetgeving van de lidstaten. Tegelijkertijd erkennen de lidstaten dat het van groot belang is de benadering van kinderen voor seksuele doeleinden buiten de context van internet eveneens te bestrijden, in het bijzonder wanneer een dergelijke benadering plaatsvindt zonder gebruik van informatie- en communicatietechnologie. De lidstaten worden aangespoord om gedragingen waarbij de benadering van een kind om de dader te ontmoeten voor seksuele doeleinden plaatsvindt in de aanwezigheid of de nabijheid van het kind, strafbaar te stellen, bijvoorbeeld in de vorm van een strafbare voorbereiding van een misdrijf, een poging tot het plegen van de in deze richtlijn bedoelde strafbare feiten of een bijzondere vorm van seksueel misbruik. Ongeacht welke juridische oplossing wordt gekozen om het offline benaderen van kinderen voor seksuele doeleinden (“offline grooming”) strafbaar te stellen, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat de plegers van dergelijke strafbare feiten worden vervolgd.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(22)</NO.P>In het kader van het internet vormt het benaderen van kinderen voor seksuele doeleinden een bedreiging met specifieke kenmerken, aangezien internet de gebruiker een ongekende anonimiteit biedt omdat hij zijn identiteit en persoonlijke kenmerken, zoals zijn leeftijd, kan verhullen. In het afgelopen decennium heeft het gebruik van informatie- en communicatietechnologieën het voor daders steeds gemakkelijker gemaakt om toegang te krijgen tot kinderen, waarbij het contact vaak begint met de dader die het kind in compromitterende situaties lokt, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hetzij in de reële wereld, hetzij in de virtuele wereld, </STRING></STRING>bijvoorbeeld door zich voor te doen als een gelijke of met ander bedrieglijk of vleierig gedrag. Deze verhoogde toegang tot kinderen heeft geleid tot een snelle groei van fenomenen zoals <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">seksuele afpersing</STRING></STRING>.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Onder seksuele afpersing van kinderen wordt verstaan </STRING></STRING>het dreigen met <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de verspreiding</STRING></STRING> van intiem materiaal <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarin een kindslachtoffer voorkomt, met als doel</STRING></STRING> geld, materiaal van seksueel misbruik van kinderen of enig ander voordeel te verkrijgen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met het dreigement dit materiaal te delen zonder de instemming van de weergegeven persoon</STRING></STRING>, waarvan zowel seksueel minderjarige als seksueel meerderjarige kinderen het slachtoffer<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> kunnen</STRING></STRING> zijn. De afgelopen jaren is er sprake van een sterke toename van financieel gemotiveerde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">seksuele afpersing</STRING></STRING> door georganiseerde criminele groepen die zich vooral richten op tienerjongens, wat er meerdere malen toe heeft geleid dat kinderen zich van het leven hebben beroofd. Daarom is het van essentieel belang dat al deze fenomenen op passende wijze worden aangepakt in de wetgeving van de lidstaten. Tegelijkertijd erkennen de lidstaten dat het van groot belang is de benadering van kinderen voor seksuele doeleinden buiten de context van internet eveneens te bestrijden, in het bijzonder wanneer een dergelijke benadering plaatsvindt zonder gebruik van informatie- en communicatietechnologie. De lidstaten worden aangespoord om gedragingen waarbij de benadering van een kind om de dader te ontmoeten voor seksuele doeleinden plaatsvindt in de aanwezigheid of de nabijheid van het kind, strafbaar te stellen, bijvoorbeeld in de vorm van een strafbare voorbereiding van een misdrijf, een poging tot het plegen van de in deze richtlijn bedoelde strafbare feiten of een bijzondere vorm van seksueel misbruik. Ongeacht welke juridische oplossing wordt gekozen om het offline benaderen van kinderen voor seksuele doeleinden (“offline grooming”) strafbaar te stellen, dienen de lidstaten ervoor te zorgen dat de plegers van dergelijke strafbare feiten worden vervolgd.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		13</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 23</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(23)</NO.P>In het licht van de recente technologische ontwikkelingen en met name de ontwikkelingen op het gebied van aangevulde, uitgebreide en virtuele realiteit, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mag</STRING></STRING> de strafbaarstelling van het benaderen van kinderen niet beperkt blijven tot spraak-, tekst- of mailgesprekken, maar moet<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zij</STRING></STRING> ook contacten of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitwisselingen</STRING></STRING> in een aangevulde, uitgebreide en virtuele realiteit-omgeving<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> omvatten</STRING></STRING>, alsook het op grote schaal benaderen van kinderen door middel van daartoe getrainde chatbots, aangezien dit fenomeen waarschijnlijk nog zal toenemen als gevolg van de te verwachten ontwikkeling van toepassingen op het gebied van artificiële intelligentie. Daarom moet de term “door middel van informatie- en communicatietechnologie” zodanig ruim worden opgevat dat hij al deze technologische ontwikkelingen bestrijkt.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(23)</NO.P>In het licht van de recente technologische ontwikkelingen en met name de ontwikkelingen op het gebied van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artificiële intelligentie en op het gebied van </STRING></STRING>aangevulde, uitgebreide en virtuele realiteit, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is het dringend noodzakelijk dat doeltreffender wordt opgetreden tegen het benaderen van kinderen en dat er periodieke evaluaties worden uitgevoerd van het rechtskader:</STRING></STRING> de strafbaarstelling van het benaderen van kinderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> mag</STRING></STRING> niet beperkt blijven tot spraak-, tekst- of mailgesprekken, maar moet ook contacten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, </STRING></STRING>uitwisselingen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontmoetingen in de reële wereld of de virtuele wereld omvatten, waaronder</STRING></STRING> in een aangevulde, uitgebreide en virtuele realiteit-omgeving, alsook het op grote schaal benaderen van kinderen door middel van daartoe getrainde chatbots, aangezien dit fenomeen waarschijnlijk nog zal toenemen als gevolg van de te verwachten ontwikkeling van toepassingen op het gebied van artificiële intelligentie. Daarom moet de term “door middel van informatie- en communicatietechnologie” zodanig ruim worden opgevat dat hij al deze technologische ontwikkelingen bestrijkt.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		14</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 23 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(23 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artificiële-intelligentie wordt op uiteenlopende manieren ingezet voor seksueel misbruik van kinderen; zo worden onder meer beelden van echt bestaande kinderen gebruikt om materiaal van seksueel misbruik van kinderen te creëren en worden stemmen van echte kinderen in dergelijk materiaal gebruikt. Dit leidt tot victimisatie van echt bestaande kinderen, waaronder wellicht kinderen die eerder in hun leven te maken hebben gehad met seksueel misbruik. Technologie, bijvoorbeeld technologie voor geautomatiseerde grooming, maakt het voor daders mogelijk hun identiteit te verbergen en maakt het eenvoudiger om kinderen te groomen en online te misbruiken. Om deze verschijnselen aan te pakken, moeten de verwerving en het in bezit hebben, de distributie, verspreiding en overdracht, en het ontwerpen en aanpassen van dergelijke instrumenten die in de eerste plaats zijn ontworpen of aangepast met het oog op het creëren van materiaal van seksueel misbruik van kinderen strafbaar worden gesteld.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		15</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 24</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(24)</NO.P>Deze richtlijn is niet van toepassing op het beleid van de lidstaten betreffende seksuele handelingen met onderlinge instemming waarbij kinderen betrokken kunnen zijn en die kunnen worden beschouwd als uiting van de normale ontdekking van de seksualiteit in het kader van de persoonlijke ontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende culturele en juridische tradities en met nieuwe vormen van het aanknopen en onderhouden van betrekkingen tussen kinderen en adolescenten, onder meer via informatie- en communicatietechnologie. Lidstaten die gebruikmaken van de in deze richtlijn geboden mogelijkheden, zullen dit doen in het kader van de uitoefening van hun bevoegdheden. Meer in het bijzonder moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om consensuele seksuele handelingen waarbij uitsluitend seksueel meerderjarige kinderen betrokken zijn en consensuele seksuele handelingen waarbij gelijken betrokken zijn, uit te sluiten van strafbaarstelling. De wijzigingen van het betrokken artikel hebben tot doel de werkingssfeer van de afwijking te verduidelijken, aangezien sommige lidstaten blijkbaar een te ruime interpretatie hebben gegeven aan de oorspronkelijke formulering (bijvoorbeeld door consensuele handelingen tussen seksueel meerderjarige minderjarigen en volwassenen van om het even welke leeftijd - die zelfs in het geval van een aanzienlijk leeftijdsverschil als “gelijken” worden beschouwd - uit te sluiten van strafbaarstelling).</P></OLD><NEW><P><NO.P>(24)</NO.P>Deze richtlijn is niet van toepassing op het beleid van de lidstaten betreffende seksuele handelingen met onderlinge instemming waarbij kinderen betrokken kunnen zijn en die kunnen worden beschouwd als uiting van de normale ontdekking van de seksualiteit in het kader van de persoonlijke ontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met verschillende culturele en juridische tradities en met nieuwe vormen van het aanknopen en onderhouden van betrekkingen tussen kinderen en adolescenten, onder meer via informatie- en communicatietechnologie. Lidstaten die gebruikmaken van de in deze richtlijn geboden mogelijkheden, zullen dit doen in het kader van de uitoefening van hun bevoegdheden. Meer in het bijzonder moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om consensuele seksuele handelingen waarbij uitsluitend seksueel meerderjarige kinderen betrokken zijn en consensuele seksuele handelingen waarbij gelijken betrokken zijn, uit te sluiten van strafbaarstelling. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten moeten ervoor zorgen dat gelijken beschermd worden tegen vervolging wegens vrijwillige seksuele handelingen waarbij geen sprake is van uitbuiting, mits er geen sprake is van dwang, misbruik van vertrouwen of afhankelijkheid tussen deze gelijken. De </STRING></STRING>wijzigingen van het betrokken artikel hebben tot doel de werkingssfeer van de afwijking te verduidelijken, aangezien sommige lidstaten blijkbaar een te ruime interpretatie hebben gegeven aan de oorspronkelijke formulering (bijvoorbeeld door consensuele handelingen tussen seksueel meerderjarige minderjarigen en volwassenen van om het even welke leeftijd - die zelfs in het geval van een aanzienlijk leeftijdsverschil als “gelijken” worden beschouwd - uit te sluiten van strafbaarstelling).<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De bepalingen met betrekking tot seksuele meerderjarigheid mogen niet zodanig worden uitgelegd dat de strafbaarstelling van seksueel misbruik en uitbuiting van seksueel meerderjarige kinderen op enigerlei wijze wordt beperkt, aangezien geen enkel kind kan instemmen met seksueel misbruik.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		16</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 25</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(25)</NO.P>De lidstaten moeten in hun nationaal recht verzwarende omstandigheden opnemen overeenkomstig de toepasselijke regels in hun rechtsstelsels inzake verzwarende omstandigheden. Zij dienen ervoor te zorgen dat rechters deze verzwarende omstandigheden bij de veroordeling van daders kunnen laten meewegen, ofschoon rechters niet tot de toepassing ervan verplicht zijn. De lidstaten hoeven verzwarende omstandigheden niet in hun recht op te nemen wanneer zij, gezien de aard van het specifieke strafbare feit, irrelevant zijn. De relevantie van de diverse in deze richtlijn vastgelegde verzwarende omstandigheden moet op nationaal niveau worden beoordeeld voor elk van de in deze richtlijn genoemde strafbare feiten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(25)</NO.P>De lidstaten moeten in hun nationaal recht verzwarende omstandigheden opnemen overeenkomstig de toepasselijke regels in hun rechtsstelsels inzake verzwarende omstandigheden.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> De leeftijd van het slachtoffer, behandelingen gericht op het veranderen van de seksuele gerichtheid of genderidentiteit van een persoon (zogenaamde “conversietherapie”) en het feit dat het strafbare feit werd ingegeven door een of meer van de discriminatiegronden waartegen artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie bescherming biedt, moeten in aanmerking worden genomen als verzwarende omstandigheid.</STRING></STRING> Zij dienen ervoor te zorgen dat rechters deze verzwarende omstandigheden bij de veroordeling van daders kunnen laten meewegen, ofschoon rechters niet tot de toepassing ervan verplicht zijn. De lidstaten hoeven verzwarende omstandigheden niet in hun recht op te nemen wanneer zij, gezien de aard van het specifieke strafbare feit, irrelevant zijn. De relevantie van de diverse in deze richtlijn vastgelegde verzwarende omstandigheden moet op nationaal niveau worden beoordeeld voor elk van de in deze richtlijn genoemde strafbare feiten.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		17</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 26</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(26)</NO.P>In het kader van deze richtlijn dient onder lichamelijk of geestelijk onvermogen tevens het lichamelijk of geestelijk onvermogen te worden verstaan dat wordt veroorzaakt door de invloed van drugs en alcohol.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(26)</NO.P>In het kader van deze richtlijn dient onder lichamelijk of geestelijk onvermogen tevens het lichamelijk of geestelijk onvermogen te worden verstaan dat wordt veroorzaakt door de invloed van drugs<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, geneesmiddelen</STRING></STRING> en alcohol<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of andere middelen die de vrije wil kunnen aantasten.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Personen die zich in een staat van onvermogen bevinden, kunnen niet geïnformeerd en vrijwillig instemmen met seksuele handelingen, waardoor elke seksuele handeling in dergelijke omstandigheden inherent niet-consensueel is.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		18</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 31</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(31)</NO.P>Slachtoffers van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen zijn ook tientallen jaren na het plegen van de feiten vaak nog niet in staat om daarvan aangifte te doen en dat vanwege gevoelens van schaamte, schuld en zelfverwijt, die onder meer verband kunnen houden met het sociale en culturele stigma dat nog steeds aan seksueel misbruik kleeft, het heimelijke karakter van het misbruik, bedreigingen of beschuldigingen van de dader en/of trauma’s. Plegers van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen blijven, in tegenstelling tot daders van andere geweldsdelicten, vaak tot op hoge leeftijd actief en blijven dus lang een bedreiging vormen voor kinderen. Doeltreffend onderzoek naar en doeltreffende vervolging van strafbare feiten in verband met seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en passende bijstand aan en ondersteuning van slachtoffers, zijn dus alleen mogelijk indien de verjaringstermijnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">slachtoffers de mogelijkheid bieden om gedurende een aanzienlijk lange periode aangifte te doen van de betrokken feiten</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(31)</NO.P>Slachtoffers van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen zijn ook tientallen jaren na het plegen van de feiten vaak nog niet in staat om daarvan aangifte te doen en dat vanwege gevoelens van schaamte, schuld en zelfverwijt, die onder meer verband kunnen houden met het sociale en culturele stigma dat nog steeds aan seksueel misbruik kleeft, het heimelijke karakter van het misbruik, bedreigingen of beschuldigingen van de dader en/of trauma’s.<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> Vanwege de specifieke kwetsbaarheden van kinderen en hun nog niet voltooide ontwikkeling is het mogelijk dat kinderen nog niet ten volle beseffen dat datgene wat heeft plaatsgevonden misbruik was, met name als degene die zich hieraan schuldig heeft gemaakt een volwassene was die zij vertrouwden. Het kan voorkomen dat overlevers pas als zij volwassen zijn de emotionele maturiteit hebben ontwikkeld om te beseffen dat er sprake was van misbruik en de langetermijneffecten van dit misbruik te begrijpen. Trauma kan ertoe leiden dat slachtoffers herinneringen jarenlang verdringen of onderdrukken om zichzelf te beschermen.</STRING></STRING> Plegers van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen blijven, in tegenstelling tot daders van andere geweldsdelicten, vaak tot op hoge leeftijd actief en blijven dus lang een bedreiging vormen voor kinderen. Doeltreffend onderzoek naar en doeltreffende vervolging van strafbare feiten in verband met seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en passende bijstand aan en ondersteuning van slachtoffers, zijn dus alleen mogelijk indien de verjaringstermijnen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden afgeschaft</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		19</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 34</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(34)</NO.P>De lidstaten moeten iedere persoon die op de hoogte is of een vermoeden heeft van het seksuele misbruik of de seksuele uitbuiting van een kind, aanmoedigen dit te melden bij de bevoegde diensten. Met name moeten de lidstaten informatie beschikbaar stellen aan kinderen over de mogelijkheid om misbruik te melden, onder meer bij hulplijnen. Het is de verantwoordelijkheid van elke lidstaat om te bepalen bij welke bevoegde autoriteiten dergelijke vermoedens kunnen worden gemeld. Die bevoegde autoriteiten mogen niet beperkt zijn tot diensten voor kinderbescherming of relevante sociale diensten. De vereiste dat een melding te goeder trouw moet gebeuren, heeft tot doel te voorkomen dat de bepaling wordt ingeroepen om met kwade opzet zuiver denkbeeldige of niet op waarheid berustende feiten aan te geven.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(34)</NO.P>De lidstaten moeten iedere persoon die op de hoogte is of een vermoeden heeft van het seksuele misbruik of de seksuele uitbuiting van een kind, aanmoedigen dit te melden bij de bevoegde diensten. Met name moeten de lidstaten informatie beschikbaar stellen aan kinderen over de mogelijkheid om misbruik te melden, onder meer bij hulplijnen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en via de communicatieplatforms die jongeren het meest gebruiken</STRING></STRING>. Het is de verantwoordelijkheid van elke lidstaat om te bepalen bij welke bevoegde autoriteiten dergelijke vermoedens kunnen worden gemeld. Die bevoegde autoriteiten mogen niet beperkt zijn tot diensten voor kinderbescherming of relevante sociale diensten. De vereiste dat een melding te goeder trouw moet gebeuren, heeft tot doel te voorkomen dat de bepaling wordt ingeroepen om met kwade opzet zuiver denkbeeldige of niet op waarheid berustende feiten aan te geven.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		20</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 34 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(34 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alle beroepsbeoefenaars, ongeacht of zij een vaste of een tijdelijke aanstelling hebben, en vrijwilligers die in nauw contact komen met kinderen, moeten een verplichte opleiding volgen om misbruik te leren herkennen en te leren welke stappen zij moeten nemen om de veiligheid van kinderen te waarborgen. Bij die opleiding moet aandacht besteed worden aan wat aangemerkt moet worden als online en offline seksueel misbruik van kinderen, aan het herkennen van indicatoren van misbruik zoals lichamelijk letsel, emotionele problemen en gedragsveranderingen, en aan de procedures die er zijn voor het melden van seksueel misbruik van kinderen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		21</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 34 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(34 ter)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten moeten ervoor zorgen dat bestaande en nieuwe mechanismen voor het melden van seksueel misbruik van kinderen, onder meer met gebruikmaking van informatie- en communicatietechnologieën, gemakkelijk toegankelijk, veilig, kindvriendelijk en kosteloos zijn en de vertrouwelijkheid waarborgen. Om de toegang van slachtoffers tot de rechter gemakkelijker te maken, moet het mogelijk zijn dat derden melding doen, met name als de slachtoffers vrezen voor repercussies als zij het strafbare feit zelf melden of als er andere redenen zijn waarom geen rechtstreeks contact kan worden opgenomen met de bevoegde autoriteiten. Er moeten voldoende middelen en personeel beschikbaar worden gesteld om de juiste ondersteuning en zorg te garanderen, en er moeten mechanismen voor het melden van dergelijk misbruik worden opgenomen in de gespecialiseerde structuren van verschillende instanties ter bestrijding van seksueel misbruik van kinderen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		22</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 35</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(35)</NO.P>De regels inzake rechtsmacht dienen te worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat personen uit de Unie die kinderen seksueel misbruiken of uitbuiten worden vervolgd, zelfs wanneer zij hun misdrijven buiten de Unie plegen, met name in het kader van het zogeheten sekstoerisme. Onder “seksuele uitbuiting van kinderen in de context van reizen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> toerisme” moet de seksuele uitbuiting van kinderen worden verstaan door een persoon of personen die vanuit hun gebruikelijke omgeving naar een bestemming in het buitenland reizen waar zij seksuele contacten met kinderen hebben. Wanneer seksuele uitbuiting van kinderen in de context van reizen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> toerisme buiten de Unie plaatsvindt, worden de lidstaten aangemoedigd ernaar te streven de samenwerking met derde landen en internationale organisaties te intensiveren door middel van de beschikbare nationale en internationale instrumenten, met inbegrip van bilaterale of multilaterale verdragen inzake uitlevering, wederzijdse bijstand of overdracht van procedures, teneinde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">sekstoerisme</STRING></STRING> te bestrijden. De lidstaten moeten een open dialoog en communicatie met landen buiten de Unie bevorderen, teneinde op grond van de relevante nationale wetgeving daders te kunnen vervolgen die met het oog op seksuele uitbuiting van kinderen in de context van reizen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> toerisme buiten de grenzen van de Unie reizen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(35)</NO.P>De regels inzake rechtsmacht dienen te worden gewijzigd om ervoor te zorgen dat personen uit de Unie die kinderen seksueel misbruiken of uitbuiten worden vervolgd, zelfs wanneer zij hun misdrijven buiten de Unie plegen, met name in het kader van het zogeheten sekstoerisme. Onder “seksuele uitbuiting van kinderen in de context van reizen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> toerisme” moet de seksuele uitbuiting van kinderen worden verstaan door een persoon of personen die vanuit hun gebruikelijke omgeving naar een bestemming in het buitenland reizen waar zij seksuele contacten met kinderen hebben<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en deelnemen aan strafbare feiten als omschreven in deze richtlijn</STRING></STRING>. Wanneer seksuele uitbuiting van kinderen in de context van reizen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> toerisme buiten de Unie plaatsvindt, worden de lidstaten aangemoedigd ernaar te streven de samenwerking met derde landen en internationale organisaties te intensiveren door middel van de beschikbare nationale en internationale instrumenten, met inbegrip van bilaterale of multilaterale verdragen inzake uitlevering, wederzijdse bijstand of overdracht van procedures, teneinde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">seksuele uitbuiting van kinderen in het buitenland</STRING></STRING> te bestrijden. De lidstaten moeten een open dialoog en communicatie met landen buiten de Unie bevorderen, teneinde op grond van de relevante nationale wetgeving daders te kunnen vervolgen die met het oog op seksuele uitbuiting van kinderen in de context van reizen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> toerisme buiten de grenzen van de Unie reizen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		23</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 36</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(36)</NO.P>Bij maatregelen om kindslachtoffers op een alomvattende manier te beschermen moeten de belangen van het kind voorop staan en moet rekening worden gehouden met hun behoeften. Voor een doeltreffende bescherming van kinderen is een maatschappijbrede aanpak nodig. Alle relevante autoriteiten en diensten moeten het kind centraal stellen en samenwerken om het te beschermen en te ondersteunen, met inachtneming van de belangen van het kind. Het “Barnahus”-model, waarbij met medewerking van specialisten uit alle relevante disciplines een kindvriendelijke omgeving wordt gecreëerd, is momenteel het meest geavanceerde voorbeeld van een kindvriendelijke benadering van justitie en van het voorkomen van revictimisatie. De desbetreffende bepalingen van deze richtlijn zijn gebaseerd op de beginselen van dat model. Dat model heeft tot doel ervoor te zorgen dat alle kinderen die betrokken zijn bij onderzoeken naar seksueel misbruik of seksuele uitbuiting worden onderworpen aan een kwalitatief hoogwaardige beoordeling in een kindvriendelijke omgeving, passende psychosociale ondersteuning krijgen en een beroep kunnen doen op diensten voor kinderbescherming. Met deze richtlijn wordt beoogd ervoor te zorgen dat alle lidstaten deze beginselen in acht nemen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hoewel</STRING></STRING> de lidstaten niet verplicht zijn om het Barnahus-model als zodanig toe te passen. Wanneer het kind medisch moet worden onderzocht ten behoeve van het strafonderzoek, bijvoorbeeld om bewijs van misbruik te verzamelen, moet dit medisch onderzoek beperkt blijven tot het strikt noodzakelijke teneinde hertraumatisering zoveel mogelijk te beperken. Deze verplichting mag geen belemmering vormen voor andere medische onderzoeken die nodig zijn voor het welzijn van het kind. Kindslachtoffers dienen gemakkelijk toegang te hebben tot een kindvriendelijke justitie en tot rechtsmiddelen en maatregelen voor het oplossen van belangenconflicten in het geval van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting van een kind in het gezin of de familie. Wanneer in een strafonderzoek of een strafproces een bijzondere vertegenwoordiger voor een kind moet worden aangewezen, kan deze rol ook door een rechtspersoon, een instelling of een autoriteit worden vervuld. Kindslachtoffers moeten ook worden beschermd tegen straffen, bijvoorbeeld krachtens de nationale wetgeving inzake prostitutie, wanneer zij hun situatie bij de bevoegde instanties onder de aandacht brengen. Voorts mag de deelname van kindslachtoffers aan een strafprocedure, voor zover mogelijk, geen verdere trauma’s veroorzaken door ondervragingen of oogcontact met daders. Alle bij de procedure betrokken autoriteiten moeten worden opgeleid op het gebied van kindvriendelijke justitie. Een goed begrip van kinderen en de manier waarop zij reageren op traumatische ervaringen maakt het mogelijk de kwaliteit van de bewijsverzameling te waarborgen en ervoor te zorgen dat het kind zo weinig mogelijk onder druk staat wanneer de noodzakelijke maatregelen worden genomen. Wanneer kindslachtoffers deelnemen aan de strafprocedure, moet de rechter bij het voeren van de procedure ten volle rekening houden met hun leeftijd en maturiteit en ervoor zorgen dat de procedure toegankelijk en begrijpelijk is voor het kind.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(36)</NO.P>Bij maatregelen om kindslachtoffers op een alomvattende manier te beschermen moeten de belangen van het kind voorop staan en moet rekening worden gehouden met hun behoeften. Voor een doeltreffende bescherming van kinderen is een maatschappijbrede aanpak nodig. Alle relevante autoriteiten en diensten moeten het kind centraal stellen en samenwerken om het te beschermen en te ondersteunen, met inachtneming van de belangen van het kind. Het “Barnahus”-model, waarbij met medewerking van specialisten uit alle relevante disciplines een kindvriendelijke omgeving wordt gecreëerd, is momenteel het meest geavanceerde voorbeeld van een kindvriendelijke benadering van justitie en van het voorkomen van revictimisatie. De desbetreffende bepalingen van deze richtlijn zijn gebaseerd op de beginselen van dat model. Dat model heeft tot doel ervoor te zorgen dat alle kinderen die betrokken zijn bij onderzoeken naar seksueel misbruik of seksuele uitbuiting worden onderworpen aan een kwalitatief hoogwaardige beoordeling in een kindvriendelijke omgeving, passende psychosociale ondersteuning krijgen en een beroep kunnen doen op diensten voor kinderbescherming. Met deze richtlijn wordt beoogd ervoor te zorgen dat alle lidstaten deze <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">slachtoffergerichte </STRING></STRING>beginselen in acht nemen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en een multidisciplinair kinderbeschermingssysteem invoeren dat rekening houdt met de leeftijd van kinderen en voorziet in doeltreffende zorg en juridische ondersteuning voor kindslachtoffers</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarbij</STRING></STRING> de lidstaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> evenwel</STRING></STRING> niet verplicht zijn om het Barnahus-model als zodanig toe te passen. Wanneer het kind medisch moet worden onderzocht ten behoeve van het strafonderzoek, bijvoorbeeld om bewijs van misbruik te verzamelen, moet dit medisch onderzoek beperkt blijven tot het strikt noodzakelijke teneinde hertraumatisering zoveel mogelijk te beperken. Deze verplichting mag geen belemmering vormen voor andere medische onderzoeken die nodig zijn voor het welzijn van het kind. Kindslachtoffers dienen gemakkelijk toegang te hebben tot een kindvriendelijke justitie en tot rechtsmiddelen en maatregelen voor het oplossen van belangenconflicten in het geval van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting van een kind in het gezin of de familie. Wanneer in een strafonderzoek of een strafproces een bijzondere vertegenwoordiger voor een kind moet worden aangewezen, kan deze rol ook door een rechtspersoon, een instelling of een autoriteit worden vervuld. Kindslachtoffers moeten ook worden beschermd tegen straffen, bijvoorbeeld krachtens de nationale wetgeving inzake prostitutie, wanneer zij hun situatie bij de bevoegde instanties onder de aandacht brengen. Voorts mag de deelname van kindslachtoffers aan een strafprocedure, voor zover mogelijk, geen verdere trauma’s veroorzaken door ondervragingen of oogcontact met daders. Alle bij de procedure betrokken autoriteiten moeten worden opgeleid op het gebied van kindvriendelijke justitie. Een goed begrip van kinderen en de manier waarop zij reageren op traumatische ervaringen maakt het mogelijk de kwaliteit van de bewijsverzameling te waarborgen en ervoor te zorgen dat het kind zo weinig mogelijk onder druk staat wanneer de noodzakelijke maatregelen worden genomen. Wanneer kindslachtoffers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of kindgetuigen </STRING></STRING>deelnemen aan de strafprocedure, moet de rechter bij het voeren van de procedure ten volle rekening houden met hun leeftijd en maturiteit en ervoor zorgen dat de procedure toegankelijk en begrijpelijk is voor het kind. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het recht van het kind om te worden gehoord en op zinvolle wijze deel te nemen moet prioriteit krijgen, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat de mening van het kind gedurende het hele proces wordt gehoord en geëerbiedigd.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		24</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 36 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(36 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het is van essentieel belang dat de lidstaten multidisciplinaire structuren opzetten waar expertise van rechtshandhavingsinstanties, kinderbeschermingsinstanties, professionals uit de gezondheidszorg, opvoeders en specialisten op het gebied van geestelijke gezondheid wordt samengebracht. Die structuren moeten zodanig van opzet zijn dat de complexiteit van uitbuiting via internet kan worden aangepakt en dat snel en op gecoördineerde wijze kan worden gereageerd om daders op te sporen, onderzoek tegen hen in te stellen en hen te vervolgen, waarbij het welzijn van de slachtoffers moet worden gewaarborgd. Die structuren, die het Barnahus-model als basis moeten hebben, moeten ondersteund worden door personeel met een uitgebreide opleiding en een passende professionele ontwikkeling, en moeten de oprichting van fysieke ondersteuningscentra faciliteren. Zij moeten het mogelijk maken dat slachtoffers op één locatie worden behandeld en aan de strafprocedure deelnemen, waarbij voorkomen moet worden dat slachtoffers opnieuw getraumatiseerd raken. Dergelijke structuren vormen de meest efficiënte aanpak voor de ondersteuning van kindslachtoffers van misbruik, vanwege de holistische en multidisciplinaire benadering waarin het kind centraal staat. Om het welzijn en de rechten van kindslachtoffers te waarborgen is het van essentieel belang te stimuleren dat de normen van het Barnahus-model worden overgenomen. Met het oog op verbetering op het vlak van meldingen moeten de lidstaten worden aangespoord om hun meldingsmechanismen te diversifiëren, rekening houdend met het uiteenlopende karakter en de voortdurend veranderende verschijningsvormen van de strafbare feiten en de behoeften en specifieke kwetsbaarheden van het kind.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		25</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 37</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(37)</NO.P>Lidstaten moeten kindslachtoffers zowel op korte als lange termijn op maat gesneden en alomvattende bijstand verlenen. Elk leed als gevolg van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van een kind is aanzienlijk en moet zo snel mogelijk na het eerste contact van het slachtoffer met de autoriteiten worden aangepakt. Onmiddellijke bijstand aan slachtoffers vóór en tijdens strafrechtelijke onderzoeken en procedures is van essentieel belang om langdurige trauma’s als gevolg van het ondergane misbruik zoveel mogelijk te beperken. Om de snelle verlening van bijstand, met inbegrip van het in kaart brengen van relevante ondersteuningsdiensten, te vergemakkelijken, moeten de lidstaten richtsnoeren en protocollen opstellen voor beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg, het onderwijs en de sociale dienstverlening, met inbegrip van het personeel van hulplijnen. Gezien de aard van het leed ten gevolge van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting, moet dergelijke bijstand zo lang worden voortgezet als nodig is voor het lichamelijke en psychische herstel van het kind en kan hij indien noodzakelijk worden gecontinueerd wanneer het kind volwassen is. Er moet worden overwogen bijstand en advies uit te breiden tot ouders , verzorgers of voogden van kindslachtoffers indien zij niet van deelname aan het misdrijf worden verdacht, om hen in staat te stellen kindslachtoffers tijdens de procedure te kunnen bijstaan.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(37)</NO.P>Lidstaten moeten kindslachtoffers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en overlevers </STRING></STRING>zowel op korte als lange termijn op maat gesneden en alomvattende bijstand verlenen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ongeacht of zij een formele klacht hebben ingediend. Onder overlever moet worden verstaan een persoon die als kind het slachtoffer is geweest van seksueel geweld, ongeacht zijn wettelijke status en de vraag of hij binnen een rechtsstelsel als slachtoffer van een misdrijf wordt erkend</STRING></STRING>. Elk leed als gevolg van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van een kind is aanzienlijk en moet zo snel mogelijk na het eerste contact van het slachtoffer met de autoriteiten worden aangepakt. Onmiddellijke bijstand aan slachtoffers vóór en tijdens strafrechtelijke onderzoeken en procedures is van essentieel belang om langdurige trauma’s als gevolg van het ondergane misbruik zoveel mogelijk te beperken. Om de snelle verlening van bijstand, met inbegrip van het in kaart brengen van relevante ondersteuningsdiensten, te vergemakkelijken, moeten de lidstaten richtsnoeren en protocollen opstellen voor beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg, het onderwijs en de sociale dienstverlening, met inbegrip van het personeel van hulplijnen. Gezien de aard van het leed ten gevolge van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting, moet dergelijke bijstand zo lang worden voortgezet als nodig is voor het lichamelijke en psychische herstel van het kind en kan hij indien noodzakelijk worden gecontinueerd wanneer het kind volwassen is. Er moet worden overwogen bijstand en advies uit te breiden tot ouders, verzorgers of voogden van kindslachtoffers indien zij niet van deelname aan het misdrijf worden verdacht, om hen in staat te stellen kindslachtoffers tijdens de procedure te kunnen bijstaan.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		26</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 39</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(39)</NO.P>Richtlijn 2012/29/EU stelt een aantal rechten van het slachtoffer in de strafprocedure vast, waaronder het recht op bescherming en het recht op een beslissing inzake schadevergoeding door de dader. Het voorstel tot herziening van de richtlijn slachtofferrechten voorziet in gerichte wijzigingen van de rechten van alle slachtoffers. Naast de in die richtlijn vastgestelde rechten, dienen kinderen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik, seksuele uitbuiting en materiaal van seksueel misbruik toegang te krijgen tot juridisch advies en, overeenkomstig de rol die het toepasselijke rechtsstelsel aan het slachtoffer toebedeelt, tot vertegenwoordiging in rechte, ook voor het vorderen van een schadevordering. Dit juridische advies en deze vertegenwoordiging zouden ook door de bevoegde autoriteiten kunnen worden verleend in het geval de schadevergoeding van de staat wordt gevorderd. Het juridische advies heeft ten doel slachtoffers in staat te stellen informatie en advies te krijgen over de verschillende mogelijkheden waarover zij beschikken. Juridisch advies dient te worden verstrekt door iemand die een passende juridische opleiding heeft genoten, maar dit hoeft niet noodzakelijk een jurist te zijn. Juridisch advies en, overeenkomstig de rol die het toepasselijke rechtsstelsel aan het slachtoffer toebedeelt, vertegenwoordiging in rechte moeten kosteloos zijn, in elk geval wanneer het slachtoffer over onvoldoende financiële middelen beschikt, en conform de nationale procedures van de lidstaten beschikbaar zijn.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(39)</NO.P>Richtlijn 2012/29/EU stelt een aantal rechten van het slachtoffer in de strafprocedure vast, waaronder het recht op bescherming en het recht op een beslissing inzake schadevergoeding door de dader<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en iedere organisatie die aansprakelijk is voor seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen</STRING></STRING>. Het voorstel tot herziening van de richtlijn slachtofferrechten voorziet in gerichte wijzigingen van de rechten van alle slachtoffers. Naast de in die richtlijn vastgestelde rechten, dienen kinderen die het slachtoffer zijn van seksueel misbruik, seksuele uitbuiting en materiaal van seksueel misbruik toegang te krijgen tot juridisch advies en, overeenkomstig de rol die het toepasselijke rechtsstelsel aan het slachtoffer toebedeelt, tot vertegenwoordiging in rechte, ook voor het vorderen van een schadevordering. Dit juridische advies en deze vertegenwoordiging zouden ook door de bevoegde autoriteiten kunnen worden verleend in het geval de schadevergoeding van de staat wordt gevorderd. Het juridische advies heeft ten doel slachtoffers in staat te stellen informatie en advies te krijgen over de verschillende mogelijkheden waarover zij beschikken. Juridisch advies dient te worden verstrekt door iemand die een passende juridische opleiding heeft genoten, maar dit hoeft niet noodzakelijk een jurist te zijn. Juridisch advies en, overeenkomstig de rol die het toepasselijke rechtsstelsel aan het slachtoffer toebedeelt, vertegenwoordiging in rechte moeten kosteloos zijn, in elk geval wanneer het slachtoffer over onvoldoende financiële middelen beschikt, en conform de nationale procedures van de lidstaten beschikbaar zijn. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In verband met het recht van slachtoffers op schadevergoeding dient geen verjaringstermijn te gelden.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		27</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 40</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(40)</NO.P>Het EU-centrum <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen</STRING></STRING> (“EU-centrum”), dat is opgericht bij Verordening [.../.../EU tot vaststelling van regels ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen]<STRING SUPERSCRIPT="on">16</STRING>, moet de inspanningen van de lidstaten op het gebied van preventie en bijstand aan slachtoffers ondersteunen en moet de lidstaten helpen hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn na te komen. Het moet de uitwisseling van beste praktijken in de Unie en daarbuiten vergemakkelijken. Het EU-centrum moet de dialoog tussen alle relevante belanghebbenden aanmoedigen teneinde de ontwikkeling van geavanceerde preventieprogramma’s te bevorderen. Door samen te werken met de lidstaten en bij te dragen tot de standaardisering van het verzamelen van gegevens over seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen in de hele Unie, moet het EU-centrum bovendien een waardevol instrument zijn ter ondersteuning van empirisch onderbouwd beleid inzake preventie en bijstand aan slachtoffers. De lidstaten moeten, op de wijze die volgens hen het best beantwoordt aan hun interne organisatie en rekening houdend met de behoefte aan een minimale structuur met welomschreven taken, nationale autoriteiten of gelijkwaardige entiteiten oprichten die in staat zijn trends op het gebied van seksueel misbruik van kinderen te beoordelen, statistieken te verzamelen, de resultaten van acties ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen te meten, en regelmatig verslag uit te brengen over dergelijke trends, statistieken en resultaten. Deze nationale autoriteiten moeten fungeren als nationaal contactpunt en moeten bij hun werkzaamheden kiezen voor een geïntegreerde aanpak waarbij diverse belanghebbenden zijn betrokken. Daarnaast moeten de lidstaten op nationaal niveau de nodige mechanismen vaststellen om te zorgen voor doeltreffende coördinatie en samenwerking tussen alle relevante publieke en private actoren bij de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen om online en offline seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen te voorkomen en te bestrijden, en om de samenwerking met het EU-centrum en de Commissie te vergemakkelijken.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(40)</NO.P>Het EU-centrum <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor kinderbescherming</STRING></STRING> (“EU-centrum”), dat is opgericht bij Verordening [.../.../EU tot vaststelling van regels ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen]<STRING SUPERSCRIPT="on">16,</STRING> moet de inspanningen van de lidstaten op het gebied van preventie en bijstand aan slachtoffers ondersteunen en moet de lidstaten helpen hun verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn na te komen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. Het is van het grootste belang dat die regels onverwijld worden vastgesteld en dat onverwijld wordt overgegaan tot de oprichting van het EU-centrum, teneinde de talrijke inspanningen in de Unie ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen te stroomlijnen en kracht bij te zetten</STRING></STRING>. Het moet de uitwisseling van beste praktijken in de Unie en daarbuiten vergemakkelijken. Het EU-centrum moet de dialoog tussen alle relevante belanghebbenden aanmoedigen teneinde de ontwikkeling van geavanceerde preventieprogramma’s te bevorderen. Door samen te werken met de lidstaten en bij te dragen tot de standaardisering van het verzamelen van gegevens over seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen in de hele Unie, moet het EU-centrum bovendien een waardevol instrument zijn ter ondersteuning van empirisch onderbouwd beleid inzake preventie en bijstand aan slachtoffers. De lidstaten moeten, op de wijze die volgens hen het best beantwoordt aan hun interne organisatie en rekening houdend met de behoefte aan een minimale structuur met welomschreven taken, nationale autoriteiten of gelijkwaardige entiteiten oprichten die in staat zijn trends op het gebied van seksueel misbruik van kinderen te beoordelen, statistieken te verzamelen, de resultaten van acties ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen te meten, en regelmatig verslag uit te brengen over dergelijke trends, statistieken en resultaten. Deze nationale autoriteiten moeten fungeren als nationaal contactpunt en moeten bij hun werkzaamheden kiezen voor een geïntegreerde aanpak waarbij diverse belanghebbenden zijn betrokken. Daarnaast moeten de lidstaten op nationaal niveau de nodige mechanismen vaststellen om te zorgen voor doeltreffende coördinatie en samenwerking tussen alle relevante publieke en private actoren bij de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen om online en offline seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen te voorkomen en te bestrijden, en om de samenwerking met het EU-centrum en de Commissie te vergemakkelijken. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In Verordening (EU) [.../... tot vaststelling van regels ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen] wordt voorzien in de oprichting van het EU-centrum; alle bepalingen van deze richtlijn die naar het EU-centrum verwijzen, moeten van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van die verordening.</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">16</STRING> COM(2022) 209 final van 11 mei 2022.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">16</STRING> COM(2022) 209 final van 11 mei 2022.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		28</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 42</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(42)</NO.P>De lidstaten dienen maatregelen te nemen om handelingen die verband houden met de bevordering van seksueel misbruik van kinderen en seksuele uitbuiting van kinderen in de context van reizen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> toerisme te voorkomen of te verbieden. Er kan aan verschillende preventiemaatregelen worden gedacht, zoals de opstelling en aanscherping van een gedragscode en zelfreguleringsmechanismen in de toeristische sector, het invoeren van een ethische code of “kwaliteitslabels” of het ontwikkelen van uitdrukkelijk beleid voor toeristische organisaties teneinde seksueel misbruik of seksuele uitbuiting van kinderen in de context van reizen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> toerisme te bestrijden. De lidstaten moeten de instrumenten die hen ter beschikking staan op grond van het Unierecht, het nationale recht en internationale overeenkomsten benutten om seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen in de context van reizen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> toerisme via of naar hun grondgebied te voorkomen, met name door passende maatregelen te nemen na ontvangst van relevante informatie uit derde landen, waaronder het verrichten van verdere controles of het weigeren van toegang op grond van Verordening (EU) 2018/1861 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles<STRING SUPERSCRIPT="on">17</STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(42)</NO.P>De lidstaten dienen maatregelen te nemen om handelingen die verband houden met de bevordering van seksueel misbruik van kinderen en seksuele uitbuiting van kinderen in de context van reizen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> toerisme te voorkomen of te verbieden. Er kan aan verschillende preventiemaatregelen worden gedacht, zoals de opstelling en aanscherping van een gedragscode en zelfreguleringsmechanismen in de toeristische sector, het invoeren van een ethische code of “kwaliteitslabels” of het ontwikkelen van uitdrukkelijk beleid voor toeristische organisaties teneinde seksueel misbruik of seksuele uitbuiting van kinderen in de context van reizen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> toerisme te bestrijden. De lidstaten moeten de instrumenten die hen ter beschikking staan op grond van het Unierecht, het nationale recht en internationale overeenkomsten benutten om seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen in de context van reizen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> toerisme via of naar hun grondgebied te voorkomen, met name door passende maatregelen te nemen na ontvangst van relevante informatie uit derde landen, waaronder het verrichten van verdere controles of het weigeren van toegang op grond van Verordening (EU) 2018/1861 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles<STRING SUPERSCRIPT="on">17</STRING>.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">17</STRING> Verordening (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles, tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en tot wijziging en intrekking van Verordening (EG) nr. 1987/2006 (PB L 312 van 7.12.2018, blz. 14, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1861/oj).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">17</STRING> Verordening (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad van 28 november 2018 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van grenscontroles, tot wijziging van de Overeenkomst ter uitvoering van het Akkoord van Schengen en tot wijziging en intrekking van Verordening (EG) nr. 1987/2006 (PB L 312 van 7.12.2018, blz. 14, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1861/oj).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		29</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 43</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(43)</NO.P>De lidstaten moeten beleid ontwikkelen of hun beleid aanscherpen om seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen te voorkomen, onder meer met maatregelen om de vraag die de voedingsbodem is voor alle vormen van seksuele uitbuiting van kinderen, te ontmoedigen en te doen afnemen, en maatregelen om het risico dat kinderen slachtoffer worden in te perken door middel van informatie- en bewustmakingscampagnes, ook ten behoeve van ouders <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> verzorgers en de samenleving in het algemeen, en onderzoeks- en educatieve programma’s. Bij dergelijke initiatieven dienen de lidstaten oog te hebben voor de bevordering van de rechten van het kind. Er dient voor te worden gezorgd dat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bewustmakingscampagnes die </STRING></STRING>op kinderen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zijn gericht,</STRING></STRING> geschikt en eenvoudig te begrijpen zijn, en afgestemd zijn op de specifieke behoeften van kinderen in verschillende leeftijdsgroepen, waaronder kinderen in de voorschoolse leeftijd. Bij preventiemaatregelen moet het fenomeen van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen holistisch worden benaderd door zowel de online- als de offlinedimensie ervan aan te pakken en alle relevante belanghebbenden te mobiliseren. Wat meer bepaald de onlinedimensie betreft, moeten de maatregelen de ontwikkeling van digitale geletterdheid omvatten, met inbegrip van een kritische omgang met de digitale wereld, teneinde gebruikers te helpen pogingen tot online seksueel misbruik van kinderen te herkennen en ermee om te gaan, ondersteuning te zoeken en misbruik te voorkomen. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de preventie van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen die worden verzorgd in een groepsomgeving in plaats van in een gezinsomgeving. Voor zover dit nog niet is gebeurd, moet ook de instelling van specifieke hulplijnen of meldpunten worden overwogen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(43)</NO.P>De lidstaten moeten beleid ontwikkelen of hun beleid aanscherpen om seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen te voorkomen, onder meer met maatregelen om de vraag die de voedingsbodem is voor alle vormen van seksuele uitbuiting van kinderen, te ontmoedigen en te doen afnemen, en maatregelen om het risico dat kinderen slachtoffer worden in te perken door middel van informatie- en bewustmakingscampagnes, ook ten behoeve van ouders<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, vrijwilligers, </STRING></STRING>verzorgers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, leerkrachten, opleiders, beroepsbeoefenaars op het gebied van kinderbescherming, beroepsbeoefenaars in de maatschappelijke dienstverlening</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de pleegzorg, trainers, coaches, beoefenaars van juridische beroepen, rechters in familierechtbanken, eerstelijnspolitiefunctionarissen, beroepsbeoefenaars in de gezondheidszorg, leiders van religieuze gemeenschappen</STRING></STRING> en de samenleving in het algemeen, en onderzoeks- en educatieve programma’s<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waaronder op het gebied van seksuele voorlichting</STRING></STRING>. Bij dergelijke initiatieven dienen de lidstaten oog te hebben voor de bevordering van de rechten van het kind. Er dient voor te worden gezorgd dat op kinderen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gerichte bewustmakingscampagnes</STRING></STRING> geschikt en eenvoudig te begrijpen zijn, en afgestemd zijn op de specifieke behoeften van kinderen in verschillende leeftijdsgroepen, waaronder kinderen in de voorschoolse leeftijd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en bijzonder kwetsbare kinderen, waaronder kinderen met een geestelijke, intellectuele, zintuiglijke of lichamelijke handicap, kinderen in een migratiecontext (zowel niet-begeleide als begeleide minderjarigen) en kinderen die niet voldoen aan de conventionele normen inzake seksuele gerichtheid, genderidentiteit en -expressie of geslachtskenmerken</STRING></STRING>. Bij preventiemaatregelen moet het fenomeen van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen holistisch worden benaderd door zowel de online- als de offlinedimensie ervan aan te pakken en alle relevante belanghebbenden te mobiliseren. Wat meer bepaald de onlinedimensie betreft, moeten de maatregelen de ontwikkeling van digitale geletterdheid omvatten, met inbegrip van een kritische omgang met de digitale wereld, teneinde gebruikers te helpen pogingen tot online seksueel misbruik van kinderen te herkennen en ermee om te gaan, ondersteuning te zoeken en misbruik te voorkomen. Bijzondere aandacht moet worden besteed aan de preventie van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen die worden verzorgd in een groepsomgeving in plaats van in een gezinsomgeving. Voor zover dit nog niet is gebeurd, moet ook de instelling van specifieke hulplijnen of meldpunten worden overwogen. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kinderen moeten via die kanalen informatie en advies kunnen inwinnen over de in de artikelen 3 tot en met 8 ter bedoelde strafbare feiten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		30</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 43 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(43 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten moeten ervoor zorgen dat rechtshandhavingsinstanties onverwijld onderzoek instellen naar pogingen om kinderen voor seksuele doeleinden te benaderen, en dat kinderen die slachtoffer zijn van dergelijke pogingen tot benadering op effectieve wijze worden doorverwezen naar de betreffende ondersteuningsdiensten waar zij bijstand en bescherming ontvangen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		31</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 45</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(45)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen, zoals de leden van het Inhope-netwerk van meldpunten, zijn al jaren actief in verschillende lidstaten en werken samen met rechtshandhavingsinstanties en dienstverleners om de verwijdering en melding van online materiaal van seksueel misbruik van kinderen te vergemakkelijken. Aldus wordt revictimisatie tegengegaan door de online verspreiding van illegaal materiaal te beperken, en kan aan de rechtshandhavingsinstanties bewijs worden verstrekt over gepleegde misdrijven. Het rechtskader waarbinnen deze organisaties opereren, verschilt echter aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat en vertoont talrijke lacunes wat betreft de omschrijving van de taken die deze organisaties rechtmatig kunnen uitvoeren en de bijbehorende voorwaarden. De lidstaten moeten in staat zijn deze organisaties te machtigen om relevante taken uit te voeren, met name de verwerking van materiaal van seksueel misbruik van kinderen, in welk geval de verwerking niet als “wederrechtelijk” mag worden beschouwd. Het verlenen van dergelijke machtigingen wordt aangemoedigd omdat dit de rechtszekerheid vergroot, zorgt voor optimale synergieën tussen nationale autoriteiten en andere actoren die betrokken zijn bij de strijd tegen seksueel misbruik van kinderen, en de rechten van slachtoffers ondersteunt door materiaal van seksueel misbruik van kinderen te verwijderen uit de openbare digitale ruimte.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		32</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 50</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(50)</NO.P>Wanneer dit wenselijk is vanwege het gevaar dat daders vormen en het mogelijke risico op herhaling van de strafbare feiten, dient aan veroordeelde daders tijdelijk of permanent een verbod te worden opgelegd dat ten minste betrekking heeft op het uitoefenen van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beroepsactiviteiten</STRING></STRING> waarbij zij rechtstreeks en geregeld in aanraking komen met kinderen of binnen organisaties die met kinderen werken of die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen. Werkgevers die personeel aanwerven voor een baan die rechtstreeks en regelmatig contact met kinderen behelst, moeten informatie vragen over in het strafregister opgenomen bestaande veroordelingen voor zedendelicten ten koste van kinderen, of van reeds opgelegde verboden. Voor de toepassing van deze richtlijn dient het begrip “werkgevers” tevens personen te omvatten die een organisatie leiden op het gebied van vrijwilligerswerk dat in verband staat met het toezicht op of de verzorging van kinderen en waarbij sprake is van rechtstreeks en geregeld contact met kinderen, met inbegrip van gemeenschapsomgevingen zoals scholen, ziekenhuizen, sociale zorgdiensten, sportclubs of religieuze gemeenschappen . De wijze van informatieverstrekking, bijvoorbeeld via de betrokken persoon, en de exacte inhoud van die informatie, de definitie van georganiseerde vrijwilligersactiviteiten en van rechtstreeks en geregeld contact met kinderen, moeten overeenkomstig het nationale recht worden bepaald. Informatie die door de ene bevoegde autoriteit aan de andere wordt doorgegeven, moet echter ten minste alle relevante gegevens bevatten die door de lidstaten zijn opgeslagen in hun nationale strafregisters en alle relevante gegevens die gemakkelijk uit derde landen kunnen worden verkregen, zoals gegevens die van het Verenigd Koninkrijk kunnen worden verkregen via het kanaal dat is ingesteld overeenkomstig deel drie, titel IX, van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds<STRING SUPERSCRIPT="on">19</STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(50)</NO.P>Wanneer dit wenselijk is vanwege het gevaar dat daders vormen en het mogelijke risico op herhaling van de strafbare feiten, dient aan veroordeelde daders tijdelijk of permanent een verbod te worden opgelegd dat ten minste betrekking heeft op het uitoefenen van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beroeps- en vrijwilligersactiviteiten</STRING></STRING> waarbij zij rechtstreeks en geregeld in aanraking komen met kinderen of binnen organisaties die met kinderen werken of die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen. Werkgevers die personeel aanwerven voor een baan die rechtstreeks en regelmatig contact met kinderen behelst, moeten informatie vragen over in het strafregister opgenomen bestaande veroordelingen voor zedendelicten ten koste van kinderen, of van reeds opgelegde verboden. Voor de toepassing van deze richtlijn dient het begrip “werkgevers” tevens personen te omvatten die een organisatie leiden op het gebied van vrijwilligerswerk dat in verband staat met het toezicht op of de verzorging van kinderen en waarbij sprake is van rechtstreeks en geregeld contact met kinderen, met inbegrip van gemeenschapsomgevingen zoals scholen, ziekenhuizen, sociale zorgdiensten, sportclubs of religieuze gemeenschappen. De wijze van informatieverstrekking, bijvoorbeeld via de betrokken persoon, en de exacte inhoud van die informatie, de definitie van georganiseerde vrijwilligersactiviteiten en van rechtstreeks en geregeld contact met kinderen, moeten overeenkomstig het nationale recht worden bepaald. Informatie die door de ene bevoegde autoriteit aan de andere wordt doorgegeven, moet echter ten minste alle relevante gegevens bevatten die door de lidstaten zijn opgeslagen in hun nationale strafregisters en alle relevante gegevens die gemakkelijk uit derde landen kunnen worden verkregen, zoals gegevens die van het Verenigd Koninkrijk kunnen worden verkregen via het kanaal dat is ingesteld overeenkomstig deel drie, titel IX, van de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds<STRING SUPERSCRIPT="on">19</STRING>.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">19</STRING> PB L 149 van 30.4.2021, blz. 10, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2021/689(1)/oj.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">19</STRING> PB L 149 van 30.4.2021, blz. 10, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2021/689(1)/oj.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		33</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Overweging 52</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>(52)</NO.P>Voor informatie die niet of nog niet beschikbaar is in Ecris, bijvoorbeeld informatie over delinquente onderdanen van derde landen, moeten de lidstaten, in afwachting van de volledige uitvoering van Verordening (EU) 2019/816 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">20</STRING>, gebruikmaken van andere kanalen om alle relevante informatie te verstrekken aan werkgevers die personeel aanwerven voor functies die rechtstreeks en geregeld contact met kinderen behelzen. Deze richtlijn beoogt geen harmonisatie van de regels inzake de toestemming van de betrokkene bij uitwisseling van informatie uit strafregisters, d.w.z. inzake de vraag of deze toestemming vereist is of niet. Met betrekking tot de vraag of toestemming krachtens het nationale recht vereist is of niet wordt in deze richtlijn geen enkele nieuwe verplichting opgelegd om het nationale recht en de nationale procedures in dit opzicht aan te passen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>(52)</NO.P>Voor informatie die niet of nog niet beschikbaar is in <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het Europees Strafregisterinformatiesysteem (</STRING></STRING>Ecris<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">)</STRING></STRING>, bijvoorbeeld informatie over delinquente onderdanen van derde landen, moeten de lidstaten, in afwachting van de volledige uitvoering van Verordening (EU) 2019/816 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">20</STRING>, gebruikmaken van andere kanalen om alle relevante informatie te verstrekken aan werkgevers die personeel aanwerven voor functies die rechtstreeks en geregeld contact met kinderen behelzen. Deze richtlijn beoogt geen harmonisatie van de regels inzake de toestemming van de betrokkene bij uitwisseling van informatie uit strafregisters, d.w.z. inzake de vraag of deze toestemming vereist is of niet. Met betrekking tot de vraag of toestemming krachtens het nationale recht vereist is of niet wordt in deze richtlijn geen enkele nieuwe verplichting opgelegd om het nationale recht en de nationale procedures in dit opzicht aan te passen.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">20</STRING> Verordening (EU) 2019/816 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot invoering van een gecentraliseerd systeem voor de vaststelling welke lidstaten over informatie beschikken inzake veroordelingen van onderdanen van derde landen en staatlozen (Ecris-TCN) ter aanvulling van het Europees Strafregisterinformatiesysteem en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1726 (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 1, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2019/816/oj?locale=nl).</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">20</STRING> Verordening (EU) 2019/816 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 tot invoering van een gecentraliseerd systeem voor de vaststelling welke lidstaten over informatie beschikken inzake veroordelingen van onderdanen van derde landen en staatlozen (Ecris-TCN) ter aanvulling van het Europees Strafregisterinformatiesysteem en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1726 (PB L 135 van 22.5.2019, blz. 1, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2019/816/oj?locale=nl).</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement	34</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Deze richtlijn stelt minimumregels vast voor de definitie van strafbare feiten en sancties op het gebied van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen, materiaal van seksueel misbruik van kinderen en het benaderen van kinderen voor seksuele doeleinden. Zij voert tevens bepalingen in om de preventie van die strafbare feiten en de bescherming van slachtoffers daarvan te versterken.</P></OLD><NEW><P>Deze richtlijn stelt minimumregels vast voor de definitie van strafbare feiten en sancties op het gebied van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen, materiaal van seksueel misbruik van kinderen en het benaderen van kinderen voor seksuele doeleinden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer als dit geschiedt met gebruikmaking van informatie- en communicatietechnologie</STRING></STRING>. Zij voert tevens bepalingen in om de preventie van die strafbare feiten en de bescherming van slachtoffers daarvan te versterken.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement	35</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 2 bis (new)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>(2 bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">“instemming”: elke blijk van instemming met een seksuele activiteit die vrijwillig en duidelijk en op geïnformeerde en ondubbelzinnige wijze wordt gegeven door een kind dat seksueel meerderjarig is, als gevolg van de vrije wil van dat kind, beoordeeld in de context van de omringende omstandigheden; </STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		36</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 – a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>alle materiaal dat de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">visuele </STRING></STRING>weergave behelst van een kind dat deelneemt aan echte of gesimuleerde expliciete seksuele handelingen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>alle materiaal dat de weergave behelst van een kind dat deelneemt aan echte of gesimuleerde expliciete seksuele handelingen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		37</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 – b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>elke weergave<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> voor primair seksuele doeleinden</STRING></STRING> van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geslachtsorganen</STRING></STRING> van een kind;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>elke weergave<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met welke middelen dan ook,</STRING></STRING> van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">intieme delen</STRING></STRING> van een kind<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> voor primair seksuele doeleinden</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		38</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 – c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>alle materiaal dat de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">visuele </STRING></STRING>weergave behelst van een persoon die er als een kind uitziet en die deelneemt aan echte of gesimuleerde expliciete seksuele gedragingen of elke weergave voor primair seksuele doeleinden van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geslachtsorganen</STRING></STRING> van een persoon die er als een kind uitziet;</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>alle materiaal dat de weergave behelst van een persoon die er als een kind uitziet en die deelneemt aan echte of gesimuleerde expliciete seksuele gedragingen of elke weergave voor primair seksuele doeleinden van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">intieme delen</STRING></STRING> van een persoon die er als een kind uitziet;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement	39</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 – d</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>d)</NO.P>realistische afbeeldingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>, reproducties of weergaven van een kind dat deelneemt aan expliciete seksuele gedragingen, of realistische afbeeldingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>, reproducties of weergaven voor primair seksuele doeleinden van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geslachtsorganen</STRING></STRING> van een kind;</P></OLD><NEW><P><NO.P>d)</NO.P>realistische afbeeldingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, pseudofoto’s</STRING></STRING>, reproducties of weergaven van een kind dat deelneemt aan expliciete seksuele gedragingen, of realistische afbeeldingen, reproducties of weergaven voor primair seksuele doeleinden van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">intieme delen</STRING></STRING> van een kind<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ongeacht de wijze van vervaardiging of manipulatie, onder meer door gebruik te maken van artificiële intelligentie, deepfake technologieën, of aangevulde, uitgebreide en virtuele realiteit-omgevingen</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		40</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 – e</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>e)</NO.P>alle materiaal, ongeacht de vorm ervan, dat bedoeld is om advies, richtsnoeren of instructies te geven over hoe <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kinderen seksueel kunnen worden misbruikt of uitgebuit of over hoe kinderen kunnen</STRING></STRING> worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">benaderd</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>e)</NO.P>alle materiaal, ongeacht de vorm ervan, dat bedoeld is om advies, richtsnoeren of instructies te geven over hoe <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een van de in de artikelen 3 tot en met 8 ter bedoelde strafbare feiten kan</STRING></STRING> worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gepleegd, met inbegrip van instructies voor artificiële-intelligentiesystemen</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		41</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4)</NO.P>uitbuiting van kinderen in de prostitutie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>: het gebruiken van een kind voor seksuele handelingen, waarbij geld of een andere vorm van beloning of vergoeding wordt gegeven of beloofd in ruil voor seksuele handelingen van het kind, ongeacht of die betaling, belofte of vergoeding aan het kind of aan een derde wordt gegeven of gedaan;</P></OLD><NEW><P><NO.P>4)</NO.P>uitbuiting van kinderen in de prostitutie: het gebruiken van een kind voor seksuele handelingen, waarbij geld of een andere vorm van beloning<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, winst, voordeel, profijt</STRING></STRING> of vergoeding wordt gegeven of beloofd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> als betaling</STRING></STRING> in ruil voor seksuele handelingen van het kind, ongeacht of die<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>betaling,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die</STRING></STRING> belofte<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, die winst, dat voordeel, dat profijt</STRING></STRING> of<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die</STRING></STRING> vergoeding aan het kind of aan een derde wordt gegeven of gedaan;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		42</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 5 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5)</NO.P>voorstelling van seksueel misbruik van kinderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>: het live vertonen, bedoeld voor een publiek, onder meer door gebruikmaking van informatie- en communicatietechnologie:</P></OLD><NEW><P><NO.P>5)</NO.P>voorstelling van seksueel misbruik van kinderen: het live vertonen, bedoeld voor een publiek<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van een of meer personen</STRING></STRING>, onder meer door gebruikmaking van informatie- en communicatietechnologie:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		43</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 5 – a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>van een kind dat deelneemt aan echte of gesimuleerde expliciete seksuele gedragingen, of</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>van een kind dat deelneemt aan echte of gesimuleerde expliciete seksuele <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">handelingen of </STRING></STRING>gedragingen, of</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		44</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 5 – b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geslachtsorganen</STRING></STRING> van een kind voor primair seksuele doeleinden;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>van de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">intieme delen</STRING></STRING> van een kind voor primair seksuele doeleinden;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		45</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 2 – alinea 1 – punt 8</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>8)</NO.P>gelijken: personen die nabij zijn in leeftijd en in psychologische en lichamelijke ontwikkeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> maturiteit.</P></OLD><NEW><P><NO.P>8)</NO.P>gelijken: personen die nabij zijn in leeftijd en in psychologische en lichamelijke ontwikkeling <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> maturiteit.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		46</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Strafbare feiten op het gebied van seksueel misbruik</P></OLD><NEW><P>Strafbare feiten op het gebied van seksueel misbruik<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van kinderen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		47</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in de leden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>2 tot en met<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>8 bedoelde gedragingen strafbaar worden gesteld.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in de leden 2 tot en met 8 bedoelde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> opzettelijke</STRING></STRING> gedragingen strafbaar worden gesteld.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		48</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Het voor seksuele doeleinden bewerkstelligen dat een kind dat nog niet seksueel meerderjarig is, getuige is van seksuele handelingen, ook zonder dat het daaraan hoeft deel te nemen, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste één jaar.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Het voor seksuele doeleinden bewerkstelligen dat een kind dat nog niet seksueel meerderjarig is, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een kind dat seksueel meerderjarig is en niet instemt, </STRING></STRING>getuige is van seksuele handelingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer door dat kind bloot te stellen aan pornografische inhoud</STRING></STRING>, ook zonder dat het daaraan hoeft deel te nemen, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste één jaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		186</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het online verspreiden van pornografische inhoud zonder te voorzien in betrouwbare en doeltreffende instrumenten voor leeftijdscontrole, om kinderen daadwerkelijk te beletten toegang te krijgen tot pornografische inhoud op het internet, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste 1 jaar.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		49</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Het voor seksuele doeleinden bewerkstelligen dat een kind dat nog niet seksueel meerderjarig is, getuige is van seksueel misbruik, ook zonder dat het daaraan hoeft deel te nemen, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste twee jaar.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Het voor seksuele doeleinden bewerkstelligen dat een kind dat nog niet seksueel meerderjarig is, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of een kind dat seksueel meerderjarig is en niet instemt, </STRING></STRING>getuige is van seksueel misbruik, ook zonder dat het daaraan hoeft deel te nemen, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste twee jaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		50</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>Het aangaan van seksuele handelingen met een kind dat nog niet seksueel meerderjarig is of een kind ertoe brengen seksuele handelingen aan te gaan met een andere persoon, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">acht</STRING></STRING> jaar.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>Het aangaan van seksuele handelingen met een kind dat nog niet seksueel meerderjarig is of een kind ertoe brengen seksuele handelingen aan te gaan met een andere persoon<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of met zichzelf</STRING></STRING>, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tien</STRING></STRING> jaar.</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in de eerste alinea bedoelde gedragingen worden gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste tien jaar indien het kind seksueel meerderjarig is en er niet mee instemt.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		51</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 5 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>misbruik wordt gemaakt van een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van het kind wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tien </STRING></STRING>jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indien het kind nog niet seksueel meerderjarig is en van ten minste</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zes jaar indien het kind seksueel meerderjarig is</STRING></STRING>; of</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>misbruik wordt gemaakt van een erkende positie van vertrouwen, gezag of invloed ten aanzien van het kind wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twaalf</STRING></STRING> jaar; of</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		52</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 5 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>misbruik wordt gemaakt van de bijzonder kwetsbare situatie van het kind, in het bijzonder als gevolg van een geestelijke of lichamelijke handicap of een situatie van afhankelijkheid, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> tien </STRING></STRING>jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indien het kind nog niet seksueel meerderjarig is en van ten minste zes</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">jaar indien het kind seksueel meerderjarig is,</STRING></STRING> of</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>misbruik wordt gemaakt van de bijzonder kwetsbare situatie van het kind, in het bijzonder als gevolg van een geestelijke<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, intellectuele, zintuigelijke</STRING></STRING> of lichamelijke handicap of een situatie van afhankelijkheid, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> twaalf</STRING></STRING> jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING> of</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		53</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 5 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>gebruik wordt gemaakt van dwang, geweld of bedreigingen, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> twaalf jaar indien het kind nog niet seksueel meerderjarig is en van ten minste zeven</STRING></STRING> jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indien het kind seksueel meerderjarig is.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>gebruik wordt gemaakt van dwang, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lichamelijk of psychologisch </STRING></STRING>geweld<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, chantage</STRING></STRING> of<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> andere</STRING></STRING> bedreigingen, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> veertien</STRING></STRING> jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		54</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>Een kind middels dwang, geweld of bedreigingen aanzetten tot seksuele handelingen met een derde wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> twaalf jaar indien het kind nog niet seksueel meerderjarig is en van ten minste zeven</STRING></STRING> jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indien het kind seksueel meerderjarig is</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>Een kind middels dwang, geweld of bedreigingen aanzetten tot seksuele handelingen met een derde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of met zichzelf </STRING></STRING>wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> veertien</STRING></STRING> jaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		55</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 7 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>7.</NO.P>De volgende opzettelijke gedragingen worden gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twaalf</STRING></STRING> jaar:</P></OLD><NEW><P><NO.P>7.</NO.P>De volgende opzettelijke gedragingen worden gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zestien</STRING></STRING> jaar:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		56</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 7 – punt b bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>b bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een kind dat nog niet seksueel meerderjarig is, ertoe brengen zelf handelingen uit te voeren waarbij het lichaam op seksuele wijze vaginaal, anaal of oraal wordt binnengedrongen met een lichaamsdeel of object.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		57</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 8</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>8.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Wanneer het kind seksueel meerderjarig is en niet instemt met de handeling, worden</STRING></STRING> de in lid<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>7 bedoelde gedragingen gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tien</STRING></STRING> jaar.</P></OLD><NEW><P><NO.P>8.</NO.P>De in lid 7 bedoelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">soorten</STRING></STRING> gedragingen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> worden</STRING></STRING> gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zestien</STRING></STRING> jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indien het kind seksueel meerderjarig is en er niet mee instemt</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		58</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 9 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>9.</NO.P>Voor de toepassing van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">lid</STRING></STRING> 8 zorgen de lidstaten ervoor dat:</P></OLD><NEW><P><NO.P>9.</NO.P>Voor de toepassing van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de leden 2, 3, 4 en</STRING></STRING> 8 zorgen de lidstaten ervoor dat:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		59</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 9 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>onder een niet-consensuele handeling wordt verstaan een handeling die wordt verricht zonder de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vrijwillige </STRING></STRING>instemming van het kind<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij de vrije wil van het kind wordt beoordeeld in het licht van de omringende omstandigheden</STRING></STRING>, of een handeling waarbij het kind wegens omstandigheden als bedoeld in lid 5 of wegens andere omstandigheden, waaronder de lichamelijke of geestelijke gesteldheid van het kind, niet uit vrije wil kan beslissen, zoals in het geval van bewusteloosheid, intoxicatie, verlamming door angst, ziekte of lichamelijk letsel;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>onder een niet-consensuele handeling wordt verstaan een handeling die wordt verricht zonder de instemming van het kind, of een handeling waarbij het kind wegens omstandigheden als bedoeld in lid 5 of wegens andere omstandigheden, waaronder de lichamelijke of geestelijke gesteldheid van het kind, niet uit vrije wil kan beslissen, zoals in het geval van bewusteloosheid, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">slaap, </STRING></STRING>intoxicatie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, overrompeling</STRING></STRING>, verlamming door angst, ziekte of lichamelijk letsel;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		60</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 3 – lid 9 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>het ontbreken van instemming niet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend </STRING></STRING>kan worden weerlegd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan de hand van</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stilzwijgen van</STRING></STRING> het kind<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de afwezigheid van</STRING></STRING> verbaal of fysiek verzet<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van zijn kant of</STRING></STRING> zijn seksuele gedrag in het verleden.</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>het ontbreken van instemming niet kan worden weerlegd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">feit dat</STRING></STRING> het kind<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zwijgt of zich niet</STRING></STRING> verbaal of fysiek verzet<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, noch door</STRING></STRING> zijn seksuele gedrag in het verleden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of het heden en evenmin door een vroegere of huidige relatie met een dader</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		61</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Strafbare feiten op het gebied van seksuele uitbuiting</P></OLD><NEW><P>Strafbare feiten op het gebied van seksuele uitbuiting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van kinderen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		62</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in de leden 2 tot en met 7 genoemde opzettelijke gedragingen strafbaar worden gesteld.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de in de leden 2 tot en met 7 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bis </STRING></STRING>genoemde opzettelijke gedragingen strafbaar worden gesteld.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		63</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Het bewerkstelligen van de deelname van een kind aan<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>voorstellingen van seksueel misbruik van kinderen, of het werven van een kind hiervoor of het profiteren of anderszins uitbuiten van een kind voor dergelijke doeleinden, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vijf jaar indien het kind nog niet seksueel meerderjarig is en van ten minste twee</STRING></STRING> jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indien het kind seksueel meerderjarig is</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Het bewerkstelligen van de deelname van een kind aan voorstellingen van seksueel misbruik van kinderen, of het werven van een kind hiervoor of het profiteren of anderszins uitbuiten van een kind voor dergelijke doeleinden, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zes</STRING></STRING> jaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		64</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Het onder dwang of met geweld bewerkstelligen dat een kind deelneemt aan voorstellingen van seksueel misbruik van kinderen of het bedreigen van een kind voor dergelijke doeleinden, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">acht jaar indien het kind nog niet seksueel meerderjarig is of van ten minste vijf</STRING></STRING> jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indien het kind seksueel meerderjarig is</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Het onder dwang of met geweld bewerkstelligen dat een kind deelneemt aan voorstellingen van seksueel misbruik van kinderen of het bedreigen van een kind voor dergelijke doeleinden, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">negen</STRING></STRING> jaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		65</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>Het welbewust bijwonen van voorstellingen van seksueel misbruik van kinderen waaraan een kind deelneemt, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee jaar indien het kind nog niet seksueel meerderjarig is en van ten minste één</STRING></STRING> jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indien het kind seksueel meerderjarig is</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>Het welbewust bijwonen van voorstellingen van seksueel misbruik van kinderen waaraan een kind deelneemt, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> jaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		66</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5.</NO.P>Het bewerkstelligen dat een kind deelneemt aan uitbuiting in de prostitutie , het werven van een kind voor dit doel of het profiteren of anderszins uitbuiten van een kind voor dergelijke doeleinden, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">acht jaar indien het kind nog niet seksueel meerderjarig is en van ten minste vijf</STRING></STRING> jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indien het kind seksueel meerderjarig is</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>5.</NO.P>Het bewerkstelligen dat een kind deelneemt aan uitbuiting in de prostitutie , het werven van een kind voor dit doel of het profiteren of anderszins uitbuiten van een kind voor dergelijke doeleinden, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twaalf</STRING></STRING> jaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		67</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>Een kind dwingen tot uitbuiting in de prostitutie of het kind met dat doel bedreigen wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tien jaar indien het kind nog niet seksueel meerderjarig is en van ten minste vijf</STRING></STRING> jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indien het kind seksueel meerderjarig is</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>Een kind dwingen tot uitbuiting in de prostitutie of het kind met dat doel bedreigen wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">veertien</STRING></STRING> jaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		68</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 7</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>7.</NO.P>Het aangaan van seksuele handelingen met een kind, waarbij een beroep wordt gedaan op uitbuiting in de prostitutie , wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">acht</STRING></STRING> jaar<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> indien het kind nog niet seksueel meerderjarig is en van ten minste vier jaar indien het kind seksueel meerderjarig is</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>7.</NO.P>Het aangaan van seksuele handelingen met een kind, waarbij een beroep wordt gedaan op uitbuiting in de prostitutie, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twaalf</STRING></STRING> jaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		69</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 4 – lid 7 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>7 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een kind middels dwang of geweld aanzetten tot het delen van materiaal waarop de intieme delen van dat kind staan afgebeeld zonder instemming van het kind, met als doel het verkrijgen van geld, materiaal van seksueel misbruik van kinderen of enig ander voordeel, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste acht jaar.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		70</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Het verwerven of in bezit hebben van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>materiaal van seksueel misbruik van kinderen wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één</STRING></STRING> jaar.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Het verwerven of in bezit hebben van materiaal van seksueel misbruik van kinderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van het in bezit hebben van materiaal als bedoeld in artikel 2, punt 3, d), voor persoonlijk gebruik,</STRING></STRING> wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> jaar.</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het verwerven of in bezit hebben van artificiële-intelligentiesystemen die in de eerste plaats zijn ontworpen of aangepast met het oog op het creëren van materiaal van seksueel misbruik van kinderen wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste één jaar.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		71</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Het zich door middel van informatie- en communicatietechnologie welbewust toegang verschaffen tot materiaal van seksueel misbruik van kinderen wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één</STRING></STRING> jaar.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Het zich door middel van informatie- en communicatietechnologie welbewust toegang verschaffen tot materiaal van seksueel misbruik van kinderen wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> jaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		72</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>De distributie, verspreiding of uitzending van materiaal van seksueel misbruik van kinderen wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> jaar.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>De distributie, verspreiding of uitzending van materiaal van seksueel misbruik van kinderen wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vier</STRING></STRING> jaar.</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De distributie, verspreiding en overdracht van artificiële-intelligentiesystemen die in de eerste plaats zijn ontworpen of aangepast met het oog op het creëren van materiaal van seksueel misbruik van kinderen wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste twee jaar.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		73</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 5</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5.</NO.P>Het aanbieden, leveren of ter beschikking stellen van materiaal van seksueel misbruik van kinderen wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> jaar.</P></OLD><NEW><P><NO.P>5.</NO.P>Het aanbieden, leveren of ter beschikking stellen van materiaal van seksueel misbruik van kinderen wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vier</STRING></STRING> jaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		74</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>Het vervaardigen van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>materiaal van seksueel misbruik van kinderen wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> jaar.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>Het vervaardigen van materiaal van seksueel misbruik van kinderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van het vervaardigen van materiaal als bedoeld in artikel 2, punt 3, d), voor persoonlijk gebruik,</STRING></STRING> wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">acht</STRING></STRING> jaar.</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het ontwerpen of aanpassen van artificiële-intelligentiesystemen die in de eerste plaats zijn ontworpen of aangepast met het oog op het creëren van materiaal van seksueel misbruik van kinderen wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste drie jaar.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		75</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 7 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Voor de toepassing van lid 1 worden de in de leden 2, 3 en 4 bedoelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gedragingen</STRING></STRING> niet geacht wederrechtelijk te zijn gepleegd wanneer zij met name worden gesteld door of namens en onder de verantwoordelijkheid van een in een lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gevestigde organisatie die</STRING></STRING> in het algemeen belang optreedt tegen seksueel misbruik van kinderen en<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> die</STRING></STRING> daartoe was gemachtigd door de bevoegde autoriteiten van die lidstaat, mits dergelijke acties werden uitgevoerd overeenkomstig de in de betrokken machtiging vastgestelde voorwaarden.</P></OLD><NEW><P>Voor de toepassing van lid 1 worden de in de leden 2, 3 bedoelde<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> gedragingen </STRING></STRING>en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de in lid </STRING></STRING>4 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bedoelde overdracht</STRING></STRING> niet geacht wederrechtelijk te zijn gepleegd wanneer zij met name worden gesteld door of namens en onder de verantwoordelijkheid van een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">organisatie zoals een meldpunt dat </STRING></STRING>in een lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">is gevestigd,</STRING></STRING> in het algemeen belang optreedt tegen seksueel misbruik van kinderen en daartoe was gemachtigd door de bevoegde autoriteiten van die lidstaat, mits dergelijke acties werden uitgevoerd overeenkomstig de in de betrokken machtiging vastgestelde voorwaarden.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		76</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 7 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>Deze voorwaarden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kunnen</STRING></STRING> onder meer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">inhouden</STRING></STRING> dat de organisaties die dergelijke machtigingen krijgen over de nodige deskundigheid en onafhankelijkheid moeten beschikken, dat er passende rapportage- en toezichtmechanismen moeten zijn om ervoor te zorgen dat de organisaties snel, zorgvuldig en in het algemeen belang handelen, en dat de organisaties gebruik moeten maken van beveiligde communicatiekanalen om de onder de machtiging vallende acties uit te voeren.</P></OLD><NEW><P>Deze voorwaarden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">houden</STRING></STRING> onder meer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in</STRING></STRING> dat de organisaties die dergelijke machtigingen krijgen over de nodige deskundigheid en onafhankelijkheid moeten beschikken, dat er passende rapportage- en toezichtmechanismen moeten zijn om ervoor te zorgen dat de organisaties snel, zorgvuldig en in het algemeen belang handelen, en dat de organisaties gebruik moeten maken van beveiligde communicatiekanalen om de onder de machtiging vallende acties uit te voeren.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		77</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 8 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>8.</NO.P>De lidstaten zorgen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ervoor dat</STRING></STRING> de in lid 7 bedoelde <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">machtigingen voor </STRING></STRING>organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, alle of sommige</STRING></STRING> van de volgende activiteiten toestaan:</P></OLD><NEW><P><NO.P>8.</NO.P>De lidstaten zorgen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor een juridisch kader voor</STRING></STRING> de in lid 7 bedoelde organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en zorgen ervoor dat de machtigingen die dergelijke organisaties ontvangen van de bevoegde autoriteiten van een lidstaat alle</STRING></STRING> van de volgende activiteiten toestaan:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		78</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 8 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a.</NO.P>het in ontvangst nemen en analyseren van meldingen van vermoedelijk materiaal van seksueel misbruik van kinderen, die bij hen worden ingediend door slachtoffers, onlinegebruikers of organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen;</P></OLD><NEW><P><STRING ITALIC="on">(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)</STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		79</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 8 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b.</NO.P>de relevante rechtshandhavingsinstantie van de lidstaat waar het materiaal wordt gehost, onverwijld in kennis stellen van gemelde illegale inhoud;</P></OLD><NEW><P><STRING ITALIC="on">(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)</STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		80</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 8 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c.</NO.P>samenwerken met organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen en die gemachtigd zijn om conform punt a) meldingen van vermoedelijk materiaal van seksueel misbruik van kinderen in ontvangst te nemen in de lidstaat of het derde land waar het materiaal wordt gehost;</P></OLD><NEW><P><STRING ITALIC="on">(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)</STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		81</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 8 – punt d</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>d.</NO.P>zoekopdrachten uitvoeren in openbaar toegankelijk materiaal op hostingdiensten om de verspreiding van materiaal van seksueel misbruik van kinderen op te sporen, zulks op grond van de in punt a) bedoelde meldingen van vermoedelijk materiaal van seksueel misbruik van kinderen of op verzoek van een slachtoffer.</P></OLD><NEW><P><STRING ITALIC="on">(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)</STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		82</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 5 – lid 8 – punt d bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>d bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">rechtstreeks samenwerken met aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die zijn gevestigd in de lidstaat waar de organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen zijn gevestigd, door middel van kennisgevings- en actiemechanismen, waaronder het verwijderen van of de toegang tot inhoud onmogelijk maken, en door middel van kennisgeving van vermoedens van strafbare feiten op grond van Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad, met toestemming van de bevoegde nationale rechtshandhavingsautoriteit.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		83</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>het doen van een voorstel door middel van informatie- en communicatietechnologie om een kind online of in persoon te ontmoeten met het oogmerk om een van de in artikel 3, leden 4, 5, 6 en 7, en artikel 5, lid 6, genoemde strafbare feiten te plegen, wordt, voor zover dit voorstel is gevolgd door materiële handelingen die tot een dergelijke ontmoeting leiden, gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste één jaar;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>het doen van een voorstel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer</STRING></STRING> door middel van informatie- en communicatietechnologie om een kind online of in persoon te ontmoeten met het oogmerk om een van de in artikel 3, leden 4, 5, 6 en 7, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 4 </STRING></STRING>en artikel 5, lid 6, genoemde strafbare feiten te plegen, wordt, voor zover dit voorstel is gevolgd door materiële handelingen die tot een dergelijke ontmoeting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> konden</STRING></STRING> leiden, gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste één jaar;</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		84</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 2 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een poging door middel van informatie- en communicatietechnologie om de in artikel 5, leden 2 en 3, genoemde strafbare feiten te plegen, door een volwassene die een kind benadert met het oogmerk materiaal van seksueel misbruik van kinderen te verschaffen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zes maanden </STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een poging<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer</STRING></STRING> door middel van informatie- en communicatietechnologie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> om de in artikel 5, leden 2 en 3, genoemde strafbare feiten te plegen, door een volwassene die een kind benadert met het oogmerk materiaal van seksueel misbruik van kinderen te verschaffen, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één jaar</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		85</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 2 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>De in de eerste alinea bedoelde gedragingen worden gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één</STRING></STRING> jaar indien er gebruik wordt gemaakt van dwang, geweld of bedreigingen.</P></OLD><NEW><P>de in de eerste alinea bedoelde gedragingen worden gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">twee</STRING></STRING> jaar indien er gebruik wordt gemaakt van dwang, geweld of bedreigingen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		86</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 3 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een poging door middel van informatie- en communicatietechnologie om de in artikel 4, leden 2 en 5, genoemde strafbare feiten te plegen, door een volwassene die een kind ertoe brengt deel te nemen aan voorstellingen van seksueel misbruik van kinderen en uitbuiting van kinderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in de prostitutie</STRING></STRING>, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zes maanden</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een poging<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer </STRING></STRING>door middel van informatie- en communicatietechnologie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> om de in artikel 4, leden 2 en 5, genoemde strafbare feiten te plegen, door een volwassene die een kind ertoe brengt deel te nemen aan voorstellingen van seksueel misbruik van kinderen en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">seksuele </STRING></STRING>uitbuiting van kinderen, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie jaar</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		87</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 6 – lid 3 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>De in de eerste alinea bedoelde gedragingen worden gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één</STRING></STRING> jaar indien er gebruik wordt gemaakt van dwang, geweld of bedreigingen.</P></OLD><NEW><P>de in de eerste alinea bedoelde gedragingen worden gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zes</STRING></STRING> jaar indien er gebruik wordt gemaakt van dwang, geweld of bedreigingen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		88</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 7 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Benadering met het oog op seksueel misbruik</P></OLD><NEW><P>Benadering met het oog op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het plegen van </STRING></STRING>seksueel misbruik<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of seksuele uitbuiting, met inbegrip van livestreaming </STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		89</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 7</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het opzettelijk beloven of aanbieden van geld of andere vormen van beloning of vergoeding om een persoon ertoe te brengen een van de in artikel 3, leden 4, 5, 6, 7 en 8, artikel 4, leden 2 en 3, en artikel 5, lid 6, genoemde strafbare feiten te plegen, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">drie</STRING></STRING> jaar.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het opzettelijk beloven of aanbieden van geld of andere vormen van beloning of vergoeding om een persoon ertoe te brengen een van de in artikel 3, leden 4, 5, 6, 7 en 8, artikel 4, leden 2 en 3, en artikel 5, lid 6, genoemde strafbare feiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met inbegrip van livestreaming,</STRING></STRING> te plegen, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vijf</STRING></STRING> jaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		90</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het opzettelijk exploiteren of beheren van een dienst van de informatiemaatschappij die is opgezet om het plegen van een van de in de artikelen 3 tot en met 7 bedoelde strafbare feiten te faciliteren of aan te moedigen, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">één</STRING></STRING> jaar.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het opzettelijk exploiteren of beheren van een dienst van de informatiemaatschappij die is opgezet om het plegen van een van de in de artikelen 3 tot en met 7 bedoelde strafbare feiten te faciliteren of aan te moedigen, wordt gestraft met een maximumgevangenisstraf van ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tien</STRING></STRING> jaar.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		91</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 8 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Reizen met het oog op seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat het reizen naar een ander land dan de lidstaten met het oogmerk een van de in de artikelen 3 tot en met 8 ter bedoelde strafbare feiten te plegen of daaraan bij te dragen, strafbaar wordt gesteld wanneer dit opzettelijk geschiedt.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		92</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 8 ter (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 8 ter</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Andere strafbare feiten in verband met seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de volgende handelingen worden aangemerkt als strafbare feiten in verband met seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen, als daarbij sprake is van opzet: a) het verspreiden van materiaal waarin reclame wordt gemaakt voor de mogelijkheid tot het plegen van een van de in de artikelen 3 tot en met 8 bis genoemde strafbare feiten; b) afpersing met het oogmerk een van de in artikel 3 tot en met 8 genoemde strafbare feiten te plegen; en c) het opstellen of gebruiken van valse administratieve documenten met het oog op het plegen van een van de in de artikelen 3 tot en met 8 bis genoemde strafbare feiten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		93</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de uitlokking van of de hulp bij en de aanzetting tot het plegen van een van de in de artikelen 3 tot en met 8 genoemde strafbare feiten strafbaar worden gesteld.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de uitlokking van of de hulp bij en de aanzetting tot het plegen van een van de in de artikelen 3 tot en met 8 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ter </STRING></STRING>genoemde strafbare feiten strafbaar worden gesteld.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		94</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 9 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een poging tot het plegen van één van de strafbare feiten genoemd in artikel 3, leden 4, 5 , 6, 7 en 8, artikel 4, leden 2, 3, 5, 6 en 7, artikel 5, leden 4, 5 en 6, en de artikelen 7 en 8 strafbaar wordt gesteld.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een poging tot het plegen van één van de strafbare feiten genoemd in artikel 3, leden 4, 5 , 6, 7 en 8, artikel 4, leden 2, 3, 5, 6 en 7, artikel 5, leden 4, 5 en 6, en de artikelen 7 en 8 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ter </STRING></STRING>strafbaar wordt gesteld.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		95</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het behoort tot</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten om te beslissen of</STRING></STRING> artikel 3, leden 2 en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">4</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van toepassing is op</STRING></STRING> consensuele seksuele handelingen tussen gelijken , mits <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de handelingen niet met</STRING></STRING> misbruik <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gepaard gingen</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat in het kader van</STRING></STRING> artikel 3, leden 2<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, 4</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">7</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt voorzien in een uitsluiting van strafbaarstelling voor</STRING></STRING> consensuele seksuele handelingen tussen gelijken, mits <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er geen sprake is van dwang,</STRING></STRING> misbruik <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van vertrouwen of afhankelijkheid tussen de betrokkenen</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		96</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het behoort tot</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten om te beslissen of</STRING></STRING> artikel 4, lid 4, van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toepassing is op</STRING></STRING> een voorstelling die plaatsvindt in de context van een consensuele relatie waarbij het kind seksueel meerderjarig is of tussen gelijken , mits de handelingen niet met misbruik of uitbuiting gepaard gingen en er geen geld of andere vormen van beloning of vergoeding worden gegeven als betaling in ruil voor de voorstelling.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat in het kader van</STRING></STRING> artikel 4, lid 4, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt voorzien in een uitsluiting </STRING></STRING>van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">strafbaarstelling voor</STRING></STRING> een voorstelling die plaatsvindt in de context van een consensuele relatie waarbij het kind seksueel meerderjarig is of tussen gelijken, mits de handelingen niet met misbruik of uitbuiting gepaard gingen en er geen geld of andere vormen van beloning of vergoeding worden gegeven als betaling in ruil voor de voorstelling.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		97</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 3 – alinea 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het behoort tot de discretionaire bevoegdheid van de lidstaten om te beslissen of</STRING></STRING> artikel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>5, leden 2<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>, 3, 4 en 6, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van toepassing is op</STRING></STRING> het vervaardigen, verwerven, in bezit hebben van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>of toegang hebben tot materiaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>waarbij uitsluitend:</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat in het kader van</STRING></STRING> artikel 5, leden 2 , 3, 4 en 6, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt voorzien in een uitsluiting van strafbaarstelling voor</STRING></STRING> het vervaardigen, verwerven, in bezit hebben van of toegang hebben tot materiaal waarbij uitsluitend:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		98</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 3 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>wanneer dit materiaal is vervaardigd en in bezit wordt gehouden met de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toestemming</STRING></STRING> van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>de betrokken kinderen en uitsluitend voor persoonlijk gebruik van de betrokkenen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor zover het niet met</STRING></STRING> misbruik<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> gepaard ging</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P>wanneer dit materiaal is vervaardigd en in bezit wordt gehouden met de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">instemming</STRING></STRING> van de betrokken kinderen en uitsluitend voor persoonlijk gebruik van de betrokkenen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">mits er geen sprake is van</STRING></STRING> misbruik<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van vertrouwen of afhankelijkheid tussen de betrokkenen</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		99</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Het behoort tot de discretionaire bevoegdheid</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de lidstaten om te beslissen of artikel 6</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toepassing is op</STRING></STRING> voorstellen, gesprekken, contacten of uitwisselingen tussen gelijken.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat in het kader</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">artikel 6 wordt voorzien in een uitsluiting</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">strafbaarstelling voor</STRING></STRING> voorstellen, gesprekken, contacten of uitwisselingen tussen gelijken<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, mits er geen sprake is van misbruik van vertrouwen of afhankelijkheid tussen de betrokkenen</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		100</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 5 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 4 kan een kind dat seksueel meerderjarig is, alleen worden geacht met een handeling te hebben ingestemd als de instemming vrijwillig is gegeven, waarbij de vrije wil van het kind wordt beoordeeld in het licht van de omringende omstandigheden.</P></OLD><NEW><P>Voor de toepassing van de leden 1 tot en met 4 <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van dit artikel </STRING></STRING>kan een kind dat seksueel meerderjarig is, alleen worden geacht met een handeling te hebben ingestemd als de instemming vrijwillig <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en duidelijk, op geïnformeerde en ondubbelzinnige wijze en vrijwillig </STRING></STRING>is gegeven, waarbij de vrije wil van het kind wordt beoordeeld in het licht van de omringende omstandigheden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, als gedefinieerd in artikel 2, punt 2 bis.</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een seksueel meerderjarig kind wordt niet geacht te hebben ingestemd indien het kind niet in staat was uit vrije wil te beslissen wegens omstandigheden als bedoeld in artikel 3, lid 5, of wegens andere omstandigheden, waaronder de lichamelijke of geestelijke gesteldheid van het kind, zoals in het geval van bewusteloosheid, slaap, intoxicatie, overrompeling, verlamming door angst, ziekte of lichamelijk letsel.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		101</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 5 – alinea 3</STRING></STI.AMD><OLD><P>Het ontbreken van instemming kan niet <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">uitsluitend </STRING></STRING>worden weerlegd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">aan de hand van</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">stilzwijgen van</STRING></STRING> het kind<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, de afwezigheid van</STRING></STRING> verbaal of fysiek verzet<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> van zijn kant of</STRING></STRING> zijn gedrag in het verleden.</P></OLD><NEW><P>Het ontbreken van instemming kan niet worden weerlegd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">feit dat</STRING></STRING> het kind<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> zwijgt of zich niet</STRING></STRING> verbaal of fysiek verzet<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, noch door</STRING></STRING> zijn<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> seksuele</STRING></STRING> gedrag in het verleden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en evenmin door een vroegere of huidige relatie met een dader</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		102</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 10 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>Het op consensuele basis delen van iemands intieme beelden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> video’s kan niet worden opgevat als instemming voor het verder delen of verspreiden van die beelden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of</STRING></STRING> video’s.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>Het op consensuele basis delen van iemands intieme beelden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> video’s of <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">soortgelijk materiaal</STRING></STRING> kan niet worden opgevat als instemming voor het verder delen of verspreiden van die beelden<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, </STRING></STRING>video’s <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of dat soortgelijke materiaal, ook niet in bewerkte of gewijzigde vorm. Elk verder delen of verspreiden, hetzij door de oorspronkelijke ontvanger, hetzij door een andere partij, vereist uitdrukkelijke, geïnformeerde instemming van de afgebeelde persoon.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De instemming kan te allen tijde worden ingetrokken. </STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		103</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – alinea 1 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>het strafbare feit werd gepleegd jegens een kind in een bijzonder kwetsbare situatie, zoals een kind met een geestelijke of lichamelijke handicap, in een toestand van afhankelijkheid of in een staat van lichamelijk of geestelijk onvermogen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>het strafbare feit werd gepleegd jegens een kind in een bijzonder kwetsbare situatie, zoals een <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">jong kind, een </STRING></STRING>kind met een geestelijke<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, intellectuele, zintuigelijke</STRING></STRING> of lichamelijke handicap,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> een kind dat van zijn vrijheid is beroofd of wiens vrijheid is beperkt, of een kind</STRING></STRING> in een toestand van afhankelijkheid of in een staat van lichamelijk of geestelijk onvermogen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		104</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – alinea 1 – punt h bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>h bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de dader deed zich voor als minderjarige of als gelijke;</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		105</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 11 – alinea 1 – punt j bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>j bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het strafbare feit was ingegeven door een of meer van de discriminatiegronden waartegen artikel 21 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie bescherming biedt.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		106</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 12 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Om het risico op herhaling van strafbare feiten te voorkomen nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aan een natuurlijk persoon die voor een van de in de artikelen 3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten is veroordeeld, een tijdelijk of permanent verbod kan worden opgelegd dat ten minste betrekking heeft op het uitoefenen van beroepsactiviteiten waarbij hij rechtstreeks en geregeld in aanraking komt met kinderen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Om het risico op herhaling van strafbare feiten te voorkomen nemen de lidstaten de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aan een natuurlijk persoon die voor een van de in de artikelen 3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten is veroordeeld, een tijdelijk of permanent verbod kan worden opgelegd dat ten minste betrekking heeft op het uitoefenen van beroepsactiviteiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en georganiseerde vrijwilligersactiviteiten </STRING></STRING>waarbij hij rechtstreeks en geregeld in aanraking komt met kinderen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of waarbij contact met kinderen wordt gefaciliteerd</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		107</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 12 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat werkgevers bij de aanwerving van personeel voor beroepsactiviteiten of georganiseerde vrijwilligersactiviteiten die rechtstreeks en geregeld contact met kinderen behelzen en organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen en die personeel aanwerven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>verplicht zijn om overeenkomstig het nationale recht op passende wijze, zoals toegang op verzoek of via de betrokken persoon, informatie te vragen met betrekking tot het bestaan van strafrechtelijke veroordelingen voor één van de in de artikelen 3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten die zijn opgenomen in het strafregister, of van verboden tot het uitoefenen van activiteiten die rechtstreeks en geregeld contact met kinderen behelzen, als gevolg van dergelijke strafrechtelijke veroordelingen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat werkgevers bij de aanwerving van personeel voor beroepsactiviteiten of georganiseerde vrijwilligersactiviteiten die rechtstreeks en geregeld contact met kinderen behelzen en organisaties die in het algemeen belang optreden tegen seksueel misbruik van kinderen en die personeel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, consultants en vrijwilligers</STRING></STRING> aanwerven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of contracteren </STRING></STRING>verplicht zijn om overeenkomstig het nationale recht op passende wijze, zoals toegang op verzoek of via de betrokken persoon, informatie te vragen met betrekking tot het bestaan van strafrechtelijke veroordelingen voor één van de in de artikelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten die zijn opgenomen in het strafregister, of van verboden tot het uitoefenen van activiteiten die rechtstreeks en geregeld contact met kinderen behelzen, als gevolg van dergelijke strafrechtelijke veroordelingen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		108</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 12 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat, met het oog op toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel, informatie met betrekking tot het bestaan van strafrechtelijke veroordelingen voor één van de in de artikelen 3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten of van verboden tot het uitoefenen van activiteiten die rechtstreeks en geregeld contact met kinderen behelzen als gevolg van dergelijke strafrechtelijke veroordelingen, op verzoek van de bevoegde autoriteiten, wordt doorgegeven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>en dat de doorgegeven informatie zo volledig mogelijk is en ten minste de gegevens bevat die door de lidstaten worden bijgehouden over strafrechtelijke veroordelingen of verboden als gevolg van strafrechtelijke veroordelingen. Daartoe wordt deze informatie doorgegeven via Ecris of via het mechanisme voor de uitwisseling van strafregisterinformatie dat met derde landen is opgezet.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat, met het oog op toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel, informatie met betrekking tot het bestaan van strafrechtelijke veroordelingen voor één van de in de artikelen 3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten of van verboden tot het uitoefenen van activiteiten die rechtstreeks en geregeld contact met kinderen behelzen als gevolg van dergelijke strafrechtelijke veroordelingen, op verzoek van de bevoegde autoriteiten, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">door de autoriteiten </STRING></STRING>wordt doorgegeven<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> aan de verzoekende partij </STRING></STRING>en dat de doorgegeven informatie zo volledig mogelijk is en ten minste de gegevens bevat die door de lidstaten worden bijgehouden over strafrechtelijke veroordelingen of verboden als gevolg van strafrechtelijke veroordelingen. Daartoe wordt deze informatie doorgegeven via Ecris of via het mechanisme voor de uitwisseling van strafregisterinformatie dat met derde landen is opgezet.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		109</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sancties tegen</STRING></STRING> rechtspersonen</P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Straffen voor</STRING></STRING> rechtspersonen</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		110</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat tegen een rechtspersoon die uit hoofde van artikel 13 aansprakelijk is gesteld, doeltreffende, evenredige en afschrikkende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">sancties</STRING></STRING> kunnen worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">getroffen</STRING></STRING>, waaronder strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke geldboetes en eventueel andere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">sancties</STRING></STRING>, zoals:</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat tegen een rechtspersoon die uit hoofde van artikel 13 aansprakelijk is gesteld, doeltreffende, evenredige en afschrikkende <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">straffen</STRING></STRING> kunnen worden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vastgesteld</STRING></STRING>, waaronder strafrechtelijke of niet-strafrechtelijke geldboetes en eventueel andere <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">straffen</STRING></STRING>, zoals:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		111</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 1 – punt f bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>f bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wanneer er sprake is van een algemeen belang, de publicatie van de rechterlijke beslissing, in zijn geheel of gedeeltelijk, inzake het gepleegde strafbare feit en de opgelegde straffen of maatregelen, onverminderd de regels inzake de privacy en de bescherming van persoonsgegevens.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		112</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat, ingeval rechtspersonen aansprakelijk zijn gesteld uit hoofde van artikel 13, strafbare feiten waarop voor natuurlijke personen een maximumgevangenisstraf van ten minste twee jaar is gesteld, worden gestraft met geldboetes waarvan het maximumbedrag niet minder mag bedragen dan 1 % van de totale wereldwijde omzet van de rechtspersoon in het boekjaar voorafgaand aan het besluit tot oplegging van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een</STRING></STRING> geldboete.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat, ingeval rechtspersonen aansprakelijk zijn gesteld uit hoofde van artikel 13, strafbare feiten waarop voor natuurlijke personen een maximumgevangenisstraf van ten minste twee jaar is gesteld, worden gestraft met geldboetes waarvan het maximumbedrag niet minder mag bedragen dan 1 % van de totale wereldwijde omzet van de rechtspersoon <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ofwel in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin het strafbare feit werd gepleegd ofwel </STRING></STRING>in het boekjaar voorafgaand aan het besluit tot oplegging van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> geldboete<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of dan 8 000 000 EUR, als dit hoger is</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		113</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat, ingeval rechtspersonen aansprakelijk zijn gesteld uit hoofde van artikel 13, strafbare feiten waarop voor natuurlijke personen een maximumgevangenisstraf van ten minste drie jaar is gesteld, worden gestraft met geldboetes waarvan het maximumbedrag niet minder mag bedragen dan 5 % van de totale wereldwijde omzet van de rechtspersoon in het boekjaar voorafgaand aan het besluit tot oplegging van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">een</STRING></STRING> geldboete.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat, ingeval rechtspersonen aansprakelijk zijn gesteld uit hoofde van artikel 13, strafbare feiten waarop voor natuurlijke personen een maximumgevangenisstraf van ten minste drie jaar is gesteld, worden gestraft met geldboetes waarvan het maximumbedrag niet minder mag bedragen dan 5 % van de totale wereldwijde omzet van de rechtspersoon <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ofwel in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin het strafbare feit werd gepleegd ofwel </STRING></STRING>in het boekjaar voorafgaand aan het besluit tot oplegging van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> geldboete<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, of dan 40 000 000 EUR, als dat hoger is</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		114</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 14 – lid 3 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>3 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten kunnen regels vaststellen voor gevallen waarin het niet mogelijk is het bedrag van de geldboete te bepalen op basis van de totale wereldwijde omzet van de rechtspersoon in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin het strafbare feit is gepleegd of in het boekjaar voorafgaand aan het jaar waarin het besluit tot oplegging van de geldboete is genomen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		115</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Onderzoek<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> vervolging <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en verjaringstermijnen</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P>Onderzoek <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> vervolging</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		116</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 2 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten nemen de nodige maatregelen om vervolging gedurende een voldoende lange periode nadat het slachtoffer de meerderjarigheid heeft bereikt, en die in verhouding staat tot de ernst van het strafbare feit, mogelijk te maken voor de in artikel 3, artikel 4, leden 2, 3, 5, 6 en 7, bedoelde strafbare feiten , voor de in artikel 5, lid 6, bedoelde ernstige strafbare feiten wanneer materiaal van seksueel misbruik van kinderen zoals bedoeld in artikel 2, punt 3, a) en b), is gebruikt en voor de in de artikelen 7 en 8 bedoelde strafbare feiten .</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		117</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 2 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze in de eerste alinea bedoelde periode bedraagt:</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste twintig jaar vanaf de datum waarop het slachtoffer meerderjarig is geworden, voor feiten die ingevolge deze richtlijn strafbaar zijn gesteld met een maximumstraf van ten minste drie jaar gevangenisstraf;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste vijfentwintig jaar vanaf de datum waarop het slachtoffer meerderjarig is geworden, voor feiten die ingevolge deze richtlijn strafbaar zijn gesteld met een maximumstraf van ten minste vijf jaar gevangenisstraf;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste dertig jaar vanaf de datum waarop het slachtoffer meerderjarig is geworden, voor feiten die ingevolge deze richtlijn strafbaar zijn gesteld met een maximumstraf van ten minste acht jaar gevangenisstraf.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		118</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 2 – alinea 2 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste twintig jaar vanaf de datum waarop het slachtoffer meerderjarig is geworden, voor feiten die ingevolge deze richtlijn strafbaar zijn gesteld met een maximumstraf van ten minste drie jaar gevangenisstraf;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		119</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 2 – alinea 2 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste vijfentwintig jaar vanaf de datum waarop het slachtoffer meerderjarig is geworden, voor feiten die ingevolge deze richtlijn strafbaar zijn gesteld met een maximumstraf van ten minste vijf jaar gevangenisstraf;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		120</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 2 – alinea 2 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste dertig jaar vanaf de datum waarop het slachtoffer meerderjarig is geworden, voor feiten die ingevolge deze richtlijn strafbaar zijn gesteld met een maximumstraf van ten minste acht jaar gevangenisstraf.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		121</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat doeltreffende onderzoekmiddelen, zoals die welke worden gebruikt bij georganiseerde of andere zware criminaliteit, ter beschikking staan van personen, eenheden of diensten die bevoegd zijn voor het onderzoeken of vervolgen van de in de artikelen 3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat doeltreffende onderzoekmiddelen, zoals die welke worden gebruikt bij georganiseerde of andere zware criminaliteit, ter beschikking staan van personen, eenheden of diensten die bevoegd zijn voor het onderzoeken of vervolgen van de in de artikelen 3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In voorkomend geval omvatten die onderzoeksmiddelen speciale onderzoeksmiddelen, zoals die welke worden gebruikt bij de bestrijding van georganiseerde of andere zware criminaliteit, bijvoorbeeld de mogelijkheid om undercover-onderzoeken uit te voeren, de inzet van lokcomputers (zogenaamde “honeypots”), het onderscheppen van communicatie, heimelijke observatie, ook met gebruikmaking van elektronische middelen, en het monitoren van bankrekeningen of het doen van andere financiële onderzoeken in overeenstemming met nationale wetgeving.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		122</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat personen, eenheden of diensten die de in de artikelen 3 tot en met 9 bedoelde strafbare feiten onderzoeken en vervolgen, over voldoende personeel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, </STRING></STRING>deskundigheid <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en doeltreffende onderzoeksmiddelen</STRING></STRING> beschikken om deze strafbare feiten, met inbegrip van die welke zijn gepleegd met behulp van informatie- en communicatietechnologie, doeltreffend te onderzoeken en te vervolgen, overeenkomstig de toepasselijke regels van het Unierecht en het nationale recht. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">In voorkomend geval omvatten deze onderzoeksmiddelen speciale onderzoeksmiddelen, zoals die welke worden gebruikt bij de bestrijding van georganiseerde of andere zware criminaliteit, bijvoorbeeld de mogelijkheid om undercover-onderzoeken uit te voeren.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat personen, eenheden of diensten die de in de artikelen 3 tot en met<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>9 bedoelde strafbare feiten onderzoeken en vervolgen, over voldoende personeel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> deskundigheid beschikken om deze strafbare feiten, met inbegrip van die welke zijn gepleegd met behulp van informatie- en communicatietechnologie, doeltreffend te onderzoeken en te vervolgen, overeenkomstig de toepasselijke regels van het Unierecht en het nationale recht.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		123</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 16 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 16 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verjaringstermijnen</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat er geen verjaringstermijn van toepassing is op de in de artikelen 3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		124</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 17 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ieder persoon die op de hoogte is van of te goeder trouw het vermoeden heeft van het plegen van een van de in de artikelen 3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten, aan te moedigen om dit bij de bevoegde diensten te melden , onverminderd artikel 18 van Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad<STRING SUPERSCRIPT="on">24</STRING> en artikel 12 van Verordening (EU) .../...…<STRING SUPERSCRIPT="on">25</STRING> [tot vaststelling van regels ter voorkoming en bestrijding van seksueel misbruik van kinderen].</P></OLD><NEW><P><STRING ITALIC="on">(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)</STRING></P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW/><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">24</STRING> Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj).</P></OLD><NEW/><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">25</STRING> Verordening (EU)</P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		125</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 17 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste beroepsbeoefenaars die in de kinderbeschermings-, onderwijs-, kinderopvang- en gezondheidszorgsector in nauw contact komen met kinderen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verplicht zijn </STRING></STRING>bij de bevoegde autoriteiten melding te doen van gevallen waarin zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat er een onder deze richtlijn vallend strafbaar feit is gepleegd of dat er waarschijnlijk een dergelijk strafbaar feit zal worden gepleegd.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat ten minste <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alle </STRING></STRING>beroepsbeoefenaars <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en vrijwilligers </STRING></STRING>die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">onder andere </STRING></STRING>in de kinderbeschermings-, onderwijs-<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, sport-</STRING></STRING>, kinderopvang- en gezondheidszorgsector in nauw contact komen met kinderen, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">alsook beoefenaars van juridische beroepen, leerkrachten en opvoeders, rechters in familierechtbanken en eerstelijnspolitiefunctionarissen, worden geïnformeerd en opgeleid om misbruik te herkennen.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in de eerste alinea bedoelde beroepsbeoefenaars en vrijwilligers zijn verplicht </STRING></STRING>bij de bevoegde autoriteiten melding te doen van gevallen waarin zij redelijke gronden hebben om aan te nemen dat er een onder deze richtlijn vallend strafbaar feit is gepleegd of dat er waarschijnlijk een dergelijk strafbaar feit zal worden gepleegd.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		126</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 17 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten stellen beroepsbeoefenaars die <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de gezondheidszorgsector </STRING></STRING>werkzaam zijn in het kader van specifieke programma’s voor personen die zijn veroordeeld voor een onder deze richtlijn vallend strafbaar feit of voor personen die vrezen dat zij een onder deze richtlijn vallend strafbaar feit zouden kunnen plegen, vrij van de in lid 3 bedoelde meldingsplicht.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten stellen beroepsbeoefenaars die werkzaam zijn in het kader van specifieke programma’s voor personen die zijn veroordeeld voor een onder deze richtlijn vallend strafbaar feit of voor personen die vrezen dat zij een onder deze richtlijn vallend strafbaar feit zouden kunnen plegen, vrij van de in lid 3 bedoelde meldingsplicht.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		127</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 17 – lid 4 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>4 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat er toegankelijke, zichtbare, duidelijke, gebruiksvriendelijke en genderbewuste meldingsmechanismen bestaan. De lidstaten zorgen ervoor dat er voor deze meldingsmechanismen voldoende middelen beschikbaar worden gesteld, onder meer wat betreft financiering en personeel.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		128</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Naast de rechten van slachtoffers bij het doen van aangifte uit hoofde van artikel 5 van Richtlijn 2012/29/EU en artikel 5 bis van Richtlijn (EU) .../... [voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten], zorgen de lidstaten ervoor dat slachtoffers de in de artikelen 3 tot en met 9 van deze richtlijn bedoelde strafbare feiten op een eenvoudige en toegankelijke wijze bij de bevoegde autoriteiten kunnen melden. Dit omvat de mogelijkheid om met behulp van gemakkelijk toegankelijke en gebruiksvriendelijke informatie- en communicatietechnologieën melding te doen van die strafbare feiten en, indien mogelijk, bewijs over te leggen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Naast de rechten van slachtoffers bij het doen van aangifte uit hoofde van artikel 5 van Richtlijn 2012/29/EU en artikel 5 bis van Richtlijn (EU) .../... [voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten], zorgen de lidstaten ervoor dat slachtoffers de in de artikelen 3 tot en met 9 van deze richtlijn bedoelde strafbare feiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kosteloos, veilig en </STRING></STRING>op een eenvoudige<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, vertrouwelijke</STRING></STRING> en toegankelijke wijze bij de bevoegde autoriteiten kunnen melden. Dit omvat de mogelijkheid om met behulp van gemakkelijk toegankelijke en gebruiksvriendelijke informatie- en communicatietechnologieën melding te doen van die strafbare feiten en, indien mogelijk, bewijs over te leggen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		129</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat ook derde partijen een melding kunnen doen, onder meer via het in lid 1 bedoelde meldingsmechanisme.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		130</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde meldingsprocedures veilig en vertrouwelijk zijn en op kindvriendelijke wijze zijn ontworpen, in een taal die is aangepast aan de leeftijd en maturiteit van de kinderen. De lidstaten zorgen ervoor dat het doen van een melding niet afhankelijk is van de ouderlijke toestemming.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde meldingsprocedures veilig en vertrouwelijk zijn en op kindvriendelijke wijze zijn ontworpen, in een taal die is aangepast aan de leeftijd en maturiteit van de kinderen. De lidstaten zorgen ervoor dat het doen van een melding niet afhankelijk is van de ouderlijke toestemming<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en dat passende informatie wordt verstrekt over meldingsprocedures en ondersteunende diensten</STRING></STRING>.</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat er toegankelijke, zichtbare, duidelijke, gebruiksvriendelijke en genderbewuste meldingsmechanismen bestaan die voldoen aan de kwaliteitsnormen van het Barnahus-model. De lidstaten zorgen ervoor dat er voor deze meldingsmechanismen voldoende middelen beschikbaar worden gesteld, onder meer wat betreft financiering en personeel.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		131</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat er multidisciplinaire interinstitutionele structuren worden opgezet voor de aanpak van seksueel misbruik van kinderen, met inbegrip van misbruik dat door informatie- en communicatietechnologie wordt gefaciliteerd, en rekening houdend met de leeftijd van het kind. De lidstaten stimuleren en ondersteunen, ook financieel, andere meldingsmechanismen, met name:</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de ontwikkeling van speciale hulplijnen en meldpunten, met inbegrip van, maar niet beperkt tot, het “116 000”-nummer;</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de aanstelling van welzijnsfunctionarissen die specifiek zijn opgeleid om informatie omtrent vermoedens van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen te ontvangen, te beoordelen en te melden.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat de in de tweede alinea bedoelde meldingssystemen volledig in de nationale systemen voor kinderbescherming worden geïntegreerd en dat zij over voldoende middelen beschikken, onder meer wat betreft financiering en personeel.</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze structuren laten bestaande systemen in de lidstaten onverlet.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		132</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 18 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat het voor de bevoegde autoriteiten die in contact komen met slachtoffers die strafbare feiten in verband met seksueel misbruik of seksuele uitbuiting van kinderen melden, verboden is persoonsgegevens over de verblijfsstatus van het slachtoffer door te geven aan de bevoegde migratie-autoriteiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, zulks ten minste totdat de eerste individuele beoordeling van de beschermingsbehoeften van het slachtoffer als bedoeld in artikel 22 van Richtlijn 2012/29/EU is voltooid</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat het voor de bevoegde autoriteiten die in contact komen met slachtoffers die strafbare feiten in verband met seksueel misbruik of seksuele uitbuiting van kinderen melden, verboden is persoonsgegevens over de verblijfsstatus van het slachtoffer door te geven aan de bevoegde migratie-autoriteiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> of die gegevens te gebruiken in verband met de uitvoering van een terugkeerprocedure</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		133</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>Wanneer een strafbaar feit in de zin van de artikelen 3 tot en met 9 onder de rechtsmacht van meer dan één lidstaat valt, werken deze lidstaten samen om te bepalen welke lidstaat de strafprocedure moet voeren. In voorkomend geval wordt de zaak overeenkomstig artikel 12 van Kaderbesluit 2009/948/JBZ naar Eurojust verwezen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>Wanneer een strafbaar feit in de zin van de artikelen 3 tot en met 9 onder de rechtsmacht van meer dan één lidstaat valt, werken deze lidstaten samen om te bepalen welke lidstaat de strafprocedure moet voeren. In voorkomend geval wordt de zaak overeenkomstig artikel 12 van Kaderbesluit 2009/948/JBZ naar Eurojust verwezen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en worden alle bevoegde nationale autoriteiten daarvan in kennis gesteld teneinde de grensoverschrijdende samenwerking te vergemakkelijken</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		134</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 19 – lid 6 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>6 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen in voorkomend geval voor efficiënte samenwerking met Eurojust en Europol met betrekking tot strafprocedures en onderzoeken in verband met strafbare feiten in verband met seksueel misbruik van kinderen, en met betrekking tot de overdracht van die procedures, met name in gevallen waarbij meerdere lidstaten betrokken zijn. Deze samenwerking vergemakkelijkt grensoverschrijdende informatie-uitwisseling, gezamenlijke onderzoeken en bijstand bij vervolgingen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		135</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 20 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Kindslachtoffers van de in de artikelen 3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontvangen </STRING></STRING>overeenkomstig de artikelen 21 en 22 bijstand, ondersteuning en bescherming, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van het kind.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat</STRING></STRING> kindslachtoffers van de in de artikelen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten overeenkomstig de artikelen 21 en 22 bijstand, ondersteuning en bescherming<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> ontvangen</STRING></STRING>, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van het kind<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, ongeacht of het kindslachtoffer formeel aangifte heeft gedaan</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		136</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 20 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen voor de verstrekking van gemakkelijk toegankelijke, kosteloze en alomvattende gezondheidsdiensten voor kindslachtoffers van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting, met inbegrip van seksuele en reproductieve gezondheidszorg.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		137</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 21 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de slachtoffers voor, tijdens en gedurende een passende periode na de strafprocedure bijstand en gespecialiseerde en passende ondersteuning ontvangen zodat zij in staat worden gesteld de rechten uit te oefenen die bij Richtlijn 2012/29/EU , bij Richtlijn (EU) .../... [voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten] en bij deze richtlijn zijn vastgesteld. De lidstaten zorgen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">er </STRING></STRING>met name <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor dat</STRING></STRING> slachtoffers van de in de artikelen 3 tot en met 9 bedoelde strafbare feiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">toegang hebben tot gerichte</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geïntegreerde ondersteuningsdiensten voor kinderen</STRING></STRING> overeenkomstig artikel 9 bis van Richtlijn (EU) .../... [voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten]. De lidstaten nemen met name de nodige maatregelen om bescherming te waarborgen van kinderen die melding maken van gevallen van misbruik binnen hun familie.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de slachtoffers voor, tijdens en gedurende een passende periode na de strafprocedure bijstand en gespecialiseerde en passende ondersteuning ontvangen zodat zij in staat worden gesteld de rechten uit te oefenen die bij Richtlijn 2012/29/EU , bij Richtlijn (EU) .../... [voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten] en bij deze richtlijn zijn vastgesteld. De lidstaten zorgen met name <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten behoeve van</STRING></STRING> slachtoffers van de in de artikelen 3 tot en met<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>9 bedoelde strafbare feiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor de aanwezigheid van gemakkelijk toegankelijke doorverwijscentra, die onderdeel kunnen zijn van het nationale gezondheidszorgstelsel, om doeltreffende bijstand te waarborgen aan kindslachtoffers van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om een klinische behandeling van seksueel geweld te waarborgen, onder meer door te helpen bij het bewaren en documenteren van bewijs,</STRING></STRING> overeenkomstig artikel 9 bis van Richtlijn (EU) .../... [voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten]. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze centra voorzien in traumagerichte zorg en, indien nodig, een doorverwijzing naar gespecialiseerde traumazorg en begeleiding voor kindslachtoffers. De lidstaten zorgen ervoor dat kindslachtoffers van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting toegang hebben tot medische en forensische onderzoeken die kunnen plaatsvinden in deze centra of via een doorverwijzing naar gespecialiseerde centra of afdelingen. De lidstaten zorgen voor coördinatie tussen de verwijzingscentra en bekwame medische en forensische centra. Alle in dit artikel bedoelde diensten worden op kindvriendelijke wijze verleend. De lidstaten kunnen bepalen dat deze centra moeten worden verbonden aan de centra die zijn opgericht krachtens artikel 28 van Richtlijn (EU) 2024/1385 ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld.</STRING></STRING> De lidstaten nemen met name de nodige maatregelen om bescherming te waarborgen van kinderen die melding maken van gevallen van misbruik binnen hun familie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en handelen daarbij in het belang van het kind</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		138</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 21 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Slachtoffers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">krijgen</STRING></STRING> gecoördineerde, op leeftijd afgestemde medische zorg, emotionele, psychosociale, psychologische en educatieve ondersteuning, alsmede alle andere passende ondersteuning die met name is toegesneden op situaties van seksueel misbruik.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat</STRING></STRING> slachtoffers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en hun familieleden toegankelijke, kindvriendelijke, uitgebreide, gespecialiseerde,</STRING></STRING> gecoördineerde, op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de behoeften en de </STRING></STRING>leeftijd afgestemde medische zorg<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> krijgen, met inbegrip van toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidsdiensten</STRING></STRING>, emotionele, psychosociale, psychologische<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, juridische</STRING></STRING> en educatieve <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en administratieve </STRING></STRING>ondersteuning, alsmede alle andere passende ondersteuning die met name is toegesneden op situaties van seksueel misbruik<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, met bijzondere aandacht voor het herstel op lange termijn van de slachtoffers. Deze ondersteuning wordt op één en dezelfde plek aangeboden, op basis van het “Barnahus”-model.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		139</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 21 – lid 2 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>2 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in de leden 1 en 2 bedoelde diensten zijn kosteloos beschikbaar en zijn elke dag van de week toegankelijk, onverminderd de diensten die binnen het nationale gezondheidszorgstelsel worden verleend. De lidstaten zorgen voor een toereikende geografische spreiding over de lidstaat en voldoende capaciteit van de in de leden 1 en 2 bedoelde diensten. </STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		140</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 21 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Als het nodig is <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">om te voorzien in</STRING></STRING> tijdelijke huisvesting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden</STRING></STRING> kinderen bij voorrang bij andere familieleden geplaatst, zo nodig in tijdelijke of permanente huisvesting met ondersteunende diensten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Als het nodig is <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zorgen de lidstaten ervoor dat er</STRING></STRING> tijdelijke huisvesting <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor kinderen beschikbaar is.</STRING></STRING> Kinderen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">worden </STRING></STRING>bij voorrang bij andere familieleden geplaatst, zo nodig in tijdelijke of permanente huisvesting met ondersteunende diensten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, waarbij rekening wordt gehouden met de belangen van het kind</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		141</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 21 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>Slachtoffers van op grond van deze richtlijn strafbaar gestelde feiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> hebben</STRING></STRING> toegang tot de verwijzingscentra die zijn opgericht krachtens artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">28</STRING></STRING> van Richtlijn [.../.../EU voorstel voor een richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen]<STRING SUPERSCRIPT="on">26</STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>4.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat</STRING></STRING> slachtoffers van op grond van deze richtlijn strafbaar gestelde feiten toegang <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hebben </STRING></STRING>tot de verwijzingscentra die zijn opgericht krachtens artikel <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">26</STRING></STRING> van Richtlijn [.../.../EU voorstel voor een richtlijn ter bestrijding van geweld tegen vrouwen]<STRING SUPERSCRIPT="on">26</STRING>.</P></NEW><OLD><P>__________________</P></OLD><NEW><P>__________________</P></NEW><OLD><P><STRING SUPERSCRIPT="on">26</STRING> COM(2022) 105 final van 8 maart 2022.</P></OLD><NEW><P><STRING SUPERSCRIPT="on">26</STRING> COM(2022) 105 final van 8 maart 2022.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		142</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 21 – lid 7</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>7.</NO.P>Kinderen die slachtoffer zijn van een van de in de artikelen 3 tot 9 genoemde strafbare feiten worden aangemerkt als bijzonder kwetsbare slachtoffers in de zin van artikel 22, lid 2, van Richtlijn 2012/29/EU en Richtlijn (EU) .../... [voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten] .</P></OLD><NEW><P><STRING ITALIC="on">(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)</STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		143</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 21 – lid 9 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>9.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zodra het EU-centrum is opgericht, ondersteunt het proactief</STRING></STRING> de inspanningen van de lidstaten op het gebied van bijstand aan slachtoffers door:</P></OLD><NEW><P><NO.P>9.</NO.P>De inspanningen van de lidstaten op het gebied van bijstand aan slachtoffers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> worden proactief ondersteund door het EU-centrum, zodra deze is opgericht,</STRING></STRING> door:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		144</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – titel</STRING></STI.AMD><OLD><P>Bescherming van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kindslachtoffers</STRING></STRING> tijdens het strafonderzoek en het strafproces</P></OLD><NEW><P>Bescherming van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kinderen</STRING></STRING> tijdens het strafonderzoek en het strafproces</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		145</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat, overeenkomstig de rol die het desbetreffende rechtsstelsel aan het slachtoffer toebedeelt, de bevoegde autoriteiten met het oog op het strafonderzoek en het strafproces een bijzondere vertegenwoordiger van het kindslachtoffer aanwijzen, wanneer de personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen, het kind krachtens het nationale recht niet mogen vertegenwoordigen omdat tussen hen en het kindslachtoffer een belangenconflict bestaat, of wanneer het kind niet begeleid is of van zijn gezin is gescheiden.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat, overeenkomstig de rol die het desbetreffende rechtsstelsel aan het slachtoffer toebedeelt, de bevoegde autoriteiten met het oog op het strafonderzoek en het strafproces een bijzondere vertegenwoordiger van het kindslachtoffer aanwijzen, wanneer de personen die de ouderlijke verantwoordelijkheid dragen, het kind krachtens het nationale recht niet mogen vertegenwoordigen omdat tussen hen en het kindslachtoffer een belangenconflict bestaat, of wanneer het kind niet begeleid is of van zijn gezin is gescheiden. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Alle bij het proces betrokken autoriteiten worden opgeleid op het gebied van kindvriendelijke justitie.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		146</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 3 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>ondervragingen van het kindslachtoffer plaatsvinden zonder ongerechtvaardigde vertraging nadat de feiten bij de bevoegde autoriteiten zijn aangegeven;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>ondervragingen van het kindslachtoffer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of, in voorkomend geval, van een kindgetuige </STRING></STRING>plaatsvinden zonder ongerechtvaardigde vertraging nadat de feiten bij de bevoegde autoriteiten zijn aangegeven;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		147</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 3 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>ondervragingen van het kindslachtoffer plaatsvinden in lokalen die daarvoor zijn ontworpen of aangepast;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>ondervragingen van het kindslachtoffer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of, in voorkomend geval, van een kindgetuige </STRING></STRING>plaatsvinden in lokalen die daarvoor zijn ontworpen of aangepast;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		148</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 3 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>ondervragingen van het kindslachtoffer worden verricht door beroepsmensen die daarvoor zijn opgeleid;</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>ondervragingen van het kindslachtoffer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of, in voorkomend geval, van een kindgetuige </STRING></STRING>worden verricht door beroepsmensen die daarvoor zijn opgeleid;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		149</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 3 – punt d</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>d)</NO.P>indien mogelijk en wenselijk, alle ondervragingen van het kindslachtoffer door dezelfde personen worden verricht;</P></OLD><NEW><P><NO.P>d)</NO.P>indien mogelijk en wenselijk, alle ondervragingen van het kindslachtoffer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of, in voorkomend geval, van een kindgetuige </STRING></STRING>door dezelfde personen worden verricht;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		150</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 3 – punt f</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>f)</NO.P>het kindslachtoffer steeds vergezeld mag worden door zijn wettelijke vertegenwoordiger of, in voorkomend geval, een volwassene van zijn keuze, tenzij met betrekking tot die persoon een gemotiveerde beslissing in tegengestelde zin is genomen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>f)</NO.P>het kindslachtoffer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of, in voorkomend geval, een kindgetuige </STRING></STRING>steeds vergezeld mag worden door zijn wettelijke vertegenwoordiger of, in voorkomend geval, een volwassene van zijn keuze, tenzij met betrekking tot die persoon een gemotiveerde beslissing in tegengestelde zin is genomen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		151</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 4</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>4.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat in elk strafonderzoek naar een van de in de artikelen 3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten, van alle ondervragingen van het kindslachtoffer of, in voorkomend geval, van een kindgetuige audiovisuele opnamen kunnen worden gemaakt en dat deze audiovisuele opnamen in overeenstemming met het nationale recht als bewijs in het strafproces kunnen worden aanvaard.</P></OLD><NEW><P><STRING ITALIC="on">(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)</STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		152</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 5 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>het kindslachtoffer in de rechtszaal kan worden gehoord zonder daar aanwezig te zijn, met name door middel van geschikte communicatietechnologieën.</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>het kindslachtoffer <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of, in voorkomend geval, een kindgetuige </STRING></STRING>in de rechtszaal kan worden gehoord zonder daar aanwezig te zijn, met name door middel van geschikte communicatietechnologieën.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		153</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 6</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten nemen, wanneer dit in het belang is van de kindslachtoffers en rekening houdend met andere doorslaggevende belangen, de nodige maatregelen om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun</STRING></STRING> privacy,<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> hun</STRING></STRING> identiteit en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">hun beeltenis</STRING></STRING> te beschermen, en om de publieke verspreiding van elke informatie die tot hun identificatie zou kunnen leiden, te voorkomen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>6.</NO.P>De lidstaten nemen, wanneer dit in het belang is van de kindslachtoffers <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of, in voorkomend geval, van een kindgetuige </STRING></STRING>en rekening houdend met andere doorslaggevende belangen, de nodige maatregelen om <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de</STRING></STRING> privacy, identiteit en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">beeltenis van kindslachtoffers en kindgetuigen</STRING></STRING> te beschermen, en om de publieke verspreiding van elke informatie die tot hun identificatie zou kunnen leiden, te voorkomen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		154</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 22 – lid 7</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>7.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat, wanneer de deelname van een kind aan een strafproces over een van de in de artikelen 3 tot en met 9 bedoelde strafbare feiten noodzakelijk is, de rechter in dat strafproces rekening houdt met de leeftijd <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en</STRING></STRING> de maturiteit van het kind.</P></OLD><NEW><P><NO.P>7.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat, wanneer de deelname van een kind aan een strafproces over een van de in de artikelen 3 tot en met 9 bedoelde strafbare feiten noodzakelijk is, de rechter in dat strafproces rekening houdt met de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">kwetsbaarheden van het kind, onder andere vanuit het oogpunt van de </STRING></STRING>leeftijd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">,</STRING></STRING> de maturiteit <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en het geestelijk en lichamelijk welzijn</STRING></STRING> van het kind. <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten waarborgen dat dit uitgangspunt bij alle kinderen geldt, waaronder kinderen die verdacht of beschuldigd worden van of veroordeeld zijn voor een strafbaar feit.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		155</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 23 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>Naast hun rechten uit hoofde van artikel 16 bis van Richtlijn (EU).../... [voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten], moeten slachtoffers<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, nadat zij meerderjarig zijn geworden,</STRING></STRING> in het kader van strafrechtelijke en civielrechtelijke procedures vergoeding kunnen eisen van de schade die zij hebben geleden als gevolg van een op grond van deze richtlijn strafbaar gesteld feit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en zulks gedurende een voldoende lange periode die in verhouding staat tot de ernst</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van het</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">betrokken strafbare feit</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>Naast hun rechten uit hoofde van artikel 16 bis van Richtlijn (EU).../... [voorstel voor een richtlijn tot wijziging van Richtlijn 2012/29/EU tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten], moeten slachtoffers in het kader van strafrechtelijke en civielrechtelijke procedures vergoeding kunnen eisen van de schade die zij hebben geleden als gevolg van een op grond van deze richtlijn strafbaar gesteld feit<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">. De lidstaten zorgen ervoor dat er geen verjaringstermijn van toepassing is op het recht</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">van het</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">slachtoffer op schadevergoeding</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		156</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 23 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in de eerste alinea bedoelde periode bedraagt:</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste twintig jaar vanaf de datum waarop het slachtoffer meerderjarig is geworden, voor feiten die ingevolge deze richtlijn strafbaar zijn gesteld met een maximumstraf van ten minste drie jaar gevangenisstraf;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste vijfentwintig jaar vanaf de datum waarop het slachtoffer meerderjarig is geworden, voor feiten die ingevolge deze richtlijn strafbaar zijn gesteld met een maximumstraf van ten minste vijf jaar gevangenisstraf;</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste dertig jaar vanaf de datum waarop het slachtoffer meerderjarig is geworden, voor feiten die ingevolge deze richtlijn strafbaar zijn gesteld met een maximumstraf van ten minste acht jaar gevangenisstraf.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		157</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 23 – lid 3 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste twintig jaar vanaf de datum waarop het slachtoffer meerderjarig is geworden, voor feiten die ingevolge deze richtlijn strafbaar zijn gesteld met een maximumstraf van ten minste drie jaar gevangenisstraf;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		158</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 23 – lid 3 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste vijfentwintig jaar vanaf de datum waarop het slachtoffer meerderjarig is geworden, voor feiten die ingevolge deze richtlijn strafbaar zijn gesteld met een maximumstraf van ten minste vijf jaar gevangenisstraf;</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		159</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 23 – lid 3 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ten minste dertig jaar vanaf de datum waarop het slachtoffer meerderjarig is geworden, voor feiten die ingevolge deze richtlijn strafbaar zijn gesteld met een maximumstraf van ten minste acht jaar gevangenisstraf.</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		160</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 24 – alinea 1 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten richten nationale autoriteiten of gelijkwaardige entiteiten op om de volgende activiteiten uit te voeren:</P></OLD><NEW><P>De lidstaten richten nationale autoriteiten of gelijkwaardige entiteiten op <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">of benoemen dergelijke autoriteiten of entiteiten </STRING></STRING>om de volgende activiteiten uit te voeren:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		161</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 24 – alinea 2</STRING></STI.AMD><OLD><P>De nationale autoriteiten zijn met name verantwoordelijk voor de in artikel 31 bedoelde verplichtingen inzake gegevensverzameling, onderzoek en rapportage.</P></OLD><NEW><P>De nationale autoriteiten zijn met name verantwoordelijk voor de in artikel 31 bedoelde verplichtingen inzake gegevensverzameling, onderzoek en rapportage.</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bij de uitvoering van de in lid 1 genoemde activiteiten worden de lidstaten ondersteund door het EU-centrum, zodra dit is opgericht.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		162</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 25 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten voeren passende mechanismen in om te zorgen voor doeltreffende coördinatie en samenwerking met het oog op de ontwikkeling en uitvoering op nationaal niveau van maatregelen ter bestrijding van online en offline seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en zulks tussen relevante autoriteiten, instanties en organen, waaronder lokale en regionale autoriteiten, rechtshandhavingsinstanties, de rechterlijke macht, openbare aanklagers, aanbieders van ondersteuningsdiensten en aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij, niet-gouvernementele organisaties, sociale diensten, met inbegrip van instanties voor kinderbescherming of kinderwelzijn, aanbieders van onderwijs en gezondheidszorg, sociale partners, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan hun autonomie, en andere relevante organisaties en entiteiten. In het kader van deze mechanismen wordt er ook gezorgd voor doeltreffende coördinatie en samenwerking met het EU-centrum en de Commissie.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten voeren passende mechanismen in om te zorgen voor doeltreffende coördinatie en samenwerking met het oog op de ontwikkeling en uitvoering op nationaal niveau van maatregelen ter bestrijding van online en offline seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen en zulks tussen relevante autoriteiten, instanties en organen, waaronder lokale en regionale autoriteiten, rechtshandhavingsinstanties, de rechterlijke macht, openbare aanklagers, aanbieders van ondersteuningsdiensten en aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij, niet-gouvernementele organisaties, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waaronder organisaties die meldpunten en hulplijnen beheren, </STRING></STRING>sociale diensten, met inbegrip van instanties voor kinderbescherming of kinderwelzijn, aanbieders van onderwijs en gezondheidszorg, sociale partners, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan hun autonomie, en andere relevante organisaties en entiteiten. In het kader van deze mechanismen wordt er ook gezorgd voor doeltreffende coördinatie en samenwerking <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">tussen de lidstaten, </STRING></STRING>met het EU-centrum en de Commissie<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en andere agentschappen en organen van de Unie</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		163</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 25 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 25 bis</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Internationale samenwerking</STRING></STRING></P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onverminderd de regels inzake grensoverschrijdende samenwerking en wederzijdse rechtshulp in strafzaken werken de bevoegde autoriteiten van de lidstaten, Europol, Eurojust en het EU-centrum binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden en binnen de grenzen van hun mandaat bij de bestrijding van de in de artikelen 3 tot en met 8 ter bedoelde strafbare feiten samen met de bevoegde autoriteiten van derde landen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		164</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 26</STRING></STI.AMD><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Artikel 26</STRING></STRING></P></OLD><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Schrappen</STRING></STRING></P></NEW><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Maatregelen tegen het reclame maken voor de mogelijkheden tot misbruik en tot seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen in de context van reizen en toerisme</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten nemen passende maatregelen om de volgende zaken te voorkomen of te verbieden:</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>a)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de verspreiding van materiaal waarin reclame wordt gemaakt voor de mogelijkheid tot het plegen van een van de in de artikelen 3 tot en met 8 genoemde strafbare feiten, en</STRING></STRING></P></OLD><NEW/><OLD><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de organisatie voor anderen, al dan niet voor commerciële doeleinden, van reizen met het oog op het plegen van een van de in de artikelen 3 , 4 en 5 genoemde strafbare feiten.</STRING></STRING></P></OLD><NEW/></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		165</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 27 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat personen die vrezen dat zij een van de in de artikelen 3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten zouden kunnen plegen toegang kunnen krijgen tot specifieke en doeltreffende interventieprogramma’s of -maatregelen die erop zijn gericht het risico te beoordelen en te voorkomen dat dergelijke strafbare feiten worden gepleegd.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat personen die vrezen dat zij een van de in de artikelen 3 tot en met 9 genoemde strafbare feiten zouden kunnen plegen <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemakkelijk en anoniem </STRING></STRING>toegang kunnen krijgen tot specifieke en doeltreffende interventieprogramma’s of -maatregelen die erop zijn gericht het risico te beoordelen en te voorkomen dat dergelijke strafbare feiten worden gepleegd<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, en dat zij daarnaast toegang kunnen krijgen tot toegankelijke, gebruiksvriendelijke, veilige en direct bereikbare kanalen zoals hulplijnen en online chats die worden bemand door adequaat opgeleid personeel</STRING></STRING>.</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat er middelen en steungroepen beschikbaar zijn voor personen die vrezen dat een familielid een van de in de artikelen 3 tot en met 9 bedoelde strafbare feiten zou kunnen plegen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		166</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 27 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde programma’s of maatregelen zonder onnodige beperkingen toegankelijk zijn conform de nationale gezondheidszorgnormen.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde programma’s of maatregelen zonder onnodige beperkingen toegankelijk zijn conform de nationale gezondheidszorgnormen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en dat er voor die programma’s doorlopend voldoende middelen beschikbaar zijn</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		167</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>Om de vraag die de voedingsbodem is voor alle vormen van seksuele uitbuiting van kinderen, te ontmoedigen en te doen afnemen, nemen de lidstaten passende maatregelen, onder meer op het gebied van onderwijs en opleiding, voorlichtings- en bewustmakingscampagnes over de levenslange gevolgen van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen, het illegale karakter ervan en de mogelijkheid voor personen die vrezen dat zij daarmee verband houdende strafbare feiten zouden kunnen plegen, om toegang te krijgen tot specifieke en doeltreffende interventieprogramma’s of -maatregelen .</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>Om de vraag die de voedingsbodem is voor alle vormen van seksuele uitbuiting van kinderen, te ontmoedigen en te doen afnemen, nemen de lidstaten passende maatregelen, onder meer op het gebied van onderwijs en opleiding, voorlichtings- en bewustmakingscampagnes over de levenslange gevolgen van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen, het illegale karakter ervan en de mogelijkheid voor personen die vrezen dat zij daarmee verband houdende strafbare feiten zouden kunnen plegen, om toegang te krijgen tot specifieke en doeltreffende interventieprogramma’s of -maatregelen . <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten ontwikkelen een communicatiestrategie en nationale actieplannen, en bevorderen de dialoog en samenwerking met maatschappelijke organisaties, meldpunten, hulplijnen, overheidsinstanties en relevante diensten van de informatiemaatschappij.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		168</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 1 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>1 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De in lid 1 bedoelde maatregelen zijn tevens gericht op het vergroten van de kennis van het feit dat seks zonder instemming een strafbaar feit is en bevorderen het inzicht dat er sprake moet zijn van vrijwillige instemming, op basis van de vrije wil van een persoon, wederzijds respect en het recht op seksuele integriteit en lichamelijke autonomie. Deze maatregelen moeten aansluiten bij de stand van de kennis van de personen tot wie zij zijn gericht.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		169</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten nemen passende maatregelen, onder meer via het internet, zoals het opzetten, in voorkomend geval in samenwerking met relevante organisaties uit het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden, van informatie- en bewustwordingscampagnes en onderzoeks- , onderwijs- en opleidingsprogramma’s<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>of -materiaal die erop zijn gericht het bewustzijn te vergroten en het risico dat kinderen slachtoffer worden van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting, te beperken.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten nemen passende maatregelen, onder meer via het internet, zoals het opzetten, in voorkomend geval in samenwerking met relevante organisaties uit het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden, van informatie- en bewustwordingscampagnes en onderzoeks- , onderwijs- en opleidingsprogramma’s of -materiaal<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, onder meer over digitale geletterdheid, over seksuele voorlichting waarbij rekening wordt gehouden met de leeftijd van de doelgroep en waarbij aandacht wordt besteed aan het begrip instemming, over veiligheid online en offline, alsook over een juist gebruik van het internet en nieuwe technologieën,</STRING></STRING> die erop zijn gericht het bewustzijn te vergroten en het risico dat kinderen slachtoffer worden van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting, te beperken.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		170</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 3</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>3.</NO.P>Elke lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">bevordert</STRING></STRING> regelmatige opleiding<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>, onder meer over kindvriendelijke justitie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">voor</STRING></STRING> beroepsbeoefenaars, rechters en ambtenaren die mogelijk in aanraking komen met kinderen die slachtoffer zijn van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>, met inbegrip van maar niet beperkt tot beroepsbeoefenaars op het gebied van kinderbescherming, juridische beroepsbeoefenaars, leerkrachten en opvoeders, rechters van familierechtbanken en eerstelijnspolitieagenten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>; deze opleiding moet hen in staat stellen kinderen die slachtoffer zijn of kunnen worden van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting, te herkennen en met hen om te gaan.</P></OLD><NEW><P><NO.P>3.</NO.P>Elke lidstaat <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">zorgt ervoor dat</STRING></STRING> regelmatige<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> en gespecialiseerde</STRING></STRING> opleiding, onder meer over kindvriendelijke justitie <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">wordt bevorderd of aangeboden aan</STRING></STRING> beroepsbeoefenaars, rechters en ambtenaren die mogelijk in aanraking komen met kinderen die slachtoffer zijn van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting, met inbegrip van maar niet beperkt tot beroepsbeoefenaars op het gebied van kinderbescherming, juridische beroepsbeoefenaars, leerkrachten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, personeel in de kinderopvang </STRING></STRING>en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in de gezondheidszorg, </STRING></STRING>opvoeders, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">vrijwilligers en coaches, </STRING></STRING>rechters van familierechtbanken en eerstelijnspolitieagenten; deze opleiding moet hen in staat stellen<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> in een vroeg stadium tekenen van misbruik of mogelijk misbruik of seksuele uitbuiting te herkennen, en</STRING></STRING> kinderen die slachtoffer zijn of kunnen worden van seksueel misbruik of seksuele uitbuiting, te herkennen en met hen om te gaan.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		171</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 4 – alinea 1</STRING></STI.AMD><OLD><P>De lidstaten nemen passende maatregelen om de preventie van seksueel misbruik van kinderen in gemeenschapsomgevingen, waaronder scholen, ziekenhuizen, sociale zorgdiensten, sportclubs of religieuze gemeenschappen, te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verbeteren</STRING></STRING>.</P></OLD><NEW><P>De lidstaten nemen passende maatregelen om de preventie van seksueel misbruik van kinderen in gemeenschapsomgevingen, waaronder scholen, ziekenhuizen, sociale zorgdiensten, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">pleegzorg, dagopvang, </STRING></STRING>sportclubs of religieuze gemeenschappen, te <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">waarborgen, teneinde kinderen en volwassenen, met inbegrip van ouders en opvoeders, uit te rusten met passende vaardigheden om potentieel kwaadwillig gedrag op te merken</STRING></STRING>.</P></NEW><OLD/><NEW><P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Deze maatregelen omvatten:</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		172</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 4 – alinea 2 – punt a</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>a)</NO.P>specifieke opleidings- en bewustmakingsactiviteiten voor personeel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> dat</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">dergelijke omgevingen werkt</STRING></STRING>;</P></OLD><NEW><P><NO.P>a)</NO.P>specifieke opleidings- en bewustmakingsactiviteiten voor personeel<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, consultants en vrijwilligers die in nauw contact met kinderen werken, onder meer over preventie, herkenning en hoe te reageren</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">in</STRING></STRING> <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">geval van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen op een manier die past bij de leeftijd van het kind, die genderbewust is en rekening houdt met trauma</STRING></STRING>;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		173</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 4 – alinea 2 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>specifieke richtsnoeren, interne protocollen en normen voor het in kaart brengen van goede praktijken, zoals het instellen van mechanismen voor toezicht en verantwoording voor personeel dat in dergelijke omgevingen in nauw contact staat met kinderen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verplicht beleid inzake de bescherming van kinderen, </STRING></STRING>specifieke richtsnoeren, interne protocollen en normen voor het in kaart brengen van goede praktijken, zoals het instellen van mechanismen voor toezicht en verantwoording voor personeel dat in dergelijke omgevingen in nauw contact staat met kinderen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		174</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 4 – alinea 2 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>het creëren van veilige plekken, geleid door specifiek en adequaat opgeleid personeel, waar kinderen, ouders, verzorgers en leden van de gemeenschap ongepast gedrag kunnen melden.</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>het creëren van veilige <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en toegankelijke </STRING></STRING>plekken, geleid door specifiek en adequaat opgeleid personeel, waar kinderen, ouders, verzorgers en leden van de gemeenschap ongepast gedrag kunnen melden.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		175</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 4 – alinea 2 – punt c bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">het opzetten van hulplijnen, online chats of andere direct bereikbare kanalen die worden beheerd door adequaat opgeleid personeel, waar kinderen informatie en advies kunnen krijgen over de in de artikelen 3 tot en met 8 ter bedoelde strafbare feiten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		176</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 4 – alinea 3</STRING></STI.AMD><OLD><P>Bij de preventiemaatregelen wordt bijzondere aandacht besteed aan de noodzaak om bijzonder kwetsbare kinderen, waaronder kinderen met een geestelijke of lichamelijke handicap, te beschermen.</P></OLD><NEW><P>Bij de preventiemaatregelen wordt bijzondere aandacht besteed aan de noodzaak om bijzonder kwetsbare kinderen, waaronder kinderen met een geestelijke<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, verstandelijke, zintuiglijke</STRING></STRING> of lichamelijke handicap, te beschermen.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		177</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 5 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zodra het EU-centrum is opgericht, ondersteunt het proactief de inspanningen van de lidstaten op het gebied van preventie</STRING></STRING>, door:</P></OLD><NEW><P><NO.P>5.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Voor de toepassing van deze richtlijn ontvangen de lidstaten proactieve ondersteuning van het EU-centrum, zodra dit is opgericht</STRING></STRING>, door:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		178</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 5 – punt c</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>c)</NO.P>de uitwisseling van beste praktijken tussen lidstaten en derde landen te faciliteren door een openbare databank bij te houden van preventiemaatregelen en -programma’s die in alle lidstaten en in derde landen worden uitgevoerd.</P></OLD><NEW><P><NO.P>c)</NO.P>de <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontwikkeling en </STRING></STRING>uitwisseling van<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> kennis, richtsnoeren voor professionals in de frontlinie,</STRING></STRING> beste praktijken <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">en expertise </STRING></STRING>tussen lidstaten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, instellingen, organen en instanties van de Unie</STRING></STRING> en derde landen te faciliteren door een openbare databank bij te houden van preventiemaatregelen en -programma’s die in alle lidstaten en in derde landen worden uitgevoerd.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		179</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 5 – punt c bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>c bis)</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">de ontwikkeling van nationale bewustmakings- en preventiecampagnes alsook programma’s, instrumenten en materiaal gericht op voorlichting en interventie te steunen.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		180</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 28 – lid 5 bis (nieuw)</STRING></STI.AMD><OLD/><NEW><P><NO.P>5 bis.</NO.P><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 5 genoemde acties empirisch onderbouwd zijn en dat die acties rekening houden met de voortdurend veranderende verschijningsvormen, onder meer online, van de in de richtlijn genoemde strafbare feiten.</STRING></STRING></P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		181</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 29 – lid 5 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>met volledige kennis van de feiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">instemmen met </STRING></STRING>hun deelname aan de programma’s of maatregelen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>met volledige kennis van de feiten <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">akkoord gaan met </STRING></STRING>hun deelname aan de programma’s of maatregelen;</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		182</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 30 – lid 2</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten kunnen maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat webpagina’s die materiaal van seksueel misbruik van kinderen bevatten of verspreiden worden geblokkeerd voor internetgebruikers op hun grondgebied. Deze maatregelen moeten via transparante procedures worden vastgesteld en voldoende waarborgen bieden, met name om zeker te stellen dat de beperking niet verder gaat dan nodig en proportioneel is en dat gebruikers worden geïnformeerd over de reden van de beperking. Die waarborgen dienen tevens de mogelijkheid van een rechtsmiddel te bevatten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De lidstaten kunnen maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat webpagina’s die materiaal van seksueel misbruik van kinderen bevatten of verspreiden <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">met onmiddellijke ingang</STRING></STRING> worden geblokkeerd voor internetgebruikers op hun grondgebied. Deze maatregelen moeten via transparante procedures worden vastgesteld en voldoende waarborgen bieden, met name om zeker te stellen dat de beperking niet verder gaat dan nodig en proportioneel is en dat gebruikers worden geïnformeerd over de reden van de beperking. Die waarborgen dienen tevens de mogelijkheid van een rechtsmiddel te bevatten.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		183</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 31 – lid 1</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten beschikken over een systeem voor het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verzamelen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">ontwikkelen</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">produceren</STRING></STRING> en <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">verspreiden</STRING></STRING> van <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">openbare statistieken over</STRING></STRING> de in de artikelen 3 tot en met 9 bedoelde strafbare feiten.</P></OLD><NEW><P><NO.P>1.</NO.P>De lidstaten beschikken over een systeem voor het <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">registreren</STRING></STRING>, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">genereren en verstrekken van geanonimiseerde statistische gegevens over de meldings-, onderzoeks- en juridische stadia met betrekking tot</STRING></STRING> de in de artikelen 3 tot en met<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on"> </STRING></STRING>9 bedoelde strafbare feiten<STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">, om de effectiviteit van hun maatregelen ter bestrijding van seksueel misbruik en seksuele uitbuiting van kinderen te kunnen nagaan</STRING></STRING>.</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		184</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 31 – lid 2 – inleidende formule</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>2.</NO.P>De statistieken omvatten de volgende gegevens, uitgesplitst naar geslacht, leeftijd van slachtoffer en dader, relatie tussen slachtoffer en dader, en soort strafbaar feit:</P></OLD><NEW><P><NO.P>2.</NO.P>De statistieken omvatten de volgende gegevens, uitgesplitst naar geslacht, <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gender, </STRING></STRING>leeftijd van slachtoffer en dader, relatie tussen slachtoffer en dader, en soort strafbaar feit:</P></NEW></AMEND><AMEND><TI.AMD><STRING BOLD="on">Amendement		185</STRING></TI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Voorstel voor een richtlijn</STRING></STI.AMD><STI.AMD><STRING BOLD="on">Artikel 31 – lid 2 – punt b</STRING></STI.AMD><OLD><P><NO.P>b)</NO.P>het jaarlijkse aantal personen dat is vervolgd en veroordeeld voor de in de artikelen 3 tot en met 9 bedoelde strafbare feiten, zoals verkregen uit nationale administratieve bronnen;</P></OLD><NEW><P><NO.P>b)</NO.P>het jaarlijkse aantal <STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">gemelde strafbare feiten en het jaarlijkse aantal</STRING></STRING> personen dat is vervolgd en veroordeeld voor de in de artikelen 3 tot en met 9 bedoelde strafbare feiten, zoals verkregen uit nationale administratieve bronnen;</P></NEW></AMEND></AMDLST></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>