<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0185</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Investeringen en hervormingen voor het concurrentievermogen van de EU en de totstandbrenging van een kapitaalmarktenunie</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0124/2025 - Rapporteur: Aurore Lalucq)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 10 september 2025 over de vergemakkelijking van de financiering van investeringen en hervormingen om het concurrentievermogen van de EU te stimuleren en een kapitaalmarktenunie tot stand te brengen (rapport-Draghi) (2024/2116(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de publicatie van de voorzitter van de Europese Commissie Ursula von der Leyen van 18 juli 2024 getiteld “De keuze van Europa: Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van 9 september 2024 van Mario Draghi over de toekomst van het Europese concurrentievermogen (rapport-Draghi),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van 17 april 2024 van Enrico Letta getiteld “Much more than a market” (rapport-Letta),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het rapport van Christian Noyer van 25 april 2024 getiteld “Developing European capital markets to finance the future” (rapport-Noyer),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030) en die van 26 februari 2025 getiteld “De Clean Industrial Deal: Een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie” (COM(2025)0085),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief van voorzitter Von der Leyen over defensie aan de Europese Raad voorafgaand aan zijn bijeenkomst op 6 maart 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europees Raad van 6 maart 2025 over de Europese defensie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 19 maart 2025 getiteld “Spaar- en investeringsunie. Een strategie om in de EU de welvaart van burgers en het economische concurrentievermogen te stimuleren” (COM(2025)0124),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Eurogroep in inclusieve samenstelling over de toekomst van de kapitaalmarktenunie (KMU) van 11 maart 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de op hoog niveau goedgekeurde routekaart van mei 2024 voor de follow-up van de verklaring van de Eurogroep in inclusieve samenstelling over de toekomst van de KMU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 17 en 18 april 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verkennend advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité getiteld “Investments and reforms to boost European competitiveness and creating a Capital Markets Union” (ECO/665), goedgekeurd op 30 april 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) van 25 april 2024 getiteld “How European insurers and pension funds can contribute to further strengthen the Capital Markets Union”, zijn werkdocument van 11 september 2024 getiteld “A simple and long-term European savings product: the future Pan-European Pension Product”, zijn verslag over kosten en eerdere prestaties van 15 april 2025 en zijn verslag van 7 november 2024 getiteld “Prudential Treatment of Sustainability Risks”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de standpuntnota van de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) van 22 mei 2024 getiteld “Building more effective and attractive capital markets in the EU”, het marktverslag van de ESMA van 18 december 2023 getiteld “Costs and Performance of EU Retail Investment Products 2023”, en het advies van de ESMA van 24 juli 2024 getiteld “Sustainable investment: Facilitating the investor journey – A holistic vision for the long term”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de ESMA van 21 september 2023 getiteld “The EU securitisation market - an overview”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Raad van bestuur van de Europese Centrale Bank van 7 maart 2024 over de bevordering van de kapitaalmarktenunie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 12 februari 2025 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 909/2014 wat betreft een kortere afwikkelingscyclus in de Unie (COM(2025)0038),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het in februari 2023 gelanceerde European Tech Champions Initiative,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van zijn Commissie economische zaken van 17 juni 2025 over de financiële activiteiten van de Europese Investeringsbank - jaarverslag 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 oktober 2020 over de verdere ontwikkeling van de kapitaalmarktenunie (KMU): de toegang tot kapitaalmarktfinanciering verbeteren, met name voor kmo’s, en de deelname van kleine beleggers bevorderen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 395 van 29.9.2021, blz. 89.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 juli 2015 over het opbouwen van een kapitaalmarktunie<FOOTNOTE><FIELD> PB C 265 van 11.8.2017, blz. 76.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Begrotingscommissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10‑0124/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat in het rapport-Draghi wordt gewezen op ernstige tekortkomingen met betrekking tot het algemene concurrentievermogen van de Europese economie en op een slechte productiviteitsgroei, en wordt gesteld dat deze problemen kunnen worden verholpen door investeringen aan te trekken, onder meer door het vrijmaken van particulier kapitaal, met de oprichting van de spaar- en investeringsunie; overwegende dat in het rapport-Draghi wordt geschat dat ten minste 750 tot 800 miljard EUR aan extra jaarlijkse investeringen nodig is om de duurzame groei te stimuleren, de productiviteit van de EU te herstellen, het concurrentievermogen te ondersteunen, innovatie te bevorderen, de energietransitie van de EU te ondersteunen, haar leiderschapspositie op het gebied van digitale technologie te versterken, de milieu- en sociale doelstellingen van de EU te verwezenlijken, de defensie en veiligheid te ondersteunen en afhankelijkheden te verminderen; overwegende dat dit bedrag overeenkomt met 4,4 % tot 4,7 % van het bbp van de EU in 2023<FOOTNOTE><FIELD> Rapport-Draghi.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat in het rapport wordt opgemerkt dat er de afgelopen vijftig jaar in de Unie geen enkele onderneming met een beurswaarde van meer dan 100 miljard EUR als nieuwe entiteit is opgericht, terwijl er in de Verenigde Staten in dezelfde periode zes ondernemingen met een waarde van meer dan een biljoen dollar zijn bijgekomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het ReArm Europe-plan bestaat uit vijf pijlers die gericht zijn op de financiering van de veiligheid en defensie van Europa, en zowel overheidsinvesteringen als de spaar- en investeringsunie omvatten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de aanhoudende handelsoorlogen en geschillen over heffingen leiden tot grote onzekerheid op de wereldmarkten, met negatieve gevolgen voor de groei, de inflatie, de werkgelegenheid en grensoverschrijdende beleggingen, en tevens leiden tot de ontwrichting van bestaande toeleveringsketens; overwegende dat het opleggen van heffingen en handelsbelemmeringen de voordelen van handel en concurrerende markten ondermijnt; overwegende dat dergelijke geopolitieke spanningen extra risico’s voor beleggers met zich meebrengen, waardoor het vertrouwen daalt en particulier kapitaal minder makkelijk over de grenzen heen kan bewegen, terwijl dat juist van cruciaal belang is om innovatie, start-ups en groeibedrijven te kunnen financieren; overwegende dat de ontwikkeling van de kapitaalmarktenunie (KMU) vertraging dreigt op te lopen door de instabiliteit die deze handelsconflicten veroorzaken, aangezien beleggingen op de Europese markt daardoor worden ontmoedigd, met name in sectoren met een hoog risico die sterk afhankelijk zijn van mondiale handelsnetwerken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de aanhoudende geopolitieke onzekerheden gevolgen hebben voor macro-economische indicatoren, de volatiliteit op de financiële markten vergroten en de Amerikaanse dollar verzwakken; overwegende dat dit de positie van de euro als een prominentere mondiale munt zou kunnen versterken en de economische soevereiniteit en veerkracht van Europa zou kunnen schragen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de particuliere sector historisch gezien ongeveer vier vijfde van de productieve investeringen in Europa voor zijn rekening neemt, en de publieke sector de rest<FOOTNOTE><FIELD> Rapport-Draghi.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het totale niveau van productieve investeringen in de EU de afgelopen twee decennia aanzienlijk lager lag dan in de Verenigde Staten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat volgens de door de Commissie opgestelde Europese monitor voor financiële geletterdheid slechts 18 % van de Europese burgers over een hoog niveau van financiële geletterdheid beschikt; overwegende dat de meerderheid (64 %) een gemiddeld niveau van financiële kennis heeft en 18 % een laag niveau, met als gevolg een aanzienlijke kloof in de financiële capaciteiten van de Europese burgers; overwegende dat de inwoners in slechts vier lidstaten over een hoog niveau van financiële kennis beschikken, namelijk Nederland, Denemarken, Zweden en Slovenië; overwegende dat het vergroten van de financiële geletterdheid ertoe kan bijdragen dat mensen weloverwogen beslissingen kunnen nemen over spaargeld, beleggingen en pensioenplanning en er op lange termijn financieel op vooruitgaan; overwegende dat grondigere financiële opvoeding in de hele EU noodzakelijk is om burgers uit te rusten met de vaardigheden waarmee ze hun weg kunnen vinden op de steeds complexere financiële markten en ten volle gebruik kunnen maken van beleggingskansen, wat zal bijdragen tot de groei van de economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat volgens het rapport-Draghi in 2022 de spaartegoeden van huishoudens in de EU 1 390 miljard EUR bedroegen, tegenover 840 miljard EUR in de VS;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat momenteel 43 % van het vermogen van huishoudens in de VS direct uit financiële effecten (beursgenoteerde aandelen, obligaties, beleggingsfondsen en derivaten) bestaat, terwijl dat bij huishoudens in de EU slechts 17 % is<FOOTNOTE><FIELD> Rapport-Draghi.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat huishoudens in de EU 14,79 % van hun besteedbare inkomen (meer dan drie keer zoveel als de 4,7 % in de VS<FOOTNOTE><FIELD> Amerikaans Bureau voor economische analyse, <STRING ITALIC="on">Personal Income and Its Disposition, Monthly</STRING>, 2025</FIELD></FOOTNOTE>) hebben gespaard en dat 31,01 % van het spaargeld van EU-burgers (11,63 biljoen EUR) in de vorm was van contant geld en deposito’s (tegenover 12,1 % in de VS), wat slechts een beperkt rendement oplevert; overwegende dat 36 % (13,42 biljoen EUR) in de vorm was van deelnemingen en aandelen in beleggingsfondsen (49,1 % in de VS) en 27 % (10,06 biljoen EUR) in de vorm van verzekeringen, pensioenen en standaardgaranties<FOOTNOTE><FIELD> Eurostat, Financial flows and stocks, 2023, https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/NASA_10_F_BS__custom_13650774/default/table?lang=en.</FIELD></FOOTNOTE> (27,5 % in de VS);</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat als EU-huishoudens dezelfde verdeling tussen deposito’s en financiële activa zouden aanhouden als Amerikaanse huishoudens, er maar liefst 8 biljoen EUR naar marktgebaseerde beleggingsinstrumenten zou kunnen vloeien, wat neerkomt op ongeveer 350 miljard EUR per jaar<FOOTNOTE><FIELD> Europese Centrale Bank, <STRING ITALIC="on">Follow the money: channelling savings into investment and innovation in Europe</STRING>, toespraak van Christine Lagarde, president van de Europese Centrale Bank, 22 november 2024.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat Europese huishoudens voor ongeveer 300 miljard EUR<FOOTNOTE><FIELD> Rapport-Letta.</FIELD></FOOTNOTE> per jaar buiten de EU beleggen, voornamelijk in de Verenigde Staten; overwegende dat binnen de EU ongeveer hetzelfde bedrag aan extra kapitaal zou kunnen worden gemobiliseerd als de marktomstandigheden gunstiger waren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat bedrijven in de EU voor ongeveer 70 % met bankleningen worden gefinancierd, terwijl de financiering van Amerikaanse bedrijven voor circa 77 % via de kapitaalmarkten verloopt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat er volgens het rapport-Draghi tussen 2008 en 2021 147 Europese “eenhoorns” (start-ups met een waarde van meer dan 1 miljard USD) zijn opgericht, waarvan er veertig hun hoofdkantoor naar het buitenland hebben verplaatst, voornamelijk naar de VS; overwegende dat de door de Unie veroorzaakte administratieve lasten voor ondernemingen worden geraamd op ongeveer 150 miljard EUR (1,3 % van het jaarlijkse bbp), dat interne belemmeringen op de eengemaakte markt volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) in de praktijk neerkomen op een heffing van 100 % en dat slechts 4 van de 50 grootste technologiebedrijven ter wereld Europees zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling (O&amp;O) in 2023 goed waren voor 2,2 % van het bbp in de EU, maar dat dit 3,4 % in de VS was en 2,6 % in China, terwijl in de Lissabonstrategie van 2000 een uitgavendoelstelling voor onderzoek en ontwikkeling van 3 % was vastgesteld; overwegende dat de particuliere sector 66 % van de totale O&amp;O-uitgaven in de EU voor zijn rekening nam, tegenover 78 % in de VS en 77,7 % in China;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat de resterende non-tarifaire belemmeringen voor de handel binnen de EU volgens het IMF naar schatting neerkomen op een heffing van ongeveer 45 % voor de gemiddelde productiesector (drie keer zo hoog als in de VS) en 110 % voor de gemiddelde dienstensector<FOOTNOTE><FIELD> Internationaal Monetair Fonds, “Europe’s Declining Productivity Growth: Diagnoses and Remedies”<STRING ITALIC="on">, Regional Economic Outlook Notes – Europe</STRING>, november 2024, https://www.elibrary.imf.org/supplemental/book/9798400287312/9798400287312.xml/REOEUREA2024002-S001_SOURCE_PDF.pdf.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat 17 % van de kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) wijzen naar de btw, 12 % naar de markttoegang, 10 % naar financiering en 6 % naar marktvereisten als belangrijkste belemmeringen op de eengemaakte markt<FOOTNOTE><FIELD> Mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het jaarverslag over de eengemaakte markt en het concurrentievermogen 2025” (COM(2025)0026).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de Europese kapitaalmarkten sterk gefragmenteerd zijn, met een aanzienlijk aantal handelsplatformen dat actief is op het continent en dat er in maart 2023 295 handelsplatformen, 14 centrale tegenpartijen (CTP’s) en 32 centrale effectenbewaarinstellingen (CSD’s) in de EU waren; overwegende dat voor de vijf belangrijkste West-Europese aandelenindices (AEX 25, CAC 40, DAX 40, IBEX 35 en MIB 40) gold dat 56-68 % van de handel op handelsplatformen in 2023 plaatsvond op de beurs in eigen land<FOOTNOTE><FIELD> ECB Occasional Paper Series, nr. 369.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de integratie van de kapitaalmarkten weliswaar noodzakelijk is, maar op zichzelf niet volstaat om de beoogde toename van het aantal beleggingen te realiseren; overwegende dat de belasting- en insolventieregelingen in de lidstaten nog steeds allesbehalve goed op elkaar zijn afgestemd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat fiscale versnippering volgens het rapport-Letta nog steeds een belangrijke belemmering vormt voor EU-bedrijven en kmo’s in het bijzonder, en dat het cruciaal is het beleid beter af te stemmen door middel van een geharmoniseerd EU-belastingkader teneinde het vrije verkeer van werknemers, goederen en diensten te vergemakkelijken en groei en particuliere investeringen te ondersteunen<FOOTNOTE><FIELD> Rapport-Letta blz. 91 en 111.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat het gebrek aan uitstapmogelijkheden voor beleggers een belangrijke reden is waarom durf- en groeikapitaalfondsen in de EU onderontwikkeld zijn; overwegende dat de EU te zeer afhankelijk is van bankfinanciering<FOOTNOTE><FIELD> Bankleningen waren goed voor 50,43 % van de financiering van niet-financiële vennootschappen (ESTAT, ECB, berekeningen 2023 van DG FISMA); zie het verzoek om input van de Commissie met het oog op de mededeling over de Europese spaar- en investeringsunie.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de EU-begroting onder meer gericht zou moeten zijn op het concurrentievermogen, gezamenlijk overeengekomen strategische prioriteiten zou moeten bevorderen en Europese collectieve goederen zou moeten financieren, om zo bij te dragen tot een hogere productiviteit en tegelijkertijd de economische, sociale en territoriale cohesie te waarborgen; overwegende dat de begrotingen van de EU en de lidstaten beter op elkaar moeten worden afgestemd om versnippering van de eengemaakte markt te voorkomen en het algemene effect van overheidsinvesteringen te vergroten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat veilige activa op EU-niveau zijn uitgegeven door Europese emittenten zoals de Europese Investeringsbank, de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit, het Europees Stabiliteitsmechanisme en, sinds 1976, de Europese Economische Gemeenschap en vervolgens de EU zelf<FOOTNOTE><FIELD> European Stability Mechanism Chief Financial Officer, “Developing European safe assets”, <STRING ITALIC="on">Intereconomics</STRING>, december 2023, https://www.esm.europa.eu/articles-and-op-eds/developing-european-safe-assets-article-intereconomics.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat aandelenfinanciering een aanzienlijk onbenut potentieel vormt om de groei en innovatie van EU-bedrijven te ondersteunen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat het grootste risicodelingsinstrument van de Unie momenteel het InvestEU-programma is; overwegende dat de meeste uitvoerende partners zich nog steeds voornamelijk richten op beleggingen met een lager risico;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat er als gevolg van politieke weerstand en uiteenlopende nationale belangen geen consensus over de verwezenlijking van een KMU is gevonden;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een gezamenlijke visie voor Europese productiviteit en de noodzaak van duurzame groei</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>roept ertoe op om in een context van geopolitieke instabiliteit en internationale spanningen alle juridische, administratieve en financiële middelen en beschikbare instrumenten in te zetten om de veiligheid en de industriële en technologische soevereiniteit van de EU te versterken, onder meer door kritieke infrastructuur, zoals elektriciteit, water en communicatiesystemen, weerbaarder te maken en beter te beveiligen om Europese burgers en bedrijven te beschermen en de gevolgen van black-outs en andere ernstige verstoringen af te zwakken, de transities te versnellen en in die transities te investeren, het concurrentievermogen te versterken, duurzame economische groei te genereren, hoogwaardige werkgelegenheid te scheppen, kmo’s te ondersteunen en bij te dragen tot opwaartse sociale convergentie en cohesie; benadrukt dat Europa achterophinkt en dat onze regio wel eens irrelevant zou kunnen worden als we geen verdere actie ondernemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verwelkomt het hernieuwde debat over de noodzaak om het concurrentievermogen en de productiviteit in de EU te verhogen en de economische groei te versterken, aangezwengeld door de rapporten van Draghi en Letta; wijst erop dat productiviteitswinsten voornamelijk kunnen worden gerealiseerd door te investeren in innovatieve activiteiten, onder meer in de transities; wijst erop dat concurrentie een stimulans kan vormen voor productiviteit, investeringen en innovatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verwelkomt de rapporten van Draghi en Letta als een van de talrijke oproepen aan Europese en nationale besluitvormers om actie te ondernemen en zowel particuliere als overheidsinvesteringen aan te moedigen, met name voor de technologiesectoren in transitie, de automobielsector in transitie en de zware industrie, zoals de chemische en staalindustrie; juicht het toe dat de Commissie de cruciale betekenis van overheidsfinanciering voor de mobilisatie van particuliere financiering en de ondersteuning van innovatie in de EU inziet; wijst erop dat de gebrekkige vooruitgang bij de integratie van de financiële markten van de EU vaak te wijten is aan de terughoudendheid van de lidstaten; verzoekt de lidstaten het momentum aan te grijpen om samen te werken met het Parlement teneinde de financiële markten van de EU daadwerkelijk te integreren; wijst erop dat de Europese Unie sinds 2015 nog geen definitief resultaat heeft geboekt met haar inspanningen om de KMU te voltooien; moedigt alle partijen aan zich in te spannen om de spaar- en investeringsunie zo spoedig mogelijk tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat de risico’s van negatieve schokken voor de economische groei<FOOTNOTE><FIELD> IMF, <STRING ITALIC="on">World Economic Outlook</STRING>, april 2025.</FIELD></FOOTNOTE>, de aanhoudende onrust op de financiële markten en geopolitieke onzekerheden de welvaart van met name de Europese burgers, werknemers en bedrijven kunnen bedreigen; constateert dat geopolitieke onzekerheden de volatiliteit van de financiële markten reeds aanzienlijk hebben vergroot en hebben bijgedragen tot de verzwakking van de Amerikaanse dollar, en dat veiligheid een voorwaarde is voor duurzame groei;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is van mening dat het degelijke regelgevingskader van de EU heeft bijgedragen tot haar financiële stabiliteit; is van mening dat deze stabiliteit en voorspelbaarheid van de wetgeving een echt comparatief en concurrentievoordeel kunnen worden, aangezien deze factoren van cruciaal belang zijn voor het vertrouwen van internationale investeerders; wijst erop dat de rechtsstaat en duurzame en concurrerende economische groei hand in hand gaan; benadrukt dat de degelijkheid van de financiële sector een essentieel element van zijn concurrentievermogen is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>neemt nota van de werkzaamheden die tot nu toe zijn verricht om een kapitaalmarktenunie tot stand te brengen, waarvan het “Actieplan voor de opbouw van een kapitaalmarktenunie” in september 2015 een eerste stap was; betreurt het dat de kapitaalmarkten van de EU sindsdien maar beperkt geïntegreerd zijn en roept ertoe op om dit proces te versnellen; is in deze context verheugd met de mededeling van de Commissie getiteld “Spaar- en investeringsunie. Een strategie om in de EU de welvaart van burgers en het economische concurrentievermogen te stimuleren”, waarin ze verschillende beleidsinitiatieven schetst en waarmee ze tot doel heeft de financiële markten van de EU te integreren en spaargeld doeltreffend naar beleggingen te leiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is het vertrouwen in het bankwezen te vergroten, financiële stabiliteit te waarborgen en een efficiënte interne markt te bevorderen, wat fundamentele doelstellingen voor de EU zijn; beseft dat de voltooiing van de bankenunie een strategische prioriteit moet zijn bij de verdieping van de economische en monetaire unie; roept de Raad ertoe op om vaart te zetten achter de goedkeuring van de resterende wetgeving om zijn kader voor financiële stabiliteit veilig te stellen en de bankenunie te voltooien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>hamert erop dat dringend actie geboden is, dat de besluitvorming moet worden versneld, dat vertragingen bij de uitvoering moeten worden beperkt en dat besluiten over EU-instrumenten en steunmechanismen sneller moeten worden genomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>is van mening dat de Unie vooruitgang moet boeken met de KMU om beleggingen uit de particuliere sector aan te trekken; benadrukt dat de overheidssector ook steun zal moeten bieden om de minimale jaarlijkse extra investeringen te doen die nodig zijn om de industrie, die duurzaam en innovatief moet zijn, te herstellen en de welvaart van de Unie te verankeren; benadrukt dat een verhoging van de productiviteit ook een grotere begrotingsruimte zou creëren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>benadrukt dat te veel kapitaal in de EU niet productief wordt besteed; onderstreept dat bedrijven, met name kmo’s, niet ten volle gebruik kunnen maken van de bestaande kapitaalmarkten in Europa voor financiering en investeringen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>betreurt het dat veel in de EU gevestigde ondernemers zich genoodzaakt zien hun bedrijf te verplaatsen om gemakkelijker toegang te krijgen tot financiering en hulpbronnen; stelt met bezorgdheid vast dat het gebrek aan grootschalige risicokapitaalfondsen en financieel haalbare uittredingsmogelijkheden in de EU hen ertoe aanzet hun activiteiten op buitenlandse markten en met buitenlandse investeringen op te schalen; merkt op dat dit te wijten is aan het ontbreken van een geïntegreerde KMU in de EU en aan het feit dat de EU-markten nog niet in hun behoeften kunnen voorzien; wijst erop dat in de EU jaarlijks meer start-ups worden opgezet dan in de Verenigde Staten en dat het rendement op durfkapitaalinvesteringen in de EU ongeveer 6 % hoger ligt dan in de VS<FOOTNOTE><FIELD> Centre for European Policy Studies, <STRING ITALIC="on">It’s finally time to leverage pension funds to foster EU productivity and benefit pensioners</STRING>, 10 februari 2025, https://www.ceps.eu/its-finally-time-to-leverage-pension-funds-to-foster-eu-productivity-and-benefit-pensioners/.</FIELD></FOOTNOTE>, en onderstreept dat de EU-instellingen een aantrekkelijker en gunstiger klimaat voor innovatie en groei moeten bevorderen; is het eens met het standpunt in de rapporten van Draghi en Letta dat de EU haar durfkapitaalmarkten verder moet ontwikkelen, en benadrukt dan ook het belang van de ontwikkeling van een sterk ecosysteem voor durfkapitaal en investeringen in de EU en dringt aan op de vorming van durf- en risicokapitaal voor bedrijven om investeringen op onze markten te bewerkstelligen, zoals voldoende grote Europese groei- en overnamefondsen; benadrukt dat overheidssteun voor durfkapitaalmarkten vooral ten goede moet komen aan projecten die in overeenstemming zijn met de prioriteiten van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat de Europese financiële markten aantrekkelijk en gemakkelijk toegankelijk moeten zijn voor zowel emittenten als beleggers; onderstreept dat dit geldt voor zowel de primaire als de secundaire markten; benadrukt dat de beslissing om tot notering op een gereglementeerde markt over te gaan vaak gepaard gaat met aanvullende vereisten voor bedrijven, onder meer om beleggers te beschermen; merkt op dat dergelijke vereisten kunnen worden gezien als een nadeel van een beursgang; verzoekt de Commissie voortdurend toezicht te houden op de administratieve en nalevingskosten van beursgenoteerde ondernemingen en deze te verminderen, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen; verwelkomt dat daartoe de eerste stap is genomen met de recente vaststelling van de richtlijn beursnotering, die het voor bedrijven van elke omvang, met inbegrip van kmo’s, gemakkelijker zal maken om aan Europese effectenbeurzen genoteerd te zijn; dringt aan op een pragmatische tenuitvoerlegging van de richtlijn beursnotering en verzoekt de Commissie voort te bouwen op dit initiatief, met name wat betreft aandelenonderzoek voor kmo’s en door de kmo-groeimarkten te versterken, die kleinere bedrijven hebben geholpen naar de beurs te gaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>benadrukt dat overheidsinvesteringen cruciaal zijn als aanvulling op particuliere investeringen; dringt er bij de Commissie op aan voorstellen in te dienen om extra kapitaal te mobiliseren en tegelijkertijd de doelstellingen van artikel 3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (TEU) te ondersteunen; is van mening dat financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties kostenefficiënte manieren zijn om belangrijke beleidsdoelstellingen van de EU te verwezenlijken; herhaalt dat goed opgezette begrotingsgaranties en financieringsinstrumenten, wanneer zij gebaseerd zijn op de behoeften van de markt, bijzonder efficiënte methoden zijn om de beperkte begrotingsmiddelen van de EU te benutten voor het beperken van de risico’s van investeringen en voor het aantrekken van particulier kapitaal;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>benadrukt dat overheidsmiddelen moeten worden ingezet voor het waarborgen van de kwaliteit, de doeltreffendheid, de duurzaamheid en de toegankelijkheid van openbare diensten en infrastructuur, en tegelijkertijd particuliere investeringen in innovatieve en schone technologieën en industrieën onder duidelijk omschreven voorwaarden moeten stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat het dichten van de investeringskloof niet alleen een kwestie is van het mobiliseren van grote financiële volumes, maar ook van het waarborgen dat de EU toegerust is om middelen naar productieve investeringen te sluizen; onderstreept dat institutionele capaciteit, duidelijkheid van de regelgeving en de kwaliteit van projecten van cruciaal belang zijn voor een doeltreffend gebruik van publiek en particulier kapitaal; merkt in dit verband op dat veel EU-producten als gevolg van een aantal factoren, waaronder beperkte toegang tot een bredere marktportefeuille, de kwaliteit van producten en hoge vergoedingen, onvoldoende rendement bieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>wijst erop dat productiviteitswinsten voornamelijk kunnen worden gerealiseerd door te investeren in innovatieve activiteiten; wijst erop dat de doelstelling om 3 % van het bbp in onderzoek en innovatie te investeren, nog lang niet is gehaald; verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor voldoende financiering en instrumenten om dat doel te bereiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>betreurt het dat het lage niveau van financiële educatie in veel lidstaten een grote uitdaging vormt voor de economische autonomie van de burgers en voor de ontwikkeling van een sterke en concurrerende economie; wijst erop dat een gebrekkige financiële educatie de burgers beperkt in hun vermogen om weloverwogen beslissingen te nemen over sparen, beleggen en pensioenplanning; bevestigt dat deze lacune op het gebied van financiële educatie een belemmering vormt voor de ontwikkeling van een investeringscultuur die van cruciaal belang is voor economische groei; benadrukt het belang van een ambitieuze en duidelijke EU-strategie die meetbare resultaten oplevert, om de financiële geletterdheid in Europa te bevorderen en onze burgers in staat te stellen hun spaargeld beter te beschermen en te mobiliseren, om zo een aantrekkelijker kapitaalmarkt op te bouwen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Particuliere investeringen mobiliseren en de toegang tot financiering vergemakkelijken door de ontwikkeling van een spaar- en investeringsunie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verwelkomt de door de Commissie zelf opgelegde doelstelling om een “investeringscommissie” te zijn en de financiering vrij te maken die nodig is voor de groene, digitale en sociale transitie, om synergieën tussen publieke en particuliere investeringen te verwezenlijken en om particulier kapitaal aan te trekken en de risico’s ervan te beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is van mening dat de aantrekkelijkheid van de EU-kapitaalmarkten zal toenemen door verdere integratie van de interne markt op een wijze die de mededinging tussen ondernemingen in de EU stimuleert, en door economische kansen te creëren voor particuliere investeringen en door vereenvoudiging, waardoor hogere rendementen behaald kunnen worden voor burgers en bedrijven; onderstreept dat het rendement echter wordt ondermijnd door de hoge kosten die verbonden zijn aan beleggingen op de Europese financiële markten; verzoekt de Commissie en de lidstaten oplossingen te ontwikkelen, al dan niet van wetgevende aard, om een geïntegreerde EU-brede kapitaalmarkt tot stand te brengen die voldoende omvang, liquiditeit, diepte en transparantie heeft om zowel in de EU gevestigde als internationale investeerders aan te trekken, terwijl consumentenbescherming en financiële stabiliteit gewaarborgd worden; herinnert eraan dat het vooruitzicht van een hoger beleggingsrendement een belangrijke stimulans is voor de deelname van kleine beleggers aan kapitaalmarkten; benadrukt in dit verband dat de KMU niet mogelijk is zonder voltooiing van de bankenunie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>merkt op dat de Europese kapitaalmarkten momenteel nog steeds sterk versnipperd zijn en dat Europese beleggingsfondsen bijna zeven keer kleiner zijn dan Amerikaanse fondsen<FOOTNOTE><FIELD> Rapport-Noyer, blz. 62.</FIELD></FOOTNOTE>; is van mening dat dit het concurrentievermogen van de EU-investeringsfondssector ten opzichte van mondiale concurrenten schaadt, aangezien de omvang van fondsen een belangrijke factor is die van invloed is op de kosten die aan eindbeleggers in rekening worden gebracht; is van mening dat een meer geïntegreerde grensoverschrijdende fondsenmarkt in de EU op termijn zou kunnen leiden tot grotere fondsen en efficiëntiewinsten die, indien doorberekend aan kleine beleggers, kunnen bijdragen tot lagere kosten en een betere prijs-kwaliteitverhouding voor eindbeleggers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is van mening dat de KMU consumenten en kmo’s ten goede zal komen door hoogrenderende investeringskansen in de reële economie te bieden, en uiteindelijk de durfkapitaalmarkt een impuls zal geven door de toegang tot gediversifieerde financieringsbronnen te verbeteren; is van mening dat prioriteit moet worden toegekend aan de financiering van Europese scale-ups met Europees kapitaal, waarvan het European Tech Champions Initiative, dat in februari 2023 werd gelanceerd om veelbelovende Europese techbedrijven te financieren, een goed voorbeeld is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>meent dat durfkapitaal breder toegankelijk moet worden voor bedrijven als alternatief voor traditionele bankkredieten om over een ruimer aanbod van financieringsbronnen te beschikken; verzoekt de Commissie maatregelen voor te stellen om dit soort financiering voor EU-bedrijven te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>wijst erop dat de omvang, diepte en liquiditeit van kapitaalmarkten sterk verschillen van lidstaat tot lidstaat, waarbij sommige lidstaten aanzienlijk meer succes hebben geboekt bij het aanbieden van aantrekkelijke primaire en secundaire markten voor bedrijven en het stimuleren van burgers om op die markten te beleggen; verzoekt de Commissie beste praktijken in kaart te brengen en deze op te nemen in de werkstroom van de spaar- en investeringsunie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>is van mening dat particulier kapitaal van essentieel belang zal zijn om de door Draghi vastgestelde investeringskloof op de meest efficiënte wijze te dichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is voorstander van de integratie van institutionele kaders en marktstructuren; herhaalt zijn oproep om het proces van convergentie van het toezicht onder leiding van de ESMA te bevorderen, onder meer door de ESMA directe toezichtbevoegdheden te verlenen wanneer dit een Europese meerwaarde oplevert, bijvoorbeeld ten opzichte van pan-Europese marktinfrastructuren, om het concurrentievermogen van de Europese noteringsmarkten te vergroten en de efficiëntie van het toezichtslandschap en de samenwerking met de nationale bevoegde autoriteiten (NBA’s) te verbeteren; herinnert eraan dat de ESMA al rechtstreekse toezichtbevoegdheden heeft ten aanzien van verschillende financiële entiteiten, zoals ratingbureaus, transactieregisters of tier 2-centrale tegenpartijen die buiten de EU zijn gevestigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>wijst er ook op dat het voor een geharmoniseerd toezicht niet altijd nodig is dat er maar één toezichthouder is, maar dat dit ook kan worden verwezenlijkt door nationale toezichtpraktijken op elkaar af te stemmen, indien dit passender is; steunt daarom het voornemen van de Commissie om maatregelen voor te stellen om de instrumenten voor de convergentie van het toezicht te versterken en doeltreffender te maken, en om een meer eenvormig rechtstreeks toezicht op de kapitaalmarkten tot stand te brengen door bepaalde taken over te dragen naar EU-niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>wijst erop dat elke uitbreiding van de bevoegdheden van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETA’s) gepaard moet gaan met een evenredige toename van de verantwoordingsplicht van de ETA’s; is van mening dat de governance van de ESMA moet worden herzien om de efficiëntie en onafhankelijkheid van de besluiten van de ESMA te waarborgen; steunt het voorstel in het rapport-Draghi om de ESMA een meer Europese governancestructuur te geven en een nauwe samenwerking met de nationale toezichthoudende autoriteiten tot stand te brengen, op basis van het model van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme of de Autoriteit voor de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering (AMLA);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>is van mening dat de ETA’s voldoende moeten worden gefinancierd om hun taken te kunnen uitvoeren, onder meer door hierbij financiële instellingen en financiëlemarktdeelnemers van onder toezicht staande ondernemingen te betrekken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>benadrukt het belang van een sterke rol voor de Europese Centrale Bank (ECB) bij het toezicht op systeemrelevante marktinfrastructuren, in overeenstemming met haar taken uit hoofde van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en de SIPS-verordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening van de Europese Centrale Bank (EU) nr. 795/2014 van 3 juli 2014 met betrekking tot oversightvereisten voor systeemrelevante betalingssystemen (PB L 217 van 23.7.2014, blz. 16, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2014/795/oj</STRING>).</FIELD></FOOTNOTE>; is van mening dat de ECB actief moet bijdragen aan het verbeteren van de interoperabiliteit, veerkracht en integratie van EU-brede handels- en posttransactiesystemen, met name door haar toezicht op platforms zoals TARGET2-securities;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt dat de administratieve lasten en nalevingskosten die zich in een grensoverschrijdende context voordoen, reeds kunnen worden aangepakt door betere coördinatie en samenwerking tussen nationale toezichthoudende autoriteiten, bijvoorbeeld op het gebied van gegevensuitwisseling; verzoekt de Europese Commissie en de Europese toezichthoudende autoriteiten stappen te zetten in de richting van een “slechts eenmaal rapporteren”-regeling; beschouwt het Europees centraal toegangspunt in dit verband als een belangrijk initiatief en dringt aan op de tijdige uitvoering ervan; stelt voor dat de ESMA ook een centraal gegevensknooppunt wordt, door de rapportage te centraliseren van entiteiten die onderworpen zijn aan rapportagevereisten op grond van MiFiR<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 (PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2014/600/oj</STRING>)<STRING ITALIC="on">.</STRING></FIELD></FOOTNOTE> en EMIR<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) nr.648/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters (PB L 201 van 27.7.2012, blz. 1, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2012/648/oj</STRING>).</FIELD></FOOTNOTE>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan voorstellen uit te werken om clearingactiviteiten adequaat naar de EU te verplaatsen; betreurt de huidige situatie waarin het grootste deel van de clearingactiviteiten van de EU buiten de EU plaatsvindt; kijkt uit naar een ambitieuze gedelegeerde handeling inzake actieve rekeningen in het kader van EMIR 3.0; verzoekt de Europese Commissie de ontwikkeling van clearingactiviteiten en de gevolgen van de regelgeving voortdurend te evalueren en met verdere wetgevingsvoorstellen te komen om het clearingecosysteem van de EU te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is ingenomen met de aankondiging van de Commissie van een ambitieus pakket wetgevingsvoorstellen om het handels- en posttransactie-ecosysteem in de Europese Unie te versterken, belemmeringen voor grensoverschrijdende activiteiten weg te nemen en het kader geschikt te maken voor nieuwe technologieën; verwacht dat een dergelijk voorstel kan helpen om de versnippering van de markt in de EU aan te pakken; benadrukt echter dat de meeste initiatieven voor marktconsolidatie marktgestuurd moeten zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>erkent de noodzaak van efficiënte en liquide kapitaalmarkten om investeringen te stimuleren, met inbegrip van een concurrerende posttransactionele-marktinfrastructuur; is ingenomen met het wetgevingsvoorstel van de Commissie om een gerichte wijziging van de verordening betreffende centrale effectenbewaarinstellingen<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende de verbetering van de effectenafwikkeling in de Europese Unie, betreffende centrale effectenbewaarinstellingen en tot wijziging van Richtlijnen 98/26/EG en 2014/65/EU en Verordening (EU) nr. 236/2012 (PB L 257 van 28.8.2014, blz. 1, ELI:<STRING UNDERLINE="on"> </STRING>http://data.europa.eu/eli/reg/2014/909/oj).</FIELD></FOOTNOTE> (CSDR) in te voeren met als doel de afwikkelingscyclus in de EU te verkorten van twee dagen (“T+2”) tot één dag (“T+1”) voor transacties in effecten die op handelsplatformen worden uitgevoerd; wijst erop dat dit initiatief de EU in staat stelt een inhaalslag te maken ten opzichte van andere rechtsgebieden die de overgang naar T+1 reeds hebben voltooid, en discrepanties voorkomt; verwacht dat met het voorstel de efficiëntie en veerkracht van de kapitaalmarkten van de EU zullen worden vergroot, onder meer door lagere risico’s op mislukte afwikkelingsoperaties, snellere beschikbaarheid van effecten en fondsen en lagere margevereisten; stelt met bezorgdheid vast dat andere rechtsgebieden, zoals de Verenigde Staten en India, T+0-afwikkelingscycli onderzoeken of testen; verzoekt de Commissie dringend een technische en regelgevingsbeoordeling van de haalbaarheid van de overgang naar T+0-afwikkeling te starten, in nauwe coördinatie met marktinfrastructuren, centrale banken en marktdeelnemers; benadrukt dat een nog kortere afwikkelingscyclus systeemrisico’s zou verminderen, de marktefficiëntie zou vergroten en de aantrekkelijkheid van de kapitaalmarkten van de EU wereldwijd zou vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>wijst erop dat het vereenvoudigen van administratieve procedures de EU aantrekkelijker kan maken als investeringslocatie; is van mening dat het op elkaar afstemmen van de wetgevingskaders van de lidstaten, met behoud van nationale bevoegdheden en minimumnormen, deel moet uitmaken van de vereenvoudigingsagenda om grensoverschrijdende activiteiten te vergemakkelijken; herinnert eraan dat de gebruikmaking van verordeningen in plaats van richtlijnen de verschillen in de tenuitvoerlegging van EU-wetgeving, met inbegrip van gold-plating, zou verminderen en aldus de lopende vereenvoudigingsprocedure zou ondersteunen; verzoekt de Commissie het beginsel van betere regelgeving toe te passen, waarbij harmonisatie wordt gewaarborgd wanneer effectbeoordelingen een duidelijke meerwaarde aantonen, en versnippering wordt tegengegaan; benadrukt de mogelijke winst die verkregen kan worden door het stroomlijnen van het EU-kader voor duurzame financiering, zoals benadrukt in het rapport-Draghi, met name door te zorgen voor meer duidelijkheid, consistentie en sturing; neemt in dit verband kennis van het omnibuspakket over duurzaamheid van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>is van mening dat de eerste stap naar vereenvoudiging bestaat uit efficiënte wetgeving; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de ETA’s worden betrokken bij het besluitvormingsproces voor mandaten van niveau 2 en niveau 3 om te waarborgen dat deze mandaten feitelijk onderbouwd en evenredig zijn en zijn afgestemd op de behoeften van de financiële sector; verzoekt de Commissie en de ETA’s ook na te gaan hoe het aantal en de complexiteit van toekomstige gedelegeerde handelingen, uitvoeringshandelingen, vraag- en antwoorddocumenten en richtsnoeren kunnen worden verminderd; benadrukt dat de ETA’s zich strikt moeten houden aan het mandaat dat ze van de Europese wetgever hebben gekregen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>is ingenomen met de recente vaststelling van de richtlijn beursnotering, die het voor bedrijven van elke omvang, met inbegrip van kmo’s, gemakkelijker zal maken om aan Europese effectenbeurzen genoteerd te zijn; onderstreept dat de niveau 2-bepalingen van de richtlijn beursnotering moeten bijdragen tot een toegankelijkere en kosteneffectievere omgeving voor beursnoteringen in de hele Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verzoekt de Commissie de versnippering van nationale insolventiekaders aan te pakken en doeltreffende mechanismen vast te stellen voor de beslechting van grensoverschrijdende geschillen; onderstreept dat meer juridische convergentie en procedurele duidelijkheid essentieel zijn om belemmeringen voor grensoverschrijdende investeringen weg te nemen en een diepere integratie van de kapitaalmarkten van de EU te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>zal zich blijven inzetten voor zowel het realiseren van de doelstellingen van het kader voor duurzame financiering als voor het mobiliseren van openbare en particuliere investeringen in de transities; herinnert eraan dat inkomsten uit het emissiehandelssysteem van cruciaal belang zullen zijn ter ondersteuning van investeringen voor klimaat- en energiegerelateerde doeleinden via zowel de begroting van de lidstaten als de Uniebegroting; herinnert eraan dat de Commissie aan het begin van haar huidige mandaat haar ambitie heeft bevestigd om wereldleider te blijven op het gebied van duurzame financiering; wijst erop dat de Europese Commissie alle elementen van het kader voor duurzame financiering kritisch beoordeelt en waar nodig met vereenvoudigingsvoorstellen kan komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt de Commissie een voorstel te presenteren voor de herziening van de verordening informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2019/2088 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 betreffende informatieverschaffing over duurzaamheid in de financiëledienstensector (PB L 317 van 9.12.2019, blz. 1, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2019/2088/oj</STRING>).</FIELD></FOOTNOTE> (SFDR), met daarin maatregelen voor het aanpakken van risico’s op het gebied van greenwashing;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>benadrukt dat hoge energieprijzen een negatieve invloed hebben op het concurrentievermogen van de EU; is in dit verband ingenomen met het voorstel in het rapport-Draghi; dringt aan op de toepassing van het beginsel dat voor dezelfde activiteiten dezelfde regels gelden en op de herziening van de vrijstelling voor nevenactiviteiten waardoor niet-financiële ondernemingen op markten voor energiederivaten handel kunnen drijven zonder aan dezelfde controle te worden onderworpen als financiële entiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>benadrukt dat bedrijven die toegang hebben tot kapitaalmarkten een aanzienlijke groei doormaken, waardoor zij hun expansie-, innovatie- en ontwikkelingsprojecten kunnen financieren; stelt dat deze bedrijven hun financieringsbronnen kunnen diversifiëren door financiering te verkrijgen van een bredere basis van investeerders; is van mening dat het stimuleren van beursintroducties (IPO) van essentieel belang is voor de groei van Europese bedrijven en de verdere integratie van de kapitaalmarkten van de EU; dringt aan op de uitvoering van maatregelen die regelgevingsobstakels verminderen en de toegang tot kapitaal verbeteren, zodat kmo’s zonder buitensporige kosten of complexiteit gemakkelijk toegang hebben tot kapitaalmarkten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>vreest dat zonder een duidelijke en gecoördineerde strategie het aantal beursintroducties in de EU beperkt zal blijven, waardoor het groeipotentieel van Europese bedrijven wordt belemmerd en EU-markten minder aantrekkelijk worden voor internationale beleggers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>herinnert eraan dat er dankzij EU-verordeningen, zoals de prospectusverordening en MiFID II, vooruitgang is geboekt bij het verbeteren van de transparantie en de marktefficiëntie, maar dat nog meer kan worden gedaan om processen te stroomlijnen voor bedrijven die naar de beurs willen gaan; benadrukt dat marktpraktijken in de lidstaten verder moeten worden geharmoniseerd om een echte interne kapitaalmarkt tot stand te brengen; is voorstander van de toepassing van beste praktijken op EU-niveau;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>merkt op dat het huidige belastingkader in de Unie van 27 verschillende vennootschapsbelastingstelsels belemmeringen kan opwerpen voor bedrijven en grensoverschrijdende investeringen in de interne markt<FOOTNOTE><FIELD> Voorstel van de Commissie van 12 september 2023 voor een richtlijn van de Raad over “Bedrijven in Europa: kader voor de belastingheffing van inkomsten (Befit) (COM(2023)0532), toelichting, blz. 8.</FIELD></FOOTNOTE>; is van mening dat innovatieve bedrijven in voorkomend geval baat kunnen hebben bij een enkel pakket voor de hele EU geldende gemeenschappelijke praktijken; wijst in dit verband op het voorstel “Bedrijven in Europa: kader voor de belastingheffing van inkomsten”, waarin een pakket regels is opgenomen voor de berekening van de heffingsgrondslagen voor de vennootschapsbelasting; herinnert eraan dat verschillende wetgevingsinitiatieven op belastinggebied nog steeds hangende zijn en dat het belangrijk is om zekerheid, voorspelbaarheid en stabiliteit te waarborgen; neemt nota van de verduidelijkingen van de Commissie met betrekking tot de vraag welke initiatieven op het gebied van belastingen moeten worden ingetrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>wijst erop dat de meeste belastingaangelegenheden onder de nationale bevoegdheid van de lidstaten vallen; benadrukt echter dat een beter gecoördineerd kader voor vennootschapsbelasting niet alleen de nalevingskosten en administratieve lasten aanzienlijk zou verminderen, maar ook een gelijk speelveld tot stand zou brengen voor bedrijven die actief zijn op de interne markt, uitbreiding zou aanmoedigen, de rechtszekerheid zou vergroten en investeringen en groei in de Unie zou stimuleren; dringt er bij de lidstaten op aan om met name de onderhandelingen over afschrijvingsregels te versnellen; verzoekt de Commissie de voor- en nadelen van de invoering van het 28e regime te onderzoeken en te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verzoekt de Commissie maatregelen te nemen die zowel binnenlandse als externe investeerders stimuleren om aan Europese kapitaalmarkten deel te nemen; verzoekt de Commissie de lidstaten technische ondersteuning te bieden bij het ontwerpen en uitvoeren van belastingbeleid dat investeringen aanmoedigt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>neemt kennis van de aanbeveling in het rapport-Draghi om fiscale stimulansen te bieden ter ondersteuning van de ontwikkeling van strategische sectoren; is van mening dat fiscale stimulansen in verband met beleggingsproducten in de eerste plaats gericht moeten zijn op investeringen in Europa, ter ondersteuning van het Europese concurrentievermogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>verwelkomt, als eerste stap en om de complexiteit en versnippering van de interne markt te verminderen, de richtsnoeren van de Commissie voor de vormgeving van fiscale stimulansen, met inachtneming van de nationale bevoegdheden van de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>verzoekt de Commissie bestaande belemmeringen voor grensoverschrijdende retailbeleggingen aan te pakken, zoals al te ingewikkelde procedures om bronbelasting terug te vorderen en het ontbreken van EU-brede minimumnormen voor algemene aandeelhoudersvergaderingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>benadrukt dat de integratie van de kapitaalmarkten een noodzakelijke pijler van de investeringsstrategie van de Unie is, die waar dat efficiënt is kan worden aangevuld met zorgvuldig opgezette fiscale stimulansen om de impact van de strategie te maximaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>verzoekt de Commissie voorstellen te ontwikkelen die erop gericht zijn spaargeld via langetermijnspaarproducten eenvoudiger te kanaliseren naar productieve investeringen, waarbij wordt voorgebouwd op ervaringen in de lidstaten waaruit is gebleken dat dergelijke producten geliefd zijn bij retailbeleggers; verzoekt de Commissie oplossingen en ideeën te onderzoeken zoals de invoering van een EU-beleggingsspaarrekening die toegankelijk is voor alle EU-burgers, of een keurmerk op EU-niveau voor beleggingsproducten die geschikt zijn voor kleine beleggers, op basis van gemeenschappelijke criteria of kenmerken zoals “niet-complexe” producten, evenredige kosten, een focus op langetermijnbeleggingen, activa-allocatie en risicobeperkingstechnieken; dringt er bij de Commissie op aan een vereenvoudigd en gestroomlijnd segment voor advies of een segment voor uitvoering met begeleiding in te voeren voor producten die als fundamenteel en eenvoudig zijn aangemerkt; verzoekt de Commissie met name de toegevoegde waarde en doeltreffendheid van, en de belangstelling van bedrijven en burgers voor, een keurmerk te beoordelen voor beleggingen die beleggers wereldwijd kansen op een goed rendement bieden of die duurzaam zijn en meestal in de EU gevestigd zijn (“Invest or Made In Europe label); benadrukt dat een dergelijk initiatief gericht moet zijn op het genereren van extra besparingen, waarbij de diversiteit van producten, distributeurs en marktstructuren in de hele Unie moet worden gewaarborgd en waar mogelijk moet worden vergroot; merkt op dat sommige lidstaten vooruitgang boeken met een “Europa van de bereidwilligen”; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan zo ambitieus mogelijk te zijn en als één blok vooruitgang te boeken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>neemt kennis van de lancering van het Europees langetermijnspaarlabel “Finance Europe”<FOOTNOTE><FIELD> Frans Ministerie van Economie, Financiën en Industriële en Digitale Soevereiniteit, <STRING ITALIC="on">Launch of the ‘Finance Europe’ Label: creating investment opportunities for financing the European economy</STRING>, press release, 6 juni 2025, https://presse.economie.gouv.fr/lancement-du-label-europeen-finance-europe-pour-que-lepargne-des-europeens-contribue-au-financement-de-leconomie-europeenne/.</FIELD></FOOTNOTE> door zeven lidstaten, in samenwerking met hun nationale financiële sectoren; wijst erop dat een dergelijk label de volgende criteria omvat: een portefeuille-allocatie waarbij ten minste 70 % van de activa in Europese bedrijven wordt belegd, een minimale investeringsduur van vijf jaar, een aanzienlijk deel van de investeringen belegd in aandelen en mogelijk nationale fiscale stimulansen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>wijst erop dat bestaande pan-Europese producten, zoals Europese langetermijnbeleggingsinstellingen (Eltif’s) en pan-Europese persoonlijke pensioenproducten (PEPP’s), tot dusver onvoldoende populair zijn bij retailbeleggers om een rol van betekenis te spelen; wijst op de lopende hervormingen die tot doel hebben de aantrekkingskracht ervan te vergroten, maar benadrukt dat de ervaring leert dat regelgeving alleen onvoldoende is om het gebruik te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>benadrukt dat een sterke consumentenbescherming van essentieel belang is om het vertrouwen in en de deelname aan Europese investeringsproducten te bevorderen; onderstreept de noodzaak van duidelijke openbaarmakingen, transparante lagevergoedingsstructuren, toegang tot financiële basisdiensten ter bevordering van financiële inclusie, robuuste regulering van digitale hulpmiddelen zoals artificiële intelligentie (AI) die door financiële instellingen worden ingezet bij de verkoop van en het verstrekken van advies over Europese financiële producten, en degelijke regulering en standaardisering van financiële producten, aangevuld met gerichte initiatieven op het gebied van financiële educatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan de ontwikkeling van een Europese kapitaalmarktenunie-indexfamilie<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie, <STRING ITALIC="on">Feasibility study for the creation of a CMU Equity Market Index Family</STRING>, 2020, https://op.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/1562efbd-cbc6-11ea-adf7-01aa75ed71a1/language-en/.</FIELD></FOOTNOTE> te ondersteunen op basis van gegevens die beschikbaar zullen worden gesteld in het kader van de toekomstige EU-brede consolidated tape, die grotere zichtbaarheid moet geven aan kleinere en minder liquide nationale markten in de EU en Europese burgers in staat moet stellen gemakkelijk te beleggen in midcap- en smallcap-aandelen in alle EU-lidstaten; is van mening dat deze indexfamilie alle beursgenoteerde aandelen in de EU moeten bestrijken en subindexcijfers voor afzonderlijke landen, regio’s en sectoren mogelijk moet maken om tegemoet te komen aan de uiteenlopende behoeften van beleggers, emittenten en hun beurzen; benadrukt dat de ontwikkeling en het beheer van de indices en het gebruik ervan door marktdeelnemers kostenefficiënt moeten zijn om de lasten voor marktdeelnemers tot een minimum te beperken en positieve tweede orde-effecten, zoals meer beursnoteringen en nieuwe financiële producten, te maximaliseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>benadrukt het belang van betere toegang tot actuele prijsstellings- en productinformatie voor kleine beleggers en tot mogelijkheden voor op maat gesneden aanbiedingen; dringt aan op maatregelen om deze informatie gemakkelijker toegankelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>herinnert eraan dat pensioenstelsels en de financieringsmodellen ervan grotendeels afhankelijk zijn van specifieke nationale kenmerken; benadrukt dat bij pensioenstelsels prioriteit moet worden gegeven aan stabiliteit, solidariteit en het bieden van een adequaat en voorspelbaar inkomen bij pensionering; benadrukt dat sterke waarborgen voor de bescherming van kleine spaarders moeten worden meegenomen bij de ontwikkeling van pensioenproducten van pijler 2 en pijler 3;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>meent dat pensioentrackingsystemen Europese burgers een duidelijker beeld kunnen verschaffen van de pensioenrechten die zij bij pensionering kunnen verwachten; dringt er bij de Europese Commissie op aan ervoor te zorgen dat alle lidstaten eenvoudige en transparante pensioentrackingsystemen invoeren die gemakkelijk en vrij toegankelijk zijn voor burgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>wijst erop dat intermediairs zoals pensioenfondsen en verzekeringsondernemingen een sleutelrol spelen bij het doorsluizen van particuliere spaargelden naar productieve investeringen; verwacht dat de Europese Commissie een ambitieuze gedelegeerde handeling inzake langetermijngaranties en langetermijnaandelen in het kader van Solvabiliteit II zal vaststellen, waarin het door de medewetgever bereikte akkoord over de wijzigingsrichtlijn Solvabiliteit II volledig tot uiting komt en rekening wordt gehouden met de relevante aanbevelingen van Eiopa;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>verwacht van de Commissie dat zij oplossingen ontwikkelt die ondernemingen, waaronder opkomende startende ondernemingen en kmo’s, in staat stellen om hun activiteiten uit te breiden en in de EU naar de beurs te gaan; verzoekt daarom om in de toekomstige EU-strategie voor start-ups en scale-ups een hoofdstuk over financiering op nemen, met name over durfkapitaal, waarin de juiste stimulansen worden geschetst voor Europese start-ups en scale-ups om zich niet te verplaatsen naar landen buiten de EU en waarin aangestuurd wordt op het creëren van een aantrekkelijk en open investeringsklimaat waarin zowel EU- als mondiale investeerders die in de Unie willen investeren, welkom zijn; benadrukt het belang van het aantrekken van talent naar de EU om voor economische groei op lange termijn, innovatie en mondiaal concurrentievermogen te zorgen; benadrukt dat de integratie van primaire markten van de EU moet worden verdiept door de convergentie van de regelgeving te bevorderen en grensoverschrijdende noteringen te vergemakkelijken; merkt op dat kmo-groeimarkten voor kmo’s een essentieel toegangspunt tot de kapitaalmarkten zijn en dat zij toegankelijker moeten worden gemaakt door middel van gestroomlijnde vereisten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>dringt aan op gerichte steun op EU-niveau om te waarborgen dat de onderzoeksresultaten doeltreffender op de markt kunnen worden ingezet, met name in lidstaten met zwakkere innovatie-ecosystemen; onderstreept dat onderzoeksinstellingen en startende bedrijven en de industrie met elkaar in contact moeten worden gebracht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>steunt het uittreden van investeerders uit particuliere ondernemingen door het bevorderen van mechanismen zoals multilaterale incidentele handel in aandelen in handen van particulieren, waardoor de liquiditeit en transparantie worden verbeterd en investeerders in een vroeg stadium rendement kunnen behalen; meent dat dergelijke mechanismen specifiek moeten worden ontworpen om grensoverschrijdende handel tussen EU-lidstaten te vergemakkelijken met behoud van aandeelhoudersrechten, met name voor minderheidsaandeelhouders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>verzoekt de Commissie prioriteit te geven aan een ambitieuze agenda voor de spaar- en investeringsunie die erop gericht is particuliere investeringen te stimuleren, de financiële stabiliteit en de consumentenbescherming in stand te houden, de toegang tot durfkapitaal en aandeleninvesteringen te bevorderen zodat kmo’s van een grotere marktintegratie kunnen profiteren, de toegang tot markten voor kleine beleggers te waarborgen, financiële geletterdheid te stimuleren en overmatige afhankelijkheid van bankleningen te verminderen door daar een alternatief voor te bieden, en tegelijkertijd stimulansen te bieden voor duurzame activiteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>is van mening dat het vergroten van het financiële bewustzijn en van het vertrouwen van essentieel belang zijn om een succesvolle KMU tot stand te brengen en particuliere investeringen aan te trekken; stelt met bezorgdheid vast dat de financiële geletterdheid in de hele Unie gering blijft, waarbij slechts 18 % van de EU-burgers blijk geeft van een hoog niveau van financiële geletterdheid; onderstreept dat de kennisniveaus aanzienlijk verschillen per lidstaat en per demografische groep; dringt aan op een duidelijkere nadruk op financiële geletterdheid, aangezien het inzicht van de EU-burgers in beleggingsproducten moet worden verbeterd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>meent dat meer initiatieven op het gebied van financiële educatie in de EU moeten worden bevorderd om burgers meer inzicht te geven in de voordelen van deelname aan kapitaalmarkten en om individuele beleggers te helpen geïnformeerde beleggingsbeslissingen te nemen; is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een nieuwe strategie en dringt erop aan dat deze voldoende ambitieus is om de educatieniveaus in heel Europa aanzienlijk te verbeteren en duurzame veranderingen te waarborgen; wijst op de dringende noodzaak om maatregelen te nemen ter bevordering van toegankelijkere en rechtvaardigere financiële educatie in de hele EU, met inachtneming van de nationale bevoegdheden; is van mening dat de Commissie en de lidstaten initiatieven van consumentenorganisaties, verenigingen van individuele beleggers of aandeelhoudersorganisaties moeten financieren ter verbetering van het inzicht in en ter bevordering van de deelname van kleine beleggers aan kapitaalmarkten; dringt er bij de Commissie op aan de ontwikkeling van onafhankelijke, gebruiksvriendelijke digitale instrumenten te ondersteunen waarmee burgers de verschillende aspecten en kenmerken van op de markt verkrijgbare beleggingsproducten gemakkelijk kunnen vergelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>benadrukt dat initiatieven op het gebied van financiële educatie niet in de plaats kunnen komen van een sterk kader voor beleggersbescherming; wijst erop dat initiatieven op het gebied van financiële geletterdheid een beperkte impact zouden kunnen hebben gezien de onvermijdelijke gedragsmatige belemmeringen en cognitieve vooroordelen waar individuele beleggers mee te maken hebben en de innovatiesnelheid en de enorme complexiteit van financiële markten; meent dat initiatieven op EU- en lidstaatniveau ter ondersteuning van de standaardisering en eenvoud van financiële producten het inzicht van EU-burgers in beleggingsproducten en de vergelijkbaarheid van die producten kunnen vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>verzoekt de Commissie, de lidstaten en het bedrijfsleven meer aandacht te besteden aan digitalisering in de financiëledienstensector om de nieuwe mogelijkheden van AI, gegevensuitwisseling en nieuwe technologie te benutten en internationaal concurrerend te blijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>verzoekt de Commissie langetermijnbeleggingen in aandelen door institutionele beleggers, waaronder banken, verzekeraars, pensioenfondsen en beleggingsfondsen, te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>steunt de oprichting van een volwaardig Europees depositoverzekeringsstelsel; wijst erop dat risicodeling en risicovermindering onderling verbonden zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>neemt kennis van de toetsing van het kader voor securitisatie dat de Commissie op 17 juni 2025 heeft gepresenteerd, dat zou kunnen bijdragen tot financiële integratie door bankleningen en kapitaalmarkten met elkaar te verbinden; meent dat alle maatregelen om securitisatie een nieuwe impuls te geven gericht moeten zijn op het stroomlijnen van de regelgevingsvereisten voor openbaarmaking en op eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde criteria; zonder belemmering van de financiële stabiliteit;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Overheidsmiddelen optimaal benutten om de productiviteitskloof te dichten</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>wijst op het belang van begrotingsbuffers ter ondersteuning van overheidsinvesteringen; onderkent met name dat overeenkomstig het kader voor begrotingsregels de lidstaten gedurende de looptijd van hun nationale structurele plannen voor de middellange termijn ten minste het niveau van nationaal gefinancierde overheidsinvesteringen moeten handhaven als het niveau op middellange termijn vóór het begin van het plan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>merkt op dat de particuliere sector zonder overheidssteun waarschijnlijk niet in staat is het leeuwendeel van de investeringen te financieren die nodig zijn om de economie te digitaliseren en koolstofvrij te maken; is van mening dat er, gezien de urgentie van de maatregelen op het gebied van concurrentievermogen, defensie, energie en het koolstofarm maken van de economie, aanzienlijke particuliere en openbare investeringen moeten worden aangetrokken, onder meer met behulp van publiek-private partnerschappen, waar passend;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>wijst er echter op dat de overheidsschuld in de hele EU hoog en de begrotingsruimte beperkt is; benadrukt daarom dat elke steunmaatregel van de overheid die gericht is op het aantrekken van particuliere investeringen, uiterste doelgericht moet zijn; wijst erop dat risicobeperkende initiatieven, bijvoorbeeld via overheidsgaranties, succesvol zijn gebleken om dat doel te bereiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>wijst erop dat de toegenomen frequentie en impact van natuurrampen enorme kosten voor de overheidsfinanciën met zich mee zullen brengen; merkt op dat deze toekomstige kosten momenteel niet in aanmerking worden genomen in de schuldhoudbaarheidsanalyse;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>verwacht ambitieuze en concrete stappen van de Commissie en de lidstaten om het kelderen van de overheidsinvesteringen na 2026, wanneer de herstel- en veerkrachtfaciliteit afloopt, en met het vooruitzicht van een grote handelsoorlogen die gevolgen kunnen hebben voor de toewijzing van investeringen, te vermijden; neemt kennis van fundamentele tekortkomingen van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, zoals het feit dat regionale en lokale overheden er niet door middel van een plaatsgebonden en multi-level governancebenadering van ontwerp tot uitvoering bij worden betrokken; benadrukt dat zowel op nationaal als op Europees niveau overheidsinvesteringen moeten worden ondersteund om particuliere investeringen aan te trekken en hoogwaardige openbare diensten en infrastructuur te financieren; meent dat dit kader waar nodig moet worden versterkt met investeringsinstrumenten op EU-niveau die zijn ontworpen om de kosten voor de belastingbetaler in de EU tot een minimum te beperken en een zo efficiënt mogelijke levering van Europese collectieve goederen te waarborgen, wat ook een stap zou kunnen zijn in de richting van gemeenschappelijke veilige activa; is daarom ingenomen met het voorstel voor het omnibuspakket voor InvestEU, dat een aanzienlijk bedrag aan aanvullende investeringen zal mobiliseren voor de resterende duur van het meerjarig financieel kader;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>wijst erop dat er behoefte bestaat aan een doeltreffende coördinatie van nationaal begrotingsbeleid om een toereikend niveau van overheidsinvesteringen in de EU te handhaven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>merkt op dat de regeringen van de EU, met het oog op naleving van het EU-begrotingskader, in 2025 naar verwachting een restrictieve begrotingskoers zullen volgen die niet aansluit bij de behoefte aan investeringen in de EU; benadrukt dat, aangezien EU-regeringen met hun respectieve fiscale lasten worstelen, EU-brede investeringsinstrumenten nodig zijn om de investeringskloof te dichten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>wijst erop dat het herstelfonds van NextGenerationEU het grootste stimuleringspakket is dat ooit door de EU is gefinancierd om het economisch herstel en de groene en digitale transitie te ondersteunen; wijst erop dat kernvragen met betrekking tot de herfinanciering van NextGenerationEU nog steeds niet zijn opgelost; verzoekt de Raad om met spoed nieuwe eigen middelen goed te keuren om een duurzame terugbetaling van leningen in het kader van NextGenerationEU mogelijk te maken; is van mening dat alle instrumenten en hulpmiddelen moeten worden onderzocht teneinde de Unie van de nodige middelen te voorzien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>merkt op dat de uitgifte van gemeenschappelijke veilige activa een benchmark zou kunnen zijn die de verwezenlijking van de KMU zou vergemakkelijken, de transmissie van het monetaire beleid in de hele eurozone zou verbeteren, de internationale rol van de euro zou kunnen versterken en tegemoet zou kunnen komen aan een aantal van de in het rapport-Draghi vastgestelde investeringsbehoeften; herhaalt in dit verband dat gezamenlijk lenen via de uitgifte van EU-obligaties een haalbare optie is om ervoor te zorgen dat de Unie over voldoende middelen beschikt om te reageren op acute Uniebrede crises, zoals de huidige crisis op het gebied van veiligheid en defensie; verzoekt de Commissie vaart te zetten achter de besprekingen over het aanpakken van de aanzienlijke investeringskloof in de EU, zoals aangegeven in het rapport-Draghi, en concrete voorstellen voor financieringsoplossingen te presenteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>verwelkomt het voornemen van de Commissie om de deelname van kleine beleggers aan Europese financiële producten in samenwerking met de Europese Investeringsbankgroep, het Europees stabiliteitsmechanisme en nationale stimuleringsbanken te verbeteren; beveelt aan dat op EU-niveau uitgegeven veilige activa in spaarproducten voor werknemers kunnen worden opgenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>is van mening dat de toegenomen behoeften op defensiegebied als gevolg van geopolitieke spanningen een onmiddellijke mobilisatie van financiële steun noodzakelijk maken, zonder afbreuk te doen aan het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten, met name lidstaten met een neutraliteitsstatus; is verheugd over het komende voorstel van de Commissie voor een nieuw financieel instrument, SAFE, van maximaal 150 miljard EUR om de defensiecapaciteit van de EU te vergroten als onderdeel van het plan ReArm Europe; betreurt echter dat de Commissie ervoor heeft gekozen haar wetgevingsvoorstel te baseren op artikel 122 VWEU, dat niet voorziet in raadpleging van het Parlement; herinnert eraan dat voor een doeltreffende ontwikkeling van defensievermogens die efficiënter en interoperabel zijn gezamenlijke investeringen op EU-niveau nodig zijn in plaats van de huidige versnipperde nationale uitgaven, door de gecoördineerde activering van nationale ontsnappingsclausules om defensiegerelateerde investeringen mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>is ingenomen met het gezamenlijke initiatief van de Commissie en de EIB-groep om een dakfonds genaamd “Defence Equity Facility” op te richten, met een begroting van 175 miljoen EUR voor de periode 2024-2027, ter ondersteuning van particuliere investeringen in Europese kmo’s die innovatieve defensietechnologieën voor tweeërlei gebruik ontwikkelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>verwelkomt de toezegging van de EIB-groep, zoals uiteengezet in haar strategische routekaart 2024-2027, om de kapitaalmarktenunie te helpen bevorderen door particulier kapitaal voor productieve investeringen te mobiliseren en door het ondersteunen van vooruitgang op belangrijke beleidsterreinen van de EU, innovatie gedurende de levenscycli van bedrijven, durfkapitaalfinanciering en aandelenfinanciering met een hoger risico voor start-ups en scale-ups; herinnert aan de plicht van de EIB om steun te verlenen voor transitieprojecten op lange termijn waarvoor het moeilijk is om financiering in de particuliere sector te vinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>benadrukt de noodzaak de processen en mandaten van de EIB te vereenvoudigen, te stroomlijnen, te optimaliseren en te consolideren ter versterking van de synergiën, de doeltreffendheid en de doelmatigheid, en ter vermindering van de administratieve lasten, de kosten van rapportage en de complexiteit voor bedrijven en projecten, die anders kunnen worden ontmoedigd om naar financiering te zoeken vanwege complexe procedures, hoge nalevingskosten en onzekerheid over de regelgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>steunt het toegenomen gebruik van risicovollere instrumenten, zoals directe en indirecte eigenvermogens- en quasi-eigenvermogensfinanciering door de EIB, onder meer via het Europees Investeringsfonds, om investeringen in bedrijven en fondsen te bevorderen, met name via risico- en durfkapitaal, en benadrukt daarbij dat risicovollere instrumenten moeten worden ingezet met de toepassing van een duidelijk risicokader en meetbare prestatie-indicatoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>is van mening dat overheidssteun voor investeringen verder gaat dan toegang tot financiering en ook technische bijstand, projectbeheer, capaciteitsopbouw, commercialisering van onderzoek, steun voor toegang tot particuliere financiering en bevordering van samenwerking tussen universiteiten en durfkapitaal moet omvatten, om innovatie en concurrentievermogen te stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>verzoekt de Commissie een instrument voor coördinatie van het concurrentievermogen voor te stellen dat ook de vaststelling van Europese industriële behoeften, tekorten en marktkansen ondersteunt, en relevante aanbevelingen te doen; benadrukt dat dit fonds moet worden gekoppeld aan het komende fonds voor concurrentievermogen om te zorgen voor doeltreffende oplossingen voor uitdagingen waar de industrie in de hele Unie mee te maken heeft;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>verzoekt de Commissie in het Europees Semester meer nadruk te leggen op de prioriteiten van de spaar- en investeringsunie en ervoor te zorgen dat structurele hervormingen en maatregelen voor het verdiepen en integreren van de EU-kapitaalmarkten consequent worden aangemoedigd, gemonitord en geëvalueerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>verzoekt de Commissie specifieke maatregelen ter bevordering van durfkapitaal in het toekomstige fonds voor concurrentievermogen, het TechEU-programma of soortgelijke initiatieven op te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>wijst op de rol van mededingingsbeleid en staatssteun bij de ondersteuning van de ontwikkeling van de Europese industrie; is echter van mening dat staatssteun kan leiden tot een verdere versnippering van de interne markt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>merkt op dat de Commissie uiterlijk in het tweede kwartaal van 2027 een tussentijdse evaluatie van de spaar- en investeringsunie zal publiceren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>benadrukt dat het Parlement naar behoren moet worden betrokken bij de tenuitvoerlegging van de spaar- en investeringsunie; verzoekt de Commissie om voorafgaand aan het doen van nieuwe voorstellen en het doorvoeren van eventuele aanpassingen van bestaande voorstellen in een vroeg stadium besprekingen op het gebied van de kapitaalmarktenunie en financiële diensten aan te gaan;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>