<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0203</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verzoek tot opheffing van de immuniteit van Péter Magyar</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0180/2025 - Rapporteur: Krzysztof Śmiszek)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 oktober 2025 over het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Péter Magyar (2024/2063(IMM))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Péter Magyar van 26 september 2024, ingediend door de procureur-generaal van Hongarije in het kader van een strafrechtelijke procedure die tegen hem is aangespannen, en aangekondigd ter plenaire vergadering van 10 oktober 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na Péter Magyar op 24 juni 2025 te hebben gehoord, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanvullende informatie die is verstrekt door de procureur-generaal van Hongarije,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8 en 9 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 4, lid 2, van de Hongaarse grondwet,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013, 19 december 2019 en 5 juli 2023<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C‑200/07 en C‑201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T‑42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C‑163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T‑346/11 en T‑347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, Junqueras Vies, C‑502/19, ECLI:EU:C:2019:1115; arrest van het Gerecht van 5 juli 2023, Puigdemont i Casamajó e.a./Parlement, T‑272/21, ECLI:EU:T:2023:373.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A10-0180/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de procureur-generaal van Hongarije op 26 september 2024 een verzoek heeft ingediend tot opheffing van de immuniteit van Péter Magyar, een in Hongarije verkozen lid van het Europees Parlement, in verband met beschuldigingen van de vermeende overtreding van diefstal van zaken van geringe waarde op grond van artikel 370, lid 1, en artikel 370, lid 2, punt a), van Wet C van 2012 (het Hongaarse wetboek van strafrecht);</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat in het verzoek wordt vermeld dat Péter Magyar zich op 21 juni 2024 in een club in Boedapest bevond, waar hij werd herkend door het slachtoffer, dat vervolgens video-opnamen van hem maakte; overwegende dat uit het verzoek verder blijkt dat er een kort handgemeen ontstond tussen Péter Magyar en het slachtoffer, waarbij Péter Magyar de telefoon uit de hand van het slachtoffer griste om de opname te stoppen, de telefoon in zijn eigen zak stopte en wegliep; overwegende dat er vervolgens opnieuw onenigheid tussen beide ontstond, dat resulteerde in hun verwijdering uit de club door de bewakers; overwegende dat Péter Magyar, ondanks de verzoeken van het slachtoffer om zijn telefoon terug te geven, de telefoon van het slachtoffer naar verluidt in de Donau heeft laten vallen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat in het verzoek beschreven staat dat politieduikers op de locatie in kwestie de telefoon ter waarde van 130 000 à 150 000 HUF uit de Donau hebben gevist en deze in werkende toestand aan het slachtoffer hebben teruggegeven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat Péter Magyar in juni 2024 bij de Europese verkiezingen werd verkozen tot lid van het Europees Parlement; overwegende dat de resultaten van de Europese verkiezingen in Hongarije op 14 juni 2024 door de Hongaarse autoriteiten zijn bekendgemaakt, waarbij Péter Magyar als een van de officieel in Hongarije verkozen leden van het Europees Parlement werd genoemd; overwegende dat Péter Magyar dus lid was van het Europees Parlement ten tijde van het vermeende strafbare feit en van het onderzoek door de bevoegde autoriteiten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de ten laste gelegde strafbare feiten en het daaropvolgende verzoek tot opheffing van de immuniteit van Péter Magyar niet bestaan uit resp. geen verband houden met een mening of stem die Péter Magyar in de uitoefening van zijn ambt heeft uitgebracht in de zin van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat in artikel 9, eerste alinea, punt a), van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is bepaald dat de leden van het Europees Parlement op hun eigen grondgebied de immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat artikel 4, lid 2, van de Hongaarse grondwet erin voorziet dat de leden van het Hongaarse parlement parlementaire immuniteit genieten; overwegende dat overeenkomstig artikel 79, lid 2, van Wet nr. XXXVI van 2012 inzake het Hongaars parlement een persoon die op definitieve en bindende wijze als kandidaat is ingeschreven, dezelfde immuniteit geniet als de leden totdat de uitslag van de verkiezing definitief en bindend wordt, en dat de leden op grond van artikel 79, lid 1, van die wet in ieder geval immuniteit genieten vanaf de dag van hun verkiezing; overwegende dat uit hoofde van artikel 74, lid 1, van Wet XXXVI van 2012 inzake het Hongaarse parlement alleen met voorafgaande toestemming van het nationale parlement een strafrechtelijke procedure of, indien er niet vrijwillig afstand wordt gedaan van de immuniteit, een inbreukprocedure tegen een afgevaardigde kan worden ingeleid of dwangmaatregelen in het kader van strafprocedures tegen hem of haar kunnen worden genomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat volgens artikel 5, lid 2, van het Reglement parlementaire immuniteit geen persoonlijk voorrecht van de leden is, maar een garantie voor de onafhankelijkheid van het Europees Parlement als geheel en van zijn leden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de immuniteit als genoemd in Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie tot doel heeft het Parlement en zijn leden te beschermen tegen gerechtelijke procedures in verband met activiteiten die in de uitoefening van parlementaire taken zijn verricht en die niet van die taken kunnen worden gescheiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat het Parlement volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie “met betrekking tot de richting die het aan een besluit op een verzoek tot opheffing [...] van de immuniteit wil geven, over een ruime discretionaire bevoegdheid [beschikt] wegens de politieke aard van een dergelijk besluit”<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T‑346/11 en T‑347/11, ECLI:EU:T:2013:23, punt 59 en de geciteerde rechtspraak.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat Péter Magyar voorzitter is van de Tisza-partij (Tisztelet és Szabadság Párt) en tevens de kandidatenlijst van die partij aanvoerde voor de Europese verkiezingen van 2024; overwegende dat Péter Magyar een uitgesproken tegenstander is van het beleid en de standpunten van de Hongaarse regering, zo ook met betrekking tot de Unie; overwegende dat de feiten die aanleiding hebben gegeven tot het verzoek tot opheffing van de immuniteit, de inconsistenties in de wijze waarop de politieonderzoeken zijn uitgevoerd, waaronder het onvolledige antwoord van de procureur-generaal van Hongarije over de evenredigheid van de maatregelen die de autoriteiten in de zaak Péter Magyar hebben genomen in vergelijking met soortgelijke situaties waarin sprake was van zaken van geringe waarde, en het onduidelijke antwoord van de bevoegde autoriteiten over de juridische kwalificatie van het vermeende strafbare feit waarvan Péter Magyar werd beschuldigd, aanleiding geven tot bezorgdheid over het feit dat de procedure mogelijk bedoeld was om de reputatie van Péter Magyar te schaden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat in dit geval dus kan worden aangenomen dat er sprake is van fumus persecutionis, dat wil zeggen “concrete elementen”<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 17 september 2020, Troszczynski/Parlement, C‑12/19 P, ECLI:EU:C:2020:725, punt 26.</FIELD></FOOTNOTE> die erop wijzen dat de gerechtelijke vervolgingen in kwestie zijn ingeleid met de bedoeling de politieke activiteiten van Péter Magyar, en met name zijn activiteiten als lid van het Europees Parlement, te schaden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet de rol van rechter op zich kan nemen, en overwegende dat een lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als “verdachte” kan worden aangemerkt<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, Briois/Parlement, T‑214/18, ECLI:EU:T:2019:266.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>besluit de immuniteit van Péter Magyar niet op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde Hongaarse autoriteiten en aan Péter Magyar.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>