<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0145</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank – jaarverslag 2024</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0112/2025 - Rapporteur: Francisco Assis)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 8 juli 2025 over de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank – jaarverslag 2024 (2024/2053(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 2 en 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 15, 126, 174, 175, 177, 208, 209, 271, 308 en 309 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en Protocol nr. 5 betreffende de statuten van de Europese Investeringsbank (EIB),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 41 tot en met 43 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het activiteitenverslag 2024 van de EIB-groep van 30 januari 2025 getiteld “Priorities for prosperity”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het investeringsverslag 2024/2025 van de EIB van 5 maart 2025 getiteld “Innovation, integration and simplification in Europe”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de strategische routekaart 2024-2027 van de EIB-groep, gepubliceerd op 21 juni 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het operationeel plan 2024-2026 van de EIB-groep van 9 februari 2024 en het operationeel plan 2025-2027 van de EIB-groep van 30 januari 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de in opdracht van de G20 uitgevoerde evaluatie van de kaders voor kapitaaltoereikendheid van multilaterale ontwikkelingsbanken (de CAF-evaluatie),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU) 2025/504 van de Raad van 11 maart 2025 tot wijziging van Protocol nr. 5 betreffende de statuten van de Europese Investeringsbank<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2025/504, 14.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/504/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de EIB-Raad van 21 maart 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de oriënterende nota 2021-2027 van de EIB over cohesie, gepubliceerd op 13 oktober 2021,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de lancering van het European Tech Champions Initiative (ETCI) van de EIB op 13 februari 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het derde jaarverslag van de EIB-groep over de activiteiten van de EIB-groep in EU-cohesieregio’s, gepubliceerd op 15 juli 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>	gezien de milieu- en sociale normen van de EIB van 2 februari 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voortgangsverslag 2023 over de routekaart voor het klimaat van de EIB-groep, gepubliceerd op 25 juli 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese pijler van sociale rechten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het document over de bevindingen uit de analyse door de EIB-groep en na de vergadering met belanghebbenden, dat op 18 juli 2024 tijdens de EIB-studiedag over huisvesting werd gepresenteerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het persbericht van de EIB van 6 maart 2025 getiteld “European Commission and EIB group lay foundations for a new pan-European investment platform for affordable and sustainable housing”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van EIB-president Nadia Calviño aan de EU-leiders van 4 maart 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het actieplan van de EIB-groep voor de veiligheids- en defensie-industrie, dat tijdens de zitting van de Raad Economische en Financiële Zaken op 12 april 2024 in Luxemburg is gepresenteerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de bijgewerkte EIB-lijst van in aanmerking komende projecten, uitgesloten activiteiten en uitgesloten sectoren van 14 juli 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de EIB voor 2023-2024 over de wereldwijde impact, gepubliceerd op 13 juni 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de driepartijenovereenkomst tussen de Europese Commissie, de Europese Rekenkamer en de Europese Investeringsbank, die op 11 november 2021 werd ondertekend,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het reglement bij de klachtenregeling van de EIB-groep, gepubliceerd op 13 november 2018,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het document getiteld “Diversity, Equity and Inclusion at the EIB Group” van 14 oktober 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement getiteld “Increasing European added value in an age of global challenges – Mapping the cost of non-Europe (2022‑2032)”, gepubliceerd in februari 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 1 december 2021, getiteld “De Global Gateway” (JOIN(2021)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie van de Europese Commissie van 11 januari 2024 getiteld “Access to equity financing for European defence SMEs”<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie: Directoraat-generaal Defensie-industrie en Ruimtevaart, <STRING ITALIC="on">Access to equity financing for European defence SMEs</STRING>, Publicatiebureau van de Europese Unie, 2024, https://data.europa.eu/doi/10.2889/698738.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van 17 april 2024 van Enrico Letta getiteld “Much more than a market”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Christian Noyer van 25 april 2024 getiteld “Developing European capital markets to finance the future”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van 9 september 2024 van Mario Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van 30 oktober 2024 van Sauli Niinistö getiteld “Safer Together – Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU‑kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 februari 2025 getiteld “Werkprogramma van de Commissie 2025” (COM(2025)0045),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 februari 2025 getiteld “De weg naar het volgende meerjarig financieel kader” (COM(2025)0046),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “De Clean Industrial Deal: Een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie” (COM(2025)0085),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “Actieplan voor betaalbare energie – De werkelijke waarde van onze energie-unie ontsluiten om betaalbare, efficiënte en schone energie voor alle Europeanen te waarborgen (COM(2025)0079).</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de persverklaring van de voorzitter van de Commissie Ursula von der Leyen van 4 maart 2025 over het defensiepakket (het ReArm Europe-plan),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 19 maart 2025 getiteld “Spaar- en investeringsunie – Een strategie om in de EU de welvaart van burgers en het economische concurrentievermogen te stimuleren” (COM(2025)0124),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit<FOOTNOTE><FIELD>PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/241/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van het InvestEU‑programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017<FOOTNOTE><FIELD>PB L 107 van 26.3.2021, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/523/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld, tot wijziging en intrekking van Besluit nr. 466/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) 2017/1601 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD>PB L 209 van 14.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/947/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie<FOOTNOTE><FIELD>PB L 231 van 30.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1056/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1229 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende de leenfaciliteit voor de publieke sector uit hoofde van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie<FOOTNOTE><FIELD>PB L 274 van 30.7.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1229/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/795 van het Europees Parlement en de Raad van 29 februari 2024 tot oprichting van het platform voor strategische technologieën voor Europa<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/795, 29.2.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/795/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 26 februari 2025 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695 en (EU) 2021/1153 wat betreft het verhogen van de efficiëntie van de EU-garantie uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 en het vereenvoudigen van de verslagleggingsvereisten (COM(2025)0084),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 12 maart 2025 over het witboek over de toekomst van de Europese defensie<FOOTNOTE><FIELD>Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0034.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Begrotingscommissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10‑0112/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de EIB-groep bestaat uit de EIB en het Europees Investeringsfonds (EIF); overwegende dat de EIB, die volledig in handen is van de lidstaten, de grootste multilaterale financiële instelling ter wereld is, actief is op de internationale kapitaalmarkten, klanten concurrerende voorwaarden biedt en voorziet in een gunstig klimaat ter bevordering van de doelstellingen van de EU en ter ondersteuning van EU-beleid en -projecten, zowel binnen de Unie als daarbuiten, overeenkomstig artikel 309 VWEU; overwegende dat het EIF in handen is van de EIB (59,8 %), de EU (29,7 %) en financiële instellingen (10,5 %) uit de lidstaten, het Verenigd Koninkrijk en Turkije;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de EIB-groep een balanstotaal heeft van bijna 600 miljard EUR; overwegende dat de EIB aangeeft in 2024 voor een recordbedrag van in totaal 88,8 miljard EUR te hebben geïnvesteerd, waarvan 50,7 miljard EUR werd besteed aan klimaat en milieu, 16,2 miljard EUR aan kmo’s en midcaps, 14,4 miljard EUR aan digitalisering en technologische innovatie en 1 miljard EUR aan het verbeteren van de veiligheid en defensie van Europa; overwegende dat de hefboomratio van de EIB is verhoogd tot 290 %, waardoor de EIB extra ruimte heeft gekregen om te investeren, de doelstellingen van de EU te verwezenlijken en het beleid van de EU te ondersteunen; overwegende dat de totale investeringen van de EIB-groep in 2025 naar verwachting zullen stijgen tot 95 miljard EUR;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de EIB beschikt over solide financiële fundamentals en de “triple A”-rating heeft, een hoeksteen van zijn financiële betrouwbaarheid en financieringscapaciteit, die essentieel is om het vertrouwen van beleggers te behouden en lage financieringskosten te garanderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de EIB tot taak heeft EU-beleid en -projecten te steunen en uit te voeren door middelen van de EU-begroting in te zetten, onder meer als garantie, om grootschalige publieke en private investeringen aan te trekken; overwegende dat volgens de EIB ongeveer 90 % van haar jaarlijkse investeringen is vastgelegd voor projecten binnen de EU en 10 % voor investeringen buiten de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het EIF, als onderdeel van de EIB-groep, een entiteit is die gespecialiseerd is in de ondersteuning van de beleidsdoelstellingen van de EU, onder meer op het gebied van ondernemerschap, het scheppen van banen en economische cohesie, en een sleutelrol speelt bij de ondersteuning van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) door hun toegang tot financiële markten te verbeteren, van durfkapitaal tot microfinanciering; overwegende dat de EIB-groep steun verstrekt aan ondernemingen in alle ontwikkelingsstadia;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat met InvestEU in juni 2024 naar schatting ongeveer 280 miljard EUR aan aanvullende investeringen is gemobiliseerd, waarvan 201 miljard EUR afkomstig was van de particuliere sector; overwegende dat de middelen van InvestEU bijna uitgeput zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat in de meest recente verslagen over de toekomst van de EU wordt opgeroepen tot versterking van het concurrentievermogen van de EU, wordt gewezen op de cruciale rol van marktintegratie en wordt benadrukt dat er meer publieke en particuliere investeringen nodig zijn om een sterker, veiliger, autonomer en rechtvaardiger Europa tot stand te brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat in het rapport Draghi over het Europese concurrentievermogen de gecombineerde extra investeringsbehoeften in Europa tegen 2030 geraamd worden op 750 tot 800 miljard EUR per jaar; overwegende dat de EIB-groep een cruciale rol speelt bij het dichten van deze investeringskloof, zowel door haar eigen kredietverleningscapaciteit in te zetten als door particulier kapitaal aan te trekken om deze investeringsbehoeften te financieren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat uit het rapport‑Draghi blijkt dat Europese bedrijven minder uitgeven aan onderzoek en innovatie dan Amerikaanse bedrijven en dat Europa er nog altijd onvoldoende in slaagt onderzoek en innovatie te commercialiseren, dat dit met name geldt voor de sectoren biotechnologie, artificiële intelligentie en hernieuwbare energie, en dat dit te wijten is aan het feit dat de eengemaakte markt, de bankenunie en de kapitaalmarktenunie nog niet voltooid zijn, waardoor er sprake is van een relatieve kleinschaligheid en een gebrek aan eenheid; overwegende dat er in het rapport‑Draghi op wordt gewezen dat er in 2023 tussen de EU en de VS een productiviteitskloof bestond van 30 %, die met name te wijten was aan het feit dat Europa onvoldoende heeft aangehaakt bij de digitale revolutie in verband met de opkomst van internet en de daarmee verband houdende productiviteitswinst, waardoor slechts vier van de 50 belangrijkste technologiebedrijven Europees zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat in het rapport‑Letta wordt vermeld dat vanwege de nog niet volledig geïntegreerde kapitaalmarktenunie (KMU) naar schatting 300 miljard EUR aan Europese spaartegoeden niet binnen Europa wordt geïnvesteerd, maar daarbuiten, met name in de Verenigde Staten; overwegende dat volgens de president van de Europese Centrale Bank bedrijven in de EU bij een voltooide kapitaalmarktenunie jaarlijks naar schatting ongeveer 470 miljard EUR meer aan kapitaal zouden kunnen aantrekken via de kapitaalmarkten<FOOTNOTE><FIELD>Inleidende opmerkingen van voorzitter Von der Leyen tijdens de gezamenlijke persconferentie met voorzitter Michel na de bijeenkomst van de buitengewone Europese Raad van 18 april 2024.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement de potentiële voordelen van een beter geïntegreerde en beter gereguleerde financiële markt van de EU op de lange termijn op tot wel 159 miljard EUR per jaar raamt, en de voordelen van verdere vooruitgang met betrekking tot de integratie van de EU-bankensector op tot wel 114 miljard EUR per jaar;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de verrichtingen van de EIB moeten bijdragen tot het bereiken van klimaatneutraliteit uiterlijk in 2050, in overeenstemming met de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de VN, en de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten moeten ondersteunen; overwegende dat de EIB zichzelf tot klimaatbank van de EU heeft uitgeroepen, gezien de investeringen die nodig zijn om een rechtvaardige groene transitie te realiseren; overwegende dat de EU volgens ramingen van de Commissie haar jaarlijkse investeringen in energie, industriële innovatie, opschaling en vervoerssystemen met ongeveer 480 miljard EUR moet verhogen ten opzichte van het voorgaande decennium<FOOTNOTE><FIELD>De Clean Industrial Deal: Een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie (COM(2025)0085).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de ontwikkeling van de Europese technologische en industriële defensiebasis in het licht van de huidige geopolitieke situatie een steeds belangrijker rol speelt binnen de interne markt; overwegende dat in het witboek van de Commissie over de toekomst van de Europese defensie wordt gesteld dat er over een periode van vier jaar nog eens 800 miljard EUR aan investeringen in de defensiesector nodig is; overwegende dat de EIB heeft aangekondigd dat zij haar financiering voor veiligheid en defensie zal verdubbelen van 1 miljard EUR in 2024 tot 2 miljard EUR in 2025, waarbij zij de “triple A”-rating zal behouden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de huizenprijzen in de EU tussen 2015 en 2023 met gemiddeld 48 % zijn gestegen en dat de huisvestingscrisis bijna heel Europa treft, met steeds ernstiger gevolgen voor de middenklasse en niet alleen voor de meest kwetsbaren; overwegende dat uit gegevens van de EIB blijkt dat er jaarlijks 1,5 miljoen nieuwe woningen moeten worden gebouwd en nog eens 5 miljoen moeten worden gerenoveerd, waarvoor 300 tot 400 miljard EUR aan jaarlijkse investeringen nodig is; overwegende dat de huisvestingssector van algemeen belang is, maar te kampen heeft met dalende overheidsinvesteringen, waardoor blijvende investeringen van de EIB van cruciaal belang zijn voor deze sector; overwegende dat het nieuwe actieplan van de EIB voorziet in investeringen ter hoogte van 10 miljard EUR voor de komende twee jaar;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat EIB Global, de ontwikkelingstak van de EIB die in 2022 werd opgericht, van cruciaal belang is voor de positie van Europa in de wereld; overwegende dat EIB Global naar verwachting ten minste een derde van de 300 miljard EUR aan investeringen zal faciliteren die in het kader van de Global Gateway tegen eind 2027 gegenereerd zouden moeten worden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het Parlement er herhaaldelijk op heeft aangedrongen dat er een interinstitutioneel akkoord gesloten wordt tussen het Parlement en de EIB; overwegende dat het Parlement akkoorden heeft gesloten met diverse EU-organen; overwegende dat het Parlement en de EIB al lange tijd intensief samenwerken en in dat kader onder meer contacten hebben en een dialoog voeren over wetgevings- en andere aangelegenheden;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Algemene opmerkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>waardeert het feit dat de EIB bereid is om zich aan te passen aan de steeds veranderende beleidsbehoeften van de EU, maar daarbij haar langetermijndoelen blijft nastreven; is ingenomen met de strategische routekaart 2024‑2027 van de EIB-groep, die de politieke prioriteiten van de EU weerspiegelt; herinnert eraan dat de strategische routekaart de volgende acht prioriteiten omvat: de rol van de EIB als klimaatbank, digitalisering en ingebruikneming van nieuwe technologieën, veiligheids- en defensie-industrie, modern cohesiebeleid, landbouw en bio-economie, de sociale infrastructuur van Europa, investeringen met een grote impact buiten de EU en de kapitaalmarktenunie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>dringt er bij de EIB nogmaals op aan om een nog grotere rol te spelen bij het dichten van de investeringskloof in Europa, die door Mario Draghi wordt geraamd op 800 miljard EUR, waarvan 450 miljard EUR alleen al in verband met de energietransitie; verzoekt de Commissie en de EIB ten volle gebruik te maken van het potentieel van de EIB om financiële steun te verlenen aan de gemeenschappelijke prioriteiten van de EU en haar cruciale rol te vervullen bij het stimuleren van de noodzakelijke investeringen voor eerlijke en inclusieve duurzame groei, en tegelijkertijd de innovatiewinst op belangrijke beleidsterreinen van de EU te maximaliseren; dringt erop aan dat de bijdrage van de EIB-groep in het volgende meerjarig financieel kader (MFK) verder wordt versterkt, met name door middel van financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties die zeer doeltreffend zijn gebleken voor de verwezenlijking van belangrijke beleidsdoelstellingen van de EU; dringt er bij de lidstaten op aan hiervoor voldoende financiering te verstrekken door mandaten toe te kennen aan de EIB en door middel van een mogelijke kapitaalverhoging, zodat de EIB investeringen kan mobiliseren die daadwerkelijk voldoen aan pan-Europese behoeften en de relevantie van de EU als mondiale speler versterken; herinnert eraan dat de nieuwe Commissie zich ten doel heeft gesteld een “investeringscommissie” te zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat de “triple A”-rating van de EIB een cruciale troef is die behouden moet blijven; dringt er bij alle relevante actoren op aan om deze rating bij eventuele aanpassingen van het kredietverleningsbeleid en het mandaat van de EIB te beschermen en te waarborgen; benadrukt dat de rating onder meer gebaseerd is op haar solide kapitaalpositie, uitstekende kwaliteit en prestaties van haar activa, de kredietwaardigheid van de lidstaten als de uiteindelijke garantiegevers, en het feit dat de EIB heeft ingespeeld op de beleidsdoelstellingen van de EU; merkt op dat de EIB-groep met een solide “triple A”-rating en een sterk kader voor risicobeheer de financiële kracht heeft die nodig is om haar jaarlijkse investeringen gestaag te verhogen; benadrukt dat de rating en de financiële positie van de EIB haar ook in staat stellen gunstigere financieringsvoorwaarden te waarborgen voor de financiering van projecten van algemeen belang vergeleken met particuliere commerciële banken, zekerheid en kosteneffectiviteit te waarborgen, potentiële schommelingen in het rendement te absorberen, het vertrouwen van investeerders te behouden en de financieringskosten te beperken; benadrukt dat de EIB haar bevoorrechte status zou moeten benutten om grotere risico’s te nemen bij de financiering van Europese collectieve goederen en strategische investeringen; neemt kennis van het besluit van de Raad van Gouverneurs van de EIB om de hefboomratio van de EIB te verhogen van 250 % naar 290 %; benadrukt dat de EIB haar steun zodanig moet inrichten dat zij particuliere investeringen niet verdringt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat het investeringsvolume van de EIB in verhouding tot het bbp van de diverse Europese landen in 2024 varieerde van 0,1 %<FOOTNOTE><FIELD>Ierland, Letland en Hongarije hebben de laagste percentages.</FIELD></FOOTNOTE> tot 1,4 %; roept de EIB-groep op te zorgen voor een evenwichtiger geografische spreiding van de investeringen met het oog op een maximale impact in alle regio’s van de EU, teneinde een samenhangende en inclusieve groei in de hele EU te bevorderen, met bijzondere aandacht voor ondervertegenwoordigde en minder ontwikkelde gebieden; verzoekt de EIB zich sterk te blijven richten op investeringsplannen die tot doel hebben de kloof te verkleinen tussen enerzijds de meest ontwikkelde regio’s van de EU en anderzijds eilandregio’s, de binnenlanden, ultraperifere regio’s, economisch achtergebleven gebieden en alle door natuurlijke factoren benadeelde delen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat de bestaande processen en mandaten van de EIB vereenvoudigd, gestroomlijnd, geoptimaliseerd en geconsolideerd moeten worden en dat toekomstige processen en mandaten eenvoudig en optimaal van opzet moeten zijn, en dat daarbij zoveel mogelijk gestreefd moet worden naar synergieën, doeltreffendheid en efficiëntie; stelt de ontwikkeling en invoering voor van één enkel rulebook, met een uniforme reeks financiële regels, om te fungeren als een uniform kader voor meerdere EU-programma’s en de uitvoering voor partners te vereenvoudigen, wat zal bijdragen tot een versterking van de verrichtingen van de EIB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst op het belang van vermindering van de administratieve lasten en de kosten van verslaglegging, alsmede van vereenvoudiging van de procedures in verband met projecten die door de EIB worden gefinancierd, met name voor kmo’s en kleinschaligere innovatiegerichte initiatieven; wijst erop dat een gestroomlijnder proces de impact en de responsiviteit van de EIB zou kunnen vergroten; verwelkomt in dit verband de invoering van onestopshops die gecoördineerde financiële ondersteuning en technische begeleiding bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>waardeert de toezegging van de EIB om hervormingen door te voeren om de doorlooptijden voor goedkeuring van financiering te verkorten, met als doel een verkorting van 30 % tegen eind 2024 en een verkorting van 50 % in de periode 2024‑2026; merkt op dat gewerkt wordt aan een versnelde uitvoering van deze hervormingen, om de bureaucratie te verminderen, synergieën binnen de EIB-groep te versterken, interne procedures te automatiseren en te stroomlijnen en de kostenefficiëntie te verbeteren; verzoekt de Commissie en de EIB om verder te bestuderen hoe de doorlooptijden voor goedkeuring van financiering binnen de EIB kunnen worden verkort en de financieringsmandaten kunnen worden vereenvoudigd zonder dat afbreuk wordt gedaan aan de controlenormen of de transparantie; dringt erop aan dat de EIB haar inspanningen voor de digitalisering van haar activiteiten opvoert;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De investeringskloof dichten en het concurrentievermogen bevorderen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt de belangrijke rol die de EIB-groep als pan-Europese en internationale investeringsinstelling speelt door zowel publieke als particuliere financiering voor EU-prioriteiten te mobiliseren en de lidstaten te ondersteunen bij de financiering van essentiële en strategische investeringen en de beleidsdoelstelling van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>wijst er echter nogmaals op dat de activiteiten van de EIB van nature beperkt zijn en dat de EIB slechts een ondersteunende rol kan spelen bij het dichten van de aanzienlijke investeringskloof; herhaalt dat een meer geïntegreerde economische en monetaire unie, een solidere economische architectuur en een doeltreffende coördinatie de activiteiten van de EIB ten goede zouden komen; dringt daarom aan op snelle en aanzienlijke vooruitgang met betrekking tot de kapitaalmarktenunie, met name door het zetten van concrete stappen wat betreft de onlangs gelanceerde spaar- en investeringsunie, de voltooiing van de bankenunie en, in voorkomend geval, de invoering van investeringsinstrumenten op EU-niveau om de kosten voor de belastingbetalers in de EU tot een minimum te beperken en de efficiëntie bij de levering van Europese collectieve goederen te maximaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>bevestigt dat meer geïntegreerde kapitaalmarkten en een diepere eengemaakte markt ook wezenlijke basiselementen zijn voor de activiteiten van de EIB; is ingenomen met de strategische routekaart van de EIB, waarin de kapitaalmarktenunie hoog op de agenda wordt geplaatst; verwacht dat een naar behoren voltooide spaar- en investeringsunie voordelen zal opleveren voor zowel consumenten als kmo’s, in die zin dat er hoogrenderende investeringskansen in de reële economie zullen worden geboden, en dat de spaar- en investeringsunie uiteindelijk de durfkapitaalmarkt zal versterken, die wordt gezien als risicovoller dan andere vormen van investering, doordat de toegang tot gediversifieerde financieringsbronnen zal verbeteren; benadrukt dat relevante Europese publieke actoren moet bijdragen aan de spaar- en investeringsunie, en verwelkomt de bereidheid van de EIB om proefprojecten en andere concrete initiatieven op dit gebied te lanceren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>roept de Commissie en de EIB-Groep op om meer inspanningen te leveren om de agenda voor het concurrentievermogen en de spaar- en investeringsunie te verwezenlijken door particulier kapitaal aan te trekken voor productieve investeringen, innovatie gedurende de hele levenscyclus van bedrijven te ondersteunen, en risicokapitaalfinanciering en meer risicovolle aandelenfinanciering voor start-ups en scale-ups te stimuleren; benadrukt dat risicovolle instrumenten, zoals aandelen en durfkapitaal, moeten worden gebruikt met duidelijke risicokaders en meetbare prestatie-indicatoren; spoort de EIB aan om meer financiering te verstrekken ten behoeve van bedrijven die in handen zijn van vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>erkent de centrale rol van kmo’s, als ruggengraat van de Europese economie, bij het stimuleren van economische groei en innovatie, het scheppen van werkgelegenheid en het bevorderen van territoriale cohesie; herinnert er in dit verband aan dat de 24 miljoen kmo’s in de EU 99 % van alle bedrijven vertegenwoordigen en goed zijn voor ongeveer twee derde van alle banen en meer dan 50 % van de totale door het bedrijfsleven in de EU gegenereerde toegevoegde waarde; benadrukt dat het ondersteunen van kmo’s een hoofddoelstelling is voor de EIB-groep en dat het vergroten van de kredietmogelijkheden, de ontwikkeling van financieringsinstrumenten op maat en gerichte investeringen in kmo’s een breder positief effect teweeg kunnen brengen en kunnen bijdragen aan de economische veerkracht van de Unie, aan het concurrentievermogen van lokale productieketens en aan de digitale en duurzame transitie van regionale economieën;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>spoort de EIB aan om de toegang van kmo’s en start-ups tot financiering te blijven faciliteren en haar rol op dit gebied nog verder te versterken, omdat het voor kmo’s vaak ingewikkeld is om financiering te verkrijgen via traditionele financiële instellingen, en om kmo’s gerichte financiering te verstrekken zodat ze over voldoende middelen beschikken om te groeien en te floreren; wijst erop dat kmo’s nog steeds voor uitdagingen staan als gevolg van hoge rentetarieven en grondstoffen- en energiekosten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is ingenomen met de rol van het EIF bij de financiering van start-ups en scale-ups in Europa, onder meer via activiteiten op de Europese durfkapitaalmarkt; benadrukt dat EIF-instrumenten gemakkelijk toegankelijk moeten blijven voor kleinere aanvragers, en verzoekt het EIF zijn aanvraagprocedures dienovereenkomstig te stroomlijnen; dringt aan op een verhoging van de begroting van het EIF die bestemd is voor het durfkapitaalecosysteem van de EU, overeenkomstig het rapport-Draghi; pleit daarnaast voor invoering van garanties voor eerste verliezen en converteerbare instrumenten ten behoeve van start-ups en scale-ups;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>wijst op de belangrijke bijdrage die de EIB-groep levert aan de ontwikkeling van het Europese ecosysteem voor durfkapitaal en particulier eigen vermogen, maar merkt daarbij op dat er meer moet worden gedaan om Europese innovatie te ondersteunen, zodat start-ups meer mogelijkheden krijgen om op te schalen en toegang te krijgen tot financiering gedurende hun gehele levenscyclus; merkt op dat, hoewel een aanzienlijk deel van de particuliere investeringsstromen reeds via durfkapitaalfondsen loopt, dit aandeel ontoereikend is en ongelijk verdeeld is over de lidstaten; onderstreept dat een kapitaalmarktenunie kan helpen om deze onevenwichtigheid aan te pakken en de toegang tot financiering in de lidstaten te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>benadrukt dat door de EU aangeboden risicobeperkende instrumenten en begrotingsgaranties krachtige instrumenten zijn gebleken; is van mening dat risicobeperking op doeltreffende wijze moet worden voortgezet, met name met betrekking tot investeringen in innovatieve en strategische sectoren; uit zijn bezorgdheid over het feit dat, volgens de tussentijdse evaluatie van het InvestEU-programma, zonder verhoging van de begroting de middelen voor veel financiële producten eind 2025 uitgeput kunnen raken; verwelkomt in dit verband het voorstel van de Commissie van 26 februari 2025, om te voorzien in aanvullende financiering voor InvestEU; pleit voor een evenwichtige geografische verdeling van de financiering in het kader van InvestEU, waarbij de kleinere lidstaten niet vergeten mogen worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>herinnert eraan dat EU-begrotingsgaranties steunen op middelen van de belastingbetaler en dat wanbetalingen bij door de EIB gesteunde projecten rechtstreekse gevolgen kunnen hebben voor de EU-begroting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verwelkomt de voortdurende uitbreiding van het netwerk van Europese stimuleringsbanken en andere internationale financiële instellingen van de EIB om meer publieke en private investeringen te helpen aantrekken en te zorgen voor een brede geografische en sectorale dekking; wijst erop dat 75 % door de EIB wordt uitgevoerd; pleit ervoor dat de financiële component van het Europees Fonds voor concurrentievermogen gebruikmaakt van de kennis die bij nationale stimuleringsbanken en -instellingen aanwezig is, met name over lokale en regionale actoren; dringt er in dit verband op aan dat het combineren van instrumenten van de EIB en NPBI’s verder wordt onderzocht, om ervoor te zorgen dat dergelijke instrumenten de reeds voor NPBI’s bestemde middelen niet in gevaar brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de EIB haar gesubsidieerde leningen aan lokale en nationale financiële tussenpersonen te bevorderen, onder meer aan garantieconsortia, instellingen voor microkrediet, ethische banken en organisaties voor collectieve garantie die tot doelstelling hebben kmo’s gemakkelijker voor een lening in aanmerking te laten komen, waarbij speciale aandacht moet uitgaan naar plattelandsgebieden, binnenlanden en eilanden, ultraperifere regio’s en gebieden die zich in een economische of ecologische transitie bevinden;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De rol van de EIB als klimaatbank van de EU bestendigen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>erkent de rol van de EIB als klimaatbank en ziet de noodzaak in van de afstemming ervan op het EU-kader voor duurzame financiering, alsook van, waar van toepassing, de integratie van taxonomiecriteria<FOOTNOTE><FIELD>Europese Investeringsbank, “<STRING ITALIC="on">European Investment Bank Climate Action and Environmental Sustainability– List of eligible sectors and eligibility criteria</STRING>”, 2024.</FIELD></FOOTNOTE>, de ondersteuning van de transitie door middel van de verstrekking van financiering voor duurzame en schone technologieën, en de ondersteuning van de inspanningen van de Unie om de economie van de EU koolstofvrij te maken; wijst erop dat de geldstromen van de EIB in overeenstemming moeten zijn met de EU-doelstelling van klimaatneutraliteit in 2050 en de klimaatdoelstellingen van de EU voor 2030; merkt op dat alle zakelijke cliënten van EIB-financiering contractueel verplicht zijn om een geloofwaardige strategie voor afstemming op de Overeenkomst van Parijs (“decarbonisatieplannen”) te publiceren<FOOTNOTE><FIELD>Europese Investeringsbank Groep, “<STRING ITALIC="on">Paris Alignment Framework – Low carbon</STRING>”<STRING ITALIC="on">, versie 1.1</STRING>, 2023; Europese Investeringsbank Groep, “<STRING ITALIC="on">EIB Group Climate Bank Roadmap 2021-2025</STRING>”, november 2020.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is verheugd over de investeringen van de EIB in klimaat en milieu, met een totaal van 50,7 miljard EUR in 2024, waarmee het streefdoel om ten minste 50 % van de totale financiering aan klimaatactie en milieuduurzaamheid te besteden, werd overtroffen; vraagt de EIB haar hoge ambitieniveau te handhaven, en beklemtoont dat deze verbintenis het concurrentievermogen, de energiezekerheid en de industriële veerkracht van de Unie ten goede komt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>herinnert eraan dat de groene transitie inclusief, eerlijk en concurrerend moet zijn en dat groene investeringen levensvatbaar moeten zijn; verwacht daarom van de EIB dat zij haar kredietverlening, financiële instrumenten, technische bijstand en adviesdiensten aanwendt om burgers en bedrijven te ondersteunen die voor uitdagingen staan op sociaal-economisch vlak als gevolg van hun inspanningen om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te verwezenlijken; benadrukt dat de herstructurering van de industrie, de omscholing van werknemers en het scheppen van nieuwe werkgelegenheidskansen in de getroffen regio’s moeten worden ondersteund; verzoekt de EIB projecten te steunen die tot doel hebben te zorgen voor betaalbare toegang tot hernieuwbare energie, huisvesting en openbare diensten, vanuit de gemeenschap geleide initiatieven en kleine projecten waarbij de focus ligt op de bestrijding van energiearmoede;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is ingenomen met de investeringen van de EIB in hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, interconnectoren en elektriciteitsnetten en -opslag, alsook met haar steun voor REPowerEU; benadrukt dat het belangrijk is dat prioriteit wordt gegeven aan projecten met een grote economische impact en meetbare klimaatvoordelen; verzoekt de EIB een rol te spelen bij het mobiliseren van particulier kapitaal voor netwerkinvesteringen om de energieprijzen te helpen verlagen; merkt met name op dat er meer geïnvesteerd wordt in opkomende technologieën voor industriële elektrificatie en decarbonisatie en wijst erop dat dergelijke projecten in het kader van de transitie naar klimaatneutraliteit een belangrijke rol spelen, aangezien daardoor de emissies van moeilijk te decarboniseren industriële sectoren omlaag kunnen worden gebracht, maar uit tevens zijn bezorgdheid over de mogelijke impact ervan op de watervoorziening in bepaalde regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>beklemtoont dat de hoge energiekosten in de EU moeten worden aangepakt om het concurrentievermogen van Europese bedrijven te vergroten; wijst erop dat een stabiele energievoorziening tegen concurrerende prijzen een van de fundamenten vormt van een succesvol industriebeleid; verzoekt de EIB-groep met name kmo’s te ondersteunen die te maken hebben met een hoge kostendruk ten gevolge van de hoge energieprijzen, onder meer in de vorm van gerichte financiering en adviesdiensten ter verbetering van de energie-efficiëntie en veerkracht van deze kmo’s; verzoekt de EIB energie-intensieve industrieën te blijven ondersteunen om ervoor te zorgen dat deze uiterst strategische sector de energietransitie succesvol kan laten verlopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>wijst op de interne toezichthoudende rol van het Auditcomité van de EIB; wijst erop dat er geen extern prudentieel toezicht wordt uitgeoefend overeenkomstig internationaal aanvaarde toezichtnormen, behalve op het gebied van liquiditeitsbeheer; spoort de Raad van Gouverneurs van de EIB ertoe aan om, gezien de omvang, complexiteit en specifieke kenmerken van het bedrijfsmodel van de EIB, passende regelingen vast te stellen om te voldoen aan de hoogste normen op het gebied van extern prudentieel toezicht, en daarbij rekening te houden met de noodzakelijke aanpassingen die voortvloeien uit het unieke bedrijfsmodel van de EIB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat investeringen, in een wereld vol onzekerheid, gericht moeten zijn op de paraatheid van de EU om schokken het hoofd te bieden; benadrukt dat er meer moet worden geïnvesteerd in klimaatadaptatie en -bestendigheid; is voorstander van verder onderzoek en verdere ontwikkeling, ook op het gebied van innovatieve technologieën, om klimaatparaatheid te bevorderen; dringt erop aan dat de toegang van kmo’s tot financiering voor innovatieve groene technologieën wordt verbeterd; wijst erop dat schone technologie bijdraagt aan de soevereiniteit van de EU en essentieel is voor het concurrentievermogen, maar dat er op dit gebied nog grotere financieringsproblemen spelen dan met betrekking tot gevestigde technologieën vanwege de extra groene premie die moet worden opgebracht; wijst erop dat in het Draghi-verslag wordt gepleit voor meer instrumenten voor garantie en contragarantie ter dekking van de investeringsrisico’s van projecten die gericht zijn op de productie van schone technologie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>herinnert eraan dat de EIB de eerste uitgever van obligaties was die een groene obligatie uitgaf en nu de grootste uitgever van groene obligaties in meerdere valuta’s is; is ingenomen met het feit dat de EIB op 2 april 2025 haar eerste klimaatobligatie heeft uitgegeven, in overeenstemming met de verordening betreffende Europese groene obligaties<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2023/2631 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende Europese groene obligaties en optionele openbaarmakingen voor obligaties die als ecologisch duurzame obligaties op de markt worden gebracht en voor aan duurzaamheid gekoppelde obligaties (PB L, 2023/2631, 30.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2631/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; wijst erop dat de EIB een sleutelrol speelt bij de ontwikkeling van de markt voor groene obligaties en financieringsoplossingen biedt aan duurzame bedrijven; verzoekt de Commissie en de EIB-groep het leiderschap van de EU op het gebied van groene en digitale obligaties te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>herinnert eraan dat de EIB gehouden is het Verdrag inzake biologische diversiteit en het mondiaal biodiversiteitskader van Kunmin‑Montreal te eerbiedigen, en steunt de investeringen van de EIB in de bescherming van de biodiversiteit en het behoud van natuurlijke hulpbronnen; is ingenomen met het akkoord tussen de EIB en het Europees Milieuagentschap over de verdieping van de samenwerking op het gebied van biodiversiteits- en klimaatactie; beklemtoont dat, om de langetermijnvoordelen van herstel, instandhouding en bescherming van de biodiversiteit en de natuur te verwezenlijken, moet worden voorzien in aantrekkelijke financieringsregelingen die het voor potentiële begunstigden mogelijk maken om op vrijwillige basis aan dergelijke praktijken deel te nemen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vrede, veiligheid en defensie financieren</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>is ingenomen met de proactieve aanpak van de EIB op het gebied van veiligheid en defensie; benadrukt dat de investeringen in deze sector in 2024 zijn verdubbeld tot 1 miljard EUR en dat deze in het plan van de EIB voor 2025 opnieuw zullen worden verdubbeld tot een recordbedrag van 2 miljard EUR; beklemtoont dat meer investeringen van de EIB in de defensiesector de investeringen van commerciële banken in de sector kunnen stimuleren; merkt evenwel op dat deze bedragen minder dan 1,1 % uitmaken van de investeringen van de EIB voor 2024 (88,8 miljard EUR) en 2,2 % van de financieringsdoelstellingen van de EIB voor 2025 (95 miljard EUR), en benadrukt dat ze slechts een aanvullende rol kunnen spelen bij het aanpakken van de naar schatting 33,6 tot 48 miljard EUR aan nieuwe financiering die uiterlijk in 2030 nodig is zodat defensiebedrijven kunnen voldoen aan de verwachte toename van bestellingen in het kader van het ReArm Europe-plan / Readiness 2030; benadrukt dat de financiering op Europees niveau van essentieel belang is om aan de aanzienlijke financieringsbehoeften van de lidstaten te voldoen; onderstreept dat alle toekomstige structurele Europese defensiefinanciering moet worden ontworpen met duidelijke voorwaarden en streng toezicht, voortbouwend op de lessen die zijn getrokken uit bestaande instrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>steunt de aanhoudende, versterkte rol van de EIB bij het bevorderen van de veiligheid van Europa door middel van gerichte investeringen in zowel defensie- als civiele infrastructuur, en beklemtoont dat strategische investeringen moeten worden geconcentreerd in projecten met een Europese meerwaarde en in technologieën voor tweeërlei gebruik die bijdragen tot de verwezenlijking van doelstellingen op zowel civiel als defensiegebied, in overeenstemming met de overkoepelende doelstellingen van de EU om innovatie te stimuleren en de veiligheid en veerkracht van de Unie te vergroten; beklemtoont dat doeltreffende defensie-innovatie afhankelijk is van nauwe samenwerking tussen de academische wereld, onderzoeksinstellingen en particuliere bedrijven, en spoort de EIB ertoe aan om als katalysator op te treden bij het structureren van publiek-private langetermijnpartnerschappen met behulp van gerichte financieringsinstrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is ingenomen met het plan van de EIB om haar operationele kader te herzien en een specifieke, transversale beleidsdoelstelling vast te stellen om vrede en veiligheid in Europa te versterken, in het kader van een ambitieus plan voor de toewijzing van financiële middelen en kapitaal<FOOTNOTE><FIELD>Brief van EIB-president Nadia Calviño aan de EU-leiders van 4 maart 2025.</FIELD></FOOTNOTE>; steunt daarom het besluit van de Raad van Bewind van de EIB van 21 maart 2025 om het strategisch Europees veiligheidsinitiatief (SESI) 2022 van de EIB te integreren in een permanente, horizontale overheidsbeleidsdoelstelling, ter aanvulling van de bestaande beleidsdoelstellingen; onderstreept echter dat alle activiteiten op defensiegebied onderworpen moeten worden aan passende financiële parameters, regelmatige risicobeoordeling en transparant toezicht, en gepaard moeten gaan met solide risicobeheerprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is ingenomen met het gezamenlijke initiatief van de Commissie en de EIB-groep om via het EIF, een dochteronderneming van de EIB-groep, een dakfonds op te richten, de “eigenvermogensfaciliteit voor defensie” genaamd, met een begroting van 175 miljoen EUR voor de periode tussen 2024 en 2027, ter ondersteuning van particuliere investeringen in Europese kmo’s die innovatieve defensietechnologieën voor tweeërlei gebruik ontwikkelen, en om tegemoet te komen aan de financieringsbehoeften van de Europese technologische en industriële defensiebasis, die worden geraamd op een bedrag tussen 6,8 en 20 miljard EUR tot 2030, en zo tegemoet te kunnen komen aan de toename van het aantal bestellingen dat in het kader van het ReArm Europe-plan / Readiness 2030 wordt verwacht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>onderkent het besluit van de Raad van Bewind van de EIB van 21 maart 2025 om de subsidiabiliteitscriteria van de EIB-groep voor veiligheids- en defensie-investeringen uit te breiden en het aantal uitgesloten activiteiten te beperken, in overeenstemming met de voorstellen die de EU-leiders tijdens de Europese Raad van 6 maart 2025 hebben goedgekeurd, alsmede de goedkeuring door de EIB-groep van het actieplan inzake veiligheid en defensie in mei 2024 om de steun voor de veiligheids- en defensie-industrie van de EU op te voeren; merkt op dat de EIB-groep in het kader van dit plan financiering verstrekt aan kmo’s en innovatieve start-ups die actief zijn in de veiligheids- en defensiesector, in overeenstemming met het beginsel van “tweeërlei gebruik”, waarbij de eis van “geloofwaardig civiel gebruik” wordt gehandhaafd en de inkomstentoets wordt stopgezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>neemt kennis van het besluit van de Raad van Bewind van de EIB van 21 maart 2025 dat er geen vast plafond zal zijn voor investeringen in veiligheid en defensie, waarbij de financieringsbedragen jaarlijks worden vastgesteld in het operationele plan van de EIB-groep; vraagt de EIB duidelijkheid te verschaffen over de mogelijke gevolgen van dit besluit voor andere beleidsterreinen en de algemene activiteiten van de EIB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>stelt voor dat de EIB blijft nadenken over haar rol en de omvang van de subsidiabele investeringen met betrekking tot haar bijdrage aan de vrede en veiligheid in Europa, zoals uiteengezet in het witboek van de Commissie over de toekomst van de Europese defensie, en deze blijft evalueren, met name in het licht van de dringende noodzaak om de Europese defensiesector op te schalen en de veiligheid en strategische autonomie op lange termijn te waarborgen; waarschuwt dat er bij elke aanpassing van de subsidiabiliteitscriteria of financiering van de EIB-groep aan nieuwe prioriteiten voor gezorgd moet worden dat de financiële positie van de groep gevrijwaard blijft en dat de doeltreffende financiering van andere strategische prioriteiten van de EU gewaarborgd is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>verzoekt de lidstaten de uitsluitingslijst van de EIB te wijzigen om financiering van wapens en munitie mogelijk te maken die verder gaat dan louter technologieën voor tweeërlei gebruik, en zo bij te dragen tot de ontwikkeling van de Europese defensie industrie;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De uitdagingen op het gebied van sociale infrastructuur, cohesiebeleid en huisvesting aanpakken</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>is ingenomen met de belangrijkste strategische prioriteiten van de EIB ter versterking van de sociale infrastructuur van Europa en van een modern cohesiebeleid voor inclusieve en duurzame groei in heel Europa; waardeert het dat de EIB in haar oriënterende nota over cohesie 2021‑2027 heeft toegezegd ten minste 40 % van haar totale financiering in de EU tussen 2022 en 2024 in te zetten voor projecten in cohesieregio’s, en dat deze financiering in 2024 48 % van de totale kredietverlening in de EU vertegenwoordigde; verzoekt de EIB infrastructuurontwikkeling te blijven ondersteunen, waaronder investeringen in spoorwegen, gezondheidszorg en sociale infrastructuur, die van cruciaal belang zijn voor sociale en economische cohesie, veerkracht en inclusieve groei; onderstreept dat de EIB, in het licht van de huidige geopolitieke en economische onzekere situatie, langetermijnoplossingen kan bieden om de crisis in verband met de kosten van levensonderhoud aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>wijst erop dat de ontwikkeling van vaardigheden van cruciaal belang is voor het bevorderen van duurzame en langdurige groei, de werkgelegenheid en het concurrentievermogen van de EU; wijst erop dat financieringsinitiatieven die gericht zijn op het stimuleren van menselijk kapitaal niet alleen innovatie en productiviteit bevorderen en inspelen op de behoeften van de arbeidsmarkt, maar ook de sociale cohesie en economische veerkracht versterken; verzoekt de EIB meer te investeren in onderwijs, opleiding, bij- en omscholing en gezondheid, in nauwe samenwerking en coördinatie met initiatieven van de lidstaten op deze gebieden, teneinde de impact ervan aan te vullen en te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>is verheugd over de toezegging van de EIB om de uitdaging met betrekking tot het dubbele marktfalen in de huisvestingssector aan te pakken, te weten het ontoereikende aanbod aan betaalbare en energie-efficiënte huisvesting, evenals het onvermogen van de markt om de energie-efficiëntie van het bestaande huizenbestand te vergroten; wijst op de verschillen tussen de lidstaten in beide beleidsvormen en qua omvang van het bovengenoemde marktfalen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>is ingenomen met het actieplan van de EIB voor betaalbare en duurzame huisvesting, in het kader waarvan de komende twee jaar investeringen van in totaal 10 miljard EUR zijn gepland; vestigt de aandacht op de bevindingen uit de analyse van de EIB-groep en na de vergadering met belanghebbenden, waaruit bleek dat er naar schatting 300 tot 400 miljard EUR aan publieke en private investeringen nodig is om 1,5 miljoen nieuwe wooneenheden te bouwen en er nog eens 5 miljoen per jaar te renoveren; spoort de EIB ertoe aan nog meer financiële middelen uit te trekken voor betaalbare huisvestingsprojecten in de lidstaten; verzoekt de EIB zich te richten op duurzame stedelijke ontwikkeling door ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de behoeften van de EU op het gebied van huisvesting en infrastructuur voor een sterker, duurzaam, samenhangender en welvarender Europa, met inbegrip van investeringen in het herstel van bestaande infrastructuur, met de nadruk op de ondersteuning van stadsvernieuwingsprojecten en de herbestemming van oude of verlaten gebouwen tot moderne sociale woonruimten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verzoekt de EIB er rekening mee te houden dat huisvestingskosten verschillende inkomensgroepen en gezinsstructuren op andere wijze belasten, met name omdat sommige lage-inkomensgroepen het risico lopen in de marge terecht te komen; spoort de EIB ertoe aan samen te werken met andere Europese publieke investeringsbanken, lokale openbare financiële instellingen, lokale overheden, wooncoöperaties en organisaties voor sociale woningbouw om huisvestingsoplossingen voor kwetsbare en lage-inkomensgroepen te financieren; is ingenomen met het voornemen van de EIB om meer aandacht te besteden aan onderzoek en innovatie op het gebied van huisvesting;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verzoekt de EIB haar financiële steun op te voeren door gestandaardiseerde kant-en-klare financiële producten in te zetten voor de energievoorziening en de renovatie van gebouwen; benadrukt dat het verstrekken-verpakken-verkopenmodel (“originate-to-distribute”) van de EIB, waarmee de spaargelden van institutionele beleggers in goede banen kunnen worden geleid, een innovatief model is dat kan bijdragen tot de integratie van de kapitaalmarkten van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>is ingenomen met het voornemen van de EIB om haar financiële en adviserende steun voor betaalbare huisvesting uit te breiden, met name voor jongere generaties; pleit voor meer synergie en uitwisseling met de Commissie, gemeenten en lokale overheden, aanbieders van coöperatieve woonvormen, woningbouwverenigingen en de bouwsector, waarbij beste praktijken worden uitgewisseld en pan-Europese samenwerking wordt bevorderd; verzoekt de EIB projecten te steunen waarmee gezorgd wordt voor betaalbare toegang tot hernieuwbare energie, huisvesting en openbare diensten, door de gemeenschap geleide initiatieven en kleine projecten die voornamelijk gericht zijn op de bestrijding van energiearmoede;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>vindt het verheugend dat de EIB-groep landbouw en de bio-economie tot haar belangrijkste prioriteiten rekent; onderstreept dat de landbouw een belangrijke aanjager van groei en ontwikkeling in plattelandsgebieden is en dat meer steun voor en de bevordering van innovatie in deze cruciale sector een belangrijke rol spelen bij het waarborgen van de voedselzekerheid; wijst op de financiële uitdagingen waarmee vooral jonge landbouwers kampen en merkt daarbij op dat aanvragen voor financiering van landbouwers en ondernemingen in deze sector vaker worden afgewezen; roept de EIB-groep op haar betrokkenheid bij de landbouwsector te vergroten door de toegang tot financiering te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>verzoekt de EIB haar inspanningen ter bevordering van de werkgelegenheid voor jongeren op te voeren, met name door steun te verlenen aan projecten en programma’s ter bevordering van ondernemerschap onder jongeren, toegang tot werkgelegenheid, beroepsopleiding en innovatie, teneinde bij te dragen tot een eerlijkere en inclusievere territoriale ontwikkeling en om braindrain tegen te gaan, met name in de eilandregio’s en economisch achtergestelde gebieden van de EU;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De digitale transitie en nieuwe technologieën bevorderen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verzoekt de EIB de financiering van de open strategische autonomie van de EU op digitaal gebied te versterken, onderzoek te bevorderen, de ontwikkeling van Europese digitale infrastructuur te ondersteunen, nieuwe en disruptieve technologieën, zoals AI en quantumcomputing, in de hand te werken en de groei van digitale start-ups mogelijk te maken; benadrukt dat het belangrijk is zowel binnen de EU als wereldwijd de digitale kloof te overbruggen, om inclusieve toegang tot digitale infrastructuur en diensten te waarborgen; benadrukt dat het belangrijk is dat de investeringen van de EIB op het gebied van digitalisering worden afgestemd op de strategische prioriteiten van de EU, zoals de doelstellingen van het digitaal decennium van Europa, waaronder connectiviteit, digitale vaardigheden en de digitale transformatie van bedrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>steunt de uitbreiding, door het EIF, van het European Tech Champions Initiative (ETCI) teneinde particulier kapitaal aan te trekken om innovatieve start-ups op te schalen tot succesvolle wereldspelers en ervoor te zorgen dat Europese bedrijven en in Europa ontwikkelde technologieën tot in de latere stadia van groei in de EU blijven; benadrukt dat het huidige ETCI versneld moet worden uitgerold om gelijke tred te houden met het tempo van innovatie en start-ups; dringt er voorts op aan dat wordt voortgebouwd op de succesvolle ervaring van het ETCI om andere soortgelijke initiatieven te ontwikkelen om de digitale transitie en andere strategische sectoren te blijven ondersteunen, en moedigt het EIF aan de oprichting van een tweede generatie van dit initiatief te onderzoeken en te bekijken of het mogelijk is in dakfondsen te investeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>benadrukt dat institutionele beleggers in Europa een grotere rol kunnen spelen bij de ondersteuning van durfkapitaal, met name voor scale-ups; dringt er daarom bij de EIB-groep op aan een Europees technologieforum op te richten, waarin de verschillende elementen van het ecosysteem voor durfkapitaal worden samengebracht, met als doel institutionele investeerders over de streep te trekken, naar het voorbeeld van het Tibi-initiatief<FOOTNOTE><FIELD>Tibi, P., “Financing the Fourth Industrial Revolution – Solving the financing grid-lock for technology companies”, Frans ministerie van Economie en Financiën, juli 2019.</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt de EIB dergelijke investeerders mogelijkheden te bieden om hun deskundigheid te vergroten en deel te nemen aan mede-investeringsregelingen van het EIF en institutionele investeerders, onder transparante en vooraf overeengekomen voorwaarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>wijst erop dat in de Clean Industrial Deal als doelstelling is opgenomen dat er een TechEU-investeringsprogramma wordt opgezet waaraan wordt deelgenomen door de EIB; wijst erop dat moet worden gewaarborgd dat in het kader van dit fonds wordt gestreefd naar specifieke toewijzing voor start-ups en scale-ups;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>dringt er bij de EIB op aan de versterking van de cyberbeveiligingscapaciteiten in de EU te ondersteunen om Europa veerkrachtiger te maken, waarbij de bestaande samenwerking tussen de lidstaten moet worden vergroot, en om kritieke entiteiten en essentiële diensten te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>wijst erop dat een stabiele toevoer van kritieke grondstoffen cruciaal is voor de groene en de digitale transitie, voor de defensiesector en voor de industriële basis van de EU in het algemeen; herinnert aan de rol die de EIB speelt binnen de Europese grondstoffenalliantie en aan de doelstelling van de Unie om autonomer te worden wat betreft de toevoer van kritieke grondstoffen; wijst op het belang van een op de circulaire economie gebaseerde aanpak ten aanzien van kritieke grondstoffen om de EU minder afhankelijk te maken van derde landen en haar strategische autonomie te versterken; verzoekt de EIB daarom meer te investeren in de sector kritieke grondstoffen om de veerkracht op het gebied van grondstoffen te vergroten, met bijzondere aandacht voor recycling van secundaire grondstoffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>verzoekt de EIB de technologische transformatie van Europese bedrijven te ondersteunen, alsook de ontwikkeling van digitale vaardigheden bij werknemers en ondernemers;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De rol van de EIB in het nabuurschapsbeleid en de Global Gateway</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>is ingenomen met de essentiële steun van de EIB aan Oekraïne in het licht van de grootschalige, ongerechtvaardigde, illegale aanvalsoorlog van Rusland; dringt aan op een verhoging van de EU-begrotingsgaranties, zodat de EIB haar activiteiten in de publieke en particuliere sector in Oekraïne kan voortzetten en versterken, ter ondersteuning van de acute economische uitdagingen van Oekraïne, maar ook met het oog op de wederopbouw van het land op middellange tot lange termijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>benadrukt dat, om de afhankelijkheid van derde landen te verminderen, de uitrol van veerkrachtige, aan Europese controle onderworpen infrastructuur, onder meer op het gebied van satellietcommunicatie, energie en logistiek, van essentieel belang is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>onderstreept dat de EIB een belangrijke rol speelt bij de ondersteuning van de lidstaten en landen buiten de EU, met name kandidaat-lidstaten, wat de toegang tot risicokapitaalmarkten betreft, waardoor de investeringsmogelijkheden worden uitgebreid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>benadrukt dat de Global Gateway, als onderdeel van het instrumentarium voor extern optreden van de EU, van cruciaal belang is voor de positie van Europa in de wereld en gericht is op het bevorderen van het op regels gebaseerde multilaterale stelsel, duurzame ontwikkeling, democratie, mensenrechten, gendergelijkheid en de rechtsstaat; is ingenomen met de rol die de EIB, als grootste ontwikkelingsbank van de EU, in dit verband speelt; herinnert aan het belang van voorspelbare garanties uit de EU-begroting om de EIB in staat te stellen verrichtingen buiten de EU te blijven uitvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>dringt aan op betere transparantie en werkwijzen voor openbaarmaking, aansluitend bij de praktijken van andere multinationale ontwikkelingsbanken, naast de instelling van een onafhankelijk klachtenmechanisme waarmee klachten doeltreffend kunnen worden aangepakt en verholpen; onderstreept dat er doeltreffende mechanismen nodig zijn om te waarborgen dat gemeenschappen die gevolgen ondervinden van door de EIB gefinancierde projecten, daarbij worden betrokken en dat er aan hen verantwoording wordt afgelegd, om ervoor te zorgen dat Global Gateway-projecten inspelen op lokale behoeften, een genderdimensie hebben en zinvolle ontwikkelingsresultaten opleveren; wijst op het belang van publieke participatie, met name in de plannings-, beoordelings- en monitoringprocessen voor kritieke grondstoffen van de EIB, met inbegrip van de vrije voorafgaande geïnformeerde toestemming van inheemse gemeenschappen, zoals bepaald in de VN-Verklaring over de rechten van inheemse volken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan EIB Global om blendingverrichtingen toe te spitsen op gebieden waar dit waarde kan toevoegen aan de lokale economie en verdringing van particulier kapitaal wordt voorkomen, en ervoor te zorgen dat gemengde financiering niet wordt gebruikt voor essentiële publieke diensten, met name gezondheidszorg, onderwijs en sociale bescherming; herinnert eraan dat de doelstellingen van het ontwikkelingsbeleid van de EU, en met name de doelstelling om de betaalbare toegang tot gezondheidszorg te verbeteren, als leidraad moeten dienen voor EIB-investeringen op dit gebied, teneinde voor betere gezondheidsresultaten voor iedereen te zorgen, maar met name voor vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>verwacht dat de activiteiten van EIB Global ook snel inspelen op veranderende realiteiten en dringende behoeften; wijst op de kloof in de financiering van ontwikkelingshulp als gevolg van de bevriezing van de hulp van de VS en de vermindering van de financiering voor het Globale Zuiden; dringt aan op concrete initiatieven om humanitaire of gezondheidscrises te voorkomen, de pan-Afrikaanse handel, infrastructuur en regionale integratie te ondersteunen en de banden met Europa te versterken; is ingenomen met het voornemen van EIB Global om verrichtingen met een hoger risico op te schalen, wat mogelijk is dankzij het mandaat van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld (NDICI – Europa in de wereld);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over berichten dat sommige door de EU gefinancierde projecten buiten de EU, onder meer in het kader van de Global Gateway, worden opgezet door Chinese bedrijven, waarbij Chinese bedrijven soms meer door de EIB gefinancierde opdrachten in de wacht slepen dan EU-bedrijven; dringt er bij de Commissie op aan voor een gelijk speelveld te zorgen door met de EIB samen te werken om de deelname van Europese bedrijven te stimuleren; beveelt aanbestedingspraktijken aan waarbij voorrang wordt verleend aan de beste prijs-kwaliteitsverhouding boven de laagste prijs, teneinde eerlijke concurrentie te bevorderen en in overeenstemming te zijn met de waarden van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>is ingenomen met de inspanningen van de EIB en negen andere multilaterale ontwikkelingsbanken om nauwer samen te werken en zo vooruitgang te boeken bij de verwezenlijking van de SDG’s; verzoekt de EIB te blijven samenwerken met andere bilaterale en multilaterale instellingen om gemeenschappelijke methoden voor de analyse van de impact op ontwikkeling uit te werken en toe te passen, teneinde langdurige positieve effecten en toegevoegde waarde tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>is ingenomen met de aankondiging van de EIB om de steun voor sectoren als watervoorziening, kleine bedrijven, hernieuwbare energie en energie-efficiëntie op te voeren en de partnerschappen binnen Europa en wereldwijd, onder meer met particuliere actoren, verder te versterken om een maximaal effect ter plaatse te sorteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Governance: verantwoording en transparantie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>benadrukt dat de groeiende rol van de EIB gepaard moet gaan met meer democratische verantwoordingsplicht en transparantie, met inbegrip van een snellere publicatie van projectgerelateerde documenten; herhaalt zijn oproep tot het sluiten van een interinstitutioneel akkoord tussen het Parlement en de EIB om hun bestaande samenwerking te formaliseren en te versterken, onder meer door een regelmatige gestructureerde dialoog, betere toegang van het Parlement tot documenten en gegevens van de EIB, en de mogelijkheid voor het Parlement om vragen met verzoek om schriftelijk antwoord in te dienen bij de EIB, zoals nu al het geval is bij de Europese Centrale Bank; verzoekt de EIB in dit verband het Parlement een duidelijk, vereenvoudigd overzicht van de bijdragen uit de EU-begroting aan haar balans, buitenbalansfinanciering en winst- en verliesrekening te geven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>benadrukt hoe belangrijk het is dat de EIB zorgt voor volledige transparantie en traceerbaarheid van de gefinancierde projecten, met inbegrip van meer gedetailleerde informatie, om passend toezicht mogelijk te maken door alle relevante belanghebbenden, waaronder maatschappelijke organisaties, in plaats van uitsluitend door de bevoegde ministeries; herinnert eraan dat op alle ontvangers van EU-financiering een algemene verplichting rust om de herkomst ervan te erkennen en de zichtbaarheid van alle ontvangen EU-financiering te waarborgen; verzoekt de EIB-groep erop toe te zien dat de eindontvangers voldoen aan de zichtbaarheidsvoorwaarden voor de financiële steun van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>verzoekt de EIB om de deelname van Europese ondernemingen aan aanbestedingsprocedures voor door de EIB gefinancierde projecten te bevorderen; spoort de EIB aan kredietnemers te adviseren prioriteit te geven aan Europese ondernemingen om het Europese concurrentievermogen te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>onderstreept dat de EIB-groep de hoogste normen in acht moet nemen bij het voorkomen van alle vormen van fraude, belastingontduiking, belastingontwijking, witwassen van geld en terrorismefinanciering; merkt op dat het waarborgen van de integriteit van de financiering van de EIB-groep van essentieel belang is om het vertrouwen van het publiek en het doeltreffende gebruik van middelen te waarborgen; neemt kennis van de door de Europese Ombudsman afgeronde onderzoeken en de nog lopende onderzoeken van het Europees Openbaar Ministerie en het Europees Bureau voor fraudebestrijding en verwacht volledige duidelijkheid en passende follow-up, met inbegrip van de nodige gevolgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>roept de EIB nogmaals op te overwegen de taakverdeling binnen de directie af te stemmen op de aanbevelingen van EU-instellingen, teneinde potentiële belangenconflicten te helpen beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>is ingenomen met het kader voor de erkenning van vakbonden bij de EIB uit 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>is verheugd over de beginselen van de EIB inzake diversiteit, gelijkheid en inclusie, waaronder de doelstelling dat tegen eind 2026 ten minste 40 % van de leidinggevende functies door vrouwen moet worden bekleed; dringt aan op een geografisch evenwichtige vertegenwoordiging van EU-nationaliteiten onder het personeel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>benadrukt dat het mensenrechtenbeleid van de EIB moet worden aangescherpt, met inbegrip van de vaststelling van een duidelijk en doeltreffend kader en dito strategie voor passende zorgvuldigheid op het gebied van de mensenrechten; benadrukt dat milieu- en sociale effectbeoordelingen moeten worden uitgevoerd door onafhankelijke deskundigen en dat er onafhankelijke verificatiemechanismen moeten worden ingevoerd om toezicht te houden op de interne monitoring en interne rapportage door EIB-cliënten;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de Europese Investeringsbank.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>