<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0159000</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Tenuitvoerlegging en verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen met het oog op het politiek forum op hoog niveau 2025</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0125/2025 - Rapporteur: Robert Biedroń, Nikolas Farantouris)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 9 juli 2025 over de tenuitvoerlegging en verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen met het oog op het politiek forum op hoog niveau 2025 (2025/2014(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 3, lid 5, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en de artikelen 13 en 208, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU) 2022/591 van het Europees Parlement en de Raad van 6 april 2022 betreffende een algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2030<FOOTNOTE><FIELD>PB L 114 van 12.4.2022, blz. 22, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2022/591/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Commissie van 30 juni 2017 getiteld “De nieuwe Europese consensus inzake ontwikkeling – ‘Onze wereld, onze waardigheid, onze toekomst’”<FOOTNOTE><FIELD>PB C 210 van 30.6.2017, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 september 2015 over de follow-up van het burgerinitiatief “Right2Water”<FOOTNOTE><FIELD>PB C 316 van 22.9.2017, blz. 99.</FIELD></FOOTNOTE> en zijn resolutie van 5 oktober 2022 over toegang tot water als mensenrecht – de externe dimensie<FOOTNOTE><FIELD>PB C 132 van 14.4.2023, blz. 54.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 28 november 2019 over de noodsituatie op het gebied van klimaat en milieu<FOOTNOTE><FIELD>PB C 232 van 16.6.2021, blz. 28.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 juni 2021 over de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030: de natuur terug in ons leven brengen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 67 van 8.2.2022, blz. 25.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 6 juli 2022 over het EU-actieplan voor de sociale economie<FOOTNOTE><FIELD>PB C 47 van 7.2.2023, blz. 171.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 27 maart 2023 getiteld “Promoting the Social and Solidarity Economy for Sustainable Development” (De sociale en solidaire economie bevorderen ten behoeve van duurzame ontwikkeling),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van de Internationale Arbeidsorganisatie over fatsoenlijk werk en de zorgeconomie, die is aangenomen op de 112e Internationale Arbeidsconferentie op 14 juni 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 6 juli 2022 over de aanpak van voedselzekerheid in ontwikkelingslanden<FOOTNOTE><FIELD>PB C 47 van 7.2.2023, blz. 149.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 november 2022 over de toekomstige Europese financiële architectuur voor ontwikkeling<FOOTNOTE><FIELD>PB C 167 van 11.5.2023, blz. 57.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 maart 2023 over beleidscoherentie voor ontwikkeling<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2023/398, 23.11.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/398/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 23 juni 2023 over de tenuitvoerlegging en verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/493, 23.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/493/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn aanbeveling van 19 december 2024 aan de Raad over de EU-prioriteiten voor de 69e zitting van de VN-Commissie voor de Status van de Vrouw<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/1971, 11.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1971/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 11 april 2024 over de opname van het recht op abortus in het EU-Handvest van de grondrechten<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2025/1279, 13.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1279/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 24 juni 2021 over de situatie op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in de EU, in verband met de gezondheid van vrouwen<FOOTNOTE><FIELD>PB C 81 van 18.2.2022, blz. 43.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 18 november 2020 getiteld “Delivering on the UN’s Sustainable Development Goals – A comprehensive approach” (Verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN – Een totaalbenadering (SWD(2020)0400)),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 3 november 2021 getiteld “Better Regulation Guidelines” (richtsnoeren voor betere regelgeving (SWD(2021)0305)) en gezien de toolbox voor betere regelgeving van juli 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de integratie van de SDG’s in het kader voor betere regelgeving, waaronder de mededeling van de Commissie van 29 april 2021 getiteld “Samen zorgen voor betere regelgeving” (COM(2021)0219),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 26 mei 2015 over uitbanning van armoede en duurzame ontwikkeling na 2015,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 24 oktober 2019 over de economie van het welzijn<FOOTNOTE><FIELD>PB C 400 van 26.11.2019, blz. 9.</FIELD></FOOTNOTE> en de conclusies van de Raad van 24 juni 2024 over de prioriteiten van de EU in het kader van de Verenigde Naties, voor de 79e Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (september 2024‑september 2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 22 juni 2021 getiteld “Een alomvattende aanpak om de uitvoering van de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de VN te versnellen – Een betere wederopbouw na de COVID‑19-crisis”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 16 juni 2022 betreffende leren voor de groene transitie en duurzame ontwikkeling,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 21 juni 2022 getiteld “De transformerende rol van educatie voor duurzame ontwikkeling en wereldburgerschap als fundamenteel instrument om de duurzameontwikkelingsdoelen (SDG’s) te verwezenlijken”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 24 juni 2024 over de EU-doelstellingen inzake ontwikkelingshulp,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 getiteld “De Europese Green Deal” (COM(2019)0640),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 maart 2020 getiteld “Een nieuw actieplan voor een circulaire economie – Voor een schoner en concurrerender Europa” (COM(2020)0098),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 mei 2021 getiteld “Route naar een gezonde planeet voor iedereen – Eu-actieplan: Verontreiniging van lucht, water en bodem naar nul” (COM(2021)0400) en de bijlagen daarbij,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Europees Milieuagentschap en het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie van 3 maart 2025 getiteld “Zero pollution monitoring and outlook 2025”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 23 februari 2022 over waardig werk wereldwijd voor een mondiale rechtvaardige transitie en een duurzaam herstel (COM(2022)0066),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 maart 2024 getiteld “Klimaatrisico’s beheren – De bevolking en de welvaart beschermen” (COM(2024)0091),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “De Clean Industrial Deal: Een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie” (COM(2025)0085),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 7 maart 2025 getiteld “Een routekaart voor vrouwenrechten” (COM(2025)0097),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de opdrachtbrieven van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen aan de 26 Europese commissarissen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Europees Milieuagentschap van 4 december 2019 getiteld “Het milieu in Europa – stand van zaken en vooruitzichten 2020: kennis voor de transitie naar een duurzaam Europa”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mondiale gezondheidsstrategie van de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het EU-genderactieplan III (GAP III),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Europese zorgstrategie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de eerste vrijwillige evaluatie van de EU van de uitvoering van de SDG’s, die op 19 juli 2023 aan de Verenigde Naties is gepresenteerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het monitoringverslag 2024 van Eurostat over de vooruitgang bij de verwezenlijking van de SDG’s in een EU-context, dat op 18 juni 2024 werd gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de adviezen van het Europees Economisch en Sociaal Comité, namelijk dat van 19 september 2018 getiteld “Geschiktere indicatoren voor de evaluatie van de SDG’s – Bijdrage van het maatschappelijk middenveld”, van 30 oktober 2019 getiteld “Niemand uitsluiten bij de uitvoering van de agenda voor duurzame ontwikkeling 2030”, en van 8 december 2021 getiteld “Vernieuwde strategie voor duurzame financiering”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien VN-resolutie 70/1 getiteld “Transforming our world: the 2030 Agenda for Sustainable Development” (Onze wereld transformeren: Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling) (de Agenda 2030), die op 25 september 2015 op de VN-top inzake duurzame ontwikkeling in New York werd aangenomen en waarin de SDG’s werden vastgesteld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) voor jongeren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag inzake biologische diversiteit en het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal dat tijdens de 15e vergadering van de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit werd overeengekomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap en de EU-strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021‑2030,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015‑2030, dat tijdens de derde Wereldconferentie van de VN over rampenrisicovermindering op 18 maart 2015 door de lidstaten van de VN werd aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Raamverdrag van de VN inzake klimaatverandering (UNFCCC) en de Overeenkomst van Parijs die op 12 december 2015 op de 21e Conferentie van de Partijen bij het UNFCCC (COP21) in Parijs werd aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Decennium van Oceaanwetenschappen voor Duurzame Ontwikkeling (2021‑2030) van de Verenigde Naties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verbintenis van Buenos Aires die werd aangenomen tijdens de vijftiende zitting van de regionale conferentie over vrouwen in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied in Buenos Aires van 7 tot en met 11 november 2022 die werd georganiseerd door de Economische Commissie voor Latijns‑Amerika en het Caribisch Gebied, het Regional Office for the Americas and the Caribbean van de VN-Entiteit voor gendergelijkheid en de empowerment van vrouwen (UN Women) en de regering van Argentinië, waarin een pad wordt uitgestippeld naar een zorgsamenleving,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het gezamenlijk verslag 2024 getiteld “Are we getting there? A synthesis of the UN system evaluations of SDG 5”, gepubliceerd door UN Women, het VN-Ontwikkelingsprogramma, het VN-Bevolkingsfonds, het VN-Kinderfonds en het Wereldvoedselprogramma,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de overeenkomst in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake het behoud en het duurzame gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht van 4 maart 2023 (het VN-Verdrag inzake de volle zee),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring inzake de uitbanning van geweld tegen vrouwen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Gender Equality Index Report 2024 van het Europees Instituut voor gendergelijkheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het actieprogramma van Peking en de resultaten van de toetsingsconferenties daarvan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien resolutie 48/13 van de VN-Mensenrechtenraad, aangenomen op 8 oktober 2021, en resolutie 76/300 van de Algemene Vergadering van de VN, aangenomen op 28 juli 2022, getiteld “The human right to a clean, healthy and sustainable environment” (Het mensenrecht op een schoon, gezond en duurzaam milieu), en gezien resolutie 2545 (2024) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, aangenomen op 18 april 2024, getiteld “Mainstreaming the human right to a safe, clean, healthy and sustainable environment with the Reykjavik process” (Mainstreaming van het mensenrecht op een veilig, schoon, gezond en duurzaam milieu in het proces van Reykjavik),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien resolutie 5/10 van de Milieuvergadering van de Verenigde Naties (UNEA) getiteld “The environmental dimension of a sustainable, resilient and inclusive post-COVID‑19 recovery” (De milieudimensie van een duurzaam, veerkrachtig en inclusief herstel na COVID‑19), die werd aangenomen op 2 maart 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het UN Global Sustainable Development Report 2019 (VN-verslag inzake duurzame ontwikkeling in de wereld 2019) getiteld “The Future is Now: Science for Achieving Sustainable Development” (De toekomst is nu: wetenschap voor het bereiken van duurzame ontwikkeling),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van de secretaris-generaal van de VN getiteld “Our Common Agenda” (Onze gemeenschappelijke agenda), dat aan de Algemene Vergadering van de VN is voorgelegd, en gezien het mandaat dat de secretaris-generaal van de VN in resolutie 76/6 van de Algemene Vergadering van de VN van 15 november 2021 heeft gekregen om gevolg te geven aan zijn rapport,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-verslag inzake duurzame ontwikkeling 2021 getiteld “The Decade of Action for the Sustainable Development Goals” (Het decennium voor actie met betrekking tot de duurzameontwikkelingsdoelstellingen), en gezien het VN-verslag inzake duurzame ontwikkeling 2022 getiteld “From Crisis to Sustainable Development: the SDGs as Roadmap to 2030 and Beyond” (Van crisis naar duurzame ontwikkeling: de SDG’s als een routekaart voor 2030 en daarna),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Sustainable Development Goals Report 2024 van de VN,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het in 2018 gepubliceerde speciaal rapport van de Intergouvernementele Werkgroep inzake klimaatverandering (IPCC) getiteld “Global Warming of 1.5 °C” (Opwarming van de aarde met 1,5 °C), het speciaal rapport van de IPCC getiteld “Climate Change and Land” (Klimaatverandering en landmassa), het speciaal rapport van de IPCC getiteld “The Ocean and Cryosphere in a Changing Climate” (De oceanen en de cryosfeer in een veranderend klimaat), en het zesde evaluatierapport van de IPCC (AR6),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het mondiaal evaluatierapport van het intergouvernementeel platform voor biodiversiteit en ecosysteemdiensten (IPBES) van 25 november 2019 over biodiversiteit en ecosysteemdiensten, en de meest recente rapporten van het IPBES voor de beoordeling van onderlinge verbanden (Nexus Assessment) en de beoordeling van transformatieve verandering (Transformative Change Assessment),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) van 18 februari 2021 getiteld “Making Peace with Nature: a scientific blueprint to tackle the climate, biodiversity and pollution emergencies” (Zorgen voor harmonie met de natuur: een wetenschappelijke blauwdruk om de noodsituaties op het gebied van klimaat, biodiversiteit en verontreiniging aan te pakken),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de publicatie van het Departement Economische en Sociale Zaken van de VN van januari 2022 getiteld “SDG Good Practices: A compilation of success stories and lessons learned in SDG implementation – Second Edition” (Goede praktijken met betrekking tot de SDG’s: een compilatie van succesverhalen en geleerde lessen bij de uitvoering van de SDG’s – Tweede editie),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) van 10 november 2022 getiteld “Global Outlook on Financing for Sustainable Development 2023: No Sustainability Without Equity” (Algemene visie op financiering voor duurzame ontwikkeling in 2023: geen duurzaamheid zonder rechtvaardigheid),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Human Development Report 2023‑2024 getiteld “Breaking the Gridlock: Reimagining cooperation in a polarized world” (De impasse doorbreken: een nieuwe visie op samenwerking in een gepolariseerde wereld),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Inter-agency Task Force on Financing for Development van de VN van april 2024 getiteld “Financing for Sustainable Development Report 2024: Financing for Development at a Crossroads” (Verslag over de financiering van duurzame ontwikkeling 2024: ontwikkelingsfinanciering op een tweesprong),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het initiatief van de secretaris-generaal van de VN getiteld “SDG Stimulus to Deliver Agenda 2030” (SDG-stimulans ter verwezenlijking van de Agenda 2030) van februari 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Bridgetown Initiative dat op 23 september 2022 werd gelanceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het One Health Initiative (initiatief “Eén gezondheid”) van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en het gezamenlijke actieplan “Eén gezondheid” (2022‑2026) van de WHO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (FAO), de Wereldorganisatie voor diergezondheid en UNEP,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voortgangsverslag 2024 van de WHO over het wereldwijde actieplan voor gezond leven en welzijn voor iedereen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Spotlight-initiatief om geweld tegen vrouwen en meisjes uit te bannen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de vrijwillige richtsnoeren van de FAO voor duurzame kleinschalige visserij in de context van de voedselzekerheid en de uitroeiing van armoede,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de topconferentie voor een nieuw mondiaal financieel pact die in juni 2023 plaatsvond in Parijs,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de SDG-top 2023, die plaatsvond in september 2023 tijdens de week op hoog niveau in het kader van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Top van de Toekomst die op 22 en 23 september 2024 plaatsvond in New York en het resultaat daarvan, het Pact voor de Toekomst, dat de verbintenis inhoudt om 56 acties uit te voeren om duurzame ontwikkeling te versnellen en te financieren, en de twee bijlagen daarbij, het mondiaal digitaal pact en de verklaring over toekomstige generaties,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de vierde Internationale Conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering, die van 30 juni tot en met 3 juli 2025 plaatsvond in Sevilla (Spanje),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Sustainable Development Solutions Network van januari 2025 getiteld “Europe Sustainable Development Report 2025: SDG Priorities for the New EU Leadership” (Verslag over duurzame ontwikkeling in Europa 2025: SDG-prioriteiten voor het nieuwe leiderschap van de EU),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de onlinedatabank “SDG Acceleration Actions” (Maatregelen ter versnelling van de SDG’s),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de bestaande nationale en regionale initiatieven die de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen aanmoedigen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke beraadslagingen van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid overeenkomstig artikel 59 van het Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie ontwikkelingssamenwerking en de Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid (A10‑0125/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de Agenda 2030 en de 17 SDG’s met hun 169 streefdoelen en 247 indicatoren het enige wereldwijd gedeelde en politiek overeengekomen kader vormen voor empirisch onderbouwde beleidsvorming om gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken en in de drie dimensies ervan – economische, sociale en ecologische duurzaamheid – op evenwichtige en geïntegreerde wijze duurzame ontwikkeling tot stand te brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat VN-lidstaten hebben toegezegd de SDG’s tegen 2030 te zullen verwezenlijken; overwegende dat slechts 17 % van de SDG-streefdoelen op schema ligt en bijna de helft minimale of matige vooruitgang vertoont, en dat de vooruitgang bij meer dan een derde tot stilstand is gekomen of zelfs is gedaald tot onder het referentieniveau van 2015; overwegende dat de belangrijke stappen die op cruciale gebieden reeds zijn gezet, duidelijk maken dat er dringende maatregelen nodig zijn om deze alarmerende trend om te buigen en een stimulans moeten zijn om de SDG’s volledig uit te voeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de uitvoering van de Agenda 2030 impliceert dat economische ontwikkeling samengaat met sociale rechtvaardigheid, good governance en eerbiediging van de mensenrechten; overwegende dat de gevolgen van de COVID‑19-pandemie, het nieuwe geopolitieke landschap, escalerende conflicten, geopolitieke spanningen, de overschrijding van de grenzen van de planeet, de toenemende afhankelijkheid van grondstoffen en kritieke mineralen, de negatieve effecten van de klimaatverandering en het biodiversiteitsverlies, en de verschillende crises op verschillende gebieden de voortgang op weg naar verwezenlijking van de SDG’s ernstig belemmeren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het aantal mensen dat in de armste landen van de wereld bijkomend in extreme armoede zal terechtkomen, wordt geschat op 175 miljoen tegen 2030, onder wie 89 miljoen vrouwen en meisjes<FOOTNOTE><FIELD>https://www.un.org/sustainabledevelopment/wp-content/uploads/2023/02/SDG-Stimulus-to-Deliver-Agenda-2030.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat personen met een handicap kwetsbaarder zijn voor armoede door slechtere kansen op werk en onderwijs, lagere lonen en hogere kosten voor levensonderhoud; overwegende dat verdere collectieve actie dringend nodig is om armoede aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de SDG’s universeel en ondeelbaar zijn en van toepassing zijn op alle actoren, met inbegrip van het maatschappelijk middenveld, de sociale partners, en de publieke en particuliere sector; overwegende dat deze actoren stelselmatig moeten worden betrokken bij het ontwerpen en uitvoeren van beleid in verband met de SDG’s; overwegende dat de inzet van de particuliere sector voor de SDG’s de mogelijkheid biedt om de schaal van ontwikkelingsacties en de duurzaamheid ervan te vergroten door banen te creëren, economische groei te stimuleren en armoede uit te bannen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de EU heeft bevestigd zich ondubbelzinnig in te zullen zetten voor de Agenda 2030 en de bijbehorende SDG’s; overwegende dat de voortgang op weg naar de verwezenlijking van de SDG-streefdoelen ongelijk is verdeeld over de Europese landen en dat het afgelopen decennium in veel dimensies van duurzame ontwikkeling geen noemenswaardige vooruitgang is geboekt, waarbij de groeiende armoede en ongelijkheid tussen en binnen landen een bedreiging vormen voor de duurzame ontwikkeling; overwegende dat uit het meest recente voortgangsverslag van het 8e milieuactieprogramma blijkt dat de EU voor de meeste indicatoren niet op koers ligt om de streefdoelen te halen<FOOTNOTE><FIELD>https://www.eea.europa.eu/en/analysis/publications/monitoring-progress-towards-8th-eap-objectives.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat Commissie heeft erkend dat er op EU-niveau meer vooruitgang moet worden geboekt ten aanzien van tal van SDG’s en dat er meer dan ooit tevoren vaart moet worden gezet achter de uitvoering van de SDG’s, met bijzondere aandacht voor kwetsbare mensen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de Commissie nog geen overkoepelende strategie voor de uitvoering van de Agenda 2030 op EU-niveau of financieringsplan voor de SDG’s heeft opgesteld; overwegende dat de Commissie heeft toegezegd een “overheidsbrede” aanpak te zullen hanteren bij de uitvoering van de SDG’s en dat haar werkprogramma de verwezenlijking van de Agenda 2030 moet bevorderen; overwegende dat de EU het goede voorbeeld moet geven bij het waarborgen van de welvaart voor huidige en toekomstige generaties wereldwijd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het politiek forum op hoog niveau 2025 van 14 tot en met 23 juli 2025 bijeen zal komen onder auspiciën van de Economische en Sociale Raad; overwegende dat het politiek forum op hoog niveau 2025 gericht zal zijn op het bevorderen van duurzame, inclusieve en wetenschappelijk en empirisch onderbouwde oplossingen voor de Agenda 2030 en de bijbehorende SDG’s en het streven om niemand aan zijn lot over te laten; overwegende dat het diepgaande evaluaties zal uitvoeren van SDG 3 (verzeker een goede gezondheid en promoot welzijn voor alle leeftijden), SDG 5 (bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes), SDG 8 (bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen), SDG 14 (behoud en maak duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en maritieme hulpbronnen) en SDG 17 (versterk de implementatiemiddelen en revitaliseer het wereldwijd partnerschap voor duurzame ontwikkeling);</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat gezondheid een onmisbare basis voor het welzijn van mensen vormt; overwegende dat gezondheid een toestand van volledig fysiek, geestelijk en sociaal welbevinden is, waarbij het niet alleen maar gaat om het niet aanwezig zijn van ziekten of gebreken<FOOTNOTE><FIELD>https://apps.who.int/gb/bd/PDF/bd47/EN/constitution-en.pdf?ua=1.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de COVID‑19-pandemie alleen al tien jaar vooruitgang in de wereldwijde levensverwachting teniet heeft gedaan<FOOTNOTE><FIELD>https://www.who.int/news/item/24-05-2024-covid-19-eliminated-a-decade-of-progress-in-global-level-of-life-expectancy.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat niet-overdraagbare ziekten – waaronder hart- en vaatziekten, kanker, diabetes, dementie en chronische ziekten van de luchtwegen – tot de belangrijkste doodsoorzaken wereldwijd behoren; overwegende dat de verkeersveiligheid ook aanleiding geeft tot bezorgdheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat luchtverontreiniging een belangrijke factor is voor niet-overdraagbare ziekten en wereldwijd verantwoordelijk is voor bijna 7 miljoen sterfgevallen, waarbij meer dan negen van de tien sterfgevallen zich voordoen in lager- en middeninkomenslanden; overwegende dat luchtverontreiniging op EU-niveau ondanks de geboekte vooruitgang nog steeds het grootste risico voor de milieugezondheid vormt en elk jaar honderdduizenden vroegtijdige sterfgevallen veroorzaakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat gendergelijkheid van het allergrootste belang is voor eerlijke, inclusieve en duurzame ontwikkeling; overwegende dat er nog steeds sprake is van grote en hardnekkige ongelijkheden, hoewel er vooruitgang is geboekt; overwegende dat het versterken van de rechten van vrouwen, het versterken van de positie van vrouwen en meisjes, het ter discussie stellen van bevooroordeelde sociale normen, het uitbannen van schadelijke praktijken en het aanpakken van discriminatie noodzakelijk zijn om SDG 5 te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de bescherming van de arbeidsrechten afkalft en de inkomensongelijkheid groeit; overwegende dat de mondiale banenkloof in 2024 uitkwam op 402 miljoen, terwijl 240 miljoen werkenden over de hele wereld worstelen met extreme vormen van armoede<FOOTNOTE><FIELD>https://www.ilo.org/sites/default/files/2025-01/WESO25_Trends_Report_EN.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat vrouwen en jongeren vaker werkloos zijn; overwegende dat meer dan een op de vijf jongeren geen werk heeft en geen onderwijs of opleiding volgt<FOOTNOTE><FIELD>https://www.ilo.org/resource/news/number-youth-not-employment-education-or-training-neet-cause-concern.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat oceanen meer dan 70 % van de oppervlakte van onze planeet bedekken en het grootste ecosysteem vormen; overwegende dat de oceanen een vitale rol spelen bij het regelen van het klimaat, economische activiteit mogelijk maken en voorzien in het levensonderhoud van ruim 3 miljard mensen; overwegende dat de oceanen ’s werelds grootste bondgenoot zijn in de strijd tegen klimaatverandering, daar deze 50 % van de zuurstof genereren die de wereld nodig heeft, 25 % van alle kooldioxide-emissies absorberen en 90 % van de overtollige warmte opvangen die door deze emissies wordt gegenereerd, maar dat de absorptiecapaciteit afneemt; overwegende dat 40 % van de oceanen zwaar te lijden heeft onder verontreiniging, uitgeputte visbestanden, verlies van kusthabitats en andere menselijke activiteiten; overwegende dat de secretaris-generaal van de VN tijdens de VN-oceaanconferentie in 2022 een “noodtoestand in de oceanen” heeft uitgeroepen; overwegende dat een inclusief oceaanbeheer onder meer gebaseerd moet zijn op mensenrechten, sociaal rechtvaardig moet zijn en gendergelijkheid moet bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de jaarlijkse investeringskloof voor de verwezenlijking van de SDG’s momenteel 4 biljoen USD bedraagt; overwegende dat de buitenlandse directe investeringsstromen naar ontwikkelingslanden zijn afgenomen en dat de geldovermakingen en officiële ontwikkelingshulp (ODA) slechts beperkt zijn gestegen<FOOTNOTE><FIELD>https://unstats.un.org/sdgs/report/2024/Goal-17/.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat het gebrek aan financiële middelen een belangrijke belemmering vormt voor het bereiken van gendergelijkheidsresultaten; overwegende dat gendergelijkheid van fundamenteel belang is om de beloften van duurzaamheid, welvaart, sociale rechtvaardigheid, vrede en menselijke vooruitgang waar te maken; overwegende dat zinvolle en duurzame financiële toezeggingen en versterkte begrotingsprocessen van fundamenteel belang zijn voor de ondersteuning van de uitvoering van wetgeving, beleid en genderresponsieve diensten om gendergelijkheid in het kader van alle SDG 5-streefdoelen te bevorderen<FOOTNOTE><FIELD>https://equalmeasures2030.org/wp-content/uploads/2024/09/EM2030_2024_SDG_Gender_Index_EN_digital.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat laag-, midden- en hooginkomenslanden na een decennium van snelle schuldopbouw ongekend hoge schulden hebben, waardoor hun vermogen om te investeren in de verwezenlijking van de SDG’s en in een efficiënte aanpak van de klimaatuitdagingen wordt beperkt; overwegende dat ongeveer 60 % van de laaginkomenslanden al in een schuldencrisis verkeert of een hoog risico loopt om in een schuldencrisis terecht te komen<FOOTNOTE><FIELD>https://unstats.un.org/sdgs/report/2024/Goal-17/.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat de bestaande begrotingsruimte in ontwikkelingslanden met een zware schuldenlast verder wordt beperkt door externe schokken, zoals natuurrampen, verschillende aspecten van schuldbeheer, hogere financieringskosten en het ontbreken van een gunstig internationaal klimaat voor de mobilisatie van binnenlandse middelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat illegale geldstromen, uitholling van de belastinggrondslag, winstverschuiving en corruptie hebben geleid tot een wereldwijde daling van de inkomsten en een ander belangrijk obstakel vormen voor duurzame ontwikkeling; overwegende dat er meer internationale belastingsamenwerking en -regels nodig zijn om deze uitdagingen aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de EU en haar lidstaten met ongeveer 42 % van de totale officiële ontwikkelingshulp de grootste donor van ontwikkelingslanden zijn; overwegende dat de EU zich ten doel heeft gesteld om gezamenlijk 0,7 % van haar bruto nationaal inkomen (bni) aan officiële ontwikkelingshulp te besteden; overwegende dat de collectieve officiële ontwikkelingshulp van de EU in 2023 0,57 % van het bni bedroeg, waarbij slechts vier lidstaten het overeengekomen streefcijfer haalden en verschillende andere lidstaten hun officiële ontwikkelingshulp ongekend verlaagden; overwegende dat de EU-begroting voor officiële ontwikkelingshulp naar schatting ten minste 200 miljard EUR moet bedragen tijdens het volgende meerjarig financieel kader om het afgesproken streefdoel te halen; overwegende dat de Global Gateway een strategisch instrument is en het potentieel heeft om een reeks onderling verbonden SDG’s te bevorderen, met name door middel van internationale partnerschappen en investeringen in vervoer, energie, digitale infrastructuur, gezondheid en onderwijs;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de politieke inzet van de EU in het kader van beleidscoherentie voor ontwikkeling kracht werd bijgezet in de nieuwe Europese consensus over ontwikkeling van 2017, waarin beleidscoherentie voor ontwikkeling wordt aangemerkt als cruciaal element van de strategie van de EU voor de verwezenlijking van de SDG’s en als belangrijke bijdrage aan de bredere doelstelling van beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling; overwegende dat beleidscoherentie voor duurzame ontwikkeling een benadering is die de economische, sociale en ecologische dimensie van duurzame ontwikkeling in alle stadia van de binnenlandse en internationale beleidsvorming integreert;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de nieuwe Amerikaanse regering een aantal zeer verontrustende en schadelijke beslissingen heeft genomen op het gebied van internationale ontwikkeling en humanitaire hulp, waarvan de meest vermeldenswaardige de opschorting van 83 % van de financiering voor programma’s in het kader van het Amerikaans Bureau voor Internationale Ontwikkeling (USAID) betreft; overwegende dat naar schatting 54 miljard USD aan contracten voor buitenlandse hulp wordt geraakt; overwegende dat de opschorting van USAID-financiering en de bezuinigingen op de wereldwijde hulp door verschillende lidstaten langetermijngevolgen zullen hebben voor de ontwikkelingsagenda van de wereld en de verwezenlijking van de SDG’s;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Stand van zaken</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>herhaalt sterk en onwrikbaar gehecht te zijn aan de volledige en onmiddellijke verwezenlijking van alle SDG’s, hun streefdoelen en de Agenda 2030 als geheel, met name gezien de verslechterende geopolitieke, sociale, economische en ecologische situatie; bevestigt zijn sterke betrokkenheid bij het Pact voor de Toekomst, dat een cruciale stap is om de VN nieuw leven in te blazen en de SDG’s te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>betreurt dat de wereldgemeenschap ver achter op schema ligt wat betreft de verwezenlijking van de Agenda 2030 en het bereiken van de SDG-streefdoelen; erkent de onderlinge verwevenheid en afhankelijkheid van de 17 SDG’s en beseft dat verwezenlijking van de Agenda 2030 en daarna vraagt om brede en versnelde actie met betrekking tot alle SDG’s; onderstreept dat de littekens van de COVID‑19-pandemie, hoogoplopende conflicten, geopolitieke spanningen, noodsituaties op sociaal, gezondheids- en humanitair gebied alsmede de toenemende negatieve gevolgen van klimaatverandering aanzienlijke belemmeringen vormen voor de verwezenlijking van de SDG-streefdoelen en dat alle actoren meer inspanningen moeten leveren om tegemoet te komen aan de werkelijke behoeften;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>erkent dat de vertraging bij de verwezenlijking van de SDG’s wordt verergerd door de aanzienlijke vooruitgangskloof tussen verschillende groepen landen, met name in de armste en meest kwetsbare landen en regio’s; benadrukt dat de huidige ongelijke vooruitgang wordt verergerd door de opschorting van de USAID-financiering en door bezuinigingen op de wereldwijde hulpbudgetten door EU-lidstaten en andere OESO-landen; benadrukt dat ontwikkelingssamenwerking hoog op de agenda moet blijven staan om de wereld op koers te houden om de SDG’s te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>onderstreept dat het beleid voor de verwezenlijking van de SDG’s in laag- en middeninkomenslanden sterk wordt belemmerd door hoge schuldniveaus en hoge schuldaflossingskosten; wijst ook op de beperkingen van de mondiale financiële architectuur en de ontoereikende internationale steun; benadrukt dat deze landen dringend meer financiële middelen en budgettaire ruimte nodig hebben om veel meer investeringen in de SDG’s mogelijk te maken; benadrukt dat er wereldwijde samenwerking nodig is om de mondiale financiële architectuur te hervormen, met name met het oog op de vierde Internationale Conferentie inzake ontwikkelingsfinanciering die van 30 juni tot en met 3 juli 2025 in Sevilla plaatsvond;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt de dringende behoefte aan internationale samenwerking en beslissende transformatieve actie om onze samenlevingen en economieën stevig op koers te zetten om de SDG’s te verwezenlijken en de drievoudige planetaire crisis van klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en verontreiniging aan te pakken; benadrukt dat de SDG’s moeten worden bereikt op een rechtvaardige manier die de grenzen van de planeet eerbiedigt; benadrukt dat sociale duurzaamheid, onder meer door mondiale ongelijkheden te verminderen, de toegang tot essentiële diensten te waarborgen en sociale inclusie te bevorderen, moet worden opgenomen in alle inspanningen om de SDG’s uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verwelkomt als eerste stap de meest recente versie van het Bridgetown-initiatief wat betreft klimaatactie, waarin erop wordt aangedrongen nog eens 500 miljard USD per jaar vrij te maken voor klimaatmitigatie en -adaptatie in de ontwikkelingslanden; wijst er evenwel op dat dit nog steeds niet volstaat; verzoekt de EU en haar lidstaten dan ook met klem ernaar te streven nog eens 1,3 biljoen USD per jaar uit te trekken voor klimaatmitigatie en -adaptatie alsmede verlies en schade, door middel van publieke concessionele instrumenten die geen schulden creëren, in overeenstemming met de “Baku to Belém Roadmap” die is overeengekomen tijdens COP29;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>herhaalt dat internationale samenwerking een fundamentele voorwaarde is om mondiaal vooruitgang te boeken met de SDG’s tegen 2030 en daarna en dat in die samenwerking prioriteit moet worden gegeven aan het versterken van de veerkracht, stabiliteit en autonomie van partnerlanden, met name in Afrika, door kansen voor economische en menselijke ontwikkeling te bevorderen en de nadruk weer te leggen op kernprioriteiten zoals voeding, gezondheidszorg en onderwijs; benadrukt dat er, ondanks de moeilijkheden die de huidige geopolitieke situatie met zich meebrengt, speciale aandacht moet uitgaan naar regio’s en gemeenschappen die het verst achterop zijn geraakt, om ervoor te zorgen dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten; waarschuwt ervoor dat de gevolgen van nietsdoen of verder uitstel voornamelijk zouden worden gedragen door de meest kwetsbaren, maar ook schade zouden berokkenen aan de wereld als geheel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>onderstreept hoe belangrijk ononderbroken toegang tot hoogwaardige klimaat- en milieugegevens en de nakoming van internationale rapportageverplichtingen zijn voor wetenschappelijk en empirisch onderbouwde beleidsvorming; stelt met bezorgdheid vast dat de recente geopolitieke ontwikkelingen erop wijzen dat de mondiale klimaatinfrastructuur kwetsbaar is; benadrukt bovendien dat de samenwerking tussen de EU en mondiale instellingen, het IPCC en de VN moet worden versterkt om ervoor te zorgen dat zowel het EU- als het mondiale beleid gebaseerd blijft op de meest recente klimaatwetenschap;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>erkent hoe belangrijk door landen geleide strategieën voor duurzame ontwikkeling zijn voor de verwezenlijking van de SDG’s; erkent dat benaderingen van duurzame ontwikkeling moeten worden afgestemd op de specifieke lokale context; benadrukt in dit verband de belangrijke rol van lokale en regionale overheden bij het definiëren, uitvoeren en monitoren van lokale acties en strategieën die bijdragen aan de wereldwijde verwezenlijking van de SDG’s; benadrukt bovendien dat de doeltreffende uitvoering van de SDG’s de betrokkenheid van een breed scala aan belanghebbenden vereist alsook sterkere sociale en institutionele partnerschappen, publieke en particuliere investeringen, samenwerking en gedeelde verantwoordelijkheid tussen publieke actoren, een grotere betrokkenheid van burgers, goed onderwijs en een bredere interactie tussen de publieke en de particuliere sector, de wetenschap en het maatschappelijk middenveld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat het leiderschap van de EU van cruciaal belang blijft voor de wereldwijde uitvoering van de SDG’s, met name in het licht van de diverse geopolitieke uitdagingen en aanhoudende crises; benadrukt dat de EU en haar lidstaten meer het voortouw moeten nemen bij de coördinatie van de wereldwijde inspanningen om stagnatie of achteruitgang om te buigen en de verwezenlijking van de SDG’s te vergemakkelijken en te versnellen, en tegelijkertijd een betrouwbare partner moeten blijven die doeltreffende en duurzame hulp verstrekt; benadrukt de belangrijke rol van de Europese Green Deal bij de uitvoering en de verwezenlijking van de SDG’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat er voldoende financiële middelen moeten worden vrijgemaakt voor SDG-relevante transformaties en dat beleidscoherentie en inclusiviteit op alle bestuursniveaus moeten worden bevorderd, onder meer door bij beleidsvorming en bij effectbeoordelingen door de Commissie prioriteit te geven aan de SDG’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt de EU-instellingen hun gevestigde toezeggingen na te komen om gendermainstreaming en een intersectioneel perspectief op alle EU-beleidsmaatregelen en -financiering toe te passen; betreurt het dat landen nog steeds 44 % van de gegevens missen die nodig zijn om SDG 5 te volgen en dat meer dan 80 % van de landen geen gegevens heeft over ten minste één SDG 5-streefdoel<FOOTNOTE><FIELD>https://equalmeasures2030.org/wp-content/uploads/2024/09/EM2030_2024_SDG_Gender_Index_EN_digital.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt daarom dat de nationale bureaus voor de statistiek moeten worden versterkt en dat hun mondiale coördinatie en samenwerking moeten worden verbeterd om te zorgen voor goed onderbouwde beleidsvorming en dat de resterende lacunes op het gebied van gendergegevens moeten worden gedicht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>onderstreept de grote rol van de VN en het jaarlijkse politiek forum op hoog niveau bij de monitoring en evaluatie van de uitvoering van de Agenda 2030 en de SDG’s; is van oordeel dat het politiek forum op hoog niveau 2025 moet worden benut om te zorgen voor politieke oriëntatie op hoog niveau en een nieuw elan voor het opvoeren van de inspanningen en het versnellen van de actie om de doelstellingen tegen 2030 te verwezenlijken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">SDG’s waarvoor in het kader van het politiek forum op hoog niveau 2025 een diepgaande evaluatie zal worden verricht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTINIT><STRING ITALIC="on">SDG 3. Verzeker een goede gezondheid en promoot welzijn voor alle leeftijden</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>betreurt de minimale of matige vooruitgang bij de meeste streefdoelen van SDG 3 en het steeds tragere tempo dat sinds 2015 op meerdere belangrijke gebieden wordt waargenomen; stelt met bezorgdheid vast dat minder dan 10 % van de streefdoelen van SDG 3 op schema ligt en dat waarschijnlijk minder dan een derde tegen 2030 zal worden gehaald; stelt zeer verontrust vast dat de EU ook te maken heeft gehad met tegenslagen bij ongeveer de helft van de indicatoren die Eurostat voor zijn verslag van juni 2024 heeft geanalyseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt verontrust vast dat de vooruitgang met betrekking tot universele gezondheidszorg vertraging heeft opgelopen, waardoor bijna de helft van de wereldbevolking geen toegang tot essentiële gezondheidsdiensten heeft; vindt het zeer verontrustend dat 2 miljard mensen geen ziektekostenverzekering hebben en in financiële moeilijkheden verkeren als gevolg van de kosten voor gezondheidszorg<FOOTNOTE><FIELD>https://unstats.un.org/sdgs/report/2024/The-Sustainable-Development-Goals-Report-2024.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>onderstreept dat gezondheidszorgstelsels onder steeds grotere druk komen te staan als gevolg van de vergrijzing van de wereldbevolking, een kwalitatief slechte gezondheidszorginfrastructuur en het wereldwijde tekort aan gezondheidswerkers, en herinnert eraan dat deze uitdagingen moeten worden aangepakt als we vooruitgang willen boeken op weg naar universele gezondheidszorg; beklemtoont dat er over de hele wereld aanzienlijke verschillen bestaan met betrekking tot het passende aantal gezondheidswerkers, waarbij laaginkomenslanden te maken hebben met de laagste dichtheid en spreiding; stelt vast dat in 54 landen, in meerderheid hooginkomenslanden, 1,8 miljoen gezondheidswerkers extra nodig zijn om de huidige voor leeftijd gestandaardiseerde dichtheid te handhaven<FOOTNOTE><FIELD>https://unstats.un.org/sdgs/report/2024/The-Sustainable-Development-Goals-Report-2024.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt de kwetsbaarheid van gezondheidswerkers die te maken hebben met een toenemende werklast, burn-outs en geestelijke gezondheidsproblemen; pleit voor gerichte ondersteuning, opleiding en maatregelen om eerstelijnsprofessionals te beschermen en de responscapaciteit in noodgevallen te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt dat verschillende in elkaar grijpende crises, de negatieve gevolgen van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies voor de gezondheid, de economische instabiliteit, armoede, hardnekkige ongelijkheden, met name onder kwetsbare bevolkingsgroepen en regio’s, en de steeds krappere middelen, ondanks de toenemende vraag naar gezondheidsdiensten, de gezondheidscrisis dreigen te verergeren, de mondiale gezondheidsbeveiliging dreigen te ondermijnen en de vooruitgang bij het behalen van de SDG 3-streefdoelen verder dreigen te belemmeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>betreurt de desastreuze uitwerking van de COVID-19-pandemie op de mondiale volksgezondheid en op de vooruitgang bij de verwezenlijking van de SDG 3-streefdoelen; benadrukt dat de COVID‑19-pandemie grootschalige en langdurige tekortkomingen in gezondheidszorgstelsels aan het licht heeft gebracht en heeft laten zien hoe belangrijk het is om de crisisparaatheid, de crisisresponscapaciteit en de veerkracht van gezondheidszorgstelsels te vergroten; benadrukt dat gezondheidsbedreigingen zich niet aan landsgrenzen houden en dat een lokale noodsituatie op gezondheidsgebied snel kan escaleren tot een wereldwijde pandemie, waardoor er een gecoördineerde wereldwijde reactie en versterkte internationale samenwerking door middel van robuuste multilaterale volksgezondheidsinstellingen, met name de WHO, nodig is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>betreurt ten zeerste het besluit van de VS om zich terug te trekken uit de WHO en de ontmanteling van gezondheidsprogramma’s in het kader van USAID; onderstreept dat deze beslissing ernstige gevolgen zal hebben voor het leven van mensen en voor de mondiale toegang tot gezondheidsdiensten, waardoor zwakke plekken in mondiale gezondheidssystemen worden blootgelegd en verergerd, verschillen op het gebied van gezondheidszorg toenemen en middelen onder druk komen te staan, met langetermijngevolgen voor de veiligheid en veerkracht van de mondiale gezondheidszorg; benadrukt dat deze terugtrekking een ernstige belemmering zal vormen voor de vooruitgang bij de verwezenlijking van SDG 3 doordat deze ten koste gaat van de capaciteiten voor het monitoren van gezondheidsbedreigingen, de internationale coördinatie, middelen en leiderschap bij de aanpak van gezondheidscrises en de bevordering van eerlijke toegang tot gezondheidszorg voor iedereen; verzoekt de VS terug te komen op het besluit om zich terug te trekken uit de WHO;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>erkent dat de inspanningen ter bestrijding van overdraagbare ziekten zoals hiv/aids, tuberculose, malaria en verwaarloosde tropische ziekten de afgelopen decennia tot aanzienlijke vooruitgang hebben geleid; is echter bezorgd over de toename van het aantal gevallen van malaria en tuberculose en over het feit dat er, ondanks de behaalde resultaten, nog steeds ongelijkheid bestaat en bedreigingen blijven ontstaan, waardoor veel bevolkingsgroepen in een kwetsbare positie verkeren en de wereldwijde inspanningen worden verzwakt; betreurt het ten zeerste dat de verstoring van hiv/aids-programma’s twintig jaar vooruitgang ongedaan kan maken, wat kan leiden tot meer dan 10 miljoen gevallen van hiv/aids en 3 miljoen sterfgevallen extra<FOOTNOTE><FIELD>https://www.who.int/director-general/speeches/detail/who-director-general-s-opening-remarks-at-the-media-briefing-17-march-2025.</FIELD></FOOTNOTE>; pleit voor een doeltreffender uitvoering van beleid en programma’s om de besmettingsgraad verder terug te dringen en de toegang tot behandeling en preventie te verbeteren, met name in minder ontwikkelde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>stelt vast dat miljarden mensen nog steeds lijden aan verwaarloosde tropische ziekten, waarbij het in tal van landen ontbreekt aan adequate toegang tot behandeling, waaruit blijkt dat de capaciteiten op het gebied van preventie, paraatheid en reactie van de EU en haar partners – met name in het Globale Zuiden – dringend moeten worden versterkt om ervoor te zorgen dat iedereen voordeel heeft van de wereldwijde inspanningen; dringt aan op stimulansen ter bevordering van onderzoek en ontwikkeling op het gebied van geneesmiddelen tegen tropische ziekten; dringt er bij de EU op aan proactieve maatregelen te treffen om innovatie aan te moedigen en de beschikbaarheid van geneesmiddelen te versnellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de mondiale moedersterfte sinds 2015 nagenoeg onveranderd is gebleven hoewel er verbetering is opgetreden op het gebied van vakkundige geboortebegeleiding, en het neonataal sterftecijfer en het sterftecijfer van kinderen onder de vijf jaar wereldwijd zijn afgenomen; wijst op de grote verschillen tussen laaginkomens- en hooginkomenslanden en de ernstige situatie in kwetsbare landen waar de situatie alarmerend tot zeer alarmerend is; roept op tot doortastende maatregelen in alle lidstaten en in het kader van het extern optreden van de EU om aanzienlijke vooruitgang te boeken met het streefdoel om de moedersterfte in 2030 terug te dringen, te zorgen voor universele toegang tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg, met inbegrip van toegang tot hoogwaardige kraamzorg voor moeders, vakkundige geboortebegeleiding, obstetrische hulp in noodgevallen, alomvattende pre- en postnatale zorg, gezinsplanning en legale abortus;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>wijst erop dat de afname van het aantal tienerbevallingen en toegang tot moderne voorbehoedsmiddelen niet alle vrouwen en meisjes in gelijke mate ten goede komen; wijst op de aanhoudende sociale, economische en regionale ongelijkheden die de verbreding van positieve trends verhinderen; dringt er bij de EU op aan om bij voorrang de toegang tot veilige en doeltreffende voorbehoedsmiddelen en tot legale abortuszorg in alle lidstaten te waarborgen en daartoe bij te dragen door middel van haar extern beleid; herhaalt zijn oproep om het recht op veilige en legale abortus op te nemen in het Handvest van de grondrechten van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>herinnert eraan dat de volledige verwezenlijking van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten en het handhaven van de lichamelijke autonomie van vrouwen en meisjes van cruciaal belang zijn voor het bereiken van gendergelijkheid; benadrukt dat seksuele en reproductieve gezondheid en rechten integraal deel uitmaken van universele gezondheidszorg en van cruciaal belang zijn voor de verwezenlijking van SDG 3, met name streefdoel 3.7; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat seksuele en reproductieve gezondheid en rechten in EU-initiatieven en -programma’s voor universele gezondheidszorg worden opgenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>betreurt het dat de vooruitgang met betrekking tot de negen vrijwillige mondiale doelstellingen die zijn overeengekomen in het wereldwijde monitoringkader inzake niet-overdraagbare ziekten traag en ongelijkmatig is; benadrukt dat zonder een verhoogd gebruik van deze effectieve interventies de helft van alle landen het SDG-streefdoel voor 2030 om voortijdige sterfte als gevolg van niet-overdraagbare ziekten met een derde terug te dringen, niet zal halen; roept daarom op tot versterkte, gecoördineerde en sectoroverstijgende maatregelen ter voorkoming en beheersing van niet-overdraagbare ziekten om het lijden te verminderen en vroegtijdige sterfte te voorkomen; dringt er voorts op aan prioriteit te geven aan de uitvoering van het “Best Buys”-beleid van de WHO om de primaire risicofactoren voor niet-overdraagbare ziekten, waaronder tabaksgebruik, ongezonde eetgewoonten, schadelijk alcoholgebruik, druggebruik en lichamelijke inactiviteit, aan te pakken; dringt voorts aan op de volledige toepassing van de Kaderovereenkomst voor de bestrijding van tabaksgebruik van de WHO in alle landen die de overeenkomst hebben ondertekend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verzoekt de Commissie de EU-luchtkwaliteitsnormen volledig af te stemmen op de richtsnoeren van de WHO in overeenstemming met de richtlijn luchtkwaliteit<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2024/2881 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa (PB L, 2024/2881, 20.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/2881/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; wijst erop dat duurzame steden en gemeenschappen, en in het bijzonder de aanpak van luchtverontreiniging in stedelijke gebieden, van vitaal belang zijn bij het bevorderen van gezondheid en welzijn, aangezien meer dan de helft van de wereldbevolking inmiddels in steden woont;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>roept op tot versterkte, gecoördineerde en holistische actie, meerjarige en op maat gemaakte planning en substantiële investeringen om te komen tot universele gezondheidszorg; benadrukt de noodzaak om de gezondheidszorgstelsels en het medisch personeelsbestand te versterken, te zorgen voor gelijke toegang tot hoogwaardige gezondheidszorgdiensten en veilige, doeltreffende en betaalbare geneesmiddelen en vaccins, ziektepreventie en -behandeling te bevorderen, innovatieve oplossingen te ontwikkelen en inclusieve en veerkrachtige gezondheidszorgstelsels op te bouwen; roept ook op tot actie om verzwarende milieufactoren aan te pakken, het aantal ziekten en sterfgevallen als gevolg van gevaarlijke chemicaliën en verontreiniging te verminderen, de risico’s van opkomende en terugkerende zoönotische epidemieën en pandemieën te verminderen en antimicrobiële resistentie te bestrijden; onderstreept de noodzaak om organisaties voor sociale en solidaire gezondheidszorg te ondersteunen en sociale gezondheidsdeterminanten en ongelijkheden in de toegang tot hoogwaardige zorg en diensten aan te pakken, met inbegrip van diensten op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid, met name voor kwetsbare bevolkingsgroepen zoals vrouwen en meisjes met een handicap, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar rechtstreeks getroffen regio’s en plattelands- en afgelegen gemeenschappen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>benadrukt de noodzaak van horizontale programmering in het gezondheidsbeleid en van investeringen in paraatheid voor gezondheidsbedreigingen en in veerkrachtige openbare gezondheidsstelsels; dringt erop aan meer te investeren in onderzoek en ontwikkeling op het gebied van vaccins en geneesmiddelen voor overdraagbare en niet-overdraagbare ziekten die hoofdzakelijk in ontwikkelingslanden voorkomen teneinde toegang te verschaffen tot betaalbare essentiële geneesmiddelen en vaccins; betreurt dat in 2022 20,5 miljoen kinderen verstoken zijn gebleven van levensreddende vaccins<FOOTNOTE><FIELD>https://unstats.un.org/sdgs/report/2024/The-Sustainable-Development-Goals-Report-2024.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; stelt vast dat er sprake moet zijn van eerlijke toegang tot vaccins wil de mondiale reactie doeltreffend zijn; dringt erop aan gebruik te maken van initiatieven als Global Gateway om investeringen in de lokale productie van geneesmiddelen en medische technologieën te bevorderen en toekomstige noodsituaties in de volksgezondheid te voorkomen door de capaciteiten over de hele wereld te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>bevestigt zijn inzet voor de “één gezondheid”-benadering; is van oordeel dat toepassing van de “één gezondheid”-benadering van vitaal belang is om vooruitgang te boeken met betrekking tot SDG 3; onderstreept voorts dat de Commissie en de lidstaten de mondiale gezondheidsstrategie van de EU volledig moeten uitvoeren en de uitvoering ervan moeten monitoren en regelmatig verslag moeten uitbrengen aan het Parlement over de verwezenlijking van de bijbehorende doelstellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>herinnert eraan dat de toegang tot betaalbare geneesmiddelen van goede kwaliteit ook afhangt van de overdracht van technologie en kennis; benadrukt daarom de flexibiliteiten in de Overeenkomst inzake de handelsaspecten van de intellectuele eigendom van de WHO (Trips), die in de Verklaring van Doha zijn bevestigd, als legitieme beleidsmaatregelen die regeringen kunnen gebruiken om de volksgezondheid te beschermen en te bevorderen door beperkingen en waarborgen te stellen aan de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten; dringt er bij de EU op aan ervoor te zorgen dat dit doel volledig wordt ondersteund door haar handelsovereenkomsten met ontwikkelingslanden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>beklemtoont dat milieurisico’s verantwoordelijk zijn voor een kwart van de wereldwijde ziektelast<FOOTNOTE><FIELD>https://www.who.int/data/gho/data/themes/public-health-and-environment.</FIELD></FOOTNOTE>; wijst erop dat de gezondheid van mens en dier volgens de “één gezondheid”-benadering afhankelijk is van de gezondheid van de aarde en dat een gezond leefmilieu een universeel mensenrecht en een fundamentele pijler is voor duurzame ontwikkeling en menselijk welzijn; is verheugd over de brede steun in de Algemene Vergadering van de VN voor de erkenning van het recht op een schoon, gezond en duurzaam milieu als universeel mensenrecht<FOOTNOTE><FIELD>https://docs.un.org/en/A/RES/76/300.</FIELD></FOOTNOTE> en dringt aan op de doeltreffende bescherming ervan op EU-niveau; benadrukt dat de gevaarlijkste chemische stoffen moeten worden verboden, waaronder hormoonontregelende stoffen, en dat PFAS-chemicaliën die nooit afbreken moeten worden uitgebannen, waarbij het gebruik ervan alleen mag worden toegestaan wanneer dat van essentieel belang is voor kritieke sectoren, zoals medische apparatuur, geneesmiddelen en producten die nodig zijn voor de dubbele transitie naar een klimaatneutrale en digitale economie; benadrukt dat ook de uitvoer van in de EU verboden chemische bestrijdingsmiddelen naar derde landen moet worden verboden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>vestigt de aandacht op de toenemende gezondheidsrisico’s als gevolg van de klimaatcrisis, waaronder een toename van hittegerelateerde ziekten, ademhalingsziekten en hart- en vaatziekten, en de verspreiding van vector- en watergedragen ziekten; dringt aan op specifieke inspanningen om kwetsbare bevolkingsgroepen, zoals ouderen, kinderen, personen met reeds bestaande aandoeningen, personen met een handicap en leden van gemeenschappen met lage inkomens, die onevenredige klimaatgerelateerde gezondheidsrisico’s lopen, te beschermen; dringt aan op de uitvoering van gelokaliseerde hitteactieplannen, toegankelijke opvangplaatsen en gerichte outreachactiviteiten tijdens extreme weersomstandigheden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt bovendien dat extreme weersomstandigheden de gezondheidszorginfrastructuur, de energievoorziening en de toeleveringsketens verstoren, en daarmee de toegang tot acute medische verzorging en behandeling bemoeilijken; benadrukt dat moet worden geïnvesteerd in klimaatbestendige gezondheidszorgstelsels, met rampenbestendige infrastructuur, hernieuwbare energiebronnen bij medische faciliteiten en robuuste water- en rioleringsstelsels; dringt aan op de integratie van systemen voor vroegtijdige waarschuwing, mobiele gezondheidsposten en gedecentraliseerde zorgmodellen op gemeenschapsbasis om de continuïteit van zorgverlening tijdens klimaatnoodtoestanden te waarborgen; verzoekt de Commissie en de lidstaten om klimaatbestendigheid op te nemen in alle beleidsmaatregelen op het gebied van de volksgezondheid en de nationale gezondheidsstrategieën; spoort het gebruik aan van op de SDG’s afgestemde indicatoren om de gezondheidseffecten van de klimaatverandering te monitoren en vorm te geven aan de adaptatiestrategieën op EU- en nationaal niveau;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">SDG 5. Bereik gendergelijkheid en empowerment voor alle vrouwen en meisjes</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>is ernstig bezorgd over de trage vooruitgang op weg naar gendergelijkheid, waarbij de meeste indicatoren niet op schema liggen, waardoor verdere achteruitgang dreigt voor gendergelijkheid en vrouwenrechten, onder meer door acties die de burgerruimte voor vrouwenrechtenverdedigers verkleinen; is van mening dat bezuinigingen op ontwikkelingshulp nu al een negatief effect hebben op de emancipatie van vrouwen en gendergelijkheid; herhaalt dat gendergelijkheid zowel een afzonderlijk doel is als een katalysator voor de vooruitgang van de andere SDG’s; roept de EU ertoe op een krachtige internationale voortrekkersrol te spelen bij de bevordering van gendergelijkheid en vrouwenrechten door middel van beleid en financiële bijstand;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>dringt aan op versnelde, gerichte maatregelen om een einde te maken aan alle vormen van geweld en intimidatie jegens vrouwen en meisjes, met inbegrip van seksueel en gendergerelateerd geweld en door technologie gefaciliteerd gendergerelateerd geweld, alsook om een einde te maken aan schadelijke praktijken zoals kindhuwelijken, huwelijken op jonge leeftijd en gedwongen huwelijken, zogeheten eergerelateerd geweld, sterilisatie en vrouwelijke genitale verminking; herinnert eraan dat meer dan 230 miljoen meisjes en vrouwen vrouwelijke genitale verminking hebben ondergaan<FOOTNOTE><FIELD>https://www.who.int/news-room/fact-sheets/detail/female-genital-mutilation.</FIELD></FOOTNOTE>, en betreurt het feit dat uit nieuwe schattingen een toename van 30 miljoen gevallen blijkt ten opzichte van 2016<FOOTNOTE><FIELD>https://www.unicef.org/press-releases/over-230-million-girls-and-women-alive-today-have-been-subjected-female-genital.</FIELD></FOOTNOTE>; blijft ernstig bezorgd over de hoge moedersterfte wereldwijd, vooral in laag- en middeninkomenslanden; benadrukt dat verkrachting een van de meest wijdverbreide mensenrechtenschendingen blijft en dringt aan op de vaststelling van een gemeenschappelijke definitie van verkrachting op basis van het ontbreken van instemming; benadrukt dat de SDG 5-streefdoelen ook een belangrijke rol moeten spelen in de betrekkingen van de EU met andere landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>benadrukt dat vrouwen onevenredig zwaar worden getroffen door klimaatverandering, met name in de minst ontwikkelde landen en plattelandsgebieden; onderstreept dat deze onevenredige impact hun levensonderhoud, gezondheid en veiligheid ernstig bedreigt, onder meer door een grotere voedsel- en wateronzekerheid, een grotere blootstelling aan gendergerelateerd geweld in het kader van van klimaatgerelateerde ontheemding en migratie, en een grotere economische instabiliteit door de afhankelijkheid van klimaatgevoelige sectoren; benadrukt dat vier op de vijf personen die door de klimaatcrisis ontheemd raken, vrouwen en meisjes zijn<FOOTNOTE><FIELD>https://www.un.org/en/climatechange/science/climate-issues/women#:~:text=When%20extreme%20weather%20disasters%20strike%2C%20women%20and,of%20climate%20change%20are%20women%20and%20girls.</FIELD></FOOTNOTE>; dringt erop aan in klimaatactieplannen steun voor vrouwen op te nemen en ervoor te zorgen dat vrouwen op alle niveaus deelnemen aan de besluitvorming over het klimaat; dringt erop aan gezondheidszorgstelsels te versterken om klimaatgerelateerde ziekten bij vrouwen aan te pakken, en onderwijs over klimaatadaptatie te bevorderen; kijkt uit naar het nieuwe genderactieplan in het kader van het UNFCCC; verzoekt de Commissie en de lidstaten een leidende rol op zich te nemen bij de vaststelling van een nieuw ambitieus en doeltreffend genderactieplan tijdens de COP30;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>betreurt het dat de seksuele en reproductieve rechten van vrouwen wereldwijd nog altijd beperkt zijn en benadrukt hoe belangrijk het is de barrières te slechten die verhinderen dat vrouwen beslissingen nemen over anticonceptie, toegang tot gezondheidszorg en seksuele instemming, en erkent dat sociaal-economische factoren, onderwijs en geografische ligging van grote invloed zijn op het vermogen van vrouwen om deze rechten uit te oefenen; herinnert aan de toewijding van de EU aan het bevorderen, het beschermen en het garanderen van de uitoefening van het recht van elk individu om volledige zeggenschap te hebben, en in vrijheid en verantwoordelijkheid te beslissen over zaken die haar of zijn seksualiteit en seksuele en reproductieve rechten aangaan, zonder discriminatie, dwang of geweld; waarschuwt ervoor dat streefdoelen van SDG 5 niet zullen worden gehaald als universele toegang tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten niet wordt gegarandeerd in de EU en wereldwijd, en dringt er bij de EU op aan deze vraag prioriteit geven in beleid en financiering, en het recht op legale en veilige abortus te verankeren in het Handvest van de grondrechten van de EU; herhaalt dat alle vrouwen toegang moeten hebben tot seksuele en reproductieve gezondheidszorg, onder meer voor gezinsplanning, informatievoorziening en voorlichting, en roept op tot de integratie van reproductieve gezondheid in nationale strategieën en programma’s; dringt erop aan meer te investeren op deze gebieden om toegang tot alomvattende en niet-discriminerende zorg te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>dringt aan op voortzetting van de financiering van programma’s die gericht zijn op het bevorderen van de rechten, de empowerment en de autonomie van vrouwen en de bestrijding van alle vormen van gendergerelateerd geweld; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat gender als belangrijke of hoofddoelstelling wordt opgenomen in 85 % van alle nieuwe acties in het kader van het externe optreden en dat 20 % van de officiële ontwikkelingshulp in elk land wordt toegewezen aan programma’s met gendergelijkheid als een van de voornaamste doelstellingen; verzoekt de Commissie voorts te zorgen voor de stelselmatige uitvoering van grondige genderanalyses, genderspecifieke gegevensverzameling, genderresponsieve budgettering en gendereffectbeoordelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>betreurt het dat de hulp van donoren van de Commissie voor ontwikkelingsbijstand (DAC) van de OESO voor gendergelijkheid in 2022 is gedaald, waarmee na een decennium van groei voor het eerst sprake is van een daling<FOOTNOTE><FIELD>https://www.oecd.org/en/publications/development-finance-for-gender-equality-2024_e340afbf-en.html.</FIELD></FOOTNOTE>; merkt op dat slechts 4 % van de toewijsbare officiële ontwikkelingshulp gendergelijkheid als voornaamste doelstelling had<FOOTNOTE><FIELD>https://www.oecd.org/en/publications/development-finance-for-gender-equality-2024_e340afbf-en.html.</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat er extra middelen moeten worden vrijgemaakt om de voortgang naar gendergelijkheid te hervatten; betreurt dat sinds de introductie van het GAP III slechts 3,8 % van alle genderresponsieve/-gerichte acties gendergelijkheid als hoofddoelstelling heeft en achterblijft bij het in de NDICI-verordening vastgestelde streefcijfer van 5 %<FOOTNOTE><FIELD>Verordening (EU) 2021/947 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2021 tot vaststelling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld, tot wijziging en intrekking van Besluit nr. 466/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU) 2017/1601 en Verordening (EG, Euratom) nr. 480/2009 van de Raad (PB L 209 van 14.6.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/947/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt de lidstaten en de Commissie het aantal EU-acties met bevordering van gendergelijkheid als een van de voornaamste doelstellingen aanzienlijk te verhogen; verzoekt de EU de financiering voor multilaterale fondsen voor gendergelijkheid, zoals UN Women, en voor seksuele en reproductieve gezondheid, zoals het VN-Bevolkingsfonds en het Wereldfonds voor de bestrijding van aids, tuberculose en malaria, te verhogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>wijst erop dat vrouwen in het algemeen de meeste onbetaalde huishoudelijke en zorgtaken verrichten, wat huishoudens met een laag inkomen opzadelt met onevenredig zware lasten en bijdraagt aan de armoede, ongelijkheid, onzekere levensomstandigheden en een lagere arbeidsparticipatie onder vrouwen; dringt erop aan het recht van elke vrouw om werk en privéleven met elkaar in evenwicht te brengen krachtiger te bevorderen op basis van gezamenlijke verantwoordelijkheid en arbeidsomstandigheden die de combinatie van werk, gezin en privéleven vergemakkelijken; roept op tot versnelde inspanningen om de loon- en de pensioenkloof tussen mannen en vrouwen te dichten, waaronder in de zorgeconomie, en om horizontale en verticale arbeidsmarktsegregatie aan te pakken; pleit voorts voor inspanningen om ervoor te zorgen dat vrouwen volledig, gelijkwaardig en betekenisvol kunnen deelnemen aan en een leidende rol kunnen spelen in besluitvormingsfuncties en -kansen in de publieke en de particuliere sector, onder meer met betrekking tot alle aspecten van vrede en veiligheid; pleit voor verdere bevordering van de participatie van vrouwen op het gebied van wetenschap, technologie, engineering en wiskunde;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>erkent de dringende noodzaak om te reageren op negatieve ontwikkelingen die de vooruitgang op het gebied van gendergelijkheid in de EU belemmeren, waaronder gendergerelateerd geweld, en op het heersende seksistische politieke discours; is in dit verband ingenomen met de routekaart voor vrouwenrechten van de Commissie als kompas voor toekomstige EU-maatregelen op dit gebied, zowel binnen als buiten de Unie, en voor het vormgeven van de nieuwe strategie voor gendergelijkheid vanaf 2026; benadrukt dat deze routekaart de uitvoering van wetgevings- en niet-wetgevingsmaatregelen gericht op meer vooruitgang en verantwoording met betrekking tot SDG 5 moet bevorderen en roept op tot een sterkere betrokkenheid van de lidstaten; dringt aan op een alomvattende aanpak ten aanzien van seksuele en reproductieve gezondheidszorg, intersectionele discriminatie en de bescherming van kwetsbare vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>betreurt het toenemende aantal onrechtmatige aanvallen tegen maatschappelijke organisaties, met name vrouwenrechtenorganisaties, zowel in de EU als wereldwijd; benadrukt dat een beschermingsmechanisme voor mensenrechtenverdedigers in de EU moet worden ingesteld, met bijzondere aandacht voor vrouwen, lhbtiq+-personen en mensenrechtenverdedigers op het gebied van seksuele en reproductieve gezondheid en rechten; dringt aan op de volledige uitvoering van gendergelijkheidsbeleid (genderactieplan, gendergelijkheidsstrategie), ook van de componenten daarvan met betrekking tot seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, en dringt erop aan adequate financiering uit te trekken voor die uitvoering, ook voor organisaties op het gebied van vrouwenrechten en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten, en op voorlichting over gezinsplanning, betaalbare anticonceptie, gratis, veilige en legale abortus en kraamzorg voor moeders; benadrukt dat vrouwenrechtenorganisaties systematisch ondergefinancierd blijven en minder dan 1 % van de wereldwijde officiële ontwikkelingshulp ontvangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>erkent dat ondanks de vooruitgang 122 miljoen meisjes wereldwijd nog steeds niet naar school gaan<FOOTNOTE><FIELD>https://www.unwomen.org/en/news-stories/press-release/2025/03/fast-facts-30-years-of-uneven-progress-for-adolescent-girls.</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat gelijke toegang tot onderwijs van essentieel belang is voor duurzame ontwikkeling, armoedebestrijding en economische welvaart, aangezien hiermee meisjes en vrouwen in staat worden gesteld volledig deel te nemen aan de maatschappij; pleit voor de opneming van genderresponsieve strategieën in het onderwijsbeleid om deze ongelijkheden aan te pakken; verzoekt de lidstaten te zorgen voor voorlichting op basis- en middelbare scholen dat gericht is op de bestrijding van gendergerelateerd geweld en genderstereotypering; onderstreept dat investeringen in onderwijs voor meisjes grote voordelen oplevert voor de komende generaties, door rechtstreeks bij te dragen tot de verwezenlijking van hun grondrechten en bescherming tegen alle vormen van geweld, alsook door bij te dragen aan een beter welzijn voor de hele samenleving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>erkent de onevenredige kwetsbaarheid van vrouwen en meisjes in conflictsituaties en tijdens humanitaire crisis, onder meer in de vorm van een verhoogd risico op seksueel en gendergerelateerd geweld, ontheemding en de ontwrichting van essentiële diensten; wijst nogmaals op de cruciale rol die vrouwen en meisjes vervullen bij vredesopbouw, conflictoplossing en wederopbouw in de nasleep van conflicten, en benadrukt hun essentiële deelname aan vredesonderhandelingen en besluitvormingsprocessen, zoals uiteengezet in de agenda voor vrouwen, vrede en veiligheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>pleit voor een krachtiger beleid en doortastendere maatregelen ter bevordering van de toegang tot grond, kredieten, ondernemerschap en onderwijs, alsook tot werkgelegenheid en gezondheidszorg, met name voor vrouwen en meisjes die zich in kwetsbare omstandigheden bevinden, vrouwen met een handicap, zwangere vrouwen en vrouwen in plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>neemt nota van de lessen die zijn getrokken uit het gezamenlijk verslag 2024 getiteld “Are we getting there? A synthesis of the UN system evaluations of SDG 5”, waaronder het belang van daadwerkelijke betrokkenheid van mannen en jongens bij programma’s en initiatieven die hen voorlichten en ondersteunen bij de gedragsverandering die nodig is om de streefdoelen te halen, en een duurzamere en volledigere prioritering van de streefdoelen in een humanitaire context;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>betreurt de achteruitgang van lhbtiq+-rechten en de transfobie die een bedreiging vormt voor gendergelijkheid; hekelt het feit dat tussen 2021 en 2022 drie anti-lhbtiq+-organisaties alleen al een inkomen van 1 miljard USD rapporteerden, tegenover 8 000 begunstigden van subsidies voor lhbtiq+-personen die in totaal 905 miljoen USD ontvingen<FOOTNOTE><FIELD>Beleidsnota ODI, “Where next for feminist foreign policy on funding feminist movements?”, https://media.odi.org/documents/ODI-ET-FundingMovements-PB-EN-May24-Final.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; waarschuwt voor de zorgwekkende toename van antigenderfinanciering waarmee wordt beoogd de geleidelijke vooruitgang van vrouwen- en lhbtiq+-rechten in de afgelopen decennia teniet te doen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt de EU om bekeringscentra in de lidstaten te verbieden en al het mogelijke te doen om deze praktijk overal te voorkomen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">SDG 8. Bevorder aanhoudende, inclusieve en duurzame economische groei, volledige en productieve tewerkstelling en waardig werk voor iedereen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>stelt verontrust vast dat van de SDG’s waarvoor in het kader van het politiek forum op hoog niveau 2025 een diepgaande evaluatie zal worden verricht, de streefdoelen van SDG 8 het meest te kampen hebben met stagnatie of achteruitgang;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>is bezorgd over de achteruitgang in het afgelopen decennium van de arbeidsrechten, de vrijheid van vereniging en de rechten inzake collectieve onderhandeling, en wijst op de negatieve gevolgen daarvan voor de sociale rechtvaardigheid en de inspanningen om productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen te bevorderen; overwegende dat een vijfde van de wereldbevolking in landen woont waar een hoge mate van ongelijkheid heerst<FOOTNOTE><FIELD>https://www.worldbank.org/en/publication/poverty-prosperity-and-planet.</FIELD></FOOTNOTE>; bevestigt dat de sociale maatregelen moeten worden versterkt om de ongelijkheid aan te pakken overeenkomstig het beginsel dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten, rekening houdend met de sociale gevolgen van inflatie, de stijgende druk op de begroting, de geopolitieke spanningen en de risico’s van klimaatverandering en extreme weersomstandigheden voor de gezondheid en veiligheid van werknemers; benadrukt het belang van een rechtvaardige transitie voor de decarbonisatie van de economie, om ervoor te zorgen dat de transitie voor alle betrokkenen zo eerlijk en inclusief mogelijk verloopt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>dringt aan op krachtiger beleid en doortastende maatregelen om inclusieve en duurzame economische ontwikkeling te bevorderen; dringt er bij de EU en de mondiale partners op aan gebruik te maken van instrumenten zoals de Global Gateway om meerdere financieringsbronnen aan te boren, waaronder investeringen uit de particuliere sector, sociale en milieunormen te eerbiedigen en het scheppen van fatsoenlijke banen te bevorderen, zodat de inkomensongelijkheid wordt teruggedrongen en niemand achterblijft; erkent de rol van particuliere financiering om de financieringskloof voor het bereiken van de SDG’s te dichten; benadrukt echter dat overheidsinvesteringen in kritieke diensten zoals gezondheidszorg, onderwijs en sociale bescherming nodig blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>benadrukt dat het zaak is territoriale ongelijkheden en ongelijkheden op het gebied van huisvesting aan te pakken door de toegang tot betaalbare, toereikende en energie-efficiënte huisvesting te ondersteunen, met name in achtergestelde stedelijke en plattelandsgebieden; pleit voor meer investeringen in geïntegreerd sociaal opbouwwerk, sociale infrastructuur en basisvoorzieningen ter bevordering van sociale cohesie en economische inclusie; pleit voor de ondersteuning van lokale en regionale overheden bij de uitvoering van duurzame, inclusieve en veerkrachtige ontwikkelingsstrategieën die een verband leggen tussen klimaat, gezondheid, huisvesting, mobiliteit en sociale inclusie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>stelt bezorgd vast dat de economische groei in veel ontwikkelingslanden langzaam en ongelijk blijft en vaak gehinderd wordt door structurele tekortkomingen, economische ongelijkheden, politieke instabiliteit, externe schokken en de toenemende gevolgen van de klimaatverandering; benadrukt dat lokale initiatieven die gericht zijn op unieke behoeften van de gemeenschap een essentiële rol spelen bij het bevorderen van billijke economische groei; benadrukt dat regionale samenwerking inzake economische corridors de handel, investeringen, duurzame industrialisering en economische diversificatie ten goede komt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>pleit voor meer publieke en particuliere investeringen in onderzoek, duurzame bedrijfspraktijken, de groene en de digitale transitie, hoogwaardig onderwijs en de ontwikkeling van vaardigheden, met inbegrip van bij- en omscholing, en voor afstemming daarvan op de marktvraag, alsook voor de ondersteuning van kleine, middelgrote en startende ondernemingen bij de toegang tot financiering en de bevordering van investeringen en innovatie; herhaalt dat bijzondere aandacht moet uitgaan naar de bevordering van de economische empowerment van vrouwen en naar gelijke toegang tot zakelijke kansen; pleit voor inclusief beleid ten behoeve van personen met een handicap op de werkplek;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>herhaalt het belang van beleid ter ondersteuning van werkgelegenheid, onderwijs en beroepsopleiding voor jongeren; wijst op het belang van de groeiende groep jongeren in het Globale Zuiden voor duurzame ontwikkeling; wijst er met klem op dat het belangrijk is de banden tussen onderwijs, de ontwikkeling van vaardigheden en werkgelegenheid te versterken, om toegang tot fatsoenlijk werk mogelijk te maken op de snel veranderende arbeidsmarkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>benadrukt dat initiatieven die gericht zijn op het stimuleren van economische groei hand in hand moeten gaan met sociale rechtvaardigheid, gendergelijkheid, arbeidsrechten en milieubescherming; verzoekt de EU zich constructief in te zetten voor en te werken aan de goedkeuring van het VN-verdrag inzake bedrijfsleven en mensenrechten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>betreurt het feit dat wereldwijd meer dan de helft van de beroepsbevolking een informele baan heeft<FOOTNOTE><FIELD>https://www.oecd.org/content/dam/oecd/en/publications/reports/2023/04/informality-and-globalisation_d7548f2e/c945c24f-en.pdf, https://unstats.un.org/sdgs/report/2024/The-Sustainable-Development-Goals-Report-2024.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>, hetgeen een aanzienlijke belemmering vormt voor sociale rechtvaardigheid en inclusieve groei; is zeer bezorgd over het feit dat in de minst ontwikkelde landen, in Sub-Saharaans Afrika en in Centraal- en Zuid-Azië, bijna negen van de tien werkenden nog altijd informeel werk verrichten<FOOTNOTE><FIELD>https://unstats.un.org/sdgs/report/2024/The-Sustainable-Development-Goals-Report-2024.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>merkt op dat, hoewel het bruto binnenlands product een belangrijke indicator van economische prestaties blijft, aanvullende maatstaven in aanmerking moeten worden genomen die de sociale en milieudimensies weerspiegelen om tot een evenwichtigere en beter onderbouwde economische beleidsvorming te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>pleit voor aanvullende maatregelen om dwangarbeid en mensenhandel uit te bannen en een einde te maken aan elke vorm van kinderarbeid, met inbegrip van de rekrutering en inzet van kindsoldaten;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">SDG 14. Behoud en maak duurzaam gebruik van oceanen, zeeën en maritieme hulpbronnen</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>wijst op de verontrustende trends op het gebied van mariene verontreiniging, eutrofiëring van kustgebieden, oceaanverzuring, stijgende temperaturen, overbevissing, afnemende mariene biodiversiteit, vernietiging van habitats, onduurzame industriële praktijken, onderwatergeluid en verontreiniging van de binnenwateren, die afzonderlijk en samen een bedreiging vormen voor mariene ecosystemen en kustgemeenschappen, met name in ontwikkelingslanden en kwetsbare regio’s, en het bereiken van de SDG 14-streefdoelen in de weg staan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>betreurt het gebrek aan daadwerkelijke vooruitgang bij het behalen van de SDG 14-streefdoelen en de soms verslechterde vooruitzichten in dit verband, met name door het gebrek aan doeltreffende maatregelen in combinatie met toenemende economische druk; stelt verontrust vast dat geen van de streefdoelen van SDG 14 voor 2020 is behaald; is van mening dat de minimale of matige vooruitgang en de hoge mate van stagnatie en regressie betekenen dat de wereldwijde actie qua snelheid en omvang lang niet volstaat om de streefdoelen van SDG 14 tijdig te kunnen behalen; herinnert eraan dat een gelijke verdeling van zowel de baten als de lasten essentieel is voor de uitvoering van SDG 14;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>merkt op dat SDG 14 een van de slechtst gefinancierde SDG’s is en dat het huidige financieringstekort wordt geschat op ongeveer 150 miljard USD per jaar; benadrukt dat de VN-oceaanconferentie van 2025 een nieuwe impuls moet geven aan het dichten van de bestaande financieringskloof en het creëren van een stabiel en gunstig klimaat voor het mobiliseren van meer financiering voor de verwezenlijking van de streefdoelen van SDG 14; verzoekt de EU en haar lidstaten meer geld uit te trekken voor de bescherming en het herstel van de mariene ecosystemen; verzoekt de Commissie specifieke middelen aan het Europees oceaanpact toe te wijzen voor de bescherming van de oceanen en de rechtvaardige transitie naar een duurzame blauwe economie die kustgemeenschappen, economische groei en de samenleving als geheel ten goede komt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>benadrukt de noodzaak om de oceanen als een eenheid te beschermen en duurzaam te gebruiken; pleit voor een holistische benadering waarin milieubescherming en -herstel, welvaart, sociale rechtvaardigheid, duurzaamheid en concurrentievermogen worden geïntegreerd, en voor een alomvattend kader dat als enig referentiepunt dient voor al het oceaangerelateerd beleid; verwacht dat het aanstaande Europese oceaanpact een internationaal voorbeeld zal stellen door al het oceaangerelateerde beleid op holistische wijze te benaderen en te zorgen voor samenhang tussen alle beleidsterreinen die verband houden met de oceanen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>is van mening dat er dringend behoefte is aan bindende mondiale maatregelen en een op ecosystemen gebaseerde aanpak om tekortkomingen aan te pakken, maatregelen te versnellen en de gezondheid van de oceanen op lange termijn te waarborgen, ook en vooral onder veranderende klimaatomstandigheden; benadrukt dat dergelijke maatregelen de bescherming van mensenrechten en van onze mariene ecosystemen moeten waarborgen; acht het van groot belang de rechtvaardige transitie naar duurzame visserij te ondersteunen, illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te bestrijden, het toenemend aantal invasieve uitheemse soorten aan te pakken, de transparantie in de vis- en schaal- en schelpdiersector te vergroten, de rechten van kleinschalige vissers te beschermen, de inspanningen voor het behoud en herstel van de zee te vergroten en een mondiaal verdrag inzake verontreiniging door kunststoffen vast te stellen; herinnert eraan dat de EU-verordening natuurherstel een van de instrumenten is waarmee de EU haar internationale verbintenissen inzake het herstel van mariene en kustecosystemen kan nakomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>dringt aan op krachtigere mondiale maatregelen om de verzuring van de oceanen en het warmtegehalte van de oceanen aan te pakken, teneinde de rol van de oceanen als de belangrijkste koolstofput op de planeet veilig te stellen en het mariene leven en het voedselweb te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>is ingenomen met de aanneming van het VN-verdrag inzake de volle zee (“Biodiversity Beyond National Jurisdiction Agreement” of BBNJ); betreurt echter dat op heden slechts een van de 27 EU-lidstaten dit verdrag heeft geratificeerd; dringt er bij alle lidstaten op aan hun individuele ratificatieprocessen snel af te ronden; verzoekt de partijen hun werkzaamheden ten behoeve van de VN-dialoog over oceanen en klimaatverandering voort te zetten en de snelle uitvoering van de overeenkomst te waarborgen, onder meer door middelen vrij te maken uit het “Global Ocean Programme” van de EU; is ingenomen met het voorstel van de Commissie om het VN-Verdrag voor de volle zee op te nemen in het Unierecht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>herinnert aan de toezegging in het kader van streefdoel 3 van het mondiaal biodiversiteitskader van Kunming-Montreal om tegen 2030 ten minste 30 % van de land- en binnenwatergebieden en van de zee- en kustgebieden doeltreffend te beschermen door beschermde gebieden en andere doeltreffende gebiedsgebonden instandhoudingsmaatregelen in te stellen; is van mening dat er meer inspanningen moeten worden verricht voor de verdere uitbreiding van beschermde kust- en mariene gebieden om het streefcijfer van 30 % te halen, en de instandhouding en het duurzame beheer van mariene soorten, habitats, ecosystemen en hulpbronnen te vergemakkelijken; betreurt dat de EU niet op schema ligt om haar streefcijfer te bereiken om tegen 2030 30 % van haar zeegebieden te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>maakt zich zorgen over de toenemende mariene verontreiniging, die tegen 2040 naar verwachting zal zijn verdubbeld of verdrievoudigd; benadrukt dat een groot deel van de verontreinigingsdruk op de oceanen het gevolg is van activiteiten op het land; dringt met klem aan op strengere maatregelen en versnelde uitvoering om een einde te maken aan de mariene verontreiniging, zowel op EU- als op internationaal niveau; benadrukt dat kunststoffen de grootste, schadelijkste en hardnekkigste vorm van zwerfvuil op zee vormen; betreurt het feit dat het allereerste mondiaal bindende instrument inzake verontreiniging door kunststoffen nog niet is vastgesteld; dringt aan op de vaststelling van een ambitieus bindend mondiaal verdrag inzake verontreiniging door kunststoffen bij de hervatting van de intergouvernementele onderhandelingen in 2025; steunt het standpunt van de EU dat de definitieve overeenkomst een streefdoel met betrekking tot de beperking van de productie van primaire kunststofpolymeren moet bevatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is vooruitgang te boeken bij het bevorderen van het EU‑actieplan om de verontreiniging tot nul terug te brengen, hetgeen belangrijke doelstellingen bevat voor de verbetering van de waterkwaliteit, de vermindering van de afvalproductie en het terugdringen van nutriëntenverlies; merkt op dat slechts 37 % van de Europese oppervlaktewateren in een gezonde ecologische toestand verkeert en dat verontreiniging door nutriënten meer dan 75 miljard EUR per jaar kost<FOOTNOTE><FIELD>https://environment.ec.europa.eu/topics/water/water-wise-eu/polluted-water_en.</FIELD></FOOTNOTE>; merkt bovendien op dat volgens het verslag over de monitoring van nulverontreiniging en vooruitzichten 2025 slechts twee van de streefdoelen inzake nulverontreiniging op schema liggen; wijst erop dat de uitvoering en de handhaving van de milieuwetgeving van cruciaal belang zijn voor het behalen van de doelstellingen voor 2030 om de verontreiniging tot nul terug te dringen, en dat er aanvullende maatregelen nodig zijn; herhaalt zijn verzoek aan de Commissie om ambitieuze EU-streefdoelen voor 2030 voor te stellen teneinde de materiaal- en de consumptievoetafdruk van de EU tegen 2050 aanzienlijk te verkleinen en binnen de grenzen van de planeet te brengen, zoals vereist uit hoofde van het 8e milieuactieprogramma; benadrukt voorts dat moderne technologieën, waaronder artificiële intelligentie, moeten worden gebruikt om verontreiniging te monitoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>wijst erop dat het belangrijk is dat bij diepzeemijnbouw het voorzorgsbeginsel wordt toegepast; herhaalt in dit verband zijn steun voor een internationaal moratorium op vergunningen voor commerciële diepzeemijnbouw totdat de effecten van diepzeemijnbouw op het mariene milieu, de biodiversiteit en menselijke activiteiten op zee voldoende zijn bestudeerd en onderzocht<FOOTNOTE><FIELD>Resolutie van het Europees Parlement van 7 februari 2024 over het recente besluit van Noorwegen om diepzeemijnbouw in het noordpoolgebied te bevorderen (PB C, C/2024/6333 van 7.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6333/oj)..</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>benadrukt dat de aanhoudende afname van duurzame vispopulaties duidelijk maakt dat er een verbeterd regelgevingskader nodig is, volgens een ecosysteemgerichte aanpak in combinatie met efficiënte, transparante monitoringsystemen, teneinde duurzame visserijpraktijken te bevorderen en illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te bestrijden; is ingenomen met de WTO-Overeenkomst inzake visserijsubsidies als een belangrijke stap in de richting van het beëindigen van schadelijke subsidies die bijdragen aan overbevissing; verzoekt de WTO-leden die dit nog niet hebben gedaan, hun akten van aanvaarding neer te leggen zodat de Overeenkomst in werking kan treden; dringt er voorts bij de WTO-lidstaten op aan voor het milieu schadelijke subsidies voor maritieme economische activiteiten, waaronder schadelijke visserijsubsidies, geleidelijk af te schaffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>erkent dat duurzame visserijpraktijken waarbij de gemeenschap wordt betrokken, een essentiële rol spelen bij het terugdringen van overbevissing en het waarborgen van de duurzaamheid van de mariene hulpbronnen op lange termijn; herinnert eraan dat veel kleinschalige visserijgemeenschappen nog steeds te maken hebben met marginalisatie en oneerlijke concurrentie; merkt op dat het van essentieel belang is de veerkracht van kust- en eilandgemeenschappen en het potentieel van de blauwe economie te bevorderen, overeenkomstig de milieuwetgeving en -doelstellingen van de EU, door te zorgen voor toegang tot drinkwater, duurzaam vervoer, op regels gebaseerde visserij, duurzaam toerisme, ondernemerschap en een eerlijke toegang tot diensten; verzoekt de Commissie internationale normen inzake duurzame visserij te bevorderen, onder meer om wereldwijd een gelijk speelveld te creëren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>verzoekt de EU haar steun voor de oceaanwetenschappen te herbevestigen en op te voeren; is voorstander van het bevorderen van wetenschappelijk onderzoek en de verspreiding van nauwkeurige gegevens, naast de ontwikkeling en uitwisseling van beste praktijken; benadrukt dat het beleid inzake oceaanbeheer samen moet gaan met inheemse en traditionele kennis, wetenschap en maatschappelijke betrokkenheid; pleit voor de ontwikkeling en uitvoering van gebiedsgerichte beheersinstrumenten in combinatie met andere passende instandhoudingsmaatregelen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">SDG 17. Versterk de implementatiemiddelen en revitaliseer het wereldwijd partnerschap voor duurzame ontwikkeling</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>verzoekt de EU te blijven pleiten voor multilateralisme en wereldwijd het voortouw te nemen bij het bevorderen van de uitvoering van de SDG’s en de Agenda 2030, en internationale verdragen en overeenkomsten kracht bij te zetten, zoals de Overeenkomst van Parijs, het Verdrag inzake biologische diversiteit en regionale instandhoudingsinitiatieven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>benadrukt dat een uitgesproken hernieuwde inzet voor de SDG’s in het huidige lastige en onzekere geopolitieke landschap een duidelijk signaal zal afgeven aan partners over de hele wereld en het mondiale optreden van de EU zal ondersteunen; is bezorgd over de investeringskloof van 4 biljoen USD om de SDG’s te realiseren<FOOTNOTE><FIELD>https://unstats.un.org/sdgs/report/2024/The-Sustainable-Development-Goals-Report-2024.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; wijst erop dat de inzet van de EU voor de SDG’s moet worden ondersteund door ambitieuze financiële toezeggingen in het volgende meerjarig financieel kader 2028‑2034; verzoekt de EU een versterkte aanpak van ontwikkelingssamenwerking na te streven en andere internationale actoren te mobiliseren en constructief met hen te blijven samenwerken om hun inspanningen op het gebied van duurzame ontwikkeling op te voeren en vrede, gendergelijkheid en menselijke ontwikkeling te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>bevestigt nogmaals dat officiële ontwikkelingshulp een cruciale bron van overheidsfinanciering blijft en nog altijd een essentieel instrument is voor armoedebestrijding, het aanpakken van ongelijkheden en het ondersteunen van de meest kwetsbare gemeenschappen, met name in onstabiele landen, door conflicten geteisterde landen en de minst ontwikkelde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>betreurt de vermindering van de officiële ontwikkelingshulp door verschillende EU-lidstaten; verzoekt alle lidstaten en de mondiale partners zich te blijven inzetten voor officiële ontwikkelingshulp als belangrijke pijler van hun ontwikkelingsbeleid en voldoende financiële middelen uit te trekken om de toezegging gestand te doen om 0,7 % van het bruto nationaal inkomen te besteden aan officiële ontwikkelingshulp en 0,2 % voor officiële ontwikkelingshulp aan de minst ontwikkelde landen; benadrukt voorts dat momenteel slechts 12 % van de officiële ontwikkelingshulp gericht is op kinderen, ondanks hun aanzienlijke aandeel in de bevolking van de landen die officiële ontwikkelingshulp ontvangen; roept ertoe op obstakels weg te nemen, waaronder administratieve lasten, om ervoor te zorgen dat de hulp de meest kwetsbare gemeenschappen kan bereiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>verzoekt de EU zich meer in te zetten voor sterkere financiële verbintenissen voor ontwikkeling en humanitaire hulp op internationaal niveau, met inbegrip van de SDG’s en de Overeenkomst van Parijs, en in het bijzonder de klimaatadaptatie en veerkracht in de meest kwetsbare regio’s te ondersteunen, met inbegrip van kleine eilandstaten in ontwikkeling en de minst ontwikkelde landen; dringt er voorts bij de EU op aan erop toe te zien dat de streefdoelen inzake klimaatfinanciering worden gehaald en prioriteit krijgen in multilaterale onderhandelingen en mondiale partnerschappen; benadrukt dat het bevorderen van de economische belangen van de EU gepaard moet gaan met het creëren van stabiele partnerschappen op basis van wederzijdse belangen, en dat al het externe beleid van de EU moet worden ingebed in het bredere kader van de Agenda 2030, terwijl het ontwikkelingsbeleid van de EU en het gebruik van de officiële ontwikkelingshulp van de EU gericht moeten blijven op armoedeverlichting, zoals gedefinieerd door de Commissie voor ontwikkelingsbijstand van de OESO;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>wijst erop dat dringend iets moet worden gedaan aan de ondervertegenwoordiging van landen uit het Globale Zuiden in mondiaal bestuur, en dat het zaak is een inclusievere internationale financiële architectuur te stimuleren; is van mening dat Zuid-Zuid- en driehoekssamenwerking cruciaal zijn voor de uitvoering van de Agenda 2030;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>dringt erop aan dat de VN een spilfunctie moet vervullen binnen het multilaterale systeem met het oog op het creëren van een vreedzaam, eerlijk, gelijkwaardig, inclusief en op regels gebaseerd mondiaal systeem dat voor iedereen werkt en waarbij niemand aan zijn lot wordt overgelaten; spreekt in dit verband zijn steun uit voor snelle en doeltreffende hervormingen van de VN-Veiligheidsraad; benadrukt dat het mondiale beheer van internationale ontwikkelingssamenwerking dringend moet worden herzien en hervormd, met name nu verschillende landen op de mondiale hulp hebben bezuinigd; benadrukt dat hervormingen van het internationale financiële stelsel moeten worden aangedreven door een hernieuwde inzet voor multilateralisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>benadrukt de cruciale rol van partnerschappen met meerdere belanghebbenden en de betekenisvolle betrokkenheid van lokale overheden, het maatschappelijk middenveld en vertegenwoordigers van jongeren en vrouwen bij de verwezenlijking van de SDG-streefdoelen, alsook van de volledige en effectieve deelname van inheemse volkeren en lokale gemeenschappen aan mondiale partnerschappen, in overeenstemming met de VN-Verklaring over de rechten van inheemse volkeren; benadrukt de noodzaak van door jongeren geleide initiatieven, met name in het Globale Zuiden en in door de klimaatverandering getroffen regio’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>erkent de cruciale en veelzijdige rol die maatschappelijke organisaties spelen bij de bevordering van de SDG’s aan de hand van lokaal aangestuurde, contextspecifieke strategieën die de lokale actoren meer zeggenschap geven en zorgen voor een brede, inclusieve participatie op alle niveaus van de samenleving; pleit in dit verband voor een grotere betrokkenheid van kwetsbare gemeenschappen bij het ontwerpen en monitoren van SDG-gerelateerd beleid en voor meer samenwerking, mobilisatie van middelen en deelname van diverse belanghebbenden om de SDG’s vooruit te helpen; pleit voor participatie van en burgerruimte voor het maatschappelijk middenveld om te voorkomen dat overheidsgeld wordt gebruikt voor de financiering van repressieve regimes; wijst erop dat toegang tot structurele financiering nodig is voor de doeltreffende participatie van het maatschappelijk middenveld in de beleidsvorming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>pleit voor beter toezicht op de uitvoering van de SDG’s op regionaal en lokaal niveau, waaronder via steun voor vrijwillige lokale evaluaties; benadrukt hoe belangrijk het is de beschikbaarheid van betrouwbare gegevens en de verzameling en het gebruik van naar inkomen, leeftijd, geslacht, handicap en geografie uitgesplitste gegevens te verbeteren; benadrukt dat de statistieken moeten worden gemoderniseerd en de capaciteitsopbouw op het gebied van gegevens in de landen van het Globale Zuiden moet worden versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>verzoekt de EU en haar lidstaten steun te verlenen aan wereldwijde schuldverlichting en schuldherstructurering voor ontwikkelingslanden, met name in het Globale Zuiden, rekening houdend met de handels- en ontwikkelingsbeginselen van de VN voor het verantwoord verstrekken en opnemen van overheidskrediet; roept bovendien op tot uitgebreide hervormingen van de mondiale financiële instellingen, waaronder multilaterale ontwikkelingsbanken, om hun doeltreffendheid, billijkheid en verantwoordelijkheid bij het ondersteunen van de uitvoering van de SDG’s te vergroten; benadrukt dat meer nadruk moet worden gelegd op bestaande instrumenten en ontwikkelingsbanken, zoals de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>benadrukt dat het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking – Europa in de wereld, met inbegrip van de Global Gateway-programma’s, moet worden afgestemd op de SDG’s en de Overeenkomst van Parijs en op indicatoren voor menselijke ontwikkeling; dringt aan op een grotere betrokkenheid en een actievere rol van het Parlement bij het toezicht op de Global Gateway-programma’s, zodat de doeltreffendheid en de juiste uitvoering ervan worden gewaarborgd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>dringt aan op een meer strategische en gecoördineerde aanpak van het Global Gateway-initiatief, waarbij strikte criteria worden gehanteerd die aansluiten bij de SDG’s en de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en de grondbeginselen van de EU, waaronder mensenrechten, good governance, democratie, transparantie en ecologische duurzaamheid; erkent het potentieel van de Global Gateway om bij te dragen aan duurzame ontwikkeling; benadrukt dat de Global Gateway moet beschikken over een transparant planningsproces en duidelijke mechanismen voor het monitoren en evalueren van de impact ervan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>benadrukt de noodzaak van duidelijkere communicatie, coördinatie en afstemming van Global Gateway-projecten op het bestaande EU-ontwikkelingsbeleid; wijst erop dat de EIB in dit verband haar samenwerking met andere internationale financiële instellingen en nationale ontwikkelingsbanken moet intensiveren om het effect van haar interventies te maximaliseren en ervoor te zorgen dat haar activiteiten volledig in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en de SDG’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>herhaalt zijn krachtige oproep aan de Commissie en de lidstaten om de samenwerking met partners bij de bestrijding van georganiseerde misdaad, corruptie, illegale geldstromen, schadelijke belastingconcurrentie, belastingontwijking en belastingontduiking te versterken; dringt aan op intensievere samenwerking met ontwikkelingslanden op het gebied van belastingen, onder meer wat betreft capaciteiten, digitalisering en versterking van hun belastingstelsels; is ingenomen met de inrichting van een intergouvernementeel proces tot vaststelling van een VN-verdrag inzake belastingen als nieuw mondiaal kader voor internationale samenwerking op belastinggebied; benadrukt de cruciale rol van progressieve belastingen om inkomsten zeker te stellen voor de financiering van duurzame ontwikkeling; staat achter het besluit van de ministers van Financiën van de G20 om ervoor te zorgen dat zeer vermogende individuen daadwerkelijk worden belast;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vooruitzichten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>herhaalt dat de SDG’s de enige wereldwijd overeengekomen en alomvattende reeks doelstellingen zijn met betrekking tot de belangrijkste uitdagingen waarmee zowel ontwikkelde als ontwikkelingslanden worden geconfronteerd, en het beste instrument zijn om de onderliggende oorzaken ervan aan te pakken; benadrukt dat de verwezenlijking van de Agenda 2030 afhankelijk is van mondiale samenwerking en geïntensiveerde en versnelde maatregelen door alle actoren; verzoekt de EU haar acties te verdubbelen en het voortouw te nemen bij het boeken van vooruitgang in de vijf jaar voor de deadline van 2030, teneinde de negatieve ontwikkelingen sneller om te buigen en een rechtvaardigere, vreedzamere en duurzamere toekomst voor iedereen te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>benadrukt dat beleidscoherentie voor ontwikkeling een bindende verplichting is krachtens artikel 208 VWEU, met als doel de economische, maatschappelijke en ecologische dimensies van duurzame ontwikkeling te integreren in alle stadia van de beleidsvormingscyclus, teneinde synergieën tussen beleidsgebieden te bevorderen, mogelijke compromissen in kaart te brengen en de internationale overloopeffecten van het EU-beleid aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>benadrukt de kans die de SDG’s bieden om een duurzame economie te bevorderen waarin welzijn en de mens centraal staan; benadrukt de noodzaak van een alomvattende aanpak die duurzaamheid en welvaart op lange termijn waarborgt, ook na 2030, in overeenstemming met de uiteenlopende behoeften van en omstandigheden in de verschillende landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>is ingenomen met het Pact voor de Toekomst, waarin 56 acties worden toegezegd voor het versnellen en financieren van duurzame ontwikkeling, voor het waarborgen dat technologie ten goede komt aan de mens en de planeet, voor het investeren in jongeren, voor het ondersteunen van de mensenrechten en gendergelijkheid en voor het transformeren van de mondiale governance; dringt erop aan de toezeggingen die tijdens de Top van de Toekomst zijn gedaan en tot uiting komen in het Pact voor de Toekomst, om te zetten in concrete acties en meetbare streefdoelen; dringt er bij de VN op aan om te beginnen met de voorbereiding van een alomvattende strategie voor de periode na de Agenda 2030, gebaseerd op wereldwijde inzet voor duurzame ontwikkeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>is ingenomen met de resultaten van de vierde internationale conferentie over ontwikkelingsfinanciering in Sevilla als een aanzienlijke inspanning om de internationale financiële architectuur te hervormen, de kosten van leningen aan te pakken en de investeringen op te voeren om de financieringskloof op het gebied van duurzame ontwikkeling te dichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>pleit voor uitvoeringsplannen met concrete tijdpaden voor het bereiken van de SDG’s tegen 2030 en voor het stellen van ambitieuze doelen voor de periode daarna; verzoekt de Commissie in dit verband een voorbeeldfunctie te vervullen en een alomvattende strategie te ontwikkelen, in combinatie met een gestructureerd SDG-uitvoeringsplan met duidelijke en concrete streefdoelen; dringt er bovendien op aan dat het volgende meerjarig financieel kader van de EU volledig in overeenstemming is met de SDG’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>is verheugd over de eerste vrijwillige evaluatie door de EU van de uitvoering van de SDG’s in 2023; is van mening dat zijn conclusies een solide basis kunnen vormen voor een alomvattende EU-strategie met betrekking tot de SDG’s, die een bijgewerkt monitoringsysteem moet omvatten waarin rekening wordt gehouden met de interne en externe impact van de EU op het SDG-proces; dringt erop aan dat dergelijke evaluaties regelmatig worden uitgevoerd en dat met alle conclusies ervan rekening wordt gehouden in voorstellen van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>is van mening dat de successen in de voortgang van de SDG’s zichtbaar moeten worden gemaakt en als uitgangspunt moeten dienen voor het formuleren van beste praktijken voor de verwezenlijking van de SDG’s; benadrukt in dit verband het belang van inclusieve digitalisering, ook met betrekking tot AI, waarbij wordt voortgebouwd op het mondiaal digitaal pact; is ingenomen met het verslag over menselijke ontwikkeling 2025, dat hierop is gericht;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de voorzitter van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>