<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0129</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verslag 2024 van de Commissie over de rechtsstaat</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0100/2025 - Rapporteur: Ana Catarina Mendes)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 18 juni 2025 over het verslag 2024 van de Commissie over de rechtsstaat (2024/2078(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name artikel 2, artikel 3, lid 1, artikel 3, lid 3, tweede alinea, artikel 4, lid 3, en de artikelen 5, 6, 7, 11, 19 en 49,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name de artikelen die betrekking hebben op de eerbiediging, bescherming en bevordering van democratie, de rechtsstaat en grondrechten in de Unie, waaronder de artikelen 70, 258, 259, 260, 263, 265 en 267,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna “het Handvest”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ‑EU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 24 juli 2024 getiteld “Verslag over de rechtsstaat 2024 – Situatie op het gebied van de rechtsstaat in de Europese Unie” (COM(2024)0800) en de bijlage daarbij met aanbevelingen voor de lidstaten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 30 oktober 2024 inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2024 (COM(2024)0690) en de bijbehorende werkdocumenten (het uitbreidingspakket),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2020 betreffende een algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting<FOOTNOTE><FIELD>PB L 433 van 22.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/2092/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (hierna “de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid<FOOTNOTE><FIELD>PB L 231 van 30.6.2021, blz. 159, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1060/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (hierna “de verordening gemeenschappelijke bepalingen”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (hierna “het Financieel Reglement”), en met name artikel 6, lid 3,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/692 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 156 van 5.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/692/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de instrumenten van de VN inzake de bescherming van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, waaronder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR), het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie (ICERD), het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW), en het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (CRDP), de Verklaring over de rechten van personen behorende tot nationale, etnische, godsdienstige of taalkundige minderheden, de aanbevelingen van het VN-Forum voor minderheidsvraagstukken, en de aanbevelingen en verslagen in het kader van de universele periodieke doorlichting van de VN, evenals de rechtspraak van de verdragsorganen van de VN en de speciale procedures van de Mensenrechtenraad,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens, het Europees Sociaal Handvest, de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en het Europees Comité voor sociale rechten, en de verdragen, aanbevelingen, resoluties, adviezen en verslagen van de Parlementaire Vergadering, het Comité van Ministers, de Commissaris voor de Mensenrechten, de Europese Commissie tegen Racisme en Onverdraagzaamheid, de Stuurgroep bestrijding van discriminatie, diversiteit en inclusie, de Commissie van Venetië en andere organen van de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden en het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden van de Raad van Europa,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het memorandum van overeenstemming tussen de Raad van Europa en de Europese Unie van 23 mei 2007 en de conclusies van de Raad van 17 december 2024 over de prioriteiten van de EU voor samenwerking met de Raad van Europa in de periode 2025‑2026,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het met redenen omklede voorstel van de Commissie van 20 december 2017 voor een besluit van de Raad betreffende de constatering van een duidelijk gevaar voor een ernstige schending, door de Republiek Polen, van de rechtsstaat, ingediend op grond van artikel 7, lid 1, VEU (COM(2017)0835),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB C 215 van 19.6.2018, blz. 162.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 februari 2018 over de bescherming en non-discriminatie ten aanzien van minderheden in de EU-lidstaten<FOOTNOTE><FIELD>PB C 463 van 21.12.2018, blz. 21.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 1 maart 2018 over het besluit van de Commissie om de procedure van artikel 7, lid 1, VEU in te leiden ten aanzien van de situatie in Polen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 129 van 5.4.2019, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 april 2018 over de noodzaak van invoering van een Europees waardeninstrument ter ondersteuning van maatschappelijke organisaties die in de Europese Unie op lokaal en nationaal niveau de fundamentele waarden uitdragen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 390 van 18.11.2019, blz. 117.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 12 september 2018 over een voorstel houdende een verzoek aan de Raad om overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie te constateren dat er een duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending door Hongarije van de waarden waarop de Unie berust<FOOTNOTE><FIELD>PB C 433 van 23.12.2019, blz. 66.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 november 2018 over minimumnormen voor minderheden in de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 363 van 28.10.2020, blz. 13.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 november 2018 over de noodzaak van een omvattend EU-Mechanisme voor de bescherming van democratie, de rechtsstaat en de grondrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB C 363 van 28.10.2020, blz. 45.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 oktober 2020 over de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB C 395 van 29.9.2021, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 november 2020 over de impact van de COVID‑19-maatregelen op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB C 415 van 13.10.2021, blz. 36.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 17 december 2020 over het Europees burgerinitiatief “Minority SafePack – één miljoen handtekeningen voor verscheidenheid in Europa”<FOOTNOTE><FIELD>PB C 445 van 29.10.2021, blz. 70.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 juni 2021 over de situatie van de rechtsstaat in de Europese Unie en de toepassing van Verordening (EU, Euratom) 2020/2092 inzake conditionaliteit<FOOTNOTE><FIELD>PB C 67 van 8.2.2022, blz. 86.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 juni 2021 over het verslag over de rechtsstaat 2020 van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>PB C 81 van 18.2.2022, blz. 27.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 juli 2021 over de opstelling van richtsnoeren voor de toepassing van het algemeen conditionaliteitsregime ter bescherming van de Uniebegroting<FOOTNOTE><FIELD>PB C 99 van 1.3.2022, blz. 146.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 16 september 2021 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende het aanmerken van gendergerelateerd geweld als een nieuwe vorm van criminaliteit als bedoeld in artikel 83, lid 1, VWEU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 117 van 11.3.2022, blz. 88.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 november 2021 over versterking van de democratie en de vrijheid en pluriformiteit van de media in de EU: oneigenlijk gebruik van civielrechtelijke en strafrechtelijke procedures om journalisten, ngo’s en het maatschappelijk middenveld het zwijgen op te leggen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 205 van 20.5.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 december 2021 over de evaluatie van de preventiemaatregelen ter voorkoming van corruptie, onregelmatige uitgaven en het misbruik van EU- en nationale middelen bij noodfondsen en op crisisgerelateerde uitgaventerreinen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 251 van 30.6.2022, blz. 48.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 maart 2022 over de steeds beperktere ruimte voor het maatschappelijk middenveld in Europa<FOOTNOTE><FIELD>PB C 347 van 9.9.2022, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 maart 2022 over de rechtsstaat en de gevolgen van het arrest van het HvJ‑EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 347 van 9.9.2022, blz. 168.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 mei 2022 over het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2021<FOOTNOTE><FIELD>PB C 479 van 16.12.2022, blz. 18.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 juni 2022 over de rechtsstaat en de potentiële goedkeuring van het Poolse nationaal herstel- en veerkrachtplan<FOOTNOTE><FIELD>PB C 493 van 27.12.2022, blz. 108.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 september 2022 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie in 2020 en 2021<FOOTNOTE><FIELD>PB C 125 van 5.4.2023, blz. 80.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 september 2022 over het voorstel voor een besluit van de Raad houdende de constatering, overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat er een duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending door Hongarije van de waarden waarop de Unie berust<FOOTNOTE><FIELD>PB C 125 van 5.4.2023, blz. 463.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 20 oktober 2022 over de rechtsstaat in Malta, vijf jaar na de moord op Daphne Caruana Galizia<FOOTNOTE><FIELD>PB C 149 van 28.4.2023, blz. 15.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 20 oktober 2022 over de toename van haatmisdrijven ten aanzien van lhbtiq+-personen in heel Europa in het licht van de recente homofobe moord in Slowakije<FOOTNOTE><FIELD>PB C 149 van 28.4.2023, blz. 22.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 november 2022 over raciale gerechtigheid, non-discriminatie en antiracisme in de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 161 van 5.5.2023, blz. 10.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 november 2022 over de beoordeling van de inachtneming door Hongarije van de rechtsstatelijke voorwaarden in het kader van de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat, en de stand van zaken met betrekking tot het Hongaarse herstel- en veerkrachtplan<FOOTNOTE><FIELD>PB C 167 van 11.5.2023, blz. 74.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 30 maart 2023 over het verslag over de rechtsstaat 2022 – Situatie op het gebied van de rechtsstaat in de Europese Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB C 341 van 27.9.2023, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 april 2023 over de institutionele betrekkingen tussen de EU en de Raad van Europa<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/442, 1.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/442/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 28 februari 2024 over het verslag over het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6743, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6743/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 29 februari 2024 over verdieping van de EU-integratie met het oog op toekomstige uitbreidingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/6746, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6746/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 1 juni 2023 over de inbreuken op de rechtsstaat en de grondrechten in Hongarije en de bevroren EU-gelden<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/1223, 21.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1223/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van zijn Enquêtecommissie om het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware voor surveillance te onderzoeken (PEGA) en zijn aanbeveling van 15 juni 2023 aan de Raad en de Commissie naar aanleiding van het onderzoek naar vermeende inbreuken op en gevallen van wanbeheer bij het toepassen van het Unierecht met betrekking tot het gebruik van Pegasus en soortgelijke spyware voor surveillance<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/494, 23.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/494/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 juli 2023 over de kieswet, de onderzoekscommissie en de rechtsstaat in Polen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/3995, 17.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3995/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 oktober 2023 over de rechtsstaat in Malta: zes jaar na de moord op Daphne Caruana Galizia, en de noodzaak om journalisten te beschermen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/2656, 29.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2656/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 6 december 2023 getiteld “Geen plaats voor haat: een verenigd Europa tegen haat” (JOIN(2023)0051),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2024 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie – jaarverslag 2022 en 2023<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5739, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5739/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2024 over uitbreiding van de lijst van EU-misdrijven tot haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5733, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5733/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 april 2024 over de lopende hoorzittingen in het kader van artikel 7, lid 1, VEU over Hongarije om de rechtstaat te versterken en de budgettaire gevolgen daarvan,<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P9_TA(2024)0367.</FIELD></FOOTNOTE></P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de afronding van de procedure van artikel 7 VEU met betrekking tot Polen, zoals aangekondigd door de Commissie op 29 mei 2024, naar aanleiding van de stappen die Polen heeft ondernomen om de naleving van de EU-normen inzake de rechtsstaat te herstellen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien resolutie 2262 (2019) van 24 januari 2019 de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa over de bevordering van de rechten van personen die tot nationale minderheden behoren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbevelingen en verslagen van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten, de Hoge Commissaris inzake de nationale minderheden, de vertegenwoordiger voor mediavrijheid en andere organen van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE), gezien de samenwerking tussen de EU en de OVSE inzake democratisering, institutionele opbouw en mensenrechten, en gezien het jaarlijkse verslag van de OVSE over haatmisdrijven, waarin deelnemende staten hebben toegezegd wetgeving te zullen aannemen die erin voorziet dat de ernst van het haatmisdrijf wordt meegewogen in de strafmaat, maatregelen te nemen tegen onderrapportage, en hun activiteiten op het gebied van capaciteitsopbouw op gang te brengen of verder te ontwikkelen ten aanzien van rechtshandhavingsinstanties, het openbaar ministerie en gerechtelijke diensten om haatmisdrijven te voorkomen, te onderzoeken en te vervolgen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de speciale verslagen van de Europese Rekenkamer van 17 december 2024 over de handhaving van EU-wetgeving (28/2024), van 22 februari 2024 over de rechtsstaat in de EU (03/2024) en van 10 januari 2022 over EU-steun voor de rechtsstaat in de Westelijke Balkan (01/2022), en gezien haar analyse van 28 februari 2024 over de verslaglegging door de Commissie over de rechtsstaat (02/2024), en de daarin vervatte aanbevelingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de politieke richtsnoeren voor de volgende Europese Commissie 2024‑2029, die op 18 juli 2024 aan het Parlement zijn gepresenteerd door Ursula von der Leyen in haar hoedanigheid van kandidaat voor het ambt van voorzitter van de Commissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Eurobarometer-enquêtes 2024 over corruptie, waaruit blijkt dat corruptie de EU-burgers en bedrijven in de EU nog altijd ernstige zorgen baart,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de feedbackverslagen, missieverslagen, schriftelijke vragen en antwoorden van zijn Groep voor toezicht op de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten (DRFMG)<FOOTNOTE><FIELD>Zie voor alle monitoringactiviteiten van de DRFMG: https://www.europarl.europa.eu/committees/en/libe-democracy-rule-of-law-and-fundament/product-details/20190103CDT02662.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie buitenlandse zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie juridische zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken (A10‑0100/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Unie gestoeld is op de gemeenschappelijke waarden eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, zoals bedoeld in artikel 2 VEU, en dat de lidstaten van de EU deze waarden gemeen hebben die tevens voorkomen in het Handvest en opgenomen zijn in internationale mensenrechtenverdragen; overwegende dat het Handvest deel uitmaakt van het primaire EU-recht; overwegende dat democratie, de rechtsstaat en grondrechten waarden zijn die elkaar versterken en die, als ze ondermijnd worden, een systemische bedreiging vormen voor de rechten en vrijheden van alle mensen in de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat uit artikel 49 VEU, op grond waarvan alle Europese landen zich kandidaat kunnen stellen om lid te worden van de Europese Unie, blijkt dat de Unie bestaat uit landen die de in artikel 2 VEU genoemde gemeenschappelijke waarden vrijelijk en vrijwillig hebben onderschreven, deze waarden eerbiedigen en zich ertoe verbinden ze te bevorderen; overwegende dat het EU-recht dan ook gebaseerd is op de fundamentele premisse dat elke lidstaat die waarden met alle andere lidstaten deelt, en dat elke lidstaat onderkent dat de andere lidstaten die waarden met hem delen; overwegende dat deze premisse impliceert en rechtvaardigt dat de lidstaten er onderling op vertrouwen dat de andere lidstaten deze waarden erkennen en het Unierecht, dat deze waarden ten uitvoer brengt, dus in acht nemen<FOOTNOTE><FIELD>Advies 2/13 van het Hof van Justitie van 18 december 2014, ECLI:EU:C:2014:2454, punt 168.</FIELD></FOOTNOTE><STRING SUPERSCRIPT="on">, </STRING><FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 24 juni 2019, <STRING ITALIC="on">Commissie/Polen</STRING>, C‑619/18, ECLI:EU:C:2019:531, punt 42.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de lidstaten erop toe moeten zien dat elke achteruitgang in de bescherming van de in artikel 2 VEU verankerde waarden wordt voorkomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat maatschappelijke organisaties, de rechtsgemeenschap, verenigingen, onafhankelijke media en basisbewegingen een hoeksteen van de rechtsstaat blijven door transparantie, verantwoordingsplicht en burgerparticipatie in democratische processen te bevorderen; overwegende dat deze actoren een belangrijke rol hebben gespeeld bij het waarborgen van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de vrijheid van meningsuiting en andere constitutionele waarden, waarbij ze vaak te maken krijgen met toenemende politieke en juridische beperkingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat volgens het beginsel van loyale samenwerking van artikel 4, lid 3, VEU, de Unie en de lidstaten elkaar moeten respecteren en steunen bij de vervulling van de verplichtingen die uit de Verdragen voortvloeien, en alle lidstaten alle algemene en bijzondere maatregelen moeten treffen die passend zijn om de nakoming van de uit de Verdragen of uit de handelingen van de instellingen van de Unie voortvloeiende verplichtingen te waarborgen; overwegende dat de lidstaten zich moeten onthouden van maatregelen die de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie in gevaar kunnen brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat uit een recente Eurobarometer-enquête blijkt dat 74 % van de respondenten van mening was dat de EU een belangrijke rol speelt bij het handhaven van de rechtsstaat, en dat 89 % het belangrijk achtte dat alle lidstaten de kernwaarden van de EU naleven; overwegende dat het versterken van het vertrouwen van de burgers in de rechtsstaat en de veerkracht van democratieën op EU-niveau gezien de huidige wereldwijde economische en politieke context een cruciale factor is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de procedure voor toetreding tot de EU altijd gebaseerd moet zijn op verdienste, waarbij voor elke aanvrager wordt beoordeeld of hij voldoet aan de criteria van Kopenhagen, met name wat het waarborgen van de volledige eerbiediging van de mensenrechten, democratie en rechtsstaat betreft, om ervoor te zorgen dat de uitbreiding van de EU de Unie en haar interne markt versterkt, en niet verzwakt; overwegende dat de fundamentele rol van het instrument voor pretoetredingssteun als EU-instrument bestaat in de ondersteuning van de rechtsstaat, democratie en mensenrechten in de kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, met inbegrip van versterking van democratische instellingen en maatschappelijke organisaties, vooruitgang op het gebied van goed bestuur en corruptiebestrijding, bevordering en bescherming van non-discriminatie en gendergelijkheid en versterking van de capaciteiten voor preventie en oplossing van conflicten;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Onafhankelijkheid van de rechterlijke macht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat een eerlijk en toegankelijk rechtsstelsel een basisbeginsel van de rechtsstaat is, en dat een dergelijk rechtsstelsel niet kan functioneren zonder een onafhankelijke rechterlijke macht; herhaalt dat toegang tot de rechter van essentieel belang is voor burgers om hun rechten uit te kunnen oefenen, discriminatie aan de kaak te stellen, en besluitvormers ter verantwoording te roepen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>herinnert eraan dat robuuste nationale rechtsstelsels in de lidstaten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten onontbeerlijk zijn, aangezien de Commissie voor de handhaving van het EU-recht afhankelijk is van nationale gerechtelijke autoriteiten, en dat deze van fundamenteel belang zijn voor justitiële samenwerking in de hele EU en voor het bevorderen van wederzijds vertrouwen; stelt met bezorgdheid vast dat sommige rechtsstelsels weliswaar op papier solide lijken, maar dat dit niet altijd strookt met de realiteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>beklemtoont dat rechters onpartijdig moeten zijn; herinnert eraan dat de benoeming en bevordering van rechters uitsluitend moet worden bepaald door hun kwalificaties en niet mag worden beïnvloed door politieke of persoonlijke overwegingen, aangezien rechters een essentiële rol spelen bij de waarborging van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht; herinnert eraan dat de criteria voor voordrachten en benoemingen met betrekking tot hoge posities binnen de rechterlijke macht volkomen transparant moeten zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>onderstreept de belangrijke rol die de nationale raden voor de rechtspraak spelen bij het bewaren van de rechterlijke onafhankelijkheid; acht het noodzakelijk dat de hervormingen die momenteel in verschillende lidstaten worden doorgevoerd, worden geëvalueerd en spoort aan tot aanpassing van de samenstelling en werking van deze organen aan de normen die door de Commissie en de Raad van Europa zijn vastgesteld en door het HvJ‑EU zijn bekrachtigd; dringt erop aan dat de Commissie in haar toekomstige verslagen over de rechtsstaat bijzondere aandacht besteedt aan de rol, de structuur en de werking van nationale raden voor de rechtspraak in de lidstaten als onderdeel van haar beoordeling van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst erop dat het openbaar ministerie van cruciaal belang is voor de lidstaten om misdaad en corruptie te kunnen bestrijden; betreurt elke overheids- of politieke inmenging in corruptieonderzoek en wijst erop dat niemand boven de wet staat; laakt het misbruik van het rechtsstelsel voor politieke doeleinden, alsook de vervolging van politieke tegenstanders en de inmenging in corruptieonderzoek; benadrukt dat zowel politiek ingegeven vervolging als amnestiewetten en gratieprocedures op grond van politieke belangen het vertrouwen van het publiek in grondwettelijke beginselen en EU-normen ondergraven; benadrukt hoe belangrijk het is de autonomie en onafhankelijkheid van het openbaar ministerie te waarborgen om politieke inmenging in zijn werkzaamheden te voorkomen; vestigt de aandacht op de rol van transparante benoemingsprocedures voor aanklagers als belangrijke factor om het vertrouwen van het publiek in het strafrecht te behouden; uit zijn bezorgdheid over de herhaalde aanvallen op rechters en aanklagers die onderzoeken met betrekking tot prominente politici uitvoeren in verband met gevallen van corruptie en machtsmisbruik gericht tegen politieke tegenstanders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>dringt erop aan dat tuchtprocedures voor rechters en openbaar aanklagers worden afgehandeld door onafhankelijke organen die vrij zijn van politieke invloed en dat het systeem van tuchtprocedures waar nodig wordt hervormd om te voorkomen dat politieke autoriteiten deze procedures gebruiken om de rechterlijke macht in bedwang te houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verzoekt de Commissie voortdurend toezicht te houden en ervoor te zorgen dat rechters en aanklagers onafhankelijk blijven van de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor hun (her)benoeming; verzoekt de Commissie proactief toezicht te houden op en snel te reageren op risico’s van achteruitgang van de rechtsstaat op het gebied van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en toegang tot de rechter, overeenkomstig het non-regressiebeginsel, zoals verduidelijkt in recente rechtspraak van het HvJ‑EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt vast dat de Commissie heeft geconstateerd dat er sprake is van structurele uitdagingen met betrekking tot de verbetering van de doeltreffendheid, toegankelijkheid en kwaliteit van de rechterlijke macht in een aantal lidstaten<FOOTNOTE><FIELD>COM(2024)0800, bijlage met aanbevelingen, blz. 1, 9, 11, 19 en 24.</FIELD></FOOTNOTE>, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten; stelt vast dat de Commissie heeft geconstateerd dat verschillende lidstaten extra middelen hebben toegewezen aan de versterking van de veerkracht van rechtsstelsels om te zorgen voor de tijdige afwikkeling van zaken en om achterstanden weg te werken, maar dat de beloningsniveaus in andere lidstaten nog altijd een uitdaging vormen en dat dit vaak leidt tot tekorten en vacatures; merkt op dat onderfinanciering en te weinig personeel de toegankelijkheid en doeltreffendheid van rechtsstelsels kunnen ondermijnen, waardoor het vertrouwen in de rechtsstaat wordt ondergraven; benadrukt dat een passende bezoldiging van essentieel belang is voor het aantrekken en behouden van gekwalificeerd gerechtelijk personeel; is er stellig van overtuigd dat opleiding een essentieel element is waarmee de onafhankelijkheid van rechters en de kwaliteit en efficiëntie van het rechtsstelsel wordt gewaarborgd; stelt dat het voor de toestand van de rechtsstaat en met het oog op een eerlijk proces belangrijk is dat gerechtelijke procedures binnen een redelijk tijdsbestek worden gevoerd; merkt in dit verband op dat het scorebord voor justitie wijst op aanzienlijke verschillen binnen de juridische ruimte van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>spoort de lidstaten ertoe te voorzien in opleidingsmogelijkheden voor rechters; is er stellig van overtuigd dat deze opleiding multidisciplinair moet zijn en dat daarbij bijzondere aandacht moet worden besteed aan gendergelijkheid; herhaalt dat toereikende hulpbronnen, met inbegrip van financiering, infrastructuur en gekwalificeerd personeel, van cruciaal belang zijn voor de efficiëntie en toegankelijkheid van het rechtsstelsel; erkent de rol van gerechtelijk personeel, met inbegrip van notarissen, in tal van lidstaten; verzoekt de lidstaten corruptiezaken binnen een redelijke termijn op te volgen om het gevoel van straffeloosheid onder hun burgers niet aan te wakkeren; verzoekt de lidstaten gebruik te maken van de kansen die de digitalisering biedt om procedures en processen te vereenvoudigen, de efficiëntie en toegankelijkheid te verbeteren, tijd te besparen en opslagkosten terug te dringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt het belang van onafhankelijke rechtsstelsels en toegang tot gratis rechtsbijstand voor het waarborgen van gelijke toegang tot de rechter; herhaalt dat toereikende hulpbronnen, met inbegrip van infrastructurele voorzieningen en personeel, van cruciaal belang zijn voor het verbeteren van de rechtsstelsels; beveelt de lidstaten aan concrete stappen te ondernemen om de toegang tot de rechter voor gemarginaliseerde en kwetsbare groepen te verbeteren, onder meer door middel van goed gefinancierde, verbeterde systemen voor rechtsbijstand en maatregelen om taalbarrières en digitale kloven aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>herinnert eraan dat in het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2024 wordt gesteld dat er in Hongarije nog steeds ernstige bezorgdheid bestaat over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de politieke invloed op het openbaar ministerie, met het risico op ongepaste inmenging in individuele zaken, en dat de vrijheid van meningsuiting van rechters onder druk blijft staan en er in de media nog altijd lastercampagnes tegen rechters worden gehouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is ingenomen met de centrale rol die het HvJ‑EU speelt bij de handhaving van de rechtsstaat in de hele EU; steunt verdere initiatieven om de middelen en de capaciteit van het HvJ‑EU te vergroten en zodoende verdere uitdagingen voor de rechtsstaat doeltreffend aan te kunnen pakken; herhaalt dat nationale rechterlijke instanties overeenkomstig artikel 19 VEU en artikel 267 VWEU niet mogen worden belemmerd om gebruik te maken van de mogelijkheid van een prejudiciële verwijzing naar het HvJ‑EU; roept de Commissie op om in het kader van haar jaarlijkse verslag over de rechtsstaat een systematische controle op dit gebied uit te voeren en inbreukprocedures op te starten wanneer nationale rechters in dit verband belemmeringen ondervinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>betreurt dat het steeds vaker voorkomt dat lidstaten arresten van het HvJ‑EU en het EHRM selectief, met vertraging of zelfs helemaal niet uitvoeren, en vindt dat deze tijdig en effectief moeten worden uitgevoerd; benadrukt dat de lidstaten en de EU-instellingen de meest recente rechtspraak van het HvJ‑EU systematisch moeten integreren en uitvoeren om de beginselen van de rechtsstaat te eerbiedigen en de uniforme toepassing van het EU-recht te waarborgen; dringt aan op een snelle aanpassing van de nationale wetgeving en institutionele kaders om rechterlijke uitspraken op te volgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>herhaalt zijn krachtige steun voor het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof (ICC) als essentiële, onafhankelijke en onpartijdige gerechtelijke instellingen in deze bijzonder moeilijke tijd voor de internationale justitie; herinnert eraan dat de uitspraken van het Internationaal Gerechtshof juridisch bindend zijn en volledig ten uitvoer moeten worden gelegd; verzoekt de Unie, de lidstaten en kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten het ICC te blijven steunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan dat zij, als hoedster van de Verdragen, haar verantwoordelijkheid neemt voor de handhaving van de fundamentele waarden van de Unie, met inbegrip van de in artikel 2 VEU en in het primaire EU-recht verankerde waarden, en er niet alleen op vertrouwt dat burgers zelf naar de rechter gaan om de toepassing van het EU-recht te waarborgen; benadrukt dat de niet-uitvoering van binnenlandse en internationale uitspraken in strijd is met de rechtsstaat en ertoe kan leiden dat mensen geen verhaal kunnen halen en bij het publiek de indruk kan wekken dat uitspraken buiten beschouwing kunnen worden gelaten, waardoor het algemene vertrouwen in eerlijke rechtsbedeling wordt ondergraven; vestigt de aandacht op de fundamentele rol die het HvJ‑EU en het EHRM spelen bij het waarborgen van de eerbiediging van het recht en het garanderen van uniformiteit bij de toepassing ervan; stelt voor om duidelijke termijnen vast te stellen voor de tenuitvoerlegging van rechterlijke uitspraken, evenals een gedetailleerd controleplan voor de tenuitvoerlegging van hangende rechterlijke beslissingen; verzoekt de Commissie met klem indien nodig inbreukprocedures in te leiden, samen met moties voor tijdelijke maatregelen; verzoekt de lidstaten de hangende arresten van het HvJ‑EU en het EHRM onverwijld uit te voeren en stelt voor om een monitoringeenheid op te richten om toezicht te houden op de uitvoering van de uitspraken van het HvJ‑EU en het EHRM met betrekking tot democratie, de rechtsstaat en grondrechten in de lidstaten, en om de bevindingen van de monitoringeenheid volledig op te nemen in het jaarlijkse verslag over de rechtsstaat; beveelt de Commissie met name aan maatregelen te nemen als arresten van het HvJ‑EU overeenkomstig artikel 260, lid 2, VWEU niet ten uitvoer worden gelegd, en de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat toe te passen in gevallen van niet-naleving van arresten van het HvJ‑EU en het EHRM indien de vastgestelde schending gevolgen heeft of dreigt te hebben voor de begrotings- of de financiële belangen van de Unie; benadrukt dat systematische niet-naleving van het EU-recht tastbare financiële sancties met zich mee moet brengen om echt als afschrikmiddel te dienen; verzoekt de Commissie na te gaan of vertragingen in verband met of niet-naleving van dergelijke uitspraken een procedure op grond van artikel 258 VWEU rechtvaardigen wegens nalatigheid; verzoekt de Commissie systematisch gegevens te analyseren over de niet-naleving van landspecifieke standpunten van de verdragsorganen van de VN;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is ingenomen met de herziening van de richtlijn bescherming van slachtoffers<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2012/29/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 tot vaststelling van minimumnormen voor de rechten, de ondersteuning en de bescherming van slachtoffers van strafbare feiten, en ter vervanging van Kaderbesluit 2001/220/JBZ (PB L 315 van 14.11.2012, blz. 57, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2012/29/oj).</FIELD></FOOTNOTE> met het oog op het dichten van juridische leemten, om ervoor te zorgen dat slachtoffers toegang tot de rechter hebben en rechtsbijstand kunnen krijgen; verzoekt de Raad zo veel mogelijk rekening te houden met het mandaat van het Parlement, met inbegrip van bepalingen ter waarborging van het recht van slachtoffers om beroep in stellen tegen besluiten in strafprocedures inzake toegang tot rechtsmiddelen en een eerlijke schadevergoeding, en inzake alomvattende ondersteuningsdiensten, met name voor personen die zich in kwetsbare situaties bevinden; vestigt de aandacht op het belang van doeltreffende gegevensverzameling, betere toewijzing van middelen voor slachtofferhulp en bescherming van de privacy en persoonsgegevens van slachtoffers om secundaire victimisatie te voorkomen en ervoor te zorgen dat slachtoffers, onder wie ongedocumenteerde migranten en asielzoekers, veilig aangifte kunnen doen van misdrijven; verwacht dat de medewetgevers met oplossingen komen waarin de slachtoffers centraal staan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>erkent de essentiële rol van rechtshandhaving bij de handhaving van de rechtsstaat en de bescherming van de grondrechten; verzoekt de lidstaten te zorgen voor toereikende financiering, opleiding en middelen voor de politie en voor rechtshandhavingsinstanties; verzoekt de lidstaten in dit verband rekening te houden met de code voor politie-ethiek van de Raad van Europa; beklemtoont dat elk gebruik van geweld strikt noodzakelijk en evenredig moet zijn en onderworpen moet zijn aan duidelijke waarborgen; verzoekt de lidstaten richtsnoeren in te voeren voor transparante, onafhankelijke en consistente selecties, tests en proeven met betrekking tot wapens die door rechtshandhavers worden gebruikt, op basis van de normen, aanbevelingen en leidende beginselen van de VN; merkt op dat hierbij moet worden nagegaan of deze wapens verenigbaar zijn met de internationale mensenrechtenwetgeving en -normen alvorens zij worden geselecteerd en ingezet; verzoekt de lidstaten gedegen onderzoek te doen naar alle gevallen van buitensporig geweld en discriminatie door wethandhavingsinstanties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de Commissie de omstandigheden in gevangenissen, die een rechtsstaatskwestie vormen, op te nemen in toekomstige verslagen over de rechtsstaat, gezien de ernstige en toenemende bezorgdheid in heel Europa over overvolle gevangenissen, erbarmelijke omstandigheden en het alarmerende aantal zelfmoorden in gevangenissen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de Commissie bijzondere aandacht te besteden aan de analyse van procedurele bescherming met het oog op het in kaart brengen van sterke punten, lacunes, discrepanties en beste praktijken die zorgen voor transparantie, efficiëntie en een eerlijke behandeling, teneinde overal in de EU de bestuursrechtspraak te versterken, om op die manier de verantwoordingsplicht van overheidsinstanties te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Kader voor corruptiebestrijding</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>beklemtoont dat de rechtsstaat vereist dat personen die een openbaar ambt bekleden, niet willekeurig handelen en hun macht niet misbruiken voor persoonlijk gewin; onderstreept dat regeringen wetten moeten aannemen in het belang van het grote publiek en niet in het belang van specifieke personen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>herhaalt dat corruptie een ernstige bedreiging vormt voor de democratie, de grondrechten en de rechtsstaat in zowel lidstaten en kandidaat-lidstaten als potentiële kandidaat-lidstaten; onderstreept dat corruptie het vertrouwen van burgers in overheidsinstellingen aantast; betreurt het feit dat uit de Eurobarometer-enquête 2024 over corruptie blijkt dat corruptie nog steeds een ernstig punt van zorg is voor burgers en bedrijven in de EU, waarbij 68 % van de Europeanen vindt dat corruptie in hun land wijdverbreid is, 65 % van mening is dat corruptie op hoog niveau onvoldoende wordt aangepakt en 41 % denkt dat het corruptieniveau is toegenomen; beschouwt dit als een oproep aan de EU om haar inspanningen ter bestrijding van corruptie op te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de Commissie nogmaals de onderhandelingen over het lidmaatschap van de EU van de Groep van Staten tegen Corruptie (Greco) van de Raad van Europa onmiddellijk af te ronden; wijst er op dat dit lidmaatschap zorgt voor meer transparantie, verantwoordingsplicht en doeltreffendheid in het kader van het beheren van Europese fondsen, het wetgevingsproces en het werk van de EU-instellingen, en stelt voor in het jaarlijks verslag over de rechtstaat ook de EU-instellingen op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan alle lidstaten om een gedragscode voor rechters vast te stellen naar aanleiding van de aanbevelingen van de Greco en daarbij rekening te houden met de codes die van toepassing zijn bij het EHRM en het HvJ-EU; verzoekt de lidstaten onafhankelijke mechanismen in het leven te roepen om vermeende schendingen van de gedragscode en andere wetten te onderzoeken, de openbaarmaking en transparantie bij belangenconflicten en door de rechterlijke macht ontvangen geschenken te verbeteren, en de kwestie van draaideurconstructies aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>verzoekt de lidstaten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, en de EU-instellingen voor meer transparantie en verantwoordingsplicht bij openbare instellingen te zorgen middels versterking van de rechtskaders voor de bestrijding van corruptie alsook de rechtskaders voor bevoegdheidsconflicten, en versterking van de meldprocedures, om ervoor te zorgen dat corruptiezaken doeltreffend worden onderzocht en vervolgd, met inbegrip van corruptiezaken op hoog niveau (onder meer zaken in verband met aanbestedingsprocedures en zaken met betrekking tot gebieden met een hoog risico zoals havens of landsgrenzen), versterking van toezichtsmechanismen en -organen en van de onafhankelijkheid en het juiste functioneren van bestaande agentschappen, een betere bescherming van klokkenluiders en verbeteringen ten aanzien van integriteitskaders en lobbyen voor wetgeving; betreurt dat er nog weinig relevante vooruitgang is geboekt en benadrukt dat definitieve veroordelingen en afschrikkende sancties noodzakelijk zijn om blijk te geven van een daadwerkelijke inzet voor de bestrijding van corruptie; verzoekt de lidstaten de transparantie en verantwoordingsplicht van lobby-activiteiten te waarborgen, waaronder middels de invoering of verbetering van een verplicht lobbyregister en mechanismen voor een “wetgevingsvoetafdruk” voor het traceren van de invloed van lobby-activiteiten op wetgevingsprocessen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>erkent de belangrijke rol van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) bij het beschermen van de rechtsstaat en bij corruptiebestrijding binnen de EU; moedigt de Commissie aan nauwlettend toe te zien op het samenwerkingsniveau van de lidstaten met het EOM; staat achter de versterking van de bevoegdheden van het EOM op het vlak van monitoring en coördinatie met als doel dat het beter in staat zal zijn corruptie in de lidstaten te bestrijden; verzoekt de Commissie overeenkomstig artikel 86, lid 4, VWEU een uitbreiding van het mandaat van het EOM voor te stellen om te voorkomen dat beperkende maatregelen van de EU en maatregelen met betrekking tot grensoverschrijdende milieudelicten worden omzeild, en de herziening van de EOM-verordening<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1939/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de Richtlijn betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2017/1371/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te versnellen, teneinde de primaire bevoegdheid van het EOM te waarborgen en te verduidelijken met betrekking tot corruptiemisdrijven die de financiële belangen van de EU schaden of door EU-ambtenaren worden gepleegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt alle lidstaten die dit nog niet hebben gedaan met klem zich aan te sluiten bij het EOM om de strijd tegen corruptie doeltreffender te maken, met name in verband met de bescherming van EU-middelen; verzoekt alle kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten een kader vast te stellen voor doeltreffende samenwerking met het EOM;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>roept Europese organen als Europol, Eurojust, de Europese Rekenkamer, het EOM en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) ertoe op beter samen te werken in de strijd tegen corruptie en fraude ten nadele van de financiën van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>verzoekt de Commissie de transparantie en verantwoordingsplicht in al haar communicatie, bezoeken en vergaderingen te vergroten, met name met nationale actoren op hoog niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een richtlijn ter bestrijding van corruptie, waarin de definitie van corruptiemisdrijven in de publieke en de particuliere sector en de bijbehorende sancties worden geharmoniseerd; is ingenomen met de preventieve maatregelen, onder meer betreffende onwettige politieke financiering en opleiding, in de richtlijn ter bestrijding van corruptie, zoals doeltreffende regels voor de openbaarmaking van en de omgang met belangenconflicten, open toegang tot informatie en doeltreffende regels voor de interactie tussen de particuliere en de publieke sector; verzoekt de lidstaten daarnaast doeltreffende regels in te voeren om draaideurconstructies aan te pakken, gedragscodes voor overheidsfunctionarissen vast te stellen, een publieke wetgevingsvoetafdruk vast te stellen en te zorgen voor transparantie bij de financiering van de kandidatuur van verkozen overheidsfunctionarissen en politieke partijen; waardeert het dat bijna alle lidstaten nu strategieën voor corruptiebestrijding hebben ingevoerd; betreurt tegelijkertijd dat de uitvoering en doeltreffendheid ervan uiteenlopen; verzoekt de lidstaten die dit nog niet hebben gedaan, robuuste en doeltreffende strategieën voor corruptiebestrijding te ontwikkelen en uit te voeren, waarbij ook het maatschappelijk middenveld wordt betrokken; wijst op het belang van de identificatie, kennisgeving, vertegenwoordiging en coördinatie van slachtoffers van corruptie; verzoekt de lidstaten slachtoffers van corruptie te beschermen en in staat te stellen hun standpunten en zorgen in passende stadia van de strafprocedure kenbaar te maken opdat deze in overweging worden genomen; verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat slachtoffers van corruptie recht hebben op een passende en evenredige schadeloosstelling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>verzoekt alle instellingen, organen en instanties van de EU hun maatregelen tegen corruptie met betrekking tot de openbaarmaking van en de omgang met belangenconflicten, open toegang tot informatie, regels voor de interactie van instellingen, organen en instanties van de EU met de particuliere sector, draaideurconstructies en de gedragscode voor overheidsfunctionarissen te versterken; is van mening dat leden van het Europees Parlement tijdens hun ambtstermijn geen betaalde nevenactiviteiten mogen verrichten met organisaties of bedrijven met een winstoogmerk die de beleidsvorming van de EU proberen te beïnvloeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>onderkent de cruciale rol die klokkenluiders spelen bij het aan het licht brengen van corruptie en het bevorderen van transparantie in zowel de publieke als de particuliere sector; benadrukt dat klokkenluiders moeten worden beschermd tegen represailles en intimidatie; dringt aan op verdere versterking van onafhankelijke en autonome autoriteiten voor de bescherming van klokkenluiders en op hun verdere integratie in bredere nationale kaders voor corruptiebestrijding, waarbij moet worden gezorgd voor een uniforme en robuuste aanpak van corruptiebestrijding in alle lidstaten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Eerbiediging van de vrijheid en de pluriformiteit van de media</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verwelkomt initiatieven ter bevordering van vrije, onafhankelijke en pluralistische media en een veilige en stimulerende omgeving voor journalisten, zoals de Europese verordening mediavrijheid (EMFA)<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (de “Europese verordening mediavrijheid”) (PB L, 2024/1083, 17.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1083/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en dringt erop aan deze snel uit te voeren; verzoekt de lidstaten en kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten voor meer transparantie te zorgen bij de toewijzing van online en offline reclameboodschappen van de overheid en gevolg te geven aan de suggesties in Aanbeveling (EU) 2021/1534 van de Commissie van 16 september 2021 over het waarborgen van de bescherming, veiligheid en weerbaarheid van journalisten en andere mediaprofessionals in de Europese Unie; verzoekt de Commissie de lidstaten de noodzakelijke ondersteuning te geven bij de omzetting van de EMFA in nationaal recht en de tenuitvoerlegging ervan te monitoren, met name in lidstaten die een slechte positie innemen in ranglijsten voor vrijheid; onderstreept dat de EMFA een cruciale mijlpaal is voor het waarborgen van de onafhankelijkheid, pluriformiteit en integriteit van het medialandschap in de hele Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>is zeer verontrust over het toenemende aantal aanvallen op journalisten en uitgevers, met een onevenredige impact op vrouwen; verzoekt de Commissie en de lidstaten en de kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten de veiligheid en bescherming van journalisten te waarborgen, met inbegrip van onderzoeksjournalisten en factcheckers die een bijzonder hoog risico lopen; benadrukt dat de meest voorkomende vormen van bedreiging verbale aanvallen, online-pesterijen, intimidatie via sociale media en e-mail, en juridische bedreigingen zijn, met inbegrip van gevallen die onder de anti-SLAPP-richtlijn (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”)<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”) (PB L, 2024/1069, 16.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1069/oj).</FIELD></FOOTNOTE> vallen, alsook gevallen van stalking en persoonlijke intimidatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>verzoekt de lidstaten de anti-SLAPP-richtlijn en Aanbeveling (EU) 2022/758 van de Commissie van 27 april 2022 over de wijze waarop journalisten en mensenrechtenverdedigers die betrokken zijn bij publieke participatie kunnen worden beschermd tegen kennelijk ongegronde of onrechtmatige gerechtelijke procedures<FOOTNOTE><FIELD>PB L 138 van 17.5.2022, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reco/2022/758/oj.</FIELD></FOOTNOTE> volledig uit te voeren, en alomvattende nationale anti-SLAPP-maatregelen vast te stellen om journalisten te beschermen en ondersteuning te bieden aan degenen die aan dergelijke intimidatie en belediging blootgesteld worden en belemmerd worden in de uitoefening van hun beroep; beveelt de lidstaten aan om bij de omzetting van de richtlijn de toepassing ervan uit te breiden tot nationale zaken, aangezien de meeste SLAPP-zaken op nationaal niveau plaatsvinden; verzoekt de Commissie voorstellen in te dienen voor de aanpak van SLAPP-zaken die niet onder de huidige richtlijn vallen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>dringt aan op de invoering van specifieke verzwarende omstandigheden in het strafrecht voor strafbare feiten die tegen journalisten zijn gepleegd wanneer dergelijke daden zijn ingegeven door of verband houden met hun beroepsactiviteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>roept de lidstaten en de kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten met klem op de vrijheid en pluriformiteit van de media te beschermen en bevorderen, ervoor te zorgen dat de toekenning van publieke gelden op transparante wijze plaatsvindt, concentratie van media-eigendom te verhinderen, redactionele onafhankelijkheid te beschermen en desinformatie te bestrijden, in het bijzonder door middel van robuuste wetgeving, waaronder specifieke bepalingen inzake transparantie van media-eigendom, en door middel van onafhankelijke regelgevende instanties; onderstreept de belangrijke rol van publieke media; is ingenomen met initiatieven op nationaal niveau om een mediaregister op te zetten met openbare informatie over eigendom en reclame-uitgaven teneinde transparantie, onpartijdigheid en controleerbaarheid te waarborgen; verzoekt de lidstaten daarnaast te zorgen voor adequate, duurzame en voorspelbare financiering, alsook voor een stabiel budget, op basis van transparante en objectieve criteria voor publieke mediadiensten; beveelt aan een specifiek EU-fonds voor mediavrijheid op te richten ter ondersteuning van onafhankelijke journalistiek en lokale mediakanalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>veroordeelt de verspreiding van haatzaaiende uitlatingen, ook in reguliere en sociale media, aangezien deze een ernstige bedreiging vormen voor de democratie en de rechtsstaat; dringt aan op een sterkere handhaving van de mediaregelgeving om haatzaaiende uitlatingen tegen te gaan en een divers en inclusief medialandschap te waarborgen, overeenkomstig zijn resolutie van 18 januari 2024 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie; onderstreept dat prominente publieke figuren en politici het goede voorbeeld moeten geven en moeten zorgen voor een respectvol debat; herinnert eraan dat de vrijheid van meningsuiting een fundamentele waarde van democratische samenlevingen is en niet mag worden beperkt waar dit niet gerechtvaardigd is; herinnert er voorts aan dat wetgeving inzake haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven gebaseerd moet zijn op de beginselen van noodzakelijkheid en evenredigheid; onderstreept dat de vrijheid van meningsuiting moet worden uitgeoefend binnen het kader van de wet en in overeenstemming met artikel 11 van het Handvest, en niet mag worden uitgebuit als schild voor haatzaaiende uitlatingen en haatmisdrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>onderkent dat burgers signalen van uitholling van de democratie waarnemen die worden aangewakkerd door onjuiste informatie en desinformatie, en dat de verspreiding van onjuiste informatie via sociale media kan leiden tot de uitholling van eerbiediging van de rechtsstaat in het algemeen; roept digitale platforms op onmiddellijk actie te ondernemen door ervoor te zorgen dat hun eigen communitynormen en Europese wetgeving, waaronder de digitaledienstenverordening<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de mededingingsregels, worden nageleefd; verzoekt de Commissie deze naleving regelmatig te beoordelen en zo nodig maatregelen te nemen; beveelt de lidstaten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten aan alomvattende strategieën te ontwikkelen om desinformatie en buitenlandse inmenging in democratische processen te bestrijden en tegelijkertijd de vrijheid van meningsuiting en de pluriformiteit van de media te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>spreekt zijn krachtige veroordeling uit van staatscontrole over en politieke inmenging in media-activiteiten; benadrukt dat regulerende instanties voor de media op passende wijze moeten worden beschermd door wettelijke waarborgen om hun onafhankelijkheid en vrijwaring van politieke druk te waarborgen, en dat zij voldoende begrotingsmiddelen tot hun beschikking moeten hebben; benadrukt het belang voor de democratie van onafhankelijke regulerende instanties voor de media;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het misbruik van spyware en het gebrek aan voldoende waarborgen tegen illegale surveillance van journalisten; verzoekt de Commissie uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de Enquêtecommissie PEGA van het Parlement over het verbieden van politiek gemotiveerde surveillance;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan te waarborgen dat de omzetting van Richtlijn (EU) 2016/343<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2016/343 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2016 betreffende de versterking van bepaalde aspecten van het vermoeden van onschuld en van het recht om in strafprocedures bij de terechtzitting aanwezig te zijn (PB L 65 van 11.3.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2016/343/oj).</FIELD></FOOTNOTE> betreffende het vermoeden van onschuld geen beperkingen inhoudt van het recht om verslag uit te brengen en het publiek te informeren over zaken van algemeen belang, met inbegrip van gerechtelijke onderzoeken, waarin de richtlijn niet voorziet; verzoekt de lidstaten bestaande nationale bepalingen die de journalistieke vrijheden kunnen inperken, te herzien en zo nodig te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat de in het kader van de digitaledienstenverordening aangestelde nationale coördinatoren ten volle de bevoegdheid krijgen om hun rol te vervullen bij het faciliteren van informatie-uitwisseling en samenwerking op Europees niveau;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Maatschappelijke organisaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>sluit zich bij de Commissie aan wanneer zij stelt dat maatschappelijke organisaties, waaronder belangengroepen voor de rechtsstaat en democratie, de bescherming van gemarginaliseerde groepen, milieubescherming en sociale rechtvaardigheid, alsook mensenrechtenverdedigers, essentieel zijn voor het machtsevenwicht en voor de bescherming van de fundamentele waarden en het recht van de Unie die een hoeksteen van de EU vormen; waardeert de steun van maatschappelijke organisaties en beroepsverenigingen die groepen zoals rechters, openbare aanklagers of journalisten vertegenwoordigen, voor de rechtsstaat; onderstreept met name het belang van lokale, vitale maatschappelijke organisaties in kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, die een constructieve rol spelen in de toetredingsprocessen tot de EU; erkent hun rol als waakhond tegen schendingen van de rechtsstaat en hun bijdrage aan de bevordering en bescherming van democratische beginselen; wijst op de noodzaak van een veilig, ondersteunend en gunstig klimaat voor de uitoefening van hun werkzaamheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>wijst in het bijzonder op de rol van het maatschappelijk middenveld en onafhankelijke toezichtsorganen bij het monitoren, controleren en ondersteunen van de uitvoering van de aanbevelingen in het verslag over de rechtsstaat 2024; vindt dat een kader voor een gestructureerde burgerdialoog tot stand moet worden gebracht om in de jaarlijkse rechtsstaatcyclus rekening te houden met de bijdragen van het maatschappelijk middenveld, overeenkomstig de aanbeveling van het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC)<FOOTNOTE><FIELD>Advies van het EESC van 14 februari 2024 getiteld “Perspectieven voor de versterking van de burgerdialoog en de participatiedemocratie in de EU”.</FIELD></FOOTNOTE> en van maatschappelijke netwerken<FOOTNOTE><FIELD>Civil Society Europe, “Joint Civil Society Contribution on Civic Space to the 2024 Annual Rule of Law Report”, juni 2024.</FIELD></FOOTNOTE>; herhaalt het belang van brede raadpleging bij het opstellen van het verslag over de rechtsstaat; steunt het plan van de Commissie om een strategie op te stellen voor de ruimte voor en de bescherming van het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers; beveelt aan dat de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers volledig ten uitvoer worden gelegd; verzoekt de Commissie zo veel mogelijk bezoeken ter plaatse in de lidstaten af te leggen in plaats van “virtuele” bezoeken, aangezien deze een vollediger en meer contextueel beeld van de lokale situatie kunnen opleveren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>maakt zich zorgen over het feit dat maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers steeds vaker geconfronteerd worden met wettelijke beperkingen, een gebrek aan financiële middelen, en aanvallen, hetgeen de vrijheid van vereniging, de vrijheid van vergadering en de vrijheid van meningsuiting ondermijnt; stelt met bezorgdheid vast dat verschillende lidstaten en kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten onevenredige maatregelen hebben ingevoerd, waaronder het buitensporig gebruik van geweld en de detentie van demonstranten om mensen te beletten deel te nemen aan protesten in sommige lidstaten, alsook het preventief verbieden van openbare bijeenkomsten op grond van vage veiligheidsredenen; benadrukt dat dergelijke verboden in meerdere gevallen door de rechter ongedaan zijn gemaakt; veroordeelt ten stelligste het gebruik van wetten inzake “buitenlandse agenten”, waarmee kritische geluiden worden onderdrukt en maatschappelijke organisaties worden geïntimideerd en beperkt in hun werkzaamheden, hetgeen een beangstigend effect heeft op het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers; betreurt het feit dat beperkingen van de vrijheid van vergadering, meningsuiting en vereniging en het gebruik van buitensporig geweld vaak specifieke zaken of groepen onevenredig treffen<FOOTNOTE><FIELD>Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, <STRING ITALIC="on">Addressing racism in policing</STRING> (Racistisch politieoptreden), Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>benadrukt dat vreedzame vergadering, de vrijheid van vereniging en meningsuiting en de vrijheid van kunst en wetenschap door het internationaal recht beschermde grondrechten zijn, en van essentieel belang voor de democratie; veroordeelt dat deze rechten in toenemende mate onder druk staan, voor zover dit bewezen is, en stelt vast dat er een tendens bestaat tot inperking van deze rechten; veroordeelt in dit verband ook geweld tegen de politie; verzoekt de Commissie deze vrijheden in het jaarlijks verslag op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>uit zijn diepe bezorgdheid over de krimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld en de toenemende vervolging van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers in de EU, met name degenen die zich inzetten voor racismebestrijding, klimaatrechtvaardigheid, lhbtiq-rechten, vrouwenrechten en steun aan migranten; merkt op dat deze groepen worden geconfronteerd met een reeks bedreigingen, waaronder juridische en financiële beperkingen, opschorting van financiering, lastercampagnes, intimidatie en criminalisering; veroordeelt met name de toenemende onderdrukking van klimaatactivisme in verschillende lidstaten, waaronder het misbruik van wetgeving inzake terrorismebestrijding en georganiseerde misdaad en de behandeling van vreedzame klimaatactivisten als leden van “criminele organisaties”; verzoekt de lidstaten af te zien van onevenredige juridische stappen tegen die activisten; dringt er bij de Commissie op aan de situatie van deze organisaties systematisch te monitoren in haar verslagen over de rechtsstaat en specifieke EU-financiering voor maatschappelijke actoren die racisme bestrijden of op het vlak van andere grondrechten werkzaam zijn, uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt de Commissie dergelijke schendingen op te nemen in een specifieke pijler van de jaarlijkse verslagen over de rechtsstaat; verzoekt de Commissie de bescherming van maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers te versterken door mechanismen voor vroegtijdige waarschuwing in te stellen, de transparantie van de financiering voor alle actoren binnen het toepassingsgebied van het transparantieregister van de EU te vergroten en de financiering van steun aan maatschappelijke organisaties uit te breiden zodat zij vrij en onafhankelijk kunnen opereren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>dringt er bij de lidstaten op aan een gunstig klimaat te scheppen voor maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers, de anti-SLAPP-richtlijn aan te nemen en Aanbeveling (EU) 2022/758 van de Commissie om maatschappelijke organisaties te beschermen tegen juridische intimidatie ten uitvoer te leggen; dringt aan op een grotere onafhankelijkheid van de nationale toezichthoudende instanties, alsook voldoende middelen en waarborgen tegen politieke inmenging; moedigt aan dat maatschappelijke organisaties worden gesteund bij de ontwikkeling en verspreiding van voorlichtingsinitiatieven, om een groot bereik en brede toegankelijkheid te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>is van oordeel dat de Commissie en de lidstaten zich moeten beijveren voor het verbeteren van de mechanismen voor de financiering van maatschappelijke organisaties en van initiatieven ter versterking van de rechterlijke macht en ter waarborging van zijn onafhankelijkheid, namelijk via het programma Burgers, gelijkheid, rechten en waarden en het programma Justitie; is ingenomen met het feit dat de Commissie van plan is een strategie voor de bescherming van het maatschappelijk middenveld op te stellen en herinnert er tegelijkertijd aan dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan mensenrechtenverdedigers; verzoekt de Commissie om in die strategie een mechanisme op te nemen voor snelle respons ter ondersteuning van bedreigde maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers in de Unie, naar voorbeeld van het door de EU gefinancierde mechanisme ProtectDefenders.eu, dat momenteel uitsluitend gericht is op organisaties en personen buiten de EU; benadrukt dat met dit mechanisme middelen kunnen worden verstrekt voor belangenbehartiging, rechtsbijstand en bewustmakingscampagnes, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de bedoelde organisaties kunnen opereren zonder onterechte beperkingen of intimidatie; dringt aan op de volledige en coherente toepassing van de EU-richtsnoeren ter bescherming van mensenrechtenverdedigers in de kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten; maakt zich echter zorgen over het feit dat maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers in sommige lidstaten steeds vaker te maken hebben met problemen, met nieuwe wettelijke beperkingen, een gebrek aan financiële middelen of fysieke of verbale aanvallen, de betreurenswaardige aanvaarding van dergelijke praktijken en het effect daarvan op onder meer hun vrijheid van meningsuiting in de lidstaten<FOOTNOTE><FIELD>Arresten van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, Drozd/Polen, 15158/19 van 6 april 2023, en Mándli e.a./Hongarije, 63164/16 van 26 mei 2020.</FIELD></FOOTNOTE> en de EU-instellingen; is van oordeel dat maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers een essentiële ondersteunende rol spelen bij het toezicht op de naleving door de lidstaten van de in artikel 2 VEU vastgelegde waarden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gelijkheid voor de wet en non-discriminatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>geeft nogmaals aan dat de rechtskaders van de lidstaten het beginsel van gelijkheid voor de wet moeten omvatten, en gelijkheid en het recht van personen om in gerechtelijke procedures niet gediscrimineerd te worden, moeten bevorderen; benadrukt dat de rechtsstaat en de grondrechten met elkaar verbonden zijn en dat schendingen van de rechtsstaat onmiddellijke gevolgen hebben voor de grondrechten en dat vrouwen, minderheden en kwetsbare groepen hier op onevenredige wijze de gevolgen van ondervinden; verzoekt de Commissie toezicht te houden op de gevolgen van schendingen van de rechtsstaat voor de grondrechten en ervoor te zorgen dat gelijkheid voor de wet en non-discriminatie voor iedereen is gewaarborgd, en hiertoe alle relevante instrumenten, waaronder, in voorkomend geval, inbreukprocedures in te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>benadrukt dat alle vormen van discriminatie voor de wet moeten worden bestreden; uit zijn bezorgdheid over gebrek aan vooruitgang en ontoereikende uitvoering wat betreft de wetgeving inzake gelijkheid en antidiscriminatie in sommige lidstaten; betreurt het feit dat er ondanks de bestaande EU-wetgeving, waaronder Richtlijn 2000/78/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep (PB L 303 van 2.12.2000, blz. 16, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/78/oj).</FIELD></FOOTNOTE> tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, nog altijd lacunes in het rechtskader en bij de uitvoering bestaan, waardoor slachtoffers geen passende rechtsmiddelen kunnen aanwenden; geeft nogmaals aan dat de rechtskaders van de lidstaten het beginsel van gelijkheid voor de wet moeten omvatten, en gelijkheid en het recht van personen om in gerechtelijke procedures niet gediscrimineerd te worden, moeten bevorderen; verzoekt de Commissie handelend op te treden in gevallen waarin deze beginselen niet worden gerespecteerd; betreurt het voornemen van de Commissie om het voorstel voor een horizontale richtlijn gelijke behandeling<FOOTNOTE><FIELD>Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid (COM(2008)0426).</FIELD></FOOTNOTE> in te trekken en verzoekt de Raad met klem onverwijld goedkeuring te hechten aan de richtlijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>is bezorgd over het feit dat in het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2024 is vastgesteld dat bepaalde lidstaten niet effectief zijn in het vervolgen van haatmisdrijven of onvoldoende steun verlenen aan slachtoffers van haatmisdrijven, als gevolg waarvan het vertrouwen in rechtsstelsels wordt ondergraven en ongelijkheid voor de wet in stand wordt gehouden; verzoekt de Raad de huidige lijst van “EU-misdrijven” in artikel 83, lid 1, VWEU uit te breiden met haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen en verzoekt de Commissie een wetgevingsvoorstel in te dienen over haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen; verzoekt de Commissie zich in haar verslagen over de rechtsstaat te richten op haatmisdrijven en in dit verband haatmisdrijven nauwlettend te monitoren en te registreren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>onderstreept dat gendergerelateerd geweld, zowel online als offline, een zwaar en wijdverbreid misdrijf is, alsook een radicale schending van de grondrechten, en dat het beginsel van gelijkheid voor de wet erdoor geschonden wordt; verzoekt de Commissie en de lidstaten actie te ondernemen tegen gendergerelateerd geweld, zowel online als offline, met inbegrip van geweld dat wordt gepleegd middels het gebruik van digitale platforms; dringt aan op de toevoeging van gendergerelateerd geweld aan de lijst van EU-misdrijven en op een EU-wetgevingsvoorstel inzake de bestrijding van verkrachting wegens het ontbreken van instemming, ook in kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>herinnert aan de noodzaak van toegang tot seksuele en reproductieve rechten en gezondheid en dringt erop aan dat toegang tot veilige, legale abortus in het Handvest wordt verankerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>verzoekt alle lidstaten de rechten van lhbtiq’ers te beschermen in overeenstemming met het recht van de Unie, het Handvest en de jurisprudentie van het HvJ-EU en het EHRM, herinnert eraan dat er in verschillende lidstaten nog steeds juridische belemmeringen bestaan voor de grensoverschrijdende erkenning van partnerschappen tussen personen van hetzelfde geslacht of ouderschap van die personen; waarschuwt dat dergelijke praktijken niet alleen het vrije verkeer van lhbtiq-gezinnen binnen de EU belemmeren, maar ook het rechtstatelijke beginsel van non-discriminatie voor de wet schenden, en wijst op het gebrek aan uniforme bescherming van lhbtiq’ers in de lidstaten; roept alle lidstaten die dit nog niet gedaan hebben op om partnerschappen tussen personen van hetzelfde geslacht wettelijk te erkennen; verzoekt de Commissie Richtlijn 2004/38/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van de Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 77, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2004/38/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te herschikken en daarin expliciet de grensoverschrijdende erkenning van het recht op een privé- en gezinsleven op te nemen, met inbegrip van ouderschap voor ouders van hetzelfde geslacht, in het licht van de meest recente arresten<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 5 juni 2018, Relu Adrian Coman e.a. tegen Inspectoratul General pentru Imigrări en Ministerul Afacerilor Interne, C‑673/16, ECLI:EU:C:2018:385.</FIELD></FOOTNOTE> van het HvJ-EU; benadrukt dat alle kinderen gelijk zijn voor de wet en dat lidstaten in het belang van kinderen moeten handelen, rechtszekerheid moeten vergroten en discriminatie van kinderen van ouders van hetzelfde geslacht tegen moeten gaan; wijst op het standpunt van het Parlement tot ondersteuning van de erkenning van ouderschap in de hele EU, ongeacht de wijze waarop het kind wordt verwekt of geboren of het soort gezin waarin het opgroeit; dringt er bij de Commissie op aan een vernieuwde lhbtiq-strategie voor te stellen waarin de problemen die zich in Europa voordoen volledig worden geadresseerd; verzoekt de Commissie en de Raad van de lhbtiq-rechten een horizontale prioriteit te maken op alle beleidsterreinen; verzoekt de Commissie geëigende wetgevingsvoorstellen te presenteren om de eerbiediging van deze beginselen te waarborgen, alsook gebruik te maken van inbreukprocedures tegen lidstaten; dringt er bij de Commissie op aan wetgevingsvoorstellen in te dienen ter bestrijding van haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen op grond van genderidentiteit, geslachtskenmerken en seksuele oriëntatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>is ernstig bezorgd over de discriminerende maatregelen die in sommige lidstaten zijn ingevoerd onder het voorwendsel van de bestrijding van “lhbtiq-propaganda” en “genderideologie”, die bijdragen tot een alarmerende toename van het aantal haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen tegen lhbtiq’ers in verschillende lidstaten en die een negatieve impact hebben op kinderen, gezinnen en werknemers; is ingenomen met het advies van het HvJ EU van 5 juni 2025, waarin het HvJ EU aangeeft van mening te zijn dat Hongarije het EU-recht schendt door de toegang tot lhbtiq+-inhoud te verbieden of te beperken; wijst op de negatieve gevolgen van dergelijke maatregelen voor de vrijheid van meningsuiting en vergadering van lhbtiq-groepen en in het algemeen; beklemtoont dat deze acties discriminatie van lhbtiq’ers aanwakkeren en in strijd zijn met EU-wetgeving; verzoekt de Commissie een voorstel te presenteren voor een bindend EU-verbod op conversiepraktijken in alle lidstaten; merkt op dat zowel de Commissie als het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA) in 2024 hebben gewezen op een alarmerende toename van het aantal haatmisdrijven en haatzaaiende uitlatingen tegen lhbtiq’ers en andere minderheden in verschillende lidstaten, en benadrukt het belang van het recht op zelfbeschikking van lhbtiq’ers en herinnert de lidstaten eraan dat het recht op zelfbeschikking volgens de jurisprudentie een grondrecht is; verzoekt daarom alle lidstaten die dit nog niet hebben gedaan met klem ervoor te zorgen dat lhbtiq’ers wettelijke erkenning van hun gender kunnen krijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>is zeer bezorgd over en veroordeelt ten stelligste de toename van antisemitisme in de EU; is ook zeer bezorgd over en veroordeelt ten stelligste de toename van islamofobie en alle andere vormen van discriminatie in de EU, waaronder geweldpleging, intimidatie, haatzaaiende uitlatingen en het tonen van haatsymbolen in openbare ruimten; verzoekt de lidstaten en de kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten ervoor te zorgen dat leden van alle minderheden gelijk zijn voor de wet; verzoekt de lidstaten hun wetten en beleidsmaatregelen te herzien om ervoor te zorgen dat deze niet direct of indirect discriminerend zijn ten aanzien van minderheden, en eventuele discriminerende wettelijke bepalingen en regelgeving te herzien; dringt aan op aanhoudende inspanningen op zowel EU- als nationaal niveau om gerelateerde haatmisdrijven te monitoren, te voorkomen en te vervolgen en om Joodse en moslimgemeenschappen te beschermen tegen intimidatie en geweld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>benadrukt dat een gebrek aan verantwoordingsplicht onevenredig grote gevolgen heeft voor de gemeenschappen, eerlijke politieke vertegenwoordiging en economische kansen van minderheden; dringt aan op meer transparantie in openbare besluitvormingsprocessen ter waarborging van inclusieve en rechtvaardige governance;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>verzoekt de lidstaten Richtlijn (EU) 2024/1500<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2024/1500 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling en gelijke kansen voor vrouwen en mannen in arbeid en beroep, en tot wijziging van Richtlijnen 2006/54/EG en 2010/41/EU (PB L, 2024/1500, 29.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1500/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en Richtlijn (EU) 2024/1499<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2024/1499 van de Raad van 7 mei 2024 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling van personen ongeacht hun ras of etnische afstamming, gelijke behandeling van personen in arbeid en beroep ongeacht hun godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie, gelijke behandeling van vrouwen en mannen op het gebied van sociale zekerheid en de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten, en tot wijziging van Richtlijnen 2000/43/EG en 2004/113/EG (PB L, 2024/1499, 29.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1499/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, waarin minimumnormen voor organen voor gelijke behandeling zijn vastgesteld, volledig uit te voeren; dringt aan op concrete maatregelen om de onafhankelijkheid van die organen te garanderen en hun doeltreffendheid bij de bevordering van gelijkheid te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>onderstreept dat onderdanen van derde landen die legaal in de EU verblijven, ongeacht hun nationaliteit of geboorteplaats, op niet-discriminerende wijze moeten worden behandeld, en eerlijke en gelijke behandeling moeten genieten op de in de bestaande wetgeving gespecificeerde gebieden; wijst erop dat onderdanen van derde landen, ongeacht hun nationaliteit, geboorteplaats of verblijfsstatus, het recht hebben om internationale bescherming aan te vragen in overeenstemming met het internationaal recht en het EU-recht, waarvan het beginsel van non-refoulement een integrerend deel uitmaakt; verzoekt de Commissie de lidstaten te ondersteunen bij de handhaving van de rechtsstaat en van de grondrechten die zijn verankerd in het Handvest, en bij de uitvoering van de door de medewetgevers aangenomen wetgeving; benadrukt het bindende karakter van de arresten van het HvJ-EU en het EHRM;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat het vrije verkeer van personen binnen de EU en het recht op vrij verblijf en gezinshereniging op het grondgebied van de EU volledig worden geëerbiedigd en dat elke burger gelijke rechten geniet en zijn rechten volledig kan uitoefenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>verzoekt de Commissie in het jaarlijkse verslag over de rechtsstaat meer aandacht te besteden aan versterking van de strijd tegen alle vormen van discriminatie op het vlak van toegang tot de rechter; verzoekt de Commissie en de lidstaten te strijden tegen discriminatie op grond van ras en etnische oorsprong, godsdienst of geloofsovertuiging, nationaliteit, politieke opinie, taal, handicap, leeftijd, geslacht, waaronder genderidentiteit en genderexpressie, en seksuele geaardheid; verzoekt de Raad met klem overeenstemming te bereiken over de richtlijn gelijke behandeling (2008/0140(CNS))<FOOTNOTE><FIELD>Voorstel voor een richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid (COM(2008)0426).</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt de Commissie met klem aan het jaarlijkse verslag over de rechtsstaat nieuwe pijlers toe te voegen over de bestrijding van alle vormen van haat en discriminatie zoals verankerd in artikel 21 van het Handvest, namelijk met betrekking tot misdrijven die gericht zijn tegen minderheidsgroepen en leden van nationale, etnische, taal- en religieuze minderheden, alsook over de omstandigheden voor het maatschappelijk middenveld in de lidstaten; verzoekt de Commissie van de lidstaten te verlangen dat zij vergelijkbare en robuuste uitgesplitste gegevens over gelijkheid verzamelen, met het oog op het volledig in kaart brengen van de gevolgen van structurele discriminatie voor de rechtsstaat; verzoekt de Commissie haar standpunt over het Minority SafePack-initiatief nog eens tegen het licht te houden en wetgevingsvoorstellen te presenteren ter waarborging van de bevordering van de rechten van minderheden en van taalrechten; roept de EU nogmaals op om toe te treden tot het Kaderverdrag inzake de bescherming van nationale minderheden en het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden; pleit voor nauwere banden tussen de EU en de Raad van Europa op het gebied van de rechten van minderheden, onder meer met het oog op het uitbreidingsproces;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>benadrukt dat de lidstaten iets moeten doen aan de genderkloof in het gerechtelijke apparaat en andere belangrijke democratische instellingen; beveelt aan gerichte maatregelen te nemen om het percentage vrouwen op hoge posten in het gerechtelijk apparaat en het openbaar bestuur te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>verzoekt de lidstaten nationale mensenrechteninstellingen op te richten, in overeenstemming met de VN-beginselen van Parijs, de onafhankelijkheid van deze instellingen te waarborgen en ervoor te zorgen dat ze in staat zijn hun taken doeltreffend uit te voeren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Eengemaakte markt en de rechtsstaat</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>beklemtoont dat de rechtsstaat een belangrijke rol speelt bij het waarborgen van de soepele en efficiënte werking van de eengemaakte markt, en bevestigt nogmaals dat goed werkende onafhankelijke rechtsstelsels, doeltreffende kaders voor de bestrijding van corruptie, en sterke bescherming van mediavrijheid cruciaal zijn voor het in stand houden van billijke mededinging, het handhaven van rechtszekerheid, en het bevorderen van onderling vertrouwen tussen economische actoren; onderstreept dat niet-naleving en omzeiling van Europese regelgeving leiden tot enorme verstoringen van de mededinging op de eengemaakte markt; benadrukt dat betrouwbare en stabiele rechtsstatelijke structuren belangrijke pijlers zijn voor investeringen en handel, die essentieel zijn voor het concurrentievermogen en derhalve voor de capaciteit van het socialezekerheidsstelsel en de arbeidsmarkt in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>beklemtoont dat de goede werking van de eengemaakte markt afhankelijk is van de doeltreffende toepassing van het beginsel van wederzijds vertrouwen en wederzijdse erkenning bij justitiële en bestuurlijke samenwerking; brengt in herinnering dat een dergelijk vertrouwen alleen kan worden gehandhaafd wanneer de rechtsstaat volledig in acht wordt genomen, zoals ook aanbevolen door de Commissie van Venetië in haar lijst met criteria voor de rechtsstaat; wijst erop dat het beginsel van wederzijdse erkenning in geval van systematische inbreuken moet worden opgeschort;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>vestigt de aandacht op de negatieve economische gevolgen van corruptie en zwakke rechtsstelsels voor het vertrouwen van investeerders en de grensoverschrijdende samenwerking; is bezorgd dat nationale regeringen en instellingen die de rechtsstaat niet eerbiedigen, concurrentiebeperkend gedrag kunnen laten gedijen of zelfs actief kunnen aanmoedigen voor politiek of economisch gewin, en daarmee de economie van de EU kunnen schaden en de billijkheid van haar interne markt kunnen ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>herinnert eraan dat binnen het toepassingsgebied van de Verdragen alle discriminatie op grond van nationaliteit is verboden in overeenstemming met het Handvest, en dat de vrijheid van vestiging en dienstverlening en het vrije verkeer van kapitaal van fundamenteel belang zijn voor de eengemaakte markt; onderstreept dat de regels inzake gelijke behandeling openlijke en verkapte discriminatie op grond van nationaliteit, of, in het geval van een onderneming, de plaats van vestiging, verbieden; herhaalt zijn veroordeling van de gemelde systemische discriminerende, niet-transparante en oneerlijke praktijken ten aanzien van ondernemingen in sommige lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>spreekt zijn afkeuring uit over systemische discriminerende praktijken in Hongarije, waaronder het misbruik van EU-middelen om politieke bondgenoten van de regering te verrijken, inbreuken op de EU-regels inzake mededinging, en de concentratie van bedrijven in handen van oligarchen die banden hebben met de regering; betreurt de vrijgave van EU-middelen aan de Hongaarse regering, ondanks voortdurende tekortkomingen op het gebied van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de kaders voor corruptiebestrijding; beveelt aan te stoppen met de betalingen totdat aan alle benchmarks in verband met de rechtsstaat wordt voldaan; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de EU-middelen de Hongaarse bevolking bereiken, waaronder via directe en indirecte financieringsmechanismen voor begunstigden die onafhankelijk zijn van de Hongaarse regering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is economische ongelijkheid en sociale uitsluiting aan te pakken, aangezien deze een bedreiging vormen voor de democratische participatie en de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>roept de Commissie ertoe op de eengemaaktemarktdimensie binnen de rechtsstaat explicieter op te nemen in haar monitoringmechanismen, met meer aandacht voor de uniforme en snelle toepassing, uitvoering en handhaving van bestaande wetgeving, en ervoor te zorgen dat de naleving van de beginselen van de rechtsstaat door de lidstaten niet alleen wordt beoordeeld vanuit een democratisch en gerechtelijk oogpunt, maar ook in termen van de economische gevolgen ervan voor de eengemaakte markt en de financiële stabiliteit; verzoekt de Commissie in haar verslag over de rechtsstaat 2025 een specifiek hoofdstuk over de eengemaaktemarktdimensie op te nemen; verzoekt de Commissie met klem alle beschikbare juridische instrumenten te gebruiken om tekortkomingen met betrekking tot de rechtsstaat aan te pakken, onder meer door, indien nodig, inbreukprocedures in te leiden en mededingingsrechtelijke handhavingsbevoegdheden uit te oefenen, teneinde de werking van de interne markt in stand te houden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toolbox voor de rechtsstaat</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>beklemtoont dat het belangrijk is in financieringsinstrumenten, zoals de herstel- en veerkrachtfaciliteit, mijlpalen betreffende de rechtsstaat op te nemen; betreurt de vrijgave van EU-middelen aan de Hongaarse regering, ondanks voortdurende tekortkomingen op het gebied van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de kaders voor corruptiebestrijding; beveelt aan te stoppen met de betalingen totdat aan alle benchmarks in verband met de rechtsstaat wordt voldaan; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat de EU-middelen de Hongaarse bevolking bereiken, waaronder via directe en indirecte financiering voor begunstigden die onafhankelijk zijn van de Hongaarse regering, met behoud van de volledige impact van de genomen maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>bekritiseert het gebrek aan actie van de Raad bij het voortzetten van de lopende procedures op grond van artikel 7 VEU, waardoor de geloofwaardigheid van de EU wat betreft de handhaving van de rechtsstaat wordt ondermijnd; verzoekt de Raad de volgende stappen in de procedure van artikel 7 VEU met betrekking tot Hongarije in gang te zetten, gezien de aanhoudende inbreuken op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de mediavrijheid en het maatschappelijk middenveld, die onmiddellijke en robuuste maatregelen vereisen; beveelt aan dat de Raad erop toeziet dat tijdens lopende procedures op grond van artikel 7 VEU ten minste eenmaal per voorzitterschap hoorzittingen plaatsvinden en dat er ook aandacht wordt besteed aan nieuwe ontwikkelingen die van invloed zijn op de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten; beklemtoont dat er geen eenparigheid van stemmen nodig is in de Raad om hetzij een duidelijk risico van een ernstige inbreuk op de waarden van de Unie overeenkomstig artikel 7, lid 1, vast te stellen, hetzij concrete aanbevelingen te doen aan de betrokken lidstaten en termijnen vast te stellen voor de opvolging van die aanbevelingen; herhaalt zijn oproep aan de Raad om dat te doen, daarbij benadrukkend dat verder uitstel neerkomt op een schending van het beginsel van de rechtsstaat door de Raad zelf; dringt erop aan dat het Parlement een actievere rol krijgt bij procedures op grond van artikel 7 VEU, met inbegrip van de mogelijkheid om met redenen omklede voorstellen aan de Raad voor te leggen, hoorzittingen van de Raad bij te wonen en in elke fase van de procedure volledig op de hoogte te worden gehouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>is ingenomen met de preventie-instrumenten van de toolbox voor de rechtsstaat, waaronder de jaarlijkse rechtsstaatcyclus, het EU-scorebord voor justitie, het Europees Semester, de EU-fondsen ter ondersteuning van het maatschappelijk middenveld, justitiële netwerken, mediavrijheid en de mijlpalen op het gebied van de rechtsstaat in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit; dringt erop aan een sterkere koppeling tot stand te brengen tussen de bevindingen in het verslag over de rechtsstaat 2024 en de toekenning van financiële steun met middelen uit de Uniebegroting, in termen van mijlpalen, teneinde ervoor te zorgen dat de uitbetaling van EU-gelden afhankelijk is van de doorvoering van de noodzakelijke hervormingen; verzoekt de Commissie verder een rechtstreekse koppeling tot stand te brengen tussen preventieve en reactieve instrumenten, en op basis van de bevindingen in de jaarlijkse verslagen over de rechtsstaat onverwijld en op gecoördineerde wijze inbreukprocedures in te leiden, verdere stappen te zetten bij de toepassing van de procedure van artikel 7 VEU, en de conditionaliteitsverordening voor de rechtsstaat en de horizontale randvoorwaarden in verband met het Handvest, alsmede bepalingen van het Financieel Reglement en de verordening gemeenschappelijke bepalingen toe te passen; verzoekt de Commissie om in haar jaarlijkse verslagen over de rechtsstaat, te beginnen met het verslag van 2025, de potentiële risico’s voor de begroting van de Unie als gevolg van tekortkomingen in de rechtsstaat te beoordelen en daarover verslag uit te brengen; onderstreept dat zowel het in werking stellen van de reactieve instrumenten als het afsluiten van de relevante procedures gebaseerd moeten zijn op de objectieve criteria van naleving van de rechtsstaat en het EU- en internationaal recht zoals uitgelegd door internationale rechterlijke instanties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>verzoekt de Commissie om in het kader van inbreukprocedures bij het HvJ-EU stelselmatig gebruik te maken van versnelde procedures en verzoeken om voorlopige maatregelen; verzoekt de Commissie tot herziening van haar in de mededeling van 2022 over de handhaving van het EU-recht<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie van 13 oktober 2022, getiteld “Het EU-recht handhaven voor een Europa dat resultaten boekt” (COM(2022)0518).</FIELD></FOOTNOTE> uiteengezette beleid om met inbreukprocedures niet te voorzien in een “individuele beroepsmogelijkheid”, aangezien dit beleid heeft geleid tot ernstige schendingen van de rechten van burgers in de hele EU, met name wanneer hun eigen overheid weigert het EU-recht of de arresten van het HvJ-EU in acht te nemen, ook omdat de meeste van deze gevallen niet alleen individueel van aard zijn, maar betrekking hebben op strategische en fundamentele kwesties; verzoekt de Commissie jaarlijks verslag uit te brengen over de toepassing en de doeltreffendheid van de instrumenten die aangewend worden tegen inbreuken op de beginselen van de rechtsstaat in de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>benadrukt dat er behoefte is aan een nog uitgebreidere toolbox om ervoor te zorgen dat de EU-waarden in al het Unierecht, met inbegrip van financiële instrumenten, in acht worden genomen, en niet alleen wat de begroting betreft, om terugval te voorkomen; verzoekt de Commissie met klem de tekortkomingen vast te stellen en voorstellen ter zake te presenteren houdende uitbreiding van het toepassingsgebied van deze toolbox; is voorstander van een striktere toepassing van de conditionaliteitsverordening voor de rechtsstaat, met horizontale conditionaliteit in EU-financieringsprogramma’s; blijft van mening dat bevroren EU-gelden alleen moeten worden vrijgegeven nadat volledig uitvoering is gegeven aan betekenisvolle hervormingen en is vastgesteld dat de rechtsstaat in de praktijk in acht wordt genomen; benadrukt dat de toolbox op een consistente en transparante manier moet worden toegepast om de waarden van de Unie te beschermen, zonder politieke overwegingen en met behulp van objectieve criteria als basis voor het inzetten van reactieve instrumenten; benadrukt dat conditionaliteit op gelijke voet moet gelden voor kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten; beklemtoont hoe belangrijk de rol van het Parlement is bij het toezicht op het gebruik van deze instrumenten; dringt er bij de Commissie op aan om systematische audits uit te voeren van de verdeling van EU-middelen, teneinde belangenconflicten, politieke instrumentalisering of ondoorzichtigheid bij de toewijzing van middelen op nationaal niveau te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>dringt aan op de invoering van een prestatiegericht instrument in het meerjarig financieel kader (MFK) ter versterking van de samenhang tussen EU-middelen en de eerbiediging van de in artikel 2 VEU verankerde waarden van de Unie, zoals democratie, grondrechten en de rechtsstaat; verzoekt in het toekomstige MFK robuuste vrijwaringsclausules in verband met de rechtsstaat op te nemen die van toepassing zijn op alle EU-middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het feit dat de opschorting van EU-middelen kan worden misbruikt als politiek wapen tegen het maatschappelijk middenveld en lokale overheden; herinnert eraan dat de conditionaliteitsverordening voor de rechtsstaat ervoor zorgt dat eindontvangers de toegang tot EU-middelen niet verliezen als er sancties worden opgelegd aan hun regering; pleit voor “slimme conditionaliteit”, waarmee het mogelijk wordt om nationale regeringen die de rechtsstaat ondermijnen te omzeilen door vrijgemaakte EU-middelen rechtstreeks toe te wijzen aan lokale en regionale overheden en aan niet-gouvernementele organisaties en bedrijven die het EU-recht in acht nemen en door ervoor te zorgen dat het eenvoudiger wordt om middelen die bestemd zijn voor de betrokken lidstaat te herschikken naar andere EU-programma’s; stelt de ontwikkeling voor van een transparant systeem met behulp waarvan lokale instanties EU-middelen kunnen aanvragen wanneer nationale regeringen EU-middelen blokkeren of misbruiken; wijst op het belang van een strikte en transparante toepassing van de conditionaliteitsmechanismen zoals verankerd in het instrument voor pretoetredingssteun en in de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Checks-and-balances</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>onderstreept hoe belangrijk het is in elke lidstaat de scheiding der machten en een stabiel institutioneel kader te waarborgen; verzoekt de lidstaten erop toe te zien dat constitutionele of wetgevende hervormingen die van invloed zijn op de scheiding der machten, volledig in overeenstemming zijn met de fundamentele waarden en rechtsbeginselen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>verzoekt de lidstaten af te zien van een bovenmatig gebruik van versnelde procedures, waarmee de raadpleging van belanghebbenden en het maatschappelijk middenveld wordt omzeild, met inbegrip van parlementaire controle of noodbevoegdheden, aangezien deze negatief uitwerken op de kwaliteit van wetgeving en de democratie; verzoekt de lidstaten te werken aan transparante wetgevingsprocedures, met de stelselmatige en publieke raadpleging van belanghebbende partijen en adviesorganen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>moedigt de nationale regeringen en parlementen ertoe aan voor elk belangrijk wetgevingsvoorstel openbaar toegankelijke effectbeoordelingen en resultaten van raadplegingen te publiceren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>onderstreept de aanbeveling van de Commissie van Venetië dat klachten en bezwaren in geval van onregelmatigheden bij verkiezingen, met name met betrekking tot het kopen van stemmen, het vullen van stembussen met valse stembiljetten en onjuistheden bij het tellen van stemmen, doeltreffend moeten worden opgevolgd; herinnert aan het belang van de EU-wetgeving die in dit verband is aangenomen, namelijk de digitaledienstenverordening, de digitalemarktenverordening<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening) (PB L 265 van 12.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/1925/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, de AI-verordening<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, Verordening (EU) 2024/900 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/900 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame (PB L, 2024/900, 20.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/900/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de Europese verordening mediavrijheid; verzoekt de Commissie en de lidstaten deze handelingen volledig ten uitvoer te leggen en te voorzien in voldoende overheidsmiddelen voor de maatregelen in het kader daarvan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>verzoekt de lidstaten de onafhankelijkheid van de nationale toezichtsorganen te vergroten, teneinde de terbeschikkingstelling van middelen te garanderen en ervoor te zorgen dat er geen sprake is van politieke inmenging; onderstreept dat het maatschappelijk middenveld en mensenrechtenverdedigers belangrijk zijn voor het bevorderen van verantwoordingsplicht en het beschermen van de grondrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>maakt zich grote zorgen over de opkomst van het extremisme en de ondermijnende impact daarvan op democratische normen en de rechtsstaat in meerdere lidstaten; stelt bezorgd vast dat deze extremistische groepen op actieve wijze minderheden in het vizier nemen en bijdragen aan een klimaat van angst, discriminatie en polarisatie; verzoekt de Commissie de groepen in kwestie in haar verslag over de rechtsstaat expliciet aan te merken als een bedreiging voor de democratie, de mensenrechten, en de fundamentele vrijheden, waaronder voor de academische en de mediavrijheid; verzoekt de lidstaten krachtdadig op te treden om hun invloed tegen te gaan, in concreto middels robuuste wettelijke kaders, onderwijs in democratische waarden, en steun voor maatschappelijke organisaties die zich bezighouden met de bestrijding van extremisme; dringt aan op gecoördineerde EU-actie om tegenwicht aan deze dreiging te bieden, waaronder in de vorm van onderwijs, programma’s voor sociale integratie, en - in voorkomend geval - wettelijke maatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de gemelde gevallen waarbij gebruik wordt gemaakt van surveillancetechnologieën door de regeringen van de lidstaten tegen journalisten, activisten, oppositieleden en leden van de EU-instellingen; herinnert eraan dat het gebruik van spyware strikt evenredig en noodzakelijk moet zijn en dringt er bij de Commissie op aan onverwijld een plan met maatregelen ter voorkoming van misbruik ervan voor te leggen, waarbij ten volle gebruik wordt gemaakt van alle beschikbare wetgevingsmiddelen waarin de Verdragen voorzien, zoals aanbevolen door de commissie PEGA;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van het toenemende gebruik van artificiële intelligentie voor nationale veiligheids- en rechtshandhavingsdoeleinden in de hele EU, en benadrukt de risico’s voor de fundamentele rechten en vrijheden<FOOTNOTE><FIELD>Europol, “AI and policing – The benefits and challenges of artificial intelligence for law enforcement”, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024.</FIELD></FOOTNOTE>; herinnert eraan dat moet worden gezorgd voor solide gegevensbeschermingswaarborgen wanneer lidstaten of nationale autoriteiten gebruikmaken van surveillancesoftware; roept op tot strengere EU-wetgeving om massasurveillance en discriminatie te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>maakt zich zorgen over buitenlandse inmenging in de lidstaten en in kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, onder meer via manipulatie van sociale media en desinformatie door krachten binnen en buiten de Unie om de publieke opinie te beïnvloeden en het democratisch debat te verstoren; benadrukt het belang van transparantie in de algoritmen van platforms, onafhankelijke audits en robuuste mechanismen voor feitencontrole om desinformatie te bestrijden en de democratie te waarborgen; roept grote digitale platforms ertoe op samen te werken met de nationale rechtshandhavingsinstanties teneinde onderzoeken naar illegale onlineactiviteiten te ondersteunen; verzoekt de Commissie en de lidstaten deze ontwikkeling op te volgen en onverwijld uitvoering te geven aan de digitaledienstenverordening en de digitalemarktenverordening, in het bijzonder met betrekking tot zeer grote online platforms; verzoekt de Commissie om meer aandacht te besteden aan desinformatie op onlineplatforms in pijler 3 (pluralisme en mediavrijheid) van haar verslag over de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>benadrukt het feit dat academische vrijheid belangrijk is en een integraal aspect van de rechtsstaat vormt, en dringt er bij de lidstaten op aan universiteiten te beschermen tegen politieke inmenging en institutionele autonomie te waarborgen; moedigt de lidstaten ertoe aan een rechtsstaatcultuur te stimuleren, door middel van bewustmakingscampagnes, voorlichtingsinitiatieven en acties ter bevordering van democratische waarden en beginselen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten te overwegen een proces op gang te brengen dat gericht is op het verbeteren van administratieve procedures en praktijken die hun weerslag hebben op de werking van belangrijke democratische processen en het in acht nemen van checks-and-balances overeenkomstig de gevestigde, gemeenschappelijke beginselen van de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Horizontale aanbevelingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>erkent het verslag van de Commissie over de rechtsstaat als een belangrijk preventief instrument voor het monitoren van de toestand van de rechtsstaat in de hele EU, het faciliteren van de dialoog tussen de lidstaten en het sturen van hervormingen op gebieden zoals de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, corruptiebestrijding, mediavrijheid en andere checks-and-balances;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>erkent dat het verslag van de Commissie over de rechtsstaat vollediger is geworden sinds hiermee werd begonnen in 2020; betreurt echter dat essentiële elementen uit de resolutie van het Parlement van 2016 nog niet zijn uitgevoerd en dat de Commissie geen volledig gevolg heeft gegeven aan de aanbevelingen die het Parlement in zijn eerdere resoluties heeft gedaan; is van mening dat deze aanbevelingen nog steeds gegrond zijn en herhaalt ze; dringt erop aan dat in het jaarverslag belangrijke ontbrekende elementen van de lijst met criteria voor de rechtsstaat van de Commissie van Venetië worden opgenomen, zoals preventie van machtsmisbruik, gelijkheid voor de wet en non-discriminatie; herhaalt zijn standpunt dat het verslag het volledige bereik van de waarden van artikel 2 VEU moet bestrijken, aangezien deze niet los van elkaar kunnen worden gezien; verzoekt de Commissie na te gaan of alle verslagen over de rechtsstaat of de grondrechten, zoals de jaarverslagen over de naleving van het Handvest of het verslag van het FRA, rond dezelfde tijd kunnen worden gepubliceerd, zodat een gelijktijdig algemeen debat over deze kwesties mogelijk wordt; betreurt echter dat, ondanks de toenemende dreiging van desinformatie, propaganda en informatiemanipulatie waarbij de Europese democratie een doelwit is, een soortgelijk proces van peer review tussen lidstaten onderling, ter ondersteuning van het werk van het OVSE-Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten, nog niet in overweging is genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>verzoekt de Commissie de reikwijdte van het verslag volgend jaar uit te breiden; dringt erop aan dat het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2025 de volledige draagwijdte van artikel 2 VEU bestrijkt en ruimere indicatoren omvat, zoals de onafhankelijkheid van de media, de rol van het maatschappelijk middenveld, de grondrechten, academische en artistieke vrijheid, gendergelijkheid, de bescherming van minderheden en kwetsbare groepen, eerbiediging van het internationaal recht, vrije en eerlijke verkiezingen en de werking van democratische instellingen, teneinde een vollediger beeld te krijgen van de rechtsstaatnormen in de hele EU en in kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>verzoekt de Commissie de criteria bekend te maken die zij tijdens het proces van de rapportage over de rechtsstaat hanteert om informatie van het maatschappelijk middenveld, internationale instanties, nationale autoriteiten en andere belanghebbenden te selecteren; herhaalt, in het licht van het intrinsieke verband tussen de grondrechten en de rechtsstaat, zijn oproep aan de Commissie om het FRA te verzoeken methodologisch advies te verstrekken en vergelijkend onderzoek uit te voeren, zodat cruciale onderwerpen van het jaarverslag gedetailleerder kunnen worden beschreven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>spoort de Commissie aan duidelijker taal en transparante beoordelingsregels te gebruiken bij de beoordeling van de naleving van de in artikel 2 VEU verankerde waarden; herhaalt zijn oproep aan de Commissie om een duidelijk onderscheid te maken tussen systemische en geïsoleerde schendingen van de rechtsstaat in de lidstaten, om te voorkomen dat de ernstigste schendingen van de rechtsstaat worden gebagatelliseerd, en om duidelijk te maken dat wanneer de waarden van artikel 2 VEU gedurende een bepaalde periode systematisch, opzettelijk en ernstig worden geschonden, lidstaten mogelijk niet voldoen aan alle criteria die een democratie definiëren; geeft aan dat de aanbevelingen beter moeten aansluiten bij negatieve bevindingen in het verslag en dat zij gedetailleerder moeten zijn; is van mening dat de beoordeling van de opvolging van de eerdere aanbevelingen nauwkeuriger en kwalitatiever moet zijn, en niet alleen gebaseerd mag worden op wetswijzigingen, maar ook op reëel en onafhankelijk bewijs van de uitvoering ervan in de praktijk; verzoekt de Commissie ter plaatse bezoeken af te leggen en beoordelingen te maken op basis van concrete en onafhankelijke gegevens over de uitvoering in de praktijk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>waarschuwt dat wanneer monitoring niet wordt gekoppeld aan concrete gevolgen, het risico bestaat dat het rapport aan relevantie in de lidstaten inboet; roept op tot meer aandacht voor de opvolging van landspecifieke aanbevelingen, met tijdschema’s en meetbare benchmarks, waarbij waar relevant wordt verwezen naar bestaande adviezen van internationale organen (bijvoorbeeld de Commissie van Venetië van de Raad van Europa, speciale rapporteurs van de VN) of relevante rechterlijke uitspraken (onder meer van het EHRM); verzoekt de Commissie de mogelijke gevolgen van niet-naleving nader toe te lichten, onder meer door te verwijzen naar specifieke instrumenten uit de toolbox, waaronder begrotingsinstrumenten en financieringsvoorwaarden; is van mening dat bepaalde schendingen van de waarden onmiddellijke handhavingsmaatregelen vereisen en dat voor andere schendingen de aanbevelingen dringend moeten worden opgevolgd; dringt er bij de lidstaten op aan opvolging te geven aan de aanbevelingen uit eerdere verslagen en prijst de lidstaten die deze aanbevelingen niet alleen hebben opgevolgd, maar ook verder zijn gegaan dan de vastgestelde normen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>merkt op dat het moment van publicatie van het verslag over de rechtsstaat in juli niet bijdraagt aan het creëren van voldoende zichtbaarheid en haaks staat op het doel dat met het verslag wordt nagestreefd, namelijk het genereren van een breed debat over de bevindingen in het verslag; verzoekt de Commissie na te denken over een ander moment van publicatie en extra inspanningen te leveren om haar bevindingen in alle lidstaten grotere bekendheid te geven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>herinnert eraan dat besluiten die al dan niet worden genomen door de EU-instellingen, vaak van invloed zijn op de situatie op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten; uit kritiek op het feit dat de status van de rechtsstaat bij de EU-instellingen buiten het toepassingsgebied van het verslag van de Commissie over de rechtsstaat 2024 blijft; verzoekt om in het verslag over de rechtsstaat 2025 van de Commissie een hoofdstuk op te nemen over de naleving van rechtsstaatnormen door de EU, op basis van een onafhankelijk toetsingsmechanisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>stelt een alomvattend interinstitutioneel mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en de grondrechten voor, dat alle in artikel 2 VEU genoemde waarden omvat en waarbij alle EU-instellingen, lidstaten en kandidaat-lidstaten worden betrokken, teneinde de uniformiteit te bevorderen; benadrukt dat volledige onafhankelijkheid en objectiviteit moet worden betracht bij de samenstelling en werking van dit orgaan, en dat het mandaat ervan specifiek moet worden afgestemd op het aanpakken van uitdagingen op het gebied van de rechtsstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>is van oordeel dat de interinstitutionele dialoog en de samenwerking met betrekking tot de rechtsstaat op EU-niveau moeten worden versterkt; betreurt het dat de Commissie en de Raad tot dusver afwijzend hebben gereageerd op het aanbod van het Parlement om een interinstitutioneel akkoord over de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten te sluiten; bevestigt opnieuw zijn bereidheid om de besprekingen over dit akkoord te hervatten; verzoekt de andere instellingen in de tussentijd ten minste onderzoek te doen naar mogelijke verdere samenwerking in het kader van het voorgestelde interinstitutionele proefproject inzake de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten, dat zou kunnen helpen om op praktische wijze vertrouwen tussen de instellingen op te bouwen, met name door het delen van praktijken met betrekking tot monitoring, dialogen en vergaderingen; verzoekt de Raad zijn dialoog over de rechtsstaat inclusiever te maken door daarvoor ook andere partijen, zoals de Commissie van Venetië, de commissaris voor mensenrechten, en vertegenwoordigers van het Parlement, uit te nodigen; is van oordeel dat de dialoog van de Raad over de rechtsstaat interactiever moet worden, met systematische terugkoppeling; roept de lidstaten op om te investeren in een goede voorbereiding van deze dialoog; beklemtoont dat meer transparantie de dialoog over de rechtsstaat binnen de Unie zou verbeteren en verzoekt de Raad derhalve om gedetailleerde openbare conclusies beschikbaar te stellen; verzoekt de Raad om samen met de nationale parlementen voor meer democratisch toezicht op de naleving - door de lidstaten - van de rechtsstaatnormen van de EU te zorgen; benadrukt dat het verslag over de rechtsstaat op bewijzen moet stoelen, objectief moet zijn, betrekking moet hebben op de lidstaten en de EU-instellingen, en zowel preventieve als corrigerende maatregelen moet omvatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat noodmaatregelen die in reactie op crisissen (zoals pandemieën en veiligheidsdreigingen) worden genomen, onderworpen zijn aan regulier parlementair toezicht en rechterlijke toetsing, en in de tijd beperkt en evenredig zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>is van oordeel dat de samenwerking tussen de EU en internationale organisaties zoals de Raad van Europa, de OVSE en de VN op het gebied van het bevorderen en verdedigen van de democratie, de rechtsstaat, de fundamentele vrijheden en de mensenrechten, inclusief de rechten van minderheden, moet worden versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>moedigt de lidstaten aan alomvattende programma’s voor burgerschapsvorming te ontwikkelen en uit te voeren die het begrip van democratische instellingen, de rechtsstaat en de grondrechten onder burgers van alle leeftijden bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>betreurt het dat de Commissie geen gehoor heeft gegeven aan een groot aantal van de herhaalde verzoeken van het Parlement in verband met haar verslagen over de rechtsstaat; verzoekt de Commissie uiterlijk 31 december 2025 mee te delen welke verzoeken van het Parlement in verband met haar verslagen over de rechtsstaat sinds 2021 zij zal implementeren en welke niet, en waarom;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>juicht het toe dat in het verslag over de rechtsstaat van de Commissie nu ook aandacht wordt besteed aan de kandidaat-lidstaten, namelijk Albanië, Montenegro, Noord-Macedonië en Servië, hetgeen het signaal afgeeft dat de fundamentele waarden van de EU niet alleen in de huidige lidstaten moeten worden gerespecteerd, maar ook door toekomstige lidstaten gedurende de toetredingsprocessen; pleit voor een zorgvuldige evaluatie van de rechtsstaat in alle landen die zich in een toetredingsproces bevinden; spoort de Commissie ertoe aan de toetredingslanden concrete aanbevelingen inzake de situatie van de rechtsstaat te doen en de afstemming op het uitbreidingsverslag te waarborgen; verwacht van de Commissie dat zij alle kandidaat-lidstaten opneemt in haar verslag over de rechtsstaat 2025;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten, de Raad van Europa, en de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>