<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF1" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0137</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Clean Industrial Deal</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0277/2025)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 19 juni 2025 over de Clean Industrial Deal (2025/2656(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “De Clean Industrial Deal: Een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie” (COM(2025)0085),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “Actieplan voor betaalbare energie – De werkelijke waarde van onze energie-unie ontsluiten om betaalbare, efficiënte en schone energie voor alle Europeanen te waarborgen (COM(2025)0079),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness” (De toekomst van het Europese concurrentievermogen),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Enrico Letta van april 2024 getiteld “Much more than a market” (Veel meer dan een markt),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 19 maart 2025 getiteld “Een Europees actieplan voor staal en metaal” (COM(2025)0125),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 september 2022 over de tenuitvoerlegging van de geactualiseerde nieuwe industriestrategie voor Europa: afstemming van de uitgaven op het beleid<FOOTNOTE><FIELD>PB C 125 van 5.4.2023, blz. 124.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 3 april 2025 over energie-intensieve industrieën<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0065.</FIELD></FOOTNOTE> en de daarmee verband houdende mondelinge vraag O-00010/2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 over de Europese Green Deal (COM(2019)0640),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van zijn Commissie industrie, onderzoek en energie van 13 mei 2025 over elektriciteitsnetten: de ruggengraat van het EU-energiesysteem,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien vraag O-000020/2025 aan de Commissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 142, lid 5, en artikel 136, lid 2, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ontwerpresolutie van de Commissie industrie, onderzoek en energie,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Clean Industrial Deal (CID) tot doel heeft klimaatactie en concurrentievermogen samen te brengen in één overkoepelende groeistrategie die gericht is op het ondersteunen van energie-intensieve industrieën en de sector schone technologie; overwegende dat dit broodnodig is, aangezien de overgang naar een koolstofvrije en circulaire economie alleen succesvol kan zijn als het concurrentievermogen in stand wordt gehouden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het actieplan voor betaalbare energie tot doel heeft te zorgen voor betaalbare schone energie en steun op korte termijn door een verlaging van de energierekeningen, en tegelijkertijd een versnelling van de uitvoering van structurele hervormingen en een versterking van onze energiesystemen om toekomstige prijsschokken te verzachten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de Europese industrie momenteel wordt geconfronteerd met enorme uitdagingen, met hoge energieprijzen op basis van fossiele brandstoffen, oneerlijke internationale concurrentie, geschrapte banen en tekorten aan vaardigheden, die leiden tot een vermindering van de productie, verplaatsingen en sluitingen, waardoor onze afhankelijkheid van externe leveranciers toeneemt en de strategische autonomie wordt ondermijnd, terwijl innovatie, productie en daarmee samenhangende emissies het risico lopen te worden verplaatst in plaats van aan de bron te worden aangepakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de Europese industrie bereid is over te stappen op duurzaamheid, en bij te dragen aan het realiseren van klimaatneutraliteit tegen 2050, en dat een toekomstbestendige, koolstofvrije industriële basis aanzienlijke kansen kan bieden, maar dat decarbonisatieprojecten het risico lopen te worden opgeborgen omdat hun businesscase in Europa niet langer rendabel is;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is ingenomen met de Clean Industrial Deal als een langverwachte eerste stap ter versterking van het concurrentievermogen en de innovatie van de industrie, strategische autonomie, decarbonisatie, welvaart en schone groei van Europa; dringt er bij de Commissie op aan snel over te gaan van strategie naar actie en uitvoering; erkent dat de voorgestelde acties moeten worden uitgebreid met bijkomende maatregelen; benadrukt dat een degelijk en doelgericht industriebeleid van cruciaal belang is om te zorgen voor een sterke en duurzame industriële basis in Europa en om hoogwaardige banen te creëren en in stand te houden en tegelijkertijd onze economie koolstofvrij te maken, de vervuiling terug te dringen en de veerkracht van Europa te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is ingenomen met de oprichting van de bank voor decarbonisatie van de industrie, die tot doel heeft 100 miljard EUR aan financiering vrij te maken, alsook met het aangekondigde proefproject met een veiling ter waarde van 1 miljard EUR voor het koolstofvrij maken van belangrijke industriële processen in verschillende sectoren ter ondersteuning van industriële decarbonisatie en elektrificatie; benadrukt dat het belangrijk is de investeringen in en de toegang tot kapitaal voor de productie van schone technologie op te voeren, onder meer via aanvullende financiering via het innovatiefonds; dringt aan op een grotere deelname van de lidstaten aan “veiling als dienst”-regelingen; dringt erop aan investeringscriteria vast te stellen op basis van koolstofeffecten, schaalbaarheid en voorzieningszekerheid; steunt koolstofcontracten ter verrekening van verschillen om de kloof tussen de koolstofprijs en de kosten van industriële koolstofbeheerprojecten voor moeilijk te verminderen sectoren te dichten; beschouwt de invoering ervan als een begrotingslijn voor de uitrol van technologieën voor het koolstofvrij maken van de industrie in het kader van het beheer van het Fonds voor concurrentievermogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>steunt het actieplan voor betaalbare energie en de nadruk die hiermee wordt gelegd op de tenuitvoerlegging van de regels inzake de opzet van de elektriciteitsmarkt, waarbij instrumenten zoals stroomafnameovereenkomsten (PPA’s) en tweerichtingscontracten ter verrekening van verschillen (CfD’s) worden versterkt om de invloed van de prijzen van fossiele brandstoffen op de elektriciteitsprijzen te verminderen; is ingenomen met het proefprogramma voor PPA’s voor bedrijven via de Europese Investeringsbank en benadrukt de noodzaak om PPA’s als hefboom te gebruiken om de capaciteit uit te breiden en reële decarbonisatie te realiseren; verzoekt de Commissie instrumenten ter vermindering van de risico’s in te voeren om de belangrijkste belemmeringen aan te pakken waarmee energie-intensieve industrieën worden geconfronteerd bij het ondertekenen van PPA’s, met name PPA’s voor hernieuwbare energie, alsook CfD’s voor risicovermindering aan de vraagzijde voor energiegebruikers, en te onderzoeken hoe de ontwikkeling kan worden gestimuleerd van hybride PPA’s met op elkaar afgestemde flexibiliteitsproducten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>onderstreept dat de energie-infrastructuur, met name grensoverschrijdende infrastructuur, met inbegrip van interconnecties, moet worden gestimuleerd en dat de energie-unie moet worden voltooid; dringt erop aan in het kader van de toekomstige dialoog over een grotere integratie van de elektriciteitsmarkt te streven naar een ambitieus resultaat, aangezien de huidige versnippering op het gebied van regelgevend toezicht en investeringsplanning in de lidstaten integratie en elektrificatie belemmert; verzoekt de lidstaten, de transmissiesysteembeheerders en de Commissie te zorgen voor meer grensoverschrijdende handel in elektriciteit, om de voordelen van marktintegratie te kunnen plukken en de voorziening betrouwbaarder te maken voor alle onderling verbonden partijen; dringt er bij de lidstaten op aan te streven naar de verwezenlijking van het huidige interconnectiestreefcijfer van 15 % dat is vastgesteld in Verordening (EU) 2018/1999<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 663/2009 en (EG) nr. 715/2009 van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 94/22/EG, 98/70/EG, 2009/31/EG, 2009/73/EG, 2010/31/EU, 2012/27/EU en 2013/30/EU van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijnen 2009/119/EG en (EU) 2015/652 van de Raad, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 525/2013 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1999/oj).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat de laatste hand moet worden gelegd aan de herziening van de energiebelastingrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PB L 283 van 31.10.2003, blz. 51, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/96/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, die tot doel heeft de belasting van energieproducten af te stemmen op de doelstellingen van het energie- en klimaatbeleid van de EU, en dat een ontwerp van tariefmethoden voor nettarieven moet worden geharmoniseerd, op voorwaarde dat dergelijke maatregelen niet ten koste gaan van de eindverbruikers; verzoekt de lidstaten snel kortetermijnsteun te verlenen aan de industrie en huishoudens, bijvoorbeeld door de belastingen en heffingen op elektriciteit te verlagen en af te zien van ongerechtvaardigde aanvullende vereisten (gold-plating van EU-wetgeving) wanneer dit het gelijke speelveld verstoort;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>moedigt de Commissie en de lidstaten aan tot een betere coördinatie van de uitgaven die worden gedaan in het kader van staatssteun voor gemeenschappelijke Europese industriële prioriteiten en verzoekt de lidstaten deze uitgaven te gebruiken om de industrie te ondersteunen in de richting van een schone transitie, rekening houdend met de verschillende begrotingscapaciteiten; herhaalt dat er een gelijk speelveld moet zijn; benadrukt dat er een betere coördinatie nodig is van het industriebeleid in de hele Unie, zowel tussen de lidstaten onderling als tussen de lidstaten en de Commissie; steunt de inzet van het instrument voor de coördinatie van het concurrentievermogen om de nationale inspanningen te sturen en op elkaar af te stemmen; is van mening dat steun van de overheid moet bijdragen tot het behoud van banen en industriële activiteiten in Europa, en dat begunstigden van dergelijke steun zich moeten verbinden tot het waarborgen van fatsoenlijke werkgelegenheid en arbeidsomstandigheden en een sociale dialoog moeten aangaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is voorstander van vereenvoudiging en digitalisering om de vergunningsprocedures te versnellen, met inachtneming van milieuwaarborgen en bescherming van de menselijke gezondheid; verzoekt de Commissie de problemen bij de verlening van vergunningen voor toegang van de industrie tot energie en industriële decarbonisatie voort aan te pakken in de wetgeving inzake een versnelling van industriële decarbonisatie, onder meer door maatregelen vast te stellen ter versnelling van de gerechtelijke en administratieve procedures, en verzoekt haar te kijken naar criteria voor gerichte vrijstellingen voor de emissies en deposities tijdens de bouwfase van schone en nettonulprojecten, opslag en netwerkprojecten; dringt er bij de lidstaten op aan hun administratieve capaciteit te verbeteren om een tijdige verwerking van vergunningen te waarborgen en de richtlijn hernieuwbare energie<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad (PB L, 2023/2413, 31.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/2413/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, met inbegrip van het beginsel van hoger openbaar belang, en de verordening voor een nettonulindustrie<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1735 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (PB L, 2024/1735, 28.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1735/oj).</FIELD></FOOTNOTE> volledig ten uitvoer te leggen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>verzoekt de Commissie bij het waarborgen van zowel de voorzieningszekerheid als de betaalbaarheid rekening te houden met alle beschikbare technologieën die op kosteneffectieve wijze bijdragen tot de verwezenlijking van de EU-doelstelling van klimaatneutraliteit tegen 2050, met het oog op een schonere, stabiele, veilige en onafhankelijkere energiemix; erkent dat hernieuwbare energie, naast kernenergie, voor de lidstaten die besluiten deze te gebruiken, essentieel is voor een schone en zekere energiemix; verzoekt de Commissie de samenwerking op het gebied van de veilige ontwikkeling en productie van kleine modulaire reactoren in Europa te versterken en het onderzoek naar kernfusie als toekomstige energietechnologie te bevorderen; is ingenomen met de aangekondigde beoordeling van de mogelijkheid om de vergunningspraktijken voor nieuwe technologieën op het gebied van kernenergie te stroomlijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt de rol van elektrificatie, maar merkt op dat er een aanzienlijke uitbreiding en modernisering nodig is van de netten; dringt aan op een EU-strategie inzake energieflexibiliteit, met nadruk op vraagsturing en energieopslag; is ingenomen met het voornemen om de strategie voor verwarming en koeling en het actieplan voor elektrificatie bij te werken; verzoekt de Commissie de energie-efficiëntiesector te erkennen als een belangrijke strategische sector voor het koolstofvrij maken van de industrie en voor het Europese concurrentievermogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat hernieuwbare en koolstofarme waterstof een belangrijke rol kan spelen bij het koolstofvrij maken van de industrie; dringt aan op de snelle vaststelling en uitvoering van een eenvoudige, technologieneutrale en investeringsvriendelijke definitie van koolstofarme waterstof in de komende gedelegeerde verordening tot aanvulling van Richtlijn (EU) 2024/1788<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn 2009/73/EG (PB L, 2024/1788, 15.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1788/oj).</FIELD></FOOTNOTE> door de methode voor de beoordeling van broeikasgasemissiereducties door gebruikmaking van koolstofarme brandstoffen te specificeren, waarbij ervoor moet worden gezorgd dat een dergelijke definitie degelijk en wetenschappelijk onderbouwd is en de productie en het gebruik van waterstof stimuleert om te zorgen voor emissiereducties; is ingenomen met de aankondiging van een studie over de regels voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong; dringt er bij de Commissie op aan rekening te houden met de resultaten van deze studie en de zorgen van belanghebbenden en, in voorkomend geval, wijzigingen van de gedelegeerde handeling inzake hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong<FOOTNOTE><FIELD>Gedelegeerde Verordening (EU) 2023/1184 van de Commissie van 10 februari 2023 ter aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad door de bepaling van een gemeenschappelijke Uniemethode die voorziet in gedetailleerde regels voor de productie van hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen van niet-biologische oorsprong (PB L 157 van 20.6.2023, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2023/1184/oj).</FIELD></FOOTNOTE> voor te stellen om de productie van hernieuwbare waterstof te verhogen en de prijzen ervan voor consumenten te verlagen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>herhaalt dat er maatregelen moeten worden ontwikkeld om gasvoorziening tegen beperkte kosten te waarborgen voor sectoren die op korte tot middellange termijn niet in aanzienlijke mate kunnen steunen op elektriciteit; dringt aan op gediversifieerde en betrouwbare partnerschappen die in overeenstemming zijn met de veiligheid en belangen van de Unie en de routekaart van REPowerEU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan sectorale dialogen aan te gaan met het bedrijfsleven, de academische wereld, de sociale partners en relevante belanghebbenden uit schone technologie en energie-intensieve industrieën en (grensoverschrijdende) regionale industriële clusters om hun concurrentievermogen te versterken en hun transitietrajecten te vergemakkelijken; benadrukt dat industriële ecosystemen sterk met elkaar verbonden en hoogefficiënt zijn, waarbij de sluiting van één voorziening gevolgen heeft voor de hele cluster; dringt aan op jaarlijkse controles en verslagen over het concurrentievermogen en de veerkracht van onze industriële ecosystemen en over de vooruitgang die is geboekt bij de transitietrajecten, zodat de instrumenten indien nodig snel kunnen worden aangepast, met steun op maat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>onderstreept dat het succes van de schone industriële transitie afhangt van een geschoolde beroepsbevolking; verzoekt de Commissie en de lidstaten een gecoördineerde strategie voor industriële vaardigheden te ontwikkelen die is afgestemd op de verordening voor een nettonulindustrie en de prioriteiten op het gebied van schone technologie; steunt de snelle uitrol en uitbreiding van de academies voor nettonultechnologie en kenniscentra voor beroepsopleiding; moedigt het gebruik aan van EU-instrumenten zoals het ESF+, Erasmus+ en het Fonds voor een rechtvaardige transitie om gerichte bij- en omscholing te ondersteunen in industriële regio’s die een transformatie ondergaan, met inbegrip van plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is ingenomen met leidende markten voor in Europa vervaardigde schone, circulaire en koolstofarme producten; onderstreept dat de vraag moet worden gestimuleerd door middel van openbare en particuliere aanbestedingen, waar passend met de invoering van duurzaamheids- en weerbaarheidscriteria en -normen; steunt de invoering van vrijwillige koolstofintensiteitslabels voor industriële producten (bv. staal en cement), die de koolstofprestaties moeten weergeven, zonder vooroordelen op basis van het toegepaste proces, en afstemming op bestaande EU-wetgeving, met inbegrip van de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van vereisten inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2020/1828 en Verordening (EU) 2023/1542, en tot intrekking van Richtlijn 2009/125/EG, PB L, 2024/1781, 28.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1781/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de bouwproductenverordening<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/3110 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 305/2011 (PB L, 2024/3110, 18.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/3110/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt de Commissie andere vereisten te onderzoeken om de vraag naar schone, in de EU vervaardigde producten te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>is ingenomen met de voorgestelde maatregelen om de circulaire economie en de bio-economie te stimuleren door de toegang tot materialen en hulpbronnen te waarborgen; moedigt ertoe aan in de verordening circulaire economie maatregelen op te nemen om het gebruik en de betaalbaarheid van strategische secundaire materialen in de EU te vergroten, rekening houdend met de doelstellingen van de verordening kritieke grondstoffen<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (PB L, 2024/1252, 3.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1252/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat in kaart moet worden gebracht welke secundaire grondstoffen van strategisch belang zijn en dus onderworpen moeten worden aan uitvoercontrole, zoals staal en schroot, en dat er actie moet worden ondernomen als er sprake is van een verstoord evenwicht tussen de vraag naar en het aanbod van die grondstoffen, bijvoorbeeld door na te gaan of invoering van een uitvoerbeperking wenselijk is; vindt het zeer belangrijk dat de verordening betreffende de overbrenging van afvalstoffen op doeltreffende wijze wordt gehandhaafd<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/1157 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende de overbrenging van afvalstoffen, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1257/2013 en (EU) 2020/1056 en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1013/2006 (PB L, 2024/1157, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1157/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; dringt aan op een voorspelbaar regelgevingskader dat circulaire bedrijfsmodellen ontsluit, met name modellen die gebaseerd zijn op afvalpreventie, hergebruik en hoogwaardige recycling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat de Europese markt moet worden beschermd tegen oneerlijke concurrentie en dumping als gevolg van de industriële overcapaciteit van niet-EU-landen door ten volle gebruik te maken van handelsbeschermingsmechanismen; verzoekt de Commissie een systematisch, proactief en evenredig gebruik van handelsbeschermingsinstrumenten vast te stellen, met inbegrip van antidumping- en antisubsidieonderzoeken; dringt aan op een versterking van de handhavingscapaciteit voor de verordening buitenlandse subsidies<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2022/2560 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende buitenlandse subsidies die de interne markt verstoren (PB L 330 van 23.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2560/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en betreurt dat dit instrument in belangrijke sectoren nog niet systematisch is geactiveerd; verzoekt de Commissie industriële overcapaciteit en strategische afhankelijkheden te behandelen als essentiële risico’s voor het mededingingsvermogen die een gecoördineerde respons op EU-niveau en passende instrumenten vereisen; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat geen toegang tot de interne markt van de EU of tot Europese industriële projecten wordt verleend aan actoren die bijdragen tot structurele marktverstoringen of oneerlijke concurrentie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is ingenomen met de voorgestelde vereenvoudiging van het mechanisme voor koolstofcorrectie aan de grens (CBAM) in het eerste omnibuspakket, als een belangrijke stap om ervoor te zorgen dat het mechanisme effectiever kan worden ingezet om koolstoflekkage aan te pakken; herhaalt zijn oproep tot een werkbare exportoplossing om het risico aan te pakken van koolstoflekkage voor uit de EU naar niet-EU-landen uitgevoerde CBAM-goederen; verzoekt de Commissie een zorgvuldige analyse uit te voeren van de risico’s in verband met niet-geverifieerde certificaten van buiten de EU, die de billijkheid en het concurrentievermogen kunnen schaden; is ingenomen met het voornemen van de Commissie om vóór het einde van het jaar een antiontwijkingsstrategie voor te stellen en in het kader van de komende herziening te overwegen het CBAM uit te breiden tot andere sectoren; onderstreept dat het belangrijk is over een doeltreffend CBAM te beschikken in het kader van de geleidelijke afschaffing van de gratis rechten binnen het EU-emissiehandelssysteem;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is in de context van de uitvoering van de strategie voor het beheer van industriële koolstof ingenomen met het inbouwen van de businesscase voor permanente koolstofverwijderingen in komende (herzieningen van) wetgeving; erkent dat koolstofbeheer, met inbegrip van afvang, opslag, vervoer en gebruik, nodig kan zijn voor sectoren waar vermindering moeilijk is; onderstreept dat het nodig is een kaderpakket voor de CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-markt voor te stellen voor CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-vervoer en -infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>dringt aan op toegankelijke financiering voor kmo’s; is ingenomen met de versnelde goedkeuring en uitbetaling in het kader van instrumenten zoals het Innovatiefonds en de verordening voor een nettonulindustrie en benadrukt dat het initiatief inzake belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (IPCEI) toegankelijk moet zijn voor kmo’s; dringt aan op verdere verbeteringen en harmonisatie om financieringsaanvragen te vereenvoudigen, de rapportageverplichtingen te verminderen en kleine projecten te behandelen volgens een versnelde procedure;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat sectorspecifieke benaderingen belangrijk zijn om de Clean Industrial Deal doeltreffend uit te voeren in alle industriële ecosystemen; is ingenomen met het industrieel actieplan voor de automobielsector, het actieplan voor staal en metalen, de aankondiging van het pakket voor de chemische industrie, het investeringsplan voor duurzaam vervoer en de strategie voor de bio-economie, als belangrijke bouwstenen voor een coherente industriële transitie; dringt erop aan dat het investeringsplan voor duurzaam vervoer gedetailleerde decarbonisatiestrategieën omvat die de specifieke technologische en investeringsbehoeften voor de verschillende vervoerswijzen weerspiegelen; dringt aan op de opname van andere sectoren, zoals de Europese lucht- en ruimtevaartsector en alternatieve brandstoffen, in het kader van de Clean Industrial Deal; verzoekt om een specifiek actieplan voor schone technologie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>