<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0206</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verzoek tot opheffing van de immuniteit van Ilaria Salis</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0183/2025 - Rapporteur: Ilhan Kyuchyuk)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 oktober 2025 over het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Ilaria Salis (2024/2086(IMM))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het aan het Parlement voorgelegde verzoek om opheffing van de immuniteit van Ilaria Salis, gedateerd op 10 oktober 2024, dat werd ingediend door de regionale rechtbank van de hoofdstad Boedapest in het kader van een bij die rechtbank aanhangige strafprocedure en waarvan op 22 oktober 2024 ter plenaire vergadering kennis werd gegeven,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na Ilaria Salis op 13 februari 2025 te hebben gehoord en gezien de documenten die zij heeft overgelegd, overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanvullende informatie die is verstrekt door de regionale rechtbank van de hoofdstad Boedapest,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8 en 9 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013, 19 december 2019 en 5 juli 2023<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C‑200/07 en C‑201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T‑42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C‑163/10, ECLI: EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T‑346/11 en T‑347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, Junqueras Vies, C‑502/19, ECLI:EU:C:2019:1115; arrest van het Gerecht van 5 juli 2023, Puigdemont i Casamajó e.a./Parlement, T‑272/21, ECLI:EU:T:2023:373.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A10-0183/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de regionale rechtbank van de hoofdstad Boedapest op 10 oktober 2024 heeft verzocht om opheffing van de immuniteit van Ilaria Salis, een in Italië gekozen lid van het Europees Parlement, in het kader van een bij die rechtbank aanhangige strafprocedure;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat uit het verzoek blijkt dat leden van een in Duitsland opgerichte organisatie in 2022 besloten om in Boedapest gewelddadige gecoördineerde aanvallen uit te voeren tegen aanhangers van extreemrechts of niet nader bepaalde personen die aanhangers van extreemrechts waren of leken te zijn, en van plan waren deze aanvallen uit te voeren op 11 februari 2023, de zogenaamde “Dag van de Eer”, een jaarlijks evenement in Boedapest ter herdenking van een ontsnappingspoging van belegerde nazitroepen in 1945 dat een ontmoetingsplaats is voor Europese neonazi’s, en de dagen daarvoor en daarna; overwegende dat Ilaria Salis volgens het verzoek naar Hongarije is afgereisd om deel te nemen aan die gecoördineerde aanvallen en daar op 10 en 11 februari 2023 aan heeft deelgenomen; overwegende dat er meldingen zijn geweest van altercaties en geweldsincidenten door personen die de zogenaamde Dag van de Eer vierden; overwegende dat de regionale rechtbank van de hoofdstad Boedapest heeft verklaard dat zij desondanks niet op de hoogte was van gewelddaden van deelnemers aan de herdenking van de zogenaamde Dag van de Eer van 2023 die zouden hebben geleid tot actie tegen die deelnemer, met uitzondering van Ilaria Salis en twee andere verdachten in de zaak;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat Ilaria Salis, een van de drie verdachten in de zaak, volgens het verzoek is beschuldigd van drie pogingen tot het plegen van het misdrijf dat bestond uit het toebrengen van levensbedreigende slagen en verwondingen in het kader van een criminele organisatie overeenkomstig het eerste deel van artikel 164, lid 8, en in strijd met artikel 164, lid 1, van Wet C van 2012 inzake het Hongaarse wetboek van strafrecht, in twee gevallen als mededader en in één geval als medeplichtige; overwegende dat de daden die Ilaria Salis zou hebben gepleegd strafbare feiten vormen in de zin van het Hongaarse wetboek van strafrecht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat Ilaria Salis in juni 2024 bij de Europese verkiezingen is verkozen tot lid van het Europees Parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de vermeende strafbare feiten en het daaruit voortvloeiende verzoek om opheffing van de immuniteit van Ilaria Salis geen betrekking hebben op een mening of stem die Ilaria Salis in de uitoefening van haar ambt heeft geuit respectievelijk uitgebracht in de zin van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat artikel 9, eerste alinea, van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie bepaalt dat de leden van het Europees Parlement op hun eigen grondgebied de immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend, en op het grondgebied van elke andere lidstaat vrijstelling genieten van aanhouding en gerechtelijke vervolging in welke vorm ook;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de parlementaire immuniteit, overeenkomstig artikel 5, lid 2, van zijn Reglement, geen persoonlijk voorrecht van de leden is, maar een garantie voor de onafhankelijkheid van het Europees Parlement als geheel en van zijn leden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het Parlement volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie “met betrekking tot de richting die het aan een besluit op een verzoek tot opheffing [...] van de immuniteit wil geven, over een ruime discretionaire bevoegdheid [beschikt] wegens de politieke aard van een dergelijk besluit”<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T‑346/11 en T‑347/11, ECLI:EU:T:2013:23, punt 59 en de geciteerde rechtspraak.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het Parlement bij de uitoefening van deze ruime discretionaire bevoegdheid in dit specifieke geval heeft vastgesteld dat Ilaria Salis tijdens de strafprocedure tegen haar aan strenge detentieomstandigheden en strenge maatregelen werd onderworpen; overwegende dat de regionale rechtbank van de hoofdstad Boedapest blijkbaar niet op de hoogte is van gewelddadigheden die door andere deelnemers zijn gepleegd, met name degenen die de zogenaamde Dag van de Eer in 2023 herdachten, die tot actie tegen hen zouden hebben geleid; overwegende dat er derhalve twijfels lijken te bestaan over de ontvangen informatie, die niet konden worden weggenomen; overwegende dat het onderliggende doel van de procedure en het daaropvolgende verzoek derhalve lijkt te zijn om Ilaria Salis het zwijgen op te leggen vanwege haar bestendige politieke opvattingen en langdurig activisme, met name door zich te verzetten tegen de jaarlijkse neonazistische herdenking die in Boedapest mag plaatsvinden, wat ook ten grondslag ligt aan haar betrokkenheid en politieke activiteit in haar hoedanigheid van lid van het Europees Parlement;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat in dit geval dus kan worden aangenomen dat er sprake is van fumus persecutionis, dat wil zeggen “concrete elementen”<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 17 september 2020, Troszczynski/Parlement, C‑12/19 P, ECLI:EU:C:2020:725, punt 26.</FIELD></FOOTNOTE> die erop wijzen dat de gerechtelijke vervolgingen in kwestie zijn ingeleid met de bedoeling de politieke activiteiten van Ilaria Salis, in haar hoedanigheid als lid van het Europees Parlement, te ondermijnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet de rol van rechter op zich kan nemen, en overwegende dat een lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verdachte” kan worden aangemerkt<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, Briois/Parlement, T‑214/18, ECLI:EU:T:2019:266.</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>besluit de immuniteit van Ilaria Salis niet op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde Hongaarse autoriteit en aan Ilaria Salis.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>