<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0156</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Commissieverslagen van 2023 en 2024 over Bosnië en Herzegovina</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0108/2025 - Rapporteur: Ondřej Kolář)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 9 juli 2025 over de Commissieverslagen 2023 en 2024 over Bosnië en Herzegovina (2025/2018(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Algemeen Kaderakkoord voor vrede in Bosnië en Herzegovina, dat op 21 november 1995 in Dayton werd geparafeerd en op 14 december 1995 in Parijs werd ondertekend (de vredesovereenkomst van Dayton),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Stabilisatie- en associatieovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD>PB L 164 van 30.6.2015, blz. 2, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2015/997/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, die op 1 juni 2015 in werking is getreden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek van Bosnië en Herzegovina om toetreding tot de EU, dat op 15 februari 2016 is ingediend,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie van 29 mei 2019 betreffende het verzoek van Bosnië en Herzegovina om toetreding tot de Europese Unie (COM(2019)0261),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 15 december 2022 waarbij Bosnië en Herzegovina de status van kandidaat-lidstaat van de EU werd verleend,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 22 maart 2024 over de opening van toetredingsonderhandelingen met Bosnië en Herzegovina,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/1529 van het Europees Parlement en de Raad van 15 september 2021 tot vaststelling van het instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)<FOOTNOTE><FIELD>PB L 330 van 20.9.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1529/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1449 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot oprichting van de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2024/1449, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1449/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad naar aanleiding van de bijeenkomst in Thessaloniki op 19 en 20 juni 2003,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaringen van de top EU-Westelijke Balkan van 6 mei 2020, 13 december 2023 en 18 december 2024 in Brussel,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het proces van Berlijn, dat op 28 augustus 2014 is gestart,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU) 2021/1923 van de Raad van 4 november 2021 betreffende een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ter ondersteuning van de capaciteitsopbouw voor de strijdkrachten van Bosnië en Herzegovina<FOOTNOTE><FIELD>PB L 391 van 5.11.2021, blz. 45, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2021/1923/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU) 2022/2353 van de Raad van 1 december 2022 betreffende een steunmaatregel uit hoofde van de Europese Vredesfaciliteit ter versterking van de capaciteiten van de strijdkrachten van Bosnië en Herzegovina<FOOTNOTE><FIELD>PB L 311 van 2.12.2022, blz. 149, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/2353/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 februari 2020 getiteld “Bevordering van het toetredingsproces – Een geloofwaardig EU-perspectief voor de Westelijke Balkan” (COM(2020)0057),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 6 oktober 2020 getiteld “Een economisch en investeringsplan voor de Westelijke Balkan” (COM(2020)0641),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 8 november 2023 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2023” (COM(2023)0690) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Bosnia and Herzegovina 2023 Report” (Verslag 2023 over Bosnië en Herzegovina) (SWD(2023)0691),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 8 november 2023 getiteld “Nieuw groeiplan voor de Westelijke Balkan” (COM(2023)0691),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 maart 2024 getiteld “Voortgangsverslag over Bosnië en Herzegovina – maart 2024” (COM(2024)0129),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 20 maart 2024 betreffende pretoetredingshervormingen en ‑beleidsevaluaties (COM(2024)0146),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 30 oktober 2024 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2024” (COM(2024)0690) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Bosnia and Herzegovina 2024 Report” (Verslag 2024 over Bosnië en Herzegovina) (SWD(2024)0691),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de in de reeks “The Commission’s overview &amp; country assessments” verschenen publicaties van 31 mei 2023 en 13 juni 2024, waarin wordt ingegaan op het programma voor economische hervorming van Bosnië en Herzegovina,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de vijfde Stabilisatie- en associatieraad EU-Bosnië en Herzegovina van 19 juli 2023 en de zevende vergadering van het Stabilisatie- en associatiecomité EU-Bosnië en Herzegovina van 19 september 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resultaten van de derde, vierde, vijfde en zesde bijeenkomst van het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité EU-Bosnië en Herzegovina, die respectievelijk plaatsvonden op 30 en 31 oktober 2023, 13 en 14 maart 2024, 30 oktober 2024 en 12 en 13 maart 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het deskundigenverslag over problemen met de rechtsstaat in Bosnië en Herzegovina van 5 december 2019,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de politieke verklaring van de Europese Raad van 12 juni 2022 over de beginselen voor een goed functionerend Bosnië en Herzegovina dat vorderingen maakt op zijn Europees traject,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het 63e, 64e, 65e en 66e rapport van de hoge vertegenwoordiger voor de uitvoering van het vredesakkoord over Bosnië en Herzegovina aan de secretaris-generaal van de VN van respectievelijk 9 mei 2023, 2 november 2023, 15 mei 2024 en 1 november 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Resolutie 2757 (2024) van de VN-Veiligheidsraad van 1 november 2024 waarbij het mandaat van de door de EU geleide troepenmacht in Bosnië en Herzegovina (EUFOR) tot en met 2 november 2025 werd verlengd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Resolutie 78/282 van de Algemene Vergadering van de VN van 23 mei 2024, waarin 11 juli wordt uitgeroepen tot internationale dag van reflectie en herdenking in verband met de genocide in Srebrenica van 1995,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake de rechten van het kind (VRK), dat op 6 maart 1992 door Bosnië en Herzegovina is geratificeerd, en de drie facultatieve protocollen daarbij, namelijk het Facultatief Protocol inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten, dat is geratificeerd op 10 oktober 2003, het Facultatief Protocol inzake de verkoop van kinderen, kinderprostitutie en kinderpornografie, dat is geratificeerd op 4 september 2001 en het Facultatief Protocol inzake een communicatieprocedure, dat is geratificeerd op 19 oktober 2018,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Unesco-resoluties over het recht op onderwijs in de moedertaal, het Unesco-Verdrag inzake de bescherming van het immaterieel cultureel erfgoed van 17 oktober 2003 en het Unesco-Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen van 20 oktober 2005,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de grondwet van Bosnië en Herzegovina,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gewijzigde kieswet van Bosnië en Herzegovina die op 26 maart 2024 door de hoge vertegenwoordiger in Bosnië en Herzegovina is opgelegd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de bezoeken van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV), Kaja Kallas, en de secretaris-generaal van de NAVO, Mark Rutte, aan Bosnië en Herzegovina in maart en april 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de voorzitter van de Europese Raad, António Costa, aan de politieke leiders van Bosnië en Herzegovina van april 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn aanbeveling aan de Raad, de Commissie en de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 23 november 2022 betreffende de nieuwe EU-uitbreidingsstrategie<FOOTNOTE><FIELD>PB C 167 van 11.5.2023, blz. 105.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn verslag van 17 januari 2024 getiteld “De rol van preventieve diplomatie bij de oplossing van bevroren conflicten wereldwijd – een gemiste kans of verandering voor de toekomst?”<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/5744, 17.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5744/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over Bosnië en Herzegovina,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken (A10-0108/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat uitbreiding het meest doeltreffende instrument van het buitenlands beleid van de EU is en een geostrategische investering in vrede, democratie, stabiliteit, veiligheid en welvaart op het Europese continent vormt, en van cruciaal belang blijft, met name gezien de snelle en omvangrijke geopolitieke verschuivingen en de toenemende concurrentie met autoritaire regimes;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat elk land op zijn eigen verdiensten wordt beoordeeld wat de vervulling van de criteria van Kopenhagen betreft, waaronder de volledige eerbiediging van de democratie, de rechtsstaat en de fundamentele waarden van de EU, de mensenrechten, de rechten van minderheden en mediavrijheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de EU de belangrijkste politieke en economische partner van de landen van de Westelijke Balkan blijft; overwegende dat de EU nog altijd de belangrijkste handels- en investeringspartner is van Bosnië en Herzegovina, goed is voor het grootste deel van zijn buitenlandse handelsstromen en een centrale rol speelt in zijn economische integratie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat Bosnië en Herzegovina een kandidaat-lidstaat is en dat een duidelijke meerderheid van de burgers van het land Euro-Atlantische integratie aspireert met het oog op duurzame vrede, democratie en welvaart; overwegende dat het in 2025 dertig jaar geleden is dat de vredesovereenkomst van Dayton werd ondertekend, dat die nog steeds de basis vormt van de institutionele structuur van Bosnië en Herzegovina en dat die was bedoeld om de gelijkheid van zijn drie constituerende bevolkingsgroepen te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de publieke steun nog steeds fragiel is vanwege anti-EU-narratieven die door illiberale actoren uit de regio en daarbuiten worden verspreid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de vredesovereenkomst van Dayton, ondanks de tekortkomingen ervan, de vrede en de daaropvolgende stabilisatie in Bosnië en Herzegovina heeft bevorderd door de oprichting van belangrijke instellingen die het land in staat hebben gesteld vooruitgang te boeken op weg naar integratie in de EU en de NAVO;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat Bosnië en Herzegovina dertig jaar na het einde van de oorlog nog steeds slecht functioneert en opnieuw in een diepe politieke en veiligheidscrisis verkeert, dat er pogingen tot afscheiding zijn en dat de corruptie welig tiert;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de EU de territoriale integriteit en soevereiniteit van Bosnië en Herzegovina krachtig steunt en geen pogingen zal dulden om deze te ondermijnen; overwegende dat in het strategisch kompas wordt gesteld dat het vanuit een oogpunt van veiligheid en stabiliteit van bijzonder belang is de soevereiniteit, eenheid en territoriale integriteit van Bosnië en Herzegovina te steunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de president van de entiteit Republika Srpska, Milorad Dodik, en politici van de Alliantie van onafhankelijke sociaaldemocraten (SNSD) ongrondwettelijke maatregelen hebben genomen om nationale wetten binnen de entiteit Republika Srpska ongeldig te verklaren, en dat zij zich tegen de belangrijkste staatsinstellingen, namelijk het Bureau van de hoge vertegenwoordiger, het Grondwettelijk Hof van Bosnië en Herzegovina en de rechterlijke macht, hebben gekeerd; overwegende dat de autoriteiten van de entiteit Republika Srpska hebben deelgenomen aan de “pan-Servische Vergadering” die op 8 juni 2024 in Belgrado onder het motto “één volk, één vergadering” werd gehouden; overwegende dat er een proces is gestart om een nieuwe pro-EU-meerderheid te vormen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat EUFOR Althea een GVDB-missie van de EU is die Bosnië en Herzegovina helpt de situatie in het land stabiel en veilig te houden, die de strijdkrachten steunt bij de inspanningen om aan de NAVO-normen te voldoen, en die tegelijkertijd als afschrikking dient tegen elke mogelijke dreiging uit het buitenland;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het EU-traject van Bosnië en Herzegovina in toenemende mate het doelwit is van kwaadwillige buitenlandse actoren, met name de Russische Federatie en de Volksrepubliek China, die etnische verdeeldheid en institutionele kwetsbaarheid uitbuiten om hervormingen te belemmeren, het constitutioneel bestel te ondermijnen en het vertrouwen van het publiek in de EU uit te hollen; overwegende dat door de Russische staat gecontroleerde media, waaronder Sputnik Srbija en RT Balkan, nog steeds actief zijn in Bosnië en Herzegovina, met name in de entiteit Republika Srpska, en daarbij, in strijd met de EU-sancties tegen Russische propagandakanalen, desinformatie en pro-Kremlin-berichten verspreiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat Bosnië en Herzegovina een multi-etnische staat is en dat op zijn grondgebied al eeuwenlang verschillende religieuze en etnische groepen leven, hetgeen aantoont dat volkeren met verschillende opvattingen naast elkaar kunnen bestaan in een klimaat van verdraagzaamheid en wederzijds respect; overwegende dat overeenkomstig de artikelen 21 en 22 van het Handvest van de grondrechten de taalkundige en culturele verscheidenheid een van de grondbeginselen van de Europese Unie is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de verkiezingswaarnemingsmissie van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE/ODIHR) naar aanleiding van de algemene verkiezingen van 2022 heeft geconcludeerd dat het verkiezingsproces kwetsbaar blijft voor buitenlandse inmenging, waaronder misbruik van administratieve middelen en tendentieuze berichtgeving in de media onder invloed van door het buitenland gesteunde platforms, en dat zij heeft opgeroepen tot meer bescherming tegen desinformatie en tot transparantie ten aanzien van de financiering van campagnes en waarborgen voor journalisten en maatschappelijke organisaties;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Streven naar toetreding tot de EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>bevestigt nogmaals zijn steun voor het EU-toetredingsproces van Bosnië en Herzegovina via een op verdiensten gebaseerd proces dat gestoeld is op de criteria van Kopenhagen en op eenheid, soevereiniteit, territoriale integriteit en gelijkheid tussen zijn burgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is ingenomen met het besluit van de Europese Raad om toetredingsonderhandelingen met Bosnië en Herzegovina te openen in het kader van de veranderde geopolitieke realiteit naar aanleiding van Ruslands aanvalsoorlog tegen Oekraïne; stelt verheugd vast dat in de aanloop naar dit besluit verschillende belangrijke wetten zijn aangenomen, maar betreurt dat de positieve hervormingsdynamiek tot stilstand is gekomen, en constateert dat er sprake is van een ontoereikende tenuitvoerlegging en handhaving van de aangenomen wetten; betreurt dat het wetgevingsproces wordt geplaagd door een gebrek aan transparantie en beperkte toegang voor de belangrijkste betrokkenen; neemt kennis van de recente vaststelling van de wet betreffende grenstoezicht en de wet betreffende de bescherming van persoonsgegevens en dringt aan op de grondige uitvoering ervan; pleit ervoor dat er met het oog op een duurzame integratie in de EU voorbereidingen worden getroffen voor het leggen van de institutionele en financiële grondslagen voor deze uitbreiding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>dringt er bij de wettige politieke leiders van Bosnië en Herzegovina op alle niveaus op aan alle nodige stappen te zetten zoals beschreven in de aanbeveling van de Commissie van 12 oktober 2022, met volledige inachtneming van passende democratische, transparante en inclusieve procedures binnen de bevoegde instellingen, zodat het onderhandelingskader door de Raad kan worden vastgesteld zodra aan deze voorwaarden is voldaan, en hun inspanningen op te voeren om resultaten te boeken met betrekking tot de 14 essentiële prioriteiten die de Commissie in 2019 heeft vastgelegd; doet een oproep aan alle politieke actoren om de eenheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Bosnië en Herzegovina te handhaven en zich te onthouden van alle vormen van verdeeldheid zaaiende en separatistische retoriek en handelingen, het aanzetten tot etnische, religieuze en raciale onverdraagzaamheid, ontkenning van genocide en andere oorlogsmisdaden, en de verheerlijking van oorlogsmisdaden en oorlogsmisdadigers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst er andermaal op dat het toetredingsproces van Bosnië en Herzegovina geworteld moet zijn in functionerende democratische instellingen, de rechtsstaat, de bestrijding van corruptie en georganiseerde misdaad, eerbiediging van de grondrechten en het waarborgen van non-discriminatie voor alle burgers en alle constituerende bevolkingsgroepen, ongeacht hun etnische, religieuze of andere achtergrond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>veroordeelt in de krachtigste bewoordingen het herhaalde gebruik van opruiende retoriek en de vaststelling van separatistische wetgeving en beleidsmaatregelen door Milorad Dodik, president van de entiteit Republika Srpska en voorzitter van de SNSD, en de Nationale Vergadering van de entiteit Republika Srpska, waaronder de viering van de zogenaamde “Dag van de Republika Srpska” en de Dag van de Staat van de Republiek Servië; benadrukt dat dergelijke acties de constitutionele orde, territoriale integriteit en soevereiniteit van Bosnië en Herzegovina ondermijnen, onverenigbaar zijn met zijn toetredingsproces tot de EU en de vredesovereenkomst van Dayton aantasten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>roept alle lidstaten alsook de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de Commissie op daadkrachtiger te reageren op deze directe bedreigingen voor de Europese veiligheid en verzoekt de lidstaten zich daarbij eensgezind op te stellen; herhaalt zijn pleidooi voor gerichte sancties tegen alle destabiliserende actoren, met name Milorad Dodik, alsook andere hooggeplaatste functionarissen uit de entiteit Republika Srpska en Servië die het separatistische beleid politiek en materieel ondersteunen; verzoekt alle lidstaten ervoor te zorgen dat de Raad zulke sancties kan vaststellen, en deze bilateraal of in samenwerking met andere lidstaten op te leggen indien de vaststelling ervan in de Raad niet mogelijk is; veroordeelt de rol van de Hongaarse regering bij het blokkeren van sancties; onderschrijft de in Sarajevo aflegde verklaringen van NAVO-secretaris-generaal Mark Rutte op 10 maart 2025 en van VV/HV Kaja Kallas op 8 april en dringt erop aan de stabiliteit in het land te bewaren; vindt dat hooggeplaatste EU-functionarissen niet zouden mogen samenwerken met actoren die het constitutionele bestel van Bosnië en Herzegovina ondermijnen, aangezien dit de geloofwaardigheid van de EU-steun aan overheidsinstellingen van Bosnië en Herzegovina kan aantasten, en is ingenomen met het reisverbod dat sommige lidstaten aan hooggeplaatste personen uit de Republika Srpska hebben opgelegd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>neemt kennis van de uitspraak van het Hof van Bosnië en Herzegovina in de zaak van Milorad Dodik van 26 februari 2025 en is zeer verontrust over de oplopende spanningen en de acties die hij vervolgens heeft ondernomen, waaronder zijn ongekende aanvallen op instellingen van Bosnië en Herzegovina en intimidatie van de oppositie in de Republika Srpska; betreurt de steun die de Russische en Servische autoriteiten aan dergelijk beleid hebben gegeven, en roept alle binnenlandse, regionale en internationale actoren op de soevereiniteit en territoriale integriteit van Bosnië en Herzegovina te eerbiedigen; roept ertoe op Milorad Dodik internationaal te isoleren; veroordeelt het recente besluit van de regering van de entiteit Republika Srpska om een hoge ambtenaar van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken tot persona non grata te verklaren; stelt met bezorgdheid vast dat Interpol heeft geweigerd een rode kennisgeving voor een internationaal opsporingsbevel uit te vaardigen, en roept EUFOR op de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina concrete steun te verlenen om een einde te maken aan de voortdurende pogingen tot ondermijning van de juridische en politieke stabiliteit van het land, en te laten zien dat de EU en EUFOR vastbesloten en in staat zijn de vrede te bewaren, de rechtsstaat te handhaven en de integriteit van juridische instellingen te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>betreurt dat het beleid en de maatregelen van Milorad Dodik, waaronder frequente blokkades van overheidsorganen en -besluitvorming en het uithollen van de instellingen van Bosnië en Herzegovina die nodig zijn voor de technische werkzaamheden inzake de aanpassing aan het acquis, in belangrijke mate ertoe bijdragen dat het traject van Bosnië en Herzegovina naar EU-toetreding moeizaam verloopt, en een duidelijke schending vormen van de politieke overeenkomst van 12 juni 2022; is ingenomen met het werk van de bevoegde instellingen van Bosnië en Herzegovina en verzoekt die instellingen zorgvuldige procedures te volgen en alle besluiten met volledige eerbiediging van de rechtsstaat uit te voeren; dringt er bij alle politieke actoren, met name in de entiteit Republika Srpska, op aan alle separatistische acties die de eenheid, soevereiniteit, territoriale integriteit en veiligheid van het land ondermijnen, te verwerpen; dringt er bij de Nationale Vergadering van de Republika Srpska op aan ervoor te zorgen dat in haar staatsblad de beslissingen komen te staan van het Grondwettelijk Hof van Bosnië en Herzegovina met betrekking tot wetgeving inzake de Republika Srpska die is ingetrokken wegens ondermijning van het constitutionele bestel van Bosnië en Herzegovina;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan om, in nauwe samenwerking met de lidstaten en internationale partners, waaronder het Bureau van de hoge vertegenwoordiger, de OVSE, de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE) en de Raad van Europa, de balans op te maken van de lessen die de afgelopen 15 jaar uit de Europese inzet in Bosnië en Herzegovina zijn getrokken en haar strategie dienovereenkomstig aan te passen, met een hernieuwde focus op concrete vooruitgang en hervormingen die het traject van het land naar het EU-lidmaatschap versnellen, en daarbij opnieuw te bevestigen dat de EU zich onverminderd inzet voor de volledige integratie van Bosnië en Herzegovina in de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is verheugd dat Bosnië en Herzegovina zijn beleid officieel volledig heeft afgestemd op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, met inbegrip van de beperkende maatregelen in reactie op Ruslands aanvalsoorlog tegen Oekraïne, en dringt erop aan deze maatregelen doeltreffend uit te voeren; is ingenomen met de doorlopende deelname van Bosnië en Herzegovina aan crisisbeheersingsmissies en -operaties van de EU; veroordeelt het pro-Russische standpunt van de leiders van de entiteit Republika Srpska en hun frequente ontmoetingen met Vladimir Poetin en andere Russische functionarissen; spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de veiligheidsrisico’s die deze banden met zich meebrengen; dringt er bij de EU op aan te onderzoeken of de entiteit Republika Srpska wordt gebruikt als toegangspoort voor Russische inlichtingenoperaties en hybride aanvallen op EU-lidstaten; pleit ervoor Bosnië en Herzegovina in het kader van een gezamenlijke inspanning tegen hybride dreigingen te steunen bij de bestrijding van desinformatiecampagnes uit Rusland; spreekt zijn krachtige steun uit voor het feit dat Bosnië en Herzegovina blijft streven naar Euro-Atlantische integratie en het NAVO-lidmaatschap en roept alle politieke actoren op om concrete politieke maatregelen te nemen om die ambities te helpen verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>spreekt nogmaals zijn steun uit voor het Bureau van de hoge vertegenwoordiger en de EUFOR-operatie Althea om toezicht te houden op de uitvoering van de vredesovereenkomst van Dayton, in overeenstemming met hun mandaten op basis van politieke neutraliteit en volledige eerbiediging van de grondwet van Bosnië en Herzegovina, totdat het land de “5+2”-agenda heeft uitgevoerd en het internationale toezicht komt te vervallen; is ingenomen met de verlenging van het mandaat van EUFOR-operatie Althea; betreurt dat Bosnië en Herzegovina nog steeds sterk afhankelijk is van het mandaat van het Bureau van de hoge vertegenwoordiger en van de aanwezigheid van EUFOR Althea, maar spreekt ook zijn erkenning en waardering uit voor deze instelling, die cruciaal is voor het waarborgen van niet alleen de vrede maar ook het eigenlijke functioneren van het land;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>herinnert eraan dat de EUFOR-operatie Althea een sleutelrol vervult bij het waarborgen van de veiligheid, territoriale integriteit, stabiliteit, soevereiniteit en politieke onafhankelijkheid van Bosnië en Herzegovina en er tegelijkertijd op toeziet dat lokale belanghebbenden in overeenstemming met deze fundamentele beginselen handelen, zoals bepaald in de vredesovereenkomst van Dayton en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad; dringt er bij EUFOR op aan duidelijk over dit mandaat te communiceren om het vertrouwen van de burgers van Bosnië en Herzegovina wekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is voorts verheugd over het besluit van de Raad over een steunmaatregel in het kader van de Europese Vredesfaciliteit ten behoeve van de strijdkrachten van Bosnië en Herzegovina ter waarde van 10 miljoen EUR en over de overeenkomst inzake samenwerking en opleiding voor 2023 tussen de strijdkrachten van Bosnië en Herzegovina en EUFOR; verzoekt de Raad en de VV/HV alle in aanmerking komende lidstaten in staat te stellen deel te nemen aan de vredeshandhavingsmissies van de EU, zoals de EUFOR-operatie Althea in Bosnië en Herzegovina; verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina, de NAVO en EUFOR Althea een hervormingsproces van de strijdkrachten van Bosnië en Herzegovina op gang te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>blijft bezorgd over de kwaadwillige buitenlandse inmenging en de desinformatiecampagnes die door buitenlandse actoren in Bosnië en Herzegovina, met name Rusland en China, worden opgezet, alsook over het feit dat die desinformatie via lokale media en politieke structuren, in het bijzonder door de entiteit Republika Srpska, wordt verspreid; spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de steun van het Kremlin voor separatistische retoriek, pogingen om overheidsinstellingen te delegitimeren en inmenging in gerechtelijke en verkiezingsaangelegenheden; wijst op Ruslands recente pogingen in de VN-Veiligheidsraad om ongrondwettelijke acties van de autoriteiten van de entiteit Republika Srpska te verdedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>dringt aan op verdere stappen, onder meer door de wetgeving van Bosnië en Herzegovina in overeenstemming te brengen met het EU-acquis, en op EU-steun om kwaadwillige buitenlandse inmenging en desinformatiecampagnes doeltreffend tegen te gaan; verzoekt de EDEO en de EU-delegatie in Bosnië en Herzegovina zich sterker in te zetten om de voordelen van nauwere integratie voor het voetlicht te brengen, en te investeren in communicatiecampagnes ter bestrijding van antidemocratische narratieven en andere vormen van buitenlandse inmenging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>betreurt de deelname van de autoriteiten van de entiteit Republika Srpska aan de “pan-Servische Vergadering” die op 8 juni 2024 in Belgrado onder het motto “één volk, één vergadering” werd gehouden, en verwerpt de verklaring ervan, die de soevereiniteit van Bosnië en Herzegovina en andere landen van de Westelijke Balkan ondermijnt en niet bijdraagt tot goede nabuurschapsbetrekkingen; veroordeelt de inmenging van de Servische president Aleksandar Vučić in de aangelegenheden van Bosnië en Herzegovina, zoals zijn steun voor de onwettige acties van Milorad Dodik en zijn door Rusland gesteunde “pan-Servische Vergadering”, waarmee de soevereiniteit en territoriale integriteit van Bosnië en Herzegovina worden ondermijnd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>veroordeelt de toenemende kwaadwillige invloed van Iran in het land en in de Westelijke Balkan, die een bedreiging vormt voor de veiligheid van de EU en haar lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is ingenomen met de hernieuwde en aanhoudende inzet van Bosnië en Herzegovina in het Parlementair Stabilisatie- en associatiecomité EU-Bosnië en Herzegovina, waarmee aan een van de 14 kernprioriteiten van de Commissie wordt voldaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>dringt bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina aan op hervorming van het coördinatiemechanisme voor EU-aangelegenheden, dat ondoeltreffend en inefficiënt is gebleken bij de aanpak van taken in verband met integratie in de EU; verzoekt de autoriteiten een nationaal programma in te dienen voor de overname van het EU-acquis, in overeenstemming met de opmerkingen van de Commissie, en te zorgen voor een gecoördineerde aanpassing aan het EU-acquis in het hele land; acht het noodzakelijk dat er na het besluit van de Europese Raad om toetredingsonderhandelingen te starten, een operationele onderhandelingsstructuur wordt opgericht en dat daarbij een onderhandelingsteam wordt opgezet en een hoofdonderhandelaar wordt benoemd die volledig bevoegd is het standpunt van het land uit te dragen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Democratie en de rechtsstaat</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>betreurt dat politieke actoren nog steeds niet de noodzakelijke wijzigingen hebben doorgevoerd in de grondwet en het kiesrecht om die in overeenstemming te brengen met het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en uitvoering te geven aan de toepasselijke uitspraken van het Grondwettelijk Hof van Bosnië en Herzegovina en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, teneinde alle vormen van ongelijkheid en discriminatie in het verkiezingsproces uit te bannen en non-discriminatie, de bescherming van de grondrechten en gelijkheid voor alle burgers van Bosnië en Herzegovina “op weg van Dayton naar Brussel” te waarborgen; herhaalt dat het geen uitvoering geven aan deze uitspraken onverenigbaar is met de waarden van de EU en de integratie van Bosnië en Herzegovina in de EU; benadrukt dat alle grondwettelijke en electorale hervormingsprocessen inclusief moeten zijn, gebaseerd moeten zijn op uitgebreide raadplegingen van burgers, maatschappelijke organisaties, onafhankelijke deskundigen en alle betrokken belanghebbenden in het land, en moeten beantwoorden aan de Europese normen en beginselen; herinnert eraan dat electorale hervormingen de etnische verdeeldheid in geen geval mogen verergeren of versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>betreurt dat de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina niet in staat zijn geweest de samenleving te verenigen of een rechtvaardig en functioneel systeem in het land tot stand te brengen, maar in grote mate hebben bijgedragen tot meer verdeeldheid; verzoekt de EU en haar lidstaten een transparant en inclusief hervormingsproces op gang te brengen dat een blijvende omzetting van de vredesovereenkomst van Dayton in een grondwet, geheel in overeenstemming met de Europese normen en beginselen, mogelijk zou maken, met als doel tot een functioneel, verantwoordingsplichtig, representatief en algeheel legitiem bestuurssysteem te komen, een einde te maken aan etnisch-nationalistische verdeeldheid en duurzame vooruitgang te boeken op weg naar het EU-lidmaatschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>neemt kennis van de wijzigingen die de hoge vertegenwoordiger in maart 2024 in het kiesrecht heeft doorgevoerd en die belangrijke integriteitsnormen en vertrouwenwekkende maatregelen met zich meebrachten waarmee het vertrouwen van de kiezers in het algemene verkiezingsproces moest worden hersteld; verzoekt de Parlementaire Vergadering van Bosnië en Herzegovina dringend gevolg te geven aan alle openstaande aanbevelingen van de OVSE/ODIHR, de Commissie van Venetië en de Groep van Staten tegen Corruptie (Greco), in het bijzonder met betrekking tot verkiezingsadministratie, het houden van opiniepeilingen en tellingen, het voeren en financieren van campagnes, een expliciet verbod op het indirect kopen van stemmen, het beslechten van geschillen over verkiezingen, het bestrijden van desinformatie en buitenlandse inmenging, het beter beschermen van journalisten en het bestraffen van misbruik van administratieve middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>stelt tevreden vast dat de lokale verkiezingen van 6 oktober 2024 goed waren georganiseerd en dat er sprake was van gezonde rivaliteit; betreurt dat de verkiezingen plaatsvonden tegen de achtergrond van een gebrek aan sociale en politieke cohesie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>spreekt zich in de meest krachtige woorden uit tegen de acties van de entiteit Republika Srpska die de grondwettelijke orde van Bosnië en Herzegovina en de bevoegdheden van overheidsinstanties ondermijnen, en tegen haar tegenwerking van het Grondwettelijk Hof van Bosnië en Herzegovina; veroordeelt alle illegale acties die in strijd zijn met het grondwettelijk kader, en roept alle politieke actoren in Bosnië en Herzegovina op een pro-Europese benadering te volgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>wijst op de beperkte vooruitgang op het gebied van justitiële hervormingen in Bosnië en Herzegovina, met name wat betreft de onafhankelijkheid, professionaliteit, efficiëntie en verantwoordingsplicht van het rechtsstelsel; roept op tot dringende maatregelen voor snellere hervormingen op deze gebieden, waarbij wordt gezorgd voor volledige afstemming op de EU-normen en de capaciteit van de rechterlijke macht wordt versterkt om op doeltreffende wijze gerechtigheid te laten geschieden en de rechtsstaat te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>blijft ernstig bezorgd over de corruptie in Bosnië en Herzegovina, met name de corruptie op hoog niveau, hetgeen een structureel probleem vormt dat sterk is ingebed in het zeer complexe bestuurssysteem van het land, en dringt er bij de bevoegde autoriteiten op aan een meer doortastende, gecoördineerde, transparante en proactieve houding aan te nemen bij de bestrijding ervan, onder meer door de anticorruptiewetgeving volledig in overeenstemming te brengen met de internationale normen en aanbevelingen en te zorgen voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van wetgeving, zoals die inzake het voorkomen van belangenconflicten en de bescherming van klokkenluiders; spoort Bosnië en Herzegovina aan zich in te zetten voor gestructureerde samenwerking en uitwisseling van beste praktijken met de lidstaten; is ingenomen met de strategie voor corruptiebestrijding 2024-2028 en de goedkeuring van het actieplan voor de uitvoering ervan, alsook met de inspanningen die momenteel worden geleverd op het gebied van internationale samenwerking;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>betreurt dat de wetten inzake overheidsopdrachten, belangenconflicten en de Hoge Raad voor Justitie nog steeds niet in overeenstemming zijn met de Europese normen, en dringt aan op de goedkeuring van een nieuwe wet inzake de Hoge Raad voor Justitie en Rechtsvervolging in overeenstemming met de aanbevelingen van de Commissie van Venetië; pleit voor de oprichting van een onafhankelijk functionerende afdeling vermogensverklaringen binnen de Hoge Raad voor Justitie en Rechtsvervolging, en voor een onpartijdige en doeltreffende vervolging van corruptiezaken op hoog niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>benadrukt dat het systeem voor de aanpak van belangenconflicten tussen personen met een hoge functie moet worden versterkt, met name door ervoor te zorgen dat belangenverklaringen regelmatig en inhoudelijk worden gecontroleerd; onderstreept dat alle personen die een hoge functie vervullen, ongeacht of zij worden gekozen of benoemd, aan uniforme openbaarmakingsverplichtingen moeten worden onderworpen, en dat, in het belang van transparantie en publieke verantwoording, al deze verklaringen systematisch openbaar moeten worden gemaakt en gemakkelijk online toegankelijk moeten zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>dringt er bij Bosnië en Herzegovina op aan de strijd tegen de georganiseerde misdaad op te voeren; is diep bezorgd over de kwetsbaarheid voor criminele infiltratie in de politieke, juridische en economische systemen; prijst de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina dat zij op 24 oktober 2024 een samenwerkingsovereenkomst met Eurojust hebben ondertekend om onderzoek en vervolging op het gebied van georganiseerde misdaad, terrorisme, mensenhandel, cybercriminaliteit en andere criminele activiteiten doeltreffender te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt dat de samenwerking met de EU bij de strijd tegen drugshandel moet worden verbeterd; verzoekt Bosnië en Herzegovina een correspondent aan te wijzen in het kader van zijn samenwerking met het Drugsagentschap van de Europese Unie (EUDA);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>is ingenomen met de nieuwe wet ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en dringt er bij Bosnië en Herzegovina op aan de maatregelen op dit gebied te versterken, onder meer door de vaststelling van noodzakelijke aanvullende wetgeving die nodig is voor de doeltreffende uitvoering van de wet, en daarbij bijzondere aandacht te besteden aan een doeltreffende handhaving en monitoring; benadrukt met name dat de wetgeving inzake terrorismebestrijding volledig moet worden afgestemd op het EU-acquis en het internationaal recht; dringt aan op de vaststelling van strengere sancties voor terroristische misdrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is ingenomen met de goedkeuring door Bosnië en Herzegovina van de wet betreffende grenstoezicht, die voor een betere naleving van de Europese normen moet zorgen, en dringt aan op volledige afstemming op het visumbeleid van de EU in het kader van een gecontroleerd migratiebeleid; benadrukt dat Bosnië en Herzegovina de veiligheid aan zijn grenzen moet handhaven en moet samenwerken met Frontex en de buurlanden om irreguliere migratie te voorkomen en tegelijkertijd te zorgen voor voldoende toegang tot asielprocedures voor personen die in aanmerking komen voor internationale bescherming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat de benoeming van hooggeplaatste politiefunctionarissen, met name bij de grenspolitie en het Staatsbureau voor onderzoek en bescherming (SIPA), gebaseerd is op verdienste en plaatsvindt via open, gestandaardiseerde en transparante selectieprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>herinnert aan de noodzaak van een professioneel en gedepolitiseerd ambtenarenapparaat; is ingenomen met de stappen die zijn gezet om het openbaar bestuur te hervormen; dringt erop aan de administratieve rompslomp in het openbaar bestuur te verminderen; verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina het reactievermogen van overheidsinstanties ten aanzien van informatieverzoeken te verbeteren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Fundamentele vrijheden en mensenrechten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>spreekt nadrukkelijk zijn veroordeling uit over discriminatie, geweld en haatzaaiende uitlatingen ten aanzien van alle minderheden; dringt erop aan dat dergelijke incidenten doeltreffend worden vervolgd; dringt er bij Bosnië en Herzegovina op aan de mensenrechten, non-discriminatie en de bescherming van alle minderheden te bevorderen en te waarborgen; pleit voor een betere tenuitvoerlegging van mechanismen ter bestrijding van discriminatie in Bosnië en Herzegovina, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar de bestrijding van onverdraagzaamheid, haatzaaiende uitlatingen en alle vormen van ongelijkheid; verzoekt de autoriteiten de toegang tot sociale voorzieningen, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg voor alle minderheden en kwetsbare groepen te verbeteren; acht het van belang dat de culturele en taalkundige uitingen van alle minderheden in Bosnië en Herzegovina worden beschermd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over het toenemende geweld – waaronder ook nieuwe vormen van digitaal geweld – tegen vrouwen, kinderen, ouderen en andere kwetsbare groepen, zoals de lhbtiq-gemeenschap; dringt er bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan hun beleid, wetgeving en praktijken inzake seksueel en digitaal geweld tegen vrouwen en meisjes af te stemmen op de normen van de Raad van Europa, met name het Verdrag van Istanbul, de desbetreffende jurisprudentie van het EHRM en het EU-acquis; dringt aan op gerichte steun aan belangrijke instellingen, op scholing voor beroepsbeoefenaren, zodat die slachtoffers op doeltreffende wijze kunnen bijstaan, en op een grotere bewustwording van het publiek en op meer institutionele capaciteit om alle vormen van gendergerelateerd geweld te voorkomen en te bestrijden; wijst op de sleutelrol die vrouwenverenigingen vervullen bij het bereiken van de meest kwetsbare personen; roept Bosnië en Herzegovina op een officieel gecentraliseerd systeem voor gegevensverzameling over feminicide op te zetten; is ingenomen met het besluit van de regering van de Federatie van Bosnië en Herzegovina van 9 april 2025 om feminicide op te nemen in het wetboek van strafrecht, en roept het parlement op deze nieuwe wet met spoed goed te keuren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>betreurt dat het voor het genderactieplan 2023-2027 tot nu toe ontbrak aan voldoende financiering en monitoring; dringt aan op een grotere publieke en politieke participatie van vrouwen in Bosnië en Herzegovina; erkent dat vrouwen uit etnische minderheden met aanvullende belemmeringen en discriminatie worden geconfronteerd, met name bij de toegang tot diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>veroordeelt dat de entiteit Republika Srpska wetswijzigingen heeft goedgekeurd waardoor genderidentiteit als beschermd kenmerk is geschrapt en de bescherming van kinderen met een andere seksuele oriëntatie en genderidentiteit niet langer is gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt de bevoegde autoriteiten van Bosnië en Herzegovina het in behandeling zijnde nationale actieplan voor de bescherming van de rechten van het kind uit te werken en goed te keuren; benadrukt dat een groot percentage kinderen in het land te maken heeft met armoede en sociale uitsluiting, met name kinderen uit kwetsbare groepen, onder wie Romakinderen, kinderen met een handicap, kinderen die met justitie in aanraking komen en kinderen zonder vaste woon- of verblijfplaats; herinnert eraan dat Bosnië en Herzegovina zijn internationale verplichtingen moet nakomen, opdat geen enkel kind aan zijn lot wordt overgelaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>onderstreept het belang van inclusief en hoogwaardig onderwijs, waaronder ook het recht op onderwijs in de moedertaal, en acht het onder meer van belang dat verdeeldheid zaaiende leerplannen die de interne mobiliteit ernstig belemmeren en vaardigheden op het gebied van kritisch denken beperken, structureel worden hervormd; herhaalt zijn oproep om een einde te maken aan de segregatiepraktijken in het kader van het systeem van “twee scholen onder één dak”, dat een belemmering vormt voor de sociale cohesie en gelijke kansen, en benadrukt dat de voorkeur moet worden gegeven aan verzoening en integratie en de bescherming van het recht van elke nationale gemeenschap, met inbegrip van minderheden, op een eigen cultuur, taal en identiteit; pleit ter voorkoming van historisch revisionisme voor de invoering van een gemeenschappelijk onderwijsplan voor geschiedenisboeken dat gebaseerd is op door tribunalen vastgestelde feiten in verband met de oorlog, en spoort de EU aan dit initiatief te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verzoekt de instellingen van Bosnië en Herzegovina om, in overeenstemming met de aanbeveling van de mensenrechtenombudsman van dat land, wetgeving vast te stellen die het effectieve en gelijke gebruik van alle drie de officiële talen van Bosnië en Herzegovina, te weten het Kroatisch, het Bosnisch en het Servisch, alsook van zowel het Latijnse als het Cyrillische alfabet, in externe communicaties met burgers waarborgt; benadrukt dat de schending van het recht op gelijk gebruik van taal en alfabet een inbreuk vormt op de grondwet van Bosnië en Herzegovina, van artikel 2 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en van artikel 14 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verzoekt Bosnië en Herzegovina de vrijheid van vergadering, vereniging en meningsuiting te garanderen, zodat het maatschappelijk middenveld een rol kan spelen in de beleidsvorming; roept de autoriteiten op te zorgen voor zinvolle, systematische en inclusieve openbare raadplegingsprocessen; veroordeelt de herinvoering door de entiteit Republika Srpska van een wet betreffende “buitenlandse agenten” naar het voorbeeld van Rusland, en dringt er bij de autoriteiten op aan die wet in te trekken; veroordeelt het gebruik door de autoriteiten van de entiteit Republika Srpska van wetten op het gebied van laster als middel om de vrijheid van meningsuiting te beknotten, en pleit ervoor op laster louter weer het burgerlijk recht van toepassing te laten zijn, om te voorkomen dat laster wordt misbruikt om de vrijheid van meningsuiting te beperken; verzoekt de Commissie strikte voorwaarden te verbinden aan de intrekking van deze wetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>moedigt de Raad van Ministers van Bosnië en Herzegovina aan de strategie voor de ontwikkeling van een gunstig klimaat voor het maatschappelijk middenveld goed te keuren en ervoor te zorgen dat deze duidelijk gericht is op het verbeteren van het wetgevingskader en het waarborgen van een substantiëlere en transparantere financiering voor maatschappelijke organisaties; dringt aan op een betere bescherming van mensenrechtenverdedigers in Bosnië en Herzegovina, en ook van vrouwelijke activisten, journalisten en ngo’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>wijst op het enorme belang van onafhankelijke media en van de eerbiediging van normen inzake vrijheid van meningsuiting; verzoekt Bosnië en Herzegovina, gezien de nijpende financiële situatie bij de publieke omroep BHRT, de financiële duurzaamheid en politieke onafhankelijkheid van publieke omroepen en de regelgevende instantie voor communicatie van Bosnië en Herzegovina te waarborgen; verzoekt Bosnië en Herzegovina wetgeving inzake transparantie van media-eigendom en overheidsfinanciering van media aan te nemen; dringt er bij de staat op aan de goedkeuring van de wet inzake elektronische communicatie te bespoedigen, in overeenstemming met de digitaledienstenverordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening) (PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de nieuwe Europese verordening mediavrijheid<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1083 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor mediadiensten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 2010/13/EU (Europese verordening mediavrijheid) (PB L, 2024/1083, 17.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1083/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; pleit voor het waarborgen van pluralisme in de publieke media in heel Bosnië en Herzegovina, en ook van een gelijke vertegenwoordiging van alle minderheden; stelt vast dat er bij de publieke omroep in de Federatie van Bosnië en Herzegovina een raad van bestuur is benoemd, nadat dit twaalf jaar lang werd geblokkeerd, en verzoekt deze raad zorg te dragen voor een onpartijdige en objectieve informatievoorziening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>is ernstig bezorgd over de Russische propaganda bij de publieke omroep van de entiteit Republika Srpska en betreurt dat het kanaal RT (voorheen Russia Today) er mag uitzenden, hoewel dat in strijd is met de EU-sancties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>veroordeelt de politieke druk, aanvallen, intimidatie, bedreigingen, denigrerende opmerkingen en strategische rechtszaken tegen publieke participatie (SLAPP’s) ten aanzien van journalisten en medewerkers bij de media, met name als dat gebeurt op instigatie van hooggeplaatste politici of hun gemachtigde organisaties, en van actoren die in opdracht van andere landen handelen; betreurt het gebrek aan vooruitgang bij het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting en bij het wijzigen van de strafwetgeving waardoor journalisten, in overeenstemming met de EU-voorschriften, beter moeten worden beschermd tegen bedreigingen en aanvallen, en verzoekt de autoriteiten wetgeving aan te nemen die journalisten, ngo’s, mensenrechtenverdedigers, milieuactivisten en andere belanghebbenden doeltreffend beschermt tegen SLAPP’s; benadrukt dat moet worden gezorgd voor een passende gerechtelijke follow-up in gevallen van bedreigingen van en geweld tegen journalisten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>dringt er bij Bosnië en Herzegovina op aan de toepasselijke wetgeving inzake algemene mensenrechten te waarborgen en doeltreffend te handhaven; dringt er bij Bosnië en Herzegovina op aan misdrijven op het gebied van discriminatie te vervolgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>wijst er nogmaals op dat er een solidair en eerlijk migratie- en asielbeheer moet komen waarin eerbiediging van de mensenrechten gepaard gaat met doeltreffende grenscontroles; verzoekt de EU Bosnië en Herzegovina te helpen de volledige verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het beheer van opvangcentra, die zich vaak aan de grenzen met de EU bevinden, voor voldoende opvangvoorzieningen te zorgen en de toegang tot doeltreffende en haalbare asielprocedures te garanderen, met volledige inachtneming van het internationaal recht en de mensenrechten; is bezorgd over berichten over ontoereikende opvangvoorzieningen in het door de EU gefinancierde centrum in Lipa; wijst erop dat er meer transparantie nodig is en dat de democratische controle moet worden opgevoerd met betrekking tot de toewijzing en besteding van EU-middelen op het gebied van migratie; is ingenomen met de verbeterde statusovereenkomst van Bosnië en Herzegovina met Frontex en dringt aan op de spoedige ondertekening ervan; herinnert eraan dat een eventuele overeenkomst met dit Agentschap de grondrechten en internationale normen volledig moet eerbiedigen; verzoekt Bosnië en Herzegovina zijn inspanningen ter bestrijding van de grensoverschrijdende misdaad, vooral de mensenhandel, op te voeren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verzoening, regionale samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>herinnert eraan dat goede nabuurschapsbetrekkingen en regionale samenwerking essentiële elementen van het EU-uitbreidingsproces zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>onderstreept het belang van verzoening in Bosnië en Herzegovina en dringt er bij alle autoriteiten op aan de toegang tot waarheid, gerechtigheid en inclusieve verhaalmogelijkheden actief te bevorderen en te garanderen en onder meer een nationale wet aan te nemen ter vaststelling van de minimumrechten voor oorlogsslachtoffers in het hele land, en een herdenkingscultuur onder vrouwen te stimuleren; erkent dat verantwoordingsplicht, wederzijds respect tussen individuen en gemeenschappen en de bevordering van wederzijds begrip, met name onder jongeren, een positief effect kunnen hebben op verzoening; dringt er bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan een nationale strategie voor overgangsjustitie vast te stellen; pleit voor verdere inspanningen om het probleem van vermiste personen aan te pakken; dringt er bij de Commissie op aan extra inspanningen te leveren om verzoeningsprocessen in Bosnië en Herzegovina te bevorderen, te ondersteunen en te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>verzoekt de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina oorlogsmisdaden sneller te vervolgen overeenkomstig de herziene nationale strategie voor de vervolging van oorlogsmisdaden; acht het van belang dat er op regionaal niveau meer wordt samengewerkt bij de uitlevering van verdachten en dat justitiële organen bij strafvervolging nauw samenwerken en alle relevante informatie uitwisselen; spoort de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina aan hun wetgeving aan te passen om ervoor te zorgen dat alle slachtoffers van oorlogsmisdaden gelijke toegang hebben tot rechten en bescherming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>erkent de uiterst belangrijke rol die de Internationale Commissie voor Vermiste Personen (ICMP) speelt, onder meer door de institutionele capaciteit te waarborgen, gezinnen te ondersteunen en bewijsmateriaal aan rechtbanken te verstrekken; dringt er bij de EU op aan ervoor te zorgen dat de ICMP toegang heeft tot voldoende financiering om haar activiteiten voort te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>herhaalt zijn oproep om aanvullende maatregelen te nemen en concrete programma’s uit te voeren met betrekking tot de duurzame terugkeer van vluchtelingen en intern ontheemden, de toegang tot gezondheidszorg en werkgelegenheid, sociale bescherming en onderwijs, en de volledige eerbiediging van al hun rechten op compensatie voor eigendommen die niet kunnen worden teruggeven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>betreurt alle vormen van historisch revisionisme, ontkenning van genocide, irredentisme, verheerlijking van oorlogsmisdaden en -misdadigers, en betwisting van feiten of de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van internationale en binnenlandse tribunalen, met name door politieke leiders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>is bezorgd over de goedkeuring van de “Verklaring over de bescherming van nationale en politieke rechten en de gemeenschappelijke toekomst van het Servische volk”, die in strijd is met verschillende aspecten van de vredesovereenkomst van Dayton en die de soevereiniteit, de territoriale integriteit en de eenheid van Bosnië en Herzegovina ondermijnt; merkt op dat de ideeën van Srpski Svet onverenigbaar zijn met de ambitie om tot de EU toe te treden; roept Servië op zich constructief in te zetten voor de stabiliteit en territoriale integriteit van Bosnië en Herzegovina en dit land actief te ondersteunen op zijn weg naar toetreding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>onderstreept het belang van preventieve diplomatie in Bosnië en Herzegovina; verzoekt de EDEO de ontwikkeling van vaardigheden onder het personeel te versterken zodat de EU de lokale historische, culturele en religieuze contexten beter begrijpt, zoals wordt bepleit in het verslag over de rol van preventieve diplomatie dat het Europees Parlement in januari 2024 heeft goedgekeurd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>is ingenomen met het besluit van de Algemene Vergadering van de VN om 11 juli uit te roepen tot internationale dag van reflectie en herdenking in verband met de genocide in Srebrenica van 1995; verzoekt de autoriteiten de veiligheid van het herdenkingscentrum Srebrenica-Potocari te waarborgen; wijst erop dat het herdenkingscentrum om veiligheidsredenen tijdelijk zijn deuren moest sluiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>benadrukt dat regionale samenwerking via de gemeenschappelijke regionale markt een troef vormt voor het bevorderen van economische groei; verzoekt Bosnië en Herzegovina om de ratificatie van alle regionale mobiliteitsovereenkomsten in het kader van het Proces van Berlijn snel af te ronden en de economische samenwerking via deze markt verder te versterken, in lijn met de doelstellingen van de EU-uitbreiding;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Sociaal-economische hervormingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>is verheugd over het groeiplan voor de Westelijke Balkan, dat de hervormings- en groeifaciliteit voor de Westelijke Balkan omvat, waarmee wordt voorzien in een indicatieve toewijzing van meer dan 1 miljard EUR aan Bosnië en Herzegovina; is verheugd over de goedkeuring van een herziene hervormingsagenda door de Raad van Ministers van Bosnië en Herzegovina; verzoekt de bevoegde autoriteiten van Bosnië en Herzegovina zorg te dragen voor de snelle goedkeuring van zijn hervormingsagenda om te voorkomen dat de toewijzing van middelen over de andere landen van de Westelijke Balkan wordt verdeeld, en een robuust mechanisme in te stellen voor een transparante, inclusieve en tijdige monitoring van de uitvoering ervan; benadrukt dat prioriteit moet worden gegeven aan belangrijke gebieden zoals openbaar bestuur, de rechtsstaat, corruptiebestrijding, decarbonisatie, digitalisering, connectiviteit en de ontwikkeling van menselijk kapitaal, terwijl ook sociale uitdagingen moeten worden aangepakt; denkt dat de economie van Bosnië en Herzegovina er baat bij zal hebben als de mogelijkheden van het groeiplan worden benut; verzoekt de Commissie te onderzoeken hoe kan worden samengewerkt met bereidwillige en geëngageerde regionale autoriteiten en flexibeler gebruik kan worden gemaakt van de hervormings- en groeifaciliteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>wijst er nogmaals op dat de EU-financiering voor projecten in de Republika Srpska bevroren moet blijven totdat die entiteit haar democratische achteruitgang ongedaan heeft gemaakt en zich volledig conformeert aan het GBVB;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>spoort Bosnië en Herzegovina ertoe aan optimaal gebruik te maken van alle financiële steun van de EU; verzoekt de Commissie om voor de integratie van Bosnië en Herzegovina in de EU financiële en technische ondersteuning te blijven bieden op basis van duidelijk omschreven voorwaarden en een grondige opvolging van uitgaven en resultaten, in lijn met de EU-doelstellingen voor efficiënt en verantwoord begrotingsbeheer; is van mening dat de financiering van de EU de democratische hervormingen van het land beter moet ondersteunen; dringt er in dit verband op aan dat de betrokken EU-financiering wordt geherprogrammeerd om zo meer middelen te herbestemmen voor ondersteuning van technische bijstand bij de besteding van de middelen, justitiële hervormingen en corruptiebestrijdingsmaatregelen; roept de EU en de landen van de Westelijke Balkan voorts op een kader in te stellen voor een vruchtbare samenwerking met het Europees Openbaar Ministerie (EOM) om ervoor te zorgen dat het EOM zijn bevoegdheden in toetredingslanden op doeltreffende wijze kan uitoefenen; spoort Bosnië en Herzegovina aan om snel bilaterale werkafspraken te maken met het EOM;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>betreurt dat duurzame verbetering en vooruitgang op dit gebied ook worden belemmerd door de bestuursstructuur en een groot gebrek aan nationale strategieën op alle gebieden en op alle niveaus; dringt aan op de snelle benoeming van een IPA III-coördinator en op een betere absorptie van IPA III-middelen in Bosnië en Herzegovina, ook op lokaal en regionaal niveau; dringt aan op versterking van de capaciteit van lokale en regionale overheden om sociaal-economische hervormingen door te voeren en projecten met medefinanciering uit EU-fondsen te beheren, teneinde de absorptie te verhogen en regionale ongelijkheden te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>dringt er bij Bosnië en Herzegovina op aan voorrang te geven aan maatregelen die gericht zijn op het verbeteren van het concurrentievermogen en het ondernemingsklimaat en het gelijktijdig verbeteren van de economische en sociale cohesie, waaronder vorderingen bij de verwezenlijking van de Europese pijler van sociale rechten, het stimuleren van economische diversificatie, het bevorderen van de digitale en de groene transitie, het aanpakken van de informele economie en het bestrijden van werkloosheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>spreekt zijn bezorgdheid uit over de bijzonder negatieve demografische trends in het land, met name als gevolg van het grote aantal jongeren dat het land verlaat, en acht het van belang dat er dringend aanvullende maatregelen worden vastgesteld om deze uitdaging het hoofd te bieden; pleit ervoor vooral aandacht te besteden aan jongeren, die de drijvende kracht vormen achter de EU-integratie van het land; verzoekt de bevoegde autoriteiten van Bosnië en Herzegovina de jongerengarantie te voltooien en goed te keuren om de toegang tot werkgelegenheid, onderwijs, opleiding en leerlingplaatsen voor jongeren te verbeteren, de hoge jeugdwerkloosheid en discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden aan te pakken en sociale inclusie te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>moedigt EU-instellingen aan samen te werken met het maatschappelijk middenveld en deskundigen om manieren te ontwikkelen om gezondheidszorg en sociale bescherming flexibel en overdraagbaar te maken, en zo gelijkheid en mobiliteit binnen Bosnië en Herzegovina te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>stelt tevreden vast dat wordt opgeroepen tot snelle integratie van alle landen van de Westelijke Balkan in de digitale eengemaakte markt van de EU vóór de feitelijke toetreding tot de EU, hetgeen cruciale voordelen zou opleveren voor de totstandbrenging van een veilige digitale omgeving;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Energie, milieu, biodiversiteit, duurzame ontwikkeling en connectiviteit</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>spoort Bosnië en Herzegovina aan de diversificatie van energiebronnen te versnellen en daarbij vooral een einde te maken aan zijn afhankelijkheid van Russisch gas; dringt er bij Bosnië en Herzegovina op aan de energiezekerheid en -efficiëntie te vergroten door zijn elektriciteitstransmissie- en -distributienetten te versterken, de koppeling met de Europese markt te bevorderen en de transitie te maken naar hernieuwbare energiebronnen, met name zonne- en windenergie, en tevens te zorgen voor zinvolle openbare raadplegingen en doeltreffende milieuwaarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>dringt er bij Bosnië en Herzegovina op aan zijn langverwachte nationale energie- en klimaatplan goed te keuren en uitvoering te geven aan nationale milieubeschermingsstrategieën, onder meer door zijn kandidaat-Emerald-gebieden wettelijk te beschermen, de toereikendheid van zijn Emerald-netwerk te verbeteren en de volledige tenuitvoerlegging van de habitatrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1992/43/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, de vogelrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 20 van 26.1.2010, blz. 7, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2009/147/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de kaderrichtlijn water<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2000/60/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te waarborgen, en tegelijkertijd de kwaliteit en transparantie van milieu-investeringen te verbeteren; herhaalt dat het noodzakelijk is de lucht- en waterkwaliteit goed te beschermen en te verbeteren en doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties in te voeren voor inbreuken op de milieuwetgeving; stelt vast dat er weinig vooruitgang is geboekt op het gebied van milieu- en klimaatbescherming en de aanpassing aan de EU-normen, en dringt er daarom bij de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op aan te zorgen voor een betere afstemming op de EU-normen en de beleidsdoelstellingen inzake klimaatbescherming en energie, in overeenstemming met de groene agenda 2020 en de Overeenkomst van Parijs;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>roept de autoriteiten van Bosnië en Herzegovina op de grensoverschrijdende luchtverontreiniging te verminderen, met name die van de olieraffinaderij van Bosanski Brod; herinnert eraan dat Bosnië en Herzegovina ondertekenende partij is bij het Verdrag inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband (Espoo, 1991) en gehouden is de daaruit voortvloeiende verplichtingen na te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>benadrukt dat voorafgaande uitgebreide strategische milieubeoordelingen moeten worden verbeterd door lokale gemeenschappen, maatschappelijke organisaties en onafhankelijke deskundigen er op zinvolle wijze bij te betrekken; beklemtoont dat de transparantie van procedures voor infrastructuurprojecten in ecologisch gevoelige sectoren moet worden vergroot; wijst op het belang van meer milieu-integratie in alle sectorale beleidsterreinen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>dringt er bij het land op aan maatregelen te nemen ter bescherming van de biodiversiteit en de ecologische integriteit van zijn rivieren in overeenstemming met het Verdrag van Espoo;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>uit zijn ernstige bezorgdheid over de schadelijke gevolgen van mijnbouwactiviteiten, waaronder die van buitenlandse bedrijven, voor het milieu in Bosnië en Herzegovina en de gezondheid van zijn burgers; verzoekt alle mijnbouwondernemingen die in Bosnië en Herzegovina actief zijn de nationale wetgeving volledig na te leven en milieubescherming en volksgezondheid voorop te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>benadrukt dat de Federatie van Bosnië en Herzegovina dringend een eerlijke, moderne en op deskundigheid gebaseerde boswet moet aannemen; dringt voorts aan op meer bescherming van bossen en rivieren door middel van een beter toezicht op inspecties en de totstandbrenging van een streng rechtskader in overeenstemming met milieu- en systemische normen; dringt aan op afschaffing van de bepaling in de toepasselijke regelgeving in Bosnië en Herzegovina die lozing van afvalwater in rivieren onder minimaal toezicht toestaat, hetgeen een aanzienlijke bedreiging vormt voor de volksgezondheid en het milieu;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>roept Bosnië en Herzegovina op dringend de wettelijke aanwijzing van Livanjsko Polje als beschermd landschap van categorie V te voltooien en goed te keuren, en te zorgen voor passend toezicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>betuigt zijn solidariteit met Bosnië en Herzegovina en alle slachtoffers van de verwoestende overstromingen en aardverschuivingen van 3 en 4 oktober 2024; verzoekt de autoriteiten van de Federatie van Bosnië en Herzegovina meer steun te verlenen aan de getroffenen en ervoor te zorgen dat eventuele tekortkomingen op het gebied van rechtshandhaving en bosbeheer die de ramp mogelijk hebben verergerd, worden aangepakt;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de Raad, de Commissie, het Presidentschap, de Raad van Ministers en de Parlementaire Vergadering van Bosnië en Herzegovina, aan de regeringen en parlementen van de Federatie van Bosnië en Herzegovina, de entiteit Republika Srpska en het district Brčko, alsmede aan het Bureau van de hoge vertegenwoordiger.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>