<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0198</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Inventarisatie van de Europese verkiezingen 2024</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0156/2025 - Rapporteur: Ľubica Karvašová)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 11 september 2025 over de inventarisatie van de Europese verkiezingen 2024 (2025/2012(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name de artikelen 10 en 14 en artikel 17, lid 7,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name de artikelen 20 en 22,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name de artikelen 21 en 39 en artikel 52, lid 1,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring bij artikel 17, leden 6 en 7, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, die is gehecht aan de slotakte van de Intergouvernementele Conferentie die het Verdrag van Lissabon heeft aangenomen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, en met name artikel 25,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (UNCRPD), en met name artikel 29,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 93/109/EG van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de burgers van de Unie die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn<FOOTNOTE><FIELD> PB L 329 van 30.12.1993, blz. 34, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1993/109/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU, Euratom) 2018/994 van de Raad van 13 juli 2018 tot wijziging van de Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, gehecht aan Besluit 76/787/EGKS, EEG, Euratom van de Raad van 20 september 1976<FOOTNOTE><FIELD> PB L 178 van 16.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2018/994/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 317 van 4.11.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2014/1141/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de amendementen op het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen, die door het Europees Parlement op 15 september 2022 zijn aangenomen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 125 van 5.4.2023, blz. 485.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 25 november 2021 voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van de wijze van uitoefening van het actief en passief kiesrecht bij de verkiezingen voor het Europees Parlement ten behoeve van de Unieburgers die verblijven in een lidstaat waarvan zij geen onderdaan zijn (COM(2021)0732),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/900 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/900, 20.3.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/900/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie)<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de samenwerkingsovereenkomst tussen het Europees Parlement en het Europees Comité van de Regio’s van 13 mei 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het memorandum van overeenstemming tussen het Europees Parlement en het Europees Comité van de Regio’s van 28 februari 2024 over samenwerking in de aanloop naar de verkiezingen van 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn standpunt van 3 mei 2022 over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, tot intrekking van Besluit 76/787/EGKS, EEG, Euratom van de Raad en de aan dit besluit gehechte Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 465 van 6.12.2022, blz. 171.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 26 november 2020 over de stand van zaken met betrekking tot het Europees verkiezingsproces<FOOTNOTE><FIELD> PB C 425 van 20.10.2021, blz. 98.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 12 december 2023 over de Europese verkiezingen 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4160, 2.8.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4160/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit van 27 november 2024 betreffende de verkiezing van de Commissie<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/1811, 4.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1811/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 3 december 2020 getiteld “Actieplan voor Europese democratie” (COM(2020)0790) en het daaropvolgende pakket voor de verdediging van de democratie van december 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit van 18 december 2024 over de instelling, de bevoegdheden, het aantal leden en de ambtstermijn van de Bijzondere Commissie inzake een “schild voor de Europese democratie”<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2025/1981, 11.4.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2025/1981/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 22 november 2023 over ontwerpen van het Europees Parlement tot herziening van de Verdragen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4216, 24.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4216/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag over het eindresultaat van de Conferentie over de toekomst van Europa van mei 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het uitbreidingspakket van de Commissie van 30 oktober 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A10-0156/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat bij de Europese verkiezingen van 2024 de hoogste opkomst werd geregistreerd van alle verkiezingen voor het Europees Parlement in de afgelopen 25 jaar, namelijk 50,74 % van het electoraat (een lichte stijging ten opzichte van de 50,66 % in 2019), waaruit duidelijk blijkt dat de belangstelling van de Europese burgers voor EU-aangelegenheden is toegenomen; overwegende dat er wat betreft de opkomstpercentages grote verschillen waren tussen de lidstaten (variërend van 89,01 % tot 21,35 %), waaruit kan worden geconcludeerd dat de politiek zich moet blijven inzetten voor een hoger opkomstpercentage overal in de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Europese verkiezingen van 2024 in twee lidstaten gelijktijdig werden gehouden met parlementsverkiezingen, in acht lidstaten gelijktijdig met lokale en regionale verkiezingen en in één lidstaat gelijktijdig met een referendum;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de opkomst in de meeste lidstaten hoger was dan bij de vorige Europese verkiezingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat de kiesgerechtigde leeftijd in een aantal lidstaten is verlaagd naar 16 jaar, waardoor er in totaal twee miljoen kiesgerechtigden onder de 18 jaar bijkwamen; overwegende dat sommige lidstaten de leeftijdsgrens voor kandidaatstelling hebben verlaagd naar 18 jaar, terwijl deze in andere lidstaten 25 jaar bleef; overwegende dat in totaal tot 25 miljoen jongeren voor het eerst hun stem hebben uitgebracht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat uit de Eurobarometer-enquête na de verkiezingen bleek dat de deelname van jongeren (jonger dan 25 jaar) aan de Europese verkiezingen met 6 % is gedaald ten opzichte van de verkiezingen van 2019, namelijk van 42 % in 2019 tot 36 % in 2024; overwegende dat de opkomst van jongeren bij de verkiezingen de komende jaren bij de beleidsvorming een belangrijk aandachtspunt moet blijven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat er onvoldoende geharmoniseerde en gedetailleerde gegevens beschikbaar zijn over de deelname van kwetsbare groepen aan verkiezingen en over de toepassing van alternatieve stemmethoden; overwegende dat de nationale kaders voor het verzamelen van gegevens met betrekking tot de Europese verkiezingen verder moeten worden geharmoniseerd, zodat de verkregen gegevens kunnen dienen als basis voor empirisch onderbouwd EU-beleid;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat er gestemd kon worden op ongeveer 18 400 kandidaten, verdeeld over ongeveer 490 kandidatenlijsten, en dat de verkiezingscampagnes werden gevoerd in overeenstemming met de nationale bepalingen van de wetgeving inzake verkiezingen van de verschillende lidstaten; overwegende dat de termijnen voor het registreren van kandidaten en campagnevoering uiteenliepen van enkele maanden tot een paar weken; overwegende dat in negen lidstaten onafhankelijke individuele kandidaatstelling niet mogelijk was;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat er nog steeds aanzienlijke verschillen zijn tussen de lidstaten wat betreft de regels die gelden in verband met het actief en passief kiesrecht; overwegende dat er nog belangrijke hervormingen moeten worden doorgevoerd om de regels en procedures in verband met verkiezingen in de gehele Unie op elkaar af te stemmen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat uit de meest recente Eurobarometer blijkt dat burgers bij de verkiezingen van 2024 naar de stembus gingen vanwege gemeenschappelijke Europese kwesties zoals de kosten van levensonderhoud, de economie, migratie, de rechtsstaat en de klimaatverandering; overwegende dat deze kwesties in nationale debatten vaak uitsluitend worden benaderd vanuit het oogpunt van nationaal beleid; overwegende dat politieke partijen en kandidaten de verantwoordelijkheid hebben om burgers correct te informeren over het EU-beleid en de Europese governance en dat zij in dit kader de burgers ook moeten informeren over de Europese politieke partijen en de fracties in het Europees Parlement waarmee zij verbonden zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat er geen gecentraliseerd Europees kiezersregister bestaat en dat gegevensuitwisseling tussen de lidstaten om mogelijke meervoudige registraties vast te stellen dus ingewikkeld is, vooral omdat er geen gegevens over dubbele nationaliteit worden verzameld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat bijzondere maatregelen de verkiezingsdeelname en vertegenwoordiging van ondervertegenwoordigde en kwetsbare groepen bevorderen; overwegende dat elf lidstaten bij wet een vrouwenquotum hebben vastgesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat ongeveer 11 miljoen EU-burgers die in een andere lidstaat wonen, stemgerechtigd waren in hun land van verblijf; overwegende dat het voor deze groep vanwege administratieve belemmeringen nog altijd ingewikkeld is om in hun land van verblijf aan de verkiezingen deel te nemen; overwegende dat het standpunt van het Parlement van 14 februari 2023, dat erop gericht was deze belemmeringen aan te pakken, door de Raad volledig naast zich werd neergelegd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat een democratie alleen gezond is als de kiezers toegang hebben tot een breed scala aan ideeën, perspectieven en informatie; overwegende dat de vrijheid van meningsuiting waarborgt dat kandidaten, partijen, media en burgers vrijelijk hun mening kunnen uiten, over beleid kunnen debatteren en feiten kunnen uitwisselen, zodat kiezers een geïnformeerde keuze kunnen maken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat desinformatie het houden van een gezond politiek debat bemoeilijkt; overwegende dat de verspreiding van desinformatie, onder meer via sociale media, een steeds grotere systemische bedreiging vormt voor de Europese verkiezings- en democratische processen; overwegende dat de Commissie inbreukprocedures heeft ingeleid tegen en onderzoeken is gestart naar een aantal grote onlineplatforms, onder meer wegens misleidende politieke reclame en een gebrek aan inhoudsbewaking en ‑moderatie, doordat er onvoldoende digitaledienstencoördinatoren zijn aangewezen of de relevante instanties niet over de nodige bevoegdheden beschikken om de door de digitaledienstenverordening voorgeschreven taken uit te voeren; overwegende dat met name het socialemediaplatform X (voorheen Twitter) en de eigenaar ervan, Elon Musk, in het beleid en de communicatie van het bedrijf openlijk blijven ingaan tegen de regelgevende instanties van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat de meeste bepalingen van de nieuwe Verordening (EU) 2024/900 betreffende transparantie en gerichte politieke reclame nog niet van kracht waren toen de Europese verkiezingen plaatsvonden; overwegende dat deze verordening ten doel heeft de digitaledienstenverordening aan te vullen en de EU beter bestand te maken tegen verkiezingsinmenging;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat een betere representatie van personen met een handicap in het Parlement cruciaal is om een echt inclusief en divers wetgevend orgaan tot stand te brengen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat jongeren 25 % van de totale EU-bevolking uitmaken, maar dat slechts 10 % van de gekozen leden van het Parlement jonger is dan 30 jaar;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de vertegenwoordiging van vrouwen in het Parlement na de verkiezingen van 2024 over het geheel genomen is afgenomen, van 40 % van de zetels in 2019 tot ongeveer 38,6 % nu;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat de recente geopolitieke onrust, onder meer ten gevolge van de COVID-19 pandemie, de niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde grootschalige aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne en de zorgwekkende verschuiving in de trans-Atlantische betrekkingen, heeft geleid tot een toename van de verspreiding van desinformatie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat met het oog op toekomstige uitbreiding een grondige hervorming van de institutionele structuur van de Unie noodzakelijk is en mogelijk ook van haar verkiezingskader; overwegende dat een Unie van meer dan 30 lidstaten alleen een relevante en onafhankelijke mondiale speler kan zijn en alleen goed kan functioneren met een doeltreffender en minder bureaucratische besluitvorming, waarbij een daadwerkelijk Europese, transnationale en gedeelde democratie het uitgangspunt vormt;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Europese democratie na de Europese verkiezingen van 2024</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>wijst erop dat de EU uitsluitend in staat is om de uitdagingen van de 21e eeuw aan te gaan en haar burgers te beschermen als zij een gezond democratisch debat waarborgt en stimuleert, en tevens de veerkracht en integriteit met betrekking tot haar verkiezingen en democratische processen waarborgt; benadrukt dat dit niet vanzelf gaat, maar dat een samenhangend beleidskader noodzakelijk is om dit te realiseren; is van mening dat dit beleidskader nog lang niet is voltooid en dat er meer beleidsinspanningen moeten worden geleverd om de deelname aan verkiezingen te stimuleren en ervoor te zorgen dat de besluitvorming van de Unie minder bureaucratisch en democratischer en doeltreffender wordt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>is verheugd over de relatief hoge opkomst bij de tiende Europese verkiezingen, met een algeheel opkomstpercentage van 50,74 %, wat een lichte stijging is ten opzichte van het opkomstpercentage bij de verkiezingen van 2019; is van mening dat uit dit percentage de sterkere betrokkenheid van de burgers bij het Europese project blijkt, evenals het toenemende belang van het Parlement en zijn invloed op het dagelijkse leven van de burgers; is desondanks bezorgd over de grote verschillen in opkomstpercentages tussen de lidstaten en vindt het nog altijd zeer belangrijk dat er meer beleidsinspanningen worden verricht om deze kloof te dichten en de opkomst bij verkiezingen bij alle bevolkingsgroepen en in alle landen van de EU te verhogen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>spreekt zijn waardering uit voor de inspanningen van de Europese instellingen en de European Broadcasting Union om de zichtbaarheid van de kandidaten voor de Europese verkiezingen in de hele Unie te vergroten, onder meer door middel van een aantal belangrijke pan-Europese debatten waarbij belangrijke kandidaten van de verschillende politieke stromingen met elkaar in debat gingen, en door middel van een campagne (“get out the vote”) die erop gericht was jonge kiezers naar de stembus te krijgen; is tevreden over het positieve effect van de eigen communicatiestrategie met als slogan “Gebruik je stem, of anderen beslissen voor jou”, die erop gericht was de verkiezingen en het belang van stemmen onder de aandacht te brengen; is van mening dat er tussen de instellingen en met de verkiezingsautoriteiten van de lidstaten beter werd samengewerkt om de opkomst bij de verkiezingen te verhogen en is van plan om de coördinatie op dit gebied nog verder te verbeteren; vindt het belangrijk dat er nog meer wordt geïnvesteerd om het bereik van deze campagnes en uitzendingen in het kader van de verkiezingen van 2029 nog verder te vergroten; benadrukt dat de liaisonbureaus van het Europees Parlement een belangrijke en positieve rol spelen bij de Europese verkiezingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst erop dat voor de totstandbrenging van een Europese “demos” en een gedeelde democratische ruimte allereerst een cultuuromslag nodig is op basis van een langetermijnstrategie, waarbij toereikende middelen beschikbaar moeten worden gesteld om de burgers bewust te maken van het feit dat zij Europeaan zijn en het Europees burgerschap bezitten en waarbij nauw moet worden samengewerkt met maatschappelijke organisaties en andere belanghebbenden; betreurt dat campagnes voor de Europese verkiezingen in de lidstaten te vaak louter vanuit het oogpunt van de nationale politiek worden gevoerd, zelfs als deze campagnes over gemeenschappelijke Europese thema’s gaan; roept de nationale politieke partijen en kandidaten bij de Europese verkiezingen en de nationale media van de lidstaten op om de burgers correct en waarheidsgetrouw te informeren over de governance op EU-niveau, onder meer over de Europese politieke partijen en de fracties in het Europees Parlement waarmee de nationale partijen verbonden zijn; spoort de nationale partijen aan om de samenwerking met hun Europese tegenhangers in dit verband te intensiveren en hun zichtbaarheid in Europa te vergroten; is voornemens om hiervoor een gunstig regelgevingsklimaat te scheppen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat er meer moet worden gedaan om de deelname van ondervertegenwoordigde groepen aan de Europese verkiezingen te vergroten; is bezorgd over de dalende opkomst onder jongeren en verbindt zich ertoe meer beleidsinspanningen te leveren om bij verkiezingscampagnes meer toenadering te zoeken tot deze belangrijke bevolkingsgroep; merkt op dat het cruciaal is om jongeren te betrekken bij de toekomst van de EU; spoort de lidstaten aan specifieke beleidskaders vast te stellen ter bevordering van het actief en het passief kiesrecht, onder meer via specifieke voorlichtingscampagnes, en te voorzien in alternatieve stemmethoden zoals stemming per brief en stemming bij volmacht; wijst erop dat er meer inspanningen moeten worden geleverd om het verkiezingsproces inclusiever te maken, om alle burgers in gelijke mate kans te geven om deel te nemen aan het democratisch proces; merkt op dat slechts enkele leden van het Europees Parlement behoren tot nationale of etnische minderheden die in de lidstaten overeenkomstig hun grondwettelijke of wettelijke kaders en de instrumenten van de Raad van Europa ter zake officieel als minderheden worden erkend; wijst erop dat de bestrijding van racisme, discriminatie en uitsluiting een plicht is die voortvloeit uit de fundamentele waarden van de EU en het Handvest van de grondrechten van de EU; verzoekt de lidstaten en de nationale politieke partijen proactieve en evenredige maatregelen te nemen om de daadwerkelijke inclusie en vertegenwoordiging van deze minderheden, zoals Roma-gemeenschappen, bij de Europese verkiezingen te bevorderen, waarbij de nationale grondwettelijke orde volledig geëerbiedigd moet worden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>merkt op dat de verkiezingen voor het Parlement in Hongarije mogelijk niet eerlijk zijn verlopen; wijst er in dit verband op dat in het eindverslag van de verkiezingswaarnemingsmissie van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten (ODIHR) van de OVSE<FOOTNOTE><FIELD> ODIHR Election Observation Mission Final Report – Hungary, 2022.</FIELD></FOOTNOTE> over de parlementsverkiezingen en het referendum in Hongarije van 3 april 2022 werd geconstateerd dat er geen sprake was van een gelijk speelveld; benadrukt dat de Hongaarse regering ervoor moet zorgen dat zij het EU-recht en de in artikel 2 VEU verankerde waarden weer gaat naleven, en betreurt ten zeerste dat het uitblijven van doortastend optreden door de EU ertoe heeft bijgedragen dat de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten in Hongarije sterk zijn aangetast, waardoor het land volgens de toepasselijke indicatoren is afgegleden naar een hybride regime van electorale autocratie; uit zijn bezorgdheid over de verschillende verzoeken tot opheffing van de immuniteit van leden van het Europees Parlement die zijn ingediend door de Hongaarse hoofdaanklager;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>stelt nogmaals, zoals het reeds vele malen heeft gedaan, dat verdere aanpassingen en hervormingen van het verkiezingskader van de EU nodig zijn om de Europese verkiezingen democratischer, veerkrachtiger, inclusiever en daadwerkelijk Europees te maken; wijst in dit verband op de verschillende beleidsinitiatieven die ter zake geïnitieerd zijn en roept de Raad van de EU en de Europese Raad nogmaals op om constructief met het Parlement samen te werken om beleidsoplossingen te vinden die in het belang zijn van de Europese burgers;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Institutionele en electorale hervormingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>stelt zich met klem op het standpunt dat het regelgevingskader voor de Europese verkiezingen aldus moet worden herzien en moet worden gemoderniseerd dat de electorale voetafdruk van de burgers wordt vergroot en de versnippering van de regelgeving in de 27 lidstaten wordt verminderd, waarbij onder meer één verkiezingsdag zou moeten worden vastgesteld waarop in alle lidstaten wordt gestemd en waarbij een geharmoniseerde minimumleeftijd moet worden vastgesteld voor de uitoefening van het actief kiesrecht; wijst erop dat Besluit (EU, Euratom) 2018/994 van de Raad moet gaan zorgen voor aanzienlijke positieve stappen in deze richting, evenals een aantal voorstellen uit het voorstel van het Parlement van 3 mei 2022 voor een nieuwe verordening inzake verkiezingen; herhaalt zijn oproep aan de Raad om constructief met het Parlement samen te werken om een snelle goedkeuring mogelijk te maken; herinnert eraan dat 26 van de 27 lidstaten de herziening van 2018 reeds hebben geratificeerd en verbindt zich ertoe kritisch te evalueren waarom de uitvoering ervan in verschillende lidstaten vertraging heeft opgelopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>betreurt dat nieuwe voorgestelde regels met betrekking tot het actief en passief kiesrecht van “mobiele burgers” bij de verkiezingen voor het Parlement door de Raad niet op tijd voor de verkiezingen van 2024 zijn goedgekeurd; wijst erop dat er nog altijd sprake is van onrechtvaardige belemmeringen voor de democratische participatie van mobiele burgers, zoals een gebrek aan kennis bij deze burgers van de geldende voorwaarden en regels, die daardoor hun kiesrechten, zoals verankerd in de Verdragen, niet ten volle kunnen uitoefenen; beseft dat het voorstel voor een richtlijn van de Raad, waarvan de procedure nog loopt, een aantal van deze belemmeringen zal aanpakken; betreurt echter dat de Raad artikel 22, lid 2, VWEU weliswaar formeel naleeft, maar niet op zinvolle wijze rekening heeft gehouden met de inhoud van het advies van het Parlement; wijst hierbij in het bijzonder op zijn voorstel om inschrijving op de kiezerslijst mogelijk te maken zodra kiezers hun woonplaats laten registreren, het voorstel om de vereisten op het gebied van taal en informatieverstrekking voor lokale overheden aan te scherpen, het voorstel om het voor ondervertegenwoordigde groepen kiezers gemakkelijker te maken om te gaan stemmen en het voorstel om voorlichtingscampagnes van de lidstaten te ondersteunen die worden opgezet met de actieve betrokkenheid van het maatschappelijk middenveld; verzoekt de lidstaten ervoor te zorgen dat hun in het buitenland woonachtige burgers kunnen deelnemen aan de Europese verkiezingen, onder meer door de consulaire diensten te verbeteren en stemmen per post mogelijk te maken; wijst erop dat het belangrijk is dat alle lidstaten ervoor zorgen dat ouderen en personen met een handicap onbelemmerde toegang hebben tot stembureaus;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>spreekt zijn krachtige steun uit voor de inspanningen die politieke partijen leveren om de toepassing van het spitzenkandidatensysteem verder te ontwikkelen, waarmee er een duidelijker verband wordt gelegd tussen de verkiezingen en de samenstelling van het Parlement en de benoeming van de voorzitter van de Europese Commissie, zodat de benoeming van de uitvoerende macht van de EU transparanter wordt voor de burgers; benadrukt dat deze procedure de burgers in staat heeft gesteld daadwerkelijk invloed uit te oefenen op de keuze van de voorzitter van de Europese Commissie, hetgeen een belangrijke stap voorwaarts betekent omdat de burgers hierdoor rechtstreeks invloed kunnen uitoefenen; spreekt zijn waardering uit voor het feit dat de Europese politieke partijen hun kandidaten ruim voor de verkiezingen hebben voorgedragen; merkt op dat dit proces deze keer vrij succesvol is verlopen omdat de voorzitter van de Europese Commissie, op wie niet rechtstreeks kon worden gestemd, de spitzenkandidaat was van de fractie die de meeste stemmen behaalde; wijst erop dat de verantwoordingsplicht en de democratische legitimiteit van de voorzitter van de Europese Commissie groter worden als hij of zij via de Europese verkiezingen wordt verkozen; stelt zich echter nog steeds op het standpunt dat verschillende belangrijke succesfactoren, zoals de verdere ontwikkeling en consolidatie van de Europese democratische ruimte, nog niet zijn gerealiseerd, waardoor het potentieel van dit informele en niet-gereglementeerde politieke proces niet ten volle kan worden verwezenlijkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>wijst op de belangrijke rol van Europese politieke partijen in het debat over Europese beleidskwesties en bij de vorming van een Europees politiek bewustzijn; is van mening dat deze partijen een belangrijke rol kunnen spelen bij de bestrijding van desinformatie en misinformatie in de aanloop naar de verkiezingen; is verheugd dat er een akkoord is bereikt over de herschikking van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen, waarmee de resterende mazen in de wetgeving worden gedicht, juridische duidelijkheid wordt verschaft en Europese politieke partijen meer armslag krijgen om de rol op zich te nemen die hun door de Verdragen is toebedeeld, onder meer doordat ze in de lidstaten meer zichtbaarheid krijgen tijdens de verkiezingscampagne en bij het voor het voetlicht brengen van hun lijsttrekkers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt de lidstaten buitenlandse donaties, met inbegrip van bijdragen of voordelen in natura en in contanten, te verbieden en daarnaast maximumbedragen vast te stellen voor donaties aan politieke partijen en kandidaten; is van mening dat politieke actoren die een financiële bijdrage of een bijdrage in natura van een buitenlandse actor aangeboden hebben gekregen en/of hebben aanvaard, verplicht moeten worden dit bij de bevoegde autoriteiten te melden, en dat deze informatie vervolgens ook op EU-niveau moet worden doorgegeven om EU-breed toezicht mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>wijst erop dat de rol en de zichtbaarheid van Europese politieke stichtingen in de Europese democratische ruimte moeten worden versterkt; herinnert eraan dat Europese politieke stichtingen een sleutelrol spelen bij de ontwikkeling van het politieke debat, beleidsonderzoek en burgerschapsvorming over de grenzen heen, en aldus bijdragen tot de totstandkoming van een echte Europese publieke opinie; dringt erop aan dat deze stichtingen worden voorzien van de nodige instrumenten en middelen om ze in staat te stellen de Europese politieke partijen bij te staan bij hun inspanningen om burgerparticipatie te stimuleren, de Europese waarden te bevorderen en op zinvolle wijze deel te nemen aan toekomstige verkiezingscampagnes; wijst erop dat in het komende verslag van de Commissie over de toepassing van Verordening (EU, Euratom) nr. 1141/2014 betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (herschikking in behandeling) specifiek moet worden ingegaan op de regels inzake de financiering van Europese politieke stichtingen en dat er zo nodig wijzigingen van de verordening moeten worden voorgesteld;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>wijst erop dat de instellingen meer inspanningen moeten verrichten om de invloed van de Europese kiezers op het bestuur van de EU te versterken; wijst in dit verband op de lopende procedure tot wijziging van de Verdragen, die in gang is gezet naar aanleiding van de Conferentie over de toekomst van Europa; wijst op zijn voorstel om de rollen van de Raad en het Parlement bij de voordracht en goedkeuring van de voorzitter van de Commissie om te draaien, zodat de uitkomsten van de Europese verkiezingen bij dit proces beter weerspiegeld worden; brengt ook zijn voorstel onder de aandacht om het Parlement het recht van wetgevend initiatief toe te kennen, waardoor er een rechtstreeks verband zou ontstaan tussen de stemmen die burgers uitbrengen op parlementaire vertegenwoordigers en de beleidsprestaties op EU-niveau; vestigt ook de aandacht op zijn voorstel om het enquêterecht van het Parlement te moderniseren teneinde de democratische controle op de uitvoerende macht van de EU te versterken; verzoekt de Europese Raad zich te houden aan de Verdragen en zo snel mogelijk een stemming te houden over het bijeenroepen van de conventie om deze voorstellen te bespreken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Institutionele veerkracht</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>benadrukt dat de koppeling tussen lokale, regionale, nationale en Europese kwesties moet worden versterkt; is in dit verband ingenomen met de actieve en positieve betrokkenheid van lokale en regionale leiders bij Europese thema’s en debatten, met name in de aanloop naar de verkiezingen, onder meer via de werkzaamheden van het Comité van de Regio’s en zijn netwerken en campagnes;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>wijst erop dat de bestrijding van antidemocratische retoriek het meest doeltreffend is op het niveau dat het dichtst bij de burgers staat, bijvoorbeeld via de actieve inzet van lokale en regionale leiders; wijst in dit verband op de positieve rol die het cohesiebeleid van de EU speelt, met name in regio’s met een stagnerende economie waar door langdurige ongelijkheden de steun voor eurosceptische partijen toeneemt, en benadrukt tevens dat het cohesiebeleid prioriteit moet geven aan de essentiële behoeften van de regio’s en ervoor moet zorgen dat niemand in de steek wordt gelaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>uit diepe bezorgdheid over het groeiend aantal interne en externe dreigingen die het weefsel van de Europese democratie uithollen; hekelt het feit dat sommige kandidaten, onder wie kandidaten van regeringspartijen in lidstaten, openlijk campagne hebben gevoerd op basis van vanuit het buitenland gefinancierde onjuiste narratieven met betrekking tot de EU, waarmee zij anti-EU-gevoelens hebben aangewakkerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>geeft nogmaals uiting aan zijn grote en reeds lang bestaande bezorgdheid over de aanhoudende kwaadwillige inmenging in Europese democratische processen, onder meer in de vorm van de verspreiding van desinformatie; is uiterst bezorgd over het feit dat de regeringen van sommige lidstaten actief bijdragen aan de verspreiding van desinformatie; veroordeelt in het bijzonder de online desinformatiecampagnes die worden gefinancierd door Russische en andere statelijke en niet-statelijke actoren van buiten de EU en die tot doel hebben polarisatie te creëren en wantrouwen te zaaien onder Europese kiezers; merkt op dat buitenlandse inmenging voorafgaand aan de verkiezingen plaatsvindt en een hoogtepunt bereikt in de periode vlak voor de verkiezingen; spreekt zijn afkeuring uit over de leden van het Europees Parlement die gewillig in zee zijn gegaan met het mediaplatform Voice of Europe, waarnaar een strafrechtelijk onderzoek loopt, en die door het Kremlin gesteunde narratieven over de aanvalsoorlog in Oekraïne hebben gepromoot;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herhaalt zijn oproep aan de Commissie en de lidstaten om hun inspanningen ter bestrijding van buitenlandse inmenging en desinformatie op te voeren door een meerlagige, gecoördineerde en sectoroverschrijdende strategie vast te stellen die erop gericht is de EU en haar lidstaten toe te rusten met passende prognoses, beleidsmaatregelen ter vergroting van de weerbaarheid en afschrikkingsinstrumenten, en hiervoor passende financiële middelen beschikbaar te stellen; roept de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden en de lidstaten in dit kader op om het strategische antwoord van de Unie op desinformatie en buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging verder te versterken, en vestigt de aandacht op talrijke beleidsinspanningen die de EU de afgelopen jaren heeft geleverd, waaronder de inspanningen in verband met de digitaledienstenverordening, de aangescherpte praktijkcode betreffende desinformatie en de initiatieven in het kader van het actieplan voor democratie; stelt met bezorgdheid vast dat onlineplatforms een onevenredig grote invloed uitoefenen op het publieke debat; neemt met bezorgdheid kennis van berichten over politiek gemotiveerde beslissingen door bepaalde platforms die mogelijk een bedreiging vormen voor de vrijheid van meningsuiting en het democratisch pluralisme;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>wijst op het belang van een evenwichtig en vrij mediaklimaat in de lidstaten als belangrijke pijler van de Europese democratie, met name in verkiezingsperiodes; wijst erop dat de EU wat betreft het waarborgen van de mediavrijheid vooroploopt en dat in 2024 de Europese verordening mediavrijheid is aangenomen en de anti-SLAPP-richtlijn in werking is getreden<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn (EU) 2024/1069 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 betreffende bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”) (PB L, 2024/1069, 16.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1069/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, maar dat de toenemende interne en externe druk op het mediaklimaat in de EU er desondanks voor zorgt dat de mediavrijheid in de EU verder moet worden versterkt, onder meer in de aanloop naar de Europese verkiezingen; herinnert eraan dat in 2024 het aantal aanvallen op journalisten in enkele lidstaten is toegenomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>veroordeelt in de krachtigste bewoordingen alle vormen van politiek geweld; uit zijn diepe bezorgdheid over een reeks incidenten die zich hebben voorgedaan in de aanloop naar de verkiezingen van 2024; spoort de Commissie en de lidstaten aan om prioriteit te geven aan het voorkomen van politiek geweld door middel van het versterken van de wetgeving, kaders en beleidsmaatregelen die gericht zijn op de bescherming van politici, politieke kandidaten, activisten, journalisten en burgers tegen geweld en intimidatie tijdens verkiezingsperiodes; wijst erop dat het belangrijk is dat een omvattende aanpak wordt gehanteerd in het kader waarvan aandacht wordt besteed aan preventie, bescherming en educatie, met als doel het aantal gevallen van politiek geweld omlaag te brengen, met name door mensen voor te lichten over de gevaren van politiek geweld en door een cultuur van verdraagzaamheid en respect voor andere politieke meningen te stimuleren; benadrukt dat verkiezingsfraude niet begint op de dag van de verkiezingen, maar met de ontmanteling van de rechtsstaat, van de democratische beginselen, van de persvrijheid en van de vrijheid van meningsuiting en met de verspreiding van buitenlandse desinformatie en propaganda; stelt met bezorgdheid vast dat structurele uitdagingen van invloed kunnen zijn op de mate waarin vrije en eerlijke verkiezingen consequent worden gewaarborgd in alle lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>is uiterst bezorgd over de opkomst en het electorale succes van tegen het systeem en openlijk tegen de EU gerichte partijen bij de verkiezingen van 2024; wijst erop dat deze verschuiving leidt tot een radicalisering van het politieke discours en verdere polarisatie van het Parlement, en bovendien een breder platform biedt voor de verspreiding van buitenlandse desinformatie en propaganda; veroordeelt elke vorm van politieke retoriek die aanzet tot haatzaaiende uitlatingen, discriminatie, vreemdelingenhaat of geweld, en dringt er bij alle politieke actoren op aan een constructieve, op feiten gebaseerde dialoog aan te gaan waarin de democratische waarden, de mensenrechten en de rechtsstaat worden geëerbiedigd; verbindt zich ertoe de werking van de Unie verder te hervormen en te verbeteren om beter aan de verwachtingen van de burgers te voldoen; roept alle betrokken spelers op om proactiever te communiceren over de positieve bijdrage die de EU via haar beleid levert aan het dagelijkse leven en de veiligheid van alle Europese burgers;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>verbindt zich ertoe deze kaders te laten beoordelen door zijn Bijzondere Commissie inzake het Europees schild voor de democratie, die op basis van haar door de plenaire vergadering toegekende mandaat onder meer tot taak heeft de inmenging in democratische processen aan te pakken, maatregelen te nemen om te waarborgen dat verkiezingen eerlijk en integer verlopen en beleid uit te voeren dat bijdraagt tot de democratische processen van de EU; wijst erop dat deze commissie hiermee een belangrijk instrument is om kwaadwillige inmenging te voorkomen, doordat zij mogelijke mazen, hiaten en overlappingen kan opsporen waar misbruik van zou kunnen worden gemaakt; verzoekt de Commissie tegelijkertijd deze regelgevingskaders volledig en onverwijld te handhaven, met name in het geval van de platformen die openlijk blijven ingaan tegen de regelgevingsautoriteiten van de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>erkent dat cyberbeveiliging en cyberinfrastructuur belangrijk zijn om de integriteit van de Europese verkiezingen te beschermen; waarschuwt voor de mogelijke risico’s van op AI gebaseerde beïnvloedingsoperaties;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>wijst erop dat ook de uitslag van nationale verkiezingen indirect van invloed is op de samenstelling van de Europese instellingen, bijvoorbeeld door de benoeming van kandidaat-commissarissen of de deelname van de zittende nationale politieke meerderheden aan vergaderingen van de Raad; benadrukt in dit verband dat het belangrijk is dat de parlementsverkiezingen in alle lidstaten op democratische wijze verlopen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>concludeert dat de Europese democratie alleen kan gedijen zolang de Europese democratische en verkiezingsprocessen worden versterkt en verdedigd; onderstreept in dit verband dat het belangrijk is om vrije en eerlijke verkiezingen te bevorderen en tegelijk de integriteit ervan te beschermen tegen zowel interne als externe bedreigingen voor de democratie in de EU; merkt met bezorgdheid op dat er nog steeds geen rem staat op de verspreiding van desinformatie en de invloed van bepaalde socialemediaplatforms; onderstreept dat het van het allergrootste belang is dat het gehele rechtskader dat momenteel van kracht is, wordt gehandhaafd om de integriteit van het gehele verkiezingsproces te waarborgen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>