<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0149</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Ontbossingsverordening – landen met een laag of hoog risico</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0321/2025)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 9 juli 2025 over Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1093 van de Commissie van 22 mei 2025 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2023/1115 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft een lijst van landen met een laag of hoog risico op het produceren van relevante grondstoffen waarvoor de relevante producten niet voldoen aan artikel 3, punt a) (2025/2739(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1093 van de Commissie van 22 mei 2025 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2023/1115 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft een lijst van landen met een laag of hoog risico op het produceren van relevante grondstoffen waarvoor de relevante producten niet voldoen aan artikel 3, punt a)<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2025/1093, 23.5.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_impl/2025/1093/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2023/1115 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende het op de markt van de Unie aanbieden en de uitvoer uit de Unie van bepaalde grondstoffen en producten die met ontbossing en bosdegradatie verband houden, en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 995/2010<FOOTNOTE><FIELD>PB L 150 van 9.6.2023, blz. 206, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1115/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 29, lid 2,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 11 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren<FOOTNOTE><FIELD>PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/182/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 115, leden 2 en 3, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de stemming in de plenaire vergadering van het Europees Parlement van 14 november 2024 over de verordening tot wijziging van Verordening (EU) 2023/1115 wat betreft de bepalingen betreffende de datum van toepassing,</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zorgen over gegevenskwaliteit en methodologische robuustheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de voorgestelde indeling van landen in risicocategorieën in het kader van Verordening (EU) 2023/1115 geen accurate weergave is van de huidige situatie in de betrokken landen, aangezien deze indeling gebaseerd is op verouderde gegevens en geen rekening houdt met alle relevante en beschikbare risico-indicatoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat in Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1093 van de Commissie de realiteit in de betrokken landen niet nauwkeurig wordt weergegeven, omdat geen rekening wordt gehouden met belangrijke factoren uit de echte wereld, met name de huidige dynamiek van het landgebruik en bosdegradatie; overwegende dat de erkenning van degradatie als risicofactor ertoe zou leiden dat bepaalde lidstaten in een hogere risicocategorie worden ingedeeld, waardoor de veronderstelling dat toeleveringsketens binnen de Unie automatisch een laag risico vormen, ter discussie zou komen te staan<FOOTNOTE><FIELD>https://www.eea.europa.eu/publications/how-are-european-forest/how-are-european-forest-ecosystems-doing.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat belangrijke ontwikkelingen op het gebied van governance, ontbossingstrends en handhavingsmechanismen die zich sinds 31 december 2020 – de in artikel 2 van Verordening (EU) 2023/1115 bedoelde afsluitingsdatum –, hebben voorgedaan, niet voldoende in de methodologie tot uiting komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de gegevens die worden gebruikt voor de indeling in risicocategorieën voornamelijk afkomstig zijn van de Global Forest Resources Assessment, uitgevoerd door de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, waarvan de meest recente volledige landendossiers dateren van vóór 2020, en dat deze gegevens derhalve geen adequaat of getrouw beeld geven van de recente nationale inspanningen om ontbossing tegen te gaan, het geactualiseerde beleid inzake landgebruik, verbeteringen in realtime satellietmonitoring en de meest recente ontbossingstrends in verschillende landen<FOOTNOTE><FIELD>https://www.fao.org/forest-resources-assessment/en.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de methodologie voor het indelen van landen in risicocategorieën niet transparant is met betrekking tot de manier waarop verschillende risicofactoren worden gewogen en geen rekening houdt met regionale variabiliteit binnen landen; overwegende dat dit ernstige twijfels oproept over de eerlijkheid en geloofwaardigheid van de classificatiemethode;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de methodologie voor de indeling van landen in risicocategorieën gebreken vertoont, omdat deze zich voornamelijk richt op geaggregeerde historische ontbossingspercentages en deze benadering voorbijgaat aan de multidimensionale aard van ontbossingsrisico’s, waarbij geen rekening wordt gehouden met het volledige scala aan indicatoren dat is vastgelegd in artikel 29 van Verordening (EU) 2023/1115;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de benadering die ten grondslag ligt aan de huidige methodologie die is vastgelegd in Verordening (EU) 2023/1115 onvoldoende flexibiliteit biedt voor tijdige updates, waardoor aanzienlijke onzekerheid op de markt en potentiële volatiliteit ontstaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat zonder een duidelijk omschreven mechanisme voor regelmatige en transparante herbeoordeling de indeling van landen in risicocategorieën niet meer in overeenstemming is met de veranderende omstandigheden, waardoor zowel de doeltreffendheid van Verordening (EU) 2023/1115 als het functioneren van de mondiale grondstoffenmarkten wordt ondermijnd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het ontbreken van duidelijke trajecten voor landen om hun risicocategorisering te laten wijzigen door aantoonbare vooruitgang, de rol van Verordening (EU) 2023/1115 als positief stimuleringsmechanisme ondermijnt en het potentieel ervan om duurzame transformatie in de praktijk te stimuleren, beperkt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Analyse van de uitdagingen in de eerste risicocategorie van landen (de “categorie laag risico”)</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het criterium van nettobosverlies tussen 2015 en 2020, dat wordt gebruikt om de in artikel 29, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2023/1115 genoemde risicocategorie vast te stellen, uitgaat van het totale verlies aan bosareaal in plaats van ontbossing zoals eng gedefinieerd in die verordening, waardoor ook gebieden met een tijdelijke verandering van de bosbedekking of bosbeheer dat niet gepaard gaat met conversie van landgebruik in aanmerking worden genomen, hetgeen de methodologische consistentie en de rechtszekerheid ondermijnt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat in de methodologie voor de indeling van landen in risicocategorieën een relatieve drempelwaarde van 0,2 % jaarlijks bosareaalverlies en een absolute drempelwaarde van 70 000 hectare jaarlijks bosareaalverlies worden ingevoerd, zonder dat deze specifieke waarden duidelijk worden gemotiveerd; overwegende dat het opmerkelijk is dat bepaalde landen met een hoog ontbossingspercentage, zoals de Verenigde Staten, net onder de absolute drempel vallen, hetgeen vragen oproept over de objectiviteit en robuustheid van de gekozen benchmarks;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de beoordeling van ontbossingsrisico’s op basis van de uitbreiding van bouwland dat wordt gebruikt voor relevante grondstoffen, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 1, van Verordening (EU) 2023/1115, en de omvang van de veeteelt en houtproductie niet nauwkeurig genoeg is; overwegende dat het opnemen van de totale houtproductie als een indicatie voor ontbossingsrisico’s methodologisch twijfelachtig is, aangezien legale bosbouwactiviteiten worden verward met ontbossing als gevolg van veranderingen in landgebruik;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Gebrek aan gedetailleerdheid en contextgevoeligheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat het huidige systeem met slechts drie risicocategorieën onvoldoende is om een adequaat onderscheid te maken tussen landen met een enorm verschillend ontbossingsrisico;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat het ontbreken van een genuanceerde aanpak de prikkel voor ambitieuzere regeringen om verdere actie te ondernemen zou kunnen ondermijnen, aangezien vooruitgang in feite wordt bestraft en zinvolle inspanningen om ontbossing tegen te gaan niet worden erkend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat de Commissie de methodologische tekortkomingen van het huidige tripartiete classificatiesysteem moet aanpakken door de invoering van een vierde risicocategorie te overwegen – “verwaarloosbaar risico” – om de realiteit te weerspiegelen dat in bepaalde landen of regio’s het risico van ontbossing of bosdegradatie in feite verwaarloosbaar is als gevolg van robuuste rechtskaders, een geringe dynamiek van veranderingen in landgebruik en duurzame praktijken op het gebied van landbeheer;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat het huidige systeem het ontbossingsrisico dreigt te simplificeren door de status toe te kennen aan landen op basis van verouderde gegevens of nationale gemiddelden, hetgeen een vals gevoel van veiligheid zou kunnen geven en mogelijk de zorgvuldigheidsverplichting zou kunnen beperken voor producten die afkomstig zijn uit gebieden waar nog steeds illegale ontbossing plaatsvindt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de huidige gegevens weliswaar een lokale toename van de ontbossing in bepaalde regio’s van de wereld laten zien, maar dat dergelijke ontwikkelingen de noodzaak benadrukken van een gedetailleerde, regiospecifieke monitoring in plaats van statische nationale risicoclassificaties, die het risico inhouden dat de algemene trend verkeerd wordt weergegeven en dat regionale vooruitgang of achteruitgang wordt genegeerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat geloofwaardig onderzoek en langetermijnstudies, zoals “Deforestation in the Amazon: Past, Present and Future”<FOOTNOTE><FIELD>https://infoamazonia.org/wp-content/uploads/2023/03/DEFORESTACION-AMAZONIA-2025_21032023.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>, gepubliceerd door het Amazon Network of Georeferenced Socio-Environmental Information in 2023, de complexiteit en variabiliteit aantonen van de ontbossingsdynamiek onder invloed van politieke cycli, handhavingsniveaus en lokale sociaal-economische omstandigheden, en derhalve de noodzaak ondersteunen van een meer adaptieve, contextgevoelige aanpak in plaats van rigide benchmarks per land;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat het huidige risicoclassificatiemodel geen rekening houdt met de volatiliteit van de mondiale grondstoffenmarkten, waar prijsschommelingen, handelsdynamiek en vraagverschuivingen de ontbossingsdruk snel kunnen veranderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de risicoclassificatie ook de invoering van een gereguleerd compensatiemechanisme mogelijk moet maken, dat uitsluitend van toepassing is buiten primaire gebieden of gebieden met een grote biodiversiteit;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Zorgen over eerlijkheid, legitimiteit en mondiale betrokkenheid</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat het huidige landenbenchmarkingsysteem samenwerking en het delen van gegevens door landen die relevante grondstoffen produceren kan ontmoedigen, met name als zij de risicocategorisering van landen als oneerlijk of politiek gemotiveerd beschouwen; overwegende dat voor het bevorderen van wederzijds vertrouwen en betrokkenheid een eerlijke, empirisch onderbouwde en op samenwerking gebaseerde aanpak nodig is die transparantie en verantwoordingsplicht aanmoedigt in plaats van bestraffende kwalificaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat milieu- en maatschappelijke organisaties uit landen die relevante grondstoffen produceren hun bezorgdheid hebben geuit over het gebrek aan inclusief overleg bij de ontwikkeling van het landenbenchmarkingsysteem, en het belang hebben benadrukt van participatieve processen waarbij inheemse gemeenschappen, lokale belanghebbenden en regionale overheden worden betrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>is van mening dat met Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1093 van de Commissie de in Verordening (EU) 2023/1115 bedoelde uitvoeringsbevoegdheden worden overschreden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1093 van de Commissie in te trekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Commissie het landenbenchmarkingsysteem te herzien om ervoor te zorgen dat het gebaseerd is op actuele gegevens, regionale differentiatie mogelijk maakt en een transparante weging van risico-indicatoren omvat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan duidelijke, tijdgebonden en transparante procedures vast te stellen om de indeling van landen in risicocategorieën regelmatig opnieuw te beoordelen op basis van meetbare vooruitgang en geactualiseerde wetenschappelijke gegevens;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is om via inclusieve en participatieve processen samen te werken met landen die relevante grondstoffen produceren en belanghebbenden, en steun te verlenen voor hervormingen van de governance in de bosbouw en traceerbaarheidssystemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>roept op tot aanvullende maatregelen, zoals bosbouwpartnerschappen, technische bijstand en prikkels voor eerlijke handel, om het benchmarkingproces te begeleiden en duurzame transformatie in grondstofproducerende regio’s te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>