<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0229</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Situatie in Afghanistan: ondersteuning van vrouwen en gemeenschappen die zijn getroffen door de recente aardbevingen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(B10-0415, 0417, 0418, 0420, 0425 en 0427/2025)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 9 oktober 2025 over de situatie in Afghanistan: ondersteuning van vrouwen en gemeenschappen die zijn getroffen door de recente aardbevingen (2025/2872(RSP))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de Universele Verklaring van de rechten van de mens van 10 december 1948 en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 16 december 1966,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag van de VN inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen van 18 december 1979 en het Verdrag van de VN inzake de rechten van het kind van 20 november 1989, die beide door Afghanistan zijn geratificeerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 7 juli 2025 over de situatie in Afghanistan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de secretaris-generaal van de VN aan de VN-Veiligheidsraad van 11 juni 2025 over de situatie in Afghanistan en de implicaties hiervan voor de internationale vrede en veiligheid,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het VN-Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 en het aanvullende protocol daarbij uit 1967,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het beginsel van non-refoulement, dat in het internationaal recht is verankerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de derde bijeenkomst van speciale VN-gezanten over Afghanistan, die van 30 juni tot en met 1 juli 2024 in Doha heeft plaatsgevonden,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Afghanistan, met name de resolutie van 19 september 2024 over de verslechterende situatie van vrouwen in Afghanistan als gevolg van de recente goedkeuring van de wet inzake de “bevordering van deugd en het voorkomen van ondeugd”<FOOTNOTE><FIELD>PB C, C/2024/7211, 10.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/7211/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Raad van 14 november 2022 over vrouwen, vrede en veiligheid, en van 15 september 2021 over Afghanistan, waarin de Raad vijf ijkpunten vaststelt voor de betrekkingen van de EU met de door de taliban geleide feitelijke autoriteiten,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) van 4 oktober 2024<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 4 oktober 2024, AH en FN/Bundesamt für Fremdenwesen und Asyl, C‑608/22, C‑609/22, ECLI:EU:C:2024:828.</FIELD></FOOTNOTE>, waarin wordt geoordeeld dat systemische discriminatie zoals die waarmee Afghaanse vrouwen onder het talibanbewind worden geconfronteerd, neerkomt op vervolging in de zin van de asielwetgeving van de EU,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de op 18 februari 2017 ondertekende samenwerkingsovereenkomst inzake partnerschap en ontwikkeling tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Islamitische Republiek Afghanistan, anderzijds<FOOTNOTE><FIELD>PB L 67 van 14.3.2017, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2017/434/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de EU-richtsnoeren inzake mensenrechtenverdedigers, de EU-richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de rechten van het kind en de EU-richtsnoeren inzake geweld tegen vrouwen en meisjes en de bestrijding van alle vormen van discriminatie van vrouwen en meisjes,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 10 maart 2021 over het humanitaire optreden van de EU: nieuwe uitdagingen, zelfde beginselen (COM(2021)0110), waarin prioriteit wordt gegeven aan bescherming, rampenparaatheid en de behoeften van vrouwen en kwetsbare groepen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarlijkse landenverslag 2024 van het Wereldvoedselprogramma over Afghanistan, dat op 27 maart 2025 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de menselijke-ontwikkelingsindex voor 2022,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gemeenschappelijke verklaring van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten, in het kader van de Raad bijeen, het Europees Parlement en de Commissie van 30 juni 2017 getiteld “De nieuwe Europese consensus inzake ontwikkeling – Onze wereld, onze waardigheid, onze toekomst”,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de analyse van de International Crisis Group getiteld “Afghanistan: The Taliban Restrict Women’s Rights, Worsening the Humanitarian Crisis”, die op 31 januari 2023 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de oproep tot financiering voor humanitaire hulp voor 2025 die Unicef op 5 december 2024 heeft gedaan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de dringende oproep tot financiering voor Afghanistan die het VN-Bureau voor de vluchtelingen in september 2025 heeft gedaan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de oproep tot respons na de aardbeving in Afghanistan die Unicef op 9 september 2025 heeft gedaan,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het crisisresponsplan 2025 van de Internationale Organisatie voor Migratie voor Afghanistan, dat op 16 december 2024 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de oproep van de Wereldgezondheidsorganisatie voor noodsituaties op het gebied van gezondheid voor 2025, die op 16 januari 2025 is gepubliceerd,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de arrestatiebevelen die het Internationaal Strafhof (ICC) op 8 juli 2025 heeft uitgevaardigd tegen Haibatullah Akhundzada, de hoogste leider van de taliban, en Abdul Hakim Haqqani, de opperrechter van de taliban,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het arrest van het HvJ-EU van 16 januari 2024 in zaak C‑621/21 over het verlenen van internationale bescherming aan vrouwen die te maken hebben met gendergerelateerd geweld<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 16 januari 2024, WS/Intervyuirasht organ na Darzhavna agentsia za bezhantsite pri Ministerskia savet, C‑621/21, ECLI:EU:C:2024:47.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 136, leden 2 en 4, van zijn Reglement,</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat de provincie Kunar in het oosten van Afghanistan op 31 augustus 2025 werd getroffen door een dodelijke aardbeving met een kracht van 6,0 op de schaal van Richter, waarbij meer dan 2 200 doden en duizenden gewonden vielen, zowel in Kunar als in de naburige provincie Nangarhar; overwegende dat ruim 6 700 woningen zijn vernield en hele dorpen in puin liggen, waardoor minstens 11 000 mensen in tenten moeten wonen en risico lopen op onderkoeling nu de winter nadert; overwegende dat de wereldwijde bezuinigingen op humanitaire hulp ernstige gevolgen hebben gehad voor de crisisrespons;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het bewind van de taliban Afghanistan internationaal sterk heeft geïsoleerd, wat heeft geleid tot vertragingen bij de verlening van internationale hulp; overwegende dat vrouwen naar verhouding zwaarder door de aardbeving zijn getroffen als gevolg van de strenge sociale gedragsregels van de taliban, die voorschrijven dat vrouwen niet door mannelijke vrijwilligers mogen worden aangeraakt, en daarmee de reddingswerkzaamheden en medische behandeling belemmeren; overwegende dat de taliban sinds 5 september 2025 geen Afghaanse vrouwelijke hulpverleners of contractanten meer toelaten in de VN-kampen in Kabul, waardoor slechts in zeer beperkte mate humanitaire hulp kan worden verleend aan vrouwen en meisjes; overwegende dat de genderapartheid die het talibanregime aan Afghanistan oplegt, gevolgen heeft voor de gezondheidszorg, met een negatieve impact op de hulpverlening aan vrouwen en meisjes; overwegende dat een gebrek aan vrouwelijke artsen en strenge reisbeperkingen voor vrouwen en meisjes hebben bijgedragen tot het hoge dodental bij de aardbevingen; overwegende dat vrouwelijke humanitaire hulpverleners een cruciale rol hebben gespeeld bij het bereiken van getroffen dorpen, het verlenen van gezondheidszorg en psychosociale ondersteuning en het verdelen van hulpgoederen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de taliban sinds hun machtsovername in augustus 2021 een radicale interpretatie van de shariawetgeving opleggen en handhaven, waardoor vrouwen en meisjes bijna volledig uit het openbare leven in Afghanistan zijn verdwenen; overwegende dat deze situatie wordt afgedwongen door verregaande beperkingen ten aanzien van vrouwen en meisjes, waaronder een verbod op het volgen van secundair en hoger onderwijs, een verbod op het verrichten van de meeste vormen van werk, een verbod op het betreden van openbare ruimten en sportfaciliteiten, het opleggen van strikte kledingvoorschriften, het ontmantelen van ondersteuning voor slachtoffers van geweld en het voorschrift dat vrouwen alleen mogen reizen als ze worden begeleid door een mannelijke voogd; overwegende dat het aantal vrouwen in medische beroepen in Afghanistan drastisch is gedaald als gevolg van verdere decreten, zoals het verbod van december 2024 voor vrouwen om een medische opleiding te volgen of aan een medisch eindexamen deel te nemen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat het HvJ-EU in 2024 drie uitspraken<FOOTNOTE><FIELD>Arrest van het Hof van Justitie van 16 januari 2024, WS/Intervyuirasht organ na Darzhavna agentsia za bezhantsite pri Ministerskia savet, C‑621/21, ECLI:EU:C:2024:47; arrest van het Hof van Justitie van 11 juni 2024, K en L/Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, C‑646/21, ECLI:EU:C:2024:487; arrest van het Hof van Justitie van 4 oktober 2024, AH en FN/Bundesamt für Fremdenwesen und Asyl, C-608/22, C-609/22, ECLI:EU:C:2024:82.</FIELD></FOOTNOTE> heeft gedaan over gendergerelateerd geweld en gendergerelateerde vervolging, waarin wordt bepaald dat de lidstaten alleen geslacht en nationaliteit in ogenschouw mogen nemen bij het uitvoeren van een individuele beoordeling van een asielaanvraag van een vrouw met de Afghaanse nationaliteit;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de taliban van 30 september tot en met 2 oktober 2025 het internet in het hele land hebben afgesloten, waardoor de communicatie, het vluchtverkeer, bankdiensten en essentiële diensten werden verstoord en miljoenen Afghanen geen toegang meer hadden tot informatie en onderwijs, en waardoor met name vrouwen en meisjes een laatste redmiddel werd afgenomen om onderwijs te volgen, aangezien de taliban hun onderwijs na de zesde klas ontzeggen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat in Afghanistan volgens de Wereldgezondheidsorganisatie 422 gezondheidszorginstellingen zijn gesloten wegens geldgebrek, en dat 3,08 miljoen mensen daar de negatieve gevolgen van ondervinden; overwegende dat Afghanistan te kampen heeft met tal van noodsituaties op gezondheidsgebied, waardoor de moedersterftecijfers, die al tot de hoogste ter wereld behoorden, nog zijn gestegen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de humanitaire situatie in Afghanistan schrijnend is, met bijna 24 miljoen mensen die afhankelijk zijn van humanitaire hulp en bijna 15 miljoen mensen die te kampen hebben met acute voedselonzekerheid; overwegende dat er tussen januari en oktober 2024 meer dan 1,1 miljoen Afghanen – velen van hen gedwongen – naar Afghanistan zijn teruggekeerd, waardoor gemeenschappen die het al moeilijk hadden, nog meer onder druk zijn komen te staan; overwegende dat er in Afghanistan ruim 3,2 miljoen intern ontheemden zijn en dat er in de buurlanden 5,3 miljoen Afghaanse vluchtelingen en asielzoekers zijn;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de bezuinigingen van de VS op financiering voor buitenlandse hulp het gezondheidszorgstelsel en de voedselhulpprogramma’s in Afghanistan zwaar hebben getroffen; overwegende dat de EU en haar lidstaten nog steeds tot de grootste humanitaire donoren van Afghanistan behoren en 1 miljoen EUR aan noodhulp hebben goedgekeurd, bovenop de 161 miljoen EUR aan humanitaire hulp die in 2025 al was toegewezen aan organisaties overal in Afghanistan; overwegende dat de humanitaire hulp van de EU in Afghanistan uitsluitend via humanitaire partners wordt verstrekt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat Afghanistan blijft kampen met omvangrijke terroristische activiteiten van extremistische islamistische groeperingen, waaronder de taliban, Al Qaida en ISIS‑Khorasan, die moedwillig burgers, minderheden en humanitaire hulpverleners tot doelwit maken; overwegende dat de EU terecht geen betrekkingen heeft met de feitelijke autoriteiten van Afghanistan;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>uit zijn grote bezorgdheid over de humanitaire situatie in Kunar, Nangarhar en de naburige provincies als gevolg van de aardbevingen, betuigt zijn medeleven aan de families van de slachtoffers en dringt er bij internationale actoren op aan om zo snel mogelijk hulp te bieden aan de overlevenden; benadrukt dat er meer noodhulp moet komen voor achtergestelde bevolkingsgroepen, dat er aan grensovergangen bijstand moet worden verleend aan terugkerende migranten en dat met name de gezondheidszorg voor moeders en kinderen moet worden verbeterd; verzoekt de feitelijke autoriteiten van Afghanistan alle beperkingen op te heffen die de toegang tot of de verdeling van humanitaire hulp bemoeilijken; hekelt het feit dat het Afghaanse regime de vrouwelijke slachtoffers van deze tragedie opzettelijk in de steek heeft gelaten en beschouwt dit als een misdaad tegen de menselijkheid;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>veroordeelt ten stelligste repressieve maatregelen zoals de recente blokkering van het internet die de taliban in het hele land hebben opgelegd; herhaalt dat deze praktijken de bevolking van Afghanistan, en met name vrouwen die online onderwijs konden volgen, nog meer isoleren en negatieve gevolgen hebben voor humanitaire hulpoperaties en de zo al kwetsbare economie van het land; vraagt de feitelijke autoriteiten om in de toekomst van dergelijke praktijken af te zien;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>dringt er bij de internationale gemeenschap op aan om de inspanningen te coördineren bij het opvoeren en verdelen van de humanitaire hulp, het herstellen van de infrastructuur en het bieden van medische en psychologische ondersteuning, waaronder traumazorg, aan de overlevenden; roept op tot meer investeringen in veerkracht op gemeenschapsniveau, zoals aardbevingsbestendige woningen, lokale gezondheidszorgstelsels, voedselzekerheid en bestaansmiddelen voor vrouwen; verzoekt de Commissie dringend de steun voor basisbehoeften en levensonderhoud voor Afghanistan te verhogen en de middelen voor het land te verhogen; vraagt de Commissie te blijven werken via het verband tussen humanitaire hulp, ontwikkeling en vrede; wijst er nogmaals op dat de verslechterende humanitaire situatie en het algemene gebrek aan vooruitzichten op een betere toekomst kunnen leiden tot toenemende destabilisatie en radicalisering, alsook tot ontheemding binnen Afghanistan en daarbuiten; juicht het toe dat de Commissie, zoals uiteengezet in haar “Europa in de wereld”-voorstel<FOOTNOTE><FIELD>Voorstel van de Commissie van 16 juli 2025 voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het instrument “Europa in de wereld” (COM(2025)0551).</FIELD></FOOTNOTE>, voornemens is om de steun van de EU voor veerkrachtacties en geïntegreerde antwoorden op kwetsbaarheid te verhogen, en dringt er bij de Commissie en de lidstaten op aan om daarvoor meer flexibele, meerjarige financiering uit te trekken; moedigt de EU aan om de samenwerking met regionale partners en betrouwbare niet-gouvernementele organisaties op te voeren om ervoor te zorgen dat de hulpverlening waar mogelijk aan de bemoeienis van de taliban wordt onttrokken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>stelt met grote bezorgdheid vast dat de door de aardbeving getroffen regio wordt geconfronteerd met een massale toestroom van Afghaanse gezinnen die nadat zij gedwongen zijn uitgezet uit Iran en Pakistan, terugkeren naar vernielde huizen en landbouwgrond; veroordeelt de mensenrechtenschendingen waarmee deze deportaties gepaard gaan; uit zijn grote bezorgdheid over de extra druk die dit legt op de humanitairehulpinfrastructuur in deze provincies; vraagt Iran en Pakistan met klem onmiddellijk een einde te maken aan de deportaties naar Afghanistan; benadrukt in dit verband hoe belangrijk het is dat het beginsel van non-refoulement wordt nageleefd, vooral gezien het aanhoudende conflict en de instabiliteit in Afghanistan en de vervolging van etnische groepen, vrouwen en politieke tegenstanders;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>neemt met bezorgdheid kennis van de situatie van Afghaanse mensenrechtenverdedigers, journalisten en andere publieke figuren die de afgelopen tien jaar de democratische ontwikkeling in Afghanistan hebben gesteund en die documenten hebben gekregen die hun een tijdelijke status in Pakistan verlenen; verzoekt de EU en haar lidstaten deze mensen waar relevant en mogelijk te helpen bij de aanvraagprocedure;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>veroordeelt ten stelligste de talrijke gendergerelateerde beperkingen en discriminerende beleidsmaatregelen van de taliban waardoor Afghaanse vrouwen de toegang tot onderwijs, medische opleidingen, gezondheidszorg en humanitair werk wordt ontzegd, wat resulteert in genderapartheid; verzoekt de EU haar steun uit te spreken voor de erkenning van genderapartheid als misdaad tegen de menselijkheid; verzoekt de feitelijke autoriteiten van Afghanistan alle beperkingen voor vrouwen op te heffen en dringt aan op het onmiddellijke herstel van de volledige, gelijke en zinvolle deelname van vrouwen en meisjes aan het openbare leven; herhaalt zijn oproep aan de EU en de lidstaten om alle nodige maatregelen te nemen om Afghaanse vrouwen de kans te geven op zinvolle wijze deel te nemen aan internationale fora en onderhandelingen; dringt er met name bij de feitelijke autoriteiten op aan om medische opleidingscentra weer open te stellen voor vrouwen, gezien het drastische tekort aan vrouwelijk medisch personeel in het land;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>vraagt de feitelijke autoriteiten de beperkingen voor vrouwelijke humanitaire hulpverleners en studenten onmiddellijk op te heffen, zodat vrouwen ten volle kunnen deelnemen aan de hulpverlening bij rampen en vrouwenrechtenorganisaties hun werk in Afghanistan kunnen voortzetten; vraagt de autoriteiten specifiek alle beperkingen voor vrouwen die voor maatschappelijke organisaties werken, zowel op lokaal als internationaal niveau, onmiddellijk op te heffen zodat zij hun werk kunnen voortzetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>veroordeelt het niet-aflatende geweld tegen vrouwen in Afghanistan, waaronder verkrachting en seksueel geweld, gedwongen (kind)huwelijken, huiselijk geweld en gevallen van genitale verminking van vrouwen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>benadrukt dat de taliban moeten voorkomen dat Al Qaida, Da’esh, ISIS‑Khorasan en andere terroristische groeperingen of individuele terroristen gebruikmaken van het grondgebied van Afghanistan om de veiligheid van andere landen te bedreigen of aan te tasten, dat zij leden van deze groeperingen geen toevluchtsoord mogen bieden en dat zij moeten voorkomen dat deze groeperingen strijders rekruteren of trainen of geld inzamelen; uit zijn bezorgdheid over het feit dat deze toezeggingen niet worden nagekomen; dringt er bij alle betrokken partners op aan meer inspanningen te leveren om alle netwerken die terrorisme financieren, te ontmantelen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>verzoekt de EU en de lidstaten de druk op de taliban op te voeren, onder meer door middel van gerichte sancties, bevriezing van tegoeden en reisverboden op te leggen aan talibanleiders die verantwoordelijk zijn voor systematische schendingen van de mensenrechten, en door de diplomatieke betrekkingen met de taliban niet te hervatten, overeenkomstig de vijf ijkpunten in de conclusies van de Raad van september 2021 over Afghanistan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>vraagt de internationale gemeenschap de taliban ter verantwoording te roepen, onder meer door de instelling van een onafhankelijk VN-onderzoeksmechanisme voor Afghanistan, en uitvoering te geven aan de arrestatiebevelen van het ICC van juli 2025 tegen Haibatullah Akhundzada, de hoogste leider van de taliban, en Abdul Hakim Haqqani, de opperrechter van de taliban, die zijn uitgevaardigd op grond van misdaden tegen de menselijkheid in verband met de vervolging van vrouwen en meisjes; spreekt zijn steun uit voor het lopende onderzoek naar gendergerelateerde vervolging en andere mensenrechtenschendingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>is ingenomen met de instelling van een onafhankelijk onderzoeksmechanisme voor Afghanistan, waarmee het verzoek van Afghaanse slachtoffers wordt ingewilligd en dat een belangrijke mijlpaal vormt in het streven naar waarheid, gerechtigheid en verantwoording voor het Afghaanse volk, dat gebukt gaat onder internationale misdrijven en schendingen van het internationaal recht in het land; is ook ingenomen met de verlenging van het mandaat van de speciale VN-rapporteur en herhaalt diens roep om verantwoording;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de speciale gezant van de EU voor Afghanistan en de feitelijke autoriteiten van Afghanistan.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>