<?xml version="1.0" encoding="UTF-8" standalone="no"?><SDOCTA xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" STATUS="DEF2" xsi:noNamespaceSchemaLocation="TA.xsd"><IDENT><STRING BOLD="on">P10_TA(2025)0247</STRING></IDENT><TI><STRING BOLD="on">Institutionele gevolgen van de EU-uitbreidingsonderhandelingen</STRING></TI><HIDDEN><STRING HIDDEN="on" ITALIC="on">(A10-0177/2025 - Rapporteur: Sandro Gozi)</STRING></HIDDEN><TXTLST><RESOL><TI><STRING BOLD="on">Resolutie van het Europees Parlement van 22 oktober 2025 over de institutionele gevolgen van de EU-uitbreidingsonderhandelingen (2025/2041(INI))</STRING></TI><TEXT><PREAMBLE><PRINIT><STRING ITALIC="on">Het Europees Parlement,</STRING></PRINIT><GRVISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), en met name artikel 31, lid 3, en de artikelen 48 en 49,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 81, lid 3, artikel 83, artikel 136, artikel 153, lid 2, artikel 192, lid 2, artikel 312, lid 2, en artikel 333,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de conclusies van de Europese Raad van 23-24 juni 2022, 29-30 juni 2023, 26‑27 oktober 2023, 14-15 december 2023 en 27 juni 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de verklaring van Granada van de Europese Raad van 6 oktober 2023,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het voortgangsverslag van het voorzitterschap van de Raad over de toekomst van Europa van 10 juni 2024,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien de mededeling van de Commissie van 23 maart 2024 betreffende pretoetredingshervormingen en ‑beleidsevaluaties (COM(2024)0146),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties van 16 februari 2017 inzake de verbetering van de werking van de Europese Unie, voortbouwend op het potentieel van het Verdrag van Lissabon<FOOTNOTE><FIELD> PB C 252 van 18.7.2018, blz. 215.</FIELD></FOOTNOTE> en van 11 juli 2023 over de tenuitvoerlegging van de overbruggingsclausules in de EU‑verdragen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/3996, 17.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/3996/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 9 mei 2022 over het eindresultaat van de Conferentie over de toekomst van Europa en zijn resolutie van 4 mei 2022 over de follow-up van de conclusies van de Conferentie over de toekomst van Europa<FOOTNOTE><FIELD> PB C 465 van 6.12.2022, blz. 109.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resoluties van 9 juni 2022 over de oproep tot een conventie voor de herziening van de Verdragen<FOOTNOTE><FIELD> PB C 493 van 27.12.2022, blz. 130.</FIELD></FOOTNOTE> en van 22 november 2023 over ontwerpen van het Europees Parlement tot herziening van de Verdragen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/4216, 24.7.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/4216/oj.</FIELD></FOOTNOTE>, onder meer door de activering van artikel 48 VEU, waarmee de Europese Raad wordt verzocht te besluiten een Conventie bijeen te roepen om de Verdragen te hervormen,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien zijn resolutie van 29 februari 2024 over de verdieping van de EU-integratie met het oog op toekomstige uitbreidingen<FOOTNOTE><FIELD> PB C, C/2024/6746, 26.11.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/C/2024/6746/oj.</FIELD></FOOTNOTE>,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van 9 september 2024 van Mario Draghi getiteld “The future of European competitiveness” (De toekomst van het Europese concurrentievermogen), het verslag van 17 april 2024 van Enrico Letta getiteld “Much more than a market” (Veel meer dan een markt) en het verslag van Sauli Niinistö van 30 oktober 2024 getiteld “Safer Together — Strengthening Europe’s Civilian and Military Preparedness and Readiness” (Samen veiliger — versterking van de civiele en militaire paraatheid en gereedheid van Europa),</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien artikel 55 van zijn Reglement,</P></VISA><VISA><P><NO.P>–</NO.P>gezien het verslag van de Commissie constitutionele zaken (A10-0177/2025),</P></VISA></GRVISA><GRCONS><CONS><P><NO.P>A.</NO.P>overwegende dat negen van de tien landen die momenteel tot de EU willen toetreden, de status van kandidaat-lidstaat hebben, waarvan sommige al jaren; overwegende dat de kandidaat-lidstaten zich in verschillende fasen van het toetredingsproces en de toetredingsonderhandelingen bevinden; overwegende dat Georgië de toetredingsonderhandelingen met de EU op 28 november 2024 eenzijdig heeft opgeschort;</P></CONS><CONS><P><NO.P>B.</NO.P>overwegende dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en andere huidige geopolitieke uitdagingen, waaronder een zorgwekkende verschuiving in de trans-Atlantische betrekkingen, een nieuwe geostrategische betekenis en impuls hebben gegeven aan het EU-toetredingsproces en de Europese eenwording;</P></CONS><CONS><P><NO.P>C.</NO.P>overwegende dat toetreding tot de Europese Unie een op verdiensten gebaseerd proces moet blijven, dat gebaseerd is op een beoordeling van de mate waarin elke kandidaat voldoet aan de criteria van Kopenhagen en de uitvoering van de noodzakelijke hervormingen, met name op het gebied van “fundamentele” kwesties, de eerbiediging van de beginselen van democratie, de rechtsstaat, mensenrechten en goed bestuur, alsmede afstemming op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU, om ervoor te zorgen dat de uitbreiding de EU en haar eengemaakte markt versterkt in plaats van ondermijnt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>D.</NO.P>overwegende dat uitbreiding een historische beslissing, een belangrijk instrument van het buitenlands beleid van de EU, een strategische geopolitieke prioriteit en een van de meest succesvolle beleidsmaatregelen van de EU is, en staat voor een investering in de toekomst van het Europese continent;</P></CONS><CONS><P><NO.P>E.</NO.P>overwegende dat de toetredingslanden de vereiste hervormingen daadkrachtig moeten doorvoeren en concrete en onomkeerbare vooruitgang moeten boeken met betrekking tot de kernpunten van het uitbreidingsproces; wijst erop dat de EU en de lidstaten de kandidaat-lidstaten met financiële en technische bijstand moeten helpen om aan deze criteria te voldoen; benadrukt dat er niet mag worden afgedongen op de waarden en fundamentele beginselen van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>F.</NO.P>overwegende dat een uitgebreide EU meer politieke, economische en militaire macht zou krijgen en meer gewicht in de schaal zou leggen op het wereldtoneel, en tegelijk de gedeelde democratische waarden in de hele uitbreidingsregio van de EU zou ruggensteunen; overwegende dat een uitgebreide eengemaakte markt belangrijk is voor zowel de EU als de toetredingslanden, en van de EU een nog competitievere economische speler en een nog aantrekkelijkere handelspartner zou maken; overwegende dat als er geen vooruitgang wordt geboekt met de uitbreiding van de EU, dit de economische en veiligheidsbelangen van de EU zou ondermijnen en uiteindelijk niet-EU-landen op het Europese continent ertoe zou kunnen aanzetten om op economisch en politiek gebied aansluiting te zoeken bij andere blokken (bv. Rusland en China); waardoor rivaliserende economische zones zouden kunnen ontstaan en de wereldwijde economische invloed van de EU kleiner zou kunnen worden, wat mogelijkheden zou scheppen voor pogingen tot destabilisatie vanuit de directe omgeving van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>G.</NO.P>overwegende dat de landen die in 2004 tot de EU zijn toegetreden — en de EU als geheel — aanzienlijke economische groei en hogere standaarden op diverse gebieden hebben gekend, waaronder een stijging van het bbp per hoofd van de bevolking met gemiddeld 30 %; overwegende dat alle nieuwe lidstaten gemiddeld een extra groei van 12 % van het bbp hebben gerealiseerd ten opzichte van de te verwachten groei als zij niet tot de EU waren toegetreden, en dat deze groei binnen vijf jaar na hun toetreding waarneembaar was; overwegende dat de economie van de EU de afgelopen twintig jaar met 27 % is gegroeid; overwegende dat ook de landen die ten tijde van de uitbreiding van 2004 al deel uitmaakten van de EU groei en welvaart hebben gekend, met een duidelijk oorzakelijk verband met de grotere markten, connectiviteit en investeringen als gevolg van de uitbreiding; overwegende dat elke regio economische groei kent als gevolg van de uitbreiding, maar dat de armste regio’s de hoogste relatieve economische groei kennen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>H.</NO.P>overwegende dat het bbp per hoofd van de bevolking van de Westelijke Balkan, Oekraïne, Moldavië en Georgië nog steeds rond of onder 50 % van dat van de EU ligt, maar dat sommige kandidaat-lidstaten de afgelopen jaren een gestage economische groei hebben laten zien, wat een op verdiensten gebaseerde en toekomstgerichte aanpak mogelijk maakt; overwegende dat de ervaring na alle uitbreidingen van de EU leert dat het lidmaatschap van de EU en van de eengemaakte EU-markt en de toegang tot structuurfondsen een positief effect hebben op de economische en sociale convergentie; overwegende dat uit studies blijkt dat de toetreding van tien nieuwe lidstaten de kloof tussen het bbp per hoofd van de bevolking in de EU en dat in de Verenigde Staten met 10 % zou doen verkleinen; overwegende dat een ruimere toegang tot onder meer arbeidsmarkten, industriële capaciteit, digitale technologieën, in het bijzonder AI, en kritieke zeldzame aardmetalen de Unie in staat zou stellen om de groene, digitale en rechtvaardige transitie te versnellen en tegelijk de kosten ervan te verlagen, waardoor zij strategisch autonomer zou worden ten opzichte van Rusland, China en andere systemische concurrenten; overwegende dat scenario’s waarin een aanzienlijke uitbreiding wordt gecombineerd met sterke convergentie, het bbp van de EU tegen 2035 met naar schatting 10 biljoen USD zouden kunnen doen stijgen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>I.</NO.P>overwegende dat de pretoetredingsinstrumenten een belangrijke rol spelen omdat zij waardevolle ervaring opleveren voor het ontwerpen van gemoderniseerde steuninstrumenten die zijn afgestemd op de specifieke behoeften van de landen, zoals het geval was met Phare (programma voor bijstand aan de Midden- en Oost-Europese landen), Sapard (pretoetredingsinstrument voor landbouw) en ISPA (pretoetredingsinstrument voor structuurbeleid);</P></CONS><CONS><P><NO.P>J.</NO.P>overwegende dat een aantal landen buiten de EU te maken heeft met diverse niveaus van politieke instabiliteit en dat het doorvoeren van hervormingen in verband met het EU-lidmaatschap in deze landen, zoals bij eerdere uitbreidingen is gebleken, zou moeten bijdragen tot stabiliteit en de rechtsstaat in de regio; overwegende dat de EU over een uitgebreid instrumentatrium beschikt om toe te zien op de inachtneming van de fundamentele waarden in de lidstaten en om de politieke stabiliteit van het Europese project als geheel te waarborgen; overwegende dat dit instrumentarium nog moet worden hervormd en versterkt, met name door de consequente toepassing van het rechtsstaatmechanisme en de doeltreffende bescherming van de fundamentele waarden van de EU zoals vastgelegd in artikel 2 VEU, onder meer door het vaststellen van voorwaarden in het huidige en het volgende meerjarig financieel kader (MFK);</P></CONS><CONS><P><NO.P>K.</NO.P>overwegende dat de Commissie en het Parlement bewustmakingscampagnes in de lidstaten en de kandidaat-lidstaten moeten opzetten om de burgers goed te informeren over de mogelijkheden die de uitbreiding biedt, en ook het hoofd moeten bieden aan buitenlandse informatiemanipulatie en inmenging vanuit Rusland en andere landen die tot doel hebben het maatschappelijk draagvlak voor uitbreiding te ondermijnen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>L.</NO.P>overwegende dat het institutionele kader van de EU en met name haar besluitvormingsprocessen moeten worden versterkt en verbeterd voor de huidige Europese Unie van 27 lidstaten; overwegende dat er voor de voorbereiding op uitbreiding interne hervormingen in de EU vereist zijn en dat het uitbreidingsproces gepaard moet gaan met de nodige institutionele en besluitvormingshervormingen om de Unie in staat te stellen nieuwe leden op te nemen; overwegende dat het vooruitzicht van toekomstige uitbreidingen de hervorming van de instellingen, het beleid en de besluitvormingsprocedures van de EU noodzakelijker en urgenter dan ooit maakt;</P></CONS><CONS><P><NO.P>M.</NO.P>overwegende dat eerdere uitbreidingen vaak zijn voorafgegaan door of gepaard zijn gegaan met interne institutionele hervormingen in het bestuur van de EU en dat deze uitbreidingsprocessen doorgaans een sterke stimulans vormden voor de ontwikkeling en de economische en democratische vooruitgang van de kandidaat-lidstaten;</P></CONS><CONS><P><NO.P>N.</NO.P>overwegende dat de Europese Raad in zijn verklaring van Granada van 6 oktober 2023 heeft erkend dat de noodzakelijke versnelling van de hervormingsinspanningen in de kandidaat-lidstaten gepaard moet gaan met een proces van voorbereidende werkzaamheden en hervormingen binnen de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>O.</NO.P>overwegende dat de Europese Raad in zijn conclusies van 27 juni 2024 een routekaart heeft vastgesteld voor toekomstige werkzaamheden op het gebied van interne hervormingen; overwegende dat de Europese Raad erkent dat er om de EU en de Europese soevereiniteit te versterken, hervormingen nodig zijn die de EU in staat stellen haar langetermijnambities waar te maken, haar beleid en prioriteiten te verwezenlijken en in te spelen op nieuwe geopolitieke realiteiten en uitdagingen;</P></CONS><CONS><P><NO.P>P.</NO.P>overwegende dat de interne hervormingen volgens die conclusies gelijktijdig met het uitbreidingsproces moeten worden doorgevoerd, zodat het beleid toekomstbestendig is en op passende wijze wordt gefinancierd en zodat de EU-instellingen doeltreffend blijven functioneren en optreden; overwegende dat de Europese Raad de Commissie heeft gevraagd om in 2025 een grondige herziening van het beleid voor te leggen die is toegespitst op vier onderdelen, namelijk waarden en de rechtsstaat, beleid, begroting en governance;</P></CONS><CONS><P><NO.P>Q.</NO.P>overwegende dat het vooruitzicht van een komende uitbreiding de EU voor een drievoudige uitdaging stelt: het garanderen van efficiënte besluitvormingsprocedures (de efficiëntie-uitdaging), het vergaren van voldoende middelen om haar strategische doelstellingen te verwezenlijken (de bevoegdheden- en middelenuitdaging) en het waarborgen van de democratische legitimiteit en verantwoordingsplicht van haar optreden (de democratie-uitdaging);</P></CONS><CONS><P><NO.P>R.</NO.P>overwegende dat bij hervormingen van het institutionele kader van de EU voorafgaand aan de uitbreiding eventueel gedifferentieerde integratieoplossingen naar voren kunnen worden gebracht daar waar dat mogelijk is uit hoofde van de Verdragen; overwegende dat de procedures uit hoofde van de artikelen 20, 42 en 46 VEU betreffende nauwere samenwerking en permanente gestructureerde samenwerking (PESCO) lidstaten die dat willen, in staat stellen om hun integratie te verdiepen en nauwer samen te werken binnen het kader van de niet-exclusieve bevoegdheden van de EU;</P></CONS><CONS><P><NO.P>S.</NO.P>overwegende dat overbruggingsclausules onmiddellijk kunnen worden toegepast om op specifieke beleidsterreinen over te schakelen van de vereiste van eenparigheid van stemmen naar besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen; overwegende dat in het VEU is bepaald dat het uiteindelijke doel van de geleidelijke vaststelling van een gemeenschappelijk defensiebeleid van de EU erin bestaat bij een besluit van de Europese Raad met eenparigheid van stemmen een gemeenschappelijke defensie tot stand te brengen, die verenigbaar moet zijn met de NAVO;</P></CONS><CONS><P><NO.P>T.</NO.P>overwegende dat, gezien de beperkte flexibiliteit van de Verdragen, een grondigere hervorming door middel van gerichte Verdragswijzigingen moet worden overwogen; overwegende dat het Parlement de procedure voor de herziening van de Verdragen in gang heeft gezet en overeenkomstig artikel 48, lid 2, VEU ontwerpen tot herziening van de Verdragen heeft voorgelegd aan de Raad;</P></CONS></GRCONS></PREAMBLE><DISPOSITIF><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">De kosten van het niet hervormen van een uitgebreide EU</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>1.</NO.P>stelt dat de EU en de kandidaat-lidstaten de uitbreiding altijd hebben gebruikt als beleids- en geopolitiek instrument om democratie, stabiliteit, veiligheid en welvaart op het hele continent te bevorderen; is van mening dat de uitbreiding van de EU een geostrategische langetermijninvestering vormt;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>2.</NO.P>benadrukt dat de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en andere geopolitieke uitdagingen laten zien hoe urgent het uitbreidingsproces is; is van mening dat voor een succesvolle en duurzame uitbreiding een politieke langetermijnvisie en gedurfde beslissingen nodig zijn, met als doel een efficiënt, krachtig en democratisch Europa te bevorderen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>3.</NO.P>merkt op dat de ervaring leert dat elke nieuwe uitbreidingsgolf nieuwe institutionele en politieke uitdagingen en kansen met zich meebrengt die tijdig moeten worden aangepakt, bij voorkeur voordat de kandidaat-lidstaten lidstaten worden, teneinde de doeltreffende werking van de Unie te waarborgen en een blokkering van de instellingen te voorkomen; wijst erop dat elke uitbreiding in de geschiedenis van het Europese project werd voorafgegaan door of gepaard ging met de nodige interne institutionele hervormingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>4.</NO.P>erkent dat het doel van unanimiteit is ervoor te zorgen dat aan de legitieme zorgen van alle lidstaten wordt tegemoetgekomen; is echter van mening dat een uitgebreide EU een meer verfijnde coördinatie zal vereisen om de uitdagingen van het huidige uitbreidingsproces aan te pakken; onderstreept dat het belangrijk is om iets te doen aan de problemen met unanimiteit in de Raad, met inbegrip van het gebruik van unanimiteit voor tussenstappen in het uitbreidingsproces, waardoor de toetreding van nieuwe leden tot de EU zou kunnen worden vertraagd als gevolg van bilaterale kwesties; herinnert eraan dat artikel 49 VEU een overgang naar besluitvorming met gekwalificeerde meerderheid mogelijk maakt zonder dat het Verdrag hoeft te worden gewijzigd; neemt nota van de structuur en het beheer van de EU-begroting, die omslachtig en verouderd zijn, en de mogelijke herverdeling van middelen uit de landbouw- en cohesiefondsen; herinnert eraan dat de uitbreiding van de EU een kans is om belangrijke EU-beleidslijnen ter zake bij te sturen; steunt initiatieven om het besluitvormingsproces doeltreffender te maken, wat van groot belang is om het concurrentievermogen van de EU te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>5.</NO.P>herhaalt zijn standpunt dat de verdieping van de Unie, haar uitbreidingsprocessen en de Europese eenwording hand in hand moeten gaan; benadrukt dat institutionele en financiële hervormingen van de EU nodig zijn om de uitdagingen van het huidige uitbreidingsproces het hoofd te bieden en om ervoor te zorgen dat de EU in staat is nieuwe leden op te nemen en hun succesvolle integratie te bevorderen zonder de economieën van de andere lidstaten te destabiliseren of sociale spanningen te verergeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>6.</NO.P>erkent dat ad-hocoplossingen als tijdelijke oplossingen kunnen dienen, maar is van mening dat het deze ontbreekt aan de voorspelbaarheid, de democratische transparantie en verantwoording en de duurzaamheid op lange termijn die alleen met structurele hervormingen kunnen worden bewerkstelligd;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Doelstellingen van de institutionele pretoetredingshervormingen: efficiëntie, macht en democratie</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>7.</NO.P>is er vast van overtuigd dat de institutionele hervormingen van de EU, ongeacht de besluitvormingsprocedure voor de vaststelling ervan, de EU beter in staat moeten stellen om efficiënt en tijdig op te treden; wijst erop dat de hervormingen van het institutionele kader van de EU voorafgaand aan de uitbreiding moeten beantwoorden aan de doelstellingen om de efficiëntie van de EU te verbeteren, de EU meer macht te geven op het wereldtoneel en de EU democratischer en legitiemer te maken en meer verantwoording te laten afleggen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">De efficiëntie-uitdaging</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>8.</NO.P>onderstreept dat om de efficiëntie van een uitgebreide EU te verbeteren, de samenstelling van de EU-instellingen moet worden aangepast en efficiënter moet worden gemaakt en hun werking moet worden verbeterd; stelt voor om het uitbreidingsproces te ondersteunen door de kandidaat-lidstaten in een vroeg stadium nauw te betrekken bij de werking van de EU-instellingen, bijvoorbeeld door ze de status van waarnemer te geven; merkt op dat dit met succes kan worden bewerkstelligd op dezelfde wijze als bij de uitbreiding van 2004; beschouwt de inspanningen van de Commissie om de kandidaat-lidstaten te betrekken bij kwesties op het gebied van veiligheid en defensie, met name door hen te vermelden in het witboek over de toekomst van de Europese defensie en in de strategie voor interne veiligheid, als een positief voorbeeld van zo’n geleidelijke integratie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>9.</NO.P>merkt op dat er bij institutionele hervormingen voorafgaand aan de uitbreiding rekening moet worden gehouden met de gevolgen van de uitbreiding voor de samenstelling van het Parlement; onderstreept dat het Parlement weliswaar passende democratische representativiteit moet waarborgen, maar wel van een werkbare omvang moet blijven; benadrukt dat prioriteit moet worden gegeven aan interne en interinstitutionele werkzaamheden om een permanent mechanisme voor de zetelverdeling vast te stellen waarmee een eerlijke, transparante en duurzame demografische en geografische vertegenwoordiging kan worden gewaarborgd, met inachtneming van het beginsel van degressieve evenredigheid; herinnert aan zijn standpunt dat de samenstelling van het Parlement samen met het stemsysteem in de Raad moet worden bekeken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>10.</NO.P>merkt op dat bij de huidige samenstelling van de Commissie rekening moet worden gehouden met de uitbreiding; herinnert in dit verband aan de flexibiliteit waarin het Verdrag van Lissabon voorziet; benadrukt dat er bij een eventuele vermindering van de omvang van het college van commissarissen, zoals voorgeschreven in artikel 17, lid 5, VEU, nog steeds moet worden gezorgd voor een geografisch, demografisch en qua gender evenwichtige samenstelling van de Commissie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>11.</NO.P>erkent dat er moet worden nagedacht over de herziening van het functioneren en de besluitvormingsprocedure van de Raad met het oog op uitbreiding; merkt op dat het begrip gekwalificeerde meerderheid anders moet worden gedefinieerd om het evenwicht tussen grotere en kleine landen te verbeteren en hogere drempels te hanteren voor de belangrijkste en politiek gevoeligste beslissingen; herinnert in dit verband aan zijn resolutie van 22 november 2023 over ontwerpen van het Europees Parlement tot herziening van de Verdragen, met name over meerderheden bij stemmingen in de Raad; pleit voor de grootst mogelijke transparantie en integriteit van de besluitvormingsprocedure van de Raad in de context van uitbreiding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>12.</NO.P>stelt voor om de procedure van artikel 7 VEU te versterken en te hervormen door unanimiteit bij besluiten van de Europese Raad af te schaffen, een duidelijk tijdschema in te voeren en ervoor te zorgen dat het Hof van Justitie van de Europese Unie bevoegd wordt om inbreuken vast te stellen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">De bevoegdheden- en middelenuitdaging</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>13.</NO.P>herhaalt zijn oproep om de governance van het MFK te herzien, namelijk door volledige medewetgevende bevoegdheden toe te kennen aan de uitgavenzijde van de EU-begroting, met inbegrip van de goedkeuring van het MFK;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>14.</NO.P>is ervan overtuigd dat de huidige verplichte herzieningsclausule in geval van uitbreiding in het volgende MFK moet worden gehandhaafd en dat dit geen gevolgen mag hebben voor de nationale toewijzingen; onderstreept dat in het volgende MFK ook moet worden voorzien in passende overgangs- en infaseringsmaatregelen voor belangrijke uitgavengebieden zoals cohesie en landbouw, op basis van een zorgvuldige beoordeling van het effect op verschillende sectoren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>15.</NO.P>is van mening dat het volgende meerjarig financieel kader (MFK) van cruciaal belang zal zijn om de EU voor te bereiden op uitbreiding en de kandidaat-lidstaten voor te bereiden op toetreding;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>16.</NO.P>herinnert aan het standpunt dat het Parlement heeft ingenomen in zijn resolutie van 7 mei 2025 over een vernieuwde langetermijnbegroting voor de Unie in een veranderende wereld<FOOTNOTE><FIELD> Aangenomen teksten, P10_TA(2025)0090.</FIELD></FOOTNOTE>, namelijk dat de langetermijnbegroting van de EU moet afstappen van het historisch restrictieve, zelfopgelegde niveau van 1 % van het geaggregeerde bruto nationaal inkomen; benadrukt dat uit het verslag-Draghi en het verslag-Letta is gebleken dat de EU aanzienlijke extra begrotingsmiddelen nodig heeft om concurrerender te worden, de rechtvaardige en groene transitie te voltooien en in staat te zijn zich tegen 2030 autonoom te verdedigen tegen Russische agressie;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>17.</NO.P>benadrukt dat het MFK na 2027 en een doeltreffendere begroting, met het nieuwe pakket eigen middelen, de EU in staat moeten stellen om resoluut toe te werken naar uitbreiding en tegelijk het huidige beleid en de huidige programma’s en prioriteiten veilig te stellen;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING ITALIC="on">De democratie-uitdaging</STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>18.</NO.P>benadrukt dat het belangrijk is om de democratische legitimiteit van het EU-beleid te vergroten door de besluitvormings- en controlerechten, met inbegrip van een sterk enquêterecht, van het Europees Parlement — de enige rechtstreeks verkozen instelling die de EU-burgers vertegenwoordigt — te versterken;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>19.</NO.P>onderstreept dat de parlementen van de toetredingslanden een sleutelrol in het EU-toetredingsproces spelen, met name door het aannemen van wetgeving in verband met de toetreding, en benadrukt in dit opzicht het belang van parlementaire samenwerking en consensusvorming over kwesties in verband met toetreding tot de EU; herhaalt dat het Europees Parlement bereid is om zijn politieke en technische middelen in te zetten om de parlementen in de toetredingslanden te helpen vooruitgang te boeken met de EU-gerelateerde hervormingsagenda, onder meer door middel van activiteiten ter ondersteuning van de democratie; is ingenomen met de vooruitgang die in een aantal kandidaat-lidstaten is geboekt, onder meer door bemiddelingsactiviteiten en de Jean Monnet-dialoog;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>20.</NO.P>benadrukt dat het Parlement bij de hervorming van de besluitvormingsprocessen van de EU meer bevoegdheden moeten worden toegekend door het op gelijke voet te plaatsen met de Raad; pleit er nogmaals voor dat het Parlement het volledige recht van wetgevingsinitiatief krijgt — de bevoegdheid om EU-wetgeving voor te stellen, te wijzigen of in te trekken; is ervan overtuigd dat een algemeen en rechtstreeks initiatiefrecht bevorderlijk zou zijn voor de democratische legitimiteit van de EU en de burgers van de EU meer zeggenschap zou geven;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>21.</NO.P>erkent dat de rechtstreekse initiatiefrechten van het Parlement verre van toereikend zijn om het in staat te stellen de EU-burgers, het maatschappelijk middenveld en de sociale partners binnen de Europese instellingen te vertegenwoordigen, waardoor de Commissie feitelijk een monopolie heeft op het wetgevingsinitiatief;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>22.</NO.P>onderstreept dat het Verdrag van Lissabon het Parlement reeds rechtstreekse initiatiefrechten toekent en daarmee zijn bevoegdheid om zich zelf te organiseren, zijn controlefunctie en zijn democratische legitimiteit als enige rechtstreeks verkozen EU-instelling erkent;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>23.</NO.P>acht het van essentieel belang om de transparantie en democratische verantwoordingsplicht van het Parlement te verbeteren door de Europese dimensie van de verkiezingen te versterken en in de hele EU uniforme verkiezingsregels vast te stellen; verzoekt de resterende lidstaat Besluit 2018/994 van de Raad te ratificeren<FOOTNOTE><FIELD> Besluit (EU, Euratom) 2018/994 van de Raad van 13 juli 2018 tot wijziging van de Akte betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, gehecht aan Besluit 76/787/EGKS, EEG, Euratom van de Raad van 20 september 1976 (PB L 178 van 16.7.2018, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2018/994/oj).</FIELD></FOOTNOTE>; verzoekt de Raad werk te maken van de suggesties die zijn gedaan in het standpunt van het Parlement van 3 mei 2022<FOOTNOTE><FIELD> Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement van 3 mei 2022 over het voorstel voor een verordening van de Raad betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen, tot intrekking van Besluit 76/787/EGKS, EEG, Euratom van de Raad en de aan dit besluit gehechte Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen (PB C 465 van 6.12.2022, blz. 171).</FIELD></FOOTNOTE>; herhaalt zijn oproep aan het Parlement en de Raad om voortgang te maken met de besprekingen over de invoering van een permanent mechanisme voor de zetelverdeling in het Europees Parlement;</P></ACTION></ACTLST><ACTLST><ACTINIT><STRING BOLD="on"><STRING ITALIC="on">Manieren om voorafgaand aan de uitbreiding institutionele hervormingen door te voeren</STRING></STRING></ACTINIT><ACTION><P><NO.P>24.</NO.P>is van mening dat bovengenoemde doelstellingen van de institutionele hervormingen voorafgaand aan de uitbreiding op verschillende manieren kunnen worden verwezenlijkt, onder meer door de flexibiliteit die de huidige Verdragen bieden, te activeren door middel van een of meer gerichte verdragswijzigingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>25.</NO.P>herinnert eraan dat een aantal flexibiliteitsinstrumenten, zoals overbruggingsclausules, nauwere samenwerking, constructieve onthoudingen, permanente gestructureerde samenwerking en opt-outmechanismen, al binnen het huidige rechtskader van de EU mogelijk zijn, zoals blijkt uit de ervaring met het Schengengebied — een van de grootste verwezenlijkingen van de EU — en de gemeenschappelijke munt; wijst erop dat er in het kader van toetredingsprocedures voor bepaalde beleidsterreinen kan worden onderhandeld over oplossingen voor geleidelijke inwerkingtreding, tijdelijke afwijkingen en overgangsperioden;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>26.</NO.P>herhaalt zijn standpunt dat gedifferentieerde integratie altijd binnen het kader van het Verdrag moet plaatsvinden, de eenheid van de EU-instellingen moet handhaven en niet mag leiden tot het creëren van parallelle institutionele regelingen of regelingen die indirect indruisen tegen de geest en de fundamentele beginselen van het EU-recht, maar het wel mogelijk moet maken om zo nodig specifieke organen op te richten, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden en de rol van de EU-instellingen;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>27.</NO.P>benadrukt dat de flexibiliteit waarin de huidige Verdragen voorzien, het mogelijk maakt meer te doen om een Europese defensie-unie dichterbij te brengen zonder dat daarvoor een alomvattende hervorming van de Verdragen nodig is; onderstreept dat voor de oprichting van een permanente Europese defensie-unie uiteindelijk een besluit met eenparigheid van stemmen overeenkomstig artikel 42, lid 2, vereist is;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>28.</NO.P>benadrukt dat PESCO (oud artikel 46 VEU) op het gebied van defensie een groep lidstaten in staat stelt toe te werken naar de totstandbrenging van een Europees defensiesysteem; merkt op dat PESCO, ondanks het feit dat die voornamelijk is gebruikt voor industriële defensieprojecten, het ruimere potentieel heeft om lidstaten die dat willen, in staat te stellen om de gemeenschappelijke defensie onverwijld te institutionaliseren, zelfs als er geen unanimiteit is in de Europese Raad;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>29.</NO.P>onderstreept dat een met gekwalificeerde meerderheid van stemmen genomen besluit het overeenkomstig de bestaande verdragsbepalingen mogelijk zou maken om een Europees defensiesysteem op te zetten op grond van artikel 42, lid 6, VEU en artikel 1, punt b), van Protocol nr. 10, terwijl de deur blijft openstaan voor andere lidstaten om zich daar in een latere fase bij aan te sluiten, zoals het geval was met de economische en monetaire unie; verzoekt in dit verband de Commissie en de lidstaten die dat willen, de PESCO-bepalingen daartoe onverwijld te activeren;</P></ACTION><ACTION><P><NO.P>30.</NO.P>verzoekt de Commissie en de Raad de bevindingen van de beleidsherzieningen duidelijk mee te delen en in samenwerking met het Parlement een realistische, stapsgewijze routekaart op te stellen om de noodzakelijke institutionele hervormingen in verband met het uitbreidingsproces door te voeren;</P></ACTION><SEPARATION><P>°</P><P>°	°</P></SEPARATION><ACTION><P><NO.P>31.</NO.P>verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.</P></ACTION></ACTLST></DISPOSITIF></TEXT></RESOL></TXTLST></SDOCTA>