<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0218</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2025: actualisering van de ontvangsten (eigen middelen) en aanpassingen van de uitgaven</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0165/2025 - Rapporteur: Victor Negrescu)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 8 oktober 2025 over het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2025 van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2025 – actualisering van de ontvangsten (eigen middelen) en aanpassingen aan de uitgaven (12353/2025 – C10-0209/2025 – 2025/0206(BUD))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 314 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 44,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2025, definitief vastgesteld op 27 november 2024<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/31, 27.2.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/budget/2025/31/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van de Raad van 17 december 2020 tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021‑2027<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2020/433/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen<FOOTNOTE><FIELD> PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2014/335/EU, Euratom<FOOTNOTE><FIELD> PB L 424 van 15.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/2053/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2025, vastgesteld door de Commissie op 4 juli 2025 (COM(2025)0410),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het standpunt inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2025, vastgesteld door de Raad op 16 september 2025 en meegedeeld aan het Europees Parlement op 17 september 2025 (12353/2025 – C10‑0209/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 96 en 98 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Begrotingscommissie (A10-0165/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2025 er in de eerste plaats op gericht is de ontvangstenzijde van de begroting aldus te actualiseren dat rekening wordt gehouden met de laatste ontwikkelingen, en er daarnaast op gericht is de uitgavenzijde van de begroting op enkele punten aan te passen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2025 een herziening inhoudt van de raming van de eigen middelen met betrekking tot douanerechten, die 1 % lager ligt dan de raming van mei 2024, met betrekking tot de afgetopte btw‑grondslag, die 2,4 % lager ligt dan de raming van mei 2024, met betrekking tot niet-gerecycled kunststof verpakkingsafval, die 3,5 % lager ligt dan de raming van mei 2024, en met betrekking tot de totale bni-grondslag voor de EU, die 0,5 % hoger ligt dan de raming van mei 2024;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat in het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2025 ook de bijdrage van het Verenigd Koninkrijk in 2025 op grond van het terugtrekkingsakkoord wordt geactualiseerd, die 1,53 miljard EUR bedraagt, een bescheiden daling van 25 miljoen EUR ten opzichte van de raming die in de begroting 2025 was opgenomen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat in het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2025 ook rekening wordt gehouden met de geïnde geldboeten, sancties voor niet-nakoming en negatieve rendementen tot eind mei 2025, waardoor de oorspronkelijke raming voor boeten en sancties in de begroting 2025 met 291 miljoen EUR wordt verhoogd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat in het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2025 met betrekking tot de uitgavenzijde een aantal actualiseringen van de vastleggings- en betalingskredieten wordt voorgesteld, in het bijzonder een verhoging met 3,5 miljard EUR van de betalingen voor het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling,</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>neemt kennis van het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2025 zoals ingediend door de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>wijst erop dat de daling van het bedrag aan andere eigen middelen dan het bni en de gestegen behoefte aan betalingskredieten leiden tot een stijging van de bni-bijdrage met 4,3 miljard EUR; wijst erop dat dit een verhoging inhoudt van het uniforme afroepingspercentage van het bni van 0,527 % in OGB 1/2025 naar 0,547 % in OGB 2/2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt dat in het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2025 de forfaitaire bni‑verlagingen voor de vijf begunstigde lidstaten ongeveer 9,2 miljard EUR bruto bedragen; benadrukt dat deze kortingen geïndexeerd zijn en daarom sneller zijn gestegen dan de maxima van het Meerjarig Financieel Kader (MFK), die jaarlijks worden aangepast op basis van de deflator van 2 %; benadrukt dat de begroting van de Unie de afgelopen jaren aanzienlijk onder druk is komen te staan omdat een antwoord moest worden geboden op verschillende crises; benadrukt dat deze afwijking in de vorm van kortingen de lasten voor de andere lidstaten vergroot;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>prijst de Commissie voor het feit dat zij opnieuw inspanningen heeft geleverd om mogelijke nieuwe inkomstenbronnen te vinden voor de begroting van de Unie; neemt in dit verband kennis van het voorstel van de Commissie voor een besluit van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie van 16 juli 2025; is van mening dat een snelle goedkeuring van nieuwe eigen middelen noodzakelijk is om de voor de begroting beschikbare middelen te verhogen; benadrukt dat nieuwe eigen middelen billijk moeten zijn en niet alleen essentieel zijn met het oog op de terugbetaling van de leningen in het kader van NextGenerationEU, maar ook om ervoor te zorgen dat de Unie in staat is haar hogere uitgaven te dekken; wijst in dit verband op zijn vaste standpunt dat meevallers die voortvloeien uit boeten en sancties, of soortgelijke bedragen, moeten worden gebruikt als aanvullende ontvangsten voor de Uniebegroting met het oog op crisisrespons of onverwachte behoeften en niet mogen leiden tot een overeenkomstige verlaging van de bni-bijdrage; benadrukt dat dergelijke bedragen in het huidige MFK worden “teruggegeven” aan de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat recente crises, zoals de pandemie, de ernstige problemen op het gebied van de energievoorziening en de oorlog in Oekraïne, aantonen dat er serieus moet worden nagedacht over flexibiliteit in het volgende MFK; herhaalt zijn standpunt dat het toekomstige flexibiliteitsinstrument moet worden gevuld door middel van een aantal aanvullende financieringsbronnen, waaronder het jaarlijkse overschot van het voorgaande jaar, boetes en teruggevloeide middelen; neemt kennis van de bepalingen in de voorgestelde MFK-verordening waarin de Commissie voorstelt het flexibiliteitsinstrument aan te vullen met bepaalde bedragen, in overeenstemming met de herhaalde verzoeken van het Parlement; wijst er echter op dat flexibiliteit niet ten koste mag gaan van transparantie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verwelkomt de voorgestelde verhoging van de betalingskredieten voor het Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling, een logisch gevolg van het feit dat de strategische GLB-plannen 2023‑2027 en de interventies in het kader van de programma’s 2014‑2020 versneld worden uitgevoerd, waardoor tijdens de voorgaande begrotingsjaren opgelopen vertragingen kunnen worden ingehaald;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verwelkomt de voortdurende verbeteringen op het gebied van het mechanisme voor koolstofgrenscorrectie (CBAM), maar vraagt zich af waarom een vereenvoudiging van de CBAM-verordening zou moeten leiden tot een verhoging van de vastleggingskredieten met ruim 8 miljoen EUR, in plaats van een verlaging als gevolg van een grotere efficiëntie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>vraagt zich verder af of het wenselijk is om de extra behoeften voor het gecentraliseerde douanesysteem in rubriek 1 en het CBAM in rubriek 3 te compenseren door een evenredige verlaging van de toewijzingen in het kader van het instrument voor douanecontroleapparatuur in rubriek 4; betreurt dat de huidige begrotingssituatie de Commissie ertoe heeft gebracht aanzienlijke bedragen tussen de rubrieken te herschikken en herinnert aan zijn vaste standpunt dat nieuwe beleidsprioriteiten, taken of behoeften gefinancierd moeten worden met nieuwe middelen; wijst er met nadruk op dat het regelmatig herschikken van middelen geen deugdelijke manier is om de prioriteiten van de Unie te financieren, aangezien dit afbreuk doet aan investeringen en een gevaar vormt voor de verwezenlijking van vastgelegde beleidsdoelstellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt en verwelkomt het feit dat de voorgestelde wijzigingen in het organigram van de EU-Autoriteit voor de bestrijding van witwassen ervoor zullen zorgen dat deze autoriteit haar taken tijdig en efficiënt kan uitvoeren; herinnert eraan dat deze belangrijke instelling een centrale rol speelt bij de bescherming van het geld van de belastingbetaler en nadrukkelijk wordt gesteund door het Europees Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verwelkomt de vooruitgang die Bulgarije heeft geboekt bij de invoering van de euro en staat volledig achter het verstrekken van extra middelen om de overgang naar de nieuwe munteenheid te begeleiden met passende en gerichte communicatieactiviteiten; bevestigt dat, gezien het ontbreken van een niet-toegewezen marge in rubriek 2b, hiervoor het flexibiliteitsinstrument moet worden ingezet;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan het standpunt van de Raad inzake het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2025;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter te constateren dat de gewijzigde begroting nr. 2/2025 definitief is vastgesteld en zorg te dragen voor publicatie ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING>;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de overige instellingen en de betrokken organen, alsook aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>