<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0189</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Toekomst van de landbouw en het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0143/2025 - Rapporteur: Carmen Crespo Díaz)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 10 september 2025 over de toekomst van de landbouw en het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027 (2025/2052(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 13, 38 en 39 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) waarbij het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en de bijbehorende doelstellingen zijn vastgesteld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 40 en 42 VWEU tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten (GMO) en de mate waarin de regels betreffende de mededinging op de voortbrenging van en de handel in landbouwproducten van toepassing zijn,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 349 VWEU, waarin de status van de ultraperifere gebieden is vastgesteld en de voorwaarden voor de toepassing van de Verdragen op deze gebieden zijn neergelegd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 19 februari 2025, getiteld “Een visie voor landbouw en voedsel – Samen de landbouw- en voedselsector van de EU aantrekkelijk maken voor de toekomstige generaties” (COM(2025)0075),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Eurobarometer van 2024, getiteld “Europeans, Agriculture and the CAP<FOOTNOTE><FIELD> De Eurobarometer van het voorjaar van 2024 van het Europees Parlement werd tussen 7 februari en 3 maart 2024 uitgevoerd in de 27 lidstaten van de EU.</FIELD></FOOTNOTE>”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 98/58/EG van de Raad van 20 juli 1998 inzake de bescherming van voor landbouwdoeleinden gehouden dieren<FOOTNOTE><FIELD> PB L 221 van 8.8.1998, blz. 23, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1998/58/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 december 2022 over het opschalen van het meerjarig financieel kader 2021-2027: een veerkrachtige EU-begroting die geschikt is voor nieuwe uitdagingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 177 van 17.5.2023, blz. 115.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Sauli Niinistö van 30 oktober 2024 getiteld “Safer Together: Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readinesss”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Enrico Letta van april 2024 getiteld “Much more than a market – Speed, Security, Solidarity”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 27 maart 2024 getiteld “Bouwen aan de toekomst met de natuur: biotechnologie en biofabricage in de EU bevorderen” (COM(2024)0137),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1468 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2021/2115 en (EU) 2021/2116 wat betreft de normen voor een goede landbouw- en milieuconditie, regelingen voor klimaat, milieu en dierenwelzijn, wijzigingen van de strategische GLB-plannen, herziening van de strategische GLB-plannen en vrijstellingen van controles en sancties<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1468, 24.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1468/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013<FOOTNOTE><FIELD> PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2115/oj. Rectificatie van de definitieve handeling (32021R2115R(03)), PB L 227 van 1.9.2022, blz. 136. Rectificatie van de definitieve handeling (32021R2115R(02)), PB L 181 van 7.7.2022, blz. 35.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2117 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten, (EU) nr. 1151/2012 inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen, (EU) nr. 251/2014 inzake de definitie, de aanduiding, de aanbiedingsvorm, de etikettering en de bescherming van geografische aanduidingen van gearomatiseerde wijnbouwproducten en (EU) nr. 228/2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L 435 van 6.12.2021, blz. 262, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2117/oj. Rectificatie van de definitieve handeling (32021R2117R(04)), PB L 192 van 31.7.2023, blz. 34.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 228/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2013 houdende specifieke maatregelen op landbouwgebied ten behoeve van de ultraperifere gebieden van de Unie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 247/2006 van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 78 van 20.3.2013, blz. 23, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/228/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013<FOOTNOTE><FIELD> PB L 435 van 6.12.2021, blz. 187, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2116/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1143 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende geografische aanduidingen voor wijn, gedistilleerde dranken en landbouwproducten, evenals gegarandeerde traditionele specialiteiten en facultatieve kwaliteitsaanduidingen voor landbouwproducten, tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1308/2013, (EU) 2019/787 en (EU) 2019/1753 en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1151/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1143, 23.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1143/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Europees burgerinitiatief “End the Cage Age”, en zijn resolutie van 10 juni 2021<FOOTNOTE><FIELD> PB C 67 van 8.2.2022, blz. 131.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 9 mei 2023 over de tenuitvoerlegging van de schoolregeling voor de verstrekking van groenten en fruit, melk en zuivelproducten uit hoofde van de verordening tot vaststelling van een gemeenschappelijke marktordening<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2023/1063, 15.12.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2023/1063/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gezamenlijke mededeling van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid van 26 maart 2025 over de strategie voor een paraatheidsunie (JOIN(2025)0130),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 12 november 2021, getiteld “Noodplan voor het waarborgen van de voedselvoorziening en voedselzekerheid in tijden van crisis” (COM(2021)0689),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het besluit van de Commissie van 12 november 2021 tot oprichting van de deskundigengroep inzake het Europees mechanisme voor paraatheid en respons bij voedselzekerheidscrises<FOOTNOTE><FIELD> PB C 461 I van 15.11.2021, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 23 maart 2022 getiteld “De voedselzekerheid waarborgen en de veerkracht van voedselsystemen versterken” (COM(2022)0133),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 9 november 2022, getiteld “Waarborgen van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van meststoffen” (COM(2022)0590),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties van 2024 getiteld “The state of Food and Agriculture 2024”<FOOTNOTE><FIELD> FAO, “The State of Food and Agriculture 2024 – Value-driven transformation of agrifood systems”, Rome, 2024 https://doi.org/10.4060/cd2616en.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 19 oktober 2023 over de generatievernieuwing in EU-landbouwbedrijven van de toekomst<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/2658, 29.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2658/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 13 december 2022 over een langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU – Naar sterkere, verbonden, veerkrachtige en welvarende plattelandsgebieden in 2040<FOOTNOTE><FIELD> PB C 177 van 17.5.2023, blz. 35.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 3 mei 2022 getiteld “Mensen vooropstellen, zorgen voor duurzame en inclusieve groei en het potentieel van de ultraperifere regio’s van de EU ontsluiten” (COM(2022)0198),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 19 februari 2025 getiteld “Hoe de Leader- en CLLD-programmering na 2027 kan bijdragen tot een betere uitvoering van de langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/1703, 26.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1703/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 16 februari 2023 over de mededeling van de Commissie over het waarborgen van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van meststoffen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 283 van 11.8.2023, blz. 51.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van het Europees Parlement van 13 juni 2023 over de beoordeling van de nieuwe mededeling van de Commissie over de ultraperifere regio’s<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/480, 23.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/480/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 14 juni 2023 over het veiligstellen van de voedselzekerheid en de veerkracht van de EU-landbouw op lange termijn<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/483, 23.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/483/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 februari 2017 over biologische pesticiden met een laag risico<FOOTNOTE><FIELD> PB C 252 van 18.7.2018, blz. 184.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 4 september 2024 over de strategische dialoog over de toekomst van de landbouw in de EU, getiteld “A shared prospect for farming and food in Europe”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s van 19 juni 2024 getiteld “De toekomst van het gemeenschappelijk landbouwbeleid”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/5363, 17.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/5363/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 17 januari 2024 over de bevordering van autonome en duurzame voedselproductie: strategieën voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid na 2027<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/2099, 26.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/2099/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de bevindingen van de studie ter ondersteuning van de evaluatie van de Commissie van 2024 over steunregelingen van de EU voor de landbouw in de ultraperifere gebieden (Posei), die een bevestiging vormen van de doeltreffendheid en relevantie van dit programma voor de voedselzekerheid, territoriale, sociale en economische cohesie en het behoud van de landbouwactiviteit in bijzonder kwetsbare insulaire en ultraperifere gebieden<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie: Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling, Ecorys, EESV Agrosynergie en METIS, “Evaluation support study of the EU support schemes for agriculture in the outermost regions (POSEI) and smaller Aegean islands (SAI) – Final report”, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024, https://data.europa.eu/doi/10.2762/926041.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van het Europees Comité van de Regio’s van 7 oktober 2024, getiteld “De staat van de regio’s en steden in de Europese Unie”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de coördinatiegroep Plattelandspact van 18 december 2024 over de toekomst van plattelandsgebieden en het plattelandsontwikkelingsbeleid in de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de analyse van de Europese Centrale Bank van juni 2025 van de stijging van de productiekosten, het verlies aan werkelijke waarde en de macro-economische prognoses van de Europese Centrale Bank met betrekking tot de inflatiepercentages in de eurozone<FOOTNOTE><FIELD> Europese Centrale Bank, “June 2025 Eurosystem staff macroeconomic projections”, https://www.ecb.europa.eu/press/projections/html/ecb.projections202506_eurosystemstaff~16a68fbaf4.en.html.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling (A10‑0143/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) een fundamenteel en gevestigd EU-beleid is dat een strategisch belangrijke rol speelt in de huidige onzekere geopolitieke context en een essentieel onderdeel vormt van de voedselzekerheid, defensie en strategische autonomie van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de doelstellingen van het GLB gebaseerd moeten blijven op het waarborgen van een hogere landbouwproductie en -productiviteit, het bijdragen tot een redelijke levensstandaard voor de landbouwbevolking door het verhogen van inkomens, het ondersteunen van de stabiliteit, de duurzaamheid en het concurrentievermogen van de landbouw- en bosbouwsector van de EU, en het bijdragen aan plattelandsontwikkeling; overwegende dat rekening moet worden gehouden met de bijzondere kenmerken van de landbouw, met name in de context van klimaatgerelateerde uitdagingen, crises en conflictscenario’s; overwegende dat het GLB bijdraagt tot de veerkracht van de voedselproductie en deze versterkt wat betreft kwantiteit, kwaliteit en betaalbaarheid voor consumenten, alsook de productie van grondstoffen voor verschillende toepassingen in verband met de bio-economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat, in overeenstemming met de Europese strategie voor een paraatheidsunie, de landbouw een voortrekkersrol moet krijgen op de economische en politieke agenda en dat de rol ervan als cruciaal onderdeel van het veiligheids- en defensiebeleid van de EU moet worden erkend; overwegende dat productieve landbouwgrond derhalve van strategisch belang is en, samen met de kwaliteit van bodem, water, lucht en biodiversiteit, een belangrijke factor is in de landbouwproductie die moet worden beschermd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat meer dan 150 Nobelprijswinnaars en winnaars van de Wereldvoedselprijs op 14 januari 2025 een open brief hebben gepubliceerd waarin zij de wereldleiders ertoe oproepen dringend prioriteit te geven aan landbouwonderzoek om te voldoen aan de voedselbehoeften van naar verwachting 9,7 miljard mensen tegen 2050<FOOTNOTE><FIELD> Ciechanover, A., Yonath, A. E., Riess, A. G., Adesina, A. A., Heeger, A., Fert, A., Leggett, A. J., Zeilinger, A., Patapoutian, A., Warshel, A., McDonald, A. B., Hershko, A., Barish, B. C., Marshall, B. J., Kobilka, B. K., &amp; anderen, “Brief van de winnaars, 2025: Hunger’s tipping point – An urgent call to transform food and nutrition security”, 2025.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de landbouwproductie in de Europese Unie naar verwachting zal verminderen als het huidige beleidskader ongewijzigd blijft<FOOTNOTE><FIELD> Europese Commissie: Directoraat-generaal Landbouw en Plattelandsontwikkeling, “EU agricultural outlook 2024-2035”, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, Luxemburg, 2024, doi:10.2762/2329210.</FIELD></FOOTNOTE>, waardoor het risico op voedselonzekerheid en voedselarmoede binnen de EU toeneemt en wordt bijgedragen tot wereldwijde voedseltekorten, terwijl het landbouwkundig potentieel van de Unie bewust wordt genegeerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de bosbouwsector niet onder de bevoegdheid van de Europese Unie valt, maar onder de bevoegdheid van de lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het GLB moet worden versterkt, verder moet worden vereenvoudigd, flexibeler moet worden gemaakt en moet worden gemoderniseerd, met behoud van zijn coherente structuur en waarborging van de duurzaamheid van de landbouwproductie van de EU in al haar ecologische, sociale en economische dimensies; overwegende dat het van essentieel belang is de landbouwsector van de EU in staat te stellen beter in te spelen op zowel de behoeften van actieve landbouwers als de verwachtingen van de Europese samenleving op het gebied van voedselzekerheid, -veiligheid en -kwaliteit, de matiging van en de aanpassing aan de klimaatverandering, waterweerbaarheid, geestelijke gezondheid, generatievernieuwing en gendergelijkheid; overwegende dat het van cruciaal belang is de bureaucratische lasten te verminderen en te voorzien in toereikende financiering voor landbouwers, werknemers in de landbouw en hun gemeenschappen, zodat zij een redelijke levensstandaard kunnen hebben en zich gemakkelijker kunnen aanpassen aan nieuwe uitdagingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het van essentieel belang is de tweepijlerstructuur van het GLB te handhaven; overwegende dat deze structuur moet zorgen voor een evenwicht tussen de inkomenssteun in het kader van pijler I om landbouwers te helpen bij het levensvatbaar blijven of maken van hun bedrijf en te produceren voor de markt, met 100 % door de EU gefinancierde rechtstreekse betalingen, en de agromilieuacties en investeringssteun als onderdeel van het goed gefinancierde plattelandsontwikkelingsbeleid in het kader van pijler II, ondersteund door gecofinancierde maatregelen om specifieke situaties beter aan te pakken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de convergentie van rechtstreekse betalingen, zowel binnen als tussen de lidstaten, van essentieel belang is om eerlijke steunvoorwaarden voor landbouwers te waarborgen en eerlijke concurrentie op de eengemaakte markt te garanderen; benadrukt dat rechtstreekse betalingen een stabiel en voorspelbaar deel van het jaarlijkse landbouwinkomen vormen en dat een eerlijke verdeling ervan over de Unie onontbeerlijk is om te voorkomen dat landbouwgrond in onbruik raakt, om specifieke steun te verlenen aan nieuwe en jonge landbouwers en om de economische levensvatbaarheid van de landbouw en de regionale cohesie te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het, gezien het lopende overleg over de toekomst van het meerjarig financieel kader (MFK), van essentieel belang is om de GLB-middelen van de andere middelen gescheiden te houden en ze niet in één nationaal fonds op te nemen, teneinde het communautaire karakter van het GLB te behouden en gelijke voorwaarden voor landbouwers in alle lidstaten te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het GLB de diversiteit van de regio’s, tradities en landbouwsystemen van de EU weerspiegelt, met inbegrip van een breed scala aan landbouwstructuren, soorten landbouw en producten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat alle wijzigingen van het huidige GLB of nieuwe wetgeving zodanig moeten worden doorgevoerd dat stabiliteit in de sector wordt gewaarborgd en dat landbouwers en boseigenaren, die een eenvoudiger GLB eisen, meer rechtszekerheid wordt geboden, en dat zij daarnaast inkomenssteun moeten bieden, duurzaamheid moeten realiseren en rekening moeten houden met seizoensfactoren en de planningsbehoeften op lange termijn van de landbouwproductie; overwegende dat dergelijke maatregelen in overleg met de belanghebbenden moeten worden ontwikkeld, geen onnodige administratieve lasten met zich mogen meebrengen, moeten voorzien in redelijke overgangsperioden en moeten worden ondersteund door toereikende begrotingen met het oog op de aanpassing;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat het GLB, als hoeksteen van de Europese consensus inzake ontwikkeling, in het licht van de huidige uitdagingen relevanter is dan ooit; overwegende dat het GLB ongeveer 9,1 miljoen landbouwbedrijven in heel Europa ondersteunt, wat neerkomt op een daling van het aantal landbouwbedrijven met 37 % ten opzichte van de 14,4 miljoen landbouwbedrijven die in 2005 waren geregistreerd, en overwegende dat deze daling gepaard is gegaan met een daling van het inkomen van landbouwers met 12 % per hectare; overwegende dat 77 % van de EU-burgers het ermee eens is dat de EU, via het GLB, haar rol vervult om een stabiele voorziening van veilig, gezond en duurzaam voedsel van hoge kwaliteit tegen betaalbare prijzen te garanderen voor 450 miljoen consumenten; overwegende dat plattelandsgebieden 83 % van het grondgebied van de EU beslaan en dat hier 30 % van de EU-bevolking woont; overwegende dat 40 % van het EU-grondgebied bestaat uit landbouwgrond, en dat de agrovoedingsindustrie goed is voor ongeveer 7 % van het bbp van de EU en werk biedt aan 17 miljoen mensen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat uit gegevens van Eurostat<FOOTNOTE><FIELD> Eurostat, “Agriculture statistics – family farming in the EU”, https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Agriculture_statistics_-_family_farming_in_the_EU.</FIELD></FOOTNOTE> blijkt dat 93 % van de landbouwbedrijven in de EU familiebedrijven zijn; overwegende dat dit unieke Europese model behouden moet blijven, aangezien het een cruciale rol speelt in de vitaliteit en economische levensvatbaarheid van plattelandsgebieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat werk in de landbouw meer dan een baan is, het is een manier van leven, geworteld in de natuur, het historische, culturele en traditionele erfgoed en de plattelandsgemeenschap, die positieve effecten heeft op de samenleving en meer erkenning verdient; overwegende dat de multifunctionaliteit van de landbouw in de EU een breed scala aan mogelijkheden biedt voor de werkgelegenheid en voor bedrijfsdiversificatie in plattelandsgebieden, bijvoorbeeld via agrotoeristische diensten, de agrovoedingsindustrie, de bio-economie, de productie van hernieuwbare energie, duurzaam toerisme, schoolbezoeken en rechtstreekse verkoop; overwegende dat deze multifunctionaliteit bijdraagt tot inclusieve groei, maatschappelijk welzijn en de verlening van sociale, onderwijs- en gezondheidsgerelateerde diensten in plattelandsgebieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de voedselinflatie in de EU in de jaren 2022 en 2023 bijna 25 % bedroeg, met een piek van 50 % in sommige landen, wat grote economische en sociale gevolgen had, en benadrukte dat het stabiliseren van landbouwprijzen essentieel is voor de macro-economische stabiliteit en economische veiligheid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat rechtstreekse areaalbetalingen van essentieel belang zijn voor de economische duurzaamheid van de Europese landbouw, aangezien zij een cruciale rol spelen bij het behoud van duurzame productie en ervoor zorgen dat landbouwers een billijk en toereikend inkomen ontvangen, waardoor de winstgevendheid wordt verhoogd, stabiliteit wordt geboden en een minimumniveau van zekerheid wordt gewaarborgd; overwegende dat moet worden gezorgd voor meer steun aan vrouwen, nieuwe, jonge en gezinslandbouwers, kleine en middelgrote ondernemingen — met name ondernemingen die actief zijn in achtergestelde gebieden — en aan sectoren die om sociaal-economische of milieuredenen worden ondersteund;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de steunbetalingen in het kader van pijler I van het GLB naar alle actieve beroepslandbouwers gaan die hun inkomen geheel of gedeeltelijk uit landbouwproductie halen, ongeacht of zij voltijds of deeltijds werken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat deze rechtstreekse betalingen moeten bijdragen tot het versterken van het concurrentievermogen en het verbeteren van de duurzaamheid en veerkracht van de landbouwsector van de EU, waarbij rekening wordt gehouden met specifieke behoeften en regionale diversiteit; overwegende dat de productie van gezond voedsel de belangrijkste drijvende kracht achter de winstgevendheid van landbouwers moet blijven, met de mogelijkheid om het inkomen aan te vullen met activiteiten zoals energieopwekking, koolstofafvang of duurzaam toerisme;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat de toewijzingen aan het GLB in het kader van het MFK 2021-2027 zowel in nominale als in reële termen zijn verlaagd ten opzichte van het vorige MFK; overwegende dat de totale EU-uitgaven voor het GLB de afgelopen jaren behoorlijk zijn gedaald, ondanks een aanzienlijke vergroting van de milieuambitie van het GLB; overwegende dat deze daling aanzienlijke gevolgen heeft gehad voor het inkomen van landbouwers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>U.</NO.P>overwegende dat landbouwers geconfronteerd worden met toenemende prijsvolatiliteit als gevolg van schommelingen op de wereldmarkten en in de Europese productie, als gevolg van het geglobaliseerde karakter van de voedselvoorzieningsketen, zoals blijkt uit de recente instroom van graan uit derde landen en de stijging van de meststoffenprijzen; overwegende dat zij ook te maken krijgen met macro-economische en geopolitieke onzekerheid, gezondheidscrises, uitbraken van dierziekten, concentratietrends op de markt, overschotten in bepaalde Europese sectoren en de onvoorspelbaarheid van de opbrengsten als gevolg van frequentere klimaatgerelateerde extreme weersomstandigheden en natuurrampen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>V.</NO.P>overwegende dat de Europese landbouw nieuwe en toenemende uitdagingen moet aanpakken en de prioriteiten van de EU, zoals voedselzekerheid en klimaatbestendigheid, moet verwezenlijken; overwegende dat dit een verhoging van de GLB-begroting in het volgende MFK in constante prijzen vereist, als een van de beleidsprioriteiten van de EU om een verlies aan reële waarde van betalingen te voorkomen en zowel huidige als toekomstige uitdagingen in de EU het hoofd te bieden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>W.</NO.P>overwegende dat het niet aanpassen van het MFK aan inflatie kan leiden tot een verlies van maximaal 54 % van het GLB — wat overeenkomt met 250 miljard EUR tegen 2034 — waardoor het vermogen van de EU om voedselautonomie te behouden en doeltreffend te reageren op interne en mondiale behoeften ernstig wordt ondermijnd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>X.</NO.P>overwegende dat het landbouwinkomen in bijna alle lidstaten onder het gemiddelde van de rest van de economie blijft en 47 % van de gemiddelde brutolonen en -salarissen in de economie van de EU bedraagt, en overwegende dat mensen die in stedelijke gebieden wonen over het algemeen een hoger inkomen hebben dan mensen die in plattelandsgebieden wonen, wat leidt tot ongelijkheid en uitsluiting; overwegende dat landbouwers van veertig jaar en jonger gemiddeld de laagste inkomens hebben op EU-niveau; overwegende dat het toekomstige GLB moet zorgen voor een billijke beloning voor en bescherming van landbouwers en werknemers in de landbouw, zodat zij hun productieactiviteiten in de hele Unie kunnen voortzetten, ook in gebieden met natuurlijke beperkingen, en kunnen voldoen aan kwaliteitsnormen en voedselveiligheidsvoorschriften ten behoeve van de burgers;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Y.</NO.P>overwegende dat landbouwers te kampen hebben met hoge niveaus van werkgerelateerde stress als gevolg van lange werktijden, sociaal isolement, financiële onzekerheid, vereisten op het gebied van administratie en regelgeving, klimaatgerelateerde weersomstandigheden of nieuwe planten- en dierziekten; overwegende dat de toegang tot geestelijke gezondheidszorg voor landbouwers beperkt blijft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Z.</NO.P>overwegende dat het absoluut noodzakelijk is de positie van landbouwers in de agrovoedingsketen te versterken, hun rol ten volle te erkennen en de eerlijke mededinging, productiviteit, veerkracht en efficiëntie op de eengemaakte markt te waarborgen; overwegende dat het belangrijk is de volledige naleving van de wetgeving inzake oneerlijke handelspraktijken<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2019/633 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 inzake oneerlijke handelspraktijken in de relaties tussen ondernemingen in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen (PB L 111 van 25.4.2019, blz. 59, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/633/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te garanderen en eerlijke vergoedingen voor landbouwproducten te waarborgen, de prijsvorming transparanter te maken en betere instrumenten te bevorderen om de gevolgen van risico’s en crises aan te pakken; overwegende dat externe schokken en factoren waarop landbouwers geen invloed hebben, zoals marktcrises of natuurrampen, die van invloed zijn op het concurrentievermogen en de duurzaamheid van landbouwers in de waardeketen, eveneens naar behoren in overweging moeten worden genomen en gemonitord;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AA.</NO.P>overwegende dat landbouwcoöperaties, die worden opgericht en beheerd door de landbouwers zelf, alsmede producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties en plaatselijke actiegroepen de positie van primaire producenten in de productieketen versterken door de krachten te bundelen, investeringen te coördineren en de versnippering van de sector te beperken; overwegende dat in de visie voor landbouw en voedsel wordt erkend dat sterkere collectieve onderhandelingen in de landbouw van cruciaal belang zijn om de sector aantrekkelijker te maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AB.</NO.P>overwegende dat de EU nog steeds te kampen heeft met een generationele achteruitgang in de landbouwsector; overwegende dat in 2020 de meerderheid (57,6 %) van de landbouwers in de EU, ongeacht geslacht, ouder was dan 55 jaar, terwijl de landbouwers onder de 35 jaar goed waren voor ongeveer 6 % — waarvan slechts 1,7 % vrouw was — en dat in veel lidstaten een zeer groot deel van de landbouwers 65 jaar en ouder is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AC.</NO.P>overwegende dat generatievernieuwing essentieel is voor de toekomst van de Europese landbouw, de voedselzekerheid, de welvaart van plattelandsgebieden en het voortbestaan van het plattelandsleven; overwegende dat onder andere de prijs en de beperkte beschikbaarheid van grond, de over het algemeen lage winstgevendheid van landbouwactiviteiten en de structurele uitdagingen waarmee plattelandsgebieden worden geconfronteerd met betrekking tot de betrokken investeringen en risico’s, de administratieve vereisten en de perceptie van de sector, de belangrijkste belemmeringen vormen om landbouwer te worden; overwegende dat de aandacht ook moet worden gevestigd op andere factoren, zoals het gebrek aan eigen kapitaal, moeilijke toegang tot krediet, met name voor vrouwelijke en jonge landbouwers, de behoefte aan technische en begeleidende diensten en steunmaatregelen, de gevolgen van de klimaatverandering, hoge prijzen van productiemiddelen en andere hoge productiekosten en de vermeerdering van vectorziekten, die allemaal een belangrijke belemmering kunnen vormen voor het actief worden van jonge, vrouwelijke en nieuwe landbouwers in de landbouwsector;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AD.</NO.P>overwegende dat jonge, vrouwelijke en nieuwe landbouwers het potentieel hebben om nieuwe ondernemingsideeën in te voeren, nieuwe technologieën toe te passen en duurzame landbouwmethoden toe te passen; overwegende dat regelingen die duurzaamheid, de toepassing van technologie en intergenerationele partnerschappen combineren, moeten worden bevorderd om de opvolging van landbouwbedrijven te vergemakkelijken; overwegende dat sterkere synergieën tussen werkgelegenheidsinitiatieven voor jongeren, het GLB en het plattelandsontwikkelingsbeleid van essentieel belang zijn om generatievernieuwing te ondersteunen en ervoor te zorgen dat jongeren in plattelandsgebieden blijven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AE.</NO.P>overwegende dat vrouwen nog steeds voor grotere uitdagingen staan wanneer zij de landbouwsector ingaan en dat de arbeidsparticipatie van vrouwen in plattelandsgebieden consequent lager is dan die van mannen; overwegende dat er in de lidstaten aanzienlijke verschillen bestaan wat betreft het aantal landbouwbedrijven dat door vrouwen wordt gerund; overwegende dat gendergelijkheid een fundamenteel beginsel van de EU is en dat het terugdringen van de leegloop van het platteland grotendeels afhangt van het waarborgen van gelijke kansen voor vrouwen en jongeren; overwegende dat de Commissie en de lidstaten, om de specifieke uitdagingen aan te pakken waarmee vrouwen in de landbouw worden geconfronteerd, ervoor moeten zorgen dat de specifieke behoeften van vrouwen in de nationale strategische GLB-plannen worden weerspiegeld door middel van gerichte interventies;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AF.</NO.P>overwegende dat nieuwe waardeketens op het platteland op het gebied van de bio-economie nieuwe zakelijke kansen bieden om de inkomstenbronnen van de landbouwsector te diversifiëren en zo werkgelegenheid en ondernemerschap op het platteland bevorderen, en tegelijkertijd een beter gebruik van agrarische bijproducten stimuleren; overwegende dat energieopwekking door middel van de productie van biogas op het landbouwbedrijf of de productie en verwerking van wol en andere natuurlijke vezels voorbeelden hiervan zijn; overwegende dat het in dit verband ook belangrijk is de aandacht te vestigen op de extra inkomensmogelijkheden die landbouwers hebben door middel van de productie van hernieuwbare energie uit bronnen die in overeenstemming zijn met de richtlijn hernieuwbare energie (RED)<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad (PB L, 2023/2413, 31.10.2023, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2023/2413/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, zoals biobrandstoffen, wat ook bijdraagt tot het versterken van de zelfvoorziening van de EU op energiegebied; overwegende dat koolstoflandbeheer de klimaatdoelstellingen van de EU kan steunen door koolstofvastlegging in de bodem en in biomassa te stimuleren; overwegende dat levensmiddelen en diervoeders echter voorrang moeten krijgen boven andere vormen van gebruik van landbouwproducten en -grond;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AG.</NO.P>overwegende dat korte productieketens — waarbij productie, verwerking en verpakking in dezelfde regio plaatsvinden — bijdragen tot het behoud van lokale toegevoegde waarde en zo meer banen in het gebied veiligstellen; overwegende dat dergelijke plaatsgebonden, territoriaal ingebedde, veerkrachtige en duurzame agrovoedingssystemen de afhankelijkheid van externe productiemiddelen verminderen, de voedselzekerheid van de EU versterken en helpen om plattelandsgebieden nieuw leven in te blazen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AH.</NO.P>overwegende dat het van essentieel belang is negatieve gevolgen voor de landbouwproductie van de EU te voorkomen door flexibele en doeltreffende instrumenten te bevorderen ter ondersteuning van de meest kwetsbare en strategische sectoren die worden geconfronteerd met uitdagingen als gevolg van structurele veranderingen, natuur- en meteorologische rampen, met name in verband met klimaatverandering, marktonevenwichtigheden, de goedkeuring van handelsovereenkomsten, alsook de mogelijke gevolgen voor de landbouwsector van de EU in verband met de uitvoering van nieuw EU-beleid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AI.</NO.P>overwegende dat deze uitdagingen rechtstreekse gevolgen kunnen hebben voor de voedselzekerheid en voor plattelandseconomieën en -gemeenschappen, en dat het daarom van essentieel belang is de risicopreventie, het risicobeheer en de aanpassing te verbeteren, onder meer door middel van verbeterde en aangepaste mechanismen en infrastructuur die worden ondersteund door financiële middelen buiten het GLB;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AJ.</NO.P>overwegende dat in het GLB de aanzienlijke milieuvoordelen van duurzame landbouw en veeteelt moeten worden erkend, waaraan ook praktijken en/of gewassen zoals bosbouw, boslandbouw, bijenteelt, eiwithoudende en houtgewassen, biologische landbouw, textielvezels en opkomende sectoren zoals de bio-economie bijdragen; overwegende dat sectorale strategieën voor groenten en fruit, wijn, olijfolie, tafelolijven, aardappelen, suikerbieten en bijenteelt moeten worden gehandhaafd en beschermd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AK.</NO.P>overwegende dat droogte volgens het Europees Milieuagentschap jaarlijks tot 9 miljard EUR aan economische verliezen in de EU heeft veroorzaakt en dat dit cijfer tegen 2100 kan oplopen tot 28,6 miljard EUR, bovenop de verliezen die worden veroorzaakt door andere gevolgen van de klimaatverandering; overwegende dat landbouwers in de hele EU uit de eerste hand te maken hebben met klimaatverandering, toenemende woestijnvorming en een daling van de landbouwproductiviteit, waarbij de mediterrane regio’s met bijzondere uitdagingen worden geconfronteerd; overwegende dat extreme weersomstandigheden, zoals steeds ernstigere overstromingen en droogte, de voedselzekerheid in de EU in gevaar brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AL.</NO.P>overwegende dat landbouw, water en bodem onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden; overwegende dat de beschikbaarheid en het duurzaam beheer van deze natuurlijke bronnen van cruciaal belang is om een toereikende productie van hoogwaardig voedsel te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AM.</NO.P>overwegende dat een efficiënt gebruik van nutriënten van essentieel belang is bij de vermindering van de afhankelijkheid van de EU van chemische meststoffen, de verlaging van de uitstoot van broeikasgassen en de verbetering van de bodemgezondheid; overwegende dat de nitraatrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (PB L 375 van 31.12.1991, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1991/676/oj.</FIELD></FOOTNOTE> in haar huidige vorm het gebruik van verwerkte dierlijke mest, met inbegrip van RENURE-producten, beperkt, ondanks wetenschappelijk bewijs dat de veilige toepassing ervan ondersteunt; overwegende dat het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek heeft geconcludeerd dat de vervanging van synthetische minerale meststoffen door RENURE niet leidt tot meer nitraatuitspoeling in water; overwegende dat dit onnodige regelgevingsobstakels opwerpt voor landbouwers die de nutriëntenkringloop willen sluiten en de milieueffecten willen verminderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AN.</NO.P>overwegende dat de toenemende instabiliteit in de wereldhandel het noodzakelijk maakt het handelsbeleid en de internationale handelsregels van de EU aan te passen, met name in het kader van de Wereldhandelsorganisatie, om de agrovoedingssystemen van de Unie te beschermen door eerlijke en duurzame concurrentievoorwaarden te waarborgen, op basis van wederkerigheid en doeltreffende handelsbescherming;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AO.</NO.P>overwegende dat de invoer in de EU van landbouwproducten die volgens lagere normen en met lagere productiekosten worden geproduceerd dan de producten die in de EU volgens de hoogste normen worden geproduceerd een belemmering vormt voor het vermogen van onze producenten om eerlijke prijzen en winstgevendheid op de markt te verkrijgen; overwegende dat dit potentiële risico’s met zich meebrengt voor de volksgezondheid en de gezondheid van planten en dieren, onder meer door de verspreiding van plagen en ziekten; overwegende dat wederkerigheid in internationale handelsovereenkomsten moet worden gewaarborgd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AP.</NO.P>overwegende dat de fysieke en digitale infrastructuur die ten grondslag ligt aan de efficiënte uitvoer van agrovoedingsproducten uit de EU moet worden gemoderniseerd om de veerkracht van de EU-landbouw te versterken door gediversifieerde uitvoermarkten tot stand te brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AQ.</NO.P>overwegende dat de Wereldgezondheidsorganisatie aanbeveelt peulvruchten, groenten en fruit en een gematigde consumptie van eiwitten, waaronder eiwitten van dierlijke oorsprong, onderdeel te laten zijn van een gevarieerde en evenwichtige voeding; overwegende dat vlees en andere dierlijke producten waardevolle bronnen van biologische hoogwaardige eiwitten en essentiële micronutriënten zijn; overwegende dat duurzame veehouderij een belangrijke bijdrage levert aan de bescherming van de biodiversiteit, aan bosbrandpreventie, landschapsonderhoud, de levering van nutriënten in de bodem en voedselzekerheid, alsook aan nationale culturen en nationaal erfgoed; overwegende dat de Commissie in haar mededeling over de langetermijnvisie voor de plattelandsgebieden van de EU het belang heeft erkend van de ontwikkeling van een langetermijnstrategie voor de veehouderijsector en de lancering van een specifieke werkstroom op dit gebied heeft aangekondigd; overwegende dat gerichte investeringen in foktechnieken en andere innovatieve oplossingen de emissies van vee kunnen verminderen en tegelijkertijd de productiviteit en het dierenwelzijn kunnen waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AR.</NO.P>overwegende dat ongeveer 70 % van de grondstoffen voor de productie van het eiwitrijke voeder dat de EU nodig heeft uit derde landen moet worden ingevoerd omdat er in de EU onvoldoende plantaardige eiwitten worden geproduceerd; overwegende dat het Parlement en de lidstaten herhaaldelijk hebben opgeroepen tot een zinvolle EU-eiwitstrategie om de productie van eiwithoudende gewassen in de EU te verhogen teneinde deze hoge mate van afhankelijkheid te verminderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AS.</NO.P>overwegende dat versterkte synergieën met andere EU-instrumenten, zoals Horizon Europa en het cohesiebeleid, nodig zijn om de integratie van onderzoeksresultaten in praktische, lokaal op maat gesneden, landbouwoplossingen te vergemakkelijken, innovatie te bevorderen en economische ontwikkeling te stimuleren; overwegende dat betere connectiviteit, betere digitale vaardigheden en de uitrol van autonome technologieën in plattelandsgebieden essentieel zijn om het concurrentievermogen en de klimaatbestendigheid van de sector te vergroten en plattelandsgebieden aantrekkelijker te maken voor jongere generaties en gekwalificeerde beroepsbeoefenaren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AT.</NO.P>overwegende dat het meeste biotechnologisch onderzoek momenteel buiten de EU wordt uitgevoerd; overwegende dat dergelijk onderzoek vaak gericht is op agro-economische kwesties die slechts ten dele relevant zijn voor de EU-context, met potentiële verliezen aan zowel investeringen als kansen voor landbouwers in de EU tot gevolg; overwegende dat de EU daarom moet investeren in de ontwikkeling van biotechnologie die is aangepast aan haar eigen landbouwbehoeften; overwegende dat de intrekking van vergunningen voor het in de handel brengen van gewasbeschermingsmiddelen, zonder dat er doeltreffende alternatieven beschikbaar zijn, landbouwers blootstelt aan plagen en ziekten, hun winstgevendheid en concurrentievermogen verkleint, tot meer voedselverspilling leidt en een bedreiging voor de voedselzekerheid vormt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AU.</NO.P>overwegende dat de EU een reeks ruimtevaartprogramma’s (Egnos en Galileo) en aardobservatieprogramma’s (Copernicus) heeft ontwikkeld, met een aanzienlijk potentieel om de monitoring van de uitvoering van het GLB te ondersteunen teneinde land- en bosbouwers te voorzien van nauwkeurige gegevens over de grond die zij beheren en, in voorkomend geval, de administratieve lasten te vereenvoudigen en te verminderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AV.</NO.P>overwegende dat de plattelandsgebieden van de EU 83 % van het grondgebied van de EU beslaan en de woonplaats zijn van 137 miljoen mensen; overwegende dat de toekomst en de welvaart van plattelandsgebieden van het grootste belang zijn voor de continuïteit van de voedselvoorziening, de autonomie en de veerkracht van Europa; overwegende dat de agrovoedingssystemen tijdens de recente crises de ononderbroken toegang tot veilig voedsel van hoge kwaliteit mogelijk hebben gemaakt, ondanks de inflatie die de betaalbaarheid van levensmiddelen onder druk heeft gezet; overwegende dat het beleid zowel de landbouw als kernactiviteit als economische diversificatie moet ondersteunen door middel van de ontwikkeling van duurzaam plattelandstoerisme, kleine ondernemingen, ambachten en lokale diensten, zodat plattelandsgebieden levensvatbaar en aantrekkelijk zijn; overwegende dat energieproductie extra inkomsten voor landbouwers kan genereren, maar geen gevolgen mag hebben voor de voedselproductie; overwegende dat Leader en vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling (CLLD) waardevolle instrumenten voor duurzame ontwikkeling zijn gebleken en centraal staan in het EU-beleid; overwegende dat het GLB alleen geen oplossingen kan bieden voor alle behoeften en uitdagingen waarmee plattelandsgebieden worden geconfronteerd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AW.</NO.P>overwegende dat het GLB een rol moet spelen bij de harmonieuze ontwikkeling van de EU door de economische, sociale en territoriale cohesie te versterken en daarom gebieden met natuurlijke beperkingen, zoals berggebieden, droge gebieden, eilandgebieden, grensgebieden, ultraperifere en achtergestelde gebieden, moet blijven compenseren voor de bijkomende kosten in verband met hun geografische of demografische beperkingen, teneinde de stopzetting van landbouwactiviteiten en de daaruit voortvloeiende leegloop van dergelijke gebieden te voorkomen; overwegende dat het van essentieel belang is de belangrijke rol te erkennen die landbouwers in deze gebieden spelen door ecologische, economische en sociale diensten te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AX.</NO.P>overwegende dat ultraperifere gebieden kampen met specifieke uitdagingen wegens hun geografische ligging; overwegende dat het Posei-programma interventies van pijler I van het GLB toepast, aangepast aan de specifieke kenmerken van de ultraperifere gebieden; overwegende dat Posei van vitaal belang is voor het behoud van de landbouwactiviteit en het waarborgen van de voorziening van levensmiddelen en landbouwproducten in deze gebieden; overwegende dat de uitvoering van Posei belangrijk is en een succes is gebleken, met name wat betreft het vergroten van de productie voor lokale consumptie, zoals blijkt uit de uitvoeringsverslagen van de Commissie voor 2006-2014 en 2015-2019; overwegende dat de begrotingstoewijzingen van Posei sinds 2007 echter niet zijn herzien, hetgeen heeft geleid tot een cumulatieve waardevermindering van ten minste 36 % als gevolg van de inflatie; overwegende dat dit het niveau van de EU-steun die beschikbaar is voor landbouwers in de ultraperifere gebieden aanzienlijk heeft beperkt en overwegende dat er duidelijk behoefte is aan een herijking van de financiële toewijzingen van Posei om deze waardevermindering te compenseren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AY.</NO.P>overwegende dat concurrerende landbouw-, voedings- en bosbouwsectoren een grote rol kunnen blijven spelen bij het verwezenlijken van de doelstellingen van voedselzekerheid, volksgezondheid en milieubescherming, in overeenstemming met het beleid van de Unie, waarbij landbouwers worden gestimuleerd en beloond voor hun bijdrage en worden gesteund door onnodige lasten op het gebied van regelgeving en administratie te verminderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>AZ.</NO.P>overwegende dat de Europese landbouwers via het GLB aanzienlijke inspanningen hebben geleverd om milieu- en klimaatdoelstellingen te integreren die verenigbaar zijn met de in de EU-wetgeving vastgestelde vereisten, om de landbouwsector aan te passen aan de toenemende uitdagingen en crises als gevolg van de klimaatverandering; overwegende dat landbouwers zich reeds in de frontlinie bevinden en een sleutelrol spelen bij de bescherming van het milieu en de bodem in het licht van de klimaatverandering, en dat de broeikasgasemissies in de landbouw in de EU tussen 2005 en 2023 volgens ramingen een algemene neerwaartse trend van 7 % hebben doorgemaakt<FOOTNOTE><FIELD> Europees Milieuagentschap, “Greenhouse gas emissions from agriculture in Europe”, https://www.eea.europa.eu/en/analysis/indicators/greenhouse-gas-emissions-from-agriculture.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BA.</NO.P>overwegende dat het van essentieel belang is ervoor te zorgen dat in de conditionaliteitsvereisten en milieuverbintenissen van het GLB rekening wordt gehouden met de diversiteit van de landbouw in de EU en dat zij geen onevenredige administratieve lasten met zich meebrengen voor landbouwers, met name de meest kwetsbare landbouwers; overwegende dat er een beter evenwicht moet worden gevonden tussen het verplichte karakter van bepaalde maatregelen en een op stimulansen gebaseerd systeem dat landbouwers in staat stelt vrijwillig duurzamere landbouwpraktijken toe te passen, zonder dat dit leidt tot een vermindering van de voedselproductie, waardoor hun concurrentievermogen en winstgevendheid worden gewaarborgd en voldoende flexibiliteit wordt geboden om lokaal passende oplossingen mogelijk te maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BB.</NO.P>overwegende dat het noodzakelijk is een cumulatieve evaluatie van wetgeving in verband met de Green Deal uit te voeren om de algemene impact ervan op de agrovoedingsindustrie te beoordelen, met inbegrip van de samenhang van de regelgeving, de administratieve lasten, het concurrentievermogen en het vermogen van de sector om voedselzekerheid en strategische veerkracht te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BC.</NO.P>overwegende dat in het GLB rekening moet worden gehouden met regio’s waar de concurrentie tussen stedelijke ontwikkeling en landbouw groot is wanneer aanvullende beperkingen worden opgelegd aan de toegang tot grond, teneinde de landbouw in deze gebieden in stand te houden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>BD.</NO.P>overwegende dat niet alleen technologische vooruitgang, maar ook doeltreffende kennisuitwisseling en de actieve betrokkenheid van landbouwers bij onderzoeks- en innovatieprocessen voorwaarden zijn voor succesvolle innovatie in de landbouw; overwegende dat instrumenten zoals de kennis- en innovatiesystemen voor de landbouw (AKIS), operationele groepen in het kader van het EIP-AGRI en door Horizon Europa ondersteunde projecten met meerdere actoren de waarde van cocreatie, aanpassing aan lokale omstandigheden en sterkere banden tussen landbouwers, onderzoekers en adviseurs hebben aangetoond;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Naar een concurrerende en duurzame landbouw </STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>merkt op dat de Commissie op 16 juli 2025, tegelijkertijd met haar voorstel voor een nieuw meerjarig financieel kader voor de periode 2028 2034, wetgevingsvoorstellen heeft gepresenteerd voor een hervorming van het GLB; benadrukt evenwel dat het Parlement blijft bij zijn standpunt over de toekomst van het GLB en de landbouw in de EU zoals uiteengezet in deze resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>neemt kennis van het verslag van de Commissie, getiteld “Een visie voor landbouw en voedsel”, als een veelbelovende routekaart voor het GLB na 2027, met belangrijke bijdragen die berusten op generatievernieuwing, concurrentievermogen, duurzaamheid, veerkracht, vereenvoudiging en meer wederkerigheid van normen in de handel, waarbij de nadruk ligt op innovatie om economische, sociale en ecologische duurzaamheid te bereiken, op het voorrang geven aan stimulansen boven beperkingen en op een eerlijkere gerichtheid van GLB-steun; erkent in het kader van deze aanpak een hernieuwde nadruk op de traditionele kerndoelstellingen van het GLB, zoals verankerd in artikel 39 VWEU; benadrukt dat het belangrijk is te zorgen voor een op zichzelf staande GLB-begroting om deze doelstellingen te verwezenlijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>onderstreept dat de landbouw een fundamentele rol speelt bij het waarborgen van voedselzekerheid voor de EU en daarbuiten, het waarborgen van de menselijke gezondheid, het behoud van de biodiversiteit, een gezonde bodem en gezond water, en sociale cohesie; onderstreept dat het toekomstige GLB de toegang tot maatregelen voor aanpassing aan en beperking van de klimaatverandering moet vereenvoudigen en dat landbouwers moeten worden beloond voor hun inspanningen op dit gebied; benadrukt dat landbouwers een cruciale rol spelen bij het waarborgen van de duurzaamheid van de Europese landbouwproductie in al haar ecologische, sociale en economische dimensies, en tegelijkertijd bijdragen tot voedselzekerheid en strategische autonomie, en daarom moeten worden ondersteund; dringt erop aan effectbeoordelingen uit te voeren waarin rekening wordt gehouden met de gevolgen voor landbouwbedrijven voordat nieuwe regelgeving wordt voorgesteld die nieuwe vereisten en bureaucratische lasten voor landbouwers met zich meebrengt, en dringt aan op een herziening van alle bestaande verplichtingen; benadrukt dat de landbouw een beleidsterrein van de EU moet blijven en niet moet worden ondergebracht in één fonds, om uniforme voorwaarden voor de lidstaten te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>vraagt om een hogere, specifieke GLB-begroting, die wordt geïndexeerd voor inflatie door middel van jaarlijkse herevaluaties, in het volgende MFK teneinde de continuïteit van de voedselvoorziening te verzekeren, ongeacht de commerciële instabiliteit als gevolg van de volatiliteit van het geopolitieke klimaat; wijst erop dat het GLB zonder voldoende middelen niet langer een belangrijke drijvende kracht zal kunnen zijn om de duurzaamheid van de Europese landbouw op economisch, ecologisch en sociaal vlak te garanderen en tegelijkertijd een billijk inkomen en eerlijke voorwaarden voor degenen die betrokken zijn bij de landbouwsector en een volledig functionerende eengemaakte mark te waarborgen; dringt erop aan dat de aan het GLB toegewezen financiële middelen in de begroting voor dat doel worden gereserveerd, met name rechtstreekse betalingen; spreekt zich ten sterkste uit tegen het idee dat lidstaten de begroting van het GLB als onderdeel van een totaalbudget ook voor andere doeleinden dan landbouw zouden mogen inzetten; benadrukt dat een toereikende begroting zal bijdragen tot de instandhouding van een gemeenschappelijk beleid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>verzoekt de Commissie en de medewetgevers om vaste en geoormerkte inkomenssteun te behouden als kernonderdeel van het GLB na 2027, gezien de cruciale rol ervan bij het waarborgen van de voedselproductie, met hoge kwaliteits- en gezondheidsnormen voor EU-consumenten, het bieden van stabiliteit aan landbouwers in het licht van marktvolatiliteit en extreme weersomstandigheden, het waarborgen van een redelijke levensstandaard voor landbouwers, het garanderen van voorzieningszekerheid en het opbouwen van autonomie op het gebied van voedsel en diervoeder; is van mening dat ook rekening moet worden gehouden met de huidige situatie van de regio’s aan de buitengrenzen van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>uit zijn bezorgdheid over de mogelijke aanpassingen van de EU-begroting voor de periode na 2027, waaronder de mogelijke centralisatie van de financieringsstromen; waarschuwt dat de integratie van het GLB in andere financieringsgebieden zoals cohesie, regionale ontwikkeling en visserij de specifieke rol van het landbouwbeleid zou kunnen ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat het GLB in de periode na 2027 zijn eigen juridische en institutionele status moet behouden; acht het belangrijk dat de begroting van het GLB gehandhaafd blijft als een op zichzelf staande, afzonderlijke en specifieke begroting die is afgestemd op de kenmerkende behoeften van de Europese landbouwsector; dringt er bij de Commissie op aan de administratieve lasten te verminderen, om ervoor te zorgen dat landbouwers rechtstreeks toegang hebben tot steun en niet voortdurend externe adviseurs hoeven in te schakelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt nogmaals dat het belangrijk is dat het GLB behouden blijft als afzonderlijk, zich onderscheidend beleidsgebied, dat een partnerschap vormt tussen de landbouw en de samenleving, alsmede tussen Europa en zijn landbouwers, en dat betrouwbare steun verleent met als doel de voedselzekerheid te vergroten; is fel gekant tegen elk voorstel om de GLB-begroting op te nemen in één fonds met andere beleidslijnen of fondsen, aangezien een dergelijke aanpak de interventies minder doeltreffend zou maken en de strategische doelstellingen van de Unie op het gebied van voedselzekerheid en plattelandsontwikkeling in gevaar zou brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>wijst erop dat veilige en constante toegang tot voedsel in de huidige geopolitieke context een strategische veiligheidskwestie is geworden en dat invoerafhankelijkheid kan worden benut als middel om druk uit te oefenen; onderstreept dat in dit verband meer nadruk moet worden gelegd op de traditionele kerndoelstellingen van het GLB, namelijk voedselzekerheid en veerkracht ondersteunen, een billijk inkomen voor landbouwers waarborgen en de marktstabiliteit en het concurrentievermogen verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>wijst erop dat duurzame voedsel- en landbouwproductie een grotere strategische rol speelt die wordt versterkt door de nieuwe geopolitieke context, als wezenlijk onderdeel van de veiligheid, stabiliteit, soevereiniteit en strategische autonomie van Europa, en dat dit weerspiegeld moet worden in het GLB-begrotingskader en het bedrag aan daarin beschikbaar gestelde middelen; is van mening dat de EU-landbouw niet alleen moet worden erkend als een economische sector, maar ook als een geopolitieke hoeksteen, een instrument voor sociale en territoriale stabiliteit en een essentieel onderdeel van het veiligheids- en defensiebeleid van de EU; stelt vast dat landen die op mondiaal niveau een sleutelrol spelen in de landbouwsector, met uitzondering van de EU-landen, hun uitgaven en beschermingsmaatregelen voor de sector sinds de voedselcrisis van 2007-2008 hebben opgeschaald; wijst erop dat de productiviteit en de veerkracht van de landbouw alleen maar kunnen worden gewaarborgd als natuurlijke hulpbronnen duurzaam worden beheerd, en dat dit nodig is om de duurzaamheid van onze voedselsystemen op de lange termijn te garanderen; benadrukt dat het GLB na 2027 moet bijdragen tot de versterking van de algemene paraatheid en veerkracht van de Unie; benadrukt dat de Commissie en de lidstaten een voedselperspectief moeten opnemen in hun plannen op het gebied van veiligheid en mededinging; verzoekt de Commissie en de lidstaten te overwegen strategische opslagfaciliteiten op Europees en nationaal niveau op te zetten om voedselzekerheid te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst erop dat efficiënte landbouwproductie een belangrijke bijdrage levert aan de duurzaamheid van de sector, door met zo min mogelijk productiemiddelen een zo optimaal mogelijke opbrengst te realiseren; benadrukt dat het GLB moet voorzien in instrumenten en investeringen die landbouwbedrijven en plattelandsgebieden beter in staat stellen te anticiperen op schokken, en schokken op te vangen en ervan te herstellen; benadrukt dat het GLB in de eerste plaats tot doel moet hebben tegemoet te komen aan de voedselbehoeften van de Europese bevolking en dat dit betekent dat landbouwers doeltreffender moeten worden ondersteund om de voedselzekerheid en de strategische autonomie van de EU te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt in dit verband de strategische rol van groothandelsmarkten en geaccrediteerde structuren in het algemeen belang, die garant kunnen staan voor naleving van de beginselen van duurzaamheid, afvalvermindering en prijstransparantie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst erop dat samenwerking, aggregatie en dialoog, alsook een betere organisatie van landbouwers via coöperaties, producentenorganisaties of unies van producentenorganisaties in de agrovoedingswaardeketen, in combinatie met afwijkingen van het mededingingsrecht en specifieke steun, van essentieel belang zijn om de positie van landbouwers te verbeteren, door een eerlijkere verdeling van de marges te bevorderen en de efficiëntie van alle actoren te vergroten; wijst er in dit verband op dat de hervorming van de GMO en de richtlijn oneerlijke handelspraktijken<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad (“richtlijn oneerlijke handelspraktijken”), ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2005/29/2022-05-28.</FIELD></FOOTNOTE> een kans kan bieden om de positie van landbouwers in nationale en transnationale agrovoedingsketens te versterken en ervoor te zorgen dat producenten een eerlijke prijs voor hun producten en arbeid krijgen, door de mechanismen voor crisisbeheer te versterken en de grensoverschrijdende handhaving tegen oneerlijke handelspraktijken te verbeteren door middel van harmonisatie op EU-niveau, zonder afbreuk te doen aan of negatieve gevolgen te hebben voor bestaande goed functionerende nationale strategieën en praktijken; verzoekt de Commissie de mogelijkheid te onderzoeken om nieuwe instrumenten in te voeren om te voorkomen dat landbouwers prijzen voor hun producten ontvangen die onder de productiekosten liggen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>onderstreept met name hoe belangrijk het is de grensoverschrijdende samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten te verbeteren en te zorgen voor een doeltreffende, gecoördineerde en consistente handhaving van de regels op de hele interne markt, om misbruik tegen te gaan, rechtvaardigheid in de toeleveringsketen te waarborgen en oneerlijke concurrentie te voorkomen; benadrukt dat voedselzekerheid en voedselsoevereiniteit essentiële onderdelen zijn van strategische autonomie en dat het volgende MFK het concurrentievermogen en de veerkracht van de landbouwsector van de Unie op effectieve wijze moet blijven steunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt het belang van het waarborgen en versterken van rechtstreekse inkomenssteun om tegemoet te komen aan de behoeften van alle, zowel voltijds als deeltijds werkende, actieve beroepslandbouwers in het kader van het GLB, ongeacht de grootte en het productietype van hun bedrijf; onderstreept het belang van de inclusie van pluri-actieve landbouwers, aangezien alle landbouwers een aanzienlijke bijdrage leveren aan het sociaal-economische weefsel van plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>wijst erop dat rechtstreekse betalingen in hun huidige vorm een duidelijke toegevoegde waarde voor de EU genereren en herinnert aan het belang van een areaalgebaseerd model, terwijl tegelijkertijd de steun wordt verhoogd voor de meest kwetsbare landbouwers en landbouwbedrijven, met inbegrip van familiebedrijven, kleine en middelgrote landbouwbedrijven, jonge en vrouwelijke landbouwers, landbouwbedrijven in gebieden met natuurlijke beperkingen en landbouwbedrijven die duurzamere praktijken toepassen; pleit voor een model dat stabiliteit biedt en effectief bijdraagt aan het inkomen van landbouwers en dat de economische levensvatbaarheid, het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de voedselproductie in alle regio’s en gebieden van de EU in stand houdt; is van mening dat het van essentieel belang is te zorgen voor een eerlijke verdeling van de rechtstreekse betalingen, zowel tussen als binnen de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>is van mening dat het, om de GLB-steun beter te richten op degenen die een landbouwactiviteit uitoefenen, noodzakelijk is de EU-brede kaderdefinitie van landbouwer verder te verfijnen en dat de lidstaten op basis van deze definitie moeten bepalen welke landbouwers in aanmerking komen voor steun; benadrukt dat deze definitie er niet toe mag leiden dat pluri-actieve landbouwers, die actief landbouw bedrijven, maar ook niet-agrarische activiteiten buiten hun landbouwbedrijf verrichten, van steun worden uitgesloten, aangezien zij met hun uiteenlopende activiteiten vaak het sociaal-economische weefsel van plattelandsgebieden versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>benadrukt dat het bij de toewijzing van GLB-middelen belangrijk is om transparant te werk te gaan en pleit ervoor de eindontvangers en onderling verbonden bedrijven systematisch in kaart te brengen; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan controlemechanismen in te voeren om concentratie van steun via complexe eigendomsstructuren of kunstmatige versnippering van landbouwbedrijven te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>is van mening dat, zolang een gelijk speelveld op de interne markt wordt geëerbiedigd, de betalingen voor vrijwillige gekoppelde steun moeten worden gehandhaafd of verhoogd, met voldoende middelen die uit de begroting worden toegewezen en meer flexibiliteit bij het gebruik ervan, als eenvoudig instrument om de productie in kwetsbare sectoren in stand te houden en om specifieke problemen tegen te gaan, met name die welke het gevolg zijn van het structurele concurrentienadeel van minder begunstigde gebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>roept de Commissie en de lidstaten op het vrijwillige karakter van ecoregelingen te handhaven en deze in het GLB na 2027 eenvoudiger en flexibeler te maken; verzoekt de lidstaten hun landbouwers een duidelijke en eenvoudige lijst te verstrekken van efficiënte en doeltreffende opties voor ecoregelingen waaruit zij kunnen kiezen, vergezeld van een passende en aantrekkelijke beloning om hen te stimuleren, zonder afbreuk te doen aan de voor rechtstreekse betalingen en investeringen toegewezen middelen, en zonder de bureaucratie te vergroten; verzoekt de lidstaten te investeren in opleiding om landbouwers te helpen doeltreffend gebruik te maken van ecoregelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>erkent de vooruitgang die reeds is geboekt door middel van sociale conditionaliteit; dringt aan op een evaluatie van de sociale conditionaliteit in het GLB en op een evenredige, doeltreffende en duidelijk omschreven uitvoering om overlapping van regelgeving tussen de lidstaten en onevenredige administratieve lasten voor landbouwers te voorkomen en de rechten van werknemers te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>dringt aan op een omvattende studie om te kunnen beoordelen of de invoering van verplichte mechanismen, zoals een herverdeling of beperking van rechtstreekse betalingen in het kader van het GLB door middel van plafonnering en degressiviteit voor meer eerlijkheid kan zorgen; benadrukt dat dit moet worden geanalyseerd voordat voorstellen voor een nieuw GLB worden ingediend, teneinde passende instrumenten te ontwikkelen die de levensvatbaarheid van landbouwbedrijven in de hele EU daadwerkelijk kunnen ondersteunen, met inbegrip van bedrijven van jonge en vrouwelijke landbouwers en kleine en middelgrote landbouwbedrijven; benadrukt dat in deze studie ook de niet-toepassing van plafonnering op specifieke betalingen, zoals ecoregelingen en agromilieu- of klimaatgerelateerde betalingen, moet worden geanalyseerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verzoekt te streven naar een eerlijke verdeling van de geproduceerde waarde binnen de agrovoedingsindustrie, door middel van kaderwetgeving en interventies die erop gericht zijn de winstgevendheid van ondernemerschap te vergroten en de inkomens in de landbouwsector te verhogen door de verhoudingen ten opzichte van distributeurs en producenten in de toeleveringsketen weer in evenwicht te brengen; dringt met name aan op stimulansen en investeringen voor nieuwe bedrijfsmodellen in de agrovoedingsindustrie die zorgen voor financiële duurzaamheid op lange termijn en op een herbalancering van de handelsrelatie tussen landbouwers, distributeurs en producenten die verder gaat dan de huidige EU-aanpak van verboden praktijken, door kaderwetgeving op te stellen die is geïnspireerd op de Franse “EGalim”-wetgeving;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>dringt aan op een onafhankelijke en sterke tweede pijler van het GLB — die losstaat van maar wel nauw wordt afgestemd op het cohesiebeleid — die beleidscoherentie bevordert om onder meer territoriale integratie te vergemakkelijken en te zorgen voor synergieën en doeltreffende steun voor de landbouwsector binnen een samenhangend kader dat het efficiënt gebruik van EU-middelen en investeringen in projecten waarborgt; dringt erop aan dat deze middelen de begunstigden tijdig bereiken; is van mening dat de financiering voor plattelandsontwikkeling uitsluitend moet worden toegewezen aan landbouwactiviteiten en dat andere acties ter ondersteuning van gebieden of infrastructuur uit de cohesiefondsen moeten worden gefinancierd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>benadrukt de noodzaak van een goed gefinancierd plattelandsontwikkelingsprogramma in het kader van pijler II van het GLB ter ondersteuning van plattelandsgebieden, met een sterke financiële bijdrage van de EU, die wordt aangevuld met nationale cofinanciering om te waarborgen dat het programma doeltreffend en op lange termijn houdbaar is; wijst er in dat verband op dat lokale overheden en belanghebbenden, zoals coöperaties en plaatselijke actiegroepen, van cruciaal belang zijn om de inspanningen in het kader van pijler II van het GLB te stroomlijnen; benadrukt dat regio’s, met inachtneming van de grondwettelijke bijzonderheden van elke lidstaat, in staat moeten zijn om autonoom plattelandsontwikkelingsmaatregelen te ontwerpen, uit te voeren en te beheren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>dringt aan op een verhoging van het budget voor het Leader-programma, dat bijdraagt tot het aanpakken van sociale uitdagingen en het stimuleren van lokale actiegroepen door CLLD-benaderingen te versterken, die van cruciaal belang zijn om sterkere banden tussen stad en platteland tot stand te brengen; benadrukt dat Leader een centrale rol moet spelen bij het bevorderen van aantrekkelijke, welvarende, veerkrachtige en onderling verbonden plattelandsgebieden door initiatieven te ondersteunen die lokale toegevoegde waarde genereren, ondernemerschap stimuleren, innovatie bevorderen en het economische en sociale weefsel van gebieden versterken, waarbij alle initiatieven van essentieel belang zijn voor het behoud en het aantrekken van menselijk kapitaal, met name jongeren en vrouwen, en bijdragen aan het demografische en territoriale evenwicht en generatievernieuwing;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>erkent dat vrijwillige agromilieu- en klimaatmaatregelen, en maatregelen op het gebied van dierenwelzijn en dier- en plantgezondheid in het kader van pijler II, waarbij gebruik wordt gemaakt van een vereenvoudigde, op stimulansen en naleving gebaseerde aanpak, essentiële instrumenten zijn om het milieu te beschermen en duurzame praktijken te bevorderen, en tegelijkertijd bijdragen aan een fatsoenlijk inkomen voor de landbouwers die deze maatregelen uitvoeren; is van mening dat deze regelingen in het kader van pijler II doeltreffender zijn dan ecoregelingen, die in veel lidstaten niet de gewenste resultaten hebben opgeleverd vanwege de grote complexiteit ervan voor landbouwers, en is daarom van mening dat deze regelingen in het kader van pijler II een groter deel van de financiering in het toekomstige GLB moeten ontvangen; onderstreept dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat agromilieu- en klimaatmaatregelen bijdragen tot het behoud en de verbetering van de voedselproductie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>dringt erop aan de financiële steun van het GLB eenvoudiger en toegankelijker te maken voor kleine projecten, die in de meeste gevallen de drijvende kracht zijn achter de meest innovatieve initiatieven; verzoekt de Commissie en de lidstaten het gebruik van vereenvoudigde kostenopties te bevorderen en uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>verzoekt de Commissie concrete maatregelen te nemen om te waarborgen dat de invoer van agrovoedingsproducten uit derde landen wordt onderworpen aan dezelfde normen op het gebied van voedselveiligheid, milieu, sociale zaken en dierenwelzijn als die welke aan EU-producenten worden opgelegd, teneinde een gelijk speelveld en een hoog niveau van voedselveiligheid, traceerbaarheid en duurzame productie in de EU te waarborgen; benadrukt dat dit van essentieel belang is om te voorkomen dat het concurrentievermogen van de agrovoedingsproductie van de EU ten opzichte van ingevoerde producten in gevaar wordt gebracht; dringt erop aan dat de Commissie, om oneerlijke concurrentie voor EU-landbouwers te voorkomen, bereid moet zijn om in haar overeenkomsten met derde landen waar nodig vrijwaringsclausules op te nemen om de stabiliteit van de interne markt te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>verzoekt de Commissie om, bij haar inspanningen om nieuwe markten te openen en bestaande markten te consolideren, in al haar handelsovereenkomsten een systematische effectbeoordeling uit te voeren van de bepalingen inzake de landbouwsector, waarbij rekening moet worden gehouden met alle betrokken partijen om het cumulatieve effect ervan te bepalen en te voorzien in specifieke strategieën om een gelijk speelveld en wederkerigheid op alle niveaus te waarborgen, met name op het gebied van productie, kwaliteit en sociale normen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>benadrukt dat de samenhang tussen het handels- en duurzaamheidsbeleid van de Unie moet worden gehandhaafd en dat de controles bij de oorsprong en aan de grenzen door de Commissie en de lidstaten en via een EU-controleagentschap moeten worden versterkt, aangezien dit betere garanties zou bieden wat betreft eerlijke concurrentie voor Europese producenten; dringt aan op een herziening van het handelsbeleid van de EU om ervoor te zorgen dat dit het concurrentievermogen en de duurzaamheid van de Europese landbouw doeltreffend ondersteunt; benadrukt dat de duurzaamheid en het concurrentievermogen van de landbouwsector van de EU bij het sluiten van toekomstige handelsovereenkomsten niet mogen worden ondermijnd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>verzoekt de Commissie om de synergieën, de complementariteit en de coördinatie te verbeteren, zowel tussen de financieringsinstrumenten van de EU, zoals het Cohesiefonds, het herstelinstrument NextGenerationEU en het Fonds voor een rechtvaardige transitie, als met nationale instrumenten, alsook om rechtstreekse samenwerking met lokale overheden aan te gaan om de fondsen te beheren en uit te voeren; roept voorts op deze financieringsinstrumenten meer in andere relevante programma’s te integreren om de effecten van de doelstellingen op het gebied van innovatie, digitalisering, duurzaamheid en veerkracht in de landbouw en in plattelandsgebieden zo groot mogelijk te maken; roept de Commissie op aan het begin van elke periode van financiële programmering een interne procedure in te voeren om te zorgen voor complementariteit en samenhang op EU-niveau tussen de verschillende steuninstrumenten die in plattelandsgebieden zijn gepland;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>benadrukt dat toegang tot financiering voor landbouwers en andere actoren in de agrovoedingsindustrie van essentieel belang is voor het verwezenlijken van investeringen, het vergemakkelijken van de toegang tot grond en het waarborgen van de continuïteit van de landbouwactiviteiten op landbouwbedrijven; benadrukt voorts dat innovatie en technologie in de agrovoedingsindustrie prioritair gerichte investeringssteun moeten blijven ontvangen om de EU in staat te stellen een mondiale digitale hub te worden, start-ups te stimuleren en getalenteerde jongeren aan te trekken en te behouden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>merkt op dat de lidstaten met toenemende en uiteenlopende risico’s worden geconfronteerd; benadrukt in dit verband dat een passende verhoging en hervorming van de gemeenschappelijke landbouwcrisisreserve in combinatie met de invoering van nieuwe en specifieke financieringsinstrumenten, met middelen buiten het GLB, van essentieel belang zijn om landbouwers te ondersteunen bij onvoorspelbare verstoringen van de markt, ook ten gevolge van de klimaatverandering, in de vorm van droogte en overstromingen, stormen, planten- en dierziekten, alsook veranderingen in het consumentengedrag en geopolitieke spanningen; verzoekt de Commissie voor elk product haar strategie vooraf inzake crisisbeheersing vast te stellen, teneinde de landbouwcrisisreserve te gebruiken op een manier die de efficiëntie en de toegevoegde communautaire meerwaarde maximaliseert; verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor een snelle, doeltreffende en evenredige respons op de behoeften van landbouwers in crisissituaties, zodat zij snel het kapitaal kunnen verkrijgen dat zij nodig hebben om hun landbouwactiviteiten te hervatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>benadrukt de belangrijke rol die de overheidsinterventiemechanismen van het GLB spelen bij het stabiliseren van de landbouwmarkten en het beschermen van landbouwers tegen prijsschommelingen; herinnert eraan dat de referentiedrempels al enkele jaren niet opnieuw zijn beoordeeld en zo spoedig mogelijk moeten worden herzien om rekening te houden met de prijsontwikkelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>roept op tot een betere coördinatie tussen en vereenvoudiging van de beschikbare instrumenten, waaronder het Solidariteitsfonds, opdat landbouwers, plattelandsgemeenschappen en lokale overheden die worden getroffen door natuur- en klimaatgerelateerde rampen sneller en gerichter hulp kunnen krijgen; dringt, gezien de toenemende schade als gevolg van natuurrampen, aan op het opzetten van een automatisch activeringsmechanisme om de komst van specifieke instrumenten voor risicobeperking en -beheer te versnellen op basis van actieve en passieve maatregelen die betaalbaar zijn voor landbouwers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>verzoekt de lidstaten te zorgen voor de tijdige en correcte uitvoering van hun nationale strategische plannen, in beide pijlers, en zo de teruggave van middelen te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>benadrukt dat, hoewel de landbouw via het GLB bijdraagt aan ander beleid en andere strategieën, bijvoorbeeld op het gebied van milieu, energie, handel, klimaat, biodiversiteit, diergezondheid, dierenwelzijn, volksgezondheid en regionale ontwikkeling, het relevant en gewenst is dat ander beleid blijft bijdragen aan de duurzaamheid van de landbouw en aan plattelandsontwikkeling en de levering van diensten die verder gaan dan de productie van voedsel en biogene grondstoffen; wijst met name op het belang van de ontwikkeling van bio-energie en de bio-economie om de veerkracht van de landbouwsector te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>verzoekt de Commissie op alle beleidsgebieden een EU-breed mechanisme voor plattelandstoetsing uit te rollen en het gemeenschapsplatform voor het plattelandspact en het Comité van de Regio’s te betrekken bij alle activiteiten in het kader van de plattelandsontwikkeling; betreurt het feit dat, hoewel de Commissie het mechanisme voor plattelandstoetsing in haar visie voor de plattelandsgebieden tot 2040 heeft opgenomen, het in de praktijk slechts in beperkte mate lijkt te zijn toegepast;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>bevestigt opnieuw dat de EU wereldwijd de hoogste normen hanteert op het gebied van voedselveiligheid, dierenwelzijn en milieu- en sociale bescherming, die aan de basis liggen van het concurrentievermogen van de hoogwaardige landbouwproducten uit de EU en die moeten worden gerespecteerd en beschermd; dringt er daarom op aan dat alle voorgestelde wetgeving op deze gebieden wetenschappelijk onderbouwd is en wordt voorafgegaan door een grondige en alomvattende effectbeoordeling, en erop gericht is het concurrentievermogen en de duurzaamheid van landbouwbedrijven in de EU te versterken; is van mening dat het voor het bereiken van dit doel van essentieel belang is landbouwers te stimuleren en te compenseren voor eventuele extra kosten die zij maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>beklemtoont dat de verbetering van het dierenwelzijn niet alleen een ethische plicht is, maar ook een manier om veeteeltsystemen veerkrachtiger en winstgevender te maken; onderstreept dat gezondere dieren met lagere stressniveaus over het algemeen minder vaak door een dierenarts moeten worden onderzocht, vruchtbaarder zijn en beter gedijen, wat leidt tot grotere economische efficiëntie; pleit ervoor met de GLB-maatregelen steun te blijven verlenen voor investeringen en opleidingen in verband met strengere dierenwelzijnsnormen die stroken met de marktverwachtingen en wetenschappelijke aanbevelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>verzoekt de Commissie in haar wetgevingsvoorstellen voor het volgende GLB een ambitieuze en alomvattende eiwitstrategie te presenteren, die passende maatregelen en instrumenten moet omvatten ter bevordering van de productie van hoogwaardige eiwithoudende gewassen, met inbegrip van peulgewassen zoals, maar niet beperkt tot, bepaalde oliehoudende gewassen, peulvruchten en groenvoer, en andere gewassen dan peulgewassen zoals zonnebloemen en koolzaad voor voedsel- en voederdoeleinden, teneinde het tekort aan eiwitten in de EU aanzienlijk te verminderen en strategische autonomie te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>benadrukt het strategische belang van duurzame veehouderij voor plattelandsontwikkeling, behoud van biodiversiteit, landschapsbeheer en milieuduurzaamheid, met name in minder begunstigde gebieden en landschappen met een hoge natuurwaarde, en benadrukt dat de sector voldoende financiële steun moet krijgen om de duurzaamheid ervan te waarborgen; onderstreept dat dierlijke producten niet alleen een belangrijke voedingswaarde hebben, maar dat de productie ervan ook van essentieel belang is voor het behoud van traditionele cultuurlandschappen, vruchtbaarheid van de bodem en koolstofopslag; verzoekt de Commissie een groep op hoog niveau inzake veehouderij op te richten waarbij alle relevante belanghebbenden worden betrokken, om nieuwe benaderingen te ontwikkelen om de toekomst van de sector te beschermen en de geleidelijke teloorgang van de veestapel in de EU aan te pakken, generatievernieuwing te stimuleren, dierenwelzijn en de circulaire economie te bevorderen — met inbegrip van het gebruik van digestaat als waardevolle biomeststof die bijdraagt tot recycling van nutriënten en bodemgezondheid — en de positieve bijdrage van duurzame veehouderij aan natuurbehoud en -herstel, biodiversiteit en bodemgezondheid en -vruchtbaarheid te maximaliseren, en investeringen te stimuleren om het concurrentievermogen van de sector te bevorderen; is van mening dat de invoering van een nieuw emissiehandelssysteem (ETS) in de landbouw tot buitensporige complexiteit zou leiden zonder enige garantie voor doeltreffendheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>wijst op de recente uitbraken van dierziekten in verschillende lidstaten; verzoekt de Commissie en de lidstaten krachtigere preventie- en uitroeiingsmaatregelen te nemen en de GLB-financiering voor risicobeheer en betere investeringen in bioverdediging op het landbouwbedrijf te verhogen; verzoekt de Commissie maatregelen inzake diergezondheid in de landbouwsector van de EU te versterken door het onderzoek en de inkoop en beschikbaarheid van veterinaire vaccins op EU-niveau te coördineren op basis van een mechanisme voor paraatheid en vroegtijdige opsporing, en door de ontwikkeling van deze vaccins in de EU te stimuleren; dringt aan op voldoende financiering voor dit mechanisme buiten het GLB; dringt er bij de lidstaten op aan de regio’s te ondersteunen en met hen samen te werken bij het ontwikkelen en uitvoeren van plannen voor de preventie en beperking van en de vaccinatie tegen deze ziekten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>betreurt dat de financiering van maatregelen ter voorkoming, bestrijding en uitroeiing van bepaalde dierziekten via het programma voor de interne markt onvoldoende is om landbouwers en lidstaten te ondersteunen bij ziekten zoals mond-en-klauwzeer; onderstreept dat in de EU mogelijke tekortkomingen bij de preventie of bestrijding van dierziekten in één lidstaat onmiddellijke gevolgen kunnen hebben voor de overige lidstaten, en dat hiervoor een gecoördineerde respons vereist is; pleit ervoor strenge EU-normen inzake diergezondheid in te voeren om de veehouderij te beschermen, waaronder bepalingen die bedoeld zijn om populaties wilde dieren die een besmettingsrisico vormen te beheren en om dieren indien nodig doelgericht te vaccineren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>benadrukt dat antimicrobiële resistentie een grote bedreiging voor de menselijke gezondheid vormt en dat het terugdringen van het gebruik van antibiotica in de veehouderij een prioriteit moet zijn; wijst op de financiering die reeds beschikbaar is in het GLB om de vatbaarheid voor en overdracht van dierziekten te verminderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>herhaalt dat er een overkoepelende voedselstrategie voor de EU moet worden ontwikkeld op basis van wetenschappelijke experimenten, waarin zowel landbouw als veeteelt zijn opgenomen, en waarbij de gelijke behandeling van alle landbouwsectoren gewaarborgd moet zijn; steunt wetenschappelijk onderbouwde milieubeoordelingen waarin rekening wordt gehouden met de gehele levenscyclus van levensmiddelen; steunt voeding op basis van wetenschappelijke evaluaties die het belang van levensmiddelen van dierlijke oorsprong voor de menselijke gezondheid bevestigen, met name voor kwetsbare bevolkingsgroepen zoals kinderen, ouderen en vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>roept de lidstaten op de arbeids- en sociale omstandigheden en de lonen van landbouwers of andere werknemers in de landbouw te verbeteren en ervoor te zorgen dat werknemers naar behoren worden vervangen in geval van ziekte of ongevallen die tot tijdelijke afwezigheid leiden; dringt tevens aan op opleidingen, jaarlijks verlof en verlof om voor gezinsleden te zorgen, om hoogwaardige banen en een beter evenwicht tussen werk en privéleven voor landbouwers en werknemers in de landbouw te waarborgen; onderstreept dat de rol van de landbouw bestaat uit het leveren van een belangrijke bijdrage aan maatschappelijke verantwoordelijkheid en fatsoenlijke arbeidsomstandigheden in plattelandsgebieden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>verzoekt de Commissie om de financiële toewijzingen voor Posei aan te passen om in het volgende MFK ten minste rekening te houden met de cumulatieve inflatie, met een jaarlijkse begrotingsaanpassing, en betreurt dat in het huidige MFK voor Posei geen rekening is gehouden met de deflator van 2 % voor rechtstreekse betalingen; is echter van mening dat de Commissie verder moet gaan en een aanzienlijke verhoging van de Posei-begroting in het volgende MFK moet voorstellen om aanvullende steun te verlenen aan de landbouwproductie en zo de voedselautonomie in de ultraperifere gebieden te waarborgen; is van mening dat dit van essentieel belang is voor de continuïteit van de landbouwactiviteiten in de ultraperifere gebieden, voor het ondersteunen van investeringen en voor het waarborgen van de economische, sociale en territoriale cohesie van de EU, met volledige inachtneming van artikel 349 VWEU, waarin wordt erkend dat deze regio’s specifieke kenmerken hebben en dat er gedifferentieerde maatregelen nodig zijn om hun permanente beperkingen aan te pakken; is van mening dat bij een verhoging van de financiering uit Posei rekening moet worden gehouden met de reële en specifieke landbouwbehoeften van deze regio’s, met inbegrip van veranderingen in de productiekosten, blootstelling aan steeds extremere weersomstandigheden en klimaatverandering, territoriale versnippering, marktvolatiliteit en de noodzaak om de economische levensvatbaarheid van landbouwbedrijven en een billijk inkomen voor landbouwers te waarborgen; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is een specifiek mechanisme — namelijk een Posei-programma voor vervoer — op te zetten dat de extra kosten voor vervoer van producten binnen de ultraperifere gebieden en van deze gebieden naar de eengemaakte markt, en de extra kosten van productiefactoren in de ultraperifere gebieden zal helpen beperken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>benadrukt dat de onder pijler II vallende financiering van bijenteelt gerichter en doeltreffender moet worden, en dat het nieuwe wetgevingskader moet voorzien in de modernisering en vereenvoudiging van de onder pijler I vallende steunregeling voor bijenhouders waarin rekening wordt gehouden met de bijzonderheden en kwetsbaarheden van de sector;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>benadrukt het belang van toegang tot fysieke en digitale infrastructuur met betrouwbaar hogesnelheidsbreedband en het gebruik van satelliettechnologie voor het werk en de levenskwaliteit van landbouwers in plattelandsgebieden en voor het overwinnen van sociaal isolement; wijst daarom op het belang van een geleidelijke digitalisering van de landbouw, die permanente toegang tot internet, digitale kennis, innovatie, toegang tot en eigendom van gegevens van landbouwers en onderwijs- en opleidingsmogelijkheden met zich meebrengt om mensen in deze gebieden, met name jongeren, aan te trekken en te behouden en ze de mogelijkheid te bieden om desgewenst in deze gebieden te blijven; verzoekt de Commissie en de lidstaten opleidingen beschikbaar te stellen voor landbouwers en bosbeheerders om digitale vaardigheden te verwerven die hen kunnen helpen om optimaal gebruik te maken van de voordelen van digitalisering en precisielandbouw en om op efficiëntere en duurzamere wijze te werken, rekening houdend met het feit dat persoonlijke en mondelinge communicatie momenteel voor veel landbouwers van essentieel belang blijft; erkent de cruciale rol van landbouworganisaties bij het stimuleren van de digitale transformatie van de landbouw;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten te zorgen voor volledige afstemming tussen het programma Digitaal Europa, het beleid inzake de uitrol van breedband en het GLB na 2027; bevestigt de noodzaak om plattelandsgebieden uit te rusten met digitale infrastructuurdiensten en om de vaardigheden te vergroten die nodig zijn voor werken op afstand, precisielandbouw en digitaal ondernemerschap; onderstreept dat digitale infrastructuurdiensten betaalbaar moeten zijn voor plattelandsburgers; benadrukt dat dergelijke investeringen van cruciaal belang zijn om de leegloop van het platteland te verminderen en de aantrekkelijkheid van de landbouw en het leven op het platteland voor jongere generaties te vergroten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>dringt aan op een grotere bewustwording van het belang van de geestelijke gezondheid van landbouwers en werknemers in de landbouw, gezien het hoge zelfmoordcijfer in deze sector; benadrukt dat dit een alarmerend verschijnsel is dat onder meer wordt veroorzaakt door hoge stressniveaus, onzekerheid, zware administratieve lasten, kwetsbaarheid, sociaal isolement, gebrek aan vakantie, schulden en economische problemen waarmee landbouwers worden geconfronteerd; benadrukt voorts dat stressvolle inspectieprocedures van landbouwbedrijven extra druk leggen op landbouwers bij het beheren van hun bedrijf en verzoekt de lidstaten mechanismen te ontwikkelen om dit aan te pakken; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan samenwerking te bevorderen om een alomvattende strategie voor geestelijke gezondheid voor landbouwers te ontwikkelen en ervoor te zorgen dat in het volgende GLB passende steunmaatregelen worden opgenomen; benadrukt het belang van benaderingen die zijn afgestemd op de lokale omstandigheden, waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende soorten ondersteunende diensten, met inbegrip van de huidige adviesnetwerken voor de landbouw en andere ondersteuningsgroepen voor plattelandsgemeenschappen; is van mening dat het noodzakelijk is om programma’s voor psychologische ondersteuning te ontwikkelen, alsmede maatregelen die administratieve vereenvoudiging en het evenwicht tussen werk en privéleven bevorderen, om de levenskwaliteit van landbouwers en werknemers in de landbouw in de EU te verbeteren; herhaalt dat landbouwers eerlijke prijzen moeten krijgen voor zowel hun marktproducten als hun niet op de markt verhandelde producten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>benadrukt dat meer dan 70 % van de consumenten in de EU bij hun aankoopbeslissingen afgaan op de informatie op de verpakking, en wijst op het reële risico dat consumenten worden misleid; dringt daarom aan op de consolidatie van geharmoniseerde EU-etikettering om een eerlijk en rechtvaardig systeem te waarborgen dat transparantie biedt over het land van oorsprong, kwaliteitsgaranties en productienormen, met inbegrip van normen op het gebied van dierenwelzijn en biologische normen, voor agrovoedingsproducten uit de EU; is van mening dat de traceerbaarheid en het concurrentievermogen op de eengemaakte markt en wereldwijd moeten worden verzekerd door middel van duidelijke regels om verstoringen en misleidende praktijken te voorkomen, teneinde de integriteit van de voedselsystemen in de EU te beschermen, de bevordering ervan te verbeteren en de voorlichting en bewustmaking van de consument te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>pleit voor uitgebreidere beschermingsmaatregelen voor regionale producten, onder meer door de regelingen inzake beschermde oorsprongsbenamingen, beschermde geografische aanduidingen en gegarandeerde traditionele specialiteiten te versterken door middel van gestroomlijnde procedures ter bescherming tegen misbruik en namaak;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>verzoekt de Commissie verder een einde te maken aan de etiketteringsregelingen voor de voorkant van verpakkingen, zoals de nutriscore, die als simplistisch worden beschouwd vanwege het gebrek aan brede wetenschappelijke consensus en het risico dat de voedingsindustrie de parameters aanpast aan haar eigen belangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt om voedingsopvoeding in de klas en in de schoolkantine te stimuleren, om kinderen van jongs af aan te leren dat een compleet en uitgebalanceerd dieet belangrijk is, en ze te leren waar voedsel vandaan komt; moedigt de ontwikkeling aan van gezonde eetgewoonten en schoolmenu’s die een verscheidenheid aan vitamines en vezelrijke en voedzame levensmiddelen bevatten om het fysiek en geestelijk welzijn van leerlingen te helpen vergroten; benadrukt voorts dat nationale, lokale en seizoensgebonden gastronomie, zoals het mediterraan dieet, moet worden gerespecteerd en bevorderd als waardevol cultureel erfgoed; dringt er bij de Commissie op aan ervoor te zorgen dat lokale en regionale overheden extra middelen krijgen voor regelingen die gericht zijn op deze activiteiten en benadrukt dat overheidsopdrachten moeten worden gestuurd door kwaliteit en niet door prijzen, en dat, waar mogelijk, de consumptie van biologische, lokale en seizoensgebonden producten met een geografische aanduiding moet worden bevorderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>onderstreept het belang van de EU-regeling voor de verstrekking van melk, groenten en fruit aan schoolkinderen via de daarvoor opgezette programma’s, als een cruciaal instrument om gezonde voeding te bevorderen, met name voor kwetsbare kinderen, voor wie schoolmaaltijden een van de weinige bronnen van evenwichtige voeding kunnen zijn; betreurt dat sommige lidstaten de aan dit programma toegewezen middelen niet gebruiken, wat leidt tot een onderbesteding van de beschikbare begroting; vestigt de aandacht op het belang van het betrekken van landbouwers en actoren in de hele agrovoedingswaardeketen bij het bieden van onderwijs over voedsel en het bevorderen van rechtstreekse banden tussen producenten en scholen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>benadrukt het belang van het behoud van passende financiering voor de productie van olijfolie en tafelolijven vanwege hun aanzienlijke gezondheids- en voedingsvoordelen voor alle Europeanen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>60.</NO.P>spreekt zijn diepe bezorgdheid uit over de toename van projecten inzake de ontwikkeling van kweekvlees; benadrukt dat het EU-wetgevingskader dat van toepassing is op de toelating van dergelijke producten moet worden herzien om hierin beter rekening te houden met de economische, sociale en milieu-implicaties van een dergelijke innovatie, en met ethische overwegingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>61.</NO.P>moedigt politici, scholen, media, landbouwers en lokale verenigingen aan samen te werken om een positief beeld van de landbouw te bevorderen, de sector aantrekkelijker te maken voor jongeren en beter te communiceren over de rol van landbouwers in duurzame voedselproductie en milieudiensten; eist dat de brede erkenning van het essentiële werk van landbouwers en werknemers in de landbouw op het gebied van voedselveiligheid en hun inzet voor duurzame praktijken wordt verspreid via campagnes die gericht zijn op het vergroten van het bewustzijn onder consumenten over de keuzes die zij maken bij aankopen en op de versterking van de relatie tussen consumenten en landbouwers in de EU, om een beter inzicht te krijgen in de manier waarop zij de agrovoedingsproducten produceren die consumenten kopen; benadrukt dat desinformatie en misleidende, onjuiste en onterechte boodschappen moeten worden tegengegaan om het negatieve beeld van landbouwers dat in een deel van de samenleving bestaat te verbeteren; dringt er bij de lidstaten op aan deze erkenning op te nemen in hun onderwijsplannen om de landbouw als een aantrekkelijke economische activiteit te presenteren; betreurt ten zeerste dat landbouwers en plattelandsbewoners jarenlang te lijden hebben gehad van lage prioriteit en onderinvesteringen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Vereenvoudiging van het GLB na 2027: naar een efficiënter beheer</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>62.</NO.P>steunt, met het oog op de toekomst, de doelstelling van de Commissie voor de periode 2024-2029 om de administratieve lasten voor landbouwers te verminderen en de regelgeving te vereenvoudigen als een horizontale strategische prioriteit, om de toegang tot GLB-steun te vergemakkelijken en de doeltreffendheid van de uitvoering ter plaatse te vergroten; benadrukt dat dit een van de leidende beginselen moet zijn voor alle acties die gericht zijn op het bereiken van de sociale, ecologische en economische duurzaamheid van de landbouw in de EU, zonder afbreuk te doen aan de vijf hoofddoelstellingen van het GLB zoals vastgelegd in artikel 39 VWEU; benadrukt dat vereenvoudiging van het GLB geen afbreuk mag doen aan een sterk regelgevingskader op EU-niveau, aangezien dit van vitaal belang is voor het behoud van het gemeenschappelijk karakter van het GLB en het waarborgen van overheidssteun voor de benodigde financiële middelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>63.</NO.P>benadrukt dat er behoefte is aan meer flexibiliteit en een eenvoudigere financieringsstructuur voor het nieuwe GLB ten bate van de actieve landbouwer; wijst erop dat volatiele omstandigheden, toenemende regelgeving en stijgende maatschappelijke verwachtingen tot frustratie bij landbouwers leiden en van invloed zijn op de aantrekkelijkheid van het beroep, met name onder de jonge en de meest kwetsbare landbouwers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>64.</NO.P>verzoekt de Commissie zich bij het ontwerpen van de toekomstige structuur van het GLB te richten op duidelijkere criteria, gedigitaliseerde procedures, gestandaardiseerde richtsnoeren, tijdige communicatie over veranderingen en toegankelijke technische ondersteuning; benadrukt dat de complexiteit voor landbouwers en begunstigden door overregulering groter wordt, waardoor de doeltreffendheid en toepassing van belangrijke maatregelen worden verminderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>65.</NO.P>dringt aan op een betere coördinatie tussen de Commissie en de nationale en regionale autoriteiten met betrekking tot een vermindering van de documentatie- en rapportageverplichtingen; benadrukt dat de Commissie, de autoriteiten van de lidstaten, landbouwers en landbouworganisaties proactief moeten samenwerken voordat de nationale strategische GLB-plannen worden opgesteld; onderstreept de noodzaak van meer flexibiliteit voor de lidstaten binnen de strategische GLB-plannen, zodat zij, indien nodig, specifieke elementen zonder voorafgaande goedkeuring van de Commissie kunnen aanpassen; dringt aan op de invoering van een gecentraliseerd elektronisch rapportagesysteem, een “GLB-onestopshop”, waar landbouwers aanvragen, verslagen en alle vereiste documentatie op één plek kunnen indienen, teneinde onnodige en dubbele administratie te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>66.</NO.P>dringt aan op een realistisch, op stimulansen gebaseerd systeem voor landbouwers, dat een afspiegeling vormt van de door de begunstigde geïnvesteerde tijd in plaats van een systeem dat louter is gebaseerd op verplichtingen om ambitieuze milieu- en sociale doelstellingen te verwezenlijken, waarbij terdege rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van geografische gebieden; is van mening dat op stimulansen gebaseerde benaderingen de beste resultaten opleveren wat betreft de vergroting van de duurzaamheid van de landbouw in de EU; benadrukt dat het cruciaal is om bij de berekening van de beloning die verschuldigd is voor verleende diensten verder te kijken dan alleen de kosten en de gederfde inkomsten van de landbouwer, aangezien de sociaal-economische verliezen voor de bredere plaatselijke gemeenschap veel groter kunnen zijn, met verlies van economische activiteit in het gebied in kwestie, zowel hoger als lager in de keten; is van mening dat de financiering van deze betalingen afkomstig moet zijn uit het GLB of uit nationale middelen, zodat overheidsfinanciering groene innovatie en de groene transitie daadwerkelijk kan stimuleren; verzoekt de Commissie aanvullende financieringsbronnen naast het GLB te onderzoeken om landbouwers te ondersteunen bij de ontwikkeling van aan de plaatselijke situatie aangepaste, duurzame bedrijfsmodellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>67.</NO.P>benadrukt dat bij de uitvoering van de vereisten voor goede landbouw- en milieucondities rekening moet worden gehouden met het huidige bodemgebruik en de huidige landbouwpraktijken; benadrukt dat actieve landbouwers het recht moeten behouden om hun huidige landbouwactiviteiten voort te zetten, met inbegrip van noodzakelijke onderhoudsactiviteiten, zonder te maken te krijgen met aanvullende administratieve of operationele beperkingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>68.</NO.P>benadrukt dat de conditionaliteitsvereisten van het GLB verder moeten worden beoordeeld om administratieve lasten, economische of andere belemmeringen te verlichten, de kosten te verlagen en buitensporige uitvoeringsvereisten voor landbouwers te voorkomen; benadrukt dat landbouwers flexibiliteit en vereenvoudiging nodig hebben, terwijl tegelijkertijd moet worden doorgegaan met het bevorderen van verantwoorde landbouwpraktijken door middel van stimulansen, het handhaven van een gelijk speelveld en publieke steun voor het beleid, in een aanpak die een grotere toegevoegde waarde en meer investeringen in innovatie genereert;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>69.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan landbouwers aan te moedigen verantwoordelijkheid te nemen door een mate van tolerantie toe te staan en ervoor te zorgen dat sancties eerlijk en evenredig zijn, met name wat betreft conditionaliteitsvereisten, alsook vrijwillige ecoregelingen en agromilieu- en klimaatmaatregelen; benadrukt dat alle nieuwe wettelijke vereisten in het kader van het GLB na 2027 gepaard moeten gaan met toereikende overgangsperioden en met administratieve vereenvoudigingen om de rechtszekerheid en planningszekerheid voor landbouwers te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>70.</NO.P>benadrukt dat de GMO-verordening<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 671, ELI: <STRING UNDERLINE="on">http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1308/oj</STRING>.</FIELD></FOOTNOTE> moet worden vereenvoudigd waardoor de procedures voor de toekenning van uitzonderlijke steun aan landbouwers worden versneld; onderstreept dat het belangrijk is de cruciale rol van coöperaties, producentenorganisaties, unies van producentenorganisaties, producentenorganisaties voor groenten en fruit, brancheorganisaties en andere entiteiten die bijdragen aan de agrovoedingswaardeketen, met inbegrip van de biologische sector, te bevorderen en te versterken, en de agrovoedingswaardeketen evenwichtiger te maken, zodat landbouwers beter worden beloond; dringt er bij de Commissie op aan te onderzoeken hoe hun samenwerking verder kan worden aangemoedigd en ondersteund door de GMO-verordening;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>71.</NO.P>verzoekt de Commissie een uitgebreide evaluatie te verrichten van de instrumenten, met inbegrip van marktwaarnemingsposten, die gericht zijn op grotere weerbaarheid tegen marktvolatiliteit en instorting van marktprijzen; benadrukt dat de huidige instrumenten voor risicobeheer moeten worden geactualiseerd en versterkt en dat de samenwerking tussen coöperaties, producentenorganisaties en unies van producentenorganisaties moet worden geïntensiveerd om hun rol in het beheer van economische en risicobeheersinstrumenten te versterken; benadrukt dat de toepassing van de vrijstellingen van de mededingingsregels voor landbouwers verder moet worden vergemakkelijkt om marktcrises aan te pakken en te boven te komen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>72.</NO.P>moedigt de Commissie aan om in de GMO-verordening een efficiënt vangnet op te nemen, onder meer door de huidige openbare-interventieprijzen en referentiedrempels te herzien om deze nauwkeurig af te stemmen op de huidige economische omstandigheden en realiteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>73.</NO.P>is ingenomen met het nieuwe pakket maatregelen van de Commissie voor de wijnsector en verzoekt de Commissie meer financiële middelen toe te wijzen aan de uitvoering van de voorgestelde maatregelen en aan een duurzaam herstel van de wijnsector op lange termijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>74.</NO.P>wijst er voorts op dat de GMO-verordening tegemoet moet komen aan de vraag van producenten en consumenten met betrekking tot de verkoopbenamingen van bepaalde landbouwproducten, zoals die welke verband houden met vlees, aangezien deze moeten worden beschermd tegen het risico van misleidend gebruik;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>75.</NO.P>eist de garantie dat elk wetgevingsvoorstel dat van invloed is op de landbouw, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, wordt voorafgegaan door een gedetailleerde, alomvattende en empirisch onderbouwde cumulatieve effectbeoordeling, met speciale aandacht voor economische, ecologische en sociale aspecten, met als doel landbouwers rechtszekerheid te bieden; pleit voor een beoordeling van de economische gevolgen van voorgestelde beleidsmaatregelen op het niveau van landbouwbedrijven en van de financiële middelen die nodig zijn voor de uitvoering ervan, alsook voor voortdurende monitoring van de maatregelen; benadrukt dat de voortdurende stijging van de regeldruk voor de sector frustratie onder landbouwers heeft veroorzaakt en heeft geleid tot aanzienlijke extra kosten op het niveau van de landbouwbedrijven, en een van de redenen is dat het beroep voor nieuwkomers minder aantrekkelijk is geworden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>76.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is de diversiteit van de Europese landbouw, met inbegrip van glastuinbouw en meerjarige teelt, in aanmerking te nemen bij het ontwerpen van steunmaatregelen, regelgevingsvereisten en innovatiestrategieën; dringt aan op de invoering en aanpassing van EU-regelgeving die specifiek is ontwikkeld om de uitdagingen en kansen van de glastuinbouw en de stedelijke en verticale landbouw aan te pakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>77.</NO.P>benadrukt de noodzaak van een overgang naar geïntegreerde en interoperabele digitale systemen om het GLB te monitoren; onderstreept in dit verband dat het belangrijk is de verzameling van gegevens en informatie te bevorderen in het kader van één enkel wetgevingskader dat met name gebaseerd is op satellietbeelden om geïntegreerde beheers- en controlesystemen te ontwikkelen; benadrukt dat dergelijke systemen, waar mogelijk, gericht moeten zijn op het verminderen van persoonlijke of fysieke inspecties ter plaatse en op het tot een minimum beperken van de administratieve lasten en kosten voor landbouwers; dringt erop aan dat de bescherming en eigendom van gegevens van landbouwers volledig worden gewaarborgd; wijst er echter op dat het, gezien de huidige beperkingen in het gebruik van satelliettechnologie, noodzakelijk blijft om in de tussentijd andere systemen te handhaven, met name met betrekking tot kleine, smalle percelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>78.</NO.P>roept de lidstaten op de “single audit”-benadering te volgen om de tijd die landbouwers verliezen aan het begeleiden van controles tot een minimum te beperken; moedigt de Commissie aan geïntegreerde beheers- en controlesystemen voor satellietbeelden, zoals Copernicus en Galileo, te moderniseren om bestaande en nieuwe technologieën te integreren om te zorgen voor meer nauwkeurigheid, betrouwbaarheid en vereenvoudiging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>79.</NO.P>pleit ervoor de lidstaten meer flexibiliteit te bieden bij het ondersteunen van investeringen in belangrijke innovaties en technologieën, zoals het gebruik van satellieten, het internet der dingen en soortgelijke technologieën voor het verzamelen van operationele gegevens; is van mening dat hierdoor transparantie en naleving worden gewaarborgd zonder dat dit extra kosten met zich meebrengt voor landbouwers, en de transitie wordt vergemakkelijkt naar een op vertrouwen gebaseerd systeem waarin bonafide landbouwers zelf kunnen certificeren dat zij aan de voorschriften voldoen, aangevuld met gerichte, op risico’s gebaseerde audits in plaats van brede, routinematige inspecties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>80.</NO.P>onderstreept dat innovatiestrategieën en digitale transities zodanig moeten worden ontworpen dat zij participatief zijn en toegankelijk voor alle landbouwbedrijven, om ervoor te zorgen dat technologische vooruitgang bijdraagt tot cohesie in plattelandsgebieden, democratische participatie en duurzame ontwikkeling;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>81.</NO.P>acht het essentieel dat lidstaten die de statutaire rol van de regio’s in het beheer van het GLB erkennen, de kans krijgen om in het kader van maatregelen voor plattelandsontwikkeling opnieuw instrumenten voor het beheer op regionaal niveau in te stellen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Water en de circulaire economie als basis in het GLB na 2027</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>82.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan een strategische en holistische benadering van waterbronnen op te nemen in het GLB na 2027 en de synergieën ervan met andere EU-fondsen, zoals het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, te vergroten om het verband tussen water en voedsel te versterken als essentieel element voor het verhogen van de voedselzekerheid en voor de ontwikkeling van plattelandsgebieden; dringt voorts aan op meer investeringen in verbetering van de waterweerbaarheid door middel van de modernisering en ontwikkeling van waterretentie, -distributie en -opslag en duurzame regulerende infrastructuur, alsook van op de natuur gebaseerde oplossingen, hetgeen van cruciaal belang is om een efficiëntere en meer concurrerende landbouwsector tot stand te brengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>83.</NO.P>verzoekt de Commissie de toegang tot water voor duurzame irrigatie te waarborgen; benadrukt dat investeringen in de zuivering en behandeling van afvalwater moeten worden bevorderd, evenals het gebruik van niet-conventionele waterbronnen, zoals teruggewonnen en ontzilt water voor de landbouwsector, ongeacht de omvang van landbouwbedrijven en tegen concurrerende prijzen, en dat watervervoersverbindingen voor het vervoer van dit water even belangrijk zijn; verzoekt de Commissie rekening te houden met zowel de aanzienlijke verschillen en uitdagingen in de lidstaten als met de goede praktijken die de verschillende lidstaten toepassen om de landbouwproductie te waarborgen; roept de Commissie ertoe op te investeren in opleidingsprogramma’s voor landbouwers over efficiënt gebruik van water;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>84.</NO.P>verzoekt de Commissie prioriteit te geven aan de bevordering van innovatieve technologieën en slimme irrigatie en de digitalisering van infrastructuur om het watergebruik te optimaliseren en de watervoetafdruk te verkleinen, met name in regio’s die worden getroffen door droogte en woestijnvorming, en tegelijkertijd een stabiele productie te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>85.</NO.P>vestigt de aandacht op het feit dat veel irrigatiesystemen verouderd en inefficiënt zijn, tot aanzienlijke waterverliezen leiden en daarom moeten worden vervangen of gemoderniseerd; verzoekt de Commissie daarom financiële stimulansen voor deze modernisering op te nemen in haar prioriteiten en steunt de opname ervan als subsidiabele investeringen in de strategische GLB-plannen en de relevante cohesie-instrumenten van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>86.</NO.P>wijst op de complexiteit van het gebruik van GLB-middelen, met name die van pijler II, voor de financiering van irrigatie-infrastructuur, en dringt daarom aan op een herziening van de ontwerp- en financieringsmechanismen voor dergelijke infrastructuur om de beschikbaarheid en het gebruik van waterbronnen door landbouwers te verbeteren, rekening houdend met de werkelijke kosten en de toegevoegde waarde van de milieudiensten en landschapsverzorging die zij verlenen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>87.</NO.P>dringt aan op gerichte en doeltreffende steun voor land- en bosbouwers in de EU om de circulaire economie te stimuleren en te integreren in de opkomende bio-economie, door middel van stimulansen voor de benutting van biomassa, landbouwafval en bijproducten, hetgeen ook de energieautonomie van landbouwbedrijven zou ondersteunen en hun afhankelijkheid van externe productiemiddelen zou verminderen; wijst erop dat het gebruik van grondstoffen en afgeleide producten die bijproducten genereren, zoals digestaat en nieuwe energiebronnen, waaronder duurzaam biogas en duurzame biobrandstoffen, moet worden geoptimaliseerd, rekening houdend met de noodzaak om prioriteit te geven aan voedselproductie; onderstreept dat deze maatregelen, die niet mogen leiden tot meer administratieve lasten op het niveau van landbouwbedrijven, zullen bijdragen tot de versterking van de energieautonomie van de EU, een impuls zullen geven aan extra inkomstenbronnen voor landbouwers en nieuwe werkgelegenheidskansen zullen creëren; moedigt de Commissie in dit verband aan het belang van deze aspecten te erkennen in de komende strategie voor de bio-economie voor 2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>88.</NO.P>benadrukt de noodzaak van een holistische benadering van het koolstofvrij maken van de landbouw en roept op tot passende aanmoediging en de juiste stimulansen, onder meer voor het benutten van biomassa en het belonen van koolstofvastlegging in de bodem, alsook op voldoende financiering voor landbouwers voor het toepassen van oplossingen en praktijken die de koolstofvoetafdruk van gewassen verkleinen, maar waarmee zij tegelijkertijd hun concurrentievermogen behouden, zodat de lasten van dergelijke decarbonisatie en de werklast niet uitsluitend op hen rusten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>89.</NO.P>dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de integratie van landbouw en hernieuwbare energie aan te moedigen en te verbeteren, en erkent het potentieel van deze synergie om duurzame landbouwpraktijken te bevorderen, de lokale weerbaarheid tegen klimaatverandering te vergroten en de circulaire economie te versterken; benadrukt dat de landbouw een sleutelrol kan spelen in de Clean Industrial Deal en de energietransitie door de productie van hernieuwbare energie in de sector; verzoekt de Commissie de bepalingen van het GLB te verduidelijken om hernieuwbare en duurzame energiebronnen, zoals agrivoltaics en biogas, beter af te stemmen op en beter verenigbaar te maken met landbouwactiviteiten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>90.</NO.P>pleit voor een herziening van de nitraatrichtlijn om deze in overeenstemming te brengen met de meest recente wetenschappelijke gegevens en beste landbouwpraktijken, en tegelijkertijd de waterkwaliteit te blijven beschermen; verzoekt de Commissie in dit verband samen te werken met de lidstaten om snel een wetenschappelijk onderbouwd voorstel goed te keuren dat het gebruik van RENURE-meststoffen onder duidelijk omschreven voorwaarden mogelijk maakt, zodat landbouwers hun afhankelijkheid van synthetische meststoffen kunnen verminderen en de transitie naar meer circulaire en duurzamere systemen voor nutriëntenbeheer kunnen versnellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>91.</NO.P>dringt aan op het vergemakkelijken van gestructureerde kennisuitwisseling en samenwerking tussen vergelijkbare productiesystemen in de lidstaten, om wederzijds leren te ondersteunen, regiospecifieke uitdagingen (zoals die waarmee intensieve productiegebieden worden geconfronteerd) aan te pakken en duurzame transities die zijn afgestemd op de specifieke realiteit van elke sector, te versnellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>92.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om de instrumenten voor risicobeheer in het GLB na 2027 te versterken, door de financiële steun voor landbouwverzekeringen, beleggingsfondsen en het inkomensstabiliseringsinstrument te verhogen; dringt aan op de noodzaak om verzekeringen toegankelijker en financieel levensvatbaar te maken voor landbouwers; wijst op de noodzaak om op EU-niveau een mechanisme in te voeren ter versterking van de nationale landbouwverzekeringsstelsels die automatisch worden geactiveerd om het hoofd te bieden aan extreme en onvoorzienbare weergebeurtenissen en sanitaire en marktcrises; benadrukt dat deze maatregelen een aanvulling moeten vormen op de huidige instrumenten voor marktbeheer en dat zij de huidige nationale regelingen niet mogen ondermijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>93.</NO.P>verzoekt de Commissie de risicobeheersmaatregelen te versterken, met inbegrip van verzekerings- en herverzekeringsstelsels en andere aanvullende middelen die kunnen worden aangesproken in geval van hogere schadedrempels, zowel voor preventieve maatregelen als voor de compensatie van landbouwers in verband met natuurrampen en uitbraken van besmettelijke dier- en plantenziekten; acht het in dit verband noodzakelijk om investeringen in preventie, systemen voor vroegtijdige waarschuwing en de ontwikkeling van nieuwe infrastructuur voor weerbaarheid op te nemen die de sector in staat stellen te anticiperen op en te herstellen van toenemende klimaatgerelateerde risico’s; onderstreept dat de lidstaten meer gebruik moeten maken van de momenteel onderbenutte risicobeheersinstrumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>94.</NO.P>benadrukt de noodzaak om de financiële capaciteit van de landbouwreserve te hervormen en te vergroten om onvoorziene marktverstoringen en klimaatgerelateerde gebeurtenissen zoals droogte en overstromingen aan te pakken; onderstreept echter dat de landbouwreserve niet het enige instrument kan zijn, en herhaalt dat het van belang is een breder scala aan instrumenten voor risicobeheer en snelle respons te ontwikkelen, waaronder doeltreffendere landbouwverzekeringsstelsels, beleggingsfondsen, klimaatnoodfondsen en buitengewone liquiditeitssteun voor de landbouwsector van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>95.</NO.P>wijst op het gebrek aan consistente en gebruiksvriendelijke methoden voor het berekenen van de uitstoot van individuele landbouwsectoren; is daarom sterk gekant tegen alle pogingen om landbouw op te nemen in het ETS of andere groene belastingregelingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>96.</NO.P>benadrukt dat alle regio’s van de EU worden getroffen door de gevolgen van de klimaatverandering; wijst er echter op dat de zuidelijke regio’s kwetsbaarder zijn en lijden onder woestijnvorming, droogte, verzilting van waterhoudende grondlagen, bosbranden, aanhoudende regenval en overstromingen, die nieuwe plagen en ziekten veroorzaken, die allemaal een bedreiging vormen voor de landbouwsector; onderstreept daarom dat landbouwers in de hele EU specifieke steunmaatregelen en -instrumenten nodig hebben zodat zij hun inspanningen kunnen verdubbelen om hun activiteiten aan de klimaatverandering aan te passen en de negatieve gevolgen ervan te voorkomen en te beperken; vestigt de aandacht op het belang van alomvattende steun aan plattelandsgemeenschappen en lokale overheden om deze doelen te bereiken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>97.</NO.P>dringt aan op blijvende steun voor innovatieve landbouwtechnieken, waaronder die welke worden toegepast in de biologische landbouw en andere agro-ecologische praktijken, zowel in biologische als in toenemende mate in conventionele systemen, om het gebruik van productiemiddelen en externe afhankelijkheden in de landbouw aanzienlijk te verminderen en de autonomie en voedselsoevereiniteit te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>98.</NO.P>pleit ervoor dat de toekomstige ontwikkeling van de biologische sector van de EU marktgericht moet zijn en dringt erop aan dat het nieuwe GLB landbouwers en nieuwkomers blijft stimuleren om aan biologische landbouw te doen; verzoekt de Commissie nieuwe manieren te onderzoeken om crises op de biologische markt aan te pakken; wijst erop dat biologische consumptie ook moet worden bevorderd door middel van overheidsopdrachten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>99.</NO.P>pleit ervoor voedselverspilling en -verlies in de hele agrovoedingsketen, waaronder bij primaire producenten, tot een minimum te beperken om een efficiënt, innovatief en duurzaam gebruik van alle hulpbronnen te waarborgen; verzoekt de Commissie op alle niveaus maatregelen te nemen om verliezen te voorkomen en de omzetting van overschotten in producten met toegevoegde waarde te bevorderen; benadrukt de noodzaak om meer waarde toe te kennen aan het voedsel dat door landbouwers wordt geproduceerd en de grote inspanningen die worden geleverd om het te verkrijgen; moedigt de Commissie in dit verband aan oplossingen te bevorderen, zoals een herziening van de data van minimale houdbaarheid tot en met het gebruik van natuurlijke biologische conserveringsmiddelen, om de houdbaarheidstermijn van levensmiddelen te verlengen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>100.</NO.P>verzoekt de Commissie een alomvattende strategie voor de terugwinning van nutriënten in de agrovoedingsketen te ontwikkelen, met specifieke steun voor innovatie op het gebied van de scheiding, de behandeling en het hergebruik van nutriënten uit afvalstromen afkomstig van de voedselverwerkende industrie, de detailhandel en de consument;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Een aantrekkelijke sector voor nieuwe generaties</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>101.</NO.P>benadrukt dat het waarborgen van generatievernieuwing en vrouwelijk ondernemerschap van essentieel belang is voor het behoud van de toekomst van de landbouw in de EU en de sociaal-economische structuur van plattelandsgebieden; erkent de inspanningen door middel van GLB-maatregelen om generatievernieuwing, met name in meer perifere plattelandsgebieden, te bevorderen en benadrukt dat deze moeten worden opgevoerd; wijst er echter op dat het GLB niet het enige instrument kan zijn om jongeren en vrouwen over te halen actief te worden in de landbouwsector, maar dat het moet worden ondersteund door nationale strategieën, met inbegrip van particuliere financieringsbronnen, waaronder banken, samenwerkingsverbanden en partnerschappen in de landbouwsector, en financieringsinstrumenten met minder of geen cofinancieringsvereisten; benadrukt dat de cruciale doelstelling van generatievernieuwing in de landbouw in de EU gepaard moet gaan met structurele maatregelen, met name met betrekking tot innovatie, digitalisering, digitale connectiviteit en toegang tot grond; kijkt in dit verband uit naar de publicatie van de strategie van de Commissie inzake generatievernieuwing;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>102.</NO.P>verzoekt de lidstaten coherente, duurzame en voorspelbare strategieën te ontwikkelen om werk in de landbouw aantrekkelijker te maken, waarbij wordt gezorgd voor verenigbaarheid met EU- en regionale beleidslijnen, met inbegrip van hun nationale strategische plannen; benadrukt dat de financiële middelen van het GLB moeten worden verhoogd en gemobiliseerd ten behoeve van generatievernieuwing, die momenteel de aanvullende betaling in het kader van pijler I en de steun voor investerings- en vestigingssteun in het kader van pijler II omvatten, alsook de invoering van nieuwe financieringsinstrumenten buiten het GLB; benadrukt dat deze instrumenten meer belastingvrijstellingen en -stimulansen moeten omvatten, alsmede leningen tegen lage rente, garantieregelingen voor landbouwkredieten, subsidies voor instrumenten voor precisielandbouw en opleidingsdiensten, waaronder op het gebied van duurzame bedrijfsmodellen, gericht op het verbeteren van de winstgevendheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>103.</NO.P>benadrukt het belang van gediversifieerde, op maat gesneden en onafhankelijke adviesdiensten ter ondersteuning van jonge landbouwers en nieuwkomers, zowel vóór hun vestiging als in de daaropvolgende jaren, met name op het gebied van zachte en digitale vaardigheden en vaardigheden op het gebied van direct marketing, boekhouding, juridische aspecten, bedrijfsdiversificatie, duurzame landbouw en communicatie; pleit voor het wijdverbreide gebruik van starterscentra voor de landbouw die potentiële landbouwers in staat stellen in een gestructureerde omgeving gebruik te maken van de kennis van landbouwers met een paar jaar ervaring voordat zij een onafhankelijk landbouwbedrijf overnemen; verzoekt de Commissie en de lidstaten ervoor te zorgen dat er nationale opleidingscentra voor jonge landbouwers worden opgericht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>104.</NO.P>verzoekt de Commissie na te gaan of de verhoging van de subsidiabiliteit voor jonge landbouwers tot de leeftijd van 45 jaar ertoe zou leiden dat meer mensen voor de landbouw kiezen, ook door middel van omscholing; verzoekt de Commissie ook andere elementen van de subsidiabiliteitscriteria die te restrictief kunnen zijn, opnieuw te beoordelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>105.</NO.P>is ingenomen met de samenwerkingsovereenkomst met de Europese Investeringsbank Groep (EIB-groep) als veelbelovend model dat het opzetten van financieringsinstrumenten kan bevorderen ten behoeve van vele aspecten van het GLB, waaronder steun voor jonge en vrouwelijke landbouwers, alsmede het beleid op het gebied van waterweerbaarheid, de veerkracht van de markt en klimaatbestendigheid in alle lidstaten; is ervan overtuigd dat de EIB zich allereerst moet richten op het verstrekken van goedkope financiering voor cofinanciering van kapitaalgoederen en infrastructuurprojecten die landbouwers in het kader van een moderniseringsprogramma kunnen uitvoeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>106.</NO.P>moedigt de lidstaten aan om mechanismen te ontwikkelen die het overgangsproces naar een waardig en gepland pensioen vergemakkelijken; dringt met name aan op met aparte middelen gefinancierde regelingen voor vervroegde uittreding van landbouwers; dringt aan op een uitbreiding van diensten die landbouwers die met pensioen gaan in contact brengen met jonge of nieuwe aspirant-landbouwers, die onder meer logistieke steun en juridisch advies omvatten om de voor beide partijen voordelige overdracht van landbouwbedrijven mogelijk te maken en de continuïteit van kennis en landbouwactiviteiten te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>107.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om in hun strategieën voor generatievernieuwing de specifieke belemmeringen aan te pakken waarmee vrouwen, met name jonge vrouwen, die de landbouwsector in willen, worden geconfronteerd, met inbegrip van kwesties die niet rechtstreeks verband houden met de landbouw, zoals adequate gezondheidszorg en sociale diensten; erkent de inspanningen door middel van GLB-maatregelen om vrouwen in de landbouw te ondersteunen, maar benadrukt dat er sterkere en meer op maat gesneden steun nodig is, met name in perifere plattelandsgebieden, met inbegrip van toegang tot leningen, opleiding of financiële bijstand om echte betrokkenheid en gelijke kansen te waarborgen; dringt er bij de lidstaten op aan passende voorwaarden te scheppen voor de actieve participatie van vrouwen in organisaties die de agrovoedingsindustrie vertegenwoordigen en in de bestuursorganen van landbouwbedrijven en vrouwenverenigingen op het platteland; neemt in dit verband met tevredenheid kennis van de komende oprichting van het platform voor vrouwelijke landbouwers, als een ruimte voor dialoog en uitwisseling van goede praktijken ter versterking van de participatie en gelijke kansen in de agrovoedingsindustrie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>108.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten om het probleem van het verlies aan landbouwgrond en landconcentratie, met inbegrip van het gebrek aan transparantie op deze markt, met spoed aan te pakken; benadrukt dat het pachten van grond onder voorwaarden van rechtszekerheid op de korte termijn een haalbaar alternatief is om toegang tot grond te vergemakkelijken, omdat daarvoor minder middelen nodig zijn en het generatievernieuwing bevordert; benadrukt het belang van door de overheid gesteunde grondgebonden diensten en gestructureerde opvolgingsplanning, met name voor de overdracht van grond die vervroegde uittreding en de continuïteit van het landbouwbeheer mogelijk maakt; dringt er bij de lidstaten op aan beleidslijnen vast te stellen ter bevordering van langdurige, stabiele grondpacht met het oog op het bieden van huurzekerheid en tijd om te investeren, in het bijzonder voor jonge, vrouwelijke en nieuwe landbouwers, hetgeen ook de bodemgezondheid, de milieuprestaties en de klimaatbestendigheid kan verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>109.</NO.P>is ingenomen met het voornemen van de Commissie om een EU-waarnemingscentrum voor landbouwgrond op te richten dat voor meer transparantie zou moeten zorgen op de markt van landbouwgronden in de EU, en de harmonisatie van gegevens over landbouwgrond en de toegang tot grond moet vergemakkelijken, de samenwerking en uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten mogelijk moeten maken, alsmede aanbevelingen moet doen voor een beter onderbouwde beleidsvorming van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>110.</NO.P>benadrukt dat het behoud van de diverse culturele landschappen van de EU niet alleen van ecologisch en toeristisch belang is, maar ook een hoeksteen is van de regionale identiteit en de veerkracht van het platteland op lange termijn; dringt er daarom op aan dat zij uitdrukkelijk worden erkend en dat hun behoud als een strategische doelstelling in het GLB na 2027 wordt geïntegreerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>111.</NO.P>pleit voor een aanpak voor natuurherstel in samenwerking met landbouwers en landeigenaren, waarbij de eigendomsrechten volledig worden geëerbiedigd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>112.</NO.P>moedigt de Commissie aan om te onderzoeken hoe het GLB nieuwe bedrijfsmodellen voor landbouwers kan ondersteunen om de landbouw in Europa nog duurzamer en meer concurrerend te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>113.</NO.P>verzoekt de Commissie partnerschappen voor de uitwisseling van beste praktijken en innovatieve ideeën tussen de lidstaten te bevorderen, in samenwerking met lokale overheden, universiteiten, onderzoekscentra en landbouwbedrijven; benadrukt dat een dergelijke samenwerking gericht moet zijn op vereenvoudiging, toegankelijkheid, vergroting van de duurzaamheid en het aanpakken van specifieke uitdagingen voor elke regio en sector, en moet worden ondersteund door passende opleiding, waarbij verstoringen en uiteenlopende benaderingen die landbouwers kunnen benadelen, worden vermeden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>114.</NO.P>pleit ervoor om steun- en zichtbaarheidsprogramma’s te bevorderen die de verrijkende en bevredigende levensstijl weerspiegelen die de landbouwsector kan bieden, waarbij de nadruk moet liggen op de waarde van deze sector en de inzet van landbouwers voor de natuur, voedselzekerheid en de specifieke kwaliteiten en waarden die inherent zijn aan het werk van beroepslandbouwers; vestigt de aandacht op de waarde van beleidssamenhang op langere termijn die cruciaal is om duidelijke langetermijndoelstellingen voor de landbouwsector mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>115.</NO.P>benadrukt het belang van een krachtig en goed gefinancierd EU-bevorderingsbeleid, met inbegrip van hogere begrotingstoewijzingen in het kader van het GLB, om de kwaliteit van landbouwproducten en levensmiddelen van de EU op internationaal niveau zowel binnen de EU als wereldwijd beter bekend te maken, en benadrukt dat dit nog belangrijker is in tijden van economische onzekerheid;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Innovatie om de landbouw bij de tijd te houden</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>116.</NO.P>dringt aan op een ambitieus investeringspakket voor innovatie, technologie en toegepast onderzoek dat is afgestemd op de behoeften van landbouwers en dat wordt gefinancierd via het GLB, Horizon Europa, het programma Digitaal Europa en andere steunmechanismen, die een sleutelrol zullen spelen bij het bevorderen van een duurzamere en aangepaste landbouwsector; dringt erop aan dat in het programma Horizon Europa een specifieke pijler voor landbouw wordt opgenomen die gericht is op de bevordering van onderzoek, innovatie en kennisoverdracht in de agrovoedingsindustrie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>117.</NO.P>benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat innovatieve en digitale oplossingen kunnen worden gebruikt met gelijke toegang voor alle soorten landbouwbedrijven en gebieden in de EU en dat deze oplossingen duurzame landbouw ondersteunen, steun verlenen voor het beheer van de diversiteit en complexiteit van agro-ecosystemen, bijdragen tot strategieën voor de beperking van en aanpassing aan de klimaatverandering, het inkomen van landbouwers verbeteren, de administratieve werklast voor zowel landbouwers als overheden verminderen, op toekomstige productieomstandigheden anticiperen en in overeenstemming zijn met de verwachtingen van consumenten en de samenleving; onderstreept dat het gebruik van nieuwe technologieën moet worden ondersteund door een passend rechtskader zodat het potentieel van deze technologieën ten volle kan worden benut en zij aan robuuste risicobeoordelingen kunnen worden onderworpen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>118.</NO.P>dringt aan op meer financiering voor toegepast onderzoek naar duurzame en doeltreffende alternatieven voor conventionele gewasbeschermingsmiddelen en dringt aan op een herziening van de huidige goedkeuringsprocedures; benadrukt dat moet worden voorkomen dat gewasbeschermingsmiddelen die aan de vastgestelde wettelijke veiligheidsgrenzen voldoen, verder uit de handel worden genomen als er nog geen alternatieven beschikbaar zijn, om ervoor te zorgen dat de landbouwproductie op een veilige en duurzame manier kan worden gehandhaafd; wijst op het potentieel van biostimulanten om de productiviteit van planten te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>119.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is de rol van het AKIS-model te erkennen en te versterken als strategisch en transversaal instrument in het GLB na 2027, waarmee kennis en innovatie doeltreffend onder landbouwers kunnen worden verspreid; is van mening dat een efficiënt en gecoördineerd AKIS van cruciaal belang is voor de verwezenlijking van de belangrijkste GLB-doelstellingen op het gebied van concurrentievermogen, duurzame voedselproductie, klimaatbestendigheid en digitale transitie, en volledig moet worden geïntegreerd in de nationale strategische plannen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>120.</NO.P>erkent het belang van het EIP-AGRI, dat heeft bijgedragen tot de bevordering van innovatie in de agrovoedingsindustrie en de bosbouwsector, door de oprichting van operationele groepen en de uitvoering van innovatieve projecten die gericht zijn op de ontwikkeling van innovatieve oplossingen, waarbij beste praktijken worden aangetoond die de duurzaamheid, de veerkracht en het concurrentievermogen van de agrovoedingsindustrie verbeteren; dringt er bij de Commissie op aan de steun voor dit initiatief in het kader van het GLB na 2027 op te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>121.</NO.P>benadrukt de noodzaak om in het kader van de plattelandsontwikkeling een specifieke maatregel uit te werken — op basis van de beginselen van geïntegreerde duurzame landbouw — om meer gebruik te maken van geïntegreerde gewasbescherming, met inbegrip van biocontrole, drones en endotherapie, om de toepassing van gewasbeschermingsmiddelen te optimaliseren, waarbij steeds de vastgestelde wettelijke en veiligheidsgrenzen in acht worden genomen, en om landbouwers te compenseren voor eventuele financiële verliezen; benadrukt het belang van de invoering van geïntegreerde landbouw als algemeen erkend systeem in de EU en van verdere vooruitgang bij het vaststellen en ondersteunen van duurzame en biologische landbouwpraktijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>122.</NO.P>benadrukt hoe belangrijk het is om binnen het GLB gebruik te maken van particuliere financiering om de investeringen in landbouw en plattelandsontwikkeling te verhogen door meer langetermijnmiddelen vrij te maken voor landbouworganisaties, met name kleine en middelgrote ondernemingen en familiebedrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>123.</NO.P>merkt op dat er volgens een studie van de Onderzoeksdienst van het Europees Parlement (EPRS) van 2025<FOOTNOTE><FIELD> Studie getiteld “Animal welfare during transport: Update on the implementation of Council Regulation (EC) No 1/2005”, EPRS, afdeling Evaluatie achteraf, maart 2025, https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2025/765766/EPRS_STU(2025)765766_EN.pdf.</FIELD></FOOTNOTE> een klein aantal grote slachthuizen in bepaalde regio’s is gevestigd; acht het daarom noodzakelijk om via GLB-middelen het opzetten en opschalen van slachthuizen te ondersteunen en zo de lokale economie te stimuleren, banen te scheppen en de korte toeleveringsketens te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>124.</NO.P>dringt aan op de snelle goedkeuring en invoering van nieuwe veredelingstechnieken, zoals CRISPR-Cas, in zowel kleine als grote bedrijven, om de ontwikkeling te bevorderen van gewassen die veerkrachtiger, hulpbronnenefficiënter en ecologisch duurzamer zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>125.</NO.P>pleit voor maatregelen waarmee wordt gewaarborgd dat landbouwers de volledige eigendom en zeggenschap over hun gegevens behouden, waarbij hun rechten worden beschermd en de transparantie bij het gebruik en de uitwisseling van landbouwgegevens in het kader van de zich ontwikkelende digitale en door AI aangestuurde innovaties wordt bevorderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>126.</NO.P>erkent de potentiële voordelen van het vrijwillige EU-brede certificeringskader voor koolstofverwijderingen en dringt er bij de Commissie op aan de toegang tot deze mogelijkheden voor de landbouwsector te verbeteren; benadrukt dat koolstof- en natuurcredits landbouwers, met name jonge landbouwers, een positieve stimulans en een aanvullende beloning kunnen bieden, door praktijken zoals agrobosbouw en regeneratief bodembeheer, die bijdragen tot koolstofafvang en emissiereducties op landbouwbedrijven, eerlijk te belonen; onderstreept dat een dergelijk certificeringskader open en beschikbaar moet zijn voor alle landbouwers die bereid zijn de koolstofopslagcapaciteit van hun bodems in stand te houden of te vergroten, en moedigt de Commissie aan de voorwaarden te scheppen om de marktvraag naar dergelijke certificaten te waarborgen door middel van passende stimulansen en voorspelbaarheid van de markt op de lange termijn voor investeerders uit de particuliere sector; benadrukt dat koolstoflandbeheer een aanvulling moet vormen op de actieve en duurzame landbouwproductie en deze niet mag vervangen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>127.</NO.P>verzoekt de Commissie de productie van zonne-energie op landbouwbedrijven te bevorderen op een manier die ervoor zorgt dat de eigendom van de installaties en de opgebouwde voordelen bij de grondeigenaar en de lokale gemeenschap blijven berusten, en die verenigbaar is met de landbouwactiviteit, teneinde landbouwers beter in staat te stellen zich aan de klimaatverandering aan te passen en bij te dragen tot de stabiliteit en diversificatie van het inkomen van landbouwers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>128.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan gehoor te geven aan de aanbevelingen van het Niinistö-verslag en het belang van strategische voedselvoorraden in aanmerking te nemen; dringt aan op de grootschalige aanleg van strategische voedselvoorraden, op basis van de solide ervaring die in Finland en Duitsland is opgedaan, en om het concept “ontworpen voor tweeërlei gebruik” te integreren in het beleid voor de ontwikkeling van de productie van biobrandstoffen; is van mening dat er zonder strategische voedselvoorraden geen voedselsoevereiniteit kan zijn;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>129.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is de wettigheid van het telen, oogsten, verwerken en in de handel brengen van de hele hennepplant voor toegestane industriële doeleinden in de hele EU uitdrukkelijk te bevestigen, teneinde landbouwers, verwerkers, regelgevers en consumenten rechtszekerheid te bieden; merkt op dat voor de hennepteelt relatief weinig productiemiddelen, met name meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en water, nodig zijn; benadrukt dat deze teelt ook bijdraagt tot de bodemgezondheid en de biodiversiteit door nieuwe economische kansen, extra inkomsten en innovatie voor plattelandsgebieden te bieden door de levering van grondstoffen voor industriële toepassingen zoals textielvezels, en voor andere toepassingen, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheidzorg, levensmiddelen en diervoeders; verzoekt de Commissie een gemeenschappelijke EU-brede drempel van 0,5 % tetrahydrocannabinol (THC) vast te stellen voor de wettelijke classificatie van industriële hennep, waarbij wordt gezorgd voor harmonisatie van de nationale wetgeving in overeenstemming met de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie en het internationaal recht;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°         °</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>130.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>