<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0177</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Wijziging van het EFRO, het Cohesiefonds en het Fonds voor een rechtvaardige transitie wat betreft specifieke maatregelen voor het aanpakken van strategische uitdagingen in het kader van de tussentijdse evaluatie</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0129/2025 - Rapporteur: Dragoş Benea)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 10 september 2025 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1058 en Verordening (EU) 2021/1056 wat betreft specifieke maatregelen voor het aanpakken van strategische uitdagingen in het kader van de tussentijdse evaluatie (COM(2025)0123 – C10-0063/2025 – 2025/0084(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2025)0123),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en de artikelen 175, 177, 178 en 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C10-0063/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de begrotingsbeoordeling door de Begrotingscommissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 29 april 2025<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/3197, 2.7.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3197/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 15 mei 2025<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/3474, 16.7.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/3474/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het overeenkomstig artikel 75, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 23 juli 2025 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 60 en 58 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie veiligheid en defensie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brieven van de Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid en de Commissie vervoer en toerisme,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie regionale ontwikkeling (A10-0129/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt kennis van de verklaring van de Commissie die als bijlage bij deze resolutie is gevoegd en in de C-serie van het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> zal worden gepubliceerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT TCLINK="YES"><STRING BOLD="on">P10_TC1-COD(2025)0084</STRING></IDENT><OTTXT><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 10 september 2025 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU) 2025/... van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1058 en Verordening (EU) 2021/1056 wat betreft specifieke maatregelen voor het aanpakken van strategische uitdagingen in het kader van de tussentijdse evaluatie</STRING></TI><NOTE><STRING ITALIC="on">(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU) 2025/1914.)</STRING></NOTE></OTTXT></TXTLST><TXTLST><ANNEX><TI>BIJLAGE BIJ DE WETGEVINGSRESOLUTIE</TI><STI><STRING BOLD="on">Verklaring van de Commissie over de eerbiediging van de rechtsstaat naar aanleiding van de vaststelling van Verordening (EU) 2025/1914</STRING><FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/1914, 19.9.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2025/1914/oj.</FIELD></FOOTNOTE></STI><P>De Commissie benadrukt dat de eerbiediging van de rechtsstaat en de grondrechten van het grootste belang is voor de Europese Unie. De Commissie begrijpt het voornemen van de medewetgevers om de bescherming van de begroting van de Unie te waarborgen met hun amendementen op het voorstel van de Commissie. De Commissie blijft zich inzetten voor de handhaving van de rechtsstaat bij de uitvoering van de fondsen en zal elk verzoek om programmawijzigingen beoordelen in overeenstemming met de verordening gemeenschappelijke bepalingen (GB-verordening), de verordening inzake conditionaliteit met betrekking tot de rechtsstaat en de bepalingen van de verordening inzake de tussentijdse evaluatie.</P></ANNEX></TXTLST></SDOCTA>