<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0174</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Overheidsopdrachten</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0147/2025 - Rapporteur: Piotr Müller)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 9 september 2025 over overheidsopdrachten (2024/2103(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name artikel 3, lid 3,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 114, 151 en 156,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2014/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten en tot intrekking van Richtlijn 2004/18/EG<FOOTNOTE><FIELD> PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/24/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2014/25/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/17/EG<FOOTNOTE><FIELD> PB L 94 van 28.3.2014, blz. 243, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/25/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2007/66/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2007 tot wijziging van de Richtlijnen 89/665/EEG en 92/13/EEG van de Raad met betrekking tot de verhoging van de doeltreffendheid van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten<FOOTNOTE><FIELD> PB L 335 van 20.12.2007, blz. 31, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2007/66/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de rechtsmiddelenrichtlijn),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/1031 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juni 2022 over toegang van ondernemers, goederen en diensten uit derde landen tot de aanbestedings- en concessiemarkten van de Unie en procedures ter ondersteuning van onderhandelingen over toegang van ondernemers, goederen en diensten uit de Unie tot de aanbestedings- en concessiemarkten van derde landen (Instrument voor internationale overheidsopdrachten — IIO)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 173 van 30.6.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/1031/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/882 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende de toegankelijkheidsvoorschriften voor producten en diensten (de Europese toegankelijkheidswet)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 151 van 7.6.2019, blz. 70, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/882/oj.</FIELD></FOOTNOTE> en Richtlijn (EU) 2016/2102 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 inzake de toegankelijkheid van de websites en mobiele applicaties van overheidsinstanties (de richtlijn webtoegankelijkheid)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 327 van 2.12.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2016/2102/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) van 30 januari 2020 in zaak C-395/18, <STRING ITALIC="on">Tim SpA – Direzione e coordinamento Vivendi SA</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Consip SpA en Ministero dell’Economia e delle Finanze</STRING><FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 30 januari 2020, <STRING ITALIC="on">Tim SpA – Direzione e coordinamento Vivendi SA</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Consip SpA en Ministero dell’Economia e delle Finanze, </STRING>C-395/18, ECLI:EU:C:2020:58.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de recente arresten van het HvJ-EU over de deelname van buitenlandse inschrijvers aan procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten in de EU, namelijk de arresten van 22 oktober 2024 in zaak C-652/22, <STRING ITALIC="on">Kolin Inşaat Turizm Sanayi ve Ticaret AȘ</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Državna komisija za kontrolu postupaka javne nabave</STRING><FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 22 oktober 2024, <STRING ITALIC="on">Kolin Inşaat Turizm Sanayi ve Ticaret AȘ</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Državna komisija za kontrolu postupaka javne nabave, </STRING>C-652/22, ECLI:EU:C:2024:910.</FIELD></FOOTNOTE>, en van 13 maart 2025 in zaak C-266/22, <STRING ITALIC="on">CRRC Qingdao Sifang Co. Ltd, Astra Vagoane Călători SA</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Autoritatea pentru Reformă Feroviară, Alstom Ferroviaria SpA</STRING><FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 13 maart 2025, <STRING ITALIC="on">CRRC Qingdao Sifang Co. Ltd, Astra Vagoane Călători SA</STRING> tegen <STRING ITALIC="on">Autoritatea pentru Reformă Feroviară, Alstom Ferroviaria SpA,</STRING> C-266/22, ECLI:EU:C:2025:178.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van de Wereldhandelsorganisatie van 2012,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkprogramma van de Commissie voor 2025 van 11 februari 2025 getiteld “Samen vooruit: Een doortastendere, eenvoudigere, snellere Unie” (COM(2025)0045),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 26 februari 2025 getiteld “De Clean Industrial Deal: Een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie” (COM(2025)0085),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU‑kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 19 juni 2024 getiteld “Europees Semester 2024 – Voorjaarspakket” (COM(2024)0600),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Europese Commissie getiteld “SME needs analysis in Public Procurement” (2021)<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie: directoraat-generaal Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf e.a., t33, Celotti, P., Alessandrini, M., Valenza, A. e.a., <STRING ITALIC="on">SME needs analysis in public procurement – Final report</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2021, https://data.europa.eu/doi/10.2873/86199.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 9 december 2021 getiteld “Bouwen aan een economie die werkt voor de mensen: een actieplan voor de sociale economie” (COM(2021)0778),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verdrag nr. 94 van de Internationale Arbeidsorganisatie van 1949 betreffende bepalingen ter regeling van arbeidsvoorwaarden in overheidscontracten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 3 oktober 2017 getiteld “Succesvolle overheidsopdrachten in en voor Europa” (COM(2017)0572),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 4 december 2024 getiteld “Schokbestendig maken van de Europese regio’s: veerkrachtigere lokale en regionale economieën in het licht van de strategische ontwikkeling van de interne markt”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/7061, 4.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/7061/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Speciaal verslag 28/2023 van de Europese Rekenkamer van 4 december 2023 getiteld “Overheidsopdrachten in de EU – Minder concurrentie om opdrachten voor werken, goederen en diensten in de periode 2011‑2021” (Speciaal verslag van de Rekenkamer),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 24 mei 2024 getiteld “Conclusies van de Raad over Speciaal verslag 28/2023 van de Europese Rekenkamer: Naar eerlijkere en effectievere concurrentie voor EU-overheidsopdrachten voor werken, goederen en diensten”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/3521, 3.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3521/oj, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3521/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 16 december 2020 over een nieuwe strategie voor Europese kmo’s<FOOTNOTE><FIELD> PB C 445 van 29.10.2021, blz. 2.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 juli 2023 over de staat van de kmo-Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4013, 17.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4013/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie van 20 mei 2021 getiteld “Implementatie van en beste praktijken bij het beleid inzake overheidsopdrachten in de interne markt” (COM(2021)0245),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie van het Parlement van 24 oktober 2023 getiteld “The social impact of public procurement – Can the EU do more?”<FOOTNOTE><FIELD> Europees Parlement: beleidsondersteunende afdeling Economische Zaken, Wetenschapsbeleid en Levenskwaliteit, directoraat-generaal Intern Beleid, Caimi, V. en Sansonetti, S., <STRING ITALIC="on">The social impact of public procurement – Can the EU do more?</STRING>, oktober 2023.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Europese Arbeidsautoriteit van mei 2024 getiteld “Evaluating policy responses to prevent undeclared work in public procurement contracts”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness” (het Draghi-verslag) en het verslag van Enrico Letta van 17 april 2024 getiteld “Much more than a market” (het Letta-verslag),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de adviezen van de Commissie internationale handel en de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A10‑0147/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat overheidsopdrachten goed zijn voor ongeveer 14 % van het bruto binnenlands product van de EU en een belangrijk instrument zijn voor economische groei, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), innovatie, duurzaamheid en sociale cohesie, alsook voor de bevordering van het lokale bedrijfsleven en hoogwaardige banen in de EU en voor de ondersteuning van de overgang naar veerkrachtige toeleveringsketens en bedrijfsmodellen, ook in onderaannemingsketens;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat lokale en regionale overheden, als grootste investeerders en aanbestedende diensten in de EU, steeds meer worden beperkt door strenge EU- en nationale regels, complexe wettelijke vereisten en procedures en onevenredige administratieve lasten, terwijl zij tegelijkertijd te kampen hebben met een aanhoudend tekort aan financiële middelen, gekwalificeerd personeel en technische deskundigheid — met name op het niveau van gemeenten en kleinere regio’s — waardoor vaak kerntaken moeten worden uitbesteed aan externe entiteiten, wat extra financiële druk en procedurele vertragingen met zich meebrengt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat overheidsopdrachten kunnen leiden tot overloopeffecten die de vraag naar duurzame goederen en diensten op de hele markt vergroten en de totstandbrenging van een leidende markt ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de hervorming van 2014 tot doel had de procedures te vereenvoudigen, de transparantie en de bestrijding van corruptie te versterken, de deelname van kmo’s en innovatieve start-ups te bevorderen en strategische doelstellingen van aanbestedingen te integreren door middel van een vrijwillige aanpak, maar dat er nog steeds uitdagingen bestaan op het gebied van transparantie, efficiëntie, het breder gebruik en de afstemming van niet-prijsgerelateerde criteria, toegang tot gegevens en stroomlijning van de handhaving, alsmede de preventie van fraude en corruptie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat tijdens de hervorming van 2014 de criteria van de economisch voordeligste inschrijving werden ingevoerd om het gebruik van kwalitatieve criteria zoals milieu- en sociale overwegingen te stimuleren bij de gunning van overeenkomsten tot uitvoering van een overheidsopdracht; overwegende dat uit het Speciaal verslag van de Rekenkamer bleek dat een groot deel van de opdrachten in 2021 nog steeds uitsluitend op grond van het criterium van de laagste prijs wordt gegund; overwegende dat in 2023 twintig lidstaten meer dan 50 % van hun openbare aanbestedingen alleen op basis van de prijs hebben gegund, en dat tien lidstaten daarvan meer dan 80 % van hun openbare aanbestedingen alleen op basis van de prijs hebben gegund;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat in het Speciaal verslag van de Rekenkamer werd geconcludeerd dat het concurrentieniveau voor overeenkomsten tot uitvoering van een overheidsopdracht sinds 2014 is gedaald en dat in de meeste lidstaten het voorkomen van dit gunningscriterium op basis van de laagste prijs in de onderzochte periode zelfs is toegenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat sinds 1994 de EU-drempelwaarden voor aanbestedingen voor leveringen, diensten en bouwwerken nagenoeg onveranderd zijn gebleven; overwegende dat deze drempelwaarden, die zijn aangepast aan de marktprijzen, in reële termen voortdurend dalen; overwegende dat als gevolg hiervan nu voor een toenemend aantal kleinere opdrachten op EU-niveau inschrijvingen moeten worden gedaan via procedures die vaak langdurig en ingewikkeld zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de Europese Arbeidsautoriteit (ELA) vaststelde dat, wanneer de laagste prijs als enig selectiecriterium wordt gebruikt, het risico op zwartwerk toeneemt door de druk op de arbeidskosten; overwegende dat de ELA ook vaststelde dat het algemeen erkend wordt dat het prioriteren van het criterium van de laagste prijs bij overheidsopdrachten een klimaat kan creëren waarin schendingen van het arbeidsrecht waarschijnlijker zijn als gevolg van de druk om kosten te besparen en ontoereikend toezicht; overwegende dat het criterium van de laagste prijs contractanten ertoe kan aanzetten in de zwarte economie actief te zijn om de kosten te verlagen en arbeidswetgeving te omzeilen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat in het eindverslag van de Commissie getiteld “SME needs analysis in public procurement”<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie: directoraat-generaal Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf e.a., “SME needs analysis in public procurement – Final report”, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2021.</FIELD></FOOTNOTE> wordt opgemerkt dat de praktijken op het gebied van overheidsopdrachten nog steeds verduidelijkt, vereenvoudigd en gestandaardiseerd moeten worden, en dat tegelijkertijd rekening moet worden gehouden met de specifieke kenmerken en verschillende administratieve systemen van de lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat rechtstreekse grensoverschrijdende overheidsopdrachten beperkt blijven tot slechts 5 %<FOOTNOTE><FIELD> Europese Rekenkamer, Speciaal verslag 28/2023: “Overheidsopdrachten in de EU – Minder concurrentie om opdrachten voor werken, goederen en diensten in de periode 2011-2021”, Europese Rekenkamer, 2023.</FIELD></FOOTNOTE> van het totaal aan overheidsopdrachten, wat erop wijst dat er nog steeds belemmeringen zijn voor grensoverschrijdende concurrentie en markttoegang en dat er nog steeds sprake is van ingewikkelde procedures; overwegende dat bij dit percentage geen rekening wordt gehouden met de deelname van dochterondernemingen uit andere lidstaten in het land waar de aanbestedingsprocedure plaatsvindt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de Commissie heeft gewezen op verschillende rechtsonzekerheden om maatschappelijk verantwoorde en innovatieve overheidsopdrachten te bevorderen<FOOTNOTE><FIELD> Verslag van de Commissie van 20 mei 2021 getiteld “Implementatie van en beste praktijken bij het beleid inzake overheidsopdrachten in de interne markt” (COM(2021)0245).</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat deze rechtsonzekerheden onder meer betrekking hebben op moeilijkheden bij het koppelen van sociale overwegingen aan het onderwerp van een overeenkomst;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de voorzitter van de Commissie heeft toegezegd dat het kader voor overheidsopdrachten zodanig zal worden herzien dat “bij overheidsopdrachten voor bepaalde strategische sectoren de voorkeur aan Europese producten [kan] worden gegeven”<FOOTNOTE><FIELD> Politieke beleidslijnen van de voorzitter van de Commissie van 18 juli 2024 getiteld “De keuze van Europa – Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029”, blz. 14.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de herziening van de richtlijnen inzake overheidsopdrachten gericht moet zijn op het bevorderen van kwalitatieve criteria, het stroomlijnen van de aanbestedingsprocedures en het waarborgen dat de belastingbetaler waar voor zijn geld krijgt; overwegende dat in de regels inzake overheidsopdrachten echter rekening moet worden gehouden met de specifieke aard van verschillende sectoren en industrieën en de specifieke doelstellingen van aanbestedende diensten, waarbij moet worden erkend dat een uniforme aanpak van regelgevende maatregelen, zoals betalingsvoorwaarden, mogelijk niet voor alle sectoren geschikt is, en dat op maat gesneden bepalingen in sectorspecifieke regelgeving nodig zijn om ervoor te zorgen dat de algemene aanbestedingskaders in overeenstemming zijn met de sectorale operationele en financiële realiteit; overwegende dat winnende inschrijvingen moeten worden gekozen op basis van wat de afzonderlijke aanbestedende dienst als de economisch beste oplossing van de ingediende inschrijvingen beschouwt, teneinde een grotere kwaliteitsgerichtheid en flexibiliteit bij overheidsopdrachten te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat overheidsopdrachten neutrale en procedurele instrumenten blijven waarmee wordt geregeld op welke manier overheidsdiensten goederen en diensten inkopen, en niet wat ze inkopen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat openbare aanbestedingen, in het licht van de uitdagingen in verband met de Europese industriële soevereiniteit en het feit dat Europese banen en knowhow moeten worden behouden en versterkt, moeten worden ingezet als belangrijk strategisch instrument om het scheppen van toegevoegde waarde binnen de EU te bevorderen, teneinde de industriële veerkracht en de duurzaamheid van Europese toeleveringsketens te vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat aanbestedende diensten in de EU de mogelijkheid moeten hebben om hun voorkeur te laten uitgaan naar inschrijvingen waarbij een aanzienlijk deel van de toegevoegde waarde wordt gecreëerd binnen de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat het gebruik van duurzaamheidscriteria kan bijdragen tot de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van de EU, mits deze criteria duidelijk gedefinieerd en evenredig zijn en de aanbestedende diensten niet beperken in hun daadwerkelijke aanbestedingsbehoeften;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat aanbestedende diensten in uiteenlopende lokale en marktcontexten opereren en de vrijheid moeten behouden om het onderwerp, de reikwijdte en de strategische prioriteiten van aanbestedingen te bepalen in overeenstemming met hun werkelijke behoeften en capaciteiten; overwegende dat de beginselen van evenredigheid en subsidiariteit moeten worden gewaarborgd bij elke aanpak op EU-niveau van duurzame aanbestedingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat het vertrouwen in overheidsopdrachten moet worden ondersteund; overwegende dat een gebrek aan transparantie en billijkheid in aanbestedingsprocedures, waaronder bezorgdheid over favoritisme, onduidelijke selectiecriteria, en ontoereikende toezichtsmechanismen, uitsluiting en sancties, het vertrouwen in overheidsopdrachten ondermijnt en mogelijkheden voor corruptie schept; overwegende dat het te grote vertrouwen op het criterium van de laagste prijs in sommige gevallen een neerwaartse druk kan uitoefenen op de kwaliteit van de diensten, de veiligheid en de arbeidsomstandigheden, en op lange termijn nadelige economische gevolgen kan hebben voor de aanbestedende diensten; overwegende dat er gevallen zijn geweest waarin opdrachten werden gegund zonder daadwerkelijke mededinging, waarbij sprake was van ondoorzichtigheid en een gebrek aan doeltreffende externe controle van de selectiecriteria, hetgeen erop wijst dat de beginselen van transparantie, gelijkheid en wettigheid in alle fasen van de aanbestedingsprocedures dringend moeten worden versterkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat Europese bedrijven, met name kmo’s, aanzienlijke moeilijkheden ondervinden bij de toegang tot internationale markten voor overheidsopdrachten als gevolg van protectionistisch beleid in derde landen, terwijl de EU een van de meest open aanbestedingsmarkten ter wereld heeft, hetgeen leidt tot oneerlijke concurrentienadelen voor EU-bedrijven; overwegende dat eerlijke concurrentie, naast protectionistisch beleid, vaak wordt verstoord door het subsidiëren van producten door regeringen van derde landen, discriminerende maatregelen en een gebrek aan wederkerigheid en rechtszekerheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat de EU onlangs het instrument voor internationale overheidsopdrachten en de verordening buitenlandse subsidies<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2022/2560 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende buitenlandse subsidies die de interne markt verstoren (PB L 330 van 23.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2560/oj).</FIELD></FOOTNOTE> heeft toegevoegd aan haar instrumentarium voor handelsbescherming teneinde wederkerigheid bij de toegang tot internationale markten voor overheidsopdrachten te bevorderen en een gelijk speelveld voor EU-bedrijven en ‑producten te waarborgen; overwegende dat milieu-, sociale, arbeids- en zorgvuldigheidsvereisten van toepassing zijn op ondernemers van derde landen overeenkomstig de Richtlijnen 2014/23/EU<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten (PB L 94 van 28.3.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2014/23/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, 2014/24/EU en 2014/25/EU en (EU) 2024/1760<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2024/1760 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 inzake passende zorgvuldigheid in het bedrijfsleven op het gebied van duurzaamheid en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en Verordening (EU) 2023/2859 (PB L, 2024/1760, 5.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1760/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en andere EU-wetgeving;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) van 2012 nog niet door alle WTO-leden is ondertekend en dat onder meer in de laatste versie ervan noch de mondiale arbeids- en milieunormen die sinds de sluiting ervan zijn aangenomen, noch een geactualiseerd mechanisme voor inflatiecorrectie zijn opgenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat in de arresten van het HvJ-EU over de deelname van buitenlandse inschrijvers aan procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten in de EU (zaken C-652/22 en C-266/22) wordt verduidelijkt dat buitenlandse inschrijvers uit landen die geen multilaterale, plurilaterale of bilaterale overeenkomst hebben gesloten, geen gewaarborgde toegang hebben tot de aanbestedingsmarkt van de EU; overwegende dat het HvJ-EU de exclusieve bevoegdheid van de EU op dit gebied opnieuw heeft bevestigd en heeft bekrachtigd dat aanbestedende diensten, bij ontstentenis van dergelijke overeenkomsten, overeenkomstig het EU-recht beperkingen kunnen opleggen aan deze inschrijvers of hen kunnen uitsluiten, hetgeen tot verschillende nationale praktijken kan leiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat een toename van de geopolitieke spanningen een herschikking van de internationale handel en een nieuwe economische dynamiek met zich meebrengt, wat leidt tot het ontstaan van nieuwe strategische afhankelijkheden als gevolg van invoerconcentratie en beperkte substitueerbaarheid van invoer, en risico’s voor de stabiliteit van toeleveringsketens met zich meebrengt; overwegende dat dit een intensiever en strategisch gebruik van overheidsopdrachten vereist om de economie van de EU en haar veerkracht te ondersteunen, schadelijke afhankelijkheden te verminderen en haar strategische autonomie te versterken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat het beleid inzake overheidsopdrachten het concurrentievermogen en de innovatie van de EU moet bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat de laagste prijs een belangrijk gunningscriterium is in de meeste inschrijvingen in de EU en dat dit in sommige lidstaten in maximaal 95 % van de gevallen wordt toegepast<FOOTNOTE><FIELD> ERK, Speciaal verslag 28/2023, figuur 11.</FIELD></FOOTNOTE> of soms zelfs het enige criterium is in zowel de inschrijvings- als de gunningsfase van een aanbestedingsprocedure; overwegende dat de ELA in haar verslag van mei 2024 opmerkt dat het gebruik van het criterium van de laagste prijs — met name in arbeidsintensieve sectoren waar de personeelskosten bepalend zijn — ervoor kan zorgen dat zwartwerk vaker voorkomt en de kwaliteit van diensten of producten, duurzaamheid en sociale normen kan ondermijnen<FOOTNOTE><FIELD> Verslag van de ELA van mei 2024 getiteld “Evaluating policy responses to prevent undeclared work in public procurement contracts”.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat vertegenwoordigers en geïnterviewden van kmo’s herhaaldelijk melden dat aanbestedende diensten de horizontale sociale clausule negeren, waarbij wordt opgemerkt dat zij opdrachten uitsluitend gunnen op basis van de laagste prijs, hetgeen abnormaal lage inschrijvingen aanmoedigt en de deelname van inschrijvers die de arbeidswetgeving en -praktijken naleven, ontmoedigt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat het HvJ-EU in zijn arrest in zaak C-395/18 heeft bevestigd dat de vereisten in artikel 18, lid 2, van Richtlijn 2014/24/EU — waarin wordt bepaald dat ondernemers bij de uitvoering van overeenkomsten tot uitvoering van een overheidsopdracht moeten voldoen aan de verplichtingen op het gebied van het milieu-, sociaal en arbeidsrecht — een bindend beginsel vormen, op dezelfde wijze als de andere, in lid 1 van dat artikel genoemde beginselen, namelijk de beginselen van gelijke behandeling, non-discriminatie, transparantie en evenredigheid; overwegende dat in het arrest ook wordt verduidelijkt dat de lidstaten bij het vaststellen van uitsluitingsgronden rekening kunnen houden met schendingen door subcontractanten, mits het evenredigheidsbeginsel strikt in acht wordt genomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat overheidsopdrachten een belangrijk instrument zijn om de overgang naar een duurzame, inclusieve en eerlijke economie actief te ondersteunen en kunnen worden gebruikt om sociale rechtvaardigheid en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden te bevorderen; overwegende dat aanbestedende diensten moeten worden aangemoedigd om doelstellingen van algemeen belang na te streven door middel van aanbestedingen, met inbegrip van sociale inclusie, hoogwaardige banen, gelijke kansen, territoriale cohesie en steun voor actoren van de sociale economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat, om het volledige potentieel van strategische overheidsopdrachten te ontsluiten, moet worden overgestapt van een louter op kosten gebaseerde aanpak naar een aanpak waarbij ook rekening wordt gehouden met veerkracht en sociale en milieuwaarde, onder meer door eerbiediging van collectieve onderhandelingen en fundamentele arbeidsrechten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat subcontractanten van essentieel belang zijn met het oog op eerlijke concurrentie voor kmo’s en hun vermogen om te vertrouwen op gespecialiseerde deskundigheid; overwegende dat hierdoor ook de efficiëntie, innovatie en deelname van kmo’s aan overheidsopdrachten kan worden bevorderd; overwegende dat, als gevolg van juridische onduidelijkheden en zwakke handhaving, meerdere lagen van subcontractanten de verantwoordingsplicht kunnen afzwakken, het risico op schendingen van het arbeidsrecht kunnen vergroten en een doeltreffende handhaving in de weg kunnen staan;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat de toenemende digitalisering van aanbestedingsprocedures gepaard moet gaan met robuuste cyberbeveiligingsmaatregelen, interoperabiliteitsvereisten en gebruikersvriendelijke en geharmoniseerde digitale platforms voor het indienen van inschrijvingen, en transparantie en machineleesbaarheid voor analysedoeleinden moet waarborgen; overwegende dat digitalisering verder een bijdrage kan leveren aan de vereenvoudiging van de toegang tot overheidsopdrachten voor ondernemingen, met name micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, en de bureaucratische lasten voor kleinere aanbestedende diensten kan verminderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat de EU, in plaats van een “uitsluitend Europees” standpunt in te nemen, zich moet richten op een zo goed mogelijke kwaliteit, waarbij zij rekening houdt met een breed scala aan voorwaarden, waaronder prijs, veiligheid, kwaliteit, duurzaamheid, veerkracht en arbeidsomstandigheden; overwegende dat de EU zich ook moet richten op de bevordering van partnerschappen met haar democratische bondgenoten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat, ondanks de doelstelling van de hervorming van 2014 en inspanningen om de essentiële deelname van kmo’s aan overheidsopdrachten te bevorderen, de betrokkenheid van kmo’s beperkt blijft vanwege de grote omvang van opdrachten, onevenredige administratieve vereisten, een gebrek aan op maat gesneden ondersteuningsmechanismen die hen in staat zouden stellen doeltreffend te concurreren met grotere entiteiten, onduidelijkheid in aankondigingen van opdrachten en terugkerende betalingsachterstanden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AH.</NO.P>overwegende dat aanbestedingsstrategieën een economisch klimaat kunnen bevorderen dat leidt tot lokale groei, waardoor de welvaart van de gemeenschap stijgt, meer banen worden gecreëerd en de financiële stabiliteit op lange termijn wordt vergroot, waardoor de rol van kmo’s, met inbegrip van start-ups en organisaties van de sociale economie, bij openbare aanbestedingen zoveel mogelijk wordt versterkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AI.</NO.P>overwegende dat in artikel 27 van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap het beginsel van gelijke arbeidskansen op toegankelijke en inclusieve arbeidsmarkten is vastgelegd; overwegende dat Richtlijn 2014/24/EU betreffende het plaatsen van overheidsopdrachten het mogelijk maakt sociale criteria te gebruiken bij de gunning van opdrachten, met inbegrip van maatregelen die inclusieve werkgelegenheid ondersteunen en sociale uitsluiting aanpakken; overwegende dat in de EU-strategie inzake de rechten van personen met een handicap 2021-2030 voorbehouden opdrachten uit hoofde van Richtlijn 2014/24/EU worden erkend als een van de instrumenten om toegankelijkheidsnormen te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AJ.</NO.P>overwegende dat de toepassing van de criteria van de economisch voordeligste inschrijving, rekening houdend met de levenscyclus van producten en de milieueffecten, rationele en langdurige beslissingen inzake overheidsopdrachten kan ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AK.</NO.P>overwegende dat de omzetting van Europese regels inzake overheidsopdrachten in nationaal recht soms ondoeltreffend is, wat leidt tot inconsistenties bij de uitvoering, rechtsonzekerheid en belemmeringen voor de toegang voor ondernemers; overwegende dat, om deze lacunes in de uitvoering te voorkomen en een consistente toepassing te waarborgen, gedetailleerde richtsnoeren moeten worden vastgesteld om de lidstaten te helpen bij de doeltreffende omzetting van de regels;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AL.</NO.P>overwegende dat het stelselmatig in registers bijhouden van de uitvoering van opdrachten de aanbestedende diensten beter in staat zou stellen ongeschikte actoren, met inbegrip van actoren die in verband worden gebracht met criminele netwerken en buitenlandse inmenging, snel uit te sluiten van aanbestedingsprocedures, arbeidsuitbuiting te voorkomen en bij te dragen tot de betrouwbare uitvoering van opdrachten; overwegende dat de doeltreffende interoperabiliteit en de grensoverschrijdende toegankelijkheid van deze registers in de lidstaten belangrijk is om de transparantie te vergroten, overheidsmiddelen te beschermen, de interne markt te ondersteunen alsook de veiligheid en integriteit van kritieke openbare infrastructuur en diensten te versterken;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Strategische doelstellingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat Europese overheidsopdrachten een essentiële pijler moeten blijven van een goed functionerende interne markt en de economie in ruimere zin, en dat ambitieuze, gerichte hervormingen nodig zijn om het werkelijke potentieel ervan te ontsluiten, de productie in de lidstaten te stimuleren en bij te dragen tot veerkrachtige, veilige en strategische toeleveringsketens; benadrukt dat de lidstaten het huidige en het hervormde wetgevingskader op geharmoniseerde wijze moeten uitvoeren; verzoekt de Commissie de focus van de doelstellingen voor overheidsopdrachten, met inbegrip van die voor strategische aanbestedingen, te stroomlijnen en te verduidelijken door het vaststellen van een meer gerichte, economisch haalbare, nauwkeurige en niet-tegenstrijdige reeks doelstellingen die duidelijk en meetbaar zijn en tastbare markteffecten kunnen opleveren; dringt daarom aan op meer rechtszekerheid en samenhang om de toepassing van de regels door aanbestedende diensten te vereenvoudigen en benadrukt dat veel aanbestedingsprocedures buitensporig lang duren, waardoor essentiële investeringen worden vertraagd; voegt daaraan toe dat overheidsopdrachten waarde moeten opleveren voor het publiek en niet alleen moeten bijdragen tot een evenwichtige economische ontwikkeling in de hele EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is van mening dat de mondiale concurrentie in toenemende mate wordt beïnvloed door marktkrachten, maar ook door industriële strategieën die door de staat worden geleid, waaronder buitenlandse subsidies, capaciteitsoverschotten en discriminerende aanbestedingspraktijken, die het concurrentievermogen en de veerkracht van Europese producenten dreigen te ondermijnen; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is de strategische veerkracht en economische veiligheid van Europa te versterken door de ontwikkeling van kritieke en opkomende industrieën in belangrijke sectoren te bevorderen; erkent dat de eengemaakte markt en de strategische autonomie van de EU moeten worden versterkt door in specifieke strategische sectoren de voorkeur te geven aan Europese goederen en diensten; pleit ervoor te onderzoeken hoe overheidsopdrachten kunnen dienen als een gericht instrument om de vraag naar innovatieve en duurzame in Europa vervaardigde producten en technologieën te stimuleren en de industriële capaciteit in de EU te verankeren; erkent voorts dat de criteria van EU-inhoud of veerkracht, mits evenredig ontworpen, de voorzieningszekerheid op lange termijn in gevoelige gebieden kunnen ondersteunen; onderstreept echter dat elke strategische oriëntatie verankerd moet blijven in rechtszekerheid, transparantie en eerlijke concurrentie, waarbij versnippering van de interne markt, verstoring van internationale verbintenissen of vervreemding van strategische partners wordt vermeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>erkent de lopende evaluatie door de Commissie van de herziening van de rechtskaders voor overheidsopdrachten in de EU; benadrukt dat het raadplegingsproces een effectbeoordeling van de regelgeving moet omvatten, met inachtneming van de beginselen van de vrije markt, en dat het hoofddoel ervan moet zijn waarde te leveren door middel van marktgebaseerde oplossingen; dringt er daarom op aan het effect onder de aandacht te brengen van potentiële nieuwe regels die gericht zijn op het bevorderen van de doelstellingen van duurzame en sociale aanbestedingen en de maatregelen die nodig zijn om eerlijke en effectieve concurrentie te waarborgen, waarbij tegelijkertijd zo veel mogelijk buitensporige en onnodige administratieve belemmeringen worden weggenomen en de huidige regelgevingsbepalingen worden gestroomlijnd; benadrukt het belang van flexibiliteit bij het vaststellen van de aard en het meewegen van strategische overwegingen in aanbestedingsprocedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt de Commissie daarom de hervorming van overheidsopdrachten volledig af te stemmen op haar strategische doelstellingen die gericht zijn op het verminderen van bureaucratie en regeldruk, vereenvoudiging, het handhaven van hoge sociale en milieunormen, het waarborgen van ambitieuze lokale economische ontwikkeling, het bevorderen van toegang voor kmo’s en het stimuleren van het concurrentievermogen en de veiligheid van de EU, alsmede het voorkomen van sociale dumping en het behouden van onze economische en industriële soevereiniteit, teneinde schadelijke afhankelijkheden met betrekking tot bepaalde essentiële producten en diensten aan te pakken; raadt aan geen maatregelen te nemen die een van deze beginselen in gevaar kunnen brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>wijst op de consistente beleidsdoelstellingen van de EU die tot uiting komen in verschillende verordeningen, zoals duurzaamheid, arbeidsnormen, mensenrechten, innovatie, veerkracht en circulariteit, in het kader van de komende hervorming; benadrukt dat overregulering moet worden aangepakt, dat moet worden voorkomen dat tijdens de komende hervorming nieuwe belemmeringen worden opgeworpen, dat de belangrijkste obstakels voor duurzame en veerkrachtige aanbestedingen in kaart moeten worden gebracht en aangepakt, dat de voorzieningszekerheid moet worden gegarandeerd en dat doeltreffende en eerlijke concurrentie moet worden veiliggesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>erkent dat, om overheidsopdrachten toegankelijker te maken voor kleinere actoren, waaronder organisaties van de sociale economie die betrokken zijn bij overheidsopdrachten, en met name voor kmo’s en start-ups, er bij geactualiseerde versies van richtlijnen naar moet worden gestreefd de huidige 476 artikelen of 907 bladzijden aan wetgeving te verminderen en ze procedureel van aard te houden, waarbij wordt gespecificeerd op welke manier en niet wat moet worden ingekocht; benadrukt evenwel dat aanbestedende diensten voldoende flexibiliteit moeten behouden om de aanbestedingsprocedures aan te passen op basis van hun specifieke behoeften, zodat de efficiëntie en de beste prijs-kwaliteitsverhouding gewaarborgd worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>merkt op dat de internationale concurrentie veel industriële sectoren in Europa onder druk zet door overcapaciteit en prijsdumping; verwacht dan ook dat, naast de bevordering van groene en sociale leidende markten, ook dit aspect in overheidsopdrachten wordt verankerd teneinde de strategische onafhankelijkheid van Europa in belangrijke sectoren te versterken, waarbij in deze sectoren Europese inschrijvers prioriteit moeten krijgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>benadrukt dat elke herziening gericht moet zijn op het versterken van de handhaving van toekomstige aanbestedingswetgeving, de complexiteit van de huidige regels moet aanpakken en rechtszekerheid voor aanbestedende diensten moet waarborgen; wijst erop dat de aanbestedingsregels het non-discriminatiebeginsel moeten eerbiedigen en duidelijkheid moeten verschaffen over het verband met het onderwerp, in overeenstemming met de beginselen van rechtszekerheid en verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten van de WTO en gezien het aantal sectorspecifieke wetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>wijst op aanzienlijke juridische en administratieve verschillen tussen de lidstaten en hun aanbestedingssystemen, variërend van een verschillende mate van autonomie voor lokale overheden tot uiteenlopende aanbestedingsstrategieën; erkent de voordelen van de opzet van de richtlijn, die een dergelijke diversiteit mogelijk maakt en tegelijkertijd de juridische samenhang en het wederzijds respect voor de nationale stelsels waarborgt; verzoekt de Commissie na te gaan welk rechtsinstrument het meest geschikt is met het oog op de komende hervorming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>herhaalt dat het geld van de belastingbetaler met de grootst mogelijke omzichtigheid en transparantie moet worden besteed zodat het de burgers ten goede komt en, waar dat economisch haalbaar is, duurzame groei ondersteunt; is van mening dat de herziening van de richtlijnen gericht moet zijn op de verwezenlijking van de in 2014 vastgestelde doelstellingen en de aanpassing aan de nieuwe uitdagingen waarmee Europa wordt geconfronteerd; is daarom van mening dat bij de komende hervorming drie grondbeginselen blijven gelden en dat deze niet in het gedrang mogen komen, namelijk prijs-kwaliteitsverhouding gedurende de hele levenscyclus, eerlijke concurrentie en anticorruptiemaatregelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>erkent in dit verband dat overheidsopdrachten weliswaar nuttige instrumenten kunnen zijn voor de verwezenlijking van strategische doelstellingen, zoals innovatie en duurzaamheid of voor de ondersteuning van strategische industrieën in Europa die essentieel zijn voor de veiligheid van de industriële productie en de economische stabiliteit, maar dat zij de drijvende kracht zijn achter de vervulling van taken die in de eerste plaats tot doel hebben de beste waarde voor belastinggelden te bereiken en zo de efficiënte en transparante aankoop van goederen en diensten te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt de Commissie met klem om in het licht van de vertraging van de economie en de stijgende overheidsschuld zorgvuldig alle wetswijzigingen te beoordelen die de koopkracht van aanbestedende diensten verder zouden kunnen verminderen en het aantal beschikbare leveranciers zouden kunnen beperken, aangezien dergelijke beperkingen de toegang van burgers tot hoogwaardige openbare diensten en infrastructuur uiteindelijk zouden kunnen ondermijnen; benadrukt dat terdege rekening moet worden gehouden met de noodzaak van duidelijke regels voor de behandeling van producten en ondernemers uit derde landen; waarschuwt echter dat aanbestedingen niet mogen worden gebruikt voor protectionistische doeleinden; beklemtoont in dit verband dat een Europese voorkeur in overeenstemming moet zijn met de WTO-verbintenissen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat ondersteuningsmaatregelen het gelijk speelveld niet mogen verstoren; wijst er nogmaals op dat het belangrijk is dat de Europese procedures voor overheidsopdrachten zo open mogelijk blijven en dringt erop aan dat zij technologisch neutraal en concurrentiegericht moeten blijven; onderstreept dat de commerciële levensvatbaarheid op lange termijn een leidend beginsel moet zijn bij het beoordelen van technologieën voor overheidsinvesteringen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belangrijkste uitdagingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>erkent dat er nog steeds aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten bestaan bij de uitvoering en handhaving van de regels inzake overheidsopdrachten, waardoor grensoverschrijdende inschrijvingen en de deelname van kleinere bedrijven en ondernemingen in de sociale economie worden ontmoedigd, wat een ongelijk speelveld creëert; wijst op de uiteenlopende mate van uitvoering van groene overheidsopdrachten in de lidstaten, waarbij slechts een derde bindende verplichtingen invoert en de rest kiest voor een vrijwillige aanpak;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat lokale overheden in het kader van de aankoop van goederen en diensten en overeenkomstig de constitutionele structuren van de lidstaten — met name op het gebied van de bescherming van regionaal en lokaal zelfbestuur op grond van artikel 4, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie — zelf mogen bepalen hoe ze aan hun aankoopbehoeften voldoen; wijst erop dat zij ervoor kunnen kiezen goederen intern aan te kopen, samen te werken met andere openbare entiteiten of de markt in te schakelen via aanbestedingsprocedures; is van mening dat de vrijheid en autonomie van overheidsdiensten moeten worden beschermd en geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>betreurt dat de concurrentie op het gebied van overheidsopdrachten, zoals de Rekenkamer in haar speciaal verslag aangaf, de afgelopen tien jaar aanzienlijk is afgenomen, wat heeft geleid tot een groter aantal aanbestedingen met slechts één of helemaal geen inschrijvingen; betreurt verder dat in hetzelfde verslag wordt vastgesteld dat de aanbestedende diensten in zeer beperkte mate strategische aanbestedingen uitvoeren en dat het aandeel procedures waarbij andere gunningscriteria dan de prijs worden gehanteerd, zeer beperkt is; erkent dat het gebruik van strategische overheidsopdrachten beperkt is gebleven als gevolg van het gebrek aan rechtszekerheid bij de interpretatie van het vereiste voor aanbestedende diensten dat er een verband moet zijn met het onderwerp van de overeenkomst, en hun daaruit voortvloeiende vrees voor rechtszaken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>merkt op dat aanbestedingsprocedures steeds complexer en omslachtiger zijn geworden, waardoor onnodige administratieve belemmeringen ontstaan die een breed scala aan leveranciers, waaronder grensoverschrijdende leveranciers, ervan weerhouden deel te nemen, en die de mededinging beperken en leiden tot vertragingen bij de uitvoering van essentiële openbare projecten; benadrukt dat deze kwesties ook gevolgen hebben voor aanbestedende diensten, met name kleinere lokale en regionale overheden; waarschuwt dat de Rekenkamer in haar speciaal verslag vermeldt dat de administratieve procedures sinds 2021 langer duren; merkt bovendien op dat het gebrek aan een interoperabele digitale infrastructuur voor aanbestedingsplatforms een belemmering blijft voor bedrijven, met name kmo’s, hetgeen inefficiëntie en stijgende kosten in de hand werkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>is bezorgd over het feit dat de transparantie en de handhaving bij aanbestedingen nog steeds ontoereikend zijn, zoals blijkt uit de aanhoudend lage percentages bekendmakingen inzake de gunning van opdrachten, de beperkte toegankelijkheid van aanbestedingsgegevens en het aanhoudende risico op misbruik, fraude en corruptie; wijst erop dat favoritisme, onduidelijke of tendentieuze selectiecriteria en ontoereikende toezichtsmechanismen voor handhaving en sancties het vertrouwen in overheidsopdrachten en billijkheid ondermijnen; benadrukt dat er verplichtingen moeten worden vastgesteld voor de bekendmaking en de versterking van de motivering voor alle gunningen via een gunningsprocedure door onderhandelingen zonder voorafgaande oproep tot mededinging, teneinde een minimumniveau van mededinging, traceerbaarheid en controle te waarborgen en misbruik van wettelijke uitzonderingen te voorkomen; dringt er bij de Commissie op aan gebruik te maken van geavanceerde digitale instrumenten en platforms om de transparantie en verantwoordingsplicht in procedures voor overheidsopdrachten te vergroten en corruptiepraktijken te ontmoedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>merkt op dat aanbestedende diensten momenteel al de mogelijkheid hebben om op vrijwillige basis en afhankelijk van hun besluit, zoals uitdrukkelijk toegestaan op grond van de richtlijnen van 2014, rekening te houden met factoren als innovatie, veerkracht en duurzaamheid en sociale overwegingen, via clausules inzake de gunning, de technische specificaties of de uitvoering van de overeenkomst; merkt op dat in bepaalde gevallen overeenkomsten tot uitvoering van een overheidsopdracht nog steeds hoofdzakelijk worden gegund op basis van het criterium van de laagste prijs, ook als gevolg van onvoldoende opleiding en financiële en personele middelen, waardoor aanbestedende diensten geen rekening hoeven te houden met aanvullende factoren, zoals innovatie en prijs-kwaliteitsverhouding, wat leidt tot suboptimale langetermijnresultaten die niet stroken met de belangen van de burgers; benadrukt dat het gebruik van het criterium van de laagste prijs het vermogen van aanbestedende diensten beperkt om rekening te houden met operationele kosten en om de berekening van de levenscycluskosten toe te passen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat de complexiteit, buitensporige kwalificatiecriteria en toenemende bureaucratische lasten van aanbestedingsprocedures onevenredig grote gevolgen hebben voor kmo’s, lokale bedrijven en nationale contractanten, wat hen ervan weerhoudt deel te nemen, waardoor de diversiteit van de inschrijvingen wordt verminderd en duurzame en innovatieve aanbestedingen worden ondermijnd; merkt op dat kmo’s ondanks de invoering van nationale en Europese mechanismen nog steeds te kampen hebben met problemen op het gebied van overheidsopdrachten, met name als gevolg van terugkerende betalingsachterstanden in sommige lidstaten, een gebrek aan duidelijkheid en toegankelijkheid in nationale en Europese aankondigingen van opdrachten en een gebrek aan transparantie bij de procedures voor de selectie van gegadigden, wat bijdraagt tot een perceptie van ondoorzichtigheid in de procedures;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>wijst erop dat in het strategisch analyseverslag van de Europese Arbeidsautoriteit van 2023 over de bouwsector en het verslag van de Commissie over de toepassing en uitvoering van Richtlijn (EU) 2018/957 van het Europees Parlement en de Raad van 28 juni 2018 tot wijziging van Richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten (COM(2024)0320) is vastgesteld dat lange en complexe onderaannemingsketens talrijke uitdagingen kunnen vormen voor arbeidshandhavingsautoriteiten wanneer zij worden gebruikt om wettelijke verantwoordelijkheden uit de weg te gaan en kunnen leiden tot onduidelijke verantwoordingsplicht en moeilijkheden bij het waarborgen van de naleving van overheidsopdrachten en arbeidsverplichtingen; merkt in dat verband op dat de richtlijn de aanbestedende diensten onvoldoende instrumenten biedt om de niet-uitvoering van overeenkomsten tot uitvoering van een overheidsopdracht doeltreffend aan te pakken, en in sommige gevallen zelfs diensten belemmert die proactieve maatregelen willen nemen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Verbeterpunten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>merkt op dat er, gezien de aanzienlijke stijging van de inflatie en de bouwkosten in de EU, momenteel sterk wordt aangedrongen op de actualisering van de drempelwaarden voor overheidsopdrachten; verzoekt de Commissie de mogelijkheden te onderzoeken om een verhoging van de drempelwaarden op internationaal niveau aan te bevelen en een mechanisme in te voeren dat rekening houdt met de inflatiepercentages; wijst erop dat het verhogen van de drempelwaarden aanbestedende diensten meer onafhankelijkheid en mogelijkheden biedt om opdrachten op basis van lokale behoeften te gunnen; wijst erop dat het bestaan van buitensporig ingewikkelde procedures die worden gekenmerkt door een hoge mate van technische en juridische complexiteit, in combinatie met administratieve vereisten die soms niet in verhouding staan tot de waarde van de opdracht, een de grootste problemen vormt in de sector overheidsopdrachten en dat de inspanningen van de Commissie daarom verder moeten gaan dan alleen het onderhandelen over drempelwaarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>merkt op dat zes verschillende aanbestedingsprocedures weliswaar voor flexibiliteit zorgen, maar dat sommige ervan nauwelijks worden gebruikt, zoals procedures voor innovatiepartnerschappen, vanwege de complexiteit en bureaucratische belemmeringen; is van mening dat het stroomlijnen en op elkaar afstemmen van de verplichtingen inzake gegevensrapportage voor aanbestedende diensten op nationaal en EU-niveau, alsook de basisvereisten inzake interoperabiliteit van gegevens, een meerwaarde kunnen opleveren; acht het van essentieel belang dat de Commissie en de lidstaten aanbestedingsgegevens systematisch op een alomvattende en gestructureerde manier analyseren om de onderliggende oorzaken van afnemende concurrentie en inefficiënties in aanbestedingsprocedures in kaart te brengen en aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>pleit voor een duidelijker onderscheid tussen aanbestedende diensten en overheidsbedrijven; beklemtoont dat de vrijheid en autonomie van overheidsdiensten te allen tijde moeten worden beschermd en geëerbiedigd; benadrukt dat in de hervorming van 2014 uitdrukkelijk wordt erkend dat overheidsdiensten het recht hebben om hun diensten onafhankelijk te verlenen en via hun eigen instellingen, bedrijven of overheidsbedrijven te organiseren; benadrukt dat rechtstreekse dienstverlening door openbare of lokale overheden, interne dienstverlening en publiek-publieke samenwerking beschikbare opties zijn en moeten blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt dat aanbestedingsregels voor overheidsbedrijven beter moeten worden afgestemd op handelspraktijken en maximale flexibiliteit moeten waarborgen om onnodige beperkingen, kosteninflatie en vertragingen in kritieke sectoren, zoals energie en nutsvoorzieningen, te voorkomen; is van mening dat de Commissie deze kwestie in de komende effectbeoordeling moet analyseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>wijst er met bezorgdheid op dat een aanzienlijk aantal ondernemers te maken heeft gehad met uitsluiting van openbare aanbestedingsprocedures als gevolg van kleine formele onregelmatigheden in hun inschrijvingen, zonder de mogelijkheid te hebben gekregen om dergelijke tekortkomingen te verhelpen, zowel in openbare procedures als in gunningsprocedures door onderhandelingen; onderstreept dat deze praktijk nadelig is voor zowel de ondernemers, die mogelijk veel tijd en middelen in de voorbereiding van hun inschrijvingen hebben geïnvesteerd, als de aanbestedende diensten, die genoodzaakt kunnen zijn de criteria van de economisch voordeligste inschrijving om louter formele redenen uit te sluiten; benadrukt dat door een dergelijk rigide formalisme de doeltreffendheid, efficiëntie en concurrentiekracht van aanbestedingsprocedures worden ondermijnd; roept daarom op tot de invoering van een algemeen beginsel op grond waarvan kleine onregelmatigheden kunnen worden geregulariseerd of verduidelijkt, zonder de noodzaak de inschrijving te annuleren, mits dit geen substantiële wijziging van het aanbod meebrengt, en dringt erop aan dat dit beginsel eerder regel dan uitzondering moet zijn; benadrukt dat het belangrijk is meer flexibiliteit in de procedures voor overheidsopdrachten in te voeren en tegelijkertijd rechtszekerheid te waarborgen voor aanbestedende diensten, ook voor kleine en middelgrote aanbestedende diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>pleit voor eerlijke mededinging tussen inschrijvers door ervoor te zorgen dat bij het opstellen van de gunningscriteria rekening wordt gehouden met nieuwkomers, start-ups, kmo’s en innovatieve bedrijven, zodat de diversiteit van de markt en concurrerende prijzen worden bevorderd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitale transformatie van Europese overheidsopdrachten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is er stellig van overtuigd dat digitalisering een belangrijk element moet blijven bij het verlagen van de kosten en het stroomlijnen van overheidsopdrachten voor aanbestedende instanties en meedingende entiteiten, met name zeer kleine entiteiten en kmo’s; stelt echter voor dat de Commissie en de lidstaten, om het potentieel van digitale instrumenten ten volle te benutten, opnieuw moeten bekijken hoe toekomstige aanbestedingswetgeving de digitalisering op een veilige manier kan vergemakkelijken en beveiligen, in plaats van alleen de huidige langdurige analoge processen te digitaliseren; onderstreept dat platforms voor overheidsopdrachten vergezeld moeten gaan van geactualiseerde, duidelijke en specifieke richtsnoeren en instructies om ervoor te zorgen dat alle gebruikers, ongeacht hun ervaringsniveau, doeltreffend op deze platforms kunnen navigeren en er gebruik van kunnen maken; benadrukt de noodzaak van meer steun en opleiding voor aanbestedende diensten met betrekking tot het gebruik van digitale instrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de Commissie bij de herziening van het EU-rechtskader voor overheidsopdrachten een aanpak te hanteren waarbij digitalisering voorrang heeft (“digitaal eerst”); beveelt aan om met name de nadruk te leggen op het automatiseren en waarborgen van de interoperabiliteit van bepaalde processen, bijvoorbeeld door over te stappen van een verouderd op kennisgeving gebaseerd systeem op een op transacties gebaseerd systeem waardoor het aantal elektronische formulieren wordt verminderd en door het Uniform Europees Aanbestedingsdocument en eCertis te integreren in bredere administratieve en bedrijfssystemen; is van mening dat deze overgang de mogelijkheid van publieke controle in het aanbestedingsproces zal versterken, met name gezien het potentieel van disruptieve technologieën zoals artificiële intelligentie; is van mening dat deze overgang naar geautomatiseerde, op transacties gebaseerde systemen zou zorgen voor verbeterde realtime-gegevensverzameling, gestroomlijnde aanbestedingsprocedures en een beter gebruik van gegevens, hetgeen met name kmo’s ten goede zou komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt dat de totstandbrenging van een pan-Europese aanbestedingsgegevensarchitectuur met betrouwbare, gestructureerde gegevensverzameling van cruciaal belang is om de informatie over en resultaten van overheidsopdrachten in de lidstaten te verbeteren; benadrukt daarnaast het belang van het bevorderen van interoperabiliteit tussen openbare databanken met het oog op snellere controles op de juistheid van de vereisten door marktdeelnemers en ter voorkoming van het opvragen van informatie die reeds in verschillende openbare databanken beschikbaar is; is in dit verband ingenomen met het initiatief van de Commissie voor een Europese dataruimte voor overheidsopdrachten (PPDS); is van mening dat dit initiatief de transparantie kan verbeteren en de preventie van misbruik van middelen, fraude en corruptie kan ondersteunen, alsmede meer mogelijkheden op het gebied van overheidsopdrachten kan creëren voor kmo’s en ervoor kan zorgen dat overheidsuitgaven meer waarde opleveren door Europese en nationale datasets voor overheidsopdrachten te combineren; verzoekt de Commissie mogelijkheden te onderzoeken voor de invoering van een digitaal paspoort voor overheidsopdrachten, met bijzondere aandacht voor kmo’s, als instrument om de deelname van kmo’s aan overheidsopdrachten te bevorderen; onderstreept dat de huidige instrumenten zoals eForms, eTender, eCertis en de PPDS doeltreffender moeten worden gebruikt om van analoge processen over te stappen op volledig digitale systemen met het oog op slimmere aanbestedingsbeslissingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>merkt op dat met de invoering van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) de doelstelling ervan, het vereenvoudigen en vergemakkelijken van de deelname van bedrijven aan overheidsopdrachten, niet volledig is verwezenlijkt vanwege aanhoudende operationele problemen die de toegang van bedrijven, met name zeer kleine entiteiten en kmo’s, tot aanbestedingsprocedures nog steeds bemoeilijken; verzoekt de Commissie om de standaard-aanbestedingsdocumenten, met inbegrip van het UEA, te stroomlijnen en te verduidelijken; moedigt de Commissie en de lidstaten aan te onderzoeken hoe aanbestedingssystemen aan andere goed werkende administratieve systemen en databanken op nationaal en EU-niveau kunnen worden gekoppeld om de interne markt van de EU te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor de handhaving van uniforme cyberbeveiligingsnormen die zijn afgestemd op de verordening cyberweerbaarheid<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/2847 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 betreffende horizontale cyberbeveiligingsvereisten voor producten met digitale elementen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 168/2013 en (EU) 2019/1020 en Richtlijn (EU) 2020/1828 (Verordening cyberweerbaarheid) (PB L, 2024/2847, 20.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2847/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de NIS 2-richtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2022/2555 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende maatregelen voor een hoog gezamenlijk niveau van cyberbeveiliging in de Unie, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 910/2014 en Richtlijn (EU) 2018/1972 en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2016/1148 (NIS 2-richtlijn) (PB L 333 van 27.12.2022, blz. 80, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2555/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, indien van toepassing, in alle relevante EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten, alsmede ervoor te zorgen dat de EU-regels inzake gegevensbescherming in alle fasen van de aanbestedingsprocedure worden nageleefd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>dringt aan op de harmonisatie van elektronische identificatie- en authenticatieprocessen in de lidstaten om veilige, efficiënte en betrouwbare digitale overheidsopdrachten in de hele EU te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>is ervan overtuigd dat de Commissie, in overleg met de belanghebbenden en sociale partners, moet beoordelen welke procedures weinig toegevoegde waarde bieden ten opzichte van de kosten, administratieve lasten of bijdrage aan de kwaliteit ervan, en deze vervolgens moet verbeteren, automatiseren of volledig afschaffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>wijst erop dat landen als Polen, Litouwen en Denemarken het GovTech-aanbestedingsmodel met succes hebben ingevoerd en dat de Commissie dat model als een belangrijk instrument beschouwt om de doelstellingen van het digitaal kompas 2030 van de EU te verwezenlijken; is van mening dat het voortbouwen op succesvolle nationale ervaringen en het bevorderen van de ontwikkeling van een Europese GovTech-markt de publieke sector een kans biedt om snel en efficiënt toegang te krijgen tot digitale, op maat gesneden oplossingen, terwijl een digitale hervorming van overheidsopdrachten wordt ondersteund; onderstreept dat het gebruik van GovTech bij precommerciële overheidsopdrachten tot dusver gemeenten met minder financiële middelen in staat heeft gesteld consortia van meerdere partners te vormen — een model dat voor grotere nationale projecten kan worden opgeschaald; wijst echter op het bestaan van bepaalde uitdagingen die het doeltreffende gebruik van GovTech ondermijnen en is van mening dat deze in de toekomst moeten worden aangepakt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Specifieke aanbevelingen ter verbetering van Europese overheidsopdrachten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>dringt aan op een herziening van het EU-kader voor overheidsopdrachten om het Europese concurrentievermogen te stimuleren, een duurzamere economie te bevorderen, veerkracht op te bouwen, rechtszekerheid te waarborgen en tegelijkertijd procedures te digitaliseren, de regels voor zowel aanbestedende diensten als inschrijvers te beperken en te vereenvoudigen, de voorzieningszekerheid voor bepaalde essentiële technologieën, producten en diensten te waarborgen, hoogwaardige banen te bevorderen en diensten voor burgers te verlenen, onder meer door via collectieve onderhandelingen tot stand gekomen overeenkomsten te eerbiedigen in overeenstemming met de nationale wetten en praktijken; benadrukt dat de Commissie een harmonisatie moet voorstellen waar dit de grootste toegevoegde waarde kan bieden, zoals digitale aanbestedingsinstrumenten en de standaardisering van procedures en structuren voor gezamenlijke aanbestedingen op zowel nationaal als grensoverschrijdend niveau; moedigt in dit verband het gebruik van digitale aanbestedingsinstrumenten aan om grensoverschrijdende deelname te vergemakkelijken en dringt aan op de bevordering van grensoverschrijdende overheidsopdrachten in de eengemaakte markt, met name in grensregio’s; benadrukt dat harmonisatie op zich niet het doel moet zijn, maar eerder het verbeteren van de rechtszekerheid, de efficiëntie en de voorspelbaarheid, alsook het verminderen van buitensporige administratieve lasten voor aanbestedende diensten en inschrijvers, waarbij de nodige flexibiliteit, keuzevrijheid en autonomie voor aanbestedende diensten worden vergroot om te waarborgen dat het geld van de belastingbetaler verstandig wordt gebruikt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>benadrukt de noodzaak van opleiding voor aanbestedende diensten, met inbegrip van een toelichting op de regels en een adequate verduidelijking van het gebruik van niet-prijsgerelateerde criteria, waaronder de rechtsgrondslag voor de criteria van de economisch voordeligste inschrijving en de noodzaak om de toepassing van artikel 18, lid 2, van Richtlijn 2014/24/EU te waarborgen om aanbestedende diensten rechtszekerheid te bieden zodat zij zich zekerder voelen bij het gebruik ervan, met behoud van adequate mogelijkheden voor toezicht en toegang tot gegevens; moedigt de Commissie aan de professionalisering en opleiding van werknemers van aanbestedende diensten verder te versterken en stelt voor dat de Commissie meer middelen uittrekt voor verdere opleiding van aanbestedende diensten om het EU-kader voor overheidsopdrachten doeltreffend uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>merkt op dat de louter op de laagste prijs gebaseerde gunning van overeenkomsten tot uitvoering van een overheidsopdracht oneerlijke concurrentie in de hand kan werken en dat dit ten koste gaat van kwaliteit, duurzaamheid en sociale normen; dringt erop aan dat meer opdrachten, met name voor dienstverlening van intellectuele aard, worden gegund op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding, door het gebruik van criteria van de economisch voordeligste inschrijving, wat betekent dat inschrijvingen niet alleen moeten worden beoordeeld op prijs, maar ook op factoren zoals kwaliteit, regionale impact of continuïteit van de levering van complexe en essentiële diensten; voegt hieraan toe dat niet-prijsgerelateerde overwegingen een aanzienlijk gewicht moeten krijgen in de totale beoordeling en het definitieve besluit tot gunning van de opdracht, met name voor ingenieursdiensten, die van essentieel belang zijn om op lange termijn hoogwaardige, rendabele projecten te waarborgen en tegelijkertijd innovatie te beschermen en de indiening van abnormaal lage inschrijvingen te ontmoedigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>beveelt aan dat de Commissie concrete maatregelen voorstelt om corruptie te bestrijden en de transparantie te vergroten bij het gebruik van gunningsprocedures door onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking, met name door de aankondiging in geval van vrijwillige transparantie vooraf te versterken; dringt erop aan deze aankondigingen te publiceren in het Publicatieblad van de Europese Unie en op de website of een ander openbaar platform van de betrokken aanbestedende dienst, afhankelijk van de waarde van de aanbesteding; benadrukt dat deze aankondigingen een rechtvaardiging moeten bevatten voor het gebruik van de gunningsprocedures door onderhandelingen, met vermelding van de specifieke redenen voor het afwijken van de standaardaanbestedingsmethoden, zonder onnodige administratieve lasten voor de aanbestedende diensten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>dringt aan op herziening van de uitsluitingscriteria in aanbestedingsprocedures, zodat hiermee specifieke sectorale risico’s in verband met fraude, corruptie en criminele infiltratie beter kunnen worden aangepakt; benadrukt dat verschillende sectoren afzonderlijke, op maat gesneden uitsluitingscriteria vereisen, die hun specifieke kwetsbaarheden weerspiegelen; is er stellig van overtuigd dat aanbestedende diensten de bevoegdheid moeten krijgen om aanbestedingsprocedures aan te passen teneinde criminele activiteiten te bestrijden en aan te pakken; benadrukt dat, ter bevordering van grotere efficiëntie en vereenvoudiging, de bepalingen met betrekking tot uitsluitingsgronden moeten worden gestroomlijnd aan de hand van een uitputtende lijst alsook een duidelijk onderscheid tussen verplichte uitsluitingsgronden, ter bescherming van het algemeen belang, en facultatieve uitsluitingsgronden, ter bescherming van de belangen van aanbestedende diensten of entiteiten; voegt hieraan toe dat elke ondernemer die zijn verplichtingen krachtens de toepasselijke arbeids- en milieuwetgeving uit hoofde van artikel 18, lid 2, van Richtlijn 2014/24/EU niet nakomt, daadwerkelijk moet worden uitgesloten van de procedure voor de overheidsopdracht in kwestie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>moedigt meer grensoverschrijdende samenwerking aan op het gebied van overheidsopdrachten, wanneer dit duidelijke voordelen biedt, zoals bij grootschalige projecten, om de efficiëntie en samenhang binnen de interne markt van de EU te vergroten; pleit voor interoperabele digitale infrastructuur die het mogelijk maakt aanbestedingsgegevens en -procedures naadloos te delen tussen de lidstaten, aangezien dit belemmeringen zou verminderen en samenhang van de markt zou vergroten, wat ten goede zou komen aan leveranciers van elke omvang in de hele EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>dringt erop aan ten volle gebruik te maken van alle vormen van flexibiliteit waarin de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten voorziet in de EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten, ten minste voor niet-centrale aanbestedingen, met het oog op een substantiële vereenvoudiging van aanbestedingsprocedures; benadrukt dat de Overeenkomst inzake overheidsopdrachten aanzienlijk meer flexibiliteit en meer gestroomlijnde procedurele opties met betrekking tot de keuze en het ontwerp van aanbestedingsprocedures mogelijk maakt; verzoekt de Commissie de mogelijkheid te onderzoeken om kleine aanbestedende diensten toe te staan vereenvoudigde procedures toe te passen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteit waarin de Richtlijnen 2014/25/EU en 2014/23/EU voorzien, om hun beperkte middelen en deskundigheid aan te pakken en onnodige administratieve lasten te verminderen, zodat zij hun taken efficiënter kunnen uitvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>benadrukt dat verschillende sectorspecifieke regels voor overheidsopdrachten versnipperd zijn en voor zowel bedrijven als lokale overheden moeilijk uitvoerbaar kunnen zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>verzoekt de Commissie de sectorspecifieke aanbestedingsregels te herzien, te beoordelen en te stroomlijnen om onnodige lasten voor aanbestedende diensten te verminderen en tegelijkertijd transparantie, efficiëntie, rechtszekerheid en flexibiliteit te waarborgen; dringt erop aan dat de sectorale wetgeving geharmoniseerd blijft met de algemene aanbestedingskaders en beperkt blijft tot technische specificaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>dringt aan op de vaststelling van uniforme, niet-bindende richtsnoeren, gestandaardiseerde monitoring- en rapportagemechanismen, procedurele waarborgen, onafhankelijke toezichthoudende instanties met voldoende bevoegdheden en doeltreffende handhavings- en nalevingsinstrumenten om de rechtszekerheid, eerlijke concurrentie en consistentie bij overheidsopdrachten in de EU te bevorderen, zonder de discretionaire bevoegdheid van de aanbestedende diensten te beperken; benadrukt de noodzaak van ondersteuning van aanbestedende diensten, met name die met beperkte administratieve en economische middelen, bij de handhaving en om ervoor te zorgen dat de contractanten de overeengekomen contractuele verplichtingen nakomen; wijst op het belang van het evenredigheidsbeginsel, wat betekent dat de beslissingen van de aanbestedende dienst, evenals de in een inschrijving vastgestelde eisen en voorwaarden, moeten worden afgestemd op de aard en het toepassingsgebied van de opdracht die wordt gegund; dringt er bij de Commissie op aan dit concept te verduidelijken om het gebruik van andere criteria dan alleen de prijs te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>merkt op dat een grotere integratie van de markt voor overheidsopdrachten van cruciaal belang is voor de verwezenlijking van de strategische doelstellingen van de EU, mits daarbij de bevoegdheid van de lidstaten om hun eigen strategische prioriteiten vast te stellen volledig wordt geëerbiedigd; onderstreept dat alle inspanningen om aanbestedingsprocedures te standaardiseren gebaseerd moeten zijn op het subsidiariteitsbeginsel en de nationale flexibiliteit in stand moeten houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>benadrukt dat de inspanningen van kmo’s om markten van andere lidstaten te verkennen, moeten worden ondersteund; dringt aan op het delen van beste praktijken in de hele EU en het vereenvoudigen van grensoverschrijdende aanbestedingsprocedures; verzoekt de lidstaten de deelname van bedrijven aan grensoverschrijdende overheidsopdrachten te stimuleren door geen taalcriteria te gebruiken voor het afwijzen van inschrijvingen in procedures voor aanbestedingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verzoekt de Commissie administratieve procedures zoveel mogelijk te stroomlijnen om voor doeltreffende aanbestedingen de lasten te verlichten, de selectiecriteria te verfijnen en de administratieve capaciteit te vergroten; meent dat gestandaardiseerde criteria zorgen voor toegankelijkere en aantrekkelijkere opdrachten voor kmo’s, wat van essentieel belang is voor het bevorderen van een bredere participatie en het stimuleren van innovatie in de sector; beveelt daarom ten zeerste aan gestandaardiseerde criteria uit te vaardigen in de vorm van niet-bindende richtsnoeren van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>beveelt de invoering aan van versterkte mechanismen voor transparantie en toezicht bij overheidsopdrachten door het integreren van geavanceerde gegevensanalyse en AI-technologieën in de aanbestedingsprocedure om mogelijke niet-naleving, onregelmatigheden, fraude, nationale veiligheidsrisico’s en corruptie in realtime op te sporen; moedigt de Commissie in dit verband aan steun te verlenen aan de ontwikkeling van een platform voor gegevensgestuurde risicoanalyses dat gekoppeld is aan leveranciersregisters en zowel EU- als nationale databanken voor uitsluiting binnen de dataruimte voor overheidsopdrachten, met inbegrip van de integratie van aanbestedings‑, bedrijfs- en sanctiegegevens om proactieve opsporing van fraude en integriteitsmonitoring mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>is van mening dat de invoering van een EU-breed mechanisme dat voor aanbestedende diensten grensoverschrijdende informatie-uitwisseling garandeert over ondernemers die zijn uitgesloten van aanbestedingsmarkten en over de duur van hun uitsluiting, in overeenstemming met artikel 57 van Richtlijn 2014/24/EU, de handhaving zou vergemakkelijken, procedures zou vereenvoudigen, overheidsmiddelen zou beschermen, een gelijk speelveld op de interne markt zou veiligstellen, en de veiligheid en integriteit van kritieke openbare infrastructuur en diensten zou versterken; merkt op dat grensoverschrijdende informatie-uitwisseling over de uitsluiting van een bepaalde handelaar in een lidstaat geen voorwaarde is voor de uitsluiting van die handelaar in een andere lidstaat;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan de haalbaarheid te onderzoeken van een EU-breed register van belangenverklaringen op het gebied van overheidsopdrachten, rekening houdend met de waarde van de opdrachten, waarmee persoonlijke of professionele banden tussen aanbestedende diensten en geselecteerde inschrijvers kunnen worden vastgesteld, teneinde belangenconflicten te voorkomen die de integriteit van de procedure zouden kunnen aantasten, en ervoor te zorgen dat er degelijke klokkenluidersregelingen bestaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>meent dat er behoefte is aan verdere vereenvoudiging en standaardisering van de praktijk op het gebied van overheidsopdrachten; steunt de invoering, waar nodig, van modellen voor standaardcontractonderdelen in de lidstaten om meer uniformiteit in aanbestedingsprocedures te brengen, de administratieve lasten te verminderen en juridische duidelijkheid voor aanbestedende diensten en marktdeelnemers te scheppen, met behoud van flexibiliteit voor marktgerichte oplossingen; merkt bovendien op dat de invoering van modellen voor standaardcontractonderdelen in alle lidstaten ook de integratie van contractgegevens in digitale platforms zou vergemakkelijken, zodat ze gemakkelijker kunnen worden getraceerd en vergeleken; meent dat een dergelijke standaardisering aanzienlijk bijdraagt tot administratieve efficiëntie en een vermindering van de transactiekosten, aangezien aanbestedende diensten zo de opstelling van aanbestedingsdocumenten kunnen stroomlijnen en marktdeelnemers elementen van eerdere aanbestedingen kunnen hergebruiken, met name wanneer zij aan meerdere aanbestedingsprocedures deelnemen; wijst op het gebruik van standaardmodellen, die kortere en consistentere aanbestedingsdocumenten mogelijk zouden moeten maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>is verheugd dat de Commissie er een prioriteit van maakt om de lasten voor bedrijven als gevolg van wettelijk verplichte rapportage met 25 % te verminderen, en met 35 % voor kmo’s; vraagt dat deze prioriteit in alle sectoren ten uitvoer wordt gelegd en dat de komende toetsing van overheidsopdrachten op basis hiervan wordt beoordeeld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>verzoekt de Commissie, de lidstaten en aanbestedende diensten ten volle gebruik te maken van de beschikbare instrumenten, zoals de toolbox voor handelsbescherming van de EU, om oneerlijke concurrentie van niet-EU-landen die EU-landen discrimineren bij deelname aan hun openbare aanbestedingsprocedures, te voorkomen, en een strikt wederkerigheidsbeginsel toe te passen met effectief gebruik van het instrument voor internationale overheidsopdrachten van de EU, met name wat betreft de toegang tot strategische sectoren van de EU-markt voor overheidsopdrachten; herinnert eraan dat de EU de toegang tot haar markten voor overheidsopdrachten kan beperken als reactie op schendingen van internationale handelsregels, waaronder verhogingen van douanerechten die onverenigbaar zijn met de WTO-regels; vraagt voorts dat er doortastende maatregelen worden genomen via de verordening buitenlandse subsidies<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2022/2560 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2022 betreffende buitenlandse subsidies die de interne markt verstoren (PB L 330 van 23.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2560/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; wijst bovendien op de mogelijkheden die Verordening (EU) 2023/2675<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2023/2675 van het Europees Parlement en de Raad van 22 november 2023 betreffende de bescherming van de Unie en haar lidstaten tegen economische dwang door derde landen (PB L, 2023/2675, 7.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2675/oj).</FIELD></FOOTNOTE> biedt als het erom gaat de EU en haar lidstaten te beschermen tegen economische dwang door derde landen; benadrukt dat de procedures die worden gevolgd voordat er evenwichtsherstellende maatregelen worden genomen, te traag zijn; verzoekt de Commissie en de Raad procedures toe te staan die een snellere reactie mogelijk maken; herinnert eraan dat niet-EU-landen die niet onder de overeenkomst inzake overheidsopdrachten vallen of geen internationale overeenkomsten met de EU hebben gesloten die gelijke en wederzijdse toegang tot overheidsopdrachten garanderen, geen aanspraak kunnen maken op gelijke behandeling op het gebied van overheidsopdrachten, zoals is verduidelijkt in de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (zaak C-652/22);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>herinnert eraan dat de voorwaarden van IAO-Verdrag nr. 94 betreffende bepalingen ter regeling van arbeidsvoorwaarden moeten worden nageleefd, en is van mening dat landen die deze voorwaarden niet naleven, geen toegang mogen krijgen tot overheidsopdrachten van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>merkt op dat in de meeste lidstaten een aanzienlijk deel van de opdrachten op basis van de laagste prijs wordt gegund; benadrukt dat moet worden voorkomen dat niet-EU-bedrijven bij aanbestedingsprocedures een oneerlijk voordeel behalen dankzij directe of indirecte staatssubsidies, waardoor de eerlijke concurrentie op de interne markt wordt verstoord; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om doortastend op te treden tegen niet-EU-entiteiten die dergelijke subsidies misbruiken om prijzen te onderbieden of bij aanbestedingen de bovenhand te halen op een manier die in strijd is met de EU-mededingingsregels; beveelt aan om duidelijke en transparante regels vast te stellen voor de uitsluiting van niet-EU-entiteiten en in de EU gevestigde bedrijven waarvan de onderaannemers van buiten de EU herhaaldelijk het EU-recht hebben geschonden; dringt voorts aan op convergentie tussen de lidstaten wat betreft de regels voor de deelname van inschrijvers van buiten de EU aan overheidsopdrachten, met name in gevallen waarin projecten met Europese middelen worden gefinancierd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>onderstreept dat abnormaal lage offertes, met name van inschrijvers van buiten de EU, de doeltreffende uitvoering van overheidsopdrachten en de kwaliteitsnormen in gevaar kunnen brengen en risico’s voor de nationale veiligheid kunnen inhouden, met name in de context van kritieke infrastructuur; dringt aan op krachtigere maatregelen om dergelijke offertes te detecteren en aan te pakken, onder meer door middel van onafhankelijke kostenbeoordelingen en duidelijke verplichtingen voor de aanbestedende diensten om inschrijvingen af te wijzen indien de rechtvaardiging voor de ongewoon lage prijs ontoereikend of niet overtuigend is; verzoekt de Commissie in dit verband een duidelijke en geharmoniseerde methode voor het beoordelen van het begrip “abnormaal lage prijs” voor te stellen om aanbestedende diensten meer rechtszekerheid en praktische richtsnoeren te verschaffen bij het evalueren van inschrijvingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>verzoekt de Commissie duidelijk vast te leggen dat inschrijvers uit niet-EU landen niet in aanmerking komen voor deelname aan procedures voor overheidsopdrachten binnen de EU indien hun land van herkomst geen wederzijdse markttoegang verleent aan inschrijvers uit de EU op basis van een met de EU gesloten plurilaterale of bilaterale overeenkomst inzake overheidsopdrachten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>vraagt dat de afwijkingen voor de ultraperifere gebieden verder worden toegepast, gezien de specifieke uitdagingen waarmee deze gebieden worden geconfronteerd; erkent voorts de unieke omstandigheden van gemeenschappen die in grensregio’s van de EU wonen en regelmatig grensoverschrijdende economische en sociale uitwisselingen hebben met aangrenzende niet-EU-landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>wil ervoor zorgen dat overheidsopdrachten mechanismen omvatten die de regionale economische veerkracht, het scheppen van hoogwaardige lokale banen en de duurzaamheid van lokale economieën ondersteunen, zodat een evenwichtigere verdeling van de economische activiteit tussen stedelijke en niet-stedelijke gebieden in de hand wordt gewerkt; wijst in dit verband op de rol van landbouwproducenten en hun toeleveringsketens, alsook op de cruciale rol van diensten van algemeen economisch belang; verzoekt de Commissie de aanbeveling in het Draghi-verslag te beoordelen om aanbestedende diensten de mogelijkheid te bieden om, indien passend en haalbaar, bij overheidsopdrachten een expliciet minimumquotum vast te stellen voor bepaalde lokaal geproduceerde goederen; benadrukt dat de praktijk op het gebied van overheidsopdrachten de economische groei moet bevorderen zonder bepaalde sectoren of regio’s onnodig te bevoordelen, maar erkent dat het belangrijk is dat aanbestedende diensten meer armslag krijgen om, als zij dat passend achten, meer gewicht toe te kennen aan sociale en duurzaamheidscriteria, waaronder milieu- en klimaatgerelateerde overwegingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>erkent de specifieke kenmerken en de strategische rol van overheidsopdrachten bij het vergroten van de voedselzekerheid en ‑veerkracht in de EU, en erkent dat er beter gebruik moet worden gemaakt van duurzaamheids- en klimaatgerelateerde criteria, dat landbouwers in de EU moeten worden gesteund en dat gezondere eetgewoonten en een duurzaam en gezond voedselbeleid moeten worden bevorderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>is voorstander van meer flexibiliteit in publiek-publieke partnerschappen, zodat overheidsinstanties doeltreffender kunnen samenwerken om de dienstverlening te verbeteren en de kosten te verlagen; verzoekt de lidstaten te overwegen publiek-private partnerschappen en een dialoog over overheidsopdrachten te ontwikkelen om de efficiëntie van de procedures en de samenwerking tussen overheidsinstanties en bedrijven te verbeteren; beveelt aan om de definitie van publiek-publieke samenwerking in de huidige richtlijn te herzien om dergelijke samenwerking te erkennen als alle overeenkomsten of regelingen tussen twee of meer aanbestedende diensten; verzoekt de Commissie te overwegen om samenwerking tussen overheidsinstanties (publiek-publieke samenwerking) met het oog op efficiënte taakvervulling vrij te stellen van het toepassingsgebied van de richtlijnen inzake overheidsopdrachten, zonder verdere beperkende voorwaarden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>benadrukt dat de ontwikkeling en het gebruik van betrouwbare, hoogwaardige en transparante duurzaamheidskeurmerken en ‑certificeringen aanbestedende diensten helpt om duurzaamheidsdoelstellingen te operationaliseren, zodat de administratieve lasten worden beperkt en minder diepgaande technische beoordelingen nodig zijn; verzoekt de Commissie dergelijke keurmerken op EU-niveau te bevorderen en verder te ontwikkelen en ze in alle sectoren geloofwaardig en bruikbaar ta maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>merkt op dat aanbestedende diensten zich al bezighouden met duurzame en klimaatvriendelijke aanbestedingen, op basis van uitgebreide duurzaamheidsvoorschriften op Europees, nationaal en regionaal niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>onderstreept in het licht van de jurisprudentie van het HvJ-EU (waaronder zaak C‑395/18) dat aanbestedende diensten het recht hebben om in aanbestedingsdocumenten vereisten op basis van nationaal arbeidsrecht op te nemen, zoals bindende collectieve overeenkomsten, minimumnormen voor arbeidsvoorwaarden, bepalingen inzake gelijke beloning en andere relevante sociale criteria; is verheugd dat het HvJ-EU heeft verduidelijkt dat de sociale en milieuverplichtingen in de horizontale sociale clausule “een kernwaarde [vormen] waarvan de eerbiediging [...] door de lidstaten moet worden gewaarborgd”; verzoekt de Commissie richtsnoeren en een rechtskader te ontwikkelen, met een verduidelijking van het onderwerp en de praktische toepassing ervan, die rechtszekerheid bieden en aanbestedende diensten in staat stellen om dergelijke criteria naar eigen inzicht toe te passen zonder onevenredige juridische risico’s te lopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>erkent dat maatschappelijk verantwoorde overheidsopdrachten veel potentieel hebben voor het bevorderen van fatsoenlijk werk, sociale inclusie en duurzame ontwikkeling; moedigt aanbestedende diensten aan om systematisch sociale criteria op te nemen in openbare aanbestedingsprocedures, en daarbij economische haalbaarheid, flexibiliteit en subsidiariteit te waarborgen; verzoekt de Commissie de opname van sociale criteria in aanbestedingsprocedures te beoordelen en te voorzien in een duidelijk wetgevings- en beleidskader en praktische richtsnoeren, met juridische duidelijkheid en voorbeelden van goede praktijken, teneinde een doeltreffende en juridisch deugdelijke uitvoering van maatschappelijk verantwoorde overheidsopdrachten door de aanbestedende diensten mogelijk te maken; erkent dat het opnemen van sociale clausules, zoals vereisten met betrekking tot arbeidsomstandigheden, collectieve onderhandelingen en eerbiediging van arbeidsrechten, de kwaliteit en betrouwbaarheid van de resultaten van overheidsopdrachten aanzienlijk kan verbeteren; verzoekt de Commissie bij de herziening te verduidelijken dat de vereisten van artikel 18, lid 2, van Richtlijn 2014/24/EU met betrekking tot het milieu-, sociaal en arbeidsrecht bindend zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>is van mening dat overheidsopdrachten innovatieve en duurzame oplossingen moeten aanmoedigen en belonen die de economische ontwikkeling kunnen stimuleren; benadrukt dat het belangrijk is om in alle lidstaten duurzaamheidscriteria in te voeren en toe te passen op een manier die in overeenstemming is met de huidige EU-wetgeving; verzoekt de Commissie in het kader van de komende geschiktheidscontrole van de EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten de vaststelling te beoordelen van een sectorspecifieke toolbox voor duurzaamheidscriteria, met modelgunningscriteria en technische criteria, verificatiemethoden en contractuele bepalingen, teneinde de geleidelijke invoering van duurzamere aanbestedingspraktijken te vergemakkelijken, aanbestedende diensten duidelijkheid te verschaffen en hen tegelijk in staat te stellen de eisen af te stemmen op specifieke sectoren en lokale economische capaciteiten; verzoekt de Commissie te onderzoeken hoe duurzaamheidsaspecten beter kunnen worden geïntegreerd bij de toepassing van het beginsel van de economisch voordeligste inschrijving, teneinde innovatie en een efficiënt gebruik van hulpbronnen te bevorderen; verzoekt de Commissie een reeks criteria te ontwikkelen om innovatie op het gebied van duurzame technologieën te bevorderen en het concurrentievermogen van de EU op toekomstige leidende markten te vergroten; is van mening dat de versterking van de markt voor secundaire materialen deel moet uitmaken van deze aanpak; benadrukt in dit verband dat de ontwikkeling van een toolbox afhankelijk moet worden gesteld van aantoonbaar bewijs dat a) aanbestedende diensten of entiteiten daardoor niet worden verplicht om onevenredige kosten te maken en dat dit niet tot onverenigbaarheden of technische moeilijkheden leidt, b) daarbij rekening wordt gehouden met de levenscyclus, verscheidenheid en beschikbaarheid van de betreffende producten en diensten en dat het beginsel van technologische neutraliteit in acht wordt genomen, en c) eerlijke mededinging wordt gehandhaafd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>beveelt aan om strategische aanbestedingsmodellen toe te passen die de belangen van de EU en de lidstaten alsook waarde en veerkracht op lange termijn voorrang geven boven kostenverlagingen op korte termijn, en die leidende marktkansen bieden voor producten die voldoen aan de doelstellingen van de EU, met name in strategische sectoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>verzoekt de Commissie bij de komende herziening van het kader voor overheidsopdrachten een grondige effectbeoordeling uit te voeren van de mogelijke manieren om bij overheidsopdrachten in verband met strategische industrieën voorrang te geven aan het beginsel van “Europese preferentie” teneinde de continuïteit van kritieke capaciteiten in de lidstaten te waarborgen en de veerkracht, de veiligheid, het concurrentievermogen en de strategische autonomie te vergroten, alsook van de implicaties daarvan; benadrukt dat de Commissie zorgvuldig de mogelijke kostenimplicaties, de risico’s van beperking van de toegang tot geavanceerde technologieën en de gevolgen voor de kwaliteit van diensten en producten moet evalueren, waarbij zij de internationale juridische verplichtingen van de EU in acht moet nemen en gelijkgestemde partners niet mag uitsluiten; onderstreept dat maatregelen ter bevordering van de deelname van Europese bedrijven niet mogen neerkomen op protectionisme of concurrentieverstoring; erkent in dit verband dat het belangrijk is dat bedrijven in de EU investeren en herinvesteren, omdat dat de EU-economie versterkt, het welzijn van werknemers beschermt en lokale gemeenschappen ten goede komt; verzoekt de Commissie voorts te onderzoeken hoe de deelname van in de EU gevestigde bedrijven aan aanbestedingsprocedures voor door EU-instellingen gefinancierde projecten kan worden gestimuleerd, of door het in artikel 85 van Richtlijn 2014/25/EU bedoelde preferentiestelsel uit te breiden tot opdrachten die door aanbestedende diensten worden gegund, en door artikel 15 van Richtlijn 2014/24/EU uit te breiden tot specifieke strategische sectoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>pleit ervoor om in openbare aanbestedingsprocedures voor projecten van strategisch belang voor de EU – in het bijzonder op het gebied van kritieke infrastructuur, geavanceerde technologieën en kritieke grondstoffen – bepalingen op te nemen die aanbestedende diensten de mogelijkheid bieden om van markdeelnemers te eisen dat zij een industrieel partnerschap aangaan met in de EU gevestigde rechtspersonen; is van mening dat dergelijke partnerschappen clausules moeten omvatten die de overdracht van technologie, knowhow of belangrijke technische vaardigheden aan de in de EU gevestigde partners waarborgen, in volledige overeenstemming met de Uniewetgeving en internationale verbintenissen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>wijst op de specifieke uitdagingen waarmee elektriciteitsnetbeheerders worden geconfronteerd, zoals langere levertijden en hogere kosten; vraagt dat de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor elektriciteitsnetbeheerders worden vereenvoudigd en dat ervoor wordt gezorgd dat ze flexibel en efficiënt zijn; pleit voor meer samenhang tussen de EU-regels die van invloed zijn op de overheidsopdrachten voor elektriciteitsnetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>onderstreept dat het belangrijk is om investeringen in de markt voor overheidsopdrachten en concessies te ontsluiten, en verzoekt de Commissie te onderzoeken of het huidige kader voor de looptijd van concessieovereenkomsten voldoende rekening houdt met investeringen die concessiehouders na de gunning doen en na te gaan of meer flexibiliteit dergelijke investeringen zou helpen stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>benadrukt dat onnodige administratieve lasten voor overheidsinkopers en marktdeelnemers, met inbegrip van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, moeten worden vermeden; onderstreept dat bij de herziening van de EU-wetgeving inzake overheidsopdrachten te allen tijde rekening moet worden gehouden met de noodzaak om de complexiteit en de bureaucratie te verminderen, teneinde de deelname van marktdeelnemers aan overheidsopdrachten niet te belemmeren; verzoekt de Commissie er bij het beoordelen van opties voor het invoeren van nieuwe criteria voor overheidsopdrachten voor te zorgen dat bijzondere aandacht wordt besteed aan de fase waarin dergelijke vereisten in het aanbestedingsproces worden opgenomen; onderstreept dat er bijzondere aandacht moet worden besteed aan de vraag of deze criteria worden opgenomen in de gunningscriteria of in eerdere fasen van de aanbestedingsstukken, om de juridische duidelijkheid en de praktische haalbaarheid voor zowel aanbestedende diensten als marktdeelnemers te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>is voorstander van een modernisering van de aanbestedingscriteria om rekening te houden met de vooruitgang op het gebied van technologie en beveiliging en ervoor te zorgen dat met nieuwe aanbestedingskaders flexibel kan worden ingespeeld op veranderende economische en geopolitieke landschappen, waarbij de autonomie van de lidstaten wat betreft het uitvoeren van hun aanbestedingsbeleid behouden blijft; merkt op dat het concurrentievermogen van de EU hand in hand gaat met sociale en milieunormen op de interne markt; benadrukt dat de toekomstige kaders voor overheidsopdrachten deze sterke punten niet mogen afzwakken, maar moeten versterken, teneinde de positie van EU-actoren bij aanbestedingen voor overheidsopdrachten te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>wijst op het belang van de verordening voor een nettonulindustrie<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1735 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van een kader van maatregelen ter versterking van het Europese ecosysteem voor de productie van nettonultechnologie en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1724 (PB L, 2024/1735, 28.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1735/oj).</FIELD></FOOTNOTE> als voorbeeld van veerkrachtcriteria met betrekking tot voorzieningszekerheid, hoogwaardige banen, de bijdrage aan het industriële leiderschap en het concurrentievermogen van de EU, de naleving van cyberbeveiligingsnormen en het verminderen van de afhankelijkheid van één niet-EU-land dat niet deelneemt aan internationale aanbestedingsovereenkomsten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>is voorstander van een verdere digitalisering van openbare aanbestedingsprocedures teneinde de administratieve lasten te verminderen, de efficiëntie en het concurrentievermogen te verbeteren, de transparantie te vergroten en de toegang voor kmo’s en grensoverschrijdende inschrijvers te vergemakkelijken, en tegelijk de naleving van veiligheidsnormen te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>dringt aan op betere ondersteuningsmechanismen voor zeer kleine entiteiten, kmo’s, start-ups en actoren van de sociale economie om hen in staat te stellen effectief te concurreren bij openbare aanbestedingen, met inbegrip van programma’s voor technische bijstand, en capaciteitsopbouw voor kmo’s, start-ups en sociale ondernemingen; is van mening dat meer begeleiding en steun voor kmo’s van cruciaal belang is om hun deelname aan overheidsopdrachten te bevorderen; onderstreept dat de bureaucratische rompslomp die de deelname van kmo’s, start-ups en scale-ups onevenredig bemoeilijkt, moet worden verminderd en dat de Commissie bij alle nieuwe regels passende effectbeoordelingen en een verplichte kmo- en start-uptoets moet uitvoeren; benadrukt dat dialooginitiatieven een doeltreffende manier zijn om kmo’s te helpen een beter inzicht in de beginselen van overheidsopdrachten te krijgen, terwijl aanbestedende diensten informatie kunnen verzamelen zodat zij evenwichtigere criteria kunnen opstellen en de administratieve lasten kunnen verminderen; is, waar passend, voorstander van het wijdverbreide gebruik van inkooppraktijken door overheidsinkopers voorafgaand aan het opstellen van aanbestedingen, en van het beperken van buitensporige vereisten inzake financiële capaciteit en bewijs van eerdere prestaties; wijst erop dat kmo’s moeten worden ondersteund bij het vinden van partners;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>vraagt dat de selectiecriteria dringend worden vereenvoudigd en verzoekt de Commissie in dat verband ook te onderzoeken of de oprichting van een digitale databank van gepreselecteerde kmo’s en kleinere actoren op EU-niveau zou kunnen helpen om de procedures te stroomlijnen en de toegang tot openbare aanbestedingen te verbeteren; merkt op dat er accreditatiesystemen zouden kunnen worden gebruikt om voorafgaand aan het aanbestedingsproces de technische en financiële draagkracht van bedrijven te bepalen en hun professionele integriteit te verifiëren, en dat de criteria voor professionele integriteit ook hun staat van dienst wat betreft de naleving van de toepasselijke arbeids-, mensenrechten- en milieuwetgeving moeten omvatten; onderstreept dat doeltreffende interoperabiliteit en grensoverschrijdende toegankelijkheid van deze registers in alle lidstaten absoluut de transparantie zouden kunnen vergroten, overheidsmiddelen zouden kunnen beschermen, de interne markt zouden kunnen ondersteunen en de veiligheid en integriteit van kritieke openbare infrastructuur en diensten zouden kunnen versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>benadrukt dat het EU-kader voor overheidsopdrachten voor gelijke toegang voor kmo’s, entiteiten van de sociale economie en lokale bedrijven moet zorgen door vereenvoudigde procedures te bevorderen, onder meer door ervoor te zorgen dat bedrijven in hun inschrijving geen reeds openbaar beschikbare informatie opnieuw hoeven in te dienen en door evenredige vereisten toe te passen op basis van de lokale context; verzoekt de Commissie te overwegen om het opsplitsen van opdrachten in kleinere percelen te mainstreamen om concurrentie in de hand te werken en dominantie van grote entiteiten te voorkomen, maar erkent dat opdrachten niet mogen worden opgesplitst als er echte technologische redenen of redenen van efficiëntie zijn om dat niet te doen; onderstreept dat deze verdeling in kleinere percelen van bijzonder belang is voor ingenieurs , bouw  en planningsdiensten, aangezien dit de concurrentie kan versterken, kansen op participatie van kleine en middelgrote ondernemingen en micro-ondernemingen kan waarborgen en een gericht gebruik van gespecialiseerde deskundigheid mogelijk kan maken; benadrukt dat er duidelijke richtsnoeren nodig zijn om te bepalen wanneer het gerechtvaardigd is om opdrachten niet op te splitsen; merkt op dat de opsplitsing van percelen ook een doeltreffend middel is om ondoenlijke ketens van onderaannemers te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>is van mening dat het aanbestedingskader inschrijvers en aanbestedende diensten in staat moet stellen om ontbrekende bewijsstukken in een latere fase van de procedure in te dienen, zodat aanbestedingsprocedures worden vereenvoudigd en versneld, bijvoorbeeld door een uitbreiding van artikel 56, lid 3, van Richtlijn 2014/24/EU; beveelt aan om de deelname van start-ups en kmo’s te bevorderen door strikte referentievereisten aan te passen die onevenredige belemmeringen opwerpen voor pas opgerichte bedrijven; vraagt dat er waar nodig meer flexibiliteit wordt ingebouwd in de kwalificatiecriteria om ervoor te zorgen dat start-ups eerlijke toegang hebben tot aanbestedingsmogelijkheden, met behoud van transparantie en concurrentie; benadrukt dat er flexibiliteit moet worden toegepast wanneer kmo’s om informatie over eerdere contracten wordt gevraagd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat openbare aanbestedingsprocedures toegankelijker en transparanter worden gemaakt door het verstrekken van bevattelijke samenvattende tabellen of overzichten van openbare aanbestedingen, waarin de aanbevolen technische specificaties en vereisten van de aanbestede werken of diensten duidelijk worden beschreven; verzoekt de Commissie met name rekening te houden met bedrijven met minder ervaring, die de hulpmiddelen moeten gebruiken om de aanbestedingsstukken beter te begrijpen en te interpreteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>herhaalt dat een billijke toegang tot openbare aanbestedingsprocedures een vereenvoudiging en verduidelijking van de regels voor aanbestedende diensten vereist;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>benadrukt dat de ervaring met overheidsopdrachten, zoals bouwprojecten, leert dat het toestaan van alternatieve voorstellen (varianten) aanbestedende diensten helpt om diensten op innovatievere, efficiëntere en kosteneffectievere wijze in te kopen; benadrukt dat innovatieve oplossingen gemakkelijker in aanbestedingen kunnen worden geïntegreerd wanneer varianten op aanbestedingen in het algemeen zijn toegestaan en dat, om ondernemersknowhow effectief in de gunning van overheidsopdrachten te integreren, alternatieve voorstellen (varianten op aanbestedingen) in het algemeen moeten worden toegestaan tenzij de aanbestedende dienst specifiek besluit die uit te sluiten (opt-out); verzoekt de Commissie te onderzoeken of alternatieve voorstellen (varianten) overeenkomstig artikel 45, lid 1, van Richtlijn 2014/24/EU kunnen worden toegestaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat het eenmaligheidsbeginsel op alle overheidsniveaus consequent wordt toegepast bij overheidsopdrachten, zodat inschrijvers bepaalde standaardinformatie slechts eenmaal aan de autoriteiten en overheidsdiensten hoeven te verstrekken teneinde de administratieve lasten te verminderen; erkent dat als inschrijvers tijdens de eerste fase een eigen verklaring van naleving van de vereisten mogen gebruiken in plaats van talrijke administratieve documenten in te dienen, dat vaak kan leiden tot minder lasten en meer efficiëntie; verzoekt de Commissie na te gaan waar een dergelijke praktijk op passende wijze kan worden toegepast, en daarbij voor juridische duidelijkheid en waarborgen te zorgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>is van mening dat opdrachten voorbehouden voor bepaalde diensten een goede praktijk is die de sociale economie ondersteunt; stelt voor dat bij gelijkwaardige aanbiedingen voorrang zou kunnen worden gegeven aan kmo’s en innovatieve marktdeelnemers, of dat dit zou kunnen worden bewerkstelligd door middel van voorbehouden opdrachten of een voorbehouden deel van de uitvoering van de opdracht; benadrukt in dit verband dat voorbehouden opdrachten een doeltreffende manier zijn om personen met een handicap aan werk te helpen door middel van overheidsopdrachten, maar merkt op dat er bij de uitvoering daarvan nog ruimte is voor verbetering;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>erkent dat onderaanneming weliswaar meer flexibiliteit, toegang tot gespecialiseerde vaardigheden en kostenbesparingen mogelijk maakt, maar ook potentiële risico’s met zich mee kan brengen, zoals minder verantwoordingsplicht, een verhoogd risico op inbreuken op arbeidsrechten en belemmeringen voor een doeltreffende handhaving; verzoekt de Commissie het effect te beoordelen van overheidsopdrachten die voornamelijk door de directe werknemers van de geselecteerde inschrijver worden uitgevoerd, en beveelt aan dat de regels voor overheidsopdrachten bedrijven ertoe moeten aanzetten om voldoende eigen personeel in dienst te hebben om de projecten waarvoor zij overheidsopdrachten hebben gekregen, uit te voeren; verzoekt de Commissie, teneinde een einde te maken aan wanpraktijken op het gebied van onderaanneming en de rechten van werknemers te beschermen, voor meer transparantie en verantwoordingsplicht in de hele toeleveringsketen te zorgen en te overwegen een duidelijk omschreven regeling in te voeren voor hoofdelijke aansprakelijkheid van ondernemers en onderaannemers en voor het waarborgen van transparantie over het deel van de opdracht dat de contractant voornemens is uit te besteden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>is voorstander van flexibele beprijzing van opdrachten door de maximale looptijd van raamovereenkomsten voor aanbestedende diensten te verlengen, bepalingen in te voeren die het mogelijk maken prijzen aan te passen als reactie op onevenredige kostenstijgingen die de inschrijver redelijkerwijs niet had kunnen voorzien, zoals inflatie, stijgende materiaal- of energiekosten en wijzigingen in de arbeidswetgeving, zodat contracten uitvoerbaar blijven zonder dat overheden financieel onder druk komen te staan, en door de onderhandelingsprocedure uit te breiden als beginsel voor opdrachten die volgen op een raamovereenkomst;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>merkt op dat de regels inzake innovatiegericht aanbesteden nog weinig worden toegepast; vraagt dat er wordt geëvalueerd of er speciale aanbestedingsregels moeten worden vastgesteld voor wetenschappelijke onderzoeks- en innovatieprojecten, waarmee zou worden erkend dat zij een cruciale rol spelen bij het stimuleren van economische groei en technologische vooruitgang, maar waarbij tegelijk een doeltreffend gebruik van publieke middelen moet worden gewaarborgd; wijst op de noodzaak van aanvullende en solide bepalingen ter bescherming van de intellectuele-eigendomsrechten van inschrijvers, ook tijdens de aanbestedingsprocedure;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>is van mening dat de professionalisering van overheidsinkopers deel moet uitmaken van de verbetering van de methoden voor overheidsopdrachten in de EU; verwelkomt nationale initiatieven om overheidsinkopers te helpen zich vertrouwd te maken met het huidige rechtskader en concepten zoals het definiëren van het onderwerp en het opstellen van geschikte selectie- en gunningscriteria; verzoekt de Commissie soortgelijke programma’s op EU-niveau te ontwikkelen en te bevorderen, met de nadruk op een beter gebruik van niet-prijsgerelateerde criteria door de vaststelling van “gebruiksklare” milieu- en sociale criteria;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>vestigt de aandacht op de cruciale bijdrage van non-profitorganisaties, kerken en sociale ondernemingen aan overheidsopdrachten overal in Europa, en wijst op hun deskundigheid, sterke lokale banden en aantoonbare capaciteit om hoogwaardige diensten te verlenen; benadrukt dat het belangrijk is voorbehouden opdrachten te blijven toepassen en te bevorderen als krachtig instrument om ervoor te zorgen dat overheidsopdrachten bredere maatschappelijke doelstellingen, de sociale economie en de diversiteit van de betrokken actoren ondersteunen; dringt daarom aan op een versterking van de bestaande mogelijkheid voor de lidstaten en de aanbestedende diensten om deelname aan openbare aanbestedingsprocedures specifiek voor te behouden aan actoren die zonder winstoogmerk actief zijn; verzoekt de Commissie de limiet van drie jaar en de verplichting om de diensten in kwestie in de voorgaande drie jaar niet te hebben verleend, waarin is voorzien in artikel 77 van Richtlijn 2014/24/EU, te herbezien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>vraagt dat er beter gebruik wordt gemaakt van de in artikel 71, lid 3, van Richtlijn 2014/24/EU geboden mogelijkheid om onderaannemers rechtstreeks te betalen; verzoekt de lidstaten de transparantie te bevorderen van betalingen door overheidsinstanties aan contractanten en onderaannemers, en van betalingen door contractanten aan hun onderaannemers of leveranciers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>verzoekt de Commissie haar instrumenten voor het toezicht op de mededinging bij overheidsopdrachten te actualiseren; is van mening dat de EU, door de methoden en technologieën voor marktanalyse te verfijnen en geavanceerde gegevensanalyse en artificiële intelligentie te integreren, ernaar moet streven een aanbestedingsklimaat te bevorderen dat zorgt voor meer concurrentievermogen, eerlijkheid, transparantie, strategische waarde en rechtvaardigheid; is van mening dat dergelijke maatregelen kunnen bijdragen tot een beter begrip van het probleem van de geringe concurrentie bij overheidsopdrachten en kunnen helpen bij de ontwikkeling van nieuwe voorstellen om bedrijven een vlottere toegang tot overheidsopdrachten te bieden;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>