<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0207</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Verzoek tot opheffing van de immuniteit van Klára Dobrev</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0184/2025 - Rapporteur: Ilhan Kyuchyuk)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 7 oktober 2025 over het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Klára Dobrev (2024/2042(IMM))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verzoek tot opheffing van de immuniteit van Klára Dobrev, dat op 29 augustus 2024 werd ingediend door de regionale rechterlijke instantie Boedapest II en III in verband met een strafrechtelijke procedure die tegen haar is ingeleid door middel van een particuliere aanklacht, dat op 16 september 2024 ter plenaire vergadering is meegedeeld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>na Klára Dobrev op 29 januari 2025 te hebben gehoord overeenkomstig artikel 9, lid 6, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 8 en 9 van protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie, en artikel 6, lid 2, van de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 4, lid 2, van de Hongaarse grondwet,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 21 oktober 2008, 19 maart 2010, 6 september 2011, 17 januari 2013, 19 december 2019 en 5 juli 2023<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 21 oktober 2008, Marra/De Gregorio en Clemente, C-200/07 en C-201/07, ECLI:EU:C:2008:579; arrest van het Gerecht van 19 maart 2010, Gollnisch/Parlement, T-42/06, ECLI:EU:T:2010:102; arrest van het Hof van Justitie van 6 september 2011, Patriciello, C-163/10, ECLI:EU:C:2011:543; arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23; arrest van het Hof van Justitie van 19 december 2019, Junqueras Vies, C-502/19, ECLI:EU:C:2019:1115; arrest van het Gerecht van 5 juli 2023, Puigdemont i Casamajó e.a./Parlement, T-272/21, ECLI:EU:T:2023:373.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 5, lid 2, artikel 6, lid 1, en artikel 9 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie juridische zaken (A10-0184/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de regionale rechterlijke instantie Boedapest II en III op 29 augustus 2024 een verzoek heeft ingediend tot opheffing van de parlementaire immuniteit van Klára Dobrev, lid van het Europees Parlement dat in Hongarije is verkozen, in het kader van een strafrechtelijke vervolging op basis van een aanklacht wegens laster die door een particuliere aanklager tegen haar werd ingesteld;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat volgens de particuliere aanklager Klára Dobrev op 22 februari 2024 op sociale media een foto heeft geplaatst waarop de premier van Hongarije en de particuliere aanklager te zien waren, met de vermelding dat deze laatste “ook betrokken was bij een pedofilieschandaal” dat destijds in Hongarije speelde;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat Klára Dobrev door het plaatsen van de foto laster zou hebben gepleegd, een strafbaar feit overeenkomstig artikel 226, lid 1, en artikel 226, lid 2, punt b), van Wet C van 2012 bij het Hongaarse wetboek van strafrecht; overwegende dat dit strafbare feit krachtens artikel 231, lid 2, van het Hongaarse wetboek van strafrecht alleen op basis van een particuliere aanklacht kan worden bestraft;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat Klára Dobrev bij de Europese verkiezingen van 2019 werd verkozen en ten tijde van het gestelde strafbare feit lid van het Europees Parlement was;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de immuniteit voorzien in Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie tot doel heeft het Parlement en zijn leden te beschermen tegen gerechtelijke procedures in verband met activiteiten die in de uitoefening van parlementaire taken zijn verricht en die niet van die taken kunnen worden gescheiden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat in artikel 5, lid 2, van het Reglement is bepaald dat het Parlement zich bij de uitoefening van zijn bevoegdheden met betrekking tot voorrechten en immuniteiten inzet voor de handhaving van zijn integriteit als democratische wetgevende vergadering en de waarborging van de onafhankelijkheid van zijn leden bij de uitvoering van hun taken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat in artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie wordt bepaald dat tegen leden van het Europees Parlement geen opsporing kan plaatsvinden, en dat zij evenmin kunnen worden aangehouden of vervolgd op grond van de mening of de stem die zij in de uitoefening van hun ambt hebben geuit of uitgebracht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de ten laste gelegde strafbare feiten en het daaropvolgende verzoek tot opheffing van de immuniteit van Klára Dobrev niet bestaan uit, respectievelijk geen verband houden met een mening of stem die Klára Dobrev in de uitoefening van haar ambt heeft uitgebracht in de zin van artikel 8 van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat in artikel 9, eerste alinea, punt a), van Protocol nr. 7 betreffende de voorrechten en immuniteiten van de Europese Unie is bepaald dat de leden van het Europees Parlement op hun eigen grondgebied de immuniteiten genieten welke aan de leden van de volksvertegenwoordiging in hun land zijn verleend;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat in artikel 4, lid 2, van de Hongaarse grondwet wordt bepaald dat de leden van het Hongaarse parlement parlementaire immuniteit genieten; overwegende dat op grond van artikel 74, lid 1, van Wet XXXVI van 2012 inzake het Hongaarse parlement alleen met voorafgaande toestemming van het nationale parlement een strafrechtelijke procedure of, indien er niet vrijwillig afstand wordt gedaan van de immuniteit, een inbreukprocedure tegen een afgevaardigde kan worden ingeleid of dwangmaatregelen in het kader van strafprocedures tegen hem of haar kunnen worden genomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat het Parlement volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie “met betrekking tot de richting die het aan een besluit op een verzoek tot opheffing [...] van de immuniteit wil geven, over een ruime discretionaire bevoegdheid [beschikt] wegens de politieke aard van een dergelijk besluit”<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 17 januari 2013, Gollnisch/Parlement, T-346/11 en T-347/11, ECLI:EU:T:2013:23, punt 59 en de geciteerde rechtspraak.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat Klára Dobrev wordt beschouwd als een uitgesproken tegenstander en criticus van de Hongaarse regering; overwegende dat de particuliere aanklager tevens de zus is van de voormalige president van Hongarije, die lid is van de regerende politieke partij; overwegende dat dus gesteld kan worden dat de particuliere aanklager nauwe banden heeft met personen in regeringskringen in Hongarije;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat naar Hongaars recht aanklachten wegens laster op basis van zowel het strafrecht als op basis van het burgerlijk recht kunnen worden ingediend en dat de uitkomsten van de verschillende procedures sterk uiteen kunnen lopen, bijvoorbeeld of al dan niet een gevangenisstraf kan worden opgelegd; overwegende dat het feit dat in het onderhavige geval is gekozen voor een procedure op basis van het strafrecht de vraag doet rijzen of de procedure daadwerkelijk ten doel heeft feitelijke reputatieschade te herstellen, of dit doel overschrijdt en bedoeld is om de reputatie van Klára Dobrev als lid van het Europees Parlement te schaden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat Klára Dobrev ten tijde van de feiten die aanleiding hebben gegeven tot het verzoek tot opheffing van haar parlementaire immuniteit, lid was van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken van het Europees Parlement, die zich regelmatig bezighoudt met strafrechtelijke aangelegenheden, waaronder de bescherming van kinderen en strafbare feiten die verband houden met kinderen, zoals pedofilie, en overwegende dat Klára Dobrev in haar hoedanigheid van lid van het Europees Parlement politieke standpunten innam en zich in dat kader regelmatig uitsprak tegen de politieke autoriteiten van haar land;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat in dit geval dus kan worden aangenomen dat er sprake is van fumus persecutionis, dat wil zeggen dat er “concrete elementen”<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Hof van Justitie van 17 september 2020, Troszczynski/Parlement, C-12/19, ECLI:EU:C:2020:725, punt 26.</FIELD></FOOTNOTE> zijn die erop wijzen dat de gerechtelijke procedure in kwestie is ingeleid met de bedoeling de politieke activiteiten van Klára Dobrev, en met name haar werkzaamheden als lid van het Europees Parlement, te schaden;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat het Parlement niet de rol van rechter op zich kan nemen, en overwegende dat een lid in het kader van een procedure tot opheffing van de immuniteit niet als een “verdachte” kan worden aangemerkt<FOOTNOTE><FIELD> Arrest van het Gerecht van 30 april 2019, Briois/Parlement, T-214/18, ECLI:EU:T:2019:266.</FIELD></FOOTNOTE>.</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>besluit de immuniteit van Klára Dobrev niet op te heffen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en het verslag van zijn bevoegde commissie onmiddellijk te doen toekomen aan de bevoegde autoriteit in Hongarije en aan Klára Dobrev.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST></SDOCTA>