<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0227</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">De rol van eenvoudige belastingregels en versnippering op belastinggebied ten aanzien van het concurrentievermogen van de EU</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0155/2025 - Rapporteur: Michalis Hadjipantela)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 9 oktober 2025 over de rol van eenvoudige belastingregels en versnippering op belastinggebied ten aanzien van het concurrentievermogen van de EU (2024/2118(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 4 en de artikelen 63 tot en met 66 over de beginselen van de interne markt, het vrije verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, en de artikelen 113, 114 en 115,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2003/49/EG van de Raad van 3 juni 2003 betreffende een gemeenschappelijke belastingregeling inzake uitkeringen van interest en royalty’s tussen verbonden ondernemingen van verschillende lidstaten<FOOTNOTE><FIELD>PB L 157 van 26.6.2003, blz. 49, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/49/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de “interest- en royaltyrichtlijn”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2011/96/EU van de Raad van 30 november 2011 betreffende de gemeenschappelijke fiscale regeling voor moedermaatschappijen en dochterondernemingen uit verschillende lidstaten<FOOTNOTE><FIELD>PB L 345 van 29.12.2011, blz. 8, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/96/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (de “moeder-dochterrichtlijn”),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 14 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing [15 %] voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie<FOOTNOTE><FIELD>PB L 328 van 22.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2523/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, die het antwoord van de EU vormt op de internationale belastingcoördinatie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de lopende ontwikkelingen met betrekking tot de tweepijleroplossing van de EU voor het aanpakken van de fiscale uitdagingen als gevolg van de digitalisering van de economie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de eindverslagen van oktober 2015 die gepubliceerd zijn door de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) over het project van de OESO/G20 inzake grondslaguitholling en winstverschuiving (BEPS),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verslagen over de blauwdrukken van Pijler 1 en Pijler 2 die op 14 oktober 2020 door het inclusief kader van de OESO/G20 zijn vastgesteld, en de resultaten van de economische analyse en effectbeoordeling van de OESO van 12 oktober 2020 getiteld “Tax Challenges Arising from Digitalisation – Economic Impact Assessment” (Fiscale uitdagingen van de digitalisering – Economische effectbeoordeling),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van het inclusief kader van de OESO/G20 inzake BEPS van 8 oktober 2021 getiteld “Two-Pillar Solution to Address the Tax Challenges Arising from the Digitalisation of the Economy” (Verklaring over een tweepijleroplossing voor het aanpakken van de belastingproblematiek als gevolg van de digitalisering van de economie),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de modelvoorschriften voor Pijler 2 van het inclusief kader inzake BEPS van de OESO/G20 van 20 december 2021 voor de binnenlandse invoering van een wereldwijd minimumbelastingtarief van 15 %,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Public Law 117-169 van de Verenigde Staten van 16 augustus 2022, bekend als de “Inflation Reduction Act”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de G20-leiders van 19 november 2024 en de verklaring van de G20-ministers van 25 juli 2024 over internationale samenwerking, beide afgelegd in Rio de Janeiro,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Resolutie 79/235 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 24 december 2024 over de bevordering van inclusieve en doeltreffende internationale samenwerking op het gebied van belastingen bij de VN,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 15 juli 2020 getiteld “Actieplan voor billijke en eenvoudige belastingheffing ter ondersteuning van de herstelstrategie” (COM(2020)0312),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 18 mei 2021 getiteld “Belastingheffing van ondernemingen in de 21e eeuw” (COM(2021)0251),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 22 december 2021 voor een richtlijn van de Raad tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing van multinationale groepen in de Unie (COM(2021)0823), alsook het standpunt van het Parlement van 19 mei 2022 daarover<FOOTNOTE><FIELD>PB C 479 van 16.12.2022, blz. 89.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie van de Commissie van januari 2022 getiteld “Tax compliance costs for SMEs – An update and a complement: final report” (Fiscale nalevingskosten voor kmo’s – Een actualisering en aanvulling – Eindverslag)<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie: Europees Uitvoerend Agentschap innovatieraad en het mkb, directoraat-generaal Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf, KPMG, VVA, Di Legge, A. et al., <STRING ITALIC="on">Tax compliance costs for SMEs – An update and a complement – Final report</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2022, https://data.europa.eu/doi/10.2873/180570.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 11 mei 2022 voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van regels voor een tegemoetkoming ter vermindering van de ongelijkheid tussen vreemd en eigen vermogen en tot beperking van de aftrekbaarheid van rente voor de vennootschapsbelasting (COM(2022)0216),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 8 december 2022 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de btw-regels voor het digitale tijdperk (COM(2022)0701),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 8 december 2022 voor een verordening van de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 904/2010 wat betreft de voor het digitale tijdperk noodzakelijke regelingen voor administratieve samenwerking op het gebied van de btw (COM(2022)0703),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 8 juli 2024 voor een richtlijn van de Raad tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft het elektronische certificaat van vrijstelling van belasting over de toegevoegde waarde (COM(2024)0278),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de goedkeuring door de Raad van het pakket “btw in het digitale tijdperk” van 5 november 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2025/50 van de Raad van 10 december 2024 betreffende een snellere en veiligere vermindering van te veel ingehouden bronbelasting<FOOTNOTE><FIELD>PB L, 2025/50, 10.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2025/50/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (FASTER-richtlijn),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 12 september 2023 voor een richtlijn van de Raad betreffende een kader voor de belastingheffing van de inkomsten van bedrijven in Europa (Befit) (COM(2023)0532),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 12 september 2023 voor een richtlijn van de Raad tot vaststelling van een belastingstelsel voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor en tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU (COM(2023)0528),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie van 12 september 2023 voor een richtlijn van de Raad inzake verrekenprijzen (COM(2023)0529),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 17 en 18 april 2024 over de nieuwe deal voor het Europees concurrentievermogen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 24 mei 2024 over een eengemaakte markt die iedereen ten goede komt,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Verklaring van Boedapest van de Europese Raad over de nieuwe deal voor het Europees concurrentievermogen, die op 8 november 2024 is vastgesteld,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 11 maart 2025 over een fiscale-simplificatie- en ‑vereenvoudigingsagenda die bijdraagt tot het concurrentievermogen van de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 20 maart 2025 over concurrentievermogen, met bijzondere aandacht voor vereenvoudiging en het verminderen van administratieve lasten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 16 februari 2022 getiteld “De tenuitvoerlegging van de zesde btw-richtlijn: wat ontbreekt er om de btw-kloof in de Unie te verkleinen?”<FOOTNOTE><FIELD>PB C 342 van 6.9.2022, blz. 88.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 7 oktober 2021 over de hervorming van het EU-beleid inzake schadelijke belastingpraktijken (met inbegrip van de hervorming van de Groep gedragscode)<FOOTNOTE><FIELD>PB C 132 van 24.3.2022, blz. 167.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 februari 2022 over de gevolgen van nationale belastinghervormingen voor de economie van de EU<FOOTNOTE><FIELD>PB C 342 van 6.9.2022, blz. 14.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 maart 2022 over een Europees kader voor bronbelasting<FOOTNOTE><FIELD>PB C 347 van 9.9.2022, blz. 172.</FIELD></FOOTNOTE>, waarin wordt opgeroepen tot een gestandaardiseerd kader voor bronbelasting,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 4 oktober 2022 over de gevolgen van nieuwe technologieën voor belastingheffing: crypto en blockchain<FOOTNOTE><FIELD>PB C 132 van 14.4.2023, blz. 15.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 10 maart 2022 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende billijke en eenvoudige belastingheffing ter ondersteuning van de herstelstrategie (follow-up door het Parlement van het actieplan van de Commissie van juli en de daarin vervatte 25 initiatieven op het gebied van btw, vennootschapsbelasting en personenbelasting)<FOOTNOTE><FIELD>PB C 347 van 9.9.2022, blz. 211.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 4 mei 2022 over de follow-up van de conclusies van de Conferentie over de toekomst van Europa<FOOTNOTE><FIELD>PB C 465 van 6.12.2022, blz. 109.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de studie van het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie van 19 april 2022 getiteld “Local taxes on economic activity in municipalities in EU Member States” (Lokale belastingheffing op economische activiteiten in gemeenten in de EU-lidstaten),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 15 juni 2023 over de geleerde lessen van de Pandora Papers en andere onthullingen<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/492, 23.1.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/492/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, waarin ook wordt opgeroepen tot betere verslaglegging en informatie-uitwisseling,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 12 december 2023 over de verdere hervorming van de regels inzake vennootschapsbelasting<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/4165, 2.8.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4165/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 9 mei 2022 over het eindresultaat van de Conferentie over de toekomst van Europa<FOOTNOTE><FIELD>Raad van de Europese Unie: secretariaat-generaal van de Raad, <STRING ITALIC="on">Conferentie over de toekomst van Europa – Eindverslag – Mei 2022</STRING>, Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2022, https://data.europa.eu/doi/10.2860/637445.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Enrico Letta van april 2024 getiteld “Much more than a market” (Veel meer dan een markt)<FOOTNOTE><FIELD>Letta, E., <STRING ITALIC="on">Much more than a market – Speed, Security, Solidarity – Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens</STRING>, april 2024.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van Mario Draghi van 9 september 2024 getiteld “The future of European competitiveness” (De toekomst van het Europese concurrentievermogen)<FOOTNOTE><FIELD>Draghi, M., <STRING ITALIC="on">The future of European competitiveness</STRING>, 9 september 2024.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie economische en monetaire zaken (A10‑0155/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat een doeltreffend, eerlijk en efficiënt belastingbeleid van essentieel belang is om duurzame langetermijngroei en inclusieve samenlevingen te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de EU-lidstaten in 2023 6,712 biljoen EUR aan belastingen hebben geïnd (met inbegrip van verplichte werkelijke sociale premies), wat 4,7 % meer is dan in 2022<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie, “Data on Taxation Trends” (Gegevens over tendensen op het gebied van belastingheffing), laatst bijgewerkt op 10 maart 2025.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de EU wordt geconfronteerd met een aanzienlijke investeringskloof; overwegende dat het dichten van deze kloof cruciaal is om duurzame economische groei te waarborgen, het concurrentievermogen te versterken en de doelstellingen van de EU in het kader van de groene en de digitale transitie te verwezenlijken;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat in 2023 de belastingdruk (d.w.z. de totale belastingontvangsten als percentage van het bbp) in de EU 39,0 % van het bbp bedroeg, een lichte daling ten opzichte van 2022<FOOTNOTE><FIELD>Ibidem.</FIELD></FOOTNOTE>, maar nog steeds erg hoog;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat wereldwijd naar schatting circa 500 miljard EUR aan belastinginkomsten wordt misgelopen, waarvan naar schatting 100 miljard EUR in de EU; overwegende dat de aanvullende inkomsten lager liggen door wanbetaling van belastingen en agressieve fiscale planningsstrategieën; overwegende dat de lidstaten door deze verliezen essentiële overheidsmiddelen mislopen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat in 2023 de btw-ontvangsten 7,1 % van het bbp van de EU bedroegen en 18,3 % van de totale overheidsontvangsten<FOOTNOTE><FIELD>Ibidem.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de btw-nalevingskloof in de EU in 2022 volgens de Commissie<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie: directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie, Centrum voor sociaal en economisch onderzoek (CASE), Oxford Economics, Syntesia, Bonch-Osmolovskiy, M. et al., <STRING ITALIC="on">VAT gap in the EU</STRING> –<STRING ITALIC="on"> 2024 report</STRING> (Btw-kloof in de EU – Verslag 2024), Poniatowski, G. (redacteur), Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024, https://data.europa.eu/doi/10.2778/2476549.</FIELD></FOOTNOTE> 89,3 miljard EUR, of circa 7 % van de totale verwachte btw-inkomsten, bedroeg; overwegende dat een kwart van de btw-kloof volgens schattingen rechtstreeks verband houdt met criminele btw-fraude<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie, “Vragen en antwoorden over het verslag van 2022 over de btw-kloof”, website van de Europese Commissie, 8 december 2022, https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/qanda_22_7519.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de lidstaten verschillen in hun afhankelijkheid van belastingen, in de belastingen die zij heffen om deze ontvangsten te innen en in de manier waarop zij hun belastingmix de afgelopen tien jaar hebben gewijzigd<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie: directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie, <STRING ITALIC="on">Annual report on taxation 2024 – Review of taxation policies in the European Union</STRING> (Jaarverslag van 2024 over belastingen – Evaluatie van het belastingbeleid in de Europese Unie), Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2024, https://data.europa.eu/doi/10.2778/10846.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat fiscale nalevingskosten een aanvullende financiële last voor bedrijven vormen, boven op de belastingplicht zelf, waardoor minder tijd en middelen overblijven voor andere investeringskansen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat de totale fiscale nalevingskosten in de 27 EU-lidstaten plus het VK naar schatting 204 miljard EUR bedragen, hetgeen gelijkstaat aan 1,3 % van het gecombineerde bbp; overwegende dat micro-ondernemingen het leeuwendeel van deze kosten dragen (87 %), gevold door kleine bedrijven (10 %), en kleinere bedrijven dus onevenredig administratief worden belast<FOOTNOTE><FIELD>Europese Commissie: Europees Uitvoerend Agentschap innovatieraad en het mkb, directoraat-generaal Interne Markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf, KPMG, VVA, Di Legge, A. et al., <STRING ITALIC="on">Tax compliance costs for SMEs – An update and a complement – Final report</STRING> (Fiscale nalevingskosten voor kmo’s – Een actualisering en aanvulling – Eindverslag), Bureau voor publicaties van de Europese Unie, 2022, https://data.europa.eu/doi/10.2873/180570.</FIELD></FOOTNOTE>;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de lidstaten worden geconfronteerd met grote uitdagingen die gevolgen kunnen hebben voor hun belastingopbrengsten en belastingmix, waaronder aanzienlijke demografische veranderingen, klimaatverandering, digitalisering en automatisering;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat belastingheffing krachtens de Verdragen voornamelijk een bevoegdheid van de lidstaten is;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de toenemende mobiliteit van kapitaal, in combinatie met de bredere trends van globalisering en digitalisering in de afgelopen decennia, er onbedoeld voor heeft gezorgd dat individuele landen de doeltreffendheid van hun belastingbeleid steeds minder goed kunnen waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat in de studie van de Commissie van 2022 wordt geraamd dat bedrijven in de toen nog 28 lidstaten van de EU in 2019 gemiddeld 1,9 % van hun omzet kwijt waren aan fiscale nalevingskosten; overwegende dat bedrijven van mening waren dat de nalevingslasten voor btw en vennootschapsbelasting het grootst waren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat in het uitgebreide verslag van Draghi over de economische situatie van de EU wordt gewaarschuwd dat de productiviteit en het concurrentievermogen van de EU afnemen en wordt gesteld dat de Unie zonder ingrijpende maatregelen een langzame en pijnlijke neergang tegemoet gaat, alsook dat er behoefte is aan gecoördineerd beleid, met inbegrip van, bijvoorbeeld, het wegnemen van overbodige belemmeringen en de vermindering van bureaucratische, belastinggerelateerde obstakels;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de versnippering van het belastingbeleid en de bovenmatig complexe vormgeving daarvan diverse belemmeringen voor bedrijven en burgers op de eengemaakte markt kan opwerpen, zoals rechtsonzekerheid, bureaucratie, het risico op dubbele belastingheffing en moeilijkheden bij het aanvragen van belastingteruggave; overwegende dat deze obstakels grensoverschrijdende economische activiteiten op de eengemaakte markt ontmoedigen en dat er daardoor risico’s voor belastingautoriteiten ontstaan, zoals dubbele niet-belasting en mogelijkheden tot belastingarbitrage; overwegende dat in het uitgebreide verslag van Draghi ook wordt benadrukt dat belemmeringen op het gebied van belastingheffing die grensoverschrijdende investeringen in de EU in de weg staan, moeten worden weggenomen met als doel de versnippering van de kapitaalmarkt te verminderen, en dat EU-burgers in andere lidstaten moeten kunnen beleggen zonder complexe belastingprocedures die in feite leiden tot dubbele belastingheffing;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat fiscale versnippering volgens het verslag-Letta nog steeds een belangrijke belemmering vormt voor EU-bedrijven en kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) in het bijzonder, en dat het cruciaal is het beleid beter af te stemmen door middel van samenwerking inzake een EU-belastingkader teneinde het vrije verkeer van werknemers, goederen en diensten te vergemakkelijken en groei en particuliere investeringen te ondersteunen<FOOTNOTE><FIELD>Letta, E., <STRING ITALIC="on">Much more than a market – Speed, Security, Solidarity – Empowering the Single Market to deliver a sustainable future and prosperity for all EU Citizens</STRING>, april 2024, blz. 91, 111.</FIELD></FOOTNOTE>; overwegende dat solide en billijke belastingheffing een belangrijk instrument is om de inkomsten te genereren die nodig zijn om in alle regio’s van de EU in diensten van algemeen belang te investeren en deze in stand te houden;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belastingheffing en het ondernemingsklimaat</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt dat eenvoudige en voorspelbare belastingregels het voor belastingbetalers gemakkelijker moeten maken om hun belastingen te betalen en voor overheden om ontvangsten te beheren en te innen; benadrukt dat de EU nalevings- en bedrijfsvriendelijk moet worden gemaakt, zodat productieve sectoren kunnen concurreren en gedijen en werknemers een billijk loon kunnen verdienen en tegelijk de dubbele transitie wordt ondersteund; beklemtoont dat bovenmatig complexe belastingregels investeringen dreigen te ontmoedigen en wijst er ook op dat belastingbeleid zo moet worden vormgegeven dat de besluitvorming van economische spelers niet wordt verstoord;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>uit zijn ernstige bezorgdheid over het gevaar voor de fiscale soevereiniteit van de EU dat blijkt uit de verklaringen van de president van de Verenigde Staten van 2 april 2025 over btw in de EU-lidstaten, als onderdeel van de rechtvaardiging voor het opleggen van heffingen op invoer vanuit de EU naar de VS; benadrukt dat handelsoorlogen slecht zijn voor ondernemingen en dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de bijbehorende verstoringen van de handel te beperken en Europese belanghebbenden te raadplegen wanneer beslissingen worden genomen in reactie op die heffingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>benadrukt, zoals vermeld in het verslag-Draghi, dat uiteenlopende belastingregels in de EU een aanzienlijke hindernis vormen voor de totstandbrenging van een echte eengemaakte markt; erkent dat het belastingstelsel van de EU volledig moet stroken met de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid en samenwerking moet mogelijk maken om de nalevingskosten voor ondernemingen te verminderen; beklemtoont dat de lidstaten het recht hebben om hun belastingstelsels af te stemmen op hun specifieke nationale behoeften, maar daarbij wel gemeenschappelijke normen in acht moeten nemen, inspanningen op het gebied van de bestrijding van belastingfraude en -ontduiking moeten coördineren, ervoor moeten zorgen dat tijdig informatie wordt uitgewisseld en een gelijk speelveld moeten bevorderen; is van mening dat die resultaten met name kunnen worden gehaald door een evenwicht te vinden tussen eerbiediging van nationale bevoegdheden en waarborging van consistente interpretatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>wijst erop dat, naast inspanningen op het gebied van harmonisering, heel wat vooruitgang kan worden geboekt door belastingnaleving te vereenvoudigen en administratieve belemmeringen op de interne markt weg te nemen door middel van gemeenschappelijke uitvoeringsinstrumenten, zoals gestandaardiseerde sjablonen voor gegevensverzameling en verslaglegging, richtsnoeren van de Commissie en dialoog en uitwisseling van optimale werkwijzen tussen de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>merkt op dat EU-bedrijven, met name kmo’s, belangrijke aanjagers zijn van economische groei en werkgelegenheid op het hele continent; herinnert eraan dat kmo’s worden geconfronteerd met aanzienlijke fiscale uitdagingen als gevolg van complexe belastingregels en versnipperde belastingstelsels, die hoge administratieve lasten en nalevingskosten met zich meebrengen, waarbij de nalevingskosten voor kmo’s op ongeveer 30 % van de betaalde belastingen worden geschat, tegenover ongeveer 2 % voor grote bedrijven, waardoor de groei en innovatie van kmo’s worden belemmerd; dringt er bij de Commissie op aan de gevolgen van huidige en toekomstige voorstellen voor kmo’s in te schatten en, in nauwe samenwerking met nationale belastingautoriteiten, oplossingen te bedenken om de belastingprocedures te vereenvoudigen en de nalevingskosten te verlagen; dringt er voorts bij de Commissie op aan te analyseren waarom de voorgestelde richtlijn tot vaststelling van een belastingstelsel voor kmo’s volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor in de Raad niet met veel enthousiasme is ontvangen en verzoekt om concrete stappen en haalbare oplossingen om hier vooruitgang te boeken; dringt erop aan een integraal, gebruiksvriendelijk instrumentarium te ontwikkelen voor kmo’s en start-ups, met onder meer richtsnoeren, sjablonen en opties voor geautomatiseerde aangiften voor btw, vennootschapsbelasting, loonbelasting en andere verplichtingen, en dit instrumentarium kosteloos beschikbaar te stellen en regelmatig te actualiseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>neemt akte van de sectorspecifieke voorstellen inzake belastingen in het verslag-Draghi, in het bijzonder de aanbevelingen om de kosten van elektriciteitsverbruik te verlagen zonder het concurrentievermogen van de EU te ondermijnen, investeringen te ontmoedigen, schade toe te brengen aan de werkgelegenheid of het vertrouwen van bedrijven aan te tasten; is in dat verband erkentelijk voor de informele gedachtewisseling van de EU-ministers van Financiën van januari 2025 over de hoge energieprijzen en de prioriteit die hieraan moet worden toegekend; houdt rekening met de lopende werkzaamheden in verband met de herziening van de energiebelastingrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit (PB L 283 van 31.10.2003, blz. 51, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2003/96/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en beklemtoont hoe belangrijk de klimaatambities, de huidige economische realiteit, de hoge energieprijzen, en de behoeften op het gebied van connectiviteit zijn;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Concurrentievermogen en economische groei</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat concurrentievermogen een brede term is die verwijst naar een niveau van productiviteit dat duurzame groei en, bijgevolg, een inkomen en welzijn voor iedereen mogelijk maakt; wijst erop dat een concurrerende economie niet alleen bedrijfsvriendelijk is, maar ook wordt gekenmerkt door een hoog niveau van werkgelegenheid en sociale welvaart, mogelijkheden voor innovatie, adequate onderwijskansen en -infrastructuur en sterke instellingen en normen van rechtsstatelijkheid; erkent dat doelmatige en doeltreffende belastingheffing – met inbegrip van maatregelen om schadelijke belastingconcurrentie en een “race to the bottom” op het gebied van belastingtarieven te voorkomen – van cruciaal belang is om de overheidsmiddelen te genereren die nodig zijn voor aanhoudende publiek-private investeringen in de versterking van het concurrentievermogen, de sociale en economische cohesie en de groei in de EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>is ingenomen met de conclusies van de Europese Raad over de nieuwe deal voor het Europees concurrentievermogen; betreurt in dat verband dat belastingen niet worden genoemd als manier om het concurrentievermogen van Europa te verbeteren; dringt aan op betere samenwerking op het gebied van belastingen binnen de EU, waarbij versnippering en complexiteit worden verminderd en tegelijkertijd de samenwerking en het vertrouwen tussen de lidstaten worden bevorderd, aangezien dat van essentieel belang is om de Europese economie concurrerender te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten overeenstemming te bereiken over een gecoördineerde aanpak om belastinguitgaven van overheden transparanter te maken, teneinde te garanderen dat met deze uitgaven op kosteneffectieve wijze de gewenste, op gemeenschappelijke EU-doelstellingen en -prioriteiten afgestemde beleidsdoelen worden verwezenlijkt en dat de uitgaven geen onverwachte of negatieve gevolgen hebben voor de interne markt en geen mogelijkheden scheppen voor belastingontduiking of agressieve fiscale planning;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is ingenomen met de conclusies van de Europese Raad over fiscale simplificatie en vereenvoudiging; benadrukt dat toekomstige EU-initiatieven op het gebied van belastingheffing in de eerste plaats gericht moeten zijn op administratieve vereenvoudiging, afschaffing (waar nodig) van overlappende belastingregels, vergroting van de duidelijkheid, stroomlijning van de toepassing van belastingregels en het aanpakken van vastgestelde verschillen en inefficiënties die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de werking van de eengemaakte markt; wijst erop dat de Commissie een robuustere samenwerking moet faciliteren en aanmoedigen tussen de lidstaten en nationale belastingdiensten voor een consistentere interpretatie van de wetgeving inzake directe en indirecte belastingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>neemt kennis van het onderzoek dat in 2022 werd uitgevoerd door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie en waarin werd geconstateerd dat inkomsten voor lokale begrotingen uit belastingen op lokale economische activiteiten kunnen fungeren als stimulans voor gemeenten om lokaal op te treden en lokale economische activiteiten te bevorderen; verzoekt de Commissie hier meer onderzoek naar te doen en kennis en ervaringen uit te wisselen met de lidstaten om gemeenten aan te moedigen goed voor hun bedrijven te zorgen en zo het nog onbenutte potentieel voor meer economische groei in de EU aan te boren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>wijst erop dat goed vormgegeven en gerechtvaardigde fiscale stimulansen met economische substantie en sociaal-economische voordelen economische activiteiten kunnen bevorderen die helpen publieke doelen te verwezenlijken, met inbegrip van perifere en anderszins geografisch benadeelde gebieden in de EU; wijst erop dat fiscale stimulansen in overeenstemming moeten zijn met de Verdragen en de beperkingen op de begrotingsruimte en evenmin mogen leiden tot versnippering van de interne markt, en pleit voor een reeks instrumenten om overleg, transparantie en coördinatie tussen de lidstaten inzake belastingprikkels te waarborgen; is verheugd dat de Commissie van plan is niet-bindende richtsnoeren inzake belastingprikkels uit te brengen en dringt aan op verder onderzoek naar de gevolgen van de toepassing van de OESO-voorschriften in het kader van Pijler 2 inzake belastingprikkels en aanbevelingen te doen om te waarborgen dat deze voorschriften binnen het kader van Pijler 2 doeltreffend zijn; wijst erop hoe belangrijk het is te waarborgen dat fiscale stimulansen steeds in overeenstemming zijn met het staatssteunkader van de EU; wijst op de verbintenissen van de EU op het gebied van klimaatverandering en de aanhoudende steun van het Parlement voor deze streefdoelen, en dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de inspanningen te coördineren en de potentiële baten van fiscale stimulansen voor groene investeringen in aanmerking te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>herinnert eraan dat diverse wetgevingsinitiatieven op het gebied van belastingen zijn vastgelopen; benadrukt in dat opzicht hoe belangrijk rechtszekerheid en voorspelbaarheid zijn voor EU-ondernemingen; neemt nota van de verduidelijkingen van de Commissie met betrekking tot de vraag welke initiatieven op het gebied van belastingen moeten worden ingetrokken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belastingvereenvoudiging en digitalisering</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>herinnert aan de prioriteit van de Commissie om te zorgen voor vereenvoudiging van het ondernemerschap op alle beleidsterreinen die onder haar bevoegdheden vallen, met inbegrip van belastingheffing, met als doel de rapportagevereisten met ten minste 25 % te verlagen (en voor kmo’s met ten minste 35 %); verzoekt de Commissie in dat verband in nauw en constant overleg met de lidstaten systematisch voorafgaande effectbeoordelingen uit te voeren van alle nieuwe belastinggerelateerde wetgevingsvoorstellen, alsook een concurrentievermogenstoets af te nemen van de huidige maatregelen om de verwachte vermindering van de administratieve lasten te kwantificeren en ervoor te zorgen dat nieuwe regels in overeenstemming zijn met de EU-doelstellingen voor economische groei en de groene en digitale transitie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>dringt er bij de Commissie op aan alle situaties waarin sprake is van dubbele rapportage op te sporen en er een einde aan te maken, en een systeem op te zetten voor een doelmatige uitwisseling van gegevens tussen belastingdiensten, zodat belastingbetalers niet worden verplicht om dubbel te rapporteren; merkt op dat in dat verband eenvoudig resultaten kunnen worden geboekt, bijvoorbeeld door Richtlijn (EU) 2021/2101<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2021/2101 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2021 tot wijziging van Richtlijn 2013/34/EU wat betreft de openbaarmaking van informatie over de winstbelasting door bepaalde ondernemingen en bijkantoren (PB L 429 van 1.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2021/2101/oj).</FIELD></FOOTNOTE> betreffende openbare verslaglegging per land te wijzigen om de EU-regels gelijk te stellen aan verslagleggingsnorm 207 inzake belastingaangelegenheden van het Global Reporting Initiative; verzoekt de Commissie de meerwaarde van die gelijkstelling te analyseren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>verzoekt de Commissie en de lidstaten de fiscale verplichtingen voor de defensie-industrie verder te stroomlijnen door btw-vrijstellingen voor aanbestedingen in het kader van gezamenlijke defensie-initiatieven op EU-niveau uit te breiden en te vereenvoudigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>pleit voor de oprichting van een EU-hub voor belastinggegevens om de automatische uitwisseling van belastinggegevens te verbeteren en de administratieve lasten te verminderen; moedigt de Commissie en de lidstaten aan voort te bouwen op bestaande hulpmiddelen, zoals het systeem voor de uitwisseling van btw-informatie (VIES) en het systeem voor toezicht op het verkeer van accijnsgoederen (EMCS), en te onderzoeken of deze ook kunnen worden toegepast op andere gebieden, zoals directe belasting; beklemtoont dat een dergelijke hub de gezamenlijke analyse mogelijk moet maken van informatie die relevant is voor het controleproces van belastingen met een grensoverschrijdende component, duplicatie moet voorkomen en moet dienen als centraal toegangspunt voor belastingdiensten in de hele EU;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>wijst erop dat e-facturering van groot belang kan zijn om de transparantie te vergroten, administratieve lasten te verminderen en een praktisch en efficiënt gebruik van gerapporteerde gegevens mogelijk te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herinnert eraan dat belastingdiensten, als er geen sprake is van robuuste rapportage, niet over de elementaire informatie beschikken die nodig is om onrechtmatige fiscale praktijken op te sporen, te onderzoeken en te voorkomen; benadrukt dat toegang tot actuele, alomvattende belastinggegevens cruciaal is om te waarborgen dat belastingstelsels rechtvaardig zijn en om overheidsinkomsten te beschermen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>erkent dat belastingdiensten, om de kosten van de naleving van rapportagevereisten te rechtvaardigen, goed toegerust en doelmatig moeten zijn en moeten beschikken over naar behoren opgeleid personeel en moderne digitale infrastructuur; wijst erop dat moet worden geïnvesteerd in het vermogen van belastingautoriteiten om te garanderen dat bestaande rapportageverplichtingen optimaal worden benut;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>herinnert eraan dat eenvoudige, stabiele en voorspelbare belastingregels essentieel zijn voor een concurrerende economie en bijdragen aan de werkgelegenheid en economische groei; verzoekt de Commissie aanbevelingen te doen voor een vereenvoudigd, concurrerend belastingstelsel om de administratieve lasten voor bedrijven en burgers waar nodig te verminderen, bijvoorbeeld door het gebruik van het fiscaal identificatienummer in de verschillende lidstaten te stroomlijnen, en op het gebied van fiscale stimulansen; wijst erop dat fiscale zekerheid, het vereenvoudigen van teruggaafprocedures en aftrekposten belangrijke oplossingen zijn om de administratieve lasten te verminderen, in het bijzonder voor kmo’s;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>wijst erop hoe belangrijk een algemene belastingvereenvoudiging is; beklemtoont dat de deelname van particuliere beleggers aan kapitaalmarkten moet worden vergroot door de procedures voor belastingaangifte voor spaar- en beleggingsrekeningen te vereenvoudigen, in het bijzonder wanneer er voor deze rekeningen fiscale stimulansen gelden; merkt voorts op dat de Commissie proefprojecten op het gebied van samenwerking bij de naleving voor ondernemingen uitvoert, die tot doel hebben het aantal controles te verminderen en de geschillenbeslechting voor bedrijven die aan strenge nalevingsnormen voldoen, te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>wijst op het potentieel van digitalisering, met name artificiële intelligentie (AI), als middel om de administratieve lasten en nalevingskosten voor bedrijven, met name kmo’s, te verminderen en om btw-fraude te kunnen opsporen, al moet de kwaliteit nog steeds door een mens wordt gecontroleerd, ook om risico’s op discriminatie te voorkomen; merkt op dat digitalisering ook de werking van belastingdiensten kan verbeteren, mits transparantie en voldoende toezicht op geautomatiseerde besluitvorming met betrekking tot belastingen worden gewaarborgd; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de digitalisering en vereenvoudiging van de belastingadministratie te bevorderen en tegelijkertijd samenwerking, coördinatie en de uitwisseling van optimale werkwijzen en knowhow tussen nationale autoriteiten te verbeteren, waarbij de Commissie moet optreden als facilitator;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>beklemtoont dat de lidstaten toereikende personele en financiële middelen moeten toewijzen voor de invoering van nieuwe belastingwetgeving en voor de modernisering van belastingdiensten, met name door te investeren in personeel, opleidingen en geïntegreerde, interoperabele IT-systemen en raadpleging van de particuliere sector; verzoekt de Commissie haar steun via het Fiscalis-programma uit te breiden en na te denken over een specifiek EU-financieringsprogramma om dergelijke investeringen verder te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>verzoekt de Commissie binnen de grenzen van haar bevoegdheden en in nauw en constant overleg met de lidstaten het huidige btw-kader te evalueren en te vereenvoudigen om de administratieve lasten te verminderen, onder meer voor ondernemingen en gemeenschapsorganisaties, het concurrentievermogen te vergroten en de kloof tussen de verwachte ontvangsten en het daadwerkelijk geïnde bedrag (btw-kloof) te verkleinen; dringt nogmaals aan op een vereenvoudigd en gemoderniseerd btw-stelsel met beperking van vrijstellingen en afwijkende tarieven teneinde een eerlijk concurrentievermogen te bevorderen, de nalevingskosten te verlagen en vrijwillige naleving te verbeteren; neemt kennis van het pakket “btw in het digitale tijdperk” en verzoekt de Commissie duidelijke en consistente richtsnoeren uit te vaardigen om een soepele uitvoering van Richtlijn (EU) 2025/516<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2025/516 van de Raad van 11 maart 2025 tot wijziging van Richtlijn 2006/112/EG wat betreft de btw-regels voor het digitale tijdperk (PB L, 2025/516, 25.3.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2025/516/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te waarborgen, in het bijzonder met betrekking tot de vereisten inzake digitale rapportage van de EU; benadrukt dat de btw-nalevingskloof aanzienlijk verschilt van lidstaat tot lidstaat en is ingenomen met de vaststelling van het pakket “btw in het digitale tijdperk” als middel om de transparantie te vergroten en fraude te verminderen; dringt aan op een gecoördineerde nationale uitvoering om de samenhang te waarborgen en te garanderen dat het éénloketsysteem voor btw efficiënt en gebruiksvriendelijk is, met name voor kmo’s; pleit voor verdere hervormingen om elektronische btw-registratie voor kleine ondernemingen te vergemakkelijken en de btw-inning meer te digitaliseren; verzoekt de Commissie voort te bouwen op het éénloketsysteem voor btw en het uit te breiden naar grensoverschrijdende elektronische detailhandel zodat de administratieve lasten en nalevingskosten kunnen worden verminderd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>merkt op dat in de afgelopen tien jaar een duidelijke verschuiving is opgetreden in het koopgedrag naar aanleiding van de sterke opkomst van elektronische handel tijdens de COVID-19-pandemie, een trend tot op heden voortduurt; erkent dat online-aankopen zouden moeten bijdragen tot een hoger niveau van btw-naleving vanwege het elektronische controlespoor, maar in het verslag van de Commissie van 2024 over de btw-kloof wordt echter benadrukt dat deze correlatie vanwege de complexiteit die is gemoeid met onlineverkopen niet zo evident is; dringt er bij de Commissie op aan te beoordelen of het btw-acquis geschikt is voor het beoogde doel, gezien de toenemende populariteit van elektronische handel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>dringt erop aan Richtlijn 2008/9/EG<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2008/9/EG van de Raad van 12 februari 2008 tot vaststelling van nadere voorschriften voor de in Richtlijn 2006/112/EG vastgestelde teruggaaf van de belasting over de toegevoegde waarde aan belastingplichtigen die niet in de lidstaat van teruggaaf maar in een andere lidstaat gevestigd zijn (PB L 44 van 20.2.2008, blz. 23, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2008/9/oj).</FIELD></FOOTNOTE> van de Raad te verbeteren; benadrukt dat het belangrijk is te analyseren of het mogelijk is grensoverschrijdende btw-teruggaven te integreren in het éénloketsysteem teneinde de btw-naleving verder te vereenvoudigen voor bedrijven die grensoverschrijdend handelen, en tegelijkertijd afstemming op bestaande btw-verplichtingen in de verschillende lidstaten te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>pleit ervoor belangrijke concepten consistent toe te passen en definities te stroomlijnen met het oog op een doeltreffender btw-stelsel, bijvoorbeeld door een gemeenschappelijke interpretatie van “geïnstalleerd of gemonteerd goed” toe te passen, waarnaar wordt verwezen in artikel 36 van de btw-richtlijn<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 347 van 11.12.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2006/112/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, en door de definities van “vaste inrichting” of andersoortige inrichtingen consistent toe te passen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>benadrukt dat er behoefte bestaat aan een duurzamer en rechtvaardiger btw-stelsel waarin meer aandacht is voor manieren waarop btw-tarieven kunnen worden aangewend om duurzaamheidsdoelstellingen te verwezenlijken; stelt de Commissie voor na te gaan of de btw-heffing kan worden afgeschaft op goederen die gratis worden geleverd voor sociale en milieudoeleinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>is van mening dat verlaagde btw-tarieven het legitieme doel kunnen dienen om de brede sociale en economische doelstellingen van de lidstaten te ondersteunen, waaronder steun voor kwetsbare leden van de samenleving en kinderen, maar dat een brede toepassing ervan tot meer rechtsonzekerheid en een complexer belastingstelsel leidt; benadrukt dat verlaagde btw-tarieven kunnen leiden tot een daling van de prijs voor de consument, maar dat dit ook van andere factoren afhankelijk is; is derhalve van mening dat het in het kader van vereenvoudigingsinspanningen nuttig is regelmatig te evalueren en te beoordelen welke verlaagde btw-tarieven noodzakelijk zijn en op doeltreffende wijze bijdragen tot de beoogde beleidsdoelen van de lidstaten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>herhaalt zijn standpunt over het voorgestelde belastingstelsel voor kmo’s volgens de regels van de lidstaat van het hoofdkantoor, de voorgestelde Unshell-richtlijn en de voorgestelde tegemoetkoming ter vermindering van de ongelijkheid tussen vreemd en eigen vermogen (Debra);</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>wijst erop dat de complexiteit van en de verschillen in de wisselwerking tussen de verschillende nationale belastingstelsels kunnen leiden tot een ongelijk speelveld en een negatief effect kunnen hebben op de werking van de interne markt; benadrukt dat hierdoor mogelijk grensoverschrijdende investeringen worden ontmoedigd, wat bijzonder nadelig kan zijn voor kmo’s en ondernemingen die louter in eigen land actief zijn, aangezien zij niet over de middelen beschikken om complexe fiscale planningsstrategieën toe te passen en derhalve worden geconfronteerd met een oneerlijke concurrentieomgeving waarin schaalvergroting niet wordt gestimuleerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>neemt kennis van de werkzaamheden inzake het voorstel “Bedrijven in Europa: kader voor de belastingheffing van de inkomsten (Befit)”; herinnert aan de doelstellingen die de Commissie met het Befit-voorstel nastreeft, namelijk een vermindering van de complexiteit van belastingregels en de nalevingskosten voor bedrijven in de EU met grensoverschrijdende activiteiten; neemt er akte van dat het voorstel het potentieel heeft de versnippering te verminderen en een gelijk speelveld voor ondernemingen op de interne markt te creëren; beklemtoont dat elk EU-initiatief zowel in juridisch als in economisch opzicht een meerwaarde moet bieden en pleit voor een doeltreffende en evenwichtige aanpak waarvan alle lidstaten profiteren, waarbij het subsidiariteitsbeginsel wordt geëerbiedigd en dat strookt met de toepassing van de Pijler 2-regels van de OESO;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">OESO-pijlers 1 en 2 en internationale belastingheffing</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>benadrukt nogmaals dat de EU zich ten volle inzet voor de uitvoering van de tweepijlerbenadering van het inclusief kader van de OESO/G20, rekening houdend met de huidige situatie met betrekking tot de regels van Pijler 2, met inbegrip van het recente uitvoeringsdecreet van de Amerikaanse president van 20 januari 2025 waarin wordt verklaard dat de mondiale belastingovereenkomst van de OESO geen rechtskracht en geen rechtsgevolgen heeft in de Verenigde Staten; dringt er bij de Commissie op aan in de eerste plaats te werken aan de handhaving en bescherming van de overeenkomst om te voorkomen dat landen terugkeren naar schadelijke belastingconcurrentie ten koste van de overheidsinkomsten en de EU-belangen; dringt er bij de Commissie op aan het Parlement in kennis te stellen van noodplannen en snel gerichte maatregelen te nemen om de integriteit en doeltreffendheid van de tweedepijlerrichtlijn<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 14 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie (PB L 328 van 22.12.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2022/2523/oj).</FIELD></FOOTNOTE> te waarborgen, de belangen van de EU te beschermen en vergeldingsmaatregelen te voorkomen; stelt vast dat bij de toepassing van de tweedepijlerrichtlijn de mogelijkheid wordt geopend voor administratieve vereenvoudiging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>benadrukt dat Pijler 2 moet zorgen voor een algemeen minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de EU; is ingenomen met de omzetting ervan in nationale wetgeving; dringt aan op juridische duidelijkheid, met inachtneming van verschillen tussen de Pijler 2-regels van de OESO en de tenuitvoerlegging ervan door de lidstaten, in het bijzonder met betrekking tot scheepvaartactiviteiten, om te voorkomen dat er tegenstrijdige belastingregelingen worden ingevoerd die tot verwarring kunnen leiden; verwacht dat het proces van onderhandelingen en de publicatie van de administratieve richtsnoeren binnenkort zullen worden afgerond en dat bedrijven die onder Pijler 2 vallen zo de nodige zekerheid zullen krijgen; verwacht verdere ontwikkelingen met betrekking tot bestaande veilige havens om naleving te vergemakkelijken, zoals de ontwikkeling van een permanente veilige haven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>wijst op de significante rol die het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) hebben gespeeld bij het opsporen en onderzoeken van belastingfraude en -ontduiking, en wijst erop dat een doeltreffende samenwerking tussen deze organen en met nationale belastingautoriteiten nodig is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>neemt nota van de publicatie door de OESO van het Multilateraal Verdrag in oktober 2023, waarin de technische regels voor de uitvoering van Bedrag A van Pijler 1 en de lopende onderhandelingen zijn vastgelegd; verzoekt de Commissie de potentiële gevolgen van een digitaledienstenbelasting te onderzoeken;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Fiscale belemmeringen op de interne markt</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>neemt akte van het verslag-Letta en de verwijzing naar een vrijwillige 28e regeling, die tot doel heeft innovatieve start-ups in de EU aan te trekken en te behouden; merkt op dat het versnipperde belastinglandschap in de EU leidt tot complexiteit, onzekerheid en hoge nalevingskosten voor EU-bedrijven, met name kmo’s, en verzoekt de Commissie de voor- en nadelen van de invoering van een eventuele 28e regeling te onderzoeken en te beoordelen; onderstreept dat fiscale belemmeringen voor grensoverschrijdende investeringen moeten worden aangepakt om het bovenmatige gebruik van schulden te verminderen en de financiering uit eigen vermogen voor bedrijven te verhogen; herinnert in dat verband aan het verslag-Draghi, waarin wordt benadrukt dat EU-burgers in andere lidstaten moeten kunnen investeren zonder complexe belastingprocedures die in feite leiden tot dubbele belastingheffing; benadrukt dat de eerbiediging van deze beginselen essentieel is om van de EU een concurrerende en innovatieve investeringshub te maken; onderstreept dat het belangrijk is manieren te vinden om de regels inzake verrekenprijsdocumentatie over de hele EU te vereenvoudigen en te standaardiseren, met inbegrip van een voorzichtige en evenwichtige beoordeling van de bestaande drempels en materialiteitscriteria, en tegelijk rekening te houden met de specifieke kenmerken van de lidstaten met als doel de nalevingskosten voor transacties te verlagen zonder de transparantienormen in gevaar te brengen of agressieve fiscale planning en belastingontduiking te faciliteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>betreurt het dat het kompas voor concurrentievermogen van de Commissie geen concrete richtsnoeren bevat voor het wegnemen van fiscale belemmeringen voor grensoverschrijdende investeringen; verzoekt de Commissie gerichte studies uit te voeren om de economische effecten en effecten op het concurrentievermogen van deze versnippering te beoordelen, waarbij in het bijzonder moet worden bepaald welke sectoren hier met name de negatieve gevolgen van ondervinden en concrete maatregelen moeten worden voorgesteld om belastingstelsels te vereenvoudigen en het onderlinge vertrouwen tussen de lidstaten te versterken, in het bijzonder om kmo’s te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>is ingenomen met de FASTER-richtlijn<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2025/50 van de Raad van 10 december 2024 betreffende een snellere en veiligere vermindering van te veel ingehouden bronbelasting (PB L, 2025/50, 10.1.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2025/50/oj).</FIELD></FOOTNOTE> inzake bronbelasting die onlangs in werking is getreden en ziet deze als een belangrijke eerste stap om grensoverschrijdende belastingprocedures in de EU te moderniseren en te stroomlijnen; neemt akte van de aanbevelingen in het verslag-Draghi en verwijst naar de aanbevelingen van het Parlement in zijn resolutie over een kader voor bronbelasting<FOOTNOTE><FIELD>Resolutie van het Europees Parlement van 10 maart 2022 over een Europees kader voor bronbelasting (PB C 347 van 9.9.2022, blz. 172).</FIELD></FOOTNOTE>, waarvan de vaststelling essentieel is om de complexiteit te verminderen, de rechtszekerheid voor beleggers te vergroten en de praktijk van “treaty shopping” in te dammen; wijst er voorts op dat een hervorming van het belastingbeleid ook de verdere integratie van kapitaalmarkten van de EU in het kader van de spaar- en investeringsunie kan bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>41.</NO.P>verzoekt de Commissie een onderzoek te voeren naar de bestaande belastinggerelateerde belemmeringen voor integratie van de eengemaakte markt en met een actieplan te komen om deze weg te nemen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>42.</NO.P>pleit voor leidende beginselen inzake de rechten van belastingbetalers om vast te stellen welke fiscale belemmeringen voortbestaan op de eengemaakte markt en goede praktijken uit de hele EU aan te bevelen om de ervaring voor belastingbetalers te verbeteren en er tegelijk voor te zorgen dat die leidende beginselen het vermogen van de lidstaten niet belemmeren om antimisbruikmaatregelen in te voeren teneinde te waarborgen dat hun belastingwetgeving goed wordt gehandhaafd; neemt nota van de terughoudendheid van de Commissie om de geplande mededeling inzake de rechten van burgers als belastingbetalers, die zij heeft aangekondigd in haar actieplan voor 2021, te presenteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>43.</NO.P>is ingenomen met de mededeling van de Commissie over de spaar- en investeringsunie en, in het bijzonder, de bereidheid om verschillen in nationale procedures voor belastingheffing weg te nemen die administratieve lasten veroorzaken en belemmeringen voor grensoverschrijdende investeringen opwerpen, en om de maatregelen van de lidstaten om dit te bewerkstelligen te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>44.</NO.P>merkt op dat verschillen in de fiscale behandeling van kapitaalopbrengsten tot complexiteit en rechtsonzekerheid voor grensoverschrijdende beleggers kan leiden; beklemtoont dat in het uitgebreide verslag van Draghi wordt erkend dat fiscale belemmeringen voor grensoverschrijdende beleggingen in de EU moeten worden weggenomen die zodat de versnippering van de kapitaalmarkten kan worden verminderd; wijst op het belang van een evenwichtigere belastingmix voor de economische veerkracht en verzoekt de Commissie en de lidstaten het nut van verdere coördinatie en vereenvoudiging op dit gebied te onderzoeken om grensoverschrijdende beleggingen te stimuleren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Bestrijding van belastingontduiking en -ontwijking en agressieve fiscale planning</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>45.</NO.P>herinnert eraan dat het belangrijk is om, wanneer de Pijler 2-regels worden toegepast, toezicht te houden op mogelijke nieuwe vormen van schadelijke belastingconcurrentie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>46.</NO.P>verbindt zich ertoe agressieve fiscale planning door zowel ondernemingen als particulieren te bestrijden met het oog op een billijke Europese economie, rekening houdend met de specifieke situatie en belangen van kmo’s en huishoudens met een laag of middelhoog inkomen; is zich bewust van de aanzienlijke gevolgen van agressieve fiscale planning voor de ontvangsten, hetgeen het gelijke speelveld voor economische actoren verstoort, de belastingmoraal dreigt te ondermijnen en de heffingsgrondslag van de lidstaten uitholt; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan de samenwerking tussen de lidstaten bij de aanpak van agressieve fiscale planning te verbeteren, met name door betere informatie-uitwisseling, gecoördineerde controles en betere handhaving; herinnert daarnaast aan zijn resoluties over de toepassing van de EU-voorschriften voor de uitwisseling van belastinggegevens<FOOTNOTE><FIELD>Resolutie van het Europees Parlement van 16 september 2021 over de toepassing van de EU-voorschriften voor de uitwisseling van belastinggegevens: geboekte vooruitgang, opgedane ervaring en weg te werken belemmeringen (PB C 117 van 11.3.2022, blz. 120).</FIELD></FOOTNOTE>, de herziening van de EU-lijst van belastingparadijzen<FOOTNOTE><FIELD>Resolutie van het Europees Parlement van 21 januari 2021 over de herziening van de EU-lijst van belastingparadijzen (PB C 456 van 10.11.2021, blz. 177).</FIELD></FOOTNOTE> en de hervorming van het EU-beleid inzake schadelijke belastingpraktijken; benadrukt dat complexere belastingregelingen ongewenste stimulansen kunnen creëren voor (mogelijk lastig te detecteren) agressieve fiscale planning en belastingontduiking; verzoekt de lidstaten en de Commissie een op risicoanalysen gebaseerde en passende aanpak te hanteren om belastingfraude en agressieve fiscale planning te bestrijden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>47.</NO.P>wijst op het belang van de bestaande mechanismen die zijn opgenomen in de richtlijn betreffende de administratieve samenwerking op belastinggebied<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2011/16/oj).</FIELD></FOOTNOTE> (DAC), de richtlijn bestrijding belastingontwijking<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2016/1164 van de Raad van 12 juli 2016 tot vaststelling van regels ter bestrijding van belastingontwijkingspraktijken welke rechtstreeks van invloed zijn op de werking van de interne markt (PB L 193 van 19.7.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2016/1164/oj).</FIELD></FOOTNOTE> (ATAD) en de Multilaterale Overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten (MCAA) en die hebben geleid tot een aanzienlijke verbetering van de transparantie en van de grensoverschrijdende samenwerking tussen belastingautoriteiten, waardoor doeltreffender kan worden gereageerd op agressieve fiscale planning; wijst op de toenemende administratieve lasten en nalevingskosten voor belastingdiensten en belastingbetalers als gevolg van DAC en ATAD en is verheugd dat beide richtlijnen zullen worden geëvalueerd en vereenvoudigd, zonder dat wordt geraakt aan de huidige normen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>48.</NO.P>benadrukt dat inconsistenties tussen de ATAD en de tweedepijlerbenadering van de OESO moeten worden verholpen om samenhang en rechtszekerheid in de hele EU te waarborgen en daarbij onder meer moet worden bekeken of opties en uitzonderingen voor de lidstaten kunnen worden gestroomlijnd; neemt kennis van de aankondiging van de Commissie dat zij ATAD zal evalueren in het licht van Pijler 2 en in overeenstemming met het akkoord over Pijler 2 in het derde kwartaal van 2025 een uitgebreid verslag over de maatregelen zal presenteren; verzoekt de Commissie de lidstaten richtsnoeren te verstrekken inzake de lezing van de in ATAD opgenomen algemene antimisbruikregel en pleit voor een herziening om ATAD eenvoudiger uitvoerbaar te en doeltreffender te maken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>49.</NO.P>wijst op de rol van DAC bij het terugdringen van belastingontduiking en -ontwijking en agressieve fiscale planning en het vergroten van de transparantie, en wijst tegelijkertijd op de complexiteit en de administratieve lasten, met name in het kader van DAC 6<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies (PB L 139 van 5.6.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2018/822/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; benadrukt dat DAC 6 moet worden herzien en verzoekt de Commissie de nalevingskosten in het kader van die richtlijn te analyseren, alsook richtsnoeren te versterken, de risicoanalyse uit te breiden en technologie aan te wenden om beter gegevens te kunnen verzamelen en zo te waarborgen dat belastingtransparantie doeltreffend wordt bevorderd, en onevenredige kosten en administratieve lasten te voorkomen; meent dat bij deze nieuwe evaluatie moet worden bekeken of kmo’s kunnen worden beschermd tegen overbodige verslagleggingsverplichtingen en meer duidelijkheid kan worden verschaft over de benchmarks voor meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies; stelt voor een analyse uit te voeren met het oog op een eventuele herziening van DAC 7<FOOTNOTE><FIELD>Richtlijn (EU) 2021/514 van de Raad van 22 maart 2021 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (PB L 104 van 25.3.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2021/514/oj).</FIELD></FOOTNOTE> om te bekijken of de uitwisseling van informatie kan worden verminderd met de invoering van realtime-rapportage uit hoofde van het pakket “btw in het digitale tijdperk”;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>50.</NO.P>merkt in het bijzonder op dat het herzieningsproces moet worden benut om iets te doen aan bestaande overlappende regels en de toepassing van gemeenschappelijke regels en concepten te stroomlijnen en vereenvoudigen; wijst erop dat standaardisering van begrippen en concepten cruciaal is om de naleving te vereenvoudigen, aangezien verschillen in interpretatie tussen de lidstaten aanleiding kunnen geven tot versnippering en complexiteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>51.</NO.P>dringt aan op nauwere samenwerking tussen het EOM en Eurofisc om de uitwisseling van inlichtingen, gecoördineerde handhavingsinspanningen en grensoverschrijdende onderzoeken in de strijd tegen btw-fraude en andere vormen van belastingontduiking en -ontwijking te versterken; wijst op de noodzaak van een gestroomlijnde samenwerking tussen deze organen om een doeltreffendere en uniformere EU-respons op grensoverschrijdende belastingfraude te garanderen, waarbij hun respectieve mandaten en expertise moeten worden benut; dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan deze samenwerking te faciliteren door de mechanismen voor gegevensuitwisseling te verbeteren, adequate middelen te waarborgen en gezamenlijke onderzoeksinitiatieven te bevorderen; benadrukt dat verdere belastingcoördinatie tussen de lidstaten in de strijd tegen belastingontduiking en -ontwijking noodzakelijk is om grensoverschrijdende economische activiteiten te bevorderen; merkt op dat de EU moet waarborgen dat over alle ingevoerde producten de juiste douanerechten worden geheven;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Grensoverschrijdende belastingheffing en arbeidsmobiliteit</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>52.</NO.P>verzoekt de Commissie met een studie en, indien nodig, een pakket maatregelen te komen met als doel de belastingregels te vereenvoudigen en de fiscale versnippering voor grensarbeiders en zelfstandigen aan te pakken om het concurrentievermogen te vergroten door de interne markt te verdiepen en belastingontvangsten veilig te stellen door een gelijk speelveld tot stand te brengen; merkt op dat uiteenlopende nationale belastingstelsels leiden tot aanzienlijke belemmeringen, administratieve lasten, rechtsonzekerheid en dubbele belastingheffing, waardoor arbeidsmobiliteit en grensoverschrijdend ondernemerschap worden belemmerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>53.</NO.P>merkt op dat de grensoverschrijdende mobiliteit van personen met een ongekend tempo toeneemt en dat een dergelijk hoog niveau van mondiale mobiliteit een aanzienlijk effect heeft op belastingstelsels; wijst erop dat dergelijke mobiliteit en de effecten ervan op belastingstelsels zorgvuldig in acht moeten worden genomen in de beleidsvorming, maar dat mobiliteit en de benutting van arbeidskansen in de EU niet mogen worden ontmoedigd; merkt in dat opzicht op dat de lidstaten fiscale stimulansen gebruiken om arbeidsmobiliteit en grensoverschrijdend ondernemerschap te bevorderen; beklemtoont echter dat de lidstaten ook over duidelijke waarschuwingen en beschermingsmechanismen moeten beschikken om schadelijke belastingpraktijken waarbij individuele belastingbetalers worden aangetrokken en die tot concurrentievervalsing leiden, te voorkomen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>54.</NO.P>is zich ervan bewust dat de grensoverschrijdende mobiliteit van hoogopgeleide werknemers en anderen als gevolg van de vrijheid van verplaatsing en preferentiële belastingregelingen in sommige lidstaten toeneemt; onderstreept dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat het belastingbeleid op de interne markt eerlijk en transparant blijft en de houdbaarheid van de overheidsfinanciën in de EU niet in het gedrang brengt; verzoekt de Raad nogmaals het mandaat van de Groep gedragscode (belastingregeling ondernemingen) uit te breiden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>55.</NO.P>herinnert eraan dat er, wanneer grensarbeiders bijvoorbeeld op zakenreis gaan of telewerken, een risico ontstaat met betrekking tot belastbare aanwezigheid of vaste inrichting, hetgeen implicaties heeft voor de belasting; merkt op dat een onder de lidstaten gecoördineerde regel inzake veilige havens voor telewerken werkgevers fiscale zekerheid zou geven en de administratieve lasten zou verminderen, zodat de belastingheffing voor particulieren kan worden vereenvoudigd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Belastingheffing en innovatie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>56.</NO.P>benadrukt dat innovatie van essentieel belang is voor economische groei, het mondiale concurrentievermogen en welvaart en dat fiscale stimulansen volgens de OESO een veelgebruikt en economisch significant beleidsinstrument zijn om innovatie te bevorderen; is van mening dat overheden erover moeten waken dat fiscale stimuleringsregelingen voor onderzoek en ontwikkeling (O&amp;O) waar voor hun geld bieden, door middel van regelmatige evaluatie en de vaststelling van gerichte stimulansen die investeringen en groei aanwakkeren en het Europese concurrentievermogen op het wereldtoneel verbeteren, in overeenstemming met de voorstellen in het verslag-Draghi;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>57.</NO.P>verzoekt de Commissie verder onderzoek te voeren naar de kosteneffectiviteit van de verschillende soorten fiscale stimulansen voor O&amp;O en innovatie als het erom gaat het concurrentievermogen van de EU op het wereldtoneel te verbeteren, in overeenstemming met de voorstellen in het verslag-Draghi, waarbij wordt gewaarborgd dat deze stimulansen zo worden vormgegeven dat geformuleerde beleidsdoelstellingen worden verwezenlijkt zonder dat de belastingontvangsten worden uitgehold of het risico op belastingontwijking toeneemt; verzoekt de Commissie, in samenwerking met de lidstaten en op basis van gemeenschappelijke criteria, verschillende oplossingen en mechanismen te bekijken om O&amp;O voor start-ups te ondersteunen, waaronder overdraagbare belastingkredieten, teneinde de toegankelijkheid en doeltreffendheid van dergelijke stimulansen te verbeteren; verzoekt de Commissie de grensoverschrijdende gevolgen van dergelijke stimulansen in andere lidstaten, waaronder het risico op belastingontwijking, verder te analyseren; benadrukt dat fiscale stimulansen breder beschikbaar moeten zijn, onder meer in de vorm van belastingverminderingen en -kredieten, versnelde afschrijving en extra grote aftrek; roept de Commissie in dat opzicht op om aanbevelingen te doen en fiscale stimulansen, waar nodig specifiek voor O&amp;O, naar behoren te integreren, zonder de economische asymmetrieën in de EU te verergeren; wijst erop dat het verstandig zou zijn om stimulansen voor innovatie en O&amp;O af te stemmen op doelgerichte stimulansen voor investeringen; dringt aan op meer samenwerking en vertrouwen tussen de lidstaten, ter bevordering van een gelijk speelveld voor e-handel, digitale diensten en andere snel groeiende sectoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>58.</NO.P>wijst erop hoe belangrijk het is te waarborgen dat fiscale stimulansen volledig in overeenstemming blijven met het staatssteunkader van de EU; benadrukt hoe waardevol het staatssteunkader van de EU is om eerlijke mededinging op de interne markt te waarborgen en rechtszekerheid en een gelijk speelveld voor alle lidstaten te garanderen;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>59.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>