<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0246</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Kwijting 2023: Agentschappen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0169/2025 - Rapporteur: Erik Marquardt)</STRING></HIDDEN><TXTLST><DECISION><TI><NR>1.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 22 oktober 2025 over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Asielagentschap van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2030(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Asielagentschap van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6332, 24.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6332/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, opgesteld overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05755/2025 – C10‑0024/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit van 7 mei 2025<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/1663, 8.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/1663/oj.</FIELD></FOOTNOTE> tot uitstel van het kwijtingsbesluit voor het begrotingsjaar 2023, alsook de antwoorden van de uitvoerend directeur van het Asielagentschap van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken<FOOTNOTE><FIELD> PB L 132 van 29.5.2010, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2010/439/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 36,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010<FOOTNOTE><FIELD> PB L 468 van 30.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2303/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 55,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/715/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0169/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>verleent de uitvoerend directeur van het Asielagentschap van de Europese Unie kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>formuleert zijn opmerkingen in bijgaande resolutie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit en de resolutie die daarvan een integrerend deel uitmaakt, te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Asielagentschap van de Europese Unie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><DECISION><TI><NR>2.</NR> <STRING BOLD="on">Besluit van het Europees Parlement van 22 oktober 2025 over de afsluiting van de rekeningen van het Asielagentschap van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2030(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de definitieve jaarrekening van het Asielagentschap van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het jaarverslag van de Rekenkamer over de EU-agentschappen betreffende het begrotingsjaar 2023, vergezeld van de antwoorden van de agentschappen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6332, 24.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6332/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van de Rekenkamer voor het begrotingsjaar 2023 waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende verrichtingen worden bevestigd<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6041, 10.10.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6041/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, opgesteld overeenkomstig artikel 287 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de aanbeveling van de Raad van 17 februari 2025 betreffende de aan het Agentschap te verlenen kwijting voor de uitvoering van de begroting voor het begrotingsjaar 2023 (05755/2025 – C10‑0024/2025),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit van 7 mei 2025<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/1663, 8.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2025/1663/oj.</FIELD></FOOTNOTE> tot uitstel van het kwijtingsbesluit voor het begrotingsjaar 2023, alsook de antwoorden van de uitvoerend directeur van het Asielagentschap van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 319 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie, tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1296/2013, (EU) nr. 1301/2013, (EU) nr. 1303/2013, (EU) nr. 1304/2013, (EU) nr. 1309/2013, (EU) nr. 1316/2013, (EU) nr. 223/2014, (EU) nr. 283/2014 en Besluit nr. 541/2014/EU en tot intrekking van Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012<FOOTNOTE><FIELD> PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1046/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 70,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) nr. 439/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 19 mei 2010 tot oprichting van een Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken<FOOTNOTE><FIELD> PB L 132 van 29.5.2010, blz. 11, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2010/439/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 36,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010<FOOTNOTE><FIELD> PB L 468 van 30.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2303/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 55,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/715 van de Commissie van 18 december 2018 houdende de financiële kaderregeling van de bij het VWEU en het Euratom-Verdrag opgerichte organen, bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad<FOOTNOTE><FIELD> PB L 122 van 10.5.2019, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg_del/2019/715/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, en met name artikel 105,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0169/2025),</P></VISA></GRVISA></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>hecht zijn goedkeuring aan de afsluiting van de rekeningen van het Asielagentschap van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de uitvoerend directeur van het Asielagentschap van de Europese Unie, de Raad, de Commissie en de Rekenkamer, en te zorgen voor bekendmaking ervan in het <STRING ITALIC="on">Publicatieblad van de Europese Unie</STRING> (L-serie).</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></DECISION></TXTLST><TXTLST><RESOL><TI><NR>3.</NR> <STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 22 oktober 2025 met opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van de besluiten over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de agentschappen van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023 (2024/2030(DEC))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Asielagentschap van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 102 van en bijlage V bij zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de werking van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, de eerbiediging, correcte uitvoering en handhaving van de regels en de duurzame en passende financiële steun aan het Asielagentschap van de Europese Unie, die van essentieel belang zijn om het systeem van gedeelde verantwoordelijkheid en solidariteit tussen de lidstaten van de Europese Unie te waarborgen;</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het eindverslag van OLAF (OC-2022-0717) over het Asielagentschap van de Europese Unie, dat in oktober 2024 is afgerond en in maart 2025 ter beschikking is gesteld van de leden van de Commissie begrotingscontrole,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de brieven van de voorzitter van de raad van bestuur van het Asielagentschap van de Europese Unie van maart 2025 en van de uitvoerend directeur van het Asielagentschap van de Europese Unie van juli 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de gedachtewisseling met vertegenwoordigers van OLAF, het Asielagentschap van de Europese Unie en DG HOME op 15 juli 2025,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het tweede verslag van de Commissie begrotingscontrole (A10-0169/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat alle gedecentraliseerde agentschappen van de Unie transparant moeten zijn en dat zij ten volle verantwoording verschuldigd zijn aan de burgers van de Unie voor de hun als orgaan van de Unie toevertrouwde middelen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat het Asielagentschap van de Europese Unie, als orgaan van de Unie dat de beschikking heeft gekregen over aanzienlijke verantwoordelijkheden en middelen, de bijbehorende plicht heeft om te handelen volgens de hoogste normen van transparantie, verantwoordingsplicht en voorbeeldig gedrag, om zo het vertrouwen van de burgers en instellingen van de Unie te waarborgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat de rol van het Parlement bij het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), het Financieel Reglement en de financiële kaderregeling is vastgelegd;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat OLAF, als fraudebestrijdingsorgaan van de Unie, de plicht heeft het Europees Parlement tijdig en adequaat toegang te verlenen tot zijn bevindingen om een doeltreffende controle in het kader van de kwijting mogelijk te maken;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF> <ACTLST><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>wijst nogmaals op de rol van het Parlement in het kader van de kwijtingsprocedure, zoals vastgelegd in het VWEU, het Financieel Reglement en het Reglement van het Parlement;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>herinnert eraan dat het Parlement op 7 mei 2025 heeft besloten het besluit over het verlenen van kwijting aan het Asielagentschap van de Europese Unie (het “Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2023 uit te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>onderstreept het wezenlijke belang van een verantwoord en transparant optreden bij de uitvoering van de begroting van de Unie; benadrukt dat het niet in acht nemen van deze beginselen het vertrouwen van het publiek ernstig ondermijnt;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Resultaten van het onderzoek van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>merkt op dat OLAF de leden van de Commissie begrotingscontrole in maart 2025 en de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken in juli 2025 een geanonimiseerde versie van zijn eindverslag over het onderzoek heeft doen toekomen; betreurt dat er, ondanks het verzoek van de rapporteur van december 2024, niet onmiddellijk maar pas in maart toegang werd verleend tot het onderzoek, en benadrukt dat OLAF in zijn antwoord wijst op bezwaren van de raad van bestuur van het Asielagentschap van de Europese Unie; beklemtoont dat de leden van CONT eerder toegang hadden moeten krijgen tot het verslag om de uitoefening van hun mandaat naar behoren te kunnen waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>is zich ervan bewust dat de tijd die OLAF nodig heeft voor zijn onderzoeken te allen tijde in verhouding moet staan tot de omstandigheden en de complexiteit van de betreffende zaak; vindt het zorgwekkend dat de onderzoeken van OLAF veel tijd in beslag nemen, waardoor de kwijtingsautoriteit minder goed rekening kan houden met de bevindingen daarvan; benadrukt dat tijdige onderzoeken cruciaal zijn, wil het Parlement doeltreffend toezicht kunnen blijven uitoefenen; verzoekt OLAF de procedure voor het afronden en delen van onderzoeken met de kwijtingsautoriteit te herzien en te versnellen; benadrukt dat dergelijke vertragingen het vermogen van de leden van CONT om hun toezichthoudende taak effectief uit te oefenen, ondermijnen en dringt aan op maatregelen om in de toekomst snelle toegang tot onderzoeksverslagen te waarborgen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>benadrukt dat de bescherming van de begroting van de Unie een kernwaarde moet blijven van verstandig financieel beheer, waaraan alle instellingen van de Unie zich moeten houden, met inbegrip van agentschappen en gedecentraliseerde organen, die het goede voorbeeld moeten geven op het gebied van verantwoordelijkheid en transparantie bij het gebruik van Europese overheidsmiddelen; wijst er nogmaals op dat de coördinatie en samenwerking binnen het institutionele kader voor fraudebestrijding moeten worden versterkt, met name om te voorzien in de behoefte aan snellere en efficiëntere onderzoeken door OLAF, waardoor deze inspanningen worden afgestemd op de bredere doelstelling van het beschermen van de financiën van de Unie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>verzoekt het Agentschap en OLAF om omwille van de transparantie en het vertrouwen van het publiek een geanonimiseerde samenvatting van het OLAF-verslag openbaar te maken, voor zover dit wettelijk gezien mogelijk is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>neemt kennis van het feit dat OLAF naar aanleiding van het onderzoek aanbevelingen van disciplinaire en administratieve aard heeft gedaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P><LIST LEVEL="1" TYPE="DASH"><INT.LI LEVEL="0">merkt op dat de raad van bestuur naar aanleiding van de aanbevelingen van disciplinaire aard heeft besloten geen tuchtprocedure in te leiden, maar in plaats daarvan schriftelijke aanbevelingen heeft gedaan die vergezeld gingen van een waarschuwing, en de uitvoerend directeur heeft verzocht om zo spoedig mogelijk concrete voorstellen in te dienen in de vorm van corrigerende maatregelen en een tijdschema voor de uitvoering ervan; stelt vast dat de uitvoerend directeur overeenkomstig dit verzoek bij de raad van bestuur onder meer de volgende documenten heeft ingediend:</INT.LI><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de aanbevelingen van de raad van bestuur;</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de huidige stand van zaken bij het Agentschap met betrekking tot elke aanbeveling; en</ITEM><ITEM LEVEL="1"><SYMBOL>–</SYMBOL>de aanvullende corrigerende maatregelen die moeten worden genomen, waaronder een voorlopig tijdschema voor de uitvoering ervan; verzoekt de raad van bestuur gevolg te geven aan de aanbevelingen en verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit over de volledige en tijdige uitvoering ervan;</ITEM></LIST></P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>betreurt dat de raad van bestuur na intensief beraad heeft besloten om de disciplinaire aanbevelingen van OLAF niet uit te voeren, waaronder het instellen van een tuchtprocedure tegen de uitvoerend directeur van het Agentschap of andere medewerkers van het Agentschap, ondanks de belangrijke bevindingen van OLAF, die systematisch lijken te zijn en het vertrouwen in het leiderschap van het Agentschap ondermijnen; benadrukt dat dit besluit de vraag oproept in hoeverre de raad zich inzet voor verantwoordingsplicht en verantwoordelijkheid in overeenstemming met de institutionele verwachtingen, en erkent dat de raad er na bestudering van de aan de orde gestelde kwesties bewust voor heeft gekozen de aanbevelingen niet uit te voeren; benadrukt dat het Parlement nauwlettend zal toezien op de genomen corrigerende maatregelen; verwacht dat het Agentschap blijk geeft van een voorbeeldige follow-up, hoge normen hanteert, verantwoordelijkheid neemt voor de uitvoering van corrigerende maatregelen en volledige rekenschap aflegt; verzoekt het Agentschap om op transparante wijze aan het Parlement verslag uit te brengen, onder meer door de notulen van de beraadslagingen van de raad van bestuur te delen met het Parlement, zodat het scherper toezicht kan houden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>merkt op dat de uitvoerend directeur een vision statement heeft opgesteld over de rol van het bestuur bij het doorvoeren van veranderingen bij het EUAA met daarin reeds genomen en nog te nemen corrigerende maatregelen; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit in kennis te stellen van de genomen en de nog te nemen corrigerende maatregelen, en van de daarvoor geldende termijnen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>uit zijn bezorgdheid dat de aanbevelingen van administratieve aard betrekking hadden op de gangbare praktijk om de beoordeling van personeelsleden door sectorhoofden in plaats van door afdelingshoofden te laten verrichten, alsook op tekortkomingen in de wijze waarop er binnen het Agentschap met belangenconflicten wordt omgegaan;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>is ingenomen met het feit dat vanaf 2025 de beoordeling van personeelsleden door afdelingshoofden wordt uitgevoerd, zoals bepaald in de toepasselijke regels;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>betreurt ten zeerste de tekortkomingen in de omgang met belangenconflicten binnen het Agentschap, met name wat betreft de gebrekkige wijze waarop klachten over besluiten van de uitvoerend directeur door de raad van bestuur worden behandeld; benadrukt dat dergelijke praktijken de integriteit en geloofwaardigheid van het Agentschap ondermijnen; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit onverwijld in kennis te stellen van de corrigerende maatregelen en organisatorische veranderingen die zijn doorgevoerd; benadrukt dat alleen een robuust en voorbeeldig kader voor de omgang met belangenconflicten aanvaardbaar zal worden geacht;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>stelt vast dat zowel de raad van bestuur als de uitvoerend directeur de ernst van de beschuldigingen en de naar voren gebrachte problemen inziet; merkt echter op dat de uitvoerend directeur zich sceptisch heeft getoond en daarbij heeft gewezen op de buitengewone werkdruk tijdens crises, wat echter geen rechtvaardiging kan zijn om de bevindingen terzijde te schuiven; benadrukt dat erkenning van de ernst van de problemen gepaard moet gaan met doortastende corrigerende maatregelen, tijdige uitvoering en het volledig afleggen van verantwoording aan de kwijtingsautoriteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>stelt met bezorgdheid vast dat er op bestuurlijk niveau telkens weer sprake is van falend beleid en dat de raad van bestuur niet is staat is gebleken om tijdig en doeltreffend toezicht uit te oefenen; acht het betreurenswaardig dat verschillende onregelmatigheden hadden kunnen worden voorkomen met betere interne controles en proactieve betrokkenheid van de raad van bestuur; dringt erop aan dat dit institutionele falen structureel en niet alleen procedureel moet worden aangepakt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>betreurt de problemen in verband met wanbestuur, met name op het gebied van personeelsbeheer, waar ernstige onregelmatigheden zijn geconstateerd, in het bijzonder bij benoemings- en selectieprocedures waarbij het Statuut van de ambtenaren en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden niet zijn nageleefd; is zich ervan bewust dat het Agentschap in de periode 2019-2022 te maken had met moeilijke omstandigheden, zoals de COVID-19-pandemie, de activering van de richtlijn tijdelijke bescherming en de inwerkingtreding van de verordening betreffende het Agentschap<FOOTNOTE><FIELD> Verordening (EU) 2021/2303 van het Europees Parlement en de Raad van 15 december 2021 inzake het Asielagentschap van de Europese Unie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 439/2010 (PB L 468 van 30.12.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2303/oj).</FIELD></FOOTNOTE>, die gepaard ging met een nieuw mandaat, nieuwe bevoegdheden en nieuwe verantwoordelijkheden; verwerpt echter elke poging om dergelijke omstandigheden te gebruiken als rechtvaardiging voor niet-naleving van bindende wetgeving; verzoekt het Agentschap zijn aanwervingsprocedures volledig af te stemmen op de toepasselijke regels, en dringt aan op de vaststelling van strikte, transparante en op verdienste gebaseerde procedures, vergezeld van afdwingbare richtsnoeren en onder nauw toezicht van de kwijtingsautoriteit;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>juicht het toe dat er sinds januari 2023 geen interimmanagers meer zijn benoemd;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>herinnert eraan dat het tot de kerntaken van de raad van bestuur behoort te zorgen voor algemene aansturing van de activiteiten van het Agentschap en erop toe te zien dat het Agentschap zijn mandaat doeltreffend uitvoert; is van mening dat de raad van bestuur de voor het Agentschap geldende wetgeving dient te kennen en naar behoren moet worden geïnformeerd over cruciale ontwikkelingen in het bestuur van het Agentschap om voor algemene aansturing te kunnen zorgen; betreurt de herhaalde tekortkomingen in dit verband en verzoekt het Agentschap efficiënte, systematische en transparante communicatieprocedures met de raad van bestuur op te zetten;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>verzoekt de Europese Commissie, die met twee leden in de raad van bestuur is vertegenwoordigd, de andere leden van de raad van bestuur actief te ondersteunen en te helpen bij het verwerven van inzicht in de regels die van toepassing zijn op het Agentschap, en de lessen die uit dit specifieke geval zijn getrokken te inventariseren en te verspreiden als onderdeel van bredere preventieve inspanningen; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de maatregelen die zijn genomen om de communicatie met de raad van bestuur te verbeteren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>is ingenomen met de tijdens de gedachtewisseling geuite suggestie van de Commissie om gezamenlijke diensten op bepaalde horizontale gebieden eventueel met alle gedecentraliseerde agentschappen te delen, aangezien dit zou bijdragen tot een beter beheer van processen en een efficiënter gebruik van middelen; roept de Commissie op deze mogelijkheid te onderzoeken en concrete maatregelen in dat verband voor te stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>verzoekt het Agentschap een onafhankelijke interne ethische instantie in het leven te roepen, en onderstreept het belang van solide voorschriften voor de bescherming van klokkenluiders in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2019/1937; benadrukt dat interne meldingskanalen vertrouwelijk en geloofwaardig moeten zijn en dat personeelsleden op alle niveaus daar vertrouwen in moeten kunnen stellen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>wijst erop dat sommige gebeurtenissen al teruggaan tot 2022, 2021 of zelfs nog eerder, maar dat het OLAF-onderzoek pas in 2024 is afgerond; benadrukt dat nog niet kan worden geconcludeerd dat deze kwesties volledig zijn opgelost; benadrukt dat de kwijtingsautoriteit het volledige recht behoudt om haar toezichthoudende verantwoordelijkheden uit te oefenen totdat de situatie volledig is verholpen en opgehelderd; verzoekt de uitvoerend directeur en de raad van bestuur alle mogelijke structurele tekortkomingen in zowel het personeelsbeheer van het Agentschap als met betrekking tot de toezichtstaken van de raad van bestuur te erkennen en aan te pakken, en doeltreffende maatregelen te nemen om herhaling van soortgelijke problemen te voorkomen, en behoudt zich het recht voor toekomstige kwijtingsbesluiten, uit te stellen of daaraan voorwaarden te verbinden indien het Agentschap er niet in slaagt omvattende structurele hervormingen door te voeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>neemt met bijzondere bezorgdheid kennis van het extreem hoge personeelsverloop, zoals vermeld in het OLAF-verslag, zonder dat het management daarvoor een bevredigende verklaring heeft kunnen geven; verzoekt de uitvoerend directeur en de raad van bestuur, en met name de vertegenwoordigers van de Commissie binnen de raad van bestuur, systematische exitgesprekken te voeren met vertrekkende personeelsleden, de bevindingen uitvoerig te documenteren en in het kader van de kwijtingsprocedure 2024 aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de resultaten en de geboekte vooruitgang in dit verband;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>prijst de personeelsleden van het Agentschap voor de toewijding en inzet waarvan zij blijk geven bij de uitvoering van hun taken ondanks moeilijke omstandigheden; acht het van essentieel belang dat er door het stimuleren van goede praktijken op het gebied van personeelsbeheer en het belonen van prestaties op basis van verdienste wordt bijgedragen tot een positieve werkomgeving; dringt er bij de raad van bestuur en de uitvoerend directeur op aan ervoor te zorgen dat het Agentschap een veilige en ondersteunende werkplek is die open communicatie stimuleert en personen in staat stelt zich uit te spreken zonder vrees voor vergelding; verzoekt het Agentschap ervoor te zorgen dat alle meldingen van beroepsfouten serieus en grondig worden onderzocht en dat daarbij passende vervolgmaatregelen worden genomen om de integriteit en het vertrouwen binnen de organisatie te bewaren;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>verwijst voor andere opmerkingen naar zijn resolutie van 7 mei 2025<FOOTNOTE><FIELD> PB L, 2025/1681, 8.10.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/res/2025/1681/oj.</FIELD></FOOTNOTE> met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van de besluiten over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van de agentschappen van de Europese Unie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>