<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0242</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Een nieuw wetgevingskader voor producten dat geschikt is voor de digitale en de duurzame transitie</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0189/2025 - Rapporteur: David Cormand)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 21 oktober 2025 over een nieuw wetgevingskader voor producten dat geschikt is voor de digitale en de duurzame transitie (2024/2119(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 18 januari 2023 over het 30-jarig bestaan van de interne markt: de verwezenlijkingen vieren en uitkijken naar toekomstige ontwikkelingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 214 van 16.6.2023, blz. 8.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 8 mei 2025 over bekende uitdagingen en nieuwe handelspraktijken op de interne markt<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0107.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkprogramma van de Commissie voor 2025 (COM(2025)0045),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de evaluatie door van de Commissie van het nieuwe wetgevingskader (NWK) (SWD(2022)0365),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EG) nr. 765/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 tot vaststelling van de eisen inzake accreditatie en markttoezicht betreffende het verhandelen van producten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 339/93<FOOTNOTE><FIELD> PB L 218 van 13.8.2008, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2008/765/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Besluit nr. 768/2008/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende een gemeenschappelijk kader voor het verhandelen van producten en tot intrekking van Besluit 93/465/EEG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 218 van 13.8.2008, blz. 82, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2008/768(1)/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2019/1020 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende markttoezicht en conformiteit van producten en tot wijziging van Richtlijn 2004/42/EG en de Verordeningen (EG) nr. 765/2008 en (EU) nr. 305/2011<FOOTNOTE><FIELD> PB L 169 van 25.6.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2019/1020/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (verordening markttoezicht),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 5 februari 2025 over een uitgebreid EU-instrumentarium voor veilige en duurzame e-commerce (COM(2025)0037),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voorstel van 17 mei 2023 voor een verordening tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie, tot oprichting van de douaneautoriteit van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 952/2013 (COM(2023)0258),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 januari 2025 getiteld “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” (COM(2025)0030),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/1025/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (normalisatieverordening),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/2853 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2024 inzake aansprakelijkheid voor gebrekkige producten en tot intrekking van Richtlijn 85/374/EEG van de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2853, 18.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/2853/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (richtlijn productaansprakelijkheid),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2019/771 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de verkoop van goederen, tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en Richtlijn 2009/22/EG, en tot intrekking van Richtlijn 1999/44/EG<FOOTNOTE><FIELD> PB L 136 van 22.5.2019, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2019/771/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 december 2019 getiteld “De Europese Green Deal” (COM(2019)0640),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2024/1799 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende gemeenschappelijke regels ter bevordering van de reparatie van goederen en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2394 en de Richtlijnen (EU) 2019/771 en (EU) 2020/1828<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1799, 10.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1799/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004<FOOTNOTE><FIELD> PB L 345 van 27.12.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/2394/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (verordening consumentenbescherming),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2020 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen van consumenten en tot intrekking van Richtlijn 2009/22/EG<FOOTNOTE><FIELD> PB L 409 van 4.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2020/1828/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 29 juni 2022 getiteld “De Blauwe Gids van 2022: richtlijnen voor de uitvoering van de productvoorschriften van de EU”<FOOTNOTE><FIELD> PB C 247 van 29.6.2022, blz. 1.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Executive summary of the fitness check of EU consumer law on digital fairness” (SWD(2024)0231),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/2065 van het Europees Parlement en de Raad van 19 oktober 2022 betreffende een eengemaakte markt voor digitale diensten en tot wijziging van Richtlijn 2000/31/EG (digitaledienstenverordening)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 277 van 27.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/2065/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2022/1925 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2022 over betwistbare en eerlijke markten in de digitale sector, en tot wijziging van Richtlijnen (EU) 2019/1937 en (EU) 2020/1828 (digitalemarktenverordening)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 265 van 12.10.2022, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2022/1925/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 11 maart 2020 getiteld “Een nieuw actieplan voor een circulaire economie – Voor een schoner en concurrerender Europa” (COM(2020)0098),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2024/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van vereisten inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2020/1828 en Verordening (EU) 2023/1542, en tot intrekking van Richtlijn 2009/125/EG<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/1781, 28.6.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1781/oj.</FIELD></FOOTNOTE> (verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Richtlijn 2012/19/EU van het Europees Parlement en de Raad van 4 juli 2012 betreffende afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA)<FOOTNOTE><FIELD> PB L 197 van 24.7.2012, blz. 38, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2012/19/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (A10-0189/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat het nieuwe wetgevingskader (NWK) de consistentie en efficiëntie van de productwetgeving op de interne markt heeft verbeterd door dezelfde modelbepalingen toe te passen in de EU-productwetgeving, waarbij definities, verplichtingen van marktdeelnemers, het gebruik van conformiteitsbeoordelingen, markttoezicht, accreditatie van aangemelde instanties en de vrijwillige toepassing van geharmoniseerde normen om de conformiteit met de EU-productwetgeving aan te tonen, op elkaar worden afgestemd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het NWK een doeltreffend instrument is gebleken voor de bevordering van het Europese concurrentievermogen, en heeft gezorgd voor een belangrijke evolutie van de “oude aanpak” naar de “nieuwe aanpak”; overwegende dat het gericht is op essentiële eisen en een flexibel regelgevingskader mogelijk maakt dat innovatie en duurzame ontwikkeling bevordert door middel van een sterk publiek-privaat partnerschap binnen het Europese normalisatiestelsel, om ervoor te zorgen dat alleen conforme producten op de markt worden gebracht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat het goed zou zijn de bevindingen van de evaluatie van het NWK van 2022 mee te nemen in de herziening om ervoor te zorgen dat het regelgevingskader van de EU aanpasbaar blijft aan de technologische vooruitgang, digitalisering, duurzaamheid en veranderende marktbehoeften; overwegende dat het herzieningsproces van het NWK een goede gelegenheid biedt om de doeltreffendheid, efficiëntie en relevantie ervan te beoordelen, met bijzondere aandacht voor de prioriteiten van het Parlement, waaronder sociale inclusiviteit, milieuverantwoordelijkheid, productveiligheid en naleving, concurrentievermogen, vermindering van onnodige administratieve lasten en versterking van de interne markt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat in het NWK uniforme regels zijn vastgesteld om ervoor te zorgen dat producten die in de EU in de handel worden gebracht aan consistente veiligheids- en kwaliteitsnormen voldoen, hetgeen bijdraagt tot een hoog niveau van consumentenbescherming in alle lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat het NWK, als onderdeel van het Europese normalisatiestelsel, ook een sleutelrol speelt voor het concurrentievermogen van de Europese industrie door het bevorderen van innovatie, het aanmoedigen van vrijwillige bijdragen van technische deskundigen en het op de Europese interne markt brengen van de nieuwste technologieën;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat de modernisering van de productwetgeving, met name door digitalisering, de mogelijkheid biedt om de nalevingsprocedures te vereenvoudigen en onnodige administratieve lasten voor marktdeelnemers, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), te verminderen, terwijl hoge normen op het gebied van veiligheid en naleving van de regelgeving gehandhaafd blijven;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat het NWK voortdurend moet worden herzien om opkomende risico’s aan te kunnen pakken, zoals de proliferatie van nieuwe technologieën in producten; overwegende dat het NWK ook moet inspelen op de toenemende bezorgdheid over de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in producten; overwegende dat de herziening van het NWK een belangrijk instrument zal zijn om het markttoezichtkader te versterken, de uitdagingen van e-commerce en van de ontwikkeling van digitaal verbonden producten aan te pakken en rekening te houden met de nieuwe eisen van de circulaire economie;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat de evaluatie van de verordening markttoezicht, hoewel die nog geen deel uitmaakt van de herziening van het NWK, onderdeel is van de bredere inspanningen om ervoor te zorgen dat producten op de EU-markt aan hoge veiligheidsnormen voldoen en geen risico’s voor de consument of het milieu opleveren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat het digitaal productpaspoort (DPP) een centraal instrument moet zijn ter bevordering van transparantie, traceerbaarheid en geïnformeerde besluitvorming door zowel consumenten als autoriteiten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat een horizontale, sectoroverschrijdende invoering van het DDP, die nieuwe, tweedehands, opgeknapte en geherproduceerde producten omvat, de versnippering in het kader van duurzaamheidsrapportage zou verminderen en zou zorgen voor samenhang op de hele interne markt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat e-commerce de ervaringen van consumenten sterk beïnvloedt door het gemak te vergroten, toegang te bieden tot een breder scala aan goederen en diensten en consumenten te laten profiteren van betaalbaardere opties; overwegende dat e-commerce tegelijkertijd aanzienlijke problemen met betrekking tot consumentenbescherming met zich meebrengt, waaronder blootstelling aan onveilige of niet-conforme producten, verschillen wat betreft de toegankelijkheid, duidelijkheid en vergelijkbaarheid van informatie, en handelspraktijken waarmee misbruik wordt gemaakt van irrationele gedragspatronen en kwetsbaarheden van consumenten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat de EU-markt voor recommerce in 2022-2023 op 94 miljard EUR werd geschat, goed voor 12,3 % van de totale e-commerce, en tegen 2025 naar verwachting zal groeien tot 120 miljard EUR, goed voor 14 % van de e-commerce; benadrukt dat deze snelle groei wordt gedreven door meerdere factoren, waaronder een groter bewustzijn onder consumenten van duurzaamheids- en milieuvraagstukken, meer vraag naar betaalbare alternatieven en een groeiende belangstelling voor unieke artikelen, aangezien recommerce de toegang tot vintagegoederen en goederen die niet langer worden geproduceerd vergemakkelijkt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat de toename van de online verkoop van producten een aanzienlijke uitdaging vormt vanwege de moeilijkheid om de verantwoordelijke partijen te identificeren, zoals verkopers of tussenpersonen van buiten de EU, hetgeen problemen oplevert voor de handhaving; overwegende dat er nog steeds hiaten zijn bij de opsporing en aanpak van onlineverkopers die niet aan de EU-wetgeving voldoen, waardoor niet-conforme producten zonder adequaat toezicht kunnen worden verkocht;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat e-commerceplatforms onderworpen zijn aan verschillende verplichtingen uit hoofde van de digitaledienstenverordening (DSA) en de verordening algemene productveiligheid<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2023/988 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 inzake algemene productveiligheid, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn (EU) 2020/1828 van het Europees Parlement en de Raad, en tot intrekking van Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 87/357/EEG van de Raad (PB L 135 van 23.5.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/988/oj).</FIELD></FOOTNOTE> (GPSR) en in specifieke omstandigheden aansprakelijk kunnen worden gesteld uit hoofde van de richtlijn productaansprakelijkheid (PLD); overwegende dat onlineplatforms in dit opzicht aansprakelijk zijn als zij hun specifieke verplichtingen als tussenpersoon niet nakomen; overwegende dat e-commerce, met name op zeer grote onlineplatforms en niet-EU-platforms, nog steeds aanzienlijke uitdagingen met zich brengt voor het concurrentievermogen van de EU en aanleiding geeft tot bezorgdheid over de rechten, gezondheid en veiligheid van consumenten, vooral omdat bepaalde productcategorieën grote problemen opwerpen wat betreft hun impact op kwetsbare consumentengroepen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat met het NWK wordt gestreefd naar een geharmoniseerde handhaving, maar dat de werkwijze van en het toezicht door conformiteitsbeoordelingsinstanties per EU-lidstaat verschillen; overwegende dat sommige landen voortvarend te werk gaan bij het verrichten van inspecties en het handhaven van de naleving, terwijl andere landen daarbij vertraging oplopen of er geen prioriteit aan verlenen; overwegende dat deze inconsistente handhaving kan leiden tot verschillen in de mate van productveiligheid en de interne markt kan verstoren;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat het NWK moet zorgen voor geharmoniseerde, sterke conformiteitsbeoordelingsprocedures die geschikt blijven gelet op de toenemende complexiteit van digitale en onderling verbonden producten, met inbegrip van cyberbeveiligingsrisico’s en evoluerende technologische kenmerken, waarbij veiligheid en consumentenrechten prioriteit moeten krijgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat het NWK duidelijke richtsnoeren moet omvatten om te zorgen voor een consistente toepassing in alle lidstaten, hoge productveiligheidsnormen te handhaven en een billijke en transparante interne markt te bevorderen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat de rol van aangemelde instanties in het conformiteitsbeoordelingsproces moet worden versterkt door de transparantie en hun onafhankelijkheid en bevoegdheden binnen het accreditatiesysteem te vergroten, zodat zij doeltreffend kunnen reageren op problemen in verband met digitalisering en de circulaire economie en tegelijkertijd de belangen van zowel bedrijven, met name kmo’s, als consumenten kunnen beschermen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat verschillende lidstaten reeds btw-verlagingen hebben doorgevoerd voor hergebruikte, opgeknapte, gerepareerde en tweedehandsproducten, met inbegrip van producten die worden verkocht door liefdadigheidsinstellingen en op platforms van de sociale economie, met als doel de beginselen van de circulaire economie te bevorderen en de lokale economie te stimuleren;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Rol en verantwoordelijkheden van marktdeelnemers</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>benadrukt het belang van een toekomstbestendig model dat de grondbeginselen van het NWK handhaaft en tegelijk nieuwe beleidsprioriteiten en de bevindingen van de evaluatie van 2022, en in het bijzonder duurzaamheid, digitalisering en verscherpt markttoezicht, integreert; benadrukt dat de herziening ten goede moet komen aan zowel consumenten als bedrijven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat er een nieuw wetgevingskader nodig is dat aansluit bij de algemene doelstellingen om de rechtszekerheid en transparantie voor zowel consumenten als bedrijven te vergroten en het concurrentievermogen van de EU en de handhaving te versterken met gestroomlijnde nalevingsprocedures, zonder dat dit ten koste gaat van de veiligheids- of kwaliteitsnormen; benadrukt dat moet worden gestreefd naar vereenvoudiging om onnodige administratieve lasten te verminderen zonder de overeengekomen beleidsdoelstellingen te ondermijnen of de consumentenbescherming te verzwakken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>dringt erop aan dat de herziening leidt tot consistentie tussen de verschillende onderdelen van de EU-productwetgeving, waaronder de GPSR, de PLD, de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten (ESPR), de verordening artificiële intelligentie<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2024/1689 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie en tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 300/2008, (EU) nr. 167/2013, (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1139 en (EU) 2019/2144, en de Richtlijnen 2014/90/EU, (EU) 2016/797 en (EU) 2020/1828 (verordening artificiële intelligentie) (PB L, 2024/1689, 12.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1689/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de DSA, om het vrije verkeer van veilige en conforme producten binnen de interne markt te waarborgen; verzoekt de Commissie de rollen en verantwoordelijkheden van marktdeelnemers en hun overeenkomstige verplichtingen uit hoofde van Besluit nr. 768/2008/EG te herzien en, waar nodig, te actualiseren, met als doel de rechtszekerheid te vergroten, de consumentenbescherming te versterken en ervoor te zorgen dat marktdeelnemers uit de EU op gelijke voet kunnen opereren binnen de interne markt en ten opzichte van bedrijven uit derde landen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>benadrukt dat de persoon die in de EU optreedt namens handelaren van buiten de EU en voor de productconformiteit verantwoordelijk is, de consument vaak geen verhaalmogelijkheden of schadeloosstelling kan bieden, met name wanneer die persoon als gemachtigde optreedt; wijst er bovendien op dat het ontbreekt aan geharmoniseerde vereisten om ervoor te zorgen dat deze personen hun verplichtingen kunnen nakomen; dringt er bij de Commissie op aan haar grondige evaluatie van de doeltreffendheid van de bepalingen inzake de “verantwoordelijke persoon voor producten die in de Unie in de handel worden gebracht” te versnellen, mede op basis van de resultaten van het tussentijds verslag over artikel 4 van de verordening markttoezicht; roept de Commissie ertoe op de verplichting in te voeren dat handelaren van buiten de EU een verantwoordelijke persoon in de EU aan moeten wijzen die verhoogd juridisch en financieel aansprakelijk is, zodat consumenten niet van verhaalmogelijkheden verstoken blijven en voor een gelijk speelveld tussen bedrijven binnen en buiten de EU wordt gezorgd; dringt er voorts bij de Commissie op aan om operationele vereisten voor verantwoordelijke personen vast te stellen, die aspecten kunnen omvatten met betrekking tot hun economische solvabiliteit of hun vermogen om hun respectieve taken effectief uit te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>benadrukt dat het NWK moet evolueren om de integratie van de vereisten van de circulaire economie en digitalisering te ondersteunen, zoals benadrukt in de fitness check en de evaluatie van het NWK; wijst erop dat dit onder meer inhoudt dat conformiteitsbeoordelingen daadwerkelijk een antwoord moeten bieden op de uitdagingen die voortvloeien uit snel evoluerende technologieën, zoals software- en hardware-updates, productconnectiviteit en artificiële intelligentie, die aanleiding kunnen geven tot wijzigingen in essentiële productkenmerken nadat deze op de markt zijn gebracht, en tegelijkertijd het concurrentievermogen en vereenvoudigde nalevingsprocedures moeten ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>verzoekt de Commissie toe te zien op de correcte toepassing van het NWK, dat in overeenstemming moet zijn met de bestaande wetgeving van de Unie, met name met bepalingen ter versterking van de consumentenbescherming in verband met het gebruik van kunstmatige intelligentie en geautomatiseerde besluitvorming; herinnert in dit verband aan de bestaande bepalingen in de algemene verordening gegevensbescherming<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2016/679/oj).</FIELD></FOOTNOTE> en de verordening artificiële intelligentie, waarin wordt bepaald dat consumenten duidelijk moeten worden geïnformeerd wanneer beslissingen worden genomen met behulp van kunstmatige intelligentie of geautomatiseerde verwerking, met name wanneer er persoonsgegevens bij betrokken zijn, en dat consumenten in dergelijke gevallen de mogelijkheid moeten hebben om menselijke tussenkomst te vragen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>benadrukt dat een doeltreffende en consistente uitvoering van het de verordening markttoezicht, dat de hoeksteen vormt van het NWK, van groot belang is; onderstreept de essentiële rol die nationale markttoezichtautoriteiten spelen bij het waarborgen van de veiligheid en conformiteit van producten die op de EU-markt worden gebracht, met inbegrip van producten die online worden verkocht; roept op tot versterking van de operationele capaciteit en coördinatie van deze autoriteiten, zowel op nationaal als op EU-niveau, met name door middel van betere risicogebaseerde planning en gezamenlijke acties, en verzoekt de Commissie te beoordelen of er behoefte is aan een EU-markttoezichtautoriteit; benadrukt dat moet worden gezorgd voor voldoende middelen voor markttoezichtautoriteiten, en voor betere samenwerking en intensievere informatie-uitwisseling, en dat er meer gebruik moet worden gemaakt van digitale instrumenten; moedigt de Commissie en de lidstaten aan steun te blijven verlenen aan samenwerkingsmechanismen zoals het EU-netwerk voor productconformiteit, en te zorgen voor consistente handhavingspraktijken in alle sectoren en over de grenzen heen, om een goed functionerend markttoezichtsysteem te waarborgen, dat van cruciaal belang is voor de bescherming van de consument, eerlijke concurrentie en vertrouwen in de interne markt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>merkt op dat de evaluatie van de verordening markttoezicht nog geen onderdeel uitmaakt van de herziening van het NWK, maar uiterlijk in december 2026 moet worden afgerond, samen met een voorstel voor een herziening; benadrukt dat de verordening markttoezicht een centrale rol speelt bij het vergroten van de doeltreffendheid van het markttoezicht in de hele EU; stelt voor om de risicobeoordelingen van de verordening markttoezicht te blijven gebruiken om producten met een hoog risico te identificeren en de nalevingsgeschiedenis van marktdeelnemers, in het bijzonder marktdeelnemers uit derde landen, te monitoren; verzoekt de Commissie de haalbaarheid te beoordelen van een op risico’s gebaseerd waarschuwingssysteem voor exploitanten met een slechte nalevingsgeschiedenis, met het oog op een versterkte markttoezichtcontrole; stelt voor een proactiever en digitaal ondersteund toezichtmechanisme in te voeren dat wordt toevertrouwd aan door de lidstaten aangewezen nationale autoriteiten, met als doel een doeltreffender en consistenter toezicht te waarborgen; wijst er in dit verband op hoe belangrijk het is de verordening markttoezicht te actualiseren teneinde het optreden van de markttoezichtautoriteiten en de uitwisseling van informatie in de EU te stroomlijnen en te standaardiseren; beveelt aan om kernprestatie-indicatoren te ontwikkelen om de naleving systematisch en objectief te evalueren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Digitaal productpaspoort (DPP)</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>wijst op de voordelen van een horizontaal en interoperabel DPP als instrument dat toegang kan bieden tot geharmoniseerde informatie over productkenmerken, productconformiteit, toeleveringsketens, energie-efficiëntie, gedetailleerde gegevens over duurzaamheidsprestaties en essentiële gegevens over productsamenstelling, duurzaamheid, repareerbaarheid, herbruikbaarheid, recycleerbarheid, onderhoudskosten en de prijs en beschikbaarheid van reserveonderdelen; merkt op dat de specifieke informatie die in het DPP moet worden opgenomen, betrekking moet hebben op de desbetreffende productcategorie, en dat de toegangsrechten tot die informatie moeten verschillen naargelang de betrokken actoren; is van mening dat het DPP het referentiepunt moet worden voor consumenten, autoriteiten en bedrijven in de hele waardeketen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>is van mening dat het DPP de bestaande conformiteitsverklaringen moet vervangen teneinde de conformiteitsvereisten te stroomlijnen; verwelkomt in dit verband de nieuwe verordening inzake de veiligheid van speelgoed, waarbij marktdeelnemers volledig zullen kunnen vertrouwen op het DPP en geen conformiteitsverklaringen hoeven op te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>benadrukt dat het DPP van groot belang is om consumenten in staat te stellen weloverwogen keuzes te maken, waardoor het vertrouwen van de consument wordt versterkt en circulaire productstromen worden bevorderd; wijst op het potentieel van het DPP om duurzame consumptie te ondersteunen in overeenstemming met de klimaat- en milieudoelstellingen van de EU en om bij te dragen aan een grotere betrokkenheid van consumenten bij een duurzame interne markteconomie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>benadrukt dat een horizontaal DPP het werk van de markttoezichtautoriteiten en douaneautoriteiten aanzienlijk zou versoepelen omdat het een efficiënte screening van essentiële informatie over de productconformiteit voor conformiteitscontroles mogelijk zou maken; benadrukt dat markttoezichtautoriteiten ervoor moeten zorgen dat marktdeelnemers altijd de vereiste gegevens verstrekken, die permanent toegankelijk moeten zijn voor consumenten, overheidsinstanties, opknapbedrijven en reparateurs, met inachtneming van de termijnen, toegangsrechten en andere relevante bepalingen die in de desbetreffende wetgeving zijn vastgelegd; benadrukt dat de Commissie op maat gesneden ondersteuning, duidelijke richtsnoeren, gestroomlijnde procedures en instrumenten voor capaciteitsopbouw moet bieden aan relevante marktdeelnemers, met name kmo’s, om de toepassing van het DPP te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>verzoekt de Commissie een ambitieuze strategie op te stellen om de interoperabiliteit tussen het DPP en bestaande databanken te waarborgen, waaronder EU Safety Gate, het informatie- en communicatiesysteem voor markttoezicht, Certex en de toekomstige douanedatahub van de EU, alsook met mechanismen die zijn ontwikkeld in het kader van de verordening consumentenbescherming; is van mening dat de gegevens in het DPP machinaal leesbaar en gemakkelijk overdraagbaar tussen deze systemen moeten zijn, om ervoor te zorgen dat producten die door een markttoezichtautoriteit of douaneautoriteit als onveilig of niet-conform zijn aangemerkt, automatisch voor iedereen worden gemarkeerd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>verzoekt de Commissie de haalbaarheid te beoordelen van geleidelijke opneming van het DPP in het NWK, als horizontaal vereiste voor alle relevante producten die op de markt van de EU worden aangeboden; merkt echter op dat het DPP zich nog in een vroeg stadium van ontwikkeling bevindt en dat een geleidelijke aanpak nodig is om ervoor te zorgen dat marktdeelnemers zich kunnen aanpassen om aan de toepasselijke vereisten te voldoen, met het oog op een volledige tenuitvoerlegging;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>merkt op dat verschillende bedrijven actief DPP-oplossingen ontwikkelen die zijn toegesneden op tweedehandsgoederen en dat de technologische hulpmiddelen om de levenscyclus van dergelijke producten te monitoren, reeds beschikbaar zijn; verzoekt de Commissie dergelijke initiatieven te beoordelen en na te gaan of een geleidelijke invoering van het DPP voor tweedehandsartikelen, zodra het DPP voor nieuwe producten volledig is geïmplementeerd, kan bijdragen tot de bevordering van circulaire-economiemodellen, de versterking van het consumentenvertrouwen en de ondersteuning van milieudoelstellingen, met inachtneming van de veiligheidsnormen, door zowel markttoezichtautoriteiten als consumenten in staat te stellen de legitimiteit, kwaliteit en prestaties van tweedehandsproducten te beoordelen; benadrukt echter de specifieke implicaties die verbonden zijn aan tweedehandsproducten, waarbij de mogelijkheden van de verkoper, vaak een consument, om het DPP correct te actualiseren, beperkt kunnen zijn; merkt daarom op dat het voor exploitanten zoals opknapbedrijven, herproducenten en importeurs van tweedehandsgoederen moeilijk kan zijn om de oorspronkelijke informatie te verkrijgen; verzoekt de Commissie het DPP en de daarmee samenhangende vereisten te beschouwen in de context van circulaire producten en te beoordelen hoe ze de circulaire economie het best kunnen bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>is van mening dat marktdeelnemers in het kader van de uitvoering van het DPP moeten worden ondersteund bij het vereenvoudigen van hun nalevingsverplichtingen, waarbij meer verplichte informatie digitaal kan worden meegedeeld, het terugdringen van de verplichte informatieverstrekking op papier en het aanbieden van één enkel instrument voor de naleving van alle product- en informatievoorschriften; wijst er echter op dat informatie die van vitaal belang is voor de consumentenveiligheid ook op papier moet worden verstrekt, omdat niet iedereen over de nodige digitale vaardigheden of technische hulpmiddelen beschikt om toegang te krijgen tot dergelijke informatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>wijst erop dat de CE-markering fabrikanten in staat heeft gesteld de conformiteit van producten aan te tonen, die vervolgens door markttoezichtautoriteiten kan worden beoordeeld; is van mening dat de bekendheid met de CE-markering moet worden vergroot en dat de risico’s van misleidende veiligheids- of kwaliteitslabels voor consumenten moeten worden onderkend; wijst erop dat de Commissie, om misverstanden te voorkomen en de informatiestroom via het DPP te stroomlijnen, moet beoordelen of het haalbaar is om de CE-markering op een voor de verschillende productcategorieën passende wijze toe te passen, en moet beoordelen of de CE-markering fysiek op het product moet worden aangebracht of alleen via het DPP moet worden weergegeven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>verzoekt de Commissie, om meer transparantie en alomvattende productinformatie te bieden, te overwegen de relevante informatie over de CE-markering via het DPP te stroomlijnen; is van mening dat de Commissie haar inspanningen moet opvoeren om ervoor te zorgen dat de gegevensdragers van het DPP (zoals QR-codes, streepjescodes of RFID’s) passende en evenredige technische beveiligingsmaatregelen bevatten die erop gericht zijn het risico van namaak dat specifiek is voor elke productcategorie aanzienlijk te verminderen, teneinde de authenticiteit en integriteit van de gegevens te waarborgen, ongeoorloofde duplicatie te voorkomen en de markttoezichtmechanismen te versterken, en zo bij te dragen tot meer duurzaamheid en een betere consumentenbescherming;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>verzoekt de Commissie om het mogelijke gebruik van geharmoniseerde methoden in het DPP voor milieu-, duurzaamheids- en prestatiemetingen te evalueren, met het oog op de mogelijke vaststelling van EU-brede duurzaamheidsindicatoren die zijn aangepast aan de kenmerken van elk product, waarbij relevante maatstaven, zoals traceerbaarheid, recyclebaarheid en prestaties op het gebied van circulariteit, worden geïntegreerd; benadrukt dat deze index rechtstreeks en gemakkelijk toegankelijk moet zijn door middel van het DPP via een gegevensdrager, zoals een QR-code, die op het product is aangebracht, zodat consumenten toegang hebben tot duidelijke, gestructureerde, gestandaardiseerde en verifieerbare informatie over het product, teneinde het vertrouwen en het bewustzijn van de consument te vergroten; is van mening dat ook EU-bedrijven hiervan zouden profiteren, omdat het gebruik van geharmoniseerde methoden de ontwikkeling van hun eigen duurzaamheidsindexen zou vergemakkelijken en de nalevingskosten zou verlagen, terwijl de grotere transparantie hen in staat zou stellen te concurreren op basis van kwaliteit en duurzaamheid in plaats van prijs of volume;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt het potentieel van de integratie van het DPP met de beginselen van de afvalhiërarchie op een manier die kan worden ondersteund door passende indicatoren, met als doel hergebruik voorrang te geven boven recyclage; benadrukt dat ervoor moet worden gezorgd dat fabrikanten belangrijke productgegevens gedurende langere tijd bewaren;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Duurzame bedrijfsmodellen en consumptiepatronen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is voorstander van de afstemming van het NWK op bredere EU-initiatieven ter bevordering van duurzaamheid, repareerbaarheid en het ontwerp van producten met een langere levensduur, zoals Ecodesign, het recht op reparatie, het versterken van de positie van consumenten voor de groene transitie, de normalisatieverordening en de kaderrichtlijn afvalstoffen<FOOTNOTE><FIELD> Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2008/98/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, waardoor consumenten worden aangemoedigd om af te stappen van niet-duurzame consumptiepatronen, terwijl ervoor wordt gezorgd dat de herziening van het NWK de digitalisering en vereenvoudigde procedures bevordert en het concurrentievermogen van EU-bedrijven versterkt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt de Commissie de haalbaarheid te beoordelen van de integratie van regelingen voor uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR) in het NWK, met het oog op het vaststellen van een geharmoniseerd kader dat maatregelen zoals financiële prikkels en reparatiecoupons zou kunnen omvatten; is van mening dat de Commissie moet evalueren of duidelijke definities en afbakening van verantwoordelijkheden binnen het NWK kunnen voorkomen dat er overlappingen ontstaan en ervoor kunnen zorgen dat EPR-bepalingen de sectorale en afvalwetgeving versterken in plaats van dupliceren, het concurrentievermogen bevorderen door de nalevingsvereisten te stroomlijnen, met name voor lokaal geproduceerde goederen met een kleinere ecologische voetafdruk, de transparantie vergroten en eerlijke concurrentie op de interne markt waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>is er stellig van overtuigd dat duurzaamheid van groot belang is voor de bevordering van producten van hoge kwaliteit die lang meegaan, en dat fabrikanten in het NWK, in overeenstemming met de ESPR, moeten worden verplicht ervoor te zorgen dat reserveonderdelen en onderhoudsdiensten beschikbaar blijven gedurende een langere periode die is afgestemd op de productcategorie, zodat producten goed blijven werken en minder vaak vroegtijdig worden afgedankt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>verzoekt de Commissie voorts om binnen het NWK geharmoniseerde bepalingen vast te stellen met betrekking tot de recyclage en de correcte verwijdering van producten aan het einde van hun levenscyclus, rekening houdend met de vereisten van de ESPR en de kaderrichtlijn afvalstoffen; is van mening dat dit de bepalingen inzake terugnameregelingen en gerichte steunmaatregelen ter bevordering van het opknappen, hergebruiken en duurzaam beheren van digitale apparaten kan omvatten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>is bezorgd over de ecologische, sociale en economische gevolgen van fast fashion en ultra-fast fashion, en over de feitelijke en potentiële gevolgen daarvan voor de consumentenbescherming; benadrukt dat dergelijke praktijken ook grote uitdagingen met zich brengen voor de naleving van de productwetgeving van de Unie en voor een eerlijke concurrentie; merkt met bezorgdheid op dat veel in de handel gebrachte producten niet voldoen aan de chemische en veiligheidsvoorschriften van de EU en dat de marktdeelnemers vaak slechts in beperkte mate verantwoordingsplichtig zijn; verzoekt de Commissie om te beoordelen of het haalbaar is om duidelijke en geharmoniseerde definities van “fast fashion” en “ultra-fast fashion” te ontwikkelen om de specifieke risico’s van deze bedrijfsmodellen aan te pakken, een gelijk speelveld voor alle marktdeelnemers te waarborgen en versnippering van de regelgeving binnen de interne markt te voorkomen; verzoekt de Commissie verder om te beoordelen of er bepalingen vastgesteld kunnen worden die ervoor zorgen dat er uiterst doeltreffende instrumenten beschikbaar zijn om de uitdagingen aan te pakken die de toenemende verkoop van “ultrasnelle” en laagwaardige producten met zich brengt, waaronder krachtiger procedures voor conformiteitsbeoordeling en betere handhavingsinstrumenten, om te zorgen voor een interne markt waar het hoogste niveau van consumentenbescherming wordt gegarandeerd, terwijl innovatieve producten en ideeën de kans krijgen om te groeien en onnodige administratieve lasten voor verantwoordelijke bedrijven en conforme producten worden beperkt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Tweedehandsverkopers, opknapbedrijven, reparateurs en aanverwante bedrijven in circulaire bedrijfsmodellen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>benadrukt dat er in het bijzonder geharmoniseerde definities moeten worden vastgesteld van “herproducenten” “opknapbedrijven” en, waar passend, andere opkomende marktdeelnemers, en van actoren van de sociale en de circulaire economie; merkt op dat deze actoren als deze gemeenschappelijke definities ontbreken, ten onrechte als fabrikanten of importeurs kunnen worden ingedeeld en daardoor kunnen worden geacht niet te voldoen aan de verplichtingen die voor deze categorieën gelden, waardoor ze mogelijk aan sancties kunnen worden blootgesteld; is van mening dat dergelijke definities evenredig moeten zijn en zullen zorgen voor meer rechtszekerheid en transparantie met betrekking tot de rechten en plichten van deze marktdeelnemers; vindt het noodzakelijk dat deze definities worden afgestemd op de definities van de overeenstemmende activiteiten in de ESPR, voor zover zij daarin aanwezig zijn, om te zorgen voor een uniforme toepassing van de duurzaamheidsvereisten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt dat bij de vaststelling van gemeenschappelijke definities rekening moet worden gehouden met de specifieke verplichtingen waaraan economische actoren, zoals opknapbedrijven en reparateurs en andere opkomende economische actoren redelijkerwijs kunnen voldoen gelet op de aard en de beperkingen van hun respectieve bedrijfsmodellen; is van mening dat grotere juridische duidelijkheid de ontwikkeling van de tweedehandsmarkt kan helpen bevorderen en kan bijdragen aan een duurzamer en veerkrachtiger consumptiemodel, met specifieke voordelen voor kmo’s en lokale economische activiteiten; benadrukt in dit verband het belang van de in het kader van het recht op reparatie vastgestelde regels om reparatie van producten gemakkelijker en aantrekkelijker te maken voor consumenten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>wijst erop dat het vertrouwen van de consument in tweedehands producten moet worden verbeterd en vraagt dat er een EU-breed certificeringsmechanisme voor opknapbedrijven en reparateurs wordt ingevoerd; is van mening dat een dergelijk mechanisme gebaseerd moet zijn op gemeenschappelijke methodologieën, die moeten worden ontwikkeld met inachtneming van lokale specifieke kenmerken, met als doel de ontwikkeling van duurzame en concurrerende bedrijfsmodellen te vergemakkelijken die ook het scheppen van hoogwaardige banen in de EU stimuleren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>wijst erop dat het NWK onafhankelijke opknapbedrijven geen toegang biedt tot technische documentatie of conformiteitsverklaringen; benadrukt dat dit gebrek aan toegang een belemmering voor het legaal en veilig opknappen van producten vormt, met name voor complexe producten zoals elektronica en machines, als die toegang noodzakelijk is om de conformiteit te waarborgen; is van mening dat het DPP deze lacune zou kunnen dichten door actoren die zich bezighouden met legitieme reparatie- en opknapwerkzaamheden toegang te verlenen tot relevante nalevings- en veiligheidsinformatie die nodig is om producten op legale wijze weer in een conforme staat te brengen; is van mening dat deze toegang beperkt moet blijven tot wat nodig is om de veiligheid te waarborgen en de goede uitvoering van hun taken mogelijk te maken, waarbij rekening moet worden gehouden met de bescherming van commercieel gevoelige informatie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>benadrukt dat er een duidelijke en geharmoniseerde definitie van “ingrijpende wijziging” ontwikkeld moet worden, die als uitgangspunt kan dienen voor productspecifieke wetgeving, waarbij “ingrijpende wijziging” onderscheiden moet worden van routinematige reparaties of routinematig onderhoud; is van mening dat een gestandaardiseerde beoordelingsprocedure om te bepalen of een wijziging ingrijpend is, de rechtszekerheid zou vergroten en tweedehandsverkopers zou ondersteunen; is van mening dat er dringend behoefte is aan de ontwikkeling van richtsnoeren die regelmatig worden herzien met betrekking tot gangbare renovatie- en reparatieprocessen, met name voor elektronische apparaten, zoals de vervanging van schermen, batterijen of camera’s, met vermelding van compatibele onderdelen, teneinde een vermoeden van conformiteit met de toepasselijke wetgeving te creëren, de ontwikkeling van circulaire bedrijfsmodellen te bevorderen en het werk van relevante autoriteiten en marktdeelnemers te ondersteunen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>wijst op het aanzienlijke economische potentieel van recommerce, hetgeen de activiteiten van opknapbedrijven, reparateurs en andere opkomende actoren omvat, als levensvatbaar alternatief voor niet-duurzame consumptiemodellen; verzoekt de Commissie en de consumentenautoriteiten om bewustmakingscampagnes te voeren over de voordelen van alternatieven op het gebied van hergebruik en recommerce;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Normalisatie en conformiteitsbeoordelingen</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>32.</NO.P>is van mening dat geharmoniseerde normen een centraal element van de interne markt vormen ter ondersteuning van de doelstellingen van algemeen belang die in het EU-recht zijn vastgelegd; benadrukt dat de Commissie verantwoordelijk is voor het indienen van normalisatieverzoeken met het oog op het waarborgen van de belangen van de consument, de gezondheid, de veiligheid, de milieubescherming en de gegevensbeveiliging, alsook voor het bevorderen van sociale inclusie, het ondersteunen van het concurrentievermogen, het stimuleren van innovatie, het verminderen van onnodige administratieve lasten en het vereenvoudigen van nalevingsprocedures; merkt in dit verband op dat de Europese normalisatieorganisaties bij het beantwoorden van die verzoeken rekening moeten houden met het in EU-rechtshandelingen verankerde algemeen openbaar belang, en bij moeten dragen tot de verwezenlijking van de strategische prioriteiten van de Unie, met inbegrip van de transitie naar een klimaatneutrale economie, een efficiënter hulpbronnengebruik en de ontwikkeling van circulaire economische modellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>33.</NO.P>is verheugd dat in de strategie voor de interne markt wordt onderkend dat ondernemingen nog steeds worden geconfronteerd met uitdagingen als gevolg van het ontbreken of de vertraagde beschikbaarheid van tijdig beschikbare en doeltreffende geharmoniseerde normen, wat leidt tot hogere kosten, rechtsonzekerheid, verminderde concurrentiekracht, verzwakt markttoezicht en een tragere invoering van nieuwe technologieën; wijst erop dat dit ook het geval is in snel veranderende sectoren zoals artificiële intelligentie; vreest dat, bij gebrek aan adequate en toepasselijke normen op het moment dat nieuwe wetgeving van toepassing wordt, producenten, innovatoren en consumenten met negatieve gevolgen te maken kunnen krijgen, omdat producenten hun producten op basis van onjuiste risicoclassificaties zelf kunnen certificeren, waardoor de doelstellingen van het Unierecht worden ondermijnd en de bescherming van gebruikers in het gedrang komt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>34.</NO.P>benadrukt dat de vertraagde bekendmaking van geharmoniseerde normen in het Publicatieblad een groot probleem blijft voor diverse marktdeelnemers en consumenten en de mogelijkheden van markttoezichtautoriteiten om naleving af te dwingen beperkt; verzoekt de Commissie maximumtermijnen vast te stellen voor normalisatieverzoeken en het normalisatieproces te stroomlijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>35.</NO.P>benadrukt het belang van normalisatie voor het bevorderen van het vrije verkeer van goederen en het verminderen van belemmeringen op de interne markt, en ook voor het vergroten van het concurrentievermogen van Europese bedrijven door de naleving van het Unierecht te vergemakkelijken; benadrukt in dit verband de voordelen van het langdurige publiek-private partnerschap tussen Europese instellingen en Europese normalisatie-instellingen, dat een belangrijke rol heeft gespeeld bij de ontwikkeling van producten die veiliger zijn en beter aansluiten bij de doelstellingen van de digitale en groene transitie, terwijl tegelijkertijd wordt gewaarborgd dat normen marktgestuurd zijn en dus worden ontwikkeld in reactie op marktbehoeften en innovatie, zonder dat dit ten koste gaat van de veiligheid van de consument;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>36.</NO.P>benadrukt het belang van normalisatie voor het internationale concurrentievermogen van Europese ondernemingen; verzoekt de Commissie meer werk te maken van de coördinatie van gemeenschappelijke Europese standpunten in internationale normalisatiefora voor alle producten die onder internationale normen vallen; is van mening dat een gemeenschappelijke Europese aanpak van cruciaal belang kan zijn voor het verbeteren van de Europese coördinatie en de inzet op internationaal niveau met betrekking tot normalisatie met gelijkgestemde mondiale partners; benadrukt dat de vaststelling van internationale normen moet worden vergemakkelijkt als deze normen in overeenstemming zijn met de beleidsdoelstellingen en strategische belangen van de EU, om zo extra markten voor Europese producten te openen, onnodige overlapping te voorkomen, de consistentie in het mondiale regelgevingskader te bevorderen en de internationale handel te vergemakkelijken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>37.</NO.P>benadrukt dat de herziening van het NWK moet bijdragen aan de inclusiviteit, de transparantie en de doeltreffendheid van het normalisatieproces, zowel in de ontwikkelings- als in de uitvoeringsfase, wat ook inhoudt dat er EU-middelen aan Europese normalisatieorganisaties worden toegewezen; brengt in herinnering dat de verlening van substantiële, langdurige en vaste financiële steun aan maatschappelijke organisaties en kmo’s essentieel is om hun effectieve deelname aan het normalisatieproces te bevorderen; is van mening dat de herziening van het NWK parallel aan de herziening van de normalisatieverordening moet plaatsvinden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>38.</NO.P>wijst op het belang van handhaving van het beginsel dat conformiteitsbeoordelingsprocedures tot doel hebben na te gaan of producten voldoen aan de toepasselijke eisen van de harmonisatiewetgeving van de EU in het kader van het NWK; is van mening dat dergelijke procedures succesvol zijn geweest bij het waarborgen van de veiligheid, prestaties en betrouwbaarheid van producten en tegelijkertijd hebben bijgedragen aan de harmonisatie van de regels van de interne markt; benadrukt echter dat de herziening van de werking en de duidelijkheid van de bestaande conformiteitsbeoordelingsmodules moet worden geëvalueerd, gelet op de aanhoudende rechtsonzekerheid, de inconsistente toepassing in verschillende sectoren en de nieuwe risico’s die voortvloeien uit technologische ontwikkelingen, zoals verbonden producten; is van mening dat bij een dergelijke herziening het beginsel in acht moet worden genomen dat het risiconiveau van een product bepalend moet zijn voor de vereiste conformiteitsbeoordelingsprocedure; verzoekt de Commissie zich te blijven inspannen om deze kwesties aan te pakken, onder meer door middel van beter markttoezicht, geactualiseerde normen en gestroomlijnde processen voor marktdeelnemers, met name kmo’s, teneinde te zorgen voor een toekomstbestendig stelsel;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>39.</NO.P>wijst erop dat aangemelde instanties op bekwame, onpartijdige en onafhankelijke wijze te werk moeten gaan; spreekt zijn bezorgdheid uit over de aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten in de wijze waarop de bekwaamheid van de aangemelde instanties wordt beoordeeld, omdat dit leidt tot aanhoudende rechtsonzekerheid en uiteenlopende praktijken; betreurt dat aangemelde instanties soms conformiteitscertificaten afgeven zonder naar behoren te controleren of volledig is voldaan aan alle relevante bepalingen van de toepasselijke geharmoniseerde normen, waardoor de geloofwaardigheid van het normalisatiestelsel ernstig kan worden aangetast en de doeltreffendheid van de markttoezichtautoriteiten aanzienlijk kan worden belemmerd; stelt voor dat de Commissie de mogelijkheid onderzoekt dat aangemelde instanties verplicht moeten worden geaccrediteerd om hun bekwaamheid, onpartijdigheid en onafhankelijkheid in alle lidstaten te waarborgen; acht dit van essentieel belang om uiteenlopende praktijken te verhelpen, de rechtszekerheid te vergroten en het vertrouwen in het conformiteitsbeoordelingssysteem te vergroten;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>40.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>