<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0239</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A9-0223/2022 - Rapporteurs: Loránt Vincze, Charles Goerens)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 21 oktober 2025 over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (herschikking) (COM(2021)0734 – C9-0432/2021 – 2021/0375(COD))</STRING></TI><NOTE>(Gewone wetgevingsprocedure – herschikking)</NOTE><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van de Commissie aan het Parlement en de Raad (COM(2021)0734),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 2, en artikel 224 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en artikel 106 bis van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C9‑0432/2021),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Rekenkamer van 7 april 2022<FOOTNOTE><FIELD> PB C 182 van 4.5.2022, blz. 14.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 23 februari 2022<FOOTNOTE><FIELD>PB C 275 van 18.7.2022, blz. 66.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van het Comité van de Regio’s van 28 april 2022<FOOTNOTE><FIELD> PB C 301 van 5.8.2022, blz. 102.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Interinstitutioneel Akkoord van 28 november 2001 over een systematischer gebruik van de herschikking van besluiten<FOOTNOTE><FIELD> PB C 77 van 28.3.2002, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brief d.d. 16 juni 2022 van de Commissie juridische zaken aan de Commissie juridische zaken aan de Commissie constitutionele zaken, overeenkomstig artikel 113, lid 3, van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het overeenkomstig artikel 75, lid 4, van zijn Reglement door de bevoegde commissie goedgekeurde voorlopig akkoord en de door de vertegenwoordiger van de Raad bij brief van 9 juli 2025 gedane toezegging om het standpunt van het Europees Parlement overeenkomstig artikel 294, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goed te keuren,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de artikelen 113 en 60 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het advies van de Begrotingscommissie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A9-0223/2022),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het voorstel van de Commissie volgens de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie geen andere inhoudelijke wijzigingen bevat dan die welke als zodanig in het voorstel worden vermeld en dat met betrekking tot de codificatie van de ongewijzigde bepalingen van de eerdere besluiten met die wijzigingen kan worden geconstateerd dat het voorstel louter een codificatie van de bestaande besluiten behelst, zonder inhoudelijke wijzigingen;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast, rekening houdend met de aanbevelingen van de adviesgroep van de juridische diensten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt de Commissie om hernieuwde voorlegging aan het Parlement indien zij haar voorstel vervangt, ingrijpend wijzigt of voornemens is het ingrijpend te wijzigen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST><TXTLST><IDENT TCLINK="YES"><STRING BOLD="on">P10_TC1-COD(2021)0375</STRING></IDENT><OTTXT><TI><STRING BOLD="on">Standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing vastgesteld op 21 oktober 2025 met het oog op de vaststelling van Verordening (EU, Euratom) 2025/... van het Europees Parlement en de Raad betreffende het statuut en de financiering van Europese politieke partijen en Europese politieke stichtingen (herschikking)</STRING></TI><NOTE><STRING ITALIC="on">(Aangezien het Parlement en de Raad tot overeenstemming zijn geraakt, komt het standpunt van het Parlement overeen met de definitieve rechtshandeling: Verordening (EU, Euratom) 2025/2445.)</STRING></NOTE></OTTXT></TXTLST></SDOCTA>