<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0146</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Energievoorzieningszekerheid in de EU</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0121/2025 - Rapporteur: Beata Szydło)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 8 juli 2025 over de energievoorzieningszekerheid in de EU (2025/2055(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 194,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2009/119/EG van de Raad van 14 september 2009 houdende verplichting voor de lidstaten om minimumvoorraden ruwe aardolie en/of aardolieproducten in opslag te houden<FOOTNOTE><FIELD>PB L 265 van 9.10.2009, blz. 9, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/119/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (richtlijn inzake olievoorraden),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 28 mei 2014 getiteld “Europese strategie voor energiezekerheid” (COM(2014)0330),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2017 betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid en houdende intrekking van Verordening (EU) nr. 994/2010<FOOTNOTE><FIELD>PB L 280 van 28.10.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1938/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/944 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markt voor elektriciteit en tot wijziging van Richtlijn 2012/27/EU<FOOTNOTE><FIELD>PB L 158 van 14.6.2019, blz. 125, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/944/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/943 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende de interne markt voor elektriciteit<FOOTNOTE><FIELD>PB L 158 van 14.6.2019, blz. 54, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/943/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/941 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juni 2019 betreffende risicoparaatheid in de elektriciteitssector en tot intrekking van Richtlijn 2005/89/EG<FOOTNOTE><FIELD>PB L 158 van 14.6.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/941/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 getiteld “De Europese Green Deal” (COM(2019)0640),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 8 juli 2020 getiteld “Energie voor een klimaatneutrale economie: een EU-strategie voor een geïntegreerd energiesysteem” (COM(2020)0299),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1153 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot vaststelling van de Connecting Europe Facility en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1316/2013 en (EU) nr. 283/2014<FOOTNOTE><FIELD>PB L 249 van 14.7.2021, blz. 38, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1153/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 243 van 9.7.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1119/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/869 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 betreffende richtsnoeren voor de trans-Europese energie-infrastructuur, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2009, (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943, en Richtlijnen 2009/73/EG en (EU) 2019/944, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 347/2013<FOOTNOTE><FIELD>PB L 152 van 3.6.2022, blz. 45, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/869/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 18 mei 2022, getiteld “De externe energiebetrokkenheid van de EU in een veranderende wereld” (JOIN(2022)0023),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 18 mei 2022 getiteld “REPowerEU Plan” (COM(2022)0230),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 18 oktober 2022 getiteld “Digitalisering van het energiesysteem – EU-actieplan” (COM(2022)0552),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het definitieve beoordelingsverslag van de EU-NAVO-taskforce over de veerkracht van kritieke infrastructuur, gepubliceerd in juni 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2023/1791 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 betreffende energie-efficiëntie en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 (herschikking)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 231 van 20.9.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/1791/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (energie-efficiëntierichtlijn),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag 2023 van het Voorzieningsagentschap van Euratom,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad (de richtlijn hernieuwbare energie)<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2023/2413, 31.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/2413/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn 2009/73/EG (herschikking)<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1788, 15.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1788/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1789 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en waterstof, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1227/2011, (EU) 2017/1938, (EU) 2019/942 en (EU) 2022/869 en Besluit (EU) 2017/684, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 715/2009 (herschikking)<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1789, 15.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1789/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1787 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake de vermindering van methaanemissies in de energiesector en tot wijziging van Verordening (EU) 2019/942<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1787, 15.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1787/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>Richtlijn (EU) 2024/1711 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van de Richtlijnen (EU) 2018/2001 en (EU) 2019/944 inzake het verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1711, 26.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1711/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1747 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2019/942 en (EU) 2019/943 wat betreft het verbeteren van de opzet van de elektriciteitsmarkt van de Unie (EMD-verordening)<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1747, 26.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1747/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 november 2024 over de maatregelen van de EU tegen de Russische schaduwvloot en waarborging van de volledige handhaving van de sancties tegen Rusland<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/809, 11.2.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/809/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Sauli Niinistö getiteld “Safer Together: Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness” (verslag-Niinistö), gepubliceerd op 30 oktober 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien speciaal verslag 09/2024 van de Europese Rekenkamer getiteld “Gasleveringszekerheid in de EU”<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/3937, 27.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3937/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 21 februari 2025 getiteld “EU-actieplan inzake kabelbeveiliging” (JOIN(2025)0009),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “Actieplan voor betaalbare energie” (COM(2025)0079),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 26 maart 2025 over de strategie voor een paraatheidsunie (JOIN(2025)0130),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie industrie, onderzoek en energie (A10-0121/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat energiezekerheid een essentiële bouwsteen is van een veerkrachtige, duurzame en concurrerende economie; overwegende dat een betrouwbare en betaalbare energievoorziening van essentieel belang is voor economische groei, de industriële productiviteit en het maatschappelijk welzijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het veiligstellen van de energievoorziening een prioriteit vormt in het licht van de algemene veiligheidscrisis en de noodzaak voorbereid te zijn op uitdagingen op defensiegebied;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de EU meer dan 60 % van haar energie importeert, waaronder 90 % van haar gas en 97 % van haar olie<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie, “Vragen en antwoorden over REPowerEU: gezamenlijke Europese actie voor meer betaalbare, veilige en duurzame energie”, https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/qanda_22_1512.</FIELD></FOOTNOTE>, waardoor zij kwetsbaar is voor eventuele verstoringen van de energievoorziening, terwijl er mogelijkheden zijn om eigen schone en hernieuwbare energiebronnen te ontwikkelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de EU het potentieel heeft hernieuwbare bronnen te ontwikkelen en dat het aandeel zelfgeproduceerde hernieuwbare energie sinds de publicatie van de laatste energiezekerheidsstrategie van de Commissie in 2014 enorm is toegenomen (windenergie met 98 %, fotovoltaïsche energie met 314 %, thermische zonne-energie met 22 % en oceaanenergie met 244 %); overwegende dat de EU-productie van fossiele brandstoffen in dezelfde periode is afgenomen, waarbij het aandeel steenkool daalde met 53 %, olie met 31 % en gas met 73 %;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat Europa met een overwegend door hernieuwbare energie gevoed net tegen 2035 meer dan 100 GW aan nieuwe vaste schone stroomcapaciteit zal nodig hebben om betrouwbaarheid, energiezekerheid en lagere kosten te waarborgen<FOOTNOTE><FIELD>Clean Air Task Force, “Koolstofvrije energie, de klok rond: hoe Europa kan en moet zorgen voor een continue aanvoer van schone elektriciteit” (Engels), https://www.catf.us/2023/11/24-7-carbon-free-energy-europe-secure-clean-electricity-around-clock/?utm.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de kloof tussen de energieproductie en de vraag in de EU een negatieve weerslag op de handelsbalans van de EU heeft, wetende dat de kosten van energie-invoer in 2024 neerkwamen op 427 miljard EUR (na een piek van 602 miljard EUR in 2022) voor steenkool, olie en gas<FOOTNOTE><FIELD>Verslag van de Commissie over energieprijzen en -kosten in Europa (COM(2025)0072) blz. 13, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52025DC0072.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de productie van kernenergie in de EU sinds 2014 met 24 % is gedaald<FOOTNOTE><FIELD>Eurostat, “Statistieken inzake kernenergie” (Engels), https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Nuclear_energy_statistics.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat een aantal lidstaten er duidelijk naar streeft de nucleaire capaciteit als pijler van hun energiestrategie uit te breiden en hun projecten op het gebied van kernenergie te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de diversificatie van energiebronnen bijdraagt tot de open strategische autonomie, de energiezekerheid en de weerbaarheid van de EU tegen verstoringen van de externe voorziening;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat hernieuwbare en schone binnenlandse energieproductie alsook energie-efficiëntie- en energiebesparingsmaatregelen over de hele waardeketen de afhankelijkheid van externe energiebronnen zullen verminderen en de energievoorzieningszekerheid zullen verbeteren; overwegende dat het EU-beleid voor energie-efficiëntie structurele resultaten heeft opgeleverd, met een piek in de vraag naar energie in 2006 en een daling van 20 % in 2023<FOOTNOTE><FIELD>Europees Milieuagentschap, “Primair en finaal energieverbruik in de Europese Unie” (Engels), https://www.eea.europa.eu/en/analysis/indicators/primary-and-final-energy-consumption/primary-and-final-energy-consumption-1?activeTab=6fbd444d-c422-4a78-8492-fd496bd61b7a.</FIELD></FOOTNOTE>, waaruit blijkt dat energie-efficiëntie de kosteneffectiefste manier is om de uitstoot te beperken, het concurrentievermogen te vergroten, energie betaalbaarder te maken en de energiezekerheid te verbeteren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat er verschillen zijn tussen de lidstaten wat betreft natuurlijke en geografische kenmerken, alsook energievoorziening, -zekerheid, -bronnen en -beleid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de Russische Federatie de leverantie van olie, steenkool, kernenergie en gas aan de Europese Unie tientallen jaren als wapen heeft gebruikt om verdeeldheid tussen de lidstaten te zaaien en sinds de zomer van 2021 om de inflatie aan te wakkeren en de Europese vastberadenheid om Oekraïne te steunen in zijn rechtvaardige strijd voor vrijheid, te verzwakken; overwegende dat de Russische oorlog tegen Oekraïne in 2014 is begonnen; overwegende dat Rusland sinds 24 februari 2022 een illegale, niet-uitgelokte en niet-gerechtvaardigde grootschalige aanvalsoorlog tegen Oekraïne voert; overwegende dat de lidstaten in de Verklaring van Versailles<FOOTNOTE><FIELD>Zie https://www.consilium.europa.eu/media/54788/20220311-versailles-declaration-nl.pdf.</FIELD></FOOTNOTE> zijn overeengekomen opnieuw te beoordelen hoe zij hun energievoorzieningszekerheid kunnen waarborgen en hun afhankelijkheid van de invoer van gas, olie en steenkool uit Rusland “zo spoedig mogelijk” stop te zetten, door onder meer de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen en de productie van de belangrijkste onderdelen daarvoor te versnellen en de algemene afhankelijkheid van de EU van fossiele brandstoffen versneld af te bouwen, rekening houdend met de nationale omstandigheden en de gekozen energiemix van de lidstaten; overwegende dat in het REPowerEU-plan een reeks maatregelen wordt voorgesteld om de invoer van Russische fossiele brandstoffen uiterlijk tegen 2027 stop te zetten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat, terwijl het grootste deel van de invoer van Russische olie en steenkool aan sancties is onderworpen, de invoer van Russisch gas en Russische kernenergie helaas buiten het sanctieregime van de EU is gebleven vanwege zorgen over de voorzieningszekerheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat het aandeel Russisch gas, zowel vloeibaar aardgas (lng) als leidinggas, in de totale energie-import van de EU aanzienlijk is afgenomen, van 45 % in 2021 tot circa 19 % in 2024; overwegende dat de EU-invoer van fossiele brandstoffen uit Rusland in het derde jaar na de invasie groter was dan de financiële steun van de EU aan Oekraïne in dezelfde periode (18,7 miljard EUR in 2024)<FOOTNOTE><FIELD>Centrum voor onderzoek naar energie en schone lucht, “Invoer van Russische fossiele brandstoffen naar EU in derde jaar na invasie groter dan financiële steun aan Oekraïne” (Engels), https://energyandcleanair.org/publication/eu-imports-of-russian-fossil-fuels-in-third-year-of-invasion-surpass-financial-aid-sent-to-ukraine/.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat Rusland sinds het begin van de oorlog in totaal 206 miljard EUR heeft verdiend aan de uitvoer van fossiele brandstoffen naar de EU; overwegende dat de wereldwijde uitvoer van fossiele brandstoffen de grootste bron van inkomsten voor Rusland vormt en goed is voor 250 miljard EUR per jaar<FOOTNOTE><FIELD>Cijfer per jaar sinds de Russische invasie van Oekraïne in 2021 tot 2024. Zie: Centrum voor onderzoek naar energie en schone lucht, “Invoer van Russische fossiele brandstoffen naar EU in derde jaar na invasie groter dan financiële steun aan Oekraïne” (Engels).</FIELD></FOOTNOTE>, wat overeenkomt met 160 % van de Russische militaire begroting voor dit jaar<FOOTNOTE><FIELD>Zie: Internationaal Instituut voor Vredesonderzoek van Stockholm, “Voorbereiding op een vierde oorlogsjaar: militaire uitgaven in de Russische begroting voor 2025 (Engels).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat van de 100 reactoren die in de EU in gebruik zijn, 18 reactoren in vijf EU-landen een Russisch of Sovjetontwerp hebben en elk uiteenlopende niveaus van ingebouwde afhankelijkheid van Rosatom hebben, wat een bijzonder risico vormt voor de Europese energiezekerheid; overwegende dat Rusland in 2024 in ongeveer 23 % van de totale EU-vraag naar diensten voor uraniumomzettng en in 24 % van de diensten voor uraniumverrijking heeft voorzien;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat Rusland sancties omzeilt via zijn schaduwvloot, die onder valse vlag of zonder vlag olie levert aan bereidwillige kopers, wat een ernstig milieurisico vormt; overwegende dat de lidstaten de doeltreffende maatregelen die de Raad in het 15e sanctiepact tegen het omzeilen van de sancties via de schaduwvloot heeft goedgekeurd, nog moeten uitvoeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van november 2024 de EU en haar lidstaten heeft verzocht alle invoer van Russische energie, met inbegrip van lng en kernenergie, te verbieden, te eisen dat schepen die Russisch lng uitvoeren de toegang tot EU-havens wordt ontzegd en geen nieuwe overeenkomsten te sluiten met Rosatom of dochterondernemingen ervan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat het ontbreken van een geactualiseerde robuuste EU-strategie voor energiezekerheid negatieve gevolgen heeft voor bedrijven, industrieën en huishoudens; overwegende dat dit, naast andere factoren, heeft geleid tot een flinke stijging van de energiearmoede, met als resultaat dat bijna een op de tien huishoudens (10,6 %) in 2023 niet in staat was de woning voldoende te verwarmen<FOOTNOTE><FIELD>Zie: Eurostat, “10,6 % van EU-bevolking kan woning onvoldoende verwarmen” (Engels).</FIELD></FOOTNOTE>, tegenover 6,9 % in 2021<FOOTNOTE><FIELD>Zie: Eurostat, “Belangrijke cijfers over de levensomstandigheden in Europa — editie 2024” (Engels).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat aanvallen op kritieke energie-infrastructuur kunnen leiden tot energieonderbrekingen met gelijktijdige gevolgen in verschillende lidstaten, aanzienlijke economische schade kunnen aanrichten, de openbare veiligheid kunnen ondermijnen en gevolgen kunnen hebben voor de defensievermogens van de EU; overwegende dat de Europese energiesector sinds de Russische invasie in Oekraïne overspoeld wordt met cyberaanvallen; overwegende dat de kritieke energie-infrastructuur in de Oostzee regelmatig door Rusland wordt aangevallen; overwegende dat het toenemende aantal incidenten van intimidatie waarbij de perimeter van offshore energie-infrastructuur wordt verstoord bijzonder zorgwekkend is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de rol van de NAVO op het gebied van energiezekerheid voor het eerst werd gedefinieerd tijdens de top van Boekarest in 2008 en sindsdien is versterkt; overwegende dat de NAVO de beveiliging van kritieke infrastructuur versterkt om sabotage te voorkomen, onder meer via het onlangs gelanceerde initiatief “Baltic Sentry”; overwegende dat de NAVO nationale autoriteiten ondersteunt bij het vergroten van hun weerbaarheid tegen verstoringen van de energievoorziening die gevolgen kunnen hebben voor de nationale en collectieve defensie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de integratie van de elektriciteitssystemen van de Baltische staten in het continentale Europese netwerk in februari 2025 een cruciale stap was in de richting van het verbeteren van hun energiezekerheid, aangezien hierdoor de afhankelijkheid van het door Rusland gecontroleerde net is weggevallen waardoor de geopolitieke kwetsbaarheden zijn beperkt en de veerkracht van de Baltische regio is versterkt;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een nieuwe visie op energiezekerheid in een veranderend mondiaal landschap</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herinnert eraan dat het Europees Milieuagentschap energiezekerheid definieert als de beschikbaarheid van energie te allen tijde in verschillende vormen, in voldoende hoeveelheden en tegen redelijke en/of betaalbare prijzen; is van mening dat een alomvattende benadering van energiezekerheid rekening moet houden met de dimensie van de fysieke infrastructuur, de beschikbaarheid, betrouwbaarheid, stabiliteit en betaalbaarheid van de voorziening en de duurzaamheid daarvan, en de nadruk moet leggen op de geopolitieke en de klimaatdimensie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat energiezekerheid een sectoroverschrijdende kwestie is die het fundament vormt voor de werking van alle kritieke sectoren en daardoor onontbeerlijk is voor economische stabiliteit, openbare veiligheid en nationale veerkracht; beklemtoont dat het van cruciaal belang is overwegingen in verband met energiezekerheid te integreren in relevant beleid en de effectbeoordelingen die daaraan ten grondslag liggen om de samenhang, consistentie en algehele doeltreffendheid van de beleidsvorming van de EU te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat de huidige geopolitieke situatie en de aanhoudende gevaarlijke afhankelijkheden op het gebied van energievoorziening duidelijk maken dat de opvatting van energiezekerheid moet worden herzien en erkent dat de veerkracht van energiesystemen, opgevat als het vermogen om te anticiperen op, bestand te zijn tegen, zich aan te passen aan en snel te herstellen van mogelijke verstoringen, inmiddels een strategische noodzaak is geworden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat naarmate het energiesysteem koolstofarmer wordt, het aandeel hernieuwbare energie toeneemt en de elektrificatie vordert, een goed functionerende en geïntegreerde energiemarkt, energie-efficiëntie, de integratie van flexibiliteitsbronnen (elektriciteits- en warmteopslag, waterstof, volledig ontwikkelde en veerkrachtige infrastructuur, vraagsturing enz.) en voldoende inzetbare capaciteit van cruciaal belang zullen zijn om op succesvolle wijze om te gaan met het fluctuerende karakter van hernieuwbare energiebronnen en het volledige potentieel van de energietransitie aan te boren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat energiezekerheid niet mogelijk is zonder toereikendheid; merkt op dat de schaarsteproblemen in de perifere gebieden van Europa in 2025 zich tegen 2033 naar de centrale delen van het continent zullen verplaatsen<FOOTNOTE><FIELD>Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit (ENTSB-E), “European Resource Adequacy Assessment”, december 2023.</FIELD></FOOTNOTE>; is van mening dat capaciteitsmechanismen een structurele rol vervullen om inzetbare back-upcapaciteit te verzekeren zodat tijdens piekuren of perioden van tekorten in de aanvoer toereikendheid wordt gewaarborgd en om bij te dragen tot het stimuleren van de nodige investeringen in het genereren van capaciteit waarvan de noodzaak mogelijk niet wordt aangetoond door marktsignalen, die uitsluitend gebaseerd zijn op onregelmatig voorkomende prijsuren bij schaarste; beklemtoont dat ervoor moet worden gezorgd dat de mechanismen openstaan voor verschillende soorten hulpbronnen (zoals vraagzijde, energiebesparing, aggregatie, opslageenheden en grensoverschrijdende hulpbronnen) waarmee de nodige diensten, zoals flexibiliteit, kunnen worden geleverd, die geen onnodige marktverstoringen veroorzaken of zoneoverschrijdende handel beperken, en die verenigbaarheid met een toekomstig koolstofvrij elektriciteitssysteem weerspiegelen, onder meer door middel van samenhang met vastgestelde emissiegrenswaarden zoals bepaald in artikel 22 van de verordening opzet van de elektriciteitsmarkt (EMD-verordening); wijst erop dat de vergoeding voor capaciteitsmechanismen alleen betrekking heeft op de beschikbaarheid ervan; benadrukt dat de goedkeuringsprocedures voor deze mechanismen dringend moeten worden vereenvoudigd en gestroomlijnd, zoals gevraagd in het kader van de EMD-herziening, waarbij de goedkeuringsprocedure van de Commissie terdege rekening moet houden met de specifieke problemen van de elektriciteitsmarkt in de respectieve lidstaten; neemt kennis van het verslag van de Commissie over de beoordeling van mogelijkheden om de procedure voor de toepassing van een capaciteitsmechanisme te stroomlijnen en te vereenvoudigen<FOOTNOTE><FIELD>COM(2025)0065.</FIELD></FOOTNOTE> en van de lopende werkzaamheden met betrekking tot het staatssteunkader voor de Clean Industrial Deal, met concrete voorstellen om de goedkeuringsprocedure te versnellen; merkt op dat de balanceringsmarkt weliswaar essentiële kortetermijndiensten biedt maar nog niet investeringsvriendelijk is, en verzoekt de Commissie daarom stimulansen te ontwikkelen om de flexibele activa op te bouwen die de balanceringsmarkten dringend nodig hebben;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>wijst erop dat bij decarbonisatie rekening moet worden gehouden met de specifieke kenmerken van de lidstaten en hun regio’s, met inbegrip van de ultraperifere gebieden en de rechtvaardigetransitiegebieden van Europa, en hun toegang tot verschillende soorten schone energiebronnen, de behoeften van hun industrieën en de kwetsbaarheid van hun burgers, teneinde te zorgen voor een rechtvaardige transitie die de energiezekerheid in stand houdt door synergieën te creëren tussen klimaatambities, geografische en natuurlijke omstandigheden en de sociale en economische realiteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>wijst op de noodzaak van een bredere benadering van niet-fossiele flexibiliteit en energieopslag die ook moleculen en warmte omvat; benadrukt het potentieel van stadsverwarmingssystemen die gebruik kunnen maken van warmteopslag om de temperatuur van het circuit te verlagen en afvalwarmte, zonne-energie, geothermische energie en andere hernieuwbare bronnen te integreren, in voorkomend geval met een overgangsperiode voor het gebruik van aardgas; vestigt de aandacht op de belangrijke rol die kan worden vervuld door een optimaal gebruik van hoogrenderende warmtekrachtkoppeling, in overeenstemming met de energie-efficiëntierichtlijn, om het elektriciteitsnet te helpen stabiliseren, en op het concurrentievermogen van bepaalde industriële sectoren, met name die sectoren die geen alternatieve methoden hebben voor de productie van betaalbare warmte in hun industriële processen; benadrukt dat stadsverwarmingsnetten met het oog hierop moeten worden gemoderniseerd en uitgebreid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat technologische neutraliteit een sleutelrol speelt bij het verbeteren van de zekerheid van de energievoorziening, waarbij lock-in-effecten worden vermeden en duurzaamheid, economische efficiëntie en een rechtvaardige transitie worden bevorderd; herinnert eraan dat moet worden geïnvesteerd in een gevarieerde portefeuille van schone technologieën die regio’s in staat stellen op kosteneffectieve wijze technologieën toe te passen die het best aansluiten bij hun behoeften, zodat energie betaalbaarder en toegankelijker wordt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat in het rapport-Draghi<FOOTNOTE><FIELD>Zie het rapport-Draghi over het concurrentievermogen van de EU, <STRING UNDERLINE="on">https://commission.europa.eu/topics/eu-competitiveness/draghi-report_en</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE> wordt benadrukt dat een vermindering van de afhankelijkheid van de invoer van fossiele brandstoffen het concurrentievermogen van de EU en de betaalbaarheid en voorzieningszekerheid zou verbeteren; merkt op dat aardgas momenteel een onderdeel is van de energiezekerheid van de EU, met een vraag van 320 miljard m³ in 2024, en neemt kennis van de prognoses van het Internationaal Energieagentschap (IEA) die wijzen op een matige vraag van 260 miljard m³ per jaar tegen 2035<FOOTNOTE><FIELD>Internationaal Energieagentschap, “World Energy Outlook 2024”, EC 4Q 2024 Gas Market Report.</FIELD></FOOTNOTE>, terwijl in een REpowerEU-scenario wordt uitgegaan van een mogelijke daling van de vraag met 184 miljard m³ tegen 2030, wat zou neerkomen op een daling van de vraag naar aardgas met ongeveer 50 % in minder dan vijf jaar ten opzichte van de vraag van 356 miljard m³ in 2022; herinnert aan het voorstel van Draghi om als leidraad voor infrastructuurkeuzes, internationale partnerschappen en wetgeving een alomvattende strategie voor aardgas vast te stellen om de rol ervan tijdens de transitie te regelen en de aardgasvoorziening veilig te stellen; merkt met bezorgdheid op dat inconsequent aardgasbeleid de handelspositie van EU-bedrijven heeft verzwakt, waardoor deze zijn blootgesteld aan de prijzen op de mondiale spotmarkt en er mogelijk een kloof ontstaat tussen wat de EU contractueel heeft veiliggesteld en wat in de loop van de tijd zal worden geïmporteerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat de ontwikkeling van kernenergie een nationaal prerogatief blijft in het kader van het EU-recht; wijst erop dat de lidstaten die ervoor kiezen kernenergie in hun energiemix op te nemen soms een belangrijke rol aan kernenergie hebben toegekend in het kader van een geïntegreerd energiesysteem waarin ook wordt voorzien in een grotere penetratie van hernieuwbare energiebronnen; merkt op dat een aantal lidstaten het nodig acht de ontwikkeling en invoering van zowel bestaande nucleaire technologieën als technologieën van de nieuwe generatie en de volledige splijtstofcyclus te ondersteunen, waarmee zal worden bijgedragen tot de opbouw van een concurrerende technologische toeleveringsketen in de EU om een open strategische autonomie te waarborgen; benadrukt dat het belangrijk is de volledige kosten van de gehele levenscyclus van kernenergie te beoordelen, met inbegrip van bouw, exploitatie, veiligheid, milieu- en gezondheidseffecten, afvalbeheer en ontmanteling; wijst op de bestaande en blijvende afhankelijkheid van buitenlandse leveranciers, waarbij in 2022 ongeveer 97 % van de aanvoer van natuurlijk uranium in de EU afkomstig was van overzeese bronnen<FOOTNOTE><FIELD>Voorzieningsagentschap van Euratom, jaarverslag 2023.</FIELD></FOOTNOTE>, en benadrukt dat de bevoorradingsbronnen voor uranium en splijtstof moeten worden gediversifieerd en dat gevolg moet worden gegeven aan de aanbeveling van het Voorzieningsagentschap van Euratom om betrouwbare toeleveringsketens te ontwikkelen om te voldoen aan de groeiende vraag naar nucleaire en nieuwe nucleaire technologieën; neemt in dit verband kennis van het recente besluit van de Europese Investeringsbank om haar steun voor de versterking van de Europese uraniumverrijkingscapaciteit te verlengen; beklemtoont dat kleine modulaire reactoren en geavanceerde modulaire reactoren het potentieel hebben om de energiezekerheid te vergroten door te voorzien in koolstofarme energie; merkt echter op dat de technologie nog niet volledig ontwikkeld is; is ingenomen met de aangekondigde beoordeling van de mogelijkheid om de vergunningspraktijken voor nieuwe technologieën op het gebied van kernenergie, zoals kleine modulaire reactoren, te stroomlijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>erkent dat hernieuwbare energie autonomie op energiegebied en voorzieningszekerheid op lange termijn mogelijk maakt; benadrukt dat hernieuwbare energiebronnen van essentieel belang zijn om energiezekerheid te realiseren, aangezien zij voor de EU reeds de belangrijkste bron van energie van eigen bodem vormen; wijst erop dat het van belang is het gebruik van de bestaande capaciteit voor hernieuwbare energie maximaal te benutten, met name door het probleem van inperking (“curtailment”) aan te pakken, aangezien in 2023 vanwege netcongestie in de EU meer dan 12 TWh aan hernieuwbare elektriciteit werd ingeperkt, waardoor 4,2 miljoen ton extra CO<STRING SUBSCRIPT="on">2</STRING>-emissies werden uitgestoten<FOOTNOTE><FIELD>ACER, markttoezichtverslag 2024 “Transmission capacities for cross-zonal trade of electricity and congestion management in the EU”, blz. 52.</FIELD></FOOTNOTE>; merkt op dat hernieuwbare energiebronnen reeds hebben bijgedragen tot het verminderen van de afhankelijkheid van de EU van Russisch gas, aangezien zij in 2023 goed waren voor 25 % van de energie en 45 % van de elektriciteit die in de EU zijn verbruikt; wijst nogmaals op het belang van aanhoudende EU-steun voor de ontwikkeling en het inzetten van gevestigde technologieën voor hernieuwbare energie, zoals zonne-energie, windenergie, geothermische energie en warmtepompen; herhaalt dat het noodzakelijk is te voorzien in beleids- en investeringssteun voor minder ontwikkelde of opkomende sectoren met het oog op een versnelde invoering van hernieuwbare technologieën die gezien de nationale en lokale omstandigheden het meest relevant zijn, zoals innovatieve geothermische technologie, biomethaan, thermische zonne-energie, mariene energie, getijdenenergie, osmose-energie en geconcentreerde zonne-energie; stelt bezorgd vast dat sommige innovatieve technologieën zonder gericht steunbeleid mogelijk niet tijdig het stadium van commercialisering zullen bereiken, en verzoekt de lidstaten daarom om voor deze technologieën te voorzien in steun voor onderzoek, demonstratie, marktacceptatie en opschaling; verzoekt de Commissie een investeringsplan voor deze hernieuwbare technologieën voor te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>wijst in het bijzonder op het potentieel van geothermische energie, dat tegen 2035 wordt geraamd op 510 GW aan een belastingsfactor van 80-90 %; wijst op de enorme hoeveelheid onbenutte hulpbronnen in bepaalde EU-regio’s en verzoekt de Commissie gevolg te geven aan de oproep van het Parlement om de ontwikkeling van geothermische energie te ondersteunen, onder meer door instrumenten voor risicobeperking tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt het IEA een analyse uit te voeren om de mogelijkheden voor het gebruik van aardgasbronnen in de EU te beoordelen; merkt op dat de interne aardgasproductie van de EU tussen 2020 en 2023 met meer dan een derde is gedaald en dat deze daling naar verwachting zal aanhouden zonder dat de productie van groen gas in de EU, met inbegrip van biogas en biomethaan, in de nabije toekomst aanzienlijk zal toenemen; merkt op dat in het rapport-Draghi wordt benadrukt dat naast een geleidelijke decarbonisatie en een verschuiving naar waterstof en groene gassen in overeenstemming met de herziene richtlijn hernieuwbare energie (RED III) en REPowerEU als overgangsmaatregel, de interne aardgasproductie – indien de afzonderlijke lidstaten dit gerechtvaardigd achten – ook een rol kan spelen om bij te dragen aan de voorzieningszekerheid en om blootstelling aan negatieve geopolitieke ontwikkelingen te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat diversificatie van essentieel belang is om in een veranderende geopolitieke context het risico op dominantie van leveranciers te beperken; is van mening dat de EU werk moet maken van sterkere internationale partnerschappen met betrouwbare leveranciers van energie, grondstoffen en schonetechnologiecomponenten in alle regio’s van de wereld, en met name met landen van de Europese Economische Ruimte;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>beklemtoont dat het verbeteren van de energiezekerheid een holistische aanpak vereist, met name door in belangrijke eindgebruikerssectoren voor energie, zoals gebouwen en industrie, de energie-efficiëntie te verbeteren en door energiebesparingen te bevorderen, investeringen in onderzoek en ontwikkeling te stimuleren en te zorgen voor zinvolle burgerparticipatie, hetgeen allemaal van essentieel belang is om een veerkrachtig, duurzaam en inclusief energiesysteem tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt de Commissie rekening te houden met toekomstige behoeften op het gebied van militair vermogen en militaire mobiliteit bij de uitbouw van het energiesysteem van de EU; merkt met bezorgdheid op dat de EU in hoge mate afhankelijk is van de invoer van ruwe olie en aardolieproducten; verzoekt de Commissie een alomvattende strategie voor vloeibare brandstoffen uit te werken om ervoor te zorgen dat deze in crisissituaties gemakkelijk beschikbaar zijn voor het leger en om de afhankelijkheid van kwetsbare importketens en onbetrouwbare producenten te verminderen, met name door de ontwikkeling van geavanceerde synthetische brandstoffen (zoals duurzame luchtvaartbrandstoffen en e-brandstoffen) in Europa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>vestigt de aandacht op de aanbeveling in het Niinistö-verslag over de noodzaak om verder werk te maken van de prioritaire vervoerscorridors voor tweeërlei gebruik voor civiele en defensiegerelateerde logistieke behoeften, van de uitbreiding van de toeleveringsketens voor brandstoffen voor de strijdkrachten langs die corridors, alsook van strategische energiereserves, die met name nuttig kunnen zijn voor regio’s met een onvoldoende ontwikkelde pijpleidinginfrastructuur en brandstofopslag; verzoekt de Commissie in dit verband de richtlijn inzake olievoorraden te herzien gezien de recente geopolitieke verschuivingen en de noden van militaire gereedheid, teneinde de energiezekerheid en de weerbaarheid tegen nieuwe militaire risico’s te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>erkent de snel toenemende vraag naar energie als gevolg van de digitale sector, met name de aanzienlijke energiebehoefte van datacenters en systemen voor artificiële intelligentie; benadrukt dat deze trend de dringende noodzaak van een krachtig energie-efficiëntiebeleid aantoont, en wijst op het belang van een proactieve aanpak van de EU om duurzame, toekomstgerichte oplossingen te vinden om aan deze groeiende vraag te voldoen en tegelijkertijd de veerkracht van haar energiesysteem te waarborgen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een veerkrachtige energie-infrastructuur</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>merkt op dat infrastructurele knelpunten de voordelen van sectorintegratie in de weg staan en de bedreigingen voor de energiezekerheid verergeren; benadrukt het belang van investeringen in nieuwe energienetwerken, waaronder grensoverschrijdende interconnectoren en offshorenetwerken, en van optimalisering van de bestaande infrastructuur om de capaciteit met behulp van netverbeterende technologieën (grid-enhancing technologies, GET’s) te vergroten en tegelijkertijd de behoefte aan nieuwe infrastructuur te verminderen, teneinde de integratie van hernieuwbare energiebronnen en andere nieuwe opwekkingsvermogens mogelijk te maken, prijsverschillen te verkleinen, de algehele efficiëntie van het systeem te verbeteren en de solidariteit tussen de lidstaten in geval van een energiecrisis te bevorderen; wijst op de noodzaak van een technisch verantwoorde infrastructuurplanning, waarbij rekening wordt gehouden met geografische en natuurlijke kenmerken, de levensvatbaarheid op lange termijn wordt gewaarborgd en het ontstaan van gestrande activa wordt voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de Commissie dringend in kaart te brengen waar de interconnectoren ontoereikend zijn om het huidige interconnectiestreefcijfer van 15 % te halen, zoals vastgelegd in Verordening (EU) 2018/1999<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2018/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie (PB L 328 van 21.12.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1999/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt het belang van projecten van gemeenschappelijk belang (PGB’s) voor het faciliteren van een efficiënte en veilige elektriciteitsstroom tussen lidstaten en regio’s, waardoor de grensoverschrijdende integratie en energiesolidariteit binnen de EU worden versterkt; erkent de rol van de Connecting Europe Facility – Energie (CEF-E) bij de voltooiing van bovengenoemde investeringen en herhaalt zijn oproep om de financiering ervan aanzienlijk te verhogen bij voorstellen voor het volgende meerjarig financieel kader;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>verzoekt de lidstaten om de vergunningsprocedures voor elektriciteitsinstallaties en -netwerken te versnellen; merkt op dat buitensporig lange vergunningsprocedures kunnen leiden tot rechtsonzekerheid, wat de toereikendheid van de voorziening kan ondermijnen omdat de uitvoering van cruciale projecten wordt vertraagd – of het nu gaat om het repoweren of vernieuwen van bestaande installaties voor opwekking of om de ontwikkeling van infrastructuur voor transmissie, distributie of opslag; is ingenomen met de positieve vooruitgang die is geboekt met bepalingen die zijn aangenomen bij de laatste herziening van de richtlijn hernieuwbare energie en de noodverordening inzake vergunningen<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2022/2577 van de Raad van 22 december 2022 tot vaststelling van een kader om de inzet van hernieuwbare energie te versnellen (PB L 335 van 29.12.2022, blz. 36, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2577/oj).</FIELD></FOOTNOTE> om de vergunningsprocedures te versnellen, te stroomlijnen en te vereenvoudigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>herinnert eraan dat klimaatverandering zich blijft verergeren, waardoor het energiesysteem steeds meer onder druk komt te staan als gevolg van extreme weersomstandigheden, zoals hittegolven die leiden tot de sluiting van thermische centrales, droogtes die leiden tot de opwekking van minder stroom, en zware stormen, overstromingen en branden die schade toebrengen aan elektriciteitsnetten en gaspijpleidingen; wijst erop dat het effect van klimaatverandering op productiemiddelen, netwerken en consumptiepatronen beter moet worden geïntegreerd in de modellering en paraatheid van energie-infrastructuur; benadrukt de noodzaak van planning van veerkrachtige energiesystemen, met inbegrip van strategieën voor aanpassing aan het klimaat, zoals geavanceerde koeltechnologieën, netflexibiliteit, gedecentraliseerde opwekking van hernieuwbare energie, en versterkte bescherming van de infrastructuur; benadrukt hoe belangrijk het is om in elk energieproject vanaf het prilste stadium een klimaatbestendigheidsplan te integreren, gebaseerd op een eerste risicogebaseerde beoordeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt de Commissie voort te bouwen op Richtlijn (EU) 2022/2557<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2022/2557 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten en tot intrekking van Richtlijn 2008/114/EG van de Raad (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 164, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2557/oj).</FIELD></FOOTNOTE> betreffende de weerbaarheid van kritieke entiteiten door de volledige en geharmoniseerde uitvoering ervan te vergemakkelijken middels het verstrekken van beste praktijken, richtsnoeren en methodologieën, en grensoverschrijdende opleidingsactiviteiten en oefeningen ter ondersteuning van de lidstaten, de bevoegde autoriteiten en kritieke energie-entiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>benadrukt dat er geïnvesteerd moet worden in de bescherming en weerbaarheid van de energie-infrastructuur tegen door de mens veroorzaakte bedreigingen, zoals militaire, hybride en cyberaanvallen; spreekt zijn bezorgdheid uit over de recente sabotage-incidenten in de Oostzee en dringt aan op krachtigere maatregelen op EU-niveau om de kritieke energie-infrastructuur van de EU te beschermen, met inbegrip van grensoverschrijdende verbindingen met niet-EU-landen, zoals onderzeese pijpleidingen en kabels, offshore windparken en interconnecties, die bedoeld zijn om de meest getroffen lidstaten te ondersteunen, en om nationale maatregelen aan te vullen; is in dit verband ingenomen met de gezamenlijke mededeling betreffende het EU-actieplan inzake kabelbeveiliging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>merkt op dat de decentralisatie van het energiesysteem, wat zowel de veerkracht versterkt als de energietransitie vergemakkelijkt, en een grotere diversiteit van bronnen en autonomie zorgen voor een verminderde afhankelijkheid van gecentraliseerde elektriciteitscentrales, het risico op stroomuitval tot een minimum beperken, de stabiliteit van het stroomnet verbeteren en een sneller herstel na storingen mogelijk maken; benadrukt tegelijk dat het toegenomen aantal afgelegen en versnipperde energiebronnen, energieopslagfaciliteiten en nieuwe verbindingen betere maatregelen vereisen om een robuuste infrastructuurbescherming te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de Commissie lering te trekken uit de oorlog in Oekraïne, met name wat betreft de kritieke rol van elektriciteitsinterconnectie, micro-netwerken, gedistribueerde zonne-energie, windenergie en batterijopslag om het elektriciteitsnet beter bestand te maken tegen militaire aanvallen, waaronder cyberaanvallen, drones en raketten; prijst de aanhoudende inspanningen van Oekraïne om de werking en veiligheid van zijn energiesysteem te handhaven ondanks de Russische aanvalsoorlog, en benadrukt dat steun aan Oekraïne ook hulp inhoudt bij het waarborgen van de deugdelijkheid van het nationale elektriciteitsnet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>merkt met bezorgdheid op dat er voor kleine gedistribueerde energiebronnen die op het internet zijn aangesloten, zoals omvormers, geen passende conformiteitsbeoordelingsprocedures gelden die onder de wetgeving inzake cyberbeveiliging vallen, zoals de verordening cyberweerbaarheid<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (verordening cyberweerbaarheid) (PB L, 2024/2847, 20.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2847/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, en aangezien zij op afstand kunnen worden bediend en hun software kan worden bijgewerkt door de fabrikant, die in veel gevallen een niet-vertrouwde leverancier is, zouden deze niet-vertrouwde leveranciers controle kunnen krijgen over de elektriciteitsnetten van de EU; dringt er bij de Commissie op aan verplichte risicobeoordelingen in te voeren voor gedistribueerde energiebronnen op basis van het land van herkomst, waardoor installaties die worden gecontroleerd vanuit rechtsgebieden die veiligheidsrisico’s kunnen inhouden, onder strikt toezicht komen te staan en onderworpen worden aan lokalisatievereisten; pleit voor grotere weerbaarheid in de Europese toeleveringsketens door de productie van gedistribueerde energiebronnen in de EU en allianties met vertrouwde internationale partners te bevorderen; benadrukt het belang van voldoende professionals die gespecialiseerd zijn in cyberbeveiliging en van nauwe samenwerking tussen de lidstaten om deze kwetsbaarheden aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>roept energiebedrijven die kritieke infrastructuur beheren ertoe op nauw samen te werken met het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging en zich uit te rusten met de meest geavanceerde cyberbeveiligingsinstrumenten; is van mening dat samenwerking met de NAVO op het gebied van cyberbeveiliging moet wordt versterkt om hybride bedreigingen van de Europese energiezekerheid het hoofd te bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>merkt op dat de lidstaten alles in het werk moeten stellen om hun weerbaarheid te vergroten, waaronder het vermogen om incidenten te voorkomen, zich daartegen te beschermen, erop te reageren, ze te weerstaan, de gevolgen ervan te beperken, ze op te vangen, te incasseren en ervan te herstellen, en daarbij ten volle rekening moeten houden met de onderlinge afhankelijkheid van de energiemarkt van de EU en het mogelijke domino-effect dat infrastructuurstoringen in één land kunnen hebben in de hele Unie; benadrukt met name dat meer moet worden ingezet op het aspect “herstellen”, wat kan worden bereikt door middel van een efficiënt Europees herstel- en responsmechanisme en nationale en regionale operationele plannen, die een belangrijk onderdeel kunnen vormen van de afschrikkingsstrategie van de EU; wijst op het belang van EU-solidariteit bij het reageren op mogelijke infrastructuurincidenten, waarbij gecoördineerde actie en wederzijdse ondersteuning tussen de lidstaten worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>herinnert eraan dat de energie-infrastructuur een bijzonder gevoelige sector is die moet worden beschermd tegen buitenlandse belangen; dringt er bij de lidstaten en de Commissie op aan de veiligheidsrisico’s in verband met buitenlandse investeringen in en aankopen van energie-infrastructuur aan te pakken; drukt zijn bezorgdheid uit over een reeks potentieel gevoelige buitenlandse investeringen, met name in elektriciteitsnetten; is in dit verband ingenomen met de lopende herziening van de verordening screening BDI<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2019/452 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 tot vaststelling van een kader voor de screening van buitenlandse directe investeringen in de Unie (PB L 79 I van 21.3.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/452/oj).</FIELD></FOOTNOTE> als een proactieve stap in de richting van een strikte strategische aanpak van de ontwikkeling van en het toezicht op de Europese energie-infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>benadrukt dat energiezekerheid ook de levering van cruciale schone technologieën, onderdelen en kritieke grondstoffen moet omvatten, en wijst op de noodzaak van diversificatie van de bronnen waaruit deze worden betrokken; roept op tot meer steun voor de netwerkproducerende industrie in de EU als strategische pijler van de energietransitie, met bijzondere nadruk op het waarborgen van een eerlijk en concurrerend regelgevingskader voor Europese fabrikanten, en tegelijkertijd het potentieel te onderzoeken van lokale inhoudsvereisten om de energiezekerheid, de veerkracht van de toeleveringsketen en het concurrentievermogen van de industrie te versterken; pleit voor het actualiseren van het kader voor overheidsopdrachten om de administratieve lasten voor netbeheerders om toegang te krijgen tot de noodzakelijke netwerktechnologieën te vereenvoudigen en te verlichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>wijst op het belang van de integratie van circulaire beginselen in het ontwerp van kritieke infrastructuur en apparatuur, en dringt aan op meer steun voor de tenuitvoerlegging daarvan, met als doel de afhankelijkheid van de EU van de invoer van buitenlandse grondstoffen te verminderen en de hulpbronnenefficiëntie te verbeteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Uitfasering van Russische energieleveringen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt dat de uitdagingen die voortvloeien uit een gebrek aan solidariteit binnen de EU en uit het feit dat sommige lidstaten bepaalde belangen vooropstellen, het hele continent bewust hebben gemaakt van de gevaren van afhankelijkheid van een onbetrouwbare energieleverancier die energieleveringen als wapen inzet; beklemtoont dat de lessen die zijn getrokken uit de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne centraal moeten staan in toekomstige EU-maatregelen, waarbij met name het cruciale belang van een eensgezinde Europese reactie moet worden benadrukt om een einde te maken aan gevaarlijke afhankelijkheden op het gebied van energievoorziening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>benadrukt dat er in de EU vooruitgang is geboekt bij het verminderen van de energieafhankelijkheid, met name dankzij het REPowerEU-plan en de zestien sanctiepakketten, als gevolg waarvan de invoer van Russisch gas (via pijpleidingen en LNG) is gedaald van 45 % van de totale gasinvoer van de EU in 2021 tot 19 % in 2024;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het feit dat de EU nog steeds afhankelijk is van Russisch gas en dat deze afhankelijkheid recentelijk zelfs is toegenomen, met een stijging van de invoer met 18 % in 2024 en een verdere stijging in 2025<FOOTNOTE><FIELD>Op basis van recentere gegevens aangepast – “The final push for EU Russian gas phase-out”, Ember, 27 maart 2025.</FIELD></FOOTNOTE>; merkt op dat de lidstaten alleen al in 2024 naar schatting voor 7 miljard EUR aan Russisch LNG hebben gekocht, en dat de EU sinds de Russische invasie van Oekraïne voor 200 miljard EUR aan olie en gas uit Rusland heeft geïmporteerd en op die manier de oorlogsmachine van Rusland volledig<FOOTNOTE><FIELD>Centre for Research on Energy and Clean Air, “Financing Putin’s war: Fossil fuel imports from Russia during the invasion of Ukraine”, https://energyandcleanair.org/financing-putins-war/.</FIELD></FOOTNOTE> financiert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>is ingenomen met de publicatie van een routekaart voor de uitfasering van de invoer van energie uit Rusland, die de weg moet vrijmaken voor een zo spoedig mogelijke definitieve beëindiging ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>is verheugd over het door de Commissie voorgestelde stapsgewijze verbod op de invoer van Russisch gas; benadrukt dat er uiterlijk in 2027 een EU-breed verbod moet worden ingesteld op alle invoer van Russisch aardgas en dat nieuwe contracten en bestaande spotcontracten uiterlijk eind 2025 moeten worden beëindigd; dringt erop aan dat de lidstaten, met inbegrip van de lidstaten die momenteel profiteren van gerichte afwijkingen voor de invoer van Russische olie, deze invoer uiteindelijk tegen uiterlijk 2027 uitfaseren; is ingenomen met de komende wetgevingsvoorstellen ter zake en verzoekt de Commissie de mogelijkheden te onderzoeken van alle beschikbare overgangsinstrumenten die kunnen leiden tot de beëindiging van de invoer van Russische fossiele brandstoffen tegen 2027, zoals de invoering van een regulier quotasysteem voor de invoer van Russisch gas in de EU en de invoering van een maximumprijs voor Russisch LNG, na een beoordeling van de gevolgen voor de markt en de prijzen; verzoekt de Commissie aan EU-bedrijven doeltreffende en juridisch solide instrumenten ter beschikking te stellen om hen te helpen bij hun inspanningen om zonder boetes uit langlopende contracten met Russische leveranciers te stappen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>verzoekt de lidstaten de gasleveringen aan de EU uit de terminals van Yamal LNG en Arctic LNG 2 op te nemen in het toepassingsgebied van de EU-sancties en de respectieve sanctionering van de vloot lng-tankers met een ijsklasse die in het kader van het lng-project Yamal worden ingezet; merkt op dat het sanctioneren van lng-tankers bijzonder doeltreffend zou zijn, aangezien er op wereldschaal slechts een beperkt aantal lng-tankers met een ijsklasse is; benadrukt dat de bovengenoemde maatregelen een adequate beoordeling van de juridische en economische gevolgen voor de betrokken Europese bedrijven vereisen en dat ervoor moet worden gezorgd dat zij hun contracten kunnen beëindigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>prijst de opname van de nucleaire toeleveringsketen in de routekaart; stelt met bezorgdheid vast dat op de EU-markt nog steeds Russische splijtstof aanwezig is, onder meer via indirecte toeleveringsketens, en dat in 2023 23,5 % van het in de EU verbruikte uranium afkomstig was uit Rusland en 30,1 % van het uranium dat in de nucleaire vloot van de EU wordt gebruikt, door Rusland werd verrijkt; merkt op dat binnenlandse aanbieders de capaciteit in hun Europese installaties weliswaar opvoeren om aan de toegenomen vraag te voldoen, nu nutsbedrijven proactief afstappen van leveringen uit Rusland, maar dat er op Europees en nationaal niveau dringend duidelijke beleidsbeslissingen nodig zijn om de bovengenoemde kwetsbaarheden in de nucleaire toeleveringsketen aan te pakken; dringt daarom aan op ondersteuning van projecten in de Unie die bijdragen tot een grotere autonomie en zekerheid inzake de toelevering van splijtstof;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over het feit dat officiële gegevens geen volledig beeld geven van de invoer van Russische energie en de eindbestemming ervan, aangezien er nog steeds Russische olie en gas met een ander etiket op de EU-markt komen; betreurt dat dit in sommige gevallen gebeurt met instemming van de betrokken overheidsactoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>is het ermee eens dat een adequate beoordeling van de omvang van de invoer van Russische energie een eerste vereiste is voor de geleidelijke beëindiging van deze afhankelijkheid; betreurt dat de invoer van Russische energie voortdurend wordt witgewassen en benadrukt dat er op de energiemarkt van de EU meer transparantie nodig is; verzoekt de lidstaten gegevens te publiceren over de oorsprong van ingevoerd, uitgevoerd en verbruikt Russisch gas, en dringt aan op de toepassing van alle maatregelen tegen het witwassen van ingevoerde Russische energie; merkt op dat relevante rapportageverplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2024/1787 inzake de vermindering van methaanemissies in de energiesector kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van deze doelstelling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>is ingenomen met de op stapel staande voorstellen voor transparantie-, monitoring- en traceerbaarheidsmechanismen, aangezien de effectieve uitvoering van sancties afhankelijk is van compatibele controlemechanismen in alle lidstaten; wijst erop dat er dringend een juridisch mechanisme moet worden ontwikkeld om de transparantie en traceerbaarheid te waarborgen van aardgas dat afkomstig is uit Rusland en als vloeibaar aardgas via pijpleidingen naar de EU wordt uitgevoerd, welk mechanisme op termijn ook de invoer van olie moet dekken; benadrukt dat dit mechanisme in de toekomst moet worden uitgebreid tot de invoer van energie uit andere bestemmingen; is van mening dat het mechanisme samenwerking vereist tussen verschillende diensten, waaronder de mededingingsdiensten van de EU, het Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators (ACER) en nationale douaneautoriteiten; verzoekt de lidstaten te overwegen de strafrechtelijke onderzoeksbevoegdheden van de nationale douaneautoriteiten te versterken om de doeltreffendheid van het bovengenoemde mechanisme te waarborgen en voldoende afschrikkende maatregelen en boeten in te voeren, zoals passende geldboeten voor het ontwijken van sancties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>benadrukt dat er een rechtskader voor diversificatie moet worden vastgesteld, op grond waarvan elke lidstaat op gecoördineerde wijze en via de passende bevoegde autoriteiten een exitplan voor Russische energiebronnen moet opstellen en de opstelling en uitvoering van gespecialiseerde exitplannen op het niveau van ondernemingen die in hun respectieve energiesectoren actief zijn, moet ondersteunen en controleren; is van mening dat deze plannen ook de aspecten binnenlandse productie en terugdringing van de vraag moeten omvatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>veroordeelt met klem de oproepen om weer Russische energie te gaan invoeren als onderdeel van het vredesakkoord voor Oekraïne; verwerpt ten stelligste het idee van een mogelijke certificering van de Nord Stream 2-pijpleiding en dringt aan op de volledige ontmanteling van Nord Stream-pijpleidingen; waarschuwt ervoor dat de EU opnieuw afhankelijk dreigt te worden van een onbetrouwbare leverancier en verzoekt de Commissie en de lidstaten hiertegen waarborgen te ontwikkelen, zoals een medeondertekening door de Commissie van alle mogelijke contracten met Rusland of het verplichte gebruik van het AggregateEU-platform voor dit soort aankopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>wijst erop dat energie een fundamentele behoefte is; benadrukt dat de geleidelijke afschaffing van de invoer van Russische energie een collectieve inspanning moet zijn om ervoor te zorgen dat geen enkele lidstaat en geen enkel bedrijf of huishouden aan zijn lot wordt overgelaten; benadrukt dat de lidstaten niet allemaal in dezelfde positie verkeren om de invoer van Russische energie op dezelfde manier af te bouwen, en dringt daarom aan op sterke onderlinge solidariteit, naast passende steunmaatregelen van de Commissie om een eerlijke en gecoördineerde transitie te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>merkt op dat de geleidelijk afgeschafte invoer van Russische energie in de nabije toekomst moet worden vervangen door betrouwbare niet-EU-bronnen en dringt er daarom bij de Commissie op aan maatregelen voor te stellen die ervoor zorgen dat deze invoer voldoende wordt vervangen door betrouwbare partners; benadrukt echter dat de Russische energieleveringen niet mogen worden vervangen door nieuwe afhankelijkheden in de energievoorziening, en dat daarom de invoer van energie op lange termijn geleidelijk moet worden verminderd door middel van doeltreffende maatregelen ter ondersteuning van decarbonisatie, elektrificatie, energie-efficiëntie en energiebesparingen in de sectoren waar dat mogelijk en kostenefficiënt is, alsook door de ontwikkeling van binnenlandse energieproductie in overeenstemming met het REPowerEU-plan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>beklemtoont dat de energieafhankelijkheid van Rusland evenmin mag worden vervangen door nieuwe afhankelijkheden van individuele leveranciers van technologieën, componenten of kritieke grondstoffen op energiegebied;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Herziening van het kader voor voorzieningszekerheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>is ingenomen met de komende herziening van de architectuur voor voorzieningszekerheid, met inbegrip van de verordening gasleveringszekerheid en de verordening risicoparaatheid in de elektriciteitssector, en andere relevante wetgeving; is van mening dat in de nieuwe EU-architectuur voor voorzieningszekerheid rekening moet worden gehouden met fundamentele verschuivingen zoals een toenemende sectoroverschrijdende integratie van het energiesysteem, het nieuwe geopolitieke landschap, de ingrijpende veranderingen in de aanvoerroutes en de gevolgen van de klimaatverandering, alsook met veranderingen in de maturiteit van energietechnologieën die tot uiting komen in verschuivingen in de genormaliseerde energiekosten, en de kansen die dit biedt voor de energietransitie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>benadrukt dat energie-efficiëntie een cruciale rol speelt bij het vergroten van de voorzieningszekerheid doordat zo de totale vraag naar energie vermindert, de afhankelijkheid van ingevoerde energie afneemt en het systeem veerkrachtiger wordt; is van mening dat het nieuwe kader voor de voorzieningszekerheid moet worden verbreed om een nieuwe visie op de energievoorzieningszekerheid te weerspiegelen, die niet alleen gebaseerd is op energiebronnen, maar ook op het energie-efficiëntie-eerstbeginsel, energiebesparing, kostenefficiëntie en het vermogen om verschillende soorten energie op eigen bodem te produceren; merkt op dat de Unie zich op korte termijn erop moet toeleggen de invoer van Russische energie doeltreffend, grondig en zonder achterpoortjes af te bouwen, onder meer door zich te verzekeren van alternatieve leveringen door betrouwbare partners, de bestaande infrastructuur beter te benutten en tegelijkertijd waar mogelijk binnenlandse alternatieven voor ingevoerde energieproducten te blijven ontwikkelen; benadrukt niettemin dat er een toekomstbestendige architectuur voor voorzieningszekerheid moet worden ontwikkeld die de afhankelijkheid van externe actoren systematisch vermindert, met name door energie-efficiëntie te bevorderen, energiebesparing te stimuleren, de circulariteit te vergroten, de eigen productie van schone energie gestaag te laten toenemen en te zorgen voor goed beschermde gedecentraliseerde energie-infrastructuur;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>benadrukt dat de veerkracht van energie-infrastructuur prioriteit moet krijgen, voortbouwend op de lessen die zijn getrokken uit de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne, de gerichte aanvallen op zijn energiesystemen en de voordelen van gedecentraliseerde energiesystemen; is van mening dat nieuwe energie-activa reeds in hun ontwerp veerkrachtig moeten zijn, en ook bestand moeten zijn tegen mogelijke militaire bedreigingen en extreme weergebeurtenissen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>wijst erop dat alle actoren meer moeten samenwerken om de energie-infrastructuur bestand te maken tegen zowel klimaateffecten als door de mens veroorzaakte bedreigingen; benadrukt dat met het oog op de bescherming van deze infrastructuur een grotere overheidsbetrokkenheid vereist is, onder meer door middel van publiek-private partnerschappen; is in dit verband verheugd over de aanbeveling in het verslag-Niinistö om met de particuliere sector in dialoog te gaan om inspanningen inzake risicovermindering, sectoroverschrijdende stresstests en proactieve maatregelen inzake energiezekerheid te institutionaliseren; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat dergelijke samenwerking wordt opgenomen in plannen inzake incidentenbeheer en herstel, en dat zij geregeld aan oefeningen wordt onderworpen; merkt op dat de paraatheidsstrategie van de Unie acties omvat om publiek-private partnerschappen te versterken, en verzoekt de Commissie bij de herziening van de architectuur voor voorzieningszekerheid relevante specifieke maatregelen voor de energiesector verder te ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>wijst erop dat in de architectuur voor voorzieningszekerheid hernieuwbare en koolstofarme soorten gas, zoals biomethaan en waterstof, moeten worden geïntegreerd; herinnert eraan dat in de waterstofstrategie reeds wordt erkend dat de productie van hernieuwbare en koolstofarme waterstof een rol kan spelen bij het bieden van flexibiliteit en opslagcapaciteit in een geïntegreerd energiesysteem met een hoog aandeel hernieuwbare energiebronnen; verzoekt de Commissie de complementariteit tussen waterstof en elektriciteit te erkennen in het toekomstige actieplan voor elektrificatie, in overeenstemming met de integratie van de energiesector, en duidelijke voorwaarden vast te stellen voor de opschaling van waterstof om bij te dragen aan de energietransitie, met name in moeilijk koolstofarmer te maken sectoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>wijst op de noodzaak om betaalbaarheidsrisico’s op te nemen in nationale risicobeoordelingen; roept op tot transparantie over de uitvoering van nationale maatregelen ter voorbereiding op risico’s om het vertrouwen tussen de lidstaten te vergroten; wijst op de voordelen van meer samenhang op het vlak van categorieën beschermde consumenten (consistente categorieën en gradatie van afsluitingsprioriteiten voor netgebruikers), zodat er gecoördineerde plannen voor de afschakeling van consumenten kunnen worden vastgesteld, met inbegrip van plannen ter ondersteuning van kwetsbare huishoudens die in energiearmoede verkeren of dreigen te vervallen tijdens een energiecrisis;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>benadrukt dat er een eengemaakt, veerkrachtig en strategisch gecoördineerd energiebeleid nodig is; benadrukt dat naarmate de energiemarkten van de EU meer geïntegreerd worden, energiezekerheid steeds meer een gedeelde verantwoordelijkheid van de lidstaten wordt, zodat er solidariteit en coördinatie nodig zijn om eenzijdige acties te voorkomen die de energiezekerheid van de hele EU in gevaar kunnen brengen; waarschuwt dat een eenzijdig besluit van één speler om een schadelijke energieovereenkomst te sluiten met een niet-EU-land de hele EU zou kunnen blootstellen aan hernieuwde energiecrises, prijsvolatiliteit en geopolitieke druk;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>wijst op de noodzaak van een betere coördinatie tussen de lidstaten bij de ontmanteling van verouderde productie-eenheden met grensoverschrijdende gevolgen, alsook bij de verwijdering van opwekkingscapaciteit uit het systeem om ervoor te zorgen dat alternatieve installaties voltooid en in bedrijf zijn, aangezien dit van invloed is op de beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie in buurlanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>onderstreept dat datagestuurde technologieën een positief effect moeten hebben op het beheer van de energiezekerheid; erkent dat uitgebreide energie-informatie en ‑gegevens belangrijk zijn om veranderende bedreigingen voor de energiezekerheid te herkennen en erop te reageren en om infrastructuur te plannen; pleit voor betere coördinatie wat betreft het verzamelen van dergelijke informatie en gegevens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de Commissie in het voorstel inzake voorzieningszekerheid technische bepalingen op te nemen voor de normalisatie en interoperabiliteit van kritieke componenten van het energiesysteem van de EU, met name elektrische transformatoren, zodat een gebrek aan normalisatie Europese solidariteit niet in de weg staat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>is verheugd dat het Europees netwerk van transmissiesysteembeheerders voor elektriciteit (ENTSB-E) een nieuwe taskforce voor de beveiliging van kritieke infrastructuur heeft opgericht, die tot doel heeft de veiligheid van kritieke infrastructuur te analyseren en aanbevelingen voor te stellen; benadrukt dat het belangrijk is rekening te houden met de lessen die zijn getrokken uit de ervaring van Oekraïne, met inbegrip van de waardevolle expertise van de speciale eenheid binnen de Oekraïense transmissiesysteembeheerder (TSB) die belast is met het in kaart brengen en beperken van bedreigingen voor kritieke infrastructuur; verzoekt de Commissie nauw met het ENTSB-E samen te werken om een alomvattende en systemische beoordeling van de bedreigingen voor het elektriciteitsnet van de EU te maken, die tegen 2026 voltooid moet zijn;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>