<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0122</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De versterking van plattelandsgebieden in de EU via het cohesiebeleid</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0092/2025 - Rapporteur: Denis Nesci)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 17 juni 2025 over de versterking van plattelandsgebieden in de EU via het cohesiebeleid (2024/2105(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 27 maart 2024 getiteld “De langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU: belangrijkste verwezenlijkingen en volgende stappen” (COM(2024)0450),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 september 2022 over EU-grensregio’s: levende laboratoria van de Europese integratie<FOOTNOTE><FIELD>PB C 125 van 5.4.2023, blz. 114.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 mei 2025 over het negende verslag over economische en sociale cohesie<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0098.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 15 maart 2023 over streefdoelen en instrumenten voor een slim Europees platteland<FOOTNOTE><FIELD>PB C 188 van 30.5.2023, blz. 14.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 1 december 2022 over uitbreiding van de steun in het kader van het cohesiebeleid voor regio’s met geografische en demografische belemmeringen (artikel 174 VWEU)<FOOTNOTE><FIELD>PB C 79 van 2.3.2023, blz. 36.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 39, 174, 175 en 349 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2093/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1119/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013<FOOTNOTE><FIELD>PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2115/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013<FOOTNOTE><FIELD>PB L 435 van 6.12.2021, blz. 187, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2116/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid<FOOTNOTE><FIELD>PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1060/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/694 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2021 tot oprichting van het programma Digitaal Europa en tot intrekking van Besluit (EU) 2015/2240<FOOTNOTE><FIELD>PB L 166 van 11.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/694/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 240/2014 van de Commissie van 7 januari 2014 betreffende de Europese gedragscode inzake partnerschap in het kader van de Europese structuur- en investeringsfondsen<FOOTNOTE><FIELD>PB L 74 van 14.3.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2014/240/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien beginsel 20 van de Europese pijler van sociale rechten betreffende toegang tot essentiële diensten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 4 april 2017 over vrouwen en hun rol in plattelandsgebieden<FOOTNOTE><FIELD>PB C 298 van 23.8.2018, blz. 14.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 maart 2022 over de rol van het cohesiebeleid bij het bevorderen van innovatieve en slimme transformatie en regionale ICT-connectiviteit<FOOTNOTE><FIELD>PB C 347 van 9.9.2022, blz. 37.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 december 2022 over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU – Naar sterkere, verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden in 2040<FOOTNOTE><FIELD>PB C 177 van 17.05.2023, blz. 35.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 november 2023 over het benutten van talent in Europa’s regio’s<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/4225, 24.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4225/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 27 maart 2024 over het 9e cohesieverslag (COM(2024)0149),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 30 juni 2021 getiteld “Een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU – Naar sterkere, verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden in 2040” (COM(2021)0345),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 19 februari 2025 getiteld “Een visie voor landbouw en voedsel – Samen de landbouw- en voedselsector van de EU aantrekkelijk maken voor de toekomstige generaties” (COM(2025)0075),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 3 mei 2022 getiteld “Mensen vooropstellen, zorgen voor duurzame en inclusieve groei en het potentieel van de ultraperifere regio’s van de EU ontsluiten” (COM(2022)0198),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 25 maart 2021 over een actieplan voor de ontwikkeling van de biologische productie (COM(2021)0141),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 17 juni 2020 over de gevolgen van demografische veranderingen (COM(2020)0241),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het groenboek van de Commissie van 27 januari 2021 getiteld “Groenboek over de vergrijzing – Bevorderen van intergenerationele solidariteit en verantwoordelijkheid” (COM(2021)0050),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “Een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem” (COM(2020)0381),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 mei 2020 getiteld “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 – De natuur terug in ons leven brengen” (COM(2020)0380),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 17 november 2021 getiteld “EU-bodemstrategie voor 2030 – Profiteren van de voordelen van een gezonde bodem voor mens, voedsel, natuur en klimaat” (COM(2021)0699),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de VN-Verklaring over de rechten van landbouwers en andere mensen die werkzaam zijn in plattelandsgebieden, aangenomen door de Mensenrechtenraad op 28 september 2018,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien algemene aanbeveling nr. 34 (2016) van het VN-Comité voor de uitbanning van discriminatie van vrouwen inzake de rechten van vrouwen op het platteland, aangenomen op 7 maart 2016,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 3 mei 2022 over een EU-actieplan voor biologische landbouw<FOOTNOTE><FIELD>PB C 465 van 6.12.2022, blz. 22.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de in opdracht van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling van het Parlement uitgevoerde studie “The future of the European Farming Model: Socio-economic and territorial implications of the decline in the number of farms and farmers in the EU”, gepubliceerd door de beleidsondersteunende afdeling Structuur- en Cohesiebeleid in april 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 maart 2022 over de behoefte aan een dringend EU-actieplan om de voedselzekerheid binnen en buiten de EU te waarborgen in het licht van de Russische invasie in Oekraïne<FOOTNOTE><FIELD>PB C 361 van 20.9.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 3 oktober 2018 over inspelen op de specifieke behoeften van plattelands-, bergachtige en afgelegen gebieden<FOOTNOTE><FIELD>PB C 11 van 13.1.2020, blz. 15.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 juni 2021 over de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030: de natuur terug in ons leven brengen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 67 van 8.2.2022, blz. 25.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van augustus 2019 getiteld “Evaluation of the impact of the CAP on generational renewal, local development and jobs in rural areas”<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie: directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling, ADE S.A, CCRI, ÖIR, Micha, E. e.a., <STRING ITALIC="on">Evaluation of the impact of the CAP on generational renewal, local development and jobs in rural areas – Final report</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2019, https://data.europa.eu/doi/10.2762/364362.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 26 januari 2022 over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 270 van 13.7.2022, blz. 18.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 19 februari 2025 getiteld “Hoe de Leader- en CLLD-programmering na 2027 kan bijdragen tot een betere uitvoering van de langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU”<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/1703, 26.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1703/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 23 maart 2022 over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 290 van 29.7.2022, blz. 137.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 oktober 2023 over de generatievernieuwing in EU-landbouwbedrijven van de toekomst<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/2658, 29.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2658/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Enrico Letta over de toekomst van de interne markt, gepubliceerd in april 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie getiteld “EU Cohesion Policy in non-urban areas” van september 2020, uitgevoerd in opdracht van de Commissie regionale ontwikkeling van het Parlement door de beleidsondersteunende afdeling Structuur- en Cohesiebeleid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de coördinatiegroep voor het plattelandspact van 12 december 2024 over de toekomst van plattelandsgebieden en het plattelandsontwikkelingsbeleid in de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling (A10-0092/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat momenteel 137 miljoen Europese burgers – bijna een op de drie – op het platteland wonen, en dat plattelandsgebieden ongeveer 83 % van het grondgebied van de EU uitmaken; overwegende dat een derde van de plattelandsbevolking in een grensregio woont; overwegende dat 77 % van de landbouwgrond (134 miljoen hectare) en 79 % van de bosgrond (148 miljoen hectare) zich in plattelandsgebieden bevinden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat volgens Eurostat het gemiddeld inkomen in plattelandsgebieden 87,5 % van het gemiddeld inkomen in stedelijke gebieden bedraagt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat er wat de financiering in het kader van het cohesiebeleid betreft nog altijd verschillen bestaan tussen stedelijke en plattelandsgebieden en dat stedelijke gebieden drie keer zoveel cohesiefinanciering ontvangen als plattelandsgebieden<FOOTNOTE><FIELD>Europees Comité van de Regio’s, <STRING ITALIC="on">EU annual report 2024 – The state of regions and cities</STRING>, 7 oktober 2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de Leader-aanpak, die in 1991 van start ging en later werd uitgebreid met het beleidsinstrument voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling (CLLD), erin bestaat dat lokale actiegroepen in plattelandsgebieden worden ondersteund bij het ontwikkelen en uitwerken van innovatieve en aan de lokale omstandigheden aangepaste strategieën;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat plattelandsgebieden een belangrijke pijler van de Europese economie vormen, veel Europese “hidden champions” herbergen en van groot belang zijn voor de culturele diversiteit van Europa; overwegende dat plattelandsgebieden essentieel zijn voor de voedselproductie en de voedselzekerheid en tevens voor het behoud van onze landschappen, levend landelijk erfgoed en sociale en culturele tradities; overwegende dat plattelandsgebieden een sleutelrol spelen bij het bevorderen van de strategische autonomie van de EU via de landbouwsector, wat nog altijd een strategische prioriteit van de EU is; overwegende dat in plattelandsgebieden veel aspecten aanwezig zijn die Europa aantrekkelijk en leefbaar maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de bevordering van minderheidstalen kan leiden tot meer inzicht in specifieke lokale omstandigheden, waardoor het toerisme een impuls krijgt en economische activiteiten die verband houden met cultuur, onderwijs, ambachten en traditionele producten worden gestimuleerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de perceptie van burgers ten aanzien van het platteland tijdens de COVID-19-pandemie is veranderd en dat de burgers nu beseffen dat plattelandsgebieden oplossingen kunnen bieden voor de uitdagingen die gepaard gaan met crises, namelijk doordat zij een veiliger, duurzamere en betrouwbaarder leefomgeving bieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de cohesiebeleidsfondsen alléén geen antwoord kunnen bieden op de groeiende behoeften en toenemende uitdagingen waarmee de plattelandsgebieden in de EU worden geconfronteerd; overwegende dat er gestreefd moet worden naar meer synergieën en een betere complementariteit met ander EU-beleid, met name met het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), om het effect van investeringen in plattelandsgebieden te maximaliseren en de modernisering van de landbouw en de ontwikkeling van essentiële diensten en infrastructuur te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat meer dan 40 % van de grond in plattelandsgebieden wordt gebruikt voor landbouw, maar dat de bijdrage van de landbouw, bosbouw en visserij aan plattelandsgebieden jammer genoeg is gedaald, zowel in economische zin als wat betreft werkgelegenheid (tot 12 % van alle banen en 4 % van de bruto toegevoegde waarde);</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat volgens de studie “The Future of the European Farming Model” van het Europees Parlement het aantal landbouwbedrijven in de EU in de periode tot 2040 met 6,4 miljoen zou kunnen dalen, dus dat het aantal landbouwbedrijven zou afnemen van 10,3 miljoen in 2016 tot 3,9 miljoen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de EU zich overeenkomstig de artikelen 174, 175 en 349 VWEU ten doel stelt de verschillen tussen de ontwikkelingsniveaus van de onderscheiden regio’s te verkleinen en haar beleid, waaronder het gebruik van de Europese structuur- en investeringsfondsen ter verwezenlijking van de doelstellingen van economische, sociale en territoriale cohesie, te coördineren, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan de plattelandsgebieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het belangrijk is dat in het kader van het toekomstige cohesiebeleid alle regio’s in aanmerking blijven komen voor financiering, ook sterke regio’s die met ingrijpende transformaties te maken hebben;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat regionale actoren meer inzicht hebben in welke projecten bij voorrang steun moeten krijgen uit hoofde van het cohesiebeleid, zodat ervoor gezorgd kan worden dat de middelen optimaal worden afgestemd op de specifieke behoeften van het betreffende grondgebied;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat er met betrekking tot de fondsen van het cohesiebeleid verdere vereenvoudigingen moeten worden doorgevoerd, met als doel de administratieve lasten omlaag te brengen, niet alleen voor de eindbegunstigden maar ook voor de bevoegde autoriteiten, waarmee ook de absorptiegraad van de middelen kan worden verhoogd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat met name plattelandsgebieden te maken hebben met demografische en structurele uitdagingen, zoals vergrijzing, bevolkingsafname, braindrain, toenemende ongelijkheid van mannen en vrouwen, achterstanden ten opzichte van stedelijke gebieden, structurele veranderingen in de land- en bosbouw, de gevolgen van natuurrampen, de stijging van energie- en vervoerprijzen, een gebrek aan diensten en infrastructuur, met name voor kwetsbare personen en personen met een handicap, het effect van deze problemen op inkomens en werkgelegenheid en een hogere werkloosheid als gevolg daarvan, en een permanent grote digitale kloof;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat met name de landbouwbevolking in de EU kampt met demografische uitdagingen en dat de meerderheid van de landbouwers ouder is dan vijftig jaar;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat er, om de cohesie in plattelandsgebieden te versterken, maatregelen genomen moeten worden en initiatieven moeten worden ontplooid ter ondersteuning van gezinnen, waaronder maatregelen en initiatieven die erop gericht zijn jongeren en ouders te helpen bij het combineren van gezins- en beroepsleven, om zo bij te dragen tot de duurzame ontwikkeling van deze gemeenschappen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de Europese plattelandsgebieden en de Europese landbouwers, die de economische en maatschappelijke gevolgen van de klimaatverandering het meeste voelen, reeds een cruciale rol spelen in de klimaattransitie, en overwegende dat dankzij hun inspanningen de negatieve impact van enkele aspecten van de landbouw op het milieu in de loop der jaren aanzienlijk is verminderd; overwegende dat de EU-landbouwsector in de periode 1990-2021 zijn broeikasgasemissies aanzienlijk omlaag heeft gebracht (met 24 %) en verantwoordelijk is voor 72 % van de productie van hernieuwbare energie en 78 % van het onbenutte potentieel in handen heeft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat demografische veranderingen niet alle landen en regio’s in dezelfde mate treffen, maar grotere gevolgen hebben voor minder ontwikkelde regio’s, waardoor bestaande territoriale en sociale ongelijkheden verergeren; overwegende dat er oplossingen moeten worden gevonden voor regionale onevenwichtigheden en voor het ongelijke tempo van convergentie tussen regio’s, waarvan sommige in een ontwikkelingsval blijven steken; overwegende dat minder ontwikkelde regio’s bijzondere aandacht en steun behoeven, zoals de plattelandsgebieden in de EU en de ultraperifere gebieden, vanwege hun specifieke kenmerken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat het totale bevolkingspercentage dat in plattelandsgebieden woont de afgelopen 50 jaar op EU-niveau aanzienlijk is gedaald, vooral als gevolg van vergrijzing en emigratie; overwegende dat het percentage inwoners ouder dan 65 jaar het hoogst is op het platteland<FOOTNOTE><FIELD>SWD(2023)0021.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de bevolking van de plattelandsgebieden in Europa tegen 2033 naar schatting met 30 miljoen inwoners zal zijn gekrompen ten opzichte van 1993;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat het ontbreken van toegang of de slechte toegang tot gezondheidszorg, watervoorziening, vervoersdiensten, digitale infrastructuur, onderwijs, recreatiemogelijkheden en culturele activiteiten ertoe leidt dat regio’s (met name plattelandsgebieden, randgebieden, landinwaarts gelegen gebieden, grensoverschrijdende gebieden, bergachtige en insulaire gebieden en ultraperifere gebieden) minder aantrekkelijk worden als woon- en werkplek, met name voor vrouwen, jongeren, vergrijzende bevolkingsgroepen en minderheden; overwegende dat vooral in grensoverschrijdende gebieden sprake is van onvoldoende regionale connectiviteit, in die zin dat de vervoersinfrastructuur en de digitale infrastructuur daar vaak ontoereikend zijn; overwegende dat plattelandsgebieden sterk te lijden hebben onder het gebrek aan stabiele werkgelegenheid, waardoor jongeren, en met name jonge vrouwen, zich genoodzaakt zien uit die gebieden weg te trekken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de beschikbaarheid en de kwaliteit van water cruciale factoren zijn om te zorgen voor billijke, duurzame en productieve bestaansmiddelen op het platteland;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat er beter nagedacht moet worden over preventieve maatregelen om de weerbaarheid van de Europese plattelandsgebieden tegen natuurrampen te vergroten; overwegende dat een geïntegreerde aanpak met betrekking tot het beheer van de watervoorraden van essentieel belang is om overstromingen te voorkomen en droogtes het hoofd te bieden, waarbij er met name voor moet worden gezorgd dat de EU-middelen op coherente wijze worden ingezet;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat plattelandsgebieden, en met name plattelandsgebieden in Oost- en Zuid-Europa en in het Middellandse Zeegebied, het meeste kampen met energiearmoede en met specifieke uitdagingen in verband met woestijnvorming, bosbranden, klimaatverandering en de daarmee gepaard gaande asymmetrische risico’s, waterschaarste en zwakke infrastructuur, en dat dit problemen zijn die in het kader van het cohesiebeleid op gerichte wijze moeten worden aangepakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat plattelandsgebieden het grootste deel van de biodiversiteit van de EU herbergen, maar dat beschermde habitats en soorten nog altijd in een slechte staat van instandhouding verkeren en dat de situatie op dit gebied steeds verder verslechtert vanwege de klimaatverandering en de achteruitgang van de bodem- en waterkwaliteit, met negatieve gevolgen voor natuurlijke hulpbronnen; overwegende dat het verlies aan biodiversiteit ernstige economische gevolgen heeft voor de landbouwsector, en de aantrekkelijkheid van plattelandstoerisme negatief beïnvloedt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat de transitie naar schone energie, de diversificatie van de economie en de uitbreiding van hernieuwbare energiebronnen aanzienlijke kansen bieden voor plattelandsgebieden en minder ontwikkelde regio’s, en hen in staat stellen te profiteren van hun natuurlijke hulpbronnen en geografische voordelen en tevens hun potentieel voor de toekomstige productie van hernieuwbare energie optimaal te benutten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat deze regio’s het meest te lijden hebben onder de bevolkingsafname en dat het vooral jonge mensen zijn die deze gebieden verlaten vanwege een gebrek aan banen en slechte carrièrevooruitzichten, hetgeen de uittocht uit het platteland in de hand werkt, waardoor het aandeel ouderen stijgt, evenals het risico op sociaal isolement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat het percentage jongeren tussen 15 en 29 jaar die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen (NEET) in plattelandsgebieden het hoogst is (12,6 %)<FOOTNOTE><FIELD>Jaarverslag 2024 over de staat van de regio’s en steden in de EU.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat generatievernieuwing een van de negen hoofddoelstellingen van het GLB is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat er overal in Europa dagelijks landbouwbedrijven, melkveehouderijen, wijnbouwers en olijfolieproducenten stoppen met hun activiteiten en dat slechts weinig van dit soort bedrijven in handen zijn van landbouwers jonger dan 35 jaar; overwegende dat de ambitieuze doelstellingen van de groene transitie kansen en ook risico’s met zich meebrengen voor de economische, sociale en territoriale cohesie en voor de Europese landbouw;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat de manier waarop wij voedsel produceren de landschappen heeft gevormd die Europa kenmerken; overwegende dat dynamische plattelandsgebieden een kwalitatief hoogwaardige voedselproductie bevorderen, die op haar beurt de economie ondersteunt; overwegende dat het voor de toekomst van de landbouw in Europa van essentieel belang is dat deze verbanden tussen voedsel en grondgebied worden versterkt en dat plattelandsgebieden nieuw leven wordt ingeblazen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat een robuust cohesiebeleid van essentieel belang is om ervoor te zorgen dat het “recht om te blijven” in plattelandsgebieden daadwerkelijk kan worden uitgeoefend en dat daarvoor maatregelen op uiteenlopende niveaus moeten worden genomen, waaronder maatregelen ter bevordering van economische stabiliteit en ter voorkoming van de leegloop van het platteland; benadrukt dat alle burgers, en met name jongeren, toegang moeten hebben tot een basispakket aan publieke goederen en diensten, ongeacht waar zij wonen; overwegende dat het daarom nodig is gerichte investeringen in infrastructuur, diensten, onderwijs en innovatie te bevorderen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met het verslag van de Commissie van 27 maart 2024 getiteld “De langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU: belangrijkste verwezenlijkingen en volgende stappen”, en steunt de overkoepelende doelstellingen daarin;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt kennis van de vier actiegebieden zoals vastgesteld in de langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU en van de dertig acties die deel uitmaken van het EU-actieplan voor het platteland; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de tenuitvoerlegging hiervan hoog op de agenda te plaatsen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wijst op de belangrijke rol die plattelandsgebieden spelen als het gaat om de vormgeving van de economische modellen en de sociale en territoriale structuur van de verschillende lidstaten, met name vanwege de landbouw- en voedselproductie, maar daarnaast ook als beschermers van onvervangbaar cultureel en landschappelijk erfgoed; merkt echter op dat het belang van plattelandsgebieden nog altijd wordt onderschat en dat er voor deze gebieden onvoldoende financiering beschikbaar wordt gesteld; is van mening dat de EU de plicht heeft zich in te zetten voor daadwerkelijke heropleving en regeneratie van deze gebieden, door meer inspanningen te leveren om onze plattelandsgebieden te voorzien van de instrumenten waarmee zij het hoofd kunnen bieden aan de aanzienlijke langetermijnuitdagingen waarmee zij worden geconfronteerd en die een steeds grotere impact hebben op het regionale concurrentievermogen en de sociale cohesie, teneinde de diversiteit in Europa in stand te houden en ervoor te zorgen dat de vooruitgang van de Unie niet ten koste gaat van de plattelandsgebieden en de plattelandsbevolking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>vindt het belangrijk dat gestreefd wordt naar korte toeleveringsketens en dat de toepassing van etiketteringsregelingen gestimuleerd wordt, ter erkenning van de kwaliteit en de verscheidenheid van traditionele producten uit plattelandsgebieden; wijst erop dat openbare kantines, zoals kantines van scholen en ziekenhuizen, een belangrijke rol kunnen spelen bij de ontwikkeling van korte toeleveringsketens voor agrovoedingsmiddelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst op de sleutelrol die kleine en middelgrote steden spelen als centra van ontwikkeling in plattelandsgebieden en verzoekt de Commissie en de lidstaten specifiek de economische, sociale en infrastructurele functie van dergelijke steden te versterken, stadscentra te vernieuwen, synergieën tussen plattelandsgebieden en grote metropolitane regio’s beter te benutten en te zorgen voor een evenwichtiger territoriale ontwikkeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt dat er dringend maatregelen moeten worden genomen ter bestrijding van de armoede in plattelandsgebieden door gerichte strategieën te ontwikkelen om de sociale zekerheid te verbeteren, economische kansen te creëren en bijzonder kwetsbare bevolkingsgroepen te ondersteunen om de spiraal van armoede te doorbreken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst erop dat plattelandsgebieden een grote rol spelen bij het beperken van de gevolgen van klimaatverandering; benadrukt dat er meer investeringen in onderzoek en innovatie voor plattelandsgebieden nodig zijn, met name op het gebied van duurzame landbouw, hernieuwbare energie, digitale transformatie en innovatieve mobiliteitsoplossingen, om het concurrentievermogen en de veerkracht van plattelandsgebieden te vergroten, energieonafhankelijkheid te realiseren en nieuwe werkgelegenheid te creëren; pleit voor duurzaam beheer van bossen en preventie van bosbranden, onder meer door het gebruik van biomassa die zonder schade aan bosecosystemen wordt verzameld, te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>pleit ervoor het aandeel hernieuwbare energie in plattelandsgebieden te vergroten omdat deze vorm van energie kan zorgen voor lagere energiekosten, en daarbij het maatschappelijk middenveld en de lokale gemeenschappen te betrekken; wijst op de noodzaak van financiële stimulansen, maatregelen zoals hernieuwbare-energiegemeenschappen en vereenvoudigde administratieve procedures, om de energieonafhankelijkheid en -duurzaamheid van de regio’s te bevorderen, waarbij negatieve gevolgen voor de voedselproductie, voor de beschikbaarheid van land en voor de prijzen, alsook voor de sociale cohesie moeten worden voorkomen; pleit voor een specifiek financieringsmechanisme ten behoeve van zonne- en windenergie en andere vormen van hernieuwbare energie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>dringt aan op meer steun voor het behoud en het renoveren en verbouwen van oudere gebouwen in plattelandsgebieden, zoals historische gebouwen, kerken en andere gebedshuizen, sporthallen en scholen, om de energie-efficiëntie, duurzaamheid en veiligheid daarvan te verbeteren; pleit voor investeringen in modernisering van openbare infrastructuur waarbij historische structuren zoveel mogelijk behouden moeten blijven; verzoekt de Commissie en de lidstaten gerichte beleidsmaatregelen te bevorderen die erop gericht zijn de renovatie en het energie-efficiënter maken van woningen op het platteland te ondersteunen, financiële prikkels te bieden voor mensen die voor het eerst een huis op het platteland willen kopen, en de ontwikkeling te ondersteunen van projecten voor duurzame en betaalbare huisvesting waarmee aangesloten wordt op de behoeften van lokale gemeenschappen en wordt bijgedragen aan de aantrekkelijkheid en het weer leefbaar maken van deze regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de Commissie om de uitvoering van de artikelen 174, 175 en 349 VWEU te beoordelen en deze artikelen volledig ten uitvoer te leggen, om de ontwikkelingskloof tussen regio’s, waaronder de kloof op het gebied van infrastructuur, te dichten, en te waarborgen dat in het EU-beleid niet alleen toepassing wordt gegeven aan het beginsel “geen afbreuk doen aan de cohesie”, maar dat er ook, waar mogelijk, een proactievere aanpak wordt gevolgd die gericht is op “de cohesie bevorderen”, met name in plattelandsgebieden en in gebieden die te maken hebben met de industriële transitie, demografische uitdagingen en leegloop alsook gebieden waar leegloop dreigt, zoals ultraperifere gebieden en insulaire, grens-, grensoverschrijdende en berggebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>verzoekt de Commissie een plattelandsstrategie te ontwikkelen met het oog op de programmering voor de periode na 2027; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat in al het relevante beleid rekening wordt gehouden met de plattelandsdimensie en dat de strategie de economische en sociale ontwikkeling van plattelandsgebieden bevordert, en specifieke middelen toe te wijzen voor de modernisering van de landbouw, de ondersteuning van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en start-ups op het platteland, en daarnaast te streven naar korte toeleveringsketens, om het isolement van plattelandsgebieden te doorbreken en deze gebieden concurrerender en veerkrachtiger te maken en aantrekkelijker voor jongeren en investeerders, en zo een evenwichtige en duurzame ontwikkeling op lange termijn te waarborgen en de levenskwaliteit op het platteland te verbeteren; wijst in dit kader op het belang van een daadwerkelijk doeltreffend mechanisme voor plattelandstoetsing op EU-niveau, waarmee de potentiële impact van alle beleidsmaatregelen op dit gebied kan worden beoordeeld en kan worden gewaarborgd dat de mogelijke negatieve gevolgen daarvan voor plattelandsgebieden zo gering mogelijk worden gehouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat het, met het oog op de welvaart van plattelandsgebieden op de lange termijn en het belang van een sterke landbouwsector voor het behoud van die welvaart, van essentieel belang is de synergieën tussen de structuur- en investeringsfondsen van de EU en Horizon Europa, het EU-vlaggenschipprogramma voor onderzoek en innovatie, en het GLB in het volgende meerjarig financieel kader (MFK) te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt de Commissie om uiterlijk in 2027 een verslag in te dienen over de toepassing van het mechanisme voor plattelandstoetsing op het beleid en de maatregelen op EU-niveau en over de behaalde resultaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt de Commissie prioriteit te geven aan gerichte investeringen en beleidsmaatregelen ter ondersteuning van de overname van de landbouwsector door een nieuwe generatie landbouwers, teneinde de landbouw in de EU te moderniseren en meer kansen te creëren in plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>wijst op de cruciale rol die het cohesiebeleid bij de ontwikkeling van plattelandsgebieden speelt als krachtig gedecentraliseerd instrument om economische en sociale ontwikkeling te verwezenlijken, waarbij alle regio’s de specifieke uitdagingen in de Unie kunnen aanpakken; onderstreept in dit verband dat het cohesiebeleid in het kader van het MFK voor de periode na 2027 een belangrijke pijler moet blijven, met een toewijzing die ten minste gelijk is aan die in het huidige MFK 2021-2027, zodat het cohesiebeleid dezelfde belangrijke rol kan blijven spelen bij het verminderen van regionale verschillen en de verwezenlijking van een veerkrachtiger en concurrerender Europa dat niemand aan zijn lot overlaat; dringt erop aan dat wordt nagegaan of in het volgende cohesiebeleidskader voldoende middelen voor plattelands- en bergachtige gebieden beschikbaar kunnen worden gesteld en dat daarbij niet alleen wordt gekeken naar het bbp maar ook naar andere indicatoren; herinnert eraan dat de grondbeginselen van het cohesiebeleid, zoals partnerschap, meerlagig bestuur, een plaatsgebonden aanpak en gedeeld beheer, moeten worden geëerbiedigd om de ontwikkeling te bevorderen en tegemoet te komen aan de specifieke behoeften en uitdagingen van plattelandsgebieden, met bijzondere aandacht voor instrumenten ter ondersteuning van duurzame groei en ontwikkeling en werkgelegenheid voor jongeren en vrouwen, waaronder slachtoffers van geweld tegen vrouwen, en ter verbetering van diensten en infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is van mening dat strategieën op het gebied van slimme specialisatie en economische diversificatie de mogelijkheden in plattelandsgebieden kunnen vergroten; wijst er met name op dat het van cruciaal belang is dat het concept van slimme dorpen in het cohesiebeleid wordt geïntegreerd en dat de ontwikkeling van slimme dorpen uitdrukkelijk wordt ondersteund met behulp van flexibele financiering en een geïntegreerde aanpak, als innovatief instrument om de levenskwaliteit op het platteland te verbeteren en plattelandsgebieden en de dienstverlening in plattelandsgebieden nieuw leven in te blazen door middel van digitale en sociale innovatie en initiatieven, zoals het realiseren van werkruimten om werknemers, waaronder werknemers op afstand, aan te trekken, waarmee wordt bijgedragen tot de revitalisering van lokale economieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>pleit voor initiatieven die erop gericht zijn economische en sociale duurzaamheid te bevorderen, bijvoorbeeld ter ondersteuning van ondernemerschap en toerisme op het platteland en nieuwe bedrijfsmodellen op basis van innovatie en digitalisering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>roept de Commissie op om in het toekomstige cohesiebeleid te zorgen voor een sterke en holistische focus op de ontwikkeling van plattelandsgebieden, zodat alle beleidsinitiatieven stroken met de doelstelling om territoriale ongelijkheden te verkleinen; acht het van essentieel belang dat er langetermijnstrategieën worden vastgesteld ter ondersteuning van plattelandsgebieden, waarbij de beginselen cohesie en duurzaamheid centraal staan, en dat er voorzien wordt in de instrumenten die nodig zijn om demografische, sociale en economische uitdagingen aan te pakken, om ervoor te zorgen dat plattelandsgebieden geen uitgestorven regio’s worden, maar een belangrijke rol spelen in de toekomst van Europa, zonder dat er voortdurend bijzondere maatregelen ten behoeve van plattelandsgebieden hoeven te worden genomen; roept de Commissie in dit verband op om de aanzienlijke ontwikkeling van plattelandsgebieden via het toekomstige cohesiebeleid te ondersteunen en zich in te zetten voor de oprichting van lokale infopunten en de oprichting van een platform, inclusief de financiering daarvoor, om lidstaten in staat te stellen informatie en beste praktijken uit te wisselen over financieringsmogelijkheden, teneinde lokale overheden effectieve ondersteuning te bieden en te helpen bij het beheer van middelen en de uitvoering van ontwikkelingsinitiatieven; benadrukt voorts dat effectieve participatie van regionale, lokale en plattelandsautoriteiten en een sterke administratieve capaciteit van cruciaal belang zijn met het oog op het verminderen van de buitensporige administratieve lasten en het vereenvoudigen van de complexe vereisten voor begunstigden van steun en met het oog op de doeltreffende uitvoering van de fondsen in het kader van het cohesiebeleid; wijst erop dat multifinanciering in sommige landen nog steeds moeilijk lijkt te zijn en verzoekt de Commissie te zorgen voor meer complementariteit tussen de fondsen van het Elfpo en de fondsen in het kader van het cohesiebeleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>wijst op de noodzaak van een geïntegreerde Europese strategie die erop gericht is plattelandsgebieden nieuw leven in te blazen, onder meer via de ontwikkeling van biodistricten die kunnen bijdragen tot diversifiëring van de plattelandseconomie, en door fiscale, economische en sociale maatregelen te nemen om de beroepsbevolking in stand te houden; vindt dat er daarnaast stimulansen ingevoerd moeten worden om gezondheidswerkers, onderwijzers en ambtenaren ertoe te bewegen zich in plattelandsgebieden te vestigen en wijst op het belang van partnerschappen tussen lokale overheden en de particuliere sector voor het scheppen van nieuwe banen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>onderstreept dat geïntegreerde territoriale investeringen een steunpilaar van geïntegreerde regionale, lokale en plattelandsontwikkeling kunnen worden wanneer de plannen op dit gebied worden uitgebreid en het volledige potentieel ervan wordt aangeboord; benadrukt dat het versterken van de rol van geïntegreerde territoriale investeringen in plattelandsgebieden essentieel is om de territoriale cohesie te bevorderen, de connectiviteit te verbeteren en inclusieve economische groei te stimuleren doordat hiermee belangrijke sectoren als landbouw, kmo’s op het platteland, toerisme en hernieuwbare energie kunnen worden ondersteund; pleit verder voor meer flexibiliteit bij de uitvoering van geïntegreerde territoriale investeringen, beschikbaarstelling van meer financiële middelen en meer synergieën met andere EU-financieringsmechanismen, waaronder Leader en CLLD, wat belangrijke instrumenten zijn voor het bevorderen van participatieve plattelandsontwikkeling van onderaf en voor het in stand houden en het herstel van vitale en florerende lokale plattelandseconomieën, om de impact te maximaliseren en de betrokkenheid van regionale en lokale overheden en het maatschappelijk middenveld te stimuleren, overeenkomstig het partnerschapsbeginsel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is er voorstander van dat alle betrokken directoraten-generaal van de Commissie hun beleid ten minste tweemaal per programmeringsperiode aan een territoriale effectbeoordeling onderwerpen; is van mening dat met deze effectbeoordelingen een nauwkeuriger referentiekader tot stand kan worden gebracht en manieren kunnen worden uitgestippeld om in het EU-beleid meer rekening te houden met de specifieke kenmerken van plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de lidstaten ten volle gebruik te maken van alle maatregelen ter ondersteuning van plattelandsgebieden en landinwaarts gelegen, bergachtige, insulaire en ultraperifere gebieden, alsook grensoverschrijdende regio’s en regio’s aan de buitengrenzen van de EU, waaronder de regio’s die grenzen aan Rusland, Belarus en Oekraïne en die het sterkst de gevolgen van de oorlog ondervinden, met als doel de economische verstoringen te beperken en de toekomst en welvaart van die regio’s te waarborgen; is ingenomen met de nieuwe BRIDGE for EU-verordening en dringt er bij de lidstaten op aan om deze verordening uit te voeren en de samenwerking tussen grensregio’s te versterken om te kunnen profiteren van schaalvoordelen bij de verlening van essentiële diensten en de aanleg van infrastructuur in de desbetreffende plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>wijst erop dat de plattelandsgebieden in de EU zeer divers zijn, wat met zich meebrengt dat er met het oog op de lange termijn oplossingen nodig zijn die afgestemd zijn op de behoeften en middelen van die plattelandsgebieden, en dat er daarnaast behoefte is aan krachtiger langetermijnstrategieën die gericht zijn op duurzame groei; wijst in dit verband op het belang van volledige betrokkenheid van lokale en regionale overheden, omdat zij het best geplaatst zijn om de huidige uitdagingen en behoeften op regionaal en lokaal niveau in kaart te brengen; benadrukt dat het belangrijk is om vast te houden aan een gedecentraliseerd model voor de programmering en uitvoering van het cohesiebeleid dat gebaseerd is op het beginsel van partnerschap, bestuur op verschillende niveaus en een plaatsgebonden bottom-upbenadering; pleit om die reden voor een sterke betrokkenheid van regionale en lokale autoriteiten, zodat lokale en regionale overheden directer toegang hebben tot de fondsen van het cohesiebeleid, waarbij de bureaucratische complexiteit moet worden verminderd en de uitbetalingstermijnen moeten worden verkort door middel van eenvoudiger procedures, gebruikmaking van intuïtieve digitale platforms en meer technische ondersteuning ten behoeve van lokale begunstigden; stelt voor om het gebruik van regelingen voor voorfinanciering en voorschotten voor kleine projecten in plattelandsgebieden te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat centralisering kan leiden tot bureaucratische inefficiënties en vertragingen bij de absorptie van middelen, waardoor de doeltreffendheid van de EU-investeringen in plattelandsontwikkeling uiteindelijk zal afnemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt dat de uitvoering van beleid op het gebied van de ontwikkeling van plattelandsgebieden een gecoördineerde, geïntegreerde en multisectorale aanpak vergt en dat het hanteren van een meerlagige aanpak in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel van essentieel belang is om het welslagen ervan te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>benadrukt dat veerkracht essentieel is om ervoor te zorgen dat de autoriteiten op regionaal en lokaal niveau onverwachte problemen kunnen aanpakken, zich eraan kunnen aanpassen en ervan kunnen herstellen, zodat het welzijn, de veiligheid en de duurzaamheid van de gemeenschap op de lange termijn worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>dringt erop aan dat een passend deel van de financiering van het cohesiebeleid wordt toegewezen aan de grensregio’s en dringt er in dit verband op aan dat de Europese groeperingen voor territoriale samenwerking (EGTS) meer autonomie krijgen bij de selectie van projecten en het gebruik van middelen, met name door deze groeperingen aan te wijzen als beheersautoriteiten voor Interreg-programma’s en door hun institutionele en financiële capaciteit te versterken; pleit er daarnaast voor dat Europese groeperingen voor territoriale samenwerking een belangrijker rol toebedeeld wordt bij de verwezenlijking van beleidsdoelstelling 5, te weten Europa dichter bij zijn burgers brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>wijst erop dat de democratische en politieke participatie in plattelandsgebieden moet worden versterkt door actieve burgerparticipatie en digitale instrumenten te stimuleren; verzoekt de Commissie initiatieven ter bevordering van lokale democratische processen te ondersteunen, om de cohesie tussen stedelijke en plattelandsgebieden te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>wijst erop dat plattelandsgebieden in staat moeten zijn hoogwaardige diensten van algemeen belang te leveren aan de burgers, met als doel het bestaan van deze burgers te verbeteren, en dat zij zich ervoor moeten inzetten duurzame ontwikkeling tot stand te brengen, waarvoor zij dan ook voldoende financiële steun moeten krijgen; wijst er in dit kader op dat gelijke toegang, met name voor kwetsbare personen en personen met een handicap, tot alle gezondheids-, vervoers- en connectiviteitsdiensten gewaarborgd moet worden, evenals gelijke toegang tot innovatieve mobiliteitsoplossingen, regelingen voor betaalbare huisvesting, drinkwater, onderwijs- en opleiding, digitale infrastructuur en andere basisdiensten zoals post- en bankdiensten, en dat al deze diensten, om behoorlijke levensomstandigheden te waarborgen, toegankelijk en betaalbaar moeten zijn; verzoekt de Commissie en de lidstaten om die reden om de toegang tot financiering te verbeteren, evenals de toegang tot steunmaatregelen die specifiek gericht zijn op initiatieven van de sociale economie waarmee tegemoetgekomen wordt aan lokale behoeften en waarmee bijgedragen wordt tot regionale ontwikkeling, en daarnaast meer te doen om kmo’s op het platteland financieel te ondersteunen, met name door middel van het verbeteren van de toegang van kmo’s tot financiële middelen, coöperaties en lokale waardeketens waarmee economische diversificatie wordt bevorderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>wijst erop dat de watervoorziening voor plattelandsgebieden van strategische belang is en dat er dus via het cohesiebeleid en in de plattelandsontwikkelingsprogramma’s voorzien moet worden in voldoende middelen voor het onderhoud en de modernisering van waternetwerken; pleit met name voor maatregelen ter bestrijding van waterverspilling, ter verbetering van de efficiëntie van de watervoorzieningssystemen en ter bevordering van een duurzaam watergebruik in plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>vindt het zeer belangrijk dat er meer preventieve maatregelen worden genomen om de weerbaarheid van de Europese plattelandsgebieden tegen natuurrampen te vergroten; is van mening dat een geïntegreerd beheer van de watervoorraden essentieel is met het oog op enerzijds droogtebeheer en anderzijds het voorkomen van overstromingen, omdat zowel droogtes als overstromingen in veel plattelandsgebieden steeds vaker voorkomen, met gevolgen voor de landbouw en de levensmiddelensector; is van mening dat, afhankelijk van de context, de aanleg van dammen en stuwmeren of het verbeteren van bestaande faciliteiten prioriteit moet krijgen, waarbij zowel aandacht besteed moet worden aan gebouwde infrastructuur als aan zachte maatregelen, die met minder kosten gepaard gaan, met name omdat hiermee ook schone energie kan worden opgewekt; wijst erop dat via het cohesiebeleid reeds initiatieven op dit gebied worden ondersteund, maar vindt dat er nog meer projecten moeten worden geïnitieerd en dat daarin nog meer moet worden geïnvesteerd, in overeenstemming met nationale en regionale strategieën voor risicobeheer, om ervoor te zorgen dat plattelandsgebieden beter voorbereid zijn op en beter bestand zijn tegen extreme klimaatgebeurtenissen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>wijst op de toenemende klimaatrisico’s, zoals de steeds grotere kans op natuurrampen en het toenemend gevaar van woestijnvorming en waterschaarste in plattelandsgebieden in Europa, met name in Zuid-Europa en de landen rond de Middellandse Zee; verzoekt de Commissie toekomstgerichte aanpassingsstrategieën op nationaal, regionaal en lokaal niveau te bevorderen, onder meer gericht op waterbeheer, veerkrachtige infrastructuur en rampenparaatheid, en dringt aan op investeringen in innovatieve waterinfrastructuur, bijvoorbeeld voor hergebruik van gezuiverd afvalwater en in de vorm van slimme irrigatiesystemen, en de aanleg van reservoirs voor het opvangen van regenwater;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>wijst erop dat de toegang tot essentiële gezondheidsdiensten in plattelandsgebieden vaak beperkt is en dat er vaak een tekort is aan voorzieningen en medisch personeel, en pleit daarom voor betere toegang tot hoogwaardige gezondheidsdiensten, waaronder geestelijkegezondheidsdiensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt de lidstaten en de lokale autoriteiten de gezondheidszorg in plattelandsgebieden geen financiële beperkingen op te leggen, omdat dat zou leiden tot sluiting of inkrimping van centra voor eerstelijnszorg of basisziekenhuizen, maar deze juist te versterken omdat zij essentiële diensten aanbieden die onmisbaar zijn voor de ontwikkeling van de plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten een plan te ontwikkelen voor mobiele medische centra en telegeneeskunde, versterking van medische dienstverlening, waaronder in medische kuuroorden, wijkverpleegkundigen en digitale gezondheidsoplossingen en stimulansen voor in plattelands- of afgelegen gebieden werkzame artsen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>verzoekt de Commissie om in haar e-gezondheidsstrategie specifieke maatregelen op te nemen voor als plattelandsgebieden aangemerkte gebieden, met als doel lokale gezondheidscentra praktische ondersteuning te bieden bij het doorvoeren van technologische verbeteringen, en de dienstverlening van deze centra te bevorderen; is van mening dat de lidstaten daarnaast een screeningprogramma voor plattelandsgebieden moet worden aangeboden en dat er tevens administratieve ondersteuning geboden moet worden bij het opstellen van plannen en preventieregisters; verzoekt de lidstaten rekening te houden met de specifieke kenmerken van plattelandsgebieden en de oprichting van apotheken op het platteland te stimuleren, waarbij ervoor gezorgd wordt dat de dekking van apotheken op het platteland toereikend is en er afspraken gemaakt worden om de levering van geneesmiddelen en medische hulpmiddelen te coördineren, zodat gezondheidscentra aan de behoeften in het desbetreffende gebied kunnen voldoen; verzoekt de lidstaten het aanbod van eerstelijnszorg en ondersteunende diensten van deze apotheken die worden aangemerkt als plattelandsapotheken te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>merkt op dat ontwikkeling van infrastructuur van groot belang is voor de economische en sociale groei van plattelandsgebieden, gelet op de behoefte aan vervoerssystemen, met name openbaar vervoer, waarmee de connectiviteit en de toegang tot essentiële diensten kan worden verbeterd, de behoefte aan energienetwerken, onder meer voor hernieuwbare energie, en de behoefte aan adequate infrastructuur voor digitale connectiviteit; meent dat met name de kwaliteit van het vervoer en de digitale connectiviteit moeten worden verbeterd om ervoor te zorgen dat mensen gemakkelijk toegang hebben tot werk, scholen, ziekenhuizen, openbare diensten en werkgelegenheid; is van mening dat weg-, spoor- en zeeverbindingen moeten worden ontwikkeld of verbeterd door middel van door de EU medegefinancierde programma’s die erop gericht zijn het isolement van plattelandsgebieden te verminderen en met name de verbindingen van het platteland met stedelijke centra te verbeteren, de bestaande kloof te verkleinen en duurzame mobiliteit van personen en goederen te bevorderen; pleit voor een omvattende strategie ter verbetering van de mobiliteit in plattelandsgebieden, met een sterke nadruk op duurzaamheid, uitbreiding van de oplaadinfrastructuur en bevordering van e-mobiliteit; benadrukt dat er gerichte investeringen in openbaar vervoer, gedeelde mobiliteit en alternatieve vervoersmodellen nodig zijn om de toegankelijkheid en connectiviteit voor de plattelandsbevolking te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>wijst erop dat de digitale kloof tussen plattelands- en stedelijke gebieden nog altijd aanzienlijk is, waardoor er nog geen sprake is van gelijke kansen voor alle burgers; verzoekt de Commissie en de lidstaten sneller te investeren in breedbandconnectiviteit, waaronder 5G, betere mobiele dekking, netwerken voor internet met hoge snelheid, digitale landbouwoplossingen en innovatiehubs op het platteland, om ervoor te zorgen dat ook plattelandsgemeenschappen profiteren van de digitale transformatie, waarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan regio’s die nog minder voorbereid zijn op deze transformatie, waaronder afgelegen gebieden en ultraperifere gebieden; benadrukt dat dergelijke investeringen van cruciaal belang zijn om de productiviteit te verhogen, ondernemerschap van kleine landbouwbedrijven te ondersteunen, telewerken mogelijk te maken, toegang te bieden tot e-diensten en onlineonderwijs en ervoor te zorgen dat plattelandsgebieden in het digitale tijdperk concurrerend blijven; wijst op de noodzaak van initiatieven op het gebied van digitale geletterdheid en beroepsopleidingen met het oog op de integratie van digitale technologieën in de plattelandseconomie en het overbruggen van de huidige technologische kloof en economische kloof;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>wijst op het belang en de onderlinge verwevenheid van militaire mobiliteit, ontwikkeling van plattelandsinfrastructuur en regionale veiligheid; wijst op de overlap die bestaat tussen het EU-netwerk voor militaire mobiliteit en het trans-Europees vervoersnetwerk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>dringt aan op strategieën om op het platteland de leegstand van gebouwen aan te pakken en alternatieve woonvormen te bevorderen, waaronder strategieën op het gebied van betaalbare huisvesting, renovatieprojecten en intergenerationeel wonen; benadrukt dat er stimulansen nodig zijn om leegstaande panden een nieuwe bestemming te geven, vanuit de gemeenschap geleide huisvestingsinitiatieven te ondersteunen en duurzame, inclusieve woonruimtes te garanderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>is van mening dat het belangrijk is prioritaire beleidsmaatregelen ter ondersteuning van jongeren te bevorderen, omdat het met name jongeren zijn die wegtrekken van het platteland, en verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat jongeren hun “recht om te blijven” daadwerkelijk kunnen uitoefenen, door gerichte maatregelen te nemen met als doel de afname van de bevolking een halt toe te roepen en getalenteerde mensen ertoe te bewegen in plattelandsgebieden te blijven; is van mening dat personen die een bijdrage willen leveren aan de ontwikkeling van hun lokale gemeenschappen daartoe goede mogelijkheden moeten krijgen en dat het daarom dringend noodzakelijk is dat de aanzienlijke verschillen tussen jongeren in stedelijke gebieden en in plattelandsgebieden wat betreft de toegang tot hoogwaardig onderwijs, economische onafhankelijkheid, maatschappelijke en politieke betrokkenheid en intergenerationele sociale interactie worden weggenomen; dringt aan op concrete maatregelen en gerichte financieringsprogramma’s, waaronder een actieplan van de Commissie ter voorkoming van braindrain, om jongeren en jonge ondernemers te ondersteunen en alle instrumenten en middelen te bieden die zij nodig hebben om hen te helpen toegang te krijgen tot landbouwgrond, banen en zakelijke kansen; merkt op dat dergelijke maatregelen onder meer gericht zouden moeten zijn op het verbeteren van de toegang tot openbare diensten, onderwijs- en culturele voorzieningen, de toegang tot huisvesting, leningen tegen lage rente en, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel op fiscaal gebied, fiscale prikkels om jongeren te helpen een stabiele toekomst op te bouwen die aansluit op hun ambities, zonder dat zij daarvoor hun plaats van herkomst hoeven te verlaten, en op het creëren van stimulansen om mensen ertoe te bewegen zich in plattelandsgebieden te vestigen of naar plattelandsgebieden terug te keren; acht het om die reden noodzakelijk dat maatregelen worden bevorderd die erop gericht zijn de plattelandseconomie te diversifiëren door middel van gebruikmaking van het lokale potentieel, ook op andere gebieden dan de landbouw en het toerisme, evenals maatregelen die erop gericht zijn hoogwaardige banen te scheppen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is dat beroepsonderwijs en -opleiding gestimuleerd worden en dat door jongeren geleide initiatieven ondersteund worden, evenals vormen van niet-formeel leren voor jongeren, zodat zij de specifieke vaardigheden kunnen ontwikkelen die nuttig zijn met het oog op de economie van plattelandsgebieden, omdat hiermee bijgedragen wordt tot sociale cohesie en hoogwaardige werkgelegenheid, met als doel leegloop van deze gebieden tegen te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>benadrukt de sleutelrol van bewustmaking en kennisuitwisseling bij het bevorderen van verschillende onderwijscampagnes en -programma’s, en benadrukt hoe belangrijk het is om deze tot een integraal onderdeel van de schoolprogramma’s te maken; wijst op de steeds verontrustender percentages voortijdige schoolverlaters en roept de nationale en lokale autoriteiten in dit verband op om hun schoolsystemen anders in te richten, zodat het recht op onderwijs op hun grondgebied gewaarborgd wordt, rekening houdend met de ernstige en objectieve problemen waarmee zij te maken kunnen krijgen; verzoekt de lidstaten en de lokale autoriteiten daarom om bestaande onderwijsinstellingen in deze plattelandsgebieden niet samen te voegen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om nieuwe gesubsidieerde kredieten in het leven te roepen om jonge ondernemers en vrouwen bij hun activiteiten te ondersteunen, evenals alternatieve garanties om toegang te krijgen tot leningen; dringt aan op financiële ondersteuning van jonge landbouwers, om groei in plattelandseconomieën te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>is ingenomen met het nieuwe leningenpakket van 3 miljard EUR van de Europese Investeringsbank (EIB) voor landbouw, bosbouw en visserij in heel Europa, als concreet initiatief om de financieringskloof voor kmo’s in de landbouw en de bio-economie te dichten en jonge landbouwers en vrouwen makkelijker toegang te bieden tot financiering; verzoekt de EIB-groep nieuwe vormen van steun te verkennen om liquiditeit te verschaffen aan actoren in de waardeketens van de landbouw en het platteland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten lokale start-ups te stimuleren en stimuleringsprogramma’s te ondersteunen die erop gericht zijn jongeren ertoe te bewegen terug te keren naar het platteland en jongeren te ondersteunen bij de aankoop en renovatie van woningen in plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>verzoekt de Commissie een Europees fonds voor jonge ondernemers in plattelandsgebieden op te richten, waarbij de nadruk wordt gelegd op regio’s die kampen met hoge jeugdwerkloosheid en braindrain; merkt op dat dit fonds door middel van specifieke financiële instrumenten en fiscale prikkels steun moet verlenen aan start-ups op het platteland, innovatieve landbouw, duurzaam toerisme en digitalisering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>benadrukt dat gelijke toegang moet worden gewaarborgd tot maatregelen die erop gericht zijn iedereen in staat te stellen de hoogwaardige vaardigheden te verwerven die nodig zijn om professionele doelstellingen te verwezenlijken, alsook tot beroepsonderwijs en -opleiding; betreurt dat vrouwen op het platteland op het gebied van werk geen gelijke kansen hebben en geen gelijke arbeidsvoorwaarden hebben, en dat vrouwen vaak tegen diverse uitdagingen aanlopen, zoals een geringere kans op een baan, minder mogelijkheden om een goede balans te vinden tussen werk en gezinsleven en een tekort aan kinderopvang; dringt erop aan dat er een klimaat wordt bevorderd waarin de arbeidsparticipatie van vrouwen wordt gestimuleerd en waarin alle gezinnen worden ondersteund, waarbij wordt gezorgd voor hoogwaardige voor- en vroegschoolse educatie en kinderopvang en waarbij ouders worden gesteund;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>pleit voor meer steun voor vrouwen in plattelandsgebieden, met name via maatregelen om hun toegang tot werkgelegenheid, onderwijs, gezondheidszorg en sociale infrastructuur alsook de bescherming tegen en preventie van geweld te verbeteren, om de deelname van vrouwen aan het economisch leven en de samenleving te bevorderen; benadrukt dat er gerichte programma’s moeten worden opgezet om vrouwelijke ondernemers in plattelandsgebieden te ondersteunen, om de economische onafhankelijkheid van deze vrouwen te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>benadrukt dat vrouwen in plattelandsgebieden om verschillende redenen absoluut steun nodig hebben, onder meer om gendergelijkheid te promoten, economische groei te stimuleren, gemeenschapsontwikkeling te bevorderen, de armoede terug te dringen en ecologische duurzaamheid tot stand te brengen; benadrukt dat vrouwen in het kader van plattelandsontwikkeling op verschillende niveaus een rol spelen, bijvoorbeeld als werknemers, landbouwers en bedrijfseigenaren, en wijst erop dat deze belangrijke rol van vrouwen in plattelandsgebieden en de lokale economie vaak over het hoofd wordt gezien; benadrukt dat er bij het ontwikkelen van programma’s voor structurele sociale steun en regionale ontwikkeling specifieke aandacht moet worden besteed aan vrouwen in plattelandsgebieden; benadrukt dat het aanpakken van deze belemmeringen van cruciaal belang is om de positie van vrouwen te versterken en hun volledige potentieel in plattelandsgemeenschappen te ontsluiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>verzoekt de lidstaten en de Commissie de bestaande en toekomstige EU-financieringsmogelijkheden meer onder de aandacht te brengen bij vrouwelijke ondernemers in plattelandsgebieden en het voor deze vrouwen eenvoudiger te maken om toegang te krijgen tot financiering; spoort de lidstaten en de regionale en lokale autoriteiten aan om gebruik te maken van de bestaande structuur- en investeringsfondsen van de EU om vrouwelijk ondernemerschap te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>pleit voor beleidsmaatregelen ter bevordering van gendergelijkheid wat betreft werk en voor gerichte maatregelen ter bevordering van een beter evenwicht tussen werk en privéleven in plattelandsgebieden, bijvoorbeeld in de vorm van regelingen voor flexibel werken en online werken, een beter vrijetijds- en onderwijsaanbod en op gemeenschap gebaseerde zorg- en ondersteuningsstructuren voor gezinnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan maatregelen te nemen ter bescherming van het landbouwmodel waarbij familiebedrijven centraal staan en dat een pijler is van het platteland, dat milieuvriendelijker is en dat de voedselzekerheid in de Europese Unie waarborgt; benadrukt dat er een EU-stimuleringsregeling nodig is om accumulatie van landbouwgrond in de handen van particuliere investeringsfondsen, gepaard gaand met een stijging van de grondprijzen, te beperken; dringt aan op de bescherming van kleine en middelgrote landbouwbedrijven door de rol van coöperaties en professionele landbouwers in het EU-beleid te versterken; verzoekt de lidstaten voorts om concrete maatregelen te nemen om deze landbouwbedrijven te steunen door de toegang tot krediet te vereenvoudigen, de plattelandsinfrastructuur te moderniseren en een impuls te geven aan landbouwcoöperaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>benadrukt dat de landbouw- en de agrovoedingssector van centraal belang zijn voor de voedselproductie, de voedselzekerheid en de werkgelegenheid, en dat hun rol niet mag worden onderschat, omdat zij van groot belang zijn voor de lokale economie en voor een duurzaam landbeheer en tevens een motor zijn voor de groei en ontwikkeling van landinwaarts gelegen gebieden en plattelandsgebieden, die vaak op internationaal niveau bekendstaan om hun typische producten van topkwaliteit; is van mening dat landbouwers moeten worden ondersteund op weg naar innovatie en diversificatie, en dat tegelijkertijd ook het concurrentievermogen van landbouwbedrijven moet worden bevorderd; is van mening dat de transitie naar een duurzamer model op evenwichtige wijze moet worden aangepakt, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken en economische behoeften van plattelandsgemeenschappen, waarbij in geen geval veranderingen mogen worden doorgevoerd die de ontwikkeling op lange termijn kunnen ondermijnen; verzoekt de Commissie en de lidstaten in dit verband om krachtige en gerichte maatregelen te nemen in de vorm van het verminderen van de buitensporige regelgevingslast en het waarborgen van eerlijke marktvoorwaarden, met als doel de afname van het aantal landbouwbedrijven te beperken en generatievernieuwing te stimuleren; dringt aan op passende steun om voedselautonomie en gewasdiversificatie te bevorderen; wijst met name op de specifieke structurele uitdagingen die spelen in de ultraperifere gebieden en hun plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om, met het oog op de voedselzekerheid en om te waarborgen dat Europese landbouwers geen oneerlijke concurrentie ondervinden van producten die niet aan dezelfde eisen op het gebied van milieu, dierenwelzijn en voedselveiligheid voldoen, te eisen dat in de EU ingevoerde landbouwproducten aan strikt gelijkwaardige normen voldoen, en verzoekt de Commissie in dit kader om ervoor te zorgen dat in handelsovereenkomsten wordt opgenomen dat de Europese landbouwnormen geëerbiedigd moeten worden, zodat een gelijk speelveld voor de landbouwers in de EU gewaarborgd wordt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>beseft dat de ambitieuze doelstellingen van de groene transitie niet alleen kansen met zich meebrengen voor de EU-landbouw maar ook risico’s; benadrukt dat het aantal landbouwbedrijven in de EU in de periode 2005-2020 met ongeveer 37 % is afgenomen en verzoekt de Commissie en de lidstaten in dit verband maatregelen te nemen om de afname van het aantal landbouwbedrijven te beperken en om hun inkomsten en concurrentievermogen te ondersteunen, teneinde de leegloop van deze gebieden tegen te gaan en de instroom van jongeren te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>is van mening dat de administratieve procedures om toegang te krijgen tot EU-middelen moeten worden vereenvoudigd, in die zin dat de bureaucratische rompslomp voor landbouwers en kleine plattelandsbedrijven wordt verminderd en dat de coördinatie tussen de bestuurlijke niveaus die betrokken zijn bij het beheer van de middelen wordt verbeterd, zodat de middelen op efficiëntere wijze en sneller worden uitbetaald;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>is voorts van mening dat moet worden voorzien in toereikende financiële steun voor deze gebieden en voor landbouwbedrijven en bezitters van landbouw- en bosbouwgebieden, waaronder steun voor de aankoop en het onderhoud van materieel, met als doel het Europese concurrentievermogen te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>beseft terdege dat plattelandsgebieden een sleutelrol spelen in de groene en de digitale transitie; is van mening dat deze transities stapsgewijs moeten worden gerealiseerd, aan de hand van haalbare doelstellingen; pleit in dit kader voor een sterkere koppeling tussen EU-financiering en ecologische duurzaamheid en bescherming van de biodiversiteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>is van mening dat steun moet worden verleend aan de plattelandsgemeenschappen in Europese regio’s die het zwaarst zijn getroffen door de handel in of de uitvoer van Oekraïense landbouwproducten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is van mening dat er compenserende maatregelen moeten worden genomen ten behoeve van landbouwers en plattelandsbedrijven om ervoor te zorgen dat de ecologische transitie op eerlijke en uitvoerbare wijze plaatsvindt en niet leidt tot nieuwe sociaaleconomische ongelijkheden; benadrukt dat volledige betrokkenheid van en samenwerking met alle belanghebbenden, met name land- en bosbouwers, van groot belang is om de transitie goed te laten verlopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>benadrukt dat in elke strategie voor plattelandsontwikkeling aandacht moet zijn voor het stimuleren van de landbouw, maar dat het stimuleren van de landbouw op zich niet voldoende is, omdat niet alle mensen die woonachtig zijn in plattelandsgebieden, werkzaam zijn in de landbouwsector of in een agrarische omgeving wonen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>wijst erop dat toerisme voor plattelandsgebieden, bergachtige gebieden, insulaire en ultraperifere gebieden en in het Middellandse Zeegebied vaak een belangrijke bron van inkomsten is, werkgelegenheid oplevert en ondernemerschap stimuleert, en steeds meer mensen ertoe beweegt de natuur en de tradities en het cultureel erfgoed van plattelandsgebieden te ontdekken en bijzondere ervaringen op te doen; is daarom van mening dat toerisme moet worden ondersteund via investeringen in de plattelandseconomie, in synergie met de landbouw-, visserij-, levensmiddelen- en culturele sector, en dat de EU de co-existentie en verdere ontwikkeling van deze sectoren moet bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>wijst erop dat plattelands- en agrotoerisme een aanvulling op de landbouw kunnen vormen, mogelijkheden kunnen bieden om landbouwinkomens te diversifiëren en de ontwikkeling van plattelandsgebieden ten goede kunnen komen, en dat daarom middelen moeten worden toegewezen voor de ontwikkeling van toerisme en de horeca;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>benadrukt dat bij de bevordering van plattelandstoerisme aandacht moet zijn voor duurzaamheid; wijst erop dat de economische voordelen van toerisme voor plattelandsgebieden zoveel mogelijk moeten worden benut, maar dat de mogelijke negatieve effecten ervan op plaatselijke gemeenschappen en ecosystemen tot een minimum moeten worden beperkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>benadrukt dat taalminderheden in plattelandsgebieden in de Europese Unie moeten worden beschermd en ondersteund, en wijst erop dat zij een integraal onderdeel vormen van het Europese culturele erfgoed en bijdragen aan regionale ontwikkeling; verzoekt de Commissie en de lidstaten daarom om cohesiebeleidsmiddelen uit te trekken om projecten op het gebied van taalbevordering, opleiding, cultureel toerisme en lokaal ondernemerschap te ondersteunen die verband houden met de taalkundige en culturele tradities van de regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan het toerisme op het platteland en in ontvolkte of met ontvolking bedreigde gebieden te stimuleren, door financiering te verstrekken voor initiatieven die erop gericht zijn historische dorpen aantrekkelijker te maken en traditionele producten onder de aandacht te brengen, groene routes en andere natuurpaden te ontwikkelen, en een keurmerk in te voeren voor omgevingen die bijzonder geschikt zijn voor plattelands- en natuurtoerisme, naar het voorbeeld van de “blauwe vlag” voor stranden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>merkt op dat in sommige lidstaten gemeenten een belangrijke rol spelen bij het stimuleren van regionale economische ontwikkeling en daarbij profiteren van aanzienlijke belastinginkomsten uit hun lokale economieën; benadrukt dat dergelijke inkomsten voor gemeenten een stimulans kunnen zijn om cohesiemiddelen van de EU te investeren in het verbreden van hun toekomstige belastinggrondslag, het bevorderen van lokale economische groei op de lange termijn en het waarborgen van belastinginkomsten op de lange termijn; verzoekt de Commissie in dit verband om, met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel op fiscaal gebied, een dialoog op gang te brengen over de mogelijke voordelen van het delen van de opbrengsten van belastingen op economische activiteiten met gemeenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>vindt het zeer belangrijk dat landbouwers er niet door buitensporige administratieve rompslomp van worden weerhouden zich te richten op duurzame voedselproductie en economische plattelandsontwikkeling; verzoekt de Commissie en de lidstaten om in toekomstige wetgeving met betrekking tot het cohesiebeleid veel aandacht te besteden aan plattelandsgebieden, en het verbeteren van de regelgeving tot prioriteit te maken, met als doel de administratieve lasten te verminderen, stappen te zetten om het concurrentievermogen van ondernemingen in plattelandsgebieden, en met name kmo’s, coöperaties en door burgers geleide gemeenschappen, te waarborgen, en de toegang tot financiële middelen te vereenvoudigen en efficiënter te maken en de daarmee gemoeide kosten te verlagen en de aanvraag- en beoordelingsprocedures in verband met EU-financiering te vereenvoudigen, met name voor kleine begunstigden; wijst er nogmaals op dat het, om de toegang tot de beschikbare middelen te verbeteren, belangrijk is dat de procedures gestroomlijnd worden, de administratieve rompslomp verminderd wordt en de transparantie verbeterd wordt; verzoekt de Commissie daarom om te voorzien in passende advisering en technische ondersteuning ten behoeve van de beheersautoriteiten, omdat op die manier de absorptie van de middelen kan worden verhoogd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>wijst erop dat het industriebeleid en het cohesiebeleid van de EU niet los van elkaar moeten worden gezien en dat ervoor moet worden gezorgd dat strategieën voor regionaal ontwikkelingsbeleid in overeenstemming zijn met de inspanningen die geleverd worden in het kader van de industriële transitie, met name in dunbevolkte gebieden in het noorden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>wijst op het belang van kmo’s die actief zijn in technologische sectoren voor de digitalisering en de economische veerkracht van het platteland; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat overheidsmaatregelen ten goede komen aan lokale economieën en lokale ondernemingen, met name kleine ondernemingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>is van mening dat de bestaande instrumenten voor territoriale ontwikkeling en de structuurfondsen beter op elkaar moeten worden afgestemd, waaronder initiatieven zoals het benutten van talent in Europa’s regio’s en het Burgemeestersconvenant;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>