<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0136000</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Elektriciteitsnetten: de ruggengraat van het EU-energiesysteem</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0091/2025 - Rapporteur: Anna Stürgkh)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 19 juni 2025 over elektriciteitsnetten: de ruggengraat van het EU-energiesysteem (2025/2006(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 194,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Europese Commissie van 8 juli 2020 getiteld “Energie voor een klimaatneutrale economie: een EU-strategie voor een geïntegreerd energiesysteem” (COM(2020)0299),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 28 november 2023 getiteld “Netwerken: ontbrekende schakels – EU-actieplan voor netwerken” (COM(2023)0757),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van januari 2025 getiteld “Investment needs of European energy infrastructure to enable a decarbonised economy”<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie – directoraat-generaal Energie, Artelys, LBST, Trinomics, Finesso, A. et al., <STRING ITALIC="on">Investment needs of European energy infrastructure to enable a decarbonised economy – Final report</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2025.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “Actieplan voor betaalbare energie – De werkelijke waarde van onze energie-unie ontsluiten om betaalbare, efficiënte en schone energie voor alle Europeanen te waarborgen (COM(2025)0079),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “De Clean Industrial Deal: Een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie” (COM(2025)0085),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 maart 2025 getiteld “Industrieel actieplan voor de Europese automobielsector” (COM(2025)0095),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1153 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot vaststelling van de Connecting Europe Facility en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1316/2013 en (EU) nr. 283/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 249 van 14.7.2021, blz. 38, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1153/oj.</STRING></FIELD></FOOTNOTE> (de CEF-Verordening),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/869 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende richtsnoeren voor trans-Europese energie-infrastructuur, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2009, (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943, en Richtlijnen 2009/73/EG en (EU) 2019/944, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 347/2013<FOOTNOTE><FIELD>PB L 152 van 3.6.2022, blz. 45, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2022/869/oj.</STRING></FIELD></FOOTNOTE> (de TEN-E-verordening),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU<FOOTNOTE><FIELD>PB L 158 van 14.6.2019, blz. 125, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2019/944/oj.</STRING></FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit<FOOTNOTE><FIELD>PB L 158 van 14.6.2019, blz. 54, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2019/943/oj.</STRING></FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2023/2413, 31.10.2023, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2023/2413/oj.</STRING></FIELD></FOOTNOTE> van de Raad (de richtlijn hernieuwbare energie),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1275, 8.5.2024, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1275/oj.</STRING></FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>Richtlijn (EU) 2024/1711 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2018/2001 en (EU) 2019/944 wat betreft het verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie,<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1711, 26.6.2024, <STRING UNDERLINE="on">ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1711/oj.</STRING></FIELD></FOOTNOTE></P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1747 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943 wat betreft het verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1747, 26.6.2024, <STRING UNDERLINE="on">ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1747/oj.</STRING></FIELD></FOOTNOTE> (EMD-verordening),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1, ELI:<STRING UNDERLINE="on"> http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1999/oj.</STRING></FIELD></FOOTNOTE>, die de interconnectiestreefcijfers voor elektriciteit weergeeft,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad over “Bevordering van duurzame elektriciteitsnetinfrastructuur”, die de Raad Vervoer, Telecommunicatie en Energie tijdens zijn zitting van 30 mei 2024 heeft goedgekeurd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 juli 2020 over een alomvattende Europese benadering van energieopslag<FOOTNOTE><FIELD>PB C 371 van 15.9.2021, blz. 58.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 mei 2021 over een Europese strategie inzake geïntegreerde energiesystemen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 15 van 12.1.2022, blz. 45.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Agentschap van de Europese Unie voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) van januari 2023 getiteld “Electricity Transmission and Distribution Tariff Methodologies in Europe”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van ACER van 19 december 2023 getiteld “Demand response and other distributed energy resources: what barriers are holding them back”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit (ENTSB-E) van april 2025 getiteld “Bidding Zone Review of the 2025 Target Year”<FOOTNOTE><FIELD>Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit (ENTSB-E), “Bidding Zone Review of the 2025 Target Year”, april 2025, https://eepublicdownloads.blob.core.windows.net/public-cdn-container/clean-documents/Network%20codes%20documents/NC%20CACM/BZR/2025/Bidding_Zone_Review_of_the_2025_Target_Year.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A10-0091/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat elektriciteitsnetten van essentieel belang zijn voor de Unie om haar transitie naar schone energie te verwezenlijken en hernieuwbare energie te leveren en tegelijkertijd economische groei en welvaart te ondersteunen; overwegende dat inefficiënties en een gebrek aan volledige integratie nadelige gevolgen hebben voor de energieprijzen voor consumenten en bedrijven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat in het licht van de toenemende vraag naar elektriciteit aanzienlijke investeringen en upgrades nodig zijn, samen met regelgevend toezicht, om de grensoverschrijdende en nationale transmissiecapaciteit te vergroten en de infrastructuur te moderniseren, met het oog op een koolstofvrij, flexibel, meer gedecentraliseerd, gedigitaliseerd en veerkrachtig elektriciteitssysteem;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat slechte connectiviteit en knelpunten op het net tot de belangrijkste redenen behoren waarom de EU niet ten volle kan profiteren van de aanzienlijke geïnstalleerde capaciteit op het gebied van wind- en zonne-energie, om daarmee betaalbare prijzen te waarborgen voor huishoudens en industrie; overwegende dat het ontbreken van sterke interconnectie tussen regio’s met verschillende natuurlijke en klimatologische kenmerken in sommige regio’s tot overproductie van energie en administratieve beperking van de productie van hernieuwbare energie leidt, terwijl andere regio’s met een ontoereikend aanbod en hoge prijzen kampen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat transmissiesysteembeheerders (TSB’s) van essentieel belang zijn voor de integratie van hernieuwbare offshore-energie in het EU-net, met name voor die welke met meer dan één markt zijn verbonden; overwegende dat, indien TSB’s er niet in slagen de overeengekomen netcapaciteit te leveren, aan ontwikkelaars een schadevergoeding moet worden betaald voor verloren uitvoercapaciteit, die gefinancierd moet worden met congestie-ontvangsten; overwegende dat deze schadevergoeding eerlijk onder de TSB’s moet worden verdeeld en in overeenstemming moet zijn met de beginselen van non-discriminatie en het maximaliseren van de grensoverschrijdende handel; overwegende dat dit onderstreept dat het belangrijk is te zorgen voor een goed functionerende interconnector-backbone, aangezien verstoringen van de interconnectorcapaciteit tot kosten kunnen leiden, zowel voor producenten als voor TSB’s;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat Europa zijn decarbonisatiedoelstellingen alleen kan realiseren als er sprake is van een gecoördineerde, pan-Europese aanpak van de planning van elektriciteitssystemen, waarbij grenzen, sectoren en regio’s met elkaar worden verbonden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de planning van elektriciteitstransmissie- en -distributienetwerken moet worden gecoördineerd om de doeltreffende ontwikkeling van het EU-elektriciteitssysteem te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het elektriciteitsnet van de EU is aangelegd voor een twintigste-eeuwse economie, met gecentraliseerde elektriciteitsopwekking op basis van fossiele brandstoffen, en moet worden gemoderniseerd om te voldoen aan de eisen van een gedigitaliseerde economie met hogere niveaus van elektrificatie en een groter aandeel gedecentraliseerde en variabele hernieuwbare energiebronnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat grensoverschrijdende interconnectoren en infrastructuur voor transmissie- en distributienetwerken van cruciaal belang zijn voor de integratie van hernieuwbare energiebronnen, het verlagen van de kosten voor Europese consumenten en het vergroten van de energievoorzieningszekerheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat netwerkprojecten op distributieniveau reeds in aanmerking komen voor financiering in het kader van de Connecting Europe Facility – Energie (CEF-E); overwegende dat echter slechts een klein deel is toegewezen aan distributienetten in het kader van de meest recente lijst van projecten van gemeenschappelijk belang (PGB); overwegende dat de CEF-E beter de rol moet weerspiegelen die distributienetten spelen bij de verwezenlijking van de energie- en klimaatdoelstellingen van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat volgens berekeningen van het ENTSB-E grensoverschrijdende investeringen in elektriciteit a rato van 13 miljard EUR per jaar tot 2050 de systeemkosten met 23 miljard EUR per jaar zouden verlagen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het energie-efficiëntie-eerstbeginsel een fundamenteel beginsel van het energiebeleid van de EU is en juridisch bindend is; merkt op dat een correcte toepassing van dit beginsel het energieverbruik aanzienlijk zal verminderen, waardoor de behoefte aan investeringen in elektriciteitsnetten en interconnectoren zal afnemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het in evenwicht houden van de EU-energiebeleidsdriehoek van duurzaamheid, voorzieningszekerheid en betaalbaarheid van cruciaal belang is voor een succesvolle energietransitie en voor een betrouwbaar Europees energiesysteem;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat netwerkplanning een langetermijnproces is dat nauw verband houdt met de stabiliteit van investeringen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de flexibiliteitsbehoeften van het elektriciteitssysteem naar verwachting tegen 2030 zullen verdubbelen door het toegenomen aandeel hernieuwbare energie; overwegende dat flexibiliteit aan de vraagzijde daarom van cruciaal belang is voor de stabiliteit van het net; overwegende dat individuele burgers, bedrijven en gemeenschappen die actief zijn op de elektriciteitsmarkt netten tal van voordelen kunnen opleveren, zoals een grotere systeemefficiëntie, veerkracht, optimalisering van investeringen, een betere maatschappelijke acceptatie en lagere energiekosten; overwegende dat ernstige vertragingen en inconsistenties bij de uitvoering van bestaande EU-bepalingen inzake energie voor burgers, flexibiliteit van de vraag en slimmenetwerkactiviteiten een punt van zorg blijven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat door recycling weliswaar wordt voldaan aan 40 tot 55 % van de Europese behoefte aan aluminium en koper, maar dat bijkomende maatregelen moeten worden overwogen om de recyclingcapaciteit uit te breiden en de afvalinzameling en de efficiëntie van de toeleveringsketen te verbeteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat in de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger getiteld “EU-actieplan inzake kabelbeveiliging” wordt benadrukt dat het belangrijk is om voor reserveonderdelen voor kabels voorzieningszekerheid te waarborgen en om van essentiële materialen en apparatuur voorraden aan te leggen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de uitval van het elektriciteitssysteem op het Iberisch schiereiland en delen van Frankrijk op 28 april 2025 onder andere heeft aangetoond dat het belangrijk is de veerkracht van het energienet te vergroten door ervoor te zorgen dat het te allen tijde goed onderhouden, naar behoren beschermd en evenwichtig is, onder meer door middel van flexibele systeemdiensten en betere grensoverschrijdende interconnecties, om in geval van systeemfalen een flexibel herstel mogelijk te maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de systeembeheerders op nationaal en regionaal niveau grote verantwoordelijkheden dragen, met name op het gebied van de continuïteit van de energievoorziening; overwegende dat alle taken van regelgevende aard moeten worden uitgevoerd door regelgevende agentschappen die handelen in het algemeen belang; overwegende dat, naast deze verantwoordelijkheden, een grotere rol voor regelgevers en ACER in de planningsprocessen echter kan bijdragen tot het aanpakken van tekortkomingen, zoals de netplanning in het kader van het huidige 10-jarige netontwikkelingsplan van ENTSB-E (TYNDP), zoals vastgesteld in het netmonitoringverslag; overwegende dat, rekening houdend met de verantwoordelijkheden van de TSB’s bij het opstellen van deze scenario’s, de vroegtijdige betrokkenheid van ACER bij het opstelproces ertoe kan bijdragen dat de richtsnoeren voor het opstellen van de scenario’s worden gevolgd als voorgeschreven in de TEN-E-verordening;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de ontwikkeling van interconnectie zal bijdragen tot de verdere integratie van de elektriciteitsmarkt van de EU, waardoor niet alleen de flexibiliteit en veerkracht van het systeem worden vergroot, maar ook schaalvoordelen bij de productie van hernieuwbare elektriciteit worden ontsloten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat het aantal werknemers in de energiesector met 50 % zal moeten toenemen om de vereiste technologieën op het gebied van hernieuwbare energie, netten en energie-efficiëntie uit te rollen<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie van 5 maart 2025 getiteld “De vaardigheidsunie” (COM(2025)0090).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) de ruggengraat vormen van de economie, het ondernemerschap en de innovatie in de EU, waarbij zij goed zijn voor 99 % van de bedrijven, banen bieden aan meer dan 85 miljoen EU-burgers en meer dan 58 % van het bbp van de EU genereren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat het creëren van meer gedecentraliseerde elektriciteitsopwekking en vraagsturing belangrijk is ter vermindering van de afhankelijkheid van gecentraliseerde productie, die gemakkelijk het doelwit kan zijn van fysieke of cyberdreigingen, of in het gedrang kan komen door klimaatgerelateerde gebeurtenissen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verzoekt de lidstaten de capaciteit van hun elektriciteitsnet grondig te onderzoeken, optimaliseren, moderniseren en uit te breiden, ook wat transmissie en distributie betreft, beschouwt elektriciteitsnetten als het centrale element in de transitie van de EU naar een concurrerende nettonuleconomie tegen 2050, waardoor technologieën voor grote hoeveelheden variabele hernieuwbare energie en/of een evoluerende vraag als gevolg van hogere niveaus van elektrificatie en de vooruitgang van digitale technologieën kunnen worden opgevangen; wijst op het prerogatief van de lidstaten om hun eigen energiemix te bepalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie, de lidstaten, ACER en de EU-DSB-entiteit<FOOTNOTE><FIELD>De EU-DSB-entiteit is de Vereniging van distributiesysteembeheerders (DSB’s), een orgaan van technische deskundigen dat op grond van de elektriciteitsmarktverordening (Verordening (EU)2019/943) gemachtigd is om de werking van de elektriciteitsmarkt te bevorderen en de energietransitie te vergemakkelijken.</FIELD></FOOTNOTE> en het ENTSB-E<FOOTNOTE><FIELD>Het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit (ENTSB-E) is de vereniging voor de samenwerking tussen Europese transmissiesysteembeheerders (TSB’s).</FIELD></FOOTNOTE> de maatregelen van het EU-actieplan voor netwerken, het actieplan voor betaalbare energie, de hervorming van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de EU en de richtlijn hernieuwbare energie onverwijld uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>wijst erop dat de voltooiing van de integratie van de EU-energiemarkt jaarlijks tot 40 miljard EUR zal besparen en dat een toename van de grensoverschrijdende handel in elektriciteit met 50 % het jaarlijkse bbp van de Unie met 0,1 % kan doen stijgen<FOOTNOTE><FIELD>Internationaal Monetair Fonds (IMF), IMF Staff Background Note on EU Energy Market Integration, 16 januari 2025, zoals opgenomen in de achtergrondnota van de Raad van 17 januari 2025 getiteld “Background Note on EU Energy Market Integration” (https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-5438-2025-INIT/en/pdf).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De belangrijke rol van elektriciteitsnetten bij de Europese energietransitie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>is ingenomen met de mededeling van de Commissie over netwerken<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie van 28 november 2023 getiteld “Netwerken: ontbrekende schakels – EU-actieplan voor netwerken” (COM(2023)0757).</FIELD></FOOTNOTE>; onderstreept dat het elektriciteitsverbruik tegen 2030 naar verwachting met 60 % zal toenemen, dat het steeds belangrijker wordt een groot aandeel variabele hernieuwbare energie in het net te integreren, en dat netten moeten worden aangepast aan een meer gedecentraliseerd, gedigitaliseerd en flexibel elektriciteitssysteem, waarbij systeemactiviteiten moet worden geoptimaliseerd en volledig gebruikgemaakt moet worden van lokale flexibiliteitsmiddelen, vraagsturing en energieopslagoplossingen om de groothandelsmarkten aan te vullen en de veerkracht van het net te vergroten, wat zou leiden tot een extra grensoverschrijdende capaciteit van 23 GW tegen 2025 en nog eens 64 GW tegen 2030; merkt op dat meer dan 40 % van de distributienetten van de Unie ouder is dan veertig jaar en moet worden gemoderniseerd<FOOTNOTE><FIELD>Ibidem.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>herhaalt dat de Unie tegen 2030 tussen 375 en 425 miljard EUR moet investeren in distributienetten en in totaal 584 miljard EUR in elektriciteitstransmissie- en -distributienetten<FOOTNOTE><FIELD>Ibidem.</FIELD></FOOTNOTE>, met onder meer grensoverschrijdende interconnectoren en de aanpassing van de distributienetten aan de energietransitie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de kosten voor het beheer van de congestie van het elektriciteitstransmissienet in de EU in 2023 4,2 miljard EUR bedroegen<FOOTNOTE><FIELD>Markttoezichtverslag ACER 2024, “Transmission capacities for cross-zonal trade of electricity and congestion management in the EU”, 3 juli 2024.</FIELD></FOOTNOTE> en zat zij blijven stijgen, en dat beperkingen een belemmering vormen voor het vergroten van het aandeel hernieuwbare energiebronnen; merkt op dat dit cijfer geen betrekking heeft op het elektriciteitsdistributienet; benadrukt dat in 2023 de hernieuwbare elektriciteit in verschillende lidstaten met bijna 30 TWh werd beperkt wegens ontoereikende netcapaciteit; wijst voorts op de sterke stijging van het jaarlijks aantal uren met negatieve elektriciteitsprijzen, van 154 in 2018 tot 1 031 in september 2024<FOOTNOTE><FIELD>Markttoezichtverslag ACER 2024, “Key developments in EU electricity wholesale markets”, 20 maart 2024.</FIELD></FOOTNOTE>, vooral door netcongestie aan de grenzen en een gebrek aan voldoende opslag, flexibiliteit en vraagsturing op de elektriciteitsmarkt om het variabele aanbod van hernieuwbare elektriciteit tijdelijk af te stemmen op de elektriciteitsvraag; benadrukt dat een aanpak van deze kwesties kan helpen het voorzieningsoverschot op te vangen, met maximale gebruikmaking van de bestaande netinfrastuctuur, maar dat de bestaande markt- en regelgevingskaders vaak onvoldoende stimulansen bieden om dit te realiseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat het elektriciteitsnet van de EU moet worden gemoderniseerd en uitgebreid, naast een snelle uitrol van de grote hoeveelheden variabele hernieuwbare energie die nodig zijn om de doelstellingen op dit gebied te halen, en dat het uitblijven hiervan heeft geleid en zal blijven leiden tot hoge niveaus van dispatch-down (instructies om de output te verminderen); is van mening dat de dispatch-down van hernieuwbare energie, die wordt veroorzaakt door netcongestie en beperkingen, een onaanvaardbare verspilling is van hoogwaardige hernieuwbare elektriciteit en geld; verzoekt de Commissie in het kader van haar komende pakket Europese netwerken een EU-strategie vast te stellen om de dispatch-down van hernieuwbare elektriciteit aanzienlijk te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>wijst op de rol van slimme netten bij het verbeteren van het congestiebeheer en het optimaliseren van de elektriciteitsdistributie van hernieuwbare energie; benadrukt de bijdrage die zij leveren aan netwerkflexibiliteit door het integreren van digitale instrumenten die vraagsturing en collectief zelfverbruik vergemakkelijken; onderstreept dat een beter netbeheer de energieweerbaarheid vergroot, beperkingen vermindert en de voorziening veiligstelt in perioden met een piek in de vraag;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de infrastructuur van het elektriciteitsnet een prioriteit is voor de verwezenlijking van de strategische autonomie en de klimaat- en energiedoelstellingen van de EU; neemt kennis van de toezegging in het kader van de Clean Industrial Deal om elektrificatie tot stand te brengen met een kernprestatie-indicator van 32 % elektrificatie in de hele economie tegen 2030, hetgeen een aanzienlijke en voortdurende actualisering en uitrol van netwerken vereist; betreurt het feit dat vertragingen bij de verwerking van aanvragen van aansluiting op het net leiden tot een langzamer tempo van de elektrificatie, zelfs in lidstaten waar de productie uit hernieuwbare energiebronnen snel toeneemt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>wijst met name op de cruciale rol die energiegemeenschappen kunnen spelen bij de ondersteuning van lokale economieën; betreurt het feit dat energiegemeenschappen en kleinere exploitanten te maken hebben met onevenredige belemmeringen voor de toegang tot het net en tot netfinanciering als gevolg van regelgevingsbelemmeringen en beperkingen op het gebied van hulpbronnen; verzoekt de lidstaten die in dit verband achterlopen daarom de bepalingen van het pakket schone energie, de “Fit for 55” -richtlijn en de richtlijn hernieuwbare energie volledig uit te voeren en burgers, gemeenten, kmo’s en bedrijven in staat te stellen actief deel te nemen aan de elektriciteitsmarkt, met name door faciliterende kaders voor hernieuwbare-energiegemeenschappen te ontwikkelen en regelingen voor het delen van energie te bevorderen; dringt aan op netgerelateerde financiering op EU- en nationaal niveau om rekening te houden met de specifieke behoeften van projecten die door energiegemeenschappen worden bevorderd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Regelgevingssituatie en uitdagingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>is ervan overtuigd dat stabiliteit van de regelgeving een essentiële voorwaarde is voor het aantrekken van particuliere investeringen in het elektriciteitsnet en, indien haalbaar, het mogelijk maken van betaalbare elektrificatie van de economie van de EU, en herhaalt dat reeds vastgestelde wetgeving moet worden uitgevoerd alvorens mogelijke nieuwe herzieningen te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>onderstreept het feit dat geïntegreerde netwerkplanning in alle sectoren op lokaal, regionaal, nationaal en EU-niveau zal leiden tot een grotere systeemefficiëntie en lagere kosten; verzoekt de Commissie en de lidstaten daarom te werken aan geïntegreerde planning en ervoor te zorgen dat de ontwikkelingsplannen voor het elektriciteitsnet worden afgestemd op de nationale energie- en klimaatplannen voor 2021-2030, voor alle spanningsniveaus; merkt op dat een versterkt governancekader ervoor zou helpen zorgen dat de netontwikkelingsplannen en de beleidsdoelstellingen op nationaal en EU-niveau op elkaar zijn afgestemd; erkent dat de lidstaten weliswaar verplicht zijn verslag uit te brengen over hun bijdragen aan de EU-doelstellingen via de nationale energie- en klimaatplannen, maar dat er momenteel geen gelijkwaardige verplichting voor TSB’s bestaat om systematisch verslag uit te brengen op EU-niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>onderstreept dat de TEN-E-verordening en de projecten van gemeenschappelijk belang (PGB’s) en projecten van wederzijds belang (PWB’s) krachtige instrumenten zijn voor de ontwikkeling van de grensoverschrijdende energie-infrastructuur van de Unie; betreurt de tekortkomingen in het huidige TYNDP voor de Europese elektriciteitsinfrastructuur, waardoor de investeringsbelangen achterblijven bij de grensoverschrijdende behoeften<FOOTNOTE><FIELD>Markttoezichtverslag ACER 2024, “Electricity Infrastructure development to support a competitive and sustainable energy system”, 16 december 2024, blz. 17.</FIELD></FOOTNOTE> en het potentieel voor grensoverschrijdende en sectoroverschrijdende besparingen bij de netplanning niet ten volle wordt benut<FOOTNOTE><FIELD>Ibidem.</FIELD></FOOTNOTE>; betreurt voorts de vertragingen bij de voltooiing van PGB’s; verzoekt de Commissie met klem een meer gecoördineerde, sectoroverschrijdende planning voor de lange termijn in te voeren om de gerelateerde besparingen en voordelen in de hele EU te realiseren; benadrukt dat met een dergelijke gecoördineerde planning de kostendeling voor infrastructuur tussen de lidstaten beter zou kunnen worden onderbouwd; merkt op dat het op grond van de TEN-E-verordening weliswaar ook voor projecten voor slimme elektriciteitsnetten met een grensoverschrijdend effect die geen fysieke grens overschrijden, mogelijk is om PGB-status te verkrijgen, maar dat de PGB-lijst in 2023 slechts vijf van dergelijke projecten bevatte; is er dan ook sterk van overtuigd dat de PGB-procedure moet worden verbeterd, vereenvoudigd en gestroomlijnd met het oog op meer duidelijkheid en transparantie; verzoekt de lidstaten de PGB’s volledig af te werken; verzoekt de Commissie snel een gerichte herziening van de TEN-E-verordening voor te stellen om 1) een robuuste planningsprocedure in te voeren waarbij de verantwoordelijkheden van systeembeheerders worden gecombineerd met een grotere rol voor ACER door ACER het recht te geven om wijzigingen te vragen van de scenario’s en het TYNDP, 2) ervoor te zorgen dat scenario’s worden opgesteld overeenkomstig de decarbonisatieagenda en betere toegang bieden voor projecten voor slimme elektriciteitsnetten, en 3) een vereenvoudigde aanvraagprocedure in te voeren voor kleine en middelgrote distributiesysteembeheerders (DSB’s);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat netwerkplanning een langetermijnproces is dat nauw verband houdt met de stabiliteit van investeringen; stelt daarom voor de termijn voor netontwikkelingsplannen te verlengen tot twintig jaar; benadrukt dat investeringen in netwerken dringend noodzakelijk zijn in het kader van de EU-agenda voor het concurrentievermogen en niet mogen worden uitgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt bovendien op dat de EU voort sterke elektriciteitsverbindingen zal blijven hebben met buurlanden en is daarom van mening dat de Commissie de samenwerking met de buurlanden moet versterken door middel van PWB’s met derde landen, zoals bepaald in de TEN-E-verordening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt met klem dat de CEF-E een cruciaal instrument is gebleken voor de medefinanciering van grensoverschrijdende energie-infrastructuur en dringt aan op de voortzetting ervan; is ingenomen met de opneming van projecten voor offshore-elektriciteitsnetten in de meest recente toewijzing van subsidies door de Commissie in het kader van de CEF-E;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is van mening dat het gebrek aan gedetailleerde, betrouwbare en vergelijkbare gegevens over de nationale en EU-netplanning een belemmering vormt voor efficiëntere netten; verzoekt de lidstaten daarom de desbetreffende bepalingen in de elektriciteitsrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU (PB L 158 van 14.6.2019, blz. 125, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2019/944/oj).</STRING></FIELD></FOOTNOTE>, met name artikel 32, grondig ten uitvoer te leggen en kleinere DSB’s aan te moedigen de bepaling van dit artikel toe te passen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is ingenomen met het verslag van de EU-DSB-entiteit getiteld “DSO Entity’s identified good practices on Distribution Network Development Plans”<FOOTNOTE><FIELD>EU-DSB-entiteit, “DSO Entity’s identified good practices on Distribution Network Development Plans”, 1 juli 2024.</FIELD></FOOTNOTE> (DNDP’s), waarin de lidstaten worden opgeroepen in hun DNDP’s kosten-batenanalyses op te nemen, teneinde investeringsmogelijkheden te evalueren; dringt er bij de Commissie op aan om op basis van dit verslag, in samenwerking met de EU-DSB-entiteit, richtsnoeren op te stellen om de nationale ontwikkelingsplanning voor distributienetten te harmoniseren en transparanter te maken, een Europees overzicht van de DNDP’s te publiceren en alle transmissie- en distributiesysteembeheerders te verplichten energieregulators de nodige gegevens te verstrekken over hun huidige en toekomstige netwerkhostingcapaciteit en netplanning, zodat energieregulators de netplanning naar behoren kunnen controleren; verzoekt de lidstaten uitvoering te geven aan artikel 31, lid 3, van Richtlijn (EU) 2024/1711, op grond waarvan netbeheerders informatie moeten publiceren over de capaciteit die in hun exploitatiegebied beschikbaar is, teneinde transparantie te waarborgen en belanghebbenden in staat te stellen met kennis van zaken investeringsbeslissingen te nemen; verzoekt de Commissie een centraal onlineregister te ontwikkelen voor alle transmissieplannen en DNDP’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>wijst op het aanzienlijke risico van beperkingen voor de levensvatbaarheid van investeringen in hernieuwbare energie, met name gezien het feit dat veel lidstaten marktdeelnemers niet voor beperkte elektriciteitsvolumes compenseren, ondanks de vereisten in de artikelen 12 en 13 van Verordening (EU) 2019/943; betreurt het gebrek aan transparantie, beschikbaarheid en gegevensgranulariteit met betrekking tot beperkingen van de volumes hernieuwbare energie en de kosten van congestiebeheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat het waardevol is duidelijke maatstaven in te voeren om te meten of de EU op schema ligt om de uitbreiding en versterking van het net te realiseren die nodig is om haar doelstellingen voor 2050 te halen; merkt op dat dergelijke maatstaven onder meer betrekking kunnen hebben op de vermindering van de beperking van hernieuwbare energie, lagere kosten voor netontwikkeling ten opzichte van de geleverde capaciteit, een toename van het efficiënte gebruik van bestaande infrastructuur, een vermindering van verliezen en een lagere grondstoffenintensiteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>neemt kennis van het werk dat het ENTSB-E en de EU-DSB-entiteit hebben verricht met betrekking tot geharmoniseerde definities van beschikbare nethostingcapaciteit voor systeembeheerders en het opstellen van een overzicht daarvan voor de hele Unie; is van mening dat de nationale regelgevende instanties (NRI’s) voordeel kunnen hebben bij duidelijke wettelijke bepalingen over de wijze waarop de lidstaten voor netaansluitingen prioriteiten kunnen vaststellen, om komaf te maken met het beginsel “wie het eerst komt, het eerst maalt”; verzoekt de Commissie daarom artikel 6 van Richtlijn (EU) 2019/944 betreffende de interne markt voor elektriciteit te wijzigen, als onderdeel van de evaluatie van de uitvoering die de Commissie uiterlijk op 31 december 2025 moet voltooien, om transparante criteria voor prioritaire aansluiting in te voeren die door de lidstaten moeten worden gekozen en nader gedefinieerd, voor 1) de aansluiting van elektriciteitsopwekking, zoals kwaliteit en rijpheid van het project, mate van betrokkenheid, bijdrage aan decarbonisatie en sociale waarde, en 2) de aansluiting van consumenten, zoals kwaliteit en rijpheid van het project, mate van betrokkenheid, bijdrage aan decarbonisatie, algemeen belang of strategische en/of maatschappelijke waarde ervan, en optimalisering van het net; verzoekt de NRI’s en de lidstaten duidelijke prioriteringsregels vast te stellen op basis van hun lokale en nationale kenmerken om komaf te maken met de “wie het eerst komt, het eerst maalt”-aanpak, door aanvragen voor netaansluitingen te ontmoedigen die niet gebaseerd zijn op een degelijk project, die een speculatief karakter hebben of waarbij de projectpromotor niet kan aantonen dat hij voldoende betrokken is bij de verwezenlijking van het project in kwestie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>onderstreept dat verbeterde grensoverschrijdende interconnecties aanzienlijke kostenbesparingen op systeemniveau kunnen opleveren, met jaarlijkse verlagingen van de opwekkingskosten die tot 2040 op 9 miljard EUR worden geraamd, terwijl jaarlijkse investeringen van 6 miljard EUR in grensoverschrijdende infrastructuur en opslagcapaciteit zijn vereist;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>betreurt dat sommige lidstaten de interconnectiedoelstelling van 10 % voor 2020 niet hebben gehaald en dringt er bij hen op aan ernaar te streven het huidige interconnectiestreefcijfer van 15 % voor 2030 te halen, zoals bepaald in Verordening (EU) 2018/1999, aangezien interconnectiecapaciteit van cruciaal belang is voor de werking van de interne elektriciteitsmarkt van de EU en leidt tot aanzienlijke kostenbesparingen op systeemniveau en een verlaging van de opwekkingskosten tot 2040 met 9 miljard EUR per jaar<FOOTNOTE><FIELD>Markttoezichtverslag ACER 2024, “Electricity Infrastructure development to support a competitive and sustainable energy system”, 16 december 2024.</FIELD></FOOTNOTE>; betreurt dat er niets wordt ondernomen in verband met het feit dat er tegen 2030 32 GW aan grensoverschrijdende capaciteit nodig is<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie van 28 november 2023 getiteld “Netwerken: ontbrekende schakels – EU-actieplan voor netwerken” (COM(2023)0757).</FIELD></FOOTNOTE>; betreurt de vertragingen en onzekerheden met betrekking tot verschillende interconnectieprojecten; verzoekt de Commissie daarom uiterlijk in juni 2026 een bindend interconnectiestreefcijfer voor 2036 voor te stellen, op basis van een behoefteanalyse; benadrukt dat er moet worden samengewerkt met lidstaten die niet als host optreden en dat de EU en haar buurlanden bij de onderhandelingen moeten worden betrokken om ervoor te zorgen dat de projecten worden afgerond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat de vergunningsprocedures voor elektriciteitsinfrastructuur moeten worden versneld; benadrukt dat de uitbreiding van het net niet mag worden vertraagd door langdurige vergunningsprocedures of buitensporige rapportagevereisten; is daarom ingenomen met de vooruitgang die is geboekt, door het vaststellen van bepalingen bij de meest recente herziening van de richtlijn hernieuwbare energie, met name artikel 16 septies daarvan, en door het goedkeuren van de noodverordening inzake vergunningen<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2022/2577 van de Raad van 22 december 2022 tot vaststelling van een kader om de inzet van hernieuwbare energie te versnellen (PB L 335 van 29.12.2022, blz. 36, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2577/oj).</STRING></FIELD></FOOTNOTE>, met het versnellen, stroomlijnen en vereenvoudigen van de vergunningsprocedures voor net- en hernieuwbare-energieprojecten, met name door middel van het beginsel van hoger openbaar belang voor netprojecten; merkt echter op dat in sommige lidstaten, ondanks de ambitieuze kaders die op EU-niveau zijn vastgesteld, geen wezenlijke verbetering is opgetreden wat de termijnen voor het vergunnen van projecten betreft; dringt er daarom bij de lidstaten op aan deze maatregelen onverwijld uit te voeren en verzoekt de Commissie nauwlettend toe te zien op de tenuitvoerlegging van de richtlijn hernieuwbare energie en regelmatig te beoordelen of de herziene vergunningsbepalingen toereikend zijn om de doelstellingen van de EU te verwezenlijken; verzoekt de Commissie daarnaast richtsnoeren op te stellen voor de lidstaten om een beginsel van stilzwijgende goedkeuring op te nemen in hun nationale planningssystemen, zoals beschreven in artikel 16 bis van de richtlijn hernieuwbare energie; benadrukt dat een versterking van de administratieve capaciteit, onder meer door een toereikende personeelsbezetting bij de plannings- en vergunningverlenende autoriteiten, de vergunningsprocedures zal versnellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>moedigt de lidstaten aan plannen op te stellen om specifieke infrastructuurgebieden aan te wijzen voor netprojecten, zoals uiteengezet in artikel 15 sexies van de richtlijn hernieuwbare energie; benadrukt dat dergelijke plannen van essentieel belang zijn om rekening te houden met specifieke lokale kenmerken en om de eerbiediging te waarborgen van beschermde gebieden; beklemtoont dat deze plannen nauw moeten worden afgestemd op de aanwijzing van gebieden voor de versnelde uitrol van hernieuwbare energie, om te zorgen voor een gestroomlijnde, efficiënte en geïntegreerde aanpak van de ontwikkeling van energie-infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat documenten vaak moeten worden ingediend op papier; verzoekt de lidstaten processen meer te digitaliseren, om vergunningsprocedures te versnellen; verzoekt de Commissie en de lidstaten alle EU-wetgeving die relevant is voor het verlenen van vergunningen, zoals de richtlijn milieueffectbeoordeling<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (PB L 26 van 28.1.2012, blz. 1, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2011/92/oj).</STRING></FIELD></FOOTNOTE>, te herzien met het oog op de invoering van verplichte vereisten inzake digitale aanvraag, indiening en verwerking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt het feit dat het belangrijk is dat er een publiek draagvlak is en dat het publiek bij de zaak betrokken wordt wanneer er nieuwe netwerkprojecten worden ontwikkeld en verzoekt de Commissie op dit gebied voor de lidstaten een reeks beste praktijken te ontwikkelen; benadrukt dat het van cruciaal belang is op doeltreffende wijze met burgers en gemeenschappen over netprojecten en versterking van het net te communiceren; merkt op dat steun op lokaal niveau kan helpen om de aanleg van kritieke infrastructuur te versnellen en zo de doelstellingen op nationaal en EU-niveau te verwezenlijken; dringt aan op een snelle tenuitvoerlegging van het EU-pact voor samenwerking met de elektriciteitssector en op coördinatie met de nationale ondertekenaars (TSB’s, DSB’s, NRI’s) om vroegtijdige, zinvolle en regelmatige publieksparticipatie in netprojecten te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>dringt aan op de bijeenroeping van een TAIEX-groep<FOOTNOTE><FIELD>TAIEX is het Bureau van de Commissie voor de uitwisseling van informatie over technische bijstand. Het ondersteunt overheidsdiensten bij het omzetten, ten uitvoer leggen en handhaven van EU-wetgeving en faciliteert het delen van beste praktijken in de EU.</FIELD></FOOTNOTE> inzake vergunningen in het kader van het komende pakket Europese netwerken, om de lidstaten te ondersteunen bij het aanpakken van administratieve knelpunten, het vergroten van de regelgevingscapaciteit en het versnellen van de goedkeuring van projecten door het delen van beste praktijken en door middel van grensoverschrijdende coördinatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is ingenomen met de initiatieven die zijn aangekondigd in het kader van het actieplan voor betaalbare energie; beveelt de Commissie aan het “tripartiete contract voor betaalbare energie voor de Europese industrie” uit te breiden naar kleinere energieproducenten, met inbegrip van energiegemeenschappen, kmo’s en bedrijven, om te zorgen voor meer flexibiliteit en een betere vraagsturing, en de resultaten van deze samenwerkingsstructuren te koppelen aan processen voor netplanning op nationaal en EU-niveau, om planning, investeringen en netgebruik van meet af aan te optimaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt dat er verbeteringen nodig zijn aan het kader voor overheidsopdrachten, om de uitdagingen aan te pakken waarmee netbeheerders te maken krijgen op het gebied van de toeleveringsketen; is daarom ingenomen met de mededeling van de Commissie over de Clean Industrial Deal en de aankondiging door de Commissie van een herziening van de richtlijnen inzake overheidsopdrachten<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2014/24/oj).</STRING></FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt het potentieel van overheidsopdrachten voor de verdere ontwikkeling van een sterke industriële toeleveringsketen van de EU voor apparatuur, software en diensten voor elektriciteitsnetten; moedigt de Commissie aan bij openbareaanbestedingsprocedures voor netbeheerders te zorgen voor veerkracht, duurzaamheid en veiligheid; pleit voor meer samenhang in de EU-regelgeving inzake overheidsopdrachten; verzoekt de Commissie de EU-regels inzake overheidsopdrachten aan te passen met het oog op de harmonisering en vereenvoudiging van functionele aanbestedingsspecificaties, teneinde de productiecapaciteit voor netwerkcomponenten op te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is van mening dat adequate standaardisering en gemeenschappelijke technische specificaties noodzakelijk zijn om schaalvoordelen te realiseren en de technologische ontwikkeling te versnellen; is bovendien van mening dat het van essentieel belang is het juiste niveau van standaardisering te waarborgen, zodat de innovatiecapaciteit van fabrikanten niet wordt verminderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>wijst er nogmaals op dat er gekeken moet worden naar nieuwe bedrijfsmodellen voor de samenwerking tussen apparatuurfabrikanten en beheerders, zoals kaderovereenkomsten voor de lange termijn die de overstap aanmoedigen van eenmalige “netprojecten” naar duurzame, gestructureerde “netprogramma’s”, die fabrikanten van nettechnologie meer voorspelbaarheid bieden met betrekking tot hun planning; dringt aan op stroomlijning van de aanbestedingsprocedures voor de levering van netwerkapparatuur en -diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt dat de komende herziening van de richtlijnen inzake overheidsopdrachten het mogelijk zal maken criteria inzake duurzaamheid, veerkracht en Europese preferentie op te nemen in EU-aanbestedingsprocedures voor strategische sectoren, overeenkomstig de bepalingen van artikel 25 van Verordening (EU) 2024/1735<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1735 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (PB L, 2024/1735, 28.6.2024, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1735/oj.</STRING></FIELD></FOOTNOTE>; dringt erop aan dat netten en daaraan gerelateerde technologieën uitdrukkelijk worden erkend als strategische sectoren, om ervoor te zorgen dat zij in aanmerking komen in het raam van het herziene kader; onderstreept dat het versterken van Europese preferentie in aanbestedingsprocedures van essentieel belang is om de afhankelijkheid van de EU van leveranciers uit derde landen te verminderen, de beveiliging van de toeleveringsketen te vergroten en een veerkrachtige industriële basis van de EU te bevorderen die de energietransitie kan ondersteunen; is ingenomen met de invoering door de Europese Investeringsbank (EIB) van een “netproductiepakket” ter ondersteuning van de Europese toeleveringsketen, met ten minste 1,5 miljard EUR aan tegengaranties voor fabrikanten van netwerkcomponenten; dringt aan op de ontwikkeling van meer van dit soort financiële instrumenten om investeringszekerheid op lange termijn te bieden en de opschaling van de Europese productiecapaciteit te versnellen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Financiering</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>merkt op dat de investeringen in elektriciteitscapaciteit de afgelopen vijf jaar wereldwijd met bijna 40 % zijn toegenomen, terwijl de investeringen in netwerkinfrastructuur zijn achtergebleven; merkt op dat de ramingen van de investeringen die de EU in de periode 2025-2050 moet doen in haar net, uiteenlopen van 1 950 miljard EUR tot 2 600 miljard EUR<FOOTNOTE><FIELD>Markttoezichtverslag ACER 2024, “Electricity Infrastructure development to support a competitive and sustainable energy system”, 16 december 2024, blz. 30.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de in het kader van de CEF-E toegewezen begroting ontoereikend is om voor alle PGB- en PWB-categorieën een versnelling teweeg te brengen; merkt op dat het programma met een begroting van 5,84 miljard EUR voor de periode 2021-2027 een beperkte capaciteit heeft en dat het daarom moeilijk kan zijn om gelijke tred te houden met de investeringsbehoeften; verzoekt de Commissie en de lidstaten bij het voorstellen van het volgende meerjarig financieel kader (MFK) de CEF-E-begroting aanzienlijk te verhogen en een aanzienlijk hoger percentage van de CEF-E-middelen specifiek te bestemmen voor elektriciteitsinfrastructuur, en ervoor te zorgen dat projecten, zowel op distributieniveau als op transmissieniveau, die een EU-meerwaarde hebben, in aanmerking komen voor middelen in het kader van de CEF-E; moedigt de Commissie aan verder de mogelijkheden te onderzoeken voor medefinanciering tussen de CEF-E en het financieringsmechanisme voor hernieuwbare energie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>merkt op dat er voornamelijk EU-financiering wordt toegewezen aan transmissienetten, met relatief geringe toewijzingen aan distributienetten, ondanks de belangrijke rol die deze spelen in de energietransitie van de EU, nu de CEF-E tussen 2014 en 2020 ongeveer 5,3 miljard EUR aan projecten heeft gefinancierd, waarbij ongeveer 1,7 miljard EUR ging naar transmissienetten en 237 miljoen EUR naar slimme distributienetten; merkt op dat de meest recente PGB-lijst slechts vijf slimme elektriciteitsprojecten bevatte;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>betreurt ten zeerste het feit dat regionale fondsen zoals het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en de herstel- en veerkrachtfaciliteit in principe weliswaar mogelijkheden bieden voor investeringen in netten, maar dat in de praktijk onvoldoende een beroep op deze fondsen wordt gedaan voor de financiering van netprojecten; betreurt ook dat de evaluatiecriteria die worden gehanteerd bij de beoordeling van projecten die worden ingediend na oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van het Innovatiefonds van de EU, verhinderen dat er financiering gaat naar de demonstratie en productie van netwerktechnologieën; verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat er ook een evenredig deel van de middelen wordt besteed aan investeringen in netten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>verzoekt de lidstaten de toegang tot de door de lidstaten beheerde EU-middelen voor netbeheerders te vereenvoudigen, bijvoorbeeld door de instelling van een éénloketsysteem in de lidstaten waar een groot deel van de DSB’s klein of middelgroot van omvang zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt de Commissie een specifiek financieringsinstrument voor te stellen, bijvoorbeeld op basis van inkomsten uit de marktgebaseerde emissiereductieregeling, om ervoor te zorgen dat de lidstaten gedecentraliseerde en innovatieve netprojecten met een duidelijke EU-meerwaarde kunnen ondersteunen, met inbegrip van kleinere projecten, en ervoor te zorgen dat de lidstaten dit instrument effectief voor deze doeleinden gebruiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>benadrukt het feit dat er naast mechanismen voor overheidsfinanciering regelgevingskaders nodig zijn om particuliere investeringen aan te trekken en tarieven te garanderen die een weerspiegeling vormen van de kosten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>is ervan overtuigd dat anticiperende investeringen en toekomstgerichte investeringen zullen helpen om knelpunten in het net aan te pakken en beperkingen te voorkomen; wijst erop dat de EMD-verordening weliswaar regelgeving voor anticiperende investeringen bevat, maar niet voorziet in een geharmoniseerde definitie en uitvoering in de hele Unie; verzoekt de lidstaten de bedoelde bepalingen van de EMD-verordening snel ten uitvoer te leggen en nationale juridische belemmeringen weg te nemen, verzoekt de NRI’s belemmeringen met betrekking tot regelgevende stimulansen en negatieve prikkels weg te nemen en verzoekt de Commissie snel richtsnoeren voor de goedkeuring van anticiperende investeringen te verstrekken, zoals aangekondigd in haar actieplan voor netwerken<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie van 28 november 2023 getiteld “Netwerken: ontbrekende schakels – EU-actieplan voor netwerken” (COM(2023)0757).</FIELD></FOOTNOTE>; meent dat verdere harmonisatie in dit verband nuttig kan zijn; dringt aan op gedetailleerde kosten-batenanalyses en op scenario’s gebaseerde planning om de waarschijnlijkheid van toekomstig gebruik te beoordelen, en beveelt een goedkeuringsprocedure in twee stappen aan voor projecten met een hoger risiconiveau, waarbij eerst kleinere budgetten worden goedgekeurd voor studies of planning, gevolgd door een tweede goedkeuring voor de duurdere stappen, teneinde het risico te verminderen op gestrande activa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>merkt op dat in stimulansen kan worden voorzien om te zorgen voor investeringen in het net vanuit de kapitaalmarkten, bijvoorbeeld door het bieden van marktgerichte voorwaarden, zoals passende rendementsniveaus en een degelijk regelgevingskader; benadrukt dat de EU en de lidstaten particuliere investeringen moeten aanmoedigen door het verstrekken van risicobeperkingsinstrumenten of garanties van de lidstaten; verzoekt de Commissie en de EIB om een verdere versterking van de financierings- en risicobeperkingsinitiatieven en -instrumenten, zoals tegengaranties, om ervoor te zorgen dat systeembeheerders het elektriciteitsnet tegen betaalbare tarieven voort kunnen uitbreiden en moderniseren; benadrukt dat het van belang is ervoor te zorgen dat het elektriciteitsnet van de EU wordt gefinancierd door en bijgevolg eigendom is van publiek en particulier kapitaal dat uitsluitend afkomstig is van EU-actoren of eerder gescreende investeerders uit derde landen, gezien het kritieke karakter van de infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>onderstreept dat investeringsbeslissingen weliswaar gebaseerd moeten zijn op het verbeteren van de efficiëntie, met inbegrip van energie- en kostenefficiëntie, maar dat investeringen niet alleen gericht mogen zijn op kapitaaluitgaven, en dat evenzeer investeringen in overweging moeten worden genomen die gericht zijn op het optimaliseren, vernieuwen en moderniseren van de bestaande infrastructuur; is daarom ingenomen met artikel 18 van de EMD-verordening, waarin wordt bepaald dat bij tariefmethoden evenveel rekening moet worden gehouden met kapitaaluitgaven als met operationele uitgaven en dat beheerders moeten worden betaald voor het vergroten van de efficiëntie bij de exploitatie en ontwikkeling van hun netwerken, onder meer door te zorgen voor energie-efficiëntie, flexibiliteit en digitalisering; verzoekt de Commissie en de lidstaten de bepalingen van de EMD-verordening volledig ten uitvoer te leggen en zich te richten op het waarborgen van een billijke en tijdige compensatie van de systeembeheerders voor hun kosten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>merkt op dat de elektrificatie van de EU-economie, waar dat technisch en economisch haalbaar is, zal helpen de nettarieven te verlagen door de kosten te spreiden over een breder scala van gebruikers; benadrukt dat het daarom belangrijk is ervoor te zorgen dat de ontwikkeling van het toekomstige netwerk volledig wordt afgestemd op prognoses van de vraag als gevolg van een toename van het elektrificatieniveau; is bezorgd over de voorspelling van deskundigen dat de nettarieven tegen 2050 met 50 % tot 100 % zullen stijgen<FOOTNOTE><FIELD>Markttoezichtverslag ACER 2024, “Electricity Infrastructure development to support a competitive and sustainable energy system”, op. cit.</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt daarom dat er instrumenten en stimulansen nodig zijn om netbeheerders te ondersteunen bij het efficiënt beheren van de beschikbare netcapaciteit, onder meer door te voorzien in flexibiliteitsdiensten, om een dringende behoefte aan investeringen in het net te voorkomen; benadrukt dat flexibele aansluitingsovereenkomsten, flexibele nettarieven en lokale flexibiliteitsmarkten bijdragen tot efficiënte netten; verzoekt de NRI’s deze flexibele tarieven te bevorderen, waardoor consumenten gemakkelijk kunnen reageren op prijssignalen, en tegelijkertijd kwetsbare huishoudens en bedrijven te beschermen tegen prijspieken; verzoekt de Commissie en de lidstaten knelpunten met betrekking tot tarieven, aansluitingskosten en regelgeving actief aan te pakken, om investeringen in grensoverschrijdende en hybride offshore-netten te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de lidstaten het relevante EU-rechtskader ten uitvoer te leggen om flexibiliteit aan de vraagzijde te ontsluiten door de uitrol te versnellen van slimme meters, toegang mogelijk te maken tot gegevens van alle meetapparaten en te zorgen voor efficiënte prijssignalen, zodat bedrijfssectoren en gezinnen hun verbruik kunnen optimaliseren en hun elektriciteitsrekening verlagen, en tegelijkertijd kan worden bijgedragen tot een vermindering van de operationele kosten en de behoefte aan extra investeringen in het net;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>benadrukt dat een versoepeling van de nettarieven en van bepaalde heffingen, zoals voorgesteld in het actieplan voor betaalbare energie, die kan leiden tot een daling van de elektriciteitsprijzen, vergezeld moet gaan van een plan ter vervanging van de voor investeringen in het net benodigde middelen door alternatieven, om te voorkomen dat in de toekomst onvoldoende in netten wordt geïnvesteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is te zorgen voor minimale extra kosten voor de consument als gevolg van de investeringen die nodig zijn voor de modernisering en uitbreiding van het net met het oog op de verwezenlijking van de klimaat- en concurrentiedoelstellingen van de EU; verzoekt de Commissie samen met de lidstaten te werken aan de ontwikkeling van een gecoördineerde reeks beste praktijken voor investeringen en een billijke samenstelling van de nettarieven, met sterke nadruk op het vergroten van de transparantie en het verwijderen uit de tarieven van niet-energiegerelateerde heffingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>wijst erop dat transmissie-infrastructuur en de beschikbaarheid van zoneoverschrijdende capaciteit van vitaal belang zijn voor een geïntegreerde markt en voor de uitwisseling van energie uit hernieuwbare bronnen met lage marginale kosten, met inachtneming van de veiligheid van het systeem; merkt op dat overeenkomstig de EMD-verordening uiterlijk in 2025 minimaal 70 % van de transmissiecapaciteit beschikbaar moet zijn voor zoneoverschrijdende handel, maar dat de lidstaten nog lang niet zo ver zijn; dringt er daarom bij de lidstaten en hun TSB’s op aan hun inspanningen op te voeren om de zoneoverschrijdende handelsmogelijkheden te maximaliseren, teneinde een efficiënte interne elektriciteitsmarkt, adequate investeringsbeslissingen en integratie van hernieuwbare energie te waarborgen; betreurt dat de verwezenlijking van deze doelstelling vaak heeft geleid tot kosten voor redispatching; merkt op dat de bestaande mechanismen voor kostendeling, zoals grensoverschrijdende kostenverdeling (CBCA), compensatie tussen transmissiesysteembeheerders (TSB’s) en kostendeling voor redispatching, beperkt en moeilijk toepasbaar zijn, wat niet bevorderlijk is voor grensoverschrijdende investeringen, bijvoorbeeld in offshore-netwerken; verzoekt de Commissie deze mechanismen op holistische wijze te herzien en te verbeteren om ervoor te zorgen dat zij de gedeelde voordelen van infrastructuur weerspiegelen en de diversiteit van elektriciteitsstromen, zowel intern als grensoverschrijdend, aanpakken, met inbegrip van een mechanisme voor billijke en evenwichtige kosten-batenverdeling voor grensoverschrijdende infrastructuurprojecten dat gebaseerd is op objectieve criteria;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>neemt kennis van het verslag van het ENTSB-E van april 2025 over mogelijke alternatieve biedzoneconfiguraties op basis van door de TSB’s verstrekte simulaties van locatiegerelateerde marginale prijzen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Netversterkende technologieën, digitalisering, innovatieve oplossingen en veerkracht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>onderstreept dat netversterkende technologieën, digitale oplossingen, ondersteunende diensten en technologieën voor gegevensbeheer, alsook slimme energie-apparaten, die vaak gebruikmaken van artificiële intelligentie, de efficiëntie van bestaande netwerkcapaciteiten aanzienlijk kunnen verhogen en het gebruik van bestaande activa kunnen maximaliseren, waardoor de behoefte aan nieuwe infrastructuur wordt verminderd, bijvoorbeeld door realtime-informatie over energiestromen te verstrekken; dringt er daarom op aan dat deze technologieën en innovatieve oplossingen worden onderzocht; dringt er bij de NRI’s op aan TSB’s en DSB’s ertoe aan te zetten meer gebruik te maken van dergelijke technologieën, door de kosten en baten ervan af te wegen tegen netuitbreiding en door gebruik te maken van vergoedingsregelingen op basis van baten in plaats van kosten, en TSB’s en DSB’s te benchmarken op basis van hun gebruik van dergelijke technologieën; verzoekt de Commissie dergelijke innovatieve technologieën verder te bevorderen bij de beoordeling van projecten waarvoor EU-financiering wordt aangevraagd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>is ingenomen met het werk dat het ENTSB-E en de EU-DSB-entiteit tot dusver hebben verricht met het oog op de ontwikkeling van de Technopedia voor TSB’s/DSB’s<FOOTNOTE><FIELD>EU-DSB-entiteit, “Implementation of Action 7 in the EU Action Plan for Grids: DSO/TSO Technopedia, ENTSO-E &amp; DSO Entity”, 18 december 2024.</FIELD></FOOTNOTE> en verzoekt de Commissie opdracht te geven tot de halfjaarlijkse actualisering van de Technopedia om de niveaus van technologische paraatheid van de betrokken technologieën nauwkeurig weer te geven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan voort de digitalisering van het Europese elektriciteitssysteem mogelijk te maken en de digitalisering te vergroten, waardoor de werking van het elektriciteitssysteem kan worden geoptimaliseerd en de druk op de toeleveringsketen kan worden verminderd; onderstreept dat het delen van gegevens en gegevensinteroperabiliteit van essentieel belang zijn voor de planning en optimalisering van het net; moedigt de lidstaten, de NRI’s, de EU-DSB-entiteit en ACER aan hun werkzaamheden met betrekking tot het monitoringsysteem voort te zetten en te versnellen op basis van indicatoren die de prestaties van slimme netten meten (“indicatoren voor slimme netten”), zoals bepaald in de elektriciteitsrichtlijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>benadrukt dat de beveiliging van kritieke elektriciteitsinfrastructuur, waaronder interconnectoren en onderzeese kabels die het risico lopen te worden gesaboteerd, dringend moet worden verbeterd en dat deze infrastructuur beter bestand moet zijn tegen extreme weersomstandigheden, de klimaatverandering en fysieke en digitale aanvallen; benadrukt dat de samenwerking op nationaal, regionaal en EU-niveau moet worden versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>benadrukt het toenemende risico van gecoördineerde cyberaanvallen op het hele elektriciteitsnetwerk van de EU; herinnert eraan dat het belangrijk is snel cyberbeveiligingscodes en andere, daarmee verband houdende netcodes ten uitvoer te leggen en uitvoering te geven aan de desbetreffende wetgeving, zoals de NIS 2-richtlijn<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn) (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 80, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj).</STRING></FIELD></FOOTNOTE> en de cyberbeveiligingsverordening<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/881 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging), en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 526/2013 (de cyberbeveiligingsverordening) (PB L 151 van 7.6.2019, blz. 15, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2019/881/oj).</STRING></FIELD></FOOTNOTE>, en moedigt de Commissie aan bij komende herzieningen van wetgeving de status te corrigeren van fysieke netwerkapparatuur, met inbegrip van netwerkapparatuur die bestuurbaar is op afstand, zoals omvormers, waarvoor momenteel geen voldoende strenge cyberbeveiligingsnorm geldt, met name in gevallen waarin de fabrikant, overeenkomstig de wetgeving van een niet-EU-land, verplicht is informatie over kwetsbaarheden in de software of hardware te melden aan zijn autoriteiten; dringt aan op intensievere samenwerking op EU-niveau tussen alle partijen, om de paraatheid en veerkracht te versterken; is van mening dat de NRI’s moeten erkennen dat exploitanten kosten maken bij de vaststelling van cyberbeveiligings- en veerkrachtmaatregelen en dat zij stimulansen moeten bieden voor investeringen die erop gericht zijn de energie-infrastructuur weerbaarder te maken tegen cyberbedreigingen, alsmede fysieke en hybride bedreigingen, met inbegrip van maatregelen op het gebied van klimaatadaptatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>onderstreept dat de inspanningen ter bescherming van de toekomstige en bestaande kritieke onderzeese en onshore-energie-infrastructuur moeten worden opgevoerd; is van mening dat de EU een ruimere rol moet spelen bij het voorkomen van incidenten die deze infrastructuur bedreigen, het bevorderen van bewaking en het herstellen van eventueel beschadigde infrastructuur met gebruikmaking van geavanceerde technologieën; verzoekt de Commissie en de lidstaten oplossingen te vinden om de bescherming en weerbaarheid van kritieke infrastructuur te vergroten, met inbegrip van oplossingen voor de financiering van dergelijke maatregelen en technologieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>erkent dat nieuwe projecten voor hoogspanningsnetten een multifunctionele en kostenefficiënte mogelijkheid bieden om extra beveiligingsmaatregelen (sensoren, sonars enz.) en milieuoplossingen (vogeldeflectoren, branddetectoren, natuurcorridors enz.) te integreren als zij op holistische wijze worden gepland; verzoekt de Commissie richtsnoeren voor de NRI’s te ontwikkelen om ervoor te zorgen dat de initiële projectplanning voor netten wordt uitgevoerd en gefinancierd met inachtneming van deze elementen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>dringt er bij de Commissie, DSB’s en TSB’s op aan een gemeenschappelijke Europese ruimte voor energiegegevens te ontwikkelen die volledig in handen is van de EU, op basis van technische expertise en praktijken waarbij gebruik wordt gemaakt van de beschikbare gegevens<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie – directoraat-generaal Energie, Fraunhofer Institute for Systems and Innovation Research ISI, Guidehouse, McKinsey &amp; Company, TNO, Trinomics, Universiteit Utrecht, Berkhout, V., Villeviere, C., Bergsträßer, J., Klobasa, M., Regeczi, D., Dognini, A., Singh, M., Stornebrink, M., Hülsewig, T., Seigeot, V., Lenzmann, F., Breitschopf, B., <STRING ITALIC="on">Common European Energy Data Space</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2023.</FIELD></FOOTNOTE> en op basis van een gemeenschappelijke reeks regels die de veilige, transparante overdraagbaarheid en interoperabiliteit van energiegegevens waarborgen, waar geharmoniseerde gegevens veilig worden beheerd, uitgewisseld en in de EU opgeslagen; benadrukt dat deze gemeenschappelijke Europese ruimte voor energiegegevens het bundelen en delen van gegevens moet vergemakkelijken door middel van passende governancestructuren en gegevensdelingsdiensten, ter ondersteuning van kritieke energieactiviteiten, met inbegrip van transmissie en distributie; onderstreept dat Europese TSB’s, DSB’s en andere, eerder gescreende elektriciteitsnetactoren in staat moeten zijn het net veilig en slim te exploiteren en het gebruik ervan te optimaliseren door flexibiliteit en innovatieve technologieën te integreren, overeenkomstig de kernbeginselen van interoperabiliteit, vertrouwen, gegevenswaarde en governance; merkt op dat bij regelingen voor gegevensuitwisseling ook rekening moet worden gehouden met interacties met niet-EU-partijen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>erkent het potentieel van flexibiliteit als noodzakelijk instrument om de werking van het systeem te optimaliseren, de stabiliteit ervan te handhaven en consumenten mondiger te maken door hen te stimuleren hun consumptiepatronen te wijzigen; benadrukt dat het belangrijk is passende maatregelen uit te voeren om efficiënte prijssignalen te waarborgen die flexibiliteit stimuleren, ook bij alle eindverbruikers, en ervoor te zorgen dat alle middelen bijdragen aan de veiligheid van het systeem, onder meer door de uitrol van slimme meters en slimme energie-efficiënte gebouwen te versnellen en toegang tot gegevens van alle meettoestellen mogelijk te maken; verzoekt de NRI’s flexibiliteitsinnovaties en proefprojecten in het systeem te erkennen, voor zover deze geen negatieve gevolgen hebben voor het algehele evenwicht en de stabiliteit van het net, teneinde innovatie te blijven stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>verzoekt de NRI’s nauw met TSB’s en DSB’s samen te werken om het flexibiliteitspotentieel en de behoeften van de nationale systemen in de huidige en toekomstige planning te beoordelen, rekening houdend met de aanwezigheid van de industrie, grote consumenten, grote producenten en opslag; wijst met name op de cruciale rol die opslagvoorzieningen, met inbegrip van langdurige elektriciteitsopslag, die tot 100 uur elektriciteit kunnen leveren, kunnen spelen bij het verlenen van congestiebeheerdiensten aan het net; merkt op dat investeerders in opslagactiva stabiele inkomstenmodellen voor de lange termijn nodig hebben om deze essentiële systeemdiensten te kunnen aanbieden, vergelijkbaar met de wijze waarop steunregelingen met succes zekerheid van inkomsten hebben geboden voor activa voor de opwekking van hernieuwbare energie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Toeleveringsketen, grondstoffen en de behoefte aan vaardigheden</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de toename van de vraag naar nettechnologieën wereldwijd de toeleveringsketens en de beschikbaarheid van kabels, transformatoren, componenten en kritieke technologieën onder druk zet; wijst op de vaststelling in het in februari 2025 gepubliceerde verslag van het Internationaal Energieagentschap getiteld “Building the Future Transmission Grid”<FOOTNOTE><FIELD>International Energy Agency, “Building the Future Transmission Grid – Strategies to navigate supply chain challenges”, februari 2025, https://iea.blob.core.windows.net/assets/a688d0f5-a100-447f-91a1-50b7b0d8eaa1/BuildingtheFutureTransmissionGrid.pdf.</FIELD></FOOTNOTE> dat de aanschaf van kabels nu twee tot drie jaar duurt en de beveiliging van grote vermogenstransformatoren tot vier jaar in beslag kan nemen, en dat de gemiddelde aanlooptijden voor kabels en grote vermogenstransformatoren sinds 2021 bijna zijn verdubbeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is bezorgd over de lange aanlooptijden voor veel netwerktechnologiecomponenten en blijft vastbesloten het Europese technologische leiderschap op het gebied van netwerktechnologie te behouden, en benadrukt dat innovatie nodig is om Europese netwerktechnologieën met hoge capaciteit en innovatieve netwerkbevorderende technologieën te ontwikkelen, te demonstreren en op te schalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>benadrukt dat kritieke en strategische grondstoffen essentieel zijn voor de netwerkinfrastructuur, waarbij de vraag naar aluminium en koper tegen 2050 met respectievelijk 33 % en 35 % zal stijgen<FOOTNOTE><FIELD>KU Leuven, Eurometaux, “Study quantifies metal supplies needed to reach EU’s climate neutrality goal”, 25 april 2022, https://www.eurometaux.eu/media/hxdhepyp/press-release-study-quantifies-metal-supplies-needed-to-reach-eu-s-climate-neutrality-goal.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; neemt kennis van het besluit van de Commissie waarbij bepaalde projecten op het gebied van kritieke grondstoffen worden erkend als strategische projecten in het kader van de verordening kritieke grondstoffen<FOOTNOTE><FIELD><STRING UNDERLINE="on">Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (PB L, 2024/1252, 3.5.2024, ELI: </STRING>http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1252/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, teneinde de toegang tot deze belangrijke grondstoffen te waarborgen en de voorzieningsbronnen te diversifiëren; verzoekt de Commissie en de lidstaten recycling te verbeteren en daartoe strategische partnerschappen en handelsovereenkomsten te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>benadrukt dat de toeleveringsketens voor netten moeten worden versterkt om te zorgen voor een betere voorziening met nettechnologieën tegen betaalbare kosten, zodat de kosten die via de nettarieven worden gedragen door de consumenten, kunnen worden beperkt; dringt aan op een strategische benadering van de verwerving van energietechnologieën, componenten of kritieke materialen in verband met netten, om te voorkomen dat er afhankelijkheid ontstaat van één leverancier buiten de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>is van mening dat een holistische, gecoördineerde langetermijnplanning van het net voor het hele Europese energiesysteem nodig is om het probleem weg te werken van de capaciteit van de toeleveringsketen, en dat een dergelijke planning fabrikanten de transparantie en voorspelbaarheid biedt die essentieel zijn voor een adequate planning van verhogingen van de productiecapaciteit; is van mening dat een dergelijke planning betrouwbaar moet zijn en nieuwe bedrijfsmodellen mogelijk moet maken, zoals kaderovereenkomsten voor de lange termijn en contracten voor capaciteitsreservering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>dringt erop aan essentiële apparatuur voor het elektriciteitsnet zo veel mogelijk te standaardiseren, voor zover dat technisch mogelijk is, door middel van een gezamenlijke technische beoordeling door de Commissie, DSB’s, TSB’s en de sector, voor alle spanningsniveaus, om de productie op te schalen, de prijzen en levertijden te verlagen en de interoperabiliteit van systemen te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>benadrukt dat het tekort aan arbeidskrachten in de energiesector dringend moet worden aangepakt; merkt op dat het aantal werknemers in de energiesector volgens voorspellingen van de Commissie aanzienlijk moet toenemen om hernieuwbare energie uit te rollen, netten te moderniseren en uit te breiden en technologieën op het gebied van energie-efficiëntie en netten, alsmede andere relevante technologieën te produceren; betreurt het in 15 lidstaten gemelde tekort aan elektromonteurs en installateurs, waardoor de personeelstekorten van DSB’s en TSB’s toenemen; benadrukt dat het aantal arbeidskrachten in de energiesector tegen 2030 met 50 % moet toenemen om de uitrol van hernieuwbare energie<FOOTNOTE><FIELD>Mededeling van de Commissie van 5 maart 2025 getiteld “De vaardigheidsunie” (COM(2025)0090).</FIELD></FOOTNOTE>, de uitbreiding van het net en energie-efficiëntie te ondersteunen, terwijl tegen 2050 in de distributie van elektrische energie naar schatting behoefte zal zijn aan nog eens 2 miljoen banen extra; dringt aan op initiatieven op het gebied van opleiding, bijscholing en omscholing, waarbij prioriteit moet worden gegeven aan netgerelateerde vaardigheden, om de vaardigheidskloven te dichten; is ingenomen met de partnerschappen tussen universiteiten en bedrijven en met de EU-academies voor vaardigheden die specifiek gericht zijn op strategische sectoren, waaronder netten; moedigt DSB’s en TSB’s aan hun personeelsbestand te diversifiëren, onder meer door te zorgen voor een grotere participatie van vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>herhaalt dat de lidstaten en de EU moeten samenwerken om de relevante vaardigheidsprogramma’s aan te passen en beste praktijken te ontwikkelen om te voldoen aan de groeiende vraag naar vaardigheden op alle onderwijsniveaus, met een sterke nadruk op het aanmoedigen van genderevenwicht in de sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>wijst op de cruciale rol van kmo’s en EU-bedrijven bij de voorziening van de technologiesector met betrekking tot het elektriciteitsnet; wijst erop dat er toegang moet zijn tot betaalbare elektrificatie, met een beperking van de kosten in verband met de toeleveringsketen en het beschikbaar stellen van geschoolde arbeidskrachten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Offshore</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>erkent het feit dat offshore-ontwikkeling van strategisch belang is voor de verwezenlijking van de EU-doelstellingen inzake energieautonomie, toegenomen gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen, een veerkrachtig en kosteneffectief elektriciteitssysteem en klimaatneutraliteit tegen 2050; benadrukt dat het belangrijk is het potentieel van de vijf zeebekkens van Europa voor de opwekking van offshore-energie ten volle te benutten; benadrukt de bijzondere waarde van de noordelijke zeeën (het hele geografische gebied, met naast de Noordzee ook de Ierse Zee en de Keltische Zee), waar de omstandigheden gunstig zijn en het potentieel het grootst, met een overeengekomen streefcijfer van 300 GW geïnstalleerde offshore-opwekkingscapaciteit tegen 2050 in het kader van de North Seas Energy Cooperation (NSEC); is tevreden met de vooruitgang die in dit verband is geboekt; benadrukt dat een vermaasd offshore-netwerk moet worden ontwikkeld, met inbegrip van hybride interconnectoren, met name in de noordelijke zeeën, om het offshore-potentieel ten volle te benutten en de integratie van de elektriciteitsmarkt te verbeteren; verzoekt de Commissie en de lidstaten de regionale samenwerking op het gebied van netplanning te versterken, alsmede de samenwerking op het gebied van energie met betrekking tot alle zeebekkens met de buurlanden van de EU, met name het VK en Noorwegen, vooral wat de ontwikkeling betreft van offshore-windenergie en de planning en productie van elektriciteitsnetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>benadrukt dat er een stabiel en voorspelbaar regelgevingskader moet zijn dat zorgt voor de meest optimale handelsregelingen om het nodige vertrouwen van investeerders te krijgen voor het ondersteunen van de ontwikkeling en interconnectie van offshore-net- en offshore-windenergieprojecten, waarbij marktefficiëntie en efficiënte grensoverschrijdende stromen worden gewaarborgd, ook met niet-EU-landen; onderstreept dat de nationale netten waar nodig moeten worden versterkt om de voordelen van offshore-energie te maximaliseren; erkent dat de combinatie van offshore-transmissie- en -productie-activa (hybride offshore-activa) een wezenlijk deel zal uitmaken van een efficiënt netwerksysteem, aangezien hier verschillende voordelen uit voortvloeien voor het Europese energiesysteem, al is nog steeds niet het juiste regelgevingskader voorhanden voor het stimuleren van de nodige investeringen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Samenwerking met niet-EU-landen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>verzoekt de lidstaten de samenwerking en het overleg met gelijkgestemde niet-EU-landen, zoals Noorwegen en het VK, te intensiveren; herinnert eraan dat de ontwikkeling van elektriciteitsinfrastructuur om het offshore-windpotentieel van de noordelijke zeeën te benutten een gedeelde prioriteit is van de EU en het VK;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>benadrukt het feit dat er voor de handel in elektriciteit tussen de EU en het VK een pragmatische en coöperatieve aanpak moet worden gevolgd; verzoekt de Commissie nauw samen te werken met de Britse regering om overeenstemming te bereiken over een wederzijds voordelige handelsregeling die de voorzieningszekerheid en het traject naar een nettonuleconomie voor beide rechtsgebieden versterkt; is bovendien van mening dat de efficiëntie van de handelsregelingen nog kan worden verbeterd; verzoekt de Commissie hiertoe constructief samen te werken met haar Britse tegenhangers;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Ultraperifere gebieden</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>benadrukt de unieke uitdagingen waarmee de ultraperifere gebieden van de EU en andere EU-gebieden die niet op het Europese elektriciteitsnet zijn aangesloten, worden geconfronteerd; benadrukt dat zij afhankelijk zijn van invoer en zeer kwetsbaar zijn voor stroomuitval en extreme klimaatgerelateerde gevaren; wijst erop dat het belangrijk is veerkrachtige en autonome energiesystemen te ontwikkelen door de ontwikkeling van lokale netwerken en de productie van schonere energie; verzoekt de Commissie in het pakket Europese netwerken op de specifieke behoeften van deze regio’s in te spelen en extra financiële steun voor te stellen om de autonomie van hun energiesystemen te verbeteren en om hun gebrek aan interconnectie en het feit dat zij niet de voordelen genieten die aansluiting op de rest van het net met zich meebrengt, aan te pakken;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>